Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 461
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Indien het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de benoeming is geschied, toepassing heeft gegeven aan artikel V 4a of V 4b, stelt het centraal stembureau uiterlijk op de veertiende dag na de dag van de stemming de uitslag van de verkiezing voor zover nodig opnieuw vast, en maakt deze op zitting bekend.

2.

De artikelen P 20 en P 22 tot en met P 24 vinden overeenkomstige toepassing.

3.

Het onderzoek van de geloofsbrief van de aldus nieuw gekozen verklaarde strekt zich niet uit tot punten, die het verloop van de verkiezing raken.

Artikel V 10

Indien het orgaan waarvoor de benoeming is geschied, heeft besloten de benoemde niet als lid toe te laten op de grond dat hij niet voldoet aan de vereisten voor het lidmaatschap, dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult of dat de benoemdverklaring van de voorzitter van het centraal stembureau in strijd is met het bepaalde in hoofdstuk W, geeft de voorzitter van dat orgaan daarvan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel V 11

Het lidmaatschap van een tot lid van een vertegenwoordigend orgaan benoemde vangt aan zodra de beschikking omtrent zijn toelating aan de benoemde bekend is gemaakt.

§ 2. De zetelverdeling

Artikel V 12

De beslissing betreffende de toelating van de tot lid van provinciale staten, het algemeen bestuur onderscheidenlijk van de gemeenteraad benoemden wordt onverwijld genomen.

Artikel V 13
1.

Elke beslissing betreffende de toelating van de benoemden tot lid van provinciale staten, het algemeen bestuur, onderscheidenlijk de gemeenteraad, wordt door de voorzitter van provinciale staten, de voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan van het waterschap, onderscheidenlijk de voorzitter van de gemeenteraad, terstond aan de benoemde bekendgemaakt.

2.

Aan de niet-toegelatene worden de redenen van de beslissing meegedeeld.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien door het vertegenwoordigend orgaan, wegens herhaalde staking van stemmen of wegens staking van stemmen in een voltallige vergadering over een voorstel omtrent toelating geen beslissing is genomen.

Artikel V 15
1.

Indien op het tijdstip van periodieke aftreding van de leden van provinciale staten, het vertegenwoordigend orgaan van het waterschap, onderscheidenlijk van de gemeenteraad, niet de geloofsbrieven van meer dan de helft van het wettelijk voorgeschreven aantal leden is goedgekeurd, houden de leden van dat vertegenwoordigend orgaan zitting, totdat zulks is geschied. Gedurende deze tijd oefenen de bij de verkiezing gekozen leden hun functie niet uit.

2.

Een plaats die openvalt na het tijdstip van periodieke aftreding, wordt vervuld op dezelfde wijze, als zou zijn geschied, indien zij voor dat tijdstip zou zijn opengevallen.

Hoofdstuk W. De opvolging

Artikel W 1
1.

Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau bij een met redenen omkleed besluit, uiterlijk op de veertiende dag nadat dit te zijner kennis is gekomen, benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat die in de volgorde, bedoeld in artikel P 19 dan wel artikel U 15, tweede lid, het hoogst is geplaatst op de lijst waarop degene die moet worden opgevolgd, is gekozen. Indien het lid in wiens plaats moet worden voorzien, ontslag heeft genomen met ingang van een bepaald tijdstip, vangt de termijn, bedoeld in de eerste volzin, aan op dat tijdstip.

2.

Indien een plaats openvalt die door toepassing van artikel P 16, tweede lid, was vervuld, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge artikel P 16, tweede lid, een zetel was onthouden.

3.

Indien de lijst, bedoeld in het eerste lid, deel uitmaakt van een lijstengroep en op een of meer andere lijsten of stellen gelijkluidende lijsten van die groep kandidaten voorkomen die op de gezamenlijke lijsten waarop zij voorkomen, een aantal stemmen hebben verkregen groter dan 25% van de kiesdeler, doch die niet met toepassing van artikel P 15 zijn gekozen, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau, in afwijking van het eerste lid, benoemd diegene van deze kandidaten op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht.

4.

Indien het de opvolging van een lid van een gemeenteraad met minder dan negentien zetels betreft, wordt bij de toepassing van het derde lid de helft van de kiesdeler in aanmerking genomen in plaats van 25% van de kiesdeler.

5.

Indien een plaats openvalt die door toepassing van het derde lid was vervuld en dat lid niet opnieuw moet worden toegepast, verklaart de voorzitter van het centraal stembureau benoemd de daarvoor in aanmerking komende kandidaat op de lijst waaraan ingevolge het derde lid een zetel was onthouden.

6.

Bij regeling van de Kiesraad wordt een model vastgesteld voor het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau ter benoeming van een lid van een vertegenwoordigend orgaan, noodzakelijk geworden door:

  • a. het niet-aannemen van de benoeming door een kandidaat;
  • b. het niet-toelaten als lid van een kandidaat, of
  • c. het openvallen van een plaats in dat orgaan.

Het door de Kiesraad vastgestelde model behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel W 2
1.

