Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen betreffende de burgerluchtvaart
De staten die partij zijn bij dit Verdrag,
Ernstig bezorgd dat wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de burgerluchtvaart de veiligheid en beveiliging van mensen en goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtdiensten, luchthavens en luchtverkeer ernstig aantasten en het vertrouwen van de volken van de wereld in het veilige en ordelijke verloop van de burgerluchtvaart voor alle staten ondermijnen;
Erkennend dat nieuwe vormen van bedreigingen gericht tegen de burgerluchtvaart nieuwe gezamenlijke inspanningen en nieuw beleid inzake samenwerking van de staten vereisen; en
Ervan overtuigd dat, teneinde deze bedreigingen beter het hoofd te kunnen bieden, er een urgente behoefte is het juridisch kader voor internationale samenwerking ter voorkoming en bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de burgerluchtvaart te versterken;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
Aan een strafbaar feit maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk:
- a. een daad van geweld begaat tegen een persoon aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, indien deze daad de veiligheid van dat luchtvaartuig in gevaar kan brengen; of
- b. een luchtvaartuig in bedrijf vernielt of daaraan schade toebrengt die het ongeschikt maakt voor een vlucht of zijn veiligheid tijdens de vlucht in gevaar kan brengen; of
- c. in een luchtvaartuig in bedrijf, op welke wijze dan ook, een voorwerp of stof plaatst of doet plaatsen, dat of die het luchtvaartuig kan vernielen of er schade aan kan toebrengen die het ongeschikt maakt voor een vlucht of waardoor zijn veiligheid tijdens de vlucht in gevaar kan worden gebracht; of
- d. luchtverkeersvoorzieningen vernielt of beschadigt, dan wel hun werking verhindert, indien door deze gedragingen de veiligheid van luchtvaartuigen tijdens de vlucht in gevaar kan worden gebracht; of
- e. informatie doorgeeft waarvan hij weet dat deze onjuist is, daardoor de veiligheid van een luchtvaartuig tijdens de vlucht in gevaar brengend; of
- f. een luchtvaartuig in bedrijf gebruikt met de bedoeling de dood of zwaar lichamelijk letsel te veroorzaken, of ernstige schade aan goederen of het milieu toe te brengen; of
- g. uit een luchtvaartuig in bedrijf een NBC-wapen of explosieve, radioactieve of soortgelijke stoffen doet vrijkomen of loost op een wijze die leidt of kan leiden tot de dood, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan goederen of het milieu; of
- h. tegen of aan boord van een luchtvaartuig in bedrijf een NBC-wapen of explosieve, radioactieve of soortgelijke stoffen gebruikt op een wijze die leidt of kan leiden tot de dood, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan goederen of het milieu; of
- i. het volgende aan boord van een luchtvaartuig brengt, doet brengen of dit vergemakkelijkt: met dien verstande dat activiteiten waarbij een staat die partij is betrokken is, met inbegrip van activiteiten ondernomen door een daartoe door een staat die partij is gemachtigde persoon of rechtspersoon, geen strafbaar feit overeenkomstig het derde en vierde lid vormen indien het vervoer van dergelijke artikelen of materialen verenigbaar is met of bestemd is voor gebruik dat of een activiteit die verenigbaar is met zijn rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen uit hoofde van het toepasselijke multilaterale non-proliferatieverdrag waar hij partij bij is, met inbegrip van de in artikel 7 genoemde verdragen.
