Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs

100 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2025-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-09-14
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2024-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2022-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 6, 1
2022-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 2 y 3 más
2022-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2021-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-07-16
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2020-03-05
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-03-15
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2019-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-07-28
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-05-25
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2018-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2017-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2016-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 7 más
2016-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-06-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-03-04
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 12, 12 y 12 más
2014-07-19
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-06
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2013-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-07-04
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 2 más
2013-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-06-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2011-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-03-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-03-25
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-22
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-04-30
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-02-27
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-12-21
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-07-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2007-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2006-03-08
Wet educatie en beroepsonderwijs
2006-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-12-30
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2005-04-27
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-10-02
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-02
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-06-23
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs

Wijzigingen op 2004-04-01

@@ -18,35 +18,35 @@
- a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- b. instelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), tenzij anders blijkt;
- b. instelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), tenzij anders blijkt;
- c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), eindtermen zijn vastgesteld;
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- o. externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), eindtermen zijn vastgesteld;
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- o. externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge [artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=1);
@@ -54,11 +54,11 @@
- s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- w. bevoegd gezag:
@@ -66,51 +66,51 @@
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 5. wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 5. wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de [Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320);
- z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- z. persoonsgebonden nummer: het sociaal-fiscaalnummer, bedoeld in [artikel 2, derde lid, onder j, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002320&artikel=2), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- aa. personeel:
- 1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen.
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen.
##### Artikel 1.1.2. Reikwijdte
Deze wet heeft betrekking op:
- a. de regionale opleidingencentra, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- b. de regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband, bedoeld in[artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- c. de agrarische opleidingscentra, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- d. de exameninstellingen, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- e. de agrarische innovatie- en praktijkcentra, bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- f. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover deze beroepsopleidingen verzorgen waaraan een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden,
- f1. de instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover zij een opleiding educatie verzorgen waaraan een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden,
- g. de landelijke organen voor het beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
- h. de gemeentebesturen, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
- a. de regionale opleidingencentra, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- b. de regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband, bedoeld in[artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- c. de agrarische opleidingscentra, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- d. de exameninstellingen, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- e. de agrarische innovatie- en praktijkcentra, bedoeld in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- f. de niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover deze beroepsopleidingen verzorgen waaraan een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden,
- f1. de instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover zij een opleiding educatie verzorgen waaraan een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden,
- g. de landelijke organen voor het beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- h. de gemeentebesturen, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 1.1.3. Aard bepalingen
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13),[9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.6 tot en met 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01),[9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.6 tot en met 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@@ -126,9 +126,9 @@
##### Artikel 1.3.1. Bekostigde instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
1. De daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), in aanmerking komende regionale opleidingencentra, regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband en agrarische opleidingscentra, hebben ten behoeve van het verzorgen van beroepsonderwijs, voor zover het beroepsopleidingen betreft die op voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) voor bekostiging in aanmerking komen, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen, verzorgd door de instellingen, bedoeld in het eerste lid, is een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) verbonden.
1. De daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), in aanmerking komende regionale opleidingencentra, regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband en agrarische opleidingscentra, hebben ten behoeve van het verzorgen van beroepsonderwijs, voor zover het beroepsopleidingen betreft die op voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) voor bekostiging in aanmerking komen, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen, verzorgd door de instellingen, bedoeld in het eerste lid, is een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) verbonden.
3. Het eerste en tweede lid zijn uitsluitend van toepassing ten aanzien van opleidingen die in het Centraal register zijn geregistreerd.
@@ -146,7 +146,7 @@
2. De in het eerste lid bedoelde instellingen staan onder bestuur van één bevoegd gezag.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.2.1 tot en met 2.2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.1 tot en met 4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [7.4.2 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) gelden de instellingen die deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als één instelling.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.2.1 tot en met 2.2.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=6&artikel=2.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.1 tot en met 4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [7.4.2 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) gelden de instellingen die deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als één instelling.
