Besluit van 20 december 1991, tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit accijns

Type AMvB
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 87
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 23a

1.

Teruggaaf van accijns voor minerale oliën die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch vermogen van minimaal 60 kilowatt, wordt verleend aan degene die de minerale oliën overeenkomstig het vorenstaande heeft gebruikt.

2.

Het gebruik van de minerale oliën dient te blijken uit de administratie van de gebruiker. Uit deze administratie dient eveneens te blijken dat de opgewekte elektriciteit op een Nederlands net als bedoeld in artikel 69a, tweede lid, van de wet, is ingevoed dan wel, indien geen invoeding op een Nederlands net heeft plaatsgevonden, dat die elektriciteit overeenkomstig artikel 50, derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag in de heffing van energiebelasting is betrokken.

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 2. Teruggaven

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Controlebepalingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 33a

Vervallen

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Controlebepalingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 22

Vervallen

Artikel 1a

In dit besluit wordt verstaan onder:

Afdeling 2. Overbrengen van accijnsgoederen

Artikel 4a

1.

Niettegenstaande artikel 3d vormt in de gevallen, bedoeld in artikel 2a, eerste, tweede en derde lid, van de wet, het bericht van ontvangst of het bericht van uitvoer het bewijs dat een overbrenging overeenkomstig artikel 2b, tweede lid, van de wet is geëindigd.

2.

In afwijking van het eerste lid kan, bij gebreke van een bericht van ontvangst of een bericht van uitvoer om andere dan de in artikel 3d vermelde redenen, voor het eindigen van de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling een alternatief bewijs worden verstrekt.

3.

Het alternatief bewijs kan in de gevallen, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdelen a, b, c en e, en derde lid, onderdelen a, b, c en e, van de wet, een opgestelde aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming zijn dat de verzonden accijnsgoederen de opgegeven bestemming hebben bereikt.

4.

Het alternatief bewijs kan in de gevallen, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdelen d en f, tweede lid, onderdelen d en e, en derde lid, onderdelen d en f, van de wet, een aftekening zijn van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het douanekantoor van uitgang is gelegen, ter bevestiging dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten of onder de regeling extern douanevervoer zijn geplaatst, of een door de inspecteur bepaalde combinatie van:

5.

Voor de toepassing van het derde lid geldt het nooddocument als afdoend bewijs.

Afdeling 3. Ontheffing algemene verbodsbepalingen

Hoofdstuk II. Vergunningen

Afdeling 3. Ontheffing algemene verbodsbepalingen

Artikel 8a

Onverminderd artikel 8, tweede lid, moet de administratie van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats als bedoeld in artikel 42a, eerste lid, onderdeel c, van de wet in ieder geval bevatten de regelmatige aantekening van:

Afdeling 2. Geregistreerde geadresseerden

Afdeling 3a. Gecertificeerde geadresseerden

Afdeling 3. Geregistreerde afzenders

Hoofdstuk III. Wijze van heffing

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 4. Fiscaal vertegenwoordiger en afzender die in een andere lidstaat een zelfstandige economische activiteit verricht

Artikel 21b

1.

De vrijstelling, bedoeld in artikel 66b, eerste en tweede lid, van de wet, wordt verleend indien wordt aangetoond dat de accijnsgoederen worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van de reizigers, bedoeld in artikel 66b, eerste lid, van de wet, dan wel worden geleverd op de in artikel 66b, tweede lid, van de wet bedoelde wijze.

2.

In afwijking van artikel 2, eerste lid, geschiedt het aantonen, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van de bewijzen van vervoer, bedoeld in artikel 66b, derde lid, van de wet.

3.

Onverminderd artikel 8, tweede lid, moet de administratie van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden uitgeslagen in ieder geval bevatten de regelmatige aantekening van:

Afdeling 2. Teruggaven

Artikel 31c

Vervallen

Artikel 31d

Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in artikel 71g van de wet, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin het vloeibaar gemaakt petroleumgas is geleverd.

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 1. Controlebepalingen

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 1. Minerale oliën

Afdeling 1. Controlebepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 31e

1.

Teruggaaf van accijns als bedoeld in artikel 71h, eerste lid, van de wet, wordt slechts verleend indien de motorbrandstof wordt gebruikt voor het aandrijven van motorrijtuigen.

