Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika

Type Verdrag
Publication 1967-02-14
State In force
Source BWB
artikelen 31
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Regeringen van de Staten die het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika ondertekenen, handelend uit naam van hun volken en getrouwelijk hun wensen en verlangens vertolkend,

Verlangend, voor zover in hun vermogen ligt, er toe bij te dragen dat een einde wordt gemaakt aan de bewapeningswedloop, in het bijzonder op het gebied van de kernwapens, en dat de vrede in de wereld, gegrondvest op de soevereine gelijkheid van de Staten, wederzijdse eerbied en goede nabuurschap, wordt versterkt,

Eraan herinnerend dat de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, in haar Resolutie 808 (IX), met eenparigheid van stemmen als een van de drie punten van een gecoördineerd ontwapeningsprogramma heeft aanvaard „het algehele verbod van het gebruik en de vervaardiging van kernwapens en alle soorten wapens voor massale vernietiging”,

Eraan herinnerend dat militair gedenucleariseerde zones geen doel op zichzelf zijn, doch veeleer een middel vormen om te eniger tijd tot algemene en volledige ontwapening te komen,

Herinnerend aan Resolutie 1911 (XVIII) van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, waarin werd gesteld dat de maatregelen tot denuclearisatie van Latijns-Amerika, ten aanzien waarvan overeenstemming zou worden bereikt, zouden moeten worden genomen „in het licht van de beginselen van het Handvest der Verenigde Naties en van regionale overeenkomsten”,

Herinnerend aan Resolutie 2028 (XX) van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties waarin het beginsel is neergelegd van een aanvaardbaar evenwicht tussen de wederzijdse verantwoordelijkheden en verplichtingen der nucleaire en niet-nucleaire machten, en

Eraan herinnerend dat in het Handvest van de Organisatie van Amerikaanse Staten wordt verklaard dat een wezenlijk doel van de Organisatie het versterken van de vrede en de veiligheid op het eigen halfrond is,

Ervan overtuigd:

Dat de onberekenbare vernietigende kracht van kernwapens de strikte naleving in de praktijk van het wettelijk verbod van oorlog tot een dwingende noodzaak heeft gemaakt, wil het voortbestaan van de beschaving en van de mensheid zelf worden gewaarborgd.

Dat kernwapens, waarvan de verschrikkelijke gevolgen zonder onderscheid en onontkoombaar door de strijdkrachten en de burgerbevolking in even sterke mate worden ondervonden, als gevolg van de hardnekkigheid der vrijkomende radioactiviteit een rechtstreekse bedreiging vormen voor de ongeschondenheid van de menselijke soort en uiteindelijk zelfs de gehele aarde onbewoonbaar kunnen maken,

Dat algemene en volledige ontwapening onder doeltreffend internationaal toezicht een levensbelang is en dat alle volkeren van de wereld daarnaar evenzeer verlangen,

Dat de verspreiding van kernwapens, die onvermijdelijk lijkt tenzij de Staten onder uitoefening van hun soevereine rechten zichzelf beperkingen opleggen om dit te voorkomen, het sluiten van ontwapeningsovereenkomsten bijzonder zou bemoeilijken en de kans op het uitbreken van een atoomoorlog zou vergroten,

Dat de instelling van militair gedenucleariseerde zones nauw verband houdt met de handhaving van de vrede en de veiligheid in de betrokken gebieden,

Dat de militaire denuclearisatie van uitgestrekte geografische zones, als gevolg van een soevereine beslissing van de Staten binnen deze zones, een gunstige invloed zal uitoefenen op andere gebieden waar soortgelijke omstandigheden bestaan,

Dat de bevoorrechte positie van de ondertekenende Staten, op wier grondgebieden zich geen enkel kernwapen bevindt, hun de verplichting oplegt – een verplichting waaraan zij zich niet kunnen onttrekken – deze toestand te bestendigen, zowel in hun eigen belang als voor het welzijn van de mensheid,

Dat de aanwezigheid van kernwapens in een Latijns-Amerikaans land dit land het doelwit zou maken van mogelijke aanvallen met kernwapens en onvermijdelijk in het gehele gebied een uitputtende wedloop in de bewapening met kernwapens zou ontketenen, hetgeen een onverantwoord gebruik voor oorlogsdoeleinden zou medebrengen van de beperkte hulpmiddelen die benodigd zijn voor economische en sociale ontwikkeling,