##### Artikel 1.3.3. Agrarische opleidingscentra
@@ -154,7 +154,7 @@
##### Artikel 1.3.4. Agrarische innovatie- en praktijkcentra
Agrarische innovatie- en praktijkcentra zijn werkzaam ten behoeve van het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving. De centra die daarvoor op grond van [artikel 2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) in aanmerking komen, hebben ten behoeve van het vervullen van de hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
Agrarische innovatie- en praktijkcentra zijn werkzaam ten behoeve van het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving. De centra die daarvoor op grond van [artikel 2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) in aanmerking komen, hebben ten behoeve van het vervullen van de hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
#### § 2. Taken
@@ -206,51 +206,51 @@
##### Artikel 1.4.1. Andere instellingen voor beroepsonderwijs
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- f. de opneming in het Centraal register.
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
4. Voor zover ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling.
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
4. Voor zover ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling.
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
##### Artikel 1.4a.1. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), dan wel voor een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), dan wel voor een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
5. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Een begunstigende beschikking is voor het eerst van kracht ten aanzien van een opleiding educatie die aanvangt nadat die beschikking is bekend gemaakt.
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
## Titel 5. Landelijke organen
##### Artikel 1.5.1. Aanspraak bekostiging landelijke organen
De landelijke organen die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
De landelijke organen die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
##### Artikel 1.5.2. Taken landelijke organen
@@ -272,13 +272,13 @@
2. Onze Minister willigt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid uitsluitend in, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. het bevoegd gezag toont aan dat de exameninstelling haar taken vervult onafhankelijk van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- a. het bevoegd gezag toont aan dat de exameninstelling haar taken vervult onafhankelijk van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- b. het bevoegd gezag richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de exameninstelling in en draagt er in dat verband zorg voor dat wordt voorzien in een regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de externe legitimering, met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen,
- c. het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar, ten aanzien van welk verslag [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van overeenkomstige toepassing is, en
- d. het bevoegd gezag is aangesloten bij een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens als bedoeld in [artikel 7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&artikel=7.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
- c. het bevoegd gezag maakt om het andere jaar een verslag omtrent de kwaliteitszorg openbaar, ten aanzien van welk verslag [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van overeenkomstige toepassing is, en
- d. het bevoegd gezag is aangesloten bij een commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens als bedoeld in [artikel 7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&artikel=7.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
@@ -290,7 +290,7 @@
2. Het bevoegd gezag van een instelling en een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum en het bestuur van het landelijk orgaan dragen er zorg voor dat de toepassing van het eerste lid, al dan niet in combinatie met aanstelling van personeel voor eigen rekening anders dan voor contractactiviteiten, er niet toe leidt dat minder dan 51% van de personeelskosten van de instelling, het centrum of het orgaan wordt bekostigd uit de openbare kas.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
4. Het bevoegd gezag voorziet in een regeling voor het verrichten van contractactiviteiten door het personeel van de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum en het landelijk orgaan met het oog op het voorkomen van vermenging van belangen.
@@ -310,11 +310,11 @@
- c. de mate waarin de inhoud van de opleiding bijdraagt aan een duurzame en brede beroepskwalificatie.
3. De ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen.
3. De ministeriële regeling, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), omvat mede een overzicht van de beroepsopleidingen die op grond van het eerste lid voor bekostiging in aanmerking komen.
##### Artikel 2.1.2. Beëindiging bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs
Indien Onze Minister, met toepassing van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), besluit dat een opleiding niet meer voor bekostiging in aanmerking komt, bepaalt hij bij beschikking het tijdstip met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd zodanig dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
Indien Onze Minister, met toepassing van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), besluit dat een opleiding niet meer voor bekostiging in aanmerking komt, bepaalt hij bij beschikking het tijdstip met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd zodanig dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.
##### Artikel 2.1.3. Vestiging en beëindiging bekostigingsaanspraak instellingen
@@ -322,15 +322,15 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- b. instellingen die zijn voortgekomen uit een samenvoeging van bekostigde instellingen dan wel uit de omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
4. Onze Minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag op grond van het tweede lid, onder **b**. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
##### Artikel 2.1.4. Werkgebieden landelijke organen
@@ -350,11 +350,11 @@
##### Artikel 2.1.6. Beëindiging bekostigingsaanspraak landelijke organen
Onze Minister kan besluiten dat een landelijk orgaan van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het orgaan of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), vervalt.
Onze Minister kan besluiten dat een landelijk orgaan van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het orgaan of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), vervalt.
