Verdrag tot oprichting van de Caribische Douaneorganisatie en inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
De Staten bij dit Verdrag,
Overwegend de wezenlijke politieke en economische veranderingen die hebben plaatsgevonden in het Caribische gebied en de door de betrokken volkeren uitgedrukte wens om meer verantwoordelijkheid te dragen in het verhelpen van de problemen in het gebied;
Overwegend dat de regionale douanesamenwerking in het Caribische gebied zich in de loop der jaren op vele vlakken heeft ontwikkeld en waardevolle diensten heeft geleverd;
Gezien de verwachting dat de regionale douanesamenwerking in het Caribische gebied verder dient te worden uitgebreid om met de uitdagingen op het vlak van wetshandhaving, veiligheid en handelsfacilitatie om te kunnen gaan;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de veiligheid en openbare orde van de leden, voor de gezondheid en het leven van mens, dier of plant, voor nationale schatten van artistieke, historische of archeologische waarde, voor industriële of commerciële eigendom en hun economische, commerciële, fiscale en sociale belangen;
Gezien het om de douanesamenwerking in het Caribische gebied verder te versterken en te bevorderen raadzaam wordt geacht om de ervaringen met de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving te evalueren in het licht van de politieke en economische veranderingen in de regio en de nieuwe verantwoordelijkheden die de douaneadministraties de afgelopen jaren hebben aanvaard om te voldoen aan hun verantwoordelijkheden inzake douaneheffingen, handhaving, veiligheid en handelsfacilitatie;
Gelet op het voortdurende belang van de bijdrage aan de begroting en derhalve van een juiste vaststelling van de douanerechten en van andere belastingen en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Rekening houdend met de dreiging van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terroristische organisaties met hun aanzienlijke middelen en de noodzaak om deze doeltreffend te bestrijden waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande en nieuwe multilaterale kaders voor uitwisseling van informatie en andere vormen van internationale wederzijdse administratieve bijstand;
Indachtig de toegenomen mondiale bezorgdheid over de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke ketens en het SAFE Framework of Standards dat hiertoe is vastgesteld door de Werelddouaneorganisatie;
Het belang erkennend van het bereiken van een evenwicht tussen vereisten op het gebied van wetshandhaving, veiligheid en handelsfacilitatie door zich te richten op goederen met een hoog risico om te voldoen aan de behoeften van regeringen voor de bescherming van de maatschappij en belastingen alsmede het zorgen voor zo min mogelijk douane-interventies in de logistiek van legitieme handelsstromen;
Ervan overtuigd dat internationale handel kan en zal worden vergemakkelijkt met name door het aannemen door douaneadministraties van moderne controletechnieken, zoals risicomanagement op basis van gegevens van hoge kwaliteit die zijn verkregen van de handel en andere douaneadministraties;
Ermee rekening houdend dat bedrijven steeds meer investeren in de beveiliging van de toeleveringsketen voor hun eigen commerciële doeleinden en dat dit bijdraagt aan een betere naleving van de douanewetgeving;
Er tevens rekening mee houdend dat op mondiaal niveau programma's voor Geautoriseerde Marktdeelnemers (AEO) zijn ingevoerd en dat overeenkomsten voor wederzijdse erkenning – waarmee in een bepaald gebied geautoriseerde AEO-bedrijven kunnen genieten van voordelen die in een ander gebied aan AEO-bedrijven worden toegekend – worden gesloten om voordelen toe te voegen voor bedrijven die overwegen de AEO-status aan te vragen;
Erkennend dat de internationale en regionale uitwisseling van informatie en inlichtingen door douaneadministraties een essentieel onderdeel is van doeltreffend risicomanagement en dat de Gezamenlijke Inlichtingeneenheid die door de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving samen met de Werelddouaneorganisatie wordt beheerd, hierbij een belangrijke rol vervult;
Tevens erkennend dat een dergelijke internationale en regionale uitwisseling van informatie gebaseerd dient te zijn op duidelijke en solide wettelijke bepalingen;
Gelet op internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Het belang erkennend van de steeds nauwere praktische samenwerking tussen douaneadministraties wereldwijd, en in het bijzonder in het Caribische gebied bij het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op de douanewetgeving;
Overtuigd van de noodzaak om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Caribische douaneadministraties bij het uitoefenen van hun mandaten verder te versterken door verbeterde samenwerking, het delen van beste praktijken, loopbaanontwikkeling, moderniseren, ontwikkeling van IT-capaciteiten en het vereenvoudigen en harmoniseren van processen en procedures;
Derhalve verlangend om een opvolger op te richten van de informele organisatie van douaneadministraties die bekend staat als de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving die in staat is de vereiste regionale douanesamenwerking aan te moedigen op een duidelijke en solide wettelijke basis met inachtneming van integriteit en goed bestuur;
Verlangend om de bestaande nauwe samenwerking met andere regionale en internationale organisaties die memoranda van overeenstemming hebben gesloten met de Caribische Raad voor de handhaving van de douanewetgeving voort te zetten en daarop voort te bouwen;
Erkennend dat voor zover een grondgebied Lid of samenwerkingspartner wordt in overeenstemming met dit Verdrag en een Staat verantwoordelijk is voor de internationale betrekkingen van dat grondgebied, de constitutionele relatie tussen de Staat en dat grondgebied wordt gerespecteerd;
Gelet op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948;
Overwegend dat de hierin geformuleerde doelstellingen in overeenstemming zijn met het Handvest van de Verenigde Naties;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- i. wordt onder de uitdrukking „Gemeenschappen” verstaan: alle regionale integratieprocessen of initiatieven waarin douaneadministraties zich hebben gecommitteerd tot samenwerking ten behoeve van wederzijdse administratieve bijstand;
- ii. wordt onder de uitdrukking „douaneadministratie” verstaan: de douaneautoriteit en elke andere autoriteit van een Lid die krachtens het nationale recht bevoegd is om douaneverantwoordelijkheden uit te voeren of die door het Lid is aangesteld om alle bepalingen van dit Verdrag toe te passen en uit te voeren. Tevens wordt geacht dat hieronder worden verstaan de douaneautoriteiten van Samenwerkingspartners tenzij anders is voorzien in dit Verdrag of een samenwerkingsregeling;
- iii. wordt onder de uitdrukking „douanevordering” verstaan: elk bedrag aan douanerechten dat niet op het grondgebied van een van de Leden geïnd kan worden;
- iv. wordt onder de uitdrukking „douanerechten” verstaan: alle rechten, belastingen of andere heffingen die geheven worden op de grondgebieden van de Leden bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;
- v. wordt onder de uitdrukking „douanewetgeving” verstaan: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties van een Lid worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen, en in verband met de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme;
- vi. wordt onder de uitdrukking „inbreuk op de douanewetgeving” verstaan: elke schending van de douanewetgeving van een Lid, alsmede elke poging tot schending;
- vii. wordt onder de uitdrukking „informatie” verstaan: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;
- viii. wordt onder de uitdrukking „internationale logistieke keten” verstaan: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- ix. wordt onder de uitdrukking „ambtenaar” verstaan: alle douaneambtenaren of andere overheidsfunctionarissen die door een douaneadministratie of de Caribische Douaneorganisatie zijn aangesteld om functies te vervullen voor de toepassing van dit Verdrag;
- x. wordt onder de uitdrukking „persoon” verstaan: zowel natuurlijke als rechtspersonen, tenzij de context anders vereist;
- xi. wordt onder „persoonsgegevens” verstaan: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- xii. wordt onder de uitdrukking „verzoekende administratie” verstaan: de douaneadministratie die verzoekt om bijstand;
- xiii. wordt onder de uitdrukking „aangezochte administratie” verstaan: de douaneadministratie die om bijstand wordt verzocht;
- xiv. wordt onder de uitdrukking „verzoekend Lid” verstaan: het Lid wier douaneadministratie om bijstand verzoekt;
- xv. wordt onder de uitdrukking „aangezocht Lid” verstaan: het Lid wier douaneadministratie om bijstand wordt verzocht;
- xvi. wordt onder de uitdrukking „Secretaris-Generaal” verstaan: de Secretaris-Generaal van de Caribische Douaneorganisatie.
