Verdrag tot oprichting van het Caribische Noodhulp Management Agentschap

Type Verdrag
Publication 2024-06-04
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De staten die partij zijn:

Zich ervan bewust dat de fragiele economieën en ecosystemen van staten in de Caribische regio uiterst kwetsbaar zijn voor natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, waaronder orkanen, aardbevingen, tsunami's, vulkaanuitbarstingen, droogtes, overstromingen en aardverschuivingen;

In herinnering brengend dat in de afgelopen decennia een opeenvolging van natuurrampen, waaronder orkanen, aardbevingen, overstromingen, aardverschuivingen en vulkaanuitbarstingen, nadelige gevolgen heeft gehad voor veel staten in de Caribische regio;

Erkennend het werk van het Caribisch Agentschap voor Spoedhulp bij Rampen (Caribbean Disaster Emergency Response Agency) op het gebied van de voorbereiding op en bestrijding van rampen;

De wens uitsprekend het Caribische Noodhulp Management Agentschap op te richten dat de werkzaamheden van het Caribisch Agentschap voor Spoedhulp bij Rampen overneemt en verder uitbreidt om te waarborgen dat de weerbaarheid van gemeenschappen in de Caribische regio een duurzame ontwikkeling laat zien;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Tenzij uit het zinsverband anders volgt, wordt in dit Verdrag verstaan onder:

Artikel II. Oprichting van CDEMA

Hierbij wordt het Caribische Noodhulp Management Agentschap (Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA)) opgericht met de organen, het lidmaatschap, de structuur en taken vervat in dit Verdrag.

Artikel III. Rechtspersoonlijkheid

1.

CDEMA bezit internationale rechtspersoonlijkheid en beschikt over de handelingsbevoegdheid die nodig is voor het uitoefenen van zijn taken en het verwezenlijken van zijn doelstellingen.

2.

CDEMA en zijn medewerkers genieten alle gebruikelijke rechten, voorrechten en immuniteiten van agentschappen met internationale rechtspersoonlijkheid.

Artikel IV. Lidmaatschap

Het lidmaatschap van CDEMA staat open voor:

Artikel V. Doelstellingen

CDEMA heeft de volgende doelstellingen:

Artikel VI. Organen van CDEMA

CDEMA heeft de volgende organen met de taken omschreven in dit Verdrag:

Artikel VII. De raad

1.

De raad bestaat uit de regeringsleiders van de deelnemende staten.

2.

Elk lid van de raad is gerechtigd een andere bevoegde persoon voor te dragen om dit lid te vertegenwoordigen bij vergaderingen van de raad.

3.

De raad komt ten minste eenmaal per kalenderjaar in gewone zitting bijeen en houdt buitengewone zittingen indien driekwart van de deelnemende staten daarom verzoekt.

4.

De voorzitter en vicevoorzitter worden gekozen uit de leden van de raad.

5.

De voorzitter zit de vergaderingen van de raad en het MCC voor.

6.

De voorzitter en vicevoorzitter bekleden deze functie gedurende een jaar en kunnen worden herkozen.

7.

Bij afwezigheid van de voorzitter, zit de vicevoorzitter de vergaderingen van de raad en het MCC voor.

8.

Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vicevoorzitter, kunnen de aanwezige leden van de raad een lid kiezen die als voorzitter zal optreden.

9.

De raad stelt haar eigen reglement van orde op.

Artikel VIII. Taken van de raad

De raad:

Artikel IX. Comité van beheer van de raad

1.

Er wordt een comité van beheer van de raad (MCC) opgericht waarvan de leden door de raad worden benoemd.

2.

Het MCC bestaat uit de volgende leden:

3.

Het mandaat van het MCC wordt vastgesteld door de raad.

Artikel X. Het technisch adviescomité

1.

Het technisch adviescomité (TAC) bestaat uit de nationale coördinatoren rampenbestrijding van de deelnemende staten.

2.

Niettegenstaande het eerste lid mag het TAC voor deelname aan zijn vergaderingen personen selecteren uit regionale instellingen die zich bezighouden met activiteiten op het gebied van rampenbeheersing.

3.

De voorzitter van het TAC wordt gekozen uit de leden ervan en mag ten hoogste twee achtereenvolgende termijnen als voorzitter fungeren.