-
- elk explosief of radioactief materiaal, wetende dat het beoogd is om te worden ingezet teneinde, al dan niet gepaard gaand met een voorwaarde zoals voorzien in de nationale wetgeving, de dood, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade te veroorzaken of daarmee te dreigen teneinde een bevolking te intimideren of een regering of internationale organisatie te dwingen tot het verrichten of zich onthouden van enige handeling; of
-
- een NBC-wapen, wetende dat het een NBC-wapen is zoals omschreven in artikel 2; of
-
- elk basismateriaal, splijtstoffen, uitrusting of materiaal dat of die speciaal is of zijn ontworpen of bereid voor de bewerking, het gebruik of de productie van splijtstoffen, wetende dat het beoogd is om te worden gebruikt bij een activiteit die gepaard gaat met een kernexplosie of een andere nucleaire activiteit die niet zijn onderworpen aan waarborgen uit hoofde van een veiligheidscontroleovereenkomst met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; of
-
- elke uitrusting, materialen, programmatuur of aanverwante technologie die wezenlijk bijdraagt of bijdragen aan het ontwerp, de vervaardiging of levering van een NBC-wapen zonder wettige vergunning en met het oogmerk deze voor een dergelijk doel te gebruiken;
Aan een strafbaar feit maakt zich schuldig hij die wederrechtelijk en opzettelijk, gebruikmakend van een voorwerp, stof of wapen:
- a. een daad van geweld begaat tegen een persoon op een luchthaven voor de internationale burgerluchtvaart die leidt of kan leiden tot zwaar letsel of de dood; of
- b. de voorzieningen van een luchthaven voor de internationale burgerluchtvaart of een luchtvaartuig dat niet in bedrijf is en zich daar bevindt, vernielt of ernstig beschadigt of de diensten van de luchthaven verstoort,
indien een dergelijke daad de veiligheid op die luchthaven in gevaar brengt of in gevaar kan brengen.
Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die:
- a. dreigt een van de strafbare feiten te plegen die zijn vervat in het eerste lid, onderdelen a, b, c, d, f, g en h, of in het tweede lid van dit artikel; of
- b. wederrechtelijk en opzettelijk bewerkstelligt dat een persoon een dergelijke bedreiging ontvangt,
onder omstandigheden die deze bedreiging geloofwaardig maken.
Aan een strafbaar feit maakt zich eveneens schuldig hij die:
- a. een poging doet een van de in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde strafbare feiten te plegen; of
- b. het plegen van een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid of in het vierde lid, onderdeel a, van dit artikel organiseert of anderen opdracht geeft een van deze strafbare feiten te plegen; of
- c. als medeplichtige deelneemt aan een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid of in het vierde lid, onderdeel a, van dit artikel; of
- d. een andere persoon wederrechtelijk en opzettelijk helpt onderzoek, strafrechtelijke vervolging of bestraffing te ontlopen, wetende dat deze persoon een strafbaar feit heeft gepleegd zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid of in het vierde lid, onderdelen a, b of c van dit artikel of dat deze persoon gezocht wordt voor strafrechtelijke vervolging door de rechtshandhavingsautoriteiten wegens een dergelijk strafbaar feit of wegens een dergelijk strafbaar feit is veroordeeld.
Elke staat die partij is stelt tevens een of beide van de volgende gedragingen strafbaar indien zij opzettelijk zijn gepleegd, ongeacht of een van de in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel bedoelde strafbare feiten daadwerkelijk zijn gepleegd of daartoe daadwerkelijk een poging is gedaan:
- a. met een of meer personen overeenkomen een strafbaar feit te plegen zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel waarbij, indien de nationale wetgeving dit vereist, een handeling betrokken is, door een van de deelnemers ondernomen ter uitvoering van de overeenkomst; of
- b. op enige wijze bijdragen aan het plegen van een of meer van de strafbare feiten zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel door een groep personen die optreedt met een gemeenschappelijk doel,
- i. hetzij met het oog op de bevordering van de criminele activiteit in het algemeen of het criminele doel van de groep, wanneer een dergelijke activiteit of het doel het plegen van een strafbaar feit inhoudt zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel; of
- ii. hetzij in de wetenschap van de bedoeling van de groep om een strafbaar feit zoals bedoeld in het eerste, tweede of derde lid van dit artikel te plegen.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt een luchtvaartuig geacht in vlucht te zijn van het moment af waarop alle buitendeuren, na het instappen, zijn gesloten tot het moment waarop een van de deuren wordt geopend voor het uitstappen. In geval van een noodlanding wordt de vlucht geacht voort te duren totdat de bevoegde autoriteiten de verantwoordelijkheid voor het luchtvaartuig en voor de personen en goederen aan boord overnemen;
