Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 2 juli 1959, houdende regelen, welke aan een aantal rijksbelastingen gemeen zijn
83 versions
· 2026-04-11
2026-04-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2026-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2025-12-31
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2025-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2024-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2023-12-31
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2023-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2022-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2022-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-05-07
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2021-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2020-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-06-23
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-06-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2020-04-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2020-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 3
2019-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2018-07-28
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2018-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2018-05-25
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2018-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-05-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2016-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2015-12-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-11-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2015-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-06-30
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2015-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2014-01-06
Algemene wet inzake rijksbelastingen — art. 90
2014-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 5, 3, 2
2013-07-22
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2013-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2013-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2012-01-18
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2012-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2011-07-22
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2011-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 90, 90
2011-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-10-10
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2010-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-12-15
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-10-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-07-16
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-07-02
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 5 más
2009-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-06-29
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2009-03-25
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 80 y 3 más
2009-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2008-12-30
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-09-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-08-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2008-07-11
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2008-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2007-11-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2007-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2007-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-12-13
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-08-18
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2006-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-12-02
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2005-03-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2005-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2004-09-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-07-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-03-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2004-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2004-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 80, 90, 90
2003-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
2003-02-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2003-01-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 80, 90
2002-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen — arts. 11, 39, 42 y 31 más
Wijzigingen op 2002-04-01
@@ -1365,1255 +1365,3 @@
Deze wet kan worden aangehaald als "Algemene wet inzake rijksbelastingen".
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25b
1. Een uit een uitspraak van de inspecteur voortvloeiende teruggaaf van ingehouden of op aangifte afgedragen belasting wordt verleend aan degene die het bezwaarschrift heeft ingediend.
2. Indien zowel de inhoudingsplichtige als degene van wie is ingehouden ter zake van dezelfde feiten een bezwaarschrift heeft ingediend, wordt, indien uit een uitspraak terzake een teruggaaf voortvloeit, die teruggaaf uitsluitend verleend aan degene van wie is ingehouden.
### Afdeling 2. Algemene bepalingen inzake beroep
### Afdeling 3. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 4. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
##### Artikel 49a
Vervallen
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Afdeling 4. Herstel van vormverzuimen en overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
##### Artikel 64
Vervallen
### Afdeling 6. Geheimhouding
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Beboetbare feiten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
#### Paragraaf 2. Bijzondere bepalingen (douane)
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 27i
1. De griffier doet van het ingestelde hoger beroep zo spoedig mogelijk mededeling aan de griffier van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan.
2. De griffier van de rechtbank, bedoeld in het eerste lid, zendt de gedingstukken met vier afschriften van het proces-verbaal van de zitting, voorzover dit op de zaak betrekking heeft, en vier afschriften van de uitspraak binnen een week na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling aan de griffier van het gerechtshof.
##### Artikel 27j
1. Op het hoger beroep is [hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8), met uitzondering van [afdeling 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=8.1.1) en de [artikelen 8:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:10), [8:41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41), [8:74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:74) en [8:82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:82), van overeenkomstige toepassing, voorzover in deze afdeling niet anders is bepaald.
2. [Artikel 8:13 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:13) is niet van overeenkomstige toepassing indien hoger beroep is ingesteld bij de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam.
3. De [artikelen 27c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27c&z=2005-01-01&g=2005-01-01), [27d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27d&z=2005-01-01&g=2005-01-01), [27e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27e&z=2005-01-01&g=2005-01-01), [27f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27f&z=2005-01-01&g=2005-01-01) en [27g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27g&z=2005-01-01&g=2005-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27k
1. De zaken die bij het gerechtshof aanhangig worden gemaakt, worden in behandeling genomen door een meervoudige kamer.
2. Indien een zaak naar het oordeel van de meervoudige kamer geschikt is voor verdere behandeling door één rechter, kan zij deze verwijzen naar een enkelvoudige kamer.
3. Indien een zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een meervoudige kamer.
4. Verwijzing kan geschieden in elke stand van het geding. Een verwezen zaak wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevindt.
##### Artikel 27l
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier van het gerechtshof een griffierecht geheven. Indien het een beroepschrift ter zake van twee of meer samenhangende uitspraken betreft, is eenmaal griffierecht verschuldigd. In dat geval bedraagt het griffierecht het hoogste op grond van het tweede lid verschuldigde bedrag.
2. Het griffierecht bedraagt:
- a. € 102 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een ander besluit dan een besluit als bedoeld in onderdeel b;
- b. € 205 indien door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld tegen een uitspraak inzake een besluit als bedoeld in [artikel 27b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2&artikel=27b&z=2005-01-01&g=2005-01-01);
- c. € 409 indien anders dan door een natuurlijke persoon hoger beroep is ingesteld.
3. Indien de inspecteur hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt van de Staat een griffierecht geheven van € 409.
4. [Artikel 8:41, tweede en vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing.
5. De in het tweede en derde lid genoemde bedragen kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden gewijzigd voorzover het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.
##### Artikel 27m
1. De andere partij dan de partij die het hoger beroep heeft ingesteld, kan bij haar verweerschrift incidenteel hoger beroep instellen.
2. De partij die het hoger beroep heeft ingesteld, wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van het verweerschrift het incidentele hoger beroep te beantwoorden.
3. Het gerechtshof kan de in het tweede lid bedoelde termijn verlengen.
##### Artikel 27n
1. Van de verzoeker om een voorlopige voorziening wordt door de griffier een griffierecht geheven. [Artikel 27l, eerste lid, tweede en derde volzin, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27l&z=2005-01-01&g=2005-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 8:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41) is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken bedraagt. De voorzieningenrechter kan een kortere termijn stellen.
3. Indien een verzoek wordt ingetrokken omdat de inspecteur, onderscheidenlijk de belanghebbende tot wie het bestreden besluit is gericht, aan de voorzieningenrechter schriftelijk heeft medegedeeld de uitvoering van het bestreden besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak op te schorten dan wel de gevraagde voorlopige maatregelen te zullen nemen, wordt het betaalde griffierecht door de griffier terugbetaald. In de overige gevallen kan de Staat, indien het verzoek wordt ingetrokken, het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk vergoeden.
