Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de status van personeel van hun Ministeries van Defensie aanwezig op elkaars grondgebied in het kader van defensiesamenwerking

Type Verdrag
Publication 2026-09-04
Laatst bijgewerkt 2026-09-15
State In force
Source BWB
artikelen 17
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, (hierna te noemen „de partijen”);

Gelet op hun wederzijdse belang in internationale vrede en het opbouwen van democratie;

Het belang erkennend van samenwerking tussen de partijen bij militaire activiteiten en geleid door de wens om hun goede en hartelijke betrekkingen te intensiveren;

Verwijzend naar het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië betreffende een tijdelijke plaatsing van troepen van het Koninkrijk der Nederlanden in Jordanië, dat is gesloten op 2 oktober 2014 en de daaropvolgende verlengingen daarvan;

Overwegend dat militair en burgerpersoneel van de strijdkrachten en/of de ministeries van Defensie van de partijen tijdelijk op elkaars grondgebied aanwezig kunnen zijn voor militaire activiteiten;

De wens uitsprekend de status te omschrijven van het militaire en burgerpersoneel van de strijdkrachten en/of van de ministeries van Defensie van de partijen, terwijl zij tijdelijk op elkaars grondgebied aanwezig zijn;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing en uitvoering van dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Voorwaarden inzake binnenkomst en vertrek

1.

De ontvangende staat staat het personeel van de zendstaat toe het grondgebied van de ontvangende staat binnen te komen en te verlaten, in overeenstemming met haar wet- en regelgeving:

2.

De ontvangende staat heeft het recht om de toegang tot haar grondgebied te weigeren aan personeel van de zendstaat en/of te verzoeken het personeel van de zendstaat terug te trekken uit haar grondgebied. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat leggen een dergelijk verzoek voor aan de bevelvoerend officier van het personeel van de zendstaat tezamen met een gedetailleerde onderbouwing van het verzoek. Indien de ontvangende staat, na overleg met de bevelvoerend officier van het personeel van de zendstaat, opnieuw het verzoek bevestigt dat het lid van het personeel van de zendstaat van zijn grondgebied dient te worden verwijderd, dan geeft de zendstaat onmiddellijk gevolg aan dit verzoek door de desbetreffende persoon binnen een redelijke termijn van het grondgebied van de ontvangende staat te verwijderen. De naam van de bevelvoerend officier wordt voorafgaand aan de aankomst van het personeel van de zendstaat meegedeeld.

3.

Afhankelijk van de wet- en regelgeving van de ontvangende staat kan het personeel van de zendstaat voor militaire activiteiten die verband houden met dit Verdrag, locaties van de ontvangende staat betreden (zoals militaire bases en soortgelijke gebieden) op voorwaarde dat zij daarvoor vooraf toestemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat en op voorwaarde dat zij geldige identiteitsbewijzen en/of andere toegangsdocumenten kunnen tonen, zoals vereist door de ontvangende staat. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat brengen, op verzoek, het personeel van de zendstaat vooraf op de hoogte van de vereisten. De bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat behouden zich het recht voor om personeel van de zendstaat de toegang tot haar locaties te ontzeggen.

4.

De autoriteiten van de ontvangende staat stellen een contactpunt beschikbaar waar informatie en/of advies kan worden gevraagd.

Artikel 3. Tucht en rechtsmacht

1.

Het personeel van de zendstaat eerbiedigt, tijdens de aanwezigheid op het grondgebied van de ontvangende staat in het kader van militaire activiteiten die worden uitgevoerd uit hoofde van dit Verdrag, de wet- en regelgeving van de ontvangende staat en onthoudt zich van elke activiteit die indruist tegen de geest van dit Verdrag, en met name van politieke activiteiten in de ontvangende staat. De officier die het bevel voert over het personeel van de zendstaat neemt de daartoe benodigde maatregelen.

2.

De autoriteiten van de ontvangende staat hebben geen disciplinair gezag over het personeel van de zendstaat. Voor dit personeel blijft de nationale militaire tuchtwetgeving van de zendstaat gelden, uitgevoerd door de bevelvoerend officier van dat personeel.

3.

De zendstaat heeft voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken over personeel van de zendstaat met betrekking tot de volgende vergrijpen:

4.

In het geval dat de autoriteiten van de ontvangende staat een lid van het personeel van de zendstaat in hechtenis nemen wegens strafbare feiten waarvoor de zendstaat voorrang heeft bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken, zoals bepaald in het derde lid van dit artikel, dragen zij deze persoon onmiddellijk over aan de bevelvoerend officier van het personeel van de zendstaat en zenden deze officier onverwijld een schriftelijk rapport over de aangelegenheid.