##### Artikel 2.1.7. Vestiging en beëindiging bekostigingsaanspraak agrarische innovatie- en praktijkcentra
[Artikel 2.1.5, met uitzondering van de derde volzin van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [artikel 2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
[Artikel 2.1.5, met uitzondering van de derde volzin van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [artikel 2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
## Titel 2. Bekostiging beroepsonderwijs
@@ -362,7 +362,7 @@
##### Artikel 2.2.1. Rijksbijdrage beroepsonderwijs
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze die ten aanzien van de in [artikel 2.2.2, tweede lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde gegevens betrekking heeft op het tweede aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaar. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze die ten aanzien van de in [artikel 2.2.2, tweede lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde gegevens betrekking heeft op het tweede aan het desbetreffende jaar voorafgaande jaar. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. De rijksbijdrage bestaat uit afzonderlijk berekende bijdragen ten behoeve van exploitatiekosten en huisvestingskosten.
@@ -394,33 +394,33 @@
- c. eerste inrichting.
5. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 4.4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), zoals luidend op 31 juli 1998.
5. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra. Deze regels kunnen in elk geval voorzien in onderscheid in verband met de datum waarop gewezen personeel is ontslagen, alsmede onderscheid in verband met de beslissing van de rechtspersoon, bedoeld in [artikel 4.4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&artikel=4.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), zoals luidend op 31 juli 1998.
6. Een in het eerste lid en in het vijfde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 2.2.2. Berekeningswijze
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
- a. de instroom van deelnemers, en
- b. het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
4. Ten behoeve van de kosten voor gehandicapte deelnemers kan het aan de hand van de instroom van deelnemers berekende bedrag worden verhoogd met een in de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde berekeningswijze te bepalen bedrag.
- b. het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** en **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
4. Ten behoeve van de kosten voor gehandicapte deelnemers kan het aan de hand van de instroom van deelnemers berekende bedrag worden verhoogd met een in de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde berekeningswijze te bepalen bedrag.
5. In de maatstaven, bedoeld in het tweede lid, onder **b**, kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers en naar opleidingen.
##### Artikel 2.2.3. Aanvullende middelen
1. Onze Minister kan aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ten behoeve van specifieke, door Onze Minister aan te duiden activiteiten van beperkte duur en onder door hem op te leggen verplichtingen aanvullende bedragen toevoegen. Onze Minister maakt in voorkomend geval zijn voornemens hiertoe bij gelegenheid van de indiening van het voorstel van wet inzake de rijksbegroting voor het jaar waarop de aanvullende bedragen betrekking hebben, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend.
2. De omvang van de aanvullende bedragen bedraagt ten hoogste 2% van de rijksbijdrage berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Indien Onze Minister bij gelegenheid van de indiening van de in het eerste lid bedoelde begroting aantoont dat voor de in dat lid bedoelde activiteiten een groter bedrag noodzakelijk is, kan van het in de eerste volzin bedoelde percentage worden afgeweken.
3. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), welk bedrag betrekking heeft op andere dan in dat artikel genoemde kostensoorten.
1. Onze Minister kan aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ten behoeve van specifieke, door Onze Minister aan te duiden activiteiten van beperkte duur en onder door hem op te leggen verplichtingen aanvullende bedragen toevoegen. Onze Minister maakt in voorkomend geval zijn voornemens hiertoe bij gelegenheid van de indiening van het voorstel van wet inzake de rijksbegroting voor het jaar waarop de aanvullende bedragen betrekking hebben, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal bekend.
2. De omvang van de aanvullende bedragen bedraagt ten hoogste 2% van de rijksbijdrage berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Indien Onze Minister bij gelegenheid van de indiening van de in het eerste lid bedoelde begroting aantoont dat voor de in dat lid bedoelde activiteiten een groter bedrag noodzakelijk is, kan van het in de eerste volzin bedoelde percentage worden afgeweken.
3. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), welk bedrag betrekking heeft op andere dan in dat artikel genoemde kostensoorten.
