Wet van 7 juli 1988, houdende regels betreffende loodsen

Type Wet
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 148
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
7.

Een voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven bevat ten minste:

  • a. een raming van alle in het desbetreffende kalenderjaar te loodsen scheepsreizen per tarief en het voorgenomen kwaliteitsniveau;
  • b. een raming van de te loodsen scheepsreizen, bedoeld onder a, te behalen omzet, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan;
  • c. een raming van de arbeidsvergoeding die is gebaseerd op de daadwerkelijk ontvangen vergoeding in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan;
  • d. een raming van de wijzigingen in de kosten van de materiële vaste activa, de geraamde investeringen en het geraamde rendement;
  • e. een raming van de overige omzet en kosten, die mede is gebaseerd op de daadwerkelijk gerealiseerde omzet en kosten in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin het voorstel wordt gedaan;
  • f. vervallen;
  • g. een raming van de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene algemene besparing op de kosten;
  • h. de voor het desbetreffende kalenderjaar voorziene correctie in verband met bestaande onregelmatigheden in de mate van kostendekkendheid van de tarieven voor de verschillende zeehavengebieden;
  • i. een verrekening van het verschil tussen de geraamde en de daadwerkelijk uitgevoerde wijzigingen in de materiële activa en investeringen in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin het voorstel wordt gedaan;
  • j. een onderbouwing van de ramingen, bedoeld onder a tot en met g;
  • k. een verrekening van te veel gedane stortingen gedaan voor het kunnen voldoen aan verplichtingen die voortvloeien uit het functioneel leeftijdspensioen van registerloodsen en uit het krachtens collectieve arbeidsovereenkomst toegekend recht op functioneel leeftijdsontslag van het personeel, belast met de uitvoering van de in het artikel 26, eerste lid, onderdeel b, bedoelde taken.
8.

Indien een besluit ter vaststelling van de loodsgeldtarieven als bedoeld in artikel 27f, eerste lid, is of wordt herzien, bevat het eerstvolgende in te dienen voorstel, bedoeld in het zevende lid, tevens een verrekening van het verschil in omzet tussen de tarieven die in rekening zijn gebracht op basis van het eerdere tariefbesluit en de tarieven in het laatstelijk overeenkomstig artikel 27f, eerste lid, vastgestelde tariefbesluit.

9.

De algemene raad maakt bij het voorstel, bedoeld in het zevende lid, aannemelijk dat het voorstel in voldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze voor registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening.

10.

Een voorstel als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot andere tarieven dan de loodsgeldtarieven is voor elk afzonderlijk tarief kostengeoriënteerd. Een voorstel bevat een onderbouwde raming van de kosten en omzet voor elke afzonderlijke dienst of taak.

§ 4. Enige bij de vaststelling van de tarieven in aanmerking te nemen bijzondere factoren

Artikel 27d
1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de vaststelling van kostengeoriënteerde loodsgeldtarieven zeehavengebieden aangewezen, worden nadere regels gesteld met betrekking tot de redelijkheid, bedoeld in artikel 27c, tweede lid, de kostenoriëntatie, bedoeld in artikel 27c, derde lid, en kunnen overige maatstaven voor de structuur van deze tarieven worden geregeld. Bij deze maatregel kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijkse indexering van de uurtarieven van de arbeidsvergoeding vastgesteld.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een jaarlijks indexcijfer voor de prijzen vastgesteld.

4.

Bij ministeriële regeling wordt een bij de vaststelling van de loodsgeldtarieven in acht te nemen correctiefactor vastgesteld in verband met bestaande onevenwichtigheden in de mate van kostendekkendheid van de loodsgeldtarieven in de verschillende zeehavengebieden.

4.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de samenstelling van de regionale overlegcommissies, bedoeld in artikel 27c, vierde lid.

Artikel 27e

Vervallen

§ 5. Vaststelling van de tarieven en voorwaarden

Artikel 27f
1.

De Autoriteit Consument en Markt stelt voor elk kalenderjaar bij besluit de loodsgeldtarieven vast en gaat daarbij uit van het voorstel op basis van artikel 27c, dan wel artikel 27ca dat resulteert in de laagste loodsgeldtarieven.

2.

De Autoriteit Consument en Markt stelt bij besluit de tarieven en vergoedingen voor de overige diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, vast.