Bij de toepassing van artikel W 1 wordt buiten rekening gelaten de kandidaat:

  • a. die is overleden;
  • b. aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte;
  • c. wiens vacature vervuld wordt;
  • d. die in de vacature benoemd is verklaard, maar schriftelijk verklaard heeft of geacht wordt de benoeming niet aan te nemen, de in artikel V 3 genoemde stukken niet tijdig heeft ingezonden of bij besluit niet tot het vertegenwoordigend orgaan is toegelaten;
  • e. die lid is van het vertegenwoordigend orgaan of als zodanig benoemd is verklaard, terwijl over zijn toelating als lid nog niet is beslist, tenzij hij is benoemd tot vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in paragraaf 3 van hoofdstuk X;
  • f. van wie door de voorzitter van het centraal stembureau een schriftelijke verklaring is ontvangen dat hij niet voor benoeming in aanmerking wenst te komen;
  • g. die lid was van het vertegenwoordigend orgaan, terwijl ook ten aanzien van deze kandidaat ter kennis van de voorzitter van het centraal stembureau is gekomen dat in zijn opengevallen plaats moet worden voorzien;
2.

Een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder f, kan worden ingetrokken.

3.

Bij regeling van de Kiesraad wordt een model vastgesteld voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onder f. Het door de Kiesraad vastgestelde model behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel W 3

Indien bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst waarop degene is gekozen die moet worden opgevolgd, en deze lijst tezamen met één of meer andere lijsten een lijstengroep vormt, gaat de zetel door toepassing van artikel P 13, onderscheidenlijk artikel U 13, over op één van die andere lijsten. De kandidaat van deze lijst die naar de volgorde, vastgesteld overeenkomstig artikel P 19, onderscheidenlijk artikel U 15, voor benoeming in aanmerking komt, wordt benoemd verklaard. Komt ook op deze lijst geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking, dan wordt de plaats aan een andere van de groep deel uitmakende lijst toegekend door verdere toepassing van het in dit lid bepaalde, en zo vervolgens.

Artikel W 4
1.

Indien bij opvolging van leden van een vertegenwoordigend orgaan met minder dan negentien leden geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst, waarop degene is gekozen die moet worden opgevolgd, of op de lijsten die met deze lijst een lijstengroep vormen, wordt door toepassing van artikel P 10 beslist aan welke van de andere lijsten de plaats zal worden toegekend. De kandidaat die op de lijst waaraan de plaats wordt toegekend, naar de volgorde, vastgesteld overeenkomstig artikel P 19, voor benoeming in aanmerking komt, wordt benoemd verklaard.

2.

Indien bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk op geen van de lijsten een kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt, beslist het centraal stembureau dat geen opvolger kan worden benoemd. Bij regeling van de Kiesraad wordt voor het besluit een model vastgesteld. Het door de Kiesraad vastgestelde model behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel W 5
1.

Indien de toepassing van artikel W 3 of artikel W 4 tot een beslissing door het lot aanleiding geeft, zal de loting plaats hebben in een zitting van het centraal stembureau.

2.

Op de in het eerste lid bedoelde zitting vinden de artikelen P 20 en P 22 overeenkomstige toepassing.

Artikel W 6

Indien de voorzitter van een centraal stembureau op dezelfde dag kennis krijgt van het openvallen van meer dan één plaats in een vertegenwoordigend orgaan en als gevolg hiervan een kandidaat op meer dan één lijst benoemd zou moeten worden verklaard, wordt deze benoemd met overeenkomstige toepassing van artikel P 18.

Artikel W 7
1.

Van iedere benoeming die met toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk geschiedt, wordt terstond mededeling gedaan in de Staatscourant of, indien het betreft de benoeming van een lid van provinciale staten, het algemeen bestuur of de gemeenteraad, in het provinciaal blad, het waterschapsblad onderscheidenlijk het gemeenteblad.

2.

De voorzitter van het centraal stembureau doet een afschrift van het benoemingsbesluit toekomen aan het vertegenwoordigend orgaan.

Artikel W 8

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de voorziening in opengevallen plaatsen in vertegenwoordigende organen.

Hoofdstuk W. De opvolging

§ 1. Algemene bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

Artikel X 1
1.

Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.

2.

De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

3.

Een overeenkomstige kennisgeving vindt plaats, indien door het overlijden van een lid een plaats in het vertegenwoordigend orgaan is opengevallen.

Artikel X 2
1.

Een lid van een vertegenwoordigend orgaan, tot wiens toelating is besloten, kan te allen tijde zijn ontslag nemen. Ontslagneming met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

2.

Hij bericht dit schriftelijk aan de voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

3.

Op een ingediend ontslag kan niet worden teruggekomen.

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel X 3
1.

Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer wordt benoemd in een ambt als bedoeld in artikel 57, tweede lid, van de Grondwet, houdt zijn lidmaatschap van de Kamer van rechtswege op.

2.

Wanneer een lid van de Tweede of van de Eerste Kamer komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, anders dan op grond van het voorgaande lid, geeft hij hiervan kennis aan de kamer, met vermelding van de reden.

3.

Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de kamer van oordeel is, dat een lid van de kamer verkeert in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, waarschuwt hij de belanghebbende schriftelijk.

4.

Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het derde lid bedoelde waarschuwing aan het oordeel van de kamer te onderwerpen.

