Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Cuba, anderzijds
Het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Republiek Kroatië,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
de Republiek Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd, en
De Europese Unie,
enerzijds, en
De Republiek Cuba, hierna „Cuba” genoemd,
anderzijds,
Overwegende het verlangen van de partijen om hun banden te consolideren en te verdiepen door een versterking van de politieke dialoog, samenwerking, en economische en handelsbetrekkingen, in een geest van wederzijds respect en gelijkheid;
Nadruk leggend op het belang dat zij hechten aan een versterking van de politieke dialoog over bilaterale en internationale aangelegenheden;
Nadruk leggend op hun bereidheid samen te werken in internationale fora inzake kwesties van wederzijds belang;
Rekening houdend met hun engagement om het strategische partnerschap tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de gezamenlijke strategie voor een partnerschap tussen de EU en het Caribisch gebied verder te bevorderen, met aandacht voor de wederzijdse voordelen van regionale samenwerking en integratie;
Herbevestigend dat de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de politieke onafhankelijkheid van de Republiek Cuba moeten worden geëerbiedigd;
Herbevestigend dat zij zich engageren voor een versterking van een doeltreffend multilateralisme en van de rol van de Verenigde Naties alsook van alle beginselen en doelstellingen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties;
Herbevestigend dat de universele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere relevante internationale instrumenten inzake de mensenrechten, gerespecteerd moeten worden;
Herinnerend aan hun engagement voor de erkende beginselen van democratie, goed bestuur en de rechtsstaat;
Herbevestigend dat zij zich engageren voor de bevordering van de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame beslechting van geschillen, conform de beginselen van het recht en de internationale wetgeving;
Gezien hun engagement voor de internationale verplichtingen op het gebied van ontwapening en de non-proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, en voor samenwerking op dat gebied;
Gezien hun engagement voor de bestrijding van de onwettige handel in en de accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens, volledig conform de verplichtingen uit hoofde van internationale instrumenten, en voor samenwerking op dat gebied;
Bevestigend hun engagement om alle vormen van discriminatie te bestrijden en uit te bannen, met inbegrip van discriminatie op grond van ras, huidskleur of etnische oorsprong, godsdienst of geloofsovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie;
Wijzende op hun engagement voor inclusieve en duurzame ontwikkeling en voor samenwerking om de doelstellingen van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 te verwezenlijken;
Erkennende dat Cuba een eiland en ontwikkelingsland is en rekening houdend met de respectieve ontwikkelingsstadia van de partijen;
Erkennende het belang van ontwikkelingssamenwerking voor ontwikkelingslanden, voor duurzame groei, duurzame ontwikkeling en de volledige verwezenlijking van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen;
Gebaseerd op het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en overtuigd van het belang om de productie van, de handel in en het gebruik van drugs te voorkomen;
Herinnerend aan hun engagement voor de bestrijding van corruptie, witwassen, georganiseerde criminaliteit, de mensenhandel en de smokkel van migranten;
Erkennende de noodzaak van opgedreven samenwerking op het gebied van de bevordering van justitie, veiligheid van de burger en migratie;
Zich bewust van de noodzaak om de doelstellingen van deze overeenkomst te bevorderen door dialoog en samenwerking met alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van, waar passend, regionale en lokale besturen, het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector;
Herinnerend aan hun internationale verbintenissen met betrekking tot sociale ontwikkeling, onder meer op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en arbeidsrechten, alsook milieu;
Herbevestigend het soevereine recht van de staten over hun natuurlijke hulpbronnen en hun verantwoordelijkheid om het milieu te beschermen overeenkomstig hun nationale wetgeving, de beginselen van het internationale recht en de verklaring van de Conferentie van de Verenigde Naties over duurzame ontwikkeling;
Herbevestigend het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels ten aanzien van de internationale handel, met name die zijn opgenomen in de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 en de multilaterale overeenkomsten die zijn gehecht aan de WTO-overeenkomst, alsmede aan de noodzaak om deze op een transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;
Herhalend hun bezwaar tegen eenzijdige dwangmaatregelen met extraterritoriale gevolgen, in strijd met het internationaal recht en de beginselen van de vrije handel, en zich verbindend tot de afschaffing ervan;
Er nota van nemend dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst mochten besluiten tot het aangaan van specifieke overeenkomsten op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die door de Unie zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, tegelijk met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve voorafgaandelijke bilaterale betrekkingen, Cuba ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Unie, overeenkomstig protocol 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn mogelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden genomen, niet bindend voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij deze laatsten hun wens te kennen hebben gegeven deel te nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig protocol 21. Voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder protocol 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen,
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Beginselen
De partijen bevestigen hun engagement voor een sterk en doeltreffend multilateraal systeem en de volledige eerbiediging en naleving van het internationaal recht en de doelstellingen en beginselen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties („VN-Handvest”).
Voorts beschouwen de partijen hun engagement voor de vastgestelde grondslag van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Cuba, te weten gelijkheid, wederkerigheid en wederzijds respect, als een fundamenteel aspect van deze overeenkomst.
De partijen komen overeen dat alle activiteiten in het kader van deze overeenkomst worden uitgevoerd overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke beginselen, wettelijke kaders, wetgeving, normen en regelgeving, alsook de toepasselijke internationale instrumenten waarbij zij partij zijn.
De partijen bevestigen hun verbintenis om duurzame ontwikkeling te bevorderen, hetgeen een leidend beginsel vormt voor de uitvoering van deze overeenkomst.
De eerbiediging en bevordering van de democratische beginselen, de eerbiediging van alle mensenrechten en grondrechten die zijn vervat in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de relevante internationale instrumenten inzake de mensenrechten en de bijbehorende facultatieve protocollen die van toepassing zijn op de partijen, en de eerbiediging van de rechtsstaat vormen een essentieel element van deze overeenkomst.
In het kader van hun samenwerking erkennen de partijen dat alle volkeren het recht hebben hun politieke stelsel vrij te kiezen en in vrijheid te streven naar economische, sociale en culturele ontwikkeling.
Artikel 2. Doelstellingen
De partijen komen overeen dat deze overeenkomst de volgende doelstellingen heeft:
- a. consolidering en versterking van de bestaande betrekkingen tussen de partijen op het gebied van politieke dialoog, samenwerking en handel, op basis van wederzijds respect, wederkerigheid, gemeenschappelijke belangen en respect voor de soevereiniteit van de partijen;
- b. begeleiding van het moderniseringsproces van de economie en de maatschappij in Cuba, door een omvattend kader te bieden voor dialoog en samenwerking;
- c. een resultaatgerichte dialoog op basis van het internationaal recht ter versterking van de bilaterale samenwerking en wederzijdse betrokkenheid in internationale fora, meer bepaald de Verenigde Naties, met de bedoeling de mensenrechten en de democratie te versterken, duurzame ontwikkeling te bereiken en discriminatie in alle vormen te beëindigen;
- d. steun voor de inspanningen om de doelstellingen van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 te verwezenlijken;
- e. bevordering van de handel en economische betrekkingen conform de voorschriften en beginselen van de internationale handel als geformuleerd in de overeenkomsten van de Wereldhandelsorganisatie;
- f. versterking van de regionale samenwerking in het Caribisch gebied en Latijns-Amerika met als doel de ontwikkeling, waar mogelijk, van regionale respons op regionale en mondiale problemen en de bevordering van de duurzame ontwikkeling van de regio;
- g. bevordering van beter begrip door meer contact, dialoog en samenwerking tussen de maatschappijen van Cuba en de EU-landen op alle niveaus.
DEEL II. POLITIEKE DIALOOG
Artikel 3. Doelstellingen
De partijen komen overeen een politieke dialoog te voeren. De doelstellingen van deze dialoog zijn de volgende:
- a. versterking van de politieke betrekkingen en bevordering van uitwisselingen en wederzijds begrip inzake kwesties van gemeenschappelijk belang en gemeenschappelijke zorg;
- b. realisering van een brede uitwisseling van visies en informatie tussen de partijen over standpunten in internationale fora en bevordering van wederzijds vertrouwen met waar mogelijk het vaststellen en versterken van gezamenlijke benaderingen;
- c. versterking van de Verenigde Naties als centrum van het multilaterale systeem, in het licht van het VN-Handvest en het internationaal recht, met als doel mondiale problemen doelmatig aan te pakken;
- d. verdere versterking van het strategische partnerschap tussen de Europese Unie en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische landen (CELAC).