3.

De loodsgeldtarieven en de andere tarieven en vergoedingen kunnen per zeehavengebied en per verrichting verschillen.

4.

Besluiten als bedoeld in het eerste en tweede lid worden bekendgemaakt door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 27g
1.

De Autoriteit Consument en Markt stelt een besluit als bedoeld in artikel 27f, eerste en tweede lid, vast in afwijking van het desbetreffende voorstel, indien het voorstel naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt:

  • b. in onvoldoende mate bijdraagt aan het bereiken van de meest efficiënte werkwijze van registerloodsen en de productiviteit en kwaliteit van de loodsdienstverlening, of,
  • c. niet is gebaseerd op een redelijk rendement op investeringen.
2.

De Autoriteit Consument en Markt kan, ambtshalve of op verzoek van de algemene raad, bij de vaststelling van de tarieven en vergoedingen correcties aanbrengen in verband met bijzondere omstandigheden.

3.

De Autoriteit Consument en Markt kan bij de vaststelling van de tarieven en vergoedingen correcties aanbrengen indien de tarieven of vergoedingen voor een kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven en vergoedingen worden vastgesteld:

  • b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, indien zij de beschikking had over juiste en volledige gegevens, tarieven of vergoedingen zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijk mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven of vergoedingen.
Artikel 27h
1.

De Autoriteit Consument en Markt kan, onverminderd het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, derde lid, 4, eerste lid, 9, tweede lid, 15 eerste lid, 24, eerste lid, onder d, en 26, eerste lid, van deze wet en artikel 12 van de Scheepvaartverkeerswet, voorwaarden vaststellen waaronder registerloodsen de diensten verlenen die zij bij of krachtens de wet bij uitsluiting verrichten.

2.

De voorwaarden hebben slechts betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening en zijn non-discriminatoir.

3.

Voorafgaand aan de vaststelling van deze voorwaarden nodigt de Autoriteit Consument en Markt de algemene raad uit haar een voorstel daarvoor te doen. Artikel 27c, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27i
1.

De registerloods en de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisaties zijn verplicht de overeenkomstig artikel 27f en 27g vastgestelde tarieven te hanteren.

2.

De registerloods en de samenwerkingsverbanden van registerloodsen die ter uitvoering van het bepaalde krachtens artikel 15, eerste lid, onder b, zijn of worden opgericht zijn verplicht de overeenkomstig artikel 27h vastgestelde voorwaarden te hanteren.

§ 6. Financiële verantwoording en vergelijkend onderzoek

Artikel 27j
1.

De algemene raad stelt jaarlijks een financiële verantwoording op over het voorafgaande kalenderjaar die bestaat uit:

  • a. een exploitatierekening van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, met inbegrip van een verantwoording van de omzet;
  • b. een overzicht van de aan de exploitatie van die diensten en taken toegerekende materiële vaste activa;
  • c. een verantwoording van de gehanteerde afschrijvingsmethoden en afschrijvingstermijnen;
  • e. een toelichting op de stukken, bedoeld onder a tot en met d; en
2.

De algemene raad draagt jaarlijks zorg voor een verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de diensten en taken, bedoeld in artikel 27a, over het voorafgaande kalenderjaar. Voorafgaand aan de vaststelling van de verantwoording vraagt de algemene raad een zienswijze aan de besturen van de regionale loodsencorporatie, de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf.

3.

De algemene raad zendt de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau tegelijkertijd naar de Autoriteit Consument en Markt en naar degenen die op grond van het tweede lid zijn gevraagd om een zienswijze. Daarbij is gemotiveerd welke overwegingen zijn gemaakt ten aanzien van de ingebrachte zienswijzen.

4.

De algemene raad nodigt de bij ministeriële regeling aan te wijzen rechtspersonen, betrokken bij het bestuur van een of meer zeehavens, bestuursorganen belast met het nautisch beheer van een of meer zeehavens en representatieve organisaties van ondernemers in het scheepvaart- en havenbedrijf uit om gezamenlijk te bepalen op welke wijze afspraken gemaakt worden ten aanzien van in ieder geval de te leveren kwaliteit van de loodsdienstverrichting door registerloodsen.

