Wet van 13 juni 1979, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne

Type Wet
Publication 2026-08-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-13
State In force
Source BWB
artikelen 1977
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16.5, 16.6, 16.12, 16.12 in verbinding met 16.39h, 16.12 in verbinding met 16.39ab, vierde lid, 16.12 in verbinding met 16.39af, derde lid, 16.13, 16.13 in verbinding met 16.39h, 16.13a, 16.14, 16.14 in verbinding met 16.39h, 16.14 in verbinding met 16.39af, derde lid, 16.19, 16.20a, derde lid en 16.20a, derde lid in verbinding met 16.20c, tweede lid, 16.21, 16.21 in verbinding met 16.39h, 16.21, eerste lid, in verbinding met 16.39ak, 16.23, tweede lid, in verbinding met 16.39ai, 16.29, onderdelen b en c, 16.39z, 16.39aa, 16.39ab, derde lid, 16.39ad, 16.39ae, eerste en tweede lid, 16.39af, 16.39ag, 16.39aj of van de artikelen 18.5, 18.5a, 18.5b, 18.5c, 18.5d en 18.6 of van artikel 18.18, voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan een vergunning krachtens hoofdstuk 16, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit legt een bestuurlijke boete op in geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid. Artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

3.

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid, onderscheidenlijk kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat degene die de betrokken inrichting drijft, met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39 dient in te leveren. In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.39t, eerste lid, wordt een bestuurlijke boete als bedoeld in het tweede lid en kan een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd naast een verhoging van het aantal broeikasgasemissierechten dat de vliegtuigexploitant met betrekking tot een kalenderjaar overeenkomstig artikel 16.39w dient in te leveren.

4.

Door vernummering vervallen.

5.

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste lid, neemt het bestuur van de emissieautoriteit, naast het opleggen van een bestuurlijke boete, de overtreder op in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.

Artikel 18.16b
1.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16a.3, eerste of tweede lid, dan wel het derde lid in verbinding met de artikelen 16.6, eerste en derde lid, 16.12, of 16.19, of de artikelen 16a.5, 16a.6, 16a.8, eerste en tweede lid, of 16a.9, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens artikel 16a.9, voor zover het een voorschrift betreft dat is verbonden aan de goedkeuring van een elektriciteitsmonitoringsplan krachtens hoofdstuk 16a, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom tezamen opleggen.

Artikel 18.16c
1.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16b.3, 16b.4, 16b.5, 16b.7, 16b.8, 16b.10, 16b.17, eerste en tweede lid, 16b.19, 16b.20, 16b.22, 16b.23, 16c.1 of artikel 16c.3, eerste of derde lid, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

2.

In geval van overtreding van het bepaalde in artikel 16c.3, tweede lid, kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

Artikel 18.16d

Indien de gedraging tevens een strafbaar feit is en de ernst van de overtreding of de omstandigheden waaronder zij is begaan daartoe aanleiding geven, legt het bestuur van de emissieautoriteit haar aan het openbaar ministerie voor.

Artikel 18.16e
1.

Een bestuurlijke boete als bedoeld in de artikelen 18.16a, eerste lid, 18.16b, eerste lid en 18.16c, eerste lid, bedraagt ten hoogste € 450 000 per overtreding of, indien de omzet van de betrokken onderneming in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete is gegeven, meer dan € 4 500 000 bedraagt, ten hoogste 10% van die omzet.

2.

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid, bedraagt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16a, tweede lid, het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag per ton emissie van een kooldioxide-equivalent, die meer is veroorzaakt dan overeenkomt met het aantal broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden of gecertificeerde emissiereducties dat overeenkomstig artikel 16.37, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 16.39t, eerste lid, is ingeleverd. Artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

3.

