Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten
Preambule
De Partijen bij dit Protocol,
Overwegend dat de zesenvijftigste Wereldgezondheidsvergadering op 21 mei 2003 bij consensus het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging heeft aangenomen dat op 27 februari 2005 in werking is getreden;
Erkennend dat het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging een van de snelst bekrachtigde VN-verdragen is alsmede een fundamenteel instrument voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Wereldgezondheidsorganisatie;
Herinnerend aan de preambule van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie, waarin wordt verklaard dat het genot van het hoogst haalbare niveau van gezondheid een van de grondrechten van ieder mens is, zonder onderscheid naar ras, godsdienst, politieke overtuiging of economische of sociale omstandigheden;
Voorts vastbesloten prioriteit te verlenen aan hun recht de volksgezondheid te beschermen;
Ernstig bezorgd over het feit dat de illegale handel in tabaksproducten bijdraagt aan de verbreiding van de tabaksepidemie die een mondiaal probleem is met ernstige gevolgen voor de volksgezondheid, dat noopt tot doeltreffende, passende en allesomvattende nationale en internationale maatregelen;
Voorts erkennend dat de illegale handel in tabaksproducten de prijs- en belastingmaatregelen ten behoeve van tabaksontmoediging ondermijnt en daarmee de beschikbaarheid en betaalbaarheid van tabaksproducten verhoogt;
Ernstig bezorgd over de negatieve gevolgen van de toegenomen beschikbaarheid en betaalbaarheid van illegaal verhandelde tabaksproducten voor volksgezondheid en welzijn, in het bijzonder van jongeren, armen en andere kwetsbare groepen;
Ernstig bezorgd over de buitenproportionele economische en sociale gevolgen van de illegale handel in tabaksproducten voor ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie;
Zich bewust van de noodzaak wetenschappelijke, technische en institutionele capaciteit te ontwikkelen teneinde passende nationale, regionale en internationale maatregelen te plannen en implementeren teneinde alle vormen van illegale handel in tabaksproducten uit te bannen;
Erkennend dat toegang tot middelen en relevante technologieën van groot belang is voor verbetering van het vermogen van de Partijen, met name in ontwikkelingslanden en landen met een overgangseconomie, om alle vormen van illegale handel in tabaksproducten uit te bannen;
Voorts erkennend dat, hoewel er vrije zones zijn vastgesteld om legale handel mogelijk te maken, ze zijn gebruikt om de globalisering van illegale handel in tabaksproducten mogelijk te maken, zowel wat betreft de illegale doorvoer van gesmokkelde producten als de productie van illegale tabaksproducten;
Voorts erkennend dat de illegale handel in tabaksproducten de economieën van de Partijen ondermijnt en ten koste gaat van hun stabiliteit en veiligheid;
Zich er voorts van bewust dat de illegale handel in tabaksproducten financiële voordelen oplevert die gebruikt worden voor de financiering van transnationale criminele activiteiten, hetgeen de doelstellingen van de overheid belemmert;
Erkennend dat de illegale handel in tabaksproducten de doelstellingen op het gebied van gezondheid ondermijnt, de gezondheidszorg extra belast en inkomstenverliezen veroorzaakt voor de economieën van de Partijen;
Gelet op artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging waarin de Partijen overeen zijn gekomen dat bij de vaststelling en uitvoering van hun volksgezondheidsbeleid met betrekking tot tabaksontmoediging, de Partijen in overeenstemming met hun nationale recht maatregelen nemen om dit beleid te beschermen tegen commerciële en andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie;
De noodzaak benadrukkend alert te zijn op pogingen van de tabaksindustrie om strategieën ter bestrijding van de illegale handel in tabaksproducten te ondermijnen of te verstoren alsmede op de hoogte te zijn van activiteiten van de tabaksindustrie die daar negatieve gevolgen voor hebben;
Gelet op artikel 6, tweede lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging dat de Partijen aanmoedigt de verkoop aan en/of invoer door internationale reizigers van belastingvrije en accijnsvrije tabaksproducten, naargelang van het geval, te verbieden of te beperken;
Voorts erkennend dat tabak en tabaksproducten via de internationale doorvoer en overslag kanalen vinden voor de illegale handel;
In aanmerking nemend dat doeltreffende maatregelen teneinde de illegale handel in tabaksproducten te voorkomen en te bestrijden een allesomvattende internationale aanpak vereist en nauwe samenwerking op het gebied van alle aspecten van illegale handel, met inbegrip van, naargelang van het geval, de illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur;
Herinnerend aan en de nadruk leggend op het belang van andere relevante internationale overeenkomsten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, alsmede de verplichting van de Partijen bij deze verdragen naargelang van het geval de relevante bepalingen daarvan inzake de illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur uit te voeren en de Partijen die nog geen partij zijn bij die verdragen aan te moedigen te overwegen ertoe toe te treden;
De noodzaak erkennend de samenwerking te intensiveren tussen het Secretariaat van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, het UNODC (VN-Bureau voor drugs- en misdaadbestrijding), de Werelddouaneorganisatie en andere instanties, naargelang van de behoefte;
In herinnering roepend artikel 15 van het WHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging waarin de Partijen erkennen dat onder meer de uitbanning van alle vormen van illegale handel in tabaksproducten, met inbegrip van de smokkel en illegale vervaardiging, een essentieel onderdeel is van tabaksontmoediging;
Overwegend dat met dit Protocol niet beoogd wordt kwesties op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten aan te pakken; en
Ervan overtuigd dat aanvulling van het WHO-kaderverdrag inzake tabaksontmoediging met een allesomvattend protocol een krachtig en doeltreffend middel zal zijn om de illegale handel in tabaksproducten en de ernstige gevolgen ervan tegen te gaan,
Komen hierbij het volgende overeen:
DEEL I. INLEIDING
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Onder „tussenhandel” wordt verstaan het optreden als agent voor derden, bijvoorbeeld bij de onderhandeling over contracten, aan- of verkopen, in ruil voor een vergoeding of commissie.
Onder „sigaret” wordt verstaan een rol gesneden tabak om te roken, omhuld met sigarettenpapier. Dit sluit specifiek regionale producten uit, zoals bidi’s, ang hoon, of andere soortgelijke producten die in papier of bladeren gewikkeld kunnen worden. Voor de toepassing van artikel 8 omvat „sigaret” mede fijn gesneden „met de hand gerolde” tabak voor het vervaardigen van een sigaret.
Onder „confiscatie” met inbegrip van, indien van toepassing, verbeurdverklaring wordt verstaan permanente inbeslagneming van voorwerpen op bevel van een rechter of andere bevoegde autoriteit.
Onder „gecontroleerde aflevering” wordt verstaan de methode van het toelaten van illegale of verdachte zendingen die het grondgebied van een of meer staten verlaten, passeren of binnengaan, onder toezicht en met medeweten van hun bevoegde autoriteiten, ten behoeve van de opsporing van een strafbaar feit en de identificatie van de personen die betrokken zijn bij het plegen van het strafbare feit.
Onder „vrije zone” wordt verstaan een deel van het grondgebied van een Partij waar de goederen die er worden binnengebracht in het algemeen, voor zover het invoerrechten en -heffingen betreft, worden beschouwd als zijnde buiten het douanegebied.
Onder „illegale handel” wordt verstaan alle handelingen of gedragingen die bij wet verboden zijn en betrekking hebben op productie, verzending, ontvangst, bezit, distributie, verkoop of aankoop, met inbegrip van alle handelingen of gedragingen bedoeld om deze activiteiten mogelijk te maken.
Onder „vergunning” wordt verstaan toestemming van een bevoegde autoriteit na het indienen van de vereiste aanvraag of andere documentatie bij de bevoegde autoriteit.
- a. Onder „productieapparatuur” wordt verstaan machines die ontworpen of aangepast zijn om uitsluitend gebruikt te worden voor het produceren van tabaksproducten en essentieel zijn voor het productieproces.1)De Partijen kunnen voor dit doel waar mogelijk verwijzingen naar het Geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen van de Werelddouaneorganisatie bijvoegen.
- b. Onder „elk deel daarvan” daarvan wordt in verband met productieapparatuur verstaan elk identificeerbaar onderdeel dat uniek is voor de productieapparatuur die gebruikt wordt bij het produceren van tabaksproducten.
Onder „Partij” wordt verstaan een Partij bij dit Protocol, tenzij uit de context anderszins blijkt.
Onder „persoonsgegevens” wordt verstaan alle informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.
Onder „regionale organisatie voor economische integratie” wordt verstaan een organisatie bestaande uit meerdere soevereine staten, waaraan de staten die daar lid van zijn de bevoegdheid over een aantal aangelegenheden hebben overgedragen, met inbegrip van de bevoegdheid voor de lidstaten ten aanzien van die aangelegenheden bindende besluiten te nemen.2)Waar relevant verwijst „nationale” tevens naar regionale organisaties voor economische integratie.
