Wet van 2 februari 1967, houdende overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering
Indien het bepaalde bij of krachtens artikel 46 van de Wet toepassing vindt, wordt van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, ontleend of mede ontleend aan artikel 13, 14 of 15 van deze wet, onderscheidenlijk van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van degene, ten aanzien van wie artikel 6, vierde lid, artikel 7, tweede lid, of artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten toepassing vindt, indien de betrokkene op en sedert de dag, met ingang van welke de arbeidsongeschiktheidsuitkering is ingegaan, is opgenomen in een sociale werkvoorzieningsregeling als bedoeld in artikel 46 van de Wet, de uitbetaling niet verder beperkt dan tot het bedrag, waarop hij krachtens het bepaalde bij artikel 32, 33, 34, 35 of 36 aanspraak zou hebben, indien het bepaalde bij artikel 46 van de Wet niet van toepassing zou zijn.
Het bepaalde bij artikel 37 is mede van toepassing op het in het eerste lid gegarandeerde bedrag.
Artikel 42
Onze Minister kan ten aanzien van het bepaalde bij de artikelen 37, 38 en 40 nadere regelen stellen. Daarbij kan tevens worden geregeld, dat personen, wier arbeidsongeschiktheidsuitkering aansluit aan een uitkering ingevolge de Invaliditeitswet of een daarmede gelijk te stellen uitkering, aan een uitkering ingevolge de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, ingevolge de in artikel 3, eerste lid, onder a, b, c, d, e, f of g, van de Liquidatiewet ongevallenwetten genoemde wetten, dan wel ingevolge de Liquidatiewet ongevallenwetten, indien die arbeidsongeschiktheidsuitkering of het van deze uitkering uit te betalen bedrag op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag van de vorenbedoelde uitkering(en), waarop de arbeidsongeschiktheidsuitkering aansluit, voor een hoger bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking komen.
Hoofdstuk III. Voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en andere voorzieningen
§ 1. Voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid, in aansluiting op zodanige voorzieningen krachtens de Invaliditeitswet
Artikel 43
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, wiens genees- of heelkundige behandeling, daaronder mede verstaan opneming in een inrichting, op grond van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 99, 100, 105 en 113 van de Invaliditeitswet zou zijn voortgezet, indien de bepalingen van de Invaliditeitswet en van haar uitvoeringsbesluiten, ingevolge welke die behandeling is verleend, niet buiten werking zouden zijn getreden, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor voortzetting van die behandeling in aanmerking.
§ 2. Voorzieningen tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid en andere voorzieningen, in aansluiting op zodanige voorzieningen krachtens de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of de Zeeongevallenwet 1919
Artikel 44
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, die ter zake van een ongeval, dat plaatsvond vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wet in werking treedt,
hetzij vóór die dag genees- en heelkundige behandeling of vergoeding daarvoor als bedoeld in artikel 14 van de Ongevallenwet 1921, artikel 35 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, achtste lid, van de Zeeongevallenwet 1919 heeft gehad,
hetzij binnen een jaar, aanvangende op meergenoemde dag, recht op zodanige behandeling of vergoeding daarvoor zou hebben gehad, indien laatstgenoemde wetten niet zouden zijn ingetrokken,
een en ander tenzij de uitkering als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, welke hem ter zake van eerdergenoemd ongeval is toegekend, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 van de Liquidatiewet ongevallenwetten wordt afgekocht dan wel overeenkomstig het bepaalde in artikel 18 van die wet is afgekocht, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor zodanige behandeling of vergoeding daarvoor in aanmerking, indien hij daarop, zo de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 niet zouden zijn ingetrokken, recht zou hebben gehad.
Artikel 45
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen brengt degene, wiens opleiding op grond van het bepaalde bij artikel 25, eerste lid, of artikel 87c, derde lid, van de Ongevallenwet 1921, artikel 48, eerste lid, of artikel 95c, derde lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 dan wel artikel 5, eerste lid, van het Reglement der Zeeongevallenregeling als bedoeld in artikel 2 van de Statuten van de Vereeniging "Zee-Risico" en/of wiens toelage op grond van het bepaalde in artikel 25, tweede lid, of artikel 87c, eerste lid, van de Ongevallenwet 1921, dan wel artikel 48, derde lid, of artikel 95c, eerste lid, van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, dan wel artikel 5, tweede lid, van vorengenoemd Reglement zou zijn voortgezet, indien de Ongevallenwet 1921, de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 en de Zeeongevallenwet 1919 niet zouden zijn ingetrokken, op de voet van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van de Wet voor voortzetting van die opleiding en/of vergoeding in aanmerking.