Artikel 4. Gebieden en modaliteiten
De partijen komen overeen regelmatig een politieke dialoog te houden die plaatsvindt op het niveau van hoge ambtenaren en op politiek niveau en die alle aspecten van wederzijds belang op regionaal of internationaal niveau bestrijkt. De kwesties die in de politieke dialoog aan bod moeten komen, worden op voorhand door de partijen overeengekomen.
De politieke dialoog tussen de partijen heeft tot doel de belangen en standpunten van beide partijen te verduidelijken en een gemeenschappelijke basis te vinden voor bilaterale samenwerkingsinitiatieven of voor multilaterale actie op de gebieden die in deze overeenkomst zijn vastgesteld, en op andere gebieden die in overleg tussen beide partijen daaraan kunnen worden toegevoegd.
De partijen gaan, wanneer dat nodig is, specifieke dialogen aan op bepaalde gebieden, zoals onderling overeengekomen.
Artikel 5. Mensenrechten
Binnen het kader van de omvattende politieke dialoog komen de partijen overeen een mensenrechtendialoog op te zetten, met als doel de praktische samenwerking tussen de partijen zowel op multilateraal als op bilateraal niveau te bevorderen. De agenda voor elke dialoogsessie wordt door de partijen overeengekomen, is de weerspiegeling van hun respectieve belangstelling en beoogt op een evenwichtige manier burgerrechten en politieke rechten, en economische, sociale en culturele rechten aan te pakken.
Artikel 6. Illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens
De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.
De partijen komen overeen hun verplichtingen en verbintenissen op dit gebied uit hoofde van de toepasselijke internationale overeenkomsten en resoluties van de Verenigde Naties, alsook andere internationale instrumenten volledig na te komen en ten uitvoer te leggen, binnen het erkende kader van het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van alle illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.
De partijen bevestigen opnieuw het inherente recht op zelfverdediging uit hoofde van artikel 51 van het VN-Handvest; voorts bevestigen zij opnieuw het recht van elke staat om handvuurwapens en lichte wapens aan te maken, in te voeren en in bezit te houden met het oog op doeleinden van defensie en nationale veiligheid, alsook de capaciteit voor deelname aan vredeshandhavende operaties overeenkomstig het VN-Handvest en op basis van het besluit van elke der partijen.
De partijen erkennen het belang van interne-controlesystemen voor de overdracht van conventionele wapens overeenkomstig de in lid 2 bedoelde internationale instrumenten. De partijen erkennen het belang van de toepassing van dergelijke controles op een verantwoorde manier, als bijdrage tot de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit, tot het terugdringen van menselijk leed en ter voorkoming van illegale handel in conventionele wapens of hun verspreiding onder niet-geautoriseerde ontvangers.
De partijen komen voorts overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau en de coördinatie, complementariteit en synergie te verzekeren in hun inspanningen voor passende wet- en regelgeving en procedures voor doeltreffende controle van de productie, uitvoer, invoer, overdracht of heroverdracht van handvuurwapens en lichte wapens en andere conventionele wapens en voor de preventie, bestrijding en uitbanning van de illegale wapenhandel, waardoor wordt bijgedragen tot het behoud van de internationale vrede en veiligheid. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen om deze initiatieven te begeleiden en te consolideren, rekening houdend met de aard, de reikwijdte en de omvang van de illegale wapenhandel voor elke partij.
Artikel 7. Ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens
De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenis tot algemene en volledige ontwapening en zijn van oordeel dat de proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel overheids- als niet-overheidsactoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen nemen nota van de uitroeping van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied tot zone van vrede, hetgeen inhoudt dat de staten van die regio nucleaire ontwapening voorstaan, alsook de status van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied als kernwapenvrije zone.
De partijen komen overeen samen te werken aan en bij te dragen tot internationale inspanningen voor ontwapening, non-proliferatie van massavernietigingswapens in al haar aspecten, alsook de overbrengingsmiddelen daarvoor, en nationale wapenexportcontroles, door de volledige naleving en uitvoering op nationaal niveau van hun bestaande verplichtingen op grond van de ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen die van toepassing zijn op de partijen, alsook op grond van de beginselen en normen van het internationaal recht.
De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De partijen komen voorts overeen van gedachten te wisselen en samen te werken met het oog op de mogelijke toekomstige ondertekening of ratificatie van of toetreding tot, als passend, relevante internationale instrumenten en de instrumenten waarbij zij partij zijn, ten volle uit te voeren en na te leven.
De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding van hun samenwerking op dit vlak.
Artikel 8. Strijd tegen het terrorisme in al zijn vormen en uitingen
De partijen bevestigen opnieuw het belang van de voorkoming en bestrijding van terrorisme in al zijn vormen en uitingen en komen overeen samen te werken aan de uitwisseling van ervaringen en informatie, met volledige eerbiediging van de beginselen van het VN-Handvest, de rechtsstaat en het internationaal recht, met inbegrip van de internationale mensenrechtenwetgeving en het humanitair recht, rekening houdend met de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, die is vervat in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006, en de geregelde herzieningen daarvan.
De partijen doen dit in het bijzonder:
- a. in het kader van de uitvoering van de relevante VN-resoluties en de ratificatie en tenuitvoerlegging van de universele rechtsinstrumenten tegen terrorisme en andere rechtsinstrumenten die relevant zijn voor de partijen;
- b. door samen te werken aan de uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de netwerken die hen ondersteunen, overeenkomstig het nationale en internationale recht;
- c. door samen te werken aan de uitwisseling van gedachten over middelen, methoden en optimale werkwijzen voor de bestrijding van terrorisme en het aanzetten tot terroristische daden, met inbegrip van technische aspecten en opleiding in verband met de preventie van terrorisme;
- d. door samen te werken met het oog op een internationale consensus over de strijd tegen terrorisme en terrorismefinanciering en het normatieve kader daarvoor, en om zo spoedig mogelijk te streven naar een akkoord over het Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme als aanvulling bij de bestaande VN- en andere toepasselijke internationale instrumenten voor terrorismebestrijding waarbij zij partij zijn;
- e. door de samenwerking tussen de lidstaten van de VN te bevorderen voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties in haar geheel, met alle passende middelen.
Artikel 9. Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd
De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal en waar nodig internationaal niveau, onder meer door het Internationaal Strafhof.
De partijen herhalen het belang van samenwerking met de respectieve rechterlijke instanties overeenkomstig de respectieve wetgeving van de partijen en de toepasselijke internationale verplichtingen.
De partijen komen overeen dat de doelstellingen en beginselen van het VN-Handvest en het internationaal recht essentieel zijn voor een doeltreffende en billijke internationale rechtspraak in strafzaken, aanvullend bij de nationale rechtsstelsels.
De partijen komen overeen samen te werken voor een versterking van het rechtskader dat is gericht op de voorkoming en bestraffing van de meest ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd, onder meer door de uitwisseling van ervaringen en capaciteitsopbouw op wederzijds overeengekomen gebieden.
Artikel 10. Eenzijdige dwangmaatregelen
De partijen wisselen van gedachten over eenzijdige dwangmaatregelen met extraterritoriale gevolgen die in strijd zijn met het internationaal recht en met de algemeen aanvaarde voorschriften voor de internationale handel, waardoor beide partijen worden getroffen en die worden gebruikt als een politieke en economisch drukmiddel tegen staten en de soevereiniteit van andere staten aantasten.
De partijen houden een regelmatige dialoog over de toepassing van dergelijke maatregelen en over de voorkoming en verzachting van de gevolgen ervan.
Artikel 11. Bestrijding van mensenhandel en migrantensmokkel
Met het oog op het vaststellen van gebieden en manieren van aanpak voor gezamenlijke actie wisselen de partijen inzichten uit over de preventie en de bestrijding van migrantensmokkel en mensenhandel in al zijn vormen en over de bescherming van de slachtoffers overeenkomstig het VN-Handvest en de relevante internationale instrumenten, meer bepaald het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, het protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van de handel in mensen, met name vrouwen en kinderen, en het protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht, alsook het mondiale actieplan van de VN ter bestrijding van mensenhandel, dat bij Resolutie 64/293 door de Algemene Vergadering van de VN is aangenomen.
De partijen richten zich in het bijzonder op het volgende:
- a. de bevordering van wetgeving en beleidsmaatregelen die overeenstemmen met de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, het protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van de handel in mensen, met name vrouwen en kinderen, en het protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht;
- b. optimale werkwijzen en activiteiten die dienstig zijn voor de identificatie, arrestatie en berechting van criminele netwerken van migrantensmokkel en mensenhandel en voor steunverlening aan de slachtoffers van dergelijke misdrijven.
