Overeenkomst tussen de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Kirgizische Republiek betreffende de terug- en overname van onregelmatig binnengekomen en/ of verblijvende personen (terug- en overnameovereenkomst)
De Kirgizische Republiek en de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden), die krachtens de bepalingen van de op 11 april 1960 gesloten Overeenkomst inzake de verlegging van de personencontrole naar de buitengrenzen van het Benelux-gebied gemeenschappelijk optreden,
hierna genoemd „de Partijen”,
Ernaar strevend de samenwerking tussen de Partijen te bevorderen en de onderlinge communicatie te verbeteren teneinde beter uitvoering te geven aan de wetgeving en regelgeving inzake personenverkeer van de Partijen,
Ernaar strevend hun gezamenlijke wens strekkende tot het efficiënt bestrijden van de illegale immigratie van hun respectieve onderdanen alsmede van de onderdanen van een derde Staat en van staatloze personen te herbevestigen,
Erkennend dat het noodzakelijk is de rechten en vrijheden van de mens te eerbiedigen en benadrukkend dat deze Overeenkomst geen afbreuk doet aan de rechten van de mens en aan de verplichtingen van de Partijen, in het bijzonder de verplichtingen die voortvloeien uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948 en andere internationale overeenkomsten, met name het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966 en het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van 10 december 1984,
Ernaar strevend de internationaalrechtelijke verplichting tot terugname van eigen onderdanen ten uitvoer te brengen, en met name artikel 12, lid 4, van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,
Ernaar strevend een verplichting tot terugname van de onderdanen van een derde Staat en staatloze personen tussen de Partijen tot stand te brengen, onder de in deze Overeenkomst bedoelde voorwaarden,
Ernaar strevend, op basis van wederkerigheid, de terugname van personen die onregelmatig op het grondgebied van een andere Partij zijn binnengekomen en/of verblijven, en de doorgeleiding van over te nemen personen, te vergemakkelijken,
Bezorgd dat deze terugname snel en veilig moet plaatsvinden, volgens procedures die de rechten van de mens eerbiedigen,
Overwegende het feit dat samenwerking tussen de Partijen op het gebied van terugname van gemeenschappelijk belang is,
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. DEFINITIES EN WERKINGSSFEER
Artikel 1. Definities en werkingssfeer
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent:
-
- „Grondgebied”:
- –. voor de Benelux-Staten: het gezamenlijke grondgebied in Europa van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden;
- –. voor de Kirgizische Republiek: het grondgebied van de Kirgizische Republiek;
-
- „Onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon”: elke persoon die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf;
-
- „Terugname”: de verwijdering door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij en de toelating door de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij van een eigen onderdaan van de Aangezochte Partij, respectievelijk van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon, die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij, onder de in deze Overeenkomst bedoelde voorwaarden;
-
- „Eigen onderdaan”: elke persoon die de nationaliteit heeft van één der Benelux-Staten of van de Kirgizische Republiek;
-
- „Derde Staat”: elke Staat die noch een Benelux-Staat noch de Kirgizische Republiek is;
-
- „Onderdaan van een derde Staat”: elke persoon die de nationaliteit heeft van een andere Staat dan van één der Benelux-Staten of van de Kirgizische Republiek;
-
- „Staatloze persoon”: elke persoon zonder nationaliteit zoals bepaald door het Verdrag van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatloze personen;
-
- „Verzoekende Partij”: de Partij op wiens grondgebied een onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon zich bevindt en die om de terugname van deze persoon dan wel zijn doorgeleiding verzoekt, onder de in deze Overeenkomst bedoelde voorwaarden;
-
- „Aangezochte Partij”: de Partij die wordt verzocht een onregelmatig binnengekomen en/of verblijvende persoon op het grondgebied van de Verzoekende Partij terug of over te nemen dan wel zijn doorgeleiding over haar grondgebied toe te staan, onder de in deze Overeenkomst bedoelde voorwaarden;
-
- „Diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij”: de bij de Verzoekende Partij geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij;
-
- „Verblijfstitel”: een door een van de Partijen afgegeven officiële vergunning die een persoon het recht geeft om op haar grondgebied te verblijven. Hieronder valt niet de tijdelijke vergunning om in verband met de behandeling van een asielverzoek of de aanvraag van een verblijfsvergunning op het grondgebied te verblijven.
DEEL II. TERUGNAMEPLICHTEN
Artikel 2. Terugname van eigen onderdanen
Elke Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder verdere formaliteiten, andere dan bedoeld in deze Overeenkomst, elke persoon op haar grondgebied terug of over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij, mits er kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt op basis van een begin van bewijs, dat de persoon de nationaliteit van de Aangezochte Partij heeft.
