Besluit van 26 oktober 1983, tot vaststelling van een reglement houdende bepalingen ter voorkoming van aanvaring of aandrijving op de openbare wateren in het Rijk, die voor de scheepvaart openstaan

Type Koninklijk besluit
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 177
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De toegepaste betonningsvoorwerpen (licht)boei, ton, sparboei, drijfbaken, kopbaken en steekbaken geven tevens een indicatie over de belangrijkheid van een vaarwater, m.a.w. de betonningsvoorwerpen zijn groter naarmate het vaarwater belangrijker is.

De hoofdvormen van de laterale markeringen en van de daarbij behorende toptekens zijn stomp (rechter zijde), spits (linker zijde) en bolvormig (splitsingen); alleen de bijzondere markering kan een bijzonder topteken hebben.

Lateraal gebruikte sparboeien zijn in Nederland eveneens stomp en spits van vorm.

Indien een betonningsvoorwerp niet de vereiste stompe, spitse of bolvorm heeft dan wordt die vorm aangegeven door het bijbehorende topteken (cilinder, kegel, bol).

Drijf- en kopbakens zijn altijd van een topteken voorzien, tonnen en sparboeien alleen wanneer zulks ter onderscheiding nodig wordt geacht (b.v. in een bocht, ter onderbreking van een rij éénvormige tonnen, aan het begin of het einde van een vaarwater).

Bij steekbakens wordt de stompe vorm gesuggereerd door de losse takken, de spitse door de bijeen gebonden takken. Een splitsing wordt hierbij meestal aangegeven door twee of drie steekbakens bij elkaar. Cardinale markeringen en de markering afzonderlijk gevaar hebben geen specifieke vorm, het voornaamste kenmerk hiervan is het topteken.

Voor de laterale betonning en de oevermarkering zijn de hoofdkleuren rood aan de rechter zijde, groen aan de linker zijde en een combinatie van beide bij splitsingen.

Geel-zwart is kenmerkend voor de cardinale markering, geel voor de bijzondere markering.

De markeringen afzonderlijk gevaar en veilig vaarwater zijn duidelijk afwijkend.

Markeringsvoorwerpen kunnen zijn voorzien van retroreflecterend materiaal, waarvan de kleur overeenkomt met die van de betreffende markering.

De kleuren worden internationaal aangeduid met de Engelse afkortingen R (red), G (green), W (white), Y (yellow) en B (black).

De betekenis der lichten blijkt uit de kleur en het karakter. Bij de laterale en de oevermarkering komt de kleur overeen met die van het markeringsvoorwerp: rood aan de rechter zijde en groen aan de linker zijde; het karakter is "rustig".

Een splitsing van hoofd- en nevenvaarwater toont eveneens rood of groen licht (voor het hoofdvaarwater), van vaarwaters van gelijk belang wit; het karakter is in beide gevallen snel.

Bij de bijzondere markering is het licht evenals de betonning geel, het karakter is altijd schitter of groepschitter.

2. LATERALE MARKERING

De markering afzonderlijk gevaar toont altijd een wit groepschitterlicht (2 schitteringen).

2. LATERALE MARKERING

Lichten worden in grote lijnen onderscheiden in vaste lichten en periodelichten.

Een vast licht toont een ononderbroken schijnsel van gelijkmatige sterkte. Vaste lichten worden, behalve als navigatieverlichting, in beginsel gebruikt als verkeerstekens (zie bijlage 7).

Bij een periodelicht wordt het schijnsel regelmatig afgewisseld met één of meer verduisteringen. Periodelichten dienen in principe voor de markering van het vaarwater.

Onder de periode van een licht wordt verstaan de tijdsduur waarin éénmaal alle fasen van het licht worden doorlopen, derhalve de totale duur van schijnsel(s) en verduistering(en). De periode wordt aangegeven in seconden en afgekort als s.

Het karakter geeft een nadere specificatie van een licht; het wordt volgens internationale afspraken aangeduid met de Engelse afkorting.

De karakters zijn gebaseerd op de volgende hoofdindeling;

2.1. Hoofdmarkering

Indien een markering is voorzien van een nummering dan loopt deze "van beneden naar boven", dus tegengesteld aan de onder 1.2 genoemde richtingen, op.

Gedurende de wintermaanden worden de bij ijsvorming kwetsbare lichtboeien en tonnen vervangen door gelijkgekleurde kleine tonnen, sparboeien of drijfbakens.

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

Deze markering geeft de zijdelingse begrenzing van het vaarwater aan, dan wel de koppen van kribben, uitstekende punten van de oever, enz.

1 indien aanwezig

3. MARKERING GEVAARLIJKE PUNTEN EN OBSTAKELS

1 indien aanwezig

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

2.1.2 Linkerzijde

4. BIJZONDERE MARKERING

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

2.1.3 Splitsingen en kruisingen 3- in de Waddenzee wordt thans de markering volgens het Maritieme Betonningsstelsel A (IALA) toegepast.

Deze markering is aangebracht op de scheiding of samenkomst van vaarwaters. De drijvende markering is altijd voorzien van een topteken ter onderscheiding van de markering veilig vaarwater (6.3).

5. MARKERING LOOP VAN DE VAARGEUL

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

3 <> gerekend.

1 indien aanwezig

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

3 <> gerekend.

1 indien aanwezig

2 m.u.v. kop-, steek- en walbakens

1 indien aanwezig

2.2.1 Rechterzijde

Op brede vaarwaters kan naast de hoofdbetonning gebruik worden gemaakt van de hierna genoemde aanvullende markering. Deze geeft dan de begrenzing aan van eveneens bruikbaar vaarwater buiten de hoofdbetonning.

2.2.1 Rechterzijde

1 indien aanwezig

2.2.2 Linkerzijde

5. MARKERING LOOP VAN DE VAARGEUL

2.2.3 Splitsingen en kruisingen

Zie hiervoor onderdeel 2.1.3.

Als markering op of nabij een obstakel kunnen door een schip de lichten c.q. dagmerken als bedoeld in de artikel 3.25 worden toegepast.

In of nabij het vaarwater kan ter markering van gevaarlijke punten en obstakels de laterale markering als bedoeld in onderdeel 2. worden toegepast.

Als markering op of nabij een obstakel kunnen door een schip de lichten c.q. dagmerken als bedoeld in de artikel 3.25 worden toegepast.

Op brede vaarwaters en meren kan ter markering van een gevaar de in de onderdelen 6.1 en 6.2 genoemde markering worden toegepast.

Opmerking

Deze markering is niet in de eerste plaats bestemd voor de navigatie, maar duidt een bepaald gebied of voorwerp aan, dat doorgaans is omschreven in nautische of andere daarvoor bestemde publicaties. Deze betonning wordt bijvoorbeeld toegepast ter markering van verboden gebieden, bagger-, stort- en ankerplaatsen, oefen- en visserijgebieden, voor het afbakenen van speciale gebieden zoals voor snelle motorboten, waterskiërs, zeilplanken, wedstrijden, e.d. en voor het aangeven van posities met een speciaal doel zoals kabels, instrumenten, etc.

Opmerking

De bijzondere betonning moet door de doorgaande scheepvaart, d.w.z. schepen die niet een aldus gemarkeerd gebied als bestemming hebben, aan dezelfde zijde worden gehouden als de "gewone" betonning.

1 indien aanwezig

Deze tekens zijn geplaatst op die oever van een rivier, waarlangs (het diepste gedeelte van) de vaargeul loopt.