In afwijking van het tweede lid bedraagt de bestuurlijke boete, bedoeld in dat lid, met betrekking tot het kalenderjaar 2013 en daarop volgende kalenderjaren per ton emissie van een kooldioxide-equivalent het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten genoemde bedrag, jaarlijks verhoogd overeenkomstig de Europese consumentenprijsindex.

4.

Artikel 16.4 is van overeenkomstige toepassing.

5.

De berekening van de omzet, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de voet van het bepaalde in artikel 377, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek voor de netto-omzet.

Artikel 18.16f
1.

Een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16c, tweede lid, bedraagt bij overtreding van het bepaalde in artikel 16c.3, tweede lid, in overeenstemming met artikel 26, eerste lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, voor elk CBAM-certificaat dat de toegelaten CBAM-aangever niet heeft ingeleverd: het bedrag dat gelijk is aan het in artikel 16, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bepaalde bedrag, inclusief de verhoging zoals bepaald in artikel 16, vierde lid, van die richtlijn.

2.

Een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18.16c, tweede lid, bedraagt bij overtreding van het bepaalde in artikel 16c.3, tweede lid, voor iemand anders dan een toegelaten CBAM-aangever, in overeenstemming met artikel 26, tweede lid, van de Verordening koolstofcorrectie aan de grens, drie- tot maximaal vijfmaal de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 18.16g
1.

Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens de in de artikelen 18.6c, derde lid, 18.16a, eerste en tweede lid, eerste volzin en 18.16b, eerste lid en 18.16c genoemde artikelen.

2.

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid, vermeldt het rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, naast de in het tweede lid van dat artikel bedoelde gegevens, tevens het voornemen de naam van de overtreder op te nemen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.

3.

Indien de gedraging aan het openbaar ministerie wordt voorgelegd op grond van artikel 18.16d, wordt een afschrift van het rapport aan het openbaar ministerie toegezonden.

Artikel 18.16h

Vervallen

Artikel 18.16i

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid, hebben de artikelen 5:49, 5:50, 5:51 en 5:53, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede betrekking op het opnemen van de naam van de overtreder in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.

Artikel 18.16j

Vervallen

Artikel 18.16k

In geval van overtreding van het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid vermeldt de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete tevens dat de naam van de overtreder wordt opgenomen in het overzicht, bedoeld in artikel 18.16p, eerste lid.

Artikel 18.16l

In afwijking van artikel 5:45, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete op grond van de artikelen 18.16a, eerste en tweede lid, en 18.16b, eerste lid en 18.16c, eerste lid, tien jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.

Artikel 18.16m

Vervallen

Artikel 18.16n

Vervallen

Artikel 18.16o

Vervallen

Artikel 18.16p
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit stelt elk jaar voor 1 oktober een overzicht op van personen die het bepaalde bij artikel 16.37, eerste lid, of artikel 16.39t, eerste, tweede en derde lid, hebben overtreden en ten aanzien van wie de beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18.16k, onherroepelijk is geworden. Het overzicht wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het overzicht, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 18.16q
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan degene die jegens de in artikel 18.4, eerste of tweede lid, bedoelde personen in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 4 500 of een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 5.20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde overtreding.

Hoofdstuk 19. Bepalingen in verband met de openbaarheid

Artikel 19.1a
1.

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder milieu-informatie: alle informatie, neergelegd in documenten, over:

2.

De definitie van «document» in artikel 2.1 van de Wet open overheid is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19.1c

Onverminderd de artikelen 3.1 en 3.3 van de Wet open overheid verstrekt een bestuursorgaan uit eigen beweging informatie over de openbare verantwoordelijkheden en functies die het heeft alsmede de openbare diensten die het verleent met betrekking tot het milieu.

Artikel 19.6a

De artikelen 19.3 tot en met 19.5 zijn van overeenkomstige toepassing op gegevens die voorkomen in een stuk ten aanzien waarvan openbaarmaking wordt voorgeschreven of die uit zodanig stuk kunnen worden afgeleid en die niet als milieu-informatie zijn te beschouwen.