De „toeleveringsketen” houdt in de productie van tabaksproducten en productieapparatuur, de import of export van tabaksproducten en productieapparatuur, en kan uitgebreid worden, indien relevant, naar één of meer van de volgende activiteiten wanneer een Partij dit besluit:
- a. het verkopen van tabaksproducten;
- b. het verbouwen van tabak, behalve voor traditionele telers, boeren en producenten op kleine schaal;
- c. het transporteren van commerciële hoeveelheden tabaksproducten of productieapparatuur; en
- d. de groothandel en tussenhandel in en het opslaan of distribueren van tabak en tabaksproducten of productieapparatuur.
Onder „tabaksproducten” wordt verstaan producten die geheel of ten dele zijn vervaardigd uit tabaksblad als grondstof en worden vervaardigd om te worden gerookt, gepruimd, gekauwd of gesnoven.
Onder „volgen en traceren” wordt verstaan het systematisch monitoren en reconstrueren van de route of beweging van artikelen door de toeleveringsketen door bevoegde instanties en andere personen die namens hen optreden, zoals beschreven in artikel 8.
Artikel 2. Verhouding tussen dit protocol en andere overeenkomsten en juridische instrumenten
De bepalingen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging die van toepassing zijn op de protocollen daarbij, zijn van toepassing op dit Protocol.
De Partijen die de soorten overeenkomsten genoemd in artikel 2 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging zijn aangegaan, melden dergelijke overeenkomsten aan de Vergadering van de Partijen via het Secretariaat van het Verdrag.
Geen enkele bepaling van dit Protocol tast de rechten en verplichtingen aan van een Partij uit hoofde van een ander voor die Partij geldend internationaal verdrag of een andere geldende internationale overeenkomst, die de Partij meer bevorderlijk acht voor het uitbannen van illegale handel in tabaksproducten.
Geen enkele bepaling van dit Protocol tast de overige rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden aan van de Partijen uit hoofde van het internationale recht, met inbegrip van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.
Artikel 3. Doel
Het doel van dit Protocol is alle vormen van illegale handel in tabaksproducten uit te bannen in overeenstemming met de voorwaarden van artikel 15 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging.
DEEL II. ALGEMENE VERPLICHTINGEN
Artikel 4. Algemene verplichtingen
Aanvullend op de bepalingen van artikel 5 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging zullen de Partijen:
- a. effectieve maatregelen aannemen en uitvoeren voor het controleren of reguleren van de toeleveringsketen van goederen die onder dit Protocol vallen teneinde de illegale handel in dergelijke goederen te voorkomen, te ontmoedigen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen en daartoe met elkaar samenwerken;
- b. in overeenstemming met hun nationale recht alle nodige maatregelen nemen om de effectiviteit van hun bevoegde autoriteiten en diensten, met inbegrip van douanediensten en politie, die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen, ontmoedigen, opsporen, onderzoeken, vervolgen en uitbannen van alle vormen van illegale handel in goederen die onder dit Protocol vallen, te vergroten;
- c. effectieve maatregelen aannemen voor het vergemakkelijken of verkrijgen van technische bijstand en financiële ondersteuning, capaciteitsopbouw en internationale samenwerking, teneinde de doelen van dit Protocol te verwezenlijken en de beschikbaarheid voor en veilige uitwisseling met de bevoegde autoriteiten van informatie die op grond van dit Protocol uitgewisseld dient te worden, te waarborgen;
- d. in overeenstemming met hun onderscheiden nationale rechtsstelsels en bestuurlijke stelsels nauw met elkaar samenwerken teneinde de doeltreffendheid te bevorderen van handhavingsmaatregelen ter bestrijding van de strafbare feiten met inbegrip van strafbare feiten vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 van dit Protocol;
- e. zo nodig samenwerken en communiceren met relevante regionale en internationale intergouvernementele organisaties voor de veilige3)Veilige uitwisseling van informatie tussen twee Partijen is bestand tegen onderschepping en manipulatie (vervalsing).Met andere woorden, die informatie die uitgewisseld wordt tussen de twee Partijen kan niet gelezen of gewijzigd worden door een derde. uitwisseling van informatie die onder dit Protocol valt teneinde de effectieve uitvoering van dit Protocol te bevorderen; en
- f. binnen de hun ter beschikking staande middelen samenwerken teneinde via bilaterale en multilaterale mechanismen voor fondsenwerving financiële middelen te werven voor de doeltreffende uitvoering van dit Protocol.
Bij de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van dit Protocol waarborgen de Partijen de grootst mogelijke transparantie met betrekking tot alle mogelijke interacties met de tabaksindustrie.
Artikel 5. Bescherming van persoonsgegevens
Bij de uitvoering van dit Protocol beschermen de Partijen de persoonsgegevens van natuurlijke personen ongeacht nationaliteit of woonplaats, overeenkomstig hun nationale recht, daarbij rekening houdend met internationale normen inzake de bescherming van persoonsgegevens.
DEEL III. TOEZICHT OP DE TOELEVERINGSKETEN
Artikel 6. Vergunning, daarmee vergelijkbare goedkeuring of controlesysteem
Teneinde de doelen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging te verwezenlijken en met het oog op het uitbannen van illegale handel in tabaksproducten en productieapparatuur, verbiedt elke Partij het uitvoeren van de volgende activiteiten door natuurlijke of rechtspersonen, behalve op grond van een door een bevoegde autoriteit in overeenstemming met het nationale recht afgegeven vergunning of daarmee vergelijkbare goedkeuring (hierna „vergunning” genoemd) of ingesteld controlesysteem:
- a. produceren van tabaksproducten en productieapparatuur; en
- b. import of export van tabaksproducten en productieapparatuur.
Elke Partij streeft ernaar natuurlijke of rechtspersonen die deelnemen aan de volgende activiteiten te voorzien van een vergunning, voor zover passend geacht, tenzij de volgende activiteiten verboden worden door nationaal recht:
- a. het verkopen van tabaksproducten;
- b. het verbouwen van tabak, behalve voor traditionele telers, boeren en producenten op kleine schaal;
- c. het transporteren van commerciële hoeveelheden tabaksproducten of productieapparatuur; en
- d. de groothandel, tussenhandel, opslag of distributie van tabak en tabaksproducten of productieapparatuur.
Ter waarborging van een effectief vergunningenstelsel:
- a. worden door elke Partij een of meer bevoegde autoriteiten ingesteld of aangewezen voor het afgeven, verlengen, opschorten, intrekken en/of annuleren van vergunningen, met inachtneming van de bepalingen van dit Protocol, en in overeenstemming met haar nationale recht voor het uitvoeren van de activiteiten omschreven in het eerste lid;
- b. eist elke Partij dat elke aanvraag van een vergunning alle vereiste informatie omvat over de aanvrager, die in voorkomend geval het volgende omvat:
- i. indien de aanvrager een natuurlijke persoon is, informatie met betrekking tot zijn of haar identiteit, met inbegrip van volledige naam, handelsnaam, bedrijfsregistratienummer (indien aanwezig), relevante fiscale registratienummers (indien aanwezig) en alle andere informatie om identificatie mogelijk te maken;
- ii. indien de aanvrager een rechtspersoon is, informatie met betrekking tot de identiteit, met inbegrip van de volledige officiële naam, handelsnaam, bedrijfsregistratienummer, datum en plaats van oprichting, locatie van hoofdkantoor en hoofdvestiging, relevante fiscale registratienummers, kopieën van statuten of soortgelijke documenten, de aangesloten rechtspersonen, namen van de directeuren en van aangewezen wettelijke vertegenwoordigers, met inbegrip van alle andere informatie om identificatie mogelijk te maken;
- iii. de exacte bedrijfslocatie van de productie-eenheden, opslaglocatie en productiecapaciteit van het bedrijf dat geleid wordt door de aanvrager;
- iv. details van de tabaksproducten en productieapparatuur die onder deze aanvraag vallen, zoals productbeschrijving, naam, eventueel geregistreerd handelsmerk, ontwerp, merk, model of fabricage- en serienummer van de productieapparatuur;
- v. een beschrijving van de plaats waar de productieapparatuur geïnstalleerd en gebruikt zal worden;
- vi. documentatie of een verklaring omtrent het gedrag;
- vii. volledige identificatie van de bankrekeningen die bedoeld zijn voor de relevante transacties en andere relevante betaalgegevens; en
- viii. een beschrijving van het beoogde gebruik en de beoogde markt voor de verkoop van de tabaksproducten, met speciale aandacht voor het waarborgen dat de productie of levering van tabaksproducten toegesneden is op de redelijkerwijs te verwachten vraag;
- c. controleert en int elke Partij, in voorkomend geval, de vergoedingen die geheven kunnen worden voor vergunningen en overweegt elke Partij deze te gebruiken om het vergunningenstelsel doeltreffend te beheren en te handhaven of deze te gebruiken ten behoeve van de volksgezondheid of andere gerelateerde activiteiten in overeenstemming met het nationale recht;
- d. neemt elke Partij passende maatregelen om onregelmatige of frauduleuze praktijken bij de uitvoering van het vergunningstelsel te voorkomen, op te sporen en te onderzoeken;
- e. neemt elke Partij maatregelen, zoals periodieke herziening, vernieuwing, inspectie of controle van vergunningen, indien nodig;
- f. stelt elke Partij, in voorkomend geval, een termijn vast voor het verlopen van vergunningen en de daaropvolgende vereiste hernieuwde aanvraag of het bijwerken van de informatie van de aanvraag;
- g. verplicht elke Partij een natuurlijke of een rechtspersoon met een vergunning de bevoegde autoriteit vooraf te informeren over verandering van de bedrijfslocatie of significante wijzigingen in de informatie die relevant is voor de activiteiten waarvoor de vergunning verleend is;
- h. verplicht elke Partij een natuurlijke of een rechtspersoon met een vergunning de bevoegde autoriteit te informeren over de aankoop of vervreemding van productieapparatuur opdat deze passende maatregelen kan nemen; en
- i. waarborgt elke Partij dat de vernietiging van dergelijke productieapparatuur, of een deel daarvan, plaatsvindt onder toezicht van de bevoegde autoriteit.