Artikel 12. Bestrijding van de productie, smokkel en consumptie van drugs
De partijen bevestigen opnieuw het belang van de uitwisseling van inzichten en optimale werkwijzen voor het vaststellen van gebieden en manieren van aanpak voor gezamenlijke actie ter voorkoming en bestrijding van de productie, de smokkel en de consumptie van verboden stoffen in al hun varianten, met inbegrip van nieuwe psychotrope stoffen, overeenkomstig het VN-Handvest en de relevante internationale instrumenten, meer bepaald de drie voornaamste drugsbestrijdingsverdragen van de VN van 1961, 1971 en 1988, de politieke verklaring en de verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen die in juni 1998 zijn aangenomen door de speciale zitting inzake drugs van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de politieke verklaring en het actieplan die zijn aangenomen op de bijeenkomst op hoog niveau van de 52e zitting van de VN-commissie verdovende middelen in maart 2009 en het op de bijzondere zitting in april 2016 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de mondiale drugsproblematiek vastgestelde slotdocument.
De partijen streven ook naar samenwerking met andere landen om de productie en de handel van verboden stoffen terug te dringen, in volledige overeenstemming met het internationaal recht, de soevereiniteit van de staten en het beginsel van gezamenlijke en gedeelde verantwoordelijkheid.
Artikel 13. Bestrijding van rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende intolerantie
De partijen verbinden zich tot de mondiale bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende intolerantie, onder meer door de algemene ratificatie en tenuitvoerlegging van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie.
In dit verband wisselen de partijen optimale werkwijzen uit over strategieën en beleidsmaatregelen ter bevordering van de strijd tegen rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende intolerantie, meer bepaald in verband met de uitvoering van de verklaring en het actieprogramma van Durban in het grondgebied van de partijen en wereldwijd.
De partijen wisselen tevens inzichten uit over de meest doeltreffende manier om het internationale decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst van de Verenigde Naties (2015 tot 2024) ten uitvoer te leggen.
De partijen onderzoeken de mogelijkheid om actie te ondernemen om rassendiscriminatie te bestrijden in het kader van de Verenigde Naties en andere fora.
Artikel 14. Duurzame ontwikkeling
De partijen verwelkomen de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn vastgesteld en verbinden zich ertoe te streven naar de verwezenlijking ervan op nationaal en internationaal vlak.
De partijen zijn het eens over het belang van de uitbanning van armoede in al haar vormen en van de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling in de economische, sociale en milieudimensie op een evenwichtige en geïntegreerde manier. Hiertoe bevestigen de partijen opnieuw hun engagement om de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 uit te voeren overeenkomstig hun respectieve capaciteiten en omstandigheden.
De partijen erkennen dat alle 17 doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 moeten worden uitgevoerd om op succesvolle manier duurzame ontwikkeling te bereiken. Zij komen overeen inzichten uit te wisselen over de beste manieren van samenwerking voor de verwezenlijking van de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling, onder meer door:
- a. de bevordering van de uitbanning van armoede, honger, ongeletterdheid en ziekten, en de verzekering van aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei voor allen;
- b. prioriteit te geven aan de gezamenlijke oplossing van alle milieuproblemen, met inbegrip van klimaatverandering, en de bevordering van duurzaam beheer en gebruik van water, zeeën en ecosystemen aan land;
- c. de samenwerking voor de versterking van de positie van vrouwen, het terugdringen van de ongelijkheid tussen en binnen landen, gemakkelijker toegang tot justitie voor allen en het opzetten van verantwoordelijke, doeltreffende en inclusieve instellingen op alle niveaus.
De partijen komen overeen een specifieke dialoog op te zetten over de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 om middelen te vinden om de praktische onderlinge samenwerking te verbeteren binnen het algemene kader van de politieke dialoog. De agenda voor elke dialoogsessie wordt tussen de partijen overeengekomen.
De partijen verbinden zich tot een versterking van het mondiale partnerschap voor ontwikkeling, door de samenhang van het beleid op alle niveaus te bevorderen en een omvattende vernieuwende aanpak te ontwikkelen voor het mobiliseren en doeltreffend gebruikmaken van alle beschikbare openbare, particuliere, nationale en internationale hulpmiddelen zoals uiteengezet in het actieprogramma inzake ontwikkelingsfinanciering van Addis Abeba.
De partijen erkennen de noodzaak om de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 en het actieprogramma inzake ontwikkelingsfinanciering van Addis Abeba regelmatig op mondiaal niveau te volgen en te herzien in het kader van het politiek forum op hoog niveau van de VN inzake duurzame ontwikkeling, met inbegrip van de middelen voor tenuitvoerlegging, als passend, op nationaal en regionaal niveau.
De partijen bevestigen opnieuw de noodzaak dat alle ontwikkelde landen 0,7% van hun bni reserveren voor officiële ontwikkelingshulp, en dat alle opkomende economieën en hogeremiddeninkomenslanden doelstellingen vastleggen om hun aandeel in de internationale overheidsfinanciering op te voeren.
DEEL III. DIALOOG OVER SAMENWERKING EN SECTORAAL BELEID
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 15. Doelstellingen
De algemene doelstelling van de dialoog over samenwerking en sectoraal beleid in het kader van deze overeenkomst is de bilaterale betrekkingen tussen de Europese Unie en Cuba te versterken door het faciliteren van middelen mechanismen, instrumenten en procedures.
De partijen komen overeen:
- a. samenwerkingsacties ten uitvoer te leggen die een aanvulling zijn op de inspanningen van Cuba voor economische en sociale duurzame ontwikkeling, op die gebieden die als prioriteit zijn aangemerkt in de titels I tot en met VI van dit deel;
- b. inclusieve duurzame ontwikkeling te bevorderen door de wederzijdse ondersteuning van economische groei, het scheppen van banen, sociale cohesie en bescherming en milieubescherming te stimuleren;
- c. bij te dragen tot het verwezenlijken van de doelstellingen van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 via doeltreffende samenwerkingsacties;
- d. wederzijds vertrouwen te bevorderen via regelmatige uitwisselingen van inzichten en de vaststelling van gebieden voor samenwerking inzake mondiale kwesties die voor beide partijen van belang zijn.
Artikel 16. Beginselen
De samenwerking dient ter ondersteuning van en aanvulling op de inspanningen van de partijen voor het uitvoeren van de prioriteiten die zijn vastgesteld in hun eigen ontwikkelingsbeleid en -strategieën.
De samenwerking is het resultaat van een dialoog tussen de partijen.
De samenwerkingsactiviteiten worden ontplooid op zowel bilateraal als regionaal niveau op een wederzijds complementaire wijze teneinde de in deze overeenkomst opgenomen doelstellingen te ondersteunen.
De partijen bevorderen de deelname van alle relevante actoren aan hun ontwikkelingsbeleid en samenwerking zoals in deze overeenkomst bepaald.
De partijen vergroten de doelmatigheid van hun samenwerking door binnen wederzijds overeengekomen kaders te opereren, rekening houdend met multilateraal overeengekomen internationale verbintenissen. Zij bevorderen harmonisatie, afstemming en coördinatie tussen donoren, en het vervullen van alle wederzijdse verplichtingen die verband houden met de verwezenlijking van de samenwerkingsactiviteiten.
De partijen komen overeen om rekening te houden met de verschillende niveaus van ontwikkeling bij de opzet van de samenwerkingsactiviteiten.
De partijen komen overeen een transparant en verantwoordelijk beheer van de voor de overeengekomen acties vrijgemaakte financiële middelen te garanderen.
De partijen komen overeen dat de samenwerking uit hoofde van deze overeenkomst verloopt volgens hun respectieve procedures.
De samenwerking beoogt het bereiken van duurzame ontwikkeling en de uitbreiding van nationale, regionale en lokale capaciteit om duurzaamheid op de lange termijn te bewerkstelligen.
Bij de samenwerking wordt met alle horizontale kwesties rekening gehouden.
Artikel 17. Dialoog inzake sectoraal beleid
De partijen streven naar het opzetten van een sectorale dialoog op gebieden van wederzijds belang. Deze dialoog kan het volgende omvatten:
- a. uitwisseling van informatie over de formulering en planning van het beleid in de betrokken sectoren;
- b. uitwisseling van inzichten over de afstemming van het wettelijke kader van de partijen op de internationale voorschriften en normen, en de tenuitvoerlegging van dergelijke voorschriften en normen;
- c. uitwisseling van optimale werkwijzen met betrekking tot de formulering van sectoraal beleid, beleidscoördinatie en -beheer of specifieke sectorale problemen.