Dat de bovenstaande redenen, te zamen met de van oudsher vredelievende instelling van Latijns-Amerika het een onontkoombare noodzaak maken dat in dat gebied kernenergie uitsluitend voor vreedzame doeleinden wordt gebruikt, en dat de Latijns-Amerikaanse landen hun recht op een zo ruim en zo billijk mogelijk gebruik van deze nieuwe bron van energie dienen te laten gelden ten einde de economische en sociale ontwikkeling van hun volken te bevorderen,

Er ten slotte van overtuigd:

Dat de militaire denuclearisatie van de Latijns-Amerikaanse landen – waaronder moet worden verstaan de verplichting die in dit Verdrag internationaal wordt aangegaan, om hun grondgebieden voor altijd vrij te houden van kernwapens – een maatregel zal zijn die hun volken zal behoeden voor verkwisting van hun beperkte middelen aan kernbewapening en hen zal beschermen tegen eventuele nucleaire aanvallen op hun grondgebieden en tevens in belangrijke mate zal bijdragen tot het voorkomen van de verspreiding van kernwapens en bovendien een krachtige impuls zal zijn voor algemene en volledige ontwapening, en

Dat Latijns-Amerika, trouw aan zijn traditie van universaliteit, er niet alleen naar dient te streven de gesel van een nucleaire oorlog uit zijn gebied te weren, doch zich tevens dient in te zetten voor de bevordering van het welzijn en de vooruitgang van zijn volken, waarbij het tevens dient mede te werken aan de verwezenlijking van de idealen van de mensheid, dat wil zeggen aan het bestendigen van een duurzame vrede, gegrond op gelijke rechten, economische billijkheid en sociale gerechtigheid voor allen, in overeenstemming met de in het Handvest der Verenigde Naties en in het Handvest van de Organisatie van Amerikaanse Staten neergelegde beginselen en doelstellingen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Verplichtingen

Artikel 1

1.

De Verdragsluitende Partijen nemen hierbij de verplichting op zich de nucleaire materialen en installaties die onder hun rechtsmacht vallen uitsluitend voor vreedzame doeleinden te gebruiken, en op hun onderscheiden grondgebieden te verbieden en te voorkomen:

2.

De Verdragsluitende Partijen nemen eveneens de verplichting op zich, zich niet te zullen bezighouden met het beproeven, gebruiken, vervaardigen, produceren, bezitten van of beschikken over kernwapens, noch zulks te zullen bevorderen of daartoe machtiging te geven, direct of indirect, of daaraan op enigerlei wijze deel te nemen.

Begripsomschrijving van de Verdragsluitende Partijen

Artikel 2

In dit Verdrag wordt onder Verdragsluitende Partijen die partijen verstaan voor wie het Verdrag van kracht is.

Begripsomschrijving van grondgebied

Artikel 3

In dit Verdrag wordt onder de term „grondgebied” mede verstaan de territoriale wateren, het territoriale luchtruim en iedere andere ruimte waarover de Staat overeenkomstig zijn eigen wetgeving soevereiniteit uitoefent.

Toepassingsgebied

Artikel 4

1.

Het toepassingsgebied van dit Verdrag wordt gevormd door de gezamenlijke grondgebieden waarvoor dit Verdrag van kracht is.

2.

Wanneer voldaan is aan de eisen van artikel 28, eerste lid, zal het toepassingsgebied van dit Verdrag mede het gebied omvatten dat op het westelijk halfrond is gelegen binnen de hieronder aangegeven begrenzingen (met uitzondering van het continentale gedeelte van het grondgebied van de Verenigde Staten van Amerika en zijn territoriale wateren): beginnend bij een punt gelegen op 35° N.B., 75° W.L.; van dit punt pal zuidwaarts tot een punt op 30° N.B., 75° W.L.; van daar pal oostwaarts tot een punt op 30° N.B., 50° W.L.; van daar langs een loxodroom tot een punt op 5° N.B., 20° W.L.; van daar pal zuidwaarts tot een punt op 60° Z.B., 20° W.L.; van daar pal westwaarts tot een punt op 60° Z.B., 115° W.L.; van daar pal noordwaarts tot een punt op 0° B., 115° W.L.; van daar langs een loxodroom tot een punt op 35° N.B., 150° W.L.; van daar pal oostwaarts tot een punt op 35° N.B., 75° W.L.

