Verdrag tot instelling van het Caribisch Volksgezondheidsinstituut (CARPHA)

Type Verdrag
Publication 2015-05-08
State In force
Source BWB
artikelen 43
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De verdragsluitende partijen:

Geleid door de wens een Caribisch gebied te verwezenlijken waar de gezondheid van de inwoners wordt bevorderd en de kans op ziekte, letsel en invaliditeit wordt verkleind, en zo bij te dragen aan de welzijnsrevolutie afgekondigd in de verklaring van Port of Spain van de conferentie van regeringsleiders van de Caribische Gemeenschap (de conferentie) tijdens de top over chronische niet-overdraagbare ziekten van 15 september 2007;

Overwegende het CCH-initiatief (Caribbean Cooperation in Health) dat in 1984 werd voorgesteld tijdens een bijeenkomst van de conferentie van CARICOM-ministers belast met de volksgezondheid als een mechanisme ter bevordering van de gezondheid door toenemende samenwerking en stimulering van de technische samenwerking tussen de Caribische landen, dat formeel werd aangenomen en uitgewerkt door de conferentie van regeringsleiders bij de Verklaring van Nassau inzake de volksgezondheid van 2001: „De gezondheid van de regio is de rijkdom van de regio”, Nassau, Bahama’s, 6 juli 2001;

Gelet op het bestaan in de Cariben van de volgende vijf regionale gezondheidsinstanties (RHI’s)–

Het Caribische Centrum voor Epidemiologie (CAREC), dat wordt beheerd door de Pan-American Health Organisation (PAHO) voor het Caribisch gebied inclusief leden van de Caribische Gemeenschap;

Het Caribbean Environmental Health Institute (CEHI), dat in 1972 werd opgericht bij intergouvernementele overeenkomst tussen de leden van de Caribische Gemeenschap en wordt erkend als een instantie van de Caribische Gemeenschap;

Het Caribbean Food and Nutrition Institute (CFNI), dat wordt beheerd door de PAHO voor de Caribische regio inclusief leden van de Caribische Gemeenschap, en wordt erkend als een instantie van de Caribische Gemeenschap;

De Caribbean Health Research Council (CHRC), die door de ministers belast met de volksgezondheid in het Caribisch gebied oorspronkelijk werd opgericht in 1972 als de Commonwealth Caribbean Medical Research Council (CCMRC); en

Het Caribbean Regional Drug Testing Laboratory (CRDTL), opgericht bij intergouvernementele overeenkomst op 16 december 1974 gesloten tussen de leden van de Caribische Gemeenschap;

Erkennend dat er een aantal lacunes bestaan in de taken en diensten die de regionale gezondheidsinstanties verzorgen alsmede een zekere overlap bij de uitvoering van deze taken in de regio;

In herinnering roepend het mandaat van de conferentie bij haar eenentwintigste zitting in Georgetown, Guyana in juli 2002 om de efficiency en effectiviteit te toetsen van de vijf regionale gezondheidsinstanties, met als doel richting te geven aan de besluitvorming omtrent de versterking of herstructurering ervan teneinde beter te voorzien in de behoeften op het gebied van gezondheid in de Caribische regio;

Voorts geleid door de wens het besluit van de conferentie, genomen tijdens haar achtentwintigste zitting in Barbados 1-4 juli 2007, om de vijf regionale gezondheidsinstanties samen te voegen tot een instantie voor de volksgezondheid in het Caribisch gebied; en

Voorts erkennend dat de PAHO instemt met de integratie van de taken van zijn twee centra, CAREC en CFNI, in het door de Caribische Gemeenschap op te richten Caribisch Volksgezondheidsinstituut,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij uit het zinsverband anders volgt, wordt in dit Verdrag verstaan onder:

Artikel 2. Oprichting van CARPHA als een instantie van de Caribische Gemeenschap

1.

Hierbij wordt het Caribisch Volkgezondheidsinstituut (hierna te noemen „CARPHA”) opgericht met de structuur, doelstellingen en taken vervat in dit Verdrag.

2.

CARPHA is ingevolge artikel 21 van het Herziene Verdrag aangewezen als een instantie van de Caribische Gemeenschap.

Artikel 3. Lidmaatschap

1.

