Verdrag inzake luchtvervoer tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Panama
Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba,
en
de Republiek Panama (hierna te noemen „de Partijen”);
Geleid door de wens de uitbreiding van de mogelijkheden voor het internationale luchtvervoer op basis van concurrentie op de vrije markt tussen luchtvaartmaatschappijen, met zo weinig mogelijk tussenkomst van en regulering door de overheid te vergemakkelijken;
Geleid door de wens de uitbreiding van mogelijkheden voor het internationale luchtvervoer te vergemakkelijken;
Geleid door de wens luchtvaartmaatschappijen in de gelegenheid te stellen een verscheidenheid aan keuzen ten dienste van reizigers en vrachtvervoer aan te bieden voor de laagst mogelijke prijs, zonder dat daarbij sprake is van ongelijke kansen of misbruik van machtspositie, alsmede elke luchtvaartmaatschappij aan te moedigen innovatieve en concurrerende tarievenstelsels te ontwikkelen en in praktijk te brengen;
Geleid door de wens te zorgen voor een zo hoog mogelijke mate van bescherming en veiligheid in het internationaal luchtvervoer en opnieuw hun ernstige bezorgdheid te uiten over handelingen tegen of bedreigingen van de veiligheid van luchtvaartuigen die de veiligheid van personen en goederen in gevaar brengen, en de exploitatie van het luchtvervoer schaden en het vertrouwen van het publiek in de burgerluchtvaart ondermijnen; en
Partijen zijnde bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders vermeld, wordt onder de uitdrukking:
-
- „Luchtvaartautoriteiten” verstaan: in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, het Departement Burgerluchtvaart van Aruba of de instantie die dit Departement opvolgt en, in het geval van de Republiek Panama, de Burgerluchtvaartautoriteit (de bevoegde ambtenaren en iedere andere persoon of instantie die bevoegd is de functies te vervullen die de genoemde bevoegde ambtenaren vervullen);
-
- „Verdrag” verstaan dit Verdrag, de bijbehorende Bijlagen en alle wijzigingen hierop;
-
- „Luchtvervoer” verstaan alle door middel van luchtvaartuigen geleverde diensten bestemd voor openbaar vervoer van passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd, tegen betaling of in lease;
-
- „Verdrag van Chicago” verstaan het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld, dat mede omvat:
- a. alle krachtens artikel 94, onder a, van het Verdrag van Chicago van kracht geworden wijzigingen die door beide Partijen zijn bekrachtigd; en
- b. alle krachtens artikel 90 van het Verdrag van Chicago aangenomen Bijlagen en wijzigingen daarop, voorzover die Bijlagen en wijzigingen op enig moment van kracht zijn geworden voor beide Partijen;
-
- „Aangewezen luchtvaartmaatschappijen” verstaan de in overeenstemming met artikel 3 van dit Verdrag aangewezen en bevoegde luchtvaartmaatschappijen;
-
- „Totale kosten” verstaan de kosten van het leveren van de dienst plus een redelijke toeslag voor administratiekosten;
-
- „Internationaal luchtvervoer” verstaan luchtvervoer dat door het luchtruim boven het grondgebied van meer dan één Staat voert;
-
- „Tarief” verstaan alle prijzen, tarieven of heffingen die voor het luchtvervoer van reizigers (en hun bagage) en/of vracht (post uitgezonderd) of een combinatie van beide, door de luchtvaartmaatschappijen met inbegrip van hun agenten in rekening worden gebracht, alsmede de voor de aanbieding van genoemde prijzen, tarieven of heffingen geldende voorwaarden;
-
- „Landing anders dan voor verkeersdoeleinden” verstaan een landing gemaakt anders dan voor het opnemen of afzetten van passagiers, bagage, vracht of post in het luchtvervoer;
-
- „Grondgebied” verstaan het grondgebied overeenkomstig de betekenis die daaraan is toegekend in artikel 2 van het Verdrag van Chicago;
-
- „Gebruikersheffingen” verstaan de heffingen die aan luchtvaartmaatschappijen worden opgelegd voor het ter beschikking stellen van luchthaven-, luchtnavigatie- of luchtveiligheidsdiensten en -faciliteiten, met inbegrip van aanverwante diensten en faciliteiten.