Begripsomschrijving van kernwapens

Artikel 5

In dit Verdrag wordt onder „kernwapen” verstaan elk apparaat dat in staat is tot niet-beheerste vrijmaking van kernenergie, en dat een groep eigenschappen bezit die het geschikt maken voor gebruik voor oorlogsdoeleinden. Een instrument dat kan worden gebruikt voor het vervoer of de voortbeweging van het apparaat wordt door deze begripsomschrijving niet gedekt, indien het van het apparaat kan worden gescheiden en er geen onverbrekelijk geheel mee vormt.

Bijeenkomst der ondertekenende partijen

Artikel 6

Op verzoek van een der ondertekenende Staten, of indien de ingevolge artikel 7 ingestelde Organisatie daartoe besluit, kan een bijeenkomst van alle ondertekenende partijen worden belegd ter gezamenlijke bespreking van vraagstukken die raken aan de essentie van dit Verdrag, met inbegrip van eventuele amendementen daarop. In beide gevallen wordt de bijeenkomst belegd door de Algemene Secretaris.

Organisatie

Artikel 7

1.

Ten einde naleving van de verplichtingen van dit Verdrag te verzekeren, richten de Verdragsluitende Partijen hierbij een internationale organisatie op die de „Organisatie voor het Verbod van Kernwapens in Latijns-Amerika” zal heten en hierna „de Organisatie” zal worden genoemd. Haar besluiten gelden alleen de Verdragsluitenden Partijen.

2.

Tot de taak van de Organisatie behoort het organiseren van periodieke of buitengewone besprekingen tussen de Lid-Staten over aangelegenheden die betrekking hebben op de in dit Verdrag genoemde doelstellingen, maatregelen en procedures en op het toezicht op de naleving van de daaruit voortvloeiende verplichtingen.

3.

De Verdragsluitende Partijen komen overeen, de Organisatie volledige en onverwijlde medewerking te verlenen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, van overeenkomsten die zij sluiten met de Organisatie en van overeenkomsten die de Organisatie sluit met andere internationale organisaties of lichamen.

4.

De zetel van de Organisatie is in de Stad Mexico.

Organen

Artikel 8

1.

Als de voornaamste organen van de Organisatie worden hierbij ingesteld een Algemene Conferentie, een Raad en een Secretariaat.

2.

Binnen het bestek van dit Verdrag kan de Algemene Conferentie zodanige hulporganen instellen als door haar nodig wordt geacht.

De Algemene Conferentie

Artikel 9

1.

De Algemene Conferentie, het hoogste orgaan van de Organisatie, is samengesteld uit alle Verdragsluitende Partijen; zij houdt regelmatig om de twee jaar zittingen en kan ook, wanneer zulks in het Verdrag wordt bepaald of wanneer naar het oordeel van de Raad de omstandigheden dit gebieden, buitengewone zittingen houden.

2.

De Algemene Conferentie:

3.

De Algemene Conferentie stelt de begroting van de Organisatie vast, zomede de verdeelsleutel voor de door de Lid-Staten te betalen geldelijke bijdragen, daarbij rekening houdende met de voor dit zelfde doel door de Verenigde Naties gehanteerde stelsels en normen.

4.

De Algemene Conferentie kiest voor iedere zitting haar voorzitter en andere functionarissen en kan zodanige hulporganen instellen als zij voor de uitvoering van haar taak nodig acht.

5.

Ieder Lid van de Organisatie heeft één stem. De besluiten van de Algemene Conferentie worden indien het aangelegenheden betreft die betrekking hebben op het controlestelsel en de in artikel 20 bedoelde maatregelen, de toelating van nieuwe leden, de verkiezing van de Algemene Secretaris of zijn ontzetting uit het ambt, de goedkeuring van de begroting en daarmede verband houdende aangelegenheden, genomen met een twee derde meerderheid van stemmen van de leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen. Besluiten over andere aangelegenheden, zomede over procedurekwesties, alsook de beslissing over welke zaken met een twee derde meerderheid moet worden besloten, worden genomen met een eenvoudige meerderheid van stemmen van de leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.