2.

Teruggaaf van accijns als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor motorbrandstof waarvan uit de bedrijfsadministratie van de inboeker, bedoeld in artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer, blijkt dat zij geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

3.

Een teruggaaf van accijns op grond van de artikelen 71 of 71a van de wet voor motorbrandstof die geheel of gedeeltelijk bestaat uit biobrandstof of hernieuwbare brandstof als bedoeld in artikel 71h, eerste lid, onderdelen a respectievelijk b, van de wet wordt verminderd met een eerdere teruggaaf van accijns op grond van artikel 71h van de wet.

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 1. Controlebepalingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Afdeling 1. Minerale oliën

Afdeling 1. Controlebepalingen

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 9f

1.

In de in artikel 75, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet bedoelde gevallen kunnen tabaksproducten worden uitgeslagen tot verbruik door een ander dan degene die de accijnszegels heeft aangevraagd.

2.

Degene die de accijnszegels heeft aangevraagd neemt in zijn zegeladministratie alle bescheiden op waaruit blijkt dat de accijns ter zake van de in het eerste lid bedoelde uitslag tot verbruik is voldaan.

Hoofdstuk III. Wijze van heffing

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 4. Fiscaal vertegenwoordiger en afzender die in een andere lidstaat een zelfstandige economische activiteit verricht

Afdeling 2. Teruggaven

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Afdeling 1. Minerale oliën

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 31f

Vervallen

Afdeling 1. Controlebepalingen

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Afdeling 2. Tabaksprodukten

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 18a

1.

De vergunning, bedoeld in artikel 65, derde lid, van de wet, is niet vereist in geval alcoholhoudende restproducten worden gebruikt als grondstof voor het produceren van diervoeder ten behoeve van dieren aanwezig op de boerderij van de ontvanger en indien de ontvanger een verklaring heeft overgelegd aan degene die de alcoholhoudende restproducten aan hem gaat leveren.

2.

Onder alcoholhoudende restproducten worden verstaan producten die zijn overgebleven bij de productie of verwerking van alcoholhoudende dranken.

3.

De verklaring, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in tweevoud met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door:

4.

Degene die de alcoholhoudende restproducten met vrijstelling betrekt dient beide exemplaren van de verklaring te ondertekenen en daarvan een exemplaar op overzichtelijke wijze in zijn administratie op te nemen.

5.

Een exemplaar dient op overzichtelijke wijze in de administratie te worden opgenomen van:

Afdeling 2. Teruggaven

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen

Afdeling 2. Tabaksprodukten

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 6aa

1.

De overbrenging van in Nederland reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen via het grondgebied van een andere lidstaat naar een bestemming in Nederland vindt plaats onder dekking van een e-VAD. De artikelen 6, 6a, 6b, 6ba en 6bb zijn van overeenkomstige toepassing.

2.

De overbrenging van accijnsgoederen die in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven via het grondgebied van Nederland naar een bestemming in die andere lidstaat, vindt plaats onder dekking van een e-VAD.

Artikel 6ba

1.

Indien de gecertificeerde geadresseerde het bericht van ontvangst niet kan indienen overeenkomstig artikel 6a, derde lid, omdat het EMCS niet beschikbaar is in Nederland of hij het e-VAD nog niet heeft ontvangen omdat het EMCS niet beschikbaar is in de lidstaat van verzending, zendt hij de inspecteur een noodbericht van ontvangst waarin hij verklaart dat de overbrenging is geëindigd. Het zenden van een bericht van ontvangst is niet nodig in naar behoren gerechtvaardigde gevallen.

2.

Zodra het EMCS in Nederland weer beschikbaar komt of de gecertificeerde geadresseerde het e-VAD heeft ontvangen, zendt hij onverwijld een bericht van ontvangst overeenkomstig artikel 6a, derde lid. Artikel 6a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien Nederland de lidstaat van verzending is, ontvangt de gecertificeerde afzender van de inspecteur een afschrift van het bericht van ontvangst wanneer de gecertificeerde geadresseerde in een andere lidstaat het bericht van ontvangst alsnog via het EMCS heeft ingediend.