Artikel X 4
1.

Wanneer een lid van provinciale staten komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, geeft hij hiervan kennis aan de staten, met vermelding van de reden.

2.

Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van provinciale staten van oordeel is, dat een lid van provinciale staten verkeert in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, waarschuwt hij de belanghebbende schriftelijk.

3.

Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het oordeel van provinciale staten te onderwerpen.

Artikel X 5
1.

Wanneer een lid van de gemeenteraad komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, geeft hij hiervan kennis aan de raad, met vermelding van de reden.

2.

Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de raad van oordeel is, dat een lid van de gemeenteraad verkeert in een van de gevallen, genoemd in het eerste lid van artikel X 1, waarschuwt hij de belanghebbende schriftelijk.

3.

Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het oordeel van de raad te onderwerpen.

Artikel X 6

Leden van provinciale staten, het algemeen bestuur en van de gemeenteraad die hun ontslag hebben ingezonden, behouden, ook indien zij ontslag hebben genomen met ingang van een bepaald tijdstip, hun lidmaatschap, totdat de geloofsbrieven van hun opvolgers zijn goedgekeurd of totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.

Artikel X 7
1.

Het lid van provinciale staten dat in strijd met artikel 15 van de Provinciewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van provinciale staten. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van provinciale staten in hun eerstvolgende vergadering.

2.

Provinciale staten kunnen, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien zij daartoe geen aanleiding vinden, heffen zij de schorsing op.

3.

Provinciale staten kunnen ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15 van de Provinciewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren.

4.

Het besluit van provinciale staten, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende bekendgemaakt.

5.

De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van provinciale staten gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst.

6.

Indien een lid van provinciale staten op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de commissaris van de Koning daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel X 8
1.

Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door de voorzitter van de gemeenteraad. De voorzitter onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering.

2.

De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op.

3.

De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren.

4.

Het besluit van de raad, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt terstond aan de belanghebbende bekendgemaakt.

5.

De werking van een besluit, inhoudende de vervallenverklaring, wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. Ingeval de vervallenverklaring ambtshalve heeft plaatsgevonden, is het lid van de raad gedurende deze periode in zijn betrekking geschorst.

6.

Indien een lid van de raad op grond van dit artikel onherroepelijk van zijn lidmaatschap vervallen is verklaard, doet de burgemeester daarvan mededeling aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel X 9

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in artikel X 4, derde lid, X 4a, derde lid, X 5, derde lid,X 7, vierde lid, X 7a, vierde lid, en X 8, vierde lid.

Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 3. Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Artikel Y 1

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. de Akte: de Akte betreffende de rechtstreekse verkiezing van de leden van het Europees Parlement (Brussel, 20 september 1976, Trb. 1976, 175);
  • b. lid van het Europees Parlement: een in Nederland gekozen lid van het Europees Parlement.

§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

Artikel Y 2

De leden van het Europees Parlement worden, voor zover deze afdeling niet anders bepaalt, gekozen met overeenkomstige toepassing van de bij of krachtens afdeling II gestelde bepalingen inzake de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, met inachtneming van de Akte.

Artikel Y 3

De leden van het Europees Parlement worden gekozen door:

  • a. degenen die op de dag van de kandidaatstelling Nederlander zijn en op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en niet zijn uitgesloten van het kiesrecht;
  • b. de niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten van de Europese Unie, mits zij:
  • 1°. op de dag van de kandidaatstelling hun werkelijke woonplaats hebben in het Europese deel van Nederland,
  • 2°. op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, en
  • 3°. niet zijn uitgesloten van het kiesrecht, hetzij in Nederland, hetzij in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.
Artikel Y 4

Lid van het Europees Parlement kunnen zijn:

  • a. zij die voldoen aan de vereisten die in artikel 56 van de Grondwet voor het lidmaatschap van de Staten-Generaal worden gesteld;
  • b. de niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten van de Europese Unie, mits zij:
  • 1°. hun werkelijke woonplaats hebben in het Europese deel van Nederland,
  • 2°. de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, en
  • 3°. niet zijn uitgesloten van het recht om gekozen te worden, hetzij in Nederland, hetzij in de lidstaat waarvan zij onderdaan zijn.
Artikel Y 5
1.

De leden van het Europees Parlement worden gekozen voor een periode van vijf jaren, behoudens de mogelijkheid van een verlenging of verkorting van deze periode als gevolg van een verschuiving van de verkiezingsperiode ingevolge artikel 5, tweede lid, tweede volzin, van de Akte.

2.

Deze periode begint bij de opening van de eerste zitting na iedere verkiezing.

Artikel Y 6
1.

Voor Nederlanders die hun werkelijke woonplaats in een andere lidstaat hebben, bevat de aanvraag, bedoeld in artikel Y 2 juncto D 3, mede hun verklaring dat zij niet tevens zullen deelnemen aan de verkiezing in de andere lidstaat.

2.

Bij ministeriële regeling wordt voor de verklaring een model vastgesteld.

3.

Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage wijzen een aanvraag mede af of verwijderen een persoon mede uit de registratie, bedoeld in artikel Y 2 juncto D 2, indien zij van de lidstaat bericht hebben ontvangen dat de persoon in die lidstaat als kiezer is geregistreerd. De artikelen D 7, D 8 en D 9 zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing van burgemeester en wethouders.