6.

De Algemene Conferentie stelt haar eigen reglement van orde vast.

De Raad

Artikel 10

1.

De Raad bestaat uit vijf leden van de Organisatie, die door de Algemene Conferentie uit de Verdragsluitende Partijen worden gekozen, waarbij wordt gelet op een billijke geografische vertegenwoordiging.

2.

De leden van de Raad worden voor vier jaar gekozen. Bij de eerste verkiezing evenwel worden er drie leden voor twee jaar gekozen. Aftredende leden mogen niet worden herkozen voor het volgende tijdvak, tenzij het beperkte aantal Staten waarvoor het Verdrag van kracht is zulks gebiedt.

3.

Ieder lid van de Raad heeft één vertegenwoordiger.

4.

De organisatie van de Raad is zodanig dat hij voortdurend kan functioneren.

5.

Naast de hem ingevolge dit Verdrag opgedragen taken en die waarmede hij door de Algemene Conferentie kan worden belast, verzekert de Raad, door tussenkomst van de Algemene Secretaris, de behoorlijke werking van het controlestelsel overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag en de door de Algemene Conferentie genomen besluiten.

6.

De Raad legt aan de Algemene Conferentie een jaarverslag voor van zijn werkzaamheden, zomede die bijzondere verslagen die hij nodig oordeelt of waarom de Algemene Conferentie verzoekt.

7.

Voor iedere zitting kiest de Raad zijn voorzitter en andere functionarissen.

8.

De besluiten van de Raad worden genomen met een eenvoudige meerderheid van stemmen van de leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.

9.

De Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

Het Secretariaat

Artikel 11

1.

Het Secretariaat bestaat uit een Algemene Secretaris, die de voornaamste administratieve functionaris van de Organisatie is, en het personeel dat de Organisatie nodig oordeelt. De ambtstermijn van de Algemene Secretaris is vier jaar en hij kan worden herkozen voor een enkel aansluitend tijdvak. De Algemene Secretaris mag geen onderdaan zijn van het land waar de Organisatie haar zetel heeft. Ingeval het ambt van de Algemene Secretaris openvalt, wordt een nieuwe verkiezing gehouden om het ambt te doen bezetten voor de resterende periode.

2.

Het personeel van het Secretariaat wordt door de Algemene Secretaris benoemd volgens door de Algemene Conferentie vastgestelde regels.

3.

Naast de hem ingevolge dit Verdrag opgedragen taken en die waarmede hij door de Algemene Conferentie kan worden belast, verzekert de Algemene Secretaris, zoals bepaald in artikel 10, vijfde lid, de behoorlijke werking van het controlestelsel dat ingevolge dit Verdrag is ingesteld, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en de door de Algemene Conferentie genomen besluiten.

4.

De Algemene Secretaris treedt in deze bevoegdheid op tijdens alle bijeenkomsten van de Algemene Conferentie en van de Raad en brengt aan beide lichamen een jaarverslag uit over het werk van de Organisatie, zomede al die bijzondere verslagen waarom de Algemene Conferentie of de Raad verzoekt, of die de Algemene Secretaris wenselijk acht.

5.

De Algemene Secretaris regelt toezending aan alle Verdragsluitende Partijen van door de Organisatie uit overheidsbronnen ontvangen gegevens en van inlichtingen uit andere dan overheidsbronnen die van belang kunnen zijn voor de Organisatie.

6.

Bij de vervulling van hun taak vragen noch ontvangen de Algemene Secretaris en het personeel instructies van een Regering of een andere autoriteit buiten de Organisatie en onthouden zij zich van elke handeling die onverenigbaar is met hun positie van internationale functionarissen, die alleen verantwoording verschuldigd zijn aan de Organisatie; onverminderd hun verantwoordelijkheid aan de Organisatie, onthullen zij geen industriële geheimen of andere vertrouwelijke gegevens die uit hoofde van hun officiële functie in de Organisatie te hunner kennis komen.