Hoofdstuk IV. Vrijwillige verzekering
Artikel 46
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is verplicht tot de vrijwillige verzekering toe te laten, mits hij hier te lande woont:
- a. degene, wiens verzekering ingevolge de Invaliditeitswet is aangevangen vóór of op 1 januari 1962, mits hij op de dag, voorafgaande aan het in werking treden van artikel 19 van de Wet, krachtens de Invaliditeitswet in rekening kan doen brengen:
- 1°. een aantal weekpremies, dat ten minste tweederde bedraagt van het getal der weken, verstreken tussen de aanvang van zijn verzekering en 1 januari 1965 of
- 2°. ten minste 150 weekpremies voor het tijdvak, gelegen tussen 1 januari 1962 en 1 januari 1965;
- b. degene, die op de dag, voorafgaande aan het in werking treden van artikel 19 van de Wet, verzekerd is ingevolge de Invaliditeitswet en wiens verplichte verzekering ingevolge de Wet op of na 1 januari 1965, doch vóór het in werking treden van genoemd artikel zou zijn geëindigd, indien de Wet toen reeds in werking was geweest, mits hij gedurende de drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan de dag, waarop de verplichte verzekering zou zijn geëindigd, onafgebroken verzekerd of in verband met het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet niet verzekerd zou zijn geweest ingevolge de Wet, indien de Wet gedurende die termijn van drie jaren reeds in werking was geweest;
- c. degene, die als zelfstandige een bedrijf of beroep uitoefent of gaat uitoefenen en wiens verplichte verzekering ingevolge de Wet op of na 1 augustus 1964, doch vóór het in werking treden van artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet zou zijn geëindigd, indien de Wet toen reeds in werking was geweest, mits hij gedurende de drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan de dag, waarop de verplichte verzekering zou zijn geëindigd, onafgebroken verzekerd of in verband met het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet niet verzekerd zou zijn geweest ingevolge de Wet, indien de Wet gedurende die termijn van drie jaren reeds in werking was geweest.
De in het vorige lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van degene, die buiten het Rijk woont en aldaar in dienstbetrekking staat tot een binnen het Rijk wonende of gevestigde werkgever, mits hij voldoet aan het bepaalde in het vorige lid, onder a, of zijn verplichte verzekering ingevolge de Wet op of na 1 augustus 1964, doch vóór het in werking treding van artikel 19 van de Wet zou zijn geëindigd, indien de Wet toen reeds in werking was geweest.
Artikel 47
Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, sub 1°, van het vorige artikel, blijven bij de berekening van de verzekeringsduur buiten aanmerking de weken, gedurende welke invaliditeitsrente krachtens de Invaliditeitswet is genoten.
Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onder a, sub 2°, van het vorige artikel, worden, indien de geldigheidsduur van een rentekaart zich uitstrekt over een periode, gelegen zowel vóór als na 1 januari 1962, de op die rentekaart vereffende premies geacht te zijn bestemd voor dat gedeelte van die geldigheidsduur, dat gelegen is na die datum, evenwel ten hoogste tot het aantal weken van dat gedeelte.
Artikel 48
Het bepaalde in artikel 46 geldt niet ten aanzien van:
- a. degene, die verzekerd is ingevolge de Wet;
- b. degene, die in verband met het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, van de Wet niet verzekerd is ingevolge de Wet.
Het bepaalde in het vorige lid blijft buiten toepassing, indien de arbeidsverhouding, uit hoofde waarvan de betrokkene verzekerd dan wel niet verzekerd is ingevolge de Wet, ertoe strekt, dat de betrokkene slechts een gedeelte van een normale werkweek arbeid verricht, niet uitsluitend als gevolg van een voor betrokkene geldende werktijdregeling, krachtens welke een normale werkweek van gemiddeld minder dan zes dagen van toepassing is.
Artikel 49
De aanmelding voor de vrijwillige verzekering dient, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, door de in artikel 46 bedoelde personen te geschieden binnen een maand na het in werking treden van artikel 19 van de Wet.
