Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Kazachstan betreffende de terug- en overname

Type Verdrag
Publication 2017-06-01
State In force
Source BWB
artikelen 36
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Benelux-Overeenkomst gemeenschappelijk optreden (de Benelux-Staten) en de Republiek Kazachstan,

hierna genoemd „de Partijen”,

Ernaar strevend hun gezamenlijke wens strekkende tot het efficiënt bestrijden van de illegale immigratie van hun respectieve onderdanen alsmede van de onderdanen van een derde Staat te herbevestigen,

Ernaar strevend de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en, op basis van wederkerigheid, de terug- en overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied van een andere Partij zijn binnengekomen en/of verblijven, en de doorgeleiding van te verwijderen personen overeenkomstig de internationaalrechtelijke normen te vergemakkelijken,

Ernaar strevend een verplichting tot overname van de onderdanen van een derde Staat tussen de Partijen tot stand te brengen, onder de voorwaarden in deze Overeenkomst genoemd,

Bezorgd dat deze terug- en overname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de menselijke waardigheid waarborgen,

Erkennend dat het noodzakelijk is de rechten en vrijheden van de mens in acht te nemen en erop wijzend dat deze Overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten en verplichtingen van de Partijen die voortvloeien uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) van 10 december 1948 en het internationaal recht, met name uit het Verdrag van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen, als gewijzigd bij het Protocol van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchtelingen, het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de status van staatlozen, het Internationale Verdrag van 16 december 1966 inzake burgerrechten en politieke rechten en het Verdrag van 10 december 1984 tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing,

Overwegende dat met de samenwerking op het gebied van terug- en overname en de vereenvoudiging van het overschrijden van de staatsgrenzen tussen de Partijen een gemeenschappelijk belang wordt gediend,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities en werkingssfeer

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

Artikel 2. Terugname van eigen onderdanen

1.

De aangezochte Partij neemt op verzoek van de verzoekende Partij en binnen de grenzen van deze Overeenkomst de persoon op haar grondgebied terug die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 van deze Overeenkomst kan worden aangetoond of vastgesteld dat hij de nationaliteit van de aangezochte Partij heeft.

2.

Dit geldt ook voor personen die na binnenkomst op het grondgebied van de verzoekende Partij de nationaliteit van de aangezochte Partij hebben verloren dan wel hiervan afstand hebben gedaan zonder de nationaliteit van de verzoekende Partij te hebben verworven.

3.

De aangezochte Partij neemt ook de volgende personen terug:

4.

Op verzoek van de verzoekende Partij, en conform de bepalingen van artikel 7, vijfde lid, van deze Overeenkomst, verstrekt de aangezochte Partij onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug te nemen personen vereiste reisdocumenten.

Artikel 3. Overname van onderdanen van een derde Staat en staatlozen

1.

De aangezochte Partij neemt op verzoek van de verzoekende Partij en binnen de grenzen van deze Overeenkomst elke onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon op haar grondgebied over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij, wanneer kan worden aangetoond of op basis van een begin van bewijs aannemelijk kan worden gemaakt dat die persoon:

2.

De in het eerste lid bedoelde overnameplicht is niet van toepassing wanneer:

Artikel 4. Verzoek om terug- of overname

1.

Een verzoek om terug- of overname op grond van artikel 2 of 3 van deze Overeenkomst wordt schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.

2.

Elk verzoek om terug- of overname bevat de volgende inlichtingen:

3.

Het verzoek om terug- of overname moet in voorkomend geval ook de volgende inlichtingen bevatten:

4.

Er is geen terug- of overnameverzoek vereist wanneer de terug of over te nemen persoon in het bezit is van een geldig nationaal paspoort en, indien het een onderdaan van een derde land of een staatloze betreft, tevens in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfstitel van de Partij die deze persoon moet toelaten.

5.

Indien de terug of over te nemen persoon zich in de internationale zone van een luchthaven van een van de Partijen bevindt, kunnen de bevoegde autoriteiten een vereenvoudigde procedure overeenkomen.