Artikel 19.6b

Indien bij de voorbereiding van een besluit als bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, van de Omgevingswet bij de voorbereiding waarvan een milieueffectrapport moet worden gemaakt, dan wel van een besluit inzake een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit, ingevolge een wettelijk voorschrift of een besluit van het bevoegd gezag informatie openbaar wordt gemaakt, en dat wettelijk voorschrift of besluit zich op andere gronden dan voorzien in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid tegen de openbaarmaking verzet, is artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid van overeenkomstige toepassing en blijft het wettelijk voorschrift of besluit dat zich tegen de openbaarmaking verzet, buiten toepassing. Indien milieu-informatie niet ter inzage wordt gelegd, wordt daarvan mededeling gedaan.

Hoofdstuk 11a. Andere handelingen

§ 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds

Artikel 20.5a
1.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State voegt de behandeling van bij haar aanhangige zaken over een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, die op dezelfde handelsperiode betrekking hebben. De eerste volzin is niet van toepassing op latere wijzigingen van een nationaal toewijzingsbesluit overeenkomstig subparagraaf 16.2.1.3.2.

2.

Alvorens te beslissen op een beroep tegen een nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.24, eerste lid, geeft de Afdeling, in gevallen waarin het beroep naar haar oordeel gegrond is, toepassing aan artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht, met dien verstande dat de tussenuitspraak, bedoeld in artikel 8:80a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt gedaan binnen achttien weken na afloop van de voor dat besluit geldende beroepstermijn.

3.

De Afdeling voegt bij haar aanhangig gemaakte zaken met betrekking tot een naar aanleiding van haar tussenuitspraak gewijzigd nationaal toewijzingsbesluit als bedoeld in artikel 16.31, eerste lid, ter behandeling met zaken over het oorspronkelijke nationale toewijzingsbesluit die reeds bij haar aanhangig zijn.

§ 11.3.3.2. Procedures voor vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

§ 11.3.3.3. De binnenwaarde

§ 11.3.4.2. Bijzondere bepalingen met betrekking tot het wijzigen van geluidproductieplafonds die tot stand zijn gekomen met toepassing van artikel 11.45

§ 11.3.3.4. Verdere bepalingen omtrent vaststelling en wijziging van geluidproductieplafonds

Hoofdstuk 18. Handhaving

Artikel 21.4

Vervallen

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Natuurbeschermingswet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Landinrichtingswet

Wet milieugevaarlijke stoffen

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 2.16a

Onverminderd artikel 16.8 stemmen het bestuur van de emissieautoriteit en het bestuursorgaan dat bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen voor een milieubelastende activiteit met betrekking tot een broeikasgasinstallatie als bedoeld in artikel 16.1, tweede lid, onderling de uitoefening van de taken af, waarmee zij zijn belast bij of krachtens de hoofdstukken 16 en 18 van deze wet, onderscheidenlijk de afdelingen 4.1, 5.1, 16.1, 16.2, 16.3, 16.5 en 16.8 en hoofdstuk 18 van de Omgevingswet.

Artikel 16.5
1.

Het is verboden zonder vergunning van het bestuur van de emissieautoriteit een broeikasgasinstallatie te exploiteren.

2.

Een aanvraag om een vergunning kan naar keuze van de aanvrager betrekking hebben op één of meer broeikasgasinstallaties die worden geëxploiteerd op dezelfde locatie.

Artikel 16.6
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de aanvraag om een vergunning moet geschieden, de gegevens en de bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en de wijze waarop die gegevens moeten worden verkregen.

2.

Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager een monitoringsplan, alsmede de in artikel 12, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel bedoelde ondersteunende documenten bij de aanvraagt indient.

3.

Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan nadere regels stellen ter uitvoering van het bepaalde krachtens het eerste of tweede lid.

Artikel 16.7

Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen vier maanden op de aanvraag om een vergunning.

