Luchtvaartverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Republiek Panama
Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao,
en
de Republiek Panama (hierna te noemen „de partijen”);
Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening te Chicago op 7 december 1944;
Geleid door de wens een internationaal luchtvaartstelsel te bevorderen dat gebaseerd is op mededinging tussen luchtvaartmaatschappijen met een minimum aan overheidsbemoeienis en -regulering;
Geleid door de wens de uitbreiding van de mogelijkheden voor het internationaal luchtvervoer te bevorderen;
Erkennende dat doelmatige en concurrerende internationale luchtdiensten handel, consumentenwelzijn en economische groei stimuleren;
Geleid door de wens luchtvaartmaatschappijen in de gelegenheid te stellen reizigers diverse mogelijkheden voor luchtdiensten aan te bieden tegen de laagste prijzen die niet discriminatoir zijn en die niet het gevolg zijn van misbruik van een dominante positie, en geleid door de wens individuele luchtvaartmaatschappijen aan te moedigen innovatieve en concurrerende prijzen te ontwikkelen en in te voeren; en
Geleid door de wens de hoogste mate van veiligheid en beveiliging in de internationale burgerluchtvaart te waarborgen en opnieuw hun grote zorg uitsprekend over gedragingen of bedreigingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, die de veiligheid van mensen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtdiensten nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van de bevolking in de veiligheid van de burgerluchtvaart ondermijnen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:
- a. wordt onder „overeengekomen diensten” verstaan de geregelde luchtdiensten op de routes omschreven in dit Verdrag voor het vervoer van passagiers en vracht, met inbegrip van post, afzonderlijk of gecombineerd;
- b. hebben „luchtdienst”, „internationale luchtdienst” en „luchtvaartmaatschappij” de betekenis die daaraan in artikel 96 van het Verdrag van Chicago respectievelijk wordt toegekend;
- c. wordt onder „luchtvervoer” verstaan het openbaar vervoer per luchtvaartuig van passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd, tegen vergoeding of beloning;
- d. wordt onder „luchtvaartautoriteiten” verstaan, wat de Republiek Panama betreft, de Burgerluchtvaartautoriteit en wat het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, betreft, de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning van Curaçao; of in beide gevallen elke persoon of instantie die bevoegd is de functies te vervullen die thans worden vervuld door de genoemde autoriteiten;
- e. wordt onder „Verdrag” verstaan dit Verdrag, de Bijlagen daarbij en alle wijzigingen daarvan;
- f. wordt onder „capaciteit” verstaan het aantal diensten dat uit hoofde van het Verdrag wordt geleverd, gewoonlijk gemeten als het aantal vluchten (frequenties) of stoelen of ton vracht die op een markt worden aangeboden (stedenpaar of land naar land) of op een route gedurende een specifiek tijdvak, bijvoorbeeld dagelijks, wekelijks, in een bepaald seizoen of jaarlijks;
- g. wordt onder „verandering van luchtvaartuig” verstaan zodanige exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij dat op een of meer zones van de omschreven route wordt gevlogen met verschillende luchtvaartuigen;
- h. wordt onder „het Verdrag van Chicago” verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengesteld, met inbegrip van alle overeenkomstig artikel 90 van dat verdrag aangenomen bijlagen en alle wijzigingen van de bijlagen of van het verdrag ingevolge de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover deze bijlagen en wijzigingen in werking zijn getreden voor beide partijen;
- i. wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd overeenkomstig artikel 3 van dit Verdrag;
- j. wordt onder „binnenlands luchtvervoer” verstaan luchtvervoer waarbij passagiers, bagage, vracht en post worden opgenomen op het grondgebied van een partij en bestemd zijn voor een ander punt op hetzelfde grondgebied;
- k. wordt onder „ICAO” verstaan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie;
- l. wordt onder „tarieven” verstaan de prijzen die in rekening worden gebracht voor het vervoer van passagiers en vracht en de voorwaarden waaronder deze prijzen van toepassing zijn, evenwel met uitzondering van de vergoedingen en voorwaarden voor het vervoeren van post;
- m. wordt onder „grondgebied” in relatie tot elk van de partijen verstaan het landgebied en de daaraan grenzende territoriale wateren, met inbegrip van het luchtruim boven deze gebieden, die onder de soevereiniteit, de suzereiniteit, de bescherming of het mandaat van de partij vallen;
- n. wordt onder „gebruikersheffing” verstaan een heffing opgelegd aan luchtvaartmaatschappijen voor de levering van luchthaven-, luchtnavigatie- of luchtvaartbeveiligingsvoorzieningen of -diensten met inbegrip van daarmee verband houdende diensten en voorzieningen.
Artikel 2. Verlening van rechten
Elke partij verleent de andere partij de in dit Verdrag omschreven rechten ten behoeve van de exploitatie van internationale luchtdiensten op de routes die omschreven zijn in de Routetabel.
Onverminderd de bepalingen van dit Verdrag geniet(en) de door elke partij aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) de volgende rechten:
- a. het recht zonder te landen over het grondgebied van de andere partij te vliegen;
- b. het recht op het grondgebied van de andere partij te landen anders dan voor verkeersdoeleinden;
- c. de rechten die elders zijn omschreven in dit Verdrag.
De luchtvaartmaatschappijen van elke partij, anders dan die aangewezen uit hoofde van artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag, genieten eveneens de rechten die omschreven zijn in het tweede lid, onderdelen a) en b), van dit artikel.