Artikel 27k

Vervallen

§ 7. Nadere regelgeving

Artikel 27l
1.

Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:

  • a. de inrichting en de mate van detaillering van het toerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b;
  • b. de termijn waarbinnen een vastgesteld toerekeningssysteem ter verkrijging van instemming aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gezonden;
  • c. het tijdstip waarop de voorstellen, bedoeld in de artikelen 27c en 27h, en de bijstelling van het voorstel, bedoeld in artikel 27c, moeten zijn gedaan, en daarbij over te leggen stukken;
  • d. de termijn waarbinnen de vaststelling van de tarieven plaatsvindt;
  • e. de inrichting en de mate van detaillering van de verantwoordingen, bedoeld in artikel 27j;
  • f. het tijdstip waarop de alternatieve berekening, bedoeld in artikel 27ca, moet zijn gedaan;
  • g. het tijdstip waarop de financiële verantwoording en de verantwoordingen over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j, moet zijn gedaan.
2.

Bij de maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken en bevoegdheden aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen.

Hoofdstuk VII. Tuchtrechtspraak

§ 1. Algemeen

§ 3. De procedure in eerste aanleg

§ 4. Overige bepalingen

Hoofdstuk VIIA. Toezicht op de naleving

§ 1. Algemene bepaling

Artikel 45a
1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk VIA, zijn belast de ambtenaren aangewezen bij het besluit, bedoeld in artikel 49, eerste lid, alsmede de bij besluit van Onze Minister aangewezen andere ambtenaren.

2.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

3.

De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

§ 2. De Autoriteit Consument en Markt

Artikel 45b
1.

De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk VIA.

2.

De krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aanwezen ambtenaren beschikken voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 45c

Vervallen

Artikel 45d

Vervallen

Artikel 45e

Indien door Onze Minister vast te stellen beleidsregels betrekking hebben op de interpretatie van mededingingsbegrippen stelt Onze Minister die beleidsregels vast in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.

Hoofdstuk VIIB. Handhaving

§ 1. Overtredingen markttoezicht

Artikel 45f
1.

In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 27b, eerste en zevende lid, 27c, 27ca, 27i, 27j en 27l, eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de overtreder:

  • a. een bestuurlijke boete opleggen;
  • b. een last onder dwangsom opleggen.
2.

De in het eerste lid, onder a, bedoelde boete bedraagt ten hoogste € 900.000, of, indien dit meer is, 10% van de gezamenlijke omzet van de organisaties, aangewezen krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet. Artikel 12o van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van overeenkomstige toepassing.

3.

De bestuurlijke boete die ingevolge het tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

§ 2. Overtredingen medewerkingsplicht

Artikel 45g

Vervallen

§ 3. Overtreding verzegeling

Artikel 45h

Vervallen

§ 4. Onderzoek

Artikel 45i

Vervallen

§ 5. Coördinatie begrippen Mededingingswet

Artikel 45j

Vervallen

§ 6. Bijzondere bepaling inzake bestuurlijke boetes

Artikel 45k
1.

Indien krachtens artikel 45f of artikel 12m van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan de corporatie is deze bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het geïnde loodsgeld.

2.

Indien een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom wordt opgelegd aan een regionale loodsencorporatie of een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onder b, zijn deze natuurlijke en rechtspersonen bevoegd de verbeurde boete of dwangsom te voldoen ten laste van het gedeelte van het geïnde loodsgeld waarop de desbetreffende regionale loodsencorporatie, onderscheidenlijk het desbetreffende samenwerkingsverband, recht heeft ingevolgde de bij en krachtens artikel 26 en de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet gestelde regels en voorschriften.

3.

Een voldoening als bedoeld in het eerste en tweede lid heeft voorrang boven de bij en krachtens artikel 26 en de krachtens de artikelen 15a, tweede lid, en 15b, derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet gestelde regels en voorschriften.

Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen

Hoofdstuk IX. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Hoofdstuk X. Overige bepalingen

Artikel 60

Vervallen

Artikel II

Artikel III

Artikel IV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 68a
1.

De voorzitter van de corporatie of een regionale corporatie kan bepalen dat leden in bijzondere gevallen geen toegang hebben tot de ledenvergadering, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk b. In dat geval draagt de voorzitter er zorg voor dat de leden in een digitale omgeving door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel aan de opgeroepen ledenvergadering kunnen deelnemen, daarin het woord kunnen voeren en het stemrecht kunnen uitoefenen. Daartoe is vereist dat de leden via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden geïdentificeerd.