- b. wordt een luchtvaartuig geacht in bedrijf te zijn van het begin van het aan de vlucht voorafgaande gereedmaken van het luchtvaartuig door grondpersoneel of door de bemanning voor een bepaalde vlucht tot vierentwintig uur na een landing; de periode van in bedrijf zijn strekt zich in ieder geval uit tot de gehele periode tijdens welke het luchtvaartuig in vlucht is zoals omschreven in onderdeel a van dit artikel;
- c. wordt onder „luchtverkeersvoorzieningen” mede verstaan signalen, gegevens, informatie of systemen die nodig zijn voor de navigatie van het luchtvaartuig;
- d. wordt onder „toxische chemische stof” verstaan elke chemische stof die door zijn chemische effect op levensprocessen kan leiden tot de dood, tijdelijke uitschakeling of blijvend letsel van mensen of dieren. Dit omvat al dergelijke chemische stoffen, ongeacht hun herkomst of de wijze van productie en ongeacht of zij worden geproduceerd in voorzieningen, in munitie of elders;
- e. wordt onder „radioactief materiaal” verstaan nucleair materiaal en andere radioactieve stoffen die nucleïden bevatten die spontaan uiteenvallen (een proces dat gepaard gaat met de verspreiding van een of meerdere soorten ioniserende straling, zoals alfa-, beta-, neutrondeeltjes en gammastralen) en die vanwege hun radiologische eigenschappen of splijtbaarheid de dood, zwaar lichamelijk letsel of ernstige schade aan goederen of het milieu kunnen veroorzaken;
- f. wordt onder „nucleair materiaal” verstaan plutonium, met uitzondering van plutonium met een isotoopconcentratie van plutonium-238 hoger dan 80 percent, uranium 233, uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233, uranium dat een mengsel van de isotopen bevat dat in de natuur voorkomt anders dan als erts of ertsresidu; of elk materiaal dat een of meer van de voorgaande elementen bevat;
- g. wordt onder „uranium verrijkt in de isotopen 235 of 233” verstaan uranium dat hetzij de isotoop 235 hetzij de isotoop 233 of beide isotopen bevat in een zodanige hoeveelheid dat de verhouding tussen de som van die twee isotopen en de isotoop 238 groter is dan de verhouding tussen de isotoop 235 en de isotoop 238 in natuurlijk uranium;
- h. wordt onder „NBC-wapen” verstaan:
- a. „biologische wapens”, zijnde:
- i. bacteriologische of andere biologische middelen of toxines, ongeacht hun herkomst of de wijze van productie, van soorten en in hoeveelheden die niet gerechtvaardigd worden door profylactische, beschermende of andere vreedzame oogmerken; of
- ii. wapens, uitrusting of overbrengingsmiddelen die ontworpen zijn voor het gebruik van dergelijke middelen of toxines met vijandig oogmerk of bij gewapende conflicten.
- b. „chemische wapens”, zijnde, afzonderlijk of tezamen genomen,
- i. toxische chemische stoffen en hun precursoren, tenzij zij zijn bedoeld voor: voor zover de typen en hoeveelheden verenigbaar zijn met deze doeleinden;
- A. onderzoek of industriële, agrarische, medische, farmaceutische of andere vreedzame doeleinden; of
- B. beschermingsdoeleinden, dat wil zeggen, voor doeleinden die direct verband houden met de bescherming tegen toxische chemische stoffen en met bescherming tegen chemische wapens; of
- C. militaire doeleinden die geen verband houden met het gebruik van chemische wapens en niet afhankelijk zijn van het gebruik van de toxische eigenschappen van chemische stoffen als methode van oorlogsvoering; of
- D. rechtshandhaving mede ten behoeve van de bestrijding van binnenlandse ordeverstoringen.
- ii. munitie en instrumenten die specifiek bedoeld zijn om de dood of ander letsel te veroorzaken door middel van de toxische eigenschappen van de toxische chemische stoffen omschreven in onderdeel b.i die zouden vrijkomen ten gevolge van het gebruik van die munitie en instrumenten;
- iii. alle apparatuur die specifiek ontworpen is voor gebruik in direct verband met de inzet van de munitie en instrumenten omschreven in onderdeel b.ii.
- c. kernwapens en andere nucleaire explosieve instrumenten.
- i. wordt onder „precursor” verstaan, elke chemische reactant die bij enige fase van de productie van een toxische chemische stof betrokken is, ongeacht de wijze waarop. Dit omvat elke sleutelcomponent van een binair chemisch systeem of een chemisch systeem met meerdere componenten
- j. hebben de termen „basismateriaal” en „splijtstoffen” dezelfde betekenis als die welke daaraan is gegeven in het Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, gedaan te New York op 26 oktober 1956.
