Verdrag tot instelling van het Caribisch Volksgezondheidsinstituut (CARPHA)
De verdragsluitende partijen:
Geleid door de wens een Caribisch gebied te verwezenlijken waar de gezondheid van de inwoners wordt bevorderd en de kans op ziekte, letsel en invaliditeit wordt verkleind, en zo bij te dragen aan de welzijnsrevolutie afgekondigd in de verklaring van Port of Spain van de conferentie van regeringsleiders van de Caribische Gemeenschap (de conferentie) tijdens de top over chronische niet-overdraagbare ziekten van 15 september 2007;
Overwegende het CCH-initiatief (Caribbean Cooperation in Health) dat in 1984 werd voorgesteld tijdens een bijeenkomst van de conferentie van CARICOM-ministers belast met de volksgezondheid als een mechanisme ter bevordering van de gezondheid door toenemende samenwerking en stimulering van de technische samenwerking tussen de Caribische landen, dat formeel werd aangenomen en uitgewerkt door de conferentie van regeringsleiders bij de Verklaring van Nassau inzake de volksgezondheid van 2001: „De gezondheid van de regio is de rijkdom van de regio”, Nassau, Bahama’s, 6 juli 2001;
Gelet op het bestaan in de Cariben van de volgende vijf regionale gezondheidsinstanties (RHI’s)–
Het Caribische Centrum voor Epidemiologie (CAREC), dat wordt beheerd door de Pan-American Health Organisation (PAHO) voor het Caribisch gebied inclusief leden van de Caribische Gemeenschap;
Het Caribbean Environmental Health Institute (CEHI), dat in 1972 werd opgericht bij intergouvernementele overeenkomst tussen de leden van de Caribische Gemeenschap en wordt erkend als een instantie van de Caribische Gemeenschap;
Het Caribbean Food and Nutrition Institute (CFNI), dat wordt beheerd door de PAHO voor de Caribische regio inclusief leden van de Caribische Gemeenschap, en wordt erkend als een instantie van de Caribische Gemeenschap;
De Caribbean Health Research Council (CHRC), die door de ministers belast met de volksgezondheid in het Caribisch gebied oorspronkelijk werd opgericht in 1972 als de Commonwealth Caribbean Medical Research Council (CCMRC); en
Het Caribbean Regional Drug Testing Laboratory (CRDTL), opgericht bij intergouvernementele overeenkomst op 16 december 1974 gesloten tussen de leden van de Caribische Gemeenschap;
Erkennend dat er een aantal lacunes bestaan in de taken en diensten die de regionale gezondheidsinstanties verzorgen alsmede een zekere overlap bij de uitvoering van deze taken in de regio;
In herinnering roepend het mandaat van de conferentie bij haar eenentwintigste zitting in Georgetown, Guyana in juli 2002 om de efficiency en effectiviteit te toetsen van de vijf regionale gezondheidsinstanties, met als doel richting te geven aan de besluitvorming omtrent de versterking of herstructurering ervan teneinde beter te voorzien in de behoeften op het gebied van gezondheid in de Caribische regio;
Voorts geleid door de wens het besluit van de conferentie, genomen tijdens haar achtentwintigste zitting in Barbados 1-4 juli 2007, om de vijf regionale gezondheidsinstanties samen te voegen tot een instantie voor de volksgezondheid in het Caribisch gebied; en
Voorts erkennend dat de PAHO instemt met de integratie van de taken van zijn twee centra, CAREC en CFNI, in het door de Caribische Gemeenschap op te richten Caribisch Volksgezondheidsinstituut,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Tenzij uit het zinsverband anders volgt, wordt in dit Verdrag verstaan onder:
- „Verdrag” het Verdrag tot oprichting van het Caribisch Volksgezondheidsinstituut (hierna te noemen „CARPHA”);
- „geassocieerd lid” een geassocieerd lid van CARPHA dat is toegelaten overeenkomstig artikel 3;
- „bestuurslid” een lid van de raad van bestuur;
- „CAREC” het Caribische Centrum voor Epidemiologie, beheerd door de PAHO voor de Caribische regio inclusief leden van de Caribische Gemeenschap;
- „Caribische Gemeenschap” de Caribische Gemeenschap ingesteld bij het Herziene Verdrag;
- „CARPHA” het Caribisch Volksgezondheidsinstituut opgericht ingevolge artikel 2;
- „CCH” de Caribbean Cooperation in Health het regionaal strategisch kader voor samenwerking op het gebied van gezondheid, goedgekeurd door de conferentie van de ministers belast met de volksgezondheid en bij de verklaring van Nassau in juli 2001 bekrachtigd door de conferentie van regeringsleiders van de Caribische Gemeenschap;
- „CEHI” het Caribbean Environmental Health Institute, in 1972 opgericht bij intergouvernementele overeenkomst tussen de leden van de Caribische Gemeenschap;
- „CFNI” het Caribbean Food and Nutrition Institute, beheerd door de PAHO voor de Caribische regio, inclusief leden van de Caribische Gemeenschap;
- „CHRC” de Caribbean Health Research Council, die oorspronkelijk in 1972 werd opgericht als de Commonwealth Caribbean Medical Research Council (CCMRC) door de ministers belast met de volksgezondheid in het Caribisch gebied;
- „COHSOD” de Council for Human and Social Development van de Caribische Gemeenschap;
- „raad” de raad van ministers, opgericht bij artikel 7;
- „CRDTL” het Caribbean Regional Drug Testing Laboratory, opgericht bij intergouvernementele overeenkomst op 16 december 1974 gesloten tussen de leden van de Caribische Gemeenschap;
- „de raad van bestuur” de raad van bestuur opgericht bij artikel 6;
- „uitvoerend directeur” de uitvoerend directeur van CARPHA benoemd overeenkomstig artikel 13;
- „orgaan” een entiteit opgericht bij artikel 6;
- „lid” een land dat het Verdrag ondertekend heeft;
- „PAHO” de Pan-American Health Organisation, een internationaal agentschap voor de volksgezondheid dat fungeert als regionaal kantoor van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor Noord- en Zuid-Amerika en deel uitmaakt van het systeem van de Verenigde Naties;
- „Herzien Verdrag” het Herzien Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, op 4 juli 2001 ondertekend te Nassau, Bahama’s;
- „RHI’s”, de regionale gezondheidsinstanties die zullen worden opgenomen in CARPHA. Het betreft: CAREC, CEHI, CFNI, CHRC en CRDTL;
- „Secretaris-Generaal” de Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap;
- „technisch adviescomité” het comité opgericht bij artikel 11.