Artikel 16.8
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit zendt het monitoringsplan dat is ingediend bij de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 16.5, aan het bestuursorgaan dat voor de broeikasgasinstallatie waarop de aanvraag betrekking heeft, bevoegd is een omgevingsvergunning te verlenen.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit stelt het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, gedurende vier weken in de gelegenheid advies uit te brengen over het monitoringsplan met het oog op de samenhang tussen dit plan en de betrokken omgevingsvergunning, dan wel de betrokken aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 16.9

Het bestuur van de emissieautoriteit draagt er bij de beslissing op de aanvraag zorg voor dat geen strijd ontstaat met regels die met betrekking tot de broeikasgasinstallatie gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, hoofdstuk 8 van deze wet of afdeling 2.2, hoofdstuk 4, afdeling 5.1 of hoofdstuk 16 van de Omgevingswet.

Artikel 16.10

De vergunning wordt geweigerd indien het monitoringsplan niet voldoet aan de eisen die daaraan bij of krachtens de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, dit hoofdstuk of, voor zover van toepassing, artikel 24, derde lid, van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten bedoelde verordening zijn gesteld dan wel indien door verlening anderszins strijd zou ontstaan met regels die met betrekking tot de broeikasgasinstallatie gelden, gesteld bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk, of indien het bestuur van de emissieautoriteit van oordeel is dat onvoldoende is gewaarborgd dat de aanvrager in staat is het monitoringsplan naar behoren uit te voeren.

Artikel 16.11
1.

In een vergunning wordt duidelijk aangegeven waarop zij betrekking heeft. De vergunning vermeldt de naam en het adres van de exploitant van de broeikasgasinstallatie, waarop de vergunning betrekking heeft.

2.

Het monitoringsplan maakt in ieder geval deel uit van de vergunning. De overige onderdelen van de aanvraag om de vergunning maken deel uit van de vergunning, voorzover dat in de vergunning is aangegeven.

Artikel 16.12

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel en met betrekking tot:

Artikel 16.13
1.

De vergunninghouder wijzigt het monitoringsplan zo spoedig mogelijk, indien:

2.

De vergunninghouder legt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit de meest actuele versie van het monitoringsplan over.

Artikel 16.14

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van de Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel.

Artikel 16.15

Het bestuur van de emissieautoriteit zendt op verzoek het betrokken andere bestuursorgaan, bedoeld in artikel 16.8, eerste lid, een exemplaar van het voor de betrokken broeikasgasinstallatie opgestelde emissieverslag en het bijbehorende verificatierapport.

Artikel 16.16
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar waarin het emissieverslag overeenkomstig artikel 68 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel moet worden ingediend, vaststellen dat dit verslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij genoemde verordening of bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld. Het bestuur van de emissieautoriteit kan de beslissing voor ten hoogste drie maanden verdagen. Van de verdaging wordt voor het in de eerste volzin genoemde tijdstip schriftelijk mededeling gedaan aan degene die het emissieverslag heeft ingediend. De mededeling omvat de reden voor de verdaging.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan na het tijdstip, genoemd in het eerste lid, onderscheidenlijk, indien toepassing is gegeven aan de tweede volzin van dat lid, na het tijdstip dat met toepassing van die volzin is vastgesteld alsnog vaststellen dat het emissieverslag niet voldoet aan de eisen die daaraan bij de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel of bij of krachtens dit hoofdstuk zijn gesteld, indien:

3.

De bevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, vervalt tien jaren na afloop van het kalenderjaar, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 16.17

Voordat het bestuur van de emissieautoriteit toepassing geeft aan artikel 70, eerste lid, van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, stelt het degene, die ingevolge artikel 68 van genoemde verordening het emissieverslag heeft ingediend of had moeten indienen, in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen, tenzij de ambtshalve vaststelling plaatsvindt conform de door de exploitant van de broeikasgasinstallatie aangeleverde gegevens.

