Internationale Gezondheidsregeling (2005)

Type Verdrag
Publication 2016-07-11
State In force
Source BWB
artikelen 66
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Staten die Partij zijn, kunnen kosten in rekening brengen voor andere dan de in het eerste lid van dit artikel genoemde gezondheidsmaatregelen, met inbegrip van maatregelen die hoofdzakelijk in het belang van de reiziger zijn.

3.

Wanneer kosten in rekening worden gebracht voor de toepassing van de gezondheidsmaatregelen op reizigers uit hoofde van deze Regeling, bestaat er in elke Staat die Partij is slechts één tarief voor deze kosten en deze kosten dienen:

  • a. overeen te komen met dit tarief;
  • b. niet hoger te zijn dan de werkelijke kosten van de bewezen diensten; en
  • c. te worden geheven zonder onderscheid naar nationaliteit, woonplaats of verblijfplaats van de betrokken reiziger.
4.

Het tarief en wijzigingen daarin worden ten minste 10 dagen voordat enige heffing uit hoofde daarvan geschiedt bekendgemaakt.

5.

Geen van de bepalingen in deze Regeling belet de Staten die Partij zijn om vergoeding te verlangen van de kosten gemaakt bij het uitvoeren van de in het eerste lid van dit artikel genoemde gezondheidsmaatregelen:

  • a. van exploitanten of eigenaren van vervoermiddelen met betrekking tot hun werknemers; of
  • b. van toepasselijke verzekeringen.
6.

In geen geval wordt reizigers of vervoersexploitanten de mogelijkheid ontzegd uit het grondgebied van een Staat die Partij is te vertrekken in afwachting van de betaling van de in het eerste of tweede lid van dit artikel bedoelde kosten.

Artikel 41. Kosten voor bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen of postpakketten

1.

Wanneer kosten in rekening worden gebracht voor de toepassing van de gezondheidsmaatregelen op bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen of postpakketten uit hoofde van deze Regeling, bestaat er in elke Staat die Partij is slechts één tarief voor deze kosten en deze kosten dienen:

  • a. overeen te komen met dit tarief;
  • b. niet hoger te zijn dan de werkelijke kosten van de bewezen diensten; en
  • c. te worden geheven zonder onderscheid naar nationaliteit, vlag, registratie of eigendom van de betrokken bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen of postpakketten. Er wordt met name geen onderscheid gemaakt tussen nationale en buitenlandse bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen of postpakketten.
2.

Het tarief en wijzigingen daarin worden ten minste 10 dagen voordat enige heffing uit hoofde daarvan geschiedt bekendgemaakt.

DEEL VIII. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 42. Implementatie van gezondheidsmaatregelen

Met uit hoofde van deze Regeling genomen gezondheidsmaatregelen dient onverwijld te worden aangevangen; zij dienen onverwijld te worden voltooid en op transparante en non-discriminatoire wijze te worden toegepast.

Artikel 43. Aanvullende gezondheidsmaatregelen

1.

Deze Regeling belet Staten die Partij zijn niet gezondheidsmaatregelen te implementeren, in overeenstemming met hun relevante nationale wetgeving en verplichtingen ingevolge het internationale recht, naar aanleiding van specifieke volksgezondheidsrisico's of noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang die:

  • a. hetzelfde of een hoger niveau van gezondheidsbescherming bieden dan de aanbevelingen van de WHO; of

mits dergelijke maatregelen voor het overige verenigbaar zijn met deze Regeling.

Dergelijke maatregelen vormen voor de internationale handel geen sterkere belemmering en zijn voor personen niet invasiever of belastender dan alternatieven die redelijkerwijs voorhanden zijn die tot een passend niveau van gezondheidsbescherming zouden leiden

2.

Bij het bepalen of de in het eerste lid van dit artikel genoemde gezondheidsmaatregelen of de in Artikel 23, tweede lid, artikel 27, eerste lid, artikel 28, tweede lid en artikel 31, tweede lid, onderdeel c, genoemde aanvullende gezondheidsmaatregelen dienen te worden geïmplementeerd, baseren de Staten die Partij zijn zich op:

  • a. wetenschappelijke beginselen;
  • b. beschikbaar wetenschappelijk bewijs voor een volksgezondheidsrisico, of indien dergelijk bewijs niet in voldoende mate voorhanden is, de beschikbare informatie van onder meer de WHO en andere relevante internationale organisaties en internationale instanties; en
  • c. eventuele specifieke richtsnoeren of adviezen van de WHO.
3.

Een Staat die Partij is die de in het eerste lid van dit artikel genoemde aanvullende gezondheidsmaatregelen implementeert die het internationale verkeer in belangrijke mate belemmeren, dient de WHO in kennis te stellen van de aan deze maatregelen ten grondslag liggende volksgezondheidsoverwegingen en relevante wetenschappelijke informatie. De WHO wisselt deze informatie met de andere Staten die Partij zijn uit en wisselt tevens informatie uit met betrekking tot de geïmplementeerde gezondheidsmaatregelen. Voor de toepassing van dit artikel, wordt onder in belangrijke mate belemmeren in het algemeen verstaan het weigeren van de toegang of het vertrek van internationale reizigers, bagage, vracht, containers, vervoermiddelen, goederen en dergelijke, of de vertraging daarvan, gedurende meer dan 24 uur.