De terugnameplicht uit lid 1 geldt ook voor een persoon die na binnenkomst op het grondgebied van de Verzoekende Partij de nationaliteit van de Aangezochte Partij heeft verloren of er afstand van heeft gedaan, tenzij die persoon ten minste een naturalisatietoezegging van de Verzoekende Partij heeft ontvangen.
Elke Partij neemt ook de volgende personen terug en over:
-
- minderjarige kinderen van de in lid 1 van dit artikel vermelde personen, ongeacht hun geboorteplaats of nationaliteit, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht voor het grondgebied van de Verzoekende Partij hebben. De Partijen houden rekening met de belangen van het minderjarige kind voordat ze de terugname aanvragen.
-
- echtgenoten van de personen vermeld in lid 1 van dit artikel die een andere nationaliteit bezitten, mits zij het recht hebben of krijgen om op het grondgebied van de Aangezochte Partij binnen te komen en/of permanent te verblijven, tenzij zij een zelfstandig verblijfsrecht voor het grondgebied van de Verzoekende Partij hebben.
Op verzoek van de Verzoekende Partij, en conform de bepalingen van artikel 7, lid 5, verstrekt de Aangezochte Partij onverwijld de met het oog op de teruggeleiding van de terug of over te nemen personen vereiste reisdocumenten.
Artikel 3. Terugname van onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
Elke Partij neemt op verzoek van de andere Partij en zonder verdere formaliteiten, andere dan bedoeld in deze Overeenkomst, elke onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon op haar grondgebied terug of over die niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij, mits er kan worden aangetoond, of aannemelijk kan worden gemaakt op basis van een begin van bewijs, dat deze persoon:
-
- in het bezit is van een geldige verblijfstitel afgegeven door de Aangezochte Partij; of
-
- in het bezit is van een geldig visum, anders dan een transitvisum, afgegeven door de Aangezochte Partij.
DEEL III. TERUGNAMEPROCEDURE
Artikel 4. Indiening van het verzoek om terugname
Een verzoek om terugname op grond van artikel 2 of 3 van deze Overeenkomst wordt schriftelijk ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij.
Elk verzoek om terugname bevat de volgende inlichtingen:
-
- de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, eventueel vroegere namen, bijnamen en pseudoniemen, aliassen, geslacht, geboortedatum en, indien mogelijk, geboorteplaats en laatste verblijfplaats op het grondgebied van de Aangezochte Partij);
-
- een kopie van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 5 of 6.
Er is geen terugnameverzoek vereist wanneer de terug of over te nemen persoon in het bezit is van een geldig document dat het recht geeft de staatsgrens over te steken en, indien het een onderdaan van een derde Staat of een staatloze persoon betreft, tevens in het bezit is van een geldig visum of een geldige verblijfstitel van de Aangezochte Partij.
In het geval van een verzoek om terugname op basis van artikel 3 van deze Overeenkomst dient de Verzoekende Partij tegelijkertijd een verzoek om terugname bij het land van herkomst en bij de Aangezochte Partij in.
Artikel 5. Bewijsmiddelen met betrekking tot eigen onderdanen
Het bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de documenten genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst: Indien dergelijke documenten worden overgelegd, erkennen de Partijen de nationaliteit zonder verdere formaliteiten.
Het begin van bewijs van de nationaliteit overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de documenten of elementen genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Indien dergelijke documenten of elementen worden overgelegd, nemen de Partijen de nationaliteit als vaststaand aan, tenzij de Aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.
Indien geen van de in de leden 1 en 2 van dit artikel genoemde documenten of elementen kan worden overgelegd, doch er naar de mening van de Verzoekende Partij een vermoeden bestaat met betrekking tot de nationaliteit van de terug of over te nemen persoon, treffen de bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Partij de vereiste maatregelen om de nationaliteit van de betrokkene vast te stellen. Indien de Verzoekende Partij het nodig acht, vindt er een gesprek met de betrokkenen plaats teneinde onder meer op basis van de taal waarin de persoon zich uitdrukt vast te stellen of het een eigen onderdaan betreft.
Het in lid 3 van dit artikel vermelde gesprek wordt gevoerd door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij, of een door de Verzoekende Partij uitgenodigde afvaardiging van de Aangezochte Partij, of door een andere in onderling overleg aangestelde deskundige.
Artikel 6. Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van deze Overeenkomst vermelde voorwaarden voor terugname van onderdanen van een derde Staat of staatloze personen kan worden geleverd door middel van de bewijsmiddelen genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Deze bewijsmiddelen worden door de Partijen zonder verdere formaliteiten erkend.