Artikel 2. Oprichting van CARPHA als een instantie van de Caribische Gemeenschap
Hierbij wordt het Caribisch Volkgezondheidsinstituut (hierna te noemen „CARPHA”) opgericht met de structuur, doelstellingen en taken vervat in dit Verdrag.
CARPHA is ingevolge artikel 21 van het Herziene Verdrag aangewezen als een instantie van de Caribische Gemeenschap.
Artikel 3. Lidmaatschap
Het lidmaatschap van CARPHA staat open voor leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap.
De raad kan staten of gebieden in de Caribische regio toelaten als geassocieerde leden van CARPHA die, naar het oordeel van de raad, een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het verwezenlijken van de doelstellingen van CARPHA en in staat en bereid zijn de rechten te genieten en de verplichtingen na te komen die zijn vervat in dit Verdrag.
De staten of gebieden genoemd in het tweede lid die geassocieerd lid wensen te worden van CARPHA dienen daartoe een verzoek in bij de raad van bestuur die het verzoek ter behandeling doet toekomen aan de raad.
De raad kan instanties en andere organisaties van de Gemeenschap die bijdragen aan de doelstellingen van CARPHA tot CARPHA toelaten als waarnemer.
Onverminderd de bepalingen van het vierde lid worden de volgende organisaties bij dezen erkend als organisaties die voldoen aan de voorwaarden om te worden toegelaten als waarnemer en worden door de raad uitgenodigd om onder wederzijds overeengekomen voorwaarden deel te nemen aan de werkzaamheden van CARPHA:
- a. het Caribbean Community Climate Change Centre (CCCCC);
- b. het Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA); en
- c. de PAHO.
Artikel 4. Doelstellingen
De doelstellingen van CARPHA zijn:
- a. bevorderen van de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van de bevolking in de Cariben;
- b. verschaffen van strategische aanwijzingen bij het analyseren en formuleren van en inspelen op de prioriteiten van de Caribische Gemeenschap op het gebied van de volksgezondheid;
- c. bevorderen en uitwerken van maatregelen ter voorkoming van ziekte in de Cariben;
- d. ondersteunen van de Caribische Gemeenschap bij de voorbereiding op en het optreden bij noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid;
- e. bevorderen van de solidariteit op het gebied van gezondheid als een van de voornaamste pijlers van functionele samenwerking binnen de Caribische Gemeenschap; en
- f. ondersteunen van de desbetreffende doelstellingen van de CCH zoals goedgekeurd door de raad.
Artikel 5. Functies
Teneinde de doelstellingen vervat in artikel 4 te verwezenlijken verricht CARPHA de volgende taken:
- a. verschaffen van een wetenschappelijke onderbouwing voor de besluitvorming en het beleid inzake de volksgezondheid in de Cariben, met inbegrip van het formuleren, verzamelen, onderhouden en analyseren van minimumdatasets, analyses van de gezondheidssituatie, het kritisch analyseren van de gevolgen van maatschappelijke en andere bepalende factoren voor de gezondheid en reageren op interventies op het gebied van de volksgezondheid;
- b. verrichten van relevant onderzoek voor de prioriteiten op het gebied van de volksgezondheid in de Cariben;
- c. verschaffen van ondersteuning en coördinatie bij de ontwikkeling van regionale normen en netwerken ten behoeve van laboratoriumpraktijken;
- d. coördineren van effectieve respons op crises op het gebied van de volksgezondheid in de Cariben;
- e. een voortrekkersrol vervullen bij het formuleren van effectieve interventies op het gebied van de volksgezondheid in de Cariben en het ontwikkelen en aanpassen van relevante modellen voor verschillende situaties;
- f. verstrekken van accurate, betrouwbare, tijdige en relevante informatie over de volksgezondheid aan uiteenlopende Caribische en internationale doelgroepen;
- g. bevorderen van de nationale capaciteit tot het leveren van goederen en diensten op het gebied van de volksgezondheid ten behoeve van nieuwe en toekomstige prioriteiten op het gebied van de volksgezondheid in de Cariben door voortdurende scholing, training en samenwerking;
- h. opstellen van een jaarverslag over de staat van de volksgezondheid in het Caribisch gebied;
- i. aangaan van strategische allianties met regionale en internationale partners;
- j. mobiliseren van middelen voor prioriteitskwesties op het gebied van de volksgezondheid;
- k. monitoren van mondiale afspraken en ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de volksgezondheid; en
- l. uitvoeren van maatregelen om de goedgekeurde doelstellingen van de CCH te verwezenlijken.
Artikel 6. Samenstelling van CARPHA
CARPHA heeft de volgende organen met de taken omschreven in dit Verdrag:
- a. de raad van ministers;
- b. de raad van bestuur;
- c. het technisch adviescomité; en
- d. het technisch secretariaat en een uitvoerend directeur.
Artikel 7. De raad van ministers
De raad van ministers (de raad) bestaat uit de ministers die belast zijn met de volksgezondheid van de leden van CARPHA. De raad komt eenmaal per jaar tijdens de vergadering van COHSOD bijeen en in buitengewone zitting zo vaak als de raad dat nodig of wenselijk acht.
