Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 18 juni 1992, houdende algemene regeling met betrekking tot het luchtverkeer

87 versions · 2025-12-31
2025-12-31
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2025-09-17
Wet luchtvaart — art. 9
2025-04-04
Wet luchtvaart — art. 9
2025-01-01
Wet luchtvaart — art. 9
2024-07-01
Wet luchtvaart — art. 9
2024-01-01
Wet luchtvaart — art. 9
2023-04-19
Wet luchtvaart — art. 9
2023-02-18
Wet luchtvaart — art. 9
2022-07-01
Wet luchtvaart — art. 9
2021-07-10
Wet luchtvaart — art. 9
2021-07-01
Wet luchtvaart — art. 9
2021-06-30
Wet luchtvaart — arts. 9, 5
2021-01-01
Wet luchtvaart — art. 9
2020-07-01
Wet luchtvaart — arts. 9, 7
2020-04-01
Wet luchtvaart — arts. 9, 8
2020-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2019-11-27
2019-07-10
2018-07-28
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2018-07-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 5 y 5 más
2018-05-25
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 5 y 5 más
2018-05-01
2018-02-17
2017-08-30
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2017-07-01
2017-04-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2016-11-01

Wijzigingen op 2016-11-01

@@ -20,7 +20,7 @@
- basisverordening: verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG (PbEU L 79);
- besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven: besluit als bedoeld in [artikel 8a.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven: besluit als bedoeld in [artikel 8a.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- burgerexploitant: houder van een vergunning voor burgermedegebruik die is afgegeven voor burgerluchtvaart van commerciële aard onder vaststelling van een grenswaarde voor de geluidbelasting door dat luchthavenluchtverkeer, anders dan in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen;
@@ -34,7 +34,7 @@
- functioneel luchtruimblok: ongeacht de staatsgrenzen, op operationele behoeften gebaseerd luchtruimblok waarbinnen de luchtvaartnavigatiediensten en aanverwante functies op prestatiegerichte en optimale wijze worden verleend met het oogmerk in ieder van die blokken versterkte samenwerking tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten of naargelang, een geïntegreerde dienstverlener, in te voeren;
- gevaarlijke stoffen: indien zij krachtens [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [artikel 10.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn aangewezen;
- gevaarlijke stoffen: indien zij krachtens [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [artikel 10.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn aangewezen;
- 1°. ontplofbare stoffen of voorwerpen;
@@ -56,7 +56,7 @@
- gezagvoerder: degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht;
- houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
- houder van een luchtvaartuig: degene, op wiens naam een luchtvaartuig in het register, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), dan wel in een buitenlands register van luchtvaartuigen is ingeschreven;
- interoperabiliteitsverordening: verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging (PbEU L 96);
@@ -76,17 +76,17 @@
- 3°. bedrijfsmatige activiteiten die samenhangen met de afwikkeling van het in de aanhef en onder 1° bedoelde luchtverkeer;
- luchthavenbesluit: het besluit, bedoeld in de [artikelen 8.43, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.43&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of [10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- luchthavenbesluit: het besluit, bedoeld in de [artikelen 8.43, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.43&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of [10.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- luchthavengebied: het gebied dat bestemd is voor gebruik als luchthaven;
- luchthavenindelingbesluit: het besluit, bedoeld in [artikel 8.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- luchthavenindelingbesluit: het besluit, bedoeld in [artikel 8.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- luchthavenluchtverkeer: het onder het begrip luchthaven, in de aanhef en onder 1°, bedoelde luchtverkeer;
- luchthavenregeling: de regeling, bedoeld in de [artikelen 8.64, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of [10.39, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.4&paragraaf=10.3.4.2&artikel=10.39&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- luchthavenverkeerbesluit: het besluit, bedoeld in [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- luchthavenregeling: de regeling, bedoeld in de [artikelen 8.64, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.77, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of [10.39, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.4&paragraaf=10.3.4.2&artikel=10.39&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- luchthavenverkeerbesluit: het besluit, bedoeld in [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: delen van het vluchtinformatiegebied Curaçao en het vluchtinformatiegebied San Juan, bedoeld in [artikel 1 van de Luchtvaartwet BES](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028549&artikel=1), die zich boven het territoir van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bevinden dan wel die delen waarvoor Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de verantwoordelijkheid voor het verzorgen van luchtverkeersdiensten heeft aanvaard;
@@ -126,7 +126,7 @@
- luchtverkeerweg: een ten behoeve van geleiding van het luchthavenluchtverkeer afgebakend deel van het luchtruim;
- LVNL: de organisatie voor het verlenen van luchtverkeersdiensten, bedoeld in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=5.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- LVNL: de organisatie voor het verlenen van luchtverkeersdiensten, bedoeld in [artikel 5.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.1&artikel=5.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- meteorologische diensten: de faciliteiten en diensten die luchtvaartuigen voorzien van weersverwachtingen, instructies en waarnemingen, alsmede andere meteorologische informatie en gegevens voor gebruik in de luchtvaart;
@@ -138,7 +138,7 @@
- onderzoeksverordening: Verordening (EU) nr. 996/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 inzake onderzoek en preventie van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart en houdende intrekking van Richtlijn 94/56/EG (PbEU 2010, L295);
- opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in [artikel 11.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- opsporingsambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in [artikel 11.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- plaatsbepalingsdiensten: de faciliteiten en diensten voor het bepalen van de respectieve posities van luchtvaartuigen waarmee voor een veilige separatie wordt gezorgd;
@@ -182,25 +182,25 @@
- b. van toepassing op Nederlandse luchtvaartuigen, alsmede het vervoer en de vluchtuitvoering met Nederlandse luchtvaartuigen buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam, voor zover hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald niet van toepassing is;
- c. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en de [artikelen 5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.3 tot en met 11.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18) mede van toepassing binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op het territoir van deze openbare lichamen;
- d. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van toepassing op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die bij of krachtens deze wet zijn gecertificeerd.
- c. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en de [artikelen 5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.3 tot en met 11.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01) mede van toepassing binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en op het territoir van deze openbare lichamen;
- d. met betrekking tot het bepaalde bij of krachtens [hoofdstuk 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van toepassing op de verleners van luchtvaartnavigatiediensten die bij of krachtens deze wet zijn gecertificeerd.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat, op nader in die algemene maatregel aan te geven categorieën van personeel of op bepaalde soorten van luchtvaartuigen, op bepaalde soorten van vervoer of op bepaalde vormen van vluchtuitvoering, indien toepassing van deze wet in redelijkheid niet kan worden gevergd en de veiligheid van het luchtverkeer niet in gevaar wordt gebracht, geheel of gedeeltelijk niet van toepassing zijn:
- –. de [artikelen 2.1 tot en met 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of één of meer van deze artikelen,
- –. [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&z=2016-01-18&g=2016-01-18),
- –. [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-01-18&g=2016-01-18),
- –. [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), met uitzondering van de [artikelen 5.14b tot en met 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18),
- –. [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [titel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18),
- –. [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of
- –. [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- –. de [artikelen 2.1 tot en met 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of één of meer van deze artikelen,
- –. [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&z=2016-11-01&g=2016-11-01),
- –. [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-11-01&g=2016-11-01),
- –. [titel 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), met uitzondering van de [artikelen 5.14b tot en met 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01),
- –. [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [titel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01),
- –. [hoofdstuk 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of
- –. [hoofdstuk 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
3. Bij de toepassing van het tweede lid kunnen bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur voorschriften en beperkingen worden opgenomen met betrekking tot één of meer buiten toepassing van de wet te laten onderdelen. Deze voorschriften en beperkingen kunnen mede betrekking hebben op de beperking van geluidshinder.
@@ -236,7 +236,7 @@
- a. een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling,
- b. een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op grond van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen staat of door een door hem aangewezen internationale organisatie. Betrokkene dient in geval van toepassing van onderdeel a tevens in het bezit te zijn van een geldige medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), afgegeven door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu dan wel door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat, hetzij
- b. een bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling, afgegeven door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op grond van [artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen staat of door een door hem aangewezen internationale organisatie. Betrokkene dient in geval van toepassing van onderdeel a tevens in het bezit te zijn van een geldige medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), afgegeven door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu dan wel door de bevoegde autoriteit van een door hem aangewezen staat, hetzij
- c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5).
@@ -252,7 +252,7 @@
6. Het is verboden te handelen in strijd met een voorschrift als bedoeld in het vierde lid.
7. Voor zover het eerste lid betrekking heeft op het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in dat lid, is het onverminderd [artikel 1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), eveneens van toepassing op het continentaal plat, bedoeld in [artikel 1 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), voor zover dat buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam ligt.
7. Voor zover het eerste lid betrekking heeft op het bedienen van een grondstation of een mobiel station als bedoeld in dat lid, is het onverminderd [artikel 1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), eveneens van toepassing op het continentaal plat, bedoeld in [artikel 1 van de Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168&artikel=1), voor zover dat buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam ligt.
##### Artikel 2.2
@@ -274,7 +274,7 @@
4. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot het model en de uitvoering van het document, waarop een bewijs van bevoegdheid en een of meer bevoegdverklaringen worden weergegeven, eisen vaststellen.
5. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), te bedienen en persoonsgegevens betreffende de gezondheid van houders van een bewijs van bevoegdheid.
5. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu houdt van de door hem afgegeven bewijzen van bevoegdheid een register bij. In het belang van een goede uitvoering en handhaving van deze wet en de daarop berustende bepalingen verwerkt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in het register gegevens omtrent afgegeven bewijzen van bevoegdheid en bewijzen van gelijkstelling, rechterlijke uitspraken houdende ontzegging van de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), te bedienen en persoonsgegevens betreffende de gezondheid van houders van een bewijs van bevoegdheid.
6. Het derde lid is niet van toepassing op bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie. Bij algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven welke bewijzen van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan afgeven en welke bevoegdverklaringen Onze Minister op die bewijzen van bevoegdheid kan weergeven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gesteld aan de bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen en daaraan te verbinden machtigingen voor het verlenen van luchtverkeersdiensten of het verstrekken van luchthaveninformatie.
@@ -298,7 +298,7 @@
- b. slechts onder in die algemene maatregel bepaalde voorwaarden mag uitoefenen.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en dit artikel. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen betreffende:
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en dit artikel. Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen betreffende:
- a. de aanvraag en afgifte van bewijzen van bevoegdheid en de aanvraag, afgifte en verlenging van bevoegdverklaringen;
@@ -314,15 +314,15 @@
- g. de vernieuwing van het document, waarop bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen worden weergegeven;
- h. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van het bewijs van bevoegdheid, een bevoegdverklaring of het bewijs van gelijkstelling, de verlenging van een bewijs van bevoegdheid of verlenging een bevoegdverklaring, het afleggen van een theorie- of praktijkexamen, de vernieuwing van het document, bedoeld in onderdeel g, de afgifte van de autorisatie, bedoeld in onderdeel e, de afgifte en verlenging van de medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en de afgifte en verlenging van de kwalificatie, bedoeld in onderdeel f.
- h. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van het bewijs van bevoegdheid, een bevoegdverklaring of het bewijs van gelijkstelling, de verlenging van een bewijs van bevoegdheid of verlenging een bevoegdverklaring, het afleggen van een theorie- of praktijkexamen, de vernieuwing van het document, bedoeld in onderdeel g, de afgifte van de autorisatie, bedoeld in onderdeel e, de afgifte en verlenging van de medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en de afgifte en verlenging van de kwalificatie, bedoeld in onderdeel f.
7. Bij het besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, bedoeld in het zesde lid, onderdeel e, kunnen in aanmerking genomen worden het aantal reeds geautoriseerde examinatoren, hun specifieke deskundigheid en de spreiding van examinatoren over het land in relatie tot de regionale of plaatselijke behoefte.
8. [Artikel 2.1, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing.
8. [Artikel 2.1, vierde tot en met zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 2.4
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geeft op aanvraag de medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), af, indien betrokkene voldoet aan de eisen van medische geschiktheid om de werkzaamheden te verrichten, waarvoor betrokkene een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring heeft aangevraagd of is verleend.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geeft op aanvraag de medische verklaring, bedoeld in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), af, indien betrokkene voldoet aan de eisen van medische geschiktheid om de werkzaamheden te verrichten, waarvoor betrokkene een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring heeft aangevraagd of is verleend.
2. De medische verklaring wordt, al dan niet onder beperkingen, verleend voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verlengt op aanvraag de medische verklaring voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, indien de houder voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen.
@@ -336,11 +336,11 @@
- d. de eisen waaraan een geneeskundige of geneeskundige instantie moet voldoen teneinde een autorisatie te verkrijgen;
- e. de aanwijzing van instellingen die in het kader van een autorisatie als bedoeld in [onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) een certificaat kunnen afgeven;
- e. de aanwijzing van instellingen die in het kader van een autorisatie als bedoeld in [onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) een certificaat kunnen afgeven;
- f. de mogelijkheid van herbeoordeling;
- g. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de autorisatie, bedoeld in [onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- g. de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de autorisatie, bedoeld in [onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent de beperkingen waaronder een medische verklaring kan worden afgegeven.
@@ -370,13 +370,13 @@
- b. de wijze, waarop de houder van het betrokken bewijs van bevoegdheid kan doen blijken, dat hij bij het verrichten van de hem toegestane werkzaamheden de veiligheid niet in gevaar brengt;
- c. de wijze waarop de houder van een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), opnieuw kan doen blijken aan de bij of krachtens dat onderdeel bedoelde eisen te voldoen.
5. Onze Minister kan een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat de houder van de autorisatie niet langer voldoet aan de bij of krachtens dat onderdeel gestelde eisen.
6. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
7. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- c. de wijze waarop de houder van een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), opnieuw kan doen blijken aan de bij of krachtens dat onderdeel bedoelde eisen te voldoen.
5. Onze Minister kan een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat de houder van de autorisatie niet langer voldoet aan de bij of krachtens dat onderdeel gestelde eisen.
6. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
7. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
8. Schorsing van het bewijs van bevoegdheid betekent schorsing van op het document weergegeven bevoegdverklaringen voor de duur van die schorsing.
@@ -396,29 +396,29 @@
2. Vervallen.
3. Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in te leveren.
4. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
6. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, vijfde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
3. Indien de houder van een bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen, luchtverkeersdiensten te verlenen, luchthaveninformatie te verstrekken of een grondstation of mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), te bedienen is ontzegd, dan wel zijn bewijs van bevoegdheid of een of meer bevoegdverklaringen zijn ingetrokken, is hij verplicht het document, waarop zijn bewijs van bevoegdheid en eventuele bevoegdverklaringen zijn weergegeven, onverwijld bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in te leveren.
4. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.4, derde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
6. Het eerste en derde lid is van overeenkomstige toepassing op een autorisatie als bedoeld in [artikel 2.3, vijfde lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
7. Bij ministeriële regeling kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu regels geven met betrekking tot de procedure van intrekking.
##### Artikel 2.7
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag een bewijs van gelijkstelling met een in een andere staat door een daar bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van bevoegdheid afgeven. [Artikel 2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag een bewijs van gelijkstelling met een in een andere staat door een daar bevoegde autoriteit afgegeven bewijs van bevoegdheid afgeven. [Artikel 2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. Het bewijs van gelijkstelling geeft niet meer bevoegdheden dan het betrokken bewijs van bevoegdheid en wordt slechts eenmaal afgegeven voor ten hoogste de duur van geldigheid van het betrokken bewijs van bevoegdheid doch niet langer dan een jaar.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bewijs van gelijkstelling intrekken wanneer de omstandigheden, bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid, onder c of d, of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zich voordoen.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bewijs van gelijkstelling intrekken wanneer de omstandigheden, bedoeld in [artikel 2.6, eerste lid, onder c of d, of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zich voordoen.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven over de voorwaarden en omstandigheden waaronder een bewijs van gelijkstelling wordt afgegeven.
##### Artikel 2.8
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op grond van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties bewijzen van bevoegdheid, bewijzen van gelijkstelling of medische verklaringen, die op grond van eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of [artikel 2.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), gestelde eisen, zijn afgegeven door:
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op grond van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties bewijzen van bevoegdheid, bewijzen van gelijkstelling of medische verklaringen, die op grond van eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 2.3, zesde lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of [artikel 2.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), gestelde eisen, zijn afgegeven door:
- a. de bevoegde autoriteit van een door hem bij ministeriële regeling aangewezen staat, of
@@ -436,7 +436,7 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven met betrekking tot de vergoeding, die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de handelingen ten behoeve van de aanvraag tot afgifte van de goedkeuring of registratie, bedoeld in het eerste lid.
5. [Artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en het derde en vierde lid van onderhavig artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het certificeren van een opleidingsinstelling als bedoeld in het tweede lid.
5. [Artikel 2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en het derde en vierde lid van onderhavig artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het certificeren van een opleidingsinstelling als bedoeld in het tweede lid.
##### Artikel 2.10
@@ -468,13 +468,13 @@
4. Het is een lid van het boordpersoneel verboden werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te verrichten gedurende de tijd, waarvoor een rijverbod als bedoeld in [artikel 162, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=162) geldt.
5. Het is verboden een lid van het boordpersoneel van wie men weet of redelijkerwijs moet weten, dat deze verkeert in een toestand, als bedoeld in [artikel 2.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of in het eerste of derde lid van dit artikel, werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te doen verrichten.
6. Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent, luchthaveninformatie verstrekt of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedient.
5. Het is verboden een lid van het boordpersoneel van wie men weet of redelijkerwijs moet weten, dat deze verkeert in een toestand, als bedoeld in [artikel 2.11, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of in het eerste of derde lid van dit artikel, werkzaamheden aan boord van een luchtvaartuig te doen verrichten.
6. Het eerste, derde, vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op eenieder die luchtverkeersdiensten verleent, luchthaveninformatie verstrekt of een grondstation of een mobiel station als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedient.
##### Artikel 2.13
Aan de ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18) worden uit het register, bedoeld in [artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=126), op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze de gegevens verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
Aan de ambtenaren, die belast zijn met de handhaving van [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01) worden uit het register, bedoeld in [artikel 126 van de Wegenverkeerswet 1994](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006622&artikel=126), op door de Dienst Wegverkeer te bepalen wijze de gegevens verstrekt, die zij voor de uitoefening van hun taak nodig hebben.
## TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
@@ -522,7 +522,7 @@
- a. een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie vastgesteld nationaliteitskenmerk en een voor dat luchtvaartuig vastgesteld inschrijvingskenmerk; en
- b. een bewijs van inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- b. een bewijs van inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De kenmerken, bedoeld in het eerste lid, bestaan voor burgerluchtvaartuigen uit letters of cijfers of een combinatie van beide; zij worden op bij ministeriële regeling nader aan te geven plaats, wijze en uitvoering op het desbetreffende luchtvaartuig aangebracht.
@@ -548,7 +548,7 @@
##### Artikel 3.4
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder van een burgerluchtvaartuig de inschrijving wijzigen, nadat de houder de nodige gegevens heeft verstrekt en het bewijs van inschrijving, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft ingeleverd.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van de houder van een burgerluchtvaartuig de inschrijving wijzigen, nadat de houder de nodige gegevens heeft verstrekt en het bewijs van inschrijving, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft ingeleverd.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een inschrijving ambtshalve wijzigen, wanneer:
@@ -556,15 +556,15 @@
- b. de feiten die ten grondslag liggen aan de gegevens, tijdens de duur van de inschrijving wijziging hebben ondergaan.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu haalt op aanvraag van de houder van een burgerluchtvaartuig de inschrijving door, nadat de houder de nodige gegevens heeft verstrekt en het bewijs van inschrijving, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft ingeleverd.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu haalt op aanvraag van de houder van een burgerluchtvaartuig de inschrijving door, nadat de houder de nodige gegevens heeft verstrekt en het bewijs van inschrijving, bedoeld in [artikel 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft ingeleverd.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een inschrijving ambtshalve doorhalen, wanneer:
- a. de houder ten behoeve van de inschrijving onjuiste gegevens heeft verstrekt;
- b. de houder niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of
- c. gedurende langer dan een jaar het desbetreffende luchtvaartuig niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- b. de houder niet meer voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 3.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of
- c. gedurende langer dan een jaar het desbetreffende luchtvaartuig niet voorzien is van een geldig bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in [artikel 3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
5. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu haalt een inschrijving ambtshalve door, wanneer het betrokken luchtvaartuig:
@@ -574,27 +574,27 @@
##### Artikel 3.5
1. Ten bewijze van inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie met betrekking tot het ingeschreven luchtvaartuig een bewijs van inschrijving. Onze Minister wie het aangaat kan een inschrijvingsbewijs wijzigen. Het bewijs wordt verstrekt voor onbepaalde tijd.
2. In geval van toepassing van [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een bewijs van inschrijving voor de termijn, waarvoor het betrokken luchtvaartuig is ingeschreven.
1. Ten bewijze van inschrijving in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie met betrekking tot het ingeschreven luchtvaartuig een bewijs van inschrijving. Onze Minister wie het aangaat kan een inschrijvingsbewijs wijzigen. Het bewijs wordt verstrekt voor onbepaalde tijd.
2. In geval van toepassing van [artikel 3.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), verstrekt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een bewijs van inschrijving voor de termijn, waarvoor het betrokken luchtvaartuig is ingeschreven.
3. In geval van:
- a. wijziging van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of
- b. doorhaling van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan de aanvrager een tijdelijk bewijs van inschrijving ver trekken voor ten hoogste vier weken. Wijziging of doorhaling van de inschrijving vindt plaats na verstrijken van de termijn, waarvoor het tijdelijk bewijs van inschrijving is verleend.
4. In geval van ambtshalve wijziging of doorhaling van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), tweede respectievelijk vierde of vijfde lid, levert de houder van het bewijs van inschrijving dit bewijs terstond in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
- a. wijziging van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of
- b. doorhaling van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan de aanvrager een tijdelijk bewijs van inschrijving ver trekken voor ten hoogste vier weken. Wijziging of doorhaling van de inschrijving vindt plaats na verstrijken van de termijn, waarvoor het tijdelijk bewijs van inschrijving is verleend.
4. In geval van ambtshalve wijziging of doorhaling van de inschrijving, bedoeld in [artikel 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), tweede respectievelijk vierde of vijfde lid, levert de houder van het bewijs van inschrijving dit bewijs terstond in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
5. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie kunnen met betrekking tot het model en de uitvoering van het bewijs van inschrijving eisen worden vastgesteld.
##### Artikel 3.6
Voor luchtvaartuigen, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is verleend, geldt het vereiste, dat een inschrijvingskenmerk voor een bepaald luchtvaartuig is vastgesteld, niet, mits het betrokken luchtvaartuig een inschrijvingskenmerk voert, dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan die natuurlijke of rechtspersoon met het oog op de bedrijfsvoorraad is opgegeven. Artikel 3.2, tweede lid, is van toepassing.
Voor luchtvaartuigen, die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een natuurlijke of rechtspersoon aan wie een erkenning als bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is verleend, geldt het vereiste, dat een inschrijvingskenmerk voor een bepaald luchtvaartuig is vastgesteld, niet, mits het betrokken luchtvaartuig een inschrijvingskenmerk voert, dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan die natuurlijke of rechtspersoon met het oog op de bedrijfsvoorraad is opgegeven. Artikel 3.2, tweede lid, is van toepassing.
##### Artikel 3.7
Ten aanzien van burgerluchtvaartuigen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven ter uitvoering van [de artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18). Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen betreffende:
Ten aanzien van burgerluchtvaartuigen worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gegeven ter uitvoering van [de artikelen 3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01). Deze regels bevatten in ieder geval bepalingen betreffende:
- a. de procedure van aanvraag, wijziging of doorhaling van een inschrijving, alsmede de gegevens, welke bij elke procedure dienen te worden verstrekt;
@@ -658,7 +658,7 @@
1. Onze Minister van Defensie geeft met betrekking tot Nederlandse militaire luchtvaartuigen bewijzen van luchtwaardigheid af, indien:
- a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een typecertificaat is afgegeven als bedoeld in [artikel 3.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18); en
- a. ten aanzien van het betrokken type-ontwerp een typecertificaat is afgegeven als bedoeld in [artikel 3.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01); en
- b. het betrokken luchtvaartuig voldoet aan de bij ministeriële regeling gestelde eisen; deze eisen kunnen voor verschillende categorieën luchtvaartuigen verschillend zijn.
@@ -674,7 +674,7 @@
1. Het bewijs van luchtwaardigheid voor burgerluchtvaartuigen wordt afgegeven voor onbepaalde tijd dan wel voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, welke voor de verschillende bewijzen van luchtwaardigheid verschillend kan zijn.
2. Op aanvraag van de houder verlengt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gestelde eisen.
2. Op aanvraag van de houder verlengt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het bewijs van luchtwaardigheid voor een burgerluchtvaartuig, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens [artikel 3.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gestelde eisen.
3. Het bewijs van luchtwaardigheid voor militaire luchtvaartuigen wordt afgegeven voor onbepaalde tijd.
@@ -692,7 +692,7 @@
- a. een ernstig vermoeden rijst dat het betrokken luchtvaartuig niet lichtwaardig is;
- b. het desbetreffende luchtvaartuig niet meer in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is ingeschreven;
- b. het desbetreffende luchtvaartuig niet meer in het register, bedoeld in [artikel 3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is ingeschreven;
- c. de houder van het betrokken luchtvaartuig dat luchtvaartuig niet overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen onderhoudt of laat onderhouden, of
@@ -824,7 +824,7 @@
##### Artikel 3.27
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat het betrokken bedrijf niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, wanneer een ernstig vermoeden rijst, dat het betrokken bedrijf niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heft de schorsing op zodra de redenen van de schorsing zijn komen te vervallen.
@@ -832,7 +832,7 @@
- a. de houder daarom verzoekt;
- b. het betrokken bedrijf niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. het betrokken bedrijf niet voldoet aan de eisen, gesteld krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- c. de houder krachtens de hem verleende erkenning werkzaamheden verricht, waartoe deze niet erkend is;
@@ -844,7 +844,7 @@
##### Artikel 3.28
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op grond van een internationale overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie natuurlijke of rechtspersonen, die bedrijven voeren, welke op grond van eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gestelde eisen,
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op grond van een internationale overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie natuurlijke of rechtspersonen, die bedrijven voeren, welke op grond van eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gestelde eisen,
- a. erkend zijn door de bevoegde autoriteit van een door hem bij ministeriële regeling aangewezen staat, of
@@ -864,7 +864,7 @@
- e. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd voor de kosten van de behandeling van zijn aanvraag om afgifte, verlenging, vernieuwing of wijziging van een erkenning;
- f. de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor het verlenen van toestemming tot het verrichten van werkzaamheden zonder erkenning als bedoeld in [artikel 3.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en
- f. de vergoeding die de aanvrager verschuldigd is voor het verlenen van toestemming tot het verrichten van werkzaamheden zonder erkenning als bedoeld in [artikel 3.25, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en
- g. het model en de uitvoering van de erkenningen.
@@ -878,9 +878,9 @@
- b. waarmee de houder in aanmerking komt om door een erkend onderhoudsbedrijf gemachtigd te worden om namens dat bedrijf werkzaamheden te mogen vrijgeven.
De [artikelen 2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel c, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [2.5 tot en met 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Behoudens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is het verboden zonder toezicht onderhoud aan burgerluchtvaartuigen te verrichten indien het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid ontbreekt.
De [artikelen 2.1, tweede lid, aanhef en onderdeel c, vierde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [2.5 tot en met 2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Behoudens [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is het verboden zonder toezicht onderhoud aan burgerluchtvaartuigen te verrichten indien het daarvoor geldige bewijs van bevoegdheid ontbreekt.
##### Artikel 3.31
@@ -892,7 +892,7 @@
##### Artikel 5.1
Het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18) tot en met [5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van toepassing op:
Het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01) tot en met [5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van toepassing op:
- a. deelnemers aan het luchtverkeer binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam, en
@@ -946,7 +946,7 @@
1. De gezagvoerder bevindt zich aan boord van het luchtvaartuig.
2. De gezagvoerder is, ongeacht of hij daadwerkelijk de stuurorganen bedient of niet, ervoor verantwoordelijk dat de uitvoering van de vlucht geschiedt in overeenstemming met de bij of krachtens deze wet gestelde regels. Van de regels bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) mag slechts worden afgeweken indien de omstandigheden dit in het belang van de veiligheid dringend noodzakelijk maken.
2. De gezagvoerder is, ongeacht of hij daadwerkelijk de stuurorganen bedient of niet, ervoor verantwoordelijk dat de uitvoering van de vlucht geschiedt in overeenstemming met de bij of krachtens deze wet gestelde regels. Van de regels bedoeld in [de eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) mag slechts worden afgeweken indien de omstandigheden dit in het belang van de veiligheid dringend noodzakelijk maken.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie bij ministeriële regeling aan te wijzen onbemande luchtvaartuigen.
@@ -956,7 +956,7 @@
##### Artikel 5.9
1. Voor de aanvang van iedere vlucht waaraan luchtverkeersleidingsdiensten worden verleend wordt door of namens de gezagvoerder een vliegplan ingediend overeenkomstig de bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 5.5, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), gestelde regels. Het vliegplan bevat de gegevens en inlichtingen omtrent de voorgenomen vlucht.
1. Voor de aanvang van iedere vlucht waaraan luchtverkeersleidingsdiensten worden verleend wordt door of namens de gezagvoerder een vliegplan ingediend overeenkomstig de bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 5.5, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), gestelde regels. Het vliegplan bevat de gegevens en inlichtingen omtrent de voorgenomen vlucht.
2. Alvorens een vlucht waaraan luchtverkeersleidingsdiensten worden verleend aan te vangen, of een gedeelte daarvan uit te voeren moet een desbetreffende klaring zijn gevraagd en verkregen.
@@ -974,7 +974,7 @@
3. Op voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, worden bij algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot het uitoefenen van het burgerluchtverkeer boven gebieden aangewezen overeenkomstig [artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=1.2).
4. Van de regelingen krachtens het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan via de luchtvaartpublicaties bedoeld in [artikel 5.23, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=5.23&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en voor zover nodig via de verlener van luchtverkeersdiensten aan de betrokken gezagvoerder.
4. Van de regelingen krachtens het eerste en tweede lid wordt mededeling gedaan via de luchtvaartpublicaties bedoeld in [artikel 5.23, eerste lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.2&artikel=5.23&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en voor zover nodig via de verlener van luchtverkeersdiensten aan de betrokken gezagvoerder.
5. Het is verboden aan het luchtverkeer deel te nemen in strijd met het bepaalde krachtens het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.