4. Onze Minister besluit binnen negen maanden na ontvangst van een aanvraag voor een aanvullend bedrag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen negen maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
@@ -436,7 +436,7 @@
##### Artikel 2.2.4a. Gebruik sociaal-fiscaal nummer door de minister
1. Onze Minister kan het sociaal-fiscaal nummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), gebruiken in het verkeer met:
1. Onze Minister kan het sociaal-fiscaal nummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), gebruiken in het verkeer met:
- a. het gewezen personeelslid,
@@ -480,11 +480,11 @@
##### Artikel 2.2.12. Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. De rijksbijdrage waarop de in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per centrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.3.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=2&artikel=1.3.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. [Artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van toepassing.
3. De [artikelen 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De rijksbijdrage waarop de in [artikel 1.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per centrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.3.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=2&artikel=1.3.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. [Artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van toepassing.
3. De [artikelen 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
## Titel 3. Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -494,25 +494,25 @@
2. Onze Minister verstrekt, na overleg met Onze Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan de gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de educatie, voor zover het betreft de educatieve programma's, bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). De bijdrage wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever vastgestelde middelen, berekend op grond van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. De rijksbijdrage kan mede worden aangewend voor in [artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=16) bedoelde doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de rijksbijdrage. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op voorwaarden, te verbinden aan de verstrekking van de rijksbijdrage en aan de in de derde volzin bedoelde aanwending, tussentijdse wijziging van de rijksbijdrage, verantwoording van de besteding van de rijksbijdrage en bestemming van niet bestede middelen. De in het eerste lid bedoelde rijksbijdrage kan mede worden aangewend ten behoeve van educatieve programma's als bedoeld in de eerste volzin.
3. Voor zover het de huisvestingskosten voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, wordt aan de instellingen een rijksbijdrage verstrekt door Onze Minister. Deze rijksbijdrage wordt berekend hetzij op grond van voor elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze, hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. [Artikel 2.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van toepassing.
3. Voor zover het de huisvestingskosten voor opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, wordt aan de instellingen een rijksbijdrage verstrekt door Onze Minister. Deze rijksbijdrage wordt berekend hetzij op grond van voor elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven, neergelegd in een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze, hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. [Artikel 2.2.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van toepassing.
4. De in het eerste onderscheidenlijk derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
##### Artikel 2.3.2. Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage
1. Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
2. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
3. De rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
1. Onze Minister maakt aan de gemeentebesturen jaarlijks in september bekend welke rijksbijdragen als bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor de gemeente voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
2. Onze Minister maakt aan elke instelling jaarlijks in september bekend welke rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor het daarop volgende jaar wordt verstrekt. Hij deelt daarbij mee op welke wijze de rijksbijdrage is berekend.
3. De rijksbijdrage, bedoeld in [artikel 2.3.1, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme.
##### Artikel 2.3.3. Gemeentelijk besluit educatiebedragen
Het bestuur van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
Het bestuur van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
##### Artikel 2.3.4. Verstrekking bedragen educatie
1. Bedragen die Onze Minister op grond van [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het gemeentebestuur betaald aan een of meer instellingen. In afwijking van [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) berust de betaling van de bedragen aan die instelling of instellingen op een door het gemeentebestuur met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De [titels 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.1) en [4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) zijn niet van toepassing.
1. Bedragen die Onze Minister op grond van [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het gemeentebestuur betaald aan een of meer instellingen. In afwijking van [titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) berust de betaling van de bedragen aan die instelling of instellingen op een door het gemeentebestuur met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De [titels 4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.1) en [4.2 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&titeldeel=4.2) zijn niet van toepassing.
2. Een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft ten minste betrekking op:
@@ -528,7 +528,7 @@
- f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
3. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
3. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
##### Artikel 2.3.5. Huisvesting opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -536,7 +536,7 @@
##### Artikel 2.3.6. Informatie educatie
1. De in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde gemeentebesturen en de instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
1. De in [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde gemeentebesturen en de instellingen dragen er zorg voor dat zij beschikken over geordende gegevens ten behoeve van het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot de educatie en verlenen desgevraagd medewerking aan door of namens Onze Minister uit te voeren onderzoek dat geheel of mede op deze gegevens is gebaseerd.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze van beschikbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde gegevens.
@@ -552,9 +552,9 @@
##### Artikel 2.4.1. Berekeningswijze
1. De rijksbijdrage voor de landelijke organen waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per orgaan berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van landelijke organen. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De rijksbijdrage voor de landelijke organen waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per orgaan berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van landelijke organen. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een in het eerste lid en in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
@@ -624,11 +624,11 @@
3. Het resultaat van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft wordt verrekend met de algemene reserve van de instelling.