4.

Na beoordeling van de ingevolge het derde en vijfde lid van dit artikel verstrekte informatie alsmede andere relevante informatie, kan de WHO de betrokken Staat die Partij is, verzoeken de toepassing van de maatregelen te heroverwegen.

5.

Een Staat die Partij is die de in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde aanvullende gezondheidsmaatregelen implementeert die het internationale verkeer in belangrijke mate belemmeren, stelt de WHO, binnen 48 na de implementatie ervan, in kennis van dergelijke maatregelen en de eraan ten grondslag liggende gezondheidsoverwegingen tenzij deze onder een tijdelijke of permanente aanbeveling vallen.

6.

Een Staat die Partij is die ingevolge het eerste of tweede lid van dit artikel een gezondheidsmaatregel implementeert, toetst een dergelijke maatregel binnen drie maanden aan de hand van het advies van de WHO en de in het tweede lid van dit artikel genoemde criteria.

7.

Onverminderd zijn rechten ingevolge artikel 56, kan elke Staat die Partij is die gevolgen ondervindt van een uit hoofde van het eerste of tweede lid van dit artikel genomen maatregel de Staat die Partij is die een dergelijke maatregel implementeert, verzoeken met hem te overleggen. Het doel van een dergelijk overleg is het verduidelijken van de aan de maatregelen ten grondslag liggende wetenschappelijke informatie en volksgezondheidsoverwegingen en het komen tot een wederzijds aanvaardbare oplossing.

8.

De bepalingen van dit artikel kunnen van toepassing zijn op de implementatie van maatregelen betreffende reizigers die deelnemen aan massabijeenkomsten.

Artikel 44. Samenwerking en assistentie

1.

De Staten die Partij zijn, verplichten zich met elkaar samen te werken, voor zover mogelijk, bij:

  • a. de opsporing en beoordeling van gebeurtenissen en het treffen van maatregelen naar aanleiding daarvan, als voorzien in deze Regeling;
  • b. het verstrekken of vergemakkelijken van technische samenwerking en logistieke ondersteuning, in het bijzonder bij de ontwikkeling, versterking en handhaving van capaciteiten op het gebied van de volksgezondheid zoals vereist ingevolge deze Regeling;
  • c. het vrijmaken van financiële middelen ter vergemakkelijking van de implementatie van hun verplichtingen ingevolge deze Regeling; en
  • d. de opstelling van voorgestelde wetten en overige wettelijke en administratieve bepalingen ten behoeve van de implementatie van deze Regeling.
2.

De WHO werkt, op verzoek en voor zover mogelijk, met de Staten die Partij zijn samen bij:

  • a. de evaluatie en beoordeling van hun capaciteiten op het gebied van de volksgezondheid teneinde de doeltreffende implementatie van deze Regeling te vergemakkelijken:
  • b. het verstrekken of vergemakkelijken van technische samenwerking met en logistieke ondersteuning aan Staten die Partij zijn; en
  • c. het vrijmaken van financiële middelen ter ondersteuning van ontwikkelingslanden bij het opbouwen, versterken en handhaven van de in Bijlage 1 voorziene capaciteiten.
3.

Samenwerking ingevolge dit artikel kan via diverse kanalen worden geïmplementeerd, met inbegrip van bilaterale kanalen, via regionale netwerken en de regionale kantoren van de WHO en via intergouvernementele organisaties en internationale instanties.

Artikel 45. Behandeling van persoonsgegevens

1.

Gezondheidsinformatie die door een Staat die Partij is ingevolge deze Regeling is verzameld of ontvangen van een andere Staat die Partij is of van de WHO, die verwijst naar een geïdentificeerde of identificeerbare persoon wordt vertrouwelijk behandeld en op anonieme wijze verwerkt zoals vereist ingevolge de nationale wetgeving.

2.

Niettegenstaande het eerste lid, kunnen de Staten die Partij zijn persoonsgegevens onthullen en verwerken wanneer dit essentieel is voor het beoordelen en beheersen van een volksgezondheidsrisico; in overeenstemming met hun nationale wetgeving, dienen de Staten die Partij zijn en de WHO evenwel te waarborgen dat persoonsgegevens:

  • a. op billijke en rechtmatige wijze worden verwerkt en geen verdere bewerking ondergaan op een wijze die niet met dat doel in overeenstemming is;
  • b. adequaat en relevant zijn en het noodzakelijke niet overschrijden met betrekking tot dat doel;
  • c. accuraat en, wanneer noodzakelijk, geactualiseerd zijn; elke redelijke stap dient te worden genomen teneinde te waarborgen dat gegevens die niet accuraat of niet compleet zijn worden gewist of gerectificeerd; en
  • d. niet langer dan noodzakelijk worden bewaard.
3.

Op verzoek verstrekt de WHO, voor zover praktisch uitvoerbaar, een natuurlijke persoon zijn of haar in dit artikel bedoelde persoonsgegevens, in een begrijpelijke vorm en zonder onnodige vertraging of kosten, en staat, wanneer nodig, toe dat deze gecorrigeerd worden.