@@ -1016,11 +1016,11 @@
##### Artikel 5.14
In afwijking van [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), kunnen Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie:
In afwijking van [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), kunnen Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie:
- a. delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen waarbinnen door de Eurocontrol-organisatie luchtverkeersdiensten worden verleend;
- b. in bijzondere situaties delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen waarbinnen luchtverkeersdiensten worden verleend door een andere verlener van luchtverkeersdiensten dan de in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18) genoemde verleners van luchtverkeersdiensten.
- b. in bijzondere situaties delen van het vluchtinformatiegebied Amsterdam aanwijzen waarbinnen luchtverkeersdiensten worden verleend door een andere verlener van luchtverkeersdiensten dan de in [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01) genoemde verleners van luchtverkeersdiensten.
##### Artikel 5.15
@@ -1028,11 +1028,11 @@
##### Artikel 5.16
Onverminderd [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van deze wet en de basisverordening is het verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder een daartoe verkregen opdracht van een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen instantie of van een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
Onverminderd [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van deze wet en de basisverordening is het verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder een daartoe verkregen opdracht van een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen instantie of van een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 5.17
1. Een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen instantie of een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18), houdt een registratie bij van de daadwerkelijk gewerkte uren van de houders van een bewijs van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten aan wie deze instanties een opdracht als bedoeld in [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18) hebben gegeven.
1. Een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen instantie of een andere verlener van luchtverkeersdiensten als bedoeld in [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01), houdt een registratie bij van de daadwerkelijk gewerkte uren van de houders van een bewijs van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten aan wie deze instanties een opdracht als bedoeld in [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01) hebben gegeven.
2. Ten behoeve van het behoud van de geldigheid en de verlenging van een bewijs van bevoegdheid voor het verlenen van luchtverkeersdiensten kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu om inzage in de registratie als bedoeld in het eerste lid verzoeken.
@@ -1082,7 +1082,7 @@
##### Artikel 5.21
1. De vergoedingenverordening en [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend op luchthavens met minder dan 70.000 IFR luchtvervoersbewegingen per jaar, ongeacht de maximale startmassa en het aantal passagierszitplaatsen. Daarbij worden de bewegingen geteld als de som van de starts en de landingen en berekend als een gemiddelde van de voorafgaande drie jaar.
1. De vergoedingenverordening en [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen luchtvaartnavigatiediensten die worden verleend op luchthavens met minder dan 70.000 IFR luchtvervoersbewegingen per jaar, ongeacht de maximale startmassa en het aantal passagierszitplaatsen. Daarbij worden de bewegingen geteld als de som van de starts en de landingen en berekend als een gemiddelde van de voorafgaande drie jaar.
2. De gebruiker van luchtvaartnavigatiediensten als bedoeld in het eerste lid is een vergoeding verschuldigd ter bestrijding van de kosten van de verlening van deze diensten. Bij algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gesteld ten aanzien van de hoogte, de berekening, de vaststelling, de inning en de bekendmaking van deze vergoeding, en de termijn binnen welke betaling van deze vergoeding plaats moet vinden.
@@ -1124,7 +1124,7 @@
3. De LVNL kan, in ieder geval tegen vergoeding van kosten, diensten aan anderen dan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie verlenen op het gebied van en verband houdende met taken bedoeld in het eerste lid. De in de eerste volzin bedoelde diensten kunnen buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam worden verleend.
4. De LVNL kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de aan hem opgedragen taken, luchtverkeersdiensten laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, indien hiervoor instemming is verleend op grond van [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
4. De LVNL kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de aan hem opgedragen taken, luchtverkeersdiensten laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten, indien hiervoor instemming is verleend op grond van [artikel 5.14b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
5. De LVNL kan, onverminderd zijn verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de aan hem opgedragen taken, luchtvaartnavigatiediensten anders dan de in het vierde lid bedoelde diensten laten verrichten door een andere verlener van luchtvaartnavigatiediensten.
@@ -1200,9 +1200,9 @@
4. Besluiten van het bestuur betreffende de volgende onderwerpen behoeven voorafgaande instemming van de raad van toezicht:
- a. de reglementen bedoeld in de [artikelen 5.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.4&artikel=5.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.5&artikel=5.36&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.6&artikel=5.37&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [5.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.7&artikel=5.39&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. voorstellen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in [artikel 5.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en de hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 5.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- a. de reglementen bedoeld in de [artikelen 5.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.4&artikel=5.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.5&artikel=5.36&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.6&artikel=5.37&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [5.39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.7&artikel=5.39&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. voorstellen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de hoogte van het eenheidstarief, bedoeld in [artikel 5.20, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en de hoogte van de vergoeding, bedoeld in [artikel 5.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- c. de financiële begroting, en het financiële meerjarenbeleidsplan;
@@ -1296,9 +1296,9 @@
De geldmiddelen van de LVNL bestaan uit:
- a. de opbrengst van de in [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [5.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde vergoedingen;
- b. de opbrengst van de vergoedingen voor verleende diensten waarvan de kosten niet reeds de basis vormen voor de vergoedingen bedoeld in de [artikelen 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [5.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- a. de opbrengst van de in [artikel 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [5.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde vergoedingen;
- b. de opbrengst van de vergoedingen voor verleende diensten waarvan de kosten niet reeds de basis vormen voor de vergoedingen bedoeld in de [artikelen 5.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [5.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- c. andere baten hoe ook genoemd.
@@ -1324,7 +1324,7 @@
- a. een opgave over de toepassing van de arbeidsvoorwaarden;
- b. een document, houdende de instemming bedoeld in [artikel 5.32, vierde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.32&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- b. een document, houdende de instemming bedoeld in [artikel 5.32, vierde lid, onder d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.32&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Het boekjaar van de LVNL valt samen met het kalenderjaar.
@@ -1352,7 +1352,7 @@
##### Artikel 5.44
Waar in deze wet de goedkeuring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is vereist, verleent dan wel onthoudt hij die, behoudens het bepaalde in [artikel 5.43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.8&artikel=5.43&z=2016-01-18&g=2016-01-18), binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de goed te keuren stukken. Indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat goedkeuring onthoudt aan de financiële begroting, is het bestuur gerechtigd voor iedere maand gedurende welke de goedkeuring wordt onthouden, uitgaven te doen ter grootte van maximaal een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande boekjaar.
Waar in deze wet de goedkeuring van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is vereist, verleent dan wel onthoudt hij die, behoudens het bepaalde in [artikel 5.43, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.8&artikel=5.43&z=2016-11-01&g=2016-11-01), binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de goed te keuren stukken. Indien Onze Minister van Verkeer en Waterstaat goedkeuring onthoudt aan de financiële begroting, is het bestuur gerechtigd voor iedere maand gedurende welke de goedkeuring wordt onthouden, uitgaven te doen ter grootte van maximaal een twaalfde deel van de begroting van het voorafgaande boekjaar.
##### Artikel 5.45
@@ -1374,7 +1374,7 @@
##### Artikel 9.2
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de [artikelen 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.
1. Onverminderd de [artikelen 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=7), en [8, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007981&artikel=8) kunnen, ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken, bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, de [artikelen 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [9.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gezamenlijk of afzonderlijk in werking worden gesteld.
2. Wanneer het in het eerste lid bedoelde besluit is genomen wordt onverwijld een voorstel van wet aan de Tweede Kamer gezonden omtrent het voortduren van de werking van de bij dat besluit in werking gestelde bepalingen.
@@ -1398,19 +1398,19 @@
Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.
Het bij of krachtens de [titels 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet bepaalde geldt niet ten aanzien van de luchtvaartuigen, in gebruik ten behoeve van de defensie, en de leden hunner bemanning.
Het bij of krachtens de [titels 5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet bepaalde geldt niet ten aanzien van de luchtvaartuigen, in gebruik ten behoeve van de defensie, en de leden hunner bemanning.
##### Artikel 9.6
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan aan de LVNL een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door de LVNL gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing gegeven krachtens [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. Onze Minister van Defensie kan aan de LVNL een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door de LVNL gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing gegeven krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan aan de LVNL een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door de LVNL gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing gegeven krachtens [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Onze Minister van Defensie kan aan de LVNL een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen ter zake van buitengewone kosten door de LVNL gemaakt vanwege de naleving van de aanwijzing gegeven krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
### HOOFDSTUK 10. MILITAIRE LUCHTVAART
##### Artikel 10.1
1. Behoudens titel 2.2 is [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&z=2016-01-18&g=2016-01-18) niet van toepassing op het bedienen van militaire luchtvaartuigen.
1. Behoudens titel 2.2 is [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&z=2016-11-01&g=2016-11-01) niet van toepassing op het bedienen van militaire luchtvaartuigen.
2. Militaire luchtvaartuigen worden bediend door cockpitpersoneel, dat voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen inzake theoretische en praktische bekwaamheid en geestelijke en lichamelijke geschiktheid.
@@ -1424,13 +1424,13 @@
##### Artikel 10.2
1. [Hoofdstuk 2, titel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn niet van toepassing op luchtverkeersdienstverleningspersoneel van de krijgsmacht. Dit personeel voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen inzake theoretische en praktische bekwaamheid en geestelijke en lichamelijke geschiktheid.
2. [Artikel 10.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van overeenkomstige toepassing.
1. [Hoofdstuk 2, titel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [artikel 5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn niet van toepassing op luchtverkeersdienstverleningspersoneel van de krijgsmacht. Dit personeel voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen inzake theoretische en praktische bekwaamheid en geestelijke en lichamelijke geschiktheid.
2. [Artikel 10.1, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.3
Onze Minister van Defensie kan voor militaire luchtvaartuigen toestaan, dat van het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), wordt afgeweken.
Onze Minister van Defensie kan voor militaire luchtvaartuigen toestaan, dat van het nationaliteitskenmerk en het inschrijvingskenmerk bedoeld in [artikel 3.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), wordt afgeweken.
##### Artikel 10.4
@@ -1438,23 +1438,23 @@
##### Artikel 10.5
[Hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden.
[Hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is niet van toepassing op de vluchtuitvoering met militaire luchtvaartuigen alsmede op de vluchtuitvoering ten behoeve van militaire doeleinden.
### Hoofdstuk 11. Toezicht-, opsporings- en strafbepalingen
##### Artikel 11.1
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bepaalde en het bij of krachtens de basisverordening bepaalde, zijn belast:
- a. de in [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) bedoelde ambtenaren, met dien verstande dat dit toezicht zich niet uitstrekt tot het bepaalde bij of krachtens [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en de [artikelen 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet;
1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bepaalde en het bij of krachtens de basisverordening bepaalde, zijn belast:
- a. de in [artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=141) bedoelde ambtenaren, met dien verstande dat dit toezicht zich niet uitstrekt tot het bepaalde bij of krachtens [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en de [artikelen 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet;
- b. voor zover het betreft de burgerluchtvaart de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens deze wet;
- c. voor zover het betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en de [artikelen 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet, met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Defensie aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde artikelen gesteld bij of krachtens deze wet;
- d. voor zover het betreft [titel 8A.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren.
2. Met het toezicht op de naleving van hetgeen bepaald is bij of krachtens de verordeningen als bedoeld in [artikel 11.15, onderdeel b, onder 1° tot en met 8° en 10° tot en met 11°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn belast de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. De aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens een van de genoemde verordeningen.
- c. voor zover het betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen als bedoeld in [titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en de [artikelen 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [10.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet, met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Defensie aangewezen ambtenaren; de aanwijzing kan inhouden dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde artikelen gesteld bij of krachtens deze wet;
- d. voor zover het betreft [titel 8A.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren.
2. Met het toezicht op de naleving van hetgeen bepaald is bij of krachtens de verordeningen als bedoeld in [artikel 11.15, onderdeel b, onder 1° tot en met 8° en 10° tot en met 11°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn belast de hiertoe bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren. De aanwijzing kan inhouden, dat de betrokken ambtenaar slechts belast is met het toezicht op de naleving van een of enkele in die aanwijzing genoemde hoofdstukken of artikelen gesteld bij of krachtens een van de genoemde verordeningen.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan met het oog op de coördinatie van het beleid ten aanzien van het toezicht algemene aanwijzingen geven aan de ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
@@ -1474,7 +1474,7 @@
##### Artikel 11.2a
1. Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de erkenning, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet en artikel 5, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
1. Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de erkenning, bedoeld in [artikel 3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet en artikel 5, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
- a. het periodiek onderzoeken van het erkende bedrijf;
@@ -1482,7 +1482,7 @@
De houder van een erkenning is verplicht aan voor het houden van het toezicht noodzakelijke werkzaamheden medewerking te verlenen.
2. Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de AOC, bedoeld in [artikel 4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van deze wet en artikel 8, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
2. Tot het toezicht op de naleving van de verplichtingen, voortvloeiend uit de AOC, bedoeld in [artikel 4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van deze wet en artikel 8, tweede lid, van de basisverordening, behoort in ieder geval:
- a. het periodiek onderzoeken van de houder van de AOC, en
@@ -1498,21 +1498,21 @@
2. De opsporingsambtenaren zijn bevoegd het verrichten van werkzaamheden aan boord van luchtvaartuigen of het bedienen of opstijgen van luchtvaartuigen in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde te verbieden of te beletten en voor zover het een burgerluchtvaartuig betreft, het luchtvaartuig, waarmee de overtreding wordt begaan naar een door hen aangewezen plaats over te brengen of te doen overbrengen en aldaar in bewaring te stellen.
3. De betrokken ambtenaar maakt van de inbewaringstelling proces-verbaal op, dat hij binnen vierentwintig uur zendt aan de officier van justitie van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de inbewaringstelling geschiedt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt tegelijkertijd uitgereikt of toegezonden aan de gezagvoerder en aan de houder van het betrokken luchtvaartuig. [Artikel 11.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is ten aanzien van de gezagvoerder en de houder van overeenkomstige toepassing.
3. De betrokken ambtenaar maakt van de inbewaringstelling proces-verbaal op, dat hij binnen vierentwintig uur zendt aan de officier van justitie van de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan de inbewaringstelling geschiedt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt tegelijkertijd uitgereikt of toegezonden aan de gezagvoerder en aan de houder van het betrokken luchtvaartuig. [Artikel 11.7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is ten aanzien van de gezagvoerder en de houder van overeenkomstige toepassing.
4. De kosten verbonden aan de uitvoering van het tweede lid kunnen door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden ingevorderd bij dwangbevel.
##### Artikel 11.4
1. Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is degene, die op grond van [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet of artikel 7, tweede lid, van de basisverordening in het bezit dient te zijn van een bewijs van bevoegdheid, een bewijs van gelijkstelling of een medische verklaring, verplicht dat bewijs of die verklaring behoorlijk ter inzage af te geven.
1. Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is degene, die op grond van [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet of artikel 7, tweede lid, van de basisverordening in het bezit dient te zijn van een bewijs van bevoegdheid, een bewijs van gelijkstelling of een medische verklaring, verplicht dat bewijs of die verklaring behoorlijk ter inzage af te geven.
2. Op eerste vordering van een opsporingsambtenaar is het lid van het boordpersoneel, dat werkzaamheden verricht of aanstalten maakt werkzaamheden te gaan verrichten, verplicht zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en daartoe volgens de door de opsporingsambtenaar te geven aanwijzingen ademlucht te blazen in een door die ambtenaar aangewezen apparaat.
##### Artikel 11.5
1. Een opsporingsambtenaar kan het lid van het boordpersoneel van wie, uit het in [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van de opsporingsambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van een stof, als bedoeld in [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van deze wet, of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, verkeert, dat hij onvoldoende in staat is zijn werkzaamheden behoorlijk te verrichten, een vliegverbod opleggen voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren, tot ten hoogste vierentwintig uren. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het lid van het boordpersoneel, dat aanstalten maakt zijn werkzaamheden te gaan verrichten.
2. In geval van verdenking van overtreding van [artikel 2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), kan een opsporingsambtenaar aan het betreffende lid van het boordpersoneel een vliegverbod opleggen tot ten hoogste vierentwintig uren.
1. Een opsporingsambtenaar kan het lid van het boordpersoneel van wie, uit het in [artikel 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde onderzoek of op andere wijze, naar het oordeel van de opsporingsambtenaar gebleken is dat hij onder zodanige invloed van een stof, als bedoeld in [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van deze wet, of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, verkeert, dat hij onvoldoende in staat is zijn werkzaamheden behoorlijk te verrichten, een vliegverbod opleggen voor de tijd gedurende welke redelijkerwijs verwacht mag worden dat deze toestand zal voortduren, tot ten hoogste vierentwintig uren. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het lid van het boordpersoneel, dat aanstalten maakt zijn werkzaamheden te gaan verrichten.
2. In geval van verdenking van overtreding van [artikel 2.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), kan een opsporingsambtenaar aan het betreffende lid van het boordpersoneel een vliegverbod opleggen tot ten hoogste vierentwintig uren.
3. De opsporingsambtenaar, die een verbod als bedoeld in het eerste of tweede lid oplegt, legt dit vast in een beschikking die het tijdstip van ingang en de duur van het verbod bevat.
@@ -1520,13 +1520,13 @@
##### Artikel 11.6
1. Bij verdenking dat een lid van het boordpersoneel werkzaamheden heeft verricht in strijd met [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van deze wet, paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, of artikel 2.12, derde lid, van deze wet kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder a.
1. Bij verdenking dat een lid van het boordpersoneel werkzaamheden heeft verricht in strijd met [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van deze wet, paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening, of artikel 2.12, derde lid, van deze wet kan de opsporingsambtenaar hem bevelen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek als bedoeld in artikel 2.12, derde lid, onder a.
2. Het lid van het boordpersoneel aan wie het in het eerste lid bedoelde bevel is gegeven, is verplicht ademlucht te blazen in een voor het onderzoek bestemd apparaat en gevolg te geven aan alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen.
3. De in het tweede lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat het verlenen van medewerking aan een ademonderzoek voor hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in [artikel 2.12, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18). Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
4. In het geval, bedoeld in het derde lid, dan wel indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademonderzoek, kan de opsporingsambtenaar de verdachte vragen of hij zijn toestemming geeft tot het verrichten van een onderzoek als bedoeld in [artikel 2.12, derde lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01). Gelijke bevoegdheid heeft de opsporingsambtenaar, indien het vermoeden bestaat dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 2.12, eerste lid, van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert.
5. Indien het lid van het boordpersoneel zijn op grond van het vierde lid gevraagde toestemming niet verleent, kan de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie hem bevelen zich te onderwerpen aan een bloedonderzoek.
@@ -1534,7 +1534,7 @@
7. De in het zesde lid genoemde verplichtingen gelden niet voor de verdachte van wie aannemelijk is, dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is.
8. De krachtens het zevende lid vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloedonderzoek het gebruik van de in [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stoffen of het in 2.12, derde lid, onder **b** genoemde gehalte vast te stellen.
8. De krachtens het zevende lid vrijgestelde personen zijn verplicht mee te werken aan een door de officier van justitie, door een hulpofficier van justitie of door een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen ambtenaren van politie bevolen onderzoek teneinde op andere wijze dan door bloedonderzoek het gebruik van de in [artikel 2.12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van deze wet of paragraaf 7, onderdeel g, van bijlage IV bij de basisverordening bedoelde stoffen of het in 2.12, derde lid, onder **b** genoemde gehalte vast te stellen.
9. Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, kan hem met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe bij regeling van Onze Minister van Justitie aangewezen opsporingsambtenaren, door een arts de in het zesde lid bedoelde hoeveelheid bloed worden afgenomen. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Zo nodig kan hem overeenkomstig het bepaalde in het vijfde lid worden bevolen zijn medewerking te verlenen. De verdachte, aan wie een zodanig bevel is gegeven, is verplicht zijn medewerking te verlenen. Indien de verdachte weigert zijn medewerking te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd.
@@ -1544,15 +1544,15 @@
1. Op de eerste vordering van een opsporingsambtenaar is het lid van het boordpersoneel, tegen wie door een van die personen ter zake van overtreding van:
- a. [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), indien bij een onderzoek als bedoeld in het derde lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, van dat artikel blijkt of bij gebreke van een dergelijk onderzoek een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van het lid van het boordpersoneel hoger is dan tweehonderdzeventig microgram (270 µg) alcohol per liter uitgeademde lucht respectievelijk drievijfde milligram (0,6 mg) alcohol per milliliter bloed, of
- b. [artikel 11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), proces-verbaal wordt opgemaakt,
- a. [artikel 2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), indien bij een onderzoek als bedoeld in het derde lid, onderdeel a respectievelijk onderdeel b, van dat artikel blijkt of bij gebreke van een dergelijk onderzoek een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van het lid van het boordpersoneel hoger is dan tweehonderdzeventig microgram (270 µg) alcohol per liter uitgeademde lucht respectievelijk drievijfde milligram (0,6 mg) alcohol per milliliter bloed, of
- b. [artikel 11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), proces-verbaal wordt opgemaakt,
verplicht tot afgifte van het hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling.
2. Het ingevorderde bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling wordt, tegelijk met het proces-verbaal, onverwijld opgezonden aan de betrokken officier van justitie. Deze is bevoegd het ingevorderde bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling onder zich te houden, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak het lid van het boordpersoneel de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is ontzegd, tot het tijdstip waarop die uitspraak, voor wat betreft de bijkomende straf der ontzegging voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. In het laatste geval levert de ambtenaar, na het bovenbedoelde tijdstip, het bewijs van bevoegdheid of van gelijkstelling in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. Indien de officier van justitie binnen tien dagen na de dag van invordering niet gebruik maakt van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid, geeft hij het ingevorderde bewijs onverwijld terug aan de houder. Teruggave vindt eveneens plaats, indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid, dat aan de houder in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke ontzegging van een bevoegdheid als bedoeld in [artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke het bewijs is ingevorderd of ingevorderd geweest, of indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen.
3. Indien de officier van justitie binnen tien dagen na de dag van invordering niet gebruik maakt van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid, geeft hij het ingevorderde bewijs onverwijld terug aan de houder. Teruggave vindt eveneens plaats, indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid, dat aan de houder in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke ontzegging van een bevoegdheid als bedoeld in [artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke het bewijs is ingevorderd of ingevorderd geweest, of indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen.
4. De opsporingsambtenaar, die gebruik maakt van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid, en de officier van justitie, die gebruik maakt van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid, doen daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. Indien de officier van justitie het ingevorderde bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling aan de houder teruggeeft, doet hij daarvan op gelijke wijze mededeling.
@@ -1562,19 +1562,19 @@
##### Artikel 11.8
1. Indien het proces-verbaal, bedoeld in [artikel 11.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), betreft een lid van het boordpersoneel als bedoeld in [artikel 10.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), stelt de opsporingsambtenaar onverwijld, voor de afloop van de in [artikel 11.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde periode, de officier van justitie bij het gerecht, bedoeld in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=II), titel [I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=I), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=III) of [IV van de Wet militaire strafrechtspraak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=IV) daarvan in kennis.
1. Indien het proces-verbaal, bedoeld in [artikel 11.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), betreft een lid van het boordpersoneel als bedoeld in [artikel 10.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), stelt de opsporingsambtenaar onverwijld, voor de afloop van de in [artikel 11.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde periode, de officier van justitie bij het gerecht, bedoeld in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=II), titel [I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=I), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=III) of [IV van de Wet militaire strafrechtspraak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=IV) daarvan in kennis.
2. De officier van justitie, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd het betrokken lid van het boordpersoneel een vliegverbod op te leggen, totdat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan of, indien bij die uitspraak het lid van het boordpersoneel de bevoegdheid een luchtvaartuig te bedienen is ontzegd, tot het tijdstip waarop die uitspraak, voor wat betreft de bijkomende straf der ontzegging voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De betrokken officier van justitie stelt hiervan onverwijld Onze Minister van Defensie in kennis.
3. Indien de officier van justitie binnen tien dagen na de dag van invordering niet gebruik maakt van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid, heft hij het vliegverbod op. Opheffing vindt eveneens plaats, indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid, dat aan de houder in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke ontzegging van een bevoegdheid, bedoeld in [artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur wordt opgelegd dan de tijd gedurende welke het vliegverbod geldt, of indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van oplegging van het vliegverbod is aangevangen. De betrokken officier van justitie stelt hiervan onverwijld Onze Minister van Defensie in kennis.
3. Indien de officier van justitie binnen tien dagen na de dag van invordering niet gebruik maakt van de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid, heft hij het vliegverbod op. Opheffing vindt eveneens plaats, indien ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid, dat aan de houder in geval van veroordeling geen onvoorwaardelijke ontzegging van een bevoegdheid, bedoeld in [artikel 11.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur wordt opgelegd dan de tijd gedurende welke het vliegverbod geldt, of indien het onderzoek van de zaak op de terechtzitting niet binnen zes maanden na de dag van oplegging van het vliegverbod is aangevangen. De betrokken officier van justitie stelt hiervan onverwijld Onze Minister van Defensie in kennis.
4. In geval van toepassing van het tweede lid kan iedere belanghebbende bij klaagschrift daartegen in beroep komen. Artikel 11.7, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat het klaagschrift wordt ingediend bij de griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, bedoeld in [hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=II), titel [I](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=I), [III](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=III) of [IV van de Wet militaire strafrechtspraak](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004789&hoofdstuk=IV) en de beschikking van de rechtbank eveneens onverwijld aan Onze Minister van Defensie wordt betekend.
5. Ten aanzien van het vliegverbod, bedoeld in het tweede lid, is [artikel 11.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van overeenkomstige toepassing.
5. Ten aanzien van het vliegverbod, bedoeld in het tweede lid, is [artikel 11.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 11.8a
De [artikelen 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.5, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [11.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft of luchthaveninformatie verschaft als bedoeld in de [artikelen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [10.2 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of artikel 8c van de basisverordening dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van deze wet bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening, het verschaffen van luchthaveninformatie of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
De [artikelen 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.5, eerste, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [11.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op degene, die luchtverkeersdienstverlening geeft of luchthaveninformatie verschaft als bedoeld in de [artikelen 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [10.2 van deze wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of artikel 8c van de basisverordening dan wel een grondstation of een mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van deze wet bedient, met dien verstande, dat voor de toepassing van artikel 11.5 in plaats van het opleggen van een vliegverbod treedt het verbieden van het geven van luchtverkeersdienstverlening, het verschaffen van luchthaveninformatie of het gebruiken van een grondstation als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
##### Artikel 11.9
@@ -1582,37 +1582,37 @@
- a. handelt in strijd met de artikelen
- 1°. [1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 2°. [2.1, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.3, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 3°. [3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.19a, eerste en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.19c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19c&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.19e, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19e&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.19f, vijfde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19f&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.25, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.3&artikel=3.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 4°. [4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 5°. [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.6 tot en met 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 6°. [6.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.59&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 7°. [7.4, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.3&artikel=7.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 8°. [8.1a, eerste tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 10°. [10.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [10.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 11°. [11.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [11.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover het betreft de[artikelen 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 1°. [1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 2°. [2.1, eerste, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.3, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.6, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 3°. [3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.16, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.19a, eerste en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.19c, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19c&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.19e, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19e&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.19f, vijfde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.19f&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.22, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.25, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.2&artikel=3.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.3&artikel=3.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 4°. [4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 5°. [5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.6 tot en met 5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.10, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 6°. [6.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.59&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 7°. [7.4, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.3&artikel=7.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 8°. [8.1a, eerste tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 10°. [10.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [10.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.1&artikel=10.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [10.13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 11°. [11.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.2a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [11.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover het betreft de[artikelen 11.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. handelt in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen
- 1°. [1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover het bepaalde betrekking heeft op hoofdstuk II van de basisverordening;
- 2°. [2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [2.3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 3°. [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.23&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3,31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.3&artikel=3.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 4°. [5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn aangewezen als overtreding.
- 1°. [1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover het bepaalde betrekking heeft op hoofdstuk II van de basisverordening;
- 2°. [2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [2.3, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 3°. [3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&artikel=3.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.23&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3,31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.3&artikel=3.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 4°. [5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn aangewezen als overtreding.
2. De in het eerste lid van dit artikel strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.
@@ -1624,17 +1624,17 @@
- a. handelt in strijd met de artikelen
- 1°. [1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.2a&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 2°. [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 3°. [3.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [3.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- 4°. [11.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [11.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover het betreft de artikelen 11.5, 11.6 en 11.8, [11.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [11.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om gelijksoortige voorschriften als bedoeld in onderdeel a;
- c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om andersoortige voorschriften dan bedoeld in onderdeel a.
- 1°. [1.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.2a&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 2°. [2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&artikel=2.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 3°. [3.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [3.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&paragraaf=3.2.1&artikel=3.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- 4°. [11.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.6, tweede, zesde, achtste en negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.8, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [11.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover het betreft de artikelen 11.5, 11.6 en 11.8, [11.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [11.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om gelijksoortige voorschriften als bedoeld in onderdeel a;
- c. handelt in strijd met hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald, voor zover deze voorschriften bij ministeriële regeling als bedoeld in [artikel 1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.2&artikel=1.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn aangewezen als misdrijf en het gaat om andersoortige voorschriften dan bedoeld in onderdeel a.
2. De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.
@@ -1642,7 +1642,7 @@
##### Artikel 11.11
1. Bij veroordeling wegens overtreding van een der in [artikel 11.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), strafbaar gestelde feiten kan de bevoegdheid
1. Bij veroordeling wegens overtreding van een der in [artikel 11.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), strafbaar gestelde feiten kan de bevoegdheid
- a. aan boord van een luchtvaartuig werkzaamheden te verrichten als lid van het boordpersoneel,
@@ -1652,27 +1652,27 @@
voor ten hoogste drie jaren worden ontzegd.
2. Bij veroordeling wegens overtreding van een der in [artikel 11.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18), strafbaar gestelde feiten kan een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste zes jaren worden ontzegd.
3. Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten, genoemd in [artikel 11.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen, nog geen drie jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een der in [artikel 11.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde strafbare feiten de betrokkene een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste zes jaren worden ontzegd.
4. Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten, genoemd in [artikel 11.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18), nog geen zes jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten de betrokkene een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste twaalf jaren worden ontzegd.
2. Bij veroordeling wegens overtreding van een der in [artikel 11.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01), strafbaar gestelde feiten kan een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste zes jaren worden ontzegd.
3. Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten, genoemd in [artikel 11.9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen, nog geen drie jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten of wegens een der in [artikel 11.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde strafbare feiten de betrokkene een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste zes jaren worden ontzegd.
4. Indien tijdens het plegen van een der strafbare feiten, genoemd in [artikel 11.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01), nog geen zes jaren zijn verlopen na het einde van de tijdsduur waarvoor bij een vroegere onherroepelijke veroordeling wegens een van die strafbare feiten de betrokkene een bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid is ontzegd, kan hem die bevoegdheid voor ten hoogste twaalf jaren worden ontzegd.