Artikel 5. Bewijs van de nationaliteit met betrekking tot eigen onderdanen

1.

Het bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de volgende documenten:

Wanneer dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit zonder verdere formaliteiten.

2.

Het begin van bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de volgende documenten of elementen:

Wanneer dergelijke documenten of gegevens worden overgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit als vaststaand aan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

3.

Indien geen van de in het eerste en tweede lid genoemde documenten of gegevens kan worden overgelegd, doch er naar de mening van de verzoekende Partij een vermoeden bestaat met betrekking tot de nationaliteit van de terug te nemen persoon, treffen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij de vereiste maatregelen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Hiertoe zal de bij de verzoekende Partij geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij tot het horen van de betrokkene overgaan teneinde onder meer op basis van de taal waarin de persoon zich uitdrukt vast te stellen of het een eigen onderdaan betreft.

Artikel 6. Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat of staatlozen

1.

Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 vermelde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende bewijsmiddelen:

Bovengenoemde bewijsmiddelen worden tussen de Partijen zonder verdere formaliteiten erkend.

2.

Een begin van bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van deze Overeenkomst genoemde voorwaarden voor overname van onderdanen van een derde Staat of staatlozen kan worden geleverd door middel van de volgende elementen:

Wanneer dit begin van bewijs is geleverd, nemen de Partijen aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij de aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.

Artikel 7. Termijnen

1.

Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij.

2.

Het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon moet door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één jaar nadat de verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de verzoekende Partij. Indien er juridische of andere belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven.

3.

Een verzoek om terug- of overname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van 21 kalenderdagen worden beantwoord en de afwijzing van een verzoek om terug- of overname moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terug- of overname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de terug- of overname wordt ingestemd.

4.

Nadat de instemming is gegeven of, in voorkomend geval, nadat de termijn van 21 kalenderdagen is verstreken, neemt de aangezochte Partij de persoon met wiens terug- of overname is ingestemd, zonder verdere formaliteiten onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van één maand terug of over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om belemmeringen van juridische of andere aard op te heffen.

5.

Op verzoek van de verzoekende Partij verstrekt de aangezochte Partij op naam van de over te dragen persoon onverwijld, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen, de noodzakelijke reisdocumenten met een geldigheidsduur van ten minste zes maanden. Kan de aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of andere redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de aangezochte Partij binnen vijf werkdagen een nieuw reisdocument met dezelfde geldigheidsduur.

Artikel 8. Overdrachtmodaliteiten en wijze van vervoer

1.

Voordat een persoon wordt overgedragen, stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij schriftelijk in kennis van de datum, de staatsgrensovergang, eventuele begeleiders en elke andere informatie omtrent de overdracht.

2.

Geen enkele wijze van vervoer, hetzij door de lucht, over land of over zee, is verboden. De keuze aangaande de wijze van vervoer komt toe aan de verzoekende Partij. De overdracht per vliegtuig kan plaatsvinden met gebruikmaking van lijn- of chartervluchten.

Artikel 9. Onterechte terug- of overname

De verzoekende Partij neemt een persoon terug, indien uit een onderzoek, uitgevoerd uiterlijk binnen een termijn van drie maanden na de terug- of overname van betrokkene, blijkt dat hij op het moment van het verlaten van het grondgebied van de verzoekende Partij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 2 of 3 van deze Overeenkomst.

In dergelijke gevallen zijn de procedurevoorschriften van deze Overeenkomst van overeenkomstige toepassing en worden tevens alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld.

Artikel 10. Uitgangspunten bij doorgeleiding

1.

De Partijen staan de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat over hun grondgebied toe indien een andere Partij daarom verzoekt, mits de verdere reis in eventuele andere Staten van doorreis en de overname door de Staat van bestemming vaststaan.

2.

De Partijen doen het nodige om doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat te beperken tot gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedragen.

3.

Doorgeleiding kan door de Partijen worden geweigerd:

4.