Elk lid van de raad is gerechtigd een plaatsvervangend minister of een vervangende vertegenwoordiger aan te wijzen die de minister vertegenwoordigt in de raad indien de minister verhinderd is. Indien de aangewezen vervanger geen minister is, wordt de vervangende vertegenwoordiger bekleed met de bevoegdheden van de minister of met de bevoegdheid tijdens de bijeenkomst beleidsbeslissingen te nemen namens de minister die hij vertegenwoordigt.
Overeenkomstig het zesde lid van dit artikel heeft elk lid van de raad één stem. De raad neemt beslissingen met een meerderheid van twee derde van zijn leden die gerechtigd zijn hun stem uit te brengen en deze beslissingen zijn juridisch bindend. De raad doet aanbevelingen met een gewone meerderheid van stemmen. Aanbevelingen doen geen juridisch bindende verplichtingen ontstaan. Beslissingen ter zake van de bijdrage van de leden of de begroting van CARPHA worden genomen met eenparigheid van stemmen.
De raad kan waarnemers toelaten tot zijn beraadslagingen en geassocieerde leden zijn gerechtigd als waarnemer bij de beraadslagingen van de raad aanwezig te zijn; deze waarnemers hebben evenwel geen stemrecht.
De raad kan de leden aanbevelen het lidmaatschap van leden te schorsen wier regeringen voortdurend in strijd handelen met verplichtingen die zij bij of uit hoofde van dit Verdrag hebben aanvaard. Bij het nemen van beslissingen uit hoofde van dit lid is de vertegenwoordiger van een land waartegen maatregelen worden genomen niet gerechtigd zijn stem uit te brengen.
Overeenkomstig dit artikel stelt de raad zijn reglement van orde vast.
Artikel 8. Taken van de raad
Ter bevordering van de doelstellingen van CARPHA –
- a. fungeert de raad als het hoofdorgaan voor de beleidsvorming van CARPHA en stelt hij het beleid van CARPHA vast;
- b. bevordert en bepleit de raad beleid en programma’s ter bescherming van de gezondheid en preventie van ziekten, onder meer via de implementatie van verbeteringen van de infrastructuur voor de volksgezondheid;
- c. bevordert en bepleit de raad de implementatie van verbeteringen van de infrastructuur voor de volksgezondheid, met onder meer epidemiologische en laboratoriumdiensten;
- d. mobiliseert de raad namens de leden technische, financiële en informatieve middelen voor de aanpak van belangrijke gezondheidsproblemen;
- e. verspreidt de raad informatie onder regeringen en andere instanties ter verbetering van de gezondheid en preventie van ziekte;
- f. benoemt de raad overeenkomstig artikel 9 de leden van de raad van bestuur;
- g. voorziet de raad de raad van bestuur van algemene of specifieke beleidsinstructies;
- h. keurt de raad de leidinggevende functies goed waarop artikel 14 van toepassing is;
- i. keurt de raad regelingen voor samenwerking en andere regelingen goed die CARPHA moet aangaan op voorstel van de raad van bestuur;
- j. toetst de raad periodiek de adequaatheid van de bepalingen van dit Verdrag, het beleid en de maatregelen ten behoeve van de volksgezondheid in de Caribische Gemeenschap;
- k. doet de raad de leden aanbevelingen over de bijdragen van de leden en geassocieerde leden aan de begroting van CARPHA in overeenstemming met artikel 7, derde lid;
- l. behandelt de raad de periodieke- en de kapitaalbegroting van CARPHA en keurt deze goed op grond van de aanbevelingen van de raad van bestuur in overeenstemming met artikel 7, derde lid;
- m. stelt de raad passende mechanismen vast voor duurzame financiering;
- n. toetst de raad jaarlijks het functioneren van de raad van bestuur; en
- o. verricht de raad andere taken die noodzakelijk kunnen zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van CARPHA.
Artikel 9. De raad van bestuur
De raad van bestuur bestaat uit de volgende bestuursleden:
- a. drie ministers, zijnde de huidige, de onmiddellijk daaraan voorafgaande en de onmiddellijk daarop volgende voorzitter van COHSOD;
- b. een minister belast met volksgezondheid die een geassocieerd lid van de Caribische Gemeenschap vertegenwoordigt, op alfabetische volgorde gekozen;
- c. twee hoofden van gezondheidsdiensten of personen met een vergelijkbare functie, van de leden van CARPHA, op alfabetische volgorde gekozen uit de leden van CARPHA;
- d. twee permanente secretarissen van de ministeries van Volksgezondheid van leden van CARPHA op omgekeerd alfabetische volgorde gekozen uit de leden van CARPHA die overeenkomstig de onderdelen c en h niet vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur;
- e. twee vertegenwoordigers van de geassocieerde leden van CARPHA;
- f. een persoon voorgedragen door de PAHO;
- g. een persoon voorgedragen door de Secretaris-Generaal; en
- h. de permanente secretaris van het ministerie van Volksgezondheid van Trinidad en Tobago, tenzij Trinidad en Tobago uit hoofde van de onderdelen a en/of c reeds vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur.
De uitvoerend directeur is bevoegd de vergaderingen van de raad van bestuur bij te wonen, maar heeft geen stemrecht.
De voorzitter van COHSOD is voorzitter van de raad van bestuur. Indien de voorzitter afwezig is, kiezen de leden van de raad van bestuur een minister die een lid van CARPHA vertegenwoordigt tot voorzitter van de vergadering.
Geassocieerde leden en waarnemers die niet vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur uit hoofde van het eerste lid, onderdelen e en f, kunnen als waarnemer vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen maar mogen niet stemmen.
Met uitzondering van de leden benoemd uit hoofde van het eerste lid, onderdeel a en h, worden de leden van de raad van bestuur benoemd voor een termijn van twee jaar en kunnen zij herbenoemd worden.