Artikel 16.18
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit geeft desgevraagd aan een ieder kosteloos inzage in en verstrekt tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar van een emissieverslag dat bij hem is ingediend.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit geeft vooraf kennis van de mogelijkheid tot inzage in en van de verkrijgbaarheid van het emissieverslag. De kennisgeving wordt gedaan op zodanige wijze dat het daarmee beoogde doel zo goed mogelijk wordt bereikt.

Artikel 16.19
1.

Een voor een broeikasgasinstallatie verleende vergunning geldt voor een ieder die de broeikasgasinstallatie exploiteert. Deze draagt ervoor zorg dat het monitoringsplan wordt nageleefd.

2.

De vergunninghouder meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit een verandering van exploitant van de broeikasgasinstallatie en een verandering van naam of adres van de vergunninghouder of, indien dit een ander is, van de exploitant van de broeikasgasinstallatie.

Artikel 16.20
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit kan de vergunning wijzigen of aanvullen, de daaraan verbonden voorschriften wijzigen, aanvullen of intrekken of voorschriften aan de vergunning verbinden, indien dit naar zijn oordeel nodig is in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten.

2.

Met betrekking tot de beslissing ter zake zijn de artikelen 16.7, 16.8, 16.9 en 16.11 van overeenkomstige toepassing.

3.

In een geval als bedoeld in artikel 16.19, tweede lid, wijzigt het bestuur van de emissieautoriteit de vergunning overeenkomstig de melding.

Artikel 16.21
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot broeikasgasinstallaties waarvoor het in artikel 16.5, vervatte verbod geldt en die behoren tot een bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel aangewezen categorie, regels worden gesteld, die nodig zijn in het belang van de goede werking van het systeem van handel in emissierechten. Bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel kan worden bepaald dat bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

2.

Bij of krachtens de maatregel kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bestuur van de emissieautoriteit bij het verlenen of wijzigen van de vergunning daaraan voorschriften kan verbinden. Bij of krachtens de maatregel kan worden bepaald dat de voorschriften van de bij onderscheidenlijk krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken. Bij of krachtens de maatregel kan tevens worden bepaald in welke mate de voorschriften van die regels kunnen afwijken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

Artikel 16.22

Vervallen

§ 15.2.2. Belastingplichtigen

Afdeling 16.2.1. Algemeen

Artikel 16.36
1.

Een broeikasgasemissierecht dat met ingang van 1 januari 2013 is verleend, is voor onbepaalde tijd geldig.

2.

Een broeikasgasemissierecht dat met ingang van 1 januari 2021 is verleend, bevat een aanduiding waaruit blijkt in welke periode van tien jaar te rekenen vanaf 1 januari 2021 het is verstrekt en is geldig voor emissies met ingang van het eerste jaar van die periode.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 16.37
1.

Onverminderd artikel 30, tiende lid, van de Verordening EU-register handel in emissierechten, levert de exploitant van de broeikasgasinstallatie, niet zijnde een broeikasgasinstallatie voor de verbranding van stedelijk afval, met betrekking tot ieder kalenderjaar voor 1 oktober van het daarop volgende kalenderjaar ten minste een aantal broeikasgasemissierechten, niet zijnde broeikasgasemissierechten die zijn verleend krachtens afdeling 16.2.2, in, dat overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie in het eerstbedoelde kalenderjaar heeft veroorzaakt.

2.

Ter bepaling van de hoeveelheid van de emissie, bedoeld in het eerste lid, worden de gegevens in acht genomen, die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in het EU-register voor de handel in emissierechten zijn opgenomen.

3.

Voor emissies van broeikasgassen die geacht worden te zijn afgevangen en gebruikt op zo een manier dat ze permanent chemisch in een product worden gebonden en bij normaal gebruik, waaronder normale activiteiten die plaatsvinden na het einde van de levensduur van het product, niet in de atmosfeer terecht komen, ontstaat geen verplichting om broeikasgasemissierechten in te leveren.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de voorschriften om te beoordelen of broeikasgassen permanent chemisch in een product zijn gebonden.