Artikel 46. Vervoer en omgang met biologische stoffen, reagens en materialen voor diagnostische doeleinden

De Staten die Partij zijn, vergemakkelijken, onverminderd hun nationale recht en rekening houdend met relevante internationale richtlijnen, het vervoer, de binnenkomst, het vertrek, de verwerking en de verwijdering van biologische stoffen en specimen, reagens en andere materialen voor diagnostische doeleinden ten behoeve van verificatie en maatregelen op het gebied van de volksgezondheid ingevolge deze Regeling.

DEEL IX. DE IGR-LIJST VAN DESKUNDIGEN, DE COMMISSIE VOOR NOODSITUATIES EN DE TOETSINGSCOMMISSIE

HOOFDSTUK I. DE IGR-LIJST VAN DESKUNDIGEN

Artikel 47. Samenstelling

De Directeur-Generaal stelt een lijst op van deskundigen op alle relevante expertisegebieden (hierna „IGR-lijst van deskundigen”). De Directeur-Generaal benoemt de leden van de IGR-lijst van deskundigen in overeenstemming met de WHO Regulations for Expert Advisory Panels and Committees (hierna de „WHO-regeling inzake commissies van advies”), tenzij in deze Regeling anders is bepaald. Daarnaast benoemt de Directeur-Generaal een lid op verzoek van elke Staat die Partij is en, wanneer van toepassing, deskundigen die worden voorgedragen door relevante intergouvernementele organisaties en regionale organisaties voor economische integratie. Belanghebbende Staten die Partij zijn, stellen de Directeur-Generaal in kennis van de kwalificaties en expertisegebieden van elk van de deskundigen die zij voor het lidmaatschap voordragen. De Directeur-Generaal stelt de Staten die Partij zijn, alsmede relevante intergouvernementele organisaties en regionale organisaties voor economische integratie, in kennis van de samenstelling van de IGR-lijst van deskundigen.

HOOFDSTUK II. DE COMMISSIE VOOR NOODSITUATIES

Artikel 48. Mandaat en samenstelling

1.

De Directeur-Generaal stelt een Commissie voor noodsituaties in die op verzoek van de Directeur-Generaal haar oordeel geeft over:

  • a. de vraag of een gebeurtenis een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang vormt;
  • b. de beëindiging van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang; en
  • c. de voorgestelde afgifte, wijziging, verlenging of beëindiging van tijdelijke aanbevelingen.
2.

De Commissie voor noodsituaties is samengesteld uit deskundigen die door de Directeur-Generaal worden gekozen uit de IGR-lijst van deskundigen en, wanneer van toepassing, andere commissies van advies van de Organisatie. De Directeur-Generaal stelt de duur van het lidmaatschap vast teneinde de continuïteit van het onderzoek van een specifieke gebeurtenis en van de gevolgen daarvan te waarborgen. De Directeur-Generaal kiest de leden van de Commissie voor noodsituaties op basis van de expertise en ervaring die voor een bepaalde zitting vereist zijn en met zorgvuldige inachtneming van de beginselen van een billijke geografische spreiding. Ten minste een lid van de Commissie voor noodsituaties dient een deskundige te zijn die is voorgedragen door een Staat die Partij is op wiens grondgebied de gebeurtenis zich voordoet.

3.

De Directeur-Generaal kan, uit eigen beweging of op verzoek van de Commissie voor noodsituaties, een of meer technische deskundigen aanstellen om de Commissie te adviseren.

Artikel 49. Procedure

1.

De Directeur-Generaal roept bijeenkomsten van de Commissie voor noodgevallen bijeen door een aantal van de in artikel 48, tweede lid, genoemde deskundigen te kiezen aan de hand van de expertisegebieden en ervaring die het meest relevant zijn voor de specifieke gebeurtenis die zich voordoet. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „bijeenkomsten” van de Commissie voor noodgevallen mede verstaan teleconferenties, videoconferenties of elektronische communicatie.

2.

De Directeur-Generaal verstrekt de Commissie voor noodsituaties de agenda en alle relevante informatie met betrekking tot de gebeurtenis, met inbegrip van informatie die door de Staten die Partij zijn, is verstrekt, alsmede door de Directeur-Generaal voor bekendmaking voorgestelde tijdelijke aanbevelingen.

3.

De Commissie voor noodsituaties kiest haar voorzitter en stelt na elke bijeenkomst een korte samenvatting op van haar handelingen en beraadslagingen, met inbegrip van mogelijk advies inzake aanbevelingen.

4.

De Directeur-Generaal nodigt de Staat die Partij is op wiens grondgebied de gebeurtenis zich voordoet uit zijn opvattingen uiteen te zetten voor de Commissie voor noodsituaties. De Directeur-Generaal stelt deze Staat daartoe zo lang van tevoren als noodzakelijk is in kennis van de datum en de agenda van de bijeenkomst van de Commissie voor noodsituaties. De betrokken Staat die Partij is, kan echter niet om uitstel van de bijeenkomst van de Commissie voor noodsituatie verzoeken ten behoeve van de uiteenzetting van zijn opvattingen voor de Commissie.

5.

Het oordeel van de Commissie voor noodsituaties wordt ter bestudering aan de Directeur-Generaal gezonden. De uiteindelijke beslissing in deze kwesties ligt bij de Directeur-Generaal.

6.