Elke Partij ziet erop toe dat er geen vergunningen worden toegekend en/of overgedragen zonder dat de juiste informatie, vermeld in het derde lid, is ontvangen van de voorgestelde vergunningnemer of zonder voorafgaande goedkeuring van de bevoegde autoriteit.
Vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol ziet de Vergadering van de Partijen erop toe dat tijdens haar eerstvolgende zitting op basis van empirisch onderzoek vastgesteld wordt of er voor de productie van tabaksproducten essentiële factoren geïdentificeerd kunnen worden die kunnen worden onderworpen aan een effectief controlemechanisme. Op basis van dergelijk onderzoek overweegt de Vergadering van de Partijen passende maatregelen.
Artikel 7. Zorgvuldigheidsvereiste
Elke Partij eist in overeenstemming met haar nationale recht en de doelen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging dat alle natuurlijke en rechtspersonen die deelnemen aan de toeleveringsketen van tabak, tabaksproducten en productieapparatuur:
- a. voorafgaand aan en bij het onderhouden van zakelijke relaties voldoende zorgvuldigheid in acht nemen;
- b. de verkoop aan hun klanten monitoren om te verzekeren dat de hoeveelheden verenigbaar zijn met de vraag naar dergelijke producten op de beoogde markt voor verkoop en gebruik; en
- c. aan de bevoegde autoriteiten elk bewijs verstrekken indien een klant deelneemt aan activiteiten die in strijd zijn met de verplichtingen die voortvloeien uit dit Protocol.
Zorgvuldigheid in de zin van het eerste lid omvat, naargelang van het geval, in overeenstemming met het nationale recht en de doelen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging onder andere vereisten voor het identificeren van klanten, zoals het verkrijgen en bijwerken van informatie met betrekking tot het volgende:
- a. vaststellen of de natuurlijke of rechtspersoon een vergunning heeft in overeenstemming met artikel 6;
- b. indien de klant een natuurlijke persoon is, informatie met betrekking tot zijn of haar identiteit, met inbegrip van de volledige naam, handelsnaam, bedrijfsregistratienummer (indien aanwezig), relevante fiscale registratienummers (indien aanwezig) en verificatie van zijn of haar officiële identificatie;
- c. indien de klant een rechtspersoon is, informatie met betrekking tot de identiteit, met inbegrip van de volledige naam, handelsnaam, bedrijfsregistratienummer, datum en plaats van inschrijving, locatie van hoofdkantoor en hoofdvestiging, toepasselijke fiscale registratienummers, kopieën van statuten of soortgelijke documenten, de aangesloten rechtspersonen, namen van de directeuren en van aangewezen wettelijke vertegenwoordigers, met inbegrip van de namen van de vertegenwoordigers en verificatie van hun officiële identificatie;
- d. een beschrijving van het beoogde gebruik en de beoogde markt voor de verkoop van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur; en
- e. een beschrijving van de locatie waar de productieapparatuur geïnstalleerd en gebruikt zal worden.
Zorgvuldigheid in de zin van het eerste lid kan vereisten met zich brengen voor het identificeren van klanten, zoals het verkrijgen en bijwerken van informatie met betrekking tot het volgende:
- a. documenten of een verklaring omtrent het gedrag; en
- b. identificatie van de bankrekeningen die beoogd zijn voor transacties.
Elke Partij neemt op basis van de informatie vermeld in het eerste lid, onderdeel c, alle nodige maatregelen om de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit dit Protocol te waarborgen, hetgeen kan inhouden dat een klant binnen haar rechtsmacht wordt aangemerkt als geblokkeerde klant zoals omschreven in haar nationale recht.
Artikel 8. Volgen en traceren
Ten behoeve van de verdere beveiliging van de toeleveringsketen en de hulp bij onderzoek naar de illegale handel in tabaksproducten stemmen de Partijen ermee in binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol een regeling vast te stellen voor wereldwijd volgen en traceren, bestaande uit nationale en/of regionale volg- en traceersystemen en een mondiaal steunpunt voor de uitwisseling van informatie, ondergebracht bij het Secretariaat van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, dat toegankelijk is voor alle Partijen, hetgeen Partijen in staat stelt onderzoek te verrichten en relevante informatie te ontvangen.
Elke Partij stelt in overeenstemming met dit artikel een volg- en traceersysteem in dat onder haar toezicht staat voor alle tabaksproducten die op haar grondgebied geproduceerd of ingevoerd worden, waarbij haar eigen nationale of regionale specifieke behoeften en beschikbare best practices in aanmerking worden genomen.
Teneinde volgen en traceren effectief te maken, eist elke Partij dat binnen een periode van vijf jaar unieke, veilige en niet-verwijderbare identificatiemarkeringen (hierna „unieke identificatiemarkeringen” genoemd), zoals codes of stempels, aangebracht worden op of deel uitmaken van alle verpakkingseenheden, verpakkingen en alle buitenverpakkingen van sigaretten en binnen een periode van tien jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol voor deze Partij voor andere tabaksproducten.
4.1. Elke Partij eist, ten behoeve van het derde lid, als onderdeel van de regeling voor wereldwijd volgen en traceren, dat de volgende informatie beschikbaar is, hetzij direct toegankelijk of via een link, om Partijen te helpen bij het vaststellen van de herkomst van tabaksproducten en, waar relevant, het punt van verdwijning alsook om het verkeer van tabaksproducten en hun juridische status te monitoren en controleren:
- a. datum en locatie van productie;
- b. productiefaciliteit;
- c. machine gebruikt om tabaksproducten te produceren;
- d. de productieshift of het tijdstip van productie;
- e. de naam, de factuur, het ordernummer en de betaalgegevens van de eerste klant die niet verbonden is met de fabrikant;
- f. de beoogde markt voor detailhandel;
- g. productbeschrijving;
- h. opslag en verzending;
- i. de identiteit van een bekende volgende koper; en
- j. de beoogde route voor de zending, datum van verzending, bestemming van de zending, het vertrekpunt en de geadresseerde.
4.2. De informatie genoemd onder a, b, g en indien beschikbaar f, maakt deel uit van de unieke identificatiemarkeringen.
4.3. Indien de informatie onder f niet beschikbaar is op het tijdstip van markeren, eisen de Partijen dat deze in overeenstemming met artikel 15, tweede lid, onderdeel a, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging wordt opgenomen.
Elke Partij eist binnen de termijnen omschreven in dit artikel dat de informatie, vermeld in het vierde lid vastgelegd wordt op het tijdstip van productie, op het tijdstip van de eerste verzending door een fabrikant of op het tijdstip van invoer op haar grondgebied.
Elke Partij ziet erop toe dat de informatie vastgelegd uit hoofde van het vijfde lid voor die Partij toegankelijk is door middel van een link met de unieke identificatiemarkeringen, die vereist zijn overeenkomstig het derde en vierde lid.
Elke Partij ziet erop toe dat de informatie vastgelegd in overeenstemming met het vijfde lid, evenals de unieke identificatiemarkeringen die deze informatie toegankelijk maken in overeenstemming met het zesde lid, opgenomen worden in een vorm die vastgesteld of toegestaan is door de Partij en haar bevoegde autoriteiten.
Elke Partij ziet erop toe dat de informatie vastgelegd uit hoofde van het vijfde lid op verzoek toegankelijk is voor het mondiale steunpunt voor de uitwisseling van informatie, overeenkomstig het bepaalde in het negende lid, door middel van een elektronische veilige standaard interface bij haar nationale en/of regionale centrale punt. Het mondiale steunpunt voor de uitwisseling van informatie stelt een lijst op van de bevoegde autoriteiten van de Partijen en maakt deze beschikbaar voor alle Partijen.
Elke Partij of de bevoegde autoriteit:
- a. krijgt tijdig toegang tot de informatie beschreven in het vierde lid na een verzoek aan het mondiale steunpunt voor de uitwisseling van informatie;
- b. verzoekt uitsluitend om dergelijke informatie wanneer dit nodig is voor het opsporen of onderzoeken van illegale handel in tabaksproducten;
- c. houdt geen informatie achter zonder goede gronden;
- d. beantwoordt verzoeken om informatie met betrekking tot het vierde lid in overeenstemming met haar nationale recht; en
- e. beschermt en behandelt alle uitgewisselde informatie als vertrouwelijk, zoals wederzijds overeengekomen.