4. De uitspraak kan inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
5. Indien het verzoek is gedaan door de inspecteur en het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen, kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de griffier aan de Staat geheel of gedeeltelijk wordt terugbetaald.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een verzoek om voorlopige voorziening dat wordt gedaan nadat een verzoek om herziening is gedaan.
##### Artikel 27o
Het gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank, hetzij met overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van de uitspraak, hetgeen de rechtbank had behoren te doen.
##### Artikel 27p
1. Indien het gerechtshof de uitspraak van de rechtbank geheel of gedeeltelijk vernietigt, houdt de uitspraak tevens in dat aan de indiener van het beroepschrift het door hem betaalde griffierecht door de Staat wordt vergoed.
2. In de overige gevallen kan de uitspraak inhouden dat het betaalde griffierecht door de Staat geheel of gedeeltelijk wordt vergoed.
##### Artikel 27q
1. Het gerechtshof wijst de zaak terug naar de rechtbank die deze in eerste instantie heeft behandeld, indien:
- a. de rechtbank haar onbevoegdheid of de niet-ontvankelijkheid van het beroep heeft uitgesproken en het gerechtshof deze uitspraak vernietigt met bevoegdverklaring van de rechtbank onderscheidenlijk ontvankelijkverklaring van het beroep, of
- b. het gerechtshof om een andere reden dan bedoeld in onderdeel a van oordeel is dat de zaak opnieuw door de rechtbank moet worden behandeld.
2. De griffier zendt de gedingstukken, onder medezending van een afschrift van de uitspraak, zo spoedig mogelijk aan de griffier van de rechtbank.
##### Artikel 27r
In de gevallen als bedoeld in [artikel 27q, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=3&artikel=27q&z=2005-01-01&g=2005-01-01), kan het gerechtshof de zaak zonder terugwijzing afdoen, indien zij naar zijn oordeel geen nadere behandeling door de rechtbank behoeft.
##### Artikel 27s
Indien het gerechtshof van oordeel is dat de uitspraak is gedaan door een andere rechtbank dan de bevoegde, kan het de onbevoegdheid voor gedekt verklaren en de uitspraak als bevoegdelijk gedaan aanmerken.
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
##### Artikel 49a
Vervallen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
##### Artikel 64
Vervallen
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Beboetbare feiten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
#### Paragraaf 2. Bijzondere bepalingen (douane)
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 64
1. Ter bevordering van een doelmatige formalisering van de uit een belastingwet voortvloeiende schuld of van de op grond van een belastingwet op te leggen bestuurlijke boete kan de inspecteur afwijken van het overigens bij of krachtens de belastingwet bepaalde, indien:
- a. degene aan wie de belastingaanslag wordt opgelegd, instemt met deze wijze van formaliseren, en
- b. de formalisering niet leidt tot een lagere schuld dan de schuld die zonder toepassing van dit artikel voortvloeit uit de belastingwet of tot een lagere bestuurlijke boete dan de zonder toepassing van dit artikel op grond van de belastingwet op te leggen bestuurlijke boete.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van dit artikel.
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
##### Artikel 21a
1. Er is een basisregistratie inkomen waarin inkomensgegevens met bijbehorende temporele en meta-kenmerken zijn opgenomen. Het inkomensgegeven, bedoeld in de vorige volzin, is een authentiek gegeven.
2. In de basisregistratie inkomen zijn ook bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen authentieke gegevens uit andere basisregistraties opgenomen.
##### Artikel 21b
1. De basisregistratie inkomen heeft tot doel de afnemers te voorzien van inkomensgegevens.
2. De inspecteur is belast met de uitvoering van de basisregistratie inkomen.
3. De inspecteur draagt zorg voor de juistheid, volledigheid en actualiteit van de inkomensgegevens.
4. De inspecteur draagt er zorg voor dat de weergave van een meegeleverd authentiek gegeven uit een andere basisregistratie overeenstemt met dat gegeven, als opgenomen in die andere basisregistratie.
##### Artikel 21c
1. Bij de bepaling van het inkomensgegeven, bedoeld in [artikel 21, onderdeel e, onder 1°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21&z=2009-01-01&g=2009-01-01), zijn de regels die gelden bij de heffing van de inkomstenbelasting van overeenkomstige toepassing.
2. Bij de bepaling van het inkomensgegeven, bedoeld in [artikel 21, onderdeel e, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21&z=2009-01-01&g=2009-01-01), zijn de regels die gelden bij de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de bepaling van het inkomensgegeven blijft [artikel 65](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5&artikel=65&z=2009-01-01&g=2009-01-01) buiten toepassing.
4. Indien in het kader van de heffing van de inkomstenbelasting of de loonbelasting aan betrokkene een aanslagbiljet, een afschrift van de uitspraak op bezwaar of een afschrift van de beschikking ambtshalve vermindering wordt verstrekt, wordt het bijbehorende inkomensgegeven afzonderlijk vermeld.
##### Artikel 21d
1. De inspecteur plaatst de aantekening «in onderzoek» bij een inkomensgegeven indien ten aanzien van dat inkomensgegeven:
- a. een terugmelding is gedaan;
- b. een bezwaar- of beroepschrift is ingediend;
- c. een verzoek om ambtshalve vermindering is ingediend, of
- d. overigens gerede twijfel is ontstaan omtrent de juistheid van dat gegeven.
Voor de onderdelen a en d geldt een bij ministeriële regeling te bepalen termijn waarbinnen de inspecteur bepaalt of de aantekening «in onderzoek» al dan niet wordt geplaatst.
2. De inspecteur verwijdert de aantekening «in onderzoek»:
- a. na de afhandeling van het onderzoek naar aanleiding van de terugmelding;
- b. nadat de beslissing op bezwaar of de rechterlijke uitspraak onherroepelijk is geworden;
- c. na de afhandeling van het verzoek om ambtshalve vermindering, of
- d. na de afhandeling van het onderzoek naar aanleiding van de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
##### Artikel 21e
1. De inspecteur verstrekt aan een afnemer op zijn verzoek een inkomensgegeven met bijbehorende temporele en meta-kenmerken.
