Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 24 april 1986, op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
36 versions
· 2026-04-11
2026-04-15
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2025-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2024-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2023-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2022-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2020-07-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2018-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2017-06-05
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2017-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2016-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2015-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2014-01-06
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2014-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2013-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2012-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2011-07-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2011-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2010-10-10
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2009-03-25
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2008-12-30
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2008-08-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2008-07-11
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2008-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2007-08-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2007-07-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2006-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
Wijzigingen op 2006-01-01
@@ -10,7 +10,7 @@
##### Artikel 1
1. De bepalingen van deze wet strekken ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen en uit andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen, de heffing van belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht en schenkingen, alsmede de heffing van omzetbelasting en van accijns en de heffing op verzekeringspremies.
1. De bepalingen van deze wet strekken ten behoeve van de nakoming van verplichtingen die voortvloeien uit richtlijnen van de Raad van de Europese Unie en uit andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede renten daarover en bestuursrechtelijke sancties en boeten die daarmee verband houden.
2. Deze wet is niet van toepassing bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van:
@@ -18,47 +18,35 @@
- b. de accijnzen in het kader van [verordening (EG) nr. 2073/2004](32004R2073) van de Raad van de Europese Unie van 16 november 2004 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de accijnzen (PbEU L 359).
Bij toepassing van die verordeningen zijn de [artikelen 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02), en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=11&z=2005-12-02&g=2005-12-02) van deze wet van overeenkomstige toepassing.
Bij toepassing van die verordeningen zijn de [artikelen 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01), en [11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=11&z=2006-01-01&g=2006-01-01) van deze wet van overeenkomstige toepassing.
3. Deze wet is niet van toepassing bij het verlenen van wederzijdse bijstand op het gebied van rechten bij invoer en rechten bij uitvoer met inbegrip van de belasting bij invoer, genoemd in [artikel 22 van de Wet op de omzetbelasting 1968](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=22), en van accijns bij invoer, genoemd in [artikel 62 van de Wet op de accijns](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005251&artikel=22).
##### Artikel 2
Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
1. Deze wet en de daarop berustende bepalingen verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Financiën;
- b. lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;
- c. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen, alsmede de Nederlandse Antillen en Aruba;
- c. staat: een lidstaat, een Mogendheid of een bestuurlijke eenheid waarmee in de relatie met Nederland een wederkerige regeling bestaat die voorziet in wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede de Nederlandse Antillen en Aruba;
- d. bevoegde functionaris: de functionaris van de rijksbelastingdienst die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen;
- e. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie.
- e. bevoegde autoriteit: de door een staat tot het uitwisselen van inlichtingen aangewezen persoon of instantie;
- f. [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048): [richtlijn nr. 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EU L 157).
2. Een wijziging van [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048) gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
##### Artikel 3
Als belastingen naar het inkomen, de winst en het vermogen als bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-12-02&g=2005-12-02) worden, ongeacht de wijze waarop de belasting wordt geheven, beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar de gehele winst, naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen, van de winst of van het vermogen, daaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken en belastingen geheven naar loonsommen.
Vervallen
##### Artikel 4
Met betrekking tot de in Nederland geheven belastingen vindt deze wet toepassing op:
- a. de inkomstenbelasting;
- b. de loonbelasting;
- c. de vennootschapsbelasting;
- d. de dividendbelasting;
- e. de rechten van successie, van overgang en van schenking;
- f. de assurantiebelasting;
- g. de omzetbelasting, voor zover deze wordt geheven met toepassing van de bepalingen van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320);
- h. de accijns, voor zover deze wordt geheven met toepassing van de bepalingen van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), en
- i. alle soortgelijke rijksbelastingen, voor zover deze worden geheven met toepassing van de bepalingen van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320).
Vervallen
### Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
@@ -66,7 +54,7 @@
##### Artikel 5
1. Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan Onze Minister haar de inlichtingen verstrekken waarom zij vraagt en die voor haar van belang kunnen zijn bij de heffing van een van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen.