De Directeur-Generaal stelt de Staten die Partij zijn in kennis van de vaststelling en de beëindiging van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang, door de betrokken Staat die Partij is genomen gezondheidsmaatregelen, tijdelijke aanbevelingen en enige wijziging, verlenging en beëindiging van dergelijke maatregelen, tezamen met het oordeel van de Commissie voor noodsituaties. De Directeur-Generaal stelt vervoersexploitanten via de Staten die Partij zijn en de relevante internationale instanties op de hoogte van dergelijke tijdelijke aanbevelingen, met inbegrip van de wijziging, verlenging of beëindiging daarvan. De Directeur-Generaal maakt vervolgens dergelijke informatie en aanbevelingen toegankelijk voor het publiek.

7.

Een Staat die Partij is op wiens grond de gebeurtenis zich heeft voorgedaan kan bij de Directeur-Generaal een voorstel indienen tot beëindiging van de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang en/of de tijdelijke aanbevelingen, en kan daartoe een presentatie verzorgen voor de Commissie voor noodsituaties.

HOOFDSTUK III. DE TOETSINGSCOMMISSIE

Artikel 50. Mandaat en samenstelling

1.

De Directeur-Generaal stelt een Toetsingscommissie in, die de volgende taken verricht:

  • a. het doen van technische aanbevelingen aan de Directeur-Generaal betreffende wijzigingen van deze Regeling;
  • b. het geven van technisch advies aan de Directeur-Generaal met betrekking tot permanente aanbevelingen, en wijzigingen of beëindiging daarvan;
  • c. het geven van technisch advies aan de Directeur-Generaal inzake elke kwestie die de Directeur-Generaal aan haar heeft voorgelegd betreffende de werking van deze Regeling.
2.

De Toetsingscommissie wordt beschouwd als een commissie van deskundigen waarop de WHO-regeling inzake commissies van advies van toepassing is tenzij in dit artikel anders is bepaald.

3.

De leden van de Toetsingscommissie worden door de Directeur-Generaal benoemd en door deze gekozen uit de personen die op de IGR-lijst van deskundigen staan vermeld en, wanneer van toepassing, uit andere commissies van advies van de Organisatie.

4.

De Directeur-Generaal stelt het aantal leden vast dat wordt uitgenodigd voor een vergadering van de Toetsingscommissie, alsmede de datum en duur daarvan, en roept de commissie bijeen.

5.

De leden van de Toetsingscommissie worden door de Directeur-Generaal voor de duur van de werkzaamheden van een slechts een zitting benoemd.

6.

De Directeur-Generaal kiest de leden van de Toetsingscommissie op basis van de beginselen van een billijke geografische spreiding, een evenwichtige verdeling tussen de seksen, een evenwichtige verdeling tussen deskundigen uit ontwikkelde en ontwikkelingslanden, vertegenwoordiging van verschillende wetenschappelijke stromingen, benaderingen en praktische ervaringen uit diverse delen van de wereld, en een passende verdeling tussen de verschillende disciplines.

Artikel 51. Gang van zaken

1.

Beslissingen van de Toetsingscommissie worden genomen door een meerderheid van de leden die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.

2.

De Directeur-Generaal nodigt lidstaten, de Verenigde Naties en haar gespecialiseerde organisaties en andere relevante intergouvernementele of niet-gouvernementele organisaties die officiële betrekkingen onderhouden met de WHO uit vertegenwoordigers aan te wijzen om de zittingen van de Commissie bij te wonen. Dergelijke vertegenwoordigers kunnen memoranda indienen en, met toestemming van de Voorzitter, verklaringen afleggen over de onderwerpen die worden besproken. Zij hebben geen stemrecht.

Artikel 52. Verslagen

1.

De Toetsingscommissie stelt per zitting een verslag op met daarin het oordeel en advies van de commissie. Dit verslag wordt voor het einde van de zitting goedgekeurd door de Toetsingscommissie. Haar oordeel en advies zijn niet bindend voor de Organisatie en worden opgesteld als een advies aan de Directeur-Generaal. De tekst van het verslag mag niet zonder toestemming van de commissie worden gewijzigd.

2.

Indien de Toetsingscommissie niet tot unanieme bevindingen is gekomen, heeft elk lid het recht zijn of haar afwijkende mening als deskundige kenbaar te maken in een afzonderlijk of door een groep opgesteld verslag waarin de redenen voor de afwijkende mening vermeld staan; dit verslag maakt deel uit van het verslag van de commissie.

3.

Het verslag van de Toetsingscommissie wordt ingediend bij de Directeur-Generaal, die het oordeel en advies zal overbrengen aan de Gezondheidsvergadering of de Uitvoerende Raad ter bestudering en met het oog op het nemen van maatregelen.