Artikel 16.38

Vervallen

Artikel 16.39

Indien de exploitant van de broeikasgasinstallatie, ter voldoening aan artikel 16.37, eerste lid, met betrekking tot een kalenderjaar minder broeikasgasemissierechten heeft ingeleverd dan overeenkomt met de hoeveelheid van de emissie, die de broeikasgasinstallatie gedurende dat kalenderjaar heeft veroorzaakt, wordt het aantal broeikasgasemissierechten dat hij in het daarop volgende kalenderjaar ter uitvoering van dat artikel dient in te leveren, van rechtswege verhoogd met het aantal broeikasgasemissierechten dat hij te weinig had ingeleverd.

Afdeling 16.2.4. De geldigheid, inlevering en intrekking van broeikasgasemissierechten en het compenseren van emissies in een ander kalenderjaar

Artikel 16.40
1.

Een broeikasgasemissierecht dat overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten is verleend, is vatbaar voor overdracht indien alle bij de overdracht betrokken personen op hun naam een rekening hebben in het EU-register voor de handel in emissierechten. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op broeikasgasemissierechten die overeenkomstig de Verordening EU-register handel in emissierechten in een andere lidstaat van de Europese Unie zijn verleend.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen broeikasgasemissierechten die zijn ontstaan in andere landen dan de lidstaten van de Europese Unie worden aangewezen als broeikasgasemissierechten die kunnen worden overgedragen of verkregen door een persoon op wiens naam in het EU-register voor de handel in emissierechten een rekening staat.

3.

Een broeikasgasemissierecht is ook vatbaar voor andere overgang. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 16.41
1.

De voor overdracht van een broeikasgasemissierecht vereiste levering geschiedt door:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.

3.

Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat het bestuur van de emissieautoriteit de overgang heeft geregistreerd.

Artikel 16.42
1.

Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid, of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de overdracht is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.

2.

Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de overdracht tot stand is gekomen.

3.

In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een broeikasgasemissierecht geen recht van pand worden gevestigd.

4.

Op een broeikasgasemissierecht kan geen recht van vruchtgebruik worden gevestigd.

5.

Een broeikasgasemissierecht is niet vatbaar voor beslag.

Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten

Artikel 16.43
1.

Het bestuur van de emissieautoriteit wordt aangewezen als bevoegde autoriteit als bedoeld in de Verordening EU-register handel in emissierechten.

2.

Het bestuur van de emissieautoriteit voert de taken die het heeft als bevoegde autoriteit voor het EU-register voor de handel in emissierechten uit in overeenstemming met de Verordening EU-register handel in emissierechten en draagt er zorg voor dat het register voldoet aan de vereisten die daaraan ingevolge de Verordening EU-register handel in emissierechten worden gesteld.

3.

Als nationale administrateur als bedoeld in artikel 3, onder 2, van de Verordening EU-register handel in emissierechten wordt aangewezen een bij besluit van het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen medewerker van de emissieautoriteit. Van een besluit als bedoeld in de eerste volzin wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

4.

Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat wordt aangewezen als betrokken instantie en desbetreffende instantie als bedoeld in de Verordening EU-register handel in emissierechten.

5.

In het EU-register voor de handel in emissierechten kunnen naast broeikasgasemissierechten tevens emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden worden geregistreerd.

Artikel 16.44
1.

Een ieder kan broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties, toegewezen eenheden en verwijderingseenheden bezitten.

2.

In afwijking van het eerste lid is niet toegestaan het bezit van:

Artikel 16.45

Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat kan regels stellen ter uitvoering van de Verordening EU-register handel in emissierechten.