5.1 Ligging van de vaargeul

Deze tekens zijn geplaatst op die oever van een rivier, waarlangs (het diepste gedeelte van) de vaargeul loopt.

5.1.1. Rechter oever

1 indien aanwezig

7. MARKERING INGANG VAN HAVENS EN AFTAKKINGEN

1 indien aanwezig

6. MARKERING OP BREDE VAARWATERS EN MEREN

De punten waar de vaargeul van de ene oever naar de andere overgaat kunnen aanvullend als volgt zijn gemarkeerd:

5.2.1. Rechter oever

7.2. Indien niet voorzien van lichten

5.2.2. Linker oever

1 indien aanwezig

Bijlage 9. Marifoonverplichting en radarvaart

De vaarwegen, bedoeld in artikel 4.05, derde en vierde lid, artikel 6.29, derde lid, artikel 6.33, tweede lid, en artikel 9.07, eerste en tweede lid, zijn:

    1. de Maasmond, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Waterweg, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Koningshaven, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. het Zuiddiepje, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Oude Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Noord;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil en daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. het Zuid-Hollandsch Diep;
    1. het Hollandsch Diep;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Volkerak, het Zuid-Vlije en de Krammer beoosten de Krammersluizen;
    1. het vaarwater van de Krammer, Zijpe, Keeten en Oosterschelde tussen de Krammersluizen en de ingang van het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. de Geldersche IJssel;
    1. de Twenthekanalen;
    1. het Keteldiep;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede de havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan.

Bijlage 10

De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.01, zijn:

    1. het Calandkanaal;
    1. het Beerkanaal;
    1. het Hartelkanaal.

Bijlage 11

De vaarwegen, bedoeld in artikel 10.01, eerste lid, zijn:

    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan.

Bijlage 12. Vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen

De gevaarlijke stoffen in de zin van de IMDG-codeb1IMDG-code: International Maritime Dangerous Goods Code., bedoeld in artikel 10.04, eerste lid, zijn:

    1. a. Stoffen van de klasse 1, gevarengroep 1.1 en 1.5, indien het schip in totaal meer vervoert dan 100 kg bruto gewicht;
  • b. stoffen van de klasse 1, gevarengroep 1.2, 1.3, 1.4, 1.6 of stoffen van de klasse 5.2; deze laatste voorzover zij overeenkomstig de IMDG-code moeten zijn voorzien van een gevaarsetiket «ontplofbaar», indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto gewicht; of
  • c. stoffen van de klasse 2, die overeenkomstig de IMDG-code moeten worden voorzien van een gevaarsetiket «giftig», indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto gewicht.
    1. Stoffen van alle klassen, indien zij worden vervoerd door een tankschip.
    1. Voor tankschepen worden onder de in het tweede lid bedoelde gevaarlijke stoffen mede verstaan de gevaarlijke gassen die zijn ontstaan tijdens het vervoer van die stoffen en die zich nog in die tanks bevinden.

Bijlage 13. Toegestane afmetingen van schepen op de vaarwegen bedoeld in artikel 9.02, eerste lid