2. Een inkomensgegeven waarbij de aantekening «in onderzoek» is geplaatst, wordt uitsluitend verstrekt onder mededeling van die aantekening.
3. Met een inkomensgegeven kunnen authentieke gegevens uit andere basisregistraties worden meegeleverd.
4. De inspecteur deelt, na verwijdering van de aantekening «in onderzoek», op verzoek aan een afnemer die het desbetreffende inkomensgegeven voorafgaand aan de verwijdering van de aantekening verstrekt heeft gekregen mee dat de aantekening is verwijderd en of het gegeven is gewijzigd.
##### Artikel 21f
1. Een afnemer gebruikt een inkomensgegeven uitsluitend bij de uitoefening van een op grond van een wettelijk voorschrift verleende bevoegdheid tot gebruik van dit gegeven.
2. Een afnemer is niet bevoegd een inkomensgegeven verder bekend te maken dan noodzakelijk voor de uitoefening van de hem verleende bevoegdheid.
3. Voor zover een inkomensgegeven ten grondslag ligt aan een besluit van een afnemer wordt het bekendgemaakt en verenigd in één geschrift met dat besluit.
##### Artikel 21g
1. Voor zover een afnemer een op grond van een wettelijk voorschrift verleende bevoegdheid tot gebruik van het inkomensgegeven uitoefent, gebruikt hij het inkomensgegeven zoals dat ten tijde van het gebruik is opgenomen in de basisregistratie inkomen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien bij het inkomensgegeven de aantekening «in onderzoek» is geplaatst.
##### Artikel 21h
1. Een afnemer die gerede twijfel heeft over de juistheid van een authentiek gegeven dat hij verstrekt heeft gekregen uit de basisregistratie inkomen meldt dit aan de inspecteur, onder opgaaf van redenen.
2. Voor zover een terugmelding betrekking heeft op een authentiek gegeven dat is overgenomen uit een andere basisregistratie, zendt de inspecteur die melding onverwijld door aan de beheerder van die andere basisregistratie en doet daarvan mededeling aan de afnemer die de terugmelding heeft gedaan.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
- a. de gevallen waarin een terugmelding achterwege kan blijven, omdat de terugmelding niet van belang is voor het bijhouden van de basisregistratie;
- b. de wijze waarop een terugmelding moet worden gedaan;
- c. de termijn waarbinnen de afhandeling van het onderzoek naar aanleiding van een terugmelding over een inkomensgegeven moet plaatsvinden.
##### Artikel 21i
Voor zover [artikel 21g, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21g&z=2009-01-01&g=2009-01-01), van toepassing is, hoeft een betrokkene aan wie door een afnemer een inkomensgegeven wordt gevraagd dat gegeven niet te verstrekken.
##### Artikel 21j
1. Met een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur wordt gelijkgesteld het inkomensgegeven, bedoeld in [artikel 21, onderdeel e, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21&z=2009-01-01&g=2009-01-01), zoals dat met het oorspronkelijke besluit van de afnemer is bekendgemaakt op grond van [artikel 21f, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21f&z=2009-01-01&g=2009-01-01).
2. Een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om wijziging van het besluit van de afnemer wordt, voor zover het gericht is tegen het inkomensgegeven, mede aangemerkt als een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven.
3. Een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om ambtshalve vermindering van het inkomensgegeven wordt, indien gericht tegen het besluit van de afnemer, mede aangemerkt als een bezwaarschrift tegen of verzoekschrift om wijziging van het besluit van die afnemer.
##### Artikel 21k
1. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen wordt een onjuist inkomensgegeven door de inspecteur ambtshalve verminderd.
2. Voor zover aan de toepassing van het eerste lid een verzoek van betrokkene ten grondslag ligt dat geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking.
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 2. Beroep bij de rechtbank
### Afdeling 3. Hoger beroep bij het gerechtshof
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
##### Artikel 49a
Vervallen
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Afdeling 4. Overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
### Afdeling 6. Geheimhouding
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 49a
1. Bij ministeriële regeling wordt aangewezen degene die is gehouden bij het verrichten van de in die ministeriële regeling aan te wijzen werkzaamheden het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer te gebruiken ten behoeve van de rijksbelastingdienst. Voor aanwijzing komt niet in aanmerking een overheidsorgaan als bedoeld in [artikel 1, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022428&artikel=1) of degene aan wie het burgerservicenummer is toegekend.
2. Op het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid, is [artikel 51, tweede lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011468&artikel=51) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 67fa
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 67pa
1. Met betrekking tot het opleggen van een verzuimboete vindt [artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:53) geen toepassing.
2. In afwijking in zoverre van [artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:45) vervalt de bevoegdheid om een in een belastingwet geregelde verzuim- of vergrijpboete op te leggen niet na twee, onderscheidenlijk vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 67pb
In afwijking van[artikel 10:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=10:3) kan degene die de overtreding constateert ook worden belast met het opleggen van een bestuurlijke boete.
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 21ja
Voor de toepassing van de [artikelen 21d en 21j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVA&artikel=21d&z=2010-01-01&g=2010-01-01) wordt onder ambtshalve vermindering mede verstaan een herziening als bedoeld in [artikel 9.5, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.5).
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 2. Beroep bij de rechtbank
### Afdeling 3. Hoger beroep bij het gerechtshof
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
### Hoofdstuk VII. Bepalingen van interregionaal en van internationaal recht
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
### Afdeling 4. Overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
##### Artikel 67ca
1. Degene die niet voldoet aan de verplichting hem opgelegd bij of krachtens:
- a. de [artikelen 6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=6&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=43&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=1&artikel=44&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [47b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [49, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2010-01-01&g=2010-01-01), en [50, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=50&z=2010-01-01&g=2010-01-01);
- b. [artikel 7, tweede lid, van de Wet op de kansspelbelasting](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002359&artikel=7);
- c. de [artikelen 28, aanhef en onderdelen a, b, d, en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=28), [29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=29), [35d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35d), [35e, aanhef en onderdelen a, b, d, en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35e), [35k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35k), [35l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35l) en [35m, aanhef en onderdelen a en c, van de Wet op de loonbelasting 1964](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002471&artikel=35m);
- d. [artikel 9, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002515&artikel=9);
- e. [artikel 35, eerste, tweede, en derde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002629&artikel=35), of
- f. [artikel 54 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002740&artikel=54), begaat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 4 920 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.