Artikel 2. Verlening van rechten
Elke Partij verleent aan de andere Partij de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij:
- a. het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;
- b. het recht om landingen, anders dan voor verkeersdoeleinden, op haar grondgebied te maken; en
- c. de overige in dit Verdrag bepaalde rechten.
Het in het eerste lid van dit artikel bepaalde betekent niet dat aan de luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij het recht wordt verleend op het grondgebied van de andere Partij passagiers, vracht of post aan boord te nemen die tegen betaling worden vervoerd en op weg zijn naar een ander punt van het grondgebied van de andere Partij.
Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunning
Elke Partij heeft het recht de luchtvaartmaatschappijen van haar keuze aan te wijzen voor het in overeenstemming met dit Verdrag verrichten van internationaal luchtvervoer en genoemde aanwijzingen in te trekken of te wijzigen. Deze aanwijzingen worden schriftelijk langs diplomatieke weg aan de andere Partij medegedeeld. Tevens wordt verklaard of de desbetreffende luchtvaartmaatschappij bevoegd is het in Bijlage 1, in Bijlage 2 of in beide Bijlagen vastgelegde soort luchtvervoer te verrichten.
Na ontvangst van deze aanwijzing en de verzoekschriften van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in overeenstemming met hetgeen is voorgeschreven voor het verlenen van exploitatievergunningen en technische vergunningen, verleent de andere Partij onverwijld de nodige exploitatievergunningen en technische vergunningen, mits
- a. de aangewezen luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij voldoet aan de voorwaarden die gelden volgens de wetten en voorschriften die de Partij die het verzoekschrift in overweging heeft, gewoonlijk toepast op de exploitatie van het internationale luchtvervoer; en
- b. de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, de normen vermeld in artikel 6 (Operationele veiligheid) en artikel 7 (Veiligheid van de luchtvaart) naleeft en toepast.
Artikel 4. Intrekking van de vergunning
Elke Partij mag de exploitatievergunningen of de technische vergunningen van een door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij intrekken, opschorten of beperken, indien:
- a. de desbetreffende luchtvaartmaatschappij niet heeft voldaan aan de wetten en voorschriften zoals bedoeld in artikel 5 (Toepassing van Wetten) van dit Verdrag; of
- b. de andere Partij de in artikel 6 (Operationele veiligheid) genoemde normen niet naleeft of toepast.
Tenzij het noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te nemen teneinde verdere niet-naleving als bedoeld in het eerste lid van dit artikel onder de letters a en b, te voorkomen, worden de rechten voortvloeiend uit dit artikel slechts uitgeoefend na overleg met de andere Partij.
Dit artikel houdt geen beperking in van het recht van elke Partij de exploitatievergunning of de technische vergunning van een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij op te schorten, in te trekken, te beperken of aan voorwaarden te verbinden, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 (Veiligheid van de luchtvaart).
Artikel 5. Toepassing van wetten
De luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij dienen bij binnenkomst in, vertrek uit of verblijf op het grondgebied van de andere Partij te voldoen aan de wetten en voorschriften van die Partij betreffende de exploitatie van en het vliegen met luchtvaartuigen.
De luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij dienen bij binnenkomst in, vertrek uit of verblijf op het grondgebied van de andere Partij te voldoen aan de wetten en voorschriften betreffende de binnenkomst in of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningsleden of vracht van luchtvaartuigen (met inbegrip van de voorschriften betreffende de binnenkomst, inklaring, veiligheid van de luchtvaart, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine of, ingeval van post, de postreglementen), rechtstreeks of namens genoemde passagiers, bemanningsleden en vracht.
Artikel 6. Operationele veiligheid
Elke Partij erkent de geldigheid van de bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Partij zijn afgegeven of geldig verklaard en nog niet zijn verlopen, voor het in dit Verdrag bedoelde verrichten van luchtvervoer, mits de eisen voor het verlenen van die bewijzen of vergunningen ten minste gelijk zijn aan de minimumnormen die op grond van het Verdrag van Chicago kunnen worden vastgesteld. Elke Partij kan evenwel voor vluchten boven haar eigen grondgebied weigeren de geldigheid te erkennen van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die ten behoeve van haar eigen onderdanen zijn afgegeven of geldig verklaard door de andere Partij.