Artikel Y 8
1.

De stemming voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement vindt plaats op de donderdag, gelegen in de daarvoor ingevolge artikel 11, eerste en tweede lid, van de Akte bepaalde periode.

2.

De kandidaatstelling vindt plaats op de vierenveertigste dag voor de stemming.

Artikel Y 9

Vervallen

Artikel Y 10

Naast op de in artikel G 1, vierde lid, genoemde gronden wordt op een verzoek om registratie van de aanduiding van een politieke groepering ten behoeve van de verkiezing van de leden van het Europees Parlement eveneens afwijzend beschikt, indien de aanduiding geheel of in hoofdzaak overeenstemt met een aanduiding van een andere politieke groepering die reeds ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer is geregistreerd, of met een aanduiding waarvoor reeds eerder ten behoeve van die verkiezing een registratieverzoek is ontvangen, en daardoor verwarring te duchten is.

Artikel Y 11

Artikel G 1, achtste lid, blijft buiten toepassing.

Artikel Y 12

Voor de overeenkomstige toepassing van de hoofdstukken H en I geldt Nederland als één kieskring. Artikel H 10a blijft buiten toepassing.

Artikel Y 13
1.

Bij de lijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat een schriftelijke verklaring overgelegd dat hij niet in een andere lidstaat kandidaat voor het lidmaatschap van het Europees Parlement zal zijn.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer de formulieren voor de in het eerste lid bedoelde verklaring, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar zijn. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel Y 14

Vervallen

Artikel Y 15

In aanvulling op artikel I 2, eerste lid, wordt het ontbreken van de verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid, tevens als verzuim aangemerkt.

Artikel Y 16

Vervallen

Artikel Y 17

Het centraal stembureau schrapt van de lijst in de eerste plaats de naam van de kandidaat van wie de verklaring, bedoeld in artikel Y 13, eerste lid, niet is overgelegd.

Artikel Y 18

Vervallen

Artikel Y 19

Vervallen

Artikel Y 20

Vervallen

Artikel Y 21

Vervallen

Artikel Y 22

Vervallen

Artikel Y 23

Waar in de artikelen P 24 en V 11a sprake is van het orgaan waarvoor de verkiezing heeft plaatsgevonden, treedt daarvoor de Tweede Kamer in de plaats.

Artikel Y 23a

Voor de toepassing van de artikelen P 15 en P 19, tweede lid, wordt voor «25% van de kiesdeler» gelezen: 10% van de kiesdeler.

Artikel Y 24

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voor zover nodig voorschriften worden gegeven die afwijken van krachtens afdeling II bij algemene maatregel van bestuur gestelde bepalingen.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel Y 25
1.

De Tweede Kamer onderzoekt zo spoedig mogelijk of de benoemde op grond van de nationale bepalingen als lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten.

2.

De artikelen V 1 tot en met V 4a en V 5 tot en met V 10 zijn daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in deze artikelen sprake is van het vertegenwoordigend orgaan of het orgaan waarvoor de benoeming is geschied, daarvoor de Tweede Kamer in de plaats treedt.

Artikel Y 26

De voorzitter van de Tweede Kamer geeft van de uitkomst van het onderzoek onverwijld kennis aan de voorzitter van het Europees Parlement en aan de benoemde. Indien de Tweede Kamer heeft besloten dat de benoemde op grond van de nationale bepalingen als lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten, zendt de voorzitter van de Tweede Kamer aan de voorzitter van het Europees Parlement tevens de geloofsbrief van de benoemde toe.

Artikel Y 27

Wanneer, anders dan bij de vaststelling van de uitslag van een verkiezing, in een opengevallen plaats moet worden voorzien, geschiedt dit met overeenkomstige toepassing van hoofdstuk W, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel W 1, derde lid, voor «25% van de kiesdeler» wordt gelezen: 10% van de kiesdeler.

Artikel Y 28

Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van het Europees Parlement een van de in artikel Y 4 bedoelde vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of een ingevolge de nationale bepalingen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn. De voorzitter van de Tweede Kamer geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het Europees Parlement en aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel Y 29
1.

Wanneer een lid van het Europees Parlement komt te verkeren in een van de gevallen, genoemd in artikel Y 28, geeft hij hiervan kennis aan de voorzitter van de Tweede Kamer, met vermelding van de reden.

2.

Indien de kennisgeving niet is gedaan en de voorzitter van de Tweede Kamer van oordeel is dat een lid van het Europees Parlement verkeert in een van de gevallen, genoemd in artikel Y 28, waarschuwt hij de belanghebbende schriftelijk.

3.

Het staat deze vrij de zaak uiterlijk op de achtste dag na de dagtekening van de in het tweede lid bedoelde waarschuwing aan het oordeel van de Tweede Kamer te onderwerpen.