5.

De voorzitter roept de vergaderingen van het TAC bijeen. Het TAC komt ten minste eenmaal per kalenderjaar bijeen en houdt op verzoek van ten minste de helft van zijn leden een buitengewone vergadering.

6.

De uitvoerend directeur is de secretaris van het TAC.

7.

Het TAC stelt zijn eigen reglement van orde op.

Artikel XI. Taken van het technisch adviescomité

Het TAC:

Artikel XII. Het hoofdkwartier van de coördinerende eenheid

De coördinerende eenheid heeft haar hoofdkwartier op de locatie waartoe de raad besluit.

Artikel XIII. Taken van de coördinerende eenheid

1.

In aanvulling op andere taken die de raad kan specificeren verricht de coördinerende eenheid de volgende taken:

2.

De coördinerende eenheid heeft de volgende programmagebieden:

Artikel XIV. Uitvoerend directeur

1.

Er is een uitvoerend directeur die leiding geeft aan de coördinerende eenheid en die de hoogste functionaris van CDEMA is.

2.

De uitvoerend directeur wordt benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar en kan worden herbenoemd.

3.

Een plaatsvervangend uitvoerend directeur wordt door het MCC op voordracht van de uitvoerend directeur benoemd voor een termijn van ten hoogste drie jaar, en kan worden herbenoemd.

4.

De uitvoerend directeur en de plaatsvervangend uitvoerend directeur worden benoemd uit personen met ervaring op gebieden die verband houden met noodhulpoperaties, sociaal welzijn en management.

Artikel XV. Verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur

1.

De uitvoerend directeur heeft de volgende verantwoordelijkheden:

2.

Bij het uitvoeren van hun taken streven de uitvoerend directeur en de medewerkers van CDEMA ernaar hun onafhankelijkheid te behouden en zich niet bezig te houden met activiteiten of taken op een wijze die de functionele onafhankelijkheid van CDEMA in gevaar zou brengen.

Artikel XVI. Subregionale operationele eenheden voor noodhulp

1.

Wanneer, ingevolge artikel VII, onderdeel e1)[Red.] Kennelijk wordt hier artikel VIII, onderdeel c bedoeld., de raad subregionale operationele eenheden voor noodhulp heeft aangewezen, hebben deze eenheden de volgende taken:

2.

Bij de aanwijzing bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wijst de raad de staten aan waarvoor de subregionale operationele eenheden voor noodhulp verantwoordelijk zijn.

Artikel XVII. De administratieve begroting

1.

CDEMA stelt een administratieve begroting op waarvan de fondsen gebruikt worden voor de financiering van de gebruikelijke uitgaven voor het regelen van zijn zaken.

2.

Deelnemende staten dragen bij aan de administratieve begroting in overeenstemming met een contributieschaal die door het MCC wordt voorgesteld en door de raad wordt goedgekeurd.

3.

Een deelnemende staat waarvan de economie ernstig getroffen is door een natuurramp kan vragen om een vrijstelling van de vastgestelde bijdragen aan de begroting van CDEMA.

4.

De uitvoerend directeur stelt, met goedkeuring van de raad, het financieel reglement van CDEMA en het fonds op in overeenstemming met internationale boekhoudnormen.

Artikel XVIII. Noodhulpfonds

1.

CDEMA stelt een noodhulpfonds in (hierna te noemen „het fonds”) dat uitsluitend wordt gebruikt voor het betalen van uitgaven die gemaakt worden in verband met het verlenen van bijstand wanneer er zich een ramp voordoet in een deelnemende staat.

2.

Deelnemende staten dragen bij aan het fonds in overeenstemming met een contributieschaal die door het MCC wordt voorgesteld en door de raad wordt goedgekeurd.

3.

Een deelnemende staat waarvan de economie ernstig getroffen is door een natuurramp kan vragen om een vrijstelling van de vastgestelde bijdragen aan de begroting van het fonds.

4.

De uitvoerend directeur kan bijdragen van externe bronnen aan het fonds aanvaarden op voorwaarden die zij kunnen stellen en die door het MCC zijn goedgekeurd ten behoeve van alle deelnemende staten.