Elke Partij eist verdere ontwikkeling en uitbreiding van het bereik van het toepasselijke volg- en traceersysteem tot het moment waarop alle rechten, relevante belastingen en, waar van toepassing, andere verplichtingen voldaan zijn op het moment van productie, import of vrijgave van douane- of accijnscontrole.
Zoals wederzijds overeengekomen, werken de Partijen samen met elkaar en met de bevoegde internationale organisaties bij het uitwisselen en ontwikkelen van best practices voor volg- en traceersystemen, met inbegrip van:
- a. het vergemakkelijken van de ontwikkeling, overdracht en aankoop van verbeterde volg- en traceertechnologie, met inbegrip van kennis, vaardigheden, capaciteit en expertise;
- b. ondersteuning voor training en programma’s voor capaciteitsopbouw voor Partijen die blijk geven van de behoefte daaraan; en
- c. verdere ontwikkeling van de technologie om verpakkingseenheden en verpakkingen van tabaksproducten te markeren en te scannen om de informatie, vermeld in het vierde lid, beschikbaar te maken.
Verplichtingen die opgelegd zijn aan een Partij mogen niet uitgevoerd worden door of gedelegeerd worden aan de tabaksindustrie.
Elke Partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten die deelnemen aan het volg- en traceersysteem, uitsluitend interactie met de tabaksindustrie en de vertegenwoordigers van de belangen van de tabaksindustrie aangaan voor zover strikt noodzakelijk voor de uitvoering van dit artikel.
Elke Partij kan eisen dat de tabaksindustrie alle kosten draagt die verbonden zijn met de verplichtingen van die Partij op grond van dit artikel.
Artikel 9. Bijhouden van administratie
Elke Partij eist zo nodig dat alle natuurlijke en rechtspersonen die deelnemen aan de toeleveringsketen van tabak, tabaksproducten en productieapparatuur een volledige en nauwkeurige administratie bijhouden van alle relevante transacties. Aan de hand van deze administratie dient het gebruik van materialen bij de productie van de tabaksproducten volledig verantwoord te kunnen worden.
Elke Partij eist waar nodig dat personen die een vergunning hebben in overeenstemming met artikel 6, op verzoek de volgende informatie verschaffen aan de bevoegde autoriteiten:
- a. algemene informatie over marktvolumes, trends, voorspellingen en andere relevante informatie; en
- b. de hoeveelheden tabaksproducten en productieapparatuur in het bezit, in bewaring of in beheer van de vergunninghouder, die bewaard worden in opslag, in belasting- en douane-entrepots op grond van de doorvoer- of overladingsregeling of schorsing van rechten vanaf de datum van het verzoek.
Elke Partij eist met betrekking tot tabaksproducten en productieapparatuur die op het grondgebied van de Partij verkocht of geproduceerd zijn voor de export, of waarop verkeer met schorsing van rechten in doorvoer of overslag van toepassing is op het grondgebied van de Partij, naargelang van het geval, dat personen met een vergunning in overeenstemming met artikel 6 op het moment waarop deze producten of apparatuur het grondgebied verlaten op verzoek de volgende informatie verschaffen aan de bevoegde autoriteit in het land van vertrek (elektronisch, indien de infrastructuur bestaat):
- a. de datum van verzending vanaf het laatste punt waar de producten fysiek gecontroleerd zijn;
- b. de details van de verzonden producten (met inbegrip van merk, hoeveelheid, opslagplaats);
- c. de beoogde verzendroutes en bestemming;
- d. de identiteit van de natuurlijke of rechtsperso(o)n(en) aan wie de producten verzonden worden;
- e. de wijze van transport, met inbegrip van de identiteit van de vervoerder;
- f. de verwachte aankomstdatum van de zending op de beoogde bestemming van de zending; en
- g. de beoogde markt voor detailhandel of gebruik.
Indien mogelijk eist elke Partij dat detailhandelaren en tabakstelers, met uitzondering van traditionele telers die op niet-commerciële basis werken, een volledige en nauwkeurige administratie bijhouden van alle relevante transacties waaraan zij deelnemen, in overeenstemming met haar nationale recht.
Voor de toepassing van het eerste lid neemt elke Partij effectieve wetgevende, uitvoerende, bestuurlijke of andere maatregelen teneinde te eisen dat alle administratie:
- a. gedurende een periode van minimaal vier jaar bewaard wordt;
- b. ter beschikking gesteld wordt aan de bevoegde autoriteiten; en
- c. bewaard wordt in een vorm die door de bevoegde instanties wordt verlangd.
Elke Partij stelt, indien mogelijk en afhankelijk van het nationale recht, een systeem in voor het uitwisselen van informatie met andere Partijen uit de administratie die bijgehouden wordt in overeenstemming met dit artikel.
De Partijen streven ernaar samen te werken met elkaar en met bevoegde internationale organisaties aan het in toenemende mate doorgeven en ontwikkelen van verbeterde systemen voor het bijhouden van de administratie.
Artikel 10. Veiligheid en voorzorgsmaatregelen
Elke Partij eist, indien mogelijk en in overeenstemming met haar nationale recht en de doelstellingen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, dat alle natuurlijke en rechtspersonen bedoeld in artikel 6 de nodige maatregelen nemen om te voorkomen dat tabaksproducten verdwijnen naar illegale handelskanalen, onder andere door:
- a. aan de bevoegde autoriteiten melding te maken van:
- i. grensoverschrijdende overbrenging van bedragen in contanten zoals vastgesteld in het nationale recht of van internationale betalingen in natura; en
- ii. alle „verdachte transacties”; en
- b. uitsluitend tabaksproducten of productieapparatuur te leveren in hoeveelheden die verenigbaar zijn met de vraag naar dergelijke producten op de beoogde markt voor detailhandel of voor gebruik.
Waar mogelijk bepaalt elke Partij in overeenstemming met haar nationale recht en de doelen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging dat transacties door natuurlijke of rechtspersonen als bedoeld in artikel 6, uitsluitend betaald mogen worden in de valuta en voor hetzelfde bedrag als op de factuur, en uitsluitend mogen geschieden via wettige betaalwijzen van financiële instellingen, die zich bevinden op het grondgebied van de beoogde markt, en niet afgewikkeld mogen worden via een alternatief systeem voor financiële transacties.
Een Partij kan eisen dat betalingen door natuurlijke of rechtspersonen als bedoeld in artikel 6 voor materialen die gebruikt worden voor het produceren van tabaksproducten onder haar rechtsmacht uitsluitend toegestaan zijn in de valuta en voor hetzelfde bedrag als op de factuur en uitsluitend mogelijk zijn via wettige betaalwijzen van financiële instellingen, die zich bevinden op het grondgebied van de beoogde markt, en niet afgewikkeld mogen worden via een alternatief systeem voor financiële transacties.
Elke Partij ziet erop toe dat op elke schending van de vereisten van dit artikel gepaste strafrechtelijke, civielrechtelijke of bestuurlijke procedures en effectieve, proportionele en afschrikkende sancties van toepassing zijn met inbegrip van, naargelang van het geval, opschorting of annulering van de vergunning.
Artikel 11. Verkoop via internet, telecommunicatie of andere nieuwe technologieën
Elke Partij eist dat alle natuurlijke en rechtspersonen die deelnemen aan een transactie met betrekking tot tabaksproducten via internet, telecommunicatie of een andere op nieuwe technologieën gebaseerde afzetwijze, voldoen aan alle relevante verplichtingen die onder dit Protocol vallen.
Elke Partij overweegt de detailhandel in tabaksproducten via internet, telecommunicatie of een andere op nieuwe technologieën gebaseerde afzetwijze te verbieden.
Artikel 12. Vrije zones en internationale doorvoer
Elke Partij implementeert binnen drie jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol voor die Partij effectieve controlemaatregelen met betrekking tot de volledige productie en alle transacties van tabak en tabaksproducten in vrije zones met behulp van alle relevante maatregelen voorzien in dit Protocol.
Voorts wordt het combineren van tabaksproducten met niet-tabaksproducten in één container of een andere daarmee vergelijkbare transporteenheid op het tijdstip van verplaatsing uit vrije zones verboden.
Elke Partij neemt in overeenstemming met haar nationale recht controle- en verificatiemaatregelen aan en past deze toe op de internationale doorvoer of overslag op haar grondgebied van tabaksproducten en productieapparatuur in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol teneinde de illegale handel in dergelijke producten te voorkomen.
Artikel 13. Belastingvrije verkoop
Elke Partij voert effectieve maatregelen uit teneinde de belastingvrije verkoop te onderwerpen aan alle relevante bepalingen van dit Protocol, rekening houdend met artikel 6 van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging.
De Vergadering van de Partijen waarborgt dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol bij haar volgende bijeenkomst op feiten gebaseerd onderzoek is verricht om de omvang van de illegale handel in tabaksproducten in verband met de belastingvrije verkoop van dergelijke producten vast te stellen. Op basis van dat onderzoek neemt de Vergadering van de Partijen verdere passende maatregelen in overweging.
