Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting
Het is wel te verstaan dat in het geval van een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont „enige andere soortgelijke omstandigheid” mede omvat de thuishaven van dat schip.
V. Ad Artikelen 5, 6, 7 en 13
Het is wel te verstaan dat rechten tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de verdragsluitende staat op wiens territoriale zee, en elk gebied buiten en grenzend aan zijn territoriale zee waarin deze staat, in overeenstemming met internationaal recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan, deze rechten van toepassing zijn en dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.
VI. Ad Artikel 7, derde lid, en artikel 9, tweede lid
Het is wel te verstaan dat indien een verdragsluitende staat een aanpassing maakt, de andere verdragsluitende staat, voor zover nodig om dubbele belastingheffing te vermijden, een dienovereenkomstige aanpassing doorvoert indien hij instemt met de aanpassing gedaan door de eerstbedoelde staat; indien de andere verdragsluitende staat niet instemt met de aanpassing, sluiten de verdragsluitende staten in onderling overleg elke daaruit voortvloeiende dubbele belasting uit.
VII. Ad Artikelen 10 en 20
Nederland zal niet worden belet om overeenkomstig zijn nationale wetgeving inkomen te belasten met betrekking tot een belang in een vrijgestelde beleggingsinstelling, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot dit inkomen een inwoner is van Kosovo, mag de aldus geheven belasting niet meer bedragen dan 15 percent van het brutobedrag van het inkomen.
De bepalingen van artikel 10, derde lid, zijn niet van toepassing op dividenden betaald door of aan een persoon die een collectief beleggingsvehikel is.
Het is wel te verstaan dat een persoon die voor de toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting een fiscale beleggingsinstelling is wordt beschouwd als een collectief beleggingsvehikel.
VIII. Ad Artikelen 10, 11 en 12
Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
IX. Ad Artikelen 10 en 13
Het is wel te verstaan dat inkomen ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of de inkoop van eigen aandelen door een lichaam wordt behandeld als inkomen uit aandelen.
X. Ad Artikelen 10, 11 en 12
Dividenden, interest of royalty’s afkomstig uit een verdragsluitende staat en betaald ter zake van aandelenbezit, een schuldvordering, het recht of de zaak tot het vermogen van een in de andere verdragsluitende staat gelegen vaste inrichting behoort, zijn belastbaar in de eerstbedoelde staat in overeenstemming met de bepalingen van onderscheidenlijk artikel 10, 11 of 12.
De verdragsluitende staat waar de vaste inrichting is gelegen, vermijdt dubbele belastingheffing in overeenstemming met Artikel 21.
De bepalingen van het eerste en het tweede lid zijn van toepassing, ongeacht waar het hoofdkantoor van de onderneming waartoe de vaste inrichting behoort is gelegen, mits een verdrag is gesloten tussen de staat waar het hoofdkantoor van de onderneming is gelegen en de verdragsluitende staat waaruit de dividenden, interest of royalty’s afkomstig zijn, dat voorziet in een soortgelijke bepaling als artikel 24 van het Verdrag.
De bepalingen van artikel 27 zijn van overeenkomstige toepassing.
XI. Ad Artikel 23
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen ter zake van een overeengekomen regeling in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in artikel 23, tevens overeenkomen dat de staat, waar ingevolge eerdergenoemde regeling sprake is van een additionele belastingheffing, met betrekking tot deze additionele belastingheffing geen belastingverhogingen, toeslagen, interest en kosten zal opleggen, indien de andere staat, waarin ingevolge de regeling sprake is van een overeenkomstige vermindering van belasting, afziet van de betaling van interest verschuldigd met betrekking tot een dergelijke vermindering van belasting.
XII. Ad Artikelen 24 en 25
De bepalingen van de artikelen 24 en 25 zijn van dienovereenkomstige toepassing op de inkomensafhankelijke regelingen van Nederland.
XIII. Wijze van toepassing
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen in onderling overleg de wijze van toepassing van de bepalingen van het Verdrag en dit Protocol regelen.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Convention.
DONE at Pristina in duplicate, this 29th day of July 2020, in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands,
GERRIE WILLEMS
For the Republic of Kosovo,
HYKMETE BAJRAMI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)