Geen van de bepalingen in het tweede lid van dit artikel wordt geacht de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene partij het recht te geven op het grondgebied van de andere partij tegen vergoeding passagiers, vracht en post op te nemen bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere partij.
Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen
Elke partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij langs diplomatieke weg zo veel luchtvaartmaatschappijen als zij wenst aan te wijzen voor het verrichten van de overeengekomen diensten en deze aanwijzingen in te trekken of te wijzigen.
Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing en van aanvragen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in de vorm en op de wijze die is voorgeschreven voor exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent elke partij de desbetreffende exploitatievergunningen met een zo gering mogelijke procedurele vertraging, mits:
- a. de aangewezen luchtvaartmaatschappij haar voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij;
- b. de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst daadwerkelijk beschikt over regelgeving en controleert of de luchtvaartmaatschappij deze naleeft;
- c. de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 8 (Veiligheid) en artikel 9 (Beveiliging van de luchtvaart) vervatte normen naleeft; en
- d. de aangewezen luchtvaartmaatschappij in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanwijzing ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
Na ontvangst van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning, kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk moment een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, mits zij de toepasselijke bepalingen van dit Verdrag naleeft.
Artikel 4. Weigering, intrekking en beperking van vergunningen
De luchtvaartautoriteiten van elke partij hebben het recht de in artikel 3 (Aanwijzing en verlening van vergunningen) van dit Verdrag vermelde vergunningen voor een door de andere partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, en deze in te trekken, op te schorten of hieraan voorwaarden te verbinden, hetzij tijdelijk, hetzij permanent:
- a. wanneer zij er niet van overtuigd zijn dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij haar voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening heeft op het grondgebied van de aanwijzende partij;
- b. wanneer zij er niet van overtuigd zijn dat de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst daadwerkelijk beschikt over regelgeving en controleert of de luchtvaartmaatschappij deze naleeft;
- c. wanneer de partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst de in artikel 8 (Veiligheid) en artikel 9 (Beveiliging van de luchtvaart) vervatte bepalingen niet naleeft; en
- d. wanneer de aangewezen luchtvaartmaatschappij niet in staat is te voldoen aan de in de wetten en voorschriften gestelde voorwaarden die de partij die de aanwijzing ontvangt gewoonlijk toepast op de exploitatie van internationale luchtdiensten.
Tenzij onmiddellijk ingrijpen van wezenlijk belang is ter voorkoming van inbreuken op de bovengenoemde wetten en voorschriften of tenzij de veiligheid of beveiliging maatregelen vereist in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8 (Veiligheid) of artikel 9 (Beveiliging van de luchtvaart), worden de in het eerste lid van dit artikel vastgestelde rechten slechts uitgeoefend na overleg tussen de luchtvaartautoriteiten overeenkomstig artikel 28 (Overleg) van dit Verdrag.
Artikel 5. Toepassing van wetten en voorschriften
De wetten en voorschriften van de ene partij die van toepassing zijn op de binnenkomst op of het vertrek uit haar grondgebied van voor internationale luchtdiensten ingezette luchtvaartuigen, of met betrekking tot de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij.
De wetten en voorschriften van de ene partij die van toepassing zijn op binnenkomst op, verblijf op of vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning en vracht, met inbegrip van post, zoals voorschriften met betrekking tot immigratie, douane, valuta, gezondheid en quarantaine zijn van toepassing op de passagiers, bemanning, vracht en post vervoerd door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij wanneer zij zich op het betreffende grondgebied bevinden.
Geen van de partijen begunstigt haar eigen of een andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij die soortgelijk internationaal luchtvervoer verricht bij de toepassing van haar voorschriften inzake immigratie, douane, quarantaine en soortgelijke voorschriften.
Artikel 6. Directe transit
Bagage en vracht in directe transit zijn vrijgesteld van douanerechten en andere vergelijkbare rechten.
Artikel 7. Erkenning van certificaten en vergunningen
Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de ene partij zijn uitgereikt of geldig zijn verklaard en nog van kracht zijn, worden door de andere partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen en vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard in overeenstemming zijn met de minimumnormen vastgesteld in het Verdrag van Chicago.
Indien de voorrechten of voorwaarden van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde vergunningen of bewijzen, afgegeven door de luchtvaartautoriteiten van een partij aan een persoon of aangewezen luchtvaartmaatschappij of voor een luchtvaartuig dat gebruikt wordt voor de exploitatie van de overeengekomen diensten, een afwijking toestaan van de krachtens het Verdrag van Chicago vastgestelde minimumnormen, welke afwijking is geregistreerd bij de ICAO, kan de andere partij verzoeken om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten teneinde helderheid te verschaffen over het gebruik in kwestie.
Elke partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven of landingen op haar grondgebied te weigeren bewijzen van bevoegdheid en vergunningen te erkennen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere partij.
Artikel 8. Veiligheid
Elke partij kan te allen tijde verzoeken om overleg over de veiligheidsnormen die door de andere partij worden gehandhaafd op gebieden die betrekking hebben op luchtvaartvoorzieningen, bemanning, luchtvaartuigen en de exploitatie van luchtvaartuigen. Dergelijk overleg vindt plaats binnen dertig (30) dagen na dat verzoek.