Het begin van bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van deze Overeenkomst vermelde voorwaarden voor terugname van onderdanen van een derde Staat of staatloze personen kan worden geleverd door middel van de bewijsmiddelen genoemd in het Uitvoeringsprotocol bij deze Overeenkomst. Wanneer dit begin van bewijs is geleverd, nemen de Partijen aan dat aan de voorwaarden is voldaan, tenzij de Aangezochte Partij het tegendeel kan bewijzen.
Artikel 7. Termijnen
Het verzoek om terugname van een eigen onderdaan van een Partij kan op ieder ogenblik door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij worden ingediend, wanneer is vastgesteld dat de betrokkene niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij.
Het verzoek om terugname van een onderdaan van een derde Staat of van een staatloze persoon moet door de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij worden ingediend binnen een termijn van ten hoogste één (1) jaar nadat de Verzoekende Partij kennis heeft gekregen van het feit dat deze persoon niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de Verzoekende Partij. Indien er juridische of feitelijke belemmeringen zijn waardoor het verzoek niet tijdig kan worden ingediend, wordt de termijn, op verzoek, verlengd doch uiterlijk totdat de belemmeringen zijn opgeheven.
Een verzoek om terugname moet onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van dertig (30) dagen worden beantwoord en elke afwijzing moet worden gemotiveerd. Deze termijn begint te lopen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terugname. Wanneer niet binnen deze termijn wordt geantwoord, wordt aangenomen dat met de overdracht wordt ingestemd.
Nadat de instemming met het verzoek om terugname is gegeven, of nadat de termijn is verstreken, draagt de Verzoekende Partij de persoon met wiens terugname werd ingestemd onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van zes (6) maanden over. Deze termijn kan op verzoek worden verlengd met de tijd die nodig is om de juridische of praktische belemmeringen op te heffen. De Aangezochte Partij neemt de persoon met wiens terugname werd ingestemd zonder verdere formaliteiten over of terug.
Op verzoek van de Verzoekende Partij verstrekt de Aangezochte Partij onverwijld, en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, het voor de terugkeer van de terug of over te nemen persoon noodzakelijke reisdocument op diens naam en met een geldigheidsduur van ten minste één (1) maand. Kan de Aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen vijf (5) werkdagen na de datum van instemming met de terugname verstrekken, dan wordt aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de Verzoekende Partij verstrekt reisdocument. Indien de betrokkene om juridische of andere redenen niet binnen de geldigheidstermijn van het oorspronkelijk afgegeven reisdocument kan worden overgedragen, verstrekt de Aangezochte Partij binnen twee (2) werkdagen een nieuw reisdocument of verlengt ze het oorspronkelijke document met eenzelfde geldigheidsduur.
Artikel 8. Overdrachtsmodaliteiten en wijze van vervoer
Voordat een persoon wordt overgedragen, stellen de bevoegde autoriteiten van de Verzoekende Partij de bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Partij schriftelijk in kennis van de datum en de modaliteiten van de overdracht, de aangewezen grensdoorlaatpost, het eventuele gebruik van begeleiders en elke andere informatie omtrent de overdracht.
De kennisgeving omtrent de overdracht bevat indien van toepassing tevens de volgende informatie:
-
- gezondheidsgegevens van de persoon, mits de betrokkene hier uitdrukkelijk mee heeft ingestemd;
-
- begeleiding die de over te dragen persoon nodig heeft;
-
- alle andere beschermings- of veiligheidsmaatregelen die voor deze overdracht nodig kunnen zijn.
Overdrachten geschieden in de regel door de lucht, maar kunnen ook over land of over zee worden uitgevoerd. De overdracht per vliegtuig kan plaatsvinden met gebruikmaking van lijn- of regeringsvluchten.
Overdrachten van onderdanen van een derde Staat of van staatloze personen vinden niet plaats als de geldigheidsduur van het visum of de verblijfstitel op de datum van de overdracht verstrijkt.
Artikel 9. Onterechte terugname
De Verzoekende Partij zal elke door de Aangezochte Partij teruggenomen persoon terugnemen als er binnen de drie (3) maanden na de overdracht wordt vastgesteld dat er niet wordt voldaan aan de vereisten uit hoofde van de artikelen 2 en 3 van deze Overeenkomst.
In de in lid 1 vermelde gevallen zijn de procedurevoorschriften van deze Terug- en overnameovereenkomst van overeenkomstige toepassing en worden tevens alle beschikbare gegevens met betrekking tot de werkelijke identiteit en nationaliteit van de terug te nemen persoon meegedeeld.
DEEL IV. DOORGELEIDINGEN
Artikel 10. Uitgangspunten bij doorgeleiding
De Partijen staan de doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat over hun grondgebied toe indien een andere Partij daarom verzoekt, wanneer de verdere reis in eventuele andere Staten van doorreis en de terugname door de Staat van bestemming verzekerd zijn.
