Overeenkomst inzake een gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds en Oekraïne, anderzijds
De bepalingen van deze Overeenkomst hebben geen gevolgen voor de belastingen over de toegevoegde waarde (btw), behalve wat de omzetbelasting op invoer betreft. De bepalingen van deze Overeenkomst hebben geen gevolgen voor de bepalingen van de tussen een lidstaat en Oekraïne gesloten verdragen inzake het vermijden van dubbele belasting op inkomsten en kapitaal, die op het relevante ogenblik van toepassing zijn.
Artikel 24. Gebruikersheffingen voor luchthavens en luchthavenvoorzieningen en -diensten
Elke partij ziet erop toe dat gebruikersheffingen die door haar bevoegde heffingsautoriteiten of -organen aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij worden opgelegd voor het gebruik van luchtvaartnavigatie- en luchtverkeersleidingsdiensten, luchthavens, luchtvaartbeveiliging en bijbehorende voorzieningen en diensten correct, redelijk, niet ten onrechte discriminerend en billijk gespreid zijn over de categorieën gebruikers. Onverminderd artikel 9 van deze Overeenkomst mogen deze heffingen in verhouding staan tot de volledige kosten die de bevoegde heffingsautoriteiten of -organen maken voor het verlenen van de passende luchthaven- en luchtvaartbeveilingsvoorzieningen en -diensten op die luchthaven of in het systeem van die luchthaven, maar mogen ze deze niet overschrijden. Deze heffingen mogen een redelijke winst na afschrijving omvatten. De voorzieningen en diensten waarover gebruikersheffingen worden geheven, moeten op efficiënte en economische wijze worden verleend. In ieder geval moeten deze heffingen aan de luchtvaartmaatschappijen van de andere partij worden opgelegd volgens voorwaarden die niet minder gunstig zijn dan de gunstigste voorwaarden die iedere andere luchtvaartmaatschappij kan verkrijgen op het tijdstip dat de heffingen worden opgelegd. De gebruikersheffingen worden vastgesteld in nationale of vreemde valuta door de bevoegde heffingsautoriteiten of -instanties van de partijen.
Iedere partij moedigt aan of vereist dat overeenkomstig de toepasselijke wetgeving overleg plaatsvindt tussen de bevoegde heffingsautoriteiten of -organen op haar grondgebied en de luchtvaartmaatschappijen en/of hun representatieve organen die de diensten en voorzieningen gebruiken, en ziet erop toe dat de bevoegde heffingsautoriteiten of -organen en de luchtvaartmaatschappijen of hun representatieve organen alle informatie uitwisselen die nodig is om een nauwkeurige beoordeling van de redelijkheid van de gebruikersheffingen volgens de beginselen van de lid 1 van dit artikel mogelijk te maken. Elke partij ziet erop toe dat de bevoegde heffingsautoriteiten of -organen de gebruikers binnen een redelijke termijn in kennis stellen van ieder voorstel tot wijziging van de gebruikersheffingen, teneinde die autoriteiten in staat te stellen rekening te houden met de meningen van de gebruikers alvorens wijzigingen worden doorgevoerd.
Artikel 25. Prijsstelling
De partijen staan toe dat de luchtvaartmaatschappijen hun prijzen vrij vaststellen op basis van vrije en eerlijke mededinging.
De partijen eisen niet dat de prijzen worden aangemeld.
Indien de bevoegde autoriteiten van een partij van oordeel zijn dat de prijs niet in overeenstemming is met de in dit artikel uiteengezette overwegingen, stellen zij de bevoegde autoriteiten van de andere partij daarvan in kennis en kunnen zij om overleg met deze autoriteiten verzoeken. De bevoegde autoriteiten kunnen onderling overleg plegen over kwesties zoals niet-correcte, onredelijke, discriminerende of gesubsidieerde prijzen. Dit overleg vindt uiterlijk 30 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek plaats.
Artikel 26. Mededinging
Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst is titel IV van de Associatieovereenkomst of een opvolgingsovereenkomst daarvan tussen de Europese Unie, haar lidstaten en Oekraïne van toepassing, tenzij er specifiekere regels inzake mededinging en staatssteun voor de luchtvaartsector zijn opgenomen in deze Overeenkomst.
De partijen erkennen dat zij gezamenlijk streven naar een eerlijk en concurrerend klimaat voor de exploitatie van luchtdiensten. De partijen erkennen dat de waarschijnlijkheid dat luchtvaartmaatschappijen eerlijke mededingingspraktijken hanteren, het grootst is wanneer deze maatschappijen op volledig commerciële basis werken en niet worden gesubsidieerd.