2.

In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt op de agenda en de mededeling van de opgeroepen ledenvergadering als de plaats van de vergadering het communicatiemiddel vermeld.

3.

In een geval als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van het vereiste dat een lid aanwezig is op de vergadering, gelezen dat een lid deelneemt aan de vergadering.

Artikel 68b

Een samenwerkingsverband van registerloodsen, opgericht ter uitvoering van artikel 15, eerste lid, onderdeel b, dat berust op een maatschap als bedoeld in artikel 1655 van Boek 7a van het Burgerlijk Wetboek, kan in bijzondere gevallen bijeenkomen in een digitale omgeving door middel van een tweezijdig elektronisch communicatiemiddel, onder de voorwaarden dat alle in de maatschap verbonden personen aan de vergadering kunnen deelnemen, daarin het woord kunnen voeren en het stemrecht kunnen uitoefenen.

Artikel 68c

De artikelen 68a en 68b vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel IV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Hoofdstuk II. De loodsen

§ 1. Algemeen

Artikel 2a
1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat onder bij in die maatregel te bepalen voorwaarden, bij wijze van experiment tijdelijk kan worden afgeweken van artikel 2, eerste, tweede of derde lid.

2.

Het experiment, bedoeld in het eerste lid, heeft tot doel om te beoordelen of met een andere invulling van de wijze van functie-uitoefening van de loods de belangen, bedoeld in artikel 2, zesde lid, voldoende worden beschermd.

3.

In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt, met inachtneming van de belangen, genoemd in artikel 3 van de Scheepvaartverkeerswet, in ieder geval bepaald:

  • a. de nadere concretisering van het doel van het experiment;
  • b. binnen welke periode geëxperimenteerd mag worden, waarbij die periode niet meer dan vijf achtereenvolgende jaren bedraagt;
  • c. welke voorschriften of beperkingen worden gesteld aan het experiment;
  • d. welke mogelijkheden er zijn voor verlenging;
  • e. op welke wijze het experiment wordt geëvalueerd.
4.

Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27ca
1.

Indien het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen, bedoeld in artikel 27c, zevende lid, onderdeel a, hoger is dan het geraamde aantal te loodsen scheepsreizen waarop het geldende tariefbesluit is gebaseerd, bevat een voorstel of bijstelling van een voorstel als bedoeld in artikel 27c, eerste lid, tevens een alternatieve berekening met inachtneming van de efficiencykorting.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de wijze bepaald waarop de alternatieve berekening, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt.

§ 4. Enige bij de vaststelling van de tarieven in aanmerking te nemen bijzondere factoren

§ 6. Verantwoording

Artikel 27ja
1.

De algemene raad en het bestuur van een regionale corporatie verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. Onze Minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

2.

Onverminderd het eerste lid zendt de algemene raad de verantwoording over het gerealiseerde kwaliteitsniveau, bedoeld in artikel 27j, tweede lid, naar Onze Minister.

§ 7. Nadere regelgeving

Hoofdstuk VII. Tuchtrechtspraak

§ 2. Tuchtcollege loodsen

§ 4. De procedure in hoger beroep

§ 5. Herziening

§ 6. De procedure inzake het spoedshalve schorsen

Artikel 44a
1.

Op verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie kan het tuchtcollege loodsen de registerloods jegens wie een ernstig vermoeden is gerezen van een handelen of nalaten waardoor enig krachtens artikel 15 beschermd belang ernstig is geschaad of dreigt te worden geschaad, met onmiddellijke ingang schorsen voor een periode van ten hoogste een jaar in de uitoefening van zijn bevoegdheid indien het door artikel 15 beschermde belang dit vergt. Het tuchtcollege loodsen beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort.

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden ingediend ingeval een registerloods zich in voorlopige hechtenis bevindt of deze bij nog niet onherroepelijk of onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens een misdrijf is veroordeeld dan wel hem bij een dergelijke uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft, met dien verstande dat alleen een schorsing kan worden uitgesproken voor de duur van de vrijheidsbeneming. De griffier van het gerecht dat een van de in de eerste volzin genoemde beslissingen neemt, geeft van die beslissing kennis aan de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort.