4. Het bevoegd gezag dient de jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar bij Onze Minister in. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Die verklaring heeft mede betrekking op de gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant.
4. Het bevoegd gezag dient de jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar bij Onze Minister in. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Die verklaring heeft mede betrekking op de gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan Onze Minister op diens verzoek inzicht wordt geboden in de controlerapporten van de accountant.
5. Het bevoegd gezag maakt de jaarrekening, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, openbaar.
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
7. Het bevoegd gezag houdt per begrotingsjaar nauwkeurig boek van baten en lasten en draagt er zorg voor dat de baten en lasten nauwkeurig en herkenbaar zijn verwerkt in de in het zesde lid bedoelde informatieverzameling.
@@ -652,7 +652,7 @@
##### Artikel 2.5.6. Onderzoek vanwege minister
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
##### Artikel 2.5.7. Informatieplicht ministeriële accountant
@@ -676,19 +676,19 @@
5. Vervallen.
6. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt niet plaats indien toepassing is gegeven aan [artikel 4.2.1, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke overige gevallen geen vermindering plaatsvindt.
6. De vermindering, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, vindt niet plaats indien toepassing is gegeven aan [artikel 4.2.1, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Bij ministeriële regeling wordt bepaald in welke overige gevallen geen vermindering plaatsvindt.
##### Artikel 2.5.9. Correctie rijksbijdrage en verrekening correcties
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of uitbetaald in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar.
#### § 2. Landelijke organen
##### Artikel 2.5.10. Van overeenkomstige toepassing paragraaf 1
1. De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing op de landelijke organen.
1. De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de landelijke organen.
2. Het bestuur van het landelijk orgaan verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 1 maart de gegevens die voor de vaststelling en de verstrekking van de rijksbijdrage nodig zijn.
@@ -698,7 +698,7 @@
1. In een scholengemeenschap zijn tot één instelling verenigd een regionaal opleidingencentrum en een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), dan wel een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 2.6a. Voorschriften t.a.v. vbo in AOC
@@ -708,7 +708,7 @@
##### Artikel 2.7. Bijdrage voor derden t.b.v. bevorderen beroepsonderwijs en afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde doelstellingen van het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde doelstellingen van het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
@@ -752,19 +752,19 @@
##### Artikel 3.1.1. EB-kamer; AB-kamer
1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit plegen geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van de landelijke organen en van de gemeentebesturen, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs, waaronder mede wordt verstaan het informatieverkeer met Onze Minister. Het gezamenlijk overleg wordt aangeduid als EB-kamer.
1. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit plegen geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van de landelijke organen en van de gemeentebesturen, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs, waaronder mede wordt verstaan het informatieverkeer met Onze Minister. Het gezamenlijk overleg wordt aangeduid als EB-kamer.
2. Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit pleegt geregeld overleg met een vertegenwoordiging van de agrarische opleidingscentra, het landelijk orgaan werkzaam op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en de agrarische innovatie- en praktijkcentra, over aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving voor zover die aangelegenheden niet behoren tot de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden van algemeen beleid met betrekking tot het beroepsonderwijs. Dit overleg wordt aangeduid als AB-kamer.
3. Het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg heeft onder meer betrekking op:
- a. de wijze van de verslaglegging, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- b. de wijze waarop het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 2.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), als maatstaf wordt betrokken in de algemene berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- c. de voorgenomen toepassing van [artikel 2.3.6, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [2.5.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- d. de voorgenomen toepassing van [artikel 8.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
- a. de wijze van de verslaglegging, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- b. de wijze waarop het aantal behaalde diploma's, bedoeld in [artikel 2.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), als maatstaf wordt betrokken in de algemene berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- c. de voorgenomen toepassing van [artikel 2.3.6, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [2.5.5, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- d. de voorgenomen toepassing van [artikel 8.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
4. In elk geval ten aanzien van de in het derde lid genoemde onderwerpen is het overleg gericht op het bereiken van overeenstemming. Indien overeenstemming uitblijft, kan ten aanzien van die onderwerpen uitvoering worden gegeven aan het ter zake bij of krachtens deze wet bepaalde.