Vaarweg lengte in m Breedte in m Diepgang
Fryslân
Haven Terschelling 85 12,00 3,40
Haven Vlieland 60 10,00 3,40
Vaarweg tussen zee en Harlingen, via het Stortemelk, de Vliestroom, de Blauwe Slenk en het vaarwater langs de Pollendam 140 6,00
Overijssel
Zijkanaal naar Almelo van de Twenthekanalen 110 9,75 2,50
Kanaal Zutphen-Enschede van de Twenthekanalen
- Geldersche IJssel- zwaaikom Lochem (km 17) 110 11,50 2,801
- Zwaaikom Lochem - Enschede 110 9,75 2,60
Overijssel/Gelderland
Geldersche IJssel15 en Keteldiep 110 12,00
Zwolle-IJsselkanaal 110 12,00 3,252
Overijsselsche Vecht
- gedeelte rijksweg 28 - stuw Junne 35 5,00 1,00
Meppelerdiep
- van Zwarte Water via Meppelerdiep-sluis - Kaapbrug 110 12,00 3,252
- via Grote Kolksluis 67 8,20 2,802
Zwarte Water 110 12,00 3,252
Zwolsche Diep 110 12,00 3,002
Zwanendiep 110 12,00 2,702
Ramsdiep 110 11,50 3,002
Noord-Holland
Haven Oudeschild 90 <12,50 4,50
De betonde vaarwateren tussen zee en Den Helder 9.00
Marinehaven Willemsoord 200 8.00
Oranjesluizencomplex
- Noordersluis 70 13,50 3,5014
- Middensluis 90 17,50 3,5014
- Zuidersluis 70 13,50 3,5014
- Prins Willem Alexandersluis 200 23,00 3,5014
Noordzeekanaal en Noordzeesluizen te IJmuiden 325 43,00 13,10
- 1e Rijksbinnenhaven 3,50
- 2e Rijksbinnenhaven 5,70
- 3e Rijksbinnenhaven 6,50
- Kruithaven, buitenzijde (meerstoelen) 9,10
- Zijkanaal B 1,80
- Zijkanaal C 11,40 3,00
- Zijkanaal D 3,00
- Zijkanaal E 2,20
- Zijkanaal G over een lengte van 1000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal 8,00
- Zijkanaal H 1,30
Haven Marken 55 6,60 2,00
Flevoland
IJsselmeer
- Houtribsluis 190 17,50 3,50
- Krabbersgatsluis 110 11,60 3,50
- Lorentzsluizen:
grote sluis 120 13,00 3,503
kleine sluis 67 8,20 3,503
- Stevinsluis 120 13,00 3,503
- Noorderhaven Breezanddijk 50 11,50 2,803
- Zuiderhaven Breezanddijk 95 11,50 2,503
- Buiten- en voorhavens Den Oever en Kornwerderzand 120 13,00 3,503
Randmeren Flevoland
- Nijkerkersluis 85 9,50 2,50
- Hardersluis 60 6,90 2,50
- Roggebotsluis 85 9,50 2,50
Noord-Holland/Utrecht
Buitenhaven van Muiden en toegangsgeul
- Groote Zeesluis - IJmeer 45 7,50 1,80
Amsterdam-Rijnkanaal 200 23,50 4,00
Lekkanaal 200 17,70 3,5025
Merwedekanaal (benoorden de Lek) 110 11,50 2,8018
Gekanaliseerde Hollandsche IJssel
- Doorslagsluis - km 2,2 39 5,45 1,7519
- km 2,2 - Oudewater (km 17,9) 39 5,45 1,75
- km 17,9 - Haastrechtse brug 39 5,45 1,90
Zuid-Holland
Hollandsche IJssel
- van km 0.0 tot km 1.1 39 5,45 2,5020
- van km 1.1 tot km 3.4 110 11,50 3,1520
- van km 3.4 tot km 4.5 110 11,50 3,6020
- van km 4.5 tot km 7.0 110 11,50 4,0520
- van km 7.0 tot km 19.7 110 11,50 4,7020
Oude Maas (zeevaart) 175 25 8,80
Dordtsche Kil en de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Industrie- en Havenschap Moerdijk (zeevaart) 175 25,00 8,00
Volkeraksluizen 200 23,50 4,75
Boven-Merwede/Beneden-Merwede/ Nieuwe Merwede/Noord/Oude Maas/Dordtsche Kil/ Hollandsch Diep/Amer/Haringvliet
- algemeen 200 23,50
- duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte vóór de duwboot) 153 34,35
- duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte vóór de duwboot) 229,50 22,90
Beneden-Merwede 4,409
Bergsche Maas 193 17,50 4,0023
Nieuwe Merwede (Biesboschsluis) 55 6,60 3,20
Noord 4,409
Nieuwe Maas (beheersgebied Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland) 200 23,50
- duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte voor de duwboot) 153 34,35 4,50
- duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte voor de duwboot) 229,50 22,90 4,50
Maasmond, Europoort 17,40
Noord-Brabant
(Gekanaliseerde) Dieze 90 12,00 2,5027
Zuid-Willemsvaart
* Orthenbrug – sluis 4 9021 6,70 2,10
* sluis 4 - sluis 13 50,50 1,90
Wilhelminakanaal
- Amer - sluis I 110 11,50 3,00
- sluis I - sluis II 90 9,50 2,70
- sluis II - industriehaven Loven 63 7,20 2,10
- industriehaven Loven - Zuid-Willemsvaart 63 7,20 1,90
Markkanaal 90 9,60 2,50
Donge 110 11,50 3,0022
Oude Maasje
- Bergsche Maas - haven Waspik 95 11,50 2,50
- haven Waspik - haven Sprang Capelle 60 6,60 2,50
Zeeland
Volkerak/Zuid-Vlije/Krammer/ Zijpe/Mastgat/Keeten/ Oosterschelde 200 23,50
Schelde-Rijnverbinding 200 23,50 4,00
Krammersluizen 200 23,50 4,758
Kanaal door Zuid-Beveland 200 23,50 4,758
Veerse Meer 130 18,00
Roompotsluis 95 14,50 5,009
Bergsediepsluis 34 6,00 2,004
Handelshaven Breskens5 95
Veerhaven Terneuzen 80 9,50
Limburg
Maas
- van km 8,650 – invaart Julianakanaal 137,50 14,00 3,00
- van km 64,5 – 67,9 110 12,00 2,80
- sluis Linne 137,50 13,50 3,0016
> 137 m 193 13,50 3,0016
- sluis Roermond 137,50 13,50 3,0017
> 137,50 m 193 13,50 3,0017
- sluis Belfeld oude: 137,50 13,50 3,0011
> 137,50 m 193 13,50 3,0011
nieuwe: 137,50 15,50 3,00
- sluis Sambeek oude: 137,50 13,50 3,0012
> 137,50 m 193 13,50 3,0012
nieuwe: 137,50 15,50 3,00
- sluis Grave 137,50 15,50 3,20
- Prinses Maxima sluizen te Lith
zuidkolk 113,50 13,50 3,506
noordkolk 193 17,50 4,0023
- Maasbracht (km 67,7)
– sluis Sambeek
> 137,50 m 193 13,50 3,00
- Traject Sambeek – km 226,5
> 137,50 m 193 13,50 3,20
Julianakanaal
- Gekanaliseerde Maas - Beatrixhaven 137,50 14,00 3,00
- Beatrixhaven - haven Stein 110 12,00 3,00
> 110 m26 137,50 11,50 3,00
- Haven Stein - sluis Born 137,50 14,00 3,00
oude sluis Born 132,50 13,50 3,00
- sluis Born – km 36,6 137,50 15,50 3,00
- sluis Maasbracht - km 36,6 137,50 15,50 3,00
> 137,50 m 193 13,50 3,00
Lateraalkanaal Linne-Buggenum
> 137,50 m 193 13,50 3,00
Sluis Heel 137,50 15,50 3,00
Maas-Waalkanaal
Maas – Maas-Waalkanaal km 10,7 137,50 15,50 3,2024
> 137 m 193 13,50 3,2024
km 10,7 – Waal 193 15,50 3,7013
Kanaal van Sint Andries 110 13,50 3,507
Verbindingskanaal in het Bossche Veld 80 8,30 2,50
> 80 m26 86 8,30 2,50
Zuid-Willemsvaart
sluis 19 - Verbindingskanaal 20 4,50 1,65
Verbindingskanaal – Smeermaas 80 8,30 2,50
> 80 m26 86 8,30 2,50
Belgische grens nabij Loozen
via sluis 16 en 15 tot sluis 13 65 7,25 2,10
sluis 15 – Randwegbrug 95 9,50 2,10
Kanaal Wessem - Nederweert
- km 0,00 - km 0,85 137,50 15,50 3,20
- km 0,85 - km 2,20 95 9,50 2,50
- km 2,20 - km 16,30 95 9,50 2,10
oude sluis Panheel 95 7,25 2,10
Noordervaart
Sluis Hulzen 62 7,25 1,65

1 Op het pand Geldersche IJssel - Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.

2 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP – 3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP + 0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP – 0,50 m.

3 Bij een waterstand op de Waddenzee gelijk aan of boven NAP of op het IJsselmeer gelijk aan of boven NAP – 0,50 m dan wel evenveel minder dan de waterstand lager is dan NAP respectievelijk NAP – 0,50 m.

4 Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP – 1,50 m of hoger.

5 Kielspeling 10 % van de waterdiepte.

6 Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder als de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 1 m.

7 Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder als de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP + 1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP + 2 m.

8 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP – 0,75m of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP – 0,75 m.

9 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP.

10 (vervallen)

11 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 10,95 m.

12 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.

13 Of zoveel minder als de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP + 7,20 m.

Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.

14 Bij een waterstand van NAP – 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP – 0,50 m.

15 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928.150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP + 0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 cm hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8,00 m; c. eerst op ca NAP + 2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.

16 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 16,95 m.

17 Of zoveel minder als de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 14,20 m.

18 Bij een waterstand van NAP – 0,40 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of hoger of zoveel minder als de waterstand lager is. Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnesluis is.

19 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.

20 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder als de waterstand t.o.v. NAP.

21 Schepen langer dan 65 meter moeten zijn uitgerust met actieve kopbesturing.

22 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand beneden NAP + 0,50 m. is.

23 Bij een waterstand van NAP of zoveel minder als de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP.

24 Bij een waterstand NAP + 7,70 m of zoveel minder als de waterstand bij sluis Heumen aan de Maaszijde lager is dan NAP + 7,70 m.