Artikel XIX. Verplichtingen van de deelnemende staten

Onverminderd het vereiste om andere verplichtingen die uit hoofde van of in verband met dit Verdrag zijn aangegaan na te komen, verplichten de deelnemende staten zich ertoe:

Artikel XX. Betrekkingen met gouvernementele en niet-gouvernementele instellingen

1.

CDEMA kan overeenkomsten sluiten met gouvernementele, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties of agentschappen om zijn doelen te verwezenlijken.

2.

Tenzij de raad anderszins besluit, kan de uitvoerend directeur namens CDEMA over deze overeenkomsten onderhandelen en deze sluiten.

Artikel XXI. Geüniformeerde troepen

1.

Wanneer, in antwoord op een verzoek om bijstand van een getroffen deelnemende staat, leden van de geüniformeerde troepen van een andere deelnemende staat naar enig deel van het grondgebied van de verzoekende staat worden gezonden, wijst de uitvoerend directeur, met inachtneming van de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat, een speciale coördinator aan uit de leidinggevende officieren van dergelijke troepen na raadpleging van de leiding of bevelvoerende officieren van de betreffende geüniformeerde troepen.

2.

De speciale coördinator wordt belast met de taak de noodhulp te coördineren die geleverd wordt door de geüniformeerde troepen in de getroffen deelnemende staat.

3.

Er worden geen leden van de geüniformeerde troepen van een deelnemende staat gezonden naar het grondgebied van een getroffen deelnemende staat zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van die staat.

4.

Tenzij anders overeengekomen tussen de verzoekende staat en de zendstaat staan leden van de geüniformeerde troepen van de zendstaat onder het bevel en tuchtrechtelijk toezicht van hun bevelvoerende officier.

Artikel XXII. Leiding en controle van de bijstand

1.

Met inachtneming van het tweede lid behoren de algehele leiding en coördinatie van en de controle en het toezicht op de bijstand die naar een verzoekende staat wordt gezonden op zijn grondgebied tot de verantwoordelijkheid van de verzoekende staat.

2.

Wanneer bij de bijstand van een zendstaat ander personeel dan geüniformeerde troepen betrokken is, wijst de zendstaat in overleg met de verzoekende staat de persoon aan die de leiding en het onmiddellijke operationeel toezicht heeft over het personeel, de uitrusting en voorraden die hij heeft verstrekt. De aldus aangewezen persoon voert dit toezicht uit in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de verzoekende staat.

3.

De verzoekende staat verstrekt voor zover binnen zijn mogelijkheden ligt, lokale faciliteiten en diensten voor de goede en efficiënte administratie van bijstand op het gebied van communicatie. De verzoekende staat zorgt er met name voor dat eventuele grondstations die zijn grondgebied worden binnengebracht voor het verlenen van bijstand over de juiste vergunningen beschikken om informatie te zenden en te ontvangen in overeenstemming met zijn nationale wet- en regelgeving.

4.

Tenzij anders overeengekomen blijft de eigendom van uitrusting en materialen die door een zendstaat naar een verzoekende staat worden gezonden tijdens perioden waarin bijstand wordt verleend onaangetast en wordt de onverwijlde terugkeer ervan op verzoek van de zendstaat gefaciliteerd.

5.

De verzoekende staat waarborgt de bescherming van personeel, uitrusting en materialen die zijn grondgebied worden binnengebracht met het oog op het verlenen van bijstand wanneer zich een ramp heeft voorgedaan.

Artikel XXIII. Bevoegde autoriteiten en aanspreekpunten

1.

Tenzij anders bepaald door een deelnemende staat is het hoofd van het nationaal agentschap voor crisisbeheersing de bevoegde autoriteit en het aanspreekpunt dat gemachtigd is verzoeken om bijstand te doen en aangeboden bijstand te aanvaarden wanneer zich een ramp heeft voorgedaan.

2.

De coördinerende eenheid wordt onmiddellijk in kennis gesteld van enige wijziging van de aanspreek- en contactpunten van de deelnemende staten.

3.

De coördinerende eenheid stelt de deelnemende staten en relevante internationale organisaties onverwijld in kennis van de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde informatie.

Artikel XXIV. Vertrouwelijkheid en publieke verklaringen

1.

