Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 2 juli 1959, houdende regelen, welke aan een aantal rijksbelastingen gemeen zijn
83 versions
· 2026-04-11
2026-04-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2026-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2025-12-31
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2025-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2024-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2023-12-31
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2023-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2022-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2022-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-05-07
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2020-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-06-23
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-06-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2020-04-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 3
2019-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2018-07-28
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2018-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2018-05-25
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2018-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-05-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2015-12-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-11-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2015-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-06-30
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2014-01-06
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2014-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 5, 3, 2
2013-07-22
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2013-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2013-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2012-01-18
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2012-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2011-07-22
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2011-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2011-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-10-10
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-12-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-07-16
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-07-02
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 5 más
2009-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-06-29
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-03-25
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2008-12-30
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-09-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-08-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
Wijzigingen op 2008-08-01
@@ -10,19 +10,17 @@
##### Artikel 1
1. De bepalingen van deze wet gelden bij de heffing van rijksbelastingen, alsmede bij de heffing van heffingsrente, revisierente, compenserende rente, kosten van ambtelijke werkzaamheden en bestuurlijke boeten welke ingevolge de belastingwet kunnen worden vastgesteld of opgelegd.
2. Onder rijksbelastingen worden verstaan belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven. Voor de toepassing van deze wet worden onder rijksbelastingen tevens verstaan rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in [artikel 1, tweede lid, onderscheidenlijk derde lid, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=1).
3. Ten aanzien van de rechten bij invoer en de rechten bij uitvoer, alsmede ten aanzien van de compenserende rente, de kosten van ambtelijke werkzaamheden en de met toepassing van [hoofdstuk 5 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&hoofdstuk=5) opgelegde bestuurlijke boeten, blijven [hoofdstuk VIII, afdelingen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en [hoofdstuk IX, afdeling 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&z=2008-07-11&g=2008-07-11), buiten toepassing. In afwijking van de eerste volzin zijn de [artikelen 62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5&artikel=62&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5&artikel=65&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [66](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5&artikel=66&z=2008-07-11&g=2008-07-11) van toepassing met betrekking tot de boeten, bedoeld in [hoofdstuk 5 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&hoofdstuk=5).
4. Met betrekking tot de heffing van rijksbelastingen blijven de [afdelingen 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=5.2) en [10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=10.2.1) buiten toepassing.
1. De bepalingen van deze wet gelden bij de heffing van rijksbelastingen, alsmede bij de heffing van heffingsrente, revisierente en bestuurlijke boeten welke ingevolge de belastingwet kunnen worden vastgesteld of opgelegd.
2. Onder rijksbelastingen worden verstaan belastingen welke van rijkswege door de rijksbelastingdienst worden geheven.
3. Met betrekking tot de heffing van rijksbelastingen blijven de [afdelingen 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=5.2) en [10.2.1 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=10.2.1) buiten toepassing.
##### Artikel 2
1. Deze wet verstaat onder:
- a. belastingwet: zowel deze wet als andere wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de onder [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2008-07-11&g=2008-07-11) vallende belastingen;
- a. belastingwet: zowel deze wet als andere wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de onder [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2008-08-01&g=2008-08-01) vallende belastingen;
- b. lichamen: verenigingen en andere rechtspersonen, maat- en vennootschappen, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens.
@@ -54,7 +52,7 @@
- 2°. Nederland: Nederland, met dien verstande dat voor de heffing van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de assurantiebelasting Nederland tevens omvat de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in [artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0010480&artikel=1), voorzover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;
- e. belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de uitnodiging tot betaling, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting, het recht van successie en het recht van schenking;
- e. belastingaanslag: de voorlopige aanslag, de aanslag, de navorderingsaanslag en de naheffingsaanslag, alsmede de voorlopige conserverende aanslag, de conserverende aanslag en de conserverende navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting, het recht van successie en het recht van schenking;
- f. aandeel: mede de deelgerechtigdheid van een commanditaire vennoot in een open commanditaire vennootschap;
@@ -82,7 +80,7 @@
1. De bevoegdheid van een directeur, inspecteur of ontvanger is niet bepaald naar een geografische indeling van Nederland.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst alsmede omtrent de functionaris, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2008-07-11&g=2008-07-11), onder wie een belastingplichtige ressorteert.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de hoofdlijnen van de inrichting van de rijksbelastingdienst alsmede omtrent de functionaris, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=I&artikel=2&z=2008-08-01&g=2008-08-01), onder wie een belastingplichtige ressorteert.
##### Artikel 4
@@ -100,8 +98,6 @@
3. De inspecteur vermeldt op het aanslagbiljet of in de kennisgeving van de beschikking of uitspraak in ieder geval de termijn of de termijnen waarbinnen het verschuldigde of terug te geven bedrag moet worden betaald.
4. Indien de douaneaangifte is gedaan met gebruikmaking van automatische gegevensverwerking in de zin van artikel 4 bis van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek kan, in afwijking in zoverre van het eerste lid, de uitnodiging tot betaling worden vastgesteld door het opmaken van een elektronisch bericht.
##### Artikel 5a
Vervallen
@@ -136,7 +132,7 @@
- b. onder welke voorwaarden hiervan door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking ontheffing kan worden verleend.
De in dit lid bedoelde belastingplichtigen kunnen uitsluitend betreffen administratieplichtigen in de zin van [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11).
De in dit lid bedoelde belastingplichtigen kunnen uitsluitend betreffen administratieplichtigen in de zin van [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01).
3. Het doen van aangifte is geen aanvraag in de zin van [artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3).
@@ -178,7 +174,7 @@
##### Artikel 13
1. Ingeval de grootte van de belastingschuld eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, kan de inspecteur volgens bij ministeriële regeling te stellen regels aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag, met toepassing van de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-07-11&g=2008-07-11) voorgeschreven verrekening van de voorlopige aanslagen en de in de belastingwet aangewezen voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige aanslag tot een positief bedrag wordt niet vastgesteld voor de aanvang van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
1. Ingeval de grootte van de belastingschuld eerst kan worden vastgesteld na afloop van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, kan de inspecteur volgens bij ministeriële regeling te stellen regels aan de belastingplichtige een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag, met toepassing van de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-08-01&g=2008-08-01) voorgeschreven verrekening van de voorlopige aanslagen en de in de belastingwet aangewezen voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld. Een voorlopige aanslag tot een positief bedrag wordt niet vastgesteld voor de aanvang van het tijdvak waarover de belasting wordt geheven.
2. Een voorlopige aanslag tot een negatief bedrag die voor of in de loop van het tijdvak wordt vastgesteld, wordt aangeduid als voorlopige teruggaaf.
@@ -186,7 +182,7 @@
##### Artikel 14
1. In de gevallen waarin [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-07-11&g=2008-07-11) niet van toepassing is, kan de inspecteur na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, volgens door Onze Minister te stellen regelen een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
1. In de gevallen waarin [artikel 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=13&z=2008-08-01&g=2008-08-01) niet van toepassing is, kan de inspecteur na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, volgens door Onze Minister te stellen regelen een voorlopige aanslag opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld.
2. Een voorlopige aanslag kan met inachtneming van het in het eerste lid bepaalde, door één of meer voorlopige aanslagen worden aangevuld.
@@ -204,7 +200,7 @@
- b. zich een geval voordoet als bedoeld in [artikel 2.17, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=2.17).
3. De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. [Artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is te dezen van toepassing. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de navorderingstermijn met de duur van dit uitstel verlengd.
3. De bevoegdheid tot het vaststellen van een navorderingsaanslag vervalt door verloop van vijf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. [Artikel 11, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is te dezen van toepassing. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de navorderingstermijn met de duur van dit uitstel verlengd.
4. Indien te weinig belasting is geheven over een bestanddeel van het voorwerp van enige belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen, vervalt, in afwijking in zoverre van het derde lid, eerste volzin, de bevoegdheid tot navorderen door verloop van twaalf jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan.
@@ -230,7 +226,7 @@
2. Het vaststellen van de navorderingsaanslag, onderscheidenlijk het nemen van de beschikking tot vernietiging, vermindering, ontheffing of teruggaaf op de voet van het eerste lid geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de herziene vaststelling van de waarde onherroepelijk is geworden. Eerstbedoelde beschikking is voor bezwaar vatbaar.
3. Ingeval de herziening gevolgen heeft voor de toepassing van [artikel 3.30a van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.30a) met betrekking tot een jaar, wordt in afwijking in zoverre van het tweede lid de termijn waarbinnen navordering mogelijk is bepaald op de voet van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en vangt de in dat lid bedoelde termijn van acht weken niet eerder aan dan op het tijdstip waarop de belastingplichtige een verzoek heeft ingediend tot aanpassing van de aanslag of beschikking met betrekking tot dat jaar. Een verzoek tot aanpassing wordt gedaan binnen een jaar na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de herziene vaststelling van de waarde, onherroepelijk is geworden.
3. Ingeval de herziening gevolgen heeft voor de toepassing van [artikel 3.30a van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.30a) met betrekking tot een jaar, wordt in afwijking in zoverre van het tweede lid de termijn waarbinnen navordering mogelijk is bepaald op de voet van [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en vangt de in dat lid bedoelde termijn van acht weken niet eerder aan dan op het tijdstip waarop de belastingplichtige een verzoek heeft ingediend tot aanpassing van de aanslag of beschikking met betrekking tot dat jaar. Een verzoek tot aanpassing wordt gedaan binnen een jaar na het tijdstip waarop de beschikking of uitspraak strekkende tot de herziene vaststelling van de waarde, onherroepelijk is geworden.
4. Indien aan de heffing van belasting een aan een onroerende zaak toegekende waarde ten grondslag ligt en met betrekking tot die onroerende zaak voor een voor die heffing van belang zijnd kalenderjaar een waarde wordt vastgesteld op de voet van [hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&hoofdstuk=IV), zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.
@@ -274,61 +270,39 @@
##### Artikel 22a
1. De mededeling, bedoeld in artikel 221, eerste lid, van het Communautair douanewetboek, van het bedrag aan rechten bij invoer dat voortvloeit uit een douaneschuld geschiedt door het vaststellen van een uitnodiging tot betaling door de inspecteur voor ieder van de rechten afzonderlijk.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geschiedt het vaststellen van een uitnodiging tot betaling ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen door Onze Minister van Economische Zaken, of, voor zover het landbouwgoederen betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid geschiedt het vaststellen van een uitnodiging tot betaling ter zake van landbouwheffingen in door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen, door daarbij aan te wijzen organen.
Vervallen
##### Artikel 22b
Bij regeling van Onze Minister wordt, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bepaald in welke gevallen:
- a. voor de toepassing van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=I&artikel=5&z=2008-07-11&g=2008-07-11) met betrekking tot een uitnodiging tot betaling een ander voor de inspecteur in de plaats treedt;
- b. verschillende uitnodigingen tot betaling op één aanslagbiljet kunnen worden verenigd of vermeld.