5. Onder vroegere onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het derde onderscheidenlijk het vierde lid, wordt mede verstaan een vroegere onherroepelijke veroordeling door een strafrechter in een andere lidstaat van de Europese Unie wegens feiten soortgelijk aan de feiten, bedoeld in het derde onderscheidenlijk het vierde lid.
##### Artikel 11.12
1. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of een daarop aangetekende bevoegdverklaring krachtens [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet of krachtens de basisverordening is geschorst, verboden gedurende de tijd van schorsing werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
2. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling krachtens [artikel 11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is ingevorderd, verboden gedurende de tijd, dat het bewijs is ingevorderd, werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
3. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in [artikel 11.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is ontzegd, verboden gedurende de tijd, dat hem die bevoegdheid is ontzegd, die werkzaamheden te verrichten.
1. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of een daarop aangetekende bevoegdverklaring krachtens [artikel 2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet of krachtens de basisverordening is geschorst, verboden gedurende de tijd van schorsing werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
2. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat een hem afgegeven bewijs van bevoegdheid of bewijs van gelijkstelling krachtens [artikel 11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is ingevorderd, verboden gedurende de tijd, dat het bewijs is ingevorderd, werkzaamheden te verrichten, waartoe het geschorste bewijs of de geschorste bevoegdverklaring de bevoegdheid gaf.
3. Het is degene, die weet of redelijkerwijs moet weten, dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in [artikel 11.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is ontzegd, verboden gedurende de tijd, dat hem die bevoegdheid is ontzegd, die werkzaamheden te verrichten.
##### Artikel 11.13
1. Bij de toepassing van [artikel 11.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gaat de bijkomende straf in en verliest elk aan de veroordeelde ingevolge [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet of de basisverordening afgegeven bewijs van bevoegdheid of ingevolge [artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van deze wet afgegeven bewijs van gelijkstelling zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak voor wat genoemde bijkomende straf betreft, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De uitspraak is, voor wat de bijkomende straf betreft, niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn, waarvoor hem bij een of meer andere rechterlijke uitspraken die bevoegdheid is ontzegd, nog niet verstreken is.
2. Bij de rechterlijke uitspraak kan worden bepaald, dat de tijd, gedurende welke het bewijs van bevoegdheid van de veroordeelde ingevolge [artikel 11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor het tijdstip, waarop de uitspraak voor wat betreft de in dit artikel genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, dan wel ingevolge [artikel 11.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), een vliegverbod is opgelegd, op de duur van de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht.
1. Bij de toepassing van [artikel 11.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gaat de bijkomende straf in en verliest elk aan de veroordeelde ingevolge [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet of de basisverordening afgegeven bewijs van bevoegdheid of ingevolge [artikel 2.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van deze wet afgegeven bewijs van gelijkstelling zijn geldigheid voor de duur van de ontzegging, zodra de rechterlijke uitspraak voor wat genoemde bijkomende straf betreft, voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden. De uitspraak is, voor wat de bijkomende straf betreft, niet voor tenuitvoerlegging vatbaar, zolang de termijn, waarvoor hem bij een of meer andere rechterlijke uitspraken die bevoegdheid is ontzegd, nog niet verstreken is.
2. Bij de rechterlijke uitspraak kan worden bepaald, dat de tijd, gedurende welke het bewijs van bevoegdheid van de veroordeelde ingevolge [artikel 11.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor het tijdstip, waarop de uitspraak voor wat betreft de in dit artikel genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingehouden is geweest, dan wel ingevolge [artikel 11.8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), een vliegverbod is opgelegd, op de duur van de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf geheel of gedeeltelijk in mindering zal worden gebracht.
3. Voor wat betreft de in het eerste lid bedoelde bijkomende straf is [artikel 557, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001903&artikel=557) op rechterlijke uitspraken niet van toepassing.
@@ -1710,15 +1710,15 @@
2. De in het eerste lid bedoelde vermogensbestanddelen gaan op de datum van inwerkingtreding van deze wet onder algemene titel over op de LVNL tegen een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën te bepalen waarde.
3. De in [het eerste lid van dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=12&artikel=12.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde overgang van vermogensbestanddelen wordt aangemerkt als storting op geldleningen van de Staat aan de LVNL. De voorwaarden van de geldlening worden door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën vastgesteld, waarbij een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met onze Minister van Financiën te bepalen deel van het te lenen bedrag achtergesteld zal zijn bij alle andere verplichtingen van de LVNL.
4. Ten aanzien van de in [het eerste lid van dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=12&artikel=12.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
3. De in [het eerste lid van dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=12&artikel=12.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde overgang van vermogensbestanddelen wordt aangemerkt als storting op geldleningen van de Staat aan de LVNL. De voorwaarden van de geldlening worden door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën vastgesteld, waarbij een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met onze Minister van Financiën te bepalen deel van het te lenen bedrag achtergesteld zal zijn bij alle andere verplichtingen van de LVNL.
4. Ten aanzien van de in [het eerste lid van dit artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=12&artikel=12.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde vermogensbestanddelen welke in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van Onze Minister van Financiën aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
5. Ter zake van de verkrijging door de LVNL van de vermogensbestanddelen bedoeld in het eerste lid, blijft de heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
##### Artikel 12.6
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) benoemt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de leden van de raad van toezicht, bedoeld in [artikel 5.31, tweede lid onder a, b, c, en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) de eerste maal als volgt:
In afwijking van het bepaalde in [artikel 5.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) benoemt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de leden van de raad van toezicht, bedoeld in [artikel 5.31, tweede lid onder a, b, c, en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.3&paragraaf=5.3.3&artikel=5.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) de eerste maal als volgt:
- a. een lid wordt benoemd op voordracht van Onze Minister van Defensie;
@@ -1836,7 +1836,7 @@
2. Voor het gebied dat ligt binnen het luchthavengebied of het beperkingengebied, waarvoor geen bestemmingsplan of beheersverordening geldt dat in overeenstemming is met het besluit, geldt het besluit als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in [artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.7). Voor zover het besluit geldt als voorbereidingsbesluit, is [artikel 3.7, vijfde lid, van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.7) niet van toepassing.
3. De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar nadat het besluit in werking is getreden het bestemmingsplan of de beheersverordening overeenkomstig het besluit vast te stellen.
3. De gemeenteraad is verplicht binnen een jaar of een andere bij het besluit te bepalen termijn nadat het besluit in werking is getreden het bestemmingsplan of de beheersverordening overeenkomstig het besluit vast te stellen.
4. Indien een bestemmingsplan of een beheersverordening niet in overeenstemming is met het besluit, is het college van burgemeester en wethouders verplicht aan degenen die inzage verlangen in het bestemmingsplan of de beheersverordening, tevens inzage te verlenen in het besluit.
@@ -1852,13 +1852,17 @@
5. De verklaring van geen bezwaar die betrekking heeft op het beperkingengebied kan worden geweigerd met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven.
6.
[Artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=10:31) is niet van toepassing met betrekking tot de verklaring van geen bezwaar.
##### Artikel 8.10
Voor zover het ontwerp van een bestemmingsplan zijn grondslag vindt in de uitvoering van het luchthavenindelingbesluit is [artikel 3.8, eerste lid, onderdeel d, van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.8) niet van toepassing.
##### Artikel 8.11
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge [hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8) worden een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft als één besluit aangemerkt.
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge [hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&hoofdstuk=8) worden een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en het besluit waarop de verklaring betrekking heeft als één besluit aangemerkt.
##### Artikel 8.12
@@ -1922,7 +1926,7 @@
- c. de grenswaarden voor de emissie van de stoffen die lokale luchtverontreiniging veroorzaken.
6. Het besluit kan ten aanzien van de in het tweede en derde lid bedoelde onderwerpen, grenzen stellen aan de maatregelen die de inspecteur-generaal op grond van [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18) kan treffen.
6. Het besluit kan ten aanzien van de in het tweede en derde lid bedoelde onderwerpen, grenzen stellen aan de maatregelen die de inspecteur-generaal op grond van [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01) kan treffen.
7. Elk besluit, volgend op het eerste luchthavenverkeerbesluit, biedt een beschermingsniveau ten aanzien van externe veiligheid, geluidbelasting en lokale luchtverontreiniging, dat voor ieder van deze aspecten, gemiddeld op jaarbasis vastgesteld, per saldo gelijkwaardig is aan of beter is dan het niveau zoals dat geboden werd door het eerste besluit.
@@ -1930,7 +1934,7 @@
##### Artikel 8.18
De exploitant van de luchthaven, de verlener van luchtverkeersdiensten en de luchtvaartmaatschappijen bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig het luchthavenverkeerbesluit. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in [artikel 8.17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde grenswaarden niet overschrijdt.
De exploitant van de luchthaven, de verlener van luchtverkeersdiensten en de luchtvaartmaatschappijen bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig het luchthavenverkeerbesluit. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de in [artikel 8.17, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde grenswaarden niet overschrijdt.
##### Artikel 8.19
@@ -1970,7 +1974,7 @@
2. Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
3. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. De [artikelen 8.18 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
3. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. De [artikelen 8.18 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
@@ -2014,13 +2018,13 @@
1. De exploitant van de luchthaven verstrekt de inspecteur-generaal:
- a. de op grond van [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.2&artikel=8.27&z=2016-01-18&g=2016-01-18) geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.2&artikel=8.27&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde metingen en berekeningen.
2. De exploitant, de verlener van luchtverkeersdiensten en de luchtvaartmaatschappijen verstrekken de inspecteur-generaal gegevens over de ter uitvoering van [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen voorzieningen.
3. De exploitant verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18). De verlener van luchtverkeersdiensten verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in de [artikelen 8.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
- a. de op grond van [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.2&artikel=8.27&z=2016-11-01&g=2016-11-01) geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in [artikel 8.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.2&artikel=8.27&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde metingen en berekeningen.
2. De exploitant, de verlener van luchtverkeersdiensten en de luchtvaartmaatschappijen verstrekken de inspecteur-generaal gegevens over de ter uitvoering van [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen voorzieningen.
3. De exploitant verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01). De verlener van luchtverkeersdiensten verstrekt de inspecteur-generaal gegevens over de afwijkingen, bedoeld in de [artikelen 8.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de gegevensverstrekking.
@@ -2028,9 +2032,9 @@
1. De inspecteur-generaal brengt elk half jaar aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verslag uit over de veiligheids- en milieuaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van:
- a. de ter uitvoering van [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen voorzieningen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen;
- b. de ter uitvoering van [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van die maatregelen.
- a. de ter uitvoering van [artikel 8.18](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.18&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen voorzieningen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen;
- b. de ter uitvoering van [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en de doeltreffendheid van die maatregelen.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de verslaglegging.
@@ -2082,7 +2086,7 @@
##### Artikel 8.36
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt nadere regels omtrent de taak en de samenstelling van de commissie. Daarbij wordt bepaald welke in [artikel 8.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde gemeenten en luchtvaartmaatschappijen in de commissie vertegenwoordigd zijn.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt nadere regels omtrent de taak en de samenstelling van de commissie. Daarbij wordt bepaald welke in [artikel 8.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde gemeenten en luchtvaartmaatschappijen in de commissie vertegenwoordigd zijn.
##### Artikel 8.37
@@ -2118,7 +2122,7 @@
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van:
- a. de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- a. de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, met uitzondering van verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. het bepaalde bij of krachtens de volgende EG verordeningen:
@@ -2148,13 +2152,13 @@
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. [artikel 5.14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14c&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. [artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- c. [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto de artikelen 8.12 en 8.19 tot en met 8.21, [8.77, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in [artikel 8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23&z=2016-01-18&g=2016-01-18), 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.23 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23;
- d. [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.4&artikel=7.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of van een maatregel als bedoeld in [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto artikel 8.22 of [8.77, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2.1&artikel=8.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- a. [artikel 5.14c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14c&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. [artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- c. [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto de artikelen 8.12 en 8.19 tot en met 8.21, [8.77, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in [artikel 8.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23&z=2016-11-01&g=2016-11-01), 8.70, tweede lid, juncto artikel 8.23 of 8.77, tweede lid, juncto artikel 8.23;
- d. [artikel 7.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.4&artikel=7.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of van een maatregel als bedoeld in [artikel 8.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.70, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.70&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto artikel 8.22 of [8.77, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.3&paragraaf=8.4.3.2&artikel=8.77&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto [artikel 8.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2.1&artikel=8.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- e. het bepaalde bij of krachtens:
@@ -2206,7 +2210,7 @@
##### Artikel 6.50
Deze titel is, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de[artikelen 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [6.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.56&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [6.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.57&z=2016-01-18&g=2016-01-18), niet van toepassing op het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1).
Deze titel is, met uitzondering van het bepaalde bij of krachtens de[artikelen 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [6.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.56&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [6.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.57&z=2016-11-01&g=2016-11-01), niet van toepassing op het vervoer van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, van de Kernenergiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002402&artikel=1).
##### Artikel 6.51
@@ -2224,7 +2228,7 @@
##### Artikel 6.53
1. De regels, bedoeld in [artikel 6.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), kunnen onder meer betrekking hebben op:
1. De regels, bedoeld in [artikel 6.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. de eisen ten aanzien van constructie, inrichting en uitrusting van luchtvaartuigen, waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
@@ -2242,7 +2246,7 @@
- h. de keuring van de inrichtingen, voertuigen of werktuigen, bedoeld in onderdeel g;
- i. de melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling, als bedoeld in [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- i. de melding voorafgaande aan het verrichten van een handeling, als bedoeld in [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- j. het opstellen van een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of lossen van door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daartoe aangewezen stoffen;
@@ -2284,7 +2288,7 @@
- c. de houder krachtens de hem verleende erkenning werkzaamheden verricht, waartoe deze niet erkend is;
- d. de houder handelt in strijd met de[artikelen 6.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- d. de houder handelt in strijd met de[artikelen 6.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- e. de erkenning gedurende ten minste drie maanden is geschorst;
@@ -2294,7 +2298,7 @@
##### Artikel 6.56
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu erkent een opleiding voor een theoretisch of praktisch examen als opleiding voor een theoretisch of praktisch examen benodigd ter verkrijging van een erkenning, als bedoeld in [artikel 6.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18), indien die opleiding voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu erkent een opleiding voor een theoretisch of praktisch examen als opleiding voor een theoretisch of praktisch examen benodigd ter verkrijging van een erkenning, als bedoeld in [artikel 6.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01), indien die opleiding voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de erkenning van een opleiding intrekken, wanneer die opleiding niet meer aan de krachtens het eerste lid gestelde eisen voldoet.
@@ -2302,7 +2306,7 @@
##### Artikel 6.57
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ter uitvoering van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties natuurlijke personen of rechtspersonen, die handelingen als bedoeld in [artikel 6.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18), verrichten op zodanige wijze, dat deze voldoen aan eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gestelde eisen, erkennen als erkende bedrijven voor zover die bedrijven erkend zijn door de bevoegde autoriteit van een bij ministeriële regeling aangewezen land of internationale organisatie. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ter uitvoering van internationale overeenkomsten of besluiten van volkenrechtelijke organisaties natuurlijke personen of rechtspersonen, die handelingen als bedoeld in [artikel 6.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01), verrichten op zodanige wijze, dat deze voldoen aan eisen, welke gelijkwaardig zijn aan de krachtens [artikel 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gestelde eisen, erkennen als erkende bedrijven voor zover die bedrijven erkend zijn door de bevoegde autoriteit van een bij ministeriële regeling aangewezen land of internationale organisatie. Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
##### Artikel 6.58
@@ -2334,13 +2338,13 @@
##### Artikel 6.60
1. Degene, die een handeling als bedoeld in [artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), verricht, is verplicht, indien zich daarbij voorvallen gevaarlijke stoffen voordoen waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is ontstaan of is te duchten, daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie.
1. Degene, die een handeling als bedoeld in [artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), verricht, is verplicht, indien zich daarbij voorvallen gevaarlijke stoffen voordoen waardoor gevaar voor de openbare veiligheid is ontstaan of is te duchten, daarvan onverwijld mededeling te doen aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de procedure en de wijze van mededeling als bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 6.61
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie kan van degenen die handelingen verrichten als bedoeld in [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18) , alle inlichtingen of documenten vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen gevaarlijke stoffen als bedoeld in [artikel 6.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie kan van degenen die handelingen verrichten als bedoeld in [artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01) , alle inlichtingen of documenten vragen die naar zijn redelijk oordeel nodig zijn ten behoeve van het analyseren van voorvallen gevaarlijke stoffen als bedoeld in [artikel 6.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De betrokkenen zijn verplicht de gevraagde inlichtingen volledig en naar waarheid te verstrekken binnen een door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu respectievelijk Onze Minister van Defensie in redelijkheid te stellen termijn.
@@ -2394,25 +2398,25 @@
##### Artikel 10.6
1. [Titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is niet van toepassing op internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
2. [Titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is, met uitzondering van [artikel 6.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), niet van toepassing op nationaal vervoer van ontplofbare stoffen of voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
3. [Artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), geldt niet voor het nationale vervoer van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen, niet zijnde ontplofbare stoffen of voorwerpen, behorend tot de operationele uitrusting of het wapensysteem van een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, of behorend tot de uitrusting van personen die met een dergelijk luchtvaartuig worden vervoerd, indien aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur terzake gestelde regels is voldaan.
4. [Artikel 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is niet van toepassing op het door personeel van de krijgsmacht verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen ten aanzien van het nationaal vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan ontplofbare stoffen of voorwerpen,met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
5. De[artikelen 6.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [6.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [6.61a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing op het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen en het nationaal vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is met dien verstande dat:
- a. in [artikel 6.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-01-18&g=2016-01-18), in plaats van «als bedoeld in [artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18),» wordt gelezen «als bedoeld in [artikel 10.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18)»;
- b. in [artikel 6.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61&z=2016-01-18&g=2016-01-18), in plaats van «[artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18)» wordt gelezen [artikel 10.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. [Titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is niet van toepassing op internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
2. [Titel 6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is, met uitzondering van [artikel 6.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), niet van toepassing op nationaal vervoer van ontplofbare stoffen of voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
3. [Artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), geldt niet voor het nationale vervoer van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevaarlijke stoffen, niet zijnde ontplofbare stoffen of voorwerpen, behorend tot de operationele uitrusting of het wapensysteem van een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, of behorend tot de uitrusting van personen die met een dergelijk luchtvaartuig worden vervoerd, indien aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur terzake gestelde regels is voldaan.
4. [Artikel 6.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is niet van toepassing op het door personeel van de krijgsmacht verrichten van de in dat artikel bedoelde handelingen ten aanzien van het nationaal vervoer van andere gevaarlijke stoffen dan ontplofbare stoffen of voorwerpen,met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
5. De[artikelen 6.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [6.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [6.61a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing op het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen en het nationaal vervoer van ontplofbare stoffen en voorwerpen met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is met dien verstande dat:
- a. in [artikel 6.60, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.60&z=2016-11-01&g=2016-11-01), in plaats van «als bedoeld in [artikel 6.51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01),» wordt gelezen «als bedoeld in [artikel 10.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01)»;
- b. in [artikel 6.61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.61&z=2016-11-01&g=2016-11-01), in plaats van «[artikel 6.51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01)» wordt gelezen [artikel 10.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 10.7
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gedaan op voordracht van Onze Minister van Defensie, worden regels gegeven inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen met een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, het daartoe aanbieden of aannemen, alsmede het laden in of lossen uit een dergelijk luchtvaartuig of het tijdens het vervoer neerleggen van bedoelde stoffen. De [artikelen 6.51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gedaan op voordracht van Onze Minister van Defensie , worden regels gegeven inzake het nationaal vervoer van ontplofbare stoffen of voorwerpen met een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, het daartoe aanbieden of aannemen alsmede het laden in of lossen uit een dergelijk luchtvaartuig of het tijdens het vervoer neerleggen van bedoelde stoffen of voorwerpen. De [artikelen 6.51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gedaan op voordracht van Onze Minister van Defensie, worden regels gegeven inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen met een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, het daartoe aanbieden of aannemen, alsmede het laden in of lossen uit een dergelijk luchtvaartuig of het tijdens het vervoer neerleggen van bedoelde stoffen. De [artikelen 6.51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, gedaan op voordracht van Onze Minister van Defensie , worden regels gegeven inzake het nationaal vervoer van ontplofbare stoffen of voorwerpen met een luchtvaartuig waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is, het daartoe aanbieden of aannemen alsmede het laden in of lossen uit een dergelijk luchtvaartuig of het tijdens het vervoer neerleggen van bedoelde stoffen of voorwerpen. De [artikelen 6.51, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [6.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.52&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. De bedoelde regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
@@ -2440,13 +2444,13 @@
##### Artikel 10.8
1. Onze Minister van Defensie kan ontheffing verlenen van de krachtens [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gegeven regels, wanneer de taakuitvoering met militaire luchtvaartuigen meebrengt, dat die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar komt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
2. Het[tweede tot en met het vijfde lid van artikel 6.58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister van Defensie kan ontheffing verlenen van de krachtens [artikel 10.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.2&artikel=10.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gegeven regels, wanneer de taakuitvoering met militaire luchtvaartuigen meebrengt, dat die regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden en de veiligheid van het luchtverkeer met het verlenen van de ontheffing niet in gevaar komt. Aan de ontheffing kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
2. Het[tweede tot en met het vijfde lid van artikel 6.58](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.5&artikel=6.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.9
[Titel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is niet van toepassing op vervoer van dieren met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
[Titel 6.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=6&titeldeel=6.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is niet van toepassing op vervoer van dieren met luchtvaartuigen waarvan de krijgsmacht of de krijgsmacht van een andere mogendheid houder is.
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
@@ -2522,11 +2526,11 @@
##### Artikel 9.7
1. In afwijking van [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) richt Onze Minister van Defensie, voordat hij de hem krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) toekomende bevoegdheid uitoefent, een verzoek aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu om aan de behoefte gesteld door Onze Minister van Defensie te voldoen. Onze Minister van Defensie oefent de bevoegdheid krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) niet uit dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te kennen heeft gegeven niet te zullen voldoen aan dit verzoek.
1. In afwijking van [artikel 1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=1&titeldeel=1.1&artikel=1.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) richt Onze Minister van Defensie, voordat hij de hem krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) toekomende bevoegdheid uitoefent, een verzoek aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu om aan de behoefte gesteld door Onze Minister van Defensie te voldoen. Onze Minister van Defensie oefent de bevoegdheid krachtens [artikel 9.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) niet uit dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te kennen heeft gegeven niet te zullen voldoen aan dit verzoek.
2. In dringende omstandigheden kan Onze Minister van Defensie afwijken van het eerste lid. Hij stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daarvan terstond in kennis. Zodra de omstandigheden dat naar het oordeel van Onze Minister van Defensie en van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu toelaten, wordt aan de door Onze Minister van Defensie gestelde behoefte voldaan door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. Indien de in [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18) toegekende bevoegdheid door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt uitgeoefend op verzoek van Onze Minister van Defensie als bedoeld in het eerste lid, vindt toekenning van een vergoeding krachtens [artikel 9.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), plaats in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. Deze vergoeding komt voor rekening van Onze Minister van Defensie.
3. Indien de in [artikel 9.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01) toegekende bevoegdheid door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wordt uitgeoefend op verzoek van Onze Minister van Defensie als bedoeld in het eerste lid, vindt toekenning van een vergoeding krachtens [artikel 9.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=9&artikel=9.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), plaats in overeenstemming met Onze Minister van Defensie. Deze vergoeding komt voor rekening van Onze Minister van Defensie.
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
@@ -2666,7 +2670,7 @@
1. De AOC wordt afgegeven voor een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen termijn, welke termijn voor de verschillende AOC's verschillend kan zijn.
2. Op aanvraag van de houder verlengt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de AOC, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens [artikel 4.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), gestelde eisen.
2. Op aanvraag van de houder verlengt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de AOC, indien wordt voldaan aan de bij of krachtens [artikel 4.1, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), gestelde eisen.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een AOC op verzoek van de houder wijzigen.
@@ -2678,7 +2682,7 @@
- c. redenen van nationaal of internationaal beleid op het gebied van de vluchtuitvoering zulks vereisen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en dit artikel. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gegeven met betrekking tot [artikel 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en dit artikel. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op:
- a. de aanvraag om afgifte van een AOC of een wijziging of verlenging daarvan, en
@@ -2730,7 +2734,7 @@
##### Artikel 4.7
De[artikelen 4.1 tot en met 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn niet van toepassing op de vluchtuitvoering ten behoeve van douane- en politiedoeleinden.
De[artikelen 4.1 tot en met 4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn niet van toepassing op de vluchtuitvoering ten behoeve van douane- en politiedoeleinden.
##### Artikel 4.8
@@ -2842,7 +2846,7 @@
##### Artikel 8.25a
De exploitant van de luchthaven is verplicht tot exploitatie van de luchthaven en treft met inachtneming van [artikel 8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2.1&artikel=8.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18) daartoe de voorzieningen die nodig zijn voor een goede afwikkeling van het luchthavenluchtverkeer en het daarmee samenhangende personen- en goederenvervoer op de luchthaven.
De exploitant van de luchthaven is verplicht tot exploitatie van de luchthaven en treft met inachtneming van [artikel 8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2.1&artikel=8.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01) daartoe de voorzieningen die nodig zijn voor een goede afwikkeling van het luchthavenluchtverkeer en het daarmee samenhangende personen- en goederenvervoer op de luchthaven.
##### Artikel 8.25b
@@ -2856,7 +2860,7 @@
##### Artikel 8.25c
Indien een ernstig vermoeden bestaat dat een omstandigheid als bedoeld in [artikel 8.25b, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25b&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zich dreigt voor te doen, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de exploitant van de luchthaven een aanwijzing geven om binnen een door hem te stellen termijn maatregelen te treffen ter voorkoming van wanbeheer.
Indien een ernstig vermoeden bestaat dat een omstandigheid als bedoeld in [artikel 8.25b, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25b&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zich dreigt voor te doen, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu de exploitant van de luchthaven een aanwijzing geven om binnen een door hem te stellen termijn maatregelen te treffen ter voorkoming van wanbeheer.
##### Artikel 8.25d
@@ -2902,9 +2906,9 @@
##### Artikel 8.25e
1. Voorafgaand aan de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), doet de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers van de luchthaven en representatieve organisaties mededeling van een voorstel van deze tarieven en voorwaarden met een omschrijving van de daarvoor te leveren diensten, alsmede een toelichting, inhoudende een economische onderbouwing en een omschrijving, aan de hand van indicatoren, van het kwaliteitsniveau van de aangeboden diensten ten behoeve van het gebruik van de luchthaven.
2. Voorafgaand aan het voorstel voor de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), verstrekken de gebruikers aan de exploitant de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorgeschreven informatie.
1. Voorafgaand aan de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), doet de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers van de luchthaven en representatieve organisaties mededeling van een voorstel van deze tarieven en voorwaarden met een omschrijving van de daarvoor te leveren diensten, alsmede een toelichting, inhoudende een economische onderbouwing en een omschrijving, aan de hand van indicatoren, van het kwaliteitsniveau van de aangeboden diensten ten behoeve van het gebruik van de luchthaven.
2. Voorafgaand aan het voorstel voor de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), verstrekken de gebruikers aan de exploitant de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorgeschreven informatie.
3. De exploitant van de luchthaven raadpleegt de gebruikers van de luchthaven en representatieve organisaties over het voorstel, bedoeld in het eerste lid, alvorens de tarieven en voorwaarden vast te stellen.
@@ -2924,7 +2928,7 @@
##### Artikel 8.25f
1. Indien binnen vier weken na de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden bij de Autoriteit Consument en Markt een aanvraag van een gebruiker of van een representatieve organisatie is ingediend tot vaststelling of de tarieven en voorwaarden in strijd zijn met bij of krachtens deze wet gestelde regels, treden de tarieven en voorwaarden op de voorgenomen ingangsdatum niet in werking. De Autoriteit Consument en Markt deelt de exploitant van de luchthaven terstond mede dat een aanvraag van een gebruiker of van een representatieve organisatie is ontvangen.
1. Indien binnen vier weken na de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden bij de Autoriteit Consument en Markt een aanvraag van een gebruiker of van een representatieve organisatie is ingediend tot vaststelling of de tarieven en voorwaarden in strijd zijn met bij of krachtens deze wet gestelde regels, treden de tarieven en voorwaarden op de voorgenomen ingangsdatum niet in werking. De Autoriteit Consument en Markt deelt de exploitant van de luchthaven terstond mede dat een aanvraag van een gebruiker of van een representatieve organisatie is ontvangen.
2. De Autoriteit Consument en Markt neemt binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag een besluit omtrent de inwerkingtreding van de door de exploitant vastgestelde tarieven en voorwaarden. De Autoriteit Consument en Markt wijst daarbij de tarieven en voorwaarden aan waarvoor, gelet op de aanvraag, de in het eerste lid bedoelde opschorting van de inwerkingtreding noodzakelijk blijft. In plaats van deze aangewezen tarieven en voorwaarden hanteert de exploitant de tarieven en voorwaarden die golden in de periode voorafgaand aan de periode waarvoor de aangewezen tarieven en voorwaarden waren vastgesteld. De tarieven en voorwaarden die niet zijn aangewezen, treden op de door de exploitant voorgenomen ingangsdatum in werking. Het nemen van een besluit als bedoeld in de eerste volzin, blijft achterwege indien binnen de daarin genoemde termijn een besluit over de aanvraag kan worden genomen.
@@ -2936,23 +2940,23 @@
6. Eventuele verschillen in tarieven, voortvloeiende uit beslissingen van de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in het eerste tot en met vijfde lid, worden vereffend bij de hernieuwde vaststelling van de tarieven en voorwaarden.
7. Het eerste lid en [artikel 8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn niet van toepassing op de vaststelling van tarieven en voorwaarden als bedoeld in het vierde lid.
8. De exploitant van de luchthaven hanteert de ingevolge het vierde lid vastgestelde tarieven en voorwaarden gedurende het resterende deel van de periode waarvoor de tarieven en voorwaarden overeenkomstig [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), waren vastgesteld.
7. Het eerste lid en [artikel 8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn niet van toepassing op de vaststelling van tarieven en voorwaarden als bedoeld in het vierde lid.
8. De exploitant van de luchthaven hanteert de ingevolge het vierde lid vastgestelde tarieven en voorwaarden gedurende het resterende deel van de periode waarvoor de tarieven en voorwaarden overeenkomstig [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), waren vastgesteld.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt en omtrent de vaststelling van tarieven en voorwaarden, bedoeld in het vierde lid.