25 Bij een waterstand van NAP –0,40 m of zoveel minder als de waterstand lager is dan NAP – 0,40 m.

26 Schepen of duwstellen langer dan 110 m moeten zijn uitgerust met een actieve kopbesturing.

27 Bij een waterstand van NAP +0,50 m of hoger of zoveel minder als de waterstand beneden NAP + 0,50 m.

Bijlage 14. Ligplaats nemen

    1. de Oude Maas;
    1. de Noord;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil;
    1. het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;
    1. de Nieuwe Maas;
    1. de Nieuwe Waterweg;
    1. de Maasmond;
    1. het Calandkanaal;
    1. het Beerkanaal;
    1. het Hartelkanaal;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Veerse Meer;
    1. de tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwaters van het Volkerak, de Zuid-Vlije, het Krammer, het Keeten, het Mastgat en het Zijpe;
    1. van de Oosterschelde: het Engelsche Vaarwater, de Witte Tonnen Vlije en het gedeelte van het Brabantsche Vaarwater ten zuiden van de Witte Tonnen Vlije;
    1. het Tholense Gat, het Bergsche Diep en de Nieuwe Haven;
    1. het Julianakanaal;
    1. het Kanaal Wessem-Nederweert;
    1. de Noordervaart;
    1. het Kanaal Zutphen-Enschede met het Zijkanaal naar Almelo;
    1. het Zwolle-IJsselkanaal;
    1. het Meppelerdiep;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. de gekanaliseerde Hollandsche IJssel;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. het Merwedekanaal (benoorden de Lek)
    1. de Binnen- en Buitenhaven te Stellendam;
    1. het betonde vaarwater in het IJsselmeer, Markermeer en de Gouwzee;
    1. het betonde vaarwater in de Randmeren;
    1. het Buiten-IJ;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. de Binnen- en Buitentoeleidingskanalen en de Binnen- en Buitenspuikanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. de Zijkanalen B, C, D, E, G en H; Zijkanaal G slechts over een lengte van 1000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. de Veerhaven te Terneuzen;
    1. het Maas-Waalkanaal;
    1. het Kanaal van Sint Andries;
    1. het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;
    1. het Verbindingskanaal in het Bossche Veld;
    1. de Zuid-Willemsvaart;
    1. de Maas;
    1. de Bergsche Maas;
    1. het Wilhelminakanaal;
    1. het Markkanaal;
    1. de Gekanaliseerde Dieze;
    1. de Donge;
    1. het Krabbersgat;
    1. het Oostvaardersdiep;
    1. het Noordzeekanaal;
    1. de Overijsselse Vecht;
    1. de Geldersche IJssel, met inbegrip van de daarbij behorende oude rivierarmen en aangetakte zijwateren, voorzover in beheer bij het Rijk;
    1. het Keteldiep;
    1. het Zwarte Water.
    1. het Oostvaardersdiep;
    1. het Veerse Meer.

Bijlage 15. Kleine schepen

    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. het Noordzeekanaal;
    1. de Noord;
    1. de Oude Maas;
    1. de Dordtsche Kil;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Brabantsche Vaarwater;
    1. de Witte Tonnen Vlije;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Kanaal van Sint Andries;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Gekanaliseerde Maas van Maastricht (kmr 12,000) tot Borgharen;
    1. het Julianakanaal;
    1. de Waal;
    1. de Boven-Rijn;
    1. het Pannerdensch Kanaal;
    1. de Neder-Rijn tot kmr 886;
    1. de Geldersche IJssel vanaf de IJsselkop tot aan de monding van het Twenthekanaal;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. de Nieuwe Maas;
    1. de Nieuwe Waterweg;
    1. de Maasmond;
    1. het Calandkanaal;
    1. het Beerkanaal;
    1. de Koningshaven;
    1. het Zuiddiepje;
    1. het betonde hoofdvaarwater van de Nieuwe Merwede;
    1. het betonde hoofdvaarwater van het Hollandsch Diep;
    1. de Veerhaven te Terneuzen.
    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. het betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;
    1. het Volkerak;
    1. het Zuid-Vlije;
    1. de Krammer;
    1. het Mastgat;
    1. het Keeten;
    1. de Oosterschelde;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal.

Bijlage 16. Zeilplanken

De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.05, eerste lid, zijn:

    1. het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;
    1. de Gekanaliseerde Maas te Maastricht van kmr 8,800-12,000;
    1. het Maas-Waalkanaal;
    1. de Gekanaliseerde Maas benedenstrooms van Maasbracht tot aan het splitsingspunt met de voorhaven van de sluis te Heumen, met uitzondering van het gedeelte van de sluis te Linne tot de sluis nabij Roermond;
    1. de Bergsche Maas;
    1. het betonde vaarwater van de Nieuwe Merwede;
    1. het betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Brabantsche Vaarwater;
    1. de Witte Tonnen Vlije;
    1. het betonde vaarwater van: het Volkerak, het Zuid-Vlije, de Krammer, het Zijpe, het Mastgat en het Keeten;
    1. de Oosterschelde tussen Wemeldinge en de zuidelijke inloop van het Brabantsche Vaarwater;
    1. de Lek vanaf de bovenstroomse zijde van het splitsingspunt met het Lekkanaal;
    1. de Hollandsche IJssel benedenstrooms van de voorhaven van de Julianasluis;
    1. de Buiten-, Voor- en Binnenhavens behorende bij de sluizen in de Afsluitdijk;
    1. het Krabbersgat;
    1. het Oostvaardersdiep;
    1. de Dordtsche Kil;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. het Lekkanaal;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. de Geldersche IJssel vanaf de IJsselkop tot aan de monding van het Twenthekanaal;
    1. de Oude Maas;
    1. de Noord.

Bijlage 17. Manoeuvreerbaarheid van schepen en samenstellen

    1. het Hartelkanaal;
    1. de Nieuwe Maas;
    1. de Oude Maas;
    1. de Dordtse Kil;
    1. het Hollandsch Diep;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Amer.
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Veerse Meer;
    1. het Brabantsche Vaarwater;
    1. de Witte Tonnen Vlije;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. het Buiten-IJ.
    1. de Twenthekanalen;
    1. het Zwolle-IJsselkanaal;
    1. het Meppelerdiep, vanaf het Zwarte Water tot aan de Kaapbrug;
    1. het Zwarte Water;
    1. het Zwolsche Diep;
    1. het Zwanendiep;
    1. het Ramsdiep;
    1. de Geldersche IJssel;
    1. het Keteldiep.
    1. de Maas, tussen km 67,7 en km 226,50;
    1. het Julianakanaal, tussen km 34,2 en km 36,6;
    1. het Maas-Waalkanaal, tussen de aansluiting aan de Maas en de sluis te Weurt.
Artikel 1.01a

Vervallen

Hoofdstuk 2. Kentekens

Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen

Afdeling I. Algemene bepalingen

Afdeling II. Tekens tijdens het varen

§ II. A Tekens tijdens het varen

§ II. B Tekens tijdens het stilliggen

Afdeling IV. Bijzondere optische tekens

Afdeling IV. Bijkomende tekens van bijzondere schepen

Hoofdstuk 4. Geluidsseinen; marifoon; radar

Hoofdstuk 4A. Marifoon en radar

Hoofdstuk 5. Verkeerstekens

Hoofdstuk 5. Verkeerstekens

Afdeling I. Algemene bepalingen

Afdeling II. Koers kruisen, voorbijvaren of tegengestelde koersen en voorbijlopen

§ IIA. Algemene beginselen

§ IIB. Koers kruisen

§ IIC. Naderen op tegengestelde koersen

§ IID. Voorbijlopen

Afdeling III. Andere vaarregels

Afdeling V. Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen

Afdeling V. Doorvaren van bruggen, stuwen en sluizen

Afdeling VI. Slecht zicht

Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen

Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen

Deel II

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de in beheer bij het Rijk zijnde vaarwegen en op andere met name genoemde vaarwegen

Hoofdstuk 10. Bijzondere bepalingen voor de vaarwegen tussen de zee en de zeehavens

Hoofdstuk 11. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de boventoeleidingskanalen op de Maas

Hoofdstuk 12. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de langs de Westerschelde gelegen havens

Hoofdstuk 13. Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart van, naar en in de haven van Den Helder

Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen

A : Oostenrijk
B : België
BG : Bulgarije
BY : Wit Rusland
CH : Zwitserland
CZ : Tsjechische Republiek
D : Duitsland
F : Frankrijk
FI : Finland
HR : Kroatië
HU : Hongarije
I : Italië
L : Luxemburg
MD : Republiek Moldavië
N : Nederland
NO : Noorwegen
P : Portugal
PL : Polen
R : Roemenië
RUS : Russische Federatie
SE : Zweden
SK : Slowakije
UA : Oekraïne
YU : Servië en Montenegro

I. Algemeen

1.