Vervallen
##### Artikel 22c
1. De beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 886 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek, wordt door de inspecteur gegeven voor ieder van de rechten afzonderlijk.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de beschikking ter zake van anti-dumpingheffingen of compenserende heffingen gegeven door Onze Minister van Economische Zaken, of, voor zover het landbouwgoederen betreft, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
3. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de beschikking ter zake van landbouwheffingen in door Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen gegeven door daarbij aan te wijzen organen.
4. Bij regeling van Onze Minister wordt, in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, bepaald in welke gevallen verschillende beschikkingen op één kennisgeving kunnen worden verenigd of vermeld.
Vervallen
##### Artikel 22d
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van artikel 221, tweede lid, van het Communautair douanewetboek.
Vervallen
##### Artikel 22e
1. Indien het juiste bedrag van de wettelijk verschuldigde rechten bij invoer niet is komen vast te staan ten gevolge van een strafrechtelijk vervolgbare handeling kan de uitnodiging tot betaling worden vastgesteld binnen vijf jaren te rekenen vanaf de datum waarop de douaneschuld is ontstaan.
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen wier handelen of nalaten niet was gericht op ontduiking van de rechten bij invoer.
Vervallen
##### Artikel 22f
Indien een douaneschuld ontstaat anders dan op grond van de artikelen 201 of 209 van het Communautair douanewetboek, en één of meer voor de berekening van de douaneschuld noodzakelijke gegevens met betrekking tot de goederen niet zijn komen vast te staan, worden die goederen, met inachtneming van de gegevens die wel zijn komen vast te staan, geacht die hoedanigheid te bezitten, volgens welke het hoogste tarief van rechten bij invoer onderscheidenlijk rechten bij uitvoer van toepassing is.
Vervallen
##### Artikel 22g
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot:
- a. de afronding van bedragen en hoeveelheden die dienen als grondslag voor de berekening van de rechten bij invoer;
- b. de berekening van de rechten bij invoer indien de hoeveelheid van de goederen kleiner is dan de hoeveelheid waarin het douanetarief is uitgedrukt;
- c. de afronding van de verschuldigde rechten bij invoer, compenserende rente en kosten van ambtelijke werkzaamheden.
Vervallen
##### Artikel 22h
De berekening van de rechten bij invoer geschiedt in euro's.
Vervallen
##### Artikel 22i
Hetgeen in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen is bepaald met betrekking tot de rechten bij invoer, is van overeenkomstige toepassing op de rechten bij uitvoer, tenzij anders is bepaald.
Vervallen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
@@ -362,15 +336,11 @@
2. Indien omstandigheden daartoe nopen, kan het horen geschieden in afwijking van [artikel 7:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:5).
3. Indien het bezwaar is gericht tegen een aanslag, een uitnodiging tot betaling, een navorderingsaanslag, een naheffingsaanslag of een beschikking, met betrekking tot welke:
- a. de vereiste aangifte niet is gedaan;
- b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=41&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11), alsmede aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52a&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [53, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-07-11&g=2008-07-11), voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen;
- c. niet volledig is voldaan aan de verplichting tot inlichtingenverstrekking ingevolge artikel 14 van het Communautair douanewetboek; of
- d. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=8) en [9 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=9);
3. Indien het bezwaar is gericht tegen een aanslag, een navorderingsaanslag, een naheffingsaanslag of een beschikking, met betrekking tot welke:
- a. de vereiste aangifte niet is gedaan; of
- b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=41&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01), alsmede aan de verplichtingen ingevolge [artikel 53, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-08-01&g=2008-08-01), voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen,
wordt bij de uitspraak op het bezwaarschrift de belastingaanslag of de beschikking gehandhaafd, tenzij gebleken is dat en in hoeverre de belastingaanslag of de beschikking onjuist is.
@@ -404,7 +374,7 @@
12. Indien de inspecteur voordat de collectieve uitspraak is gedaan uitspraak doet op een bezwaar dat meer omvat dan de rechtsvraag, beslist hij op de rechtsvraag in het nadeel van de belanghebbende. Indien de in het elfde lid eerstbedoelde uitspraak daartoe aanleiding geeft, komt de inspecteur alsnog aan het bezwaar inzake de rechtsvraag tegemoet.
13. Indien de in het elfde lid eerstbedoelde uitspraak daartoe aanleiding geeft, herziet de inspecteur de in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26&z=2008-07-11&g=2008-07-11), bedoelde besluiten waarbij de rechtsvraag onjuist is beantwoord, voorzover bezwaren daartegen op de voet van het tweede lid zouden hebben geleid tot aanwijzing als massaal bezwaar. Herziening vindt niet plaats indien de rechtshandeling onherroepelijk was ten tijde van de aanwijzing als massaal bezwaar of indien de onjuiste beantwoording van de rechtsvraag bij het verrichten van de rechtshandeling de inspecteur ter kennis komt na het verstrijken van vijf jaren na de in de eerste volzin bedoelde rechterlijke uitspraak. De herziening geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking binnen een jaar nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden dan wel, indien dat later is, de onjuiste beantwoording van de rechtsvraag bij het verrichten van de desbetreffende rechtshandeling de inspecteur bekend is geworden. Bezwaar en beroep tegen de beschikking kan slechts de rechtsvraag betreffen. [Artikel 25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25b&z=2008-07-11&g=2008-07-11) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de naar het oordeel van de inspecteur meest gerede partij.
13. Indien de in het elfde lid eerstbedoelde uitspraak daartoe aanleiding geeft, herziet de inspecteur de in [artikel 26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26&z=2008-08-01&g=2008-08-01), bedoelde besluiten waarbij de rechtsvraag onjuist is beantwoord, voorzover bezwaren daartegen op de voet van het tweede lid zouden hebben geleid tot aanwijzing als massaal bezwaar. Herziening vindt niet plaats indien de rechtshandeling onherroepelijk was ten tijde van de aanwijzing als massaal bezwaar of indien de onjuiste beantwoording van de rechtsvraag bij het verrichten van de rechtshandeling de inspecteur ter kennis komt na het verstrijken van vijf jaren na de in de eerste volzin bedoelde rechterlijke uitspraak. De herziening geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking binnen een jaar nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden dan wel, indien dat later is, de onjuiste beantwoording van de rechtsvraag bij het verrichten van de desbetreffende rechtshandeling de inspecteur bekend is geworden. Bezwaar en beroep tegen de beschikking kan slechts de rechtsvraag betreffen. [Artikel 25b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25b&z=2008-08-01&g=2008-08-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de naar het oordeel van de inspecteur meest gerede partij.
### Afdeling 2. Algemene bepalingen inzake beroep
@@ -412,7 +382,7 @@
1. In afwijking van [artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:1) kan tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit slechts beroep bij de rechtbank worden ingesteld, indien het betreft:
- a. een belastingaanslag, daaronder begrepen de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-07-11&g=2008-07-11) voorgeschreven verrekening, of
- a. een belastingaanslag, daaronder begrepen de in [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-08-01&g=2008-08-01) voorgeschreven verrekening, of
- b. een voor bezwaar vatbare beschikking.
@@ -436,7 +406,7 @@
1. Hij die beroep instelt tegen meer dan één uitspraak kan dat doen bij één beroepschrift.
2. [Artikel 24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 26c
@@ -444,23 +414,11 @@
##### Artikel 27
1. Voor de toepassing van [artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) treden de rechtbanken te Leeuwarden, Arnhem, Haarlem, ’s-Gravenhage en Breda in de plaats van de andere rechtbanken in hun ressort.
2. In afwijking van [artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) en van het eerste lid, is slechts de rechtbank te Haarlem bevoegd, indien het beroep betreft:
- a. een uitnodiging tot betaling dan wel
- b. een voor bezwaar vatbare beschikking die is gegeven op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632).
3. [Artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:13) is niet van toepassing indien beroep is ingesteld bij de douanekamer van de rechtbank te Haarlem.
Voor de toepassing van [artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:7) treden de rechtbanken te Leeuwarden, Arnhem, Haarlem, ’s-Gravenhage en Breda in de plaats van de andere rechtbanken in hun ressort.
##### Artikel 27a
Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door de inspecteur, kan:
- a. de rechtbank bepalen dat [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&z=2008-07-11&g=2008-07-11), gedurende een daarbij te bepalen termijn van toepassing blijft;
- b. de rechtbank te Haarlem bepalen dat de artikelen 13 en 14 van het Communautair douanewetboek en [hoofdstuk 2, paragrafen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632¶graaf=2) en [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632¶graaf=3), alsmede [artikel 28 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=28) gedurende een daarbij te bepalen termijn van toepassing blijven.
Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig doen van een uitspraak door de inspecteur, kan de rechtbank bepalen dat [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&z=2008-08-01&g=2008-08-01), gedurende een daarbij te bepalen termijn van toepassing blijft.
##### Artikel 27b
@@ -468,7 +426,7 @@
- a. € 39 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
- b. € 145 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een besluit met betrekking tot de toepassing van de [Wet op de dividendbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515), de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629), de [Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806), de [Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251), de [Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802), de [Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168) of wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632);
- b. € 145 indien door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld tegen een besluit met betrekking tot de toepassing van de [Wet op de dividendbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515), de [Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629), de [Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005806), de [Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251), de [Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere produkten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005802) of de [Wet belastingen op milieugrondslag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007168);
- c. € 288 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep is ingesteld.
@@ -486,13 +444,9 @@
Indien:
- a. de vereiste aangifte niet is gedaan;
- b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=41&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11) , alsmede aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52a&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [53, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-07-11&g=2008-07-11), voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen;
- c. niet volledig is voldaan aan de verplichting tot inlichtingenverstrekking ingevolge artikel 14 van het Communautair douanewetboek; of
- d. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=8) en [9 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=9);
- a. de vereiste aangifte niet is gedaan; of
- b. niet volledig is voldaan aan de verplichtingen ingevolge de [artikelen 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=41&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01) , alsmede aan de verplichtingen ingevolge [artikel 53, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-08-01&g=2008-08-01), voorzover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen;
verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de uitspraak op het bezwaar onjuist is.
@@ -528,7 +482,7 @@
3. Tegen andere beslissingen van de rechtbank onderscheidenlijk de voorzieningenrechter kan slechts tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de in het eerste lid bedoelde uitspraak hoger beroep worden ingesteld.
4. De artikelen [24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [26a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en [26b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), zijn van overeenkomstige toepassing.
4. De artikelen [24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [26a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), en [26b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26b&z=2008-08-01&g=2008-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
5. De werking van de uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep onherroepelijk is beslist.
@@ -558,7 +512,7 @@
5. Tegen andere beslissingen van het gerechtshof, van de rechtbank of van de voorzieningenrechter kan slechts tegelijkertijd met het beroep in cassatie tegen de in het eerste of het tweede lid bedoelde uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld.
