Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Verenigde Staten van Amerika inzake de veiligheid van de burgerluchtvaart voor voorinspectie-operaties op de internationale luchthaven Koningin Beatrix in Aruba
Overwegende dat op 2 december 1994 te Washington een Verdrag is gesloten tussen de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot Aruba inzake douanevoorinspectie, dat gewijzigd is op 22 mei 2008 (hierna te noemen „het Verdrag van 1994/2008”);
Overwegende dat de Verenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, (hierna te noemen „de partijen”) als gezamenlijk doel hebben de administratieve en operationele samenwerking ten behoeve van de veiligheid van de burgerluchtvaart, met name op het gebied van voorinspectie-operaties, te bevorderen en ontwikkelen;
Overwegende dat de partijen het Verdrag van 1994/2008 erkennen als een afzonderlijk verdrag dat zij wensen aan te vullen met samenwerking op het gebied van voorinspectie-operaties ten behoeve van de veiligheid van de burgerluchtvaart;
Overwegende dat de partijen bevestigen er gezamenlijk belang bij te hebben dat toegestaan wordt dat passagiers die na voorinspectie middels Amerikaanse douane-, immigratie- en andere grenscontroles op de internationale luchthaven Koningin Beatrix (hierna te noemen „de voorinspectieluchthaven”) hun luchtvaartuig verlaten in de steriele zone van luchthavens op het grondgebied van de Verenigde Staten;
Overwegende dat de partijen erkennen dat toegang tot de steriele zone op een Amerikaanse luchthaven afhankelijk is van de vraag of er op de voorinspectieluchthaven gedegen screeningnormen worden gehanteerd bij de controles van passagiers op een niveau dat verenigbaar is met de screeningnormen die gehanteerd worden op Amerikaanse luchthavens;
Overwegende dat de partijen de uitwisseling van informatie wensen uit te breiden naar gebieden die relevant zijn voor het identificeren van bedreigingen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart en het ontwikkelen van veiligheidsnormen ten behoeve van de screening van passagiers, handbagage en ruimbagage, indien van toepassing, in het bijzonder met het oog op voorinspectie-operaties; en
Overwegende dat de partijen een instrument wensen te creëren voor de uitvoering van samenwerking ten behoeve van de veiligheid van de burgerluchtvaart ter zake van voorinspectie-operaties, verenigbaar met het kader vervat in het Verdrag van 1994/2008 en onverminderd de bepalingen daarvan;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
betekent, in het geval van de Verenigde Staten, DHS/TSA (Transportation Security Administration of the Department of Homeland Security of the United States of America) en, in het geval van Aruba, de minister belast met transport („MT”) of DCA (Directie Luchtvaart van Aruba), zoals vermeld in de desbetreffende artikelen (tezamen te noemen de „bevoegde autoriteiten”) of hun onderscheiden opvolgers.
betekent een natuurlijke persoon en zijn of haar handbagage die door een Amerikaanse voorinspectiefunctionaris na onderzoek en inspectie worden toegelaten tot de Verenigde Staten na te zijn gescreend conform de screeningprotocollen die voor beide partijen wederzijds aanvaardbaar zijn als vastgesteld uit hoofde van dit Verdrag.
betekent informatie verschaft door DCA en verkregen of ontwikkeld bij de uitvoering van beveiligingsactiviteiten, waarvan DCA heeft vastgesteld dat onthulling daarvan schadelijk zou zijn voor de veiligheid of voor andere gevoelige belangen van Aruba of zijn stakeholders.
betekent de locatie bij de toegang tot een steriele zone, waar natuurlijke personen of handbagage worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van explosieven, brandbare materialen, wapens of andere verboden goederen. Deze locaties omvatten het screeningcheckpoint of de boarding gate waar natuurlijke personen en handbagage worden geïnspecteerd met metaaldetectors, röntgenapparatuur en andere methodes.
betekent de procedure voor onderzoek en inspectie op het grondgebied van de ene partij die vereist is voor toegang/toelating tot het grondgebied van de andere partij.