5.

In het geval dat de zendstaat besluit geen gebruik te maken van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken zoals voorzien in het derde lid van dit artikel, dan stellen zijn bevoegde autoriteiten de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat zo spoedig mogelijk, en schriftelijk, in kennis van zijn

intentie om af te zien van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken. In een dergelijk geval kan de ontvangende staat zijn rechtsmacht in strafzaken uitoefenen.

6.

De ontvangende staat heeft uitsluitend voorrang bij het uitoefenen van rechtsmacht in strafzaken over personeel van de zendstaat dat zich bevindt op het grondgebied van de ontvangende staat, met betrekking tot vergrijpen die voortvloeien uit handelen of nalaten die voldoen aan alle volgende voorwaarden:

7.

In het geval dat de ontvangende staat besluit geen gebruik te maken van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken zoals voorzien in het zesde lid van dit artikel, dan stellen zijn bevoegde autoriteiten de bevoegde autoriteiten van de zendstaat zo spoedig mogelijk, en schriftelijk, in kennis van zijn intentie om af te zien van zijn voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken. In een dergelijk geval kan de zendstaat zijn rechtsmacht in strafzaken uitoefenen.

8.

De autoriteiten van de staat die voorrang heeft bij de uitoefening van rechtsmacht in strafzaken nemen verzoeken van de autoriteiten van de andere staat af te zien van de uitoefening van die voorrang in zaken ten aanzien waarvan die andere staat zulks van bijzonder belang acht in welwillende overweging.

9.

Indien de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat daarom verzoeken, stellen de bevoegde autoriteiten van de zendstaat, met inachtneming van hun wet- en regelgeving, deze autoriteiten van de ontvangende staat in kennis van de stand van zaken met betrekking tot strafrechtelijke procedures inzake strafbare feiten die rechtstreeks de belangen van de ontvangende staat en/of zijn onderdanen schaden en die op het grondgebied van de ontvangende staat zijn gepleegd door personeel van de zendstaat, met inbegrip van de afwikkeling van het onderzoek of de vervolging.

10.

De autoriteiten van de ontvangende staat mogen geen doodstraf opleggen.

11.

De bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat en van de zendstaat verlenen elkaar hulp bij de uitvoering van alle noodzakelijke onderzoeken ter zake van vergrijpen en bij het bijeenbrengen en overdragen van bewijsmateriaal, met inbegrip van het inbeslagnemen en in daarvoor in aanmerking komende gevallen het overdragen van voorwerpen die in verband staan met het vergrijp. Het overdragen van deze voorwerpen kan evenwel afhankelijk worden gesteld van teruggave daarvan binnen de tijd hiervoor vastgesteld door de autoriteit, die de voorwerpen overdraagt.

Artikel 4. In- en uitvoer

1.

Ten aanzien van materieel, uitrusting, en voorraden die door de zendstaat in verband met de tenuitvoerlegging van dit Verdrag in de ontvangende staat worden ingevoerd of daaruit worden uitgevoerd en ten aanzien van voedingsmiddelen en overige goederen (zoals bagage en persoonlijke eigendommen) uitsluitend voor gebruik door het personeel van de zendstaat die in verband met dit Verdrag op het grondgebied van de ontvangende staat worden ingevoerd of daarvan worden uitgevoerd, is de wet- en regelgeving van de ontvangende staat van toepassing – en wanneer van toepassing – die van de zendstaat.

2.

De zendstaat kan, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat en vrij van douanerechten, accijnzen en andere heffingen het materieel, de uitrusting en voorraden in verband met dit Verdrag en in redelijke hoeveelheden voedingsmiddelen en overige goederen (zoals bagage en persoonlijke eigendommen) uitsluitend voor het gebruik door personeel van de zendstaat invoeren op het grondgebied van de ontvangende staat. De beperkingen en vereisten met betrekking tot de invoer van goederen en voorraden krachtens de wet- en regelgeving van de ontvangende staat blijven van kracht. Onder „andere heffingen” wordt niet verstaan heffingen die een betaling vormen voor vereiste en ontvangen diensten.

3.