6. De [artikelen 24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [26a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en [26b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De [artikelen 24a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=24a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [26a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), en [26b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=26b&z=2008-08-01&g=2008-08-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
7. De werking van de uitspraak van het gerechtshof, de rechtbank of de voorzieningenrechter wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van beroep in cassatie is verstreken of, indien beroep in cassatie is ingesteld, op het beroep in cassatie is beslist.
@@ -570,7 +524,7 @@
##### Artikel 28b
1. Indien beroep in cassatie is ingesteld tegen een mondelinge uitspraak, wordt de mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke uitspraak, tenzij het beroep in cassatie kennelijk niet-ontvankelijk is of de Hoge Raad anders bepaalt. De vervanging geschiedt binnen zes weken na de dag waarop de mededeling, bedoeld in [artikel 28a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=28a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is gedaan. Het beroep in cassatie wordt geacht gericht te zijn tegen de schriftelijke uitspraak.
1. Indien beroep in cassatie is ingesteld tegen een mondelinge uitspraak, wordt de mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke uitspraak, tenzij het beroep in cassatie kennelijk niet-ontvankelijk is of de Hoge Raad anders bepaalt. De vervanging geschiedt binnen zes weken na de dag waarop de mededeling, bedoeld in [artikel 28a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=28a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is gedaan. Het beroep in cassatie wordt geacht gericht te zijn tegen de schriftelijke uitspraak.
2. Het gerecht dat de mondelinge uitspraak heeft gedaan, verzendt de vervangende schriftelijke uitspraak gelijktijdig aan partijen en aan de griffier van de Hoge Raad.
@@ -588,7 +542,7 @@
- a. € 107 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan bedoeld in onderdeel b;
- b. € 216 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 27b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27b&z=2008-07-11&g=2008-07-11);
- b. € 216 indien door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 27b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27b&z=2008-08-01&g=2008-08-01);
- c. € 433 indien anders dan door een natuurlijke persoon beroep in cassatie is ingesteld.
@@ -636,7 +590,7 @@
2. De griffier zendt een door hem voor eensluidend getekend afschrift van de intrekking onverwijld aan die belanghebbende.
3. De [artikelen 6:5 tot en met 6:9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:5), [6:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:11), [6:14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:14), [6:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:15), [6:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:17), [6:21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:21) en [8:73a, tweede lid, eerste en tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:73a) zijn van overeenkomstige toepassing, alsmede de [artikelen 29c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=29c&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=29d&z=2008-07-11&g=2008-07-11).
3. De [artikelen 6:5 tot en met 6:9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:5), [6:11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:11), [6:14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:14), [6:15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:15), [6:17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:17), [6:21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:21) en [8:73a, tweede lid, eerste en tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:73a) zijn van overeenkomstige toepassing, alsmede de [artikelen 29c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=29c&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=29d&z=2008-08-01&g=2008-08-01).
##### Artikel 29g
@@ -660,21 +614,17 @@
1. In afwijking van [artikel 8:79, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:79) geschiedt de verstrekking overeenkomstig die bepaling van afschriften of uittreksels aan anderen dan partijen met machtiging van de Hoge Raad.
2. [Artikel 27g, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27g&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 27g, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27g&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
##### Artikel 30a
1. Een beschikking als bedoeld in [artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3) die is genomen op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632), is voor bezwaar vatbaar.
2. Een andere beslissing op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632) wordt bevestigd bij beschikking als bedoeld in [artikel 1:3, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=1:3), indien degene jegens wie de beslissing is genomen daarom verzoekt binnen vier weken nadat de beslissing aan hem is medegedeeld.
3. Indien een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank betrekking heeft op een voor bezwaar vatbare beschikking die op grond van wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632) is gegeven door Onze Minister, treedt voor de toepassing van dit hoofdstuk Onze Minister in de plaats van de inspecteur.
Vervallen
##### Artikel 30b
De administratieplichtige, bedoeld in [artikel 9 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=9), die niet of niet volledig voldoet aan de vordering gegevensdragers, of de inhoud daarvan, voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van de [artikelen 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2008-07-11&g=2008-07-11) geacht niet volledig te hebben voldaan aan een bij of krachtens [artikel 8 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=8) opgelegde verplichting, tenzij aannemelijk is dat de afwezigheid of onvolledigheid van de gegevensdragers of de inhoud daarvan het gevolg is van overmacht.
Vervallen
##### Artikel 30c
@@ -726,7 +676,7 @@
5. Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt als het bedrag van de aanslag: het bedrag van de aanslag na de verrekening ingevolge
- a. [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-07-11&g=2008-07-11);
- a. [artikel 15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=15&z=2008-08-01&g=2008-08-01);
- b. de [artikelen 3.152, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.152), en [4.51, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=4.51);
@@ -744,13 +694,13 @@
- b. de aanslag die geen negatief bedrag beloopt tot een aanslag die wel een negatief bedrag beloopt: over dat negatieve bedrag.
3. Bij vermindering van de aanslag eindigt in afwijking in zoverre van [artikel 30**f**, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11), het tijdvak waarover de heffingsrente wordt berekend op de dag van de dagtekening van het afschrift van de uitspraak of van de kennisgeving waaruit van de vermindering blijkt.
3. Bij vermindering van de aanslag eindigt in afwijking in zoverre van [artikel 30**f**, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01), het tijdvak waarover de heffingsrente wordt berekend op de dag van de dagtekening van het afschrift van de uitspraak of van de kennisgeving waaruit van de vermindering blijkt.
4. Het tweede lid vindt geen toepassing bij een vermindering van de aanslag die voortvloeit uit de verrekening van een verlies van een volgend jaar.
##### Artikel 30h
1. Heffingsrente wordt in rekening gebracht over het positieve bedrag van de belastingaanslag, dan wel, indien [artikel 30**f**, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11), van toepassing is, over het bedrag van de te laat betaalde belasting.
1. Heffingsrente wordt in rekening gebracht over het positieve bedrag van de belastingaanslag, dan wel, indien [artikel 30**f**, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01), van toepassing is, over het bedrag van de te laat betaalde belasting.
2. De in rekening gebrachte heffingsrente wordt verlaagd bij vermindering van het positieve bedrag van de belastingaanslag, tenzij de vermindering voortvloeit uit de verrekening van een verlies van een volgend jaar.
@@ -766,15 +716,15 @@
2. De revisierente bedraagt 20 percent van de waarde in het economische verkeer van aanspraken als bedoeld in het eerste lid.
3. Ingeval de aanspraak is bedongen minder dan 10 jaren vóór het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten, wordt, indien de belastingplichtige dit verzoekt, in afwijking van het tweede lid, de revisierente gesteld op het door de belastingplichtige aannemelijk te maken bedrag dat ingevolge de [artikelen 30f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [30h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30h&z=2008-07-11&g=2008-07-11) aan heffingsrente in rekening zou worden gebracht indien:
3. Ingeval de aanspraak is bedongen minder dan 10 jaren vóór het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten, wordt, indien de belastingplichtige dit verzoekt, in afwijking van het tweede lid, de revisierente gesteld op het door de belastingplichtige aannemelijk te maken bedrag dat ingevolge de [artikelen 30f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [30h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30h&z=2008-08-01&g=2008-08-01) aan heffingsrente in rekening zou worden gebracht indien:
- a. ingeval het betreft een aanspraak ingevolge een pensioenregeling of negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen: de mogelijkheid zou bestaan de aftrek van de premies voor de aanspraak ongedaan te maken door navorderingsaanslagen over de jaren van die aftrek, of
- b. ingeval het betreft een aanspraak op periodieke uitkeringen: de mogelijkheid zou bestaan de aanspraak tot inkomen uit werk en woning te rekenen in het jaar waarop de aanspraak is ontstaan en ter zake daarvan een navorderingsaanslag op te leggen.
Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies, bedoeld in de vorige volzin onderdeel a, danwel van de aanspraak, bedoeld in de vorige volzin onderdeel b, en wordt het einde van het in [artikel 30f, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11), bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten.
4. Indien revisierente wordt berekend met betrekking tot inkomstenbelasting die betrekking heeft op inkomsten die in aanmerking zijn genomen op grond van de [artikelen 3.83, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.83), [3.133, tweede lid, onderdelen h of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.133), [3.136, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.136), of [7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=7.2), wordt bij de toepassing van het derde lid [artikel 30f, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11), buiten aanmerking gelaten.
Hierbij worden de bedragen van die navorderingsaanslagen gesteld op 50 percent van de premies, bedoeld in de vorige volzin onderdeel a, danwel van de aanspraak, bedoeld in de vorige volzin onderdeel b, en wordt het einde van het in [artikel 30f, derde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01), bedoelde tijdvak gesteld op 31 december van het jaar waarin de aanspraak ingevolge een pensioenregeling of de aanspraak op periodieke uitkeringen tot loon wordt gerekend dan wel de negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen worden genoten.
4. Indien revisierente wordt berekend met betrekking tot inkomstenbelasting die betrekking heeft op inkomsten die in aanmerking zijn genomen op grond van de [artikelen 3.83, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.83), [3.133, tweede lid, onderdelen h of j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.133), [3.136, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=3.136), of [7.2, achtste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=7.2), wordt bij de toepassing van het derde lid [artikel 30f, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01), buiten aanmerking gelaten.
##### Artikel 30j
@@ -782,11 +732,11 @@
2. Het bedrag van de heffingsrente wordt op het aanslagbiljet of op het afschrift van de uitspraak of bij de bekendmaking afzonderlijk vermeld. Ingeval de eerste volzin geen toepassing vindt, blijkt het bedrag van de heffingsrente uit het afschrift van de beschikking.
3. Met betrekking tot de revisierente bedoeld in [artikel 30i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30i&z=2008-07-11&g=2008-07-11) zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
3. Met betrekking tot de revisierente bedoeld in [artikel 30i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30i&z=2008-08-01&g=2008-08-01) zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 30k
Onze Minister kan in het kader van een regeling voor onderling overleg op grond van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (**Trb.**1990, 173), de [Belastingregeling voor het Koninkrijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002464) of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen afwijkingen toestaan van de [artikelen 30f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [30g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30g&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [30h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30h&z=2008-07-11&g=2008-07-11).
Onze Minister kan in het kader van een regeling voor onderling overleg op grond van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen (**Trb.**1990, 173), de [Belastingregeling voor het Koninkrijk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002464) of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen afwijkingen toestaan van de [artikelen 30f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30f&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [30g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30g&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [30h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&artikel=30h&z=2008-08-01&g=2008-08-01).
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
@@ -796,25 +746,25 @@
##### Artikel 32
Het besluit van de inspecteur om een belastingaanslag met toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) vast te stellen, wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking en niet dan nadat Onze Minister daartoe toestemming heeft verleend.
Het besluit van de inspecteur om een belastingaanslag met toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) vast te stellen, wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking en niet dan nadat Onze Minister daartoe toestemming heeft verleend.