HOOFDSTUK II. OPRICHTING VAN DE CARIBISCHE DOUANEORGANISATIE EN HAAR DOEL EN TAKEN
Artikel 2. Oprichting van de Organisatie
Hierbij wordt opgericht de Caribische Douaneorganisatie (hierna „de Organisatie”) zijnde een internationale organisatie met rechtspersoonlijkheid. De Organisatie beschikt over de bevoegdheid die nodig is voor het verrichten van haar taken en het verwezenlijken van haar doelstellingen.
De Organisatie kan haar Leden binden door middel van resoluties die worden aangenomen in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel xvi, van dit Verdrag.
Artikel 3. Doel en taken van de Organisatie
Het doel van de Organisatie is zich bezig te houden met douanesamenwerking en alle daarmee verband houdende kwesties van gemeenschappelijk belang voor de douaneadministraties van Leden alsmede, in nauwe samenwerking met de Werelddouaneorganisatie, met douanekwesties die van belang zijn voor de Organisatie op mondiaal niveau.
De taken van de Organisatie omvatten:
- i. het waarborgen van effectieve inning van belastingen;
- ii. het waarborgen van samenwerking om het risico van grensoverschrijdende criminaliteit tegen te gaan;
- iii. het ondersteunen en coördineren van het regionale douaneoptreden bij gewelddadig extremisme en terrorisme;
- iv. het verbeteren van de veiligheid en de facilitatie van de internationale logistieke ketens;
- v. het beter bewaken van nationale grenzen door een versterkt toezicht op en controle van het internationale verkeer van goederen en personen;
- vi. het aanmoedigen en ondersteunen van de uitwisseling van informatie tussen de leden;
- vii. het coördineren van capaciteiten op het gebied van het verzamelen van informatie en het delen van inlichtingen;
- viii. het waarborgen van de uitvoering van regio-overschrijdende risicobeheertechnieken en samenwerkingsacties;
- ix. het delen van de resultaten van uitgevoerde controles; en
- x. het verlenen van bijstand bij programma's voor capaciteitsopbouw en technische samenwerking.
Artikel 4. De Raad
Het bestuursorgaan van de Organisatie is de Raad van de Caribische Douaneorganisatie (hierna „de Raad”).
Artikel 5. Lidmaatschap
Het lidmaatschap van de Caribische Douaneorganisatie staat open voor:
- i. alle staten in het Caribische gebied;
- ii. alle staten die het Memorandum van Overeenstemming inzake wederzijdse bijstand en samenwerking ter voorkoming van strafbare feiten in het Caribische gebied hebben ondertekend in Miami op 7 november 1989;
- iii. elk grondgebied dat of de grondgebieden die over autonomie beschikt of beschikken bij het uitvoeren van douanetaken, in het Caribische gebied of ondertekenaar is of zijn van het Memorandum van Overeenstemming inzake wederzijdse bijstand en samenwerking ter voorkoming van strafbare feiten in het Caribische gebied, in overeenstemming met artikel 60, eerste tot en met vierde lid, van dit Verdrag;
- iv. elke andere staat, of elk grondgebied dat of de grondgebieden die over autonomie beschikt of beschikken bij het uitvoeren van douanezaken, op verzoek, na een beslissing van de Raad, in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel iv, van dit Verdrag.
De grondgebieden die in aanmerking komen voor lidmaatschap van de Organisatie worden Lid bij het voor hen in werking treden van het Verdrag in overeenstemming met artikel 64 van dit Verdrag.
Artikel 6. Samenwerkingspartner
Elke staat, of elk grondgebied dat over autonomie beschikt bij het uitvoeren van douanezaken, die in aanmerking komt voor lidmaatschap van de Organisatie in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag kan, na een bij de Raad daartoe ingediend verzoek, worden toegelaten tot de Organisatie als Samenwerkingspartner. De voorwaarden voor toelating zijn vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de verzoekende Staat of het verzoekende grondgebied en de Organisatie.
Een Samenwerkingspartner neemt, na de inwerkingtreding van de samenwerkingsovereenkomst met de Organisatie, op dezelfde wijze deel aan de Organisatie als een Lid overeenkomstig dit Verdrag, tenzij anders is aangegeven in dit Verdrag of de samenwerkingsovereenkomst.
Samenwerkingspartners kunnen te allen tijde na aldus te zijn toegelaten tot de Organisatie Lid worden in overeenstemming met artikel 5 van dit Verdrag en met artikel 8, tweede lid, onderdeel iv, van dit Verdrag.
Artikel 7. Algemene toezegging
Leden treffen alle passende algemene of bijzondere maatregelen om te waarborgen dat verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag of die resulteren uit door de Raad van de Organisatie genomen beslissingen worden uitgevoerd. Zij faciliteren het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie. Zij onthouden zich van maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van dit Verdrag in gevaar brengen.
Artikel 8. De Raad en zijn taken
De Raad is het hoogste orgaan van de Organisatie en is samengesteld uit Leden. De Raad stelt zijn eigen reglement van orde vast.
De Raad heeft de volgende verantwoordelijkheden:
- i. het verhogen van het bewustzijn omtrent douane en de Organisatie bij de Regeringen van de Leden en het bevorderen en ondersteunen van de rol van douane op nationaal en regionaal vlak;
- ii. het beoordelen van de behoeften op het gebied van institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw;
- iii. het bijeenroepen van de jaarlijkse of een buitengewone conferentie;
- iv. het goedkeuren van aanvragen op grond van artikel 5, eerste lid, onderdeel iv, van dit Verdrag van elke Staat of elk grondgebied om Lid te worden van de Organisatie;
- v. het goedkeuren van samenwerkingsregelingen met Samenwerkingspartners op basis van artikel 6 van dit Verdrag en met andere internationale of regionale organisaties;
- vi. het verkiezen van de leden van de Uitvoerende Commissie, de Financiële Commissie, de Handhavingscommissie, de Auditcommissie en alle andere commissies of hulporganen die de Raad wellicht zou willen oprichten ten behoeve van het uitvoeren van zijn verantwoordelijkheden;
- vii. het goedkeuren van de financiële rapportage van het voorgaande jaar dat door de Secretaris-Generaal wordt ingediend op basis van artikel 15, tweede lid, onderdeel vi, van dit Verdrag, rekening houdend met de conclusies en aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- viii. het goedkeuren van de begroting voor het volgende jaar, rekening houdend met de aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- ix. het vaststellen, op basis van de aanbevelingen van de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie van het bedrag van de jaarlijkse bijdrage aan de Organisatie voor Leden en, in het geval van het land waar het Secretariaat is gevestigd of een Samenwerkingspartner, indien de samenwerkingsovereenkomst daarin voorziet, de omvang van de betalingen in natura aan de Organisatie;
- x. het goedkeuren van het verslag van de verrichte activiteiten, waaronder het toetsen van deze activiteiten aan het door de Raad in het voorgaande jaar goedgekeurde werkprogramma, rekening houdend met de conclusies en aanbevelingen van de Handhavingscommissie en de Uitvoerende Commissie;
- xi. het goedkeuren of wijzigen van het door de Uitvoerende Commissie voor het volgende jaar aanbevolen werkprogramma, het ontplooien van nieuwe initiatieven en het goedkeuren van de middelen om het werkplan uit te voeren;
- xii. het benoemen van de Secretaris-Generaal en, in voorkomend geval, van een plaatsvervangend Secretaris-Generaal;
- xiii. het formuleren van de arbeidsvoorwaarden alsmede de locatie van waaruit de Secretaris-Generaal en de plaatsvervangend Secretaris-Generaal de taken van de Organisatie uitvoeren;
- xiv. het verschaffen van aanwijzingen voor de algemene leiding en de bedrijfsvoering van de Organisatie;
- xv. het goedkeuren van het reglement van orde van alle commissies en overige hulporganen; en
- xvi. het goedkeuren van resoluties die bindend zijn voor de Leden.