De aangezochte Partij kan elke verleende toestemming intrekken indien zich later omstandigheden als bedoeld in het derde lid van dit artikel voordoen of aan het licht komen die de uitvoering van de doorgeleiding belemmeren of indien de verdere reis in eventuele Staten van doorreis of de overname niet meer mogelijk is. In dat geval neemt de verzoekende Partij de onderdaan van een derde Staat of de staatloze persoon onverwijld terug.

Artikel 11. Doorgeleidingsprocedure

1.

Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij en moet de volgende inlichtingen bevatten:

2.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij brengt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij onverwijld schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de plaats waar de staatsgrens wordt overschreden en het geplande tijdstip van toelating, of van de weigering van de toelating en de redenen daarvoor.

3.

Indien de doorgeleiding door de lucht plaatsvindt, worden aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders de noodzakelijke faciliteiten met het oog op toegang tot de nationale of internationale zone van de luchthaven van de aangezochte Partij verleend.

4.

De bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij steunen, mits in onderling overleg, de doorgeleiding, met name door toezicht op de betrokkenen en stellen daartoe geschikte voorzieningen beschikbaar.

Artikel 12. Kosten

Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten van de Partijen om de aan de terug- of overname verbonden kosten van de terug of over te nemen persoon of van derden terug te vorderen, komen alle kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding uit hoofde van deze Overeenkomst tot aan de grens van de Staat van eindbestemming ten laste van de verzoekende Partij.

Artikel 13. Gegevensbescherming

Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de Partijen. Bij het verstrekken, verwerken of behandelen van persoonsgegevens in een bepaald geval houden de bevoegde autoriteiten van de Partijen zich aan hun eigen relevante wetgeving. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:

Artikel 14. Nakoming van andere internationale verplichtingen

Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Partijen uit hoofde van andere internationale verdragen en overeenkomsten waarvan die Partijen lid zijn.

Artikel 15. Uitvoeringsprotocol

De Partijen sluiten een uitvoeringsprotocol waarin alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst zijn vastgelegd, onder andere:

Artikel 16. Geschillenbeslechting

Vraagstukken in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst alsook geschillen tussen de Partijen ten aanzien van de interpretatie of toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst worden in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen door middel van overleg geregeld.

Artikel 17. Wijzigingen

Deze Overeenkomst kan in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd en aangevuld. Wijzigingen en aanvullingen, die een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst vormen, worden opgesteld in de vorm van afzonderlijke protocollen en treden in werking volgens de in artikel 20 van deze Overeenkomst bedoelde procedure.

Artikel 18. Depositaris voor de Benelux-Staten

De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van deze Overeenkomst voor de Benelux-landen (hierna genoemd „Depositaris” voor de Benelux-landen).

Het origineel van deze Overeenkomst zal worden neergelegd bij de Depositaris, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan aan de Benelux-Partijen toezendt.

Artikel 19. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot buiten Europa gelegen gebiedsdelen van het Koninkrijk worden uitgebreid door een kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Depositaris, die de overige Partijen hiervan in kennis stelt.

Artikel 20. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de Depositaris langs diplomatieke weg van de kennisgevingen van twee Partijen, waarvan de ene de Republiek Kazachstan is, dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.

2.

Ten aanzien van andere Partijen treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de Depositaris langs diplomatieke weg van de kennisgeving dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.

3.

De Depositaris stelt elk van de Partijen langs diplomatieke weg in kennis van de in het eerste en tweede lid genoemde kennisgevingen en van de data van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de Partijen.

4.

De bepalingen van artikel 3, eerste lid, onder 3) en 4), van deze Overeenkomst zijn van toepassing na het verstrijken van een termijn van 3 (drie) jaar vanaf de in het eerste lid van dit artikel bepaalde datum. Tijdens die termijn van 3 jaar zijn de bepalingen van artikel 3, eerste lid, onder 3) en 4), enkel van toepassing op staatloze personen en op onderdanen van derde Staten waarmee de Partijen geldige bilaterale terug- en overnameovereenkomsten of -regelingen hebben gesloten.