##### Artikel 8.25g
1. De exploitant van de luchthaven stelt een toerekeningssysteem vast voor de kosten en opbrengsten van de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), dat voldoet aan de eisen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit. De exploitant van de luchthaven legt het toerekeningssysteem ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
2. De exploitant van de luchthaven voert voor de activiteiten met betrekking tot het gebruik van de luchthaven door gebruikers een gescheiden administratie binnen de boekhouding, waarbinnen de kosten en opbrengsten van de uitvoering van de beveiliging van passagiers en hun bagage, bedoeld in [artikel 8.25d, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), afzonderlijk worden geadministreerd.
3. Op grond van de gescheiden administratie binnen de boekhouding, bedoeld in het tweede lid, stelt de exploitant van de luchthaven jaarlijks een financiële verantwoording op over het voorafgaande boekjaar, die bestaat uit een afzonderlijke exploitatierekening en een overzicht van de toegedeelde materiële vaste activa voor het geheel van de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18). De financiële verantwoording bevat een toelichting en is voorzien van een verklaring van een onafhankelijke accountant.
1. De exploitant van de luchthaven stelt een toerekeningssysteem vast voor de kosten en opbrengsten van de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), dat voldoet aan de eisen van marktconformiteit, proportionaliteit en integraliteit. De exploitant van de luchthaven legt het toerekeningssysteem ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
2. De exploitant van de luchthaven voert voor de activiteiten met betrekking tot het gebruik van de luchthaven door gebruikers een gescheiden administratie binnen de boekhouding, waarbinnen de kosten en opbrengsten van de uitvoering van de beveiliging van passagiers en hun bagage, bedoeld in [artikel 8.25d, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), afzonderlijk worden geadministreerd.
3. Op grond van de gescheiden administratie binnen de boekhouding, bedoeld in het tweede lid, stelt de exploitant van de luchthaven jaarlijks een financiële verantwoording op over het voorafgaande boekjaar, die bestaat uit een afzonderlijke exploitatierekening en een overzicht van de toegedeelde materiële vaste activa voor het geheel van de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01). De financiële verantwoording bevat een toelichting en is voorzien van een verklaring van een onafhankelijke accountant.
4. De exploitant van de luchthaven legt binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van de exploitant van de luchthaven de financiële verantwoording over het voorafgaande boekjaar tezamen met de verklaring van de onafhankelijke accountant, over aan de Autoriteit Consument en Markt en de gebruikers die daarom verzoeken.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inrichting en goedkeuring van het toerekeningssysteem, bedoeld in het eerste lid, de toedeling van activa aan de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), de inrichting van de gescheiden administratie binnen de boekhouding, bedoeld in het tweede lid, en omtrent de financiële verantwoording, bedoeld in het derde lid.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de inrichting en goedkeuring van het toerekeningssysteem, bedoeld in het eerste lid, de toedeling van activa aan de activiteiten, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), de inrichting van de gescheiden administratie binnen de boekhouding, bedoeld in het tweede lid, en omtrent de financiële verantwoording, bedoeld in het derde lid.
6. Op de voorbereiding van een besluit omtrent goedkeuring van het toerekeningssysteem is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
@@ -2962,11 +2966,11 @@
##### Artikel 8.25ga
De exploitant van de luchthaven zendt de Autoriteit Consument en Markt en de gebruikers binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een rapportage omtrent het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de geleverde diensten ten behoeve van het gebruik van de luchthaven, bedoeld in [artikel 8.25e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18), over het voorafgaande boekjaar, mede aan de hand van ervaringen van passagiers. De rapportage omtrent het gerealiseerde kwaliteitsniveau geschiedt aan de hand van de indicatoren, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid.
De exploitant van de luchthaven zendt de Autoriteit Consument en Markt en de gebruikers binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een rapportage omtrent het gerealiseerde kwaliteitsniveau van de geleverde diensten ten behoeve van het gebruik van de luchthaven, bedoeld in [artikel 8.25e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01), over het voorafgaande boekjaar, mede aan de hand van ervaringen van passagiers. De rapportage omtrent het gerealiseerde kwaliteitsniveau geschiedt aan de hand van de indicatoren, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid.
##### Artikel 8.25h
1. De exploitant van de luchthaven zendt de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en van de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. De exploitant van de luchthaven zendt de Autoriteit Consument en Markt een afschrift van de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25d, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en van de mededeling, bedoeld in [artikel 8.25e, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De exploitant van de luchthaven verleent binnen de door de Autoriteit Consument en Markt gestelde termijn alle medewerking die deze redelijkerwijs kan verlangen bij de uitoefening van haar bevoegdheden op grond van deze wet.
@@ -2984,7 +2988,7 @@
##### Artikel 8.25j
Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van de [artikelen 8.25d tot en met 8.25g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18) wordt gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.
Een voordracht voor een algemene maatregel van bestuur op grond van de [artikelen 8.25d tot en met 8.25g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01) wordt gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken.
#### § 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
@@ -2994,7 +2998,7 @@
##### Artikel 8.29a
1. De exploitant van de luchthaven brengt elke drie jaar, of zoveel eerder als Onze Minister van Infrastructuur en Milieu nodig oordeelt, aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verslag uit over de exploitatie van de luchthaven. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van [artikel 8.25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen voorzieningen, een overzicht van alle daartoe relevante gegevens en een beschrijving van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen.
1. De exploitant van de luchthaven brengt elke drie jaar, of zoveel eerder als Onze Minister van Infrastructuur en Milieu nodig oordeelt, aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verslag uit over de exploitatie van de luchthaven. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van [artikel 8.25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen voorzieningen, een overzicht van alle daartoe relevante gegevens en een beschrijving van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die voorzieningen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de verslaggeving.
@@ -3010,9 +3014,9 @@
##### Artikel 11.2b
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ten behoeve van het toezicht op de naleving van de verplichting, bedoeld in [artikel 8.25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), een onderzoek instellen bij de exploitant van de luchthaven.
2. Met het onderzoek zijn belast de krachtens [artikel 11.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), aangewezen toezichthouders.
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ten behoeve van het toezicht op de naleving van de verplichting, bedoeld in [artikel 8.25a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), een onderzoek instellen bij de exploitant van de luchthaven.
2. Met het onderzoek zijn belast de krachtens [artikel 11.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), aangewezen toezichthouders.
3. In afwijking van het tweede lid, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu het onderzoek laten verrichten door een of meer aangewezen deskundigen.
@@ -3028,13 +3032,13 @@
##### Artikel 11.14a
De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bepaalde.
De Autoriteit Consument en Markt is belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de [artikelen 8.25d tot en met 8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bepaalde.
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
##### Artikel 11.21
Onze Minister van Defensie is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.13, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.32&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
Onze Minister van Defensie is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen als bedoeld in de [artikelen 10.13, tweede of derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.32&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -3058,7 +3062,7 @@
##### Artikel 7.2
1. Gegevens ontvangen uit een in [artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde melding, dan wel ontvangen van een lidstaat van de Europese Unie naar aanleiding van een soortgelijke melding in die lidstaat, zijn niet openbaar.
1. Gegevens ontvangen uit een in [artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde melding, dan wel ontvangen van een lidstaat van de Europese Unie naar aanleiding van een soortgelijke melding in die lidstaat, zijn niet openbaar.
2. Iedere instantie met regelgevende bevoegdheid op het gebied van de veiligheid in de burgerluchtvaart of met onderzoeksbevoegdheid voor ongevallen en incidenten die zich in de Europese Gemeenschap voordoen, heeft toegang tot de in het eerste lid bedoelde gegevens.
@@ -3088,7 +3092,7 @@
##### Artikel 8.23a
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gestelde voorschriften, mits de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen regionaal orgaan, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit:
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, kan worden bepaald dat bij wijze van experiment wordt afgeweken van krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gestelde voorschriften, mits de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of een ander bij ministeriële regeling aan te wijzen regionaal orgaan, bij advies heeft aangegeven dat het experiment een gunstig effect kan hebben op de hinderbeleving. De afwijking kan bestaan uit:
- a. het verlenen van vrijstelling van een regel in het luchthavenverkeerbesluit voorzover deze de luchtverkeerwegen of het gebruik van het luchtruim en de beschikbaarheid van de banen betreft, of
@@ -3096,19 +3100,19 @@
2. In de ministeriële regeling wordt het doel van het experiment vastgesteld, alsmede op welke wijze van welke voorschriften wordt afgeweken en op welke wijze eventuele nadelige gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt.
3. In de ministeriële regeling kan worden bepaald in hoeverre, op welke wijze en door wie eventuele nadelige gevolgen worden gecompenseerd. In dat geval is [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) niet van toepassing.
3. In de ministeriële regeling kan worden bepaald in hoeverre, op welke wijze en door wie eventuele nadelige gevolgen worden gecompenseerd. In dat geval is [artikel 8.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) niet van toepassing.
4. Tevens worden in de ministeriële regeling regels gesteld over de uitvoering en de gevolgen van het experiment, over criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald of het experiment wordt omgezet in een structurele wettelijke regeling, en worden voorzieningen getroffen voor onvoorziene gevallen die zich gedurende het experiment kunnen voordoen.
5. Een experiment kan slechts worden toegestaan voor een bepaalde in de ministeriële regeling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar. Deze termijn kan eenmaal met maximaal een jaar worden verlengd. De looptijd van een experiment sluit zoveel mogelijk aan bij een gebruiksjaar. Bij voortijdige beëindiging van het experiment stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, een overgangsregeling vast.
6. Indien voor afloop van een experiment en in overeenstemming met de [artikelen 8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.2&artikel=8.24&z=2016-01-18&g=2016-01-18) een ontwerp is bekendgemaakt om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan bij ministeriële regeling de termijn van het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het ontwerp is vastgesteld en in werking treedt.
6. Indien voor afloop van een experiment en in overeenstemming met de [artikelen 8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.2&artikel=8.24&z=2016-11-01&g=2016-11-01) een ontwerp is bekendgemaakt om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan bij ministeriële regeling de termijn van het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het ontwerp is vastgesteld en in werking treedt.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu zendt, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voldoende tijdig voor het einde van de werkingsduur van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu bericht de beide kamers der Staten-Generaal bij vaststelling van deze ministeriële regeling wanneer en over de wijze waarop hij verslag zal doen.
8. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18), in de Staatscourant en in een regionaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.
9. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18), danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.
8. Een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan nadat het voorstel voor advies is voorgelegd aan de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01), in de Staatscourant en in een regionaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen.
9. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01), danwel een ander per ministeriële regeling aan te wijzen orgaan, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verzoeken om een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid vast te stellen. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, overweegt het verzoek en deelt uiterlijk zes weken na ontvangst van het verzoek zijn overwegingen, met redenen omkleed, aan de commissie en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal mee.
#### § 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
@@ -3130,7 +3134,7 @@
##### Artikel 10.10
[Artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is niet van toepassing op voorvallen die uitsluitend de militaire luchtvaart betreffen.
[Artikel 7.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is niet van toepassing op voorvallen die uitsluitend de militaire luchtvaart betreffen.
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
@@ -3140,13 +3144,13 @@
##### Artikel 11.25
1. Naar aanleiding van een onopzettelijke of uit onachtzaamheid begane overtreding van een wettelijk voorschrift stelt de Staat geen rechtsvordering in en legt een bestuursorgaan geen bestuurlijke sanctie op indien van deze overtreding kennis is verkregen door een melding als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
1. Naar aanleiding van een onopzettelijke of uit onachtzaamheid begane overtreding van een wettelijk voorschrift stelt de Staat geen rechtsvordering in en legt een bestuursorgaan geen bestuurlijke sanctie op indien van deze overtreding kennis is verkregen door een melding als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van grove nalatigheid met betrekking tot het voorval.
##### Artikel 11.26
Gegevens die bij een intern bedrijfsveiligheidsonderzoek in het kader van een bij of krachtens de Wet Luchtvaart of de [Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267) gecertificeerd veiligheidsmanagementssysteem zijn verkregen, kunnen niet ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een melding als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) worden gevorderd dan na machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie.
Gegevens die bij een intern bedrijfsveiligheidsonderzoek in het kader van een bij of krachtens de Wet Luchtvaart of de [Luchtvaartwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002267) gecertificeerd veiligheidsmanagementssysteem zijn verkregen, kunnen niet ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van een melding als bedoeld in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) worden gevorderd dan na machtiging van de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
@@ -3228,37 +3232,2203 @@
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
## Titel 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.8a
Vervallen
## TITEL 2.2. ALGEMENE GEZONDHEIDSTOESTAND; VERBOD GEBRUIK ALCOHOL, DRUGS EN PSYCHOTROPE GENEESMIDDELEN
## TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
### Hoofdstuk 3. Luchtvaartuigen
## Titel 3.1. Nationaliteitskenmerken en registratie van luchtvaartuigen
## Titel 3.2. Luchtwaardigheids- en geluidseisen
#### § 3.2.1. Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid, geluidscertificaat, geluidsverklaring
#### § 3.2.2. Erkenningen
#### § 3.2.3. Diverse bepalingen
### Hoofdstuk 4. Vluchtuitvoering
### Hoofdstuk 5. Luchtverkeer, luchtverkeersbeveiliging en luchtverkeersbeveiligingsorganisatie
## Titel 5.1. Luchtverkeer
## Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot het verlenen van luchtverkeersdiensten
#### § 5.2.1. Het verlenen van luchtverkeersdiensten
#### § 5.2.2. Vergoedingen
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie
#### § 5.3.8. Inlichtingen, verslaglegging en controle
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
### Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol
## Titel 7.2. Slotallocatie
#### § 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit
## Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
## Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.1. Algemeen
## Titel 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.14a
Indien op basis van artikel 9 bis van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening een functioneel luchtruimblok is ingesteld, waarvan een gedeelte van of het gehele vluchtinformatiegebied Amsterdam deel uitmaakt, wijzen, in afwijking van de [artikelen 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie in overeenstemming met het bevoegde gezag van de betrokken staat of staten voor dat bepaalde gebied een of meer verleners van luchtverkeersdiensten en verleners van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan, alsmede het luchtverkeer waaraan de bedoelde instanties luchtverkeersdiensten verlenen.
##### Artikel 5.14b
1. Een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen instantie kan, onverminderd haar verantwoordelijkheid voor het verlenen van de diensten waartoe deze instantie is aangewezen, na schriftelijke instemming door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.
2. Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde instemming dient de bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen instantie hiertoe een verzoek in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) aangewezen instantie verstrekt alle informatie die benodigd is voor de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het tweede lid.
4. Gronden waarop instemming als bedoeld in het eerste lid kan worden onthouden zijn:
- a. het niet voldoen of niet kunnen voldoen door de verlener van wiens diensten gebruik zal worden gemaakt aan de op grond van [artikel 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), derde lid, aan het certificaat van de aangewezen instantie gestelde beperkingen en voorschriften, dan wel indien het dienstverlening binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft, het niet voldoen of kunnen voldoen aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid;
- b. strijd met het belang van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer; of
- c. strijd met het recht.
##### Artikel 5.14c
1. Het is verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder hiertoe te zijn aangewezen bij of krachtens deze wet, dan wel zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in [artikel 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Het is verboden luchtverkeersdiensten te doen verlenen zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in [artikel 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 5.14d
1. Het is verboden luchtvaartnavigatiediensten te verlenen zonder te beschikken over een daartoe bestemd certificaat als bedoeld in artikel 7 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verstrekt een certificaat als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voldoet aan de in artikel 6 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening bedoelde eisen.
3. Aan een certificaat kunnen de voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in Bijlage II van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening, worden verbonden.
4. De in het derde lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ambtshalve worden gewijzigd of aangevuld wegens:
- a. wijziging van de krachtens deze wet gestelde regels;
- b. wijziging van de kaderverordening, luchtvaartnavigatiedienstenverordening, luchtruimverordening of interoperabiliteitsverordening; of
- c. wijziging van bepalingen die op grond van de in onderdeel b genoemde verordeningen zijn gesteld.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de geldigheidsduur, aanvraag, verlening en verlenging van een certificaat.
6. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu neemt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag voor het verlenen van een certificaat een besluit omtrent de afgifte daarvan.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een certificaat geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een ernstig vermoeden rijst dat de houder van het certificaat:
- a. niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid;
- b. niet voldoet aan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het derde lid; of
- c. ter verkrijging van het certificaat onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.
8. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een certificaat intrekken, indien:
- a. de houder van het certificaat niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid;
- b. de houder van het certificaat niet voldoet aan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het derde lid; of
- c. het certificaat gedurende ten minste drie maanden is geschorst.
9. Dit artikel is niet van toepassing op verleners van luchtvaartnavigatiediensten die deze diensten hoofdzakelijk aanbieden aan andere bewegingen van luchtvaartuigen dan aan het algemeen luchtverkeer als bedoeld in [artikel 2.2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 5.14e
Ten aanzien van de luchtverkeers-, communicatie-, navigatie- of plaatsbepalingsdiensten worden bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu veiligheidsvoorschriften vastgesteld voor technisch en ontwikkelingspersoneel dat operationele aan de veiligheid gerelateerde taken verricht.
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.1. De LVNL
#### § 5.2.2. Vergoedingen
#### § 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer
#### § 5.3.6. Personeel van de organisatie
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.4. Exploitatieverbod
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
## Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
## Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.1. Algemeen
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
##### Artikel 9.8
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan in omstandigheden waarin maatregelen worden genomen als bedoeld in artikel 13 van de kaderverordening een of meer luchtverkeerdienstverleners ontheffing verlenen van het in [artikel 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde verbod, indien deze omstandigheden hiertoe noodzaken.
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
##### Artikel 11.1a
1. Indien een natuurlijke of rechtspersoon voldoet aan de in Bijlage I van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening genoemde eisen, verleent Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op aanvraag een erkenning om de in artikel 2, tweede lid, van die verordening bedoelde inspecties en onderzoeken uit te voeren.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:
- a. de in Bijlage I van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening genoemde eisen;
- b. de aanvraag, verlening en verlenging van een erkenning;
- c. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd ter zake van de kosten van de handelingen met betrekking tot de aanvraag en verlening van de erkenning;
- d. het tarief, dat een houder van een erkenning is verschuldigd ter zake van de kosten van toezicht. Onder het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde eisen behoort in ieder geval het periodiek en in voorkomend geval steekproefsgewijs onderzoeken van een houder.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een ernstig vermoeden rijst dat de houder van de erkenning:
- a. niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, of
- b. ter verkrijging van de erkenning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning intrekken wegens de in het derde lid genoemde redenen of indien de erkenning gedurende tenminste drie maanden is geschorst.
##### Artikel 11.1b
Vervallen
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.1a
1. Het is verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven.
2. Het is verboden de luchthaven Schiphol in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenindelingbesluit en luchthavenverkeerbesluit gelden en indien de exploitant van deze luchthaven niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat.
3. Het is verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien buiten het luchthavengebied het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de mate van externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting buiten het luchthavengebied bepaald die vaststelling van gevolgen voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven noodzakelijk maakt. Daarbij kan worden bepaald dat voor daarbij te omschrijven luchthavens in elk geval kan worden volstaan met de vaststelling van een luchthavenregeling. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Het is de exploitant van een overige burgerluchthaven waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist, verboden die luchthaven in bedrijf te hebben indien hij niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat. Bij algemene maatregel van bestuur kan dit verbod van toepassing worden verklaard op burgerluchthavens waarvoor vaststelling van een luchthavenregeling mogelijk is.
5. Voor een militaire luchthaven is een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling van kracht.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.1b
1. In deze titel wordt verstaan onder:
- **Autoriteit Consument en Markt:** de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033043&artikel=2);
- **exploitant van de luchthaven:** de N.V. Luchthaven Schiphol, of, indien dit een ander is, de houder van de luchthavenexploitatievergunning;
- **gebruiker:** een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij;
- **inspecteur-generaal:** de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- **luchthavenexploitatievergunning:** de vergunning, bedoeld in [artikel 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- **luchthavennetwerk:** een groep luchthavens die als zodanig door de lidstaat is aangewezen en die wordt geëxploiteerd door een en dezelfde exploitant van de luchthaven;
- **representatieve organisatie:** een bij ministeriële regeling aangewezen rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van gebruikers;
2. In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26) of [3.28 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28).
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.41
1. Deze titel is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, indien bovenprovinciale belangen dit vorderen, regels worden gesteld ten aanzien van de vorm van luchtvaart die in ieder geval toegang heeft tot een luchthaven van regionale betekenis. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald welke grenswaarden voor de geluidbelasting voor dit luchthavenluchtverkeer ter beschikking moeten worden gesteld.
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.42
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.43
1. Provinciale staten stellen bij verordening voor de luchthaven een luchthavenbesluit vast. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in [artikel 152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152).
2. Een luchthavenbesluit bevat bepalingen omtrent:
- a. het luchthavenluchtverkeer, en
- b. de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven.
3. [Artikel 107 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=107) is niet van toepassing.
##### Artikel 8.44
1. Het luchthavenbesluit bevat ten aanzien van het luchthavenluchtverkeer:
- a. grenswaarden en regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting, en
- b. regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de vliegveiligheid.
2. Binnen de in het eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarden kan in ieder geval een grenswaarde exclusief worden toegewezen voor vluchten ten behoeve van:
- a. spoedeisende hulpverlening;
- b. de uitoefening van politietaken als bedoeld in [artikel 3 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=3).
3. Een luchthavenbesluit kan tevens regels of grenswaarden bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen grenswaarden en regels. Deze maatregel stelt in ieder geval regels omtrent het opnemen van grenswaarden voor de geluidbelasting. Bij deze maatregel kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
5. De [artikelen 8.19 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
##### Artikel 8.45
1. Zodra gedeputeerde staten constateren dat een in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarde is overschreden, schrijven zij maatregelen voor die naar hun oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
2. [Artikel 8.22, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de inspecteur-generaal. [Artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregel.
3. Gedeputeerde staten schrijven geen maatregelen als bedoeld in het eerste lid voor met betrekking tot de overschrijding van de grenswaarde die is veroorzaakt door vluchten als bedoeld in [artikel 8.44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 8.46
1. Gedeputeerde staten kunnen indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:
- a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit;
- b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde voor geluid vervangen door een andere grenswaarde.
2. Aan een vrijstelling of vervanging kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, de vliegveiligheid of de lokale luchtverontreiniging.
3. [Artikel 8.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van toepassing. [Artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
##### Artikel 8.47
1. In het luchthavenbesluit worden ten behoeve van de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven, het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
2. De [artikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.6&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.7, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.7&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.12, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), respectievelijk de ontheffing, bedoeld in [artikel 8.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), wordt verleend door gedeputeerde staten.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen regels omtrent de vaststelling van het luchthavengebied en het beperkingengebied. Deze maatregel stelt ten aanzien van het beperkingengebied in ieder geval regels ten aanzien van:
- a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid.
4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 8.47a
Provinciale staten nemen bij de vaststelling van het luchthavenbesluit het beleid in acht dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu over luchthavens is vastgelegd.
##### Artikel 8.48
Op de voorbereiding van een luchthavenbesluit of op de voorbereiding van een wijziging van een luchthavenbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
##### Artikel 8.49
1. Een luchthavenbesluit of een wijziging van dit besluit treedt niet in werking dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen negen weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik.
2. De afgifte van de verklaring van geen bezwaar op grond van [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of de ontheffing op grond van [artikel 8.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), geschiedt niet dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door deze verklaring of ontheffing is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen vier weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik. Hij kan die beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.
3. De verklaring veilig gebruik, bedoeld in het tweede lid, is van rechtswege verleend indien Onze Minister:
- a. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op die aanvraag heeft genomen,
- b. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag heeft besloten de beslissing op die aanvraag te verdagen, of
- c. niet binnen de termijn waarmee de beslissing op de aanvraag is verdaagd, een beslissing op die aanvraag heeft genomen.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens die bij een aanvraag voor een verklaring van veilig gebruik moeten worden meegezonden.
##### Artikel 8.49a
Vervallen
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.50
Indien voor een luchthaven op grond van [artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01), luchtverkeersroutes en -procedures worden vastgesteld, geschiedt vaststelling van het deel van de luchtverkeersroutes die zijn gelegen in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied, en vaststelling van de luchtverkeersprocedures, in overeenstemming met gedeputeerde staten. Bij de vaststelling van deze routes en procedures wordt het advies van gedeputeerde staten gevolgd, tenzij dit niet mogelijk is met het oog op de vliegveiligheid, de indeling van het luchtruim of de capaciteit van het luchtruim.
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.51
[Artikel 8.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het derde lid gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8.52
1. De exploitant van een luchthaven is gerechtigd luchthavenluchtverkeer ten behoeve van burgerluchtvaart op de luchthaven afhankelijk te stellen van toestemming. De toestemming wordt alleen geweigerd om te voorkomen dat de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden worden overschreden.
2. Indien op de luchthaven luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven vindt afstemming plaats met de verlening van luchtverkeersdienstverlening.
3. Indien de exploitant gebruik maakt van het recht, bedoeld in het eerste lid, kan hij bij de vaststelling van tarieven voor de luchthaven een opslagtarief vaststellen voor het geval een luchtvaartuig zonder voorafgaande toestemming start of landt.
##### Artikel 8.53
Indien de exploitant van een luchthaven tarieven en voorwaarden vaststelt voor het gebruik van de luchthaven zijn deze non-discriminatoir.
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
##### Artikel 8.54
1. De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor het registreren van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Het registreren wordt zodanig uitgevoerd dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden.
2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen omtrent de registratie en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de registratie van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico voor zover op grond van [artikel 8.44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), nadere regels zijn voorgeschreven. Hierbij worden tevens regels voorgeschreven omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. De exploitant van de luchthaven verstrekt aan gedeputeerde staten:
- a. de op grond van het eerste tot en met derde lid geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in het eerste tot en met derde lid bedoelde berekeningen.
##### Artikel 8.55
1. Gedeputeerde staten brengen ieder jaar aan provinciale staten verslag uit over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten vanwege het luchthavenluchtverkeer.
2. De [artikelen 8.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
##### Artikel 8.56
1. Indien een belanghebbende ten gevolge van een luchthavenbesluit schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of onvoldoende anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten hem op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. De [artikelen 8.31, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.32&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat bij de toepassing van [artikel 8.31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01), gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8.57
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit de provinciale kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van in overeenstemming met het luchthavenbesluit gebrachte bestemmingsplannen.
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
##### Artikel 8.58
1. Provinciale staten stellen voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in. De [artikelen 107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=107) en [152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152) zijn niet van toepassing.
2. De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:
- a. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- b. de exploitant van de luchthaven,
- c. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en
- d. omwonenden van de luchthaven.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheidbezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.
##### Artikel 8.59
1. De commissie heeft tot taak om door overleg tussen de in [artikel 8.58, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde betrokkenen een gebruik van de luchthaven te bevorderen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van die betrokkenen.
2. Provinciale staten stellen nadere regels vast omtrent de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Daarbij wordt in ieder geval bepaald welke in [artikel 8.58, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde gemeenten in de commissie vertegenwoordigd zijn.
3. De voorzitter van de commissie wordt door provinciale staten benoemd, geschorst en ontslagen.
4. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan of de organisatie die het lid vertegenwoordigt.
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
##### Artikel 8.60
Vervallen
##### Artikel 8.61
Vervallen
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
##### Artikel 8.62
Indien een beperkingengebied als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-11-01&g=2016-11-01), gedeeltelijk valt binnen de grenzen van een andere provincie dan de provincie waarin een luchthaven is gelegen, wordt het luchthavenbesluit vastgesteld in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincie.
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
##### Artikel 8.63
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
##### Artikel 8.64
1. Provinciale staten stellen bij verordening een luchthavenregeling vast voor een luchthaven. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in [artikel 152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152).
2. Een luchthavenregeling bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Een luchthavenregeling kan tevens bevatten:
- a. grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting; of
- b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico.
3. De in de luchthavenregeling opgenomen regels of grenswaarden bevorderen in ieder geval dat niet wordt voldaan aan het criterium op grond waarvan volgens [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
4. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden.
6. De [artikelen 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.47a tot en met 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.49&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.3.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.65
De [artikelen 8.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.55&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van toepassing.
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
##### Artikel 8.66
Indien provinciale staten voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instellen, zijn de [artikelen 8.58, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.59&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van toepassing.
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
##### Artikel 8.67
Vervallen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
##### Artikel 8.68
Deze titel is van toepassing op luchthavens die op grond van [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van nationale betekenis zijn.
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.69
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
##### Artikel 8.70
1. Voor een luchthaven waarvan op grond van [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is bepaald dat deze van nationale betekenis is, wordt het luchthavenbesluit bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
2. De [artikelen 8.43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.43&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.44, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.47, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste en derde lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
3. Het luchthavenbesluit bevat omtrent de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven in ieder geval regels ten aanzien van:
- a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid.
4. Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit worden de nadere regels, bedoeld in [artikel 8.44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-11-01&g=2016-11-01), in acht genomen.
5. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
6. Ten aanzien van de burgerluchthaven Twente wordt het luchthavenbesluit of een wijziging daarvan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. [Artikel 8.71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.71&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.71
De voordracht voor een luchthavenbesluit of de voordracht tot een wijziging daarvan wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zesweken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
#### § 8.3.3.5. Aanwijzingen
##### Artikel 8.72
1. De [artikelen 8.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.52&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.53&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.54, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 8.73
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu maakt elk jaar een verslag over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die maatregelen.
2. De [artikelen 8.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.74
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
##### Artikel 8.75
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in.
2. De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:
- a. elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- b. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- c. de exploitant van de luchthaven,
- d. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en
- e. omwonenden van de luchthaven.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.
4. [Artikel 8.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.59&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede en derde lid Onze Minister de plaats inneemt van provinciale staten.
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
#### § 8.4.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.76
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 8.4.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.77
1. Voor een luchthaven die is gelegen buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645), wordt bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een luchthavenregeling vastgesteld.
2. [Artikel 8.64, tweede tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de [artikelen 8.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-11-01&g=2016-11-01), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
##### Artikel 8.78
De [artikelen 8.24a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.54, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.72, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.72&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.73, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.73&z=2016-11-01&g=2016-11-01), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
##### Artikel 8.79
Indien Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instelt, is [artikel 8.75, lid 2, 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
##### Artikel 8a.1
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van de regels, bedoeld in het eerste lid. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:
- a. als gevolg van bijzondere omstandigheden de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden, en
- b. de veiligheid van de luchthaven en van het luchthavenluchtverkeer met het verlenen van een ontheffing niet in gevaar worden gebracht.
3. Aan de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het verrichten van grondafhandelingsdiensten op luchthavens.