Artikel 53. Procedures voor permanente aanbevelingen

Wanneer de Directeur-Generaal van oordeel is dat een permanente aanbeveling noodzakelijk en passend is voor een specifiek volksgezondheidsrisico, vraagt de Directeur-Generaal om het oordeel van de Toetsingscommissie. Naast de relevante leden van de artikelen 50 tot en met 52, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

  • a. voorstellen voor permanente aanbevelingen en de wijziging of beëindiging daarvan kunnen door de Directeur-Generaal of door de Staten die Partij zijn via de Directeur-Generaal worden voorgelegd aan de Toetsingscommissie;
  • b. elke Staat die Partij is, kan relevante informatie ter bestudering aan de Toetsingscommissie voorleggen;
  • c. de Directeur-Generaal kan elke Staat die Partij is, of elke intergouvernementele of niet-gouvernementele organisatie die officiële betrekkingen onderhoudt met de WHO verzoeken de Toetsingscommissie te laten beschikken over in zijn of haar bezit zijnde informatie betreffende het onderwerp van de voorgestelde permanente aanbeveling zoals aangegeven door de Toetsingscommissie;
  • d. de Directeur-Generaal kan, uit eigen beweging of op verzoek van de Toetsingscommissie, een of meer technische deskundigen aanwijzen om de Toetsingscommissie te adviseren. Zij hebben geen stemrecht;
  • e. elk verslag met het oordeel en advies van de Toetsingscommissie betreffende permanente aanbevelingen wordt ter bestudering en besluitvorming naar de Directeur-Generaal gezonden. De Directeur-Generaal brengt het oordeel en advies van de Toetsingscommissie over aan de Gezondheidsvergadering;
  • f. de Directeur-Generaal stelt de Staten die Partij zijn op de hoogte van alle permanente aanbevelingen, alsmede van de wijziging of beëindiging van dergelijke aanbevelingen, tezamen met de standpunten van de Toetsingscommissie;
  • g. permanente aanbevelingen worden door de Directeur-Generaal ter bestudering ingediend bij de eerstvolgende Gezondheidsvergadering.

DEEL X. SLOTBEPALINGEN

Artikel 54. Verslaglegging en toetsing

1.

De Staten die Partij zijn en de Directeur-Generaal brengen aan de Gezondheidsvergadering verslag uit van de implementatie van deze Regeling zoals besloten door de Gezondheidsvergadering.

2.

De Gezondheidsvergadering toetst de werking van deze Regeling periodiek. Zij kan daartoe, via de Directeur-Generaal, om advies van de Toetsingscommissie verzoeken. Een eerste dergelijke toetsing vindt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling plaats.

3.

De WHO voert periodiek onderzoek uit teneinde de werking van Bijlage 2 te toetsen en te evalueren. Een eerste dergelijke toetsing vangt uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van deze Regeling aan. De resultaten van dergelijke toetsingen worden ter bestudering bij de Gezondheidsvergadering ingediend, naargelang van het geval.

Artikel 55. Wijzigingen

1.

Wijzigingen van deze Regeling kunnen door elke Staat die Partij is of door de Directeur-Generaal worden voorgesteld. Dergelijke voorstellen tot wijziging worden ter bestudering bij de Gezondheidsvergadering ingediend.

2.

De tekst van een wijzigingsvoorstel wordt ten minste vier maanden vóór de Gezondheidsvergadering waaraan zij ter bestudering wordt voorgelegd, door de Directeur-Generaal aan de Staten die Partij zijn toegezonden.

3.

Wijzigingen van deze Regeling die door de Gezondheidsvergadering ingevolge dit artikel worden aangenomen, treden voor alle Staten die Partij zijn in werking onder dezelfde voorwaarden, en met inachtneming van dezelfde rechten en verplichtingen, als vervat in artikel 22 van het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie en in de artikelen 59 tot en met 64 van deze Regeling.

Artikel 56. Regeling van geschillen

1.

Indien tussen twee of meer Staten die Partij zijn een geschil ontstaat met betrekking tot de interpretatie of toepassing van deze Regeling, trachten de betrokken Staten die Partij zijn in eerste instantie tot een regeling van het geschil te komen door middel van onderhandeling of andere vreedzame middelen van hun eigen keuze, met inbegrip van goede diensten, bemiddeling of verzoening. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, worden de partijen bij het geschil niet ontheven van de verplichting te blijven zoeken naar een oplossing voor het geschil.

2.

Indien het geschil niet kan worden geregeld met de in het eerste lid van dit artikel genoemde middelen, kunnen de betrokken Staten die Partij zijn overeenkomen het geschil voor te leggen aan de Directeur-Generaal, die alles in het werk zal stellen om het geschil te regelen.

3.

Een Staat die Partij is, kan te allen tijde schriftelijk aan de Directeur-Generaal verklaren arbitrage als dwingend te aanvaarden voor alle geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van deze Regeling waarbij hij partij is of met betrekking tot een specifiek geschil ten aanzien van een andere Staat die Partij is die dezelfde verplichting aanvaardt. De arbitrage vindt plaats in overeenstemming met de Arbitration Optional Rules for Arbitrating Disputes between Two States van het Permanente Hof van Arbitrage die van toepassing zijn op het tijdstip waarop het verzoek tot arbitrage wordt gedaan. De Staten die Partij zijn die ermee in hebben gestemd arbitrage als dwingend te aanvaarden, aanvaarden de scheidsrechterlijke uitspraak als bindend en onherroepelijk. De Directeur-Generaal stelt de Gezondheidsvergadering wanneer nodig op de hoogte van een dergelijke maatregelen.

4.

Niets in deze Regeling doet afbreuk aan de rechten van de Staten die Partij zijn ingevolge andere internationale overeenkomsten waarbij zij partij kunnen zijn, gebruik te maken van regelingen voor geschillenbeslechting van andere intergouvernementele organisaties of zoals ingesteld ingevolge een internationale overeenkomst.