Overheidssteun die de mededinging verstoort of dreigt te verstoren door bepaalde ondernemingen of luchtvaartproducten of -diensten te bevoordelen, is onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst, voor zover het de handel tussen de partijen in de luchtvaartsector kan beïnvloeden.
Wat staatssteun betreft, worden alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de mededingingsregels in de Europese Unie en met name de maatregelen vermeld in bijlage VII bij deze Overeenkomst.
Als een partij vaststelt dat op het grondgebied van de andere partij voorwaarden gelden, met name ten gevolge van een subsidie, die de eerlijke en gelijke mededingingskansen van haar luchtvaartmaatschappijen negatief beïnvloeden, mag zij haar opmerkingen kenbaar maken aan de andere partij. Bovendien mag zij vragen om een vergadering van het Gemengd Comité, zoals ingesteld bij artikel 29 van deze Overeenkomst. Het overleg start uiterlijk 30 dagen na de ontvangst van een dergelijk verzoek. Indien binnen 30 dagen na de start van het overleg geen akkoord wordt bereikt, is dit voor de partij die om het overleg heeft verzocht voldoende reden om de vergunningen van de desbetreffende luchtvaartmaatschappij(en) van de andere partij te weigeren, in te trekken, op te schorten of te beperken, overeenkomstig artikel 19 van deze Overeenkomst.
De in lid 5 van dit artikel vermelde maatregelen moeten passend en proportioneel zijn en het toepassingsgebied en de duur ervan moeten beperkt blijven tot hetgeen strikt noodzakelijk is. Deze maatregelen mogen uitsluitend gericht zijn tegen luchtvaartmaatschappijen die voordeel halen uit een subsidie of uit de in dit artikel bedoelde voorwaarden, en laten het recht van beide partijen om actie te ondernemen uit hoofde van artikel 31 van deze Overeenkomst onverlet.
Elke partij mag, na kennisgeving aan de andere partij, verantwoordelijke overheidsinstanties op het grondgebied van de andere partij benaderen, inclusief instanties op federaal, provinciaal of lokaal niveau, om de onder dit artikel vallende kwesties te bespreken.
Niets in deze Overeenkomst beperkt of doet afbreuk aan het feit dat de mededingingsautoriteiten van de partijen exclusief bevoegd zijn voor alle kwesties die verband houden met de handhaving van de mededingingswetgeving. Geen enkele maatregel die op grond van dit artikel wordt genomen, mag afbreuk doen aan maatregelen die door deze autoriteiten zijn genomen en die volledig onafhankelijk zijn van maatregelen die op grond van dit artikel.
Dit artikel is van toepassing onverminderd de wetten en regels betreffende openbaredienstverplichtingen op het grondgebied van de partijen.
De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim.
Artikel 27. Statistieken
Elke partij verstrekt de andere partij de statistieken die krachtens de nationale wetten en regels van die partij vereist zijn en, op verzoek, andere beschikbare statistische informatie die redelijkerwijze vereist kan zijn voor het evalueren van de exploitatie van de luchtdiensten.
De partijen werken in het kader van het Gemengd Comité samen teneinde de onderlinge uitwisseling van statistische informatie, die nodig is om toezicht te kunnen houden op de ontwikkeling van de luchtdiensten, te vergemakkelijken.
TITEL IV. INSTITUTIONELE BEPALINGEN
Artikel 28. Interpretatie en handhaving
De partijen treffen alle passende algemene en specifieke maatregelen om de naleving van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te garanderen en onthouden zich van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst in gevaar kunnen brengen.
Elke partij is op haar eigen grondgebied verantwoordelijk voor de handhaving van deze Overeenkomst. Oekraïne is eveneens verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de wetgeving die is vastgesteld om de eisen en normen van de Europese Unie handelingen met betrekking tot de burgerluchtvaart als bedoeld in bijlage I bij deze Overeenkomst, in zijn wetgeving op te nemen.
Elke partij verstrekt de andere partij alle nodige informatie en bijstand in verband met onderzoeken naar mogelijke inbreuken op bepalingen van deze Overeenkomst die door de andere partij worden begaan in het kader van haar in deze Overeenkomst vastgestelde bevoegdheden.