De raad van bestuur komt eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen en komt zo vaak als de raad van bestuur dat nodig of wenselijk acht in buitengewone zitting bijeen.
CARPHA kan de kosten vergoeden die de leden van de raad van bestuur maken voor het bijwonen van de vergaderingen van de raad.
Elk lid van de raad van bestuur heeft één stem. Indien de stemmen staken, brengt de voorzitter de beslissende stem uit.
De raad van bestuur neemt beslissingen met een gekwalificeerde meerderheid van ten minste driekwart van de stemmen van zijn leden.
Met inachtneming van de bepalingen van dit artikel stelt de raad van bestuur zijn eigen reglement van orde vast.
Artikel 10. Taken van de raad van bestuur
De raad van bestuur verricht de volgende taken:
- a. initiëren van of, naar gelang het geval, besluiten tot projecten teneinde de doelstellingen van CARPHA te verwezenlijken of te voldoen aan de aanwijzingen van de raad;
- b. goedkeuren van het strategisch plan voor CARPHA;
- c. instaan voor en medewerking verlenen aan de volledig open en onverwijlde uitwisseling van relevante informatie met betrekking tot de volksgezondheid tussen de leden en geassocieerde leden van CARPHA;
- d. bevorderen en samenwerken op het gebied van onderwijs, opleiding en publieksvoorlichting met betrekking tot de volksgezondheid en aanmoedigen van de ruimste mogelijke participatie in dit proces, mede door non-gouvernementele organisaties;
- e. bestuderen en, indien van toepassing, aannemen van het werkprogramma en de rapporten van het technisch secretariaat over de werkzaamheden van CARPHA;
- f. goedkeuren van de personeelsvoorschriften, het administratief beleid en de procedures van CARPHA;
- g. goedkeuren van de overeenkomstig artikel 14 door de directeur van de raad van bestuur te benoemen directeuren;
- h. instellen van het technisch adviescomité en goedkeuren van de benoeming van de leden van het technisch adviescomité in overeenstemming met artikel 11;
- i. toetsen en goedkeuren van de aanbevelingen en rapporten van het technisch adviescomité;
- j. bepalen van de middelen die nodig zijn voor de periodieke- en de kapitaalbegroting van CARPHA ter bestudering en goedkeuring door de raad;
- k. mobiliseren van middelen voor CARPHA en het technisch secretariaat opdragen de nodige onderzoeken en regelingen te entameren;
- l. monitoren van de besteding van de middelen van de periodieke- en de kapitaalbegroting van CARPHA teneinde te waarborgen dat deze middelen worden gebruikt in overeenstemming met dit Verdrag en het werkprogramma van CARPHA;
- m. goedkeuring van de auditors op aanbeveling van de directeur van de raad van bestuur en voorleggen van het jaarverslag van de auditors aan de raad ter bestudering en goedkeuring;
- n. de uitvoerend directeur machtigen overeenkomsten te sluiten met andere landen, internationale instanties en entiteiten;
- o. de hulporganen instellen die noodzakelijk kunnen zijn voor de uitvoering van zijn taken;
- p. monitoren van de implementatie van de transitie van de RHI’s in overeenstemming met dit Verdrag;
- q. opstellen en indienen van de rapporten en aanbevelingen bij de raad; en
- r. uitvoeren van andere taken die de raad van tijd tot tijd kan aanbevelen.
Artikel 11. Het technisch adviescomité
De uitvoerend directeur benoemt de leden van het technisch adviescomité onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van bestuur.
Het technisch adviescomité bestaat uit de volgende leden:
- a. zes hoofden van gezondheidsdiensten die bij toerbeurt worden gekozen ter vertegenwoordiging van de leden van CARPHA, niet zijnde hoofden van gezondheidsinstanties benoemd overeenkomstig artikel 9, eerste lid, onder c;
- b. een persoon die door de universiteiten binnen de Caribische Gemeenschap gezamenlijk wordt voorgedragen;
- c. drie personen die worden voorgedragen door de instanties voor de volksgezondheid die bijdragen aan de doelstellingen van CARPHA; en
- d. twee personen die worden voorgedragen door de uitvoerend directeur, met relevante technische deskundigheid.
Elk lid van het technisch adviescomité heeft één stem.
Het technisch adviescomité kiest zijn voorzitter uit zijn leden en de voorzitter bekleedt deze functie één jaar. De voorzitter is herkiesbaar.
Het technisch adviescomité komt ten minste eenmaal per jaar bijeen en wel onmiddellijk voorafgaand aan de jaarlijkse vergadering van de raad van bestuur en dient bij de raad van bestuur een jaarverslag in over zijn activiteiten. Vergaderingen worden bijeengeroepen door de uitvoerend directeur van de raad van bestuur die zorgt voor secretariële en administratieve ondersteuning van het technisch adviescomité en zijn vergaderingen.
CARPHA vergoedt de kosten die de leden van het technisch adviescomité maken voor het bijwonen van de vergaderingen van het technisch adviescomité.
Het technisch adviescomité neemt beslissingen met een gewone meerderheid van stemmen.
Geassocieerde leden kunnen deelnemen aan de vergaderingen van het technisch adviescomité, maar mogen niet stemmen.
Waarnemers kunnen worden uitgenodigd voor het bijwonen van een vergadering van het technisch adviescomité ter zake van een agendapunt dat relevant is voor hun respectieve werkzaamheden.
Het technisch adviescomité kan subcomités instellen voor de behandeling van specifieke thematische kwesties.
Het technisch adviescomité kan met inachtneming van de bepalingen van dit artikel zijn eigen reglement van orde aannemen.