Artikel Y 30

Indien de voorzitter van de Tweede Kamer een bericht ontvangt van de voorzitter van het Europees Parlement dat het lidmaatschap van een lid van het Europees Parlement is beëindigd wegens ontslag, overlijden of het vervullen van een ingevolge de Akte onverenigbare functie, geeft hij hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap

Artikel Y 31

De kiesgerechtigde niet-Nederlander die onderdaan is van een andere lidstaat van de Europese Unie die zijn werkelijke woonplaats in het Europese deel van Nederland heeft, neemt aan de verkiezing deel hetzij in het Europese deel van Nederland, hetzij in de lidstaat waarvan hij onderdaan is.

Artikel Y 32
1.

Burgemeester en wethouders registreren de kiesgerechtigdheid van de in artikel Y 3, onder b, bedoelde personen die ingezetene zijn van de gemeente, indien zij daartoe een schriftelijk verzoek hebben ingediend.

2.

Bij het verzoek vermeldt verzoeker zijn adres van verblijf en, voor zover van toepassing, de plaats in de lidstaat waarvan hij onderdaan is, waar hij het laatst als kiezer was geregistreerd. Bij het verzoek legt verzoeker een kopie over van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Voorts verklaart hij dat hij in de lidstaat waarvan hij onderdaan is, niet van het kiesrecht is uitgesloten en dat hij het kiesrecht uitsluitend in Nederland zal uitoefenen.

3.

Verzoeken die worden ontvangen na de dag van de kandidaatstelling blijven voor de daaropvolgende verkiezing buiten beschouwing.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld waar en wanneer het formulier voor het verzoek, kosteloos, voor de kiezers verkrijgbaar is. Van het formulier maken de verklaringen, bedoeld in het tweede lid, deel uit. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

5.

Burgemeester en wethouders zenden aan de niet-Nederlander, die de nationaliteit van een andere lidstaat van de Europese Unie heeft, en die zich van buiten het Europese deel van Nederland vestigt in de gemeente, een formulier toe waarmee hij registratie van zijn kiesgerechtigdheid kan verzoeken.

6.

Burgemeester en wethouders beslissen op het verzoek uiterlijk op de zevende dag nadat zij het verzoek hebben ontvangen en maken de beslissing onverwijld aan de verzoeker bekend.

7.

Indien burgemeester en wethouders van een andere lidstaat bericht hebben ontvangen dat een niet-Nederlander die onderdaan is van die lidstaat aldaar van het kiesrecht is uitgesloten, registreren zij de kiesgerechtigdheid van betrokkene niet.

8.

Nadat het verzoek om registratie is ingewilligd, delen burgemeester en wethouders aan de door de desbetreffende lidstaat aangewezen autoriteit mede, dat betrokkene in Nederland als kiezer is geregistreerd. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze en het tijdstip waarop deze mededeling dient te geschieden.

9.

Ten minste zes weken voor de kandidaatstelling doet de burgemeester van de mogelijkheid van registratie voor niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten mededeling in het gemeenteblad.

10.

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel Y 33
1.

De kiesgerechtigdheid van de niet-Nederlander die onderdaan is van een andere lidstaat blijft geregistreerd zolang betrokkene ingezetene is van een Nederlandse gemeente of totdat de registratie van de kiesgerechtigdheid van betrokkene is geschrapt.

2.

Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de kiesgerechtigdheid van de als kiezer geregistreerde niet-Nederlander die onderdaan is van een andere lidstaat:

  • a. op verzoek van betrokkene;
  • b. indien aan hen omstandigheden bekend worden op grond waarvan de desbetreffende persoon niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd.
3.

Burgemeester en wethouders maken het besluit tot schrapping van de registratie van de kiesgerechtigdheid onverwijld aan de betrokkene bekend. Ook doen zij mededeling van deze beschikking aan de door de desbetreffende lidstaat aangewezen autoriteit waarvan betrokkene onderdaan is.

4.

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel Y 33a

Burgemeester en wethouders schrappen de registratie van de kiesgerechtigdheid als bedoeld in artikel Y 32, eerste lid, indien betrokkene het Nederlanderschap verkrijgt.

Artikel Y 34

In de in artikel H 1 bedoelde mededeling wordt tevens melding gemaakt van de mogelijkheid van kandidaatstelling van niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten.

Artikel Y 35
1.

Bij de lijst wordt van iedere daarop voorkomende kandidaat die onderdaan is van een andere lidstaat en niet tevens de Nederlandse nationaliteit heeft een schriftelijke verklaring van de kandidaat overgelegd dat hij in die lidstaat niet is uitgesloten van het recht om te worden gekozen. De kandidaat vermeldt op deze verklaring tevens zijn nationaliteit, geboortedatum, geboorteplaats en zijn laatste adres in die lidstaat.

2.

De formulieren voor de verklaring zijn kosteloos voor de kiezers verkrijgbaar op dezelfde wijze en gedurende dezelfde termijn als de formulieren, bedoeld in artikel Y 13, tweede lid. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

3.

In aanvulling op artikel I 2, eerste lid, wordt het ontbreken van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, tevens als verzuim aangemerkt.

Artikel Y 35a

Het centraal stembureau schrapt van de lijst de kandidaat van wie de verklaring, bedoeld in artikel Y 35, eerste lid, niet is overgelegd.