##### Artikel 33
1. In geval van twijfel of een beraamde rechtshandeling onder [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) zou vallen, kan de belanghebbende deze vraag onderwerpen aan het oordeel van de inspecteur. De beslissing van de inspecteur wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Indien de inspecteur de in het eerste lid bedoelde vraag ontkennend beantwoordt, kan [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) op de rechtshandeling, zo zij tot stand komt, niet worden toegepast, tenzij mocht blijken, dat de feiten niet volkomen overeenstemmen met de tevoren gegeven voorstelling.
1. In geval van twijfel of een beraamde rechtshandeling onder [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) zou vallen, kan de belanghebbende deze vraag onderwerpen aan het oordeel van de inspecteur. De beslissing van de inspecteur wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Indien de inspecteur de in het eerste lid bedoelde vraag ontkennend beantwoordt, kan [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) op de rechtshandeling, zo zij tot stand komt, niet worden toegepast, tenzij mocht blijken, dat de feiten niet volkomen overeenstemmen met de tevoren gegeven voorstelling.
##### Artikel 34
In geval van beroep tegen een uitspraak op een bezwaarschrift betreffende een beschikking als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-07-11&g=2008-07-11) of [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2008-07-11&g=2008-07-11), handhaaft de rechtbank de uitspraak indien blijkt, dat de in de beschikking omschreven rechtshandeling voldoet aan de voor de toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) gestelde voorwaarden, en vernietigt het de uitspraak indien dit niet het geval is.
In geval van beroep tegen een uitspraak op een bezwaarschrift betreffende een beschikking als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-08-01&g=2008-08-01) of [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2008-08-01&g=2008-08-01), handhaaft de rechtbank de uitspraak indien blijkt, dat de in de beschikking omschreven rechtshandeling voldoet aan de voor de toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) gestelde voorwaarden, en vernietigt het de uitspraak indien dit niet het geval is.
##### Artikel 35
Nadat de in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde beschikking onherroepelijk is geworden kan daaraan uitvoering worden gegeven. Een na het onherroepelijk worden van de in de [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-07-11&g=2008-07-11) of [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde beschikking, met toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) vastgestelde belastingaanslag kan niet worden bestreden met het bezwaar, dat [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-07-11&g=2008-07-11) geen toepassing had mogen vinden.
Nadat de in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde beschikking onherroepelijk is geworden kan daaraan uitvoering worden gegeven. Een na het onherroepelijk worden van de in de [artikelen 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-08-01&g=2008-08-01) of [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=33&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde beschikking, met toepassing van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) vastgestelde belastingaanslag kan niet worden bestreden met het bezwaar, dat [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=31&z=2008-08-01&g=2008-08-01) geen toepassing had mogen vinden.
##### Artikel 36
De termijnen van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [artikel 16, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en [artikel 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-07-11&g=2008-07-11), worden verlengd met de tijd die verloopt tussen de dagtekening van het afschrift van de in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde beschikking en de dag welke valt een jaar na die waarop die beschikking onherroepelijk geworden dan wel vernietigd is.
De termijnen van [artikel 11, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=11&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [artikel 16, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-08-01&g=2008-08-01), en [artikel 20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-08-01&g=2008-08-01), worden verlengd met de tijd die verloopt tussen de dagtekening van het afschrift van de in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VI&artikel=32&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde beschikking en de dag welke valt een jaar na die waarop die beschikking onherroepelijk geworden dan wel vernietigd is.
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
@@ -826,7 +776,7 @@
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter voorkoming van dubbele belasting in gevallen waarin daaromtrent niet op andere wijze is voorzien, regelen worden gesteld ten einde gehele of gedeeltelijke vrijstelling of vermindering van belasting te verlenen, indien en voor zover het voorwerp van de belasting is onderworpen aan een belasting die vanwege een ander land van het Koninkrijk, een andere Mogendheid of een volkenrechtelijke organisatie wordt geheven.
2. Belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn onderworpen aan een belasting die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven, indien zij wordt genoten uit privaatrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het Rijk gevestigde werkgever, voorzover dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht binnen het gebied van een Mogendheid waarmee Nederland geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten en met betrekking waartoe geen regelen zijn gesteld op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2008-07-11&g=2008-07-11). Voor de toepassing van de vorige volzin omvat het gebied van een andere Mogendheid mede het gebied buiten de territoriale wateren van die Mogendheid waar deze in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten kan uitoefenen. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen te bepalen dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht.
2. Belastbaar loon uit tegenwoordige arbeid wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn onderworpen aan een belasting die vanwege een andere Mogendheid wordt geheven, indien zij wordt genoten uit privaatrechtelijke dienstbetrekking tot een binnen het Rijk gevestigde werkgever, voorzover dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht binnen het gebied van een Mogendheid waarmee Nederland geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten en met betrekking waartoe geen regelen zijn gesteld op grond van [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VII&artikel=37&z=2008-08-01&g=2008-08-01). Voor de toepassing van de vorige volzin omvat het gebied van een andere Mogendheid mede het gebied buiten de territoriale wateren van die Mogendheid waar deze in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten kan uitoefenen. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen te bepalen dat loon betrekking heeft op arbeid die gedurende ten minste drie aaneengesloten maanden wordt verricht.
##### Artikel 39
@@ -882,9 +832,9 @@
##### Artikel 47a
1. Met betrekking tot een vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal waarin een niet binnen het Rijk gevestigd lichaam of een niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon een belang heeft van meer dan 50 percent en met betrekking tot een ander lichaam waarover dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon de zeggenschap heeft, is [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), van overeenkomstige toepassing ter zake van gegevens en inlichtingen alsmede gegevensdragers die in het bezit zijn van dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing in gevallen waarin twee of meer lichamen of natuurlijke personen waarvan er ten minste één niet binnen het Rijk is gevestigd of woont, volgens een onderlinge regeling tot samenwerking een belang houden van meer dan 50 percent in een vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal dan wel de zeggenschap hebben in een ander lichaam. Ter zake van die gegevensdragers kan worden volstaan met het voor raadpleging beschikbaar stellen van de inhoud daarvan door middel van kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vennootschap en het andere lichaam is [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), eveneens van overeenkomstige toepassing ter zake van gegevens en inlichtingen alsmede gegevensdragers die in het bezit zijn van een niet binnen het Rijk gevestigde vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal waarin een in het eerste lid bedoeld niet binnen het Rijk gevestigd lichaam of wonend natuurlijk persoon een belang heeft van meer dan 50 percent of die in het bezit zijn van een ander niet binnen het Rijk gevestigd lichaam waarover dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon zeggenschap heeft. Ter zake van die gegevensdragers kan worden volstaan met het voor raadpleging beschikbaar stellen van de inhoud daarvan door middel van kopieén, leesbare afdrukken of uittreksels.
1. Met betrekking tot een vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal waarin een niet binnen het Rijk gevestigd lichaam of een niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon een belang heeft van meer dan 50 percent en met betrekking tot een ander lichaam waarover dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon de zeggenschap heeft, is [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), van overeenkomstige toepassing ter zake van gegevens en inlichtingen alsmede gegevensdragers die in het bezit zijn van dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing in gevallen waarin twee of meer lichamen of natuurlijke personen waarvan er ten minste één niet binnen het Rijk is gevestigd of woont, volgens een onderlinge regeling tot samenwerking een belang houden van meer dan 50 percent in een vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal dan wel de zeggenschap hebben in een ander lichaam. Ter zake van die gegevensdragers kan worden volstaan met het voor raadpleging beschikbaar stellen van de inhoud daarvan door middel van kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels.
2. Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde vennootschap en het andere lichaam is [artikel 47, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), eveneens van overeenkomstige toepassing ter zake van gegevens en inlichtingen alsmede gegevensdragers die in het bezit zijn van een niet binnen het Rijk gevestigde vennootschap met een geheel of ten dele in aandelen verdeeld kapitaal waarin een in het eerste lid bedoeld niet binnen het Rijk gevestigd lichaam of wonend natuurlijk persoon een belang heeft van meer dan 50 percent of die in het bezit zijn van een ander niet binnen het Rijk gevestigd lichaam waarover dat niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of die natuurlijke persoon zeggenschap heeft. Ter zake van die gegevensdragers kan worden volstaan met het voor raadpleging beschikbaar stellen van de inhoud daarvan door middel van kopieén, leesbare afdrukken of uittreksels.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het in die leden bedoelde niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de in die leden bedoelde natuurlijke persoon is gevestigd onderscheidenlijk woont in een staat waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in inlichtingenuitwisseling met betrekking tot de belasting voor de heffing waarvan de inspecteur de gegevens, inlichtingen of gegevensdragers nodig heeft.
@@ -896,11 +846,11 @@
1. Ieder die de inspecteur verzoekt hem een sociaal-fiscaalnummer toe te kennen dan wel een hem toegekend sociaal-fiscaalnummer aan hem bekend te maken, is ter vaststelling van zijn identiteit gehouden een document als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006297&artikel=1) ter inzage te verstrekken aan de inspecteur, die de aard en het nummer van dat document in de administratie opneemt.
2. Degene op wie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-07-11&g=2008-07-11), betrekking hebben, is gehouden, volgens bij of krachtens de belastingwet te stellen regels, aan de administratieplichtige opgave te verstrekken van zijn sociaal-fiscaalnummer, een document dat op hem betrekking heeft als bedoeld in [artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006297&artikel=1) ter inzage te verstrekken en een afschrift daarvan in de administratie van de administratieplichtige te laten opnemen.
2. Degene op wie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-08-01&g=2008-08-01), betrekking hebben, is gehouden, volgens bij of krachtens de belastingwet te stellen regels, aan de administratieplichtige opgave te verstrekken van zijn sociaal-fiscaalnummer.
##### Artikel 48
1. De in [artikel 47, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), bedoelde verplichting geldt onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de inspecteur voor raadpleging beschikbaar te stellen.
1. De in [artikel 47, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), bedoelde verplichting geldt onverminderd voor een derde bij wie zich gegevensdragers bevinden van degene die gehouden is deze, of de inhoud daarvan, aan de inspecteur voor raadpleging beschikbaar te stellen.
2. De inspecteur stelt degene wiens gegevensdragers hij bij een derde voor raadpleging vordert, gelijktijdig hiervan in kennis.
@@ -920,13 +870,13 @@
2. De gevraagde toegang moet worden verleend, tussen acht uur ’s ochtends en zes uur ’s avonds, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen.
3. Indien het gebouw of de grond wordt gebruikt voor het uitoefenen van een bedrijf, een zelfstandig beroep of een werkzaamheid als bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11), wordt, voor zover het redelijkerwijs niet mogelijk is het onderzoek te doen plaatsvinden gedurende de in het tweede lid bedoelde uren, de gevraagde toegang verleend tijdens de uren waarin het gebruik voor de uitoefening van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid daadwerkelijk plaatsvindt.