1. Op verzoek van een bevoegde autoriteit kan Onze Minister haar de inlichtingen verstrekken waarom zij vraagt en die voor haar van belang kunnen zijn bij de heffing van een in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde belasting, alsmede renten of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden.
2. Onze Minister stelt degene van wie de inlichtingen afkomstig zijn en die in Nederland woont of is gevestigd, in kennis van zijn besluit tot inwilliging van het verzoek om inlichtingen. Bij de kennisgeving geeft Onze Minister een omschrijving van de te verstrekken inlichtingen en vermeldt hij de bevoegde autoriteit van wie het verzoek afkomstig is.
@@ -98,19 +86,19 @@
- d. zulks overigens naar het oordeel van Onze Minister is geboden.
2. Onze Minister stelt degene van wie de inlichtingen afkomstig zijn en die in Nederland woont of is gevestigd, in kennis van zijn besluit de inlichtingen te verstrekken. Bij de kennisgeving geeft Onze Minister een omschrijving van de te verstrekken inlichtingen en vermeldt hij de bevoegde autoriteit aan wie de inlichtingen zullen worden verstrekt.[Artikel 5, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2005-12-02&g=2005-12-02), is van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister stelt degene van wie de inlichtingen afkomstig zijn en die in Nederland woont of is gevestigd, in kennis van zijn besluit de inlichtingen te verstrekken. Bij de kennisgeving geeft Onze Minister een omschrijving van de te verstrekken inlichtingen en vermeldt hij de bevoegde autoriteit aan wie de inlichtingen zullen worden verstrekt.[Artikel 5, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2006-01-01&g=2006-01-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Afdeling 4. Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand
##### Artikel 8
1. Onze Minister laat door een ambtenaar van de rijksbelastingdienst zo nodig een onderzoek instellen ten behoeve van het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2005-12-02&g=2005-12-02), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=6&z=2005-12-02&g=2005-12-02) of [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=7&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
1. Onze Minister laat door een ambtenaar van de rijksbelastingdienst zo nodig een onderzoek instellen ten behoeve van het verstrekken van inlichtingen, bedoeld in de[artikelen 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=1&artikel=5&z=2006-01-01&g=2006-01-01), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=6&z=2006-01-01&g=2006-01-01) of [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=3&artikel=7&z=2006-01-01&g=2006-01-01).
2. Bij het in het eerste lid bedoelde onderzoek zijn de bepalingen van [Hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&afdeling=2), met uitzondering van [artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 9
1. Onze Minister kan na overleg met een bevoegde autoriteit van een staat toestaan dat een ambtenaar van de belastingadministratie van die staat aanwezig is bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
1. Onze Minister kan na overleg met een bevoegde autoriteit van een staat toestaan dat een ambtenaar van de belastingadministratie van die staat aanwezig is bij een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01).
2. Bij het overleg worden de voorwaarden vastgesteld waaronder Onze Minister de in het eerste lid bedoelde toestemming kan verlenen.
@@ -118,15 +106,15 @@
##### Artikel 10
Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02) wordt ingesteld, is verplicht de ambtenaar van de rijksbelastingdienst alsmede de ambtenaar die ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=9&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bij dit onderzoek aanwezig is, ten behoeve van dit onderzoek toegang te verlenen.
Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01) wordt ingesteld, is verplicht de ambtenaar van de rijksbelastingdienst alsmede de ambtenaar die ingevolge [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=9&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bij dit onderzoek aanwezig is, ten behoeve van dit onderzoek toegang te verlenen.
##### Artikel 11
[Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02) en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=10&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde verplichtingen.
[Hoofdstuk IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan de in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01) en [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=10&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde verplichtingen.
##### Artikel 12
Ten dienste van de heffing van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=1&artikel=4&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen kan Onze Minister een ambtenaar van de rijksbelastingdienst aanwijzen om aanwezig te zijn bij een onderzoek in een andere staat, dat door of vanwege de bevoegde autoriteit van die staat wordt ingesteld, in het kader van het verstrekken van inlichtingen aan Nederland.