Artikel 12. Taken van het technisch adviescomité
Het technisch adviescomité is verantwoordelijk voor het adviseren van de raad van bestuur over de wetenschappelijke en technische onderdelen van het werkprogramma en in het bijzonder over:
- a. voor CARPHA noodzakelijke beleidskwesties en strategieën ter verwezenlijking van zijn doelstellingen;
- b. aanbevelingen voor de prioriteitsstelling bij activiteiten en verbetering van de resultaten;
- c. de haalbaarheid en degelijkheid van programma’s en de begroting van CARPHA;
- d. de vaststelling van statusrapporten over specifieke thematische kwesties;
- e. monitoring en evaluatie van programma’s en projecten; en
- f. andere taken of kwesties die de raad van bestuur nodig acht.
Artikel 13. De uitvoerend directeur
De uitvoerend directeur wordt op aanwijzing van de raad benoemd door de raad van bestuur. De uitvoerend directeur bekleedt deze functie gedurende vijf jaar en kan worden herbenoemd.
De taken van de uitvoerend directeur bestaan uit:
- a. de dagelijkse leiding en aansturing van CARPHA;
- b. het beheer van de besteding van de fondsen van CARPHA binnen de goedgekeurde ramingen;
- c. presentatie van de jaarlijkse begroting en de meerjarige programmaramingen ter goedkeuring door de raad van bestuur;
- d. gedegen en effectief beheer van de fondsen en middelen van CARPHA, met inbegrip van bijzondere projecten, binnen de goedgekeurde begrotingen en in overeenstemming met de door de raad van bestuur goedgekeurde voorschriften;
- e. regelmatige financiële en operationele voortgangsrapportages aan de raad van bestuur;
- f. planning en implementatie van programma’s en diensten op het gebied van gezondheid;
- g. organiseren van speciale programma’s en projecten ter verwezenlijking van de doelstellingen van CARPHA;
- h. waarborgen dat de juiste procedures worden gevolgd voor alle aangelegenheden die binnen de bevoegdheden van CARPHA vallen;
- i. in overleg met de Caribische Gemeenschap vertegenwoordigen, hetzij persoonlijk, hetzij via een door hem benoemd persoon, van de Caribische Gemeenschap bij autoriteiten, instanties of comités,
- j. indienen van een jaarverslag bij de raad van bestuur;
- k. inventariseren van de behoefte aan middelen en de bronnen daarvan;
- l. jaarlijks opstellen van werkprogramma’s voor de volgende drie begrotingsjaren ter goedkeuring door de raad van bestuur;
- m. onderhouden van contacten met stakeholders en identificeren van nieuwe relaties en samenwerkingsverbanden; en
- n. verrichten van taken van de raad van bestuur die gedelegeerd kunnen worden aan de uitvoerend directeur.
Indien de functie vacant is of bij langdurige afwezigheid of onvermogen, treft de raad van bestuur passende regelingen voor het verrichten van de taken van de uitvoerend directeur en legt deze ter goedkeuring voor aan de raad.
Artikel 14. Het technisch secretariaat
De uitvoerend directeur benoemt de directeuren en andere medewerkers voor het technisch secretariaat die de raad van bestuur nodig acht voor het verrichten van de taken van CARPHA in overeenstemming met de door de raad goedgekeurde ramingen.
Voorafgaand aan hun benoeming moeten de directeuren van CARPHA worden goedgekeurd door de raad van bestuur.
Op elke benoeming van medewerkers zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgesteld door de raad van bestuur en vastgelegd in het personeelsreglement.
Bij de benoeming van medewerkers laat de uitvoerend directeur zich leiden door het beginsel van de evenredige geografische vertegenwoordiging van de leden van CARPHA en het vereiste dat de hoogste efficiencynormen dienen te worden gewaarborgd bij de dienstverlening.
Artikel 15. Taken van het technisch secretariaat
Het technisch secretariaat verricht de volgende taken:
- a. tijdig uitbrengen van advies aan de raad over wetenschappelijke en technische kwesties op het gebied van het beheer van de gezondheidszorg en ziektepreventie;
- b. verstrekken van inventarisaties van de stand van de wetenschappelijke inzichten omtrent het beheer van de gezondheidszorg en ziektepreventie;
- c. verstrekken van inventarisaties van de effecten van regionale en nationale maatregelen ter bescherming van de gezondheid en ziektepreventie;
- d. uitbrengen van advies over wetenschappelijke programma’s en internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;
- f. beantwoorden van verzoeken van leden om wetenschappelijke, technische en methodologische informatie;
- g. identificeren van projecten waarvoor CARPHA werkzaamheden als uitvoerende instantie zou kunnen verrichten;
- h. verzorgen van secretariële ondersteuning voor de vergaderingen van de raad en hulporganen van CARPHA;
- i. afstemming van de werkzaamheden van CARPHA met die van betrokken intergouvernementele en non-gouvernementele organen;
- j. treffen van de administratieve en contractuele regelingen die nodig kunnen zijn voor de daadwerkelijke uitvoering van zijn taken zoals goedgekeurd door de raad;
- k. opstellen van de voorlopige periodieke begroting ter bestudering door en goedkeuring van de raad van bestuur; en
- l. opstellen van het werkprogramma van CARPHA ter bestudering en goedkeuring door de raad van bestuur.
Artikel 16. Inkomsten van CARPHA
De inkomsten van CARPHA bestaan uit:
- a. de jaarlijkse bijdragen van de leden en geassocieerde leden;
- b. bijdragen van andere staten of instanties binnen of buiten het Caribisch gebied;
- c. schenkingen uit elke bron ten behoeve van de financiering van onderzoek, het verzamelen en verspreiden van informatie, advisering, projecten, capaciteitsopbouw en elk ander doel dat verenigbaar is met zijn doelstellingen vervat in artikel 4; en
- d. elke andere bron of ander mechanisme voor duurzame financiering zoals vastgesteld door de raad, met inbegrip van de oprichting van een trustfonds of reservefonds.
Artikel 17. Zetel
De zetel van CARPHA wordt gevestigd in Trinidad en Tobago.
Waar nodig voor het verrichten van zijn taken vestigt CARPHA kantoren op het grondgebied van zijn leden, hetgeen dient te worden bekrachtigd door de raad en het lid.