Artikel 3
Elke staat die partij is verbindt zich ertoe zware straffen te stellen op de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten.
Artikel 4
Elke staat die partij is kan, in overeenstemming met zijn nationale rechtsbeginselen, de nodige maatregelen nemen om een op zijn grondgebied gevestigde of overeenkomstig zijn recht opgezette rechtspersoon aansprakelijk te kunnen stellen indien een persoon belast met het beheer van of toezicht op die rechtspersoon in die hoedanigheid een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1 heeft gepleegd. Deze aansprakelijkheid kan strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.
Deze aansprakelijkheid geldt onverminderd de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de natuurlijke personen die de strafbare feiten hebben gepleegd.
Indien een staat die partij is de noodzakelijke maatregelen neemt om een rechtspersoon aansprakelijk te stellen in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, tracht hij er op toe te zien dat de toepasselijke strafrechtelijke, civielrechtelijke of bestuursrechtelijke sancties doeltreffend, evenredig en ontmoedigend zijn. Deze sancties kunnen geldelijke sancties omvatten.
Artikel 5
Dit Verdrag is niet van toepassing op luchtvaartuigen gebruikt door de strijdkrachten, de douane of de politie.
In de gevallen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en i, is dit Verdrag, ongeacht of het luchtvaartuig een internationale dan wel een binnenlandse vlucht uitvoert, slechts van toepassing indien:
- a. de feitelijke of beoogde plaats van opstijgen of van landen van het luchtvaartuig gelegen is buiten het grondgebied van de staat waar dat luchtvaartuig is ingeschreven; of
- b. het strafbare feit wordt gepleegd op het grondgebied van een andere staat dan de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven.
Onverminderd het tweede lid van dit artikel is dit Verdrag, in de gevallen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en i, eveneens van toepassing indien de dader of de vermeende dader wordt aangetroffen op het grondgebied van een andere staat dan de staat waar het luchtvaartuig is ingeschreven.
Ten aanzien van de staten die partij zijn genoemd in artikel 15 en in de gevallen genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdelen a, b, c, e, f, g, h en i, is dit Verdrag niet van toepassing indien de plaatsen waarnaar in onderdeel a van het tweede lid van dit artikel wordt verwezen zijn gelegen op het grondgebied van eenzelfde staat wanneer die staat een van de staten is waarnaar in artikel 15 wordt verwezen, tenzij het strafbare feit is gepleegd of de dader of de vermeende dader wordt aangetroffen op het grondgebied van een staat niet zijnde die staat.
In de gevallen bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, is dit Verdrag slechts van toepassing indien de luchtverkeersvoorzieningen worden gebruikt voor de internationale luchtvaart.
De bepalingen van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dit artikel zijn eveneens van toepassing in de gevallen bedoeld in het artikel 1, vierde lid.
Artikel 6
Niets in dit Verdrag tast op enige wijze andere rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden aan van staten en individuen op grond van het internationaal recht, met name de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart en het internationaal humanitair recht.
De handelingen van strijdkrachten tijdens een gewapend conflict als gedefinieerd in en onderworpen aan het internationaal humanitair recht vallen niet onder dit Verdrag, evenmin als de handelingen ondernomen door de strijdkrachten van een staat bij de uitoefening van hun officiële taken, voor zover onderworpen aan andere bepalingen van het internationaal recht.
De bepalingen van het tweede lid van dit artikel mogen niet zodanig worden uitgelegd dat anderszins wederrechtelijke gedragingen zouden worden gebillijkt of gewettigd of dat vervolging op grond van andere wetten wordt belet.
Artikel 7
Niets in dit Verdrag tast de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden aan van de staten die partij zijn bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, ondertekend te Londen, Moskou en Washington op 1 juli 1968, het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, ondertekend te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972 of het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de produktie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs op 13 januari 1993.