betekent de inspectie van natuurlijke personen en zaken op wapens, explosieven, brandbare materialen en andere verboden goederen ten behoeve van de veiligheid van de luchtvaart.
betekent een persoon die is geselecteerd voor bijzondere screening door middel van een computerondersteund pre-screeningsysteem voor passagiers of een ander gezamenlijk door DHS/TSA en DCA vastgesteld en goedgekeurd proces,.
betekent informatie verkregen of opgesteld bij de uitvoering van beveiligingsactiviteiten, met inbegrip van onderzoek en ontwikkeling, waarvan DHS/TSA heeft vastgesteld dat de onthulling daarvan een ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy zou vormen, handelsgeheimen of vertrouwelijke informatie verkregen van een persoon zou onthullen, of schadelijk zou zijn voor de veiligheid van het vervoer.
betekent een deel van een luchthaven waar passagiers toegelaten worden om aan boord van een luchtvaartuig te gaan en waar de toegang wordt gecontroleerd met omschreven beveiligingsmaatregelen, waaronder het screenen van personen en handbagage.
Artikel II. Doel
In dit Verdrag zijn de voorwaarden vervat waaronder de bevoegde autoriteiten gaan samenwerken op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart, en normen gaan vaststellen voor het screenen van passagiers die van de voorinspectieluchthaven vertrekken naar de Verenigde Staten die vergelijkbaar zijn met de normen die zijn geïmplementeerd op Amerikaanse luchthavens. In dit Verdrag zijn voorts de voorwaarden vervat die nader kunnen worden omschreven in een aanhangsel bij dit Verdrag, uit hoofde waarvan DHS/TSA de procedures voor screening van ruimbagage van DCA kan aanvaarden. Bij de samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van dit Verdrag wordt voorzien in de ontwikkeling en implementatie van wederzijds aanvaardbare screeningnormen voor checkpoints op luchthavens voor passagiers en ruimbagage, indien van toepassing, op de voorinspectieluchthaven teneinde te waarborgen dat de screening van passagiers, handbagage en ruimbagage, indien van toepassing, wordt uitgevoerd aan de hand van normen die vergelijkbaar zijn met de screeningnormen geïmplementeerd op de Amerikaanse luchthavens waar de gecontroleerde en toegelaten personen en ruimbagage zullen aankomen. Deze activiteiten waarborgen bijgevolg de veiligheid en het gemak van passagiers en ruimbagage die arriveren in de Verenigde Staten vanaf de voorinspectieluchthaven, in het bijzonder van passagiers die overstappen na aankomst in de Verenigde Staten, en zullen de veiligheidsmaatregelen van de VS en Aruba op elkaar afstemmen, waarbij dubbele of overbodige werkzaamheden worden voorkomen voor zover dit passend is en verenigbaar met de onderscheiden wet- en regelgeving van de partijen.
Artikel III. Implementatie
A. De bijlagen bij dit Verdrag zijn juridisch bindend en maken een integrerend onderdeel uit van dit Verdrag.
B. De naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van DHS/TSA en MT kunnen, in overeenstemming met de voorwaarden van dit Verdrag, projectafspraken uitwerken en vaststellen die als niet-juridisch bindende aanhangsels (hierna te noemen „aanhangsels”) bij dit Verdrag worden vastgelegd, waarin de samenwerkingsactiviteiten worden afgebakend. De aanhangsels bevatten een omschrijving van het soort samenwerking, het personeel en de overige middelen die nodig zijn voor de uitvoering van de taken, een raming van de kosten, uitvoeringsplannen, het soort te gebruiken of eventueel te lenen apparatuur en de duur, voor zover van toepassing. Op activiteiten verricht uit hoofde van een aanhangsel zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing en daarmee dienen zij verenigbaar te zijn.
C. De aangewezen functionaris binnen DHS/TSA voor alle coördinatie en management in het kader van dit Verdrag is de Assistant Administrator of the Office of Global Strategies of zijn vertegenwoordiger.