Als de partijen, overeenkomstig de bevoegdheden die hun krachtens deze Overeenkomst zijn verleend, actie ondernemen met betrekking tot kwesties die van wezenlijk belang zijn voor de andere partij en de autoriteiten of ondernemingen van de andere partij, worden de bevoegde autoriteiten van de andere partij daarvan volledig in kennis gesteld en krijgen zij de gelegenheid opmerkingen te maken alvorens een definitieve beslissing wordt genomen.
Voor zover de bepalingen van deze Overeenkomst en de bepalingen van de in bijlage I bij deze Overeenkomst genoemde besluiten inhoudelijk identiek zijn aan de overeenkomstige regels van de EU-Verdragen en krachtens de EU-Verdragen genomen besluiten, worden deze bepalingen, wat hun uitvoering en toepassing betreft, geïnterpreteerd overeenkomstig de toepasselijke uitspraken en besluiten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, hierna „het Hof van Justitie” genoemd, en de Europese Commissie.
Artikel 29. Gemengd Comité
Hierbij wordt een Gemengd Comité van vertegenwoordigers van de partijen opgericht, dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze Overeenkomst en toeziet op de correcte uitvoering ervan. Om dit doel te verwezenlijken, doet het aanbevelingen en neemt het beslissingen in de gevallen waarin deze Overeenkomst uitdrukkelijk voorziet.
De beslissingen van het Gemengd Comité worden met eenparigheid van stemmen genomen en zijn bindend voor de partijen. Deze beslissingen worden door de partijen overeenkomstig hun interne procedures ten uitvoer gelegd. De partijen stellen elkaar in kennis van de afronding van deze procedures en de datum van inwerkingtreding van de besluiten. Wanneer een besluit van het Gemengd Comité een partij tot het nemen van maatregelen verplicht, neemt die partij de nodige maatregelen en stelt zij het Gemengd Comité daarvan in kennis.
Het Gemengd Comité stelt bij besluit zijn reglement van orde vast.
Het Gemengd Comité komt bijeen voor zover dit nodig is, op verzoek van een partij.
Een partij kan ook om een vergadering van het Gemengd Comité verzoeken om een probleem met betrekking tot de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst op te lossen. Een dergelijke vergadering wordt zo snel mogelijk belegd, uiterlijk twee maanden na de datum waarop het verzoek is ontvangen, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
Met het oog op de correcte toepassing van deze Overeenkomst wisselen de partijen informatie uit en plegen zij op verzoek van een hunner overleg in het Gemengd Comité.
Als een van de partijen van mening is dat een beslissing van het Gemengd Comité niet op correcte wijze is uitgevoerd door de andere partij, mag de eerste partij verzoeken dat de kwestie in het Gemengd Comité wordt besproken. Als het Gemengd Comité de kwestie niet binnen twee maanden na de doorverwijzing kan oplossen, mag de vragende partij passende vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig artikel 31 van deze Overeenkomst nemen.
Onverminderd lid 2 van dit artikel kunnen de partijen passende en tijdelijke vrijwaringsmaatregelen overeenkomstig artikel 31 van deze Overeenkomst nemen als het Gemengd Comité binnen zes maanden na doorverwijzing van een kwestie nog geen beslissing over die kwestie heeft genomen.
Overeenkomstig artikel 20 van deze Overeenkomst onderzoekt het Gemengd Comité vragen met betrekking tot bilaterale investeringen, meerderheidsbelangen of wijzigingen in de feitelijke zeggenschap over luchtvaartmaatschappijen van de partijen.
Het Gemengd Comité ontwikkelt ook de samenwerking tussen de partijen door:
- a. marktvoorwaarden voor de onder deze Overeenkomst vallende luchtdiensten te beoordelen;
- b. problemen met „zaken doen” die, onder meer, de markttoegang en de vlotte werking van de in het kader van deze Overeenkomst overeengekomen diensten belemmeren, aan te pakken en, voor zover mogelijk, effectief op te lossen, teneinde een gelijk speelveld tot stand te brengen, voor convergentie van de regelgeving te zorgen en de regelgevingslast voor commerciële exploitanten tot een minimum te beperken;
- c. uitwisselingen op deskundigenniveau over nieuwe wet- of regelgevende initiatieven en ontwikkelingen te bevorderen, en nieuwe instrumenten van de internationale publieke en particuliere luchtvaartwetgeving vast te stellen, met name op het gebied van beveiliging, veiligheid, milieu, luchtvaartinfrastructuur (inclusief slots), luchthavens, industriële samenwerking, luchtverkeersbeheer, mededingingsvoorwaarden en consumentenbescherming;
- d. regelmatig de sociale gevolgen van de toepassing van deze Overeenkomst te bestuderen, met name wat de werkgelegenheid betreft, en door passende antwoorden op legitieme vragen te formuleren;
- e. mogelijke gebieden voor verdere uitbreiding van deze Overeenkomst in overweging te nemen, met inbegrip van aanbevelingen voor wijzigingen van de Overeenkomst;
- f. met eenparigheid van stemmen overeenstemming te bereiken over voorstellen, benaderingen of documenten van procedurele aard die rechtstreeks betrekking hebben op de werking van deze Overeenkomst;
- g. technische bijstand op de onder deze Overeenkomst vallende gebieden te overwegen en te ontwikkelen; en
- h. samenwerking op bevoegde internationale fora te bevorderen en te streven naar gecoördineerde standpunten.
