Verdrag over de status en werkzaamheden van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen
De partijen bij dit Verdrag,
Bezorgd over het feit dat er in de wereld momenteel jaarlijks grote aantallen personen vermist raken als gevolg van gewapende conflicten, mensenrechtenschendingen, natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen en andere oorzaken:
Vaststellend dat het probleem van vermiste personen landsgrenzen overschrijdt en dat de kwestie van vermiste personen in toenemende mate als een mondiaal probleem wordt gezien dat een structureel en duurzaam internationaal antwoord rechtvaardigt;
In het besef dat er in de afgelopen twee decennia belangrijke vorderingen zijn geboekt bij het aanpakken van de kwestie, waaronder wettelijk onderbouwde inspanningen om vermiste personen op te sporen en het gebruik van moderne forensische methoden om nauwkeurig vast te stellen wat hen overkomen is;
Zich bewust van de gevolgen voor samenlevingen en families wanneer de vermisten niet worden opgespoord, waaronder het leed dat wordt veroorzaakt wanneer onbekend is waar geliefden zich bevinden of onder welke omstandigheden zij verdwenen zijn;
Vaststellend dat voornamelijk mannen vermist raken, met name als gevolg van gewapende conflicten en mensenrechtenschendingen, en dat degenen die achterblijven, vrouwen en kinderen, bijzonder kwetsbaar zijn;
Erkennend de inspanningen van gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties om de kwestie van vermiste personen wereldwijd aan te pakken;
Bevestigend dat staten alle praktische stappen dienen te ondernemen om vermiste personen op te sporen, in het kader van hun verplichtingen uit hoofde van het internationale recht, in het bijzonder mensenrechteninstrumenten en de artikelen 32-34 van het Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève;
Gelet op de uitgebreide ervaring met kwesties rond vermiste personen die dankzij de Internationale Commissie voor Vermiste Personen is opgedaan en onder de toezegging de wettelijke kaders die het fundament vormen van de inspanningen om vermiste personen op te sporen te verbeteren;
Eraan herinnerend dat de Internationale Commissie op initiatief van de Amerikaanse president Clinton is opgericht tijdens de G7-top in 1996 in het Franse Lyon, aanvankelijk om de samenwerking tussen regeringen te waarborgen bij het opsporen van personen die tijdens het conflict in voormalig Joegoslavië vermist waren geraakt;
Voorts eraan herinnerend dat de Internationale Commissie voor Vermiste Personen sinds 2004 een mondiaal actieve organisatie is die de publieke autoriteiten bijstaat bij het opsporen en identificeren van vermiste personen, hetzij als gevolg van gewapende conflicten, mensenrechtenschendingen, natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen en andere oorzaken, en bijdraagt aan gerechtigheid en het bevorderen van de rechtsstaat;
De initiatieven verwelkomend die genomen werden tijdens de Internationale conferentie „The Missing: An Agenda for the Future,” Den Haag, 2013, met inbegrip van de instelling van een Mondiaal Forum voor vermiste personen;
Erkennend het succesvolle werk van de Internationale Commissie voor Vermiste Personen, en de wens uitsprekend de Commissie een duidelijke juridische status als internationale organisatie te verlenen, teneinde haar in staat te stellen haar werkzaamheden op internationaal niveau uit te voeren;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Oprichting en status
De Internationale Commissie voor Vermiste Personen wordt hierbij opgericht als een internationale organisatie, hierna te noemen „de Commissie”.
De Commissie bezit volledige internationale rechtspersoonlijkheid en beschikt over de bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen van haar werkzaamheden en het verwezenlijken van haar doelstellingen.
De Commissie handelt in overeenstemming met dit Verdrag.
Artikel II. Doelstellingen en werkzaamheden
De Commissie streeft ernaar de samenwerking te waarborgen tussen regeringen en andere autoriteiten bij het opsporen van personen die vermist zijn geraakt als gevolg van gewapende conflicten, mensenrechtenschendingen, natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen en andere oorzaken en hen daarbij bij te staan. De Commissie ondersteunt ook het werk van andere organisaties bij hun inspanningen, moedigt het betrekken van het publiek aan bij haar activiteiten en draagt bij aan het ontwikkelen van passende wijzen van herdenking van en eerbetoon aan de vermisten.
Artikel III. Raad van Commissarissen en directeur-generaal
De Commissie bestaat uit een Raad van Commissarissen, een directeur-generaal en personeel. De commissarissen worden benoemd uit eminente personen. De huidige leden van de Raad van Commissarissen staan vermeld in de Bijlage bij dit Verdrag.
De Raad van Commissarissen heeft het recht voorschriften aan te nemen die onder meer betrekking hebben op de benoeming van commissarissen en hun zittingstermijn, de voorwaarden voor de benoeming van de directeur-generaal en overig personeel van de Commissie. De Raad van Commissarissen neemt een werkprogramma aan dat van tijd tot tijd gewijzigd kan worden. Het werkprogramma beslaat normaliter ten hoogste vijf jaar en omvat de vereisten van de Commissie voor het afronden van dit werk.