Elke Partij kan verzoeken om overleg over de operationele veiligheidsnormen die door de andere Partij worden opgelegd met betrekking tot de luchtvaartfaciliteiten, de bemanningsleden, de luchtvaartuigen en de exploitatie van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen. Indien een Partij na genoemd overleg tot de conclusie komt dat de andere Partij een aantal normen en eisen betreffende de operationele veiligheid niet doeltreffend oplegt of toepast, met dien verstande dat deze ten minste gelijk dienen te zijn aan de minimumnormen die op grond van het Verdrag van Chicago kunnen worden vastgesteld, stelt zij de andere Partij in kennis van dit onderzoek en van de stappen die noodzakelijk worden geacht om te kunnen voldoen aan deze minimumnormen, waarna de andere Partij passende maatregelen ter verbetering treft. Elke Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning of de technische vergunning van een of meer door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op te schorten, in te trekken of te beperken, indien de andere Partij dergelijke passende maatregelen ter verbetering niet binnen een redelijke termijn neemt.
Artikel 7. Veiligheid van de luchtvaart
In overeenstemming met hun rechten en verplichtingen onder internationaal recht, bevestigen de Partijen opnieuw dat hun verplichting jegens elkaar om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke gedragingen, een integrerend deel vormt van dit Verdrag. Zonder de algemeenheid van hun rechten en verplichtingen onder internationaal recht te beperken, dienen Partijen met name te handelen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971.
Partijen komen overeen elkaar alle nodige bijstand te verlenen ter voorkoming van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, passagiers, bemanningsleden, luchthavens en luchtvaartvoorzieningen, alsmede elke andere bedreiging van de veiligheid van de burgerluchtvaart aan te pakken.
Partijen handelen, in hun onderlinge betrekkingen, in overeenstemming met de geldende bepalingen inzake de veiligheid van de luchtvaart, vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en als Bijlagen aan het Verdrag van Chicago toegevoegd. Dit vereist dat exploitanten van luchtvaartuigen die in het eigen land zijn geregistreerd, exploitanten van luchtvaartuigen die hun plaats van bedrijfsvoering of permanent verblijf op het eigen grondgebied hebben en exploitanten van luchthavens op het eigen grondgebied, handelen in overeenstemming met die bepalingen inzake de veiligheid van de luchtvaart.
Elke Partij stemt ermee in zich te houden aan de bepalingen inzake beveiliging die de andere Partij voorschrijft voor de binnenkomst in, het vertrek uit en het verblijf op het grondgebied van die andere Partij en passende maatregelen te treffen teneinde de luchtvaartuigen te beveiligen en de passagiers, de bemanningsleden, hun koffers en handbagage, alsmede de vracht en bevoorrading van het luchtvaartuig aan een onderzoek te onderwerpen vóór of tijdens het aan boord gaan en inladen. Elke Partij neemt bovendien elk verzoek van de andere Partij om bijzondere beveiligingsmaatregelen, teneinde het hoofd te bieden aan een concrete bedreiging, welwillend in overweging.
Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen of van een andere wederrechtelijke gedraging gericht tegen de veiligheid van passagiers, bemanningsleden, luchtvaartuigen, luchthavens of luchtvaartvoorzieningen, of dreigt zich voor te doen, verlenen Partijen elkaar bijstand door de verbindingen en andere passende maatregelen, bedoeld om op snelle en veilige wijze een einde te maken aan een dergelijk voorval, of de dreiging daarvan, te vergemakkelijken.
Wanneer een Partij gegronde redenen heeft van mening te zijn dat de andere Partij zich niet heeft gehouden aan de bepalingen inzake de veiligheid van de luchtvaart als vermeld in dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten van die Partij verzoeken om onverwijld overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij. Indien binnen een termijn van 15 dagen, gerekend vanaf de datum van dat verzoek, geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt, is de ene Partij gerechtigd de exploitatievergunning of de technische vergunning van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij op te schorten, in te trekken, te beperken of daaraan voorwaarden te verbinden. In geval van nood, kan een Partij tijdelijke maatregelen nemen vóór het verstrijken van de 15 dagen.
Artikel 8. Commerciële mogelijkheden
De luchtvaartmaatschappijen van een Partij mogen op het grondgebied van de andere Partij kantoren vestigen voor de bevordering en de verkoop van luchtvervoer.