De partijen streven ernaar hun sectorale beleidsdialoog te onderbouwen met concrete samenwerkingsmaatregelen waar dat mogelijk is.
Artikel 18. Modaliteiten en procedures voor samenwerking
De partijen komen overeen hun samenwerking te ontwikkelen overeenkomstig de volgende modaliteiten en procedures:
- a. technische en financiële steun, dialoog en uitwisseling van inzichten en informatie als middel om bij te dragen tot de uitvoering van de doelstellingen van de overeenkomst;
- b. de ontwikkeling van bilaterale samenwerking op basis van overeengekomen prioriteiten waarmee de ontwikkelingsstrategieën en -beleidsmaatregelen van Cuba worden bevorderd en aangevuld;
- c. de bevordering van de deelname van Cuba aan de programma’s voor regionale samenwerking van de EU;
- d. de bevordering van de deelname van Cuba aan de programma’s voor thematische samenwerking van de EU;
- e. de bevordering van de deelname van Cuba als geassocieerde partner aan de kaderprogramma’s van de EU;
- f. de bevordering van samenwerking op gebieden van wederzijds belang tussen de partijen en derde landen;
- g. de bevordering van innovatieve samenwerking en financieringsmodaliteiten en -instrumenten voor een doeltreffender samenwerking;
- h. de verdere exploratie van praktische mogelijkheden voor samenwerking in hun wederzijds belang.
De Europese Unie stelt Cuba in kennis van nieuwe mechanismen en instrumenten waarvoor Cuba eventueel in aanmerking komt.
Humanitaire steun van de EU wordt verstrekt op basis van gezamenlijk vastgestelde behoeften en overeenkomstig de humanitaire beginselen, volgend op natuurrampen of andere rampen.
De partijen stellen gezamenlijk praktische responsprocedures op om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de samenwerking te garanderen. Dergelijke praktische procedures kunnen waar passend omvatten het opzetten van een coördinatiecomité dat regelmatig bijeenkomt om systematisch alle samenwerkingsacties te plannen, te coördineren en te controleren, alsook informatie- en communicatieactiviteiten om de bekendheid van de EU-steun voor de acties te verhogen.
Via zijn bevoegde gedelegeerde entiteiten neemt Cuba het volgende voor zijn rekening:
- a. alle invoerprocedures, vrij van douanekosten en heffingen, voor de goederen en hulpmiddelen met betrekking tot de samenwerkingsacties;
- b. het beheer, tezamen met de gezondheids- en landbouwautoriteiten, van de sanitaire, veterinaire en fytosanitaire controles, waar nodig; alsmede
- c. de volledige migratieprocedures voor personeel dat naar Cuba reist met het oog op de overeengekomen samenwerkingsacties, alsook de procedures in verband met andere vergunningen voor tijdelijke werkzaamheid en verblijf voor buitenlands personeel dat tijdelijk op Cuba werkzaam is.
Artikel 19. Actoren van de samenwerking
De partijen komen overeen de samenwerking te laten uitvoeren door diverse maatschappelijke actoren, overeenkomstig hun relevante procedures, met inbegrip van:
- a. instellingen van de Cubaanse overheid of overheidsorganen die door deze instellingen zijn aangewezen;
- b. lokale autoriteiten op diverse niveaus;
- c. internationale organisaties en hun agentschappen;
- d. de ontwikkelingsagentschappen van de lidstaten van de Europese Unie; alsmede
- e. het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van wetenschappelijke, technische, culturele, artistieke, sportieve, op vriendschap en solidariteit gerichte verenigingen, sociale organisaties, vakbonden en coöperaties.
Artikel 20. Sectoren voor samenwerking
De partijen komen overeen in de eerste plaats samen te werken op het gebied van de sectoren die zijn genoemd in titels I tot en met VI van dit deel.
De partijen komen overeen dat de vast te stellen samenwerkingsacties als horizontale en strategische vectoren voor ontwikkeling het volgende dienen te omvatten:
- a. duurzame ontwikkeling;
- b. mensenrechten en goed bestuur;
- c. milieuduurzaamheid;
- d. rampenpreventie;
- e. het genderperspectief;
- f. personen in een kwetsbare positie;
- g. nationale capaciteitsopbouw; en
- h. kennisbeheer.
Artikel 21. Middelen voor samenwerking en bescherming van de financiële belangen van de partijen
De partijen komen overeen de nodige middelen, waaronder financiële middelen, beschikbaar te stellen om de samenwerkingsdoelstellingen van deze overeenkomst te realiseren, voor zover hun respectieve middelen en regelgeving hiertoe de mogelijkheid bieden.
De partijen voeren de financiële steun uit volgens de beginselen van gezond financieel beheer en werken samen om hun financiële belangen te beschermen. De partijen nemen doeltreffende maatregelen om fraude, corruptie en andere illegale activiteiten te voorkomen en te bestrijden, onder andere door middel van wederzijdse bestuurlijke en juridische bijstand op de terreinen waarop deze overeenkomst van toepassing is. Elke andere overeenkomst of elk ander financieringsinstrument dat tussen de partijen moet worden gesloten of overeengekomen, moet specifieke financiële-samenwerkingsclausules inzake gecoördineerde controleacties bevatten, zoals controles ter plaatse, inspecties en antifraudemaatregelen, zoals die van het Europees Bureau voor fraudebestrijding en de auditeur-generaal van de Republiek Cuba.
TITEL II. DEMOCRATIE, MENSENRECHTEN EN GOED BESTUUR
Artikel 22. Democratie en mensenrechten
In de wetenschap dat regeringen primair verantwoordelijk zijn voor de bescherming en de bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met oog voor het belang van nationale en regionale eigenheden en diverse historische, culturele en religieuze achtergronden, en rekening houdend met de verplichting om alle mensenrechten en fundamentele vrijheden te beschermen ongeacht de politieke, economische en culturele systemen, komen de partijen overeen samen te werken op het gebied van democratie en de mensenrechten.
De partijen erkennen dat democratie is gebaseerd op de vrij geuite wil van de burgers om zelf hun politieke, economische, sociale en culturele systemen en hun volle deelname aan alle aspecten van het leven te bepalen.
De partijen komen overeen samen te werken voor een versterking van de democratie en hun capaciteit om de beginselen en praktijken van de democratie en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, ten uitvoer te leggen.
De samenwerking kan onder meer activiteiten omvatten die door de partijen gezamenlijk worden overeengekomen, met als doel:
- a. respect en handhaving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en bevordering en bescherming van burgerrechten, politieke, economische, sociale en culturele rechten voor iedereen;
- b. wereldwijde aanpak van de mensenrechten op een billijke en eerlijke manier, op gelijke voet en met dezelfde nadruk, waarbij wordt erkend dat alle mensenrechten universeel, ondeelbaar en onderling afhankelijk en gerelateerd zijn;
- c. doeltreffende uitvoering van de internationale mensenrechteninstrumenten en facultatieve protocollen die toepasselijk zijn voor elke partij, alsook van de aanbevelingen die uitgaan van de mensenrechtenorganen van de Verenigde Naties en die door de partijen worden aanvaard;
- d. integratie van de bevordering en bescherming van mensenrechten in nationale beleidslijnen en ontwikkelingsplannen;
- e. bevordering van voorlichting en onderwijs op het vlak van mensenrechten, democratie en vrede;
- f. versterking van de democratische en aan mensenrechten gerelateerde instellingen, alsmede de wettelijke en institutionele kaders voor de bevordering en bescherming van mensenrechten;
- g. ontwikkeling van gezamenlijke initiatieven van wederzijds belang in het kader van relevante multilaterale fora.
Artikel 23. Goed bestuur
De partijen komen overeen dat samenwerking op het gebied van goed bestuur wordt gebaseerd op strikt respect van de beginselen van het VN-Handvest en het internationaal recht.
De samenwerking kan onder meer activiteiten omvatten die door de partijen gezamenlijk worden overeengekomen, met als doel:
- a. respect voor de rechtsstaat;
- b. bevordering van transparante, verantwoordelijke, efficiënte, stabiele en democratische instellingen;
- c. uitwisseling van ervaringen en capaciteitsopbouw inzake juridische kwesties en gerechtelijke capaciteit;
- d. uitwisseling van informatie inzake wettelijke systemen en wetgeving;
- e. bevordering van uitwisselingen van optimale werkwijzen inzake goed bestuur, verantwoordingsplicht en transparant beheer op alle niveaus;
- f. samenwerking voor meer inclusieve politieke processen waarin alle burgers daadwerkelijk kunnen participeren.