Artikel Y 36

Het centraal stembureau stelt door tussenkomst van Onze Minister van Buitenlandse Zaken de andere lidstaten in kennis van de namen van hun onderdanen, die niet tevens de Nederlandse nationaliteit hebben en die op de geldige kandidatenlijsten voorkomen.

Artikel Y 38
1.

Indien de autoriteit, bedoeld in artikel Y 35b, eerste lid, het centraal stembureau verzoekt te verklaren of een kandidaat in Nederland is uitgesloten van het recht om te worden gekozen, verzoekt het centraal stembureau Onze Minister van Justitie en Veiligheid een dergelijke verklaring te verstrekken. De verklaring wordt onverwijld verstrekt.

2.

Het centraal stembureau geleidt de verklaring van Onze Minister van Justitie en Veiligheid zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijf werkdagen na ontvangst van het verzoek van de autoriteit door naar die autoriteit.

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel Y 39

Bij ministeriële regeling kunnen krachtens de afdelingen II en IV vastgestelde modellen die ingevolge bepalingen van deze afdeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement, voor deze verkiezing nader worden vastgesteld.

Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

Hoofdstuk Z. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

§ 1. Strafbepalingen

Artikel Z 1

Degene die stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen, briefstembewijzen of vervangend briefstembewijzen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel Z 2

Degene die opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen, briefstembewijzen of vervangend briefstembewijzen, die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving, bekend was, of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel Z 3

Degene die stembiljetten, stempassen, kiezerspassen, volmachtbewijzen, briefstembewijzen of vervangend briefstembewijzen voorhanden heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Artikel Z 4
1.

Degene die bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2.

Degene die bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt dan wel anderszins daartoe dwingt om een verklaring als bedoeld in artikel H 4, eerste lid, af te leggen ter ondersteuning van een lijst, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

3.

Met dezelfde straf wordt gestraft de kiezer die zich door gift of belofte tot het bij volmacht stemmen of het afleggen van een ondersteuningsverklaring laat omkopen.

Artikel Z 5
1.

Bij veroordeling wegens een van de in de artikelen Z 1 tot en met Z 4 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht dan wel, indien de ontzetting wordt uitgesproken door de strafrechter in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, artikel 32, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht BES vermelde rechten worden uitgesproken.

2.

Bij veroordeling tot een vrijheidsstraf van ten minste een jaar wegens een van de in de artikelen Z 1 tot en met Z 3 omschreven misdrijven, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht dan wel, indien de ontzetting wordt uitgesproken door de strafrechter in Bonaire, Sint Eustatius of Saba, artikel 32, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht BES vermelde recht worden uitgesproken.

Artikel Z 6

Degene die bij een verkiezing als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze overleden is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel Z 7

Vervallen

Artikel Z 8

Degene die opzettelijk een persoon benadert om die persoon ertoe te bewegen:

  • a. het formulier op zijn stempas, bestemd voor het stemmen bij volmacht als bedoeld in artikel L 14, te ondertekenen en deze pas af te geven; of
  • b. een verzoekschrift als bedoeld in artikel L 8 in te dienen,

wordt, als schuldig aan ronselen, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

Artikel Z 8a

De onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie die zowel in Nederland als in een andere lidstaat aan een stemming voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement deelneemt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.

Artikel Z 9

De werkgever die de hem bij artikel J 10 opgelegde verplichting niet nakomt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste veertien dagen of geldboete van de tweede categorie.

Artikel Z 10

De voorzitter, de leden en de opgeroepen plaatsvervangende leden van het stembureau die gedurende de zitting buiten noodzaak afwezig zijn zonder dat in vervanging is voorzien, worden gestraft met geldboete van de eerste categorie.

Artikel Z 11

De in de artikelen Z 1 tot en met Z 4 en Z 8 bedoelde strafbare feiten worden als misdrijven beschouwd en de in de artikelen Z 6, Z 7, Z 8a, Z 9 en Z 10 bedoelde strafbare feiten als overtredingen.

§ 2. Slot- en overgangsbepalingen

Artikel Z 12
1.

Wanneer bij of krachtens deze wet voorgeschreven verrichtingen op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zouden vallen, treedt de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag zijnde, daarvoor in de plaats. Deze bepaling is mede van toepassing op het tegelijk aftreden van de leden van vertegenwoordigende organen.

2.

Het eerste lid geldt ook voor verrichtingen waarvoor de wettelijke termijn wordt bepaald door terugrekening vanaf een tijdstip of een gebeurtenis.

3.

Voor zover de bepaling van de tijd voor die verrichtingen aan het openbaar gezag is opgedragen, worden daarvoor geen zaterdagen, zondagen of algemeen erkende feestdagen aangewezen.

4.

Onder algemeen erkende feestdagen worden verstaan de in artikel 3 van de Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en de bij of krachtens dat artikel daarmee gelijkgestelde dagen.

Artikel Z 13

De bij deze wet gevoegde tabel maakt deel uit van deze wet.

Artikel Z 14

Op een terinzagelegging die plaatsvindt op grond van deze wet, is artikel 12 van de Bekendmakingswet niet van toepassing.

Artikel Z 15

Vervallen

Artikel Z 16

Vervallen

Artikel Z 17

Vervallen

Artikel Z 18

Vervallen

Artikel Z 19

Vervallen

Artikel Z 20
1.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

2.