@@ -776,13 +776,13 @@
##### Artikel 3.2.1. Georganiseerd overleg
Over de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen en de agrarische innovatie- en praktijkcentra overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.
Over de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen en de agrarische innovatie- en praktijkcentra overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.
## Titel 3. Overleg landelijke organen
##### Artikel 3.3.1. Georganiseerd overleg landelijke organen
[Artikel 3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is van overeenkomstige toepassing op de landelijke organen.
[Artikel 3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is van overeenkomstige toepassing op de landelijke organen.
### Hoofdstuk 4. Personeel
@@ -818,11 +818,11 @@
##### Artikel 4.1.3. Benoeming, schorsing en ontslag en disciplinaire maatregelen personeel openbare instellingen
In afwijking van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.
In afwijking van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.1.2, eerste en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.
##### Artikel 4.1.4. Personeel agrarische innovatie- en praktijkcentra
De [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
De [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
#### § 2. Commissie van beroep
@@ -880,13 +880,13 @@
2. Tot docent aan een instelling kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming degene die:
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002195), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden en
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002195), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden en
- b.
- 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- 2°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), alsmede van een bij ministeriële regeling aangewezen bewijs van voldoende didactische bekwaamheid tot het geven van educatie en beroepsonderwijs, dan wel
- 1°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- 2°. in het bezit is van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), alsmede van een bij ministeriële regeling aangewezen bewijs van voldoende didactische bekwaamheid tot het geven van educatie en beroepsonderwijs, dan wel
- 3°. in het bezit is van een ten aanzien van het door hem te geven onderwijs afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de [Algemene wet erkenning EG-hoger-onderwijsdiploma’s](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006317) dan wel in de [Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006781), of
@@ -894,7 +894,7 @@
- 1°. ten minste drie jaren ervaring heeft in de praktijk van het beroep waarop het desbetreffende onderwijs is gericht,
- 2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
- 2°. door een combinatie van opleiding en ervaring geacht moet worden te beschikken over een kwalificatieniveau dat vergelijkbaar is met een kwalificatieniveau op basis van een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in [artikel 4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- 3°. in het bezit is van een in onderdeel b onder 2° bedoeld bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, en
@@ -910,7 +910,7 @@
##### Artikel 4.2.2. Bewijzen van bekwaamheid docenten
1. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), zijn:
1. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten eerste](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), zijn:
- a. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
@@ -920,7 +920,7 @@
- d. een getuigschrift of diploma van een opleiding die vóór 1 augustus 1991 was gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs.
2. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), zijn:
2. De bewijzen van bekwaamheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b ten tweede](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), zijn:
- a. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a,
@@ -936,7 +936,7 @@
##### Artikel 4.2a.1. Vereiste benoembaarheid overig personeel
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in artikel 4.2.1, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002195), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
@@ -1044,7 +1044,7 @@
##### Artikel 6.1.1. Onderwijsaanbod instellingen
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
##### Artikel 6.1.2. Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt
@@ -1052,9 +1052,9 @@
- a. de beoordeling van de doelmatigheid van de beroepsopleidingen die de instellingen voornemens zijn te verzorgen of reeds verzorgen, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs, en
- b. de in [artikel 7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde taak.
2. De commissie bestaat uit zes leden. Drie leden worden benoemd door Onze Minister. Van de overige leden wordt door Onze Minister een lid benoemd op voordracht van de landelijke organen, een lid op voordracht van de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, en een lid op voordracht van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Onze Minister benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid. De derde volzin is van overeenkomstige toepassing.
- b. de in [artikel 7.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde taak.
2. De commissie bestaat uit zes leden. Drie leden worden benoemd door Onze Minister. Van de overige leden wordt door Onze Minister een lid benoemd op voordracht van de landelijke organen, een lid op voordracht van de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, en een lid op voordracht van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Onze Minister benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid. De derde volzin is van overeenkomstige toepassing.
3. De leden en plaatsvervangende leden worden door Onze Minister geschorst en ontslagen. De benoeming geschiedt voor een termijn van vier jaren. De leden en plaatsvervangende leden zijn opnieuw benoembaar. De leden en plaatsvervangende leden worden tussentijds op eigen verzoek of om zwaarwichtige redenen ontslagen. Aan het ontslag om zwaarwichtige redenen kan een schorsing voorafgaan. Degene die een tussentijds opengevallen plaats vervult, wordt benoemd voor de duur van de voor degene in wiens plaats hij treedt nog resterende benoemingstermijn.