Artikel 6bb

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 6ba, eerste lid, vormt het vereiste bericht van ontvangst, het bewijs dat de accijnsgoederen aan de gecertificeerde geadresseerde zijn geleverd.

2.

Bij gebreke van een bericht van ontvangst om andere dan de in artikel 6ba, eerste lid, genoemde redenen, kan de inspecteur in afwijking van het eerste lid een alternatief bewijs van de levering van de accijnsgoederen verstrekken door middel van een aftekening van een alternatief document op basis van afdoende bewijs dat de goederen de bestemming hebben bereikt.

3.

Het alternatief document bevat ten minste de gegevens van het noodbericht van ontvangst.

4.

Indien de aftekening is aanvaard door de lidstaat van verzending, geldt dit als afdoende bewijs dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en verschuldigde accijns in de lidstaat van bestemming heeft betaald.

Artikel 6b

Vervallen

Afdeling 2a. Gebruik als brandstof in een accijnsgoederenplaats

Hoofdstuk II. Vergunningen

Artikel 9ca

1.

De gecertificeerde geadresseerde moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

De administratie van de gecertificeerde geadresseerde dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van:

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde die optreedt als gecertificeerde geadresseerde.

Afdeling 3b. Gecertificeerde afzenders

Artikel 9cb

1.

De gecertificeerde afzender moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen.

2.

De administratie van de gecertificeerde afzender dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van:

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de geregistreerde afzender die optreedt als gecertificeerde afzender.

Artikel 9da

1.

De afzender, bedoeld in artikel 50f, eerste lid, van de wet, die geen fiscaal vertegenwoordiger aanstelt, neemt in zijn melding bij de inspecteur in ieder geval het volgende op:

2.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald waar de afzender zich moet melden.

Afdeling 5. Toestemming tot het aanvragen van accijnszegels

Hoofdstuk III. Wijze van heffing

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 1. Vrijstellingen

Artikel 18b

1.

De vergunning, bedoeld in artikel 65, derde lid, van de wet, is niet vereist voor alcohol en alcoholhoudende dranken indien zij in ziekenhuizen of apotheken worden gebruikt voor medische doeleinden en de ontvanger een zodanig gebruik bevestigende verklaring heeft overgelegd aan degene die de alcohol en alcoholhoudende dranken aan hem gaat leveren.

2.

De verklaring geschiedt in tweevoud met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door:

3.

Degene die de alcohol en alcoholhoudende dranken met vrijstelling betrekt, ondertekent beide exemplaren van de verklaring en neemt een exemplaar op overzichtelijke wijze op in zijn administratie.

4.

Een exemplaar wordt op overzichtelijke wijze in de administratie opgenomen van:

Afdeling 2. Overige bepalingen

Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen

Afdeling 1. Minerale oliën

Afdeling 2. Tabaksprodukten

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Afdeling 3. Geregistreerde afzenders

Afdeling 3b. Gecertificeerde afzenders

Hoofdstuk III. Wijze van heffing

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 2. Teruggaven

Hoofdstuk IVA. Bijzondere regeling voor biobrandstoffen

Afdeling 2. Tabaksprodukten

Hoofdstuk VI. Ontheffing verbodsbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Hoofdstuk II. Vergunningen

Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats

Afdeling 3a. Gecertificeerde geadresseerden

Afdeling 5. Toestemming tot het aanvragen van accijnszegels

Hoofdstuk III. Wijze van heffing

Hoofdstuk IV. Vrijstellingen en teruggaven

Afdeling 1. Vrijstellingen

Afdeling 2. Overige bepalingen

Afdeling 1. Minerale oliën

Afdeling 2. Tabaksprodukten

Hoofdstuk VII. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Artikel 3e

1.

Indien, in de gevallen, bedoeld in artikel 2a, tweede lid, onderdelen d en e, van de wet, het EMCS niet beschikbaar is in de lidstaat van verzending, ontvangt de aangever van de afzender een kopie van het nooddocument.

2.

De aangever verstrekt aan de inspecteur een kopie van het document, bedoeld in het eerste lid, waarvan de inhoud overeenkomt met de in de uitvoeraangifte opgegeven accijnsgoederen of de ARC van dat document.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)