Voor de bekendmaking van deze wet stelt Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de nummering van de artikelen, paragrafen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming.

Artikel Z 21

Deze wet kan worden aangehaald als Kieswet.

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Kesteren, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, Ubbergen, Lingewaal, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Bennebroek, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnewoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Weesp, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Cromstrijen, Delft, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, 's-Gravendeel, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Midden-Delfland, Nieuw-Lekkerland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Papendrecht, Ridderkerk, Rozenburg, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westland, Westvoorne, Zederik, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Made, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel X 10
1.

De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling op de in het verzoek vermelde dag die ligt tussen ten hoogste zes en ten minste vier weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling die blijkt uit een door het lid overgelegde verklaring van een arts of verloskundige.

2.

De voorzitter van een vertegenwoordigend orgaan verleent aan een lid van dat orgaan op diens verzoek tijdelijk ontslag, indien het lid wegens ziekte niet in staat is het lidmaatschap uit te oefenen en blijkens de verklaring van een arts aannemelijk is dat hij de uitoefening van het lidmaatschap niet binnen acht weken zal kunnen hervatten. Het tijdelijk ontslag gaat in op de dag na de bekendmaking van de beslissing op het verzoek.

3.

Het lidmaatschap van het lid aan wie tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste lid of tweede lid is verleend, herleeft van rechtswege met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag.

4.

Aan een lid van een vertegenwoordigend orgaan wordt ten hoogste drie maal per zittingsperiode tijdelijk ontslag als bedoeld in het eerste of het tweede lid verleend.

Artikel X 11
1.

De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan beslist op een verzoek tot tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10, eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de veertiende dag na indiening van het verzoek.

2.

De beslissing op het verzoek tot tijdelijk ontslag geschiedt in overeenstemming met de verklaring van de arts of verloskundige, bedoeld in artikel X 10, eerste of tweede lid.

3.

Een beslissing tot tijdelijk ontslag bevat de dag van ingang van het ontslag.

4.

De voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan geeft van een beslissing tot tijdelijk ontslag onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau.

Artikel X 12
1.

De voorzitter van het centraal stembureau benoemt een vervanger voor de plaats die is opengevallen als gevolg van een tijdelijk ontslag als bedoeld in deze paragraaf. De hoofdstukken V en W zijn van toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel V 2, eerste lid, de benoeming uiterlijk op de tiende dag na de dagtekening van de kennisgeving van benoeming wordt aangenomen.

2.

Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip eindigt.

3.

Indien de vervanger van het lid van een vertegenwoordigend orgaan aan wie tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, voortijdig ontslag neemt, dan wel wordt benoemd tot lid van het vertegenwoordigend orgaan voor een plaats die is opengevallen anders dan als gevolg van een tijdelijk ontslag, benoemt de voorzitter van het centraal stembureau een nieuwe tijdelijke vervanger voor de resterende periode van het tijdelijk ontslag.

4.

Artikel X 6 is niet van toepassing op een vervanger.

Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 1. Begripsbepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

§ 3. Beëindiging van het lidmaatschap en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Artikel Y 30a

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/77.

Artikel Y 30b

Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2020/77.

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten van de Europese Unie

§ 5. Slotbepaling

Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

Hoofdstuk Z. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

§ 1. Strafbepalingen

§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Kesteren, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, Ubbergen, Lingewaal, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Bennebroek, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnewoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Weesp, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Cromstrijen, Delft, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Midden-Delfland, Nieuw-Lekkerland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Papendrecht, Ridderkerk, Rozenburg, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westland, Westvoorne, Zederik, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Made, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel P 19a

Indien een kandidaat is overleden, wordt deze bij de toepassing van deze paragraaf buiten beschouwing gelaten.

§ 2. De zetelverdeling

Afdeling III. De verkiezing van de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Hoofdstuk Q. Algemene bepalingen

Hoofdstuk Na. De taak van het gemeentelijk stembureau bij de totstandkoming van de verkiezingsuitslag

Hoofdstuk R. De inlevering van de kandidatenlijsten

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

§ 3. Bepalingen betreffende briefstembureaus in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

§ 4. Verwerking persoonsgegevens

Hoofdstuk S. Het onderzoek, de nummering en de openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Hoofdstuk U. De vaststelling van de verkiezingsuitslag door het centraal stembureau

§ 2. De nummering van de kandidatenlijsten

§ 2. De nummering van de kandidatenlijsten

§ 3. Slotbepaling

§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

Afdeling IV. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de Tweede Kamer en de Eerste Kamer der Staten-Generaal, provinciale staten en de gemeenteraad

Hoofdstuk V. Het begin van het lidmaatschap

§ 3. De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

§ 2. Bijzondere bepalingen betreffende het begin van het lidmaatschap van provinciale staten en de gemeenteraad.

Hoofdstuk W. De opvolging

Hoofdstuk X. Beëindiging van het lidmaatschap en tijdelijke vervanging als lid

§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

§ 1. Algemene bepalingen

§ 2. Bijzondere bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

Afdeling V. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

Hoofdstuk Y. De verkiezing van de leden van het Europees Parlement

§ 2. Bijzondere bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

§ 1. Algemene bepalingen inzake beëindiging van het lidmaatschap

Artikel Y 5a

In artikel D 2 wordt in plaats van «aan wie kiesrecht toekomt op grond van artikel B 1» gelezen: aan wie kiesrecht toekomt op grond van artikel Y 3, onderdeel a.