Indien na dergelijk overleg een partij oordeelt dat de andere partij op deze gebieden niet op doeltreffende wijze veiligheidsnormen handhaaft en toepast die ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die op dat moment uit hoofde van het Verdrag van Chicago zijn vastgesteld, stelt de eerstgenoemde partij de andere partij in kennis van dit oordeel en de noodzakelijk geachte stappen om te voldoen aan die minimumnormen. De andere partij neemt vervolgens passende corrigerende maatregelen binnen een overeengekomen termijn. Indien de andere partij nalaat binnen vijftien (15) dagen, of binnen een andere termijn als kan zijn overeengekomen, passende corrigerende maatregelen te nemen, kan dit aanleiding zijn voor het weigeren, intrekken, opschorten of opleggen van voorwaarden ten aanzien van de vergunningen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij.
Ingevolge artikel 16 van het Verdrag van Chicago en onverminderd de verplichtingen genoemd in artikel 33 van het Verdrag van Chicago wordt voorts overeengekomen dat elk luchtvaartuig dat door of, op grond van een leaseovereenkomst, namens een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene partij wordt geëxploiteerd op diensten naar of van het grondgebied van de andere partij, terwijl het zich op het grondgebied van de andere partij bevindt, mag worden onderworpen aan een inspectie door de bevoegde vertegenwoordigers van de andere partij, aan boord en rond het luchtvaartuig om zowel de geldigheid van de documenten van het luchtvaartuig als die van zijn bemanning en de kennelijke toestand van het luchtvaartuig en zijn uitrusting te controleren (in dit artikel „platforminspectie” genoemd), mits dit niet leidt tot onredelijke vertraging bij de exploitatie van het luchtvaartuig. Onverminderd de verplichtingen bedoeld in artikel 33 van het Verdrag van Chicago wordt met deze inspectie beoogd de geldigheid van de relevante documenten van het luchtvaartuig en die van de bemanning te controleren en te controleren of de uitrusting en de toestand van het luchtvaartuig voldoen aan de normen die op dat tijdstip uit hoofde van het Verdrag van Chicago waren vastgesteld.
Wanneer onverwijld ingrijpen essentieel is voor de veiligheid van een vlucht door de luchtvaartmaatschappij, behoudt elke partij zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij of van luchtvaartmaatschappijen van de andere partij onmiddellijk op te schorten of daarvan af te wijken.
Een maatregel door een partij in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel wordt opgeschort, zodra de aanleiding voor het nemen van die maatregel ophoudt te bestaan.
Onder verwijzing naar het tweede lid van dit artikel, dient, indien wordt vastgesteld dat een partij nadat de afgesproken termijn is verstreken nog steeds niet voldoet aan de ICAO-normen, de secretaris-generaal van de ICAO daarvan in kennis te worden gesteld. De secretaris-generaal dient tevens in kennis te worden gesteld wanneer vervolgens tot een bevredigende oplossing van de situatie is gekomen.
Artikel 9. Beveiliging van de luchtvaart
Overeenkomstig hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht, bevestigen de partijen opnieuw dat hun verplichting jegens elkaar tot bescherming van de veiligheid van de burgerluchtvaart tegen daden van wederrechtelijke inmenging integraal onderdeel uitmaakt van dit Verdrag. Zonder hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht in het algemeen te beperken, handelen de partijen in het bijzonder overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen, begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te Den Haag op 16 december 1970, het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke daden van geweld op luchthavens voor de internationale burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 24 februari 1988 en het Verdrag inzake het merken van kneedspringstoffen ten behoeve van de opsporing ervan, ondertekend te Montreal op 1 maart 1991, alsmede elk ander verdrag of protocol inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart dat of die voor beide partijen bindend wordt.
De partijen verlenen elkaar op verzoek alle nodige bijstand ter voorkoming van gedragingen van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van deze luchtvaartuigen, zijn passagiers en bemanning, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, alsmede elke andere bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart.
De partijen handelen, in hun onderlinge betrekkingen, in overeenstemming met de bepalingen inzake beveiliging van de luchtvaart vastgesteld door de ICAO en aangeduid als Bijlagen bij het Verdrag van Chicago, voor zover deze bepalingen van toepassing zijn op de partijen. Elke partij verlangt dat exploitanten van luchtvaartuigen die in hun land geregistreerd zijn of die op hun grondgebied hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening hebben of zijn gevestigd en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart. Elke partij stelt de andere partij op verzoek in kennis van verschillen tussen haar nationale voorschriften en praktijken en de normen inzake de beveiliging van de luchtvaart van de Bijlagen waarnaar in dit lid wordt verwezen. Elk van de partijen kan te allen tijde verzoeken om onmiddellijk overleg met de andere partij over dergelijke verschillen.
Elke partij stemt ermee in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat deze de in het derde lid van dit artikel bedoelde bepalingen inzake beveiliging van de luchtvaart in acht nemen die door de andere partij zijn voorgeschreven voor binnenkomst op, vertrek uit en verblijf op het grondgebied van die andere partij. Elke partij waarborgt dat op haar grondgebied adequate maatregelen op doeltreffende wijze worden uitgevoerd om de luchtvaartuigen te beschermen en dat passagiers, bemanning, handbagage, bagage, vracht en proviand vóór en tijdens het aan boord gaan of het laden aan controles worden onderworpen. Elke partij neemt tevens elk verzoek van de andere partij binnen redelijke grenzen bijzondere veiligheidsmaatregelen te nemen om een specifieke dreiging het hoofd te bieden, in welwillende overweging.
Wanneer een incident van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van een burgerluchtvaartuig of andere wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van een dergelijk burgerluchtvaartuig, zijn passagiers en bemanning, luchthavens of luchtvaartvoorzieningen plaatsvindt of dreigt plaats te vinden, verlenen de partijen elkaar bijstand door het vergemakkelijken van de communicatie en andere passende maatregelen teneinde snel en veilig een einde te maken aan een dergelijk incident of dergelijke dreiging.