5.

In geval van een geschil tussen de WHO en een of meer Staten die Partij zijn betreffende de interpretatie of toepassing van deze Regeling, wordt de kwestie voorgelegd aan de Gezondheidsvergadering.

Artikel 57. Verhouding tot andere internationale overeenkomsten

1.

De Staten die Partij zijn, erkennen dat de IGR en andere relevante internationale overeenkomsten zodanig moeten worden geïnterpreteerd dat zij met elkaar in overeenstemming zijn. De bepalingen van de IGR doen geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen van een Staat die Partij is die voortvloeien uit andere internationale overeenkomsten.

2.

Geen enkele bepaling van deze Regeling, met in achtneming van het eerste lid van dit artikel, belet Staten die Partij zijn die bepaalde gezamenlijke belangen hebben vanwege hun sanitaire, geografische, sociale of economische omstandigheden, speciale verdragen of overeenkomsten te sluiten teneinde de toepassing van deze Regeling te vergemakkelijken, en in het bijzonder met betrekking tot:

  • a. de rechtstreekse en snelle uitwisseling van informatie op het gebied van de volksgezondheid tussen aangrenzende gebieden van verschillende Staten;
  • b. de gezondheidsmaatregelen die worden toegepast op internationaal kustverkeer en internationaal verkeer in de wateren die onder hun rechtsmacht vallen;
  • c. de gezondheidsmaatregelen die worden toegepast in aangrenzende grondgebieden van verschillende Staten bij hun gemeenschappelijke grens;
  • d. regelingen voor het vervoer van getroffen personen of getroffen stoffelijke overschotten door middel van voor dat doel aangepast vervoer; en
  • e. ontratting, insectenverdelging, desinfectie, ontsmetting of andere behandeling bedoeld om goederen vrij te maken van ziekteverwekkers.
3.

Onverminderd hun verplichtingen ingevolge deze Regeling, passen Staten die Partij zijn die lid zijn van een regionale organisatie voor economische integratie in hun onderlinge betrekkingen de gemeenschappelijke regels toe die van kracht zijn in die organisatie voor economische integratie.

Artikel 58. Internationale sanitaire verdragen en regelingen

1.

Behoudens het bepaalde in artikel 62 en de hierna vastgestelde uitzonderingen, vervangt deze Regeling de volgende internationale sanitaire verdragen en regelingen voor wat betreft de betrekkingen tussen de Staten die gebonden zijn door deze Regeling en die tussen de Staten en de WHO:

  • a. Internationaal Sanitair Verdrag, ondertekend te Parijs op 21 juni 1926;
  • b. Internationaal Sanitair Verdrag voor de Luchtvaart, ondertekend te 's-Gravenhage op 12 april 1933;
  • c. Overeenkomst betreffende de afschaffing van gezondheidspassen, ondertekend te Parijs op 22 december 1934;
  • d. Overeenkomst betreffende de afschaffing van de consulaire visa op gezondheidspassen, ondertekend te Parijs op 22 december 1934;
  • e. Verdrag tot wijziging van het Internationaal Sanitair Verdrag van 21 juni 1926, ondertekend te Parijs op 31 oktober 1938;
  • f. Internationaal Sanitair Verdrag tot wijziging van het Internationaal Sanitair Verdrag van 21 juni 1926, opengesteld voor ondertekening te Washington op 15 december 1944;
  • g. Internationaal Sanitair Verdrag voor de Luchtvaart, 1944, tot wijziging van het Internationaal Sanitair Verdrag voor de Luchtvaart van 12 april 1933, opengesteld voor ondertekening te Washington op 15 december 1944;
  • h. Protocol van 23 april 1946 tot verlenging van het Internationaal Sanitair Verdrag, 1944, ondertekend te Washington;
  • i. Protocol van 23 april 1946 tot verlenging van het Internationaal Sanitair Verdrag voor de Luchtvaart, 1944, ondertekend te Washington;
  • j. Internationale Sanitaire Regeling, 1951, en de Aanvullende Regeling van 1955, 1956, 1960, 1963 en 1965; en
  • k. de Internationale Gezondheidsregeling van 1969 en de wijzigingen van 1973 en 1981.
2.

De Panamerikaanse Sanitaire Code, ondertekend te Havana op 14 november 1924, blijft van kracht met uitzondering van de artikelen, 2, 9, 10, 11, 16 tot en met 53, 61 en 62, waarop het relevante gedeelte van het eerste lid van dit artikel van toepassing is.

Artikel 59. Inwerkingtreding; tijdvak voor verwerping of voorbehouden

1.

Uit hoofde van artikel 22 van het Statuut van de WHO wordt de tijd gedurende welke deze Regeling of een wijziging daarvan kan worden verworpen of ten aanzien ervan voorbehouden kunnen worden gemaakt, gesteld op 18 maanden met ingang van de dag van de kennisgeving door de Directeur-Generaal dat deze Regeling of een wijziging van deze Regeling door de Gezondheidsvergadering is aangenomen. Aan verwerpingen of voorbehouden die ter kennis van de Directeur-Generaal worden gebracht na het verstrijken van het genoemde tijdvak wordt geen gevolg gegeven.

2.