##### Artikel 8a.2
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verleent of wijzigt op aanvraag van de exploitant een veiligheidscertificaat indien wordt voldaan aan de regels, bedoeld in [artikel 8a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), voorzover deze regels betrekking hebben op het luchtvaartgebied en [artikel 8a.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.3&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. Een veiligheidscertificaat vermeldt het gebruik waarvoor het verleend is.
##### Artikel 8a.3
1. Ten behoeve van het verkrijgen van een veiligheidscertificaat stelt de exploitant een luchthavenbedrijfshandboek op. Het luchthavenbedrijfshandboek bevat een beschrijving van de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartgebied alsmede een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem van de luchthaven.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gegeven omtrent het veiligheidscertificaat, het veiligheidsmanagementsysteem en het luchthavenbedrijfshandboek. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
##### Artikel 8a.4
1. Een veiligheidscertificaat vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen gelden voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de geldigheidsduur van het certificaat verlengd indien op het moment van de vervaldatum van het certificaat nog niet onherroepelijk op de aanvraag om verlenging van het certificaat is beslist. Het certificaat vervalt in dat geval op het moment dat onherroepelijk op de aanvraag om verlenging is beslist.
3. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat.
4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging of verlenging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.
5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8a.5
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu schorst het veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk indien de veiligheid van de luchthaven niet gewaarborgd is.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk in bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van het gebruik waarvoor het certificaat is verleend.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk ambtshalve in indien:
- a. er stelselmatig sprake is van grove overtredingen van de veiligheidsvoorschriften,
- b. het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheid niet langer waarborgt, of
- c. de exploitant ook na aanmaning weigert mee te werken aan het toezicht op de veiligheid.
##### Artikel 8a.6
De exploitant van de luchthaven is verplicht op de luchthaven elektronische, meteorologische en andere hulpmiddelen te gedogen ten behoeve van de aan de LVNL en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de luchtverkeersbeveiliging en de luchtvaartmeteorologische dienstverlening opgedragen taken.
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
##### Artikel 8a.37
Deze paragraaf is van toepassing op de luchthaven Schiphol.
##### Artikel 8a.38
1. Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.32&z=2016-11-01&g=2016-11-01) wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Naast de geluidsheffing burgerluchtvaart wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.33&z=2016-11-01&g=2016-11-01), alsmede de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol en van zijn uitspraken voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van [artikel 9, eerste lid, tweede lid, onderdeel a, en de leden 3a, 3f en 3g, van de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009989&artikel=9).
2. De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.
3. De heffingen worden geheven van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dit te zijner beschikking heeft en dit onder zijn verantwoordelijkheid laat deelnemen aan het luchtverkeer. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval belanghebbende bij een uitspraak van het Schadeschap Luchthaven Schiphol als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
4. De geluidsheffing burgerluchtvaart wordt geheven naar de geluidsproduktie van het burgerluchtvaartuig uitgedrukt in een aantal rekeneenheden. De geluidsproduktie wordt bepaald met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen formules.
5. Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
6. Het basistarief, bedoeld in het vijfde lid, wordt per rekeneenheid verhoogd met:
- a. € 98,50 tot het jaar 2010;
- b. € 40,– vanaf het jaar 2010, met dien verstande dat deze verhoging met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar wordt verhoogd met € 1,25.
7. Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig.
8. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bij de toepassing van het eerste lid een deel van de kosten buiten toepassing laten indien toepassing, gelet op het belang van de burgerluchtvaart, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
9. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig dient de ter bepaling van de geluidsheffing noodzakelijke gegevens ter beschikking van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te stellen overeenkomstig door hem te geven regels.
##### Artikel 8a.39
1. De heffingen worden door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geheven.
2. Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), met dien verstande dat van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) buiten toepassing blijven, de [artikelen 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), [37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=37), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=38), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=47a) , [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=48), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53) en [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=54) alsmede [68 tot en met 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=68).
3. De bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) genoemde functionarissen gelden met betrekking tot de heffingen voor de daarachter genoemde functionarissen:
- a. Onze Minister van Financiën: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- b. de inspecteur: de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daartoe aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven;
4. In afwijking van het derde lid, onderdeel b, treedt voor de toepassing van [hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van [artikel 28a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=28a) Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats van Onze Minister van Financiën.
5. De heffingen worden geheven bij wege van aanslag. Zij worden geheven over een bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te bepalen tijdvak.
##### Artikel 8a.40
1. De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=2).
2. Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de [Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770) en de [Kostenwet invordering rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002645), met dien verstande dat van de [Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770) buiten toepassing blijven de [artikelen 9, eerste tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=9), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=59) en [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=62). Voorts blijven bij de toepassing van [artikel 66 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=66) de [artikelen 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=76), [80, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=80), [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=82), [84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=84), [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=86) en [87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=87) buiten toepassing.
3. Met betrekking tot de invordering geldt vervolgens dat:
- a. de belastingaanslagen terstond en tot het volle bedrag invorderbaar zijn;
- b. wat betreft de toepassing van [artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=8) uitsluitend bevoegd is de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. De in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=12) en [15, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=15) bedoelde bevoegdheden komen uitsluitend toe aan de functionaris of ambtenaar, bedoeld in het eerste lid. De in [artikel 26 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) bedoelde bevoegdheid komt uitsluitend toe aan de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 26 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) de door Onze Minister van Financiën bij regeling gestelde regels van toepassing zijn;
- c. de overige bij de invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de [artikelen 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=24), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) en [58 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=58), uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
- d. de bevoegdheid bedoeld in [artikel 24, tweede en derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=24) zowel toekomt aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid als aan de ontvanger bedoeld in het eerste lid;
- e. de bevoegdheden bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) en [artikel 58 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=58) toekomen, indien de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid met de invordering is belast, aan deze functionaris of ambtenaar en indien de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, met de invordering is belast, aan de ontvanger.
4. In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel moet in [artikel 17 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=17) voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
5. Betaling van de heffingen dient te geschieden aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel.
##### Artikel 8a.41
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen inzake de heffingen en de invordering daarvan nadere in het kader van de [artikelen 8a.38 tot en met 8a.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.38&z=2016-11-01&g=2016-11-01) passende regels worden gesteld ter aanvulling van de daarin geregelde onderwerpen.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld inzake de afdracht van de door de functionaris als bedoeld in [artikel 8a.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.40&z=2016-11-01&g=2016-11-01), ingevorderde heffing aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
##### Artikel 8a.42
1. Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.74&z=2016-11-01&g=2016-11-01) wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Tevens wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.33&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De [artikelen 8a.38, tweede tot en met vierde en zevende tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.38&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8a.39 tot en met 8a.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.39&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
##### Artikel 8a.43
1. Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.6&artikel=8.56&z=2016-11-01&g=2016-11-01), onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing wordt geheven. Tevens kunnen provinciale staten bij verordening bepalen dat een heffing wordt geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.6&artikel=8.57&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.
3. Voor de heffing en invordering zijn de [artikelen 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=220), [220a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=220a), [221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=221) en [227 tot en met 232h van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=227) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
##### Artikel 8a.44
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens
2. Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend.
3. Een wijziging van hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 gaat voor de toepassing van het tweede lid gelden met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wijziging.
##### Artikel 8a.45
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2007 een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight veroorzaakt door de luchthaven Schiphol op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2012 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight veroorzaakt door belangrijke luchthavens op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
3. Onder geluidbelasting Lden wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting Lnight wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar.
4. De geluidbelastingkaart geeft ten minste een weergave van:
- a. de geluidbelasting Ldenen de geluidbelasting Lnight veroorzaakt door een belangrijke luchthaven in de periode van een jaar van 1 november van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart tot en met 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart, en
- b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight worden blootgesteld.
5. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van de geluidbelastingkaart. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight vanwege een luchthaven kunnen bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 8a.46
1. De exploitant van een luchthaven verschaft ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op zijn verzoek alle noodzakelijke inlichtingen en gegevens.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de te verschaffen inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden verschaft.
##### Artikel 8a.47
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geeft binnen één maand na vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), mededeling van deze vaststelling in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidbelastingkaart.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu:
- a. stelt de geluidbelastingkaart elektronisch ter beschikking van een ieder;
- b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
##### Artikel 8a.48
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01), een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
2. Het actieplan bevat ten minste een beschrijving van:
- a. het te voeren beleid om geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight te beperken, en
- b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van in het luchthavenverkeerbesluit of luchthavenbesluit vastgestelde waarden van geluidbelasting Lden of geluidbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.
3. Op de voorbereiding van een actieplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van het actieplan.
5. [Artikel 8a.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.47&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen.
##### Artikel 8a.49
Indien de belangrijke luchthaven een luchthaven van regionale betekenis is, treden bij de toepassing van de [artikelen 8a.45 tot en met 8a.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gedeputeerde staten van de provincie die het luchthavenbesluit heeft vastgesteld, in de plaats van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
##### Artikel 8a.50
1. De verbodsbepaling bedoeld in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen luchtvaartuigen.
2. Van de in [artikel 8.1a, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), genoemde verboden kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
##### Artikel 8a.51
1. Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), indien het terrein wordt gebruikt door een luchtvaartuig dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld over:
- a. het terrein;
- b. de wijze waarop het terrein wordt gebruikt;
- c. de termijn waarbinnen gedeputeerde staten een besluit nemen op de aanvraag;
- d. de wijze waarop Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de burgemeester van de gemeente waarin het terrein ligt, worden betrokken bij het verlenen van de ontheffing en bij het gebruik van het terrein.
##### Artikel 8a.52
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het gebruik van luchthavens.
##### Artikel 8a.53
Wanneer de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak op een burgerluchthaven in strijd zou komen met een bepaling van of krachtens deze wet, kunnen Wij, op voordracht van Onze Minister van Defensie, daarvan ontheffing verlenen.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
##### Artikel 10.11
1. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald zijn de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) niet van toepassing op militaire luchthavens, met uitzondering van:
- a. [artikel 8.1a, eerste, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01),
- b. [titel 8a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover het betreft burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant, met dien verstande dat de regels, bedoeld in [artikel 8a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), voor zover het militaire luchthavens betreft worden gesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en
- c. [artikel 8a.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.2&artikel=8a.42&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover het betreft het gebruik van militaire luchthavens door burgerluchtvaartuigen.
2. Voor de toepassing ingevolge het eerste lid van [titel 8a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01) op militaire luchthavens wordt als exploitant aangemerkt de burgerexploitant.
##### Artikel 10.12
1. Deze titel is van toepassing ten aanzien van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen militaire luchthavens. Bij die maatregel worden de luchthavens aangewezen waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen luchthavens uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Bij die maatregel kunnen tevens uniforme grenswaarden worden vastgesteld voor het externe-veiligheidsrisico en voor lokale luchtverontreiniging en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, lokale luchtverontreiniging en de maximale hoogte van objecten als bedoeld in [artikel 10.17, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01). Bij de vaststelling kan onderscheid worden gemaakt naar soorten luchtvaartuigen, aan- en uitvliegroutes, bestemming van gronden en perioden van het etmaal.
3. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels vastgesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de in het tweede lid bedoelde geluidbelasting en kunnen dergelijke regels worden vastgesteld met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico en luchtverontreiniging.
##### Artikel 10.13
1. Het is verboden met een burgerluchtvaartuig op te stijgen van of te landen op een militaire luchthaven, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door Onze Minister van Defensie verleende vergunning voor burgermedegebruik als bedoeld in [artikel 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-11-01&g=2016-11-01), vrijstelling of ontheffing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van militaire luchthavens door de burgerluchtvaart. Deze regels betreffen in ieder geval de gevallen waarin militair luchtverkeer voorrang heeft op burgerluchtverkeer.
3. Aan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen en intrekken van de vrijstelling of ontheffing, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
5. Een vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
6. Een vrijstelling of ontheffing kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vrijstelling of ontheffing is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de daaraan verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, of
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
##### Artikel 10.14
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01) vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.15
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor een luchthaven een luchthavenbesluit vastgesteld.
2. In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
3. Het luchthavengebied en het beperkingengebied overlappen elkaar niet. De gebieden kunnen bestaan uit niet aaneengesloten delen.
4. [Artikel 8.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.5&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van toepassing.
##### Artikel 10.16
1. Als luchthavengebied wordt het gebied vastgesteld dat bestemd is voor gebruik als luchthaven.
2. Het luchthavenbesluit bevat voor het luchthavengebied regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
##### Artikel 10.17
1. Als beperkingengebied wordt het gebied vastgesteld waar met het oog op de geluidsbelasting en de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond. Het beperkingengebied omvat de gebieden die behoren bij de in het tweede lid bedoelde grenswaarden voor geluidbelasting en het externe-veiligheidsrisico, alsmede bij de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde regels.
2. Het luchthavenbesluit bevat een grenswaarde voor geluidsbelasting. Het besluit kan tevens bevatten:
- a. een grenswaarde voor het externe-veiligheidsrisico;
- b. een of meer grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
3. Het luchthavenbesluit bevat voor het beperkingengebied in ieder geval regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op:
- a. de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven;
- b. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer.
Het besluit kan voor het beperkingengebied tevens regels bevatten waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico in verband met de nabijheid van de luchthaven.
4. Het luchthavenbesluit kan tevens voor het luchthavenluchtverkeer bevatten:
- a. regels met het oog op de geluidsbelasting;
- b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
5. Bij de regels met het oog op de geluidsbelasting en het externe-veiligheidsrisico, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen.
6. De [artikelen 8.8 tot en met 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
7. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
##### Artikel 10.18
De voordracht voor een luchthavenbesluit of de wijziging daarvan wordt gedaan:
- a. na overleg met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders van respectievelijk de provincies en de gemeenten binnen de grenzen waarvan het gebied of een gedeelte van het gebied ligt dat door het ontwerp wordt bestreken, en
- b. nadat het ontwerp vervolgens in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zes weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Defensie te brengen.
##### Artikel 10.19
De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens met betrekking tot de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging zijn niet openbaar.
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
##### Artikel 10.20
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer zodanig geschiedt dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de grenswaarden, opgenomen in het luchthavenbesluit, niet overschrijdt.
##### Artikel 10.21
1. Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
3. [Artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.3&artikel=10.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
##### Artikel 10.22
1. Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard:
- a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit;
- b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen door een andere grenswaarde.
2. Het verlenen van een vrijstelling van een regel als bedoeld in [artikel 10.17, vierde lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01), geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
3. Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
4. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op geluidsbelasting en veiligheid. [Artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.3&artikel=10.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.23
De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van een luchthaven door het luchthavenluchtverkeer worden jaarlijks door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting voor dat verkeer in dat jaar weergeven. [Artikel 10.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van toepassing. De contourenkaarten zijn openbaar.
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.24
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.25
1. Onze Minister van Defensie stelt voor iedere luchthaven ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuaspecten buiten een luchthaven een commissie van overleg en voorlichting milieu in.
2. De commissie bestaat in ieder geval uit:
- a. één vertegenwoordiger van elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen;
- b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, waarvan één vertegenwoordiger van elke gemeente een omwonende van de luchthaven is;
- c. één of twee vertegenwoordigers van de luchthaven;
- d. één of twee vertegenwoordigers van Onze Minister van Defensie.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties.
4. De vertegenwoordiger van de provincie, dan wel één van hen indien er meer vertegenwoordigers van provincies in de commissie zitting hebben, treedt op als voorzitter van de commissie. De [artikelen 8.37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.37&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [8.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.38&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
5. Onze Minister van Defensie voorziet in het secretariaat van de commissie.
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.26
Deze afdeling is in aanvulling op de [artikelen 10.15 tot en met 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van toepassing op militaire luchthavens waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.27
1. Onze Minister van Defensie kan aan een rechtspersoon een vergunning verlenen voor burgermedegebruik onder verantwoordelijkheid van die rechtspersoon.
2. Het verlenen van een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De overige vergunningen voor burgermedegebruik worden verleend na overleg met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De vergunning vermeldt in ieder geval:
- a. de aard van het burgerluchtverkeer waarvoor de vergunning geldt;
- b. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend;
- c. de voor het burgermedegebruik geldende grenswaarden, wat betreft de geluidbelasting eventueel in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar waarvoor de vergunning geldt.
4. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen, overdragen en intrekken van de vergunning, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
6. Een vergunning wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar reeds burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
7. Een vergunning kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vergunning is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd,
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend, of
- d. van een voor onbepaalde tijd verleende vergunning gedurende twee achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt.
8. Met betrekking tot de intrekking en wijziging, bedoeld in het zevende lid, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
9. Ingeval de vergunning is verleend aan een burgerexploitant, is [artikel 8.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.53&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
##### Artikel 10.28
1. In het luchthavenbesluit voor een militaire luchthaven waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend, worden de in [artikel 10.17, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde grenswaarden en regels voor het militair luchtverkeer en het burgerluchtverkeer afzonderlijk vastgesteld. Voor het burgerluchtverkeer of een gedeelte daarvan kan de vaststelling van een afzonderlijke grenswaarde voor geluidbelasting geschieden in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar.
2. Het luchthavenbesluit bevat ten behoeve van het burgerluchtverkeer in ieder geval regels omtrent de tijdstippen waarop van de luchthaven gebruik kan worden gemaakt.
3. Het luchthavenbesluit kan regels bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting.
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
##### Artikel 10.29
1. De houder van een vergunning voor burgermedegebruik en Onze Minister van Defensie bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig de vergunning en het luchthavenbesluit voor zover dit betrekking heeft op het burgerluchtverkeer. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer een in de vergunning voor het burgermedegebruik opgenomen grenswaarde, daaronder begrepen een voor het burgermedegebruik vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, niet overschrijdt.
2. Ingeval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, is [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.30
1. Zodra Onze Minister van Defensie ter zake van een vergunning voor burgermedegebruik constateert dat een grenswaarde, daaronder begrepen een vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, ten behoeve van het vergunde burgermedegebruik is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het verkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden, daaronder begrepen het aantal vliegtuigbewegingen voor dat verkeer.
3. Voordat Onze Minister van Defensie een maatregel voorschrijft, stelt hij degene tot wie de maatregel is gericht in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken.
4. De [artikelen 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn in geval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.31
De burgerexploitant is verplicht om in door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen gevallen burgerluchthavenluchtverkeer op de luchthaven toe te laten.
##### Artikel 10.32
Het is de houder van een vergunning voor burgermedegebruik verboden om zonder of in afwijking van een daarvoor door Onze Minister van Defensie verleende vergunning op de luchthaven bouwwerken of andere opstallen op te richten, te hebben of te wijzigen dan wel bomen, gewassen of planten te hebben. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het hebben van roerende zaken of het verrichten van graafwerk anders dan in verband met de exploitatie of het onderhoud van dat deel van de luchthaven. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
##### Artikel 10.33
Een ministeriële regeling op grond van de [artikelen 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [10.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.35&z=2016-11-01&g=2016-11-01) wordt vastgesteld door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 10.34
1. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik draagt zorg voor het registreren van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart zodanig dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden voor burgerluchtvaart. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Indien voor het burgermedegebruik een maximum aantal vliegtuigbewegingen is vastgesteld, draagt de houder van de vergunning zorg voor het registreren van het aantal vliegtuigbewegingen.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
##### Artikel 10.35
1. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie:
- a. de op grond van [artikel 10.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01), door hem geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in [artikel 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde berekeningen, voor zover die door hem zijn verricht.
2. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie gegevens over de ter uitvoering van [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01) getroffen voorzieningen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverstrekking.
##### Artikel 10.36
1. [Artikel 8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is ten aanzien van de veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de milieuaspecten van luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart is [artikel 8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde verslag wordt uitgebracht door Onze Minister van Defensie.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van op grond van de [artikelen 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [10.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.35&z=2016-11-01&g=2016-11-01) geregistreerde of verstrekte gegevens. [Artikel 8.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van toepassing.
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
##### Artikel 10.37
1. De in [artikel 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.6&artikel=10.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde commissie wordt in ieder geval uitgebreid met een vertegenwoordiger van degene aan wie een vergunning voor burgermedegebruik is verleend.
2. De in [artikel 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.6&artikel=10.25&z=2016-11-01&g=2016-11-01) bedoelde commissie kan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties.
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.38
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01) vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.39
1. Bij regeling van Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven een luchthavenregeling worden vastgesteld.
2. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten.
3. Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven;
- b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
- b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
6. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
##### Artikel 10.40
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer geschiedt overeenkomstig de luchthavenregeling.
##### Artikel 10.41
1. Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in [artikel 10.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.4&paragraaf=10.3.4.2&artikel=10.39&z=2016-11-01&g=2016-11-01), bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de gestelde grenswaarde.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover de maatregelen naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer.
##### Artikel 10.42
1. Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard vrijstelling verlenen van een bepaling in de luchthavenregeling.
2. Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
3. Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid of de geluidbelasting.
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
##### Artikel 10.43
Onze Minister van Defensie registreert het feitelijk gebruik van de luchthaven. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent de wijze van registratie en openbaarmaking van deze gegevens.
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
##### Artikel 10.44
1. Van het in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), genoemde verbod kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de militaire luchtvaart.
2. Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
#### § 10.3.4.3. Informatievoorziening
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.22
1. Onze Minister van Defensie kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-11-01&g=2016-11-01) juncto [artikel 8.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 10.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01) juncto [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 10.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-11-01&g=2016-11-01) juncto [artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 10.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01) onderscheidenlijk [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.32&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. een maatregel als bedoeld in [artikel 10.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.30&z=2016-11-01&g=2016-11-01) voor zover de maatregel zich richt tot de houder van de medegebruikvergunning verleend op grond van [artikel 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De [artikelen 11.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) Onze Minister van Defensie de plaats inneemt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.23
1. Gedeputeerde staten kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. [artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto de [artikelen 8.19 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [artikel 8.47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in de [artikelen 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-11-01&g=2016-11-01), 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.46 of [8a.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.5&artikel=8a.51&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. een maatregel als bedoeld in de [artikelen 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [8.64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto artikel 8.45.
2. De [artikelen 11.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 gedeputeerde staten de plaats innemen van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.24
Ingeval van overtreding van de [artikelen 8.25d, eerste tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), de krachtens het veertiende lid gestelde regels, [8.25da, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25da&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25e, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01), de krachtens het vijfde lid gestelde regels, [8.25ea, tweede, derde lid of vierde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25ea&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25f, eerste, tweede, vierde, achtste of negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-11-01&g=2016-11-01), de krachtens het tiende lid gestelde regels, [8.25ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25ga&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [8.25h, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&hoofdstuk=7), met uitzondering van [artikel 58a, van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=58a) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 11.27
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert, voor zover van toepassing, uiterlijk met ingang van één maand na de inwerkingtreding van dit artikel en daarna steeds maandelijks, in de Staatscourant een lijst van instanties ten aanzien waarvan in de daaraan voorafgaande periode een beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 11.16, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01), of een beschikking tot toepassing van de bestuursdwang, bedoeld in [artikel 11.15, onderdeel b, onder 1°, 6° en 7°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01), onherroepelijk is geworden.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
## Titel 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
#### § 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.3.3. Informatievoorziening
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
#### § 8.4.3.3. Toegang tot de luchthaven en informatievoorziening
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.3.1. Algemeen
#### § 10.3.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.3.1. Algemeen
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 10.3.4.3. Informatievoorziening
##### Artikel 11.16a
1. Onverminderd [titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.4) kan de verlener van luchtvaartnavigatiediensten de verdere verlening van luchtvaartnavigatiediensten opschorten, indien de gebruiker van die diensten niet heeft voldaan aan de eis tot het onmiddellijk en volledig betalen van de vergoedingen, bedoeld in [artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [artikel 5.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De opschorting kan slechts plaatsvinden wanneer een gebruiker gedurende drie maanden zijn openstaande facturen voor de vergoedingen niet heeft betaald of wanneer de achterstallige schuld minimaal 10.000 euro bedraagt.
3. Voor de opschorting van de dienstverlening, stuurt de verlener van luchtvaartnavigatiediensten een aangetekend besluit naar de gebruiker waarin wordt aangegeven dat bij niet-betaling van de vergoedingen binnen 30 dagen de dienstverlening op kosten van de gebruiker zal worden opgeschort. Het besluit bevat de datum en het tijdstip vanaf wanneer geen dienstverlening meer zal worden gegeven.
4. De kosten bedoeld in het derde lid, omvatten in ieder geval:
- a. parkeerkosten voor het luchtvaartuig die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan de betrokken luchthavenexploitant verschuldigd wordt,
- b. kosten van verleende grondafhandelingsdiensten die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan verleners van die diensten verschuldigd wordt.
5. De dienstverlening blijft opgeschort zolang de achterstallige schuld vermeerderd met de in het derde lid bedoelde kosten niet is voldaan.
6. De desbetreffende verlener van luchtvaartnavigatiediensten stelt de volgende instanties onverwijld op de hoogte van het besluit tot opschorting van de dienstverlening:
- a. overige verleners van luchtvaartnavigatiediensten in de gebieden in en grenzend aan het vluchtinformatiegebied Amsterdam,
- b. de betrokken luchthavenexploitant,
- c. de Eurocontrol-organisatie,
- d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan nadere regels stellen voor het opschorten van de verlening van luchtvaartnavigatiediensten.
8. [Artikel 5.20, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01), is van overeenkomstige toepassing op de inning van vergoedingen als bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat in onderlinge samenwerking voorzieningen worden getroffen door verleners van luchtvaartnavigatiediensten, exploitanten van luchthavens en verleners van grondafhandelingsdiensten.
9. De LVNL kan op verzoek van de Eurocontrol-organisatie, ook de dienstverlening opschorten voor vluchten van gebruikers die een achterstand hebben in de betaling van aan de Eurocontrol-organisatie verschuldigde vergoedingen van kosten als bedoeld in [artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01). Het tweede tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de achterstallige schuld minimaal 50.000 euro bedraagt.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.8a
Vervallen
## TITEL 2.2. ALGEMENE GEZONDHEIDSTOESTAND; VERBOD GEBRUIK ALCOHOL, DRUGS EN PSYCHOTROPE GENEESMIDDELEN
##### Artikel 7.5
Het is een vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 (PbEU 2009, L 8), verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig zolang en voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, tiende lid, van eerstgenoemde richtlijn aan de betrokken vliegtuigexploitant een exploitatieverbod heeft opgelegd.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.3. Verzekering
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.1. Algemeen
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
#### § 8.3.3.3. Informatievoorziening
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.3. Heffingen
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
## Titel 8A.3. Heffingen
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
#### § 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8a.50a
Indien ten aanzien van de burgerluchthaven Twente een vrijstelling, als bedoeld in [artikel 8a.50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.5&artikel=8a.50&z=2016-11-01&g=2016-11-01), van het verbod in [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-11-01&g=2016-11-01), wordt verleend, is op de voorbereiding van die vrijstelling [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
#### § 10.3.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 10.3.4.3. Informatievoorziening
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door Nederlandse Mededingingsautoriteit
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 11.10a
1. Voor een overtreding of misdrijf waarop in de [artikelen 11.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [11.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01) een geldboete van de derde of vierde categorie is gesteld, kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba telkens een geldboete van ten hoogste de derde categorie, onderscheidenlijk de vierde categorie opleggen.
2. Handelen in strijd met de [artikelen 4.1, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-11-01&g=2016-11-01), alsmede als strafbare feiten aangeduide overtredingen van voorschriften krachtens [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-11-01&g=2016-11-01) wordt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangemerkt als een overtreding en wordt door de rechter gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie.
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.25da
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een groep luchthavens die wordt geëxploiteerd door de exploitant van de luchthaven of, indien dit een ander is, een en dezelfde houder van de luchthavenexploitatievergunning, aanwijzen als luchthavennetwerk.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de exploitant van het luchthavennetwerk toestemming verlenen om een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven vast te stellen voor het gehele luchthavennetwerk.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de exploitant van de luchthaven en de exploitant van elke deelnemende overige burgerluchthaven, voor zover zij luchtverbindingen voor dezelfde stad of agglomeratie verzorgen, toestemming verlenen om een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven vast te stellen voor alle luchthavens die de luchtverbindingen voor dezelfde stad of agglomeratie verzorgen.
4. In geval van een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven, als bedoeld in het tweede of derde lid, doet de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers mededeling van een voorstel voor de tarieven en voorwaarden en stelt hij de tarieven en voorwaarden vast voor de luchthaven Schiphol overeenkomstig de [artikelen 8.25d tot en met 8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01). De exploitant van elke deelnemende overige burgerluchthaven doet aan de gebruikers mededeling van een voorstel en stelt de tarieven vast overeenkomstig de [artikelen 8.25d, eerste, tweede, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25i&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.25j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25j&z=2016-11-01&g=2016-11-01). De exploitant en de deelnemende overige burgerluchthavens dragen zorg voor de noodzakelijke onderlinge afstemming.
5. In het geval dat een overige burgerluchthaven de drempelwaarde van vijf miljoen passagiersbewegingen overschrijdt, doet de exploitant van deze luchthaven aan de gebruikers mededeling van een voorstel voor de tarieven en voorwaarden en stelt hij de tarieven en voorwaarden vast overeenkomstig de [artikelen 8.25d, eerste, tweede, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25i&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.25j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25j&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 8.25ea
1. Gebruikers van de luchthaven die gebruik wensen te maken van diensten op maat of specifiek voor hen gereserveerde terminals of delen van terminals, kunnen een verzoek daartoe richten aan de exploitant.
2. De exploitant van de luchthaven stelt relevante, objectieve, transparante en non-discriminatoire criteria vast, op basis waarvan een verzoek van gebruikers van de luchthaven wordt beoordeeld.
3. Naast de criteria, bedoeld in het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven aanvullende criteria hanteren indien de inhoud van het verzoek daartoe noodzaakt. De aanvullende criteria voldoen aan dezelfde eisen als de criteria bedoeld in het tweede lid.
4. Indien binnen vier weken nadat de exploitant van de luchthaven heeft beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, daartoe een aanvraag van een gebruiker is ingediend, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast of de beslissing van de exploitant in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels. De Autoriteit Consument en Markt geeft haar oordeel binnen drie maanden. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de beslissing in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels, deelt zij dit terstond mede aan de exploitant van de luchthaven. De exploitant van de luchthaven neemt binnen vier weken een nieuwe beslissing op het verzoek met inachtneming van de overwegingen van de Autoriteit Consument en Markt.
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.1. Algemeen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
## Titel 8A.3. Heffingen
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
##### Artikel 8a.54
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven vastgesteld in verband met de nabijheid van de navolgende buitenlandse luchthavens in de Bondsrepubliek Duitsland:
- a. de burgerluchthaven Weeze, gelegen in de gemeente Weeze;
- b. de militaire luchthaven Brüggen, gelegen in de gemeente Brüggen;
- c. de militaire luchthaven Geilenkirchen, gelegen bij de stad Geilenkirchen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven worden vastgesteld in verband met de nabijheid van een andere buitenlandse luchthaven.