Ten dienste van de heffing van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde belastingen, alsmede renten daarover of bestuursrechtelijke boeten die daarmee verband houden, kan Onze Minister een ambtenaar van de rijksbelastingdienst aanwijzen om aanwezig te zijn bij een onderzoek in een andere staat, dat door of vanwege de bevoegde autoriteit van die staat wordt ingesteld, in het kader van het verstrekken van inlichtingen aan Nederland.
### Hoofdstuk III. Begrenzing van door Nederland te verlenen bijstand; wederkerigheid
@@ -138,7 +126,7 @@
- b. de openbare orde van de Nederlandse staat zich daartegen verzet;
- c. die inlichtingen in Nederland krachtens wettelijke bepalingen of op grond van de administratieve praktijk niet zouden kunnen worden verkregen voor de heffing van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=1&artikel=4&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen;
- c. die inlichtingen in Nederland krachtens wettelijke bepalingen of op grond van de administratieve praktijk niet zouden kunnen worden verkregen voor de heffing van een in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde belasting, alsmede voor de renten daarover of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden;
- d. aannemelijk is dat de bevoegde autoriteit in de eigen staat niet eerst de gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van de door haar gevraagde inlichtingen heeft aangewend;
@@ -148,25 +136,25 @@
3. Onze Minister behoeft geen inlichtingen te verstrekken indien daarmede een commercieel, een industrieel of een beroepsgeheim zou worden onthuld.
4. Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=6a&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
4. Dit artikel vindt geen toepassing ten aanzien van de inlichtingen, bedoeld in [artikel 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=2&artikel=6a&z=2006-01-01&g=2006-01-01).
### Hoofdstuk IV. Geheimhouding; gebruik van inlichtingen
##### Artikel 14
1. Het bepaalde betreffende de verplichting tot geheimhouding in [artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67) is van overeenkomstige toepassing op de inlichtingen die door een bevoegde autoriteit zijn verstrekt, alsmede op inlichtingen die bij een onderzoek, als is bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02), zijn verkregen.
1. Het bepaalde betreffende de verplichting tot geheimhouding in [artikel 67 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=67) is van overeenkomstige toepassing op de inlichtingen die door een bevoegde autoriteit zijn verstrekt, alsmede op inlichtingen die bij een onderzoek, als is bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01), zijn verkregen.
2. Onze Minister verstrekt geen inlichtingen aan een bevoegde autoriteit indien de wetgeving van de staat van die autoriteit geen verplichting tot geheimhouding oplegt aan ambtenaren van de belastingadministratie van die staat met betrekking tot hetgeen hun wordt medegedeeld of blijkt bij de uitvoering van de belastingwetten van die staat.
##### Artikel 15
1. Tenzij een bevoegde autoriteit anders bepaalt, kunnen de door haar aan Onze Minister verstrekte inlichtingen uitsluitend worden gebruikt voor de heffing van de in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=1&artikel=4&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen.
1. Tenzij een bevoegde autoriteit anders bepaalt, kunnen de door haar aan Onze Minister verstrekte inlichtingen uitsluitend worden gebruikt voor de heffing van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde belastingen, alsmede renten daarover of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden.
2. Uitsluitend met toestemming van de bevoegde autoriteit van een staat kan Onze Minister de door hem van haar ontvangen inlichtingen aan de bevoegde autoriteit van een andere staat verstrekken.
3. De in artikel 7, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977, nr. 77/799/EEG (PbEG L 336) bedoelde inlichtingen mogen door de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat worden gebruikt voor de vaststelling van heffingen, rechten en belastingen die vallen onder artikel 2 van de richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 maart 1976, nr. 76/308/EEG (PbEG L 73).
4. Onze Minister kan aan een bevoegde autoriteit toestemming verlenen de inlichtingen voor een ander doel te gebruiken dan voor de heffing van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde belastingen.
4. Onze Minister kan aan een bevoegde autoriteit toestemming verlenen de inlichtingen voor een ander doel te gebruiken dan voor de heffing van de in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde belastingen.