Het lidmaatschap van CARPHA staat open voor leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap.

2.

De raad kan staten of gebieden in de Caribische regio toelaten als geassocieerde leden van CARPHA die, naar het oordeel van de raad, een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen van CARPHA en in staat en bereid zijn de rechten te genieten en de verplichtingen na te komen die zijn vervat in dit Verdrag.

3.

De staten of gebieden genoemd in het tweede lid die geassocieerd lid wensen te worden van CARPHA dienen daartoe een verzoek in bij de raad van bestuur die het verzoek ter behandeling doet toekomen aan de raad.

4.

De raad kan instanties en andere organisaties van de Gemeenschap die bijdragen aan de doelstellingen van CARPHA tot CARPHA toelaten als waarnemer.

5.

Onverminderd de bepalingen van het vierde lid worden de volgende organisaties bij dezen erkend als organisaties die voldoen aan de voorwaarden om te worden toegelaten als waarnemer en worden door de raad uitgenodigd om onder wederzijds overeengekomen voorwaarden deel te nemen aan de werkzaamheden van CARPHA:

Artikel 4. Doelstellingen

De doelstellingen van CARPHA zijn:

Artikel 5. Functies

Teneinde de doelstellingen vervat in artikel 4 te verwezenlijken verricht CARPHA de volgende taken:

Artikel 6. Samenstelling van CARPHA

CARPHA heeft de volgende organen met de taken omschreven in dit Verdrag:

Artikel 7. De raad van ministers

1.

De raad van ministers (de raad) bestaat uit de ministers die belast zijn met de volksgezondheid van de leden van CARPHA. De raad komt eenmaal per jaar tijdens de vergadering van COHSOD bijeen en in buitengewone zitting zo vaak als de raad dat nodig of wenselijk acht.

2.

Elk lid van de raad is gerechtigd een plaatsvervangend minister of een vervangende vertegenwoordiger aan te wijzen die de minister vertegenwoordigt in de raad indien de minister verhinderd is. Indien de aangewezen vervanger geen minister is, wordt de vervangende vertegenwoordiger bekleed met de bevoegdheden van de minister of met de bevoegdheid tijdens de bijeenkomst beleidsbeslissingen te nemen namens de minister die hij vertegenwoordigt.

3.

Overeenkomstig het zesde lid van dit artikel heeft elk lid van de raad één stem. De raad neemt beslissingen met een meerderheid van twee derde van zijn leden die gerechtigd zijn hun stem uit te brengen en deze beslissingen zijn juridisch bindend. De raad doet aanbevelingen met een gewone meerderheid van stemmen. Aanbevelingen doen geen juridisch bindende verplichtingen ontstaan. Beslissingen ter zake van de bijdrage van de leden of de begroting van CARPHA worden genomen met eenparigheid van stemmen.

4.

De raad kan waarnemers toelaten tot zijn beraadslagingen en geassocieerde leden zijn gerechtigd als waarnemer bij de beraadslagingen van de raad aanwezig te zijn; deze waarnemers hebben evenwel geen stemrecht.

5.

De raad kan de leden aanbevelen het lidmaatschap van leden te schorsen wier regeringen voortdurend in strijd handelen met verplichtingen die zij bij of uit hoofde van dit Verdrag hebben aanvaard. Bij het nemen van beslissingen uit hoofde van dit lid is de vertegenwoordiger van een land waartegen maatregelen worden genomen niet gerechtigd zijn stem uit te brengen.

6.

Overeenkomstig dit artikel stelt de raad zijn reglement van orde vast.

Artikel 8. Taken van de raad

Ter bevordering van de doelstellingen van CARPHA –

Artikel 9. De raad van bestuur

1.

De raad van bestuur bestaat uit de volgende bestuursleden:

2.

De uitvoerend directeur is bevoegd de vergaderingen van de raad van bestuur bij te wonen, maar heeft geen stemrecht.

3.

De voorzitter van COHSOD is voorzitter van de raad van bestuur. Indien de voorzitter afwezig is, kiezen de leden van de raad van bestuur een minister die een lid van CARPHA vertegenwoordigt tot voorzitter van de vergadering.

4.