Artikel 24. Versterking van de instellingen en de rechtsstaat
De partijen schenken bijzondere aandacht aan de consolidering van de rechtsstaat, met inbegrip van de toegang tot justitie en een billijke rechtsgang, en de versterking van de instellingen op alle niveaus op het gebied van rechtshandhaving en rechtsbedeling.
Artikel 25. Modernisering van de overheidsdiensten
De partijen komen overeen om met het oog op de modernisering van de overheidsdiensten onder meer samen te werken op de volgende gebieden:
- a. de verbetering van de organisatorische doelmatigheid;
- b. de verbetering van de effectiviteit van de dienstverlening door de instellingen;
- c. de verbetering van de transparantie van en het afleggen van verantwoording over het beheer van de overheidsfinanciën;
- d. de uitwisseling van ervaringen met het oog op de verbetering van het wettelijke en institutionele kader;
- e. capaciteitsopbouw voor onder meer beleidsvorming, uitvoering en evaluatie van het beleid met betrekking tot openbare dienstverlening, e-overheid, en corruptiebestrijding;
- f. de uitwisseling van inzichten en optimale werkwijzen inzake het beheer van de overheidsfinanciën;
- g. de versterking van de decentralisatieprocessen overeenkomstig hun nationale economische en sociale-ontwikkelingsstrategieën.
Artikel 26. Preventie en oplossing van conflicten
De partijen komen overeen ervaringen en optimale werkwijzen uit te wisselen in verband met de preventie en oplossing van conflicten op basis van een gemeenschappelijk begrip van de manier om onderliggende oorzaken van conflicten aan te pakken.
De samenwerking inzake de preventie en oplossing van conflicten beoogt de capaciteit om conflicten op te lossen te versterken en kan onder meer steun omvatten voor bemiddelings-, onderhandelings- en verzoeningsprocessen en bredere inspanningen om vertrouwen en vredesopbouw op regionaal en internationaal niveau te bevorderen.
TITEL III. BEVORDERING VAN JUSTITIE, VEILIGHEID VAN DE BURGER EN MIGRATIE
Artikel 27. Bescherming van persoonsgegevens
De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig multilateraal overeengekomen normen en andere internationale rechtsinstrumenten en praktijken.
De samenwerking inzake de bescherming van persoonsgegevens kan onder meer capaciteitsopbouw, technische bijstand en de uitwisseling van informatie omvatten, als onderling overeengekomen tussen de partijen.
Artikel 28. Drugs
De partijen werken samen om een omvattende, geïntegreerde en evenwichtige aanpak te garanderen voor drugspreventie en het aanpakken van het wereldwijde drugsprobleem door doeltreffende actie en coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten, meer bepaald op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, rechtshandhaving, douane, sociale zaken, justitie en binnenlandse zaken, met als doel de productie van drugs te elimineren of te beperken en de levering en smokkel van, de vraag naar en het bezit van drugs overeenkomstig de binnenlandse wetgeving en met respect voor de mensenrechten terug te dringen. Dergelijke samenwerking beoogt tevens de effecten van drugs te verzachten, de slachtoffers bij te staan door het verstrekken van niet-discriminerende verzorging, de productie en het gebruik van nieuwe psychotrope stoffen aan te pakken, en op een meer doeltreffende manier misbruik te voorkomen van drugsprecursoren die worden gebruikt voor het onwettig aanmaken van narcotische drugs en psychotrope stoffen.
De partijen spreken af hoe zij zullen samenwerken om deze doelstellingen te verwezenlijken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen overeenkomstig de relevante internationale verdragen, meer bepaald de drie voornaamste drugsbestrijdingsverdragen van de VN van 1961, 1971 en 1988, de politieke verklaring en de verklaring inzake richtsnoeren om de vraag naar drugs te verminderen die in juni 1998 zijn aangenomen door de speciale zitting inzake drugs van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de politieke verklaring en het actieplan die zijn aangenomen op de bijeenkomst op hoog niveau van de 52e zitting van de VN-commissie verdovende middelen in maart 2009 en het op de bijzondere zitting in april 2016 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de mondiale drugsproblematiek vastgestelde slotdocument.
Behoudens de overige samenwerkingsmechanismen, komen de partijen overeen dat op interregionaal niveau het coördinatie- en samenwerkingsmechanisme inzake drugs dat door de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied is ingesteld, ook voor dit doel wordt gebruikt, en dat zij samenwerken om de efficiëntie hiervan te vergroten.
De partijen komen verder overeen samen te werken in de strijd tegen criminaliteit in verband met drugshandel, door middel van betere coördinatie met de relevante internationale organen en instellingen, onder meer op het gebied van politie en gerechtelijke samenwerking.
De partijen wisselen ervaringen uit op gebieden als beleids-, wetgevende en institutionele ontwikkeling, opleiding van personeel, druggerelateerd onderzoek, preventie, behandeling, rehabilitatie en sociale reïntegratie van druggebruikers, met als doel de negatieve gevolgen van de mondiale drugsproblematiek voor de volksgezondheid en de maatschappij te beperken.
Artikel 29. Witwassen
De partijen komen overeen samen te werken voor de preventie en de bestrijding van het gebruik van hun financiële systemen, instellingen en aangewezen niet-financiële ondernemingen en beroepen voor het witwassen van de inkomsten van criminele activiteiten, zoals drugshandel en corruptie, en voor het financieren van terrorisme.
De partijen stemmen ermee in optimale werkwijzen, deskundigheid, initiatieven voor capaciteitsopbouw en opleiding als onderling overeengekomen uit te wisselen, betreffende technische en bestuurlijke bijstand gericht op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regelingen en het doeltreffende functioneren van mechanismen om witwassen en de financiering van terrorisme tegen te gaan.
De samenwerking is gericht op:
- a. uitwisseling van relevante informatie binnen de respectieve wettelijke kaders van de partijen;
- b. de goedkeuring en de effectieve uitvoering van adequate normen om witwassen en de financiering van terrorisme te bestrijden, vergelijkbaar met die welke zijn goedgekeurd door de relevante internationale organen die op dit gebied actief zijn, zoals, waar passend, de Financial Action Task Force en de financiële actiegroep voor Latijns-Amerika.
Artikel 30. Georganiseerde criminaliteit
De partijen komen overeen samen te werken voor de preventie en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, met inbegrip van grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit, en financiële criminaliteit. Daartoe zorgen zij voor de bevordering en uitwisseling van optimale werkwijzen en voor de toepassing van relevante overeengekomen internationale normen en instrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van de grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en de protocollen daarbij, en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie.
De partijen komen tevens overeen samen te werken aan een betere veiligheid van burgers, met name door ondersteuning van veiligheidsbeleid en -strategieën. Deze samenwerking dient bij te dragen aan de preventie van criminaliteit en kan activiteiten omvatten zoals regionale samenwerkingsprojecten tussen politionele en justitiële autoriteiten, opleidingsprogramma's, en uitwisseling van optimale werkwijzen voor het profileren van criminelen. Zij omvat verder onder meer gedachtewisselingen over wettelijke kaders, alsmede administratieve en technische bijstand gericht op de versterking van de institutionele en operationele mogelijkheden van rechtshandhavingsinstanties en de uitwisseling van informatie en maatregelen ter versterking van de samenwerking inzake onderzoeken.
Artikel 31. Corruptiebestrijding
De partijen werken samen met het oog op de toepassing en bevordering van relevante internationale normen en instrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie.
De partijen werken met name samen aan het volgende:
- a. de verbetering van de organisatorische doeltreffendheid en het waarborgen van transparant beheer van overheidsmiddelen en verantwoordingsplicht, met deelname van de respectieve instellingen die zijn opgezet voor de bestrijding van corruptie;
- b. de uitwisseling van optimale werkwijzen ter versterking van de relevante instellingen, met inbegrip van rechtshandhavingsinstanties en de rechterlijke macht;
- c. de preventie van corruptie en omkoping in internationale transacties;
- d. de evaluatie van de uitvoering van het beleid ter bestrijding van corruptie op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau binnen het kader van het herzieningsmechanisme voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie;
- e. de stimulering van acties ter bevordering van een cultuur van transparantie, wettelijkheid en een mentaliteitswijziging ten aanzien van corrupte praktijken;
- f. de facilitering van maatregelen om tegoeden te identificeren en te recupereren, waarbij goede werkwijzen en capaciteitsopbouw worden bevorderd.