5. Onze Minister kan op een daartoe strekkend verzoek een bevoegde autoriteit toestemming verlenen de van hem ontvangen inlichtingen aan een bevoegde autoriteit van een andere staat te verstrekken.
@@ -204,7 +192,7 @@
2. Waar een uiteindelijke gerechtigde woont, of waar een marktdeelnemer of een uitbetalende instantie woont of is gevestigd, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
3. Voor de toepassing van deze afdeling of bepalingen daarvan kunnen bij ministeriële regeling staten, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de [richtlijn nr. 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EU L 157), en afhankelijke en geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van die richtlijn, worden gelijkgesteld met een lidstaat.
3. Voor de toepassing van deze afdeling of bepalingen daarvan kunnen bij ministeriële regeling Mogendheden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel i, van de [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048), en afhankelijke en geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel ii, van die richtlijn, worden gelijkgesteld met een lidstaat.
##### Artikel 4b. Uitbreiding definitie rentebetaling
@@ -212,19 +200,19 @@
- a. de rente die is aangegroeid of gekapitaliseerd op het moment van de verkoop, de terugbetaling of de aflossing van de schuldvordering;
- b. inkomsten uit rentebetalingen indien deze rechtstreeks of via een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02), worden uitgekeerd door een collectieve beleggingsinstelling;
- b. inkomsten uit rentebetalingen indien deze rechtstreeks of via een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01), worden uitgekeerd door een collectieve beleggingsinstelling;
- c. inkomsten die zijn gerealiseerd bij de verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in een collectieve beleggingsinstelling, indien een dergelijke instelling rechtstreeks of via een andere dergelijke instelling meer dan 15% van zijn vermogen belegt in schuldvorderingen.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder collectieve beleggingsinstelling verstaan:
- a. een icbe;
- b. een entiteit die gebruik mag maken van de keuzemogelijkheid van [artikel 4e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4e&z=2005-12-02&g=2005-12-02), of een overeenkomstige keuzemogelijkheid in de lidstaat van vestiging;
- c. een instelling voor collectieve belegging die is gevestigd buiten het grondgebied waarop artikel 299 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is.
3. De inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voorzover deze rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen als bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2005-12-02&g=2005-12-02), en dit artikel, eerste lid, onderdeel a.
- a. een icbe, of een daarmee vergelijkbare instelling voor collectieve belegging gevestigd in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048), waarbij voor de Zwitserse Bondsstaat als vergelijkbare instelling voor collectieve belegging uitsluitend wordt aangemerkt een Zwitsers beleggingsfonds als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c, onder (iv), en onderdeel d, onder (iv), van de overeenkomst van 26 oktober 2004 tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat (Pb EU 2004, L 385) waarbij wordt voorzien in maatregelen van gelijke strekking als die welke zijn vervat in [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048);
- b. een entiteit die gebruik mag maken van de keuzemogelijkheid van [artikel 4e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4e&z=2006-01-01&g=2006-01-01), of een overeenkomstige keuzemogelijkheid in de lidstaat van vestiging;
- c. een instelling voor collectieve belegging die niet is gevestigd in een van de lidstaten, dan wel in een van de Mogendheden of afhankelijke of geassocieerde gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048).
3. De inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden slechts als rentebetaling aangemerkt voorzover deze rechtstreeks of middellijk afkomstig zijn van rentebetalingen als bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2006-01-01&g=2006-01-01), en dit artikel, eerste lid, onderdeel a.
4. Indien een uitbetalende instantie met het oog op de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, geen informatie heeft over het deel van de inkomsten dat voortkomt uit rentebetalingen, bedoeld in die onderdelen, wordt het volledige bedrag aan inkomsten als rentebetaling aangemerkt.
@@ -242,7 +230,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien op of na 1 maart 2002 een aanvullende emissie plaatsvindt of heeft plaatsgevonden van de daar bedoelde verhandelbare schuldinstrumenten.
3. Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een overheid of een gelijkgestelde entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol is erkend bij een internationaal verdrag als bedoeld in de bijlage bij de [richtlijn nr. 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157), wordt de gehele emissie van dit schuldinstrument, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering.
3. Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een overheid of een gelijkgestelde entiteit die als overheidsinstantie optreedt of waarvan de rol is erkend bij een internationaal verdrag als bedoeld in de bijlage bij de [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048), wordt de gehele emissie van dit schuldinstrument, bestaande uit de oorspronkelijke emissie en vervolgemissies, aangemerkt als een schuldvordering.
4. Indien op of na 1 maart 2002 een vervolgemissie plaatsvindt van een verhandelbaar schuldinstrument als bedoeld in het eerste lid, dat is uitgegeven door een emittent die niet valt onder het bepaalde in het derde lid, wordt deze nieuwe emissie aangemerkt als een schuldvordering.
@@ -252,7 +240,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de marktdeelnemer op basis van een door de in het eerste lid bedoelde entiteit overgelegd officieel bewijskrachtig document redenen heeft om aan te nemen dat deze entiteit:
- a. een rechtspersoon is, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de [richtlijn nr. 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157), of
- a. een rechtspersoon is, niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 4, lid 5, van de [richtlijn 2003/48/EG](32003L0048), of
- b. een entiteit is waarvan de winst wordt belast volgens de algemene belastingregels voor ondernemingen, of
@@ -260,7 +248,7 @@
##### Artikel 4e. Icbe na keuze
1. De entiteit die op grond van [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02) als uitbetalende instantie wordt aangemerkt, wordt, indien deze daarvoor kiest, voor de toepassing van deze afdeling mede als icbe aangemerkt. Een in Nederland gevestigde entiteit maakt de keuze, bedoeld in de eerste volzin, kenbaar aan de bevoegde functionaris. De bevoegde functionaris bevestigt bij beschikking indien is voldaan aan de voorwaarden voor de keuze.
1. De entiteit die op grond van [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01) als uitbetalende instantie wordt aangemerkt, wordt, indien deze daarvoor kiest, voor de toepassing van deze afdeling mede als icbe aangemerkt. Een in Nederland gevestigde entiteit maakt de keuze, bedoeld in de eerste volzin, kenbaar aan de bevoegde functionaris. De bevoegde functionaris bevestigt bij beschikking indien is voldaan aan de voorwaarden voor de keuze.
2. Omtrent de keuzemogelijkheid in het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
@@ -270,7 +258,7 @@
1. Een natuurlijk persoon wordt niet aangemerkt als uiteindelijk gerechtigde indien hij aantoont dat de rentebetaling niet te zijner gunste is ontvangen of is bewerkstelligd, maar dat hij:
- a. handelt als een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2005-12-02&g=2005-12-02), of
- a. handelt als een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4a, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2006-01-01&g=2006-01-01), of
- b. handelt namens een rechtspersoon, of
@@ -278,13 +266,13 @@
- d. handelt namens een icbe, of
- e. handelt namens een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02) en hij aan de marktdeelnemer die de rentebetaling verricht de naam en het adres van deze uitbetalende instantie bekendmaakt, of
- f. handelt namens een andere natuurlijke persoon die de uiteindelijk gerechtigde is, en hij aan de uitbetalende instantie met inachtneming van [artikel 4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2005-12-02&g=2005-12-02) de identiteit van die uiteindelijk gerechtigde bekendmaakt.
- e. handelt namens een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01) en hij aan de marktdeelnemer die de rentebetaling verricht de naam en het adres van deze uitbetalende instantie bekendmaakt, of
- f. handelt namens een andere natuurlijke persoon die de uiteindelijk gerechtigde is, en hij aan de uitbetalende instantie met inachtneming van [artikel 4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2006-01-01&g=2006-01-01) de identiteit van die uiteindelijk gerechtigde bekendmaakt.
2. Het eerste lid, onderdeel e, is slechts van toepassing indien blijkt dat de daar bedoelde marktdeelnemer de hem bekendgemaakte informatie op zijn beurt doorgeeft aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij woont of is gevestigd.