De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke Partij mogen, in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Partij inzake binnenkomst, verblijf en tewerkstelling, het voor het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel en technisch personeel en andere specialisten zenden naar en doen verblijven op het grondgebied van de andere Partij.
Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij mag voorzien in haar eigen afhandelingsdiensten op het grondgebied van de andere Partij („eigen diensten”) of, indien zij daaraan de voorkeur geeft, een aantal van de concurrerende agenten uitkiezen om deze diensten geheel of gedeeltelijk te verlenen. Deze rechten zijn alleen onderworpen aan fysieke beperkingen die worden opgelegd om redenen van de veiligheid van de luchthaven. Indien de eigen diensten om deze redenen worden uitgesloten, staan de afhandelingsdiensten ter beschikking van alle luchtvaartmaatschappijen op basis van gelijkheid; de tarieven zijn gebaseerd op de kosten van de geleverde diensten en die diensten dienen wat betreft aard en kwaliteit gelijkwaardig te zijn aan de eigen diensten die zouden zijn geleverd indien dit mogelijk was geweest.
Elke luchtvaartmaatschappij van beide Partijen mag zich op het grondgebied van de andere Partij rechtstreeks, of naar goeddunken van de luchtvaartmaatschappij, via haar agenten, met de verkoop van luchtvervoer bezighouden. Een uitzondering hierop vormen de specifieke bepalingen inzake charters van de desbetreffende Partij met betrekking tot de bescherming van de (door de) passagiers (betaalde) gelden en het recht van passagiers op annulering en restitutie. Elke luchtvaartmaatschappij is gerechtigd genoemd vervoer te verkopen en elke persoon is gerechtigd het te kopen, in de munteenheid van het grondgebied of in vrij inwisselbare munteenheden.
Elke luchtvaartmaatschappij is gerechtigd, na een daartoe strekkende aanvraag, het batig saldo van de ontvangsten en uitgaven op het grondgebied van de andere Partij te wisselen en over te maken naar het eigen land. Een snelle omwisseling en overmaking wordt mogelijk gemaakt zonder daaraan beperkingen of heffingen op te leggen en tegen de wisselkoers die van toepassing is op de gewone transacties en overmakingen op de datum waarop de vervoerder de eerste aanvraag tot overmaking indient.
Het is de luchtvaartmaatschappijen van elke Partij toegestaan de kosten die worden gemaakt op het grondgebied van de andere Partij, met inbegrip van de aankoop van brandstof, in de munteenheid van het land te betalen. De luchtvaartmaatschappijen van een Partij mogen naar hun goeddunken genoemde kosten op het grondgebied van de andere Partij betalen in vrij inwisselbare munteenheden, overeenkomstig de monetaire voorschriften van het land.
Bij het exploiteren of aanbieden van de diensten waarvoor vergunning is verleend op de overeengekomen routes mag elke aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij commerciële samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld regelingen voor een gereserveerde capaciteit, voor code-sharing of voor leasing, aangaan met:
- a. een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van de Partijen; en
- b. een of meerdere luchtvaartmaatschappijen van een derde land, mits genoemd derde land gelijke regelingen bekrachtigt of toestaat tussen de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij en andere luchtvaartmaatschappijen op de diensten naar dat derde land, of daarvandaan of over zijn grondgebied, mits alle luchtvaartmaatschappijen die dergelijke regelingen overeenkomen,
-
- de benodigde vergunning hebben;
-
- voldoen aan de eisen die gewoonlijk aan dergelijke regelingen worden gesteld.
Artikel 9. Douanerechten en heffingen
Bij aankomst op het grondgebied van de ene Partij, zijn luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij worden geëxploiteerd op internationale luchtdiensten, alsmede hun normale uitrustingsstukken, de gronduitrusting, motorbrandstof, smeermiddelen, verbruikbare technische voorraden, reserve-onderdelen (met inbegrip van motoren), voorraden (met inbegrip van onder andere etenswaren, (gedistilleerde) dranken en tabaksartikelen, alsmede overige producten bestemd voor de verkoop aan passagiers of voor het in beperkte hoeveelheden consumeren daarvan tijdens de vlucht) en andere voorwerpen die alleen zijn bestemd voor of worden gebruikt in verband met de exploitatie of de instandhouding van de luchtvaartuigen die aan het internationale luchtvervoer deelnemen, op basis van wederkerigheid, vrijgesteld van alle invoerbeperkingen en van alle belastingen op goederen en vermogen, douanerechten, accijnzen en gelijksoortige heffingen en tarieven die:
- a. door de nationale autoriteiten worden opgelegd; en
- b. niet zijn gebaseerd op de kosten van de geleverde dienst, mits genoemde uitrustingen en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven.