Artikel 16.46

Emissiereductie-eenheden, gecertificeerde emissiereducties en verwijderingseenheden die aan het einde van de aanvullende periode voor het voldoen aan verplichtingen, bedoeld in het overeenkomstig het Protocol van Kyoto genomen besluit 13/CMP.1, op een rekening in het register voor handel in emissierechten zijn geregistreerd, worden geannuleerd.

Hoofdstuk 18. Handhaving

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

Hoofdstuk 16. Handel in emissierechten

§ 12.3.1. Algemeen

§ 12.3.3. PRTR

§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen

§ 12.3.4. Aanvullende rapportageverplichtingen

§ 12.3.5. Slotbepalingen

Hoofdstuk 19. Openbaarheid van milieu-informatie

Artikel 21.4

Vervallen

Hoofdstuk 22. Slotbepalingen

Bijlage. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

Wet luchtvaart

Boswet

Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Kernenergiewet

Ontgrondingenwet

Natuurbeschermingswet

Wet geluidhinder

Wet inzake de luchtverontreiniging

Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Grondwaterwet

Wet verontreiniging zeewater

Interimwet bodemsanering

Wet voorkoming verontreiniging door schepen

Landinrichtingswet

Wet milieugevaarlijke stoffen

Wet bodembescherming

Meststoffenwet

Wet energiebesparing toestellen

Wet op de waterhuishouding

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 525)

Tracéwet

Wegenverkeerswet 1994

Flora- en faunawet

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 19.1b
1.

Na het einde van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld tegen een beschikking op grond van deze wet, de Kernenergiewet, de Mijnbouwwet, de Omgevingswet, de Wet bescherming Antarctica, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder of de Wet dieren voor zover deze betrekking heeft op dierlijke bijproducten op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, wordt, zolang zij niet is tenietgegaan, door het bevoegd gezag aan een ieder desgevraagd kosteloos inzage gegeven in en tegen vergoeding van ten hoogste de kosten een exemplaar verstrekt van de beschikking en voor zover mogelijk van de stukken die in verband met de totstandkoming daarvan overeenkomstig deze wet dan wel afdeling 3.4 of artikel 3:44 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage dienden te worden gelegd.

2.

Nadat een beschikking krachtens een in het eerste lid genoemde wet tot verlening of wijziging van een vergunning die betrekking heeft op een installatie als bedoeld in Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PbEU 2010, L 334) onherroepelijk is geworden, doet het bevoegd gezag daarvan in afwijking van het eerste lid mededeling in het publicatieblad van het openbaar lichaam waartoe het behoort.

Artikel 5.2b

Vervallen

Hoofdstuk 6. Milieuzonering

Hoofdstuk 6. Milieuzonering

§ 7.1. Algemeen

§ 7.1. Algemeen

§ 5.2.1. Algemene bepalingen

§ 7.4. Het milieu-effectrapport

§ 5.2.4. Uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften

§ 5.2.5. Beoordeling van de luchtkwaliteit

§ 7.1. Algemeen

§ 7.8. Activiteiten met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

§ 7.6. Besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt

Hoofdstuk 8. Inrichtingen

Titel 8.1. Vergunningen

Afdeling 8.1.1. Algemeen

Afdeling 8.1.2. Wijziging of intrekking van vergunningen

Artikel 8.26a

Vervallen

Afdeling 8.1.3. Bijzondere gevallen

§ 7.9. Evaluatie

Paragraaf 8.1

§ 8.2.1. Regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen

Artikel 8.43

Vervallen

§ 8.2.2. Regels voor vergunningplichtige inrichtingen

Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen

Hoofdstuk 9. Stoffen en produkten

Hoofdstuk 10. Afvalstoffen

Titel 10.1. Algemeen

Artikel 10.1a

Vervallen

Titel 8.2. Algemene regels

Artikel 8.39d

Vervallen

Artikel 8.39e

Vervallen

Titel 8.3. Regels met betrekking tot gesloten stortplaatsen en gesloten afvalvoorzieningen

