Protocol betreffende privileges en immuniteiten van het eengemaakt octrooigerecht

Type Verdrag
Publication 2021-10-27
State In force
Source BWB
artikelen 19
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ondertekenende overeenkomstsluitende lidstaten bij de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht,

Overwegende dat het Eengemaakt Octrooigerecht is opgericht bij de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht d.d. 19 februari 2013 als internationale organisatie met rechtspersoonlijkheid in elke overeenkomstsluitende lidstaat;

In herinnering roepend dat de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht in artikel 37, eerste lid, bepaalt dat de overeenkomstsluitende lidstaten, waar de centrale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg, een van zijn afdelingen, een lokale of regionale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg of het Hof van Beroep van het Eengemaakt Octrooigerecht gevestigd is, faciliteiten alsmede gedurende de eerste zeven jaar administratief ondersteunend personeel verstrekken;

In herinnering roepend dat het statuut van het Eengemaakt Octrooigerecht in artikel 8 bepaalt dat het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing is op de rechters van het Eengemaakt Octrooigerecht;

In herinnering roepend dat artikel 8, vierde lid, van het statuut van het Eengemaakt Octrooigerecht van toepassing is op zowel de voorrechten als de immuniteiten van de rechters van het Eengemaakt Octrooigerecht en dat de toepassing van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie op de rechters van het Eengemaakt Octrooigerecht voorzien is vanwege het intrinsieke verband van het laatste met het Europees octrooi met eenheidswerking en geen precedent kan scheppen voor de toepassing van dat protocol op andere internationale organisaties met betrekking tot het vestigingsbeleid van de overeenkomstsluitende lidstaten;

In herinnering roepend dat het Bestuurscomité bevoegd is regelingen voor interne belastingheffing en sociale zekerheid in te stellen uit hoofde van de administratieve bevoegdheden die hem zijn verleend bij de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht;

In herinnering roepend dat de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht in artikel 4 bepaalt dat het Eengemaakt Octrooigerecht de ruimste handelingsbevoegdheid bezit die uit hoofde van het nationale recht van die staat verleend wordt aan rechtspersonen;

Erkennend dat het Eengemaakt Octrooigerecht gebruik moet kunnen maken van de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken;

Overwegend dat een gezamenlijke benadering van kwesties rond voorrechten en immuniteiten essentieel is gelet op de behoeften van het Eengemaakt Octrooigerecht en die van de overeenkomstsluitende lidstaten;

Erkennend dat aanvullende bilaterale zetelverdragen kunnen worden gesloten tussen het Eengemaakt Octrooigerecht en de overeenkomstsluitende lidstaten waar de centrale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg, een van zijn afdelingen, een lokale of regionale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg of het Hof van Beroep van het Eengemaakt Octrooigerecht gevestigd is.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepalingen inzake voorrechten en immuniteiten van het Gerecht

Op het grondgebied van elke staat die partij is, geniet het Gerecht de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden.

Artikel 3. Onschendbaarheid van het terrein van het Gerecht

Het terrein van het Gerecht is onschendbaar onder de voorwaarden die kunnen worden overeengekomen met de desbetreffende staat die partij is en met inachtneming van de verantwoordelijkheid van de staat die partij is waar de centrale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg, een van zijn afdelingen, een lokale of regionale divisie van het Gerecht van Eerste Aanleg of het Hof van Beroep is gevestigd ter zake van de faciliteiten die door de staat die partij is dienen te worden verstrekt.

Artikel 4. Onschendbaarheid van archieven en documenten

De archieven van het Gerecht en alle stukken en documenten in welke vorm dan ook, toebehorend aan, in het bezit van of gericht aan het Gerecht, ongeacht waar deze zich bevinden, zijn te allen tijde onschendbaar.

Artikel 5. Immuniteit van het Gerecht, zijn eigendommen, activa en middelen

1.

Het Gerecht geniet immuniteit van rechtsvervolging, behalve:

2.

Het Gerecht geniet immuniteit van gerechtelijke procedures ter zake van onderzoek, beslaglegging, vordering, inbeslagneming of onteigening van, of iedere andere vorm van inmenging zonder toestemming van het Gerecht in de eigendommen, activa en middelen van het Gerecht, ongeacht waar deze zich bevinden.

3.

Voor zover nodig voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden, zijn de eigendommen, activa en middelen van het Gerecht gevrijwaard van beperkingen, voorschriften, controles en moratoria van welke aard dan ook.