Een buitengewone zitting van de Raad kan op verzoek van ten minste twee derden van de Leden worden bijeengeroepen.
Artikel 9. Zittingen en procedures van de Raad
Zittingen van de Raad vinden in principe beurtelings plaats op het grondgebied van de Leden en een vergelijkbaar principe dient, in voorkomend geval, te worden gevolgd met betrekking tot alle overige activiteiten van de Organisatie.
De Raad houdt ten minste een zitting per jaar waar het jaarlijkse werkplan en de begroting voor het volgende jaar worden goedgekeurd en kan meer zittingen bijeenroepen en houden op het tijdstip en de plaats waartoe deze kan besluiten.
De eerste Voorzitter wordt tijdens de eerste zitting verkozen en blijft in functie tot de volgende zitting van de Raad. Hierna rouleert het Voorzitterschap in overeenstemming met het door de Raad goedgekeurde reglement van orde.
Artikel 10. Zittingen van de Raad
De Raad bepaalt de locatie en de datum van de zitting afhankelijk van de omstandigheden van het gastland.
Voor een zitting van de Raad geldt dat een geldig quorum is bereikt indien ten minste de helft van de Leden aanwezig is.
Alle Leden hebben spreekrecht op de jaarlijkse en buitengewone zittingen van de Raad.
Elk Lid heeft een stem bij de stemming over resoluties van de Raad, afhankelijk van naleving door het desbetreffende Lid van artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag.
Beslissingen van de Raad worden aangenomen door een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Artikel 11. De Uitvoerende Commissie
De Uitvoerende Commissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een Voorzitter en stelt haar eigen reglement van orde vast, afhankelijk van goedkeuring door de Raad. De Uitvoerende Commissie dient bij voorkeur een evenwichtige afspiegeling te zijn van de Leden. Elk lid van de Uitvoerende Commissie heeft een stem en de stem van de Voorzitter geeft de doorslag.
Leden van de Uitvoerende Commissie worden voor een termijn van twee jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing. Echter, het land waar het Secretariaat is gevestigd is permanent lid van de Uitvoerende Commissie.
De leden van de Uitvoerende Commissie verkiezen een Voorzitter en een Vicevoorzitter uit hun midden.
Een quorum van de Uitvoerende Commissie bestaat uit ten minste de helft van de leden van de Commissie.
Het lidmaatschap van de Uitvoerende Commissie is beperkt tot de Leden, mits voldaan is aan artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag.
De Uitvoerende Commissie mag de aanwezigheid van waarnemers bij haar bijeenkomsten toestaan.
De verantwoordelijkheden van de Uitvoerende Commissie omvatten:
- i. het aanbevelen aan de Raad van kandidaten voor de functie van Secretaris-Generaal en, in voorkomend geval, van plaatsvervangend Secretaris-Generaal;
- ii. het aansturen en monitoren van de uitvoering van het goedgekeurde werkprogramma van de Secretaris-Generaal;
- iii. indien de Raad geen beslissing neemt om een jaarlijkse of buitengewone zitting bijeen te roepen, het vaststellen van data, plaats en agenda en het zorgen voor het tijdig melden aan de Leden;
- iv. het uitnodigen van Leden voor een buitengewone zitting van de Raad;
- v. het accepteren of afwijzen van donaties en bijdragen;
- vi. het treffen van de noodzakelijke en passende regelingen voor het financieren van de organisatie en de werkzaamheden van de Uitvoerende Commissie en het ter beoordeling voorleggen van de financiële rapportage van het voorgaande jaar aan de Raad;
- vii. het voorleggen aan de jaarlijkse zitting van de Raad van een verslag over de tijdens het voorgaande jaar ondernomen activiteiten;
- viii. het voorleggen aan de jaarlijkse zitting van de Raad van een evenwichtige begroting en werkprogramma voor het volgende jaar;
- ix. het leveren van commentaar op verslagen van andere Commissies en het formuleren van aanbevelingen, naargelang van toepassing, teneinde de besprekingen in de Raad te bevorderen;
- x. het uitnodigen van personen om deel te nemen aan de activiteiten van de Organisatie; en
- xi. het toetsen van de naleving van de samenwerkingspartners op basis van de voorwaarden en bepalingen van hun Samenwerkingsovereenkomst.
De Uitvoerende Commissie kan subcommissies instellen om de Uitvoerende Commissie en de Secretaris-Generaal te adviseren en bij te staan bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie, zoals vervat in dit Verdrag.
De Uitvoerende Commissie is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, het onderhoud en beheer van de Algemene Procedures betreffende de Organisatie.
Artikel 12. De Financiële Commissie
De Financiële Commissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een Voorzitter en stelt haar eigen reglement van orde vast, afhankelijk van goedkeuring door de Raad. De Financiële Commissie dient bij voorkeur een evenwichtige afspiegeling te zijn van de Leden. Elk lid van de Financiële Commissie heeft een stem en de stem van de Voorzitter geeft de doorslag.
Leden van de Financiële Commissie worden voor een termijn van twee jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing.
De leden van de Financiële Commissie verkiezen een Voorzitter en een Vicevoorzitter uit hun midden.
Een quorum van de Financiële Commissie bestaat uit ten minste de helft van de leden van de Commissie.
Het lidmaatschap van de Financiële Commissie is beperkt tot de Leden, mits voldaan is aan artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag.
De Financiële Commissie mag de aanwezigheid van waarnemers bij haar bijeenkomsten bepalen.
De verantwoordelijkheden van de Financiële Commissie omvatten:
- i. het onderzoeken van het volledige accountantsverslag over het voorgaande boekjaar, dat is opgesteld door de onafhankelijke accountant van de Organisatie, alsmede de opmerkingen van de Secretaris-Generaal daarop en het, op basis van dat verslag en de gecontroleerde jaarstukken van het voorgaande boekjaar, aanbevelen, in voorkomend geval, dat de Raad deze jaarstukken goedkeurt, de voorstellen van de Secretaris-Generaal voor de verdeling van het resultaat van de winst- en verliesrekening aanvaardt en de Secretaris-Generaal decharge verleent voor zijn financiële verantwoordelijkheden voor het voorgaande boekjaar;
- ii. het beoordelen met betrekking tot het lopende boekjaar van de situatie met betrekking tot de ontvangst van de contributies en kapitaalbijdragen van de Leden, de uitvoering van de begroting en de cashflowsituatie en, in voorkomend geval, het adviseren van de Raad omtrent te nemen maatregelen en het onderzoeken van de financiële gevolgen van nieuwe taken die worden toegekend aan het Secretariaat en die niet zijn meegenomen in de begrotingsmiddelen die door de Raad zijn goedgekeurd en het doen van aanbevelingen aan de Raad over de financiering van die taken;
- iii. het beoordelen van de bijdragen van de Leden voor het volgende boekjaar, rekening houdend met het werkplan en de programmabegroting en, naargelang van toepassing, het via de Uitvoerende Commissie voorstellen ter goedkeuring van: de hoogte van de jaarlijkse contributies, de algemene exploitatiekosten en een prognose van de winst- en verliesrekening en balans voor het volgende boekjaar;
- iv. het analyseren van de financiële gevolgen van het uitvoeren van het werkplan en het uitbrengen van verslag van de beoordeling aan de Uitvoerende Commissie en de Raad;
- v. het deelnemen aan het proces voor de selectie van de onafhankelijke accountant en het beoordelen van de resultaten van de onafhankelijke accountantscontrole;
- vi. het onderzoeken en, naargelang van toepassing, het doen van aanbevelingen aan de Raad over de financiële vooruitzichten voor de middellange termijn of de meerjarige begroting van de Organisatie; en
- vii. het onderzoeken en, naargelang van toepassing, het doen van aanbevelingen aan de Raad over de financiële investeringen en inkomsten en alternatieve financieringsbronnen voor de Organisatie.