Het gastland verleent CARPHA en de medewerkers van het technisch secretariaat de rechten, voorrechten en immuniteiten vervat in dit Verdrag.
Met inachtneming van dit Verdrag sluit de uitvoerend directeur overeenkomsten met de desbetreffende gastlanden ter zake van de zetel en kantoren van CARPHA en de aan CARPHA en de medewerkers van het secretariaat te verlenen rechten, voorrechten, immuniteiten en voorzieningen.
Artikel 18. Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten
De leden verlenen CARPHA binnen hun rechtsgebied de status, immuniteiten, vrijwaringen en voorrechten vervat in de artikelen 19 tot en met 26 teneinde CARPHA in staat te stellen zijn doelstellingen te verwezenlijken en zijn taken te verrichten.
Artikel 19. Rechtspersoonlijkheid van CARPHA
CARPHA bezit volledige rechtspersoonlijkheid en heeft, in het bijzonder, de volledige bevoegdheid:
- a. overeenkomsten aan te gaan;
- b. roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden; en
- c. gerechtelijke vorderingen in te stellen.
CARPHA kan ter verwezenlijking van zijn doelstellingen overeenkomsten aangaan met leden, derde staten en andere internationale organisaties.
In gerechtelijke procedures wordt CARPHA vertegenwoordigd door de uitvoerend directeur.
Artikel 20. Gerechtelijke procedures
CARPHA geniet immuniteit van elke vorm van rechtsvervolging, met uitzondering van zaken die voortvloeien uit of verband houden met de aankoop van grond, effecten of verhandelbare goederen, in welk geval tegen CARPHA vorderingen kunnen worden ingesteld bij de bevoegde rechter op het grondgebied van een lid of geassocieerd lid waar CARPHA een kantoor heeft of een vertegenwoordiger heeft benoemd voor de ontvangst van dagvaardingen.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid worden tegen CARPHA geen vorderingen ingesteld door een lid, een instantie daarvan noch door een entiteit of persoon die middellijk of onmiddellijk optreedt voor of vorderingen ontleent aan een lid. De leden kunnen gebruikmaken van speciale procedures voor het regelen van geschillen tussen CARPHA en zijn leden, hetgeen kan worden voorzien in dit Verdrag.
CARPHA, zijn eigendommen en activa, ongeacht waar zij zijn gelegen of wie hen onder zich heeft, worden gevrijwaard van iedere vorm van inbeslagname, beslaglegging of executie voordat een definitief vonnis tegen CARPHA is uitgesproken.
Niets in dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat een persoon die schade lijdt vanwege een ongeval met een motorvoertuig belet wordt een rechtsvordering in te stellen tegen CARPHA, zijn functionarissen, vertegenwoordigers of deskundigen.
Artikel 21. Immuniteit van eigendommen en archieven
Eigendommen en activa van CARPHA, ongeacht waar zij zich bevinden of wie hen onder zich heeft, worden gevrijwaard van onderzoek, beslaglegging, inbeslagname, onteigening en iedere andere vorm van beslaglegging of executie op last van de uitvoerende of wetgevende macht.
De archieven van CARPHA en alle documenten in het algemeen die toebehoren aan of in het bezit zijn van CARPHA zijn onschendbaar, ongeacht waar zij zich bevinden.
Artikel 22. Vrijwaring van de activa van beperkingen
Voor zover nodig ter verwezenlijking van de doelstellingen en het daadwerkelijk verrichten van de taken van CARPHA en met inachtneming van de bepalingen van het Verdrag
- a. mag CARPHA vermogensbestanddelen bezitten en rekeningen in elke valuta beheren; en
- b. staat het CARPHA vrij zijn vermogensbestanddelen over te maken van het ene land naar het andere of binnen een land en de valuta in zijn bezit te wisselen in een andere valuta, zonder te worden beperkt door financiële controles, voorschriften of moratoria van enigerlei aard.
Artikel 23. Voorrecht van communicatie
De officiële communicatie van CARPHA wordt door alle leden op een wijze behandeld die niet minder gunstig is dan die geldt voor de officiële communicatie van andere leden.
Artikel 24. Voorrechten en immuniteiten van medewerkers van CARPHA
De uitvoerend directeur, directeuren en andere leidinggevenden van CARPHA van wie kennisgeving is gedaan aan en die zijn goedgekeurd door de leden, de raad van bestuur, de raad en deskundigen die opdrachten uitvoeren voor CARPHA –
- a. worden ter zake van door hen in hun officiële hoedanigheid verrichte handelingen gevrijwaard van gerechtelijke procedures;
- b. worden, tenzij zij lokale inwoners of onderdanen zijn van het desbetreffende lid, de immuniteit van immigratiebeperkingen en vereisten omtrent vreemdelingenregistratie en vrijstelling van verplichtingen met betrekking tot militaire dienst en de valutawisselfaciliteiten verleend die niet minder gunstig zijn dan die welke door de desbetreffende leden worden verleend aan vertegenwoordigers, functionarissen en deskundigen van vergelijkbare rang van andere leden; en
- c. worden ten tijde van internationale crises de repatriëringsfaciliteiten verleend die niet minder gunstig zijn dan die welke door de desbetreffende leden worden verleend aan vertegenwoordigers, functionarissen en deskundigen van vergelijkbare rang van andere leden.
Artikel 25. Vrijstelling van belastingen
CARPHA, zijn vermogensbestanddelen, eigendommen, inkomsten, werkzaamheden en transacties zijn vrijgesteld van alle directe belastingen en alle douaneheffingen op goederen die worden geïmporteerd voor officieel gebruik door CARPHA.
Onverminderd de bepalingen van het eerste lid van dit artikel, beroept CARPHA zich niet op vrijstelling van belastingen die niets anders zijn dan retributies voor openbare diensten.