3. Indien het gebouw of de grond wordt gebruikt voor het uitoefenen van een bedrijf, een zelfstandig beroep of een werkzaamheid als bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01), wordt, voor zover het redelijkerwijs niet mogelijk is het onderzoek te doen plaatsvinden gedurende de in het tweede lid bedoelde uren, de gevraagde toegang verleend tijdens de uren waarin het gebruik voor de uitoefening van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid daadwerkelijk plaatsvindt.
4. De gebruiker van het gebouw of de grond is verplicht desgevraagd de aanwijzingen te geven die voor het onderzoek nodig zijn.
##### Artikel 51
Voor een weigering om te voldoen aan de in de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=48&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-07-11&g=2008-07-11) omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheden dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd.
Voor een weigering om te voldoen aan de in de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=48&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-08-01&g=2008-08-01) omschreven verplichtingen kan niemand zich met vrucht beroepen op de omstandigheden dat hij uit enigerlei hoofde tot geheimhouding verplicht is, zelfs niet indien deze hem bij een wettelijke bepaling is opgelegd.
##### Artikel 52
@@ -952,17 +902,11 @@
##### Artikel 52a
De bij of krachtens de belastingwet aan te wijzen administratieplichtigen zijn gehouden, volgens bij of krachtens de belastingwet te stellen regels, van degene op wie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in [artikel 53, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2008-07-11&g=2008-07-11), betrekking hebben:
- a. opgave te verlangen van diens sociaal-fiscaalnummer;
- b. de identiteit vast te stellen aan de hand van een document als bedoeld in [artikel 47b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en
- c. in de administratie op te nemen diens sociaal-fiscaalnummer, een afschrift van het document, bedoeld in [artikel 47b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en voorzover uit het afschrift niet de aard of het nummer van het document blijkt ook de aard of het nummer van dat document.
Vervallen
##### Artikel 53
1. Met betrekking tot administratieplichtigen als bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11) zijn de in de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [48 tot en met 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=48&z=2008-07-11&g=2008-07-11) geregelde verplichtingen van overeenkomstige toepassing ten behoeve van:
1. Met betrekking tot administratieplichtigen als bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01) zijn de in de [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [48 tot en met 50](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=48&z=2008-08-01&g=2008-08-01) geregelde verplichtingen van overeenkomstige toepassing ten behoeve van:
- a. de belastingheffing van derden;
@@ -972,17 +916,17 @@
3. De administratieplichtigen, bedoeld in het tweede lid, zijn gehouden bij de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het tweede lid, het sociaal-fiscaalnummer te vermelden van degene op wie de gegevens en inlichtingen betrekking hebben.
4. Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onderdeel **a**, is niet van toepassing op de personen en de lichamen als bedoeld in [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=55&z=2008-07-11&g=2008-07-11), voor zover het de in dat artikel bedoelde gegevens en inlichtingen betreft.
4. Het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onderdeel **a**, is niet van toepassing op de personen en de lichamen als bedoeld in [artikel 55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=55&z=2008-08-01&g=2008-08-01), voor zover het de in dat artikel bedoelde gegevens en inlichtingen betreft.
##### Artikel 53a
1. Voor een weigering om te voldoen aan de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing van derden kunnen alleen bekleders van een geestelijk ambt, notarissen, advocaten, procureurs, artsen en apothekers zich beroepen op de omstandigheid, dat zij uit hoofde van hun stand, ambt of beroep tot geheimhouding verplicht zijn.
2. Met betrekking tot de verplichtingen ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan administratieplichtigen is opgedragen, is [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=51&z=2008-07-11&g=2008-07-11) van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot de verplichtingen ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan administratieplichtigen is opgedragen, is [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=51&z=2008-08-01&g=2008-08-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 54
De administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering gegevensdragers, of de inhoud daarvan, voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van de [artikelen 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2008-07-11&g=2008-07-11) geacht niet volledig te hebben voldaan aan een bij of krachtens de [artikelen 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11) of [52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52a&z=2008-07-11&g=2008-07-11) opgelegde verplichting, tenzij aannemelijk is dat de afwezigheid of onvolledigheid van de gegevensdragers of de inhoud daarvan het gevolg is van overmacht.
De administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering gegevensdragers, of de inhoud daarvan, voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van de [artikelen 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1&artikel=25&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2008-08-01&g=2008-08-01) geacht niet volledig te hebben voldaan aan een bij of krachtens [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01) opgelegde verplichting, tenzij aannemelijk is dat de afwezigheid of onvolledigheid van de gegevensdragers of de inhoud daarvan het gevolg is van overmacht.
##### Artikel 55
@@ -1066,13 +1010,13 @@
##### Artikel 67a
1. Indien de belastingplichtige de aangifte voor een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven niet, dan wel niet binnen de ingevolge [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2008-07-11&g=2008-07-11), gestelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag, een boete van ten hoogste € 1 134 kan opleggen.
1. Indien de belastingplichtige de aangifte voor een belasting welke bij wege van aanslag wordt geheven niet, dan wel niet binnen de ingevolge [artikel 9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=9&z=2008-08-01&g=2008-08-01), gestelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem, gelijktijdig met de vaststelling van de aanslag, een boete van ten hoogste € 1 134 kan opleggen.
2. Indien over een jaar zowel een aanslag als een conserverende aanslag wordt vastgesteld, wordt de in het eerste lid bedoelde boete uitsluitend opgelegd bij het vaststellen van de aanslag. Wordt over een jaar uitsluitend een conserverende aanslag vastgesteld, dan wordt die boete opgelegd bij het vaststellen van de conserverende aanslag.
##### Artikel 67b
1. Indien de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 113 kan opleggen.
1. Indien de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige de aangifte voor een belasting welke op aangifte moet worden voldaan of afgedragen niet, dan wel niet binnen de in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=10&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde termijn heeft gedaan, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 113 kan opleggen.
2. Indien de inhoudingsplichtige de aangifte loonbelasting niet, niet binnen de in artikel 10 bedoelde termijn, dan wel onjuist of onvolledig heeft gedaan, vormt dit, in afwijking van het eerste lid, een verzuim terzake waarvan de inspecteur hem een boete van ten hoogste € 1134 kan opleggen.
@@ -1086,7 +1030,7 @@
3. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete wegens niet tijdig betalen vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan.
4. [Artikel 20, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
4. [Artikel 20, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
@@ -1114,7 +1058,7 @@
- b. indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen; een en ander voor zover dat bedrag als gevolg van de opzet of de grove schuld van de belastingplichtige niet zou zijn geheven.
3. De inspecteur kan, in afwijking van het eerste lid, binnen zes maanden na de vaststelling van de navorderingsaanslag, een boete opleggen indien de feiten of omstandigheden op grond waarvan wordt nagevorderd eerst bekend worden op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden vóór de afloop van de in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde termijnen, en er tevens aanwijzingen bestaan dat het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven. Alsdan doet de inspecteur gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag mededeling aan de belastingplichtige dat wordt onderzocht of in verband met de navordering het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is.
3. De inspecteur kan, in afwijking van het eerste lid, binnen zes maanden na de vaststelling van de navorderingsaanslag, een boete opleggen indien de feiten of omstandigheden op grond waarvan wordt nagevorderd eerst bekend worden op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden vóór de afloop van de in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=III&artikel=16&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde termijnen, en er tevens aanwijzingen bestaan dat het aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven. Alsdan doet de inspecteur gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag mededeling aan de belastingplichtige dat wordt onderzocht of in verband met de navordering het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is.
4. Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen en als gevolg daarvan geen navorderingsaanslag kan worden vastgesteld, kan de inspecteur de boete, bedoeld in het eerste lid, niettemin opleggen. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete vervalt door verloop van de termijn die geldt voor het vaststellen van de navorderingsaanslag, die zou kunnen zijn vastgesteld indien geen verliezen in aanmerking zouden zijn genomen.
@@ -1130,9 +1074,9 @@
4. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete wegens niet tijdig betalen, vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan.
5. [Artikel 67e, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 20, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
5. [Artikel 67e, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. [Artikel 20, eerste lid, tweede volzin, en tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IV&artikel=20&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
@@ -1142,7 +1086,7 @@
1. De inspecteur legt de boete op bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 67k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=67k&z=2008-07-11&g=2008-07-11) stelt de inspecteur de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige, uiterlijk bij de in het eerste lid bedoelde beschikking, in kennis van de gronden waarop de oplegging van de boete berust.
2. Onverminderd het bepaalde in [artikel 67k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=2&artikel=67k&z=2008-08-01&g=2008-08-01) stelt de inspecteur de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige, uiterlijk bij de in het eerste lid bedoelde beschikking, in kennis van de gronden waarop de oplegging van de boete berust.
3. Op verzoek van de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige die de kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de inspecteur er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
@@ -1164,7 +1108,7 @@
##### Artikel 67j
Indien de inspecteur jegens de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is, voor zoveel nodig in afwijking van [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&z=2008-07-11&g=2008-07-11), de belastingplichtige onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige niet langer verplicht ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen voorzover het betreft de boete-oplegging.
Indien de inspecteur jegens de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is, voor zoveel nodig in afwijking van [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&z=2008-08-01&g=2008-08-01), de belastingplichtige onderscheidenlijk de inhoudingsplichtige niet langer verplicht ter zake van die gedraging enige verklaring af te leggen voorzover het betreft de boete-oplegging.
##### Artikel 67k
@@ -1190,7 +1134,7 @@
##### Artikel 67o
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt indien ter zake van het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge [artikel 76 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=2&artikel=76&z=2008-07-11&g=2008-07-11) of [artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74).
De bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vervalt indien ter zake van het feit op grond waarvan de boete kan worden opgelegd, tegen de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvervolging is vervallen ingevolge [artikel 76 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=2&artikel=76&z=2008-08-01&g=2008-08-01) of [artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74).
##### Artikel 67p
@@ -1210,11 +1154,11 @@
1. Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens:
- a. de [artikelen 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=43&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=44&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [47b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=50&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en [52a, onderdelen a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52a&z=2008-07-11&g=2008-07-11);
- a. de [artikelen 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=43&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=44&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [47b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=50&z=2008-08-01&g=2008-08-01);
- b. [artikel 7, tweede lid, van de Wet op de kansspelbelasting](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002359&artikel=7);
- c. de [artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=28), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=29), [35d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35d), [35e, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35e), [35k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35k), [35l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35l) en [35m, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35m);
- c. de [artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=28), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=29), [35d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35d), [35e, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35e), [35k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35k), [35l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35l) en [35m, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35m);
- d. [artikel 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=9);
@@ -1234,31 +1178,31 @@
- e. het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, en deze niet bewaart;
- f. het verlenen van medewerking als bedoeld in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-07-11&g=2008-07-11), en deze niet verleent;
- f. het verlenen van medewerking als bedoeld in [artikel 52, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52&z=2008-08-01&g=2008-08-01), en deze niet verleent;
- g. het uitreiken van een factuur of nota, en een onjuiste of onvolledige factuur of nota verstrekt;
wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Degene die niet voldoet aan de verplichting, hem opgelegd bij [artikel 47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-07-11&g=2008-07-11), wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
4. Niet strafbaar is degene die de in [artikel 47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-07-11&g=2008-07-11) bedoelde verplichting niet nakomt ten gevolge van een voor het niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon geldend wettelijk of rechterlijk verbod tot het verlenen van medewerking aan de verstrekking van de verlangde gegevens of inlichtingen of het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, dan wel ten gevolge van een hem niet toe te rekenen weigering van het niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon de verlangde gegevens of inlichtingen te verstrekken of boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen.