Artikel 13. De Handhavingscommissie
De Handhavingscommissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een Voorzitter en stelt haar eigen reglement van orde vast, afhankelijk van goedkeuring door de Raad. De Handhavingscommissie dient een evenwichtige afspiegeling te zijn van de Leden. Elk lid van de Handhavingscommissie heeft een stem en de stem van de Voorzitter geeft de doorslag.
Leden van de Handhavingscommissie worden voor een termijn van twee jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing.
De leden van de Handhavingscommissie verkiezen een Voorzitter en een Vicevoorzitter uit hun midden.
Een quorum van de Handhavingscommissie bestaat uit ten minste de helft van de leden van de Commissie.
Het lidmaatschap van de Handhavingscommissie is beperkt tot de Leden, mits voldaan is aan artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag.
De Handhavingscommissie mag de aanwezigheid van waarnemers bij haar bijeenkomsten bepalen.
De verantwoordelijkheden van de Handhavingscommissie omvatten:
- i. het voorbereiden, uitvoeren, monitoren en leveren van een jaarlijks handhavingsactieplan dat het plannen, organiseren en uitvoeren van gezamenlijke douaneacties, -oefeningen en -projecten omvat;
- ii. het coördineren van regio-overschrijdende handhavingsinspanningen van douaneadministraties van Leden om het hoofd te bieden aan de belangrijkste gezamenlijke dreigingen en het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie met betrekking tot handhavingsactiviteiten;
- iii. het bevorderen van de uitwisseling van inlichtingen en overige informatie om regio-overschrijdende resultaten te verbeteren;
- iv. het uitvoeren van de aanwijzingen van de Uitvoerende Commissie en de Raad met betrekking tot gezamenlijke handhavingsactiviteiten;
- v. het toezicht uitoefenen op en aansturen van de werkzaamheden van het Gezamenlijk Inlichtingenbureau ter ondersteuning van de handhavingsactiviteiten;
- vi. het beheren van de deelname van de Organisatie aan regionale en mondiale acties, oefeningen en projecten die door derden worden georganiseerd;
- vii. het beheren van de relatie van de Organisatie met betrekking tot inlichtingen en handhaving met de Werelddouaneorganisatie, Interpol en andere supranationale organisaties; en
- viii. het rapporteren aan de Uitvoerende Commissie en de Raad over bereikte resultaten.
Artikel 14. De Auditcommissie
De Auditcommissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een Voorzitter en stelt haar eigen reglement van orde vast, afhankelijk van goedkeuring door de Raad. De Auditcommissie dient een evenwichtige afspiegeling te zijn van de Leden. Elk lid van de Auditcommissie heeft een stem en de stem van de Voorzitter geeft de doorslag.
Leden van de Auditcommissie worden voor een termijn van twee jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing.
De leden van de Auditcommissie verkiezen een Voorzitter en een Vicevoorzitter uit hun midden.
Een quorum van de Auditcommissie bestaat uit ten minste de helft van de leden van de Commissie.
Het lidmaatschap van de Auditcommissie is beperkt tot de Leden, mits voldaan is aan artikel 16, eerste lid, van dit Verdrag.
De verantwoordelijkheden van de Auditcommissie omvatten:
- i. het verstrekken van onafhankelijk, gedocumenteerd objectief advies aan de Uitvoerende Commissie, de Raad en de Secretaris-Generaal door systematisch onderzoek en follow-up van alle interne en externe auditwerkzaamheden die worden uitgevoerd met betrekking tot de controleomgeving, werkwijzen op het gebied van risicomanagement, ondersteuning van besluitvorming en governance- en complianceprocessen van de Organisatie;
- ii. het verstrekken van advies en aanbevelingen aan de Uitvoerende Commissie, de Raad en de Secretaris-Generaal, betreffende aangelegenheden die in verband staan met de auditfunctie die de Commissie noodzakelijk of gepast acht;
- iii. het beoordelen of er processen gereed zijn voor risicomanagement in overeenstemming met de organisatorische richtlijnen, werkplannen en het werkprogramma en het monitoren van de uitvoering en de doeltreffendheid van de processen;
- iv. het periodiek monitoren van de uitvoering van het werkprogramma;
- v. het deelnemen via de Voorzitter en/of Vicevoorzitter aan de selectie van interne en externe accountants;
- vi. het toetsen en goedkeuren van de Interne en Externe Jaarlijkse Auditplannen;
- vii. het bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van beste praktijken in de interne audit en externe auditfunctie; en
- viii. het toetsen en beoordelen van de prestaties van de interne en externe accountants.
Artikel 15. De Secretaris-Generaal
De Secretaris-Generaal:
- i. wordt door de Raad benoemd voor een termijn van drie jaar. Op uitnodiging van de Raad kan de Secretaris-Generaal gedurende een tweede termijn van maximaal drie jaar in functie blijven;
- ii. handelt onpartijdig en kan niet optreden als vertegenwoordiger van een nationaal, commercieel of persoonlijk belang in een activiteit van de Organisatie. Verder dienen alle externe werkzaamheden of dienstbetrekkingen te worden gemeld aan en goedgekeurd worden door de Raad op aanbeveling van de Uitvoerende Commissie.
De verantwoordelijkheden van de Secretaris-Generaal omvatten:
- i. het uitbrengen van verslag aan de jaarlijkse zitting van de Raad en de Voorzitter van de Uitvoerende Commissie;
- ii. het dagelijks beheer van het secretariaat en het Gezamenlijk Inlichtingenbureau;
- iii. het uitvoeren van technische en administratieve functies voor de Raad en de Commissies;
- iv. het indienen van de begroting voor het volgende boekjaar bij de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- v. het beheren van de begroting en vervullen van financiële verantwoordelijkheden zoals vervat in artikel 19 van dit Verdrag;
- vi. het voorleggen van de financiële rapportage aan de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- vii. het voorleggen van het activiteitenverslag aan de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie;
- viii. het ontwikkelen van projecten en het verwerven van relevante financiering voor de instandhouding ervan;
- ix. het voorleggen aan de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie van het werkprogramma voor het volgende jaar en het uitvoeren van alle acties die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het werkprogramma;
- x. het onderhouden van contacten met de douaneadministraties van de Leden, regionale en internationale organisaties ten behoeve van de ontwikkeling van projectvoorstellen en gestructureerde samenwerking op basis van samenwerkingsregelingen; en
- xi. het vervullen van andere taken zoals eventueel vereist door de Raad of de Uitvoerende Commissie.
Indien de Raad in overeenstemming met artikel 8, tweede lid, onderdeel xii, besluit om een plaatsvervangend Secretaris-Generaal te benoemen, dan zijn het eerste en tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing en zijn deze onderworpen aan nadere regelingen omtrent de toewijzing van de verantwoordelijkheden beschreven in het tweede lid van dit artikel.
Artikel 16. Financiering
De door de Raad in de jaarlijkse zitting vastgestelde bijdrage wordt door elk Lid en elke Samenwerkingspartner zo spoedig mogelijk na ontvangst van een brief van de Secretaris-Generaal waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld, betaald. De betaling dient uiterlijk een maand voor de volgende gewone jaarlijkse zitting te geschieden.
Een Lid dat de bijdrage niet volledig en tijdig betaalt wordt, op voordracht van de Uitvoerende Commissie, uitgesloten van het recht om te stemmen in de Raad en van alle andere rechten of voordelen waarin dit Verdrag voorziet.
Fondsen voor de financiering en werking van de Organisatie, anders dan de jaarlijkse bijdrage die door de Leden en Samenwerkingspartners worden betaald als vermeld in het eerste lid van dit artikel, mogen van elke rechtmatige bron afkomstig zijn. Deze mogen in de vorm zijn van schenkingen of bijdragen in geld of in natura van andere landen, regionale en internationale organisaties, zonder afbreuk te doen aan de belangen van de Organisatie en haar Leden.
Artikel 17. Controle van de rekeningen
De Secretaris-Generaal benoemt, in overleg met de Uitvoerende Commissie, een onafhankelijke accountant voor de controle van de balans en het kasboek van de Organisatie op het einde van het boekjaar in overeenstemming met de algemeen gangbare normen voor accountantscontrole.