Artikel 32. Illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens
De partijen komen overeen samen te werken voor de preventie en de bestrijding van illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens, ook onderdelen, componenten en munitie daarvoor, door uitvoering te geven aan het erkende kader van het actieprogramma van de VN ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van alle illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten. In deze context komen zij overeen samen te werken om ervaringen en opleiding uit te wisselen tussen de bevoegde autoriteiten, met inbegrip van douane-, politie- en controle-autoriteiten.
Zoals wordt gesteld in het in lid 1 genoemde het actieprogramma van de VN, bevestigen de partijen in dit verband onder meer opnieuw het inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN-Handvest, alsook het recht van elke staat om handvuurwapens en lichte wapens aan te maken, in te voeren en in bezit te houden met het oog op doeleinden van defensie en veiligheid, alsook de capaciteit voor deelname aan vredeshandhavende operaties overeenkomstig het VN-Handvest en op basis van het besluit van elke der partijen.
Artikel 33. Terrorismebestrijding
De partijen werken samen inzake terrorismebestrijding voor de uitvoering van het kader en de normen die zijn overeengekomen in artikel 8.
De partijen werken ook samen om ervoor te zorgen dat personen die deelnemen aan het financieren, plannen, voorbereiden of plegen van terroristische daden of die terroristische daden ondersteunen, voor het gerecht worden gebracht. De partijen komen overeen dat de strijd tegen het terrorisme wordt gevoerd op basis van de naleving van de relevante resoluties van de Verenigde Naties, en eerbiediging van de soevereiniteit van de partijen, een eerlijke rechtsgang, de mensenrechten en fundamentele vrijheden.
De partijen komen overeen samen te werken aan de preventie en onderdrukking van terroristische daden door middel van politionele en justitiële samenwerking.
De partijen, die zich hebben verbonden tot de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN, moeten een evenwichtige tenuitvoerlegging daarvan bevorderen en overeenkomen op de meest doeltreffende manier de daarin vervatte acties te ondernemen, waar passend, om een einde te maken aan de dreiging van het terrorisme.
De partijen komen ook overeen samen te werken binnen het kader van de Verenigde Naties voor de voltooiing van de ontwerp-overeenkomst voor een Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme.
Artikel 34. Migratie, mensenhandel en migrantensmokkel
De samenwerking wordt voortgezet in het licht van overleg tussen de partijen over hun behoeften en standpunten en zij wordt ten uitvoer gelegd overeenkomstig de wettelijke kaders van de partijen. De samenwerking richt zich met name op:
- a. de onderliggende oorzaken van migratie;
- b. de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving en praktijken in verband met internationale bescherming, overeenkomstig de beginselen en normen van het internationaal recht, met inbegrip van het beginsel van internationale bescherming in die gevallen waarin het van toepassing is;
- c. de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale ingezetenen in de samenleving, onderwijs en opleiding van legale migranten en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat, en alle toepasselijke bepalingen met betrekking tot de mensenrechten van migranten;
- d. de evaluatie van mechanismen en beleid om het overmaken van geld te vergemakkelijken;
- e. de uitwisseling van inzichten en optimale werkwijzen en discussies over onderwerpen van gezamenlijk belang die verband houden met circulaire migratie en het voorkomen van braindrain;
- f. de uitwisseling van ervaringen en optimale werkwijzen, technische, technologische, operationele en gerechtelijke samenwerking, als passend en onderling overeengekomen, over kwesties in verband met de strijd tegen mensenhandel en migrantensmokkel, met inbegrip van het bestrijden van netwerken en criminele organisaties van handelaars en smokkelaars en met inbegrip van het bieden van bescherming en steun aan de slachtoffers van dergelijke misdrijven;
- g. de humane, veilige en waardige repatriëring van personen die geen legale verblijfsvergunning hebben op het grondgebied van de andere partij, op grond van volledig respect voor de mensenrechten, alsmede de bevordering van vrijwillige terugkeer en de overname van dergelijke personen overeenkomstig lid 2;
- h. de ondersteunende maatregelen gericht op duurzame reïntegratie van repatrianten.
In het kader van de samenwerking ter voorkoming en beperking van irreguliere migratie komen de partijen, onverminderd de noodzaak van de bescherming van slachtoffers van mensenhandel, eveneens het volgende overeen:
- a. hun vermeende onderdanen te identificeren en hun onderdanen die illegaal verblijven op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie of van Cuba over te nemen binnen de tijdsspanne en overeenkomstig de normen en procedures die zijn vastgesteld bij de toepasselijke migratiewetgeving van de lidstaten van de Europese Unie of Cuba, op verzoek en zonder onnodige vertraging of verdere formaliteiten zodra de nationaliteit is vastgesteld;
- b. hun over te nemen onderdanen te voorzien van passende identiteitsdocumenten tot dit doel.
De partijen komen overeen op verzoek en zo snel mogelijk te onderhandelen over een overeenkomst tot vaststelling van de specifieke verplichtingen voor de lidstaten van de Europese Unie en van Cuba inzake migratie, inclusief overname.
Artikel 35. Consulaire bescherming
Cuba stemt ermee in dat de diplomatieke en consulaire autoriteiten van elke vertegenwoordigde lidstaat van de Europese Unie bescherming bieden aan elke onderdaan van een andere lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging beschikt die doeltreffende consulaire bescherming mogelijk maakt, op dezelfde voorwaarden als aan onderdanen van die lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 36. Maatschappelijk middenveld
De partijen erkennen de mogelijke bijdrage van het maatschappelijk middenveld, waaronder ook universiteiten, denktanks en media, tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst. Zij komen overeen acties te steunen voor meer participatie van het maatschappelijk middenveld in de formulering en uitvoering van relevante ontwikkelingen en sectorale samenwerkingsactiviteiten, onder meer door capaciteitsopbouw.
TITEL IV. SOCIALE ONTWIKKELING EN SOCIALE COHESIE
Artikel 37. Sociale ontwikkeling en sociale cohesie
In de wetenschap dat sociale ontwikkeling hand in hand moet gaan met economische ontwikkeling, komen de partijen overeen samen te werken voor een betere sociale cohesie door het terugdringen van armoede, onrecht, ongelijkheid en sociale uitsluiting, meer bepaald met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030 en van de internationaal overeengekomen doelstelling om fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen. Voor de verwezenlijking van deze doelstellingen stellen de partijen aanzienlijke financiële middelen beschikbaar, zowel uit samenwerkingsbudgetten als nationale middelen.
Daartoe werken de partijen samen aan de bevordering en de uitwisseling van optimale werkwijzen betreffende:
- a. economische beleidsmaatregelen met een sociale visie gericht op een meer inclusieve samenleving met een betere verdeling van inkomsten teneinde de ongelijkheid en onrechtvaardigheid te verminderen;
- b. handels- en investeringsmaatregelen, rekening houdend met de koppeling tussen handel en duurzame ontwikkeling, eerlijke handel, de ontwikkeling van openbare en particuliere ondernemingen op het platteland en in de stad en hun representatieve organisaties, en maatschappelijk verantwoord ondernemen;
- c. een rechtvaardig en gezond fiscaal beleid ten behoeve van een betere herverdeling van rijkdom en toereikende niveaus van sociale uitgaven;
- d. efficiënte publieke sociale uitgaven gekoppeld aan duidelijk vastgestelde sociale doelstellingen, teneinde tot een meer resultaatgeoriënteerde benadering te komen;
- e. de verbetering en consolidering van effectieve sociale beleidsmaatregelen en eerlijke toegang tot sociale diensten voor iedereen op tal van vlakken zoals onderwijs, gezondheid, voeding, water en riolering, huisvesting, justitie en sociale zekerheid;
- f. werkgelegenheidsbeleid gericht op fatsoenlijk werk voor iedereen overeenkomstig internationale en nationale arbeidsnormen en het scheppen van economische kansen met speciale aandacht voor de armste en meest kwetsbare groepen en de meest achtergestelde gebieden;
- g. meer inclusieve en omvattende sociale-beschermingsregelingen met betrekking tot onder meer pensioenen, gezondheidszorg, ongevallen en werkloosheid, op basis van het solidariteitsbeginsel en het beginsel van niet-discriminatie;
- h. strategieën en beleid ter bestrijding van vreemdelingenhaat en discriminatie onder meer op grond van geslacht, ras, geloof, afstamming of handicap;
- i. specifiek beleid en programma's gericht op jongeren met het oog op hun volledige integratie in het economische, politieke en sociale leven.