3. Degene die niet voldoet aan de verplichting, hem opgelegd bij [artikel 47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2008-08-01&g=2008-08-01), wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.
4. Niet strafbaar is degene die de in [artikel 47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47a&z=2008-08-01&g=2008-08-01) bedoelde verplichting niet nakomt ten gevolge van een voor het niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon geldend wettelijk of rechterlijk verbod tot het verlenen van medewerking aan de verstrekking van de verlangde gegevens of inlichtingen of het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, dan wel ten gevolge van een hem niet toe te rekenen weigering van het niet binnen het Rijk gevestigde lichaam of de niet binnen het Rijk wonende natuurlijke persoon de verlangde gegevens of inlichtingen te verstrekken of boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen.
##### Artikel 69
1. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet, niet binnen de daarvoor gestelde termijn doet, dan wel een der feiten begaat, omschreven in [artikel 68, tweede lid, onderdeel a, b, d, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-07-11&g=2008-07-11), wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
2. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doet, dan wel het feit begaat, omschreven in [artikel 68, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-07-11&g=2008-07-11), wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
3. Het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel vervalt, indien de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer van de in [artikel 80, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-07-11&g=2008-07-11), bedoelde ambtenaren de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
1. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doet, niet binnen de daarvoor gestelde termijn doet, dan wel een der feiten begaat, omschreven in [artikel 68, tweede lid, onderdeel a, b, d, e, f of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-08-01&g=2008-08-01), wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
2. Degene die opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doet, dan wel het feit begaat, omschreven in [artikel 68, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-08-01&g=2008-08-01), wordt, indien het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vijfde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting.
3. Het recht tot strafvervolging op de voet van dit artikel vervalt, indien de schuldige alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een of meer van de in [artikel 80, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-08-01&g=2008-08-01), bedoelde ambtenaren de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
4. Indien het feit, ter zake waarvan de verdachte kan worden vervolgd, zowel valt onder een van de bepalingen van het eerste of het tweede lid, als onder die van [artikel 225, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=225), is strafvervolging op grond van genoemd [artikel 225, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=225), uitgesloten.
5. [Artikel 68, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
5. [Artikel 68, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=68&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 69a
Het recht tot strafvervolging op de voet van [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=69&z=2008-07-11&g=2008-07-11) met betrekking tot een vergrijp als bedoeld in [artikel 67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67d&z=2008-07-11&g=2008-07-11) of [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2008-07-11&g=2008-07-11) vervalt, indien de inspecteur aan een belastingplichtige ter zake reeds een boete heeft opgelegd.
Het recht tot strafvervolging op de voet van [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=69&z=2008-08-01&g=2008-08-01) met betrekking tot een vergrijp als bedoeld in [artikel 67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67d&z=2008-08-01&g=2008-08-01) of [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2008-08-01&g=2008-08-01) vervalt, indien de inspecteur aan een belastingplichtige ter zake reeds een boete heeft opgelegd.
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
@@ -1292,7 +1236,7 @@
1. Ten aanzien van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten gelden in plaats van de [artikelen 74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74) en [74**a** van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=74a) de volgende bepalingen.
2. Ten aanzien van feiten, met betrekking tot welke het proces-verbaal niet overeenkomstig [artikel 80, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-07-11&g=2008-07-11), in handen van de officier van justitie is gesteld, vervalt het recht tot strafvordering door vrijwillige voldoening aan de voorwaarden welke het bestuur van ’s Rijks belastingen ter voorkoming van de strafvervolging mocht hebben gesteld.
2. Ten aanzien van feiten, met betrekking tot welke het proces-verbaal niet overeenkomstig [artikel 80, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-08-01&g=2008-08-01), in handen van de officier van justitie is gesteld, vervalt het recht tot strafvordering door vrijwillige voldoening aan de voorwaarden welke het bestuur van ’s Rijks belastingen ter voorkoming van de strafvervolging mocht hebben gesteld.
3. Als voorwaarden kunnen worden gesteld:
@@ -1314,173 +1258,311 @@
##### Artikel 76a
1. Medeplichtigheid aan de in de [artikelen 44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=44), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=45), [46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=46), en [48, eerste lid, onderdeel **a**, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=48) vermelde overtredingen is strafbaar. Te dien aanzien vinden de [artikelen 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=48) en [49 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=49) overeenkomstige toepassing.
2. Poging tot de in [artikel 46, eerste lid, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=46) vermelde overtreding is strafbaar. Te dien aanzien vindt [artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=45) overeenkomstige toepassing.
Vervallen
##### Artikel 76b
De Nederlandse strafwet is ook van toepassing op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan de in [artikel 48, eerste lid, onderdeel **b**, onder 3°, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=48) omschreven overtreding.
Vervallen
##### Artikel 76c
Bij veroordeling wegens een der in de [artikelen 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=44), [45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=45), [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=46), [47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=47) en [48, eerste lid, onderdeel **a**, van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=48) omschreven strafbare feiten kunnen de in [artikel 33**a**, eerste lid, onderdelen **b** tot en met **e**, van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=33a) genoemde voorwerpen ook worden verbeurdverklaard, indien zij niet aan de in dat artikel bedoelde persoon toebehoren.
Vervallen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
##### Artikel 77
1. De rechtbanken vonnissen in eerste aanleg over bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten.
2. De vonnissen zijn aan hoger beroep onderworpen, voor zover zij zijn gewezen:
- a. ter zake van misdrijven;
- b. ter zake van overtredingen ten aanzien van degene die op het tijdstip waarop de vervolging tegen hem is aangevangen, de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt.
3. Tegen andere vonnissen kan de verdachte hoger beroep instellen, indien hechtenis als hoofdstraf is opgelegd, een geldboete van € 113 of meer is opgelegd dan wel een verbeurdverklaring is uitgesproken; het openbaar ministerie kan hoger beroep instellen, indien het gelijke straffen heeft gevorderd.
##### Artikel 78
Ten aanzien van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten worden lichamen voor de toepassing van [artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=2) geacht te wonen, waar zij gevestigd zijn.
##### Artikel 79
Vervallen
##### Artikel 80
1. Met het opsporen van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) bedoelde personen, de ambtenaren van de rijksbelastingdienst belast.
2. In afwijking van de [artikelen 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=155), [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=156) en [157 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=157) worden alle processen-verbaal betreffende bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten ingezonden bij het bestuur van ’s Rijks belastingen. Het bestuur doet de processen-verbaal betreffende strafbare feiten, ter zake waarvan inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is toegepast dan wel een woning tegen de wil van de bewoner is binnengetreden, met de inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de bevoegde officier van justitie. De overige processen-verbaal doet het bestuur, met de inbeslaggenomen voorwerpen, toekomen aan de officier van justitie, indien het een vervolging wenselijk acht.
3. De officier van justitie is bevoegd, de zaak ter afdoening weder in handen van het bestuur van ’s Rijks belastingen te stellen, hetwelk daarmede alsdan kan handelen overeenkomstig [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=2&artikel=76&z=2008-08-01&g=2008-08-01).
4. Het bepaalde in [artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=148) vindt geen toepassing in zaken, waarin het bestuur van ’s Rijks belastingen het proces-verbaal niet aan de officier van justitie heeft doen toekomen.
##### Artikel 81
De ambtenaren belast met het opsporen van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten, zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van de ingevolge het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
##### Artikel 82
1. In zaken waarin het bestuur van ’s Rijks belastingen het proces-verbaal niet ingevolge het bepaalde in [artikel 80, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-08-01&g=2008-08-01), aan de officier van justitie heeft doen toekomen, geldt ten aanzien van het bestuur van ’s Rijks belastingen hetgeen in [artikel 116 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=116) ten aanzien van het openbaar ministerie is bepaald.
2. In de zaken, bedoeld in het vorige lid, wordt bij de toepassing van de [artikelen 552a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a) en [552ab van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab), alvorens het gerecht ingevolge [artikel 552a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a), onderscheidenlijk [artikel 552ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab), van dat artikel een beschikking neemt, ook het bestuur van ’s Rijks belastingen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en is, in afwijking van het bepaalde in [artikel 552d van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552d), niet het openbaar ministerie doch het bestuur van ’s Rijks belastingen bevoegd tot het instellen van beroep in cassatie. De griffier van het gerecht hetwelk in die zaken ingevolge [artikel 552a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a), of [artikel 552ab, vierde lid, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab) een beschikking neemt, deelt deze onverwijld mede aan het bestuur van ’s Rijks belastingen.
##### Artikel 83
Bij het opsporen van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit hebben de in [artikel 80, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-08-01&g=2008-08-01), bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij zijn bevoegd zich door bepaalde door hen aangewezen personen te doen vergezellen.
##### Artikel 84
Ten dienste van de vervolging en berechting van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst aanwijzen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
##### Artikel 85
De griffiers verstrekken aan het bestuur van ’s Rijks belastingen desgevraagd kosteloos afschrift of uittreksel van arresten of vonnissen, in belastingstrafzaken gewezen.
##### Artikel 86
Met betrekking tot gerechtelijke mededelingen inzake bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten hebben de ambtenaren van de rijksbelastingdienst de bevoegdheden bij het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) aan ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, toegekend.
##### Artikel 87
Ten aanzien van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen inzake bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten hebben de ambtenaren van de rijksbelastingdienst de bevoegdheid van deurwaarders.
##### Artikel 88
1. De ambtenaren van de rijksbelastingdienst zijn tevens belast met de opsporing van:
- a. de misdrijven omschreven in de [artikelen 179 tot en met 182 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=179), welke jegens hen zijn begaan;
- b. het misdrijf omschreven in [artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184), indien het bevel of de vordering is gedaan krachtens of de handeling is ondernomen ter uitvoering van de belastingwet.
2. De [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=152), [153](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=153), [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=157) en [159 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=159) zijn te dezen op de ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
##### Artikel 88a
Vervallen
##### Artikel 88b
Vervallen
##### Artikel 88c
Vervallen
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 89
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 90
De krachtens de wet van 14 Juni 1930 (**Stb.** 244), houdende bepalingen tot voorkoming van dubbele belasting, uitgevaardigde voorschriften worden geacht krachtens [Hoofdstuk VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VII&z=2008-08-01&g=2008-08-01) te zijn uitgevaardigd.