Elke partij heeft het recht binnen zestig (60) dagen na een kennisgeving, of binnen een kortere termijn die de luchtvaartautoriteiten overeen kunnen komen, haar luchtvaartautoriteiten op het grondgebied van de andere partij onderzoek te laten doen naar de veiligheidsmaatregelen die worden uitgevoerd of die volgens plan zullen worden uitgevoerd, door luchtvaartmaatschappijen ten aanzien van vluchten afkomstig van of vertrekkend naar het grondgebied van de eerstgenoemde partij. De administratieve regelingen voor het uitvoeren van dergelijke onderzoeken worden overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten en worden zonder vertraging uitgevoerd teneinde te waarborgen dat de onderzoeken voortvarend worden uitgevoerd.
Wanneer een partij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de andere partij is afgeweken van de bepalingen in dit artikel, kan de eerstgenoemde partij verzoeken om overleg. Dergelijk overleg vangt aan binnen vijftien (15) dagen na de ontvangst van een dergelijk verzoek van een van de partijen. Indien zij er niet in slagen binnen vijftien (15) dagen na aanvang van dergelijk overleg tot een bevredigende oplossing te komen, vormt dit een grond voor het weigeren, intrekken, opschorten of opleggen van voorwaarden ten aanzien van de vergunningen van de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen die door de andere partij is of zijn aangewezen. Indien zulks gerechtvaardigd is vanwege een noodgeval of om verdere inbreuken op de bepalingen van dit artikel te voorkomen, kan de eerstgenoemde partij voor het verstrijken van vijftien (15) dagen tussentijdse maatregelen nemen.
Artikel 10. Passagiers die niet worden toegelaten, passagiers zonder documenten en personen die worden uitgezet
Elke partij stemt ermee in doeltreffende grenscontroles in te stellen.
In dit verband stemt elke partij ermee in de Normen en Aanbevolen Werkwijzen te implementeren van Bijlage 9 (Facilitatie) bij het Verdrag van Chicago inzake passagiers die niet worden toegelaten, passagiers zonder documenten en personen die worden uitgezet teneinde samenwerking bij de bestrijding van illegale migratie te bevorderen.
Uit hoofde van bovengenoemde doelstellingen stemt elke partij ermee in de brief met betrekking tot „frauduleuze, vervalste of nagemaakte reisdocumenten of echte documenten die door bedriegers worden overgelegd”, zoals vervat in Aanhangsel 9 b) bij Bijlage 9, af te geven of te aanvaarden, al naargelang van het geval, wanneer maatregelen worden genomen uit hoofde van de betreffende leden van hoofdstuk 3 van de Bijlage met betrekking tot het in beslag nemen van frauduleuze, vervalste of nagemaakte reisdocumenten.
Artikel 11. Gebruikersheffingen
Gebruikersheffingen die aan de luchtvaartmaatschappijen van een partij kunnen worden opgelegd door de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen van de andere partij dienen juist, rechtvaardig en niet onredelijk discriminatoir te zijn en naar billijkheid te worden verdeeld tussen de categorieën gebruikers. In alle gevallen worden deze gebruikersheffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de gunstigste voorwaarden die op het tijdstip waarop de heffingen worden opgelegd gelden voor een andere luchtvaartmaatschappij.
Gebruikersheffingen die worden opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij mogen overeenkomen met, maar niet hoger zijn dan, de volledige kosten voor de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen van het verstrekken van passende voorzieningen en diensten op het gebied van luchthaven, luchthavenmilieu, luchtvaart en beveiliging van de luchtvaart op de luchthaven of binnen het luchthavensysteem. Deze volledige kosten kunnen een redelijk rendement op vermogensbestanddelen omvatten, na afschrijving. Voorzieningen en diensten waarvoor heffingen worden opgelegd, worden op efficiënte en economische wijze verstrekt.
Elke partij moedigt overleg aan tussen de bevoegde inningsautoriteiten of -lichamen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappijen die gebruikmaken van de diensten en voorzieningen, en moedigt de bevoegde autoriteiten of -lichamen en de luchtvaartmaatschappijen aan de informatie uit te wisselen die nodig kan zijn voor accurate toetsing van de redelijkheid van de heffingen in overeenstemming met de beginselen van het eerste en tweede lid. Elke partij moedigt de bevoegde inningsautoriteiten aan de gebruikers binnen een redelijke termijn in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging van gebruikersheffingen, zodat de gebruikers hun mening kenbaar kunnen maken voordat de wijzigingen plaatsvinden.
Geen van de partijen wordt bij procedures voor de regeling van geschillen uit hoofde van artikel 29 (Regeling van geschillen) geacht inbreuk te maken op een bepaling van dit artikel, tenzij:
- a. zij nalaat de heffing of praktijk waarop een klacht van de andere partij betrekking heeft binnen een redelijke termijn te toetsen; of
- b. zij na deze toetsing nalaat alle maatregelen te nemen die in haar vermogen liggen om een heffing of praktijk die onverenigbaar is met dit artikel ongedaan te maken.
Luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten, beveiliging van de luchtvaart en andere daarmee verband houdende diensten en voorzieningen die worden geleverd op het grondgebied van de ene partij zijn beschikbaar voor gebruik door de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij onder voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de gunstigste voorwaarden die op het tijdstip waarop de afspraken voor gebruik worden gemaakt gelden voor andere luchtvaartmaatschappijen die vergelijkbare internationale luchtdiensten uitvoeren.