De partijen komen overeen de uitwisseling van informatie en ervaringen te stimuleren op het gebied van de sociale-ontwikkelings- en cohesie-aspecten van binnenlandse plannen of programma’s.
Artikel 38. Werkgelegenheid en sociale bescherming
De partijen komen overeen samen te werken aan de bevordering van werkgelegenheid en sociale bescherming door middel van acties en programma’s, die in het bijzonder gericht zijn op:
- a. fatsoenlijk werk voor iedereen;
- b. meer inclusieve en goed functionerende arbeidsmarkten;
- c. bredere dekking van sociale bescherming;
- d. bevordering van de sociale dialoog;
- e. naleving van de essentiële arbeidsnormen die zijn vastgesteld in de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;
- f. aanpakken van kwesties met betrekking tot de informele economie;
- g. speciale aandacht voor achterstandsgroepen en de strijd tegen discriminatie;
- h. het ontwikkelen van de kwaliteit van menselijke hulpbronnen door beter onderwijs en betere opleiding, met inbegrip van effectieve beroepsopleiding;
- i. de verbetering van de gezondheid en veiligheid op het werk, meer bepaald door de versterking van de arbeidsinspecties en steun voor verbetering op gezondheids- en veiligheidsvlak;
- j. het stimuleren van werkgelegenheidsschepping en ondernemerschap door versterking van het institutionele kader dat nodig is voor het opzetten van ondernemingen en het bevorderen van toegang tot kredieten.
Artikel 39. Onderwijs
De partijen komen overeen ervaringen en optimale werkwijzen uit te wisselen inzake de voortdurende ontwikkeling van het onderwijs op alle niveaus.
De partijen komen overeen dat de samenwerking steun biedt aan de ontwikkeling van menselijke hulpbronnen op alle niveaus van het onderwijs, meer bepaald op het niveau van het hoger onderwijs, met inbegrip van speciale behoeften. De partijen bevorderen de uitwisseling van studenten, onderzoekers en academici via de bestaande programma's en stimuleren capaciteitsontwikkeling met het oog op de modernisering van de systemen voor hoger onderwijs.
Artikel 40. Volksgezondheid
De partijen komen overeen samen te werken op gebieden van gezamenlijk belang met betrekking tot de gezondheidssector, meer speciaal wetenschappelijk onderzoek, het beheer van gezondheidssystemen, voeding, geneesmiddelen, preventieve geneeskunde, seksuele en reproductieve gezondheid, met inbegrip van de preventie en controle van overdraagbare ziekten zoals hiv/aids, niet-overdraagbare ziekten zoals kanker en hartkwalen, en andere belangrijke bedreigingen voor de gezondheid, zoals het zikavirus, het chikungunya-virus en het dengue-virus. De partijen komen ook overeen samen te werken voor de bevordering van de tenuitvoerlegging van de internationale gezondheidsovereenkomsten waarbij zij partij zijn.
De partijen komen overeen speciale aandacht te hebben voor regionale acties en programma’s op het gebied van de volksgezondheid.
Artikel 41. Consumentenbescherming
De partijen komen overeen samen te werken inzake consumentenbescherming met het oog op de bescherming van de volksgezondheid en de belangen van de consumenten.
Artikel 42. Cultuur en erfgoed
De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van cultuur, met inbegrip van cultureel erfgoed, met respect voor de verscheidenheid. Conform de respectieve wetgeving bevordert deze samenwerking het wederzijdse begrip en de interculturele dialoog, alsook evenwichtige culturele uitwisselingen en contacten met relevante actoren, met inbegrip van organisaties uit het maatschappelijk middenveld van beide partijen.
De partijen bevorderen samenwerking op het gebied van kunsten, literatuur en muziek, ook door de uitwisseling van ervaringen.
De samenwerking tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de relevante nationale bepalingen inzake auteursrechten en andere bepalingen op cultureel vlak, alsook de internationale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.
De partijen komen overeen de samenwerking te bevorderen op het gebied van de restauratie en het duurzame beheer van erfgoed. De samenwerking op dit gebied omvat tevens de waarborging en bevordering van natuurlijk en cultureel erfgoed (materieel en immaterieel), met inbegrip van het voorkomen van en optreden tegen illegale handel in cultureel erfgoed, overeenkomstig de relevante internationale instrumenten.
De partijen komen overeen de samenwerking in de audiovisuele en mediasector, met inbegrip van radio en pers, te bevorderen door middel van gezamenlijke initiatieven op het vlak van opleiding, alsmede audiovisuele ontwikkeling en productie- en distributieactiviteiten, onder andere op educatief en cultureel vlak.
De partijen stimuleren de coördinatie in het kader van de Unesco met het oog op bevordering van de culturele diversiteit, onder andere via overleg inzake de ratificatie en uitvoering van het UNESCO-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen. De samenwerking omvat tevens de bevordering van culturele diversiteit.
Artikel 43. Personen in een kwetsbare positie
De partijen komen overeen dat bij de samenwerking ten gunste van kwetsbare personen prioriteit wordt gegeven aan maatregelen, met inbegrip van innovatieve beleidsmaatregelen en projecten, waarbij dergelijke kwetsbare personen worden betrokken. De samenwerking moet de menselijke ontwikkeling bevorderen, de levensvoorwaarden verbeteren en de volledige integratie van deze personen in de maatschappij stimuleren.
De samenwerking omvat de uitwisseling van ervaringen inzake de bescherming van de mensenrechten, de bevordering en uitvoering van beleid tot vrijwaring van de gelijke kansen van kwetsbare personen, het creëren van economische mogelijkheden, alsmede specifieke sociale beleidsmaatregelen gericht op de ontwikkeling van menselijke capaciteiten door middel van onderwijs en opleiding, toegang tot primaire sociale diensten, sociale veiligheidsnetten en justitie, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar onder meer personen met een handicap en hun families, kinderen en ouderen.
Artikel 44. Genderperspectief
De partijen komen overeen dat de samenwerking bijdraagt tot de versterking van beleidslijnen, programma’s en mechanismen die de gelijkwaardige participatie en kansen van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te garanderen, verbeteren en verbreden, met name met het oog op de doelmatige uitvoering van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen en de verklaring en het platform voor actie van Peking. Waar nodig worden positieve maatregelen ter ondersteuning van vrouwen getroffen.
De samenwerking bevordert de integratie van het genderperspectief op alle relevante terreinen van samenwerking, met inbegrip van overheidsbeleid en ontwikkelingsstrategieën en -acties, alsmede indicatoren om het effect daarvan te meten.
De samenwerking draagt tevens bij tot gelijke toegang van mannen en vrouwen tot alle diensten en middelen op basis waarvan zij hun fundamentele rechten volledig kunnen uitoefenen, zoals met betrekking tot onderwijs, gezondheid, beroepsopleiding, arbeidsmogelijkheden, politieke besluitvorming, bestuursstructuren en private ondernemingen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar programma's die zijn gericht op de preventie en aanpak van alle vormen van geweld tegen vrouwen.
Artikel 45. Jeugd
De samenwerking tussen de partijen biedt steun aan alle relevante jeugdgerelateerde beleidsmaatregelen van beide partijen. Dit omvat steun aan opleiding en werkgelegenheid, gezinsbeleid en onderwijs, alsmede het bieden van arbeidsmogelijkheden aan jongeren, en het bevorderen van de uitwisseling van ervaringen inzake programma’s voor de preventie van jeugdcriminaliteit en de reïntegratie in het economische en sociale leven.
De partijen komen overeen de actieve deelname van jongeren aan de samenleving te bevorderen, met inbegrip van de vormgeving van beleidsmaatregelen die bijdragen tot de ontwikkeling van jongeren en effect hebben op hun leven.
Beide partijen komen overeen de uitvoering van programma’s te bevorderen voor meer samenwerking tussen jeugdorganisaties, met inbegrip van uitwisselingsprogramma’s.
Artikel 46. Ontwikkeling van lokale gemeenschappen
De partijen komen overeen samen te werken voor de bevordering van duurzame ontwikkeling van lokale gemeenschappen, door geïntegreerde acties ter bevordering van initiatieven van de voornaamste actoren voor lokale economische ontwikkeling en van de absorptie van bestaande middelen op het niveau van de lokale gemeenschappen.