De in deze bijlage opgenomen schetsen hebben slechts een verduidelijkend karakter. Men dient zich te houden aan de tekst van het reglement die uitsluitend rechtsgeldigheid bezit.

Bijlage 1. Letter of lettercombinatie ter onderscheiding van het land waar de thuishaven of de plaats van teboekstelling van een schip is gelegen

A : Oostenrijk
B : België
BG : Bulgarije
BY : Wit Rusland
CH : Zwitserland
CZ : Tsjechische Republiek
D : Duitsland
F : Frankrijk
FI : Finland
HR : Kroatië
HU : Hongarije
I : Italië
L : Luxemburg
MD : Republiek Moldavië
N : Nederland
NO : Noorwegen
P : Portugal
PL : Polen
R : Roemenië
RUS : Russische Federatie
SE : Zweden
SK : Slowakije
UA : Oekraïne
YU : Servië en Montenegro

I. Algemeen

Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F

1. Navigatiestatus

De schipper moet de aan de antenne gerelateerde waarden A, B, C, en D met de nauwkeurigheid van 1 m invoeren.

A.. VERBODSTEKENS

*) Het gebruik van twee boven elkaar geplaatste borden, lichten of vlaggen duidt een verbod van langere duur aan.

Verkeerstekens

Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F

E.. AANWIJZINGSTEKENS

Opmerking

D.. AANBEVELINGSTEKENSTEKENS

  • De maat waarmede de hoogte is verminderd kan worden vermeld op een onderbord (Zie voorbeeld bij F.3)

D.. AANBEVELINGSTEKENSTEKENS

Deze tekens kunnen worden aangevuld of verduidelijkt met bijkomende tekens, vermeld onder F

H.. OVERIGE AANDUIDINGEN

Bijlage 8

Opmerking

1. ALGEMEEN

De cardinale markering is duidelijk herkenbaar aan de witte (groep) flikkerlichten.

2. LATERALE MARKERING

Het licht van de veilig vaarwater markering is eveneens steeds wit, met een duidelijk langzaam karakter.

2.1. Hoofdmarkering

In Nederland worden voornamelijk de volgende karakters toegepast, waarbij in het algemeen geldt: hoe sneller het karakter, hoe gevaarlijker het te markeren punt.

2.1.1 Rechterzijde

1 indien aanwezig

2.2. Aanvullende markering

1 indien aanwezig

3. MARKERING GEVAARLIJKE PUNTEN EN OBSTAKELS

2.2. Aanvullende markering

5.1.2. Linker oever

6. MARKERING OP BREDE VAARWATERS EN MEREN

5.2. Overgangen

1 indien aanwezig

5.2.3 Geleidelijnen

Opmerking

De hiervoor genoemde lichten kunnen in plaats van de dagmerken voorkomen.

5.3 Lichtenlijnen (geleidelichten)

5.4 Sectorlichten

6.1. Cardinale markering

Op brede vaarwaters en meren kunnen ook de volgende markeringen worden toegepast.

6.1. Cardinale markering

Deze markering wordt gebruikt in samenhang met het kompas en geeft aan waar zich, ten opzichte van een gevaar, bevaarbaar water bevindt. De markeringen worden genoemd naar het kwadrant waarin ze liggen; deze benaming duidt tevens de zijde aan waarlangs de markering moet worden gepasseerd. De kwadranten liggen tussen de volgende peilingslijnen, gezien vanuit het te markeren punt:

Noord kwadrant: tussen NW en NO,

Oost kwadrant: tussen NO en ZO,

Zuid kwadrant: tussen ZO en ZW,

West kwadrant : tussen ZW en NW.

De belangrijkste kenmerken van de cardinale markering zijn het topteken, altijd bestaande uit twee kegels, en het licht, bestaande uit een (groep-) flikkerlicht (Q) of snelflikkerlicht (VQ).

6.1.1. Noord Cardinaal betonningsvoorwerp

1 indien aanwezig

7. MARKERING INGANG VAN HAVENS EN AFTAKKINGEN

1 indien aanwezig

7. MARKERING INGANG VAN HAVENS EN AFTAKKINGEN

1 indien aanwezig

6.1.4. West Cardinaal betonningsvoorwerp

1 indien aanwezig

6.2. Markering van een afzonderlijk gevaar

7. MARKERING INGANG VAN HAVENS EN AFTAKKINGEN

1 indien aanwezig

6.3. Markering van veilig vaarwater

Bijlage 9. Marifoonverplichting en radarvaart

De vaarwegen, bedoeld in artikel 4.05, derde en vierde lid, artikel 6.29, derde lid, artikel 6.33, tweede lid, en artikel 9.07, eerste en tweede lid, zijn:

    1. de Maasmond, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Waterweg, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Koningshaven, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. het Zuiddiepje, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Oude Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Noord;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil en daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. het Zuid-Hollandsch Diep;
    1. het Hollandsch Diep;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Volkerak, het Zuid-Vlije en de Krammer beoosten de Krammersluizen;
    1. het vaarwater van de Krammer, Zijpe, Keeten en Oosterschelde tussen de Krammersluizen en de ingang van het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. de Geldersche IJssel;
    1. de Twenthekanalen;
    1. het Keteldiep;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede de havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan.

Bijlage 9. Marifoonverplichting en radarvaart

De vaarwegen, bedoeld in artikel 4.05, derde en vierde lid, artikel 6.29, derde lid, artikel 6.33, tweede lid, en artikel 9.07 tweede lid, zijn:

    1. de Maasmond, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Waterweg, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Koningshaven, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. het Zuiddiepje, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Oude Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
  • 8a. Hartelhaven;
    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Noord;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil en daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. het Zuid-Hollandsch Diep;
    1. het Hollandsch Diep;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Volkerak, het Zuid-Vlije en de Krammer beoosten de Krammersluizen;
    1. het vaarwater van de Krammer, Zijpe, Keeten en Oosterschelde tussen de Krammersluizen en de ingang van het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. de Geldersche IJssel;
    1. de Twenthekanalen;
    1. het Keteldiep;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede de havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
    1. het Zwarte Water;
    1. het Meppeler Diep;
    1. de Maas;
    1. de Bergse Maas;
    1. de Amer;
    1. het Maas-Waalkanaal.

Bijlage 10

De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.01, zijn:

    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Zuid-Willemsvaart vanaf sluis 19 tot de splitsing bij de doorgaande route sluis Bosscherveld-Smeermaas;
    1. haven Oudeschild.

Bijlage 11

De vaarwegen, bedoeld in artikel 10.01, eerste lid, zijn:

    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas, het Beerkanaal, het Calandkanaal en het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de Noord, de Oude Maas, de Dordtsche Kil, daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede deze havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan.

Bijlage 12. Vervoer gevaarlijke stoffen met zeeschepen

De gevaarlijke stoffen in de zin van de IMDG-codeb1IMDG-code: International Maritime Dangerous Goods Code., bedoeld in artikel 10.04, eerste lid, zijn:

    1. a. Stoffen van de klasse 1, gevarengroep 1.1 en 1.5, indien het schip in totaal meer vervoert dan 100 kg bruto gewicht;
  • b. stoffen van de klasse 1, gevarengroep 1.2, 1.3, 1.4, 1.6 of stoffen van de klasse 5.2; deze laatste voorzover zij overeenkomstig de IMDG-code moeten zijn voorzien van een gevaarsetiket «ontplofbaar», indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto gewicht; of
  • c. stoffen van de klasse 2, die overeenkomstig de IMDG-code moeten worden voorzien van een gevaarsetiket «giftig», indien het schip in totaal meer vervoert dan 1000 kg bruto gewicht.
    1. Stoffen van alle klassen, indien zij worden vervoerd door een tankschip.
    1. Voor tankschepen worden onder de in het tweede lid bedoelde gevaarlijke stoffen mede verstaan de gevaarlijke gassen die zijn ontstaan tijdens het vervoer van die stoffen en die zich nog in die tanks bevinden.