Geassocieerde leden en waarnemers die niet vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur uit hoofde van het eerste lid, onderdelen e en f, kunnen als waarnemer vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen maar mogen niet stemmen.

5.

Met uitzondering van de leden benoemd uit hoofde van het eerste lid, onderdeel a en h, worden de leden van de raad van bestuur benoemd voor een termijn van twee jaar en kunnen zij herbenoemd worden.

6.

De raad van bestuur komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen en komt zo vaak als de raad van bestuur dat nodig of wenselijk acht in buitengewone zitting bijeen.

7.

CARPHA kan de kosten vergoeden die de leden van de raad van bestuur maken voor het bijwonen van de vergaderingen van de raad.

8.

Elk lid van de raad van bestuur heeft één stem. Indien de stemmen staken, brengt de voorzitter de beslissende stem uit.

9.

De raad van bestuur neemt beslissingen met een gekwalificeerde meerderheid van ten minste driekwart van de stemmen van zijn leden.

10.

Met inachtneming van de bepalingen van dit artikel stelt de raad van bestuur zijn eigen reglement van orde vast.

Artikel 10. Taken van de raad van bestuur

De raad van bestuur verricht de volgende taken:

Artikel 11. Het technisch adviescomité

1.

De uitvoerend directeur benoemt de leden van het technisch adviescomité onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van bestuur.

2.

Het technisch adviescomité bestaat uit de volgende leden:

3.

Elk lid van het technisch adviescomité heeft één stem.

4.

Het technisch adviescomité kiest zijn voorzitter uit zijn leden en de voorzitter bekleedt deze functie één jaar. De voorzitter is herkiesbaar.

5.

Het technisch adviescomité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen en wel onmiddellijk voorafgaand aan de jaarlijkse vergadering van de raad van bestuur en dient bij de raad van bestuur een jaarverslag in over zijn activiteiten. Vergaderingen worden bijeengeroepen door de uitvoerend directeur van de raad van bestuur die zorgt voor secretariële en administratieve ondersteuning van het technisch adviescomité en zijn vergaderingen.

6.

CARPHA vergoedt de kosten die de leden van het technisch adviescomité maken voor het bijwonen van de vergaderingen van het technisch adviescomité.

7.

Het technisch adviescomité neemt beslissingen met een gewone meerderheid van stemmen.

8.

Geassocieerde leden kunnen deelnemen aan de vergaderingen van het technisch adviescomité, maar mogen niet stemmen.

9.

Waarnemers kunnen worden uitgenodigd voor het bijwonen van een vergadering van het technisch adviescomité ter zake van een agendapunt dat relevant is voor hun respectieve werkzaamheden.

10.

Het technisch adviescomité kan subcomités instellen voor de behandeling van specifieke thematische kwesties.

11.

Het technisch adviescomité kan met inachtneming van de bepalingen van dit artikel zijn eigen reglement van orde aannemen.

Artikel 12. Taken van het technisch adviescomité

Het technisch adviescomité is verantwoordelijk voor het adviseren van de raad van bestuur over de wetenschappelijke en technische onderdelen van het werkprogramma en in het bijzonder over:

Artikel 13. De uitvoerend directeur

1.

De uitvoerend directeur wordt op aanwijzing van de raad benoemd door de raad van bestuur. De uitvoerend directeur bekleedt deze functie gedurende vijf jaar en kan worden herbenoemd.

2.

De taken van de uitvoerend directeur bestaan uit:

3.

Indien de functie vacant is of bij langdurige afwezigheid of onvermogen, treft de raad van bestuur passende regelingen voor het verrichten van de taken van de uitvoerend directeur en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad.

Artikel 14. Het technisch secretariaat

1.

De uitvoerend directeur benoemt de directeuren en andere medewerkers voor het technisch secretariaat die de raad van bestuur nodig acht voor het verrichten van de taken van CARPHA in overeenstemming met de door de raad goedgekeurde ramingen.

2.

Voorafgaand aan hun benoeming moeten de directeuren van CARPHA worden goedgekeurd door de raad van bestuur.

3.

Op elke benoeming van medewerkers zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgesteld door de raad van bestuur en vastgelegd in het personeelsreglement.

4.