De Raad van Commissarissen neemt besluiten om anderen uit te nodigen om tot de Raad van Commissarissen toe te treden bij consensus. Overige besluiten kunnen worden genomen met één afwijkende stem of onthouding. De Raad van Commissarissen kiest één commissaris tot voorzitter.
De Raad van Commissarissen kan, wanneer nodig, besluiten andere eminente personen uit te nodigen lid te worden en staten verzoeken commissarissen voor te dragen, ongeacht of deze staten partij zijn bij dit Verdrag.
De directeur-generaal kan externe adviseurs en deskundigen inhuren en adviescomités instellen met daarin vertegenwoordigers van internationale en andere organisaties alsmede van het maatschappelijk middenveld en de academische wereld.
Artikel IV. Conferentie van de staten die partij zijn
De Conferentie vertegenwoordigt de staten die partij zijn bij dit Verdrag.
De regering van elke staat die partij is benoemt een vertegenwoordiger die als lid van de Conferentie optreedt.
De Conferentie kiest een voorzitter en een vicevoorzitter.
De Raad van Commissarissen en de directeur-generaal nodigen de Conferentie uit ten minste om de 3 jaar bijeen te komen.
Indien de Conferentie tussen de in het vierde lid van dit artikel genoemde tijdvakken bijeen wenst te komen, dient deze vergadering door de Raad van Commissarissen en de directeur-generaal te worden bijeengeroepen op verzoek van de meerderheid van de leden van de Conferentie.
De Conferentie:
- a. bestudeert de rapporten van de Commissie inzake activiteiten;
- b. doet voorstellen voor beleidsrichtlijnen voor het werkprogramma van de Raad van Commissarissen;
- c. doet de staten die partij zijn aanbevelingen voor maatregelen om de doelstellingen van de Commissie te bevorderen en besluiten te nemen over aangelegenheden die door de Raad van Commissarissen aan haar worden voorgelegd;
- d. neemt het reglement van orde van de Conferentie aan;
- e. keurt de authentificatie van aanvullende taalversies van dit Verdrag goed.
Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen van de aanwezige staten die partij zijn, met inbegrip van de verkiezing van de voorzitter en vicevoorzitter. Besluiten betreffende het lidmaatschap van staten in de organisatie worden genomen door twee derde van de aanwezige staten die partij zijn.
De Raad van Commissarissen en de directeur-generaal kunnen op ad hoc-basis staten die geen partij zijn, alsmede internationale en andere organisaties, die het werk van de Commissie steunen uitnodigen in de hoedanigheid van waarnemer deel te nemen aan de vergaderingen van de Conferentie.
De directeur-generaal nodigt een staat die partij is uit de vergadering van de Conferentie te organiseren. Reis- en verblijfkosten die verband houden met de vergadering worden door elke staat die partij is gedragen. De directeur-generaal voorziet in het secretariaat van de Conferentie.
De Conferentie heeft een financieel comité.
Artikel V. Financieel comité
Het Comité vertegenwoordigt de staten die partij zijn die het Comité gedurende een verslagperiode financieel hebben ondersteund.
De regering van elke in het eerste lid van dit artikel bedoelde staat die partij is, benoemt een vertegenwoordiger die als lid van het Comité optreedt.
Het Comité kiest een voorzitter en een vicevoorzitter.
Het Comité komt in het laatste kwartaal van elk jaar bijeen.
Het Comité:
- a. bestudeert het rapport inzake activiteiten van de Commissie van het afgelopen en volgende jaar;
- b. neemt aanbevelingen aan met betrekking tot het financieel beheer van de Commissie, waarbij rekening wordt gehouden met de zienswijzen van degenen die een belangrijke bijdrage aan de Commissie hebben geleverd;
- c. beoordeelt en verleent goedkeuring aan het financieel reglement en rapportagemodel van de Commissie;
- d. neemt het reglement van orde van het Comité aan.
De voorzitter, in overleg met de directeur-generaal, kan andere staten, ongeacht of deze partij zijn, alsmede internationale en andere organisaties toestaan als waarnemer zonder stemrecht deel te nemen.
Het Comité neemt besluiten met een meerderheid van stemmen van zijn aanwezige leden.
Elk jaar wordt een lid van het Comité door de directeur-generaal uitgenodigd de vergadering van het Comité te organiseren. Reis- en verblijfkosten die verband houden met de vergadering worden door elk lid gedragen.
Artikel VI. Bevoegdheden
Ter bevordering van de bovenstaande doeleinden en activiteiten beschikt de Commissie over de volgende bevoegdheden:
- a. het verwerven en vervreemden van onroerende en roerende zaken;
- b. het aangaan van contracten en andere overeenkomsten, met inbegrip van overeenkomsten tot het aanhouden van bankrekeningen en uitvoeren van andere bancaire en financiële transacties;
- c. het in dienst nemen van personen;
- d. het optreden in rechte; en
- e. het ondernemen van andere rechtmatige stappen om de doelstellingen van de Commissie te verwezenlijken.