D. Voor Aruba is DCA verantwoordelijk voor alle coördinatie en management in het kader van dit Verdrag.
Artikel IV. Omvang van de werkzaamheden
A. De samenwerking omtrent de veiligheid van de burgerluchtvaart ten behoeve van voorinspectie-operaties tussen de bevoegde autoriteiten kan bestaan uit, maar is niet noodzakelijkerwijs beperkt tot:
-
- het verschaffen van algemene expertise ten behoeve van het ontwikkelen en verbeteren van de infrastructuur, normen, procedures, beleidslijnen, training en apparatuur voor de veiligheid van de burgerluchtvaart;
-
- het in overeenstemming met Bijlage C assistentie verlenen bij de ontwikkeling van formele trainingen en functioneringstests met betrekking tot de veiligheid van de burgerluchtvaart voor het screeningspersoneel op de voorinspectieluchthaven;
-
- het ontwikkelen en implementeren van vergelijkbare en wederzijds aanvaardbare normen en het delen van beste praktijken en procedures voor het screenen van passagiers en handbagage;
-
- het delen van informatie en ervaring met betrekking tot operationele processen op het gebied van de veiligheid van de burgerluchtvaart voor voorinspectie-operaties, met inbegrip van informatie ter zake van screeningmethodes en de beoordeling van nieuwe en geavanceerde beveiligingsapparatuur in een luchthavenomgeving;
-
- het in overeenstemming met Bijlage D (uit)lenen van de nodige apparatuur teneinde te voldoen aan vergelijkbare normen voor de screening van passagiers en handbagage;
-
- het in overeenstemming met Bijlage A uitvoeren van gezamenlijke operationele beoordelingen van de onderscheiden infrastructuur, programma’s, procedures en processen van de partijen voor de veiligheid van de burgerluchtvaart voor het screenen van passagiers en handbagage in verband met de voorinspectie-operaties; en
-
- het ontwikkelen en uitvoeren van gezamenlijke initiatieven gericht op de verbetering van de veiligheid van de internationale burgerluchtvaart in verband met voorinspectie-operaties.
B. Relevante samenwerkingsactiviteiten in het kader van de veiligheid van de burgerluchtvaart voor voorinspectie-operaties en de ontwikkeling van veiligheidsnormen en -procedures ten behoeve van de screening en voorinspectie van passagiers dienen verenigbaar te zijn met dit Verdrag.
C. Elke uitwisseling van informatie die of van materiaal dat vertrouwelijke informatie of gevoelige veiligheidsinformatie kan omvatten geschiedt in overeenstemming met de van toepassing zijnde wetgeving en beleidslijnen, dit Verdrag en Bijlage B hierbij.
Artikel V. Screeningnormen op de voorinspectieluchthaven
A. De bevoegde autoriteiten stellen voor de screening van passagiers en handbagage op de voorinspectieluchthaven normen vast die vergelijkbaar zijn met de screeningnormen op de commerciële luchthavens in de Verenigde Staten en DCA waarborgt de implementatie ervan. Deze normen dienen bijgevolg onder meer te voorzien in de instelling en handhaving van steriele zones op de voorinspectieluchthaven in overeenstemming met de volgende vereisten:
-
- het waarborgen dat de steriele zone vrij is van onbevoegde personen, explosieven, brandbaar materiaal of wapens, telkens wanneer de zone in gebruik wordt genomen na een periode zonder controles;
-
- het controleren op toegang door onbevoegde personen en voorkomen dat er zonder toestemming explosieven, brandbare materialen, wapens of andere verboden goederen worden binnengebracht;
-
- het screenen van alle personen bij binnenkomst in de steriele zone en opnieuw screenen van alle personen die terugkeren naar de steriele zone nadat zij – ongeacht de reden – deze hebben verlaten naar een openbare (niet-steriele) zone;
-
- het vaststellen en implementeren van controleprocedures bij inbreuken op de beveiliging teneinde te waarborgen dat onbevoegden en hun handbagage die worden aangetroffen in de steriele zone voortdurend worden geobserveerd totdat zij uit de steriele zone zijn verwijderd en dat de bevoegde opsporingsautoriteiten onverwijld in kennis worden gesteld van het incident;
-
- het vaststellen en implementeren van procedures teneinde te waarborgen dat de steriele zone niet is vervuild bij een inbreuk op de beveiliging, waarbij het veiligheids- en opsporingspersoneel de onbevoegde persoon en de verboden zaak in de steriele zone niet voortdurend kunnen observeren en erop reageren. Mitigerende maatregelen omvatten volledige of gedeeltelijke ontruiming van de terminal, al naargelang van toepassing, en het in kennis stellen van de desbetreffende autoriteiten; en
-
- het vaststellen en implementeren van kennisgevingsprocedures en effectieve communicatiekanalen teneinde een adequate respons van de opsporingsambtenaar (law enforcement officer – „LEO”) bij een inbreuk op de beveiliging van de steriele zone te waarborgen.