Deze Regeling treedt in werking 24 maanden na de in het eerste lid van dit artikel genoemde datum van kennisgeving, uitgezonderd ten aanzien van:

  • a. een Staat die deze Regeling of een wijziging daarvan heeft verworpen in overeenstemming met artikel 61;
  • b. een Staat die een voorbehoud heeft gemaakt, voor wie deze Regeling in werking treedt als voorzien in artikel 62;
  • c. een Staat die lid wordt van de WHO na de in het eerste lid van dit artikel genoemde datum van kennisgeving van de Directeur-Generaal en die nog geen partij is bij deze Regeling, voor wie deze Regeling in werking treedt zoals voorzien in artikel 60; en
  • d. een Staat die geen lid van de WHO is die deze Regeling aanvaardt, voor wie deze Regeling in werking treedt in overeenstemming met artikel 64, eerste lid.
3.

Indien een Staat niet in de gelegenheid is zijn nationale wettelijke en administratieve regelingen volledig aan deze Regeling aan te passen binnen het in het tweede lid van dit artikel gestelde tijdvak, doet deze Staat binnen het in het eerste lid van dit artikel genoemde tijdvak de Directeur-Generaal een verklaring toekomen betreffende de aanpassingen die nog moeten worden gedaan en dient zij deze uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze Regeling voor die Staat die Partij is te verwezenlijken.

Artikel 60. Nieuwe lidstaten van de WHO

Iedere Staat die lid wordt van de WHO na de in artikel 59, eerste lid, bedoelde datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal en die niet reeds partij is bij deze Regeling, kan binnen een tijdvak van twaalf maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal aan hem nadat hij lid van de WHO is geworden, mededelen dat hij deze Regeling verwerpt of ten aanzien ervan een voorbehoud maakt. Tenzij zij verworpen wordt, treedt deze Regeling na het verstrijken van dat tijdvak ten aanzien van die Staat in werking, behoudens de bepalingen van de artikelen 62 en 63. In geen geval treedt deze Regeling ten aanzien van die Staat eerder in werking dan 24 maanden na de datum van de in artikel 59, eerste lid, bedoelde kennisgeving.

Artikel 61. Verwerping

Wanneer een Staat de Directeur-Generaal in kennis stelt van zijn verwerping van deze Regeling of van een wijziging ervan binnen het in artikel 59, eerste lid, voorziene tijdvak, treedt deze Regeling of de betreffende wijziging ten aanzien van die Staat niet in werking. Internationale sanitaire verdragen of regelingen vermeld in artikel 58 waarbij een dergelijke Staat reeds partij is, blijven wat deze Staat betreft van kracht.

Artikel 62. Voorbehouden

1.

Staten kunnen ten aanzien van deze Regeling in overeenstemming met dit artikel voorbehouden maken. Dergelijke voorbehouden mogen niet onverenigbaar zijn met het onderwerp en het doel van deze Regeling.

2.

Van voorbehouden ten aanzien van deze Regeling wordt de Directeur-Generaal kennisgeving gedaan in overeenstemming met artikel 59, eerste lid, artikel 60, eerste lid, artikel 63, eerste lid, of artikel 64, eerste lid, al naar gelang het geval. Een Staat die geen lid van de WHO is, stelt de Directeur-Generaal tezamen met zijn kennisgeving van aanvaarding van deze Regeling in kennis van enig voorbehoud. Staten die voorbehouden maken, dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken.

3.

Een gedeeltelijke verwerping van deze Regeling wordt aangemerkt als voorbehoud.

4.

De Directeur-Generaal doet, in overeenstemming met artikel 65, tweede lid, kennisgeving van elk voorbehoud dat hij ingevolge het tweede lid van dit artikel heeft ontvangen. De Directeur-Generaal:

  • a. verzoekt, indien het voorbehoud werd gemaakt vóór de inwerkingtreding van deze Regeling, de lidstaten die deze Regeling niet hebben verworpen hem of haar binnen zes maanden in kennis te stellen van een eventueel bezwaar tegen het voorbehoud, of
  • b. verzoekt, indien het voorbehoud werd gemaakt na de inwerkingtreding van deze Regeling, de Staten die Partij zijn hem of haar binnen zes maanden in kennis te stellen van een eventueel bezwaar tegen het voorbehoud.

Staten die bezwaar maken tegen een voorbehoud dienen de Directeur-Generaal de redenen hiervoor kenbaar te maken.

5.

Na dit tijdvak stelt de Directeur-Generaal alle Staten die Partij zijn in kennis van de bezwaren die hij of zij heeft ontvangen ten aanzien van de voorbehouden. Tenzij na het verstrijken van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten bezwaar heeft gemaakt tegen een voorbehoud, wordt deze geacht te zijn aanvaard en treedt deze Regeling in werking voor de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van het voorbehoud.

6.

Indien ten minste een derde van de in het vierde lid van dit artikel bedoelde Staten voor het einde van het tijdvak van zes maanden te rekenen vanaf de in het vierde lid van dit artikel bedoelde datum van kennisgeving bezwaar maakt tegen het voorbehoud, stelt de Directeur-Generaal de Staat die een voorbehoud maakt daarvan in kennis opdat deze binnen drie maanden vanaf de datum van kennisgeving door de Directeur-Generaal intrekking van het voorbehoud in overweging neemt.