@@ -1062,21 +1062,21 @@
##### Artikel 6.1.3. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijsaanbod, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die de instelling voornemens is te verzorgen, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), onthouden indien de verzorging van die opleiding kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs. Onze Minister kan alvorens een beschikking als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), horen. Indien het betreft een beroepsopleiding waarvan Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), derde lid, heeft besloten dat zij zowel in de beroepsopleidende als de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, zijn de eerste en tweede volzin van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de afzonderlijke leerwegen.
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die de instelling voornemens is te verzorgen, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), onthouden indien de verzorging van die opleiding kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs. Onze Minister kan alvorens een beschikking als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), horen. Indien het betreft een beroepsopleiding waarvan Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), derde lid, heeft besloten dat zij zowel in de beroepsopleidende als de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd, zijn de eerste en tweede volzin van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de afzonderlijke leerwegen.
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. geen aanspraak bestaat op bekostiging als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden, en
- a. geen aanspraak bestaat op bekostiging als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden, en
- c. de registratie in het Centraal register wordt geweigerd.
3. Onze Minister neemt een beschikking als bedoeld in het eerste lid voor 1 februari van het jaar waarin een aanvang zal worden gemaakt met het onderwijs en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), daarvan mededeling. Wanneer Onze Minister daarbij afwijkt van het standpunt van de commissie, doet hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal daarvan mededeling.
3. Onze Minister neemt een beschikking als bedoeld in het eerste lid voor 1 februari van het jaar waarin een aanvang zal worden gemaakt met het onderwijs en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), daarvan mededeling. Wanneer Onze Minister daarbij afwijkt van het standpunt van de commissie, doet hij de Tweede Kamer der Staten-Generaal daarvan mededeling.
##### Artikel 6.1.4. Ontneming rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod
1. Onze Minister, gehoord de in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) genoemde commissie, kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ontnomen worden indien:
1. Onze Minister, gehoord de in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) genoemde commissie, kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ontnomen worden indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding gedurende een reeks van jaren onvoldoende is geweest,
@@ -1086,9 +1086,9 @@
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) meer is verbonden, en
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) meer is verbonden, en
- c. de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
@@ -1098,23 +1098,23 @@
##### Artikel 6.1.5. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt deze in het Centraal register bekend. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt deze in het Centraal register bekend. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6.1.6. Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor registratie voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), onthouden wanneer naar het oordeel van Onze Minister:
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor registratie voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a of onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), onthouden wanneer naar het oordeel van Onze Minister:
- a. de kwaliteit van die opleiding onvoldoende zal zijn, onderscheidenlijk
- b. niet wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs of de examens.
2. [Artikel 6.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van toepassing.
2. [Artikel 6.1.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van toepassing.
3. Onze Minister neemt een beschikking tot onthouding van rechten als bedoeld in het eerste lid voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het studiejaar waarin een aanvang gemaakt zal worden met het onderwijs.
@@ -1122,47 +1122,47 @@
##### Artikel 6.2.1. Diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.2.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ontnemen indien
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ontnemen indien
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de opleiding gedurende een reeks van jaren onvoldoende is geweest,
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of
- c. in strijd is gehandeld met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
##### Artikel 6.2.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding, en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.1. Erkenning exameninstellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de externe legitimering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de externe legitimering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.3.2. Beëindiging erkenning exameninstelling
1. Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ten aanzien van een beroepsopleiding ontnemen indien:
1. Onze Minister kan aan een exameninstelling het recht, bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ten aanzien van een beroepsopleiding ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de externe legitimering onvoldoende is geweest,
@@ -1174,17 +1174,17 @@
##### Artikel 6.3.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de externe legitimering van de opleiding en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de externe legitimering van de opleiding en maakt hij deze in het Centraal register bekend.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.3.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
##### Artikel 6.4.1. Het Centraal register beroepsopleidingen
1. Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), worden verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register.
1. Het Centraal register beroepsopleidingen is een systematisch geordende verzameling gegevens met betrekking tot de beroepsopleidingen die door de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), worden verzorgd. Onze Minister is belast met de aanleg, het beheer en de bekendmaking van het register en met het verstrekken van informatie uit het register.