Deelnemende staten en hun functionarissen en medewerkers van CDEMA eerbiedigen de vertrouwelijkheid van de informatie die zij hebben ontvangen in verband met bijstand die gevraagd wordt wanneer zich een ramp heeft voorgedaan en maken deze niet openbaar. De informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het beoogde doel.

2.

De zendstaat stelt alles in het werk om tot afstemming met de verzoekende staat te komen alvorens informatie aan het publiek bekend te maken over de bijstand die in verband met een ramp wordt gegeven.

Artikel XXV. Kosten van de bijstand

Tenzij anderszins overeengekomen worden de kosten die een zendstaat maakt bij het verlenen van bijstand aan een verzoekende staat gedragen door de zendstaat.

Artikel XXVI. Beëindiging van de bijstand

1.

De uitvoerend directeur stelt, met inachtneming van het tweede lid en na overleg met de verzoekende staat, de periode vast waarin hulp wordt geboden na een ramp.

2.

De verzoekende staat of zendstaat kan te allen tijde, na het nodige overleg, door middel van een schriftelijke kennisgeving de uit hoofde van dit Verdrag ontvangen of geleverde bijstand beëindigen.

Artikel XXVII. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die aan een zendstaat en zijn personeel worden toegekend

1.

De verzoekende staat kent personeel van de zendstaat en personeel dat namens deze staat optreedt de nodige voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toe ten behoeve van de uitoefening van hun functies bij het verlenen van bijstand.

2.

Behoudens voorafgaande kennisgeving door de zendstaat en aanvaarding door de verzoekende staat van het personeel van de zendstaat of personeel dat namens deze staat optreedt, zal de verzoekende staat:

3.

De verzoekende staat:

4.

Personen die voorrechten en immuniteiten genieten uit hoofde van dit artikel eerbiedigen de wet- en regelgeving van de verzoekende staat en mengen zich niet in zijn interne aangelegenheden.

Artikel XXVIII. Doorvoer van personeel, apparatuur en eigendommen

Deelnemende staten dienen, op verzoek van hetzij de verzoekende staat hetzij de zendstaat, alle maatregelen te treffen die nodig zijn om de doorvoer over zijn grondgebied van officieel aangekondigde personeelsleden, uitrusting en eigendommen die bij de verlening van bijstand betrokken zijn, naar en van de verzoekende staat te vergemakkelijken.

Artikel XXIX. Vorderingen en schadevergoeding

1.

Deelnemende staten werken samen ter vergemakkelijking van de afwikkeling van gerechtelijke procedures en de schikking van vorderingen uit hoofde van dit artikel.

2.

Tenzij anders overeengekomen zal de verzoekende staat, ten aanzien van het overlijden van of oplopen van letsel door personen of schade aan of verlies van eigendommen of schade aan het milieu veroorzaakt op zijn grondgebied of onder zijn controle of rechtsmacht door personeel van de aangezochte staat tijdens het verlenen van bijstand:

3.

Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het een belemmering vormt voor de schadevergoeding of schadeloosstelling die beschikbaar is op grond van een toepasselijke internationale overeenkomst of de nationale wetgeving van een deelnemende staat of dat het een verzoekende staat ertoe verplicht het tweede lid van dit artikel geheel of deels toe te passen op permanent ingezetenen.

Artikel XXX. Voorrechten en immuniteiten van CDEMA

1.

CDEMA, zijn eigendommen en vermogensbestanddelen, ongeacht waar zij zijn gelegen of wie deze onder zich heeft, genieten immuniteit van elke vorm van rechtsvervolging, behoudens voor zover de uitvoerend directeur in een bijzonder geval uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van zijn immuniteit. De afstand van immuniteit strekt zich niet uit tot enige maatregel van tenuitvoerlegging.

2.

Behoudens zoals voorzien in het eerste lid, worden eigendommen van CDEMA, ongeacht waar zij zijn gelegen of wie deze onder zich heeft, gevrijwaard van onderzoek, beslaglegging, vordering, inbeslagneming, onteigening en iedere andere vorm van inmenging, ongeacht of het optreden van uitvoerende, bestuursrechtelijke of rechterlijke aard is.

3.