Artikel 6. Immuniteit van vertegenwoordigers van staten die partij zijn

1.

Vertegenwoordigers van staten die partij zijn genieten tijdens het bijwonen van vergaderingen van het Bestuurscomité, het Begrotingscomité en het Raadgevend Comité immuniteit van gerechtelijke procedures ter zake van alle handelingen verricht in hun officiële hoedanigheid, met inbegrip van door hen gesproken of geschreven woorden. Deze immuniteit blijft ook gelden na de beëindiging van hun missie.

2.

Hun officiële stukken en documenten zijn onschendbaar.

3.

Geen enkele staat die partij is, is verplicht de immuniteiten bedoeld in het eerste en tweede lid uit te breiden tot zijn eigen onderdanen of personen die ten tijde van het aanvaarden van hun functie bij het Gerecht hun vaste woonplaats in die staat hebben.

Artikel 7. Vrijstelling van belastingen

1.

Het Gerecht, zijn eigendommen en activa zijn vrijgesteld van alle directe belastingen.

2.

Het Gerecht

3.

Gekochte goederen waarvoor vrijstelling of teruggave van belastingen geldt, mogen in die staat die partij is of in een andere lidstaat van de Europese Unie niet worden verkocht of anderszins worden vervreemd, tenzij voldaan wordt aan de voorwaarden vastgesteld door de staat die partij is die de vrijstelling of teruggave heeft verleend.

4.

Onverminderd de verplichtingen voor de staten die partij zijn uit hoofde van het recht van de Europese Unie en de toepassing van de wet- en regelgeving, worden de voorwaarden en procedures vastgesteld door de bevoegde belastingautoriteiten van elke staat die partij is.

Artikel 8. Middelen en vrijstelling van valutabeperkingen

De staten die partij zijn verlenen het Gerecht de vrijstellingen van valutabeperkingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van zijn officiële werkzaamheden.

Artikel 9. Voorrechten en immuniteiten van de rechters en de griffier

1.

Op de voorrechten en immuniteiten van de rechters is artikel 8 van het statuut van toepassing en via de verwijzing in artikel 8 van het statuut tevens het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie.

2.

Artikel 8 van het statuut en het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie zijn van toepassing op de griffier.

3.

Indien toegepast in overeenstemming met het eerste en tweede lid, dienen uitsluitend de artikelen 11 (b tot en met e) tot en met 14 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie naar analogie te worden toegepast in een op de specifieke situatie van het Gerecht toegesneden vorm. Dit betekent in het bijzonder dat de rechters en de griffier:

Artikel 10. Immuniteiten en voorrechten van het personeel

1.

De personeelsleden worden ter zake van alle door hen in hun officiële hoedanigheid verrichte handelingen, met inbegrip van door hen gesproken of geschreven woorden, gevrijwaard van rechtsvervolging. Deze immuniteit blijft zelfs gelden na beëindiging van hun dienstverband bij het Gerecht.

2.

De personeelsleden

3.

Geen enkele staat die partij is, is verplicht de voorrechten bedoeld in het tweede lid uit te breiden tot zijn eigen onderdanen of tot personen die onmiddellijk voorafgaand aan het aanvaarden van hun functie bij het Gerecht hun vaste woonplaats hadden in die staat die partij is.

Artikel 11. Embleem en vlag

Het Gerecht is gerechtigd onder de voorwaarden die kunnen worden overeengekomen met de desbetreffende staat die partij is op zijn terrein en op voertuigen gebruikt voor officiële doeleinden zijn embleem en vlag te voeren en deze op zijn website en documenten af te beelden.

Artikel 12. Samenwerking met de autoriteiten van de staten die partij zijn

1.

Onverminderd hun voorrechten en immuniteiten is het de taak van alle personen die uit hoofde van de artikelen 6,9 en 10 voorrechten en immuniteiten genieten de wet- en regelgeving te eerbiedigen van de staat die partij is op wiens grondgebied zij in hun officiële hoedanigheid werkzaam zijn.

2.

Het Gerecht werkt te allen tijde samen met de desbetreffende autoriteiten van de staten die partij zijn teneinde de handhaving van hun wetgeving te vereenvoudigen en misbruik in verband met de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten bedoeld in dit Protocol te voorkomen.

Artikel 13. Doel en opheffing van de voorrechten en immuniteiten voorzien in de artikelen 6, 9 en 10

1.