Artikel 30. Geschillenbeslechting en arbitrage
Wanneer tussen de partijen een geschil ontstaat over de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst moeten ze dit in de eerste plaats trachten op te lossen via formeel overleg in het Gemengd Comité, overeenkomstig artikel 29, lid 5, van deze Overeenkomst. In gevallen waarin het Gemengd Comité in het kader van deze procedure besluiten neemt betreffende de interpretatie of toepassing van de eisen en normen als bedoeld in bijlage I bij deze Overeenkomst, sporen dergelijke besluiten met de arresten van het Hof van Justitie met betrekking tot de interpretatie van de desbetreffende voorschriften en normen, en met de beslissingen van de Europese Commissie die zijn genomen overeenkomstig de voorwaarden van de desbetreffende eisen en normen.
Elk van beide partijen mag een geschil over de toepassing of interpretatie van deze Overeenkomst, dat niet overeenkomstig lid 1 van dit artikel kon worden opgelost, doorverwijzen naar een scheidsgerecht van drie scheidsrechters, overeenkomstig de volgende procedure:
- a. uiterlijk 60 dagen nadat het scheidsgerecht het via diplomatieke kanalen verzonden verzoek om arbitrage heeft ontvangen, stelt elke partij een scheidsrechter aan; de derde scheidsrechter wordt binnen een aanvullende termijn van 60 dagen door de twee andere scheidsrechters aangesteld. Als een van de partijen niet binnen de overeengekomen termijn een scheidsrechter heeft aangesteld, of als de derde scheidsrechter niet binnen de overeengekomen termijn is aangesteld, kan elke partij de voorzitter van de ICAO-raad verzoeken een scheidsrechter of scheidsrechters aan te stellen. Als de voorzitter van de ICAO-raad dezelfde nationaliteit heeft als een van de partijen, wordt de aanstelling verricht door de vicevoorzitter van de ICAO-raad met de meeste anciënniteit die niet om deze reden ongeschikt wordt bevonden.
- b. de derde scheidsrechter, die overeenkomstig de voorschriften van punt a) wordt aangesteld, is een onderdaan van een derde land en vervult de functie van voorzitter van het scheidsgerecht;
- c. het scheidsgerecht stelt zijn reglement van orde vast, en
- d. afhankelijk van de definitieve beslissing van het scheidsgerecht worden de oorspronkelijke arbitrage-uitgaven evenredig gedeeld door de partijen.
Op verzoek van een partij kan het scheidsgerecht de andere partij verplichten om, in afwachting van de einduitspraak, voorlopige verzachtende maatregelen te nemen.
De voorlopige of definitieve beslissing van het scheidsgerecht is bindend voor de partijen. Het scheidsgerecht streeft ernaar alle voorlopige en definitieve beslissingen bij consensus te nemen. Als geen consensus kan worden bereikt, neemt het scheidsgerecht een beslissing bij meerderheid van de stemmen.
Als een van de partijen niet binnen 30 dagen na ontvangst van de bekendmaking van de beslissing van het scheidsgerecht aan deze beslissing voldoet, kan de andere partij de rechten of privileges die overeenkomstig deze Overeenkomst zijn toegekend aan de in gebreke blijvende partij beperken, opschorten of intrekken tot de partij de beslissing naleeft.
Artikel 31. Vrijwaringsmaatregelen
Onverminderd de artikelen 7 en 8 van deze Overeenkomst en de veiligheids- en beveiligingsevaluaties in bijlage III bij deze Overeenkomst, kan een partij passende vrijwaringsmaatregelen nemen indien hij van oordeel is dat de andere partij nagelaten heeft een verplichting op grond van deze Overeenkomst na te komen. De werkingssfeer en de duur van de vrijwaringsmaatregelen worden beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om het probleem te verhelpen of om het evenwicht in het kader van deze Overeenkomst te bewaren. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.