7.

Elk der Verdragsluitende Partijen neemt de verplichting op zich het uitsluitend internationale karakter van de verantwoordelijkheden van de Algemene Secretaris en het personeel te eerbiedigen en niet te trachten hen te beïnvloeden in de uitoefening van hun functie.

Controlestelsel

Artikel 12

1.

Ten einde na te gaan of de verplichtingen die de Verdragsluitende Partijen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 zijn aangegaan, worden nageleefd, wordt een controlestelsel ingevoerd, dat zal worden toegepast in overeenstemming met het bepaalde in de artikelen 13 tot en met 18 van dit Verdrag.

2.

Het controlestelsel dient er in het bijzonder toe om na te gaan:

IAEA waarborgen

Artikel 13

Elke Verdragsluitende Partij gaat met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie multilaterale of bilaterale overeenkomsten aan voor de toepassing van de waarborgen van die Organisatie op haar nucleaire werkzaamheden. Elke Verdragsluitende Partij vangt onderhandelingen aan binnen een tijdvak van 180 dagen na de datum van nederlegging van haar akte van bekrachtiging van dit Verdrag. Voor elke Partij treden deze overeenkomsten uiterlijk achttien maanden na de datum waarop zodanige onderhandelingen een aanvang hebben genomen in werking, behalve in geval van onvoorziene omstandigheden of van overmacht.

Door de Partijen uitgebrachte verslagen

Artikel 14

1.

De Verdragsluitende Partijen leggen aan de Organisatie en aan de Internationale Organisatie voor Atoomenergie te hunner informatie halfjaarlijkse verslagen voor, waarin wordt verklaard dat zich op hun onderscheiden grondgebieden geen ingevolge dit Verdrag verboden activiteiten hebben voorgedaan.

2.

Van ieder verslag dat de Verslagsluitende Partijen aan de Internationale Organisatie voor Atoomenergie voorleggen inzake aangelegenheden waarop dit Verdrag betrekking heeft en inzake de toepassing van waarborgen, zenden zij tegelijkertijd een afschrift toe aan de Organisatie.

3.

De Verdragsluitende Partijen doen eveneens aan de Organisatie van Amerikaanse Staten te harer informatie de verslagen toekomen die voor haar van belang kunnen zijn, overeenkomstig de verplichtingen door het Inter-Amerikaanse System opgelegd.

Bijzondere door de Algemeen Secretaris aangevraagde verslagen

Artikel 15

1.

Met goedvinden van de Raad kan de Algemene Secretaris, met opgaaf van redenen, aan een Verdragsluitende Partij verzoeken de Organisatie aanvullende of nadere gegevens te verschaffen met betrekking tot gebeurtenissen of omstandigheden die verband houden met de naleving van dit Verdrag. De Verdragsluitende Partijen nemen op zich, onverwijld en volledig hun medewerking te geven aan de Algemene Secretaris.

2.

De Algemene Secretaris stelt onverwijld de Raad en de Verdragsluitende Partijen op de hoogte van zodanige verzoeken en de daarop ontvangen antwoorden.

Bijzondere inspecties

Artikel 16

1.

De Internationale Organisatie voor Atoomenergie en de bij dit Verdrag ingestelde Raad zijn bevoegd in de volgende gevallen bijzondere inspecties te doen uitvoeren:

De bovenstaande verzoeken worden aan de Raad gericht door tussenkomst van de Algemene Secretaris.

2.

De kosten van een ingevolge het bepaalde in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel uitgevoerde bijzondere inspectie en de daarmede gemoeide uitgaven zijn voor rekening van de Partij of Partijen die daarom verzoeken, tenzij de Raad op grond van het verslag over de bijzondere inspectie besluit dat, gezien de op het geval betrekking hebbende omstandigheden, deze kosten en uitgaven voor rekening van de Organisatie dienen te zijn.

3.

De Algemene Conferentie bepaalt de procedures voor de organisatie en uitvoering van bijzondere inspecties zoals bedoeld in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel.

4.