3. De voordracht voor een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 8a.55
1. Bij een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt het beperkingengebied vastgesteld, dat het Nederlands grondgebied omvat waar met het oog op het externe-veiligheidsrisico, de geluidsbelasting of de vliegveiligheid, vanwege de nabijheid van de desbetreffende buitenlandse luchthaven, beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond.
2. De ruimtelijke indeling en de begrenzing van het beperkingengebied voor een buitenlandse luchthaven worden bepaald aan de hand van:
- a. het gebruik van de luchthaven door het luchthavenluchtverkeer,
- b. de ligging van start- en landingsbanen, en
- c. de positie van navigatie- en communicatieapparatuur.
##### Artikel 8a.56
Een beperkingengebied wordt vastgesteld met behulp van een of meer kaarten waarop de ligging van het gebied is aangegeven. De kaarten worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 50 000. Zo nodig worden delen van de gebieden vastgelegd met behulp van kaarten op een schaal met een kleiner verhoudingsgetal.
##### Artikel 8a.57
1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven bevat in elk geval regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met:
- a. de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer, en
- b. de vliegveiligheid.
2. Indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt vastgesteld in verband met de nabijheid van een buitenlandse burgerluchthaven, bevat dit besluit voorts regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt vastgesteld in verband met de nabijheid van een buitenlandse militaire luchthaven, kan het besluit dergelijke regels bevatten.
3. Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd zijn of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen.
##### Artikel 8a.58
1. Met betrekking tot het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven zijn de [artikelen 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.10&z=2016-11-01&g=2016-11-01) en [8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.11&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «luchthavenindelingbesluit» telkens wordt gelezen: besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
2. Voorts zijn [artikel 8.9, eerste tot en met derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat omtrent de verklaring van geen bezwaar en de ontheffing wordt besloten door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en dat in plaats van «het luchthavenindelingbesluit» telkens wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist omtrent de verklaring van geen bezwaar of de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, indien het een militaire luchthaven betreft, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
4. De beslistermijn bedraagt acht weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 8a.59
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de geluidbelasting, en kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van het externe-veiligheidsrisico.
2. Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van militaire luchthavens vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
##### Artikel 8a.60
Op de voorbereiding van een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven of op de voorbereiding van een wijziging of intrekking van een zodanig besluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
##### Artikel 8a.61
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het luchthavenindelingbesluit of het luchthavenverkeerbesluit» onderscheidenlijk «het luchthavenindelingbesluit» wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
##### Artikel 8a.62
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voor iedere buitenlandse luchthaven, aangewezen bij of krachtens [artikel 8a.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.54&z=2016-11-01&g=2016-11-01), een commissie regionaal overleg luchthaven instellen.
2. Indien een commissie wordt ingesteld, stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu regels omtrent:
- a. de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie,
- b. de instelling van een secretariaat ter ondersteuning van de commissie, en
- c. de mate waarin en de voorwaarden waaronder Onze Minister van Infrastructuur en Milieu jaarlijks bijdraagt in de kosten van de commissie.
3. [Artikel 8.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.37&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.6. Informatievoorziening luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.22a
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, bedoeld in [artikel 8a.58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto [artikel 8.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
##### Artikel 11.22b
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van [artikel 8a.58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.58&z=2016-11-01&g=2016-11-01), juncto [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
2. De [artikelen 11.16, tweede lid en derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-11-01&g=2016-11-01), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-11-01&g=2016-11-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door Nederlandse Mededingingsautoriteit
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.5. Vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.1. Algemeen
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
##### Artikel 8.71a
[Artikel 8.23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23a&z=2016-11-01&g=2016-11-01) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. in de aanhef van het eerste lid in plaats van «krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-11-01&g=2016-11-01) gestelde voorschriften» wordt gelezen «het bepaalde in een luchthavenbesluit» en in plaats van «de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01)» wordt gelezen: de commissie regionaal overleg van de betreffende luchthaven, bedoeld in [artikel 8.75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- b. in de onderdelen a en b van het eerste lid in plaats van «het luchthavenverkeerbesluit» wordt gelezen: het luchthavenbesluit;
- c. in het zesde lid in plaats van «de [artikelen 8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.13&z=2016-11-01&g=2016-11-01), [8.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.14&z=2016-11-01&g=2016-11-01) of [8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.2&artikel=8.24&z=2016-11-01&g=2016-11-01)» wordt gelezen: [artikel 8.71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.71&z=2016-11-01&g=2016-11-01);
- d. in het achtste en negende lid in plaats van «de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-11-01&g=2016-11-01)» wordt gelezen: de commissie regionaal overleg van de betreffende luchthaven, bedoeld in [artikel 8.75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-11-01&g=2016-11-01).
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.3. Heffingen
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
##### Artikel 8a.50b
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van een exploitant van een luchthaven ontheffing verlenen van een regel die met het oog op de geluidbelasting is opgenomen in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een luchthaven van nationale betekenis.
2. Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van een exploitant van een luchthaven ontheffing verlenen van een regel die met het oog op de geluidbelasting is opgenomen in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een luchthaven van regionale betekenis.
3. Een ontheffing kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de ontheffing vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
4. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Gedeputeerde staten doen zo spoedig mogelijk na de verlening van een ontheffing hiervan mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
6. De exploitant maakt de beslissing omtrent een ontheffing bekend aan de gebruikers van de luchthaven.
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.3.4. Luchthavenluchtverkeer in geval van vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 1.1. Algemene bepalingen
##### Artikel 1.5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden ter uitvoering van hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.
##### Artikel 1.6
Het is verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.
##### Artikel 1.7
1. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag, afgifte, wijziging, beperking, schorsing, intrekking, verlenging en vernieuwing van bewijzen van bevoegdheid, verklaringen, certificaten en overige documenten die bij of krachtens de basisverordening worden afgegeven, worden ten laste gebracht van de aanvrager van het document.
2. De bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
### Hoofdstuk 2. Personeel
## Titel 2.1. Bewijzen van bevoegdheid
## TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
@@ -3270,8 +5440,6 @@
#### § 3.2.1. Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid, geluidscertificaat, geluidsverklaring
#### § 3.2.2. Erkenningen
#### § 3.2.3. Diverse bepalingen
### Hoofdstuk 4. Vluchtuitvoering
@@ -3280,2424 +5448,336 @@
## Titel 5.1. Luchtverkeer
## Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot het verlenen van luchtverkeersdiensten
#### § 5.2.1. Het verlenen van luchtverkeersdiensten
#### § 5.2.2. Vergoedingen
## Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten
#### § 5.2.1. Het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie
#### § 5.3.2. Taken van de LVNL
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.6. Personeel van de organisatie
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
##### Artikel 7.6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de vergoedingen voor de kosten van handelingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, die ter zake van de luchtvaartveiligheid door Nederland, dan wel op grond van de artikelen 100, tweede lid, en 207, eerste en vierde lid, in samenhang met artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie door de Europese Unie zijn gesloten, voor zover deze kosten niet reeds de basis vormen voor de vergoedingen bedoeld in deze wet.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 8.1. Algemeen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.2. Luchthavenregeling
#### § 8.4.3.3. Toegang tot de luchthaven en informatievoorziening
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.4. Luchthavenluchtverkeer in geval van vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Infrastructuur en Milieu
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
##### Artikel 11.28
Ingeval bij of krachtens deze wet regels worden gesteld ter uitvoering van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), kan overtreding van die regels ook als strafbaar feit worden aangemerkt dan wel worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze regels in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.13a
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wijst een verlener van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan die verantwoordelijk is voor het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen of delen hiervan.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen.
3. Voor zover de aanwijzing en de regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekking hebben op het vluchtinformatiegebied Amsterdam worden zij opgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.1. De LVNL
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer
#### § 5.3.8. Inlichtingen, verslaglegging en controle
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
### Hoofdstuk 8. De luchthaven Schiphol
## Titel 7.2. Slotallocatie
#### § 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit
## Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
## Titel 7.5. Vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 8.1. Algemeen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
## Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.1. Algemeen
#### § 8.4.3.1. Algemeen
#### § 8.4.3.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Infrastructuur en Milieu
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.17a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 8.17b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.1. Algemeen
## Titel 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.3.5. Aanwijzingen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.6. Informatievoorziening luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Infrastructuur en Milieu
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.14a
Indien op basis van artikel 9 bis van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening een functioneel luchtruimblok is ingesteld, waarvan een gedeelte van of het gehele vluchtinformatiegebied Amsterdam deel uitmaakt, wijzen, in afwijking van de [artikelen 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Defensie in overeenstemming met het bevoegde gezag van de betrokken staat of staten voor dat bepaalde gebied een of meer verleners van luchtverkeersdiensten en verleners van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan, alsmede het luchtverkeer waaraan de bedoelde instanties luchtverkeersdiensten verlenen.
##### Artikel 5.14b
1. Een bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen instantie kan, onverminderd haar verantwoordelijkheid voor het verlenen van de diensten waartoe deze instantie is aangewezen, na schriftelijke instemming door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie laten verrichten door een andere verlener van luchtverkeersdiensten of meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie.
2. Ter verkrijging van de in het eerste lid bedoelde instemming dient de bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.13a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen instantie hiertoe een verzoek in bij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De bij of krachtens [artikel 5.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [5.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [5.14a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) aangewezen instantie verstrekt alle informatie die benodigd is voor de beoordeling van een verzoek als bedoeld in het tweede lid.
4. Gronden waarop instemming als bedoeld in het eerste lid kan worden onthouden zijn:
- a. het niet voldoen of niet kunnen voldoen door de verlener van wiens diensten gebruik zal worden gemaakt aan de op grond van [artikel 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), derde lid, aan het certificaat van de aangewezen instantie gestelde beperkingen en voorschriften, dan wel indien het dienstverlening binnen het luchtruim van Bonaire, Sint Eustatius en Saba betreft, het niet voldoen of kunnen voldoen aan de bij regeling van Onze Minister gestelde eisen inzake het toezicht op de dienstverlener of inzake zijn bekwaamheid of geschiktheid;
- b. strijd met het belang van een veilig, ordelijk en vlot verloop van het luchtverkeer; of
- c. strijd met het recht.
##### Artikel 5.14c
1. Het is verboden luchtverkeersdiensten te verlenen zonder hiertoe te zijn aangewezen bij of krachtens deze wet, dan wel zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in [artikel 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. Het is verboden luchtverkeersdiensten te doen verlenen zonder de hiertoe vereiste instemming, bedoeld in [artikel 5.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14b&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 5.14d
1. Het is verboden luchtvaartnavigatiediensten te verlenen zonder te beschikken over een daartoe bestemd certificaat als bedoeld in artikel 7 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verstrekt een certificaat als bedoeld in het eerste lid, indien de aanvrager voldoet aan de in artikel 6 van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening bedoelde eisen.
3. Aan een certificaat kunnen de voorschriften en beperkingen, zoals bedoeld in Bijlage II van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening, worden verbonden.
4. De in het derde lid bedoelde voorschriften en beperkingen kunnen tijdens de geldigheidsduur van het certificaat ambtshalve worden gewijzigd of aangevuld wegens:
- a. wijziging van de krachtens deze wet gestelde regels;
- b. wijziging van de kaderverordening, luchtvaartnavigatiedienstenverordening, luchtruimverordening of interoperabiliteitsverordening; of
- c. wijziging van bepalingen die op grond van de in onderdeel b genoemde verordeningen zijn gesteld.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de geldigheidsduur, aanvraag, verlening en verlenging van een certificaat.
6. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu neemt binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag voor het verlenen van een certificaat een besluit omtrent de afgifte daarvan.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een certificaat geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een ernstig vermoeden rijst dat de houder van het certificaat:
- a. niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid;
- b. niet voldoet aan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het derde lid; of
- c. ter verkrijging van het certificaat onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.
8. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een certificaat intrekken, indien:
- a. de houder van het certificaat niet voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid;
- b. de houder van het certificaat niet voldoet aan de voorschriften of beperkingen, bedoeld in het derde lid; of
- c. het certificaat gedurende ten minste drie maanden is geschorst.
9. Dit artikel is niet van toepassing op verleners van luchtvaartnavigatiediensten die deze diensten hoofdzakelijk aanbieden aan andere bewegingen van luchtvaartuigen dan aan het algemeen luchtverkeer als bedoeld in [artikel 2.2, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.2&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 5.14e
Ten aanzien van de luchtverkeers-, communicatie-, navigatie- of plaatsbepalingsdiensten worden bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu veiligheidsvoorschriften vastgesteld voor technisch en ontwikkelingspersoneel dat operationele aan de veiligheid gerelateerde taken verricht.
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.1. De LVNL
#### § 5.2.2. Vergoedingen
#### § 5.3.3. Organen, inrichting en beheer van de organisatie
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer
#### § 5.3.6. Personeel van de organisatie
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
## Titel 7.1. Melding van voorvallen
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.4. Exploitatieverbod
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
## Titel 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.2.1. Het luchthavenindelingbesluit
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
## Titel 8.4. De exploitatie van de luchthaven
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.1. Algemeen
## Titel 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven schiphol
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
##### Artikel 9.8
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan in omstandigheden waarin maatregelen worden genomen als bedoeld in artikel 13 van de kaderverordening een of meer luchtverkeerdienstverleners ontheffing verlenen van het in [artikel 5.14d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.1&artikel=5.14d&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde verbod, indien deze omstandigheden hiertoe noodzaken.
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
##### Artikel 11.1a
1. Indien een natuurlijke of rechtspersoon voldoet aan de in Bijlage I van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening genoemde eisen, verleent Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op aanvraag een erkenning om de in artikel 2, tweede lid, van die verordening bedoelde inspecties en onderzoeken uit te voeren.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent:
- a. de in Bijlage I van de luchtvaartnavigatiedienstenverordening genoemde eisen;
- b. de aanvraag, verlening en verlenging van een erkenning;
- c. de vergoeding die de aanvrager is verschuldigd ter zake van de kosten van de handelingen met betrekking tot de aanvraag en verlening van de erkenning;
- d. het tarief, dat een houder van een erkenning is verschuldigd ter zake van de kosten van toezicht. Onder het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde eisen behoort in ieder geval het periodiek en in voorkomend geval steekproefsgewijs onderzoeken van een houder.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning geheel of gedeeltelijk schorsen, indien een ernstig vermoeden rijst dat de houder van de erkenning:
- a. niet voldoet aan de in het eerste lid bedoelde eisen, of
- b. ter verkrijging van de erkenning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.
4. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een erkenning intrekken wegens de in het derde lid genoemde redenen of indien de erkenning gedurende tenminste drie maanden is geschorst.
##### Artikel 11.1b
Vervallen
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.1a
1. Het is verboden met een luchtvaartuig op te stijgen of te landen, anders dan van of op een luchthaven.
2. Het is verboden de luchthaven Schiphol in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenindelingbesluit en luchthavenverkeerbesluit gelden en indien de exploitant van deze luchthaven niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat.
3. Het is verboden een overige burgerluchthaven in bedrijf te hebben indien voor deze luchthaven geen luchthavenbesluit of luchthavenregeling geldt. Vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist indien buiten het luchthavengebied het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer zodanig is dat dit gevolgen heeft voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de mate van externe-veiligheidsrisico of geluidbelasting buiten het luchthavengebied bepaald die vaststelling van gevolgen voor de ruimtelijke indeling van het gebied rond de luchthaven noodzakelijk maakt. Daarbij kan worden bepaald dat voor daarbij te omschrijven luchthavens in elk geval kan worden volstaan met de vaststelling van een luchthavenregeling. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. Het is de exploitant van een overige burgerluchthaven waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist, verboden die luchthaven in bedrijf te hebben indien hij niet beschikt over een geldig veiligheidscertificaat. Bij algemene maatregel van bestuur kan dit verbod van toepassing worden verklaard op burgerluchthavens waarvoor vaststelling van een luchthavenregeling mogelijk is.
5. Voor een militaire luchthaven is een luchthavenbesluit of een luchthavenregeling van kracht.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.1b
1. In deze titel wordt verstaan onder:
- **Autoriteit Consument en Markt:** de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in [artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0033043&artikel=2);
- **exploitant van de luchthaven:** de N.V. Luchthaven Schiphol, of, indien dit een ander is, de houder van de luchthavenexploitatievergunning;
- **gebruiker:** een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een luchtvaartmaatschappij;
- **inspecteur-generaal:** de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- **luchthavenexploitatievergunning:** de vergunning, bedoeld in [artikel 8.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- **luchthavennetwerk:** een groep luchthavens die als zodanig door de lidstaat is aangewezen en die wordt geëxploiteerd door een en dezelfde exploitant van de luchthaven;
- **representatieve organisatie:** een bij ministeriële regeling aangewezen rechtspersoon die de belangen vertegenwoordigt van gebruikers;
2. In deze titel wordt onder bestemmingsplan mede verstaan een inpassingsplan als bedoeld in [artikel 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.26) of [3.28 van de Wet ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020449&artikel=3.28).
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.41
1. Deze titel is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, indien bovenprovinciale belangen dit vorderen, regels worden gesteld ten aanzien van de vorm van luchtvaart die in ieder geval toegang heeft tot een luchthaven van regionale betekenis. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan tevens worden bepaald welke grenswaarden voor de geluidbelasting voor dit luchthavenluchtverkeer ter beschikking moeten worden gesteld.
3. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.42
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.43
1. Provinciale staten stellen bij verordening voor de luchthaven een luchthavenbesluit vast. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in [artikel 152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152).
2. Een luchthavenbesluit bevat bepalingen omtrent:
- a. het luchthavenluchtverkeer, en
- b. de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven.
3. [Artikel 107 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=107) is niet van toepassing.
##### Artikel 8.44
1. Het luchthavenbesluit bevat ten aanzien van het luchthavenluchtverkeer:
- a. grenswaarden en regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting, en
- b. regels voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op de vliegveiligheid.
2. Binnen de in het eerste lid, onder a, bedoelde grenswaarden kan in ieder geval een grenswaarde exclusief worden toegewezen voor vluchten ten behoeve van:
- a. spoedeisende hulpverlening;
- b. de uitoefening van politietaken als bedoeld in [artikel 3 van de Politiewet 2012](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0031788&artikel=3).
3. Een luchthavenbesluit kan tevens regels of grenswaarden bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de lokale luchtverontreiniging.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen grenswaarden en regels. Deze maatregel stelt in ieder geval regels omtrent het opnemen van grenswaarden voor de geluidbelasting. Bij deze maatregel kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
5. De [artikelen 8.19 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
6. De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
##### Artikel 8.45
1. Zodra gedeputeerde staten constateren dat een in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarde is overschreden, schrijven zij maatregelen voor die naar hun oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
2. [Artikel 8.22, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.22&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat gedeputeerde staten in de plaats treden van de inspecteur-generaal. [Artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregel.
3. Gedeputeerde staten schrijven geen maatregelen als bedoeld in het eerste lid voor met betrekking tot de overschrijding van de grenswaarde die is veroorzaakt door vluchten als bedoeld in [artikel 8.44, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 8.46
1. Gedeputeerde staten kunnen indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar hun oordeel ernstig wordt belemmerd:
- a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit;
- b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde voor geluid vervangen door een andere grenswaarde.
2. Aan een vrijstelling of vervanging kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, de vliegveiligheid of de lokale luchtverontreiniging.
3. [Artikel 8.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van toepassing. [Artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
##### Artikel 8.47
1. In het luchthavenbesluit worden ten behoeve van de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven, het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
2. De [artikelen 8.5, derde tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.6&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.7, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.7&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.12, eerste tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de verklaring van geen bezwaar, bedoeld in [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), respectievelijk de ontheffing, bedoeld in [artikel 8.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), wordt verleend door gedeputeerde staten.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de in luchthavenbesluiten op te nemen regels omtrent de vaststelling van het luchthavengebied en het beperkingengebied. Deze maatregel stelt ten aanzien van het beperkingengebied in ieder geval regels ten aanzien van:
- a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid.
4. De voordracht voor een krachtens het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 8.47a
Provinciale staten nemen bij de vaststelling van het luchthavenbesluit het beleid in acht dat door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu over luchthavens is vastgelegd.
##### Artikel 8.48
Op de voorbereiding van een luchthavenbesluit of op de voorbereiding van een wijziging van een luchthavenbesluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
##### Artikel 8.49
1. Een luchthavenbesluit of een wijziging van dit besluit treedt niet in werking dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door het luchthavenluchtverkeer is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen negen weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik.
2. De afgifte van de verklaring van geen bezwaar op grond van [artikel 8.9, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of de ontheffing op grond van [artikel 8.12, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), geschiedt niet dan nadat Onze Minister van Infrastructuur en Milieu heeft verklaard dat het veilig gebruik van het luchtruim door deze verklaring of ontheffing is gewaarborgd. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist binnen vier weken na indiening van de aanvraag voor deze verklaring veilig gebruik. Hij kan die beslissing eenmaal voor ten hoogste vier weken verdagen.
3. De verklaring veilig gebruik, bedoeld in het tweede lid, is van rechtswege verleend indien Onze Minister:
- a. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing op die aanvraag heeft genomen,
- b. niet binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag heeft besloten de beslissing op die aanvraag te verdagen, of
- c. niet binnen de termijn waarmee de beslissing op de aanvraag is verdaagd, een beslissing op die aanvraag heeft genomen.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens die bij een aanvraag voor een verklaring van veilig gebruik moeten worden meegezonden.
##### Artikel 8.49a
Vervallen
#### § 8.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.50
Indien voor een luchthaven op grond van [artikel 5.11, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.1&artikel=5.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18), luchtverkeersroutes en -procedures worden vastgesteld, geschiedt vaststelling van het deel van de luchtverkeersroutes die zijn gelegen in het plaatselijk luchtverkeersleidinggebied, en vaststelling van de luchtverkeersprocedures, in overeenstemming met gedeputeerde staten. Bij de vaststelling van deze routes en procedures wordt het advies van gedeputeerde staten gevolgd, tenzij dit niet mogelijk is met het oog op de vliegveiligheid, de indeling van het luchtruim of de capaciteit van het luchtruim.
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
##### Artikel 8.51
[Artikel 8.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het derde lid gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8.52
1. De exploitant van een luchthaven is gerechtigd luchthavenluchtverkeer ten behoeve van burgerluchtvaart op de luchthaven afhankelijk te stellen van toestemming. De toestemming wordt alleen geweigerd om te voorkomen dat de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden worden overschreden.
2. Indien op de luchthaven luchtverkeersdienstverlening wordt gegeven vindt afstemming plaats met de verlening van luchtverkeersdienstverlening.
3. Indien de exploitant gebruik maakt van het recht, bedoeld in het eerste lid, kan hij bij de vaststelling van tarieven voor de luchthaven een opslagtarief vaststellen voor het geval een luchtvaartuig zonder voorafgaande toestemming start of landt.
##### Artikel 8.53
Indien de exploitant van een luchthaven tarieven en voorwaarden vaststelt voor het gebruik van de luchthaven zijn deze non-discriminatoir.
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
##### Artikel 8.54
1. De exploitant van de luchthaven draagt zorg voor het registreren van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Het registreren wordt zodanig uitgevoerd dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden.
2. Provinciale staten kunnen bij verordening regels stellen omtrent de registratie en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de registratie van de milieubelasting en indien van toepassing het externe-veiligheidsrisico voor zover op grond van [artikel 8.44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), nadere regels zijn voorgeschreven. Hierbij worden tevens regels voorgeschreven omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn. De voordracht voor een krachtens de eerste volzin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. De exploitant van de luchthaven verstrekt aan gedeputeerde staten:
- a. de op grond van het eerste tot en met derde lid geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in het eerste tot en met derde lid bedoelde berekeningen.
##### Artikel 8.55
1. Gedeputeerde staten brengen ieder jaar aan provinciale staten verslag uit over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten vanwege het luchthavenluchtverkeer.
2. De [artikelen 8.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
##### Artikel 8.56
1. Indien een belanghebbende ten gevolge van een luchthavenbesluit schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven en waarvan de vergoeding niet of onvoldoende anderszins is verzekerd, kennen gedeputeerde staten hem op aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2. De [artikelen 8.31, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.32&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat bij de toepassing van [artikel 8.31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18), gedeputeerde staten in de plaats treden van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8.57
Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld ten aanzien van het verstrekken van geldelijke steun uit de provinciale kas aan gemeenten ter bestrijding van de kosten ten gevolge van uitvoering van in overeenstemming met het luchthavenbesluit gebrachte bestemmingsplannen.
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
##### Artikel 8.58
1. Provinciale staten stellen voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in. De [artikelen 107](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=107) en [152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152) zijn niet van toepassing.
2. De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:
- a. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- b. de exploitant van de luchthaven,
- c. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en
- d. omwonenden van de luchthaven.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheidbezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.
##### Artikel 8.59
1. De commissie heeft tot taak om door overleg tussen de in [artikel 8.58, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde betrokkenen een gebruik van de luchthaven te bevorderen dat zoveel mogelijk recht doet aan de belangen van die betrokkenen.
2. Provinciale staten stellen nadere regels vast omtrent de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie. Daarbij wordt in ieder geval bepaald welke in [artikel 8.58, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde gemeenten in de commissie vertegenwoordigd zijn.
3. De voorzitter van de commissie wordt door provinciale staten benoemd, geschorst en ontslagen.
4. Elk ander lid wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de voorzitter op voordracht van het orgaan of de organisatie die het lid vertegenwoordigt.
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
##### Artikel 8.60
Vervallen
##### Artikel 8.61
Vervallen
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
##### Artikel 8.62
Indien een beperkingengebied als bedoeld in [artikel 8.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-01-18&g=2016-01-18), gedeeltelijk valt binnen de grenzen van een andere provincie dan de provincie waarin een luchthaven is gelegen, wordt het luchthavenbesluit vastgesteld in overeenstemming met provinciale staten van de andere provincie.
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
##### Artikel 8.63
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van regionale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
##### Artikel 8.64
1. Provinciale staten stellen bij verordening een luchthavenregeling vast voor een luchthaven. Provinciale staten kunnen de bevoegdheid tot het vaststellen van deze verordening niet overdragen als bedoeld in [artikel 152 van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=152).
2. Een luchthavenregeling bevat regels omtrent het luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer. Een luchthavenregeling kan tevens bevatten:
- a. grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico of de geluidbelasting; of
- b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico.
3. De in de luchthavenregeling opgenomen regels of grenswaarden bevorderen in ieder geval dat niet wordt voldaan aan het criterium op grond waarvan volgens [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
4. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de in luchthavenregelingen op te nemen regels en grenswaarden.
6. De [artikelen 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.47a tot en met 8.49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.49&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.3.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.65
De [artikelen 8.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.55&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van toepassing.
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
##### Artikel 8.66
Indien provinciale staten voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instellen, zijn de [artikelen 8.58, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.59&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van toepassing.
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
##### Artikel 8.67
Vervallen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
##### Artikel 8.68
Deze titel is van toepassing op luchthavens die op grond van [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van nationale betekenis zijn.
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
##### Artikel 8.69
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 8.3.3.3. Informatievoorziening
##### Artikel 8.70
1. Voor een luchthaven waarvan op grond van [artikel 8.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is bepaald dat deze van nationale betekenis is, wordt het luchthavenbesluit bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
2. De [artikelen 8.43, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.43&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.44, eerste, tweede, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.47, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de artikelen 8.45, eerste en derde lid, en 8.46, eerste lid, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
3. Het luchthavenbesluit bevat omtrent de ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de luchthaven in ieder geval regels ten aanzien van:
- a. de bestemming en het gebruik van grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- b. de bestemming en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer;
- c. de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de vliegveiligheid.
4. Bij het vaststellen van het luchthavenbesluit worden de nadere regels, bedoeld in [artikel 8.44, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [artikel 8.47, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-01-18&g=2016-01-18), in acht genomen.
5. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
6. Ten aanzien van de burgerluchthaven Twente wordt het luchthavenbesluit of een wijziging daarvan, in afwijking van het eerste lid, vastgesteld bij besluit van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. [Artikel 8.71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.71&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.71
De voordracht voor een luchthavenbesluit of de voordracht tot een wijziging daarvan wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zesweken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
#### § 8.3.3.5. Aanwijzingen
##### Artikel 8.72
1. De [artikelen 8.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.52&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.53&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.54, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden, in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, nadere regels gesteld omtrent het registreren van de grenswaarden die in het luchthavenbesluit zijn opgenomen, omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn en omtrent de gegevensverstrekking, bedoeld in [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 8.73
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu maakt elk jaar een verslag over de milieuaspecten en indien van toepassing de externe-veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer. Het verslag bevat ten minste een beschrijving van de ter uitvoering van [artikel 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen maatregelen en van de doelmatigheid en doeltreffendheid van die maatregelen.
2. De [artikelen 8.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 8.74
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
##### Artikel 8.75
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt voor iedere luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven in.
2. De commissie bestaat uit een onafhankelijke voorzitter en in ieder geval uit vertegenwoordigers van:
- a. elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- b. gemeenten waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen,
- c. de exploitant van de luchthaven,
- d. de verlener van luchtverkeersdienstverlening voor zover op de luchthaven van toepassing, en
- e. omwonenden van de luchthaven.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties of milieuorganisaties.
4. [Artikel 8.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.7&artikel=8.59&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van het tweede en derde lid Onze Minister de plaats inneemt van provinciale staten.
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.1. Algemeen
##### Artikel 8.76
Deze afdeling is van toepassing op luchthavens van nationale betekenis waarvoor op grond van [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
##### Artikel 8.77
1. Voor een luchthaven die is gelegen buiten provinciegrenzen zoals bepaald bij of krachtens de [Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645), wordt bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu een luchthavenregeling vastgesteld.
2. [Artikel 8.64, tweede tot en met vierde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van de [artikelen 8.45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.46, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-01-18&g=2016-01-18), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
#### § 8.4.3.1. Algemeen
##### Artikel 8.78
De [artikelen 8.24a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.24a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.54, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.72, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.72&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.73, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.73&z=2016-01-18&g=2016-01-18), zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 8.54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.5&artikel=8.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats treedt van gedeputeerde staten.
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
##### Artikel 8.79
Indien Onze Minister van Infrastructuur en Milieu voor een luchthaven een commissie regionaal overleg luchthaven instelt, is [artikel 8.75, lid 2, 3 en 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van toepassing.
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
##### Artikel 8a.1
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het gebruik van luchthavens met het oog op de orde en de veiligheid op die luchthavens. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en tussen vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan ontheffing verlenen van de regels, bedoeld in het eerste lid. Deze ontheffing wordt slechts verleend indien:
- a. als gevolg van bijzondere omstandigheden de regels in redelijkheid geen toepassing kunnen vinden, en
- b. de veiligheid van de luchthaven en van het luchthavenluchtverkeer met het verlenen van een ontheffing niet in gevaar worden gebracht.