##### Artikel 67cb
1. De in de [artikelen 67a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67a&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [67b, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67b&z=2010-01-01&g=2010-01-01), [67c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67c&z=2010-01-01&g=2010-01-01), en [67ca, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67ca&z=2010-01-01&g=2010-01-01), genoemde bedragen worden elke vijf jaar, met ingang van 1 januari van een jaar, bij ministeriële regeling gewijzigd. Deze wijziging vindt voor het eerst plaats per 1 januari 2015. De [artikelen 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.1) en [10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=10.2) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat als tabelcorrectiefactor wordt genomen het product van de factoren van de laatste vijf kalenderjaren.
2. De gewijzigde bedragen vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot verzuimen die zijn begaan na het begin van het kalenderjaar bij de aanvang waarvan de bedragen zijn gewijzigd.
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5b
1. Een algemeen nut beogende instelling is:
- a. een instelling – niet zijnde een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven – die:
- 1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt;
- 2°. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
- 3°. gevestigd is in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat, en
- 4°. door de daartoe bevoegde inspecteur als zodanig is aangemerkt;
- b. een niet in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat gevestigde, door Onze Minister als zodanig aangemerkte instelling indien en zolang zij voldoet aan de door hem te stellen voorwaarden.
2. Publiekrechtelijke lichamen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1) zijn algemeen nut beogende instellingen.
3. Als algemeen nut in de zin van dit artikel wordt beschouwd:
- a. welzijn;
- b. cultuur;
- c. onderwijs, wetenschap en onderzoek;
- d. bescherming van natuur en milieu, daaronder begrepen bevordering van duurzaamheid;
- e. gezondheidszorg;
- f. jeugd- en ouderenzorg;
- g. ontwikkelingssamenwerking;
- h. dierenwelzijn;
- i. religie, levensbeschouwing en spiritualiteit;
- j. de bevordering van de democratische rechtsorde;
- k. een combinatie van de bovengenoemde doelen, alsmede
- l. het financieel of op andere wijze ondersteunen van een algemeen nut beogende instelling.
4. Een algemeen nut beogende instelling die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op cultuur, kan verzoeken tevens te worden aangemerkt als culturele instelling.
5. Het aanmerken als een algemeen nut beogende instelling of als culturele instelling geschiedt op verzoek van de instelling. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking eventueel onder door hem te stellen voorwaarden. In afwijking van de eerste volzin kan de inspecteur een categorie instellingen dan wel een groep met elkaar verbonden instellingen bij één voor bezwaar vatbare beschikking aanmerken als instellingen als bedoeld in het eerste lid, ook zonder dat een daartoe strekkend verzoek is gedaan door die instellingen.
6. Een instelling als bedoeld in het eerste lid, wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking niet meer als zodanig aangemerkt met ingang van het tijdstip waarop deze instelling niet langer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend een algemeen nut beogend karakter heeft, niet meer voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden dan wel niet meer is gevestigd als aangegeven in het eerste lid. Een instelling als bedoeld in het vierde lid wordt door de inspecteur bij voor bezwaar vatbare beschikking niet meer als zodanig aangemerkt met ingang van het tijdstip waarop deze instelling zich niet langer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op cultuur. Het tijdstip van intrekking kan liggen voor de datum van de dagtekening van de beschikking.
7. Een instelling wordt eveneens door de inspecteur niet, of niet langer, als algemeen nut beogende instelling aangemerkt indien de instelling, een bestuurder van die instelling of een persoon die feitelijk leiding geeft aan die instelling, dan wel een voor de instelling gezichtsbepalend persoon onherroepelijk is veroordeeld wegens aanzetten tot haat, aanzetten tot geweld of gebruik van geweld en nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken sinds deze veroordeling.
8. Voor de toepassing van het vierde tot en met zevende lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 5c
Een sociaal belang behartigende instelling is een instelling:
- a. die in overeenstemming met haar regelgeving een sociaal belang behartigt;
- b. die niet aan een winstbelasting is onderworpen dan wel daarvan is vrijgesteld;
- c. die aan de leden van het orgaan van de instelling dat het beleid bepaalt ter zake van de door die leden voor de instelling verrichte werkzaamheden geen andere beloning toekent dan een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet bovenmatig vacatiegeld;
- d. die is gevestigd in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat.
##### Artikel 5d
1. Een steunstichting SBBI is een stichting die voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden en die is opgericht uitsluitend met het doel geld in te zamelen ter ondersteuning van een sociaal belang behartigende instelling ten behoeve van een bij ministeriële regeling aan te wijzen doel.
2. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
### Hoofdstuk II. Aangifte
##### Artikel 10a
1. In bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen kunnen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden gehouden de inspecteur eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hun bekend zijn of zijn geworden.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het uiterste tijdstip en de wijze waarop mededeling als bedoeld in het eerste lid gedaan moet worden.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kan het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting worden aangemerkt als een overtreding. Indien het niet nakomen van die verplichting is te wijten aan opzet of grove schuld van de belastingplichtige of inhoudingsplichtige, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag aan belasting dat als gevolg van het niet nakomen van de in het eerste en tweede lid bedoelde verplichting niet is of zou zijn geheven.
### Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
### Hoofdstuk IV. Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 2. Beroep bij de rechtbank
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Afdeling 5. Bijzondere bepalingen inzake bezwaar en beroep (douane)
### Hoofdstuk VA. Heffingsrente en revisierente
##### Artikel 30fa
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30fb
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30fc
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30fd
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30fe
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30ha
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 30hb
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Afdeling 4. Overschrijding van termijnen
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Overtredingen
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 3. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5e
1. Indien tussen echtgenoten of gewezen echtgenoten een recht op of een plicht tot vergoeding bestaat op grond van [artikel 87 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=87), wordt bij de echtgenoot, onderscheidenlijk de gewezen echtgenoot, met het vergoedingsrecht ter zake hiervan geen voor de belastingwet relevant belang bij het onderliggende goed of een bestanddeel daarvan aanwezig geacht.