Eveneens zijn, op basis van wederkerigheid, vrijgesteld van de belastingen, rechten, accijnzen, heffingen en tarieven waarnaar wordt verwezen in het eerste lid van dit artikel, met uitzondering van de tarieven gebaseerd op de kosten van de geleverde dienst:
- a. voorraden, binnengebracht op het grondgebied van de ene Partij of geleverd op dat grondgebied en aan boord gebracht, binnen redelijke grenzen, welke bestemd zijn voor gebruik door de luchtvaartuigen tijdens uitgaande vluchten van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij die internationale luchtvaartdiensten exploiteren, zelfs indien deze voorraden worden gebruikt op een gedeelte van de vlucht dat wordt afgelegd boven het grondgebied van de Partij waarin zij aan boord zijn genomen;
- b. de gronduitrusting en de reserveonderdelen (met inbegrip van motoren), binnengebracht op het grondgebied van de ene Partij voor service, onderhoud of reparatie van luchtvaartuigen van luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij die internationale luchtvaartdiensten exploiteren;
- c. motorbrandstof, smeermiddelen en verbruikbare technische voorraden, binnengebracht op het grondgebied van de ene Partij of geleverd op dat grondgebied voor gebruik in luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij die internationale luchtvaartdiensten exploiteren, zelfs indien deze voorraden worden gebruikt op een gedeelte van de vlucht dat wordt afgelegd boven het grondgebied van de Partij waarin zij aan boord zijn genomen; en
- d. reclame- en promotiemateriaal, binnengebracht op het grondgebied van de ene Partij en aan boord gebracht, binnen redelijke grenzen, voor gebruik in de luchtvaartuigen tijdens uitgaande vluchten van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij die internationale luchtvaartdiensten exploiteren, zelfs indien dit materiaal wordt gebruikt op een gedeelte van de vlucht dat wordt afgelegd boven het grondgebied van de Partij waarin het aan boord is genomen.
Verlangd kan worden dat de uitrusting en de voorraden waarnaar in het eerste en tweede lid van dit artikel wordt verwezen, onder toezicht of beheer van de bevoegde autoriteiten worden bewaard.
De vrijstellingen uit dit artikel worden ook verleend wanneer de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij een contract afsluiten met andere luchtvaartmaatschappijen die eveneens genoemde vrijstellingen van de andere Partij genieten, voor het op het grondgebied van de andere Partij lenen of overdragen van de voorwerpen waarnaar wordt verwezen in het eerste en tweede lid van dit artikel.
Artikel 10. Gebruikersheffingen
De gebruikersheffingen opgelegd door de bevoegde autoriteiten van de ene Partij aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij dienen rechtvaardig, redelijk en non-discriminatoir te zijn, en dienen evenredig te worden verdeeld over alle gebruikerscategorieën. In ieder geval mogen heffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij niet onder minder gunstige voorwaarden worden toegepast dan de meest gunstige voorwaarden opgelegd aan enige andere luchtvaartmaatschappij ten tijde van het vaststellen van die heffingen.
De gebruikersheffingen opgelegd aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij mogen gelijk, maar niet hoger zijn dan een evenredig deel van de totale kosten die door de bevoegde belastingautoriteiten geacht worden te zijn gemoeid met het verlenen van de noodzakelijke diensten en faciliteiten inzake de luchthaven, het luchthavenmilieu, de luchtnavigatie en de veiligheid van de luchtvaart, op de luchthaven en in het luchthavensysteem. Bij die totale kosten mag rekening worden gehouden met een redelijk rendement van de activa, na aftrek van de waardevermindering. De faciliteiten en diensten waarvoor deze rechten worden geheven, dienen op doelmatige en economische wijze ter beschikking te worden gesteld.