Als een partij overweegt om vrijwaringsmaatregelen te nemen, stelt zij de andere partijen daar onmiddellijk van in kennis via het Gemengd Comité en verstrekt zij alle relevante informatie.
De partijen plegen onmiddellijk overleg in het Gemengd Comité teneinde een voor elke partij aanvaardbare oplossing te vinden.
Onverminderd de artikelen 7 en 8 van deze Overeenkomst, mag de betrokken partij geen vrijwaringsmaatregelen nemen binnen één maand na de datum van kennisgeving overeenkomstig lid 2 van dit artikel, tenzij de in lid 3 van dit artikel voorgeschreven overlegprocedure vóór het verstrijken van de gestelde termijn is beëindigd.
De betrokken partij stelt het Gemengd Comité onverwijld in kennis van de getroffen maatregelen en verstrekt alle relevante inlichtingen.
De overeenkomstig dit artikel genomen maatregelen worden opgeschort zodra de in gebreke blijvende partij voldoet aan de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 32. Openbaarmaking van informatie
De vertegenwoordigers, afgevaardigden en deskundigen van de partijen, alsmede de in het kader van deze Overeenkomst handelende functionarissen mogen, zelfs na beëindiging van hun activiteiten, geen onder de geheimhoudingsplicht vallende informatie bekendmaken aan derde partijen, met name relevante veiligheidsinformatie en informatie over ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of de elementen van hun kostprijs.
Artikel 33. Overgangsbepalingen
In bijlage III bij deze Overeenkomst zijn de overgangsregelingen en bijbehorende overgangstermijnen vastgesteld die van toepassing zijn tussen de partijen.
De geleidelijke overgang van Oekraïne naar de effectieve tenuitvoerlegging van de eisen en normen die voortvloeien uit de in bijlage I bij deze Overeenkomst vermelde besluiten van de Europese Unie en de naleving van de in bijlage III bij deze Overeenkomst vermelde voorwaarden wordt beoordeeld door de Europese Commissie, in samenwerking met Oekraïne, en aan de hand van door het EASA uitgevoerde normaliseringsinspecties van de luchtvaartveiligheid, overeenkomstig de eisen en normen in bijlage I, deel C, bij deze Overeenkomst.
Wanneer Oekraïne zich ervan heeft vergewist dat de relevante wettelijke eisen en normen zijn opgenomen in de Oekraïense wetgeving en ten uitvoer zijn gelegd, stelt het de Europese Commissie ervan in kennis dat een beoordeling dient te worden uitgevoerd.
Als de Europese Commissie constateert dat Oekraïne voldoet aan de relevante eisen en normen, legt zij de zaak voor aan het Gemengd Comité, zodat dit comité een besluit kan nemen dat Oekraïne in aanmerking komt om over te gaan naar de volgende overgangsperiode of dat het voldoet aan al deze eisen.
Als de Europese Commissie vaststelt dat Oekraïne niet aan de relevante eisen en normen voldoet, deelt zij dit mee aan het Gemengd Comité. De Europese Commissie doet vervolgens aanbevelingen aan Oekraïne voor specifieke verbeteringen en stelt in overleg met Oekraïne een uitvoeringstermijn vast binnen dewelke de relevante tekortkomingen redelijkerwijs kunnen worden verholpen. Vóór het einde van de uitvoeringstermijn wordt een tweede en zo nodig een derde beoordeling verricht om na te gaan of de aanbevolen verbeteringen daadwerkelijk en op adequate wijze zijn gerealiseerd.
Als de Europese Commissie vaststelt dat de relevante tekortkomingen zijn verholpen, legt zij de zaak voor aan het Gemengd Comité om dienovereenkomstig een besluit te nemen, zoals bepaald in lid 3 van dit artikel.
Artikel 34. Verhouding tot andere overeenkomsten en/of regelingen
De bepalingen van deze Overeenkomst hebben voorrang op de relevante bepalingen van de bilaterale luchtvervoersovereenkomsten en/of regelingen tussen de partijen.
Onverminderd lid 1 van dit artikel zijn de bepalingen betreffende eigendom, verkeersrechten, capaciteit, frequenties, type of verandering van luchtvaartuig, codesharing en prijsstelling van een bilaterale overeenkomst of regeling tussen Oekraïne en de Europese Unie of een EU-lidstaat van toepassing tussen de partijen indien deze bilaterale overeenkomst en/of regeling gunstiger is, in termen van vrijheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappijen of anderszins gunstiger en op voorwaarde dat er geen sprake is van discriminatie tussen EU-lidstaten en hun onderdanen. Hetzelfde geldt voor bepalingen die niet onder deze Overeenkomst vallen.