De Partijen doen het nodige om doorgeleiding van onderdanen van een derde Staat te beperken tot gevallen waarin die personen niet rechtstreeks aan de Staat van bestemming kunnen worden overgedragen.
Doorgeleiding kan door de Partijen worden geweigerd:
-
- indien de onderdaan van een derde Staat een reëel risico loopt te worden onderworpen aan foltering, onmenselijke of vernederende behandeling, bestraffing of de doodstraf, of te worden vervolgd op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging in de Staat van bestemming of een andere Staat van doorreis;
-
- indien de onderdaan van een derde Staat op het grondgebied van de Aangezochte Partij strafrechtelijk zal worden vervolgd of de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties zal ondergaan.
De Partijen kunnen elke verleende toestemming intrekken indien zich later omstandigheden als bedoeld in lid 3 van dit artikel voordoen die de doorgeleiding belemmeren of indien de verdere reis in eventuele Staten van doorreis of de terugname door de Staat van bestemming niet meer verzekerd is. In die gevallen neemt de Verzoekende Partij de betrokkene onverwijld op haar grondgebied terug.
Artikel 11. Doorgeleidingsprocedure
Een doorgeleidingsverzoek moet schriftelijk worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten en moet de volgende inlichtingen bevatten:
-
- type van doorgeleiding (door de lucht, over land of zee), eventuele andere Staten van doorreis en de Staat van bestemming;
-
- de personalia van de betrokkene (naam, voornamen, geboortedatum en – indien beschikbaar – geboorteplaats, nationaliteit, aard en nummer van het reisdocument);
-
- beoogde grensdoorlaatpost, tijdstip van doorgeleiding en eventueel gebruik van begeleiders;
-
- een verklaring waarin wordt gesteld dat volgens de Verzoekende Partij is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 10, leden 1 en 2, van deze Overeenkomst, en dat er geen redenen bekend zijn voor een weigering op grond van artikel 10, lid 3.
De bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij brengt de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij onverwijld schriftelijk op de hoogte van de toelating, met bevestiging van de grensdoorlaatpost en het beoogde tijdstip van toelating, of van de weigering van de toelating en de redenen voor die weigering.
Indien de doorgeleiding door de lucht plaatsvindt, worden aan de door te geleiden persoon en eventuele begeleiders de noodzakelijke voorzieningen met het oog op toegang tot de nationale of internationale zone van de luchthaven van de Aangezochte Partij verleend.
De bevoegde autoriteiten van de Aangezochte Partij steunen, mits in onderling overleg, de doorgeleiding, met name door toezicht op de door te geleiden persoon en de terbeschikkingstelling van daartoe geschikte voorzieningen.
DEEL V. KOSTEN
Artikel 12. Kosten
Onverminderd het recht van de bevoegde autoriteiten om de aan de terugname verbonden kosten van de terug of over te nemen persoon of van derden terug te vorderen, komen alle kosten in verband met terugname en doorgeleiding of terugkeer van verkeerdelijk toegelaten personen uit hoofde van deze Overeenkomst tot aan de grens van de Staat van eindbestemming ten laste van de Verzoekende Partij.
DEEL VI
Artikel 13. Gegevensbescherming
Persoonsgegevens worden alleen verstrekt wanneer dit nodig is voor de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. De verwerking, de behandeling en het gebruik van persoonsgegevens door de bevoegde autoriteiten van de Kirgizische Republiek in een bepaald geval zijn onderworpen aan de wetgeving van de Kirgizische Republiek en, wanneer de behandeling door een bevoegde autoriteit van een Benelux-Staat wordt uitgevoerd, aan de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 (algemene verordening gegevensbescherming) en van de krachtens deze Verordening vastgestelde nationale wetgeving van de respectieve Benelux-Staten. Daarnaast zijn de volgende beginselen van toepassing:
-
- Persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is („rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie”);
-
- Persoonsgegevens moeten voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en mogen vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt; de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden wordt niet als onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden beschouwd („doelbinding”);
-
- Persoonsgegevens moeten toereikend zijn, ter zake dienend en beperkt tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt („minimale gegevensverwerking”) en niet bovenmatig uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden verzameld en/of vervolgens worden verwerkt; de verstrekte persoonsgegevens mogen met name uitsluitend betrekking hebben op:
-
- de personalia van de terug of over te nemen persoon (naam, voornaam, eventuele vroegere namen, bijnamen of pseudoniemen, geboortedatum en -plaats, geslacht, huidige en vorige nationaliteit);
-