Artikel 12. Douanerechten
Elke partij stelt op basis van wederkerigheid de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij in de ruimst mogelijke mate die haar nationale wetgeving toestaat vrij van importbeperkingen, douanerechten, accijnzen, inspectiekosten en andere nationale rechten en lasten, die niet gebaseerd zijn op de kosten van de bij aankomst verleende diensten, op luchtvaartuigen, brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksvoorraden, reserveonderdelen met inbegrip van motoren, normale uitrustingsstukken, proviand en andere artikelen zoals voorraden gedrukte tickets, luchtvrachtbrieven en drukwerk waarop het embleem van de maatschappij voorkomt en gebruikelijk reclamemateriaal dat door die aangewezen luchtvaartmaatschappij gratis wordt verspreid en bestemd is voor gebruik of uitsluitend is gebruikt in verband met de exploitatie of het onderhoud van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van deze andere partij die de overeengekomen diensten uitvoert.
De in dit artikel toegekende vrijstellingen zijn van toepassing op de in het eerste lid genoemde goederen:
- a. die door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij op het grondgebied van de partij zijn binnengebracht;
- b. die bij aankomst op of vertrek uit het grondgebied van de andere partij aan boord van het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij blijven; of
- c. die aan boord worden genomen van het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij op het grondgebied van de andere partij en die bestemd zijn voor gebruik tijdens de exploitatie van de overeengekomen diensten;
ongeacht of dergelijke goederen geheel worden gebruikt of verbruikt op het grondgebied van de partij die de vrijstelling verleent, mits de eigendom van dergelijke goederen niet op het grondgebied van genoemde partij wordt overgedragen.
Normale uitrustingsstukken alsmede de materialen en voorraden die normaal gesproken aan boord van het luchtvaartuig van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij blijven, mogen op het grondgebied van de andere partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In een dergelijk geval kunnen deze goederen onder toezicht van genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.
Artikel 13. Belastingheffing
Voordelen uit de exploitatie van de luchtvaartuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar op het grondgebied van de partij waar de plaats van de werkelijke leiding van deze luchtvaartmaatschappij is gelegen.
Vermogen bestaande uit luchtvaartuigen die in internationaal verkeer worden geëxploiteerd door een aangewezen luchtvaartmaatschappij alsmede uit roerende zaken die worden gebruikt bij de exploitatie van deze luchtvaartuigen, is slechts belastbaar op het grondgebied van partij waar de plaats van de werkelijke leiding van de luchtvaartmaatschappij is gelegen.
Indien er tussen de partijen een bijzonder verdrag is gesloten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, hebben de bepalingen van dat verdrag voorrang.
Artikel 14. Eerlijke concurrentie
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt op eerlijke wijze in de gelegenheid gesteld de in dit Verdrag omschreven routes te exploiteren.
Artikel 15. Capaciteit
Elke partij staat toe dat elke aangewezen luchtvaartmaatschappij de frequentie en capaciteit van het internationale luchtvervoer dat zij aanbiedt bepaalt op basis van commerciële marktoverwegingen.
Geen van de partijen beperkt eenzijdig de omvang van het verkeer, de frequentie of regelmaat van een dienst, of het type of de typen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij geëxploiteerde luchtvaartuigen, tenzij dit nodig mocht zijn vanwege redenen op het gebied van douane, techniek, exploitatie of milieu uit hoofde van uniforme voorwaarden die in overeenstemming zijn met artikel 15 van het Verdrag van Chicago.
Geen van de partijen legt de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij een verplichting tot voorrangsverlening, proportionele beperkingen, een vergoeding wegens afzien van bezwaar of enige andere verplichting ten aanzien van capaciteit, frequentie of verkeer op die niet zou stroken met de doelstellingen van dit Verdrag.
Geen van de partijen eist dat tabellen, programma’s voor chartervluchten of exploitatieplannen door luchtvaartmaatschappijen van de andere partij ter goedkeuring worden ingediend, tenzij dit op basis van non-discriminatie kan worden vereist ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de uniforme voorwaarden als voorzien in het tweede lid van dit artikel of wanneer dit specifiek wordt toegestaan in een Bijlage bij dit Verdrag. Wanneer een partij indiening vereist ten behoeve van informatie, beperkt zij de administratieve belasting ten gevolge van voorschriften en procedures inzake indiening voor tussenpersonen voor luchtvervoer en voor de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij tot een minimum.
Artikel 16. Tarieven
De partijen komen overeen bijzondere aandacht te besteden aan tarieven die op bezwaren kunnen stuiten omdat ze beschouwd worden als onredelijk discriminatoir, onredelijk hoog of restrictief als gevolg van misbruik van een dominante positie, kunstmatig laag als gevolg van rechtstreekse of onrechtstreekse subsidie of steun, of als afbraakprijzen.
Elke partij kan verlangen dat de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere partij kennis geeft of geven van de tarieven voor vervoer van of naar haar grondgebied of deze indient of indienen. Een dergelijke kennisgeving of indiening kan ten hoogste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van ingang worden verlangd. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verkort.
Geen van de partijen neemt eenzijdige maatregelen ter voorkoming van de invoering of handhaving van een tarief dat wordt voorgesteld of berekend door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk van de partijen voor vervoer tussen de grondgebieden van de partijen.