De aanmelding voor de vrijwillige verzekering kan na de in het vorige lid, onderscheidenlijk na de in artikel 83 van de Wet bedoelde termijn nog, onverminderd het bepaalde in het volgende lid, geschieden binnen zes maanden na het in werking treden van artikel 19 van de Wet:
- a. door de in artikel 46 bedoelde personen;
- b. door de personen, wier aanmelding voor de vrijwillige verzekering ingevolge het bepaalde bij of krachtens artikel 83 van de Wet zou dienen te geschieden vóór een dag, gelegen binnen zes maanden na het in werking treden van artikel 19 van de Wet.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen is bevoegd de toelating tot de vrijwillige verzekering na aanmelding met toepassing van het vorige lid te weigeren:
- a. van de in het vorige lid, onder a, bedoelde personen, indien arbeidsongeschiktheid is ingetreden of toegenomen na de in het eerste lid bedoelde maand, doch vóór het tijdstip, waarop de betrokkene zich aanmeldt voor de vrijwillige verzekering;
- b. van de in het vorige lid, onder b, bedoelde personen, indien arbeidsongeschiktheid is ingetreden of toegenomen na de aldaar bedoelde dag, doch vóór het tijdstip, waarop de betrokkene zich aanmeldt voor de vrijwillige verzekering.
Artikel 50
Voor zover de termijn van drie jaren, genoemd in artikel 81, eerste lid, onder c en d, van de Wet, is gelegen vóór het in werking treden van artikel 19 van de Wet, wordt in genoemde bepalingen in plaats van "onafgebroken, al dan niet hier te lande, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling een voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing is geweest" gelezen: onafgebroken de verzekering ingevolge deze wet op hem van toepassing zou zijn geweest of in verband met het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder a of b, niet op hem van toepassing zou zijn geweest, indien deze wet toen reeds in werking was geweest, dan wel buiten het Rijk, ingevolge het bepaalde bij of krachtens een wettelijke regeling, een voorziening tegen geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid op hem van toepassing is geweest.
Artikel 51
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid van artikel 82 van de Wet wordt de in artikel 81, eerste lid, onder c en d, van de Wet genoemde termijn van drie jaren, voor zover gelegen vóór het in werking treden van artikel 19 van de Wet, geacht niet te zijn onderbroken:
- a. indien de betrokkene, zo de Wet toen reeds in werking zou zijn geweest, niet verzekerd zou zijn geweest gedurende niet meer dan zestig dagen, verminderd met het aantal dagen, gedurende welke hij na het in werking treden van artikel 19 van de Wet niet verzekerd is geweest;
- b. gedurende het tijdvak, dat de betrokkene wegens ziekte of gebreken ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid;
- c. gedurende het tijdvak, dat de betrokkene ten minste 45% arbeidsongeschikt is geweest.
Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de termijn van drie jaren, bedoeld in artikel 46, eerste lid, onder b en c.
Artikel 52
Ten aanzien van degene, die op grond van het bepaalde in artikel 6, derde lid, of artikel 7, derde lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten geen recht heeft op de in het eerste lid van die artikelen bedoelde uitkering, uitsluitend omdat hij vrijwillig verzekerd is ingevolge de Wet, en die niet verzekerd is ingevolge de Ziektewet, vindt ter zake van zijn ongeschiktheid als bedoeld in artikel 6, eerste of tweede lid, of artikel 7, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten, de wachtperiode van 52 weken arbeidsongeschiktheid, vermeld in artikel 19, eerste lid, van de Wet, geen toepassing.
Hoofdstuk V. Uitvoering
Artikel 53
Indien artikel 13, 14 of 15 van deze wet of artikel 11, eerste lid, van de Liquidatiewet ongevallenwetten toepassing vindt dan wel mede toepassing vindt – voor zover laatstgenoemd artikel betreft ter zake van een op of na de ingangsdatum van de in dat artikel het eerst genoemde uitkeringen ontstaan recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering – geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen:
- a. indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921,
- b. indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922,
- c. indien het betreft aansluiting op een uitkering, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919.
Artikel 54
Indien artikel 12 toepassing dan wel mede toepassing vindt, geschiedt – onverminderd het bepaalde in artikel 53 – de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, indien het betreft het geval, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 1°, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat het ziekengeld verleende en, indien het betreft het geval, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onder 2°, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat ziekengeld zou hebben dienen te verlenen, indien betrokkene niet van de verzekering ingevolge de Ziektewet uitgezonderd zou zijn geweest.