Bij de benoeming van medewerkers laat de uitvoerend directeur zich leiden door het beginsel van de evenredige geografische vertegenwoordiging van de leden van CARPHA en het vereiste dat de hoogste efficiencynormen dienen te worden gewaarborgd bij de dienstverlening.

Artikel 15. Taken van het technisch secretariaat

Het technisch secretariaat verricht de volgende taken:

Artikel 16. Inkomsten van CARPHA

1.

De inkomsten van CARPHA bestaan uit:

Artikel 17. Zetel

1.

De zetel van CARPHA wordt gevestigd in Trinidad en Tobago.

2.

Waar nodig voor het verrichten van zijn taken vestigt CARPHA kantoren op het grondgebied van zijn leden, hetgeen dient te worden bekrachtigd door de raad en het lid.

3.

Het gastland verleent CARPHA en de medewerkers van het technisch secretariaat de rechten, voorrechten en immuniteiten vervat in dit Verdrag.

4.

Met inachtneming van dit Verdrag sluit de uitvoerend directeur overeenkomsten met de desbetreffende gastlanden ter zake van de zetel en kantoren van CARPHA en de aan CARPHA en de medewerkers van het secretariaat te verlenen rechten, voorrechten, immuniteiten en voorzieningen.

Artikel 18. Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten

De leden verlenen CARPHA binnen hun rechtsgebied de status, immuniteiten, vrijwaringen en voorrechten vervat in de artikelen 19 tot en met 26 teneinde CARPHA in staat te stellen zijn doelstellingen te verwezenlijken en zijn taken te verrichten.

Artikel 19. Rechtspersoonlijkheid van CARPHA

1.

CARPHA bezit volledige rechtspersoonlijkheid en heeft, in het bijzonder, de volledige bevoegdheid:

2.

CARPHA kan ter verwezenlijking van zijn doelstellingen overeenkomsten aangaan met leden, derde staten en andere internationale organisaties.

3.

In gerechtelijke procedures wordt CARPHA vertegenwoordigd door de uitvoerend directeur.

Artikel 20. Gerechtelijke procedures

1.

CARPHA geniet immuniteit van elke vorm van rechtsvervolging, met uitzondering van zaken die voortvloeien uit of verband houden met de aankoop van grond, effecten of verhandelbare goederen, in welk geval tegen CARPHA vorderingen kunnen worden ingesteld bij de bevoegde rechter op het grondgebied van een lid of geassocieerd lid waar CARPHA een kantoor heeft of een vertegenwoordiger heeft benoemd voor de ontvangst van dagvaardingen.

2.

Onverminderd de bepalingen van het eerste lid worden tegen CARPHA geen vorderingen ingesteld door een lid, een instantie daarvan noch door een entiteit of persoon die middellijk of onmiddellijk optreedt voor of vorderingen ontleent aan een lid. De leden kunnen gebruikmaken van speciale procedures voor het regelen van geschillen tussen CARPHA en zijn leden, hetgeen kan worden voorzien in dit Verdrag.

3.

CARPHA, zijn eigendommen en activa, ongeacht waar zij zijn gelegen of wie hen onder zich heeft, worden gevrijwaard van iedere vorm van inbeslagname, beslaglegging of executie voordat een definitief vonnis tegen CARPHA is uitgesproken.

4.

Niets in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat een persoon die schade lijdt vanwege een ongeval met een motorvoertuig belet wordt een rechtsvordering in te stellen tegen CARPHA, zijn functionarissen, vertegenwoordigers of deskundigen.

Artikel 21. Immuniteit van eigendommen en archieven

1.

Eigendommen en activa van CARPHA, ongeacht waar zij zich bevinden of wie hen onder zich heeft, worden gevrijwaard van onderzoek, beslaglegging, inbeslagname, onteigening en iedere andere vorm van beslaglegging of executie op last van de uitvoerende of wetgevende macht.

2.

De archieven van CARPHA en alle documenten in het algemeen die toebehoren aan of in het bezit zijn van CARPHA zijn onschendbaar, ongeacht waar zij zich bevinden.

Artikel 22. Vrijwaring van de activa van beperkingen

Voor zover nodig ter verwezenlijking van de doelstellingen en het daadwerkelijk verrichten van de taken van CARPHA en met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag

Artikel 23. Voorrecht van communicatie

De officiële communicatie van CARPHA wordt door alle leden op een wijze behandeld die niet minder gunstig is dan die geldt voor de officiële communicatie van andere leden.