CARPHA beroept zich gewoonlijk niet op vrijstelling van accijnzen en van belasting op de verkoop van roerende en onroerende zaken die deel uitmaken van het verschuldigde bedrag. Indien CARPHA evenwel belangrijke aankopen doet voor officieel gebruik van zaken waarop deze heffingen en belastingen in rekening zijn gebracht of verschuldigd zijn, treffen de leden passende administratieve regelingen voor de kwijtschelding of teruggave van de heffing of belasting.
Goederen geïmporteerd met vrijstelling van douaneheffingen zoals voorzien in het eerste lid van dit artikel, of ter zake waarvan kwijtschelding of teruggave van heffingen of belastingen uit hoofde van het derde lid heeft plaatsgevonden, mogen niet worden verkocht op het grondgebied van het lid dat de vrijstelling, kwijtschelding of teruggave heeft verleend, tenzij zulks geschiedt op voorwaarden overeengekomen met het lid.
Geen belasting wordt geheven op of ter zake van door CARPHA betaalde salarissen en vergoedingen aan directeuren, functionarissen of deskundigen die opdrachten uitvoeren voor CARPHA. De leden behouden zich evenwel het recht voor belasting te heffen van hun eigen inwoners, onderdanen of personen gevestigd op hun grondgebied.
Artikel 26. Afstand van immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten
De vrijstellingen, immuniteiten en voorrechten voorzien in de artikelen 21 tot en met 27 worden verleend ten behoeve van CARPHA. De raad kan besluiten in de mate en op voorwaarden door hem te bepalen afstand te doen van de in die artikelen voorziene immuniteiten, vrijstellingen en voorrechten indien de belangen van CARPHA daarmee naar zijn oordeel het best zijn gediend.
De uitvoerend directeur is bevoegd en verplicht ter zake van een functionaris of deskundige die een opdracht uitvoert voor CARPHA afstand te doen van elke immuniteit, vrijstelling of elk voorrecht, indien een immuniteit, vrijstelling of voorrecht naar zijn oordeel de rechtsgang zou belemmeren en er afstand van kan worden gedaan zonder de belangen van CARPHA te schaden.
In vergelijkbare omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden als vervat in het tweede lid is de raad bevoegd en verplicht ter zake van de uitvoerend directeur afstand te doen van zijn immuniteiten, vrijstellingen of voorrechten.
Artikel 27. Implementatie
Elk lid neemt passende maatregelen ter uitvoering van de bepalingen van de artikelen 21 tot en met 27 onder zijn rechtsmacht en stelt CARPHA binnen zes maanden na de ondertekening van het Verdrag daarvan onverwijld in kennis.
Artikel 28. Kwesties omtrent interpretatie en toepassing
Elke kwestie omtrent de interpretatie of toepassing van de bepalingen van dit Verdrag waarin niet uitdrukkelijk elders is voorzien wordt ter beslissing voorgelegd aan de raad.
In elk geval waarin de raad heeft beslist overeenkomstig het eerste lid van dit artikel kan een lid vorderen dat de kwestie wordt voorgelegd aan een scheidsgerecht dat in overeenstemming met artikel 29 wordt ingesteld en een bindende uitspraak doet.
In afwachting van en onverminderd de beslissing van het scheidsgerecht, kan CARPHA optreden overeenkomstig de beslissing van de raad.
Artikel 29. Instelling van een scheidsgerecht
Elk lid dat partij is bij een geschil is gerechtigd een scheidsrechter te benoemen. De twee door de partijen gekozen scheidsrechters worden benoemd binnen vijftien dagen na de beslissing de zaak voor te leggen voor arbitrage. De twee scheidsrechters benoemen binnen vijftien dagen na hun benoeming een derde scheidsrechter die zal optreden als voorzitter. Voor zover uitvoerbaar zijn de scheidsrechters geen onderdanen van één van de partijen bij het geschil.
Indien meer dan twee leden partij zijn bij een geschil, komen de betrokken partijen binnen vijftien dagen na de beslissing de zaak voor te leggen voor arbitrage gezamenlijk overeen welke twee scheidsrechters moeten worden benoemd en de twee scheidsrechters benoemen binnen vijftien dagen na hun benoeming een derde scheidsrechter die zal optreden als voorzitter.
Indien geen overeenstemming kan worden bereikt uit hoofde van het eerste of tweede lid, of indien er een geschil ontstaat omtrent de keuze van een scheidsrechter, verricht de Secretaris-Generaal binnen tien dagen de benoeming en indien de scheidsrechters verzuimen binnen de voorgeschreven termijn een voorzitter te benoemen, verricht de Secretaris-Generaal binnen tien dagen de benoeming.
Onverminderd het eerste, tweede en derde lid, kunnen leden die partij zijn bij een geschil de zaak voorleggen voor arbitrage en ermee instemmen dat de Secretaris-Generaal een enkele scheidsrechter benoemt die geen onderdaan mag zijn van een partij bij het geschil.
Artikel 30. Procedureregels van het scheidsgerecht
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag.
De procedureregels waarborgen dat de partijen bij een geschil het recht hebben ten minste eenmaal te worden gehoord door het scheidsgerecht en de eerste schriftelijke stukken en schriftelijke verweren in te dienen.
De zittingen, beraadslagingen en het eerste verslag van het scheidsgerecht en alle schriftelijke stukken en mondelinge verklaringen voor en communicatie met het scheidsgerecht zijn vertrouwelijk.
Het scheidsgerecht kan elk lid verzoeken mondeling of schriftelijk zienswijzen in te dienen.
De uitspraak van het scheidsgerecht dient beperkt te zijn tot het onderwerp van het geschil en de gronden voor de beslissing te bevatten.