##### Artikel 91
De wet van 13 Januari 1922 (**Stb.** 9), betreffende het opleggen van voorlopige aanslagen in de directe belastingen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 92
De wet van 29 April 1925 (**Stb.** 171), tot bevordering van de richtige heffing der directe belastingen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 93
De wet van 28 Juni 1926 (**Stb.** 227), houdende bepalingen met betrekking tot het overschrijden van in belastingwetten gestelde termijnen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 94
De wet van 23 April 1952 (**Stb.** 191), houdende bepalingen inzake vervanging van het fiscale noodrecht, wordt ingetrokken, behoudens ten aanzien van begane strafbare feiten.
##### Artikel 95
1. De bepalingen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat verschillend kan zijn zowel voor de onderscheidene bepalingen van de wet als voor de onderscheidene belastingen en tijdvakken waarin of waarover deze worden geheven.
2. Voor zoverre de bepalingen van deze wet ten aanzien van enige belasting in werking zijn getreden, blijven, behoudens ten aanzien van begane strafbare feiten, de bepalingen in andere belastingwetten betreffende de onderwerpen, geregeld in eerstbedoelde bepalingen, ten aanzien van die belasting in zoverre buiten toepassing.
##### Artikel 96
Deze wet kan worden aangehaald als "Algemene wet inzake rijksbelastingen".
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25b
1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter zake van dezelfde feiten een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt, indien uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.
### Afdeling 2. Beroep bij de rechtbank
### Afdeling 3. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
##### Artikel 49a
Vervallen
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Afdeling 4. Herstel van vormverzuimen en overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
##### Artikel 64
Vervallen
### Afdeling 6. Geheimhouding
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Beboetbare feiten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 6. Geheimhouding
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
#### Paragraaf 2. Bijzondere bepalingen (douane)
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
##### Artikel 77
1. De rechtbanken vonnissen in eerste aanleg over bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten.
2. De vonnissen zijn aan hoger beroep onderworpen, voor zover zij zijn gewezen:
- a. ter zake van misdrijven;
- b. ter zake van overtredingen ten aanzien van degene die op het tijdstip waarop de vervolging tegen hem is aangevangen, de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt.
3. Tegen andere vonnissen kan de verdachte hoger beroep instellen, indien hechtenis als hoofdstraf is opgelegd, een geldboete van € 113 of meer is opgelegd dan wel een verbeurdverklaring is uitgesproken; het openbaar ministerie kan hoger beroep instellen, indien het gelijke straffen heeft gevorderd.
##### Artikel 78
Ten aanzien van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten worden lichamen voor de toepassing van [artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=2) geacht te wonen, waar zij gevestigd zijn.
##### Artikel 79
Vervallen
##### Artikel 80
1. Met het opsporen van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) bedoelde personen, de ambtenaren van de rijksbelastingdienst belast.
2. In afwijking van de [artikelen 155](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=155), [156](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=156) en [157 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=157) worden alle processen-verbaal betreffende bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten ingezonden bij het bestuur van ’s Rijks belastingen. Het bestuur doet de processen-verbaal betreffende strafbare feiten, ter zake waarvan inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is toegepast dan wel een woning tegen de wil van de bewoner is binnengetreden, met de inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de bevoegde officier van justitie. De overige processen-verbaal doet het bestuur, met de inbeslaggenomen voorwerpen, toekomen aan de officier van justitie, indien het een vervolging wenselijk acht.
3. De officier van justitie is bevoegd, de zaak ter afdoening weder in handen van het bestuur van ’s Rijks belastingen te stellen, hetwelk daarmede alsdan kan handelen overeenkomstig [artikel 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=2&artikel=76&z=2008-07-11&g=2008-07-11).
4. Het bepaalde in [artikel 148, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=148) vindt geen toepassing in zaken, waarin het bestuur van ’s Rijks belastingen het proces-verbaal niet aan de officier van justitie heeft doen toekomen.
##### Artikel 81
De ambtenaren belast met het opsporen van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten, zijn te allen tijde bevoegd tot inbeslagneming van de ingevolge het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) voor inbeslagneming vatbare voorwerpen. Zij kunnen daartoe hun uitlevering vorderen.
##### Artikel 82
1. In zaken waarin het bestuur van ’s Rijks belastingen het proces-verbaal niet ingevolge het bepaalde in [artikel 80, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-07-11&g=2008-07-11), aan de officier van justitie heeft doen toekomen, geldt ten aanzien van het bestuur van ’s Rijks belastingen hetgeen in [artikel 116 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=116) ten aanzien van het openbaar ministerie is bepaald.
2. In de zaken, bedoeld in het vorige lid, wordt bij de toepassing van de [artikelen 552a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a) en [552ab van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab), alvorens het gerecht ingevolge [artikel 552a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a), onderscheidenlijk [artikel 552ab, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab), van dat artikel een beschikking neemt, ook het bestuur van ’s Rijks belastingen in de gelegenheid gesteld te worden gehoord en is, in afwijking van het bepaalde in [artikel 552d van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552d), niet het openbaar ministerie doch het bestuur van ’s Rijks belastingen bevoegd tot het instellen van beroep in cassatie. De griffier van het gerecht hetwelk in die zaken ingevolge [artikel 552a, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552a), of [artikel 552ab, vierde lid, van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=552ab) een beschikking neemt, deelt deze onverwijld mede aan het bestuur van ’s Rijks belastingen.
##### Artikel 83
Bij het opsporen van een bij de belastingwet strafbaar gesteld feit hebben de in [artikel 80, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-07-11&g=2008-07-11), bedoelde ambtenaren toegang tot elke plaats, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij zijn bevoegd zich door bepaalde door hen aangewezen personen te doen vergezellen.
##### Artikel 84
Ten dienste van de vervolging en berechting van bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, ambtenaren van de rijksbelastingdienst aanwijzen, die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.
##### Artikel 85
De griffiers verstrekken aan het bestuur van ’s Rijks belastingen desgevraagd kosteloos afschrift of uittreksel van arresten of vonnissen, in belastingstrafzaken gewezen.
##### Artikel 86
Met betrekking tot gerechtelijke mededelingen inzake bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten hebben de ambtenaren van de rijksbelastingdienst de bevoegdheden bij het [Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903) aan ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, toegekend.
##### Artikel 87
Ten aanzien van de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen inzake bij de belastingwet strafbaar gestelde feiten hebben de ambtenaren van de rijksbelastingdienst de bevoegdheid van deurwaarders.
##### Artikel 88
1. De ambtenaren van de rijksbelastingdienst zijn tevens belast met de opsporing van:
- a. de misdrijven omschreven in de [artikelen 179 tot en met 182 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=179), welke jegens hen zijn begaan;
- b. het misdrijf omschreven in [artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=184), indien het bevel of de vordering is gedaan krachtens of de handeling is ondernomen ter uitvoering van de belastingwet.
2. De [artikelen 152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=152), [153](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=153), [157](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=157) en [159 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=159) zijn te dezen op de ambtenaren van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
##### Artikel 88a
1. Met betrekking tot bij wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632) strafbaar gestelde feiten en met uitbreiding van [artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=53) is de inspecteur bevoegd een van misdrijf verdachte persoon die is aangehouden in of op een entrepot, ruimte voor tijdelijke opslag, plaats, spoorwegemplacement, haven, luchthaven, terrein, gebouw, erf of vervoermiddel, een en ander als bedoeld in de [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=12) en [14 van de Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632&artikel=14), of bij het juist hebben verlaten van een locatie of vervoermiddel als in die artikelen bedoeld, na aanhouding naar een plaats voor verhoor te geleiden dan wel diens aanhouding of voorgeleiding te bevelen.
2. Indien de inspecteur die de verdachte heeft aangehouden of voor wie de verdachte wordt geleid de inverzekeringstelling of de bewaring van de verdachte nodig oordeelt, doet hij de verdachte voorgeleiden voor de officier van justitie of voor een hulpofficier van justitie.
3. Indien de verdachte niet voor de officier of voor een hulpofficier van justitie wordt voorgeleid, wordt de verdachte, na te zijn verhoord, dadelijk in vrijheid gesteld.
4. De verdachte mag niet langer dan zes uren voor verhoor worden opgehouden, met dien verstande dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend.
##### Artikel 88b
1. Goederen die in beslag zijn genomen ter zake van het begaan van strafbare feiten als bedoeld in de wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632), kunnen, voor zover de eisen van het onderzoek of het algemeen belang bij hun vernietiging of onbruikbaarmaking zich niet daartegen verzetten, zo nodig na monsterneming, overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, tegen zekerheidstelling worden vrijgegeven.
2. Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien van goederen, in beslag genomen in zaken waarin het bestuur van ’s Rijks belastingen het proces-verbaal ingevolge het bepaalde in [artikel 80, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=3&artikel=80&z=2008-07-11&g=2008-07-11), aan de officier van justitie heeft doen toekomen.
3. De overeenkomstig het eerste lid gestelde zekerheid treedt voor de toepassing van bepalingen betreffende verbeurdverklaring en inbeslagneming, alsmede voor de uitoefening van het recht van verhaal, in de plaats van de in beslag genomen goederen.
##### Artikel 88c
1. Van goederen die ter zake van het begaan van strafbare feiten als bedoeld in de wettelijke bepalingen in de zin van de [Douanewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007632), in beslag zijn genomen van onbekende personen wordt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels in het openbaar mededeling gedaan.
2. Indien niet binnen een jaar na dagtekening van de in het eerste lid bedoelde mededeling op voldoende wijze blijkt wie de ten aanzien van de in beslag genomen goederen bevonden overtreding van de in dat lid bedoelde wettelijke bepalingen heeft begaan en evenmin de belanghebbende bij de goederen aannemelijk maakt dat zij ten onrechte in beslag zijn genomen, vervallen de goederen aan de staat.
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 89
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 90
De krachtens de wet van 14 Juni 1930 (**Stb.** 244), houdende bepalingen tot voorkoming van dubbele belasting, uitgevaardigde voorschriften worden geacht krachtens [Hoofdstuk VII](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VII&z=2008-07-11&g=2008-07-11) te zijn uitgevaardigd.
##### Artikel 91
De wet van 13 Januari 1922 (**Stb.** 9), betreffende het opleggen van voorlopige aanslagen in de directe belastingen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 92
De wet van 29 April 1925 (**Stb.** 171), tot bevordering van de richtige heffing der directe belastingen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 93
De wet van 28 Juni 1926 (**Stb.** 227), houdende bepalingen met betrekking tot het overschrijden van in belastingwetten gestelde termijnen, wordt ingetrokken.