Bijlage 13. Toegestane afmetingen van een schip of een samenstel op de vaarwegen, bedoeld in artikel 9.02, eerste lid

Vaarweg Lengte in m Breedte in m Diepgang in m
Fryslân
Haven Terschelling 85 12,00 3,40
Haven Vlieland 60 10,00 3,40
Vaarweg tussen zee en Harlingen, via het Stortemelk, de Vliestroom, de Blauwe Slenk en het vaarwater langs de Pollendam 140 6,00
Overijssel
Kanaal Zutphen-Enschede van de Twenthekanalen
– Geldersche IJssel – Delden (beneden de sluis) 110 110 11,50 11,50 2,801 of 2,20
– Delden – Enschede 110 110 9,75 2,60 of 2,20
Zijkanaal naar Almelo van de Twenthekanalen 110 9,75 2,50
Overijssel/Gelderland
Geldersche IJssel
– IJsselkop2 – Stadsbrug Kampen 110 12,00
– Stadsbrug Kampen – Ketelmeer 200 17,50
Zwolle-IJsselkanaal 110 12,00 3,253
Meppelerdiep
– van Zwarte Water via Meppelerdiepkeersluis – Kaapbrug 110 12,00 3,254
– via Grote Kolksluis 55 8,20 2,804
Zwarte Water 110 12,00 3,253
Zwolsche Diep 110 12,00 3,005
Ramsdiep 110 11,50 3,005
Zwanendiep 85 9,50 2,703
Noord-Holland
Haven Oudeschild 90 <12,50 4,50
De betonde vaarwateren tussen zee en Den Helder 9.00
Marinehaven Willemsoord 200 8.00
Oranjesluizencomplex
– Noordersluis 70 13,50 3,505
– Middensluis 90 17,50 3,506
– Zuidersluis 70 13,50 3,506
– Prins Willem Alexandersluis 200 23,00 3,506
Noordzeekanaal en Noordzeesluizen te IJmuiden 325 42,00 13,10
– 1e Rijksbinnenhaven 3,50
– 2e Rijksbinnenhaven 5,70
– 3e Rijksbinnenhaven 6,50
– Kruithaven, buitenzijde (meerstoelen) 9,10
– Zijkanaal B 1,80
– Zijkanaal C 11,40 3,00
– Zijkanaal D 3,00
– Zijkanaal E 2,20
– Zijkanaal G over een lengte van 1000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal 8,00
– Zijkanaal H 1,30
Haven Marken 55 6,60 2,00
Flevoland
IJsselmeer
– Houtribsluis 190 17,50 3,50
– Krabbersgatsluis 110 11,60 3,50
– Lorentzsluizen:
grote sluis 120 13,00 3,506
kleine sluis 67 8,20 3,507
– Stevinsluis 120 13,00 3,507
– Noorderhaven Breezanddijk 50 11,50 2,807
– Zuiderhaven Breezanddijk 95 11,50 2,507
– Buiten- en voorhavens Den Oever en Kornwerderzand 120 13,00 3,507
Randmeren Flevoland
– Nijkerkersluis 90 9,50 3,003
– Roggebotsluis 90 9,50 3,003
Noord-Holland/Utrecht
Buitenhaven van Muiden en toegangsgeul
– Groote Zeesluis – IJmeer 45 7,50 1,80
Amsterdam-Rijnkanaal 200 23,50 4,00
Lekkanaal 200 17,70 3,507
Merwedekanaal (benoorden de Lek) 110 11,50 2,808
Gekanaliseerde Hollandsche Ijssel
– Doorslagsluis – km 2,2 39 5,45 1,759
– km 2,2 – Oudewater (km 17,9) 39 5,45 1,75
– km 17,9 – Haastrechtse brug 39 5,45 1,90
Zuid-Holland
Hollandsche IJssel
– van km 0.0 tot km 1.1 39 5,45 2,5010
– van km 1.1 tot km 3.4 110 11,50 3,1511
– van km 3.4 tot km 4.5 110 11,50 3,6011
– van km 4.5 tot km 7.0 110 11,50 4,0511
– van km 7.0 tot km 19.7 110 11,50 4,7011
Oude Maas (zeevaart) 175 25 8,80
Dordtsche Kil en de daarop aansluitende vaarweg naar de havens van het Industrie- en Havenschap Moerdijk (zeevaart) 175 25,00 8,00
Volkeraksluizen 225 23,50 4,75
Boven-Merwede/Beneden-Merwede/ Nieuwe Merwede/Noord/Oude Maas/Dordtsche Kil/ Hollandsch Diep/Amer/Haringvliet
– algemeen 225 23,50
– duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte vóór de duwboot (maximum lengte 40m)) 153 34,35
– duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte vóór de duwboot (maximum lengte 40m)) 229,50 22,90
Beneden-Merwede 4,4011
Bergsche Maas 193 17,50 4,0011
Nieuwe Merwede (Biesboschsluis) 55 6,60 3,20
Noord 4,4011
Nieuwe Maas (beheersgebied Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland) 225 23,50
– duwstellen in afvaart brede formatie (gedeelte voor de duwboot (maximum lengte 40m)) 153 34,35 4,50
– duwstellen in opvaart lange formatie (gedeelte voor de duwboot (maximum lengte 40m)) 229,50 22,90 4,50
Noord-Brabant
Zuid-Willemsvaart, met inbegrip van de Gekanaliseerde Dieze en het kanaal Engelen-Henriëttewaard
– sluis 13 t/m sluis 4 50,50 6,70 1,90
– sluis 4 tot Gekanaliseerde Dieze 9012 6,70 2,10
– Gekanaliseerde Dieze 90 12 2,7013
– Kanaal Engelen – Henriëttewaard 90 12 2,70
Wilhelminakanaal, met inbegrip van de Amertak
– Amer – sluis I 110 11,50 3,00
– sluis I – sluis II 90 9,50 2,70
– sluis II – industriehaven Loven 63 7,20 2,10
– industriehaven Loven – Zuid-Willemsvaart 63 7,20 1,90
Markkanaal 90 9,60 2,60
Donge 110 11,50 3,0014
Oude Maasje
– Bergsche Maas – haven Waspik 95 11,50 2,50
– haven Waspik – haven Sprang Capelle 60 6,60 2,50
Zeeland
Zuid-Vlije/Krammer/ Zijpe/Mastgat/Keeten/ Oosterschelde 200 23,50
Schelde-Rijnverbinding 225 23,50 4,30
Volkerak 225 23,50 4,75
Krammersluizen 200 23,50 4,7514
Kanaal door Zuid-Beveland
– gehele kanaal 200 23,50 4,7515
– vanaf de parallel 51° 27’.9 N 200 23,50 5,2515
Veerse Meer 130 18,00
Roompotsluis 95 14,50 5,0016
Bergsediepsluis 34 6,00 2,0017
Handelshaven Breskens18 95
Veerhaven Terneuzen 80 9,50
Limburg
Maas
– van km 8,650 – invaart Julianakanaal 137,50 14,00 3,00
– van km 64,5 – monding Julianakanaal 110 12,00 2,80
– sluis Linne 193 13,50 3,0019
– sluis Roermond 193 13,50 3,0020
– sluis Belfeld oude: 193 13,50 3,0021
nieuwe: 137,50 15,50 3,00
– sluis Sambeek oude: 193 13,50 3,0021
nieuwe: 137,50 15,50 3,00
– sluis Grave 137,50 15,50 3,20
– Prinses Maxima sluizen te Lith
Zuidkolk 113,50 13,50 3,5022
Noordkolk 193 17,50 4,0023
– Maasbracht monding – sluis Sambeek
<= 137,50 m 137,50 15,50 3,20
> 137,50 m 193 13,50 3,00
– Traject Sambeek – km 226,5
<= 137,50 m 137,50 15,50 3,20
> 137,50 m 193 13,50 3,20
Julianakanaal
– Gekanaliseerde Maas – Beatrixhaven 137,50 14,00 3,00
– Beatrixhaven – haven Stein 110 12,00 3,00
> 110 m24 137,50 11,50 3,00
– Haven Stein – sluis Born 137,50 14,00 3,00
oude sluis Born 132,50 13,50 2,80
– sluis Born – km 36,6 137,50 15,50 3,00
– sluis Maasbracht – km 36,6 193 13,50 3,00
<= 137,50 m 137,50 15,50 3,00
> 137,50 m 193 13,50 3,00
Lateraalkanaal Linne-Buggenum
> 137,50 m 193 13,50 3,00
Sluis Heel 137,50 15,50 3,00
Maas-Waalkanaal
km 0,0 (Maas)- km 10,7
<= 137,50 m 137,50 15,50 3,2025
> 137,5 m 193 13,50 3,2025
km 10,7 – km 12,9 225 15,50 3,7026
km 12,9 – km 13,4 (Waal)
<= 193 m 193 22,90 3,7026
> 193 m 225 17,50 3,7026
Kanaal van Sint Andries 110 13,50 3,5027
Verbindingskanaal in het Bossche Veld 80 8,30 2,50
> 80 m28 86 8,30 2,50
Zuid-Willemsvaart
sluis 19 – Verbindingskanaal 20 4,50 1,65
Verbindingskanaal – Smeermaas 80 8,30 2,50
> 80 m 86 8,30 2,50
Belgische grens nabij Loozen
via sluis 16 en 15 tot sluis 13 65 7,25 2,10
sluis 15 – Randwegbrug 95 9,50 2,10
Kanaal Wessem – Nederweert
– km 0,00 – km 0,85 137,50 15,50 3,00
– km 0,85 – km 2,20 95 9,50 2,50
– km 2,20 – km 16,30 95 9,50 2,10
oude sluis Panheel 95 7,25 2,10
Noordervaart
Sluis Hulzen 62 7,25 1,65