DEEL IV. INBREUKEN
Artikel 14. Gedragingen in strijd met de wet met inbegrip van strafbare feiten
Elke Partij neemt in overeenstemming met de beginselen van haar nationale recht wetgevende en, zo nodig, andere maatregelen aan teneinde al de volgende gedragingen volgens haar nationale recht in strijd met de wet te verklaren:
- a. productie, groothandel, tussenhandel, verkoop, transport, distributie, opslag, verzending, import of export van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur in strijd met de bepalingen van dit Protocol;
- b.
- i. productie, groothandel, tussenhandel, verkoop, transport, distributie, opslag, verzending, import of export van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur zonder betaling van de toepasselijke rechten, belastingen en andere heffingen of zonder de toepasselijke banderollen, unieke identificatiemarkeringen, of andere vereiste markeringen of etiketten;
- ii. andere smokkelactiviteiten of pogingen tot smokkelen van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur die niet vallen onder onderdeel b, i.;
- c.
- i. andere vormen van illegale productie van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur, of verpakkingen ervan met valse banderollen, unieke identificatiemarkeringen of andere vereiste markeringen of etiketten;
- ii. groothandel, tussenhandel, verkoop, transport, distributie, opslag, verzending, import of export van illegaal geproduceerde tabak, illegale tabaksproducten, producten met valse banderollen en/of andere vereiste markeringen of etiketten, of illegale productieapparatuur;
- d. in de loop van de toeleveringsketen vermengen van tabaksproducten met niet-tabaksproducten met het oogmerk tabaksproducten te verstoppen of te verhullen;
- e. combineren van tabaksproducten met niet-tabaksproducten in strijd met artikel 12, tweede lid, van dit Protocol;
- f. gebruik van internet, telecommunicatie of andere op nieuwe technologieën gebaseerde verkoopwijzen van tabaksproducten in strijd met dit Protocol;
- g. het verkrijgen van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur door een persoon met een vergunning in overeenstemming met artikel 6 van een persoon die zou moeten beschikken over een vergunning in overeenstemming met artikel 6, maar hier niet over beschikt;
- h. het hinderen van een overheidsfunctionaris of een bevoegde functionaris bij het uitvoeren van taken met betrekking tot het voorkomen, afschrikken, opsporen, onderzoeken of beëindigen van de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur;
- i.
- i. het afleggen van een verklaring die vals, misleidend of onvolledig is, of het nalaten de vereiste informatie te verschaffen aan een overheidsfunctionaris of een bevoegde functionaris tijdens het uitvoeren van taken met betrekking tot het voorkomen, afschrikken, opsporen, onderzoeken of beëindigen van illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur en voor zover niet in strijd met het recht geen belastende verklaringen tegen zichzelf af te leggen;
- ii. onjuist omschrijven of onjuist vermelden op officiële formulieren van de hoeveelheid of waarde van de tabak, tabaksproducten of productieapparatuur of andere informatie omschreven in het Protocol teneinde:
- a. de betaling van toepasselijke rechten, belastingen en andere heffingen te ontwijken, of
- b. controlemaatregelen voor het voorkomen, afschrikken, opsporen, onderzoeken of beëindigen van illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur te ondermijnen;
- iii. nalaten een administratie die onder dit Protocol valt op te zetten of bij te houden of een valse administratie bijhouden; en
- j. witwassen van opbrengsten uit gedragingen die in strijd zijn met de wet en die overeenkomstig het tweede lid strafbaar zijn.
Elke Partij bepaalt afhankelijk van de basisprincipes van haar nationale recht welke gedragingen die in strijd zijn met de wet, zoals vermeld in het eerste lid, of andere gedragingen met betrekking tot illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur die in strijd zijn met de bepalingen van dit Protocol, strafbaar zijn en neemt wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om aan een dergelijke bepaling gevolg te geven.
Elke Partij stelt het Secretariaat van dit Protocol in kennis van welke gedragingen die in strijd zijn met de wet, zoals vermeld in het eerste en tweede lid, zij strafbaar heeft gesteld in overeenstemming met het tweede lid en voorziet het Secretariaat van afschriften van de wetten, of een beschrijving daarvan, ter uitvoering van het tweede lid, en van latere wijzigingen van dergelijke wetten.
Teneinde de internationale samenwerking te versterken bij het bestrijden van strafbare feiten met betrekking tot illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur, worden de Partijen aangemoedigd hun nationale wetgeving met betrekking tot witwassen, wederzijdse rechtshulp en uitlevering te herzien, rekening houdend met internationale verdragen waarbij zij partij zijn, om te waarborgen dat deze effectief is voor het handhaven van de bepalingen van dit Protocol.
Artikel 15. Aansprakelijkheid van rechtspersonen
Elke Partij neemt de nodige maatregelen aan in overeenstemming met haar rechtsbeginselen teneinde de aansprakelijkheid van rechtspersonen vast te stellen voor de gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten, die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 van dit Protocol.
Met inachtneming van de rechtsbeginselen van elke Partij, kan deze aansprakelijkheid van rechtspersonen strafrechtelijk, civielrechtelijk of bestuursrechtelijk zijn.
Deze aansprakelijkheid laat onverlet de aansprakelijkheid van natuurlijke personen die hebben deelgenomen aan gedragingen in strijd met de wet of die strafbare feiten hebben gepleegd, vastgesteld in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving en artikel 14 van dit Protocol.
Artikel 16. Vervolging en sancties
Elke Partij neemt de nodige maatregelen aan in overeenstemming met haar nationale recht om te verzekeren dat op natuurlijke en rechtspersonen die aansprakelijk worden gesteld voor de gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten die vastgesteld zijn in overeenstemming met artikel 14, effectieve, proportionele en afschrikkende strafrechtelijke of andere sancties, met inbegrip van geldelijke sancties, worden toegepast.
Elke Partij tracht te verzekeren dat de discretionaire rechterlijke bevoegdheden uit hoofde van haar nationale recht met betrekking tot de vervolging van personen voor de gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van feiten die strafbaar zijn gesteld in overeenstemming met artikel 14, uitgeoefend worden om de effectiviteit van wetshandhavingsmaatregelen met betrekking tot dergelijke gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten, te optimaliseren, met inachtneming van de noodzaak het plegen van dergelijke gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten, te ontmoedigen.
Niets in dit Protocol tast het beginsel aan dat de beschrijving van de gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten, vastgesteld in overeenstemming met dit Protocol, en van de toepasselijke verdediging in rechte of andere juridische beginselen die van toepassing zijn op de rechtmatigheid van gedragingen, voorbehouden is aan het nationale recht van een Partij en dat dergelijke gedragingen die in strijd zijn met de wet, met inbegrip van strafbare feiten, vervolgd en bestraft zullen worden in overeenstemming met dat recht.
Artikel 17. Invordering bij inbeslagname
De Partijen dienen, in overeenstemming met hun nationale recht, te overwegen de wetgevende en andere maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn teneinde de bevoegde autoriteiten in staat te stellen een bedrag van de producent, fabrikant, distributeur, importeur of exporteur van in beslag genomen tabak, tabaksproducten en/of productieapparatuur in te vorderen dat evenredig is aan de gederfde belastingen en rechten.
Artikel 18. Verwijdering of vernietiging
Alle in beslag genomen tabak, tabaksproducten en productieapparatuur worden zoveel mogelijk vernietigd met gebruik van milieuvriendelijke methoden, of verwijderd in overeenstemming met het nationale recht.
Artikel 19. Bijzondere opsporingsmethoden
Elke Partij neemt, indien toegestaan volgens de basisbeginselen van haar nationale rechtssysteem, binnen de mogelijkheden en op grond van de voorwaarden voorgeschreven door het nationale recht, de nodige maatregelen teneinde de gepaste inzet van gecontroleerde aflevering en, waar dit nodig geacht wordt, van andere speciale opsporingstechnieken, zoals elektronische of andere vormen van toezicht en undercoveroperaties, door haar bevoegde autoriteiten op haar grondgebied mogelijk te maken om de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur effectief te bestrijden.
Ten behoeve van het onderzoeken van de strafbare feiten die vastgesteld zijn in overeenstemming met artikel 14 worden de Partijen aangemoedigd zo nodig passende bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen te treffen voor het gebruik van de technieken bedoeld in het eerste lid in het kader van samenwerking op internationaal niveau.
Bij het ontbreken van een overeenkomst of regeling zoals vervat in het tweede lid, worden de beslissingen om die speciale opsporingstechnieken te gebruiken op internationaal niveau per geval genomen, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met financiële regelingen en akkoorden ten aanzien van de uitoefening van de rechtsmacht door de betrokken Partijen.
De Partijen erkennen het belang en de noodzaak van internationale samenwerking en bijstand op dit gebied en werken met elkaar en met internationale organisaties samen aan het ontwikkelen van capaciteit om de doelen van dit artikel te bereiken.