- een identiteitsbewijs of paspoort (serienummer, geldigheidstermijn, datum van afgifte, afgevende autoriteit, plaats van afgifte);
-
- verblijfplaatsen en reisroutes;
-
- andere voor identificatie van de terug of over te nemen persoon of voor het onderzoek van de terugnamevereisten uit hoofde van deze Overeenkomst dienstige gegevens;
-
- Persoonsgegevens moeten juist zijn en zo nodig worden geactualiseerd; alle redelijke maatregelen moeten worden genomen om de persoonsgegevens die, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, onjuist zijn, onverwijld te wissen of te rectificeren („juistheid”);
-
- Persoonsgegevens moeten worden bewaard in een vorm die het mogelijk maakt de betrokkenen niet langer te identificeren dan voor de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt noodzakelijk is; persoonsgegevens mogen voor langere perioden worden opgeslagen voor zover de persoonsgegevens louter met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden worden verwerkt, mits de passende technische en organisatorische maatregelen worden getroffen om de rechten en vrijheden van de betrokkene te beschermen („opslagbeperking”);
-
- Zowel de mededelende als de ontvangende autoriteit treffen alle passende maatregelen om in voorkomend geval te zorgen voor de correctie, uitwissing of afscherming van persoonsgegevens wanneer de verwerking niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit artikel, met name omdat deze gegevens niet toereikend, ter zake dienend of nauwkeurig zijn, of omdat zij bovenmatig zijn in verhouding tot het doel van de verwerking. Dit behelst de kennisgeving van elke correctie, uitwissing of afscherming aan de andere Partij;
-
- Op verzoek stelt de ontvangende autoriteit de mededelende autoriteit in kennis van het gebruik van de meegedeelde gegevens en van de daardoor verkregen resultaten;
-
- Persoonsgegevens mogen uitsluitend aan de bevoegde autoriteiten worden verstrekt. Voor de mededeling aan andere instanties is de voorafgaande goedkeuring van de mededelende autoriteit vereist;
-
- De mededelende en ontvangende autoriteiten zijn verplicht de mededeling en ontvangst van persoonsgegevens schriftelijk te registreren;
-
- Persoonsgegevens moeten door het nemen van passende technische of organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is, en dat zij onder meer beschermd zijn tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging („integriteit en vertrouwelijkheid”).
Artikel 14. Verhouding tot andere internationale verplichtingen
Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden van de Partijen die voortvloeien uit internationale rechtsnormen.
DEEL VII. UITVOERING EN TOEPASSING
Artikel 15. Comité van deskundigen
De Partijen verlenen elkaar onderling hulp bij de toepassing en uitlegging van deze Overeenkomst. Daartoe stellen zij een Comité van deskundigen in dat met name:
-
- de toepassing van deze Overeenkomst volgt;
-
- voorstellen doet om vraagstukken in verband met de toepassing van deze Overeenkomst op te lossen;
-
- wijzigingen van en aanvullingen op deze Overeenkomst voorstelt;
-
- passende maatregelen ter bestrijding van illegale immigratie uitwerkt en aanbeveelt.
De Partijen behouden zich het recht voor om de door het Comité van deskundigen voorgestelde maatregelen al dan niet goed te keuren.
Het Comité bestaat uit één vertegenwoordiger voor het Koninkrijk België, één vertegenwoordiger voor het Groothertogdom Luxemburg, één vertegenwoordiger voor het Koninkrijk der Nederlanden en drie (3) vertegenwoordigers voor de Kirgizische Republiek. De Partijen wijzen daarin de voorzitter en de plaatsvervanger van de voorzitter aan. Plaatsvervangende leden worden benoemd. Indien nodig kunnen andere deskundigen bij de werkzaamheden van het Comité worden betrokken.
Het Comité komt bijeen op verzoek van één van de Partijen.
Artikel 16. Geschillenbeslechting
Vraagstukken in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst alsook geschillen tussen de Partijen ten aanzien van de interpretatie of toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst worden in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen door middel van overleg geregeld.
Artikel 17. Wijzigingen
Deze Overeenkomst kan in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd en aangevuld. Wijzigingen en aanvullingen, die een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst vormen, worden opgesteld in de vorm van afzonderlijke protocollen en treden in werking volgens de nationale wetgeving van de Partijen.
Artikel 18. Uitvoeringsprotocol
Alle nodige praktische bepalingen voor de uitvoering van deze Overeenkomst worden in het Uitvoeringsprotocol vastgelegd. In het Uitvoeringsprotocol wordt onder andere geregeld:
-
- de aanwijzing van de bevoegde autoriteiten van de Partijen;
-
- de aanwijzing van de grensdoorlaatposten;
-
- de vaststelling van de bewijsmiddelen;
-
- de voorwaarden waaronder en de wijze waarop begeleiding plaatsvindt van terug of over te nemen of door te geleiden personen.