Artikel 24. Voorrechten en immuniteiten van medewerkers van CARPHA

De uitvoerend directeur, directeuren en andere leidinggevenden van CARPHA van wie kennisgeving is gedaan aan en die zijn goedgekeurd door de leden, de raad van bestuur, de raad en deskundigen die opdrachten uitvoeren voor CARPHA –

Artikel 25. Vrijstelling van belastingen

1.

CARPHA, zijn vermogensbestanddelen, eigendommen, inkomsten, werkzaamheden en transacties zijn vrijgesteld van alle directe belastingen en alle douaneheffingen op goederen die worden geïmporteerd voor officieel gebruik door CARPHA.

2.

Onverminderd de bepalingen van het eerste lid van dit artikel, beroept CARPHA zich niet op vrijstelling van belastingen die niets anders zijn dan retributies voor openbare diensten.

3.

CARPHA beroept zich gewoonlijk niet op vrijstelling van accijnzen en van belasting op de verkoop van roerende en onroerende zaken die deel uitmaken van het verschuldigde bedrag. Indien CARPHA evenwel belangrijke aankopen doet voor officieel gebruik van zaken waarop deze heffingen en belastingen in rekening zijn gebracht of verschuldigd zijn, treffen de leden passende administratieve regelingen voor de kwijtschelding of teruggave van de heffing of belasting.

4.

Goederen geïmporteerd met vrijstelling van douaneheffingen zoals voorzien in het eerste lid van dit artikel, of ter zake waarvan kwijtschelding of teruggave van heffingen of belastingen uit hoofde van het derde lid heeft plaatsgevonden, mogen niet worden verkocht op het grondgebied van het lid dat de vrijstelling, kwijtschelding of teruggave heeft verleend, tenzij zulks geschiedt op voorwaarden overeengekomen met het lid.

5.

Geen belasting wordt geheven op of ter zake van door CARPHA betaalde salarissen en vergoedingen aan directeuren, functionarissen of deskundigen die opdrachten uitvoeren voor CARPHA. De leden behouden zich evenwel het recht voor belasting te heffen van hun eigen inwoners, onderdanen of personen gevestigd op hun grondgebied.

Artikel 26. Afstand van immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten

1.

De vrijstellingen, immuniteiten en voorrechten voorzien in de artikelen 21 tot en met 27 worden verleend ten behoeve van CARPHA. De raad kan besluiten in de mate en op voorwaarden door hem te bepalen afstand te doen van de in die artikelen voorziene immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten indien de belangen van CARPHA daarmee naar zijn oordeel het best zijn gediend.

2.

De uitvoerend directeur is bevoegd en verplicht ter zake van een functionaris of deskundige die een opdracht uitvoert voor CARPHA afstand te doen van elke immuniteit, vrijstelling of elk voorrecht, indien een immuniteit, vrijstelling of voorrecht naar zijn oordeel de rechtsgang zou belemmeren en er afstand van kan worden gedaan zonder de belangen van CARPHA te schaden.

3.

In vergelijkbare omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als vervat in het tweede lid is de raad bevoegd en verplicht ter zake van de uitvoerend directeur afstand te doen van zijn immuniteiten, vrijstellingen of voorrechten.

Artikel 27. Implementatie

Elk lid neemt passende maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van de artikelen 21 tot en met 27 onder zijn rechtsmacht en stelt CARPHA binnen zes maanden na de ondertekening van het Verdrag daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 28. Kwesties omtrent interpretatie en toepassing

1.

Elke kwestie omtrent de interpretatie of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag waarin niet uitdrukkelijk elders is voorzien wordt ter beslissing voorgelegd aan de raad.

2.

In elk geval waarin de raad heeft beslist overeenkomstig het eerste lid van dit artikel kan een lid vorderen dat de kwestie wordt voorgelegd aan een scheidsgerecht dat in overeenstemming met artikel 29 wordt ingesteld en een bindende uitspraak doet.

In afwachting van en onverminderd de beslissing van het scheidsgerecht, kan CARPHA optreden overeenkomstig de beslissing van de raad.