7.

De Staat die een voorbehoud maakt, blijft de met het onderwerp van het voorbehoud samenhangende verplichtingen die de Staat heeft aanvaard uit hoofde van de in artikel 58 vermelde internationale sanitaire verdragen of regelingen nakomen.

8.

Indien de Staat die een voorbehoud maakt het voorbehoud niet intrekt binnen drie maanden te rekenen vanaf de in het zesde lid van dit artikel bedoelde datum van de kennisgeving door de Directeur-Generaal, vraagt de Directeur-Generaal om het oordeel van de Toetsingscommissie indien de Staat die het voorbehoud maakt zulks verzoekt. De Toetsingscommissie informeert de Directeur-Generaal zo spoedig mogelijk en in overeenstemming met artikel 50 over de praktische gevolgen van het voorbehoud voor de werking van deze Regeling.

9.

De Directeur-Generaal legt het voorbehoud, en het oordeel van de Toetsingscommissie indien van toepassing, ter bestudering voor aan de Gezondheidsvergadering. Indien de Gezondheidsvergadering, met meerderheid van stemmen, bezwaar maakt tegen het voorbehoud op grond van het feit dat het onverenigbaar is met het onderwerp en het doel van deze Regeling, wordt het voorbehoud niet aanvaard en treedt deze Regeling pas in werking voor de Staat die voorbehoud maakt nadat deze zijn voorbehoud ingevolge artikel 63 heeft ingetrokken. Indien de Gezondheidsvergadering het voorbehoud aanvaardt, treedt deze Regeling in werking ten aanzien van de Staat die een voorbehoud maakt, met inachtneming van zijn voorbehoud.

Artikel 63. Intrekking van verwerping en voorbehoud

1.

Een verwerping uit hoofde van artikel 61 kan te allen tijde door een Staat worden ingetrokken door daarvan bij de Directeur-Generaal kennisgeving te doen. In dergelijke gevallen treedt deze Regeling ten aanzien van die Staat in werking na ontvangst van de kennisgeving door de Directeur-Generaal, tenzij de Staat een voorbehoud maakt bij de intrekking van de verwerping, in welk geval deze Regeling in werking treedt zoals voorzien in artikel 62. In geen geval treedt deze Regeling ten aanzien van die Staat eerder in werking dan 24 maanden na de in artikel 59, eerste lid, bedoelde datum van kennisgeving.

2.

Een voorbehoud kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken door de betrokken Staat die Partij is door daarvan bij de Directeur-Generaal kennisgeving te doen. In dergelijke gevallen wordt de intrekking van kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Directeur-Generaal.

Artikel 64. Staten die geen lid van de WHO zijn

1.

Elke Staat die geen lid is van de WHO, die partij is bij een van de in artikel 58 vermelde internationale sanitaire verdragen of regelingen of aan wie de Directeur-Generaal ter kennis heeft gebracht dat deze Regeling door de Gezondheidsvergadering is aangenomen, kan partij worden bij deze Regeling door de Directeur-Generaal kennisgeving van aanvaarding te doen. Met inachtneming van de bepalingen van artikel 62 treedt een dergelijke aanvaarding in werking op de datum van inwerkingtreding van deze Regeling of, indien de kennisgeving van aanvaarding na die datum geschiedt, drie maanden na de datum van ontvangst door de Directeur-Generaal van de kennisgeving van aanvaarding.

2.

Elke Staat die geen lid is van de WHO die partij is geworden bij deze Regeling kan deze Regeling te allen tijde opzeggen door daarvan bij de Directeur-Generaal kennisgeving te doen; deze opzegging treedt zes maanden na de ontvangst door de Directeur-Generaal van de kennisgeving in werking. De Staat die heeft opgezegd hervat met ingang van die datum de toepassing van de bepalingen van alle in artikel 58 vermelde internationale sanitaire verdragen of regelingen waarbij hij voordien partij was.

Artikel 65. Kennisgevingen door de Directeur-Generaal

1.

De Directeur-Generaal stelt alle lidstaten en geassocieerde leden van de WHO, alsmede andere partijen bij een van de in artikel 58 vermelde internationale sanitaire verdragen of regelingen, in kennis van de aanneming door de Gezondheidsvergadering van deze Regeling.

2.

De Directeur-Generaal stelt deze Staten, alsmede elke andere Staat die partij is geworden bij deze Regeling of bij een wijziging van deze Regeling, in kennis van alle door de WHO ontvangen kennisgevingen krachtens de artikelen 60 tot en met 64, alsmede van alle krachtens artikel 62 door de Gezondheidsvergadering genomen beslissingen.

Artikel 66. Authentieke teksten

1.

De Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst van deze Regeling zijn gelijkelijk authentiek. De originele teksten van deze Regeling worden nedergelegd bij de WHO.

2.

De Directeur-Generaal zendt voor eensluidend gewaarmerkte afschriften, tezamen met de in artikel 59, eerste lid, voorziene kennisgeving, aan alle leden en geassocieerde leden, alsook aan andere partijen bij een van de in artikel 58 vermelde internationale sanitaire overeenkomsten of regelingen.

3.

Na de inwerkingtreding van deze Regeling stelt de Directeur-Generaal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften ter beschikking aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie in overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)