3.

De voorzitter van de regionale loodsencorporatie stelt de betrokken registerloods schriftelijk op de hoogte van het in het eerste en tweede lid bedoelde verzoek, alsmede van de gronden waarop het verzoek rust.

4.

Het tuchtcollege loodsen beslist binnen veertien dagen nadat het verzoek overeenkomstig het eerste of tweede lid aan hem ter kennis is gebracht. Het tuchtcollege loodsen kan deze termijn ten hoogste eenmaal verlengen met eenzelfde termijn.

5.

Indien de klacht tegen de registerloods op grond waarvan het ernstige vermoeden is gerezen niet reeds schriftelijk ter kennis is gebracht van het tuchtcollege, bepaalt het tuchtcollege bij zijn beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek tevens een redelijke termijn van niet langer dan zes weken, waarbinnen de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de klacht schriftelijk ter kennis van het tuchtcollege brengt. Bij overschrijding van deze termijn vervalt de beslissing op het in het eerste lid bedoelde verzoek van rechtswege. Het tuchtcollege kan op schriftelijk verzoek van de algemene raad of het bestuur van een regionale loodsencorporatie de termijn ten hoogste eenmaal verlengen met een door hem te bepalen redelijke termijn van niet langer dan zes weken. De artikelen 28 tot en met 41 zijn van overeenkomstige toepassing met uitzondering van artikelen 34, derde lid, 37, tweede lid, 38, tweede en achtste lid, en 40.

6.

Op verzoek van de betrokken registerloods kan het tuchtcollege loodsen te allen tijde de op grond van het eerste lid opgelegde schorsing opheffen. Hij beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de registerloods en de voorzitter van de regionale loodsencorporatie waartoe de registerloods behoort.

Hoofdstuk VIIA. Toezicht op de naleving

§ 1. Algemene bepaling

§ 2. De Autoriteit Consument en Markt

Hoofdstuk VIIB. Handhaving

§ 1. Overtredingen markttoezicht

§ 2. Overtredingen medewerkingsplicht

§ 3. Overtreding verzegeling

§ 4. Onderzoek

§ 5. Coördinatie begrippen Mededingingswet

§ 6. Bijzondere bepaling inzake bestuurlijke boetes

Hoofdstuk VIII. Dwang-, straf- en opsporingsbepalingen

Hoofdstuk IX. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk XI. Overgangsrecht en evaluatie

Artikel 69a

Hoofdstuk VIA van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijft van kracht ten aanzien van:

  • a. een toerekeningssysteem waarmee de Autoriteit Consument en Markt voor dat tijdstip heeft ingestemd, als bedoeld in artikel 27b, en een voor dat tijdstip ingediend voorstel als bedoeld in artikelen 27c, eerste lid,;
  • b. de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat op het tijdstip van inwerkingtreding eerdergenoemde wet nog niet onherroepelijk is;
  • c. de behandeling van het bezwaar of het beroep gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld;
  • d. de behandeling van het bezwaar of het beroep dat op of na het tijdstip van inwerkingtreding van eerdergenoemde wet is gemaakt, onderscheidenlijk ingesteld en dat is gericht tegen enig besluit op grond van dit hoofdstuk waartegen voor dat tijdstip eveneens bezwaar is gemaakt, onderscheidenlijk beroep is ingesteld;
Artikel 69b

Artikelen 28 tot en met 44 van de Loodsenwet, zoals deze luidde voor het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) bij de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen, blijven van kracht ten aanzien van klachten die voor inwerkingtreding van de artikelen 28 tot en met 45 (nieuw) bij het tuchtcollege loodsen aanhangig zijn gemaakt en beroepen tegen uitspraken van het tuchtcollege loodsen die voor de inwerkingtreding van de genoemde artikelen bij het College van beroep voor het bedrijfsleven aanhangig zijn gemaakt.

Artikel 69c
1.

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen en vervolgens telkens na vijf jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

2.

Onverminderd het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt ten hoogste eenmaal per vijf jaar een onderzoek uitvoeren naar de kostenelementen opgenomen in het voorstel met betrekking tot de loodsgeldtarieven, bedoeld in artikel 27c.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)