Dit artikel mag niet zodanig worden uitgelegd dat een regering van een deelnemende staat belet wordt passende maatregelen te nemen in verband met het onderzoek naar ongevallen waarbij motorvoertuigen betrokken zijn die toebehoren aan of worden bestuurd namens CDEMA.

Artikel XXXI. Archieven van CDEMA

1.

De archieven van CDEMA zijn onschendbaar, waar deze zich ook bevinden.

2.

Door eigendomsrechten beschermde gegevens, vertrouwelijke informatie en personeelsdossiers worden niet in archieven opgeborgen die ter inzage van het publiek zijn.

Artikel XXXII. Faciliteiten met betrekking tot communicatie

1.

Ten behoeve van zijn officiële communicatie geniet CDEMA in de deelnemende staten vrijheid van communicatie.

2.

De officiële correspondentie en alle andere vormen van officiële communicatie zijn onschendbaar.

3.

CDEMA heeft het recht codes te gebruiken en correspondentie te verzenden en te ontvangen per koerier in verzegelde tassen, die niet mogen worden onderzocht of vastgehouden tenzij de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de verzegelde tassen niet uitsluitend artikelen, correspondentie of documenten bevatten voor het exclusieve officiële gebruik door CDEMA, in welk geval de tas uitsluitend wordt geopend in aanwezigheid van een functionaris van CDEMA.

4.

Dit artikel vormt geen beletsel voor het aannemen van passende veiligheidsmaatregelen in het belang van een deelnemende staat of zijn regering.

Artikel XXXIII. Vertegenwoordigers en medewerkers van CDEMA

Vertegenwoordigers van deelnemende staten die deelnemen aan vergaderingen van de raad, het MCC of het TAC alsmede de uitvoerend directeur en andere medewerkers van CDEMA, genieten op het grondgebied van elke deelnemende staat:

Artikel XXXIV. Vrijstelling van belastingen en douaneheffingen

1.

CDEMA, zijn vermogensbestanddelen, eigendommen, inkomsten, werkzaamheden en transacties zijn vrijgesteld van alle directe belastingen en alle douaneheffingen op goederen die worden geïmporteerd of geëxporteerd voor officieel gebruik door CDEMA. CDEMA maakt geen aanspraak op vrijstelling van belastingen die slechts heffingen voor verleende diensten zijn.

2.

Wanneer door of namens CDEMA goederen of diensten worden gekocht waarmee een aanzienlijk bedrag is gemoeid en die nodig zijn voor de uitoefening van de officiële activiteiten van CDEMA en wanneer in de prijs van goederen of diensten belastingen of douanerechten zijn begrepen, treffen de deelnemende staten voor zover mogelijk passende maatregelen teneinde vrijstelling van deze belastingen of douaneheffingen te verlenen of te voorzien in de terugbetaling daarvan.

3.

De met een vrijstelling als bedoeld in dit artikel geïmporteerde of gekochte goederen worden niet binnen het grondgebied van de deelnemende staat die de vrijstelling verleende, verkocht of op andere wijze vervreemd, behalve op met die deelnemende staat overeengekomen voorwaarden.

4.

Door de deelnemende staten wordt geen belasting wordt geheven ter zake van salarissen, andere vergoedingen of enige ander vorm van betaling door CDEMA aan de uitvoerend directeur en medewerkers van CDEMA alsmede aan deskundigen die opdrachten uitvoeren voor CDEMA.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing wanneer de uitvoerend directeur of de medewerker van CDEMA een onderdaan is van de deelnemende staat waar CDEMA is gevestigd.

Artikel XXXV. Schorsing van rechten en voorrechten van het lidmaatschap

1.

Een deelnemende staat die achterstallig is met de betaling van zijn financiële bijdrage aan de administratieve begroting van CDEMA, kan in de raad of het MCC geen stemrecht uitoefenen indien het bedrag van de achterstallige betaling gelijk is aan of hoger dan dat van de bijdragen door hem verschuldigd over de twee voorgaande boekjaren.

2.

Een deelnemende staat die de verplichtingen die ingevolge dit Verdrag zijn aangegaan heeft geschonden kan door de raad worden geschorst in de uitoefening van de rechten en voorrechten van het lidmaatschap.

Artikel XXXVI. Arbitrage

1.