Artikel VII. Zetel en internationale verdragen
De Commissie vestigt haar zetel in ’s-Gravenhage, Nederland. Zij sluit met het gastland een zetelverdrag waarin de commissarissen, het personeel, het terrein, de archieven en eigendommen de voorrechten en immuniteiten worden toegekend die nodig zijn voor de effectieve uitoefening van haar werkzaamheden en het verwezenlijken van haar doelstellingen.
De Commissie streeft ernaar verdragen te sluiten met de regeringen van staten waar zij haar werk wil uitvoeren. Deze verdragen dienen bepalingen te bevatten waarin haar commissarissen, personeel, terrein, archieven en eigendommen de voorrechten en immuniteiten worden toegekend die nodig zijn voor de effectieve uitoefening van haar werkzaamheden en het verwezenlijken van haar doelstellingen.
Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde zetelverdrag vormt voor de Commissie het referentiepunt voor het sluiten van de internationale verdragen bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
Artikel VIII. Financiering
In de financiële behoeften van de Commissie, met inbegrip van haar werkprogramma, wordt voorzien door vrijwillige bijdragen, subsidies, donaties en soortgelijke vormen van inkomsten.
Artikel IX. Lidmaatschap
Dit Verdrag staat open voor toetreding door staten op uitnodiging van de Conferentie, op basis van de toezegging of bereidheid van een staat om de kwestie van vermiste personen aan te pakken als een verantwoordelijkheid van de staat, en aldus de rechtsstaat en de mensenrechten te stimuleren en te bevorderen.
Een staat die partij is bij dit Verdrag kan door de Conferentie worden geacht niet te voldoen aan de criteria voor lidmaatschap en kan bijgevolge worden geschorst van zijn rechten van vertegenwoordiging en kan worden verzocht het Verdrag op te zeggen. Indien de betrokken staat die partij is geen gevolg geeft aan een verzoek tot opzegging, kan de Conferentie besluiten dat de staat vanaf een door de Conferentie vast te stellen datum niet langer een staat is die partij is bij het Verdrag.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE at Brussels, on 15 December 2014, in the English language, in a single copy.
Artikel X. Authentieke talen
De Engelse tekst van dit Verdrag is de oorspronkelijke authentieke tekst. De Spaanse, Franse en Arabische teksten van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek zodra zij zijn goedgekeurd door de Conferentie van de staten die partij zijn. De depositaris verstrekt elke staat die partij is daarvan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften.
Artikel XI. Wijzigingen
Wijzigingen van dit Verdrag worden aangenomen bij stemming van twee derde van de aanwezige staten die partij zijn.
De wijziging treedt in werking dertig dagen nadat twee staten hun instemming om gebonden te zijn aan de depositaris tot uitdrukking hebben gebracht.
Voor elke staat die na de datum van inwerkingtreding van de wijziging ermee instemt erdoor te worden gebonden, treedt de wijziging voor die staat in werking dertig dagen nadat deze zijn instemming om gebonden te zijn aan de depositaris tot uitdrukking heeft gebracht.
Artikel XII. Slotbepalingen
Dit Verdrag staat op 15 december 2014 in Brussel open voor ondertekening door alle staten en daarna van 16 december 2014 tot en met 16 december 2015 in Den Haag. Een staat die dit Verdrag heeft ondertekend kan verklaren dit Verdrag voorlopig toe te passen in afwachting van de inwerkingtreding ervan.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de ondertekenende staten. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de regering van Nederland.
Dit Verdrag staat open voor toetreding door alle staten. De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de regering van Nederland.
Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen nadat twee staten in overeenstemming met het tweede of derde lid van dit artikel hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht.
Voor elke staat die na de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag ermee instemt erdoor te worden gebonden, treedt het Verdrag voor die staat in werking dertig dagen na nederlegging van de akte waarin zijn instemming te worden gebonden tot uitdrukking wordt gebracht.
Elke staat die partij is kan dit Verdrag opzeggen. De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de depositaris.
Dit Verdrag wordt gesloten voor een aanvankelijke termijn van vijf jaar, waarna het kan worden herzien of gewijzigd op initiatief van de oorspronkelijke ondertekenende staten. Het wordt vervolgens voor onbepaalde tijd verlengd.
Dit Verdrag wordt nedergelegd bij de regering van Nederland, die als depositaris optreedt en elke staat die partij is een gewaarmerkt afschrift van het Verdrag verstrekt.
De depositaris stelt alle staten die in overeenstemming met het eerste, tweede en derde lid van dit artikel dit Verdrag hebben ondertekend, bekrachtigd, aanvaard, goedgekeurd of ertoe zijn toegetreden in kennis van het volgende:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.