Elke Partij bevordert het overleg tussen de bevoegde belastingautoriteiten of -organen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappijen die gebruik maken van de diensten en faciliteiten, en moedigt genoemde autoriteiten of organen en de luchtvaartmaatschappijen aan die informatie uit te wisselen die noodzakelijk is om exact vast te stellen of de heffingen gerechtvaardigd zijn gezien de principes vermeld in het eerste en tweede lid van dit artikel. Elke Partij moedigt de bevoegde belastingautoriteiten aan de gebruikers ruim van te voren op de hoogte te stellen van elk voorstel tot wijziging in de gebruikersheffingen, teneinde de gebruikers de mogelijkheid te bieden hun mening te uiten vóór het ingaan van de wijzigingen.
In de procedures voor het oplossen van geschillen overeenkomstig artikel 14, wordt er niet van uitgegaan dat de ene Partij inbreuk heeft gemaakt op een bepaling van dit artikel, tenzij deze
- a. niet binnen een redelijke termijn een onderzoek instelt naar de heffing of de praktijk die onderwerp is van de klacht van de andere Partij; of
- b. na genoemd onderzoek nalaat de maatregelen te treffen die binnen haar bereik liggen om een heffing of praktijk die strijdig is met dit Verdrag, te verbeteren.
Artikel 11. Eerlijke concurrentie
Elke Partij geeft de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen een eerlijke en gelijke kans om mee te dingen voor het internationale luchtvervoer waarop dit Verdrag betrekking heeft.
Elke Partij stelt elke aangewezen luchtvaartmaatschappij in de gelegenheid de frequentie en de capaciteit van het internationale luchtvervoer dat zij aanbiedt, vast te stellen op grond van commerciële overwegingen.
Overeenkomstig dit recht, mag geen der Partijen eenzijdig enige beperking aanbrengen in de omvang van het verkeer, de frequentie of de regelmaat van de dienst, noch in het type of de types luchtvaartuigen die de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij exploiteren, behalve wanneer dit nodig is vanwege douane-, technische, exploitatie- of milieuvereisten, onder gelijke voorwaarden verenigbaar met artikel 15 van het Verdrag van Chicago.
Geen der Partijen stelt aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij eisen met betrekking tot een recht op voorrang of evenredigheid bij de verdeling van het verkeer, noch verleent zij vergoedingen voor het niet indienen van bezwaren en evenmin stelt zij andere eisen met betrekking tot capaciteit, frequentie of verkeer die in strijd zijn met de doelstellingen van dit Verdrag.
Geen der Partijen verlangt dat de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij vluchtschema's, charterprogramma's of exploitatieplannen ter goedkeuring voorleggen, behalve die welke op non-discriminatoire basis vereist kunnen zijn om de gelijke voorwaarden als bedoeld in het tweede lid van dit artikel of die specifiek in een Bijlage bij dit Verdrag worden vastgelegd, na te leven. De Partij die een dergelijke overlegging ter informatie verlangt, dient de administratieve formaliteiten van de eisen en procedures voor overlegging voor de bemiddelaars van het luchtvervoer en de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij, tot een minimum te beperken.
Artikel 12. Vaststelling van tarieven
Elke Partij stelt alle aangewezen luchtvaartmaatschappijen in de gelegenheid de tarieven van het luchtvervoer op grond van commerciële overwegingen vast te stellen. De tussenkomst van de Partijen beperkt zich tot:
- a. het voorkomen van ongerechtvaardigd discriminatoire tarieven en praktijken;
- b. het beschermen van de consumenten tegen tarieven die ten onrechte hoog of restrictief zijn vanwege misbruik van machtspositie; en
- c. het beschermen van de luchtvaartmaatschappijen tegen tarieven die kunstmatig laag zijn vanwege directe of indirecte officiële subsidies of steun.
Elke Partij kan verlangen dat de tarieven die de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij willen innen voor de binnenkomst op of het vertrek uit haar grondgebied, worden meegedeeld of overgelegd aan haar luchtvaartautoriteiten. De door de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij verlangde termijn voor kennisgeving of overlegging mag niet langer zijn dan 15 dagen vóór de voorgestelde datum van inwerkingtreding. In specifieke gevallen kunnen kortere kennisgevings- of overleggings-termijnen worden toegelaten. Geen der Partijen kan eisen dat de luchtvaartmaatschappijen van de andere Partij de tarieven die door chartermaatschappijen aan het publiek in rekening worden gebracht, bekend maken of overleggen, tenzij deze op non-discriminatoire basis voor informatiedoeleinden worden verlangd.