Het Uitvoeringsprotocol is een integrerend onderdeel van deze Overeenkomst.
Artikel 19. Territoriale toepassing
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van deze Overeenkomst tot buiten Europa gelegen gebiedsdelen van het Koninkrijk worden uitgebreid door een kennisgeving aan het Secretariaat-Generaal van de Benelux Unie, die de overige Partijen hiervan in kennis stelt.
DEEL VIII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 20. Depositaris
Het Secretariaat-Generaal van de Benelux is depositaris van deze Overeenkomst. De depositaris bezorgt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift aan alle Ondertekenende Staten.
Artikel 21. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de depositaris van de laatste kennisgeving van de Ondertekenende Staat, waarbij ervan kennis wordt gegeven dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.
Indien de laatste kennisgeving wordt ingediend vóór de inwerkingtreding van de Overeenkomst tussen de Benelux-Staten en de Kirgizische Republiek inzake de vrijstelling van de visumplicht voor houders van geldige diplomatieke paspoorten en officiële/dienstpaspoorten, treedt deze Overeenkomst, in afwijking van het eerste lid, pas in werking na de datum van inwerkingtreding van voornoemde Overeenkomst.
Ten aanzien van iedere andere Ondertekenende Benelux-Staat treedt deze Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum van ontvangst door de depositaris van de kennisgeving dat de voor de inwerkingtreding vereiste interne formaliteiten zijn nageleefd.
De depositaris stelt ieder der Ondertekenende Partijen in kennis van de in lid 1 en 2 van dit artikel bedoelde kennisgevingen en van de data van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de Partijen.
Artikel 22. Schorsing, opzegging
Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
Elke Partij kan deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de depositaris, die de andere Partij hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen, met name in verband met de bescherming van de staatsveiligheid, de openbare orde of de volksgezondheid, schorsen. Wat betreft de intrekking van een dergelijke maatregel, brengen de Partijen elkaar onverwijld via diplomatieke weg op de hoogte.
De schorsing van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de eerste maand die volgt op de maand waarin de in lid 2 van dit artikel bedoelde kennisgeving door de depositaris is ontvangen.
Elke Partij kan deze Overeenkomst, na kennisgeving aan de depositaris, die de andere Partij hiervan in kennis stelt, om ernstige redenen opzeggen.
De opzegging van deze Overeenkomst wordt van kracht op de eerste dag van de zesde maand die volgt op de maand waarin de in lid 4 van dit artikel bedoelde kennisgeving door de depositaris is ontvangen.
Artikel 1. Aanwijzing bevoegde autoriteiten
Dertig (30) dagen na afsluiting van dit Protocol wisselen de Partijen lijsten uit met daarin de autoriteiten die bevoegd zijn om de Overeenkomst uit te voeren en hun bij de andere Partijen geaccrediteerde diplomatieke of consulaire vertegenwoordigingen.
De Partijen brengen elkaar onverwijld op de hoogte van elke verandering aan de in lid 1 van dit artikel bedoelde lijsten.
Artikel 2. Aanwijzing van de grensdoorlaatposten
De voor de toepassing van deze Overeenkomst gebruikte grensdoorlaatposten worden opgesomd in Bijlage 1 van dit Protocol.
De Partijen brengen elkaar onverwijld op de hoogte van elke verandering aan de in Bijlage 1 van dit Protocol vermelde lijst van grensdoorlaatposten.
De bevoegde autoriteiten kunnen ad hoc overeenkomen om andere grensdoorlaatposten te gebruiken voor de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 3. Indiening van het verzoek om terugname
Een verzoek om terugname wordt schriftelijk via e-mail of andere elektronische communicatiemiddelen rechtstreeks ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij.
Het verzoek om terugname wordt ingediend met behulp van het formulier dat als Bijlage 2 aan dit Protocol is gehecht.
Teneinde meer gedetailleerde informatie over het ingediende verzoek om terugname te verstrekken of te ontvangen, richt de Verzoekende Partij zich tot de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij.
Artikel 4. Bewijsmiddelen met betrekking tot eigen onderdanen
Bewijs van de nationaliteit krachtens artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van een van de volgende documenten:
-
- een geldig nationaal paspoort of vervangend reisdocument met foto (laissez-passer);
-
- een geldig nationaal identiteitsbewijs;
-
- een geldig militair identiteitsbewijs of een ander identiteitsbewijs van het personeel van de strijdkrachten met een foto van de houder;
-
- een identiteitsbewijs voor zeevarenden;
-
- andere officiële documenten waaruit de nationaliteit van betrokkene blijkt, afgegeven door de aangezochte Partij en voorzien van een foto;
-
- een document, zoals hiervoor beschreven, waarvan de geldigheidsduur is verstreken op de datum waarop het verzoek om terugname wordt verzonden;
-
- bevestiging van de identiteit na raadpleging van het Visuminformatiesysteem.