Artikel 8
Elke staat die partij is neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten in de volgende gevallen:
- a. indien het strafbare feit is gepleegd op het grondgebied van die staat;
- b. indien het strafbare feit is gepleegd tegen of aan boord van een in die staat ingeschreven luchtvaartuig;
- c. indien het luchtvaartuig aan boord waarvan het strafbare feit is gepleegd op zijn grondgebied landt met de vermeende dader nog aan boord;
- d. indien het strafbare feit is gepleegd tegen of aan boord van een luchtvaartuig dat zonder bemanning is verhuurd aan een huurder die de hoofdzetel van zijn bedrijf, of, indien de huurder een dergelijke zetel niet heeft, zijn vaste verblijfplaats heeft in die staat;
- e. indien het strafbare feit wordt gepleegd door een onderdaan van die staat.
Elke staat die partij is kan tevens in de volgende gevallen zijn rechtsmacht vestigen met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten:
- a. indien het strafbare feit wordt gepleegd tegen een onderdaan van die staat;
- b. indien het strafbare feit wordt gepleegd door een staatloze die op het grondgebied van die staat zijn gewone verblijfplaats heeft.
Elke staat die partij is neemt tevens de maatregelen die nodig zijn om zijn rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in artikel 1 vervatte strafbare feiten in gevallen waarin de vermeende dader zich op zijn grondgebied bevindt en hij deze persoon ingevolge artikel 12 niet uitlevert aan een staat die partij is die met betrekking tot deze strafbare feiten zijn rechtsmacht heeft gevestigd in overeenstemming met de toepasselijke leden van dit artikel.
Dit Verdrag sluit geen rechtsmacht in strafzaken uit die wordt uitgeoefend in overeenstemming met de nationale wetgeving.
Artikel 9
Een staat die partij is op wiens grondgebied de dader of vermeende dader zich bevindt, neemt deze persoon, indien hij ervan overtuigd is dat de omstandigheden dit rechtvaardigen, in hechtenis of neemt andere maatregelen ter verzekering van diens aanwezigheid. De inhechtenisneming en andere maatregelen dienen in overeenstemming te zijn met de wetgeving van die staat, maar mogen niet langer duren dan noodzakelijk is voor het instellen van strafvervolging of een uitleveringsprocedure.
Deze staat stelt terstond een voorlopig onderzoek in naar de feiten.
Elke persoon die ingevolge het eerste lid van dit artikel in hechtenis is genomen, wordt in de gelegenheid gesteld zich onmiddellijk in verbinding te stellen met de dichtstbijzijnde daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordiger van de staat waarvan hij onderdaan is.
Wanneer een staat die partij is krachtens dit artikel een persoon in hechtenis heeft genomen, stelt hij de staten die partij zijn die ingevolge artikel 8, eerste lid, hun rechtsmacht hebben gevestigd en ingevolge artikel 21, vierde lid, onderdeel a, hun rechtsmacht hebben gevestigd en de depositaris in kennis hebben gesteld, en, indien hij dit nodig acht, iedere andere belanghebbende staat, in kennis van het feit dat de betrokken persoon in hechtenis is genomen en van de omstandigheden die zijn detentie rechtvaardigen. De staat die partij is die het voorlopig onderzoek bedoeld in het tweede lid van dit artikel instelt, deelt zijn bevindingen onverwijld mee aan voornoemde staten die partij zijn en geeft tevens aan of hij voornemens is zijn rechtsmacht uit te oefenen.
Artikel 10
De staat die partij is op wiens grondgebied de vermeende dader wordt aangetroffen, is, indien hij deze persoon niet uitlevert, ongeacht of het strafbare feit op zijn grondgebied is gepleegd, in alle gevallen verplicht de zaak voor vervolging aan zijn bevoegde autoriteiten over te dragen. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in het geval van een gewoon strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wetgeving van die staat.
Artikel 11
Iedere persoon die in hechtenis wordt genomen of tegen wie andere maatregelen worden getroffen of een procedure wordt ingesteld op grond van dit Verdrag, wordt een eerlijke behandeling verzekerd, met inbegrip van het genot van alle rechten en waarborgen in overeenstemming met de wetgeving van de staat op het grondgebied waarvan die persoon zich bevindt en de toepasselijke bepalingen van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal recht inzake de rechten van de mens.
Artikel 12
De in artikel 1 bedoelde strafbare feiten worden geacht als uitleveringsdelicten te zijn inbegrepen in alle bestaande uitleveringsverdragen tussen de staten die partij zijn. De staten die partij zijn verplichten zich ertoe de strafbare feiten op te nemen als uitleveringsdelicten in elk uitleveringsverdrag dat tussen hen wordt gesloten.