Elk geschil tussen een staat die partij is en CDEMA dat voortvloeit uit de interpretatie of toepassing van dit Verdrag en dat niet door onderhandeling of een andere overeengekomen wijze van geschillenbeslechting wordt geregeld, wordt op verzoek van een van de partijen ter definitieve beslissing verwezen naar een scheidsgerecht bestaande uit drie scheidsrechters.

2.

Elke partij is gerechtigd een scheidsrechter te benoemen binnen vijftien dagen volgend op het verzoek van de andere partij en de twee scheidsrechters benoemen binnen vijftien dagen volgend op de datum van hun benoeming een derde scheidsrechter die de voorzitter is van het scheidsgerecht.

3.

Wanneer een partij verzuimt een scheidsrechter te benoemen uit hoofde van het tweede lid, kan de andere partij de Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap verzoeken binnen tien dagen een scheidsrechter te benoemen.

4.

Wanneer de twee uit hoofde van het tweede lid benoemde scheidsrechters verzuimen een derde scheidsrechter te benoemen, kan elk van de partijen de Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap verzoeken binnen tien dagen een scheidsrechter te benoemen.

5.

Het scheidsgerecht stelt zijn eigen reglement van orde vast.

Artikel XXXVII. Ondertekening en bekrachtiging

Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de in de Bijlage genoemde staten en dient te worden bekrachtigd in overeenstemming met hun respectieve grondwettelijke procedures.

Artikel XXXVIII. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking nadat de akten van bekrachtiging door ten minste zeven van de in de Bijlage genoemde staten zijn nedergelegd.

Artikel XXXIX. Toetreding

1.

Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Caribische staat die op voordracht van het MCC is toegelaten tot het lidmaatschap van het CDEMA door de raad op de voorwaarden die de raad kan vaststellen.

2.

Een staat die is toegelaten tot het lidmaatschap in overeenstemming met het eerste lid legt een akte van toetreding neder bij de Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap.

Artikel XL. Depositaris

1.

Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag en eventuele wijzigingen daarvan worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap.

2.

De Secretaris-Generaal van de Caribische Gemeenschap stelt de coördinerende eenheid van CDEMA in kennis van de nederlegging van akten van bekrachtiging of toetreding, naargelang van het geval, en zendt gewaarmerkte afschriften van deze akten naar de coördinerende eenheid.

Artikel XLI. Wijzigingen

1.

Elke deelnemende staat kan wijzigingen van dit Verdrag voorstellen.

2.

Elk voorstel tot wijziging van dit Verdrag wordt aan de coördinerende eenheid voorgelegd, die het voorzien van haar opmerkingen naar het MCC stuurt.

3.

Het MCC bestudeert het voorstel en de opmerkingen van de coördinerende eenheid en doet de raad een aanbeveling.

4.

De raad neemt het voorstel tot wijziging in overweging en neemt het aan met de door haar nodig geachte wijzigingen.

5.

Wijzigingen treden in werking wanneer alle deelnemende staten deze hebben bekrachtigd.

Artikel XLII. Terugtrekking

1.

Een deelnemende staat kan zich uit CDEMA terugtrekken.

2.

Een deelnemende staat die zich uit CDEMA wenst terug te trekken geeft de coördinerende eenheid, met inachtneming van een opzegtermijn van twaalf maanden, schriftelijk kennis van zijn voornemen tot terugtrekking en de uitvoerend directeur stelt de overige deelnemende staten hiervan onmiddellijk in kennis.

3.

Een kennisgeving uit hoofde van het tweede lid van dit artikel kan op elk moment voorafgaande aan de datum waarop de terugtrekking in werking treedt worden ingetrokken.

4.

Een deelnemende staat die zich terugtrekt uit CDEMA dient alle financiële verplichtingen die hij tijdens zijn lidmaatschap is aangegaan te vervullen.

Artikel XLIII. Voorlopige toepassing

Zeven of meer van de deelnemende staten vermeld in de Bijlage bij dit Verdrag, kunnen bij ondertekening, of op een latere datum voordat dit Verdrag in werking treedt, hun voornemen uitspreken dit Verdrag voorlopig toe te passen.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, being duly authorised by their respective Governments, have signed this Agreement.

SIGNED at St. Johns, this 2nd day of July 2008.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)