1 Op het pand Geldersche IJssel – Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.

2 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928.150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP + 0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 cm hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8,00 m; c. eerst op ca NAP + 2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.

3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

4 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP – 3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP + 0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP – 0,50 m.

5 Bij een waterstand van NAP – 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,50 m.

6 Bij een waterstand op de Waddenzee gelijk aan of boven NAP of op het IJsselmeer gelijk aan of boven NAP – 0,50 m dan wel evenveel minder dan de waterstand lager is dan NAP respectievelijk NAP – 0,50 m.

7 Bij een waterstand van NAP – 0,40 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,40 m.

8 Bij een waterstand van NAP – 0,40 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is. Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnesluis is.

9 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand is bij de Doorslagsluis te Nieuwegein.

10 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder dan de waterstand t.o.v. NAP.

11 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

12 Schepen langer dan 65 m moeten zijn uitgerust met een actieve kopbesturing.

13 Bij een waterstand van NAP + 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand beneden NAP + 0,50 m.

14 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP – 0,75 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,75 m.

15 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP – 0,55 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP – 0,55 m met dien verstande dat deze diepgang slechts is toegestaan voor schepen die vanaf de Westerschelde komen met als directe bestemming loswal «Kaai 85» te Schore, alsmede voor schepen die vertrekken vanaf deze loswal met als directe bestemming Westerschelde.

16 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

17 Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP – 1,50 m of hoger.

18 Kielspeling 10% van de waterdiepte.

19 Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 16,95 m.

20 Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 14,20 m.

21 Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 7,70 m.

22 Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP + 1 m.

23 Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP.

24 Schepen of duwstellen langer dan 110 m moeten zijn uitgerust met een actieve kopbesturing.

25 Bij een waterstand NAP + 7,70 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis Heumen aan de Maaszijde lager is dan NAP + 7,70 m.

26 Of zoveel minder dan de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP + 7,20 m.

27 Bij een waterstand NAP + 1 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP + 1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP + 2 m.

28 Schepen of duwstellen langer dan 110 m moeten zijn uitgerust met een actieve kopbesturing.

Bijlage 14. Ligplaats nemen

    1. de Oude Maas;
    1. de Noord, met inbegrip van de Rietbaan;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil;
    1. het tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwater van het Hollandsch Diep;
    1. de Nieuwe Maas;
    1. de Nieuwe Waterweg;
    1. de Maasmond;
    1. het Calandkanaal;
    1. het Beerkanaal;
    1. het Hartelkanaal;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Veerse Meer;
    1. de tot de hoofdbetonning behorende betonde vaarwaters van het Volkerak, de Zuid-Vlije, het Krammer, het Keeten, het Mastgat en het Zijpe;
    1. van de Oosterschelde: het Engelsche Vaarwater, de Witte Tonnen Vlije, het gedeelte van het Brabantsche Vaarwater ten zuiden van de Witte Tonnen Vlije en de Aanloop Wemeldinge;
    1. van het Zoommeer: het Tholense Gat, het Bergsche Diep en de Nieuwe Haven;
    1. het Julianakanaal;
    1. het Kanaal Wessem-Nederweert;
    1. de Noordervaart;
    1. het Kanaal Zutphen-Enschede met het Zijkanaal naar Almelo;
    1. het Zwolle-IJsselkanaal;
    1. het Meppelerdiep;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. de gekanaliseerde Hollandsche IJssel;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. het Merwedekanaal (benoorden de Lek)
    1. de Binnen- en Buitenhaven te Stellendam;
    1. het betonde vaarwater in het IJsselmeer, Markermeer en de Gouwzee;
    1. het betonde vaarwater in de Randmeren;
    1. het Buiten-IJ;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. de Binnen- en Buitentoeleidingskanalen en de Binnen- en Buitenspuikanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden;
    1. de Zijkanalen B, C, D, E, G en H; Zijkanaal G slechts over een lengte van 1000 m gemeten uit de as van het Noordzeekanaal;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;
    1. de Veerhaven te Terneuzen;
    1. het Maas-Waalkanaal;
    1. het Kanaal van Sint Andries;
    1. het Lateraalkanaal Linne-Buggenum;
    1. het Verbindingskanaal in het Bossche Veld;
    1. de Zuid-Willemsvaart, met inbegrip van de Gekanaliseerde Dieze en het kanaal Engelen-Henriëttewaard;
    1. de Maas;
    1. de Bergsche Maas;
    1. het Wilhelminakanaal;
    1. het Markkanaal;
    1. de Gekanaliseerde Dieze;
    1. de Donge;
    1. het Krabbersgat;
    1. het Oostvaardersdiep;
    1. het Noordzeekanaal;
    1. de Geldersche IJssel, met inbegrip van de daarbij behorende oude rivierarmen en aangetakte zijwateren, voorzover in beheer bij het Rijk;
    1. het Keteldiep;
    1. het Zwarte Water.
    1. het Oostvaardersdiep;
    1. het Veerse Meer.