Indien een staat die partij is die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere staat die partij is waarmee hij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan hij, indien hij dit verkiest, dit Verdrag beschouwen als de rechtsgrondslag voor uitlevering wat betreft de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten. Uitlevering is onderworpen aan de overige voorwaarden waarin het recht van de aangezochte staat voorziet.
Staten die partij zijn die uitlevering niet afhankelijk stellen van het bestaan van een verdrag, erkennen de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten onderling als uitleveringsdelicten, onderworpen aan de voorwaarden waarin het recht van de aangezochte staat voorziet.
Voor uitlevering tussen staten die partij zijn wordt elk van de strafbare feiten beschouwd als niet alleen begaan op de plaats waar het is gepleegd, maar ook op het grondgebied van de staten die partij zijn die hun rechtsmacht dienen te vestigen in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, en die hun rechtsmacht hebben gevestigd in overeenstemming met artikel 8, tweede lid.
Voor uitlevering tussen staten die partij zijn worden de in artikel 1, vijfde lid, onderdelen a en b, bedoelde strafbare feiten als gelijkwaardig beschouwd.
Artikel 13
Geen van de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten wordt, ten behoeve van uitlevering of wederzijdse rechtshulp, aangemerkt als een politiek delict, een met een politiek delict samenhangend strafbaar feit of een strafbaar feit ingegeven door politieke motieven. Bijgevolg mag een verzoek om uitlevering of om wederzijdse rechtshulp op grond van een dergelijk strafbaar feit niet worden geweigerd uitsluitend op grond van het feit dat het een politiek delict, een met een politiek delict samenhangend strafbaar feit of een strafbaar feit ingegeven door politieke motieven betreft.
Artikel 14
Niets in dit Verdrag mag zo worden uitgelegd dat het een verplichting tot uitlevering of tot het verlenen van wederzijdse rechtshulp zou inhouden, indien de aangezochte staat die partij is ernstige redenen heeft om aan te nemen dat het verzoek om uitlevering met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten of om wederzijdse rechtshulp met betrekking tot dergelijke feiten is gedaan met de bedoeling een persoon te vervolgen of te bestraffen op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, etnische afkomst, politieke overtuiging of geslacht of dat inwilliging van het verzoek de positie van die persoon om een van deze redenen ongunstig zou kunnen beïnvloeden.
Artikel 15
De staten die partij zijn die voor het luchtvervoer gemeenschappelijke exploitatie-organisaties of internationale exploitatie-organisaties oprichten, die gebruikmaken van luchtvaartuigen die onderworpen zijn aan gemeenschappelijke of internationale inschrijving, kiezen op passende wijze voor elk luchtvaartuig een staat uit hun midden die de rechtsmacht uitoefent en voor de toepassing van dit Verdrag de bevoegdheden heeft behorend bij een staat waar een luchtvaartuig is ingeschreven. Zij doen daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, die alle staten die partij zijn van deze mededeling in kennis stelt.
Artikel 16
De staten die partij zijn streven ernaar, overeenkomstig het internationale en nationale recht, alle redelijke maatregelen te nemen om de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten te voorkomen.
Wanneer ten gevolge van het plegen van een van de strafbare feiten als bedoeld in artikel 1 een vlucht is vertraagd of onderbroken, stelt elke staat die partij is op het grondgebied waarvan het luchtvaartuig, de passagiers of de bemanning zich bevinden, alles in het werk om de passagiers en de bemanning hun reis zo spoedig mogelijk te laten voortzetten en draagt het luchtvaartuig en zijn lading onverwijld over aan de rechthebbenden.
Artikel 17
De staten die partij zijn verlenen elkaar de ruimst mogelijke rechtshulp bij strafrechtelijke procedures ter zake van de in artikel 1 bedoelde strafbare feiten. In alle gevallen is het recht van de aangezochte staat van toepassing.
De bepalingen van het eerste lid van dit artikel laten verplichtingen uit hoofde van een ander bilateraal of multilateraal verdrag dat wederzijdse rechtshulp in strafzaken geheel of ten dele regelt of zal regelen onverlet.