Geen der Partijen treft eenzijdige maatregelen gericht op het voorkomen van de inwerkingtreding of de voortzetting van een voorgesteld tarief dat zou worden geïnd of wordt geïnd door:
- a. de luchtvaartmaatschappijen van een der Partijen voor het internationale luchtvervoer tussen de grondgebieden van de Partijen; of
- b. de luchtvaartmaatschappijen van de ene Partij voor het internationale luchtvervoer tussen het grondgebied van de andere Partij en ieder ander land, in beide gevallen met inbegrip van het vervoer dat door maatschappijen wordt gedeeld of dat binnen dezelfde maatschappij wordt uitgevoerd.
Indien een der Partijen van mening is dat genoemd tarief in strijd is met de overwegingen uit het eerste lid van dit artikel, verzoekt zij om overleg en deelt de andere Partij zo spoedig mogelijk de redenen voor haar afkeuring mee. Dit overleg dient niet later dan 30 dagen na ontvangst van het verzoek plaats te vinden en Partijen dienen samen te werken teneinde de informatie te verkrijgen die noodzakelijk is voor een redelijke oplossing van de kwestie. Indien Partijen tot overeenstemming komen inzake een tarief waarvoor een kennisgeving van afkeuring is ingediend, dient elke Partij haar uiterste best te doen de desbetreffende overeenstemming van kracht te laten worden. Bij gebrek aan overeenstemming, wordt of blijft het eerstgenoemde tarief van kracht.
Artikel 13. Overleg
Elk der Partijen kan te allen tijde verzoeken om overleg inzake dit Verdrag. Dit overleg dient zo spoedig mogelijk te beginnen, doch uiterlijk binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek door de andere Partij, tenzij Partijen anders overeenkomen.
Artikel 14. Regeling van geschillen
Geschillen met betrekking tot dit Verdrag, met uitzondering van geschillen die voortvloeien uit het derde lid van artikel 12 (Vaststelling van tarieven), die niet tijdens een eerste ronde van officieel overleg worden opgelost, kunnen met goedvinden van Partijen ter beoordeling worden voorgelegd aan een persoon in het bijzonder of aan een uit meerdere personen bestaand orgaan. Indien Partijen niet kiezen voor bovenstaande procedure, kan het desbetreffende geschil op verzoek van elk der Partijen aan arbitrage worden onderworpen, overeenkomstig de hierna vast te stellen procedures.
De arbitrage wordt uitgevoerd door een scheidsgerecht van drie scheidsmannen dat als volgt is samengesteld:
- a. Elke Partij dient binnen een termijn van 30 dagen na ontvangst van het verzoek om arbitrage een scheidsman te benoemen. Binnen een termijn van 60 dagen na hun benoeming dienen deze twee scheidsmannen in gezamenlijk overleg een derde scheidsman te benoemen, die de functie van voorzitter van het scheidsgerecht zal uitoefenen;
- b. Indien een der Partijen in het geschil geen scheidsman benoemt, of indien de derde scheidsman niet in overeenstemming met het onder letter a van dit lid bepaalde wordt benoemd, kan elk der Partijen in kwestie aan de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken de benodigde scheids-man(nen) binnen een termijn van 30 dagen te benoemen. Indien de President dezelfde nationaliteit heeft als een der Partijen, wordt de benoeming gedaan door de hoogste in rang zijnde vice-President die niet om deze reden ongeschikt is bevonden.
Tenzij anders overeengekomen, bepaalt het scheidsgerecht de grenzen van zijn rechtsmacht in overeenstemming met dit Verdrag en stelt het zijn eigen procedure vast. Nadat het scheidsgerecht is samengesteld, kan het aanbevelen tijdelijke maatregelen ter genoegdoening te treffen tot een definitieve oplossing is gevonden. Op initiatief van het scheidsgerecht of op verzoek van een der Partijen, dient uiterlijk 15 dagen na de volledige samenstelling van het scheidsgerecht een bespreking te worden gehouden teneinde vast te stellen welke kwesties precies aan arbitrage worden onderworpen en welke concrete procedures worden gevolgd.
Tenzij anders overeengekomen, brengt elke Partij bij het geschil een verslag uit binnen 45 dagen na de volledige samenstelling van het scheidsgerecht. De antwoorden dienen uiterlijk 60 dagen daarna te worden ontvangen. Het scheidsgerecht houdt een zitting op verzoek van een der Partijen of op eigen initiatief binnen een termijn van 15 dagen na afloop van de termijn voor de ontvangst van de antwoorden.