Artikel 55
Indien uitsluitend artikel 3 of 4 van toepassing is, geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 55a
Indien degene, die recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aan deze wet, lid of gepensioneerd lid is van de pensioenkas van het Algemeen Mijnwerkersfonds van de Steenkolenmijnen in Limburg of van de pensioenkas van het Beambtenfonds voor het Mijnbedrijf, geschiedt de toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, zo nodig in afwijking van het bepaalde in deartikelen 53, 54 en 55, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 56
Vervallen
Artikel 57
Degene, bedoeld in artikel 43, wordt voor de in dat artikel genoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Degene, bedoeld in artikel 44 of 45, wordt, indien ter zake van het ongeval of mede ter zake van het ongeval, dat aan het in aanmerking brengen voor de in deze artikelen genoemde voorziening ten grondslag ligt, recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, voor de in deze artikelen genoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering verleent.
Indien:
- a. geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend,
- b. anders dan ter zake van het ongeval, dat aan het in aanmerking brengen voor de voorziening ten grondslag ligt, reeds recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, wordt de betrokkene voor de in artikel 44 of 45 genoemde voorziening in aanmerking gebracht door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen dat arbeidsongeschiktheidsuitkering zou hebben dienen te verlenen, indien ter zake van arbeidsongeschiktheid als gevolg van vorenbedoeld ongeval recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens deze wet zou zijn ontstaan.
Bij toepassing van het derde lid, onder b, geschiedt de verdere behandeling van de daar bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering, zo nodig in afwijking van het bepaalde in artikel 69 van de wet, door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van het in aanmerking brengen voor een voorziening als bedoeld in de artikelen 43, 44 en 45 van personen, die geen recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet ontlenen. Bij deze regelen kan worden afgeweken van het bepaalde bij de voorgaande leden en bij artikel 2.
Artikel 58
Vervallen
Artikel 59
Toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond of mede op grond van het bepaalde in de artikelen 3, 13, 14 of 15 vindt ambtshalve plaats.
Hoofdstuk VI. Slotbepalingen
Artikel 60
Ten aanzien van degene, die arbeidsongeschikt wordt, of, in gevallen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet, meer arbeidsongeschikt wordt binnen drie maanden na het in werking treden van artikel 19 van de Wet, doch binnen een maand na het tijdstip, waarop zijn verzekering ingevolge de Wet is geëindigd, wordt voor de toepassing van artikel 17 dier wet de Wet geacht in werking te zijn getreden op de dag, welke is gelegen drie maanden vóór de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk de toeneming van de arbeidsongeschiktheid is ingetreden.
Ten aanzien van degene, die arbeidsongeschikt wordt, of, in gevallen als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet, meer arbeidsongeschikt wordt op of na de dag, waarop artikel 19 van de Wet in werking treedt, doch binnen een maand na het vóór die dag gelegen tijdstip, waarop zijn verzekering ingevolge de Wet zou zijn geëindigd, indien de Wet toen reeds in werking was geweest, wordt voor de toepassing van artikel 17 en § 3 van hoofdstuk II dier wet de Wet geacht in werking te zijn getreden op de dag, welke is gelegen drie maanden vóór de dag, waarop de arbeidsongeschiktheid onderscheidenlijk de toeneming van de arbeidsongeschiktheid is ingetreden.
Artikel 61
Degene, die in verband met het bepaalde in artikel 3, derde lid, of 8 van de Wet overgangsregeling Ziektewet verzekerd is ingevolge de Ziektewet en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet heeft bereikt, is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deartikelen 53 tot en met 57, verzekerd ingevolge de Wet bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, waarbij hij ingevolge de Ziektewet verzekerd is.