B. De bevoegde autoriteiten stellen een lijst van in de steriele zone verboden zaken op die wederzijds aanvaardbaar is en implementeren deze. Deze lijst bevat, maar is niet beperkt tot, revolvers en vuurwapens, knuppels en daarmee vergelijkbare attributen, explosieven, brandbare materialen, verdovende chemicaliën en andere gevaarlijke of scherpe voorwerpen die gebruikt kunnen worden om catastrofale schade aan een luchtvaartuig toe te brengen of gebruikt kunnen worden door personen die voornemens zijn een luchtvaartuig te kapen.
C. De door de bevoegde autoriteiten ontwikkelde screeningnormen en de lijst van verboden zaken, hierboven genoemd onder V.A en V.B, kunnen van tijd tot tijd worden gewijzigd of anderszins worden aangepast, afhankelijk van de actuele informatie omtrent dreigingen of andere onderling overeen te komen omstandigheden.
Artikel VI. Normen voor screeners op de voorinspectieluchthaven
A. De bevoegde autoriteiten stellen voor alle personen die de screening van passagiers en handbagage op de voorinspectieluchthaven verrichten normen vast die vergelijkbaar zijn met de normen voor screeners in de Verenigde Staten en DCA waarborgt de implementatie ervan. Met deze normen dient bijgevolg te worden gewaarborgd dat screeners op de voorinspectieluchthaven:
-
- fysiek en qua opleiding voldoen aan minimumeisen;
-
- met goed gevolg een antecedentenonderzoek ondergaan dat vergelijkbaar is met het onderzoek dat wordt verricht naar screeners op de luchthavens in de Verenigde Staten;
-
- formele theoretische training, training op de werkvloer, nascholing en, zo nodig, remedial training afronden die vergelijkbaar is met het niveau van de trainingen voor screeners op de luchthavens in de Verenigde Staten. De training omvat ten minste instructie in deugdelijke screeningtechnieken, fysieke inspectie, gebruik van metaaldetectoren, gebruik van röntgensystemen en Threat Image Projection training of een vergelijkbaar alternatief;
-
- worden onderworpen aan een programma waarbij hun functioneren wordt getest door onaangekondigde evaluatie van hun vaardigheden ten aanzien van het ontdekken en behandelen van personen en goederen die niet mogen worden toegelaten tot de steriele zone in overeenstemming met het Arubaanse recht; en
-
- worden onderworpen aan een programma van jaarlijkse hercertificering van screeningvaardigheden met gebruikmaking van zowel schriftelijke examens als praktische toepassingen. De normen kunnen nader worden omschreven in een aanhangsel bij dit Verdrag.
B. DCA waarborgt de implementatie op de voorinspectieluchthaven door te zorgen voor voldoende personeel en toezicht om de configuratie bij ieder screening checkpoint voor passagiers te ondersteunen.