Artikel 21. Schorsing, opzegging

1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

2.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving langs diplomatieke weg door de Depositaris aan de Regering van de Republiek Kazachstan, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel brengt de Depositaris de Regering van de Republiek Kazachstan onverwijld langs diplomatieke weg op de hoogte.

3.

De Republiek Kazachstan kan deze Overeenkomst, na kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Depositaris, die de overige Benelux-Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel brengt de Regering van de Republiek Kazachstan de Depositaris onverwijld langs diplomatieke weg op de hoogte.

4.

Deze Overeenkomst wordt geschorst op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin de in het tweede of derde lid van dit artikel genoemde kennisgeving is ontvangen.

5.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk kunnen deze Overeenkomst, na kennisgeving langs diplomatieke weg door de Depositaris aan de Regering van de Republiek Kazachstan, om ernstige redenen opzeggen.

6.

De Republiek Kazachstan kan deze Overeenkomst, na kennisgeving langs diplomatieke weg aan de Depositaris, die de overige Benelux-Partijen hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen.

7.

Deze Overeenkomst wordt opgezegd op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin de in het vijfde of zesde lid van dit artikel genoemde kennisgeving is ontvangen.

Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, en de Republiek Kazachstan,

hierna genoemd „de Partijen”,

Op grond van artikel 15 van de op 2 maart 2015 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Republiek Kazachstan betreffende de terug- en overname van personen die zonder vergunning zijn binnengekomen en/of verblijven,

hierna genoemd „de Overeenkomst”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit Uitvoeringsprotocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Indiening van het verzoek om terug- of overname

1.

Een verzoek om terug- of overname wordt per telefax of via elektronische weg of andere technische middelen ingediend bij de bevoegde autoriteiten en bij de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij.

2.

Voor de indiening van het verzoek om terugname van een eigen onderdaan wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 1 A aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht. Voor de indiening van het verzoek om overname van een onderdaan van een derde Staat of een staatloze wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 1 B aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

3.

Indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4, vierde lid, van de Overeenkomst, volstaat een schriftelijke mededeling door middel van het formulier dat als bijlage 3 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

4.

De Partijen wenden zich voor het verstrekken alsmede voor het verkrijgen van nadere inlichtingen met betrekking tot het ingediende verzoek om terug- of overname tot de bevoegde autoriteiten en tot de diplomatieke vertegenwoordiging.

Artikel 3. Antwoord op het verzoek

1.

Het antwoord op een verzoek om terug- of overname wordt per telefax of via elektronische weg of andere technische middelen verzonden aan de bevoegde autoriteit en aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij.

2.

Daartoe wordt gebruikgemaakt van het in artikel 2, tweede lid, van dit Uitvoeringsprotocol bedoelde formulier.

Artikel 4. Reisdocumenten

1.

In geval van een positief antwoord op het verzoek om terug- of overname, worden de voor terugkeer noodzakelijke reisdocumenten overeenkomstig artikel 7, vijfde lid, van de Overeenkomst door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij overhandigd.

2.

Op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Overeenkomst wordt de aangezochte Partij, indien de diplomatieke vertegenwoordiging het gevraagde reisdocument niet binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van het verzoek daartoe verstrekt, geacht in te stemmen met het gebruik van een door de verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die de Partijen voor dit doel zullen gebruiken, zijn als bijlage 4 en 5 aan dit Uitvoeringsprotocol gehecht.

Artikel 5. Overdracht

1.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit en de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij, per telefax of via elektronische weg of andere technische middelen, minimaal drie werkdagen vóór de geplande overdracht in kennis van haar voornemen daartoe. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

2.

Indien de verzoekende Partij niet in staat is de terug of over te nemen persoon binnen de in artikel 7, vierde lid, van de Overeenkomst genoemde termijn van één maand over te dragen, stelt zij de bevoegde autoriteit en de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij daarvan onverwijld in kennis. Zodra de feitelijke overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de aangezochte Partij daarvan in kennis, zulks met inachtneming van de in het eerste lid van dit artikel genoemde procedure en termijnen.

3.