3. Aan de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen regels worden gesteld omtrent het verrichten van grondafhandelingsdiensten op luchthavens.
##### Artikel 8a.2
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu verleent of wijzigt op aanvraag van de exploitant een veiligheidscertificaat indien wordt voldaan aan de regels, bedoeld in [artikel 8a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), voorzover deze regels betrekking hebben op het luchtvaartgebied en [artikel 8a.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.3&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. Een veiligheidscertificaat vermeldt het gebruik waarvoor het verleend is.
##### Artikel 8a.3
1. Ten behoeve van het verkrijgen van een veiligheidscertificaat stelt de exploitant een luchthavenbedrijfshandboek op. Het luchthavenbedrijfshandboek bevat een beschrijving van de aanleg, de inrichting, de uitrusting en het veilig gebruik van het luchtvaartgebied alsmede een beschrijving van het veiligheidsmanagementsysteem van de luchthaven.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gegeven omtrent het veiligheidscertificaat, het veiligheidsmanagementsysteem en het luchthavenbedrijfshandboek. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen categorieën luchthavens en vormen van luchtvaart die gebruik maken van luchthavens.
##### Artikel 8a.4
1. Een veiligheidscertificaat vervalt vijf jaar na de dag van inwerkingtreding. Tussentijdse wijzigingen of aanvullingen gelden voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat. Een veiligheidscertificaat is niet overdraagbaar.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de geldigheidsduur van het certificaat verlengd indien op het moment van de vervaldatum van het certificaat nog niet onherroepelijk op de aanvraag om verlenging van het certificaat is beslist. Het certificaat vervalt in dat geval op het moment dat onherroepelijk op de aanvraag om verlenging is beslist.
3. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gegeven omtrent de aanvraag tot het verlenen of het wijzigen van een veiligheidscertificaat.
4. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag en de afgifte van het certificaat of een wijziging of verlenging daarvan, worden ten laste gebracht van de aanvrager.
5. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 8a.5
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu schorst het veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk indien de veiligheid van de luchthaven niet gewaarborgd is.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk in bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van het gebruik waarvoor het certificaat is verleend.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu trekt een veiligheidscertificaat geheel of gedeeltelijk ambtshalve in indien:
- a. er stelselmatig sprake is van grove overtredingen van de veiligheidsvoorschriften,
- b. het veiligheidsmanagementsysteem de veiligheid niet langer waarborgt, of
- c. de exploitant ook na aanmaning weigert mee te werken aan het toezicht op de veiligheid.
##### Artikel 8a.6
De exploitant van de luchthaven is verplicht op de luchthaven elektronische, meteorologische en andere hulpmiddelen te gedogen ten behoeve van de aan de LVNL en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met betrekking tot de luchtverkeersbeveiliging en de luchtvaartmeteorologische dienstverlening opgedragen taken.
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
##### Artikel 8a.37
Deze paragraaf is van toepassing op de luchthaven Schiphol.
##### Artikel 8a.38
1. Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.32&z=2016-01-18&g=2016-01-18) wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Naast de geluidsheffing burgerluchtvaart wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.33&z=2016-01-18&g=2016-01-18), alsmede de kosten van het Schadeschap Luchthaven Schiphol en van zijn uitspraken voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van [artikel 9, eerste lid, tweede lid, onderdeel a, en de leden 3a, 3f en 3g, van de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009989&artikel=9).
2. De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.
3. De heffingen worden geheven van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die als eigenaar of houder van een burgerluchtvaartuig dit te zijner beschikking heeft en dit onder zijn verantwoordelijkheid laat deelnemen aan het luchtverkeer. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, bedoeld in de eerste volzin, is in ieder geval belanghebbende bij een uitspraak van het Schadeschap Luchthaven Schiphol als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
4. De geluidsheffing burgerluchtvaart wordt geheven naar de geluidsproduktie van het burgerluchtvaartuig uitgedrukt in een aantal rekeneenheden. De geluidsproduktie wordt bepaald met toepassing van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen formules.
5. Het basistarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie bedraagt in het jaar 2004 € 27,–. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproductie wordt na 2004 met ingang van elk daarop volgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
6. Het basistarief, bedoeld in het vijfde lid, wordt per rekeneenheid verhoogd met:
- a. € 98,50 tot het jaar 2010;
- b. € 40,– vanaf het jaar 2010, met dien verstande dat deze verhoging met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar wordt verhoogd met € 1,25.
7. Het tarief van de in het eerste lid, tweede volzin, bedoelde heffing bedraagt € 0,50 per ton van de maximale toegelaten startmassa van het luchtvaartuig.
8. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan bij de toepassing van het eerste lid een deel van de kosten buiten toepassing laten indien toepassing, gelet op het belang van de burgerluchtvaart, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
9. De eigenaar of houder van een luchtvaartuig dient de ter bepaling van de geluidsheffing noodzakelijke gegevens ter beschikking van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te stellen overeenkomstig door hem te geven regels.
##### Artikel 8a.39
1. De heffingen worden door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geheven.
2. Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen geheven met overeenkomstige toepassing van de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320), met dien verstande dat van [die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) buiten toepassing blijven, de [artikelen 2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), [37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=37), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=38), [47a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=47a) , [48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=48), [52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=52), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=53) en [54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=54) alsmede [68 tot en met 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=68).
3. De bevoegdheden en de verplichtingen van de hierna vermelde, in de [Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320) genoemde functionarissen gelden met betrekking tot de heffingen voor de daarachter genoemde functionarissen:
- a. Onze Minister van Financiën: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- b. de inspecteur: de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu daartoe aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven;
4. In afwijking van het derde lid, onderdeel b, treedt voor de toepassing van [hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&hoofdstuk=V) de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar in de plaats van de inspecteur. Voorts treedt voor de toepassing van [artikel 28a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=28a) Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in de plaats van Onze Minister van Financiën.
5. De heffingen worden geheven bij wege van aanslag. Zij worden geheven over een bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu te bepalen tijdvak.
##### Artikel 8a.40
1. De heffingen worden ingevorderd door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen functionaris van de exploitant van de luchthaven, door de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Financiën aan te wijzen ambtenaar van de Dienst der Domeinen en door de ontvanger, bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=2).
2. Onverminderd het overigens in dit artikel bepaalde worden de heffingen ingevorderd met overeenkomstige toepassing van de [Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770) en de [Kostenwet invordering rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002645), met dien verstande dat van de [Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770) buiten toepassing blijven de [artikelen 9, eerste tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=9), [59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=59) en [62](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=62). Voorts blijven bij de toepassing van [artikel 66 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=66) de [artikelen 76](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=76), [80, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=80), [82](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=82), [84](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=84), [86](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=86) en [87 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=87) buiten toepassing.
3. Met betrekking tot de invordering geldt vervolgens dat:
- a. de belastingaanslagen terstond en tot het volle bedrag invorderbaar zijn;
- b. wat betreft de toepassing van [artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=8) uitsluitend bevoegd is de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. De in de [artikelen 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=11), [12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=12) en [15, eerste lid, onderdeel a, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=15) bedoelde bevoegdheden komen uitsluitend toe aan de functionaris of ambtenaar, bedoeld in het eerste lid. De in [artikel 26 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) bedoelde bevoegdheid komt uitsluitend toe aan de door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu aan te wijzen ambtenaar, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 26 van die wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=26) de door Onze Minister van Financiën bij regeling gestelde regels van toepassing zijn;
- c. de overige bij de invordering van toepassing zijnde bevoegdheden, met uitzondering van die bedoeld in de [artikelen 24, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=24), [25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) en [58 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=58), uitsluitend toekomen aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid;
- d. de bevoegdheid bedoeld in [artikel 24, tweede en derde lid, van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=24) zowel toekomt aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid als aan de ontvanger bedoeld in het eerste lid;
- e. de bevoegdheden bedoeld in [artikel 25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=25) en [artikel 58 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=58) toekomen, indien de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid met de invordering is belast, aan deze functionaris of ambtenaar en indien de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, met de invordering is belast, aan de ontvanger.
4. In het kader van het verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel moet in [artikel 17 van de Invorderingswet 1990](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004770&artikel=17) voor «de ontvanger die het dwangbevel heeft uitgevaardigd» telkens worden gelezen: de met de tenuitvoerlegging van het dwangbevel belaste ontvanger.
5. Betaling van de heffingen dient te geschieden aan de functionaris of ambtenaar bedoeld in het eerste lid. Na de betekening van het dwangbevel dient te worden betaald aan de ontvanger, bedoeld in het eerste lid, die is vermeld op het dwangbevel.
##### Artikel 8a.41
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen inzake de heffingen en de invordering daarvan nadere in het kader van de [artikelen 8a.38 tot en met 8a.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.38&z=2016-01-18&g=2016-01-18) passende regels worden gesteld ter aanvulling van de daarin geregelde onderwerpen.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld inzake de afdracht van de door de functionaris als bedoeld in [artikel 8a.40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.40&z=2016-01-18&g=2016-01-18), ingevorderde heffing aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
##### Artikel 8a.42
1. Met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.74](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.3&artikel=8.74&z=2016-01-18&g=2016-01-18) wordt onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing geheven. Tevens wordt een heffing geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.33&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. De [artikelen 8a.38, tweede tot en met vierde en zevende tot en met negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.38&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8a.39 tot en met 8a.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.1&artikel=8a.39&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Het tarief van de heffing per rekeneenheid geluidsproduktie bedraagt in het jaar 2004 € 27,– en wordt met ingang van elk daaropvolgend kalenderjaar verhoogd met € 1,–.
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
##### Artikel 8a.43
1. Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat met betrekking tot de financiering en de bekostiging van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.56, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.6&artikel=8.56&z=2016-01-18&g=2016-01-18), onder de naam «geluidsheffing burgerluchtvaart» een heffing wordt geheven. Tevens kunnen provinciale staten bij verordening bepalen dat een heffing wordt geheven ter financiering van de kosten van de uitvoering van [artikel 8.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.6&artikel=8.57&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. De heffingen worden geheven ter zake van het landen met een burgerluchtvaartuig tot het tijdstip waarop de kosten als bedoeld in het eerste lid, zijn voldaan.
3. Voor de heffing en invordering zijn de [artikelen 220](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=220), [220a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=220a), [221](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=221) en [227 tot en met 232h van de Provinciewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005645&artikel=227) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
##### Artikel 8a.44
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert vóór 30 juni 2010 en vervolgens elke vijf jaar vóór 30 juni in de Staatscourant welke burgerluchthavens zijn aangeduid als belangrijke luchthavens
2. Een belangrijke luchthaven is een burgerluchthaven waarop jaarlijks meer dan 50000 vliegtuigbewegingen plaatsvinden. Oefenvluchten met lichte vliegtuigen, als bedoeld in hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 Report on standard Method of Computing Noise around civil airports, worden hierbij niet meegerekend.
3. Een wijziging van hoofdstuk 5.2 ECAC.CEAC Doc 29 gaat voor de toepassing van het tweede lid gelden met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wijziging.
##### Artikel 8a.45
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2007 een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight veroorzaakt door de luchthaven Schiphol op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 30 juni 2012 en vervolgens vóór 30 juni van elk vijfde kalenderjaar een geluidbelastingkaart vast die betrekking heeft op een geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight veroorzaakt door belangrijke luchthavens op woningen en bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën van andere geluidgevoelige gebouwen.
3. Onder geluidbelasting Lden wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 07.00 tot 19.00 uur, van 19.00 tot 23.00 uur en van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar. Onder geluidbelasting Lnight wordt verstaan: geluidbelasting op een plaats en vanwege een bron als omschreven in bijlage I, onderdeel 2, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) over alle perioden van 23.00 tot 07.00 uur van een jaar.
4. De geluidbelastingkaart geeft ten minste een weergave van:
- a. de geluidbelasting Ldenen de geluidbelasting Lnight veroorzaakt door een belangrijke luchthaven in de periode van een jaar van 1 november van het tweede jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart tot en met 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar van vaststelling van de geluidbelastingkaart, en
- b. het aantal woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en bewoners van woningen die aan bepaalde waarden van geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight worden blootgesteld.
5. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van de geluidbelastingkaart. Ten behoeve van de bepaling van de geluidsbelasting Lden en de geluidsbelasting Lnight vanwege een luchthaven kunnen bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu nadere regels worden gesteld.
##### Artikel 8a.46
1. De exploitant van een luchthaven verschaft ten behoeve van de vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu op zijn verzoek alle noodzakelijke inlichtingen en gegevens.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de te verschaffen inlichtingen en gegevens, waaronder de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden verschaft.
##### Artikel 8a.47
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu geeft binnen één maand na vaststelling van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), mededeling van deze vaststelling in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen dan wel op andere geschikte wijze. Hierbij geeft hij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van de geluidbelastingkaart.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu:
- a. stelt de geluidbelastingkaart elektronisch ter beschikking van een ieder;
- b. voegt bij de geluidbelastingkaart een overzicht van de belangrijkste punten van die kaart.
##### Artikel 8a.48
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu stelt vóór 18 mei 2008 aan de hand van de geluidbelastingkaart, bedoeld in [artikel 8a.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18), een actieplan vast met betrekking tot de luchthaven. Indien er sprake is van een belangrijke ontwikkeling die van invloed is op de geluidhindersituatie, en daarnaast ten minste elke vijf jaar na de vaststelling wordt het actieplan opnieuw overwogen, en zo nodig aangepast.
2. Het actieplan bevat ten minste een beschrijving van:
- a. het te voeren beleid om geluidbelasting Lden en geluidbelasting Lnight te beperken, en
- b. de voorgenomen in de eerstvolgende vijf jaar te treffen maatregelen om overschrijding van in het luchthavenverkeerbesluit of luchthavenbesluit vastgestelde waarden van geluidbelasting Lden of geluidbelasting Lnight te voorkomen of ongedaan te maken en de te verwachten effecten van die maatregelen.
3. Op de voorbereiding van een actieplan is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden nadere regels gesteld omtrent de inhoud, vormgeving en inrichting van het actieplan.
5. [Artikel 8a.47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.47&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van actieplannen.
##### Artikel 8a.49
Indien de belangrijke luchthaven een luchthaven van regionale betekenis is, treden bij de toepassing van de [artikelen 8a.45 tot en met 8a.48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.4&artikel=8a.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gedeputeerde staten van de provincie die het luchthavenbesluit heeft vastgesteld, in de plaats van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
##### Artikel 8a.50
1. De verbodsbepaling bedoeld in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen luchtvaartuigen.
2. Van de in [artikel 8.1a, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), genoemde verboden kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, kunnen voorwaarden worden verbonden.
##### Artikel 8a.51
1. Gedeputeerde staten kunnen voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik van een terrein ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), indien het terrein wordt gebruikt door een luchtvaartuig dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie.
2. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
3. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld over:
- a. het terrein;
- b. de wijze waarop het terrein wordt gebruikt;
- c. de termijn waarbinnen gedeputeerde staten een besluit nemen op de aanvraag;
- d. de wijze waarop Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en de burgemeester van de gemeente waarin het terrein ligt, worden betrokken bij het verlenen van de ontheffing en bij het gebruik van het terrein.
##### Artikel 8a.52
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende het gebruik van luchthavens.
##### Artikel 8a.53
Wanneer de aanleg, de instandhouding of het gebruik van een werk ten behoeve van de uitvoering van de militaire taak op een burgerluchthaven in strijd zou komen met een bepaling van of krachtens deze wet, kunnen Wij, op voordracht van Onze Minister van Defensie, daarvan ontheffing verlenen.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
##### Artikel 10.11
1. Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald zijn de [hoofdstukken 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) niet van toepassing op militaire luchthavens, met uitzondering van:
- a. [artikel 8.1a, eerste, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18),
- b. [titel 8a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover het betreft burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant, met dien verstande dat de regels, bedoeld in [artikel 8a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&artikel=8a.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), voor zover het militaire luchthavens betreft worden gesteld bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie, en
- c. [artikel 8a.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.3&paragraaf=8a.3.2&artikel=8a.42&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover het betreft het gebruik van militaire luchthavens door burgerluchtvaartuigen.
2. Voor de toepassing ingevolge het eerste lid van [titel 8a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18) op militaire luchthavens wordt als exploitant aangemerkt de burgerexploitant.
##### Artikel 10.12
1. Deze titel is van toepassing ten aanzien van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen militaire luchthavens. Bij die maatregel worden de luchthavens aangewezen waarvoor vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor bij die maatregel aangewezen luchthavens uniforme grenswaarden vastgesteld voor de maximaal toegelaten geluidbelasting door landende en opstijgende luchtvaartuigen. Bij die maatregel kunnen tevens uniforme grenswaarden worden vastgesteld voor het externe-veiligheidsrisico en voor lokale luchtverontreiniging en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot geluidbelasting, het externe-veiligheidsrisico, lokale luchtverontreiniging en de maximale hoogte van objecten als bedoeld in [artikel 10.17, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18). Bij de vaststelling kan onderscheid worden gemaakt naar soorten luchtvaartuigen, aan- en uitvliegroutes, bestemming van gronden en perioden van het etmaal.
3. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels vastgesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de in het tweede lid bedoelde geluidbelasting en kunnen dergelijke regels worden vastgesteld met betrekking tot het externe-veiligheidsrisico en luchtverontreiniging.
##### Artikel 10.13
1. Het is verboden met een burgerluchtvaartuig op te stijgen van of te landen op een militaire luchthaven, zonder of in afwijking van een voor dat opstijgen of landen door Onze Minister van Defensie verleende vergunning voor burgermedegebruik als bedoeld in [artikel 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-01-18&g=2016-01-18), vrijstelling of ontheffing.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van militaire luchthavens door de burgerluchtvaart. Deze regels betreffen in ieder geval de gevallen waarin militair luchtverkeer voorrang heeft op burgerluchtverkeer.
3. Aan de in het eerste lid bedoelde vrijstelling en ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen en intrekken van de vrijstelling of ontheffing, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
5. Een vrijstelling of ontheffing wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
6. Een vrijstelling of ontheffing kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vrijstelling of ontheffing is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de daaraan verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd, of
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vrijstelling of ontheffing niet of niet in die vorm zou zijn verleend.
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.14
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18) vaststelling van een luchthavenbesluit is vereist.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.15
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt voor een luchthaven een luchthavenbesluit vastgesteld.
2. In het luchthavenbesluit worden het luchthavengebied en het beperkingengebied vastgesteld.
3. Het luchthavengebied en het beperkingengebied overlappen elkaar niet. De gebieden kunnen bestaan uit niet aaneengesloten delen.
4. [Artikel 8.5, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.5&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van toepassing.
##### Artikel 10.16
1. Als luchthavengebied wordt het gebied vastgesteld dat bestemd is voor gebruik als luchthaven.
2. Het luchthavenbesluit bevat voor het luchthavengebied regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op het gebruik van het gebied als luchthaven.
##### Artikel 10.17
1. Als beperkingengebied wordt het gebied vastgesteld waar met het oog op de geluidsbelasting en de veiligheid in verband met de nabijheid van de luchthaven beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond. Het beperkingengebied omvat de gebieden die behoren bij de in het tweede lid bedoelde grenswaarden voor geluidbelasting en het externe-veiligheidsrisico, alsmede bij de in het derde lid, onderdeel b, bedoelde regels.
2. Het luchthavenbesluit bevat een grenswaarde voor geluidsbelasting. Het besluit kan tevens bevatten:
- a. een grenswaarde voor het externe-veiligheidsrisico;
- b. een of meer grenswaarden die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
3. Het luchthavenbesluit bevat voor het beperkingengebied in ieder geval regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op:
- a. de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven;
- b. de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchthavenluchtverkeer.
Het besluit kan voor het beperkingengebied tevens regels bevatten waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bestemming en het gebruik van de grond voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op het externe-veiligheidsrisico in verband met de nabijheid van de luchthaven.
4. Het luchthavenbesluit kan tevens voor het luchthavenluchtverkeer bevatten:
- a. regels met het oog op de geluidsbelasting;
- b. regels die noodzakelijk zijn met het oog op de lokale luchtverontreiniging.
5. Bij de regels met het oog op de geluidsbelasting en het externe-veiligheidsrisico, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen.
6. De [artikelen 8.8 tot en met 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
7. Bij de vaststelling van het luchthavenbesluit kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar.
##### Artikel 10.18
De voordracht voor een luchthavenbesluit of de wijziging daarvan wordt gedaan:
- a. na overleg met gedeputeerde staten en de colleges van burgemeester en wethouders van respectievelijk de provincies en de gemeenten binnen de grenzen waarvan het gebied of een gedeelte van het gebied ligt dat door het ontwerp wordt bestreken, en
- b. nadat het ontwerp vervolgens in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen zes weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Defensie te brengen.
##### Artikel 10.19
De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens met betrekking tot de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging zijn niet openbaar.
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
##### Artikel 10.20
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer zodanig geschiedt dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer de grenswaarden, opgenomen in het luchthavenbesluit, niet overschrijdt.
##### Artikel 10.21
1. Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in [artikel 10.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde grenswaarden zijn overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden.
3. [Artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.3&artikel=10.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
##### Artikel 10.22
1. Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard:
- a. vrijstelling verlenen van een regel in het luchthavenbesluit;
- b. een in het luchthavenbesluit vastgelegde grenswaarde vervangen door een andere grenswaarde.
2. Het verlenen van een vrijstelling van een regel als bedoeld in [artikel 10.17, vierde lid, onder a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18), geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
3. Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
4. Aan een vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op geluidsbelasting en veiligheid. [Artikel 10.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.3&artikel=10.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de beperkingen en voorschriften.
5. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vervanging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.23
De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van een luchthaven door het luchthavenluchtverkeer worden jaarlijks door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu herleid tot contouren die de actuele geluidsbelasting voor dat verkeer in dat jaar weergeven. [Artikel 10.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van toepassing. De contourenkaarten zijn openbaar.
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.24
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.25
1. Onze Minister van Defensie stelt voor iedere luchthaven ten behoeve van overleg en voorlichting omtrent milieuaspecten buiten een luchthaven een commissie van overleg en voorlichting milieu in.
2. De commissie bestaat in ieder geval uit:
- a. één vertegenwoordiger van elke provincie waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen;
- b. twee vertegenwoordigers van elke gemeente waarin het beperkingengebied geheel of gedeeltelijk is gelegen, waarvan één vertegenwoordiger van elke gemeente een omwonende van de luchthaven is;
- c. één of twee vertegenwoordigers van de luchthaven;
- d. één of twee vertegenwoordigers van Onze Minister van Defensie.
3. Onverminderd het tweede lid kan de commissie ook bestaan uit vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties.
4. De vertegenwoordiger van de provincie, dan wel één van hen indien er meer vertegenwoordigers van provincies in de commissie zitting hebben, treedt op als voorzitter van de commissie. De [artikelen 8.37, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.37&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [8.38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.38&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister van Defensie in de plaats treedt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
5. Onze Minister van Defensie voorziet in het secretariaat van de commissie.
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.26
Deze afdeling is in aanvulling op de [artikelen 10.15 tot en met 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van toepassing op militaire luchthavens waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.27
1. Onze Minister van Defensie kan aan een rechtspersoon een vergunning verlenen voor burgermedegebruik onder verantwoordelijkheid van die rechtspersoon.
2. Het verlenen van een vergunning voor burgermedegebruik door tussenkomst van een burgerexploitant geschiedt in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu. De overige vergunningen voor burgermedegebruik worden verleend na overleg met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
3. De vergunning vermeldt in ieder geval:
- a. de aard van het burgerluchtverkeer waarvoor de vergunning geldt;
- b. de termijn waarvoor de vergunning wordt verleend;
- c. de voor het burgermedegebruik geldende grenswaarden, wat betreft de geluidbelasting eventueel in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar waarvoor de vergunning geldt.
4. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent het verlenen, wijzigen, overdragen en intrekken van de vergunning, alsmede omtrent de aan de behandeling van de aanvraag verbonden kosten.
6. Een vergunning wordt niet verleend voor burgerluchtvaart van commerciële aard op een luchthaven waar reeds burgermedegebruik plaatsvindt door tussenkomst van een burgerexploitant.
7. Een vergunning kan in ieder geval door Onze Minister van Defensie worden ingetrokken of gewijzigd wanneer:
- a. een of meer redenen waarom de vergunning is verleend, zijn vervallen,
- b. een of meer van de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften niet worden nageleefd,
- c. na de verlening zodanige feiten of omstandigheden bekend zijn geworden dat, indien deze ten tijde van de verlening bekend waren geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend, of
- d. van een voor onbepaalde tijd verleende vergunning gedurende twee achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt.
8. Met betrekking tot de intrekking en wijziging, bedoeld in het zevende lid, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
9. Ingeval de vergunning is verleend aan een burgerexploitant, is [artikel 8.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.4&artikel=8.53&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van overeenkomstige toepassing.
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
##### Artikel 10.28
1. In het luchthavenbesluit voor een militaire luchthaven waar een vergunning voor burgermedegebruik kan worden verleend, worden de in [artikel 10.17, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde grenswaarden en regels voor het militair luchtverkeer en het burgerluchtverkeer afzonderlijk vastgesteld. Voor het burgerluchtverkeer of een gedeelte daarvan kan de vaststelling van een afzonderlijke grenswaarde voor geluidbelasting geschieden in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar.
2. Het luchthavenbesluit bevat ten behoeve van het burgerluchtverkeer in ieder geval regels omtrent de tijdstippen waarop van de luchthaven gebruik kan worden gemaakt.
3. Het luchthavenbesluit kan regels bevatten die noodzakelijk zijn met het oog op de geluidbelasting.
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
##### Artikel 10.29
1. De houder van een vergunning voor burgermedegebruik en Onze Minister van Defensie bevorderen het goede verloop van het luchthavenluchtverkeer overeenkomstig de vergunning en het luchthavenbesluit voor zover dit betrekking heeft op het burgerluchtverkeer. Zij treffen daartoe zelf en in onderlinge samenwerking de voorzieningen die redelijkerwijs van hen kunnen worden gevergd om te bewerkstelligen dat de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer een in de vergunning voor het burgermedegebruik opgenomen grenswaarde, daaronder begrepen een voor het burgermedegebruik vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, niet overschrijdt.
2. Ingeval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, is [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van overeenkomstige toepassing.
3. [Artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 10.30
1. Zodra Onze Minister van Defensie ter zake van een vergunning voor burgermedegebruik constateert dat een grenswaarde, daaronder begrepen een vastgesteld maximum aantal vliegtuigbewegingen, ten behoeve van het vergunde burgermedegebruik is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het verkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover zij naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de grenswaarden, daaronder begrepen het aantal vliegtuigbewegingen voor dat verkeer.
3. Voordat Onze Minister van Defensie een maatregel voorschrijft, stelt hij degene tot wie de maatregel is gericht in de gelegenheid zijn zienswijze kenbaar te maken.
4. De [artikelen 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn in geval de vergunning voor burgermedegebruik is verleend aan een burgerexploitant, van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de voorgeschreven maatregelen.
#### § 10.3.2.1. Algemeen
##### Artikel 10.31
De burgerexploitant is verplicht om in door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu in overeenstemming met Onze Minister van Defensie aangewezen gevallen burgerluchthavenluchtverkeer op de luchthaven toe te laten.
##### Artikel 10.32
Het is de houder van een vergunning voor burgermedegebruik verboden om zonder of in afwijking van een daarvoor door Onze Minister van Defensie verleende vergunning op de luchthaven bouwwerken of andere opstallen op te richten, te hebben of te wijzigen dan wel bomen, gewassen of planten te hebben. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het hebben van roerende zaken of het verrichten van graafwerk anders dan in verband met de exploitatie of het onderhoud van dat deel van de luchthaven. Aan de vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
##### Artikel 10.33
Een ministeriële regeling op grond van de [artikelen 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [10.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.35&z=2016-01-18&g=2016-01-18) wordt vastgesteld door Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
##### Artikel 10.34
1. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik draagt zorg voor het registreren van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart zodanig dat een vergelijking mogelijk is met de in het luchthavenbesluit opgenomen grenswaarden voor burgerluchtvaart. Hij verricht de berekeningen die voor die registratie noodzakelijk zijn. Indien voor het burgermedegebruik een maximum aantal vliegtuigbewegingen is vastgesteld, draagt de houder van de vergunning zorg voor het registreren van het aantal vliegtuigbewegingen.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het registreren en omtrent de berekeningen die daartoe noodzakelijk zijn.
##### Artikel 10.35
1. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie:
- a. de op grond van [artikel 10.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18), door hem geregistreerde gegevens;
- b. gegevens over de in [artikel 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde berekeningen, voor zover die door hem zijn verricht.
2. De houder van de vergunning voor burgermedegebruik verstrekt aan Onze Minister van Defensie gegevens over de ter uitvoering van [artikel 10.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18) getroffen voorzieningen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de gegevensverstrekking.
##### Artikel 10.36
1. [Artikel 8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is ten aanzien van de veiligheidsaspecten van het luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de milieuaspecten van luchthavenluchtverkeer ten behoeve van de burgerluchtvaart is [artikel 8.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat het in dat artikel bedoelde verslag wordt uitgebracht door Onze Minister van Defensie.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het openbaar maken van op grond van de [artikelen 10.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [10.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.6&artikel=10.35&z=2016-01-18&g=2016-01-18) geregistreerde of verstrekte gegevens. [Artikel 8.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.5&paragraaf=8.5.3&artikel=8.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van toepassing.
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
##### Artikel 10.37
1. De in [artikel 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.6&artikel=10.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde commissie wordt in ieder geval uitgebreid met een vertegenwoordiger van degene aan wie een vergunning voor burgermedegebruik is verleend.
2. De in [artikel 10.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.6&artikel=10.25&z=2016-01-18&g=2016-01-18) bedoelde commissie kan worden uitgebreid met vertegenwoordigers van rechtspersoonlijkheid bezittende gebruikersorganisaties.
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
##### Artikel 10.38
Deze afdeling is van toepassing op militaire luchthavens waarvoor op grond van [artikel 10.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.1&artikel=10.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18) vaststelling van een luchthavenbesluit niet is vereist.
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
##### Artikel 10.39
1. Bij regeling van Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven een luchthavenregeling worden vastgesteld.
2. In een luchthavenregeling wordt het luchthavengebied vastgesteld. Een luchthavenregeling kan tevens een grenswaarde voor geluidbelasting in de vorm van een maximum aantal vliegtuigbewegingen per jaar bevatten.