Artikel 18. Begrotingsjaar
Het begrotingsjaar van de Organisatie loopt van 1 april tot en met 31 maart.
Artikel 19. Financieel overzicht
De Secretaris-Generaal bereidt de staat van activa, passiva en nettowaarde en van de ontvangsten en uitgaven tot en met 31 maart van elk jaar voor. Deze staten dienen te worden aanvaard en goedgekeurd door de interne accountant en ter overweging te worden voorgelegd aan de Financiële Commissie en de Uitvoerende Commissie en vervolgens te worden voorgelegd aan de Raad voorafgaand aan de jaarlijkse zitting.
HOOFDSTUK III. WEDERZIJDSE ADMINISTRATIEVE BIJSTAND IN DOUANEZAKEN
Artikel 20. Reikwijdte van de wederzijdse administratieve bijstand
Leden verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten te waarborgen.
Alle activiteiten uit hoofde van dit Verdrag door een Lid worden verleend in overeenstemming met zijn wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van zijn douaneadministratie.
Elk Lid stelt de Secretaris-Generaal op de hoogte van de autoriteiten bedoeld in artikel 1, onderdeel ii, van dit Verdrag die krachtens het nationale recht bevoegd zijn of die door het Lid zijn aangesteld om alle bepalingen van dit Verdrag uit voeren. De Secretaris-Generaal deelt deze informatie en eventuele updates daarvan aan de andere Leden mee.
Dit Verdrag heeft uitsluitend betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Leden en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend door andere autoriteiten van het aangezochte Lid vermeldt de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend de desbetreffende overeenkomst of de desbetreffende regeling die van toepassing is.
Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Caribische gemeenschappen en hun lidstaten alsmede die van de Europese Unie en haar lidstaten zullen de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk IV:
- i. de verplichtingen van de Leden uit hoofde van internationale overeenkomsten onverlet laten;
- ii. worden geacht een aanvulling te zijn op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die zijn of worden gesloten door een van de Caribische gemeenschappen of de Europese Unie.
Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.
Artikel 21. Toezending van verzoeken
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden direct gecommuniceerd tussen de betrokken douaneadministraties. Elke douaneadministratie wijst hiertoe een officieel aanspreekpunt aan en verstrekt de gegevens hiervan aan de Secretaris-Generaal. De Secretaris-Generaal deelt deze informatie en eventuele updates daarvan aan de andere Leden mee.
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden elektronisch of schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor het inwilligen van de aanvraag nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien de verzoekende en aangezochte douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.
De verzoeken worden opgesteld in een voor de betrokken douaneadministraties aanvaardbare taal. Alle documenten die bij de verzoeken worden gevoegd worden, voor zover nodig, in een wederzijds aanvaardbare taal vertaald. De aangezochte administratie zal in ieder geval verzoeken om bijstand en begeleidende documenten in het Engels accepteren.
Verzoeken ingevolge het tweede lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:
- i. de naam van de verzoekende administratie;
- ii. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;
- iii. een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke en administratieve bepalingen die erop van toepassing zijn;
- iv. de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, indien bekend;
- v. de verificatieprocedures die zijn uitgevoerd of die men getracht heeft uit te voeren zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, van dit Verdrag.
Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, voldoet de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Artikel 22. Spontane bijstand in noodgevallen
In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, begroting, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.
Artikel 23. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Dergelijke informatie kan bestaan uit:
- i. nieuwe wetshandhavingstechnieken die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- ii. nieuwe trends, middelen of werkwijzen bij het maken van inbreuken op de douanewetgeving;
- iii. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;
- iv. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;
- v. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden.
Artikel 24. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
De douaneadministratie van een Lid verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van een ander betrokken Lid over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten ten aanzien waarvan er redelijke gronden lijken te bestaan om aan te nemen dat er een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het andere Lid is gemaakt of zal worden gemaakt.
Artikel 25. Informatie voor de juiste vaststelling van douanerechten
Op verzoek verstrekt de aangezochte douaneadministratie, onverminderd artikel 43 van dit Verdrag, ten behoeve van een juiste toepassing van de douanewetgeving of ter voorkoming van inbreuken op de douanewetgeving, informatie aan de verzoekende douaneadministratie die redenen heeft om te twijfelen aan de juistheid of echtheid van een aangifte.
In het verzoek staan de verificatieprocedures die de verzoekende douaneadministratie heeft uitgevoerd of getracht heeft uit te voeren alsmede de specifieke informatie waarom wordt verzocht vermeld.
Artikel 26. Specifieke soorten informatie
Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie die reden heeft te twijfelen aan de juistheid van aan haar in een douanezaak verstrekte informatie, informatie over:
- i. het feit of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van het verzoekende Lid op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van het aangezochte Lid;
- ii. het feit of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van het verzoekende Lid op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van het aangezochte Lid en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst.
Artikel 27. Automatische uitwisseling van informatie
Leden kunnen, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 61, tweede lid, automatisch informatie uitwisselen die onder dit Verdrag valt.
Artikel 28. Voorafgaande uitwisseling van informatie
Leden kunnen, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 61, tweede lid, van dit Verdrag, specifieke informatie uitwisselen voorafgaand aan de aankomst van goederen op hun onderscheiden grondgebieden om met name de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen.
De Uitvoerende Commissie is bevoegd om een lijst van gegevens op te stellen die mogen worden uitgewisseld in het kader van de voorafgaande automatische uitwisseling zoals bepaald in het eerste lid van dit artikel.
Artikel 29. Toezicht
Op verzoek houdt de aangezochte administratie, voor zover mogelijk, toezicht op en verstrekt zij de verzoekende administratie informatie over:
- i. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;
- ii. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;
- iii. panden waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid;
- iv. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van het verzoekende Lid, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van het aangezochte Lid betreden en verlaten.
De douaneadministratie van een Lid kan uit eigen beweging dergelijk toezicht houden indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van een ander Lid lijken te vormen.
Artikel 30. Gebruik van informatie
Onverminderd artikel 50 van dit Verdrag mag uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie slechts worden gebruikt door de douaneadministratie waarvoor deze bestemd was en uitsluitend ten behoeve van administratieve bijstand die wordt verleend onder de in dit Verdrag vervatte voorwaarden.
Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel kan het Lid dat de informatie heeft verstrekt, op verzoek, zijn goedkeuring hechten aan het gebruik ervan door andere autoriteiten of voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door hem daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid dat de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging en strafrechtelijke procedures.
Om de bescherming te waarborgen van personen die asiel of bescherming in geval van verwijdering zoeken of krijgen, mag een Lid de uit hoofde van dit Verdrag verkregen informatie niet gebruiken of bekend maken op een manier waarop deze informatie bekend zou worden bij een overheidsautoriteit of persoon waartegen deze persoon bescherming vraagt of krijgt ingevolge het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951, het Protocol hierbij van 1967, het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984 of ingevolge de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de Leden ter uitvoering van deze Verdragen of het Protocol.
Artikel 31. Vertrouwelijkheid en bescherming van informatie
Alle uit hoofde van dit Verdrag medegedeelde informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid waar deze wordt ontvangen.
Op uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens is een beschermingsniveau van toepassing dat ten minste gelijk is aan het beschermingsniveau voor persoonsgegevens dat gehanteerd wordt in de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid wier douaneadministratie deze persoonsgegevens heeft verstrekt.
Elk Lid brengt, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, de Secretaris-Generaal schriftelijk op de hoogte van zijn nationale wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot de vertrouwelijkheid van informatie en de bescherming van persoonsgegevens. De Leden doen, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, een schriftelijke toezegging aan de Secretaris-Generaal om ten minste de bepalingen omtrent de vertrouwelijkheid van de informatie en bescherming van persoonsgegevens van dit Verdrag na te leven. De Secretaris-Generaal stelt de andere Leden in kennis van de kennisgevingen die uit hoofde van dit lid zijn ontvangen.