3. De uitbetalende instantie is gehouden redelijke maatregelen te nemen om met inachtneming van [artikel 4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2005-12-02&g=2005-12-02) de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen indien zij beschikt over gegevens die doen vermoeden dat de natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd, niet de uiteindelijk gerechtigde is, en die persoon niet valt onder het eerste lid, onderdelen a, b, c, d of e.
3. De uitbetalende instantie is gehouden redelijke maatregelen te nemen om met inachtneming van [artikel 4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2006-01-01&g=2006-01-01) de identiteit van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen indien zij beschikt over gegevens die doen vermoeden dat de natuurlijke persoon die een rentebetaling ontvangt of ten gunste van wie een rentebetaling wordt bewerkstelligd, niet de uiteindelijk gerechtigde is, en die persoon niet valt onder het eerste lid, onderdelen a, b, c, d of e.
##### Artikel 4g. Identificatie door Nederlandse uitbetalende instantie
@@ -314,15 +302,15 @@
- a. een in Nederland wonende of gevestigde uitbetalende instantie aan een uiteindelijk gerechtigde die woont in een andere lidstaat;
- b. een in Nederland wonende of gevestigde marktdeelnemer aan een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02) die in een andere lidstaat woont of is gevestigd;
- c. een marktdeelnemer aan een in Nederland gevestigde entiteit die op grond van [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02) als uitbetalende instantie wordt aangemerkt.
- b. een in Nederland wonende of gevestigde marktdeelnemer aan een uitbetalende instantie als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01) die in een andere lidstaat woont of is gevestigd;
- c. een marktdeelnemer aan een in Nederland gevestigde entiteit die op grond van [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01) als uitbetalende instantie wordt aangemerkt.
##### Artikel 4j. Renseignering door uitbetalende instantie
1. De uitbetalende instantie, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2005-12-02&g=2005-12-02), verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
- a. de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde zoals die overeenkomstig de [artikelen 4f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4f&z=2005-12-02&g=2005-12-02) en [4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2005-12-02&g=2005-12-02) zijn vastgesteld;
1. De uitbetalende instantie, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2006-01-01&g=2006-01-01), verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
- a. de identiteit en woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde zoals die overeenkomstig de [artikelen 4f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4f&z=2006-01-01&g=2006-01-01) en [4g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4g&z=2006-01-01&g=2006-01-01) zijn vastgesteld;
- b. de naam en het adres van de uitbetalende instantie;
@@ -332,27 +320,27 @@
2. De gegevens die de uitbetalende instantie in ieder geval gehouden is te verstrekken, betreffen, gespecificeerd naar de volgende categorieën rentebetalingen:
- a. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2005-12-02&g=2005-12-02): het bedrag van de uitbetaalde of bijgeschreven rente;
- b. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4b, eerste lid, onderdelen a of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4b&z=2005-12-02&g=2005-12-02): het bedrag van de rente of de inkomsten als bedoeld in die onderdelen of het totaalbedrag van de opbrengst van de verkoop, terugbetaling of aflossing;
- c. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4b&z=2005-12-02&g=2005-12-02): het bedrag van de inkomsten als bedoeld in dat onderdeel of het totaalbedrag van de uitkering.
- a. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4a, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4a&z=2006-01-01&g=2006-01-01): het bedrag van de uitbetaalde of bijgeschreven rente;
- b. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4b, eerste lid, onderdelen a of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4b&z=2006-01-01&g=2006-01-01): het bedrag van de rente of de inkomsten als bedoeld in die onderdelen of het totaalbedrag van de opbrengst van de verkoop, terugbetaling of aflossing;
- c. in het geval van een rentebetaling in de zin van [artikel 4b, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4b&z=2006-01-01&g=2006-01-01): het bedrag van de inkomsten als bedoeld in dat onderdeel of het totaalbedrag van de uitkering.
3. Voor de toepassing van het tweede lid worden per uiteindelijk gerechtigde alle daar bedoelde rentebetalingen per categorie binnen één kalenderjaar als één rentebetaling beschouwd.