Titel 9.1. Algemeen

Titel 9.1. Algemeen

Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding

Artikel 10.44b

Vervallen

Artikel 10.44a

Vervallen

Paragraaf 9.2.3. Verpakking en aanduiding

§ 10.6.4. Verdere bepalingen omtrent het beheer van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Titel 9.5. Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten

Titel 9.5. Overige bepalingen met betrekking tot stoffen, preparaten en producten

Hoofdstuk 11. Andere handelingen

Titel 9.6. De bijdrage van de vervoerssector aan milieu-, klimaat- en energiebeleid

Artikel 10.16b

Vervallen

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Artikel 10.44a

Vervallen

Artikel 10.44b

Vervallen

§ 9.7.5. Register hernieuwbare energie vervoer

Afdeling 13.3. Beschikkingen inzake wijziging of intrekking van een vergunning of ontheffing

Afdeling 13.2. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk 14. Coördinatie

§ 9.7.6. Naleving van de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria en broeikasgasemissiereductiedrempels

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Titel 10.7. Het overbrengen van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap

Titel 10.8. Verdere bepalingen

§ 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie

§ 9.8.3a. Inboeken brandstof en energie

§ 9.8.4. Register rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies

Titel 10.2. Het afvalbeheerplan

Titel 12.2. Registratie gegevens externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen

Titel 10.4. Het beheer van huishoudelijke en andere afvalstoffen

Titel 10.5. Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Titel 12.4. Registratie gegevens brandstoffen en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van vervoer

Afdeling 13.3. Afvalvoorzieningen categorie A met mogelijke grensoverschrijdende milieugevolgen

Afdeling 13.1. Algemeen

Afdeling 11.3.1. Algemeen

§ 10.6.3. De inzameling van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen

Afdeling 11.3.7. Overige bepalingen

Afdeling 16.2.3. Het toewijzen en verlenen van broeikasgasemissierechten en het gebruik van emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten

Titel 11.1. Algemeen

Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten

Artikel 16.47

Vervallen

Artikel 16.48

Vervallen

Afdeling 16.2.6. Registratie van broeikasgasemissierechten, emissiereductie-eenheden en gecertificeerde emissiereducties

Artikel 16.49

Vervallen

Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen

Artikel 16.50

Vervallen

Afdeling 11.3.4. Geluidproductieplafonds voor op 1 juli 2012 bestaande of geprojecteerde wegen en spoorwegen

Artikel 16.51

Vervallen

Artikel 16.52

Vervallen

Artikel 16.53

Vervallen

Artikel 16.54

Vervallen

Artikel 16.55

Vervallen

Afdeling 11.3.5. Overschrijding van de maximale waarde

Artikel 16.56

Vervallen

Artikel 16.57

Vervallen

Afdeling 16.2.1. Algemeen

Artikel 16.58

Vervallen

Artikel 16.59

Vervallen

Artikel 16.60

Vervallen

Artikel 16.61

Vervallen

Afdeling 11.3.3. Vaststelling of wijziging van geluidproductieplafonds

Artikel 16.62

Vervallen

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Hoofdstuk 17. Maatregelen in bijzondere omstandigheden

Hoofdstuk 15. Financiële bepalingen

Hoofdstuk 12. Verslag-, registratie- en meetverplichtingen

§ 15.2.4. Teruggaafregeling

§ 12.3.2. Rapportage door inrichtingen

§ 12.3.1. Algemeen

§ 12.3.3. PRTR

§ 14.2. Coördinatie bij het maken van een milieueffectrapport

Hoofdstuk 21. Verdere bepalingen

Artikel 21.4

Vervallen

Hoofdstuk 13. Procedures voor vergunningen en ontheffingen

Bijlage. bij de Wet milieubeheer

Wetten, als bedoeld in de artikelen 4.6, derde lid, 4.12, derde lid, en 4.19, derde lid, van de Wet milieubeheer:

Mijnbouwwet

Waterleidingwet

Luchtvaartwet

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)