Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek India inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
Preambule
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek India, hierna te noemen de “verdragsluitende partijen”,
Overwegend het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en van het waarborgen van een juiste handhaving door hun douaneadministraties van verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van milieu, volksgezondheid, openbare orde en handel van de verdragsluitende partijen;
Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen en precursoren een gevaar voor de samenleving vormt;
Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;
Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties op basis van wederzijds overeengekomen wettelijke bepalingen;
Gelet op de relevante internationale verdragen en aanbevelingen van de Werelddouaneorganisatie waarin wederzijdse administratieve bijstand tussen douaneadministraties wordt aangemoedigd en de relevante artikelen van de Overeenkomst inzake handelsfacilitatie van de Wereldhandelsorganisatie;
Gelet op het brede scala aan internationale overeenkomsten die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „douaneadministratie”:
- –. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;
- –. wat de Republiek India betreft, de Central Board of Indirect Taxes and Customs (Centrale Raad voor indirecte belastingen en douane);
- b. „douanerechten”: alle rechten, belastingen of heffingen die geheven worden alsmede elke restitutie van vergoedingen of exportsubsidies die gevorderd wordt op de grondgebieden van de verdragsluitende partijen bij toepassing van de douanewetgeving, maar met uitzondering van heffingen voor verleende diensten;
- c. „douanewetgeving”: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door een van de douaneadministraties worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen;
- d. „inbreuk op de douanewetgeving”: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving;
- e. „informatie”: alle gegevens, al dan niet bewerkt of geanalyseerd, en documenten, rapporten en andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm, of gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan;
- f. „internationale logistieke keten”: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;
- g. „functionaris”: elke douaneambtenaar of andere regeringsambtenaar aangewezen door een van de douaneadministraties;
- h. „persoon”: zowel natuurlijke als rechtspersonen, tenzij de context anders vereist;
- i. „persoonsgegevens”: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;
- j. „aangezochte administratie”: de douaneadministratie die om bijstand in douanezaken wordt verzocht;
- k. „verzoekende administratie”: de douaneadministratie die om bijstand in douanezaken verzoekt;
- l. „aangezochte partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand in douanezaken wordt verzocht;
- m. „verzoekende partij”: de verdragsluitende partij wier douaneadministratie om bijstand in douanezaken verzoekt.
HOOFDSTUK II. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 2. Reikwijdte van het Verdrag
De verdragsluitende partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, teneinde de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen en hun risicomanagementsystemen te verbeteren.
Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een verdragsluitende partij wordt verleend in overeenstemming met haar wettelijke en administratieve bepalingen en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie.
Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge de wetgeving van de Europese Unie inzake zijn huidige en toekomstige verplichtingen als lidstaat van de Europese Unie en alle wetgeving die is vastgesteld om die verplichtingen na te komen, alsmede zijn huidige en toekomstige verplichtingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Unie.
Dit Verdrag heeft betrekking op de wederzijdse administratieve bijstand tussen de verdragsluitende partijen en is niet bedoeld van invloed te zijn op wederzijdse rechtshulpverdragen tussen hen. Indien wederzijdse bijstand moet worden verleend door andere autoriteiten van de aangezochte partij zal de aangezochte administratie deze autoriteiten en waar bekend het desbetreffende verdrag dat of de desbetreffende regeling die van toepassing is, vermelden.
Personen kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen de uitvoering van een verzoek om bijstand te doen beletten.
HOOFDSTUK III. INFORMATIE
Artikel 3. Informatie voor de toepassing en handhaving van de douanewetgeving
De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:
- a. nieuwe douanewetshandhavingstechnieken die hun doeltreffendheid hebben bewezen;
- b. nieuwe trends, middelen of werkwijzen bij het maken van inbreuken op de douanewetgeving;
- c. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede de voor deze goederen toegepaste vervoer- en opslagmethoden;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie wordt vermoed dat zij een inbreuk op de douanewetgeving gaan maken;
- e. alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling voor controle- en facilitatiedoeleinden;
- f. douanewetgeving en -regelingen die van toepassing zijn in de aangezochte partij.
Op verzoek verstrekt de aangezochte administratie de verzoekende administratie alle beschikbare informatie die betrekking heeft op gevallen waarin de laatste reden heeft te twijfelen aan de informatie verstrekt door de betreffende persoon in een zaak die verband houdt met de toepassing van de douanewetgeving.
Artikel 4. Informatie met betrekking tot inbreuken op de douanewetgeving
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij over voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten die een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
In gevallen die aanzienlijke schade voor de economie, volksgezondheid, openbare orde, met inbegrip van de veiligheid van de internationale logistieke keten, of voor andere vitale belangen van een verdragsluitende partij met zich kunnen meebrengen, verstrekt de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij, waar mogelijk, uit eigen beweging en onverwijld zulke informatie.
Artikel 5. Informatie over de rechtmatigheid van de invoer of uitvoer van goederen
Op verzoek stelt de aangezochte administratie de verzoekende administratie op de hoogte van:
- a. het feit of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte partij en onder welke douaneregeling de goederen eventueel zijn geplaatst;
- b. het feit of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte partij.