De voorrechten en immuniteiten voorzien in dit Protocol worden niet vastgesteld ten behoeve van het persoonlijk voordeel van de personen aan wie zij worden verleend. Zij zijn uitsluitend bedoeld in het belang van het Gerecht en in het bijzonder teneinde de handelingsvrijheid van het Gerecht en de volledige onafhankelijkheid van de betrokken personen onder alle omstandigheden te waarborgen.

2.

Het presidium van het Gerecht is niet alleen gerechtigd maar ook verplicht de immuniteit van rechters, de griffier en het personeel ingevolge de artikelen 9 en 10 op te heffen, indien het van oordeel is dat deze de normale loop van het recht zou belemmeren en zulks mogelijk is zonder de belangen van het Gerecht te schaden. Staten die partij zijn hebben hetzelfde recht ten aanzien van hun vertegenwoordigers in het Bestuurscomité en het Begrotingscomité (artikel 6). Het Bestuurscomité heeft hetzelfde recht en dezelfde verplichting ten aanzien van de leden van het Raadgevend Comité.

Artikel 14. Toegang, verblijf en vertrek

Onverminderd het recht van de Europese Unie neemt de betrokken staat die partij is alle maatregelen die nodig zijn ter vereenvoudiging van:

Artikel 15. Kennisgeving

De griffier doet binnen een maand na de inwerkingtreding van dit Protocol alle staten die partij zijn de namen toekomen van de rechters, de griffier en de personeelsleden op wie dit Protocol van toepassing is. In aanvulling op het voorgaande worden de benoeming van elke rechter, griffier en elk personeelslid bij het Gerecht en elke wijziging in de omstandigheden zo spoedig mogelijk maar altijd binnen een maand van de desbetreffende wijziging gemeld.

Artikel 16. Beslechting van geschillen

1.

Het Gerecht treft voorzieningen voor passende regelingen voor de beslechting van geschillen waarbij personen bedoeld in dit Protocol betrokken zijn die uit hoofde van hun officiële functie immuniteit genieten alsmede voor zaken waarbij het Gerecht betrokken is en ten aanzien waarvan het uit hoofde van artikel 5 immuniteit geniet, indien deze immuniteit niet is opgeheven.

2.

Alle geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Protocol worden verwezen naar een scheidsgerecht, tenzij de partijen een andere wijze van geschillenbeslechting zijn overeengekomen. Indien een geschil ontstaat tussen het Gerecht en een staat die partij is dat niet binnen drie maanden na een verzoek daartoe door een van de partijen bij het geschil kan worden beslecht door overleg, onderhandeling of een andere overeengekomen wijze van geschillenbeslechting, wordt het op verzoek van een van de partijen voor een definitieve uitspraak voorgelegd aan een panel van drie scheidsrechters: een te kiezen door het Gerecht, een door de staat die partij is en de derde die zal optreden als voorzitter van het panel te kiezen door de eerste twee scheidsrechters. Indien een van de partijen nalaat een lid van het scheidsgerecht te benoemen binnen twee maanden na de benoeming van een lid door de andere partij, verricht de president van het Europees Hof van Justitie deze benoeming. Indien de eerste twee scheidsrechters er binnen drie maanden na hun benoeming niet in slagen overeenstemming te bereiken over de benoeming van de derde scheidsrechter, wordt de derde scheidsrechter op verzoek van het Gerecht of de staat die partij is gekozen door de president van het Europees Hof van Justitie.

Artikel 17. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding en nederlegging

1.

Dit Protocol staat bij de Raad van de Europese Unie in Brussel vanaf 29 juni 2016 tot en met 29 juni 2017 open voor ondertekening door alle overeenkomstsluitende lidstaten.

2.

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie (hierna „de depositaris”).

3.

Na 29 juni 2017 blijft dit Protocol open voor toetreding door alle overeenkomstsluitende lidstaten. De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

Artikel 18. Inwerkingtreding

1.

Dit Protocol treedt in werking 30 dagen na de datum waarop de laatste van de vier staten die partij zijn – Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk – zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding heeft nedergelegd.

2.

Voor elke staat die partij is, die zijn akte nederlegt na de datum bedoeld in het eerste lid, treedt dit Protocol in werking dertig dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

Artikel 19. Voorlopige toepassing

Een overeenkomstsluitende lidstaat kan de depositaris er te allen tijde van in kennis stellen dat hij dit Protocol voorlopig toepast.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Protocol.

DONE at Brussels this 29th of June 2016 in the English, French and German languages, all three texts being equally authentic, in a single copy, which shall be deposited with the depositary who shall transmit a certified true copy to all signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)