De douaneadministraties registreren het leveren of ontvangen van de persoonsgegevens die uit hoofde van dit Verdrag worden uitgewisseld en het gebruik van de desbetreffende persoonsgegevens.
Elk Lid is aansprakelijk, in overeenstemming met zijn wettelijke en administratieve bepalingen, voor schade die een natuurlijke persoon ondervindt door het gebruik van uit hoofde van dit Verdrag ontvangen persoonsgegevens. Dit is ook het geval indien de schade is veroorzaakt door het verstrekken van onjuiste gegevens door een Lid of door het leveren van gegevens in strijd met dit Verdrag.
Indien het Lid dat aansprakelijk is voor schade uit hoofde van het vijfde lid van dit artikel niet het Lid is dat de persoonsgegevens heeft verstrekt, bereiken de betrokken Leden overeenstemming over de voorwaarden en bepalingen van de vergoeding aan het aansprakelijke Lid van de bedragen die deze bij wijze van schadeloosstelling heeft betaald.
Artikel 32. Kosten
Met inachtneming van het tweede en derde lid van dit artikel, worden de kosten gemaakt bij het inwilligen van een verzoek om bijstand uit hoofde van dit Verdrag gedragen door het aangezochte Lid.
Bedragen en vergoedingen betaald aan deskundigen en getuigen, alsook de kosten van vertalers en tolken die niet in dienst zijn van de regering, worden gedragen door het verzoekende Lid, indien deze zijn gemaakt bij het inwilligen van een verzoek om bijstand uit hoofde van dit Verdrag.
Indien met de uitvoering van een verzoek aanmerkelijke kosten of kosten van buitengewone aard zullen zijn gemoeid, plegen de Leden overleg om de voorwaarden te bepalen waaronder het verzoek zal worden uitgevoerd, alsmede de wijze waarop de kosten worden gedragen. Het aangezochte Lid is niet verplicht om aan het verzoek te voldoen voordat dit overleg is afgerond.
Artikel 33. Technische samenwerking
De douaneadministraties kunnen elkaar bijstand verlenen door het uitvoeren van benchmarks, uitwisselen van kennis, ervaring en beste praktijken met betrekking tot zaken als:
- i. training van personeel;
- ii. modernisering van douaneprocedures;
- iii. invoering en ontwikkeling van risicobeheer;
- iv. gebruik van technische apparatuur voor controledoeleinden; en
- v. verbetering van management- en administratieve organisatie.
Artikel 34. Kennisgeving
Op verzoek kan de aangezochte administratie, indien toegestaan door haar nationale wetgeving, alle noodzakelijke maatregelen treffen om een persoon die op haar grondgebied verblijft of is gevestigd in kennis te stellen van alle beslissingen genomen door de verzoekende administratie bij de toepassing van de douanewetgeving betreffende die persoon, die binnen de reikwijdte van dit Verdrag vallen.
Een dergelijke kennisgeving wordt verricht overeenkomstig de procedures die van toepassing zijn op het grondgebied van het aangezochte Lid voor soortgelijke nationale beslissingen.
Artikel 35. Bijstand bij het invorderen van douanevorderingen
Op verzoek verstrekken douaneadministraties elkaar bijstand bij het invorderen van douanevorderingen.
De betrokken Leden treffen nadere regelingen voor bijstand bij het invorderen van douanevorderingen, overeenkomstig artikel 61, tweede lid, van dit Verdrag.
Artikel 36. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan, op verzoek, haar ambtenaren machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van het verzoekende Lid.
Artikel 37. Aanwezigheid van ambtenaren op het grondgebied van een ander Lid
Door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen ambtenaren kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder de door laatstgenoemde hieraan verbonden voorwaarden, ten behoeve van de opsporing van een inbreuk op de douanewetgeving, of het deelnemen aan technische samenwerkingsactiviteiten op verzoek:
- i. ten kantore van de aangezochte administratie documenten en alle andere informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving onderzoeken, en daarvan afschriften verkrijgen;
- ii. aanwezig zijn bij een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van het aangezochte Lid dat van belang is voor de verzoekende administratie; en
- iii. aanwezig zijn bij operationele activiteiten voor zover zulks wederzijds is overeengekomen.
Deze ambtenaren hebben uitsluitend een adviserende rol.
Artikel 38. Aanwezigheid van ambtenaren van de verzoekende administratie op uitnodiging van de aangezochte administratie
Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat ambtenaren van de verzoekende administratie aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij om medewerking vragen van de verzoekende administratie met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.
De betrokken douaneadministraties kunnen, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 61, tweede lid, de rol van de bezoekende ambtenaren uitbreiden naast de adviserende rol die zij hebben.
Artikel 39. Grensoverschrijdende observatie
Ambtenaren van een Lid, die op het grondgebied van dat Lid een persoon onder observatie houden ten aanzien van wie er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat deze persoon betrokken is bij een inbreuk op de douanewetgeving mogen de observatie voortzetten op het grondgebied van een ander Lid na voorafgaand verzoek, toestemming en alle voorwaarden die het aangezochte Lid hieraan kan verbinden.
Indien het om bijzonder dringende redenen niet mogelijk is om voorafgaande toestemming te vragen, kan de observatie overeenkomstig het eerste lid van dit artikel worden voortgezet indien de bevoegde autoriteiten van het Lid op het grondgebied waarvan de observatie wordt voortgezet onverwijld in kennis worden gebracht van het overschrijden van de grens en er zo spoedig mogelijk een formeel verzoek om toestemming, onder vermelding van de redenen voor het overschrijden van de grens zonder voorafgaande toestemming, wordt ingediend.
Artikel 40. Gezamenlijke controle- en onderzoeksteams
Leden mogen gezamenlijke controle- en onderzoeksteams oprichten ter opsporing en bestrijding van bepaalde typen inbreuken op de douanewetgeving die gelijktijdige en gecoördineerde activiteiten vereisen.
Deze teams opereren in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid op wiens grondgebied de activiteiten worden uitgevoerd.
Artikel 41. Regelingen voor bezoeken van ambtenaren
Indien ambtenaren van een Lid aanwezig zijn op het grondgebied van een ander Lid uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en ambtelijke hoedanigheid binnen hun douaneadministratie en hun officiële status zoals toegekend op het grondgebied van de aangezochte administratie aan te tonen in een voor de aangezochte administratie aanvaardbare taal.
Ambtenaren zijn, terwijl ze zich op het grondgebied van een ander Lid bevinden uit hoofde van de bepalingen van dit Verdrag, verantwoordelijk voor de strafbare feiten die zij eventueel begaan en genieten, voor zover voorzien in de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van die Partij, dezelfde bescherming als die wordt toegekend aan de eigen douaneambtenaren.
Artikel 42. Uitsluitingsgronden
Indien de bijstand waar uit hoofde van dit Verdrag om wordt verzocht een inbreuk zou kunnen vormen op de soevereiniteit, de wetten en de verplichtingen krachtens verdragen, veiligheid, de openbare orde of een ander wezenlijk nationaal belang van een aangezocht Lid, of rechtmatige handels- of beroepsbelangen zou kunnen schaden, kan deze bijstand door dat Lid worden geweigerd of worden verstrekt met inachtneming van alle door hem daaraan verbonden voorwaarden.
Indien een verzoekende administratie niet in staat zou zijn een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie.
De bijstand kan worden uitgesteld indien er gronden zijn om aan te nemen dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand kan worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie verlangt.
Indien de aangezochte administratie van mening is dat de inspanningen die moeten worden verricht om aan een verzoek te voldoen duidelijk niet in verhouding staan tot het beoogde nut voor de verzoekende administratie, kan zij de gevraagde bijstand weigeren.
Indien de bijstand wordt geweigerd of uitgesteld, worden de redenen hiervoor medegedeeld.
Artikel 43. Voorbehouden
Leden mogen voorbehouden maken met betrekking tot de artikelen 34 tot en met 41 van dit Verdrag of mogen afzien (opt-out) van een of een aantal van deze artikelen.