2. Onder een recht op of een plicht tot vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt mede begrepen een recht op of een plicht tot vergoeding waarvan het verloop op grond van de [artikelen 95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=95) en [96 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=96) overeenkomstig [artikel 87 van Boek 1 van dat wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=87) wordt bepaald.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien bij overeenkomst wordt afgeweken van [artikel 87, eerste tot en met derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002656&artikel=87).
### Hoofdstuk II. Aangifte
### Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 2. Beroep en hoger beroep
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VA. Belastingrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 1. Vertegenwoordiging buiten rechte
### Afdeling 3. Domiciliekeuze en uitreiking van stukken
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Overtredingen
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
##### Artikel 67cc
1. Indien het aan opzet van de belastingplichtige is te wijten dat in een verzoek om het vaststellen van een voorlopige aanslag of in een verzoek om herziening als bedoeld in [artikel 9.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.5) en [artikel 27 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002672&artikel=27) onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, vormt dit een vergrijp ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van de in het tweede lid omschreven grondslag voor de boete.
2. De grondslag voor de boete wordt gevormd door het bedrag aan belasting dat als gevolg van de onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen ten onrechte is of zou zijn teruggegeven of ten onrechte niet is of zou zijn betaald.
3. De bevoegdheid tot het opleggen van de boete, bedoeld in het eerste lid, vervalt vijf jaren na het tijdstip waarop het verzoek is gedaan.
##### Artikel 67oa
Indien aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete wordt opgelegd, zijn niet van toepassing:
- a. de voorwaarde, bedoeld in de [artikelen 67c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67c&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [67d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67d&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [67e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [67f, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67f&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dat de bestuurlijke boete wordt opgelegd gelijktijdig met de vaststelling van de belastingaanslag;
- b. de voorwaarde, bedoeld in [artikel 67a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67a&z=2015-01-01&g=2015-01-01), dat een verzuimboete uiterlijk bij het vaststellen van de aanslag wordt opgelegd.
##### Artikel 67ob
1. De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de [artikelen 67a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67a&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [67d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67d&z=2015-01-01&g=2015-01-01), op te leggen vervalt door verloop van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
2. De bevoegdheid om aan een ander dan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige een bestuurlijke boete als bedoeld in de [artikelen 67c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=1&artikel=67c&z=2015-01-01&g=2015-01-01), [67e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2015-01-01&g=2015-01-01), en [67f, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67f&z=2015-01-01&g=2015-01-01), op te leggen vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de overtreding heeft plaatsgevonden.
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3a
1. In afwijking van [artikel 2:14, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=2:14) wordt in het verkeer tussen belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen en de inspecteur of het bestuur van ’s Rijks belastingen een bericht uitsluitend elektronisch verzonden.
2. Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze het elektronische berichtenverkeer plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kunnen berichten en groepen van belastingplichtigen of inhoudingsplichtigen worden aangewezen waarvoor, alsmede omstandigheden worden aangewezen waaronder, het berichtenverkeer kan plaatsvinden anders dan langs elektronische weg.
### Hoofdstuk II. Aangifte
### Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
### Hoofdstuk IV. Heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 2. Beroep en hoger beroep
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 25c
1. In afwijking in zoverre van het overigens bij of krachtens deze wet en de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) bepaalde, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op bezwaren waarvoor een aanwijzing massaal bezwaar als bedoeld in het tweede lid is gegeven.
2. Indien naar het oordeel van Onze Minister voor de beslissing op een groot aantal bezwaarschriften de beantwoording van eenzelfde rechtsvraag van belang is, kan hij een aanwijzing massaal bezwaar geven. De aanwijzing massaal bezwaar bevat de te beantwoorden rechtsvraag, al dan niet met accessoire kwesties. Onze Minister zendt een afschrift van de aanwijzing massaal bezwaar aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
3. De aanwijzing massaal bezwaar geldt voor bezwaren voor zover deze de rechtsvraag, bedoeld in het tweede lid, betreffen, mits het bezwaarschrift is ingediend tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak, bedoeld in [artikel 25d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25d&z=2016-01-01&g=2016-01-01), wordt gedaan, de indiening tijdig is en nog geen uitspraak op het bezwaarschrift is gedaan.
4. De termijn om te beslissen op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt, wordt opgeschort tot en met de dag voorafgaande aan de dag waarop de collectieve uitspraak, bedoeld in [artikel 25d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25d&z=2016-01-01&g=2016-01-01), wordt gedaan. [Afdeling 7.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=7.2) is niet van toepassing op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt.
##### Artikel 25d
1. Met het oog op beantwoording van de rechtsvraag, bedoeld in [artikel 25c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25c&z=2016-01-01&g=2016-01-01), door de bestuursrechter in belastingzaken selecteert de inspecteur een of meer zaken.
2. De inspecteur kan met de belanghebbenden in de zaken, bedoeld in het eerste lid, een vergoeding overeenkomen voor griffierecht en proceskosten in verband met de beantwoording van de rechtsvraag door de bestuursrechter in belastingzaken, alsmede voorwaarden waaronder deze vergoeding wordt betaald. In dat geval zijn de [artikelen 8:74 tot en met 8:75a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:74) en [titel 8.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=8.4) niet van toepassing.
##### Artikel 25e
1. Binnen zes weken nadat de rechtsvraag, bedoeld in [artikel 25c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25c&z=2016-01-01&g=2016-01-01), al dan niet met accessoire kwesties, onherroepelijk is beantwoord, beslist de inspecteur door middel van één collectieve uitspraak op bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan de inspecteur, indien de bestuursrechter in belastingzaken de rechtsvraag heeft voorgelegd aan de Hoge Raad ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, collectief uitspraak doen binnen zes weken nadat die bestuursrechter heeft beslist.
3. De collectieve uitspraak, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bekendgemaakt door gelijktijdige kennisgeving ervan in de Staatscourant en op de website van de Belastingdienst. Tegen de collectieve uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.