##### Artikel 94
De wet van 23 April 1952 (**Stb.** 191), houdende bepalingen inzake vervanging van het fiscale noodrecht, wordt ingetrokken, behoudens ten aanzien van begane strafbare feiten.
##### Artikel 95
1. De bepalingen van deze wet treden in werking op een door Ons te bepalen tijdstip, dat verschillend kan zijn zowel voor de onderscheidene bepalingen van de wet als voor de onderscheidene belastingen en tijdvakken waarin of waarover deze worden geheven.
2. Voor zoverre de bepalingen van deze wet ten aanzien van enige belasting in werking zijn getreden, blijven, behoudens ten aanzien van begane strafbare feiten, de bepalingen in andere belastingwetten betreffende de onderwerpen, geregeld in eerstbedoelde bepalingen, ten aanzien van die belasting in zoverre buiten toepassing.
##### Artikel 96
Deze wet kan worden aangehaald als "Algemene wet inzake rijksbelastingen".
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25b
1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter zake van dezelfde feiten een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt, indien uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.
### Afdeling 2. Beroep bij de rechtbank
### Afdeling 3. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
##### Artikel 27i
1. De griffier doet van het ingestelde hoger beroep zo spoedig mogelijk mededeling aan de griffier van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan.
2. De griffier van de rechtbank, bedoeld in het eerste lid, zendt de gedingstukken met vier afschriften van het proces-verbaal van de zitting, voorzover dit op de zaak betrekking heeft, en vier afschriften van de uitspraak binnen een week na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de griffier van het gerechtshof.
##### Artikel 27j
1. Op het hoger beroep is [hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8), met uitzondering van [afdeling 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=8.1.1) en de [artikelen 8:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:10), [8:41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41), [8:74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:74) en [8:82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:82), van overeenkomstige toepassing, voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald.
2. De [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27c&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [27d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27d&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2008-08-01&g=2008-08-01), [27f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27f&z=2008-08-01&g=2008-08-01) en [27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27g&z=2008-08-01&g=2008-08-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27k
1. De zaken die bij het gerechtshof aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door een meervoudige kamer.
2. Indien een zaak naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door één rechter, kan zij deze verwijzen naar een enkelvoudige kamer.
3. Indien een zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een meervoudige kamer.
4. Verwijzing kan geschieden in elke stand van het geding. Een verwezen zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt.
##### Artikel 27l
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier van het gerechtshof een griffierecht geheven. Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende uitspraken betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd. In dat geval bedraagt het griffierecht het hoogste op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag.
2. Het griffierecht bedraagt:
- a. € 107 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
- b. € 216 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 27b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27b&z=2008-08-01&g=2008-08-01);
- c. € 433 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 433.
4. [Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing.
5. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
##### Artikel 27m
1. De andere partij dan de partij die het hoger beroep heeft ingesteld, kan bij haar verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.
2. De partij die het hoger beroep heeft ingesteld, wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van het verweerschrift het incidentele hoger beroep te beantwoorden.
3. Het gerechtshof kan de in het tweede lid bedoelde termijn verlengen.
##### Artikel 27n
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de griffier een griffierecht geheven. [Artikel 27l, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27l&z=2008-08-01&g=2008-08-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
3. Indien een verzoek wordt ingetrokken omdat de inspecteur, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbetaald. In de overige gevallen kan de Staat, indien het verzoek wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
5. Indien het verzoek is gedaan door de inspecteur en het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan de Staat geheel of gedeeltelijk wordt terugbetaald.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening dat wordt gedaan nadat een verzoek om herziening is gedaan.
##### Artikel 27o
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, hetgeen de rechtbank had behoren te doen.
##### Artikel 27p
1. Indien het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk vernietigt, houdt de uitspraak tevens in dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht door de Staat wordt vergoed.
2. In de overige gevallen kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
##### Artikel 27q
1. Het gerechtshof wijst de zaak terug naar de rechtbank die deze in eerste instantie heeft behandeld, indien:
- a. de rechtbank haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van het beroep heeft uitgesproken en het gerechtshof deze uitspraak vernietigt met bevoegdverklaring van de rechtbank onderscheidenlijk ontvankelijkverklaring van het beroep, of
- b. het gerechtshof om een andere reden dan bedoeld in onderdeel a van oordeel is dat de zaak opnieuw door de rechtbank moet worden behandeld.
2. De griffier zendt de gedingstukken, onder medezending van een afschrift van de uitspraak, zo spoedig mogelijk aan de griffier van de rechtbank.
##### Artikel 27r
In de gevallen als bedoeld in [artikel 27q, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27q&z=2008-08-01&g=2008-08-01), kan het gerechtshof de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
##### Artikel 27s
Indien het gerechtshof van oordeel is dat de uitspraak is gedaan door een andere rechtbank dan de bevoegde, kan het de onbevoegdheid voor gedekt verklaren en de uitspraak als bevoegdelijk gedaan aanmerken.
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
@@ -1490,18 +1572,12 @@
Vervallen
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Afdeling 4. Herstel van vormverzuimen en overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
##### Artikel 64
Vervallen
### Afdeling 6. Geheimhouding
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Beboetbare feiten
@@ -1510,7 +1586,7 @@
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 6. Geheimhouding
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
@@ -1518,12 +1594,30 @@
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 64
1. Ter bevordering van een doelmatige formalisering van de uit een belastingwet voortvloeiende schuld of van de op grond van een belastingwet op te leggen bestuurlijke boete kan de inspecteur afwijken van het overigens bij of krachtens de belastingwet bepaalde, indien:
- a. degene aan wie de belastingaanslag wordt opgelegd, instemt met deze wijze van formaliseren, en
- b. de formalisering niet leidt tot een lagere schuld dan de schuld die zonder toepassing van dit artikel voortvloeit uit de belastingwet of tot een lagere bestuurlijke boete dan de zonder toepassing van dit artikel op grond van de belastingwet op te leggen bestuurlijke boete.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
@@ -1533,155 +1627,3 @@
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 27i
1. De griffier doet van het ingestelde hoger beroep zo spoedig mogelijk mededeling aan de griffier van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan.
2. De griffier van de rechtbank, bedoeld in het eerste lid, zendt de gedingstukken met vier afschriften van het proces-verbaal van de zitting, voorzover dit op de zaak betrekking heeft, en vier afschriften van de uitspraak binnen een week na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de griffier van het gerechtshof.
##### Artikel 27j
1. Op het hoger beroep is [hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8), met uitzondering van [afdeling 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=8.1.1) en de [artikelen 8:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:10), [8:41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41), [8:74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:74) en [8:82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:82), van overeenkomstige toepassing, voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald.
2. [Artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:13) is niet van overeenkomstige toepassing indien hoger beroep is ingesteld bij de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam.
3. De [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27c&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [27d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27d&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2008-07-11&g=2008-07-11), [27f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27f&z=2008-07-11&g=2008-07-11) en [27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27g&z=2008-07-11&g=2008-07-11) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27k
1. De zaken die bij het gerechtshof aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door een meervoudige kamer.
2. Indien een zaak naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door één rechter, kan zij deze verwijzen naar een enkelvoudige kamer.
3. Indien een zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een meervoudige kamer.
4. Verwijzing kan geschieden in elke stand van het geding. Een verwezen zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt.
##### Artikel 27l
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier van het gerechtshof een griffierecht geheven. Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende uitspraken betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd. In dat geval bedraagt het griffierecht het hoogste op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag.
2. Het griffierecht bedraagt:
- a. € 107 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
- b. € 216 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 27b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27b&z=2008-07-11&g=2008-07-11);
- c. € 433 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 433.
4. [Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing.
5. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
##### Artikel 27m
1. De andere partij dan de partij die het hoger beroep heeft ingesteld, kan bij haar verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.
2. De partij die het hoger beroep heeft ingesteld, wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van het verweerschrift het incidentele hoger beroep te beantwoorden.
3. Het gerechtshof kan de in het tweede lid bedoelde termijn verlengen.
##### Artikel 27n
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de griffier een griffierecht geheven. [Artikel 27l, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27l&z=2008-07-11&g=2008-07-11), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
3. Indien een verzoek wordt ingetrokken omdat de inspecteur, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbetaald. In de overige gevallen kan de Staat, indien het verzoek wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
5. Indien het verzoek is gedaan door de inspecteur en het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan de Staat geheel of gedeeltelijk wordt terugbetaald.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening dat wordt gedaan nadat een verzoek om herziening is gedaan.
##### Artikel 27o
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, hetgeen de rechtbank had behoren te doen.
##### Artikel 27p
1. Indien het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk vernietigt, houdt de uitspraak tevens in dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht door de Staat wordt vergoed.
2. In de overige gevallen kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
##### Artikel 27q
1. Het gerechtshof wijst de zaak terug naar de rechtbank die deze in eerste instantie heeft behandeld, indien:
- a. de rechtbank haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van het beroep heeft uitgesproken en het gerechtshof deze uitspraak vernietigt met bevoegdverklaring van de rechtbank onderscheidenlijk ontvankelijkverklaring van het beroep, of
- b. het gerechtshof om een andere reden dan bedoeld in onderdeel a van oordeel is dat de zaak opnieuw door de rechtbank moet worden behandeld.
2. De griffier zendt de gedingstukken, onder medezending van een afschrift van de uitspraak, zo spoedig mogelijk aan de griffier van de rechtbank.
##### Artikel 27r
In de gevallen als bedoeld in [artikel 27q, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27q&z=2008-07-11&g=2008-07-11), kan het gerechtshof de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
##### Artikel 27s
Indien het gerechtshof van oordeel is dat de uitspraak is gedaan door een andere rechtbank dan de bevoegde, kan het de onbevoegdheid voor gedekt verklaren en de uitspraak als bevoegdelijk gedaan aanmerken.
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
##### Artikel 49a
Vervallen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
##### Artikel 64
Vervallen
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Beboetbare feiten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
#### Paragraaf 2. Bijzondere bepalingen (douane)
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 64
1. Ter bevordering van een doelmatige formalisering van de uit een belastingwet voortvloeiende schuld of van de op grond van een belastingwet op te leggen bestuurlijke boete kan de inspecteur afwijken van het overigens bij of krachtens de belastingwet bepaalde, indien:
- a. degene aan wie de belastingaanslag wordt opgelegd, instemt met deze wijze van formaliseren, en
- b. de formalisering niet leidt tot een lagere schuld dan de schuld die zonder toepassing van dit artikel voortvloeit uit de belastingwet of tot een lagere bestuurlijke boete dan de zonder toepassing van dit artikel op grond van de belastingwet op te leggen bestuurlijke boete.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
2008-07-11
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2007-11-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2007-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2007-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-12-13
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-08-18
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-12-02
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2005-03-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2004-09-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-03-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2004-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2003-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2003-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2003-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2002-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 11, 39, 42 y 31 más
2002-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
original version
Tekst op deze datum