Het scheidsgerecht zal trachten een schriftelijke uitspraak te doen binnen een termijn van 30 dagen na het afsluiten van de zitting, of indien geen zitting wordt gehouden, na het indienen van de twee antwoorden. De beslissing van de meerderheid van het scheidsgerecht is doorslaggevend.
Binnen 15 dagen na het bekend maken van de beslissing kunnen Partijen verzoeken om een toelichting daarop en elke eventuele toelichting dient binnen 15 dagen na dat verzoek te worden gegeven.
Elke Partij dient, voor zover verenigbaar met haar nationale wetgeving, elk besluit of uitspraak van het scheidsgerecht volledig na te leven.
De kosten van het scheidsgerecht, met inbegrip van het honorarium en de onkosten van de scheidsmannen, worden door Partijen gelijkelijk betaald. Alle kosten die worden gemaakt door de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie met betrekking tot de procedures vermeld onder letter b, tweede lid van dit artikel, worden beschouwd als onderdeel van de kosten van het scheidsgerecht.
Artikel 15. Beëindiging
Elk der Partijen kan te allen tijde de andere Partij schriftelijk in kennis stellen van haar besluit dit Verdrag te beëindigen. Deze kennisgeving wordt tegelijkertijd toegezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Dit Verdrag wordt beëindigd om middernacht (in de plaats waar de kennisgeving aan de andere Partij is ontvangen) onmiddellijk vóór het verstrijken van het eerste jaar na de datum waarop de kennisgeving door de andere Partij is ontvangen, tenzij de kennisgeving in onderlinge overeenstemming tussen Partijen wordt ingetrokken voor het verstrijken van die termijn.
Artikel 16. Dubbele belasting
Partijen handelen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag dat op 28 april 1997 te 's-Gravenhage is gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot ondernemingen die schepen of luchtvaartuigen exploiteren in het internationale verkeer.
Artikel 17. Registratie bij de ICAO
Dit Verdrag en alle wijzigingen daarop worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 18. Inwerkingtreding
Dit Verdrag en de Bijlagen daarbij treden in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste kennisgeving langs diplomatieke weg waarin de partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat alle vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn voltooid.
Door de inwerkingtreding van dit Verdrag wordt de Administratieve Overeenkomst inzake luchtvervoer tussen Aruba en de Republiek Panama beëindigd, welke op 24 september 1987 te Aruba werd ondertekend.
Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag slechts van toepassing op Aruba.
Indachtig dat artikel 11 (Eerlijke concurrentie) van het Verdrag de luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen „een eerlijke en gelijke kans om mee te dingen …” garandeert;
Overwegende dat een van de belangrijkste aspecten van de mogelijkheid tot concurrentie van de luchtvaartmaatschappijen bestaat uit het op gelijke en onpartijdige wijze kunnen informeren van het publiek omtrent hun diensten en dat dientengevolge de kwaliteit van de informatie omtrent de diensten van de luchtvaartmaatschappijen waarover de reisagenten beschikken die dergelijke informatie rechtstreeks aan het reizigerspubliek doorgeven, en de mogelijkheid van de luchtvaartmaatschappijen genoemde agenten concurrerende computerreserveringssystemen aan te bieden, de basis vormen voor de mogelijkheden tot concurrentie van elke luchtvaartmaatschappij; en
Overwegende dat eveneens gegarandeerd dient te worden dat de belangen van de gebruikers van de luchtdiensten worden beschermd tegen onrechtmatig gebruik en een misleidende presentatie van die informatie, en dat de luchtvaartmaatschappijen en de reisagenten toegang hebben tot computerreserveringssystemen die werkelijk concurrerend zijn;
Partijen komen het volgende overeen:
Wijzigingen van de Bijlage, door de luchtvaartautoriteiten onderling overeengekomen, zijn niet opgenomen.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE, in duplicate, at Panama City, this 11th day of April 2015 in the English, Dutch and Spanish languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.
For the Kingdom of the Netherlands, in respect of Aruba:
MICHIEL G. EMAN
For the Republic of Panama:
ISABEL DE SAINT MALO DE ALVARADO
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)