Artikel VII. Screeningmethodes voor passagiers op de voorinspectieluchthaven
De bevoegde autoriteiten stellen wederzijds aanvaardbare procedures vast, en DCA waarborgt de implementatie ervan, om te waarborgen dat passagiers en andere personen op de voorinspectieluchthaven belet wordt verboden goederen mee te voeren naar de steriele zone of aan boord van een luchtvaartuig en dat deze wederzijds aanvaardbare procedures vergelijkbaar zijn met de in de Verenigde Staten verplichte screeningmethodes voor passagiers en ten minste het volgende waarborgen:
- A. Alle personen die het screening checkpoint voor passagiers wensen te passeren of aan boord van een luchtvaartuig wensen te gaan worden gescreend op verboden goederen.
- B. Personen die weigeren te worden gescreend, wordt belet het screening checkpoint voor passagiers te passeren.
- C. Alvorens een persoon toegestaan wordt het screening checkpoint voor passagiers te passeren:
-
- vindt screening gewoonlijk plaats met behulp van metaaldetectors. Indien er geen metaaldetectors beschikbaar zijn, vindt fouillering plaats conform procedures die vergelijkbaar zijn met de procedures die gehanteerd worden in de Verenigde Staten;
-
- dient screening alle aanwijzingen van onverklaarde metalen voorwerpen op personen op te helderen.
- D. Indien schriftelijk overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten kan voor het screenen van personen gebruik worden gemaakt van andere apparatuur of methodes.
- E. Personen die niet gecontroleerd en toegelaten kunnen worden via een combinatie van de van toepassing zijnde screeningprocedures worden verwezen naar een LEO.
- F. DCA waarborgt de implementatie van specifieke wederzijds aanvaardbare procedures voor het gebruik van WTMD (walk-through metal detectors, metaaldetectiepoortjes), HHMD (hand-held metal detectors, handmetaaldetectors) fouillering en andere screeningmethodes, waaronder alarmprotocollen.
- G. Specifieke wederzijds aanvaardbare procedures worden vastgesteld voor het screenen van de volgende passagiers, en DCA waarborgt de implementatie ervan: diplomaten; van screening vrijgestelde personen; personen met een handicap; baby’s, peuters en jonge kinderen; dieren, gewapende LEOs; personen in hechtenis van gewapende LEOs; personen onder beschermende escorte van gewapende LEOs; hulpverleners; gewapende veiligheidsfunctionarissen; en bemanning van luchtvaartuigen.
- H. Secundaire screening van personen die door een luchtvaartmaatschappij als geselecteerden worden aangemerkt uit hoofde van de lijst met geselecteerden van DHS/TSA geschiedt conform wederzijds aanvaardbare procedures.
- I. Er vindt steeksproefgewijs secundaire screening plaats van een wederzijds aanvaardbaar omschreven percentage van de personen die bij het screening checkpoint voor passagiers op de voorinspectieluchthaven arriveren.
- J. Indien bij een passagier die onderworpen wordt aan voorinspectie bij een screening checkpoint voor passagiers of in een andere fase van het screeningproces voor passagiers op de voorinspectieluchthaven smokkelwaar of een veiligheidsrisico wordt geconstateerd, wordt personeel van de Amerikaanse douane- en grensbewakingsdienst, bijvoorbeeld de Port Director of de dienstdoende toezichthouder, onmiddellijk in kennis gesteld.
Artikel VIII. Screeningapparatuur op de voorinspectieluchthaven
De voorinspectieluchthaven gebruikt een combinatie van screeningapparatuur en -methodes die voldoen aan de kwalificatienormen van DHS/TSA, waaronder röntgensystemen, WTMD, ETD (explosives trace detection, apparaten voor het ontdekken van sporen van explosieven) en HHMD. De partijen komen voorts overeen dat MT waarborgt dat:
- A. elk röntgensysteem gebruikt voor screening op de voorinspectieluchthaven voldoet aan de test volgens de stappenwigmethode, organisch en niet-organisch materiaal kan onderscheiden en kleurenbeelden kan tonen;
- B. de ETD-operators DHS/TSA raadplegen om de juiste ETD-instellingen te bepalen; en
- C. de operators ervoor zorgen dat de screeningapparatuur dagelijks wordt gekalibreerd en periodiek wordt onderhouden.