4. Indien de inspecteur bij de rechterlijke uitspraak, bedoeld in het eerste of tweede lid, geheel of gedeeltelijk in het ongelijk is gesteld, vermindert hij de belastingaanslagen en beschikkingen waarop bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt betrekking hadden binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak. Indien de bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar geldt betrekking hebben op ingehouden of op aangifte afgedragen belasting verleent de inspecteur binnen zes maanden na de kennisgeving van de collectieve uitspraak een teruggaaf.
##### Artikel 25f
1. De inspecteur beslist bij individuele uitspraak:
- a. op andere bezwaren dan bezwaren waarvoor de aanwijzing massaal bezwaar, bedoeld in [artikel 25c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25c&z=2016-01-01&g=2016-01-01), geldt;
- b. op bezwaren die de rechtsvraag, bedoeld in [artikel 25c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=1a&artikel=25c&z=2016-01-01&g=2016-01-01), betreffen en niet tijdig zijn ingediend.
2. Op de individuele uitspraak, bedoeld in het eerste lid, is het bij of krachtens deze wet en de [Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537) bepaalde onverkort van toepassing.
### Afdeling 2. Beroep
### Afdeling 2a. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
##### Artikel 27ga
1. De rechtbank kan in de procedure op verzoek van een partij of ambtshalve de Hoge Raad een rechtsvraag voorleggen ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing, indien een antwoord op deze vraag nodig is om op het beroep te beslissen.
2. Alvorens de Hoge Raad een vraag voor te leggen, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen om de Hoge Raad een vraag voor te leggen, alsmede over de inhoud van de voor te leggen vraag.
3. De beslissing waarbij de Hoge Raad een vraag wordt voorgelegd, vermeldt het onderwerp van geschil, de door de rechtbank vastgestelde feiten en de door partijen ingenomen standpunten.
4. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de Hoge Raad. De griffier zendt afschriften van de andere op de zaak betrekking hebbende stukken op diens verzoek aan de griffier van de Hoge Raad.
5. De beslissing om een vraag ter beantwoording aan de Hoge Raad voor te leggen, schorst de behandeling van de zaak totdat een afschrift van de beslissing van de Hoge Raad is ontvangen.
6. Indien in een andere lopende procedure het antwoord op een vraag rechtstreeks van belang is om in die procedure te beslissen, kan de rechtbank op verzoek van een partij of ambtshalve de behandeling van de zaak schorsen totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Alvorens te beslissen als bedoeld in de eerste volzin, stelt de rechtbank partijen in de gelegenheid zich daarover uit te laten.
##### Artikel 27gb
In een procedure ter beantwoording van een rechtsvraag bij wijze van prejudiciële beslissing, treedt bij de Hoge Raad Onze Minister op als partij in plaats van de inspecteur.
##### Artikel 27gc
1. Tenzij de Hoge Raad, gehoord de procureur-generaal, aanstonds beslist overeenkomstig het achtste lid, stelt hij partijen in de gelegenheid om binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn schriftelijk opmerkingen te maken.
2. De Hoge Raad kan bepalen dat ook anderen dan partijen binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om schriftelijke opmerkingen als bedoeld in het eerste lid te maken. De aankondiging hiervan geschiedt op een door de Hoge Raad te bepalen wijze.
3. Schriftelijke opmerkingen worden ter griffie van de Hoge Raad ingediend.
4. Indien het belang van de zaak dit geraden doet voorkomen, kan de Hoge Raad, hetzij ambtshalve, hetzij op een daartoe strekkend verzoek, een termijn bepalen voor mondelinge of schriftelijke toelichting door partijen. De Hoge Raad kan, indien hij een mondelinge toelichting heeft bevolen, degenen die ingevolge het tweede lid schriftelijke opmerkingen hebben gemaakt, uitnodigen ter zitting aanwezig te zijn teneinde over hun opmerkingen te worden gehoord. [Artikel 29c, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=29c&z=2016-01-01&g=2016-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
5. Een schriftelijke toelichting wordt door de partij getekend en ter griffie van de Hoge Raad ingediend.
6. Nadat de toelichtingen zijn gehouden of ontvangen of, indien deze niet zijn verzocht, na het verstrijken van de termijn voor het maken van schriftelijke opmerkingen, stelt de griffier, indien de procureur-generaal bij de Hoge Raad de wens te kennen heeft gegeven om te worden gehoord, alle stukken in diens handen. De procureur-generaal brengt zijn schriftelijke conclusie ter kennis van de Hoge Raad. Partijen kunnen binnen twee weken na verzending van het afschrift van de conclusie hun schriftelijk commentaar daarop doen toekomen aan de Hoge Raad.
7. De uitspraak van de Hoge Raad wordt schriftelijk gedaan. De Hoge Raad kan de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), herformuleren. Tenzij de herformulering van ondergeschikte betekenis is, stelt de Hoge Raad partijen in de gelegenheid om binnen een door de Hoge Raad te bepalen termijn schriftelijke opmerkingen te maken.
8. De Hoge Raad ziet af van beantwoording van de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), indien hij, gehoord de procureur-generaal, oordeelt dat de vraag zich niet voor beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing leent of dat de vraag van onvoldoende gewicht is om beantwoording te rechtvaardigen. De Hoge Raad kan zich bij de vermelding van de gronden van zijn beslissing beperken tot dit oordeel.
9. Indien het antwoord op de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), nadat deze is gesteld, niet meer nodig is om in de procedure, bedoeld in artikel 27ga, te beslissen, kan de Hoge Raad, indien hem dat geraden voorkomt, de vraag desondanks beantwoorden.
10. De griffier zendt onverwijld een afschrift van de beslissing aan de rechtbank die de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), heeft voorgelegd en aan partijen. De griffier zendt daarbij aan de rechtbank die de vraag heeft voorgelegd tevens een afschrift van:
- a. de schriftelijke opmerkingen, bedoeld in het derde lid;
- b. de schriftelijke toelichtingen, bedoeld in het vierde lid;
- c. de conclusie van de procureur-generaal, bedoeld in het zesde lid; en
- d. het schriftelijke commentaar, bedoeld in het zesde lid.
[Artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=4&artikel=30&z=2016-01-01&g=2016-01-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 27gd
Bij de beantwoording van de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), zijn de [artikelen 8:14 tot en met 8:25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:14), [8:27 tot en met 8:29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:27), [8:31 tot en met 8:40a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:31), [8:41a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:41a), [8:44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:44), [8:45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:45), [8:60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:60), [8:71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:71) en [8:77 tot en met 8:79 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=8:77) van overeenkomstige toepassing, voor zover in deze afdeling niet anders is bepaald.
##### Artikel 27ge
Behoudens indien het antwoord op de vraag, bedoeld in [artikel 27ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&afdeling=2a&artikel=27ga&z=2016-01-01&g=2016-01-01), niet meer nodig is om op het beroep te beslissen, beslist de rechtbank, nadat zij partijen de gelegenheid heeft gegeven zich schriftelijk over de uitspraak van de Hoge Raad uit te laten, met inachtneming van deze uitspraak.
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1a. Massaal bezwaar
### Afdeling 3. Hoger beroep
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
### Afdeling 2. Verplichtingen ten dienste van de belastingheffing
### Afdeling 5. Toekenning van bevoegdheden
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 20a
1. Indien een Commissiebesluit als bedoeld in [artikel 1 van de Wet terugvordering staatssteun](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040718&artikel=1) verplicht tot terugvordering van staatssteun en die staatssteun voortvloeit uit de toepassing van een belastingwet, vordert de inspecteur de staatssteun als belasting terug met toepassing van de voor de uitvoering van die belastingwet geldende regels.
2. Bij terugvordering op grond van het eerste lid zijn de ingevolge andere bepalingen van de belastingwet ter zake geldende verjaringstermijnen en voorwaarden niet van toepassing.
3. [Artikel 4 van de Wet terugvordering staatssteun](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0040718&artikel=4) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 20b
In afwijking van [hoofdstuk VA](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VA&z=2018-07-01&g=2018-07-01) wordt de rente ter zake van op grond van een terugvorderingsbesluit als bedoeld in [artikel 20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IVbis&artikel=20a&z=2018-07-01&g=2018-07-01), terug te vorderen staatssteun berekend overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16, tweede lid, en 33, onderdeel e, van Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU 2015, L 248).
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1a. Massaal bezwaar
### Afdeling 2a. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Algemene bepalingen van strafrecht
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 3b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1a. Massaal bezwaar
### Afdeling 2. Beroep
### Afdeling 2a. Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
### Afdeling 3. Hoger beroep
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VA. Belastingrente en revisierente
### Hoofdstuk VII. Bepalingen ter voorkoming van dubbele belasting
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 1. Verzuimboeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
##### Artikel 67r
1. De inspecteur maakt openbaar de voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd aan een overtreder als bedoeld in [artikel 5:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:1) vanwege een vergrijp als bedoeld in de [artikelen 10a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=10a&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [67cc](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67cc&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [67d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67d&z=2020-01-01&g=2020-01-01), [67e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67e&z=2020-01-01&g=2020-01-01) of [67f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIIIA&afdeling=1¶graaf=2&artikel=67f&z=2020-01-01&g=2020-01-01) dat door de overtreder opzettelijk is begaan tijdens de door hem beroepsmatig of bedrijfsmatig verleende bijstand bij het door de belastingplichtige of de inhoudingsplichtige voldoen aan diens uit een belastingwet voortvloeiende verplichtingen, binnen tien werkdagen na het laatste van de volgende momenten:
- a. het moment van onherroepelijk worden van de beschikking tot openbaarmaking, bedoeld in het tweede lid;
- b. het moment van onherroepelijk worden van de beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd.
2. Het besluit tot openbaarmaking van de voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete wordt opgelegd wordt uiterlijk genomen op het moment van oplegging van die bestuurlijke boete en geschiedt bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. De inspecteur stelt de overtreder, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen voordat hij besluit tot openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid.
4. De inspecteur gaat niet over tot openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid indien de overtreder, bedoeld in het eerste lid, daardoor onevenredig in zijn belang zou worden getroffen.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het derde en vierde lid.
6. Indien de inspecteur de voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd, bedoeld in het eerste lid, openbaar maakt, maakt hij tevens de volgende gegevens op de website van de Belastingdienst openbaar, voor zover deze niet reeds blijken uit die beschikking:
- a. de naam van de overtreder;
- b. de wettelijke grondslag van de boete;
- c. het bedrag van de boete;
- d. de dagtekening van de boete;
- e. het jaar waarin de beboetbare gedraging is begaan;
- f. de naam van de plaats waar de overtreder het vergrijp, bedoeld in het eerste lid, heeft begaan.
7. De voor bezwaar vatbare beschikking waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd, bedoeld in het eerste lid, blijft gedurende een periode van vijf jaren na openbaarmaking beschikbaar op de website van de Belastingdienst.
8. De gegevens, bedoeld in het zesde lid, blijven gedurende een periode van vijf jaren na openbaarmaking beschikbaar op de website van de Belastingdienst.
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7a
[Artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=II&artikel=7&z=2021-01-01&g=2021-01-01) is van overeenkomstige toepassing op gegevens, bescheiden en andere gegevensdragers waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de vaststelling van de beschikkingen, bedoeld in [artikel 9.4a, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4a).
### Hoofdstuk III. Heffing van belasting bij wege van aanslag
### Hoofdstuk IVbis. Terugvordering van staatssteun
### Hoofdstuk IVA. Basisregistratie inkomen
### Hoofdstuk V. Bezwaar en beroep
### Afdeling 1. Bezwaar
### Afdeling 4. Beroep in cassatie bij de Hoge Raad
### Hoofdstuk VA. Belastingrente en revisierente
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 56a
De [artikelen 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [47b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=47b&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=48&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [49a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=49a&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=51&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [52a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=52a&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [53a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=53a&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=54&z=2021-01-01&g=2021-01-01), [55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=55&z=2021-01-01&g=2021-01-01) en [56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=2&artikel=56&z=2021-01-01&g=2021-01-01) zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de beschikkingen, bedoeld in [artikel 9.4a, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet inkomstenbelasting 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011353&artikel=9.4a).