DEEL V. INTERNATIONALE SAMENWERKING
Artikel 20. Algemene informatie-uitwisseling
De Partijen verstrekken, ten behoeve van het verwezenlijken van de doelstellingen van dit Protocol en als onderdeel van het rapportage-instrument van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, relevante informatie in overeenstemming met hun nationale recht, waaronder, waar nodig, over:
- a. getotaliseerde gegevens over in beslag genomen tabak, tabaksproducten of productieapparatuur, hoeveelheid, waarde van inbeslagnames, productbeschrijvingen, data en plaatsen van productie en ontdoken belastingen;
- b. import, export, doorvoer, verkopen met belastingaftrek en accijnsvrije verkopen en hoeveelheid of waarde van de productie van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur;
- c. trends, verbergingsmethoden en werkwijzen bij de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur; en
- d. alle andere informatie, zoals overeengekomen door de Partijen.
De Partijen werken met elkaar en met bevoegde internationale organisaties samen om de capaciteiten van Partijen op te bouwen voor het verzamelen en uitwisselen van informatie.
De Partijen beschouwen de genoemde informatie als vertrouwelijk en uitsluitend voor gebruik door de Partijen, tenzij anders vermeld door de verzendende Partij.
Artikel 21. Uitwisseling van informatie ten behoeve van handhaving
De Partijen verstrekken overeenkomstig het nationale recht of toepasselijke internationale verdragen, indien van toepassing, de volgende informatie uit eigen beweging of op verzoek van een Partij die gegronde redenen aanvoert dat dergelijke informatie nodig is voor opsporing van of onderzoek naar de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur:
- a. vergunningsregisters voor de betrokken natuurlijke en rechtspersonen;
- b. informatie voor het identificeren, monitoren en vervolgen van natuurlijke of rechtspersonen die betrokken zijn bij de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur;
- c. dossiers over onderzoeken en vervolgingen;
- d. overzichten van betalingen voor import, export of accijnsvrije verkopen van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur; en
- e. gegevens van inbeslagnames van tabak, tabaksproducten of productieapparatuur (inclusief gegevens over de zaak indien van toepassing, hoeveelheid, waarde van inbeslagname, productbeschrijving, betrokken entiteiten, datum en plaats van productie) en werkwijzen (inclusief transportmiddelen, verbergingsmethoden, route en opsporing).
De informatie die op grond van dit artikel ontvangen wordt van de Partijen wordt uitsluitend gebruikt ter verwezenlijking van de doelen van dit Protocol. De Partijen kunnen bepalen dat dergelijke informatie niet doorgegeven mag worden zonder toestemming van de Partij die de informatie heeft verstrekt.
Artikel 22. Informatie-uitwisseling: vertrouwelijkheid en bescherming van informatie
Elke Partij wijst de bevoegde nationale autoriteiten aan waaraan de gegevens bedoeld in de artikelen 20, 21 en 24 verstrekt worden en stelt de Partijen daarvan op de hoogte via het Secretariaat van het Verdrag.
De uitwisseling van informatie op grond van dit Protocol is onderworpen aan het binnenlandse recht met betrekking tot vertrouwelijkheid en privacy. De Partijen beschermen, zoals wederzijds overeengekomen, alle uitgewisselde vertrouwelijke informatie.
Artikel 23. Bijstand en samenwerking: training, technische bijstand en samenwerking op wetenschappelijk, technisch en technologisch gebied
De Partijen werken met elkaar en/of via bevoegde internationale en regionale organisaties samen ten behoeve van het verzorgen van training, technische bijstand en samenwerking op wetenschappelijk, technisch en technologisch gebied teneinde de doelen van dit Protocol te verwezenlijken, zoals wederzijds overeengekomen. Deze bijstand kan bestaan uit het overdragen van expertise of geschikte technologie op het gebied van informatievergaring, wetshandhaving, volgen en traceren, informatiebeheer, bescherming van persoonsgegevens, verboden, elektronisch toezicht, forensisch onderzoek, wederzijdse rechtshulp en uitlevering.
De Partijen kunnen zo nodig bilaterale, multilaterale of andere overeenkomsten of regelingen treffen om training, technische bijstand en samenwerking op wetenschappelijk, technisch en technologisch gebied te bevorderen met inachtneming van de behoeften van ontwikkelingslanden die Partij zijn en Partijen met een overgangseconomie.
De Partijen werken zo nodig samen om mogelijkheden voor het vaststellen van de exacte geografische herkomst van in beslag genomen tabak en tabaksproducten te ontwikkelen en te bestuderen.
Artikel 24. Bijstand en samenwerking: onderzoek en vervolging van strafbare feiten
De Partijen nemen in overeenstemming met hun nationale recht alle nodige maatregelen teneinde de samenwerking te versterken door middel van multilaterale, regionale of bilaterale regelingen voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken, vervolgen en bestraffen van natuurlijke of rechtspersonen die deelnemen aan de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur.
Elke Partij ziet erop toe dat bestuurlijke, regelgevende, wetshandhavings- en andere autoriteiten die betrokken zijn bij het bestrijden van de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur (inclusief justitiële instanties, indien toegestaan op grond van het nationale recht) samenwerken en relevante informatie uitwisselen op nationaal en internationaal niveau overeenkomstig de voorwaarden van haar nationale recht.
Artikel 25. Bescherming van de soevereiniteit
De Partijen vervullen hun verplichtingen op grond van dit Protocol op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van soevereine gelijkheid en territoriale integriteit van Staten en het beginsel van niet-inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van andere Staten.
Niets in dit Protocol geeft een Partij het recht op het grondgebied van een andere Staat rechtsmacht uit te oefenen en taken uit te voeren die volgens het nationale recht uitsluitend voorbehouden zijn aan de autoriteiten van die andere Staat.
Artikel 26. Rechtsmacht
Elke Partij neemt de maatregelen aan die nodig kunnen zijn om haar rechtsmacht te vestigen met betrekking tot de in overeenstemming met artikel 14 vastgestelde strafbare feiten indien:
- a. het strafbare feit wordt gepleegd op het grondgebied van die Partij; of
- b. het strafbare feit wordt gepleegd aan boord van een schip dat vaart onder de vlag van die Partij of aan boord van een luchtvaartuig dat krachtens het recht van die Partij is ingeschreven op het tijdstip waarop het strafbare feit wordt gepleegd.
Met inachtneming van artikel 25 kan een Partij haar rechtsmacht ook vestigen met betrekking tot dergelijke strafbare feiten, indien:
- a. het strafbare feit wordt gepleegd tegen die Partij;
- b. het strafbare feit wordt gepleegd door een onderdaan van die Partij of een staatloze die zijn of haar normale verblijfplaats op haar grondgebied heeft; of
- c. het strafbare feit één van de strafbare feiten is die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 en gepleegd werd buiten haar grondgebied met het oog op het plegen van een feit dat in overeenstemming met artikel 14 is strafbaar is gesteld op haar grondgebied.
Voor de toepassing van artikel 30 neemt elke Partij de maatregelen aan die nodig zijn om haar rechtsmacht te vestigen over de strafbare feiten vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 indien de mogelijke pleger zich op haar grondgebied bevindt en deze Partij deze persoon niet uitlevert louter op grond van het feit dat hij of zij haar onderdaan is.
Elke Partij kan tevens de maatregelen aannemen die nodig zijn om haar rechtsmacht over de strafbare feiten vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 te vestigen indien de mogelijke pleger zich op haar grondgebied bevindt en de Partij hem of haar niet uitlevert.
Indien een Partij die op grond van het eerste of tweede lid rechtsmacht uitoefent ervan in kennis is gesteld of op andere wijze heeft vernomen dat één of meer andere Partijen een onderzoek, vervolging of gerechtelijke procedure hebben ingesteld ter zake van hetzelfde feit, treden de bevoegde autoriteiten van die Partijen met elkaar in overleg teneinde hun maatregelen te coördineren.
Ongeacht de normen van het algemene internationale recht sluit dit Protocol niet de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken uit, die is vastgesteld door een Partij in overeenstemming met haar nationale recht.