Artikel 18
Een staat die partij is die redenen heeft te veronderstellen dat een van de strafbare feiten bedoeld in artikel 1 zal worden gepleegd, brengt, overeenkomstig zijn nationale recht, alle relevante informatie in zijn bezit ter kennis van die staten die partij zijn die naar zijn mening de in artikel 8, eerste en tweede lid bedoelde staten zijn.
Artikel 19
Elke staat die partij is doet overeenkomstig zijn nationale recht zo spoedig mogelijk mededeling aan de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie inzake alle relevante informatie in zijn bezit betreffende:
- a. de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd;
- b. de maatregelen die ingevolge artikel 16, tweede lid, zijn genomen;
- c. de maatregelen die zijn genomen ten aanzien van de dader of de vermeende dader, en in het bijzonder de uitkomst van elke uitleveringsprocedure of andere gerechtelijke procedure.
Artikel 20
Elk geschil tussen twee of meer staten die partij zijn inzake de uitlegging of toepassing van dit Verdrag dat niet door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van één van hen voorgelegd voor arbitrage. Indien de partijen er binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de regeling van de arbitrage, kan elk van deze partijen het geschil voorleggen aan het Internationaal Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof.
Elke staat kan, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, verklaren dat hij zich niet gebonden acht door het voorgaande lid. De andere staten die partij zijn, zijn niet gebonden door het voorgaande lid ten aanzien van een staat die partij is die een dergelijk voorbehoud heeft gemaakt.
Een staat die partij is die een voorbehoud heeft gemaakt in overeenstemming met het voorgaande lid, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de depositaris.
Artikel 21
Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Beijing op 10 september 2010 door staten die hebben deelgenomen aan de Diplomatieke Conferentie inzake veiligheid van de luchtvaart, gehouden te Beijing van 30 augustus tot 10 september 2010. Na 27 september 2010 staat het Verdrag open voor ondertekening door alle staten op het hoofdkwartier van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie te Montreal totdat het in overeenstemming met artikel 22 in werking treedt.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Internationale Burgerluchtvaarorganisatie, die hierbij wordt aangewezen als depositaris.
Elke staat die dit Verdrag niet bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, kan te allen tijde toetreden tot het Verdrag. De akte van toetreding dient te worden nedergelegd bij de depositaris.
Elke staat die partij is die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of toetreedt tot dit Verdrag:
- a. stelt de depositaris in kennis van de rechtsmacht die hij overeenkomstig artikel 8, tweede lid, op grond van zijn nationale recht heeft gevestigd, en stelt de depositaris onverwijld in kennis van elke wijziging; en
- b. kan verklaren dat hij de bepalingen van artikel 1, vierde lid, onderdeel d, in overeenstemming met de beginselen van zijn strafrecht betreffende de uitsluiting van aansprakelijkheid van familieleden zal toepassen.
Artikel 22
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van de nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Ten aanzien van iedere staat die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of toetreedt tot het Verdrag na de nederlegging van de tweeëntwintigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de nederlegging door de betreffende staat van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
Zodra dit Verdrag in werking treedt, wordt het door de depositaris bij de Verenigde Naties geregistreerd.
Artikel 23
Elke staat die partij is kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris.
De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen door de depositaris.
Artikel 24
In de betrekkingen tussen de staten die partij zijn heeft dit Verdrag voorrang boven de volgende instrumenten:
- a. het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971; en
- b. het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, gedaan te Montreal op 23 september 1971, ondertekend te Montreal op 24 februari 1988.
Artikel 25
De depositaris stelt alle staten die partij zijn bij dit Verdrag en alle ondertekenende of toetredende staten bij dit Verdrag onverwijld in kennis van de datum van elke ondertekening, de datum van nederlegging van elke akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding, de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag en alle overige relevante informatie.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, having been duly authorized, have signed this Convention.
DONE at Beijing on the tenth day of September of the year Two Thousand and Ten in the English, Arabic, Chinese, French, Russian and Spanish languages, all texts being equally authentic, such authenticity to take effect upon verification by the Secretariat of the Conference under the authority of the President of the Conference within ninety days hereof as to the conformity of the texts with one another. This Convention shall remain deposited in the archives of the International Civil Aviation Organization, and certified copies thereof shall be transmitted by the Depositary to all Contracting States to this Convention.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)