De bevoegde autoriteiten van de zendstaat geven alle noodzakelijke gegevens door inzake personeel, alsmede hun materieel (zoals voertuigen, vaartuigen, luchtvaartuigen en wapens, waaronder munitie en/of gevechtsuitrusting) voorraden, uitrusting en gevaarlijke goederen, voorafgaand aan hun aankomst op het grondgebied van de ontvangende staat zoals overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen. De bevoegde autoriteiten van de zendstaat zullen een verzoek van de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat om (aanvullende) informatie welwillend in overweging nemen.

4.

De producten die overeenkomstig het tweede lid zijn ingevoerd, mogen vrij weer worden uitgevoerd in overeenstemming de wet- en regelgeving van de ontvangende staat. Zij mogen in de ontvangende staat niet worden vervreemd door middel van commerciële activiteiten of schenkingen. In bijzondere gevallen kan vervreemding echter worden toegestaan onder voorwaarden die door de ontvangende staat worden opgelegd en in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat.

5.

Materieel van de zendstaat, zoals militaire voertuigen, wordt overeenkomstig de wet- en regelgeving van de ontvangende staat vrijgesteld van alle belastingen die verschuldigd zijn voor het gebruik ervan op de weg.

6.

Producten die in de ontvangende staat zijn gekocht worden daaruit uitgevoerd in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat.

7.

Officiële documenten worden niet aan douanecontrole onderworpen.

Artikel 5. Uniformen, wapens, munitie en beveiliging

Voor militaire activiteiten die worden uitgevoerd uit hoofde van dit Verdrag:

Artikel 6. Rijbewijzen

Voor militaire activiteiten die worden uitgevoerd uit hoofde van dit Verdrag:

Artikel 7. Vorderingen

1.

De partijen zien af van het instellen van vorderingen tegen elkaar wegens schade aan of verlies van overheidseigendommen die door hun personeel worden gebruikt en wegens letsel (met inbegrip van letsel de dood tot gevolg hebbende) geleden door hun personeel voortvloeiende uit het vervullen van officiële taken.

2.

Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing indien de schade aan of het verlies van overheidseigendommen of het letsel van de in dat lid bedoelde personeelsleden te wijten is aan grove nalatigheid of opzet. De bevoegde autoriteiten van de partijen bepalen onderling of er sprake is van grove nalatigheid of opzet. In dat geval stellen zij tevens de kosten vast die verband houden met de afwikkeling van de vordering.

3.

Voor zover de militaire activiteiten betrekking hebben op training (met inbegrip van opleiding) en/of oefeningen:

4.

Voor zover het andere militaire activiteiten betreft dan die bedoeld in het derde lid, bieden de bevoegde autoriteiten van de partijen in een geest van goede wil voldoende gelegenheid tot overleg in geval van vorderingen van derden (anders dan contractuele vorderingen) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat bij de uitvoering van zijn officiële taken in het kader van dit Verdrag.

5.

Vorderingen van derden (anders dan contractuele vorderingen) wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat buiten de uitoefening van zijn officiële taken in het kader van militaire activiteiten uit hoofde van dit Verdrag, worden als volgt afgehandeld:

6.

De zendstaat en zijn personeel zijn niet onderworpen aan de rechtsmacht van de ontvangende staat bij zaken die aanhangig worden gemaakt wegens verliezen, schade of letsel veroorzaakt tijdens of als gevolg van het uitvoeren van militaire activiteiten.

7.

De partijen verbinden zich ertoe volledig en snel met elkaar samen te werken met betrekking tot de bepalingen van dit artikel.

Artikel 8. Medische en tandheelkundige zorg

1.

Het personeel van de zendstaat dient voorafgaand aan de binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende staat in geneeskundig en tandheelkundig opzicht gezond te zijn.

2.

Gedurende hun verblijf in de ontvangende staat in verband met dit Verdrag krijgen personeelsleden van de zendstaat staat kosteloos spoedeisende medische en tandheelkundige hulp in militaire medische instellingen.

3.

Overige geneeskundige en tandheelkundige bijstand, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, wordt verleend onder dezelfde voorwaarden als die welke gelden voor personeel van de ontvangende staat. In voorkomend geval draagt de zendstaat alle daarmee verband houdende kosten.

4.

Medische noodevacuatie van personeel van de zendstaat wordt door de ontvangende staat toegestaan en alle daarmee verband houdende kosten worden door de zendstaat vergoed.

Artikel 9. Overlijden tijdens dienstverband

1.