Artikel IX. Screeningmethodes voor handbagage op de voorinspectieluchthaven
De bevoegde autoriteiten stellen voor het screenen van handbagage op de voorinspectieluchthaven wederzijds aanvaardbare procedures vast die vergelijkbaar zijn met de in de Verenigde Staten verplichte screeningmethodes voor handbagage en DCA waarborgt de implementatie ervan. Met deze procedures wordt ten minste het volgende gewaarborgd:
- A. Er worden wederzijds aanvaardbare alarmprotocollen vastgesteld en DCA waarborgt de implementatie ervan, teneinde passagiers te beletten verboden goederen in hun handbagage mee te voeren naar de steriele zone of aan boord van een vliegtuig door alle handbagage te screenen via het screening checkpoint voor passagiers, waarbij een of meer van de volgende screeningmethoden worden gebruikt:
-
- screening met röntgenapparatuur;
-
- ETD; en/of
-
- fysieke inspectie.
- B. Er vinden voortdurend inspecties van handbagage plaats met de in gebruik zijnde röntgenapparaten bij alle screeningcheckpoints voor passagiers.
- C. Indien een persoon inspectie van een deel van zijn handbagage weigert, wordt dat deel niet toegelaten tot de steriele zone of de cabine van een luchtvaartuig dat de voorinspectieluchthaven verlaat naar de Verenigde Staten.
- D. Wanneer het beeld van een stuk handbagage op het scherm van een röntgenapparaat erop duidt dat het mogelijk explosieven, brandbaar materiaal of een dodelijk of gevaarlijk wapen bevat, wordt het onderworpen aan aanvullende screening. Aanvullende screening van handbagage, die dient te geschieden in aanwezigheid van de passagier, wordt gedaan via de methodes in de onderstaande volgorde:
-
- ETD – indien beschikbaar, dient handbagage die niet door de operator van het röntgenapparaat kan worden geklaard te worden geïnspecteerd met ETD; en
-
- fysieke inspectie – de handbagage dient fysiek te worden geïnspecteerd.
- E. Zaken die niet gecontroleerd en toegelaten kunnen worden via een combinatie van de van toepassing zijnde screeningprocedures worden doorverwezen naar een LEO.
Artikel X. Gezamenlijke operationele beoordeling van de voorinspectieluchthaven
A. De bevoegde autoriteiten verrichten gezamenlijk operationele beoordelingen van de infrastructuur, programma’s, procedures en processen ten behoeve van de veiligheid van de burgerluchtvaart die zijn vastgesteld en geïmplementeerd op de voorinspectieluchthaven teneinde te waarborgen dat voldaan wordt aan de wederzijds overeengekomen normen ten aanzien van screeningoperaties voor personen en handbagage in overeenstemming met dit Verdrag en de desbetreffende bijlage of aanhangsel bedoeld in artikel III.A.
B. De bevoegde autoriteiten verrichten periodiek gezamenlijke operationele beoordelingen van de screeningnormen die zijn geïmplementeerd op de voorinspectieluchthaven teneinde te waarborgen dat de normen en de implementatie en het functioneren ervan vergelijkbaar zijn met de normen die worden geïmplementeerd en toegepast op commerciële luchthavens in de Verenigde Staten.
C. De bevoegde autoriteiten coördineren de uitwerking van een wederzijds aanvaardbare planning voor deze gezamenlijke beoordelingen van de voorinspectieluchthaven. Elke gezamenlijke beoordeling wordt ten minste zestig (60) dagen vóór de uitvoering gepland.
Artikel XI. Ondersteuning door gastheerstaat
De ondersteuning door DCA die nodig is voor de uitvoering van de samenwerkingsactiviteiten en uitwisselingen beoogd in dit Verdrag dient te voldoen aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, en het van toepassing zijnde beleid van Aruba. DCA kan voorts de aanvullende ondersteuning verstrekken zoals vastgelegd in een aanhangsel.