4. Indien de uitbetalende instantie een entiteit is als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02), moet deze voorts gegevens verstrekken betreffende:
- a. de in één kalenderjaar aan deze entiteit uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling, bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2005-12-02&g=2005-12-02), en
- b. de gedeelten van de uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling die toevallen aan elke participant in deze entiteit, voorzover de participant met inachtneming van [artikel 4i, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2005-12-02&g=2005-12-02), als uiteindelijk gerechtigde wordt aangemerkt.
4. Indien de uitbetalende instantie een entiteit is als bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01), moet deze voorts gegevens verstrekken betreffende:
- a. de in één kalenderjaar aan deze entiteit uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling, bedoeld in [artikel 4d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=1&artikel=4d&z=2006-01-01&g=2006-01-01), en
- b. de gedeelten van de uitbetaalde rente of bewerkstelligde rentebetaling die toevallen aan elke participant in deze entiteit, voorzover de participant met inachtneming van [artikel 4i, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2006-01-01&g=2006-01-01), als uiteindelijk gerechtigde wordt aangemerkt.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van de wijze van verstrekking van de in het eerste of vierde lid bedoelde gegevens.
##### Artikel 4k. Renseignering door marktdeelnemer
De marktdeelnemer, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2005-12-02&g=2005-12-02), verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
- a. de naam en het adres van de uitbetalende instantie, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2005-12-02&g=2005-12-02), en
De marktdeelnemer, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2006-01-01&g=2006-01-01), verstrekt de bevoegde functionaris uiterlijk binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarin de rentebetaling heeft plaatsgevonden de volgende gegevens:
- a. de naam en het adres van de uitbetalende instantie, bedoeld in [artikel 4i, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4i&z=2006-01-01&g=2006-01-01), en
- b. het totale bedrag van de rente dat aan de uitbetalende instantie is uitbetaald of ten gunste van haar is bewerkstelligd.
@@ -360,7 +348,7 @@
##### Artikel 4l. Woonplaatsverklaring ter voorkoming van inhouding van bronbelasting
Op verzoek van de uiteindelijke gerechtigde verstrekt de bevoegde functionaris binnen twee maanden na een verzoek als bedoeld in artikel 13 van de [richtlijn nr. 2003/48/EG](32003L0048) van de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling (Pb EG L 157) bij beschikking een verklaring met daarin de volgende gegevens:
De bevoegde functionaris verstrekt op verzoek van de uiteindelijke gerechtigde aan deze binnen twee maanden bij beschikking een verklaring met daarin de volgende gegevens:
- a. naam, adres en sociaal-fiscaalnummer van de uiteindelijke gerechtigde;
@@ -370,9 +358,9 @@
##### Artikel 4m. Verplichtingen ten dienste van de renseignering
1. Ten behoeve van de in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde renseignering zijn de bepalingen van [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&afdeling=2), met uitzondering van [artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53) van overeenkomstige toepassing.
2. Degene die ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2005-12-02&g=2005-12-02) verplicht is tot het verstrekken van gegevens wordt, voor zoveel nodig, aangemerkt als administratieplichtige als bedoeld in [artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52).
1. Ten behoeve van de in [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde renseignering zijn de bepalingen van [hoofdstuk VIII, afdeling 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&afdeling=2), met uitzondering van [artikel 53, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53) van overeenkomstige toepassing.
2. Degene die ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2006-01-01&g=2006-01-01) verplicht is tot het verstrekken van gegevens wordt, voor zoveel nodig, aangemerkt als administratieplichtige als bedoeld in [artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52).
##### Artikel 4n. Bezwaar en beroep
@@ -380,9 +368,9 @@
##### Artikel 4o. Bestuurlijke boete
1. Indien degene die ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2005-12-02&g=2005-12-02) verplicht is tot het verstrekken van gegevens, deze niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekt, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de bevoegde functionaris hem een boete van ten hoogste € 4 537 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, bedoeld in de [artikelen 4j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4j&z=2005-12-02&g=2005-12-02) en [4k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4k&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
1. Indien degene die ingevolge [paragraaf 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&z=2006-01-01&g=2006-01-01) verplicht is tot het verstrekken van gegevens, deze niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekt, vormt dit een verzuim ter zake waarvan de bevoegde functionaris hem een boete van ten hoogste € 4 537 kan opleggen.