Het overlijden van een lid van het personeel van de zendstaat op het grondgebied van de ontvangende staat wordt onmiddellijk gemeld aan de autoriteiten van zowel de zendstaat als de ontvangende staat. Het overlijden wordt, na overleg met de bevoegde autoriteiten van de zendstaat, gecertificeerd door een gekwalificeerde arts van de ontvangende staat in overeenstemming met de wet- en regelgeving van de ontvangende staat. De ontvangende staat staat een vertegenwoordiger van de zendstaat toe om aanwezig te zijn bij elk medisch onderzoek, elke autopsie of andere procedure en werkt mee aan elk

verzoek van de zendstaat in dit verband, in overeenstemming met de wet- en

regelgeving van de ontvangende staat. De bevoegde autoriteiten van de partijen werken samen bij elk onderzoek in verband met het overlijden van een lid van het personeel van de zendstaat op het grondgebied van de ontvangende staat.

2.

Het is de autoriteiten van de zendstaat die in de ontvangende staat aanwezig zijn toegestaan de leiding te nemen bij de repatriëring van het lichaam van een overleden lid van het personeel van de zendstaat, alsmede zijn/haar persoonlijke eigendommen, en kan daartoe passende maatregelen nemen.

3.

De bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat en de zendstaat werken zoveel mogelijk samen om een snelle repatriëring van het lichaam van een overleden lid van het personeel van de zendstaat te waarborgen.

4.

Elk luchtvervoer door de ontvangende staat van een overleden lid van het personeel van de zendstaat naar het punt van vertrek in de ontvangende staat geschiedt op basis van terugbetaling.

Artikel 10. Beveiliging en bescherming van informatie

Alle gerubriceerde informatie die en al het gerubriceerde materiaal dat wordt uitgewisseld of gegenereerd in verband met dit Verdrag, wordt zoals onderling overeengekomen tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen gebruikt, overgedragen, opgeslagen, gehanteerd en gewaarborgd. Gerubriceerde informatie mag niet met derden worden gedeeld, tenzij daarvoor voorafgaand schriftelijk toestemming is verkregen van de bevoegde autoriteiten van de andere partij.

Artikel 11. Openbaarmaking van informatie

Alle publicaties over de activiteiten van een van de of van beide verdragsluitende partijen in samenhang met militaire activiteiten dienen vooraf te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van beide partijen.

Artikel 12. Milieubescherming

1.

Voortbouwend op artikel 3, eerste lid, van dit Verdrag zullen de zendstaat en zijn personeel bij de uitvoering van militaire activiteiten in de ontvangende staat de milieuwetten en -voorschriften van de ontvangende staat eerbiedigen.

2.

De ontvangende staat stelt de bevelvoerende officier schriftelijk in kennis van deze wet- en regelgeving.

Artikel 13. Uitvoeringsafspraken

1.

De voorwaarden en bepalingen voor het uitvoeren van militaire activiteiten kunnen worden uitgewerkt in uitvoeringsregelingen tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen.

2.

De door de bevoegde autoriteiten van de partijen verleende diensten worden in rekening gebracht overeenkomstig een lijst die door de bevoegde autoriteiten van de partijen in onderling overleg is vastgesteld.

Artikel 14. Wijzigingen

Dit Verdrag kan met wederzijdse schriftelijke instemming van de partijen worden gewijzigd. Wijzigingen worden van kracht in overeenstemming met de bepalingen van het eerste lid van artikel 17.

Artikel 15. Regeling van geschillen

Geschillen die mochten voortvloeien uit de interpretatie, toepassing of uitvoering van dit Verdrag worden in overleg tussen de partijen geregeld, zo nodig langs diplomatieke weg.

Artikel 16. Toepassing voor het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 17. Voorwaardelijke toepassing, inwerkingtreding en beëindiging

1.

Dit Verdrag wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening door beide partijen en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na ontvangst van de laatste kennisgeving waarin de respectieve partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat hun interne procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van het Verdrag zijn voltooid.

2.

Dit Verdrag blijft vijf jaar van kracht, en zal elk jaar stilzwijgend worden verlengd, tenzij het door de partijen of door een van beide partijen wordt beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving via diplomatieke kanalen, met een opzegtermijn van zes (6) maanden.

3.

De verplichtingen van de partijen uit hoofde van dit Verdrag met betrekking tot aansprakelijkheid en vorderingen, financiering en geschillen blijven ook na beëindiging van dit Verdrag van kracht.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE at The Hague, on the 4th day of September 2026, in duplicate in the English, Dutch and Arabic languages. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

DILAN YEŞILGÖZ-ZEGERIUS

For the Government of the Hashemite Kingdom of Jordan,

AYMAN SAFADI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)