Indien de partijen toetreden tot een multilaterale overeenkomst of overgaan tot de bekrachtiging van een besluit van de ICAO of een andere internationale organisatie dat betrekking heeft op onder deze Overeenkomst vallende aangelegenheden, plegen zij overleg in het Gemengd Comité om te bepalen of deze Overeenkomst naar aanleiding hiervan moet worden herzien.
Artikel 35. Financiële bepalingen
Onverminderd artikel 5, lid 1, punt b), van deze Overeenkomst wijzen de partijen de nodige financiële middelen toe, inclusief middelen voor het Gemengd Comité, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst op hun respectieve grondgebieden.
TITEL V. INWERKINGTREDING, HERZIENING, BEËINDIGING EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 36. Wijzigingen
Het Gemengd Comité kan, op voorstel van een partij en overeenkomstig dit artikel, bij consensus beslissen de bijlagen bij deze Overeenkomst te wijzigen, zoals bepaald in artikel 15, lid 3, punt a), van deze Overeenkomst.
Wijzigingen van de bijlagen bij deze Overeenkomst worden van kracht zodra de partijen de nodige interne procedures hebben voltooid.
Op verzoek van een der partijen en overeenkomstig de desbetreffende procedures, rekening houdend met mogelijke aanbevelingen van het Gemengd Comité, wordt deze Overeenkomst opnieuw bezien in het licht van de toepassing van de bepalingen ervan, teneinde na te gaan of ze in de toekomst moet worden herzien. Een eventuele hieruit voortvloeiende wijziging van deze Overeenkomst treedt in werking overeenkomstig artikel 38 van deze Overeenkomst.
Artikel 37. Beëindiging
Een partij kan te allen tijde de andere partij langs diplomatieke kanalen schriftelijk meedelen dat zij besloten heeft deze Overeenkomst te beëindigen. Deze kennisgeving dient tegelijkertijd naar de ICAO te worden verstuurd. Deze Overeenkomst eindigt om middernacht GMT aan het einde van het verkeersseizoen van de Internationale Luchtvervoersvereniging dat een jaar na de datum van de schriftelijke kennisgeving van de beëindiging lopende is, tenzij de mededeling in onderlinge overeenstemming tussen de partijen wordt ingetrokken voordat deze termijn is verstreken.
Artikel 38. Inwerkingtreding en voorlopige toepassing
Deze Overeenkomst dient door de ondertekenaars te worden bekrachtigd of goedgekeurd overeenkomstig hun onderscheiden procedures.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de laatste nota van de uitwisseling van diplomatieke nota’s tussen de partijen waarin wordt bevestigd dat alle voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst noodzakelijke procedures zijn voltooid. Met het oog op deze uitwisseling bezorgt Oekraïne zijn tot de Europese Unie en haar lidstaten gerichte diplomatieke nota aan het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, en bezorgt het Secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie de diplomatieke nota van de Europese Unie en haar lidstaten aan Oekraïne. De diplomatieke nota van de Europese Unie en haar lidstaten bevat mededelingen van elke lidstaat waarin wordt bevestigd dat de voor inwerkingtreding van deze Overeenkomst vereiste procedures zijn voltooid.
Onverminderd lid 2 van dit artikel stemmen de partijen ermee in deze Overeenkomst voorlopig toe te passen vanaf de eerste dag van de maand volgende op de datum van de laatste nota waarbij de partijen elkaar in kennis hebben gesteld van de voltooiing van de procedures die vereist zijn voor de voorlopige toepassing of sluiting van deze Overeenkomst, overeenkomstig hun interne procedures of nationale wetgeving.
De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie treedt op als depositaris van deze Overeenkomst.
Artikel 39. Registratie bij de ICAO en het secretariaat van de Verenigde Naties
Deze Overeenkomst en alle wijzigingen daarvan worden, zodra ze in werking zijn getreden, door Oekraïne geregistreerd bij de ICAO en bij het secretariaat van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
Artikel 40. Authentieke teksten
Deze Overeenkomst wordt opgesteld in twee exemplaren in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Ierse, de Italiaanse, de Kroatische, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse en de Oekraïense taal, waarbij alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend
GEDAAN te Kiev, twaalf oktober tweeduizend eenentwintig.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)