Wet van 28 december 1935, houdende voorschriften betreffende de hoedanigheid en aanduiding van waren
Onze Minister kan personen als bedoeld in het eerste lid, aanwijzingen geven over de wijze waarop zij het toezicht uitoefenen.
Indien een last tot het houden van toezicht als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven, zijn de verplichtingen en bevoegdheden ingevolge de artikelen 27 tot en met 31, 32c en 32l van overeenkomstige toepassing.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13b
Aan de aanvrager of de houder van de aanwijzing of erkenning, dan wel aan degene of degenen ten behoeve van wie de werkzaamheden worden verricht, kunnen de kosten ten laste worden gebracht, die samenhangen met:
- a. het in behandeling nemen en verlenen van een aanwijzing als bedoeld inartikel 13a, eerste lid;
- b. keuringen, controles of maatregelen indien die worden voorgeschreven door een bindend besluit van de Europese Unie inclusief de controle van daarbij voorgeschreven documenten, en van overeenstemming tussen deze documenten en de desbetreffende waren;
- c. de behandeling van een aanvraag tot of verlenging van een erkenning van een inrichting of een inschrijving van een inrichting in een register indien die wordt voorgeschreven door een bindend besluit van de Europese Unie;
- d. vooraf aangekondigde en vastgestelde controles of nog aan de eisen gesteld voor de aanwijzing of erkenning wordt voldaan die nodig zijn ter uitvoering van een bindend besluit van de Europese Unie.
De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat:
- 1°. de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden slechts worden uitgevoerd nadat het daarvoor vastgestelde bedrag is voldaan of daarvoor zekerheid is gesteld; en
- 2°. geen werkzaamheden worden verricht indien de betalingsplichtige niet binnen de gegeven betalingstermijn de kosten verschuldigd voor eerdere werkzaamheden op grond van deze wet heeft voldaan.
Onze Minister kan de bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, invorderen bij dwangbevel.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7f
Onze Minister is bevoegd bij een instelling waarvan de aanwijzing krachtens artikel 7a is ingetrokken inzage in en kopieën van alle gegevens en bescheiden te vorderen die samenhangen met de uitgevoerde keurings- of beoordelingsprocedures waarop de ingetrokken aanwijzing betrekking had. Naar keuze van de instelling kunnen in plaats van kopieën de originele bescheiden worden verstrekt.
Artikel 13c
Indien in een krachtens deze wet vastgesteld wettelijk voorschrift verwezen wordt naar een EU-richtlijn, gaat een wijziging van die EU-richtlijn voor de toepassing van dat voorschrift, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Artikel 13d
Met bij of krachtens deze wet aan het vervaardigen, bereiden of verhandelen van waren gestelde eisen worden gelijkgesteld eisen aan het vervaardigen, bereiden of verhandelen van waren gesteld door een andere lidstaat van de Europese Unie, indien die waren rechtmatig zijn vervaardigd, bereid of verhandeld in die andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend verdrag dat Nederland bindt, dan wel een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag en die eisen een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
Degene die een waar verhandelt die niet voldoet aan de eisen die zijn gesteld bij of krachtens deze wet, maar die in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend verdrag dat Nederland bindt, dan wel die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend verdrag dat Nederland bindt, rechtmatig in de handel is gebracht, kan bij Onze Minister een toelatingsbeschikking aanvragen.
De toelatingsbeschikking wordt geweigerd indien er technisch of wetenschappelijk bewijs bestaat dat:
- a. de weigering gerechtvaardigd is op een van de in artikel 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde gronden van openbaar belang of gezien andere dwingende redenen van openbaar belang; en
- b. de weigering geschikt is om het nagestreefde doel te bereiken en niet verder gaat dan nodig om dit doel te verwezenlijken.
De toelating kan onder beperkingen worden verleend en aan de toelating kunnen voorwaarden worden verbonden, zodat voldaan wordt aan de eisen bedoeld in het derde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van het in het tweede tot en met vierde lid bepaalde met betrekking tot een bij de maatregel aangewezen categorie waren. Hierbij kan een ander bestuursorgaan dan Onze Minister worden aangewezen als het bestuursorgaan waarbij de toelatingsbeschikking voor een bij de maatregel aangewezen categorie waren, wordt aangevraagd.
Artikel 13e
Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar door de Voedsel- en Landbouworganisatie en de Wereldgezondheidsorganisatie tot stand gebrachte voedselstandaarden, codes voor goede praktijken of richtsnoeren, kan overtreding daarvan ook als strafbaar feit worden aangemerkt dan wel worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze voedselstandaarden, codes voor goede praktijken of richtsnoeren in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 21d
Degene die waren anders dan in doorvoer buiten Nederland wil brengen, kan Onze Minister verzoeken een verklaring af te geven in verband met door landen van bestemming gestelde eisen.
Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, kan in afwijking van het eerste lid ook worden afgegeven door personen in dienst van een privaatrechtelijke rechtspersoon aangewezen krachtens artikel 25a, derde lid, voor zover het betrekking heeft op waren waarop deze personen toezicht houden.
Onze Minister kan omtrent de uitvoering van de in het eerste en tweede lid bedoelde afgifte van verklaringen nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van de verklaringen en de gronden waarop verklaringen kunnen worden geweigerd. Hierbij kunnen voor verschillende categorieën waren verschillende regels worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 1. Voorschriften inzake voedsel- en productveiligheid
Hoofdstuk 2. Toegankelijkheidsvoorschriften
Artikel 34ab
Dit hoofdstuk is van toepassing op marktdeelnemers en producten ter uitvoering van richtlijn (EU) 2019/882. De overige bepalingen van deze wet zijn, met betrekking tot de toegankelijkheid van producten, uitsluitend van toepassing voor zover dat in dit hoofdstuk is bepaald.
Artikel 35a
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorts regels worden gesteld ter uitvoering van een met betrekking tot producten tot stand gekomen bindend besluit van de Europese Unie als bedoeld in artikel 26 van richtlijn (EU) 2019/882.
Artikel 35b
Artikel 13c is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35c
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. De artikelen 25, vierde lid, 28 en 29 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 35d
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a.
Artikel 35e
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 35 en 35a.
De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt, in afwijking van artikel 32a, tweede lid, ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)