Indien de partijen bij een geschil geen overeenstemming kunnen bereiken over de interpretatie of toepassing van de uitspraak, kan elke partij het scheidsgerecht binnen dertig dagen verzoeken om een uitspraak. Het scheidsgerecht wordt opgeheven, tenzij het een verzoek om een vonnis ontvangt, in welk geval het gedurende een redelijke termijn van ten hoogste dertig dagen wordt voortgezet teneinde tot een vonnis te kunnen komen.
Beslissingen van het scheidsgerecht worden genomen bij een meerderheid van stemmen van zijn leden en deze zijn definitief en bindend voor de leden die partij zijn bij het geschil.
Artikel 31. Voegen van derde partijen bij procedure
Een lid dat geen partij is bij een geschil, kan door de afgifte van een kennisgeving aan de partijen bij een geschil en de Secretaris-Generaal toestemming krijgen alle zittingen bij te wonen en de schriftelijke stukken van de partijen bij een geschil te ontvangen en mondeling of schriftelijk zijn zienswijze bekend te maken aan het scheidsgerecht.
Artikel 32. Aanvullende informatie van deskundigen
Zodra een procedure is ingesteld, kan het scheidsgerecht uit eigen beweging of op verzoek van een partij bij het geschil een deskundige die of een orgaan dat het daarvoor geschikt acht verzoeken om informatie en technisch advies, mits de partijen bij het geschil daarmee instemmen en op voorwaarden die zij kunnen overeenkomen.
Artikel 33. Kosten van het scheidsgerecht
De kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van de vergoedingen en verblijfskosten van scheidsrechters en deskundigen die ten behoeve van een geschil zijn ingeschakeld worden gelijkelijk gedragen door de leden die partij zijn bij het geschil, tenzij het scheidsgerecht gelet op de omstandigheden van de zaak anders beslist.
Indien een derde partij zich voegt in de procedure, draagt die partij de kosten die daarmee verband houden.
Artikel 34. Overgangsregeling
CARPHA aanvaardt alle rechten, verplichtingen, activa en passiva die toebehoren aan de RHI’s.
In het kader van het eerste lid kan de uitvoerend directeur CARPHA vertegenwoordigen en onderhandelen over overeenkomsten met staten, intergouvernementele organisaties en andere entiteiten en deze ondertekenen, indien zulks nodig is ter aanvaarding door CARPHA van de rechten, verplichtingen, activa en passiva van de RHI’s.
Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan CARPHA de taken van de RHI’s vervullen die verenigbaar zijn met zijn doelstellingen en taken vervat in dit Verdrag.
Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag blijven de RHI’s hun respectieve taken vervullen tot het tijdstip waarop de overdracht ervan aan CARPHA voltooid is en hun rechten, verplichtingen, activa en passiva rechtsgeldig zijn overgedragen aan CARPHA.
De RHI’s kunnen CARPHA uitsluitend vertegenwoordigen indien zij daartoe schriftelijk zijn aangewezen door de raad of door de uitvoerend directeur die handelt op aanwijzing van de raad.
Artikel 35. Opheffing van de regionale gezondheidsorganisaties van de Caribische Gemeenschap
De partijen van het CEHI stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van het Caribbean Environmental Health Institute en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
De partijen bij het CRDTL stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van het Caribbean Regional Drug Testing Laboratory en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
De partijen van de CHRC stemmen bij de ondertekening van dit Verdrag in met de beëindiging van de Overeenkomst tot oprichting van de Caribbean Health Research Council en de overdracht van al zijn rechten, verplichtingen, activa en passiva aan CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 36. Management tijdens de overgang
De raad geeft de raad van bestuur algemene aanwijzingen voor de uitvoering van de overgang van de RHI’s naar CARPHA in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het management van en toezicht op alle benodigde activiteiten voor de overgang van de RHI’s naar CARPHA en brengt ieder kwartaal verslag uit aan de raad. De raad van bestuur kan de uitvoering van elk van zijn taken uit hoofde van dit artikel delegeren aan de uitvoerend directeur.
De RHI’s brengen via de uitvoerend directeur verslag uit aan de raad van bestuur. De uitvoerend directeur kan de RHI’s aanwijzingen geven voor elke aangelegenheid wanneer dat nodig is voor de overgang naar CARPHA.
Artikel 37. Ondertekening
Dit Verdrag staat open voor ondertekening door elk van de leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap.
Artikel 38. Depositaris
De Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap treedt op als depositaris van dit Verdrag.
Artikel 39. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking na de ondertekening door acht leden en geassocieerde leden van de Caribische Gemeenschap overeenkomstig artikel 37.
Artikel 40. Registratie
Dit Verdrag en alle wijzigingen ervan worden in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.
Artikel 41. Toetreding
Elk lid en elk geassocieerd lid van de Caribische Gemeenschap dat op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag geen verdragsluitende partij is, kan toetreden tot dit Verdrag en lid worden onder door de raad te bepalen voorwaarden.
De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.
Artikel 42. Opzegging
Een lid kan dit Verdrag schriftelijk opzeggen met een opzegtermijn van een jaar door kennisgeving aan de depositaris die de overige leden daarvan onverwijld in kennis stelt. De opzegging wordt van kracht één jaar na de datum waarop de depositaris de kennisgeving heeft ontvangen, tenzij het lid de depositaris voordat de opzegging van kracht wordt schriftelijk ervan in kennis stelt de kennisgeving te herroepen.
Een lid dat dit Verdrag opzegt is verplicht alle financiële en andere verplichtingen na te komen die het naar behoren heeft aanvaard als lid. Dit omvat mede alle aangelegenheden die betrekking hebben op beroep ingediend voordat de opzegging van kracht wordt.
Artikel 43. Implementatie
De leden treffen alle noodzakelijke maatregelen van wetgevende, uitvoerende en administratieve aard voor de uitvoering van dit Verdrag. Deze maatregelen worden zo spoedig mogelijk genomen en de uitvoerend directeur wordt daarover geïnformeerd.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned duly authorised in that behalf by their respective Governments have executed this Agreement.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)