Goedkeuring van de tarieven overeenkomstig de bepalingen van het derde lid van dit artikel kan door elk van de partijen uitdrukkelijk worden gegeven aan de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen die de tarieven indient of indienen. Indien een van de partijen van mening is dat een tarief in een van de in het eerste lid van dit artikel omschreven categorieën valt, doet deze partij zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen dertig (30) dagen na de datum van kennisgeving of indiening van het tarief, een kennisgeving van ongenoegen toekomen aan de andere partij en kan zij gebruikmaken van de in het vijfde lid van dit artikel genoemde overlegprocedure. Tenzij beide partijen schriftelijk zijn overeengekomen dat de betreffende tarieven ingevolge deze procedure worden afgekeurd, worden de tarieven evenwel geacht te zijn goedgekeurd.
Elke partij kan verzoeken om overleg over elk tarief van een luchtvaartmaatschappij van elk van de partijen voor diensten die onder dit Verdrag vallen, ook indien het betreffende tarief het onderwerp van een kennisgeving van ongenoegen is geweest. Dergelijk overleg vindt plaats uiterlijk dertig (30) dagen na de ontvangst van het verzoek. De partijen werken samen om de informatie te verzamelen die nodig is voor een onderbouwde oplossing van de kwestie. Indien de partijen overeenstemming bereiken ten aanzien van een tarief waarover een kennisgeving van ongenoegen is gedaan, stelt elke partij al het mogelijke in het werk om hetgeen is overeengekomen daadwerkelijk na te leven. Indien er echter geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het betreffende tarief ingevoerd of gehandhaafd.
Artikel 17. Waarborgen
De partijen komen overeen dat de volgende handelwijzen van luchtvaartmaatschappijen beschouwd kunnen worden als mogelijk oneerlijke concurrentiepraktijken die aan een nader onderzoek onderworpen kunnen worden:
- a. er worden prijzen of kosten berekend op een niveau dat, alles bij elkaar genomen, ontoereikend is om de kosten van het verlenen van de diensten waarop zij betrekking hebben te dekken;
- b. er vindt een buitensporige uitbreiding van de capaciteit of de frequentie van de vluchten plaats;
- c. de bedoelde praktijken hebben eerder een blijvend dan een tijdelijk karakter;
- d. de bedoelde praktijken hebben ernstige economische gevolgen voor of berokkenen aanzienlijke schade aan een andere luchtvaartmaatschappij;
- e. de bedoelde praktijken geven blijk van de kennelijke intentie een andere luchtvaartmaatschappij te ontwrichten, buiten te sluiten of uit de markt te verdrijven, of hebben dit hoogstwaarschijnlijk tot gevolg; en
- f. er is sprake van gedragingen die duiden op misbruik van een dominante positie op de route.
Indien de luchtvaartautoriteiten van de ene partij van mening zijn dat de door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere partij beoogde of uitgevoerde operatie(s) oneerlijke concurrentie zou(den) kunnen vormen overeenkomstig de in het eerste lid van dit artikel opgesomde indicatoren, kunnen zij verzoeken om overleg in overeenstemming met artikel 28 (Overleg) van dit Verdrag om tot een oplossing van het probleem te komen. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een kennisgeving met de redenen voor het verzoek en het overleg vangt aan binnen vijftien (15) dagen na ontvangst van het verzoek.
Indien de partijen er niet in slagen door middel van overleg tot een oplossing van het probleem te komen, kan elk van de partijen een beroep doen op de geschillenregeling uit hoofde van artikel 29 (Regeling van geschillen) van dit Verdrag teneinde het geschil te beslechten.
Artikel 18. Omwisseling van valuta en overmaking van inkomsten
Elke partij staat de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere partij op verzoek toe het na aftrek van plaatselijke uitgaven overblijvende bedrag van de plaatselijk verkregen inkomsten uit de verkoop van luchtvervoerdiensten en daarmee samenhangende activiteiten die rechtstreeks verband houden met luchtvervoer te wisselen en naar de door de luchtvaartmaatschappij gekozen staat over te maken, waarbij conversie en overmaking onverwijld worden toegestaan zonder hieraan beperkingen te stellen, zonder discriminatie en zonder daarover belastingen te heffen, tegen de wisselkoers die van toepassing is op de datum waarop het verzoek tot conversie en overmaking is gedaan.
Artikel 19. Verkoop en marketing van producten voor de luchtvaart
Elke partij verleent de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij het recht internationale luchtdiensten en daarmee samenhangende producten op haar grondgebied te verkopen en op de markt te brengen (rechtstreeks of via agenten of andere tussenpersonen naar keuze van de luchtvaartmaatschappij), met inbegrip van het recht zowel online als offline kantoren te vestigen.
Elke luchtvaartmaatschappij heeft het recht vervoer te verkopen in de valuta van dat gebied of, naar haar goeddunken, in vrij omwisselbare valuta van andere landen en het staat elke persoon vrij dit vervoer te kopen in de door deze luchtvaartmaatschappij aanvaarde valuta.
Artikel 20. Personeel dat geen onderdaan is en toegang tot lokale diensten
Elke partij staat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere partij toe:
- a. medewerkers die geen onderdaan zijn te zenden naar en te doen verblijven op haar grondgebied voor het uitvoeren van leidinggevende, commerciële, technische, operationele en andere specialistische taken die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende partij inzake binnenkomst, verblijf en werk; en
- b. gebruik te maken van de diensten en het personeel van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die werkzaam is op haar grondgebied en gemachtigd is dergelijke diensten te verlenen.