Artikel 27. Samenwerking op het gebied van rechtshandhaving
Elke Partij neemt, in overeenstemming met haar onderscheiden nationale rechts- en bestuurlijke stelsel, effectieve maatregelen aan teneinde:
- a. waar nodig, communicatiekanalen te verbeteren en in te stellen tussen de bevoegde autoriteiten, instanties en diensten om de veilige en snelle uitwisseling van informatie met betrekking tot alle aspecten van de strafbare feiten die vastgesteld zijn in overeenstemming met artikel 14 te vergemakkelijken;
- b. te zorgen voor effectieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten, instanties, douanediensten, politie en andere wetshandhavingsinstanties;
- c. samen te werken met andere Partijen bij het inwinnen van inlichtingen omtrent specifieke zaken aangaande strafbare feiten die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 met betrekking tot:
- i. de identiteit, verblijfplaats en activiteiten van personen die worden verdacht van betrokkenheid bij die strafbare feiten of de verblijfplaats van andere betrokkenen;
- ii. de bewegingen van de opbrengsten van misdrijven of goederen verkregen met het plegen van deze strafbare feiten; en
- iii. de bewegingen van goederen, uitrusting of andere hulpmiddelen gebruikt of bedoeld voor gebruik bij het plegen van deze strafbare feiten;
- d. naargelang van het geval, de nodige artikelen of hoeveelheden stoffen voor analytische of onderzoeksdoeleinden te verschaffen;
- e. doeltreffende coördinatie tussen haar bevoegde autoriteiten, instanties en diensten te vergemakkelijken en de uitwisseling te bevorderen van personeel en andere deskundigen, met inbegrip van, met inachtneming van bilaterale overeenkomsten of regelingen tussen de betrokken Partijen, de detachering van verbindingsofficieren;
- f. relevante informatie uit te wisselen met andere Partijen over specifieke middelen en methoden, die door natuurlijke of rechtspersonen gebruikt worden bij het plegen van dergelijke feiten, waar van toepassing met inbegrip van routes en vervoermiddelen en het gebruik van valse identiteiten, gewijzigde of valse documenten of andere middelen om hun activiteiten te verhelen; en
- g. relevante informatie uit te wisselen en indien van toepassing bestuurlijke en andere maatregelen te coördineren die zijn genomen ten behoeve van de vroegtijdige ontdekking van de strafbare feiten die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 14.
Teneinde uitvoering te geven aan dit Protocol, overwegen de Partijen bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen aan te gaan inzake rechtstreekse samenwerking tussen hun wetshandhavingsinstanties en, indien dergelijke overeenkomsten of regelingen reeds bestaan, deze dienovereenkomstig aan te passen. Bij ontbreken van dergelijke overeenkomsten of regelingen tussen de betrokken Partijen, kunnen de Partijen overwegen dit Protocol te beschouwen als de grondslag voor wederzijdse samenwerking op het gebied van wetshandhaving ten aanzien van de strafbare feiten die onder dit Protocol vallen. Naargelang van het geval maken de Partijen volledig gebruik van overeenkomsten of regelingen, met inbegrip van internationale of regionale organisaties, ter versterking van de samenwerking tussen hun wetshandhavingsinstanties.
De Partijen trachten waar dat in hun vermogen ligt samen te werken teneinde het hoofd te bieden aan de illegale handel in tabaksproducten die plaatsvindt met behulp van moderne technologie.
Artikel 28. Wederzijdse administratieve bijstand
De Partijen voorzien elkaar in overeenstemming met hun onderscheiden nationale rechts- en bestuursstelsels op verzoek of uit eigen beweging van informatie om de juiste toepassing van douane- en andere relevante wetgeving bij het voorkomen, opsporen, onderzoeken, vervolgen en bestrijden van de illegale handel in tabak, tabaksproducten of productieapparatuur te waarborgen. De Partijen beschouwen de genoemde informatie als vertrouwelijk en voor beperkt gebruik, tenzij anders vermeld door de verzendende Partij. Dergelijke informatie kan onder andere bestaan uit:
- a. nieuwe douane- en andere technieken voor wetshandhaving waarvan de effectiviteit is aangetoond;
- b. nieuwe trends, middelen of methoden in de illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur;
- c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp zijn van de illegale handel in tabak, tabaksproducten en productieapparatuur, evenals details van de beschrijving, de verpakking, het transport en de opslag en methoden die gebruikt worden voor deze goederen;
- d. natuurlijke of rechtspersonen waarvan bekend is dat zij een strafbaar feit gepleegd hebben of hebben deelgenomen aan een strafbaar feit vastgesteld in overeenstemming met artikel 14; en
- e. alle andere gegevens die de aangewezen instanties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en andere handhavingsdoeleinden.
Artikel 29. Wederzijdse rechtshulp
De Partijen verlenen elkaar de ruimst mogelijke wederzijdse rechtshulp bij het onderzoek, de vervolging en de gerechtelijke procedures met betrekking tot de strafbare feiten vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 van dit Protocol.
De wederzijdse rechtshulp wordt verleend in de ruimst mogelijke mate krachtens de relevante wetten, verdragen, overeenkomsten en regelingen van de aangezochte Partij met betrekking tot onderzoek, vervolging en gerechtelijke procedures ten aanzien van de strafbare feiten waarvoor rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld overeenkomstig artikel 15 van dit Protocol in de verzoekende Partij.
De wederzijdse rechtshulp die dient te worden verleend overeenkomstig dit artikel kan worden verzocht voor elk van de volgende doeleinden:
- a. het verkrijgen van bewijsmiddelen en verklaringen van personen;
- b. het betekenen van gerechtelijke documenten;
- c. het uitvoeren van huiszoekingen en inbeslagnemingen, alsmede de bevriezing van tegoeden;
- d. het onderzoeken van objecten en locaties;
- e. het verschaffen van informatie, stukken van overtuiging en beoordelingen door deskundigen;
- f. het verstrekken van originelen of gewaarmerkte afschriften van relevante documenten en dossiers, met inbegrip van overheids-, bancaire, financiële, bedrijfs- of zakelijke stukken;
- g. het identificeren of opsporen van opbrengsten van misdaad, goederen, hulpmiddelen of andere zaken ten behoeve van bewijsvoering;
- h. het mogelijk maken van de vrijwillige verschijning van personen in de verzoekende Partij; en
- i. elke andere vorm van hulp die niet in strijd is met het nationale recht van de aangezochte Partij.
Dit artikel laat de verplichtingen ingevolge een ander bilateraal of multilateraal verdrag dat wederzijdse rechtshulp geheel of ten dele regelt of zal regelen onverlet.
Het zesde tot en met vierentwintigste lid zijn, op basis van wederkerigheid, van toepassing op ingevolge dit artikel gedane verzoeken, indien de betrokken Partijen niet gebonden worden door een verdrag of intergouvernementele overeenkomst inzake wederzijdse rechtshulp. Indien de Partijen gebonden zijn door een dergelijk verdrag of een dergelijke intergouvernementele overeenkomst, zijn de overeenkomstige bepalingen van dat verdrag of die intergouvernementele overeenkomst van toepassing, tenzij de Partijen ermee instemmen in plaats daarvan het zesde tot en met vierentwintigste lid toe te passen. De Partijen worden sterk aangemoedigd deze leden toe te passen indien zij de samenwerking vergemakkelijken.
De Partijen wijzen een centrale autoriteit aan die verantwoordelijk is voor en bevoegd is tot het ontvangen van verzoeken om wederzijdse rechtshulp en deze ofwel uit te voeren ofwel ter uitvoering te zenden aan de desbetreffende bevoegde autoriteiten. Indien een Partij een speciale regio of speciaal grondgebied heeft met een afzonderlijk stelsel voor wederzijdse rechtshulp, kan zij een afzonderlijke centrale autoriteit aanwijzen die dezelfde functie vervult voor die regio of dat grondgebied. De centrale autoriteiten verzekeren de spoedige en goede uitvoering of verzending van de ontvangen verzoeken. Indien de centrale autoriteit het verzoek ter uitvoering aan een bevoegde autoriteit zendt, moedigt zij de spoedige en goede uitvoering van het verzoek door de bevoegde autoriteit aan. Elke Partij stelt het hoofd van het Secretariaat van het Verdrag op het tijdstip van toetreding, aanvaarding, goedkeuring, formele bevestiging of bekrachtiging van dit Protocol in kennis van de daartoe aangewezen centrale autoriteit. De verzoeken om wederzijdse rechtshulp en mededelingen die daarmee verband houden worden verzonden tussen de door de Partijen aangewezen centrale autoriteiten. Dit vereiste geldt onverminderd het recht van een Partij te eisen dat dergelijke verzoeken en mededelingen langs diplomatieke weg aan haar worden gericht en in urgente gevallen, indien de Partijen dat overeenkomen, zo mogelijk door tussenkomst van internationale organisaties.
De verzoeken worden schriftelijk gedaan, of waar mogelijk met een middel waarmee een schriftelijk document kan worden geproduceerd, in een voor de aangezochte Partij aanvaardbare taal, onder voorwaarden die het die Partij mogelijk maken de authenticiteit vast te stellen.
Het hoofd van het Secretariaat van het Verdrag wordt ten tijde van de toetreding, aanvaarding, goedkeuring, formele bevestiging of bekrachtiging in kennis gesteld van de taal of talen die voor de Partij aanvaardbaar is of zijn.
In urgente gevallen en indien overeengekomen door de Partijen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, maar dienen zij onverwijld schriftelijk te worden bevestigd.
Een verzoek om wederzijdse rechtshulp bevat:
- a. de identiteit van de autoriteit die het verzoek doet;
- b. het onderwerp en de aard van het onderzoek, de vervolging of gerechtelijke procedure waarop het verzoek betrekking heeft en de naam en functie van de autoriteit die het onderzoek, vervolging of de gerechtelijke procedure uitvoert;
- c. een overzicht van de relevante feiten, met uitzondering van verzoeken ten behoeve van de betekening van gerechtelijke documenten;
- d. een beschrijving van de gewenste rechtshulp en details van de door de verzoekende Partij gewenste specifieke procedure;
- e. waar mogelijk de identiteit, de verblijfplaats en nationaliteit van de betrokken personen; en
- f. het doel waarvoor om bewijsmateriaal, informatie of maatregelen wordt verzocht; en
- g. de bepalingen van het nationale recht die op het strafbare feit van toepassing zijn en de straf die erop staat.