De Verdragsluitende Partijen nemen de verplichting op zich de inspecteurs die deze bijzondere inspecties uitvoeren onbeperkte en vrije toegang te verlenen tot alle plaatsen en alle gegevens die voor hen van belang kunnen zijn voor de uitvoering van hun taak en die rechtstreeks en ten nauwste samenhangen met de verdenking van inbreuk op de bepalingen van dit Verdrag. Indien daarom wordt verzocht door de autoriteiten van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de inspectie wordt uitgevoerd, worden de door de Algemene Conferentie aangewezen inspecteurs vergezeld door vertegenwoordigers van bedoelde autoriteiten mits hierdoor het werk van de inspecteurs op generlei wijze wordt vertraagd of belemmerd.

5.

De Raad doet, door tussenkomst van de Algemene Secretaris, onmiddellijk alle Partijen een afschrift toekomen van elk verslag over een uitgevoerde bijzondere inspectie.

6.

Eveneens doet de Raad, door tussenkomst van de Algemene Secretaris, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, ter doorgeleiding aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering der Verenigde Naties, alsmede te zijner informatie aan de Raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten, een afschrift toekomen van elk verslag van een bijzondere inspectie uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, paragraaf b, onder (i) en (ii) van dit artikel.

7.

De Raad kan besluiten tot, of een Verdragsluitende Partij kan verzoeken om, de bijeenroeping van een bijzondere zitting van de Algemene Conferentie ter behandeling van de verslagen die betrekking hebben op een bijzondere inspectie. In zulk een geval neemt de Algemene Secretaris onverwijld maatregelen ter bijeenroeping van de bijzondere zitting waarom is verzocht.

8.

De Algemene Conferentie, ingevolge dit artikel in bijzondere zitting bijeengeroepen, kan aanbevelingen doen aan de Verdragsluitende Partijen en verslagen voorleggen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter doorgeleiding aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.

Vreedzaam gebruik van kernenergie

Artikel 17

Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast het recht aan van de Verdragsluitende Partijen om, in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, kernenergie aan te wenden voor vreedzame doeleinden, in het bijzonder ter bevordering van hun economische ontwikkeling en sociale vooruitgang.

Explosies voor vreedzame doeleinden

Artikel 18

1.

De Verdragsluitende Partijen kunnen voor vreedzame doeleinden explosies van nucleaire apparaten uitvoeren – met inbegrip van explosies, waarbij gebruik wordt gemaakt van apparaten die gelijken op die welke bij de kernbewapening worden gebruikt – of voor dit doel met anderen samenwerken, mits zij dit doen overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en de andere bepalingen van het Verdrag, met name de artikelen 1 en 5.

2.

Verdragsluitende Partijen die voornemens zijn een zodanige explosie uit te voeren of daartoe hun medewerking te verlenen, geven de Organisatie en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie zo lang van te voren als de omstandigheden gebieden, kennis van het tijdstip van de explosie en verstrekken tegelijkertijd de volgende gegevens:

3.

De Algemene Secretaris en het door de Raad en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie aangewezen technische personeel kunnen optreden als waarnemers bij alle voorbereidingen, met inbegrip van de explosie van het apparaat, en hebben onbeperkte toegang tot ieder gebied in de omgeving van de plaats van de explosie ten einde zich ervan te vergewissen of het apparaat en de procedures die tijdens de explosies worden toegepast in overeenstemming zijn met de gegevens verstrekt ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel en de andere bepalingen van dit Verdrag.

4.

Voor het doel genoemd in het eerste lid van dit artikel kunnen de Verdragsluitende Partijen de medewerking van derden aanvaarden, overeenkomstig het bepaalde in het tweede en het derde lid van dit artikel.

Betrekkingen met andere internationale organisaties

Artikel 19

1.

De Organisatie kan overeenkomsten aangaan met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie voor zover zij zijn goedgekeurd door de Algemene Conferentie en de Organisatie deze bevorderlijk acht voor het doelmatig functioneren van het bij dit Verdrag ingestelde controlestelsel.

2.

De Organisatie kan ook betrekkingen aanknopen met elk andere internationale organisatie of internationaal lichaam, met name die welke in de toekomst in het leven kunnen worden geroepen om toezicht te houden op ontwapening of op maatregelen van bewapeningbeheersing in enig deel van de wereld.