Bijlage 9. Marifoonverplichting en radarvaart

De vaarwegen, bedoeld in artikel 4.05, derde en vierde lid, artikel 6.29, derde lid, artikel 6.33, tweede lid, en artikel 9.07 tweede lid, zijn:

    1. de Maasmond, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Nieuwe Waterweg, alsmede de havens aan deze vaarweg;
  • 2a. het Scheur;
    1. de Nieuwe Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Koningshaven, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Hollandsche IJssel;
    1. het Zuiddiepje, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Oude Maas, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
  • 8a. Hartelhaven;
    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
  • 10a. het Yangtzekanaal alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Noord;
    1. de Beneden-Merwede;
    1. de Boven-Merwede;
    1. de Nieuwe Merwede;
    1. de Dordtsche Kil en daarop aansluitend de vaarweg naar het Industrie- en Havenschap Moerdijk, alsmede de havens aan deze vaarwegen en de haven van dat Industrie- en Havenschap;
    1. het Zuid-Hollandsch Diep;
    1. het Hollandsch Diep;
    1. de Schelde-Rijnverbinding;
    1. het Volkerak, het Zuid-Vlije en de Krammer beoosten de Krammersluizen;
    1. het vaarwater van de Krammer, Zijpe, Keeten en Oosterschelde tussen de Krammersluizen en de ingang van het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Kanaal door Zuid-Beveland;
    1. het Noordzeekanaal en de zijkanalen daarvan met inbegrip van de Voorzaan noordwaarts tot aan de Zaansluizen en het IJ, alsmede de havens aan deze vaarwegen;
    1. de vaarweg ten westen van de Noordzeesluizen te IJmuiden, met inbegrip van de daaraan gelegen havens;
    1. het Afgesloten-IJ;
    1. het betonde vaarwater van het Buiten-IJ;
    1. het Amsterdam-Rijnkanaal;
    1. het Lekkanaal;
    1. de Geldersche IJssel;
    1. de Twenthekanalen;
    1. het Keteldiep;
    1. de vaarweg tussen de zee en de haven van Den Helder, alsmede deze haven;
    1. de vaarwegen tussen de zee en de havens aan de Waddenzee, alsmede de havens, niet zijnde voorhavens van sluizen;
    1. de havens van Termunten, van Delfzijl, van Hefshuizen (Eemshaven) en van Scheveningen;
    1. de havens en voorhavens die met de Westerschelde in open verbinding staan;
    1. het Zwarte Water;
    1. het Meppeler Diep;
    1. de Maas;
    1. de Bergse Maas;
    1. de Amer;
    1. het Maas-Waalkanaal;
    1. Prinses Margrietkanaal;
    1. Van Starkenborghkanaal;
    1. Eemskanaal.

Bijlage 10

De vaarwegen, bedoeld in artikel 9.01, zijn:

    1. het Calandkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Beerkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. het Hartelkanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
  • 3a. het Yangtzekanaal, alsmede de havens aan deze vaarweg;
    1. de Zuid-Willemsvaart vanaf sluis 19 tot de splitsing bij de doorgaande route sluis Bosscherveld-Smeermaas;
    1. haven Oudeschild;
    1. het Oosterhornkanaal.

Afdeling III. Tekens tijdens het stilliggen

Hoofdstuk 4. Geluidsseinen; marifoon; radar

Artikel 4.06. Gebruik van en uitrusting met radar
1.

Een schip mag slechts gebruik maken van radar, indien:

  • a. het is uitgerust met een voor de behoeften van de binnenvaart geschikte radarinstallatie dan wel een Inland ECDIS installatie die kan functioneren in de navigatie modus en een bochtaanwijzer die goed functioneren en die van een type zijn dat voor de binnenvaart door de daartoe aangewezen instantie is goedgekeurd volgens de daaromtrent vastgestelde voorschriften; en
  • b. zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent als bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of een specifieke vergunning voor het varen met behulp van een radar zoals bedoeld in het Reglement betreffende het scheepvaartpersoneel op de Rijn of de Binnenvaartregeling. Bij goed zicht mag van radar worden gebruik gemaakt teneinde hiermede te oefenen, zonder dat zich een zodanig persoon aan boord bevindt.
2.

Onverminderd het eerste lid moet een klein schip zijn uitgerust met een marifooninstallatie die geschikt is voor de daartoe aangewezen kanalen en die goed functioneert.

3.

Op de daartoe aangewezen vaarwegen mag een schip, in plaats van met een radarinstallatie als bedoeld in het eerste lid, onder a, zijn uitgerust met een voor het varen op deze vaarwegen geschikte radarinstallatie die goed functioneert en die van een type is dat voor het varen op die vaarwegen door de in het eerste lid, onder a, bedoelde instantie is goedgekeurd volgens de daaromtrent vastgestelde voorschriften.

4.

Een schip behorende tot een daartoe aangewezen categorie mag op de daartoe aangewezen vaarwegen in plaats van met een bochtaanwijzer als bedoeld in het eerste lid, onder a, zijn uitgerust met een ander daartoe bruikbaar middel. Een niet-vrijvarende veerpont behoeft daarmede niet te zijn uitgerust.

5.

De bevoegde autoriteit kan van het eerste lid, onder b, voor een niet-vrijvarende veerpont ontheffing verlenen.

6.

Voor een duwstel, voor een gekoppeld samenstel en voor een sleep is het eerste lid slechts van toepassing op het schip aan boord waarvan zich de schipper van het samenstel bevindt.

7.

Een schip met een lengte van meer dan 110 m mag slechts varen, wanneer het is uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer die voldoen aan het eerste lid.

8.

Een snel schip moet tijdens de vaart gebruik maken van radar.

Artikel 5.02. Prioriteit

Onverminderd de artikelen 1.04 en 1.05 heeft een verkeersteken prioriteit boven een gedragsregel. Een verkeersaanwijzing heeft prioriteit boven een gedragsregel en een verkeersteken.

Afdeling I. Algemene bepalingen

Afdeling III. Andere vaarregels

Afdeling IV. Veerponten

Afdeling IV. Veerponten

Artikel 6.28b. Recht op voorschutting
1.

In afwijking van artikel 6.28, vijfde lid, hebben recht op voorschutting:

  • a. schepen van ambtenaren belast met toezicht of opsporing en brandweerboten die in verband met spoedeisende redenen van dienstvervulling onderweg zijn;
  • b. schepen waaraan de bevoegde autoriteit dit recht heeft verleend.
2.

Een schip moet voorrang verlenen aan een schip dat recht op voorschutting heeft en de rode wimpel voert, bedoeld in artikel 3.17, opdat dit schip zonder oponthoud de sluis kan invaren.

Afdeling VI. Slecht zicht

Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen

Hoofdstuk 8. Aanvullende bepalingen

Artikel 8.07. Schipper

De schipper van een snelle motorboot moet er zorg voor dragen, dat niet in strijd met de artikelen 8.05 en 8.06 wordt gehandeld.

Artikel 8.08. Watersport zonder schip
1.

Een persoon die zwemt dan wel die op andere wijze watersport bedrijft zonder gebruik te maken van een schip moet voldoende afstand houden van een varend schip of een varend drijvend voorwerp dan wel van een drijvend werktuig in bedrijf.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)