De aangezochte Partij kan verzoeken om aanvullende informatie indien deze noodzakelijk blijkt voor de uitvoering van het verzoek overeenkomstig haar nationale recht of wanneer deze de uitvoering kan vergemakkelijken.
Een verzoek wordt uitgevoerd overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte Partij en, voor zover niet in strijd met het nationale recht van de aangezochte Partij en waar mogelijk, overeenkomstig de in het verzoek omschreven procedures.
De verzoekende Partij gebruikt of zendt geen informatie of bewijsmateriaal verstrekt door de aangezochte Partij voor onderzoek, vervolging of gerechtelijke procedures anders dan vermeld in het verzoek zonder voorafgaande toestemming van de aangezochte Partij. Niets in dit lid belet de verzoekende Partij tijdens haar procedures informatie of bewijsmateriaal bekend te maken die respectievelijk dat ontlastend is voor een verdachte. In het laatste geval stelt de verzoekende Partij de aangezochte Partij voorafgaand aan de bekendmaking daarvan in kennis, en overlegt, indien daarom is verzocht, met de aangezochte Partij. Indien in een uitzonderlijk geval voorafgaande kennisgeving niet mogelijk is, stelt de verzoekende Partij de aangezochte Partij onverwijld op de hoogte van de bekendmaking.
De verzoekende Partij kan eisen dat de aangezochte Partij het bestaan en de inhoud van het verzoek geheimhoudt, behalve voor zover bekendmaking nodig is voor de uitvoering van het verzoek. Indien de aangezochte Partij niet kan voldoen aan het vereiste van geheimhouding, stelt zij de verzoekende Partij daarvan onverwijld op de hoogte.
Indien een persoon zich op het grondgebied van een Partij bevindt en als getuige of deskundige gehoord moet worden door de gerechtelijke autoriteiten van een andere Partij, kan de eerste Partij op verzoek van de andere, waar mogelijk en overeenkomstig de grondbeginselen van het nationale recht, toestaan dat het verhoor plaatsvindt door middel van videovergaderen, indien het voor de persoon in kwestie niet mogelijk of wenselijk is persoonlijk te verschijnen op het grondgebied van de verzoekende Partij. De Partijen kunnen overeenkomen dat het verhoor wordt uitgevoerd door een gerechtelijke autoriteit van de verzoekende Partij en wordt bijgewoond door een gerechtelijke autoriteit van de aangezochte Partij.
Wederzijdse rechtshulp kan worden geweigerd:
- a. indien het verzoek niet in overeenstemming met dit artikel is gedaan;
- b. indien de aangezochte Partij uitvoering van het verzoek schadelijk acht voor haar soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of andere vitale belangen;
- c. indien het de autoriteiten van de aangezochte Partij krachtens haar nationale recht verboden zou zijn de verzochte actie uit te voeren ten behoeve van een vergelijkbaar strafbaar feit, indien het onder hun eigen rechtsmacht zou worden onderworpen aan onderzoek, vervolging of een gerechtelijke procedure;
- d. indien het verzoek betrekking heeft op een misdrijf waarvoor de maximumstraf in de aangezochte Partij minder dan twee jaar gevangenisstraf of een andere vorm van vrijheidsbeneming is, of indien, naar het oordeel van de aangezochte Partij, het verlenen van de hulp een onevenredige belasting zou vormen van haar middelen ten opzichte van de ernst van het misdrijf; of
- e. indien honoreren van het verzoek in strijd zou zijn met het rechtsstelsel van de aangezochte Partij ter zake van wederzijdse rechtshulp.
Elke weigering van wederzijdse rechtshulp wordt met redenen omkleed.
De Partijen weigeren niet wederzijdse rechtshulp ingevolge dit artikel te verlenen op grond van het bankgeheim.
De Partijen mogen een verzoek om wederzijdse rechtshulp niet afwijzen uitsluitend op grond van het feit dat het strafbare feit geacht wordt tevens fiscale aangelegenheden te omvatten.
De Partijen mogen weigeren wederzijdse rechtshulp ingevolge dit artikel te verlenen op grond van het ontbreken van dubbele strafbaarstelling. De aangezochte Partij kan evenwel, indien zij dit passend acht, rechtshulp verlenen in de door haar te bepalen mate, ongeacht of de handeling een strafbaar feit zou opleveren volgens het nationale recht van de aangezochte Partij.
De aangezochte Partij voert het verzoek om wederzijdse rechtshulp zo spoedig mogelijk uit en houdt zoveel mogelijk rekening met eventuele uiterste termijnen die door de verzoekende Partij zijn vermeld en die, bij voorkeur in het verzoek, met redenen zijn omkleed. De aangezochte Partij antwoordt op redelijke verzoeken van de verzoekende Partij om informatie over de voortgang van de behandeling van het verzoek. De verzoekende Partij stelt de aangezochte Partij onverwijld in kennis indien de verzochte rechtshulp niet langer nodig is.
De wederzijdse rechtshulp kan door de aangezochte Partij worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek, vervolging of gerechtelijke procedure hierdoor wordt doorkruist.
Alvorens een verzoek ingevolge het veertiende lid te weigeren of de uitvoering ervan uit te stellen ingevolge het twintigste lid van dit artikel, overlegt de aangezochte Partij met de verzoekende Partij teneinde te overwegen of rechtshulp kan worden verleend onder de door haar nodig geachte voorwaarden en bepalingen. Indien de verzoekende Partij rechtshulp aanvaardt onder die voorwaarden, dient zij daaraan te voldoen.
De gewone kosten voor de uitvoering van een verzoek worden gedragen door de aangezochte Partij, tenzij anders is overeengekomen door de betrokken Partijen. Indien met de uitvoering van het verzoek aanzienlijke kosten of kosten van buitengewone aard zijn of zullen zijn gemoeid, plegen de Partijen overleg om de voorwaarden en omstandigheden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen.
In het geval van een verzoek:
- a. verstrekt de aangezochte Partij de verzoekende Partij afschriften van overheidsdossiers, -documenten of -informatie waarover zij beschikt die krachtens haar nationale wet toegankelijk zijn voor het algemene publiek; en
- b. kan de aangezochte Partij, naar eigen oordeel, aan de verzoekende Partij volledige of delen van of onder door haar passend geachte voorwaarden, afschriften van overheidsdossiers, -documenten of -informatie waarover zij beschikt verstrekken die krachtens haar nationale recht niet toegankelijk zijn voor het algemene publiek.
De Partijen overwegen, indien nodig, de mogelijkheid van het aangaan van bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die dienstig kunnen zijn voor, praktische uitvoering geven aan of bevorderlijk zijn voor de bepalingen van dit artikel.
Artikel 30. Uitlevering
Dit artikel is van toepassing op de strafbare feiten die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 14 van dit Protocol indien:
- a. de persoon die het voorwerp is van het verzoek om uitlevering zich bevindt op het grondgebied van de aangezochte Partij;
- b. het feit waarvoor om uitlevering wordt verzocht strafbaar is volgens het nationale recht van zowel de verzoekende als de aangezochte Partij; en
- c. op het feit een maximum gevangenisstraf of een andere vorm van vrijheidsbeneming van ten minste vier jaar, zwaardere straffen of kortere straffen staan die de betrokken Partijen zijn overeengekomen krachtens bilaterale en multilaterale verdragen of andere internationale overeenkomsten.
Elk van de strafbare feiten waarop dit artikel van toepassing is wordt geacht te zijn opgenomen als een uitleveringsdelict in elk tussen de Partijen bestaand uitleveringsverdrag. De Partijen verplichten zich ertoe deze strafbare feiten op te nemen als uitleveringsdelicten in elk uitleveringsverdrag dat tussen hen wordt gesloten.
Indien een Partij die uitlevering afhankelijk stelt van het bestaan van een verdrag, een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Partij waarmee zij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, kan zij dit Protocol beschouwen als de rechtsgrondslag voor uitlevering wegens de strafbare feiten waarop dit artikel van toepassing is.
Partijen die uitlevering niet afhankelijk stellen van het bestaan van een verdrag erkennen onderling de strafbare feiten waarop dit artikel van toepassing is als uitleveringsdelicten.
Uitlevering is onderworpen aan de voorwaarden voorzien in het nationale recht van de aangezochte Partij of in toepasselijke uitleveringsverdragen, met inbegrip van, onder andere, voorwaarden met betrekking tot de straf die minimaal vereist is voor uitlevering en de gronden waarop de aangezochte Partij uitlevering kan weigeren.
De Partijen trachten met inachtneming van hun nationale recht uitleveringsprocedures te bespoedigen en de vereisten betreffende de bewijsvoering in dergelijke procedures te vereenvoudigen ten aanzien van elk strafbaar feit waarop dit artikel van toepassing is.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)