Artikel XII. Financiële bepalingen
A. Elke partij draagt alle kosten, inclusief reiskosten, die verband houden met de deelname van haar eigen personeel aan werkzaamheden verricht uit hoofde van dit Verdrag.
B. Alle activiteiten verricht uit hoofde van dit Verdrag zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van toegewezen middelen en personeel.
C. Onverminderd artikel XII.A kunnen de partijen met wederzijdse instemming via een aanhangsel of een andere wederzijds aanvaardbare regeling bepalen om middelen uit te wisselen.
Artikel XIII. Vertrouwelijkheid
A. Samenwerkingsacitiveiten uit hoofde van dit Verdrag kunnen bestaan uit het gebruik en de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en/of gevoelige veiligheidsinformatie, voor zover toegestaan door de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, en het van toepassing zijnde beleid van de partijen.
B. De overdracht van vertrouwelijke informatie door DCA aan DHS/TSA dient vooraf te worden goedgekeurd door haar directeur.
C. Overdracht van gevoelige veiligheidsinformatie door DHS/TSA aan DCA dient vooraf te worden goedgekeurd door de Administrator van TSA en te voldoen aan de vereisten inzake behandeling, verspreiding en opslag vervat in Bijlage B bij dit Verdrag.
D. Tenzij anders vereist krachtens wet- of regelgeving, onthullen de bevoegde autoriteiten geen informatie, documenten, dossiers of andere materialen ontvangen van de andere partij in verband met de werkzaamheden verricht uit hoofde van dit Verdrag of de bijlagen of aanhangsels daarbij aan andere personen (met inbegrip van maar niet beperkt tot een aannemer van een partij) dan hun medewerkers, zonder de uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de andere partij.
E. De bevoegde autoriteiten van beide partijen nemen alle praktische maatregelen om te waarborgen dat uit hoofde van dit Verdrag verstrekte of gegenereerde informatie beschermd wordt tegen verdere onthulling. Daartoe nemen de bevoegde autoriteiten van beide partijen maatregelen, voor zover verenigbaar met hun nationale wet- of regelgeving, teneinde te waarborgen dat:
-
- er geen vertrouwelijke informatie en/of gevoelige veiligheidsinformatie wordt gebruikt voor doeleinden anders dan voorzien in de bijlagen of aanhangsels bij dit Verdrag;
-
- voldaan wordt aan de beperkingen ten aanzien van verspreiding en toegang die gelden voor informatie die wordt verstrekt uit hoofde van een bijlage of aanhangsel bij dit Verdrag;
-
- alle gevallen worden onderzocht waarvan bekend is of ten aanzien waarvan er gronden zijn voor de verdenking dat er vertrouwelijke informatie of gevoelige veiligheidsinformatie of materiaal verstrekt of gegenereerd uit hoofde van de bijlagen of aanhangsels bij dit Verdrag verdwenen is of onthuld aan personen die niet zijn gemachtigd tot ontvangst daarvan uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, en de bevoegde autoriteit van de andere partij onverwijld en volledig wordt geïnformeerd over dergelijke voorvallen en over de definitieve uitkomsten van het onderzoek en over de getroffen corrigerende maatregelen om herhaling te voorkomen.
F. De bevoegde autoriteiten van beide partijen waarborgen dat de toegang tot vertrouwelijke informatie of gevoelige veiligheidsinformatie wordt beperkt tot de personen die beschikken over de vereiste veiligheidsmachtigingen en deze informatie specifiek nodig hebben zoals omschreven in een bijlage of aanhangsel bij dit Verdrag.
Artikel XIV. Vrijwaring en aansprakelijkheid
A. Onverminderd de punten B en C van dit artikel aanvaarden de Verenigde Staten, met inbegrip van DHS/TSA en alle overige instanties en organen van de Verenigde Staten (tezamen aangeduid als „de Verenigde Staten”), geen aansprakelijkheid voor vorderingen, verliezen, schade, letsel of gevallen van overlijden die voortvloeien uit of verband houden met dit Verdrag en de bijlagen en aanhangsels daarbij.