Indien medische redenen vervoer over de weg of over zee rechtvaardigen, maken de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij daarvan afzonderlijk melding op het formulier dat als bijlage 2 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

Artikel 6. Doorgeleidingsprocedure

1.

Een verzoek om doorgeleiding wordt minimaal twee dagen vóór de geplande doorgeleiding per telefax of via elektronische weg of andere technische middelen ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Voor de indiening van dit verzoek wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht.

2.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij bericht onverwijld, per telefax of via elektronische weg of andere technische middelen, of zij instemt met de doorgeleiding. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde formulier.

3.

Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht.

Artikel 7. Ondersteuning tijdens de doorgeleiding

1.

Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, vraagt zij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij om deze ondersteuning bij de indiening van het verzoek om doorgeleiding. In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bericht de aangezochte Partij of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning. Daartoe maken de Partijen gebruik van het formulier dat als bijlage 6 aan dit Uitvoeringsprotocol is gehecht en treden zij zo nodig nader met elkaar in overleg.

2.

Indien de betrokkene wordt begeleid, geschieden de bewaking en het aan boord brengen onder het gezag en, voor zover mogelijk, met ondersteuning van de aangezochte Partij.

Artikel 8. Verplichtingen van de begeleiders bij terug- of overname of doorgeleiding

1.

Bij de uitvoering van de doorgeleiding zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van ter zake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

Op het grondgebied van de aangezochte Partij dienen de begeleiders in alle omstandigheden het recht van de aangezochte Partij na te leven.

2.

De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen te zijn voorzien van een document waaruit blijkt dat toestemming is verleend voor de terug- of overname of de doorgeleiding en dienen te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en machtiging tot begeleiding aan te tonen.

3.

De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen ter zake bevoegde ambtenaren.

Artikel 9. Aanwijzing bevoegde autoriteiten

De Partijen wisselen 1 maand na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol een lijst van de voor de uitvoering van de Overeenkomst nodige contactpunten en hun gegevens uit. Iedere wijziging in deze lijst delen zij elkaar onverwijld mee.

Artikel 10. Aanwijzing plaatsen staatsgrensoverschrijding

De Partijen delen elkaar 1 maand na de sluiting van dit Uitvoeringsprotocol schriftelijk mee via welke staatsgrensovergangen personen conform de Overeenkomst daadwerkelijk worden overgedragen en toegelaten. Iedere wijziging in dit verband delen zij elkaar onverwijld mee.

De bevoegde autoriteiten kunnen op ad-hocbasis overeenkomen gebruik te maken van andere staatsgrensovergangen voor terug- of overname en doorgeleiding.

Artikel 11. Kosten

Door de aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding welke op grond van artikel 12 van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Partij komen, worden door de verzoekende Partij na overlegging van een factuur vergoed.

Artikel 12. Taal

Voor de uitvoering van de Overeenkomst en dit Protocol wordt de Engelse taal als werktaal gebruikt.

Artikel 13. Bijlagen

De bijlagen 1 tot en met 6 vormen een integrerend onderdeel van het Uitvoeringsprotocol.

Artikel 14. Wijzigingen en geschillenbeslechting

Dit Protocol kan in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd en aangevuld.

Vraagstukken in verband met de uitvoering van dit Protocol alsook geschillen tussen de Partijen ten aanzien van de interpretatie of toepassing van de bepalingen van dit Protocol worden in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen door middel van overleg geregeld.

Artikel 15. Inwerkingtreding en opzegging

1.

Dit Uitvoeringsprotocol treedt in werking op dezelfde dagen als de Overeenkomst.

2.

Dit Uitvoeringsprotocol wordt gelijktijdig met de Overeenkomst opgezegd.

3.

Dit Uitvoeringsprotocol wordt niet toegepast tijdens de periode dat de Overeenkomst is geschorst.

IN WITNESS WHEREOF the representatives of the Parties, duly authorised for this purpose, have signed this Agreement.

DONE at Brussels on the 2nd day of March 2015, in two originals in the English, French, Dutch and Kazakh languages, the texts in each of the languages being equally authentic. In the event of differences in interpretation, the English text shall prevail.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)