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 1A. Strafbare feiten in algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 30ia
1. Voor zover gedurende het tijdvak waarover de belastingrente wordt berekend het te betalen bedrag aan belasting reeds is geheven, dan wel op aangifte is voldaan of afgedragen, kan de inspecteur de belastingrente die over dat gedeelte van het tijdvak in rekening wordt gebracht verminderen naar evenredigheid van het reeds geheven, dan wel voldane of afgedragen bedrag.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de belastingrente die in rekening wordt gebracht over de periode vanaf de dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag ter zake waarvan de belastingrente wordt berekend.
3. Het eerste lid is voorts niet van toepassing voor zover het te betalen bedrag aan belasting bestaat uit loonbelasting of omzetbelasting.
4. Bij ministeriële regeling kunnen:
- a. situaties worden aangewezen waarin het te betalen bedrag aan belasting geacht wordt reeds te zijn geheven, dan wel op aangifte te zijn voldaan of afgedragen;
- b. situaties worden aangewezen waarin het derde lid geen toepassing vindt;
- c. nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste lid;
- d. regels worden gesteld op grond waarvan toepassing van het eerste lid om doelmatigheidsredenen achterwege blijft.
### Hoofdstuk VI. Bevordering van de richtige heffing
##### Artikel 39a
Onze Minister neemt bij voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in [hoofdstuk V](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V&z=2023-01-01&g=2023-01-01) een besluit tot afwijzing van een verzoek dat is gedaan ingevolge het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen of een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting in welk verzoek een onderneming of persoon als bedoeld in die verdragen die van oordeel is dat de maatregelen van een of van beide verdragsluitende staten voor haar, onderscheidenlijk hem, leiden of zullen leiden tot belastingheffing die niet in overeenstemming is met het betreffende verdrag Onze Minister verzoekt om in onderling overleg te treden met de bevoegde autoriteit van een andere staat.
### Hoofdstuk VIII. Bijzondere bepalingen
##### Artikel 53bis
1. Rapporterende platformexploitanten als bedoeld in [artikel 10j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10j), en [10l, tweede lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10l), zijn verplicht om gegevens en inlichtingen als bedoeld in artikel 10j, tweede, derde en vijfde lid, en artikel 10l, derde en vijfde lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen te rapporteren aan de inspecteur, voor zover de te rapporteren verkoper, bedoeld in [artikel 2e, onderdeel n, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=2e), een ingezetene als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van [Richtlijn 2011/16](32011L0016)/EU is van Nederland of voor zover de relevante activiteit van de te rapporteren verkoper de verhuur van onroerende zaken betreft van in Nederland gelegen onroerende zaken. De rapporterende platformexploitant verstrekt de gegevens en inlichtingen met betrekking tot de rapportageperiode, bedoeld in artikel 2e, onderdeel u, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin een verkoper als te rapporteren verkoper is aangemerkt.
2. [Artikel 10i van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10i) en de daarop berustende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing voor zover de rapportage ziet op gegevens en inlichtingen als bedoeld in het eerste lid.
3. De [artikelen 10j, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10j), [10l, zevende en achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10l), [10m](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10m), [10o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10o) en [10p van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&artikel=10p) zijn van overeenkomstige toepassing op de rapporterende platformexploitant, bedoeld in het eerste lid, met het oog op het door die platformexploitant rapporteren van gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij toepassing van [artikel 69](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX&afdeling=1&artikel=69&z=2023-01-01&g=2023-01-01) met betrekking tot de verplichtingen die volgen uit het eerste, tweede en derde lid vervalt het vereiste dat het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
### Afdeling 1. Overtredingen
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 1. Strafbare feiten
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk VIIIA. Bestuurlijke boeten
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Afdeling 2. Aanvullende voorschriften inzake het opleggen van bestuurlijke boeten
### Afdeling 3. Openbaarmaking van de boetebeschikking
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 3. Algemene bepalingen van strafvordering
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 66a
1. De inspecteur verleent ter zake van de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen rijksbelastingen uiterlijk bij de bekendmaking van een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige inzage in de op de zaakbetrekking hebbende stukken.
2. De inspecteur stelt de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de belastingplichtige of inhoudingsplichtige beschikbaar via een digitaal portaal. De stukken blijven beschikbaar tot het moment dat de stukken zijn of worden vernietigd op grond van [artikel 3 van de Archiefwet 1995](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007376&artikel=3).
3. De inspecteur kan toepassing van het eerste en tweede lid achterwege laten voor zover geheimhouding om gewichtige redenen als bedoeld in [artikel 7:4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:4) is geboden. Van de toepassing van deze bepaling wordt melding gemaakt in het digitale portaal.
4. De voldoening of afdracht op aangifte, dan wel de inhouding door een inhoudingsplichtige, van een bedrag als belasting wordt voor de toepassing van het eerste lid aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking. In afwijking van het eerste lid verleent de inspecteur uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van de betaling van de belasting door de ontvanger inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken.
##### Artikel 66b
1. Voorafgaand aan de aanwijzing van de rijksbelastingen bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 66a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5a&artikel=66a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), kan de inspecteur ter zake van die rijksbelastingen, jegens een belastingplichtige of inhoudingsplichtige inzage verlenen in stukken die betrekking hebben op een belastingaanslag of een voor bezwaar vatbare beschikking.
2. [Artikel 66a, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=VIII&afdeling=5a&artikel=66a&z=2025-12-31&g=2025-12-31), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 1. Overtredingen
#### Paragraaf 2. Vergrijpboeten
### Hoofdstuk IX. Strafrechtelijke bepalingen
### Afdeling 2A. Aanvullende algemene bepalingen van strafrecht (douane)
### Afdeling 4. Aanvullende algemene bepalingen van strafvordering (douane)
### Hoofdstuk X. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen, dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2002-04-01
Algemene wet inzake rijksbelastingen
original version
Tekst op deze datum