Een Lid wordt geacht alle bepalingen van de artikelen 34 tot en met 41 van het Verdrag te hebben aanvaard tenzij het, op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot het Verdrag, de Secretaris-Generaal op de hoogte heeft gebracht van een opt-out of een voorbehoud met betrekking tot deze bepalingen en de redenen voor elk van deze voorbehouden.
Een Lid dat gekozen heeft voor een opt-out voor een of een aantal van de artikelen 34 tot en met 41 van dit Verdrag of dat voorbehouden heeft geformuleerd, zal de opt-outmelding of het ingediende voorbehoud om de drie jaar opnieuw toetsen en kan deze te allen tijde geheel of gedeeltelijk intrekken door kennisgeving aan de depositaris onder vermelding van de datum waarop de intrekking ingaat.
HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN VOOR DE CENTRALE GEAUTOMATISEERDE INFORMATIESYSTEMEN VAN DE ORGANISATIE
Artikel 44. Doelstellingen van centralisatie
Indien de Raad besluit dat specifieke informatie moet worden gecentraliseerd wordt de te centraliseren informatie opgeslagen in een veilig centraal geautomatiseerd informatiesysteem voor risicobeoordeling ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving en grensoverschrijdende criminaliteit alsmede om de veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten te waarborgen.
Artikel 45. Centrale geautomatiseerde informatiesystemen
In alle gevallen waarin informatie dient te worden gecentraliseerd, dient deze te worden opgeslagen in een veilig centraal geautomatiseerd informatiesysteem voor douanedoeleinden. Dit systeem wordt beheerd door de Organisatie en is toegankelijk onder de in artikel 52 van dit Verdrag vastgestelde voorwaarden.
Het verstrekken van informatie door de douaneadministratie van een Lid aan het centrale geautomatiseerde informatiesysteem is onderworpen aan de wettelijke en administratieve bepalingen van dat Lid, tenzij de bepalingen in dit Verdrag stringenter zijn.
Elk Lid wijst een bevoegde autoriteit bij zijn douaneadministratie aan die op nationaal niveau verantwoordelijk is voor het correct functioneren van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem en voor de maatregelen die noodzakelijk zijn om de naleving van dit Hoofdstuk te waarborgen.
De Secretaris-Generaal is op organisatieniveau verantwoordelijk voor het correct functioneren en onderhouden van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem en voor de maatregelen die noodzakelijk zijn om de naleving van dit Hoofdstuk te waarborgen en stelt een ambtenaar van het secretariaat aan die verantwoordelijk is op organisatieniveau.
Elk Lid stelt de Secretaris-Generaal op de hoogte van de bevoegde autoriteit die is aangesteld uit hoofde van het derde lid van dit artikel. De Secretaris-Generaal stelt deze informatie ter beschikking aan de andere Leden, samen met alle relevante informatie over ambtenaren van de Organisatie die zijn aangewezen uit hoofde van het vierde lid van dit artikel. De informatie bedoeld in dit lid wordt opgenomen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Artikel 46. Beheer van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem
Er wordt een team opgericht om de technische, operationele en procedurele aspecten van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem te beheren. Dit team bestaat uit vertegenwoordigers van de douaneadministraties van de Leden en ambtenaren van de Organisatie.
Het managementteam werkt procedures uit voor alle technische en operationele zaken, waaronder procedures met betrekking tot:
- i. toezending van informatie;
- ii. toegang tot het centrale geautomatiseerde informatiesysteem en de informatie die erin is opgeslagen; en
- iii. wijziging van informatie.
Na goedkeuring van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde procedures door de Uitvoerende Commissie, zal het managementteam zorg dragen voor de uitvoering ervan.
Het managementteam zal ten minste eenmaal per jaar verslag uitbrengen aan de Uitvoerende Commissie over het beheer van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem uit hoofde van het eerste, tweede en derde lid van dit artikel en doet daarbij indien noodzakelijk aanbevelingen. De Uitvoerende Commissie brengt de Raad op de hoogte van aspecten die evaluatie en besluitvorming door dat orgaan vereisen.
Artikel 47. Verantwoordelijkheid voor veiligheidsmaatregelen
De Leden en de Secretaris-Generaal zijn verantwoordelijk voor het implementeren van alle noodzakelijke maatregelen voor de veiligheid van het centrale geautomatiseerde informatiesysteem. De doelstellingen van deze maatregelen omvatten onder meer:
- i. voorkomen van onbevoegde toegang tot apparatuur gebruikt voor informatieverwerking in het systeem;
- ii. voorkomen van onbevoegde toegang tot het systeem;
- iii. voorkomen van onbevoegd invoeren, lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen van informatie in het systeem;
- iv. ervoor zorgen dat het mogelijk is om te controleren en vast te stellen welke aangewezen bevoegde autoriteiten en ambtenaren van de Organisatie, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van dit Verdrag toegang hebben tot het centrale geautomatiseerde informatiesysteem en welke aangewezen ambtenaren en ambtenaren van de Organisatie, bedoeld in artikel 52, tweede lid, toegang hebben tot de informatie in het systeem;
- v. ervoor zorgen dat het mogelijk is om te controleren en vast te stellen welke informatie is ingevoerd in het systeem en door wie en om toezicht te houden op bevragingen; en
- vi. voorkomen van het onbevoegd lezen, kopiëren, wijzigen of verwijderen van informatie tijdens het meedelen van gegevens en vervoer van gegevensdragers.
Onafhankelijke vertegenwoordigers benoemd door het managementteam voeren verificaties uit van toegang tot en bevragingen met betrekking tot persoonsgegevens om te waarborgen dat deze toegang en bevragingen toelaatbaar waren en door bevoegde gebruikers werden uitgevoerd. Alle verificaties worden geregistreerd in het systeem voor rapportage aan het managementteam en na verloop van twaalf maanden gewist.
Artikel 48. Toepassen van veiligheidsmaatregelen
Elk Lid benoemt een bevoegde autoriteit binnen zijn douaneadministratie om op nationaal niveau de veiligheidsmaatregelen bedoeld in artikel 47, eerste lid, van dit Verdrag toe te passen.
Op het niveau van de Organisatie past de Secretaris-Generaal de veiligheidsmaatregelen bedoeld in artikel 47, eerste lid, van dit Verdrag toe.
Elk Lid stelt de Secretaris-Generaal op de hoogte van de bevoegde autoriteit die het heeft benoemd uit hoofde van het eerste lid van dit artikel. De Secretaris-Generaal stelt deze informatie ter beschikking aan de andere Leden, samen met alle relevante informatie over ambtenaren van de Organisatie die zijn benoemd uit hoofde van het tweede lid van dit artikel. De informatie bedoeld in dit lid wordt opgenomen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Artikel 49. Opnemen van informatie
Voor het opnemen van informatie in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem zijn de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid dat de informatie verstrekt van toepassing tenzij de bepalingen in dit Verdrag stringenter zijn.
Artikel 50. Gebruik van informatie
Voor het gebruik van informatie in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem zijn de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid dat de informatie gebruikt van toepassing tenzij de bepalingen in dit Verdrag stringenter zijn.
Leden mogen informatie verkregen uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem uitsluitend gebruiken om de doelstellingen vermeld in artikel 44 van dit Verdrag te verwezenlijken. Niettegenstaande kan het Lid dat de informatie heeft verstrekt, op verzoek, goedkeuring hechten aan het gebruik voor andere doeleinden, met inachtneming van alle door hem daaraan verbonden voorwaarden. Dergelijk gebruik dient in overeenstemming te zijn met de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid dat de informatie wil gebruiken. Het gebruik van informatie voor andere doeleinden omvat het gebruik bij strafrechtelijk onderzoek, strafrechtelijke vervolging en strafrechtelijke procedures.
Onder de verantwoordelijkheid van de Secretaris-Generaal, mogen ambtenaren van de Organisatie de informatie verkregen uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem uitsluitend gebruiken om de uit hoofde van dit Verdrag vereiste taken uit te voeren, met inachtneming van alle voorwaarden die het managementteam kan opleggen.
Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden gebruikt indien deze zijn verkregen uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem in overeenstemming met bepalingen die zijn vastgelegd overeenkomstig artikel 52, zevende lid, van dit Verdrag.
Artikel 51. Bewaring van persoonsgegevens
Persoonsgegevens die zijn opgenomen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem worden niet langer bewaard dan nodig is voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Leden mogen aangeven hoe lang de door hen verstrekte persoonsgegevens mogen worden bewaard.
Een Lid dat gegevens verstrekt mag de periode van bewaring bedoeld in het eerste lid van dit artikel verlengen indien het bewaren van de persoonsgegevens nodig is voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Indien deze periode niet wordt verlengd, worden de gegevens gewist uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem op initiatief van het Lid dat de persoonsgegevens heeft geleverd.
De Secretaris-Generaal brengt het Lid dat de gegevens heeft verstrekt een maand van tevoren ervan op de hoogte dat de persoonsgegevens zullen worden gewist in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel. Indien er voor de geplande datum voor het verwijderen geen melding is ontvangen over het verlengen van de bewaarperiode overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, worden de gegevens op die datum gewist.
Onafhankelijke vertegenwoordigers die benoemd worden door het managementteam voeren verificaties uit om ervoor te zorgen dat de bewaarperiode voor persoonsgegevens in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem wordt nageleefd. Alle verificaties worden geregistreerd in het systeem voor rapportage aan het managementteam en na verloop van twaalf maanden gewist.
Artikel 52. Toegang
De bevoegde autoriteiten en ambtenaren van de Organisatie die zijn aangewezen in overeenstemming met artikel 45, derde en vierde lid, van dit Verdrag hebben toegang tot het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Voor de toepassing van artikel 51 van dit Verdrag en onverminderd het zevende lid van dit artikel, wijzen Leden ambtenaren in hun douaneadministratie aan, en wijst de Secretaris-Generaal ambtenaren van de Organisatie aan, die toegang hebben tot informatie in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Toegang tot het systeem is in overeenstemming met artikel 50, tweede lid, van dit Verdrag bedoelde procedures. Voor de toepassing van artikel 51 van dit Verdrag heeft het managementteam toegang tot het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
De Raad mag toegang verlenen tot de niet-persoonlijke informatie in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem aan internationale en regionale gouvernementele organisaties op basis van wederkerigheid en met inachtneming van de voorwaarden die de Raad daaraan verbindt.
Onafhankelijke vertegenwoordigers die benoemd worden door het managementteam hebben toegang tot het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Elk Lid stelt de Secretaris-Generaal op de hoogte van de ambtenaren die het heeft aangewezen uit hoofde van het tweede lid van dit artikel. De Secretaris-Generaal stelt deze informatie ter beschikking aan alle Leden, samen met alle relevante informatie over ambtenaren van de Organisatie die zijn aangewezen uit hoofde van hetzelfde lid. De informatie bedoeld in dit lid wordt opgenomen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Leden mogen aangeven wie toegang heeft, of wie geen toegang heeft tot de persoonsgegevens die zij leveren.
De rechten van natuurlijke personen met betrekking tot de persoonsgegevens in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem, met name hun recht van toegang, worden uitgeoefend in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen van het Lid op wiens grondgebied deze rechten worden ingeroepen.
Artikel 53. Wijziging
Persoonsgegevens in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem worden slechts gewijzigd, aangevuld, gecorrigeerd of gewist op initiatief van het Lid dat deze heeft geleverd.
Indien een Lid merkt dat de persoonsgegevens die het heeft geleverd onjuist zijn, of in strijd met dit Verdrag zijn opgenomen of opgeslagen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem, zal het onverwijld regelingen treffen voor het wijzigen, aanvullen, corrigeren of verwijderen van deze persoonsgegevens. Het betrokken Lid komt met de Secretaris-Generaal overeen om degenen die aangemerkt zijn om toegang te hebben tot de persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 52, zevende lid, van dit Verdrag, op de hoogte te brengen van een dergelijke wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering.
Indien een Lid beschikt over informatie waaruit zou kunnen blijken dat persoonsgegevens onjuist zijn of dat deze in strijd met dit Verdrag zijn opgenomen of opgeslagen, dan brengt hij het Lid dat de gegevens levert zo spoedig mogelijk op de hoogte. Laatstgenoemde controleert de desbetreffende gegevens en treft, indien nodig, onverwijld regelingen voor de wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering. Het Lid dat de gegevens levert komt met de Secretaris-Generaal overeen om degenen die aangemerkt zijn om toegang te hebben tot de persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 52, zevende lid, van dit Verdrag, op de hoogte te brengen van een dergelijke wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering.
Indien een Lid, op het moment dat persoonsgegevens in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem worden ingevoerd, beseft dat zijn persoonsgegevens in strijd zijn met persoonsgegevens die geleverd worden door een ander Lid, stelt hij het Lid dat die gegevens heeft verstrekt onverwijld in kennis. De betrokken Leden trachten deze kwestie op te lossen. Indien het oplossen van deze kwestie resulteert in het wijzigen, aanvullen, corrigeren of verwijderen van persoonsgegevens, komt het Lid dat de gegevens heeft geleverd met de Secretaris-Generaal overeen om degenen die aangemerkt zijn om toegang te hebben tot de persoonsgegevens, zoals bedoeld in artikel 52, zevende lid, van dit Verdrag, in kennis te stellen van een dergelijke wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering.
Indien een rechter of andere bevoegde autoriteit op het grondgebied van een Lid een definitieve beslissing neemt over een wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering van persoonsgegevens in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem, regelt het Lid op wiens grondgebied de beslissing is genomen, indien het de gegevens heeft geleverd, onverwijld de wijziging, aanvulling, correctie of verwijdering van deze gegevens, of, indien de gegevens werden geleverd door een ander Lid, brengt het Lid dat de gegevens heeft geleverd op de hoogte van de beslissing. Het Lid dat de gegevens heeft geleverd treft dan onverwijld de regelingen voor het wijzigen, aanvullen, corrigeren of verwijderen van de gegevens.
Artikel 54. Aansprakelijkheden en verantwoordelijkheden
Een Lid is, voor zover mogelijk, verantwoordelijk voor de accuratesse, actualiteit en rechtmatigheid van de informatie die het heeft opgenomen in het centrale geautomatiseerde informatiesysteem.
Een Lid is aansprakelijk, in overeenstemming met zijn wettelijke en administratieve bepalingen, voor schade die een persoon ondervindt door het gebruik op zijn grondgebied van informatie die is verkregen uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem voor dat Lid.
Een Lid is aansprakelijk in gevallen waarbij de schade is veroorzaakt doordat het Lid dat gegevens levert onjuiste gegevens heeft ingevoerd of gegevens heeft ingevoerd die in strijd zijn met dit Verdrag.
Indien het Lid dat aansprakelijk is voor schade uit hoofde van het derde lid van dit artikel niet het Lid is dat de informatie heeft verstrekt, bereiken de betrokken Leden overeenstemming over de voorwaarden en bepalingen van de vergoeding aan het aansprakelijke Lid van de bedragen die deze bij wijze van schadeloosstelling heeft betaald.
Een Lid is aansprakelijk, in overeenstemming met zijn wettelijke en administratieve bepalingen, voor schade die een persoon ondervindt door gebruik van informatie die door ambtenaren van de Organisatie in strijd met dit Verdrag is verkregen uit het centrale geautomatiseerde informatiesysteem, voor zover deze informatie in het systeem is opgenomen door dat Lid.
Indien de schade is vastgesteld door een bevoegde rechterlijke instantie met betrekking tot het vierde lid van dit Verdrag, mag het betrokken Lid de beslissing doorverwijzen naar de Uitvoerende Commissie die aan de Raad een aanbeveling zal doen over elke vergoeding.
HOOFDSTUK V. OVERGANGSBEPALINGEN
Artikel 55. Overdracht van activa en middelen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)