Begin van bewijs van de nationaliteit krachtens artikel 2 van deze Overeenkomst kan worden geleverd door middel van de volgende documenten of elementen:
-
- een kopie van één van de in lid 1 van dit artikel genoemde documenten;
-
- andere documenten of gegevens, met inbegrip van de biometrische gegevens, die kunnen bijdragen tot het vaststellen van de nationaliteit van de betrokkene (zeemansboekje, rijbewijs, e.a.);
-
- een document waaruit een consulaire inschrijving blijkt, een nationaliteitsbewijs of een bewijs van de erkende burgerlijke stand;
-
- een bedrijfspas;
-
- kopieën van de onder 2 tot en met 4 van dit lid genoemde documenten;
-
- een betrouwbare getuigenverklaring;
-
- de verklaring van de betrokkene.
Artikel 5. Bewijsmiddelen met betrekking tot onderdanen van een derde Staat en staatloze personen
Het bewijs dat is voldaan aan de in artikel 3 van de Overeenkomst vermelde voorwaarden voor terugname van onderdanen van een derde Staat of staatloze personen kan worden geleverd door middel van geldige visa of verblijfstitels afgegeven door de Aangezochte Partij als bewijsmiddelen.
Indien er geen enkel van de in lid 1 genoemde documenten kan worden overgelegd, maar de Verzoekende Partij een ernstig vermoeden heeft dat een onderdaan van een derde Staat of staatloze persoon onder de in artikel 3 van de Overeenkomst vermelde voorwaarden voor terugname valt, kan het begin van bewijs worden geleverd door middel van de volgende bewijsmiddelen:
-
- kopieën van de onder lid 1 genoemde documenten;
-
- alle documenten, informatie of verklaringen die het vermoeden ondersteunen dat de onderdaan van de derde Staat of staatloze persoon in het bezit is van een geldig visum of geldige verblijfstitel afgegeven door de Aangezochte Partij.
Artikel 6. Antwoord op het verzoek
Het antwoord op een verzoek om terugname wordt schriftelijk via e-mail of andere elektronische communicatiemiddelen rechtstreeks ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij. Een kopie van dit antwoord wordt tegelijkertijd bezorgd aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij.
Op het verzoek om terugname wordt geantwoord met behulp van het formulier dat als Bijlage 2 aan dit Protocol is gehecht en dat ook wordt gebruikt om dat verzoek in te dienen.
Artikel 7. Reisdocumenten
In geval van een positief antwoord op het verzoek om terugname, wordt het voor terugkeer noodzakelijke reisdocument krachtens artikel 7, lid 5, van de Overeenkomst in naam van de terug of over te nemen persoon overhandigd en onverwijld, en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van vijf (5) werkdagen, door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij aan de bevoegde autoriteiten van de Verzoekende Partij bezorgd.
Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van één (1) maand.
Indien de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij het gevraagde reisdocument niet binnen vijf (5) werkdagen na de datum van het positieve antwoord verstrekt, wordt op basis van artikel 7, lid 5, van de Overeenkomst aangenomen dat zij instemt met het gebruik van een door de Verzoekende Partij verstrekt reisdocument. De documenten die de Partijen voor dit doel zullen gebruiken, zijn als Bijlage 3 en 4 aan dit Protocol gehecht.
Artikel 8. Gesprekken
Indien het gesprek door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij wordt gevoerd, vindt het onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen een termijn van zeven (7) dagen vanaf de datum van ontvangst van het verzoek om terugname plaats.
Wanneer het gesprek door een afvaardiging van de Aangezochte Partij, of door een andere in onderling overleg aangestelde deskundige, wordt gevoerd, kan de planning van de gesprekken in onderling overleg worden vastgelegd, zodat een andere Verzoekende Partij gebruik kan maken van de diensten van de vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij.
De Aangezochte Partij brengt de Verzoekende Partij onverwijld, en in elk geval uiterlijk binnen de drie (3) werkdagen na het gesprek, op de hoogte van het resultaat van dit gesprek.
Artikel 9. Overdracht
De bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij schriftelijk via e-mail of andere elektronische communicatiemiddelen, minimaal drie (3) werkdagen vóór de geplande overdracht in kennis van haar voornemen om daartoe over te gaan. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als Bijlage 5 aan dit Protocol is gehecht. Een kopie van dit formulier wordt bezorgd aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij.