2. De bevoegdheid tot het opleggen van een boete vervalt door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar, bedoeld in de [artikelen 4j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4j&z=2006-01-01&g=2006-01-01) en [4k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4k&z=2006-01-01&g=2006-01-01).
3. Bij het opleggen van een boete is [hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&afdeling=2) van overeenkomstige toepassing.
@@ -390,7 +378,7 @@
##### Artikel 4p. Strafrechtelijke bepaling
[HOOFDSTUK IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan een verplichting ingevolge deze afdeling, met uitzondering van [artikel 4o, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=3&artikel=4o&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
[HOOFDSTUK IX van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=IX) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degene die niet voldoet aan een verplichting ingevolge deze afdeling, met uitzondering van [artikel 4o, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=3&artikel=4o&z=2006-01-01&g=2006-01-01).
### Hoofdstuk II. Vormen van door Nederland te verlenen bijstand
@@ -400,9 +388,9 @@
##### Artikel 6a
1. De bevoegde functionaris verstrekt de in [artikel 4j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4j&z=2005-12-02&g=2005-12-02), bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uiteindelijk gerechtigde woont.
2. De bevoegde functionaris verstrekt de in [artikel 4k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4k&z=2005-12-02&g=2005-12-02) bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitbetalende instantie woont of is gevestigd.
1. De bevoegde functionaris verstrekt de in [artikel 4j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4j&z=2006-01-01&g=2006-01-01), bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uiteindelijk gerechtigde woont.
2. De bevoegde functionaris verstrekt de in [artikel 4k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=IA&afdeling=2¶graaf=2&artikel=4k&z=2006-01-01&g=2006-01-01) bedoelde inlichtingen zonder voorafgaand verzoek aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de uitbetalende instantie woont of is gevestigd.
### Afdeling 3. Spontaan verstrekken van inlichtingen
@@ -420,7 +408,7 @@
1. Op verzoek van een bevoegde autoriteit van een lidstaat kan Onze Minister overgaan tot de notificatie van stukken.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de notificatie van stukken verstaan de uitreiking aan de geadresseerde in Nederland van een door een administratieve autoriteit van een lidstaat uitgevaardigd document, houdende een akte of beslissing, inzake de heffing van een belasting als bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2005-12-02&g=2005-12-02).
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder de notificatie van stukken verstaan de uitreiking aan de geadresseerde in Nederland van een door een administratieve autoriteit van een lidstaat uitgevaardigd document, houdende een akte of beslissing, inzake de heffing van een belasting als bedoeld in [artikel 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=I&artikel=1&z=2006-01-01&g=2006-01-01) alsmede renten of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de notificatie van stukken en de behandeling van het verzoek daartoe.
@@ -430,7 +418,7 @@
1. Onze Minister kan na overleg met een of meer bevoegde autoriteiten overgaan tot een gelijktijdig onderzoek.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een gelijktijdig onderzoek verstaan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2005-12-02&g=2005-12-02), dat gelijktijdig wordt uitgevoerd met een onderzoek in een of meer andere staten.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder een gelijktijdig onderzoek verstaan een onderzoek als bedoeld in [artikel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003954&hoofdstuk=II&afdeling=4&artikel=8&z=2006-01-01&g=2006-01-01), dat gelijktijdig wordt uitgevoerd met een onderzoek in een of meer andere staten.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende het gelijktijdige onderzoek en de behandeling van een voorstel daartoe.
2005-12-02
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2005-07-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2005-06-29
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2005-05-13
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2005-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2004-12-31
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2004-12-03
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2004-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2002-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastin
2002-01-01
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belas
original version
Tekst op deze datum