3. Op de voorbereiding of de wijziging van een luchthavenregeling is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
4. In een luchthavenregeling kunnen regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aard en de omvang van het gebruik van de luchthaven;
- b. het toegestane luchthavenluchtverkeer voor zover die regels noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidbelasting.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten aanzien van luchthavens of categorieën luchthavens regels worden gegeven ten aanzien van:
- a. de aanleg, inrichting en uitrusting;
- b. het gebruik van de luchthaven, mede met het oog op de veiligheid.
6. Het luchthavengebied wordt vastgesteld met behulp van een kaart waarop de ligging van dit gebied is aangegeven. Deze kaart wordt vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000.
##### Artikel 10.40
Onze Minister van Defensie draagt er zorg voor dat het luchthavenluchtverkeer geschiedt overeenkomstig de luchthavenregeling.
##### Artikel 10.41
1. Zodra Onze Minister van Defensie constateert dat de in [artikel 10.39, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.4&paragraaf=10.3.4.2&artikel=10.39&z=2016-01-18&g=2016-01-18), bedoelde grenswaarde is overschreden, schrijft hij maatregelen voor die naar zijn oordeel bijdragen aan het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer binnen de gestelde grenswaarde.
2. Onze Minister van Defensie trekt de maatregelen in of matigt deze voor zover de maatregelen naar zijn oordeel niet langer nodig zijn voor het terugdringen van de belasting vanwege het luchthavenluchtverkeer.
##### Artikel 10.42
1. Onze Minister van Defensie kan voor een luchthaven indien ten gevolge van groot onderhoud van een baan of door een bijzonder voorval het normale gebruik van de luchthaven naar zijn oordeel ernstig wordt belemmerd, of in verband met bijzondere redenen van nationale of bondgenootschappelijke aard vrijstelling verlenen van een bepaling in de luchthavenregeling.
2. Een vrijstelling kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de vrijstelling vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
3. Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden met het oog op de veiligheid of de geluidbelasting.
#### § 10.3.3.1. Algemeen
##### Artikel 10.43
Onze Minister van Defensie registreert het feitelijk gebruik van de luchthaven. Bij regeling van Onze Minister van Defensie in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent de wijze van registratie en openbaarmaking van deze gegevens.
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
##### Artikel 10.44
1. Van het in [artikel 8.1a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), genoemde verbod kan vrijstelling worden verleend door Onze Minister van Defensie ten behoeve van de militaire luchtvaart.
2. Aan de vrijstelling kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
#### § 10.3.4.3. Informatievoorziening
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.22
1. Onze Minister van Defensie kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. [artikel 10.17, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.2&paragraaf=10.3.2.2&artikel=10.17&z=2016-01-18&g=2016-01-18) juncto [artikel 8.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 10.29, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18) juncto [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 10.29, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.29&z=2016-01-18&g=2016-01-18) juncto [artikel 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 10.30, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto [artikel 8.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18) onderscheidenlijk [8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 10.31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 10.32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.5&artikel=10.32&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. een maatregel als bedoeld in [artikel 10.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.4&artikel=10.30&z=2016-01-18&g=2016-01-18) voor zover de maatregel zich richt tot de houder van de medegebruikvergunning verleend op grond van [artikel 10.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=10&titeldeel=10.3&afdeling=10.3.3&paragraaf=10.3.3.2&artikel=10.27&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. De [artikelen 11.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van [artikel 11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) Onze Minister van Defensie de plaats inneemt van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.23
1. Gedeputeerde staten kunnen een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van:
- a. [artikel 8.44, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.44&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto de [artikelen 8.19 tot en met 8.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.19&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [artikel 8.47, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.47&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto de artikelen 8.19 en 8.21, eerste en derde lid, of van een beperking of voorschrift als bedoeld in de [artikelen 8.46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.46&z=2016-01-18&g=2016-01-18), 8.64, zesde lid, juncto artikel 8.46 of [8a.51, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.5&artikel=8a.51&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. een maatregel als bedoeld in de [artikelen 8.45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.2&paragraaf=8.3.2.2&artikel=8.45&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [8.64, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.3&afdeling=8.3.3&paragraaf=8.3.3.2&artikel=8.64&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto artikel 8.45.
2. De [artikelen 11.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 11.20 gedeputeerde staten de plaats innemen van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.24
Ingeval van overtreding van de [artikelen 8.25d, eerste tot en met dertiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), de krachtens het veertiende lid gestelde regels, [8.25da, vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25da&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25e, eerste, tweede, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18), de krachtens het vijfde lid gestelde regels, [8.25ea, tweede, derde lid of vierde lid, laatste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25ea&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25f, eerste, tweede, vierde, achtste of negende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-01-18&g=2016-01-18), de krachtens het tiende lid gestelde regels, [8.25ga](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25ga&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [8.25h, eerste of tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&hoofdstuk=7), met uitzondering van [artikel 58a, van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=58a) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 12.1
Vervallen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 11.27
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu publiceert, voor zover van toepassing, uiterlijk met ingang van één maand na de inwerkingtreding van dit artikel en daarna steeds maandelijks, in de Staatscourant een lijst van instanties ten aanzien waarvan in de daaraan voorafgaande periode een beschikking tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 11.16, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18), of een beschikking tot toepassing van de bestuursdwang, bedoeld in [artikel 11.15, onderdeel b, onder 1°, 6° en 7°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18), onherroepelijk is geworden.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
#### § 8.3.2.7. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.2.8. Aanwijzingen
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
#### § 8.3.2.9. Bijzondere bepalingen in verband met gevolgen die een provinciegrens overstijgen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.3.3. Informatievoorziening
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.3.3.5. Aanwijzingen
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.4.2.3. Toegang tot en exploitatie van de luchthaven, informatievoorziening, financiële aspecten
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
#### § 8.4.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.3.1. Algemeen
#### § 10.3.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.2.5. Financiële aspecten
#### § 10.3.3.1. Algemeen
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 10.3.4.3. Informatievoorziening
##### Artikel 11.16a
1. Onverminderd [titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.4) kan de verlener van luchtvaartnavigatiediensten de verdere verlening van luchtvaartnavigatiediensten opschorten, indien de gebruiker van die diensten niet heeft voldaan aan de eis tot het onmiddellijk en volledig betalen van de vergoedingen, bedoeld in [artikel 5.20, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [artikel 5.21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.21&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. De opschorting kan slechts plaatsvinden wanneer een gebruiker gedurende drie maanden zijn openstaande facturen voor de vergoedingen niet heeft betaald of wanneer de achterstallige schuld minimaal 10.000 euro bedraagt.
3. Voor de opschorting van de dienstverlening, stuurt de verlener van luchtvaartnavigatiediensten een aangetekend besluit naar de gebruiker waarin wordt aangegeven dat bij niet-betaling van de vergoedingen binnen 30 dagen de dienstverlening op kosten van de gebruiker zal worden opgeschort. Het besluit bevat de datum en het tijdstip vanaf wanneer geen dienstverlening meer zal worden gegeven.
4. De kosten bedoeld in het derde lid, omvatten in ieder geval:
- a. parkeerkosten voor het luchtvaartuig die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan de betrokken luchthavenexploitant verschuldigd wordt,
- b. kosten van verleende grondafhandelingsdiensten die de gebruiker als gevolg van de opschorting aan verleners van die diensten verschuldigd wordt.
5. De dienstverlening blijft opgeschort zolang de achterstallige schuld vermeerderd met de in het derde lid bedoelde kosten niet is voldaan.
6. De desbetreffende verlener van luchtvaartnavigatiediensten stelt de volgende instanties onverwijld op de hoogte van het besluit tot opschorting van de dienstverlening:
- a. overige verleners van luchtvaartnavigatiediensten in de gebieden in en grenzend aan het vluchtinformatiegebied Amsterdam,
- b. de betrokken luchthavenexploitant,
- c. de Eurocontrol-organisatie,
- d. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
7. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan nadere regels stellen voor het opschorten van de verlening van luchtvaartnavigatiediensten.
8. [Artikel 5.20, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18), is van overeenkomstige toepassing op de inning van vergoedingen als bedoeld in het derde lid, met dien verstande dat in onderlinge samenwerking voorzieningen worden getroffen door verleners van luchtvaartnavigatiediensten, exploitanten van luchthavens en verleners van grondafhandelingsdiensten.
9. De LVNL kan op verzoek van de Eurocontrol-organisatie, ook de dienstverlening opschorten voor vluchten van gebruikers die een achterstand hebben in de betaling van aan de Eurocontrol-organisatie verschuldigde vergoedingen van kosten als bedoeld in [artikel 5.20, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=5&titeldeel=5.2&paragraaf=5.2.2&artikel=5.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18). Het tweede tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de achterstallige schuld minimaal 50.000 euro bedraagt.
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 7.5
Het is een vliegtuigexploitant als bedoeld in artikel 3, onder o, van richtlijn nr. 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PbEU L 275), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2008/101/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 (PbEU 2009, L 8), verboden een vlucht uit te voeren met een luchtvaartuig zolang en voor zover de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van artikel 16, tiende lid, van eerstgenoemde richtlijn aan de betrokken vliegtuigexploitant een exploitatieverbod heeft opgelegd.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.3. Verzekering
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.1. Algemeen
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
#### § 8.3.2.4. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven
#### § 8.3.2.5. Informatievoorziening en gegevensverstrekking
#### § 8.3.2.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
#### § 8.3.3.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
#### § 8.4.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.3. Heffingen
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
## Titel 8A.3. Heffingen
## Titel 8A.5. Overige bepalingen
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.2.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.4. Informatievoorziening
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
#### § 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8a.50a
Indien ten aanzien van de burgerluchthaven Twente een vrijstelling, als bedoeld in [artikel 8a.50, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.5&artikel=8a.50&z=2016-01-18&g=2016-01-18), van het verbod in [artikel 8.1a, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1a&z=2016-01-18&g=2016-01-18), wordt verleend, is op de voorbereiding van die vrijstelling [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.2.6. Commissie van overleg en voorlichting milieu
#### § 10.3.3.2. De vergunning voor burgermedegebruik
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door Nederlandse Mededingingsautoriteit
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 11.10a
1. Voor een overtreding of misdrijf waarop in de [artikelen 11.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [11.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.1&artikel=11.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18) een geldboete van de derde of vierde categorie is gesteld, kan de rechter in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba telkens een geldboete van ten hoogste de derde categorie, onderscheidenlijk de vierde categorie opleggen.
2. Handelen in strijd met de [artikelen 4.1, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2016-01-18&g=2016-01-18), alsmede als strafbare feiten aangeduide overtredingen van voorschriften krachtens [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=4&z=2016-01-18&g=2016-01-18) wordt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangemerkt als een overtreding en wordt door de rechter gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste 6 maanden, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie.
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.25da
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een groep luchthavens die wordt geëxploiteerd door de exploitant van de luchthaven of, indien dit een ander is, een en dezelfde houder van de luchthavenexploitatievergunning, aanwijzen als luchthavennetwerk.
2. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de exploitant van het luchthavennetwerk toestemming verlenen om een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven vast te stellen voor het gehele luchthavennetwerk.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan de exploitant van de luchthaven en de exploitant van elke deelnemende overige burgerluchthaven, voor zover zij luchtverbindingen voor dezelfde stad of agglomeratie verzorgen, toestemming verlenen om een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven vast te stellen voor alle luchthavens die de luchtverbindingen voor dezelfde stad of agglomeratie verzorgen.
4. In geval van een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven, als bedoeld in het tweede of derde lid, doet de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers mededeling van een voorstel voor de tarieven en voorwaarden en stelt hij de tarieven en voorwaarden vast voor de luchthaven Schiphol overeenkomstig de [artikelen 8.25d tot en met 8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18). De exploitant van elke deelnemende overige burgerluchthaven doet aan de gebruikers mededeling van een voorstel en stelt de tarieven vast overeenkomstig de [artikelen 8.25d, eerste, tweede, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25i&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.25j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25j&z=2016-01-18&g=2016-01-18). De exploitant en de deelnemende overige burgerluchthavens dragen zorg voor de noodzakelijke onderlinge afstemming.
5. In het geval dat een overige burgerluchthaven de drempelwaarde van vijf miljoen passagiersbewegingen overschrijdt, doet de exploitant van deze luchthaven aan de gebruikers mededeling van een voorstel voor de tarieven en voorwaarden en stelt hij de tarieven en voorwaarden vast overeenkomstig de [artikelen 8.25d, eerste, tweede, zesde en tiende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25d&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25e&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25f&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25h&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.25i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25i&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.25j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.4&artikel=8.25j&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 8.25ea
1. Gebruikers van de luchthaven die gebruik wensen te maken van diensten op maat of specifiek voor hen gereserveerde terminals of delen van terminals, kunnen een verzoek daartoe richten aan de exploitant.
2. De exploitant van de luchthaven stelt relevante, objectieve, transparante en non-discriminatoire criteria vast, op basis waarvan een verzoek van gebruikers van de luchthaven wordt beoordeeld.
3. Naast de criteria, bedoeld in het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven aanvullende criteria hanteren indien de inhoud van het verzoek daartoe noodzaakt. De aanvullende criteria voldoen aan dezelfde eisen als de criteria bedoeld in het tweede lid.
4. Indien binnen vier weken nadat de exploitant van de luchthaven heeft beslist op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, daartoe een aanvraag van een gebruiker is ingediend, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast of de beslissing van de exploitant in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels. De Autoriteit Consument en Markt geeft haar oordeel binnen drie maanden. Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de beslissing in strijd is met bij of krachtens deze wet gestelde regels, deelt zij dit terstond mede aan de exploitant van de luchthaven. De exploitant van de luchthaven neemt binnen vier weken een nieuwe beslissing op het verzoek met inachtneming van de overwegingen van de Autoriteit Consument en Markt.
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.1. Algemeen
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.2. **(Gereserveerd)**
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
#### § 10.3.2.2. Het luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
##### Artikel 8a.54
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven vastgesteld in verband met de nabijheid van de navolgende buitenlandse luchthavens in de Bondsrepubliek Duitsland:
- a. de burgerluchthaven Weeze, gelegen in de gemeente Weeze;
- b. de militaire luchthaven Brüggen, gelegen in de gemeente Brüggen;
- c. de militaire luchthaven Geilenkirchen, gelegen bij de stad Geilenkirchen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kan een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven worden vastgesteld in verband met de nabijheid van een andere buitenlandse luchthaven.
3. De voordracht voor een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
##### Artikel 8a.55
1. Bij een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt het beperkingengebied vastgesteld, dat het Nederlands grondgebied omvat waar met het oog op het externe-veiligheidsrisico, de geluidsbelasting of de vliegveiligheid, vanwege de nabijheid van de desbetreffende buitenlandse luchthaven, beperkingen noodzakelijk zijn ten aanzien van de bestemming of het gebruik van de grond.
2. De ruimtelijke indeling en de begrenzing van het beperkingengebied voor een buitenlandse luchthaven worden bepaald aan de hand van:
- a. het gebruik van de luchthaven door het luchthavenluchtverkeer,
- b. de ligging van start- en landingsbanen, en
- c. de positie van navigatie- en communicatieapparatuur.
##### Artikel 8a.56
Een beperkingengebied wordt vastgesteld met behulp van een of meer kaarten waarop de ligging van het gebied is aangegeven. De kaarten worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 50 000. Zo nodig worden delen van de gebieden vastgelegd met behulp van kaarten op een schaal met een kleiner verhoudingsgetal.
##### Artikel 8a.57
1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven bevat in elk geval regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond waaronder begrepen de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met:
- a. de geluidbelasting vanwege het luchthavenluchtverkeer, en
- b. de vliegveiligheid.
2. Indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt vastgesteld in verband met de nabijheid van een buitenlandse burgerluchthaven, bevat dit besluit voorts regels omtrent de bestemming en het gebruik van de grond in verband met het externe-veiligheidsrisico vanwege het luchthavenluchtverkeer. Indien het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven wordt vastgesteld in verband met de nabijheid van een buitenlandse militaire luchthaven, kan het besluit dergelijke regels bevatten.
3. Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, worden in ieder geval gronden aangewezen die niet bestemd zijn of gebruikt worden voor woningen of andere in het besluit aangewezen gebouwen.
##### Artikel 8a.58
1. Met betrekking tot het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven zijn de [artikelen 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.8&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.10&z=2016-01-18&g=2016-01-18) en [8.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.11&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «luchthavenindelingbesluit» telkens wordt gelezen: besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
2. Voorts zijn [artikel 8.9, eerste tot en met derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.9&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat omtrent de verklaring van geen bezwaar en de ontheffing wordt besloten door Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en dat in plaats van «het luchthavenindelingbesluit» telkens wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
3. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu beslist omtrent de verklaring van geen bezwaar of de ontheffing, bedoeld in het tweede lid, indien het een militaire luchthaven betreft, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
4. De beslistermijn bedraagt acht weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 8a.59
1. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van de geluidbelasting, en kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze van meten, berekenen en registreren van het externe-veiligheidsrisico.
2. Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt ten aanzien van militaire luchthavens vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
##### Artikel 8a.60
Op de voorbereiding van een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven of op de voorbereiding van een wijziging of intrekking van een zodanig besluit is [afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&afdeling=3.4) van toepassing. Zienswijzen kunnen naar voren worden gebracht door een ieder.
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
##### Artikel 8a.61
De [artikelen 8.31 tot en met 8.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.6&artikel=8.31&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «het luchthavenindelingbesluit of het luchthavenverkeerbesluit» onderscheidenlijk «het luchthavenindelingbesluit» wordt gelezen: het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven.
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
##### Artikel 8a.62
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan voor iedere buitenlandse luchthaven, aangewezen bij of krachtens [artikel 8a.54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.54&z=2016-01-18&g=2016-01-18), een commissie regionaal overleg luchthaven instellen.
2. Indien een commissie wordt ingesteld, stelt Onze Minister van Infrastructuur en Milieu regels omtrent:
- a. de taak, samenstelling en werkwijze van de commissie,
- b. de instelling van een secretariaat ter ondersteuning van de commissie, en
- c. de mate waarin en de voorwaarden waaronder Onze Minister van Infrastructuur en Milieu jaarlijks bijdraagt in de kosten van de commissie.
3. [Artikel 8.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.37&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.6. Informatievoorziening luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 10.4. Overige bepalingen met betrekking tot militaire luchtvaart
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
##### Artikel 11.22a
Onze Minister van Infrastructuur en Milieu is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde verplichtingen, bedoeld in [artikel 8a.58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto [artikel 8.12, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
##### Artikel 11.22b
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan een bestuurlijke boete opleggen bij overtreding van [artikel 8a.58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8a&titeldeel=8A.6&paragraaf=8a.6.1&artikel=8a.58&z=2016-01-18&g=2016-01-18), juncto [artikel 8.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.1&artikel=8.12&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
2. De [artikelen 11.16, tweede lid en derde lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.16&z=2016-01-18&g=2016-01-18), en [11.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=11&titeldeel=11.2&paragraaf=11.2.1&artikel=11.20&z=2016-01-18&g=2016-01-18) zijn van overeenkomstige toepassing.
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door Nederlandse Mededingingsautoriteit
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 7.5. Vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
#### § 8.5.2. Het registreren van het veiligheidsrisico en de milieubelasting
### Afdeling 8.7. De commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.1. Algemeen
#### § 8.3.2.2. Het luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.3. Vaststellen routes in de nabijheid van de luchthaven
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.3.3.1. Algemeen
#### § 8.3.3.2. Luchthavenregeling
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
##### Artikel 8.71a
[Artikel 8.23a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.23a&z=2016-01-18&g=2016-01-18) is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. in de aanhef van het eerste lid in plaats van «krachtens [artikel 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.1&artikel=8.15&z=2016-01-18&g=2016-01-18) gestelde voorschriften» wordt gelezen «het bepaalde in een luchthavenbesluit» en in plaats van «de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18)» wordt gelezen: de commissie regionaal overleg van de betreffende luchthaven, bedoeld in [artikel 8.75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- b. in de onderdelen a en b van het eerste lid in plaats van «het luchthavenverkeerbesluit» wordt gelezen: het luchthavenbesluit;
- c. in het zesde lid in plaats van «de [artikelen 8.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.13&z=2016-01-18&g=2016-01-18), [8.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.2&paragraaf=8.2.2&artikel=8.14&z=2016-01-18&g=2016-01-18) of [8.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.3&paragraaf=8.3.2&artikel=8.24&z=2016-01-18&g=2016-01-18)» wordt gelezen: [artikel 8.71](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.2&artikel=8.71&z=2016-01-18&g=2016-01-18);
- d. in het achtste en negende lid in plaats van «de commissie regionaal overleg luchthaven Schiphol, bedoeld in [artikel 8.34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&afdeling=8.7&artikel=8.34&z=2016-01-18&g=2016-01-18)» wordt gelezen: de commissie regionaal overleg van de betreffende luchthaven, bedoeld in [artikel 8.75](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005555&hoofdstuk=8&titeldeel=8.4&afdeling=8.4.2&paragraaf=8.4.2.4&artikel=8.75&z=2016-01-18&g=2016-01-18).
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.1. Algemeen
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.1. Veilig gebruik van luchthavens
## Titel 8A.3. Heffingen
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
##### Artikel 8a.50b
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu kan op aanvraag van een exploitant van een luchthaven ontheffing verlenen van een regel die met het oog op de geluidbelasting is opgenomen in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een luchthaven van nationale betekenis.
2. Gedeputeerde staten kunnen op aanvraag van een exploitant van een luchthaven ontheffing verlenen van een regel die met het oog op de geluidbelasting is opgenomen in een luchthavenbesluit of luchthavenregeling voor een luchthaven van regionale betekenis.
3. Een ontheffing kan slechts worden verleend voor een bepaalde in de ontheffing vast te stellen termijn van ten hoogste een jaar.
4. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
5. Gedeputeerde staten doen zo spoedig mogelijk na de verlening van een ontheffing hiervan mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.
6. De exploitant maakt de beslissing omtrent een ontheffing bekend aan de gebruikers van de luchthaven.
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
#### § 10.3.2.3. Luchthavenluchtverkeer
#### § 10.3.3.4. Luchthavenluchtverkeer in geval van vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Verkeer en Waterstaat
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 1.1. Algemene bepalingen
##### Artikel 1.5
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden ter uitvoering van hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.
##### Artikel 1.6
Het is verboden in strijd te handelen met bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van hetgeen bij of krachtens de basisverordening is bepaald.
##### Artikel 1.7
1. De kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag, afgifte, wijziging, beperking, schorsing, intrekking, verlenging en vernieuwing van bewijzen van bevoegdheid, verklaringen, certificaten en overige documenten die bij of krachtens de basisverordening worden afgegeven, worden ten laste gebracht van de aanvrager van het document.
2. De bedragen ter vergoeding van de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
### Hoofdstuk 2. Personeel
## Titel 2.1. Bewijzen van bevoegdheid
## TITEL 2.3. ADVIESCOMMISSIE ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN
### Hoofdstuk 3. Luchtvaartuigen
## Titel 3.1. Nationaliteitskenmerken en registratie van luchtvaartuigen
## Titel 3.2. Luchtwaardigheids- en geluidseisen
#### § 3.2.1. Type-certificaat, bewijs van luchtwaardigheid, geluidscertificaat, geluidsverklaring
#### § 3.2.3. Diverse bepalingen
### Hoofdstuk 4. Vluchtuitvoering
### Hoofdstuk 5. Luchtverkeer, luchtverkeersbeveiliging en luchtverkeersbeveiligingsorganisatie
## Titel 5.1. Luchtverkeer
## Titel 5.2. Bepalingen met betrekking tot het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten
#### § 5.2.1. Het verlenen van luchtvaartnavigatiediensten
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.2. Taken van de LVNL
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.6. Personeel van de organisatie
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
##### Artikel 7.6
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden vastgesteld betreffende de vergoedingen voor de kosten van handelingen die voortvloeien uit internationale overeenkomsten, die ter zake van de luchtvaartveiligheid door Nederland, dan wel op grond van de artikelen 100, tweede lid, en 207, eerste en vierde lid, in samenhang met artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie door de Europese Unie zijn gesloten, voor zover deze kosten niet reeds de basis vormen voor de vergoedingen bedoeld in deze wet.
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 8.1. Algemeen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.3.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.3. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenregeling
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.2. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenbesluit
#### § 8.4.2.4. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.2. Luchthavenregeling
#### § 8.4.3.3. Toegang tot de luchthaven en informatievoorziening
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
## Titel 8A.4. Geluidbelastingkaarten en actieplannen in verband met EU richtlijn omgevingslawaai
## Titel 8A.5. Overige bepalingen burgerluchthavens
## Titel 8A.6. **Gevolgen van buitenlandse luchthavens voor de ruimtelijke ordening op Nederlands grondgebied**
#### § 8a.6.1. Het besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.2. **Vluchtuitvoering en vervoer**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.1. Algemeen
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.3. Het luchthavenbesluit in geval van een vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
#### § 10.3.3.6. Informatievoorziening luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.7. Commissie van overleg en voorlichting milieu militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.1. Algemeen
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Infrastructuur en Milieu
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
##### Artikel 11.28
Ingeval bij of krachtens deze wet regels worden gesteld ter uitvoering van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109), kan overtreding van die regels ook als strafbaar feit worden aangemerkt dan wel worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze regels in de Engelse taal zijn gesteld en bekend gemaakt.
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 5.13a
1. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu wijst een verlener van meteorologische diensten voor de luchtvaartnavigatie aan die verantwoordelijk is voor het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen of delen hiervan.
2. Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu worden regels gesteld omtrent het beschikbaar maken, stellen en houden van luchtvaartmeteorologische inlichtingen.
3. Voor zover de aanwijzing en de regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, betrekking hebben op het vluchtinformatiegebied Amsterdam worden zij opgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Defensie.
## Titel 5.3. De luchtverkeersbeveiligings-organisatie
#### § 5.3.1. De LVNL
#### § 5.3.5. Geïnstitutionaliseerd overleg met gebruikers
#### § 5.3.7. Geldmiddelen en financieel beheer
#### § 5.3.8. Inlichtingen, verslaglegging en controle
### Hoofdstuk 6. Luchtvervoer
## Titel 6.5. Vervoer van gevaarlijke stoffen
### Hoofdstuk 7. Diverse bepalingen inzake luchtvaart
## Titel 7.5. Vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen
### Hoofdstuk 8. Luchthavens
## Titel 8.1. Algemeen
### Afdeling 8.2.1. Algemeen
### Afdeling 8.2. De ruimtelijke indeling van en rond de luchthaven
#### § 8.2.2. Het voorbereiden en wijzigen van het besluit
### Afdeling 8.3. Het luchthavenluchtverkeer
#### § 8.3.1. Het luchthavenverkeerbesluit
### Afdeling 8.4. De exploitatie van de luchthaven
### Afdeling 8.5. Informatievoorziening
#### § 8.5.1. Algemeen
#### § 8.5.3. Gegevensverstrekking, verslaglegging en openbaarmaking
#### § 8.5.4. Gegevensverstrekking, geluidbelastingkaart en actieplan in verband met de richtlijn inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai
### Afdeling 8.6. Financiële aspecten
## Titel 8.3. Luchthavens van regionale betekenis
### Afdeling 8.3.1. Algemeen
### Afdeling 8.3.2. Luchthavens van regionale betekenis met luchthavenbesluit
## Titel 8.4. Luchthavens van nationale betekenis
### Afdeling 8.4.1. Algemeen
### Afdeling 8.4.3. Luchthavens van nationale betekenis met luchthavenregeling
#### § 8.4.3.1. Algemeen
#### § 8.4.3.2. Luchthavenregeling
#### § 8.4.3.3. Toegang tot de luchthaven en informatievoorziening
### Hoofdstuk 8a. Bijzondere bepalingen luchthavens
#### § 8a.3.1. Heffingen luchthaven Schiphol
#### § 8a.3.2. Heffingen burgerluchthavens van nationale betekenis
#### § 8a.3.3. Heffingen burgerluchthavens van regionale betekenis
#### § 8a.6.2. Financiële aspecten
#### § 8a.6.3. Commissie regionaal overleg luchthaven
### Hoofdstuk 9. Bijzondere of buitengewone omstandigheden
### Hoofdstuk 10. Militaire luchtvaart
## Titel 10.1. **Personeel en luchtvaartuigen**
## Titel 10.3. Luchthavens
### Afdeling 10.3.2. Militaire luchthavens met luchthavenbesluit
### Afdeling 10.3.3. Aanvullende bepalingen militaire luchthavens met vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.4. Luchthavenluchtverkeer in geval van vergunning voor burgermedegebruik
#### § 10.3.3.5. De toegang tot en de exploitatie van de luchthaven voor burgerluchtvaart
### Afdeling 10.3.4. Militaire luchthavens met luchthavenregeling
#### § 10.3.4.2. Luchthavenregeling
### Hoofdstuk 11. Toezicht en handhaving
## Titel 11.1. Toezicht en strafrechtelijke handhaving
## Titel 11.2. Bestuursrechtelijke handhaving
#### § 11.2.1. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Infrastructuur en Milieu
#### § 11.2.2. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Defensie
#### § 11.2.2a. Bestuursrechtelijke handhaving door Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
#### § 11.2.3. Bestuursrechtelijke boete door gedeputeerde staten
#### § 11.2.4. Bestuursrechtelijke handhaving door de Autoriteit Consument en Markt
## Titel 11.3. Uitzonderingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2016-01-18
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 9, 10
2016-01-01
2015-10-17
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2015-08-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2015-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2014-11-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2014-08-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2014-04-18
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2014-03-15
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5, 10
2014-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 2 más
2013-10-24
2013-04-25
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2013-04-01
2013-03-15
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2013-01-01
2012-10-27
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2012-10-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2012-07-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2012-06-06
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2012-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2011-05-25
2011-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2010-10-10
2010-10-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2010-07-07
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 3 más
2010-07-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 5 y 11 más
2010-04-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 5 y 11 más
2010-03-31
2010-02-24
2010-01-30
2009-12-16
2009-11-01
2009-07-01
2008-08-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 5 más
2008-07-19
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 5 más
2008-07-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 5 más
2008-06-13
Wet luchtvaart — arts. 2, 5, 5 y 5 más
2008-06-11
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 5 y 13 más
2008-05-28
2008-05-18
2007-12-21
2007-02-02
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 12 más
2006-12-13
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2006-11-29
2006-08-02
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2006-07-19
2006-03-08
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2005-05-01
2005-04-06
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 27 más
2005-03-16
2005-02-04
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 29 más
2004-07-18
2004-07-01
2003-06-20
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 29 más
2003-03-16
2003-02-20
2003-01-01
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 31 más
2002-12-18
Wet luchtvaart — arts. 2, 2, 2 y 33 más
2001-10-01
Wet luchtvaart — arts. 1, 1, 2 y 73 más
2001-10-01
Wet luchtvaart
original version Tekst op deze datum