Artikel 62
Degene, die ter zake van vóór de dag, waarop artikel 19 van de Wet in werking treedt, ingetreden invaliditeit uitzicht zou hebben op een na het verstrijken van de wachttijd als bedoeld in artikel 71 van de Invaliditeitswet ingaand recht op bijslag als bedoeld in artikel 3 van de Interimwet invaliditeitsrentetrekkers, indien die wet niet zou zijn ingetrokken, wordt onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 53 tot en met 57, zolang hij niet verzekerd is ingevolge de Wet en geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft, voor de toepassing van het bepaalde in § 3 van hoofdstuk II van die wet geacht ingevolge die wet verzekerd te zijn bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Artikel 63
Het bepaalde in de artikelen 18, tweede lid, en 39, eerste lid, onder a, van de Wet blijft buiten toepassing ten aanzien van degene, die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontleent aan deze wet.
Het bepaalde in artikel 30, eerste lid, onder b, van de Wet blijft buiten toepassing ten aanzien van:
- a. degene, wiens arbeidsongeschiktheid is ingetreden binnen een half jaar na het in werking treden van artikel 19 van de Wet, indien hij gedurende het halve jaar, onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van die arbeidsongeschiktheid, onafgebroken krachtens de Wet verzekerd zou zijn geweest, indien de Wet toen reeds in werking zou zijn geweest;
- b. degene, die op grond van het bepaalde in artikel 46 tot de vrijwillige verzekering is toegelaten.
Het bepaalde in de artikelen 90 en 91 van de Wet blijft buiten toepassing ten aanzien van de uit de toepassing van de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten voortvloeiende kosten. Onder vorenbedoelde kosten vallen niet de kosten, voortvloeiende uit een herziening van een arbeidsongeschiktheidsuitkering terzake van toeneming van de arbeidsongeschiktheid, indien de toeneming kennelijk is voortgekomen uit een andere oorzaak dan die, waaruit de ongeschiktheid terzake waarvan op grond van het bepaalde bij of krachtens deze wet een arbeidsongeschiktheidsuitkering werd toegekend, is voortgekomen.
Artikel 64
Indien over een tijdvak, waarover een uitkering wordt genoten als bedoeld in artikel 16 van de Ongevallenwet 1921, artikel 37 van de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 of artikel 2, eerste lid, onder a, van de Zeeongevallenwet 1919, naderhand een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan deze wet wordt ontleend, kan hetgeen als gevolg van het bepaalde bij of krachtens de Liquidatiewet ongevallenwetten over dat tijdvak aan eerstbedoelde uitkering ten onrechte is uitbetaald, geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd dan wel in mindering worden gebracht op de uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Artikel 65
Het in artikel 78 van de Wet bedoelde premiepercentage wordt zodanig vastgesteld, dat uiterlijk in vier jaren, te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 19 van de Wet af, mede de verplichtingen, welke voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds als bedoeld in hoofdstuk III, § 2, van de Wet, voortvloeien uit het bepaalde bij of krachtens artikel 52, derde en vierde lid, van de Liquidatiewet invaliditeitswetten, worden gedekt door middel van premieheffing krachtens de Wet.
Artikel 66
Een overeenkomst met betrekking tot de verzekering van geldelijke gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid, gesloten door degene, die met ingang van de dag, waarop artikel 19 van de Wet in werking treedt, ingevolge de Wet of deze wet tot de vrijwillige verzekering wordt toegelaten, vervalt met ingang van de dag, waarop de verzekeraar van de verzekerde mededeling van de toelating ontvangt, voor zover aan de overeenkomst rechten kunnen worden ontleend, gelijkwaardig aan die, welke uit de in de Wet geregelde vrijwillige verzekering voortvloeien. Bereikt deze mededeling de verzekeraar vóór de dag, waarop de betrokkene vrijwillig verzekerd wordt, dan vervalt de overeenkomst met ingang van die dag.
Artikel 98a, tweede lid, van de Wet is van toepassing.
Artikel 67
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen, gesteld in de artikelen 11 en 60.
Artikel 68
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 69
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel 70
Deze wet kan worden aangehaald onder de titel "Wet overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering".
Artikel 71
Waar in deze wet nummeringen van artikelen van de Liquidatiewet invaliditeitswetten worden aangehaald, worden deze door Onze Minister in overeenstemming gebracht in de nummering van die artikelen, zoals deze is komen te luiden na toepassing van artikel 65 van de Liquidatiewet invaliditeitswetten.
De tekst van deze wet, zoals die luidt na toepassing van het vorige lid, wordt in het Staatsblad geplaatst.
Artikel 72
De artikelen van deze wet treden in werking met ingang van een door Ons te bepalen tijdstip, dat voor de onderscheidene artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)