Indien de verzoekende Partij niet in staat is de terug of over te nemen persoon binnen de in artikel 7, lid 4, van de Overeenkomst genoemde termijn van zes (6) maanden over te dragen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij daarvan onverwijld in kennis. Zodra de effectieve overdracht van de betrokkene kan plaatsvinden, stelt de bevoegde autoriteit van de Verzoekende Partij de Aangezochte Partij daarvan in kennis met behulp van het in lid 1 van dit Artikel bedoelde formulier en met inachtneming van de voor deze overdracht geldende termijnen.
Indien de Verzoekende Partij van mening is dat het vervoer over de weg of over zee moet plaatsvinden, vermelden de bevoegde autoriteiten van de Verzoekende Partij dit op het in lid 1 van dit artikel bedoelde formulier.
De diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van de Aangezochte Partij verstrekt zo nodig onverwijld visa aan de begeleiders, zodat zij tijdens hun officiële taken in het kader van deze Overeenkomst toegang hebben tot haar grondgebied.
Artikel 10. Doorgeleidingsprocedure
Een verzoek om doorgeleiding wordt minstens zeven (7) werkdagen vóór de geplande doorgeleiding schriftelijk via e-mail of andere elektronische communicatiemiddelen door de Verzoekende Partij ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij. Het verzoek wordt ingediend met behulp van het formulier dat als Bijlage 6 aan dit Protocol is gehecht.
De bevoegde autoriteit van de Aangezochte Partij deelt onverwijld en in elk geval uiterlijk binnen de vier (4) werkdagen schriftelijk via e-mail of andere elektronische communicatiemiddelen mee of ze akkoord gaat met de doorgeleiding, met bevestiging van het tijdstip waarop de doorgeleiding gepland is, het grensdoorlaatpunt, de wijzen van vervoer en het gebruik van begeleiders. Voor dit antwoord wordt gebruikgemaakt van het in lid 1 van dit artikel bedoelde formulier.
Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht.
Artikel 11. Ondersteuning voor de doorgeleiding
Indien de Verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de Aangezochte Partij noodzakelijk acht, vermeldt zij de aard en inhoud van de gewenste ondersteuning onder punt 4 van het als Bijlage 6 bij dit Protocol gehechte formulier.
In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bericht de Aangezochte Partij of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning.
Indien de betrokkene wordt begeleid op het grondgebied van de Aangezochte Partij, geschieden de bewaking en het eventueel aan boord brengen onder het gezag en, voor zover mogelijk, met ondersteuning van deze Partij.
Artikel 12. Verplichtingen van de begeleiders
Begeleiders zijn door de Verzoekende Partij aangewezen en zijn verantwoordelijk voor de begeleiding van de terug of over te nemen of door te geleiden persoon.
Op het grondgebied van de Aangezochte Partij moeten de begeleiders in alle omstandigheden het recht van de Aangezochte Partij naleven.
Bij de uitvoering van de terugname en doorgeleiding, voor zover deze op het grondgebied van de Aangezochte Partij plaatsvinden, zijn de bevoegdheden van de begeleiders beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van ter zake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, in reactie op een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en evenredige wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.
De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een begeleidingsvergunning, de toestemming voor terugname en een identiteitsbewijs.
De autoriteiten van de Aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen ter zake bevoegde ambtenaren.
Artikel 13. Kosten
Door de Aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met terugname en doorgeleiding welke op grond van artikel 12 van de Overeenkomst ten laste van de Verzoekende Partij komen, worden door de Verzoekende Partij na overlegging van een factuur vergoed. Deze factuur vermeldt tevens de bankgegevens van de Aangezochte Partij.
De Verzoekende Partij betaalt alle kosten aan de Aangezochte Partij binnen dertig (30) dagen na ontvangst van de factuur.
Artikel 14. Taal
Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.
Artikel 15. Bijlagen
De bijlagen 1 tot en met 6 vormen een integrerend onderdeel van dit Protocol.
Elke wijziging van de Bijlagen bij dit Protocol wordt schriftelijk overeengekomen tussen de Partijen en wordt van kracht op een door de Partijen te bepalen datum.
IN WITNESS WHEREOF the representatives of the Parties, duly authorised for this purpose, have signed this Agreement.
DONE at Brussels, on 18 June 2025, in the Kyrgyz, English, Dutch and French languages, the texts in each of the languages being equally authentic. In the event of differences in interpretation of the provisions of this Agreement, the Parties will refer to the English text.
For the Kyrgyz Republic,
Aidit ERKIN
For the Kingdom of Belgium,
Joris SALDEN
For the Grand Duchy of Luxembourg,
Jean-Louis THILL
For the Kingdom of the Netherlands,
Brechje SCHWACHÖFER
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)