§ 4. De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten van de Europese Unie

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lid-staten van de Europese Unie

Afdeling VI. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

Hoofdstuk Z. Straf-, slot- en overgangsbepalingen

§ 3. Het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap

§ 4. Bijzondere bepalingen betreffende deelneming aan de verkiezingen door niet-Nederlanders die onderdanen zijn van andere lidstaten van de Europese Unie

Tabel. bedoeld in artikel E 1, eerste lid, van de Kieswet

Nummer van de kieskring Gebied waarover de kieskring zich uitstrekt Gemeente waar het hoofdstembureau is gevestigd
1. De provincie Groningen Groningen
2. De provincie Fryslân Leeuwarden
3. De provincie Drenthe Assen
4. De provincie Overijssel Zwolle
5. De provincie Flevoland Lelystad
6. De gemeenten Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Heumen, Kesteren, Maasdriel, Millingen aan de Rijn, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, Ubbergen, Lingewaal, West Maas en Waal, Wijchen, Zaltbommel. Nijmegen
7. De gemeenten van de provincie Gelderland die niet tot kieskring 6 behoren. Arnhem
8. De provincie Utrecht Utrecht
9. De gemeente Amsterdam Amsterdam
10. De gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Beverwijk, Blaricum, Bloemendaal, Bussum, Diemen, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnewoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Weesp, Wijdemeren, Zandvoort. Haarlem
11. De gemeenten van de provincie Noord-Holland die niet tot de kieskringen 9 of 10 behoren. Den Helder
12. De gemeente 's-Gravenhage 's-Gravenhage
13. De gemeente Rotterdam Rotterdam
14. De gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bernisse, Binnenmaas, Brielle, Cromstrijen, Delft, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, Hardinxveld-Giessendam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Midden-Delfland, Nieuw-Lekkerland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Papendrecht, Ridderkerk, Rozenburg, Rijswijk, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vlaardingen, Westland, Westvoorne, Zederik, Zwijndrecht. Dordrecht
15. De gemeenten van de provincie Zuid-Holland die niet tot de kieskringen 12, 13 of 14 behoren. Leiden
16. De provincie Zeeland Middelburg
17. De gemeenten Aalburg, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Bergen op Zoom, Breda, Dongen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Halderberge, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Made, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Tilburg, Waalwijk, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zundert. Tilburg
18. De gemeenten van de provincie Noord-Brabant die niet tot kieskring 17 behoren. 's-Hertogenbosch
19. De provincie Limburg. Maastricht

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 2. De stembureaus

§ 1. De kieskringen

§ 3. De hoofdstembureaus

Hoofdstuk F. Het tijdstip van de kandidaatstelling

Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke groepering

Hoofdstuk G. De registratie van de aanduiding van een politieke groepering

Hoofdstuk I. Het onderzoek, de verbinding, de nummering en de openbaarmaking van de kandidatenlijsten

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten

§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

Hoofdstuk J. De stemming

§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel J 4a
1.

Burgemeester en wethouders kunnen in hun gemeente mobiele stembureaus aanwijzen. De burgemeester doet van een dergelijke aanwijzing ten minste veertien dagen voor de stemming mededeling in het gemeenteblad.

2.

Burgemeester en wethouders stellen de zittingstijden vast en onderscheiden plaatsen waar de mobiele stembureaus gedurende de dag der stemming worden gestationeerd. De tijdstippen en plaatsen worden bekendgemaakt in de mededeling, bedoeld in het eerste lid.

3.

Alvorens een stembureau als bedoeld in het eerste lid naar een andere standplaats vertrekt, wordt de sleuf van de stembus door de voorzitter van het stembureau in tegenwoordigheid van de aanwezige personen afgesloten en verzegeld. De voorzitter bewaart de sleutel waarmee de stembus is afgesloten, tijdens het verplaatsen naar de volgende standplaats. De voorzitter opent na de aankomst van het mobiele stembureau op de nieuwe standplaats de stembus in tegenwoordigheid van de aanwezige personen.

4.

Artikel J 1a, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Artikel J 1a, vierde lid en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op de locatie waar het stembureau laatstelijk zitting houdt ten behoeve van de stemming.

Artikel J 7a
1.

Er is een register van ongeldige stempassen. De burgemeester stelt de dag voor de stemming in zijn gemeente uit het register een uittreksel van ongeldige stempassen vast.

2.

Ongeldig is de stempas:

  • a. waarvoor in plaats daarvan door de burgemeester een kiezerspas of een volmachtbewijs is afgegeven;
  • b. waarvoor krachtens artikel J 8 een vervangende stempas is verstrekt;
  • c. van de kiezer aan wie overeenkomstig hoofdstuk M een briefstembewijs is verstrekt;
  • d. van iemand die niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden;
  • e. waarvan is vastgesteld dat deze stempas is ontvreemd of anderszins onrechtmatig in omloop is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)