De samenwerking kan de volgende acties ondersteunen:
- a. lokale initiatieven overeenkomstig de respectieve territoriale strategische plannen;
- b. de versterking van de capaciteiten voor economisch beheer van lokale productieve entiteiten en dienstverleners.
TITEL V. MILIEU, RAMPENRISICOBEHEER EN KLIMAATVERANDERING
Artikel 47. Samenwerking inzake milieu en klimaatverandering
De partijen komen overeen samen te werken om de kwaliteit van het milieu op lokaal, regionaal en mondiaal niveau te beschermen en te verbeteren teneinde te komen tot duurzame ontwikkeling.
Zich bewust van het effect van deze overeenkomst hebben de partijen de nodige aandacht voor de band tussen ontwikkeling en milieu. De partijen streven ernaar gebruik te maken van de investeringskansen die geboden worden door schone technologieën.
De samenwerking vergemakkelijkt tevens vooruitgang op de relevante internationale conferenties en bevordert de doeltreffende tenuitvoerlegging van multilaterale overeenkomsten en de daarin overeengekomen beginselen op gebieden als biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, droogte en beheer van chemische stoffen.
De samenwerking betreft in het bijzonder:
- a. de instandhouding en het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen, biodiversiteit en ecosystemen, met inbegrip van bossen en visserij, alsook de diensten die hieruit voortkomen;
- b. de strijd tegen de vervuiling van zoete en zeewateren, lucht en bodem, onder andere door middel van goed beheer van afval, rioolwater, chemische stoffen en andere gevaarlijke stoffen en materialen;
- c. mondiale kwesties als klimaatverandering, aantasting van de ozonlaag, woestijnvorming en droogte, ontbossing, bescherming van kustzones, behoud van de biodiversiteit, en bioveiligheid.
In deze context tracht de samenwerking gezamenlijke initiatieven te bevorderen op het gebied van beperking van de klimaatverandering en aanpassing aan de nadelige effecten daarvan, met inbegrip van versterking van het beleid om de klimaatverandering aan te pakken.
De samenwerking kan maatregelen omvatten als:
- a. bevordering van de beleidsdialoog en de uitvoering daarvan, uitwisseling van informatie en ervaringen inzake milieuwetgeving, technische regelingen en schonere productie en inzake optimale milieupraktijken, alsook capaciteitsopbouw met het oog op een beter milieubeheer en -toezicht, alsook controlesystemen in alle sectoren en op alle niveaus van het bestuur;
- b. overdracht en gebruik van duurzame schone technologie en knowhow, met inbegrip van het creëren van stimuleringsmaatregelen en mechanismen voor innovatie en milieubescherming;
- c. integratie van milieuoverwegingen in andere beleidsterreinen, met inbegrip van beheer van het bodemgebruik;
- d. bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen, onder meer door het duurzame gebruik van ecosystemen, diensten en goederen;
- e. bevordering van milieubewustzijn en -voorlichting, alsmede grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld, met name lokale gemeenschappen, bij inspanningen ten behoeve van milieubescherming en duurzame ontwikkeling;
- f. stimulering en bevordering van regionale samenwerking op het gebied van milieubescherming;
- g. ondersteuning bij de uitvoering en handhaving van de multilaterale milieuovereenkomsten die de partijen hebben ondertekend.
Artikel 48. Risicobeheer in verband met rampen
De partijen erkennen de noodzaak om alle risico's van rampen die het grondgebied van een of meer staten treffen, te beheren. De partijen bevestigen hun gemeenschappelijk engagement voor de verbetering van preventie-, mitigatie-, paraatheids-, respons- en herstelmaatregelen om hun maatschappij en de infrastructuur weerbaarder te maken, en waar passend op bilateraal en multilateraal politiek niveau samen te werken om de impact van het rampenrisicobeheer te verbeteren.
De partijen komen overeen dat met de samenwerking op het gebied van rampenrisicobeheer wordt beoogd de kwetsbaarheid en de risico's terug te dringen, het toezicht en de vroege-waarschuwingscapaciteiten te verhogen, de weerbaarheid van Cuba tegen rampen te versterken, onder meer door steun aan de nationale inspanningen, alsook aan het regionale kader voor de terugdringing van de kwetsbaarheid en de respons op rampen, voor een versterking van regionaal onderzoek en de verspreiding van optimale werkwijzen, op basis van lessen die zijn getrokken uit rampenrisicobeperking, paraatheid, planning, preventie, schadebeperking, respons en herstel.
Artikel 49. Water en sanitaire voorzieningen
De partijen erkennen de noodzaak om de beschikbaarheid en het duurzame beheer van de watervoorziening en van sanitaire voorzieningen voor iedereen te garanderen en bijgevolg stemmen zij overeen in dit verband samen te werken, onder meer inzake:
- a. capaciteitsopbouw voor het doeltreffende beheer van de watervoorziening en van sanitaire netwerken;
- b. de effecten van de waterkwaliteit op gezondheidsindicatoren;
- c. de modernisering van de technologie inzake waterkwaliteit, gaande van toezicht tot laboratoria;
- d. voorlichtingsprogramma’s waarin de noodzaak van behoud, rationeel gebruik en geïntegreerd beheer van watervoorraden wordt vooropgesteld.
De partijen komen overeen speciale aandacht te hebben voor regionale acties en samenwerkingsprogramma’s op dit gebied.
TITEL VI. ECONOMISCHE ONTWIKKELING
Artikel 50. Landbouw, plattelandsontwikkeling, visserij en aquacultuur
De partijen komen overeen samen te werken op het gebeid van landbouw, plattelandsontwikkeling, visserij en aquacultuur, onder meer met betrekking tot:
- a. de verbetering van de productiviteit en de productie;
- b. de verbetering van de kwaliteit van landbouw-, visserij- en aquacultuurproducten;
- c. de ontwikkeling van urbane en suburbane landbouw;
- d. de versterking van productieketens;
- e. plattelandsontwikkeling;
- f. de bevordering van gezonde eetgewoonten om het voedingsniveau te verhogen;
- g. de ontwikkeling van landbouw- en visserijmarkten, de groothandel en toegang tot financieel krediet;
- h. de bevordering van diensten voor bedrijfsontwikkeling voor coöperaties, kleine particuliere boerderijen en kleinschalige vissersgemeenschappen;
- i. de ontwikkeling van de markten en de bevordering van internationale handelsbetrekkingen;
- j. de ontwikkeling van biologische productie;
- k. de ontwikkeling van duurzame landbouw en aquacultuur overeenkomstig milieuvereisten en -problemen;
- l. de bevordering van wetenschap, technologie en innovatie die relevant zijn voor landbouw en plattelandsontwikkeling, visserij en aquacultuur, alsook de industriële verwerking van deze hulpbronnen;
- m. de bevordering van een duurzame exploitatie en een duurzaam beheer van de visserij;
- n. de bevordering van optimale werkwijzen ten aanzien van visserijbeheer;
- o. de verbetering van de gegevensverzameling teneinde rekening te kunnen houden met de best beschikbare wetenschappelijke informatie voor beoordeling en beheer van de visbestanden;
- p. de verbetering van de systemen van toezicht, controle en bewaking in de visserijsector;
- q. de bestrijding van illegale, niet-gemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten;
- r. de versterking van de samenwerking met het oog op grotere capaciteit voor de ontwikkeling van technologieën met toegevoegde waarde voor de verwerking van visserij- en aquacultuurproducten.
De samenwerking kan onder meer omvatten de verstrekking van technische expertise, steunverlening, capaciteitsopbouw en de uitwisseling van informatie en ervaringen. De partijen komen overeen de institutionele samenwerking te bevorderen en de samenwerking binnen internationale organisaties en met nationale en regionale organisaties voor visserijbeheer te versterken.
De partijen moedigen voor rampgevoelige gebieden risico-analyse en adequate maatregelen aan om de weerbaarheid te vergroten in het kader van voedselzekerheid en landbouwsamenwerking.
Artikel 51. Duurzaam toerisme
De partijen erkennen het belang van de toerismesector voor de sociale en economische ontwikkeling van lokale gemeenschappen, en het grote economische potentieel van beide regio’s om ondernemingsactiviteiten op dit gebied te ontwikkelen.
Om deze reden komen zij overeen samen te werken inzake het bevorderen van duurzaam toerisme, en met name het volgende te ondersteunen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)