3.

De Verdragsluitende Partijen kunnen, indien zij zulks dienstig achten, het advies van de Inter-Amerikaanse Commissie voor Kernenergie vragen inzake alle technische aangelegenheden die verband houden met de toepassing van dit Verdrag, en welke de Commissie krachtens haar Statuut bevoegd is te behandelen.

Maatregelen in geval van schending van het Verdrag

Artikel 20

1.

De Algemene Conferentie neemt kennis van alle gevallen waarin, naar haar mening, een Verdragsluitende Partij haar verplichtingen ingevolge dit Verdrag niet volledig nakomt, en brengt de zaak onder de aandacht van de betrokken Partij, waarbij door haar passend geachte aanbevelingen worden gedaan.

2.

Indien, naar haar mening, de niet-naleving van de bepalingen een schending van het Verdrag vormt die vrede en veiligheid in gevaar zou kunnen brengen, meldt de Algemene Conferentie dit gelijktijdig aan de Veiligheidsraad en aan de Algemene Vergadering der Verenigde Naties door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, en aan de Raad van de Organisatie van Amerikaanse Staten. De Algemene Conferentie brengt eveneens de Internationale Organisatie voor Atoomenergie op de hoogte ter zake van die aangelegenheden welke overeenkomstig het Statuut van deze Organisatie van belang zijn.

Verenigde Naties en Organisatie van Amerikaanse Staten

Artikel 21

Geen van de bepalingen van dit Verdrag mag worden uitgelegd als een aantasting van de rechten en plichten van de Partijen ingevolge het Handvest van de Verenigde Naties of indien het Lid-Staten van de Organisatie van Amerikaanse Staten betreft, ingevolge bestaande regionale verdragen.

Voorrechten en immuniteiten

Artikel 22

1.

De Organisatie geniet op het grondgebied van elk der Verdragsluitende Partijen de rechtsbevoegdheid en de voorrechten en immuniteiten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doelstellingen.

2.

Vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen die geaccrediteerd zijn bij de Organisatie en functionarissen van de Organisatie genieten eveneens de voorrechten en immuniteiten die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun functies.

3.

De Organisatie kan overeenkomsten met de Verdragsluitende Partijen aangaan ten einde de bijzonderheden van de toepassing van het eerste en het tweede lid van dit artikel nader te regelen.

Kennisgeving van andere overeenkomsten

Artikel 23

Wanneer dit Verdrag eenmaal van kracht is, wordt het Secretariaat onverwijld op de hoogte gebracht indien een der Verdragsluitende Partijen een internationale overeenkomst sluit inzake aangelegenheden waarop dit Verdrag betrekking heeft; het Secretariaat houdt hiervan aantekening en stelt de andere Verdragsluitende Partijen ervan in kennis.

Regeling van geschillen

Artikel 24

Tenzij de betrokken Partijen tot overeenstemming komen omtrent een andere wijze van vreedzame regeling, wordt iedere kwestie of ieder geschil betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag, voor zover niet geregeld, met voorafgaande toestemming van de partijen bij het geschil voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

Ondertekening

Artikel 25

1.

Dit Verdrag staat te allen tijde open voor ondertekening door:

2.

De Algemene Conferentie neemt geen beslissing betreffende de toelating van een politieke eenheid wier gehele grondgebied of een gedeelte daarvan vóór de datum waarop dit Verdrag wordt opengesteld voor ondertekening het voorwerp is van een geschil of vordering tussen een land buiten het continent en een of meer Latijns-Amerikaanse Staten, zolang het geschil niet langs vreedzame weg is geregeld.

Bekrachtiging en nederlegging

Artikel 26

1.

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd door de ondertekenende Staten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke procedures.

2.

Dit Verdrag en de akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten, die hierbij wordt aangewezen als Depot-regering.

3.

De Depot-regering zendt gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag aan de Regeringen van de ondertekenende Staten en stelt hen in kennis van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging.

Voorbehouden

Artikel 27

Ten aanzien van dit Verdrag kunnen geen voorbehouden worden gemaakt.