Artikel 29. Instelling van een scheidsgerecht

1.

Elk lid dat partij is bij een geschil is gerechtigd een scheidsrechter te benoemen. De twee door de partijen gekozen scheidsrechters worden benoemd binnen vijftien dagen na de beslissing de zaak voor te leggen voor arbitrage. De twee scheidsrechters benoemen binnen vijftien dagen na hun benoeming een derde scheidsrechter die zal optreden als voorzitter. Voor zover uitvoerbaar zijn de scheidsrechters geen onderdanen van één van de partijen bij het geschil.

2.

Indien meer dan twee leden partij zijn bij een geschil, komen de betrokken partijen binnen vijftien dagen na de beslissing de zaak voor te leggen voor arbitrage gezamenlijk overeen welke twee scheidsrechters moeten worden benoemd en de twee scheidsrechters benoemen binnen vijftien dagen na hun benoeming een derde scheidsrechter die zal optreden als voorzitter.

3.

Indien geen overeenstemming kan worden bereikt uit hoofde van het eerste of tweede lid, of indien er een geschil ontstaat omtrent de keuze van een scheidsrechter, verricht de Secretaris-Generaal binnen tien dagen de benoeming en indien de scheidsrechters verzuimen binnen de voorgeschreven termijn een voorzitter te benoemen, verricht de Secretaris-Generaal binnen tien dagen de benoeming.

4.

Onverminderd het eerste, tweede en derde lid, kunnen leden die partij zijn bij een geschil de zaak voorleggen voor arbitrage en ermee instemmen dat de Secretaris-Generaal een enkele scheidsrechter benoemt die geen onderdaan mag zijn van een partij bij het geschil.

Artikel 30. Procedureregels van het scheidsgerecht

1.

Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag.

2.

De procedureregels waarborgen dat de partijen bij een geschil het recht hebben ten minste eenmaal te worden gehoord door het scheidsgerecht en de eerste schriftelijke stukken en schriftelijke verweren in te dienen.

3.

De zittingen, beraadslagingen en het eerste verslag van het scheidsgerecht en alle schriftelijke stukken en mondelinge verklaringen voor en communicatie met het scheidsgerecht zijn vertrouwelijk.

4.

Het scheidsgerecht kan elk lid verzoeken mondeling of schriftelijk zienswijzen in te dienen.

5.

De uitspraak van het scheidsgerecht dient beperkt te zijn tot het onderwerp van het geschil en de gronden voor de beslissing te bevatten.

6.

Indien de partijen bij een geschil geen overeenstemming kunnen bereiken over de interpretatie of toepassing van de uitspraak, kan elke partij het scheidsgerecht binnen dertig dagen verzoeken om een uitspraak. Het scheidsgerecht wordt opgeheven, tenzij het een verzoek om een vonnis ontvangt, in welk geval het gedurende een redelijke termijn van ten hoogste dertig dagen wordt voortgezet teneinde tot een vonnis te kunnen komen.

7.

Beslissingen van het scheidsgerecht worden genomen bij een meerderheid van stemmen van zijn leden en deze zijn definitief en bindend voor de leden die partij zijn bij het geschil.

Artikel 31. Voegen van derde partijen bij procedure

Een lid dat geen partij is bij een geschil, kan door de afgifte van een kennisgeving aan de partijen bij een geschil en de Secretaris-Generaal toestemming krijgen alle zittingen bij te wonen en de schriftelijke stukken van de partijen bij een geschil te ontvangen en mondeling of schriftelijk zijn zienswijze bekend te maken aan het scheidsgerecht.

Artikel 32. Aanvullende informatie van deskundigen

Zodra een procedure is ingesteld, kan het scheidsgerecht uit eigen beweging of op verzoek van een partij bij het geschil een deskundige die of een orgaan dat het daarvoor geschikt acht verzoeken om informatie en technisch advies, mits de partijen bij het geschil daarmee instemmen en op voorwaarden die zij kunnen overeenkomen.

Artikel 33. Kosten van het scheidsgerecht

1.

De kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de vergoedingen en verblijfskosten van scheidsrechters en deskundigen die ten behoeve van een geschil zijn ingeschakeld worden gelijkelijk gedragen door de leden die partij zijn bij het geschil, tenzij het scheidsgerecht gelet op de omstandigheden van de zaak anders beslist.

2.

Indien een derde partij zich voegt in de procedure, draagt die partij de kosten die daarmee verband houden.

Artikel 34. Overgangsregeling

1.

CARPHA aanvaardt alle rechten, verplichtingen, activa en passiva die toebehoren aan de RHI’s.

2.

In het kader van het eerste lid kan de uitvoerend directeur CARPHA vertegenwoordigen en onderhandelen over overeenkomsten met staten, intergouvernementele organisaties en andere entiteiten en deze ondertekenen, indien zulks nodig is ter aanvaarding door CARPHA van de rechten, verplichtingen, activa en passiva van de RHI’s.

3.

Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan CARPHA de taken van de RHI’s vervullen die verenigbaar zijn met zijn doelstellingen en taken vervat in dit Verdrag.

4.

Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag blijven de RHI’s hun respectieve taken vervullen tot het tijdstip waarop de overdracht ervan aan CARPHA voltooid is en hun rechten, verplichtingen, activa en passiva rechtsgeldig zijn overgedragen aan CARPHA.

5.

De RHI’s kunnen CARPHA uitsluitend vertegenwoordigen indien zij daartoe schriftelijk zijn aangewezen door de raad of door de uitvoerend directeur die handelt op aanwijzing van de raad.

Artikel 35. Opheffing van de regionale gezondheidsorganisaties van de Caribische Gemeenschap

1.

De partijen van het CEHI stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van het Caribbean Environmental Health Institute en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

2.

De partijen bij het CRDTL stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van het Caribbean Regional Drug Testing Laboratory en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

3.

De partijen van de CHRC stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van de Caribbean Health Research Council en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 36. Management tijdens de overgang

1.

De raad geeft de raad van bestuur algemene aanwijzingen voor de uitvoering van de overgang van de RHI’s naar CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

2.

De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het management van en toezicht op alle benodigde activiteiten voor de overgang van de RHI’s naar CARPHA en brengt ieder kwartaal verslag uit aan de raad. De raad van bestuur kan de uitvoering van elk van zijn taken uit hoofde van dit artikel delegeren aan de uitvoerend directeur.

3.

De RHI’s brengen via de uitvoerend directeur verslag uit aan de raad van bestuur. De uitvoerend directeur kan de RHI’s aanwijzingen geven voor elke aangelegenheid wanneer dat nodig is voor de overgang naar CARPHA.

Artikel 37. Ondertekening

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door elk van de leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap.

Artikel 38. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap treedt op als depositaris van dit Verdrag.

Artikel 39. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking na de ondertekening door acht leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap overeenkomstig artikel 37.

Artikel 40. Registratie

Dit Verdrag en alle wijzigingen ervan worden in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

Artikel 41. Toetreding

1.

Elk lid en elk geassocieerd lid van de Caribische Gemeenschap dat op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag geen verdragsluitende partij is, kan toetreden tot dit Verdrag en lid worden onder door de raad te bepalen voorwaarden.

2.

De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

Artikel 42. Opzegging

1.

Een lid kan dit Verdrag schriftelijk opzeggen met een opzegtermijn van een jaar door kennisgeving aan de depositaris die de overige leden daarvan onverwijld in kennis stelt. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum waarop de depositaris de kennisgeving heeft ontvangen, tenzij het lid de depositaris voordat de opzegging van kracht wordt schriftelijk ervan in kennis stelt de kennisgeving te herroepen.

2.

Een lid dat dit Verdrag opzegt is verplicht alle financiële en andere verplichtingen na te komen die het naar behoren heeft aanvaard als lid. Dit omvat mede alle aangelegenheden die betrekking hebben op beroep ingediend voordat de opzegging van kracht wordt.

Artikel 43. Implementatie

De leden treffen alle noodzakelijke maatregelen van wetgevende, uitvoerende en administratieve aard voor de uitvoering van dit Verdrag. Deze maatregelen worden zo spoedig mogelijk genomen en de uitvoerend directeur wordt daarover geïnformeerd.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned duly authorised in that behalf by their respective Governments have executed this Agreement.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)