Artikel 21. Verandering van luchtvaartuig
Op elk internationaal deel van de overeengekomen routes kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij internationaal luchtvervoer verzorgen zonder beperkingen ten aanzien van verandering, op elk punt van de route, van het type of aantal ingezette luchtvaartuigen, met dien verstande dat het vervoer voorbij dat punt een voortzetting is van het vervoer vanuit het grondgebied van de partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, en bij binnenkomende vluchten het vervoer naar het grondgebied van de partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen een voortzetting is van het vervoer voorbij dat punt.
Artikel 22. Gronddiensten
Elke partij staat de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere partij toe naar eigen keuze:
- a. haar eigen gronddiensten te verrichten („self-handling”);
- b. de afhandeling voor een andere luchtvaartmaatschappij of andere luchtvaartmaatschappijen te verrichten:
- c. samen met andere een dienstverlenende entiteit op te richten; en/of
- d. een keuze te maken uit concurrerende dienstverleners.
Het is een luchtvaartmaatschappij toegestaan vrijelijk te kiezen uit de beschikbare alternatieven en deze te combineren of te veranderen, behalve wanneer dit aantoonbaar onpraktisch is en wanneer hieraan beperkingen worden gesteld vanwege de relevante veiligheids- en beveiligingsoverwegingen en, uitgezonderd de onder a) genoemde self-handling, vanwege het feit dat de schaal van de afhandeling op de luchthaven te gering is voor concurrerende aanbieders.
Van de partijen wordt altijd verlangd dat zij de nodige maatregelen treffen om een redelijke op kosten gebaseerde prijsstelling en een eerlijke en gelijke behandeling van de luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij te waarborgen.
Artikel 23. Samenwerkingsovereenkomsten
Bij de exploitatie of het onderhouden van de toegestane diensten op de overeengekomen routes kan elke aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij samenwerkingsovereenkomsten op het gebied van de verkoop aangaan, zoals joint ventures, onderling vast af te nemen plaatsen of code-sharing met:
- a. en luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een van de partijen;
- b. een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een derde land; en
- c. een aanbieder van vervoer over land en/of water van elk land,
op voorwaarde dat alle luchtvaartmaatschappijen die aan een dergelijke overeenkomst deelnemen 1) de vereiste bevoegdheden hebben en 2) voldoen aan de eisen die gewoonlijk op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn.
De partijen komen overeen de noodzakelijke maatregelen te nemen om te waarborgen dat consumenten volledig op de hoogte en beschermd zijn met betrekking tot vluchten met een gedeelde vluchtcode van of naar hun grondgebied en dat de passagiers ten minste worden voorzien van de noodzakelijke informatie op een van de volgende wijzen:
- a. mondeling en, indien mogelijk, schriftelijk op het moment van boeken;
- b. schriftelijk, op het ticket zelf en/of (indien dat niet mogelijk is) op de routebeschrijving bij het ticket of op een ander document dat het ticket vervangt zoals een schriftelijke bevestiging, met inbegrip van informatie over met wie contact kan worden opgenomen in geval van problemen en een duidelijke indicatie van welke luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk is bij schade of een ongeval; en
- c. wederom mondeling, door het grondpersoneel van de luchtvaartmaatschappij tijdens alle stadia van de reis.
De luchtvaartmaatschappijen zijn verplicht elke voorgestelde samenwerkingsovereenkomst ten minste dertig (30) dagen voor de voorgestelde ingang ervan in te dienen bij de luchtvaartautoriteiten van beide partijen.
Artikel 24. Leasen
Elk van de partijen mag beletten dat gebruik wordt gemaakt van geleasede luchtvaartuigen voor de diensten die onder dit Verdrag vallen die niet voldoen aan de artikelen 8 (Veiligheid) en 9 (Beveiliging van de luchtvaart).
Onverminderd het eerste lid van dit artikel, mogen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke partij van andere luchtvaartmaatschappijen geleasede luchtvaartuigen gebruiken, op voorwaarde dat alle deelnemers aan dergelijke overeenkomsten over de vereiste bevoegdheden beschikken en voldoen aan de eisen die op dergelijke overeenkomsten van toepassing zijn
Artikel 25. Intermodale vervoersdiensten
Niettegenstaande de andere bepalingen van dit Verdrag, is het luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van vrachtvervoer van beide partijen onverminderd toegestaan ten behoeve van internationaal luchtvervoer gebruik te maken van vervoer over land en/of water voor vracht naar of vanaf punten op de grondgebieden van de partijen of in derde landen, met inbegrip van vervoer naar en vanaf alle luchthavens met douanevoorzieningen en waar van toepassing met inbegrip van het recht vracht onder douanetoezicht met inachtneming van de toepasselijke wetten en voorschriften te vervoeren. Deze vracht, ongeacht of deze over land en/of water of door de lucht wordt vervoerd, wordt toegelaten tot de douaneafhandeling en douanevoorzieningen op de luchthaven. Luchtvaartmaatschappijen kunnen ervoor kiezen zelf hun vervoer over land en/of water te verrichten of door middel van regelingen met andere vervoerders over land en/of water, met inbegrip van vervoer over land en/of water geëxploiteerd door andere luchtvaartmaatschappijen en indirecte aanbieders van vrachtvervoer.
Deze intermodale vrachtdiensten kunnen worden aangeboden tegen een allesomvattend tarief voor het vervoer door de lucht en over land en/of zee tezamen, mits de vervoerders niet worden misleid ten aanzien van de feiten aangaande dergelijk vervoer.