B. De bevoegde autoriteiten van Aruba stemmen ermee in de Verenigde Staten en alle huidige of voormalige functionarissen of medewerkers van de Verenigde Staten schadeloos te stellen bij gerechtelijke uitspraken, regelingen of door hen betaalde schadevergoedingen en alle kosten (met inbegrip van kosten van advocaten) die voor hen ontstaan ten gevolge van een vordering of gerechtelijke procedure van welke aard dan ook ingesteld door een derde in Aruba die voortvloeit uit of verband houdt met dit Verdrag. Eventuele geschillen tussen de partijen worden opgelost in overeenstemming met de bepalingen van artikel XVII.
C. Handelingen van de Verenigde Staten of huidige of voormalige functionarissen of medewerkers van de Verenigde Staten die voortvloeien uit of verband houden met dit Verdrag en de bijlagen en aanhangsels waarvan is vastgesteld, door middel van juridische procedures of in een regeling, dat die i. een opzettelijke misdraging of grove nalatigheid vormen en ii. hebben geleid tot persoonlijk letsel, overlijden of schade aan eigendommen, worden geacht te vallen buiten de reikwijdte van de verplichting van de competente autoriteiten van Aruba om de Verenigde Staten of huidige of voormalige functionarissen of medewerkers van de Verenigde Staten schadeloos te stellen uit hoofde van punt B. van dit artikel.
Artikel XV. Overleg
Elke partij kan te allen tijde verzoeken om overleg over de uitlegging, toepassing of wijziging van dit Verdrag, met inbegrip van de bijlagen of aanhangsels daarbij. Dergelijk overleg vangt zo spoedig mogelijk aan, maar niet later dan zestig (60) dagen te rekenen vanaf de datum waarop de andere partij het verzoek ontvangt, tenzij anders wordt overeengekomen.
Artikel XVI. Wijzigingen
A. Wijzigingen van dit Verdrag of van de bijlagen worden onderling overeengekomen door de partijen via diplomatieke kanalen en treden in werking in overeenstemming met de procedure vervat in artikel XVIII.
B. DHS/TSA en MT kunnen wijzigingen van een aanhangsel schriftelijk overeenkomen zonder uitwisseling van diplomatieke nota’s.
Artikel XVII. Regeling van geschillen
Elk geschil omtrent de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, met inbegrip van een bijlage of aanhangsel daarbij, wordt opgelost in overleg tussen de partijen in overeenstemming met artikel XV van dit Verdrag en wordt niet voor regeling voorgelegd aan een rechterlijke instantie, een internationaal scheidsgerecht of een derde.
Artikel XVIII. Inwerkingtreding en beëindiging
A. Dit Verdrag treedt in werking dertig dagen na de datum van de laatste nota van een diplomatieke notawisseling tussen de partijen waarbij de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn voltooid.
B. Dit Verdrag kan op elk moment door elke partij worden opgezegd door hiervan zestig (60) dagen van te voren schriftelijk kennis te geven aan de andere partij. Beëindiging van dit Verdrag laat de verplichtingen van de partijen uit hoofde van de artikelen XIII en XVII van dit Verdrag onverlet. Elke partij heeft honderdtwintig (120) dagen om de activiteiten na beëindiging van dit Verdrag te beëindigen. Met de beëindiging van dit Verdrag worden tevens alle uit hoofde van dit Verdrag door de partijen gesloten bijlagen en/of aanhangsels beëindigd. Opzegging van een bijlage of aanhangsel betreft uitsluitend de activiteiten waarop de desbetreffende bijlage of het desbetreffende aanhangsel betrekking heeft.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned being duly authorized by their respective Governments, have signed this Agreement.
DONE at Washington, DC, this 7th day of April, 2016, in duplicate, in the English language.
FOR THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS, IN RESPECT OF ARUBA
MR. OTMAR E. ODUBER
Minister of Tourism, Transportation, Primary Sector and Culture
FOR THE UNITED STATES OF AMERICA
MR. PETER V. NEFFENGER
Administrator Transportation Security Administration
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)