Inwerkingtreding

Artikel 28

1.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel treedt dit Verdrag tussen de Staten die het hebben bekrachtigd in werking zodra aan de volgende vereisten is voldaan:

2.

Alle ondertekenende Staten hebben het onvervreemdbare recht af te zien van de vervulling, geheel of gedeeltelijk, van de in het voorgaande lid genoemde vereisten. Zij kunnen dat doen door middel van een verklaring die wordt gehecht aan hun onderscheiden akten van bekrachtiging en die kan worden afgelegd ten tijde van de nederlegging van de akte of daarna. Voor de Staten die van dit recht gebruik maken, treedt dit Verdrag in werking na nederlegging van de verklaring of zodra is voldaan aan de vereisten waarvan niet uitdrukkelijk is afgezien.

3.

Zodra dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid voor elf Staten in werking is getreden, belegt de Depot-regering een inleidende bijeenkomst van die Staten opdat de Organisatie kan worden opgericht en met haar arbeid kan aanvangen.

4.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag voor alle landen in het gebied, leidt het opkomen van een nieuwe macht die kernwapens bezit ertoe dat de uitvoering van dit Verdrag wordt opgeschort ten aanzien van de landen die het hebben bekrachtigd zonder te hebben afgezien van de vereisten genoemd in het eerste lid, paragraaf c van dit artikel, en die om zodanige opschorting verzoeken; het Verdrag blijft opgeschort totdat de nieuwe macht op eigen initiatief of op verzoek van de Algemene Conferentie, het aangehechte Aanvullende Protocol II bekrachtigt.

Amendementen

Artikel 29

1.

Elke Verdragsluitende Partij kan amendementen op dit Verdrag voorstellen en zijn voorstellen voorleggen aan de Raad door tussenkomst van de Algemene Secretaris, die deze aan alle andere Verdragsluitende Partijen en bovendien aan alle andere ondertekenende Staten toezendt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 6. Door bemiddeling van de Algemene Secretaris belegt de Raad onmiddellijk na de vergadering van de ondertekenaars een bijzondere zitting van de Algemene Conferentie ter bestudering van de ingediende voorstellen, voor het aannemen waarvan een twee derde meerderheid is vereist van de Verdragsluitende Partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.

2.

Aangenomen amendementen worden van kracht zodra de in artikel 28 van dit Verdrag genoemde vereisten zijn vervuld.

Looptijd en opzegging

Artikel 30

1.

Dit verdrag is van permanente aard en blijft voor onbepaalde tijd: van kracht, doch een Partij kan het opzeggen door kennisgeving aan de Algemene Secretaris van de Organisatie, indien naar het oordeel van de opzeggende Staat er zich omstandigheden voordoen of kunnen voordoen, verband houdende met de inhoud van dit Verdrag of van de aangehechte Aanvullende Protocollen I en II, die een nadelige invloed uitoefenen op haar hoogste belangen of op de vrede en de veiligheid vans een of meer Verdragsluitende Partijen.

2.

De opzegging gaat in drie maanden na indiening van de kennisgeving door de Regering van de betrokken ondertekenende Staat bij de Algemene Secretaris van de Organisatie. De Algemene Secretaris stelt de andere Verdragsluitende Partijen onverwijld van een zodanige kennisgeving op de hoogte, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter mededeling aan de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering der Verenigde Naties. Hij geeft hiervan eveneens kennis aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Authentieke teksten en registratie

Artikel 31

Dit Verdrag waarvan de Spaanse, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Portugese en de Russische tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt door de Depot-regering geregistreerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties. De Depot-regering geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties kennis van de ondertekeningen, bekrachtigingen en amenderingen van dit Verdrag: en deelt deze ter kennisneming mede aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Overgangsartikel

Intrekking van de in artikel 28, tweede lid, bedoelde verklaring is aan dezelfde procedures gebonden als de opzegging van dit Verdrag, zij het dat deze van kracht wordt op de datum waarop de desbetreffende kennisgeving wordt ontvangen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, having deposited their full powers, found in good and due form, sign this Treaty on behalf of their respective Governments.

DONE at Mexico, Distrito Federal, on the Fourteenth day of February, one thousand nine hundred and sixty-seven.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)