Artikel 26. Statistieken
De luchtvaartautoriteiten van beide partijen voorzien elkaar, op verzoek, van periodieke statistische gegevens of soortgelijke informatie over het verkeer op de overeengekomen diensten.
Artikel 27. Goedkeuring van schema’s
De aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij dient haar voorgenomen vluchtschema’s ten minste vijftien (15) dagen voor aanvang van de exploitatie van de overeengekomen diensten ter goedkeuring in bij de luchtvaartautoriteiten van de andere partij. Dezelfde procedure is van toepassing bij eventuele wijzigingen daarvan.
Voor extra vluchten die de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een partij wenst uit te voeren op de overeengekomen diensten buiten de goedgekeurde dienstregeling, dient deze luchtvaartmaatschappij vooraf toestemming te vragen van de luchtvaartautoriteiten van de andere partij. Dergelijke verzoeken worden gewoonlijk ten minste twee (2) werkdagen voor het uitvoeren van dergelijke vluchten ingediend.
Artikel 28. Overleg
Elke partij mag te allen tijde verzoeken om overleg over de uitlegging, toepassing, tenuitvoerlegging of wijziging van dit Verdrag of over de naleving van dit Verdrag.
Dergelijk overleg, dat door middel van besprekingen of briefwisseling kan plaatsvinden, vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van een schriftelijk verzoek door de andere partij, tenzij de partijen anders overeenkomen.
Artikel 29. Regeling van geschillen
Elk geschil dat tussen de partijen mocht ontstaan met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, trachten de partijen in de eerste plaats te regelen door middel van overleg en onderhandelingen.
Indien de partijen er niet in slagen het geschil door middel van overleg te beslechten, kan het, op verzoek van een van de partijen, aan arbitrage worden onderworpen in overeenstemming met de hieronder vervatte procedure.
De arbitrage wordt uitgevoerd door een gerecht van drie scheidsmannen, van wie er een door elke partij wordt benoemd, waarna over de derde overeenstemming dient te worden bereikt door de twee aldus gekozen scheidsmannen, mits deze derde scheidsman geen onderdaan is van een van de partijen. Elke partij wijst een scheidsman aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum waarop de ene partij van de andere partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke regeling van het geschil wordt verzocht, en over de derde scheidsman dient overeenstemming te worden bereikt binnen een volgende termijn van zestig (60) dagen. Indien een van de partijen verzuimt haar eigen scheidsman aan te wijzen binnen de termijn van zestig (60) dagen of indien binnen de aangegeven termijn van zestig (60) dagen geen overeenstemming is bereikt omtrent de derde scheidsman, kan de Voorzitter van de Raad van de ICAO door een van de partijen worden verzocht een scheidsman of scheidsmannen te benoemen. Indien de Voorzitter de nationaliteit van een van de partijen bezit, dient de Vicevoorzitter met de hoogste anciënniteit die niet op deze grond is uitgesloten de benoeming te verrichten.
Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.
De uitspraak van het scheidsgerecht is bindend voor de partijen.
Elke partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman. De overige kosten van het scheidsgerecht worden in gelijke delen gedragen door de partijen, met inbegrip van de kosten gemaakt door de Voorzitter van de Raad van de ICAO bij het implementeren van de in het derde lid van dit artikel genoemde procedures.
Indien en zo lang een van de partijen niet voldoet aan een uit hoofde van het derde lid van dit artikel genomen besluit, kan de andere partij alle rechten of voorrechten die zij uit hoofde van dit Verdrag heeft toegekend aan de in gebreke blijvende partij, luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen beperken, weigeren of intrekken.
Artikel 30. Wijzigingen
Elke partij kan te allen tijde verzoeken om overleg met de andere partij ten behoeve van het wijzigen van dit Verdrag of de Bijlagen daarbij. Dergelijk overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek. Dit overleg kan zowel door middel van besprekingen als door middel van een briefwisseling worden gevoerd.
Wijzigingen van dit Verdrag worden door de partijen overeengekomen en worden van kracht op de datum waarop de partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan hun onderscheiden constitutionele vereisten is voldaan.
Artikel 31. Multilaterale verdragen
Indien beide partijen partij worden bij een multilateraal verdrag ter zake van aangelegenheden die onder dit Verdrag vallen, plegen ze overleg om vast te stellen of dit Verdrag rekening houdend met het multilaterale verdrag herzien dient te worden.
Artikel 32. Beëindiging
Elk van de partijen kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis stellen van haar besluit dit Verdrag te beëindigen. Deze kennisgeving wordt tegelijkertijd toegezonden aan de ICAO. Dit Verdrag treedt twaalf maanden na de datum waarop de kennisgeving door de andere partij is ontvangen om 12 uur 's nachts buiten werking, tenzij de kennisgeving vóór het verstrijken van deze termijn met wederzijdse instemming wordt ingetrokken. Indien de andere partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na de ontvangst van de kennisgeving door de ICAO.
Artikel 33. Registratie bij de ICAO
Dit Verdrag en eventuele wijzigingen daarvan worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 34. Toepasselijkheid van het Verdrag
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op Curaçao.
Artikel 35. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de laatste kennisgeving langs diplomatieke weg waarin de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat alle vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn voltooid.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE in duplicate at Panama City, on this 11th day of April 2015, in the English, Dutch and Spanish languages, each version being equally authentic. In case of divergence in the interpretation of this Agreement, the English version shall prevail.
For the Kingdom of the Netherlands, in respect of Curaçao:
JOSÉ M.N. JARDIM
For the Republic of Panama:
ISABEL DE SAINT MALO DE ALVARADO
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)