Artikel 6. Automatisch verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 19 van dit Verdrag, automatisch informatie die onder dit Verdrag valt verstrekken.
Artikel 7. Vooraf verstrekken van informatie
De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 19 van dit Verdrag, specifieke informatie verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij.
HOOFDSTUK IV. BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND
Artikel 8. Toezicht en informatie
Op verzoek neemt de aangezochte administratie de noodzakelijke stappen om toezicht te houden op en informatie te verstrekken over:
- a. goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- b. vervoermiddelen waarvan bekend is dat ze gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat ze gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- c. panden op het grondgebied van de aangezochte partij waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden in verband met het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij;
- d. personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte partij betreden en verlaten.
De douaneadministratie van een verdragsluitende partij kan dergelijk toezicht houden en uit eigen beweging dergelijke informatie aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij verstrekken indien zij redenen heeft om aan te nemen dat voorgenomen, lopende of voltooide activiteiten een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij lijken te vormen.
Artikel 9. Deskundigen en getuigen
De aangezochte administratie kan, op verzoek, functionarissen machtigen ter zake van de uitvoering van de douanewetgeving als deskundige of getuige te verschijnen voor een rechtscollege op het grondgebied van de verzoekende partij.
Artikel 10. Technische samenwerking
De douaneadministraties van de verdragsluitende partijen kunnen met elkaar samenwerken bij onder andere de volgende zaken:
- a. de uitwisseling van douaneambtenaren of deskundigen wanneer dat wederzijds bevorderlijk is voor het begrijpen van elkaars douanetechnieken;
- b. de uitwisseling van informatie en ervaringen met betrekking tot het gebruik van onderscheppings- en detectieapparatuur;
- c. de uitwisseling van vakmatige, wetenschappelijke en technische gegevens met betrekking tot douanewetgeving en procedures;
- d. de uitwisseling van informatie om de vereenvoudiging en harmonisatie van hun douaneprocedures te bevorderen.
Niettegenstaande het eerste lid van dit artikel stelt de aangezochte administratie, indien zij niet in staat is de verzochte bijstand aan de verzoekende administratie te verlenen, de verzoekende administratie in kennis van de redenen voor deze onmogelijkheid.
HOOFDSTUK V. TOEZENDING VAN VERZOEKEN
Artikel 11. Toezending van verzoeken
Verzoeken om bijstand uit hoofde van dit Verdrag worden rechtstreeks aan de douaneadministratie van de andere verdragsluitende partij gericht.
Verzoeken worden schriftelijk of elektronisch gedaan en gaan vergezeld van alle informatie die voor de inwilliging van het verzoek nuttig wordt geacht. De aangezochte administratie kan schriftelijke bevestiging van elektronische verzoeken verlangen. Wanneer de omstandigheden dit vereisen, kunnen verzoeken mondeling worden gedaan. Dergelijke verzoeken worden zo spoedig mogelijk hetzij schriftelijk, hetzij, indien beide douaneadministraties daarmee instemmen, elektronisch bevestigd.
Verzoeken worden gedaan in de Engelse taal. Alle niet-Engelstalige documenten die bij de verzoeken worden gevoegd worden, voor zover nodig, in het Engels vertaald.
Verzoeken ingevolge het eerste lid van dit artikel bevatten de volgende gegevens:
- a. het onderwerp van en de reden voor het verzoek, alsmede de aard van de verzochte bijstand;
- b. een korte beschrijving van de desbetreffende zaak en van de wettelijke en administratieve bepalingen die erop van toepassing zijn;
- c. de namen en adressen van de personen op wie het verzoek betrekking heeft, indien bekend.
Wanneer de verzoekende administratie verlangt dat een bepaalde procedure of methode gevolgd wordt, zal de aangezochte administratie aan een dergelijk verzoek voldoen met inachtneming van haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen.
Om originele documenten wordt slechts verzocht in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake blijven onverlet.
HOOFDSTUK VI. UITVOERING VAN VERZOEKEN
Artikel 12. Vergaren van informatie
Indien de aangezochte administratie niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te vergaren.
Elk onderzoek ingevolge het eerste lid van dit artikel kan mede het vastleggen van verklaringen omvatten van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van betrokken getuigen en deskundigen, voor zover toegestaan door de nationale wetgeving van de aangezochte partij.
Indien de aangezochte administratie niet de bevoegde autoriteit is om een onderzoek in te stellen om de verzochte informatie te vergaren, kan zij, naast het aanwijzen van de bevoegde autoriteit, het verzoek aan die autoriteit doorzenden.
Artikel 13. Aanwezigheid van functionarissen op het grondgebied van de andere verdragsluitende partij
Door de verzoekende administratie aangewezen functionarissen kunnen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving, op verzoek:
- a. ten kantore van de aangezochte administratie documenten en alle andere informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving onderzoeken en daarvan afschriften verkrijgen;
- b. aanwezig zijn bij een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van de aangezochte partij dat van belang is voor de verzoekende administratie; deze functionarissen zullen uitsluitend een adviserende rol hebben.
Artikel 14. Aanwezigheid van functionarissen van de verzoekende verdragsluitende partij op uitnodiging van de aangezochte administratie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)