2. Het Centraal register wordt jaarlijks voor 1 februari bekendgemaakt. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de **Staatscourant**. Het register heeft betrekking op het studiejaar dat aanvangt in datzelfde jaar.
@@ -1200,7 +1200,7 @@
- c. de indeling in het register,
- d. of de opleiding vermeld is in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- d. of de opleiding vermeld is in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- e. de studieduur,
@@ -1208,37 +1208,37 @@
- g. de namen van de exameninstellingen die gerechtigd zijn tot het verzorgen van de externe legitimering,
- h. de in [artikel 5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde samenvatting,
- i. de waarschuwing, bedoeld in [artikel 6.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [artikel 6.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of [artikel 6.3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- h. de in [artikel 5.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=5&artikel=5.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde samenvatting,
- i. de waarschuwing, bedoeld in [artikel 6.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [artikel 6.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of [artikel 6.3.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- j. de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop, en
- k. het beroep of de beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), op de voorbereiding waarvan een assistentopleiding, basisberoepsopleiding, vakopleiding of specialistenopleiding is gericht.
- k. het beroep of de beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), op de voorbereiding waarvan een assistentopleiding, basisberoepsopleiding, vakopleiding of specialistenopleiding is gericht.
##### Artikel 6.4.2. De registratieprocedure voor beroepsopleidingen
1. Het bevoegd gezag meldt elke beroepsopleiding met de verzorging waarvan de instelling voornemens is een aanvang te maken, voor registratie in het Centraal register aan.
2. De aanmelding geschiedt voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan een aanvang gemaakt zal worden met de opleiding, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Bij de aanmelding van een nieuwe opleiding of van een wijziging van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **b, e, f** of **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voegt het bevoegd gezag van een bekostigde instelling de schriftelijke bewijsstukken waaruit de juistheid van de overgelegde gegevens blijkt.
3. Onze Minister registreert de opleiding overeenkomstig de door het bevoegd gezag overgelegde gegevens in het Centraal register en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), daarvan mededeling.
4. Indien de gegevens onjuist of niet volledig zijn, stelt Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid om, binnen een door Onze Minister te bepalen termijn, alsnog te voorzien in de vereiste gegevens. Onze Minister stelt de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **c, d, f** en **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), ambtshalve vast, wanneer het bevoegd gezag de juiste gegevens niet tijdig of niet volledig verstrekt. Onverminderd de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) weigert Onze Minister registratie in het Centraal register uitsluitend wanneer:
2. De aanmelding geschiedt voor 1 december van het jaar voorafgaand aan het studiejaar met ingang waarvan een aanvang gemaakt zal worden met de opleiding, onder vermelding van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Bij de aanmelding van een nieuwe opleiding of van een wijziging van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **b, e, f** of **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voegt het bevoegd gezag van een bekostigde instelling de schriftelijke bewijsstukken waaruit de juistheid van de overgelegde gegevens blijkt.
3. Onze Minister registreert de opleiding overeenkomstig de door het bevoegd gezag overgelegde gegevens in het Centraal register en doet de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), daarvan mededeling.
4. Indien de gegevens onjuist of niet volledig zijn, stelt Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid om, binnen een door Onze Minister te bepalen termijn, alsnog te voorzien in de vereiste gegevens. Onze Minister stelt de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **c, d, f** en **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), ambtshalve vast, wanneer het bevoegd gezag de juiste gegevens niet tijdig of niet volledig verstrekt. Onverminderd de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) weigert Onze Minister registratie in het Centraal register uitsluitend wanneer:
- a. hij de gegevens binnen deze termijn niet of niet volledig heeft ontvangen,
- b. hij, in afwijking van het oordeel van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), in redelijkheid van oordeel is dat geen nieuwe opleiding wordt ingesteld,
- b. hij, in afwijking van het oordeel van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), in redelijkheid van oordeel is dat geen nieuwe opleiding wordt ingesteld,
- c. een herziene indeling evenmin in redelijkheid passend geoordeeld kan worden voor de opleiding, of
- d. hij de aanvraag, bedoeld in [artikel 6.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), afwijst.
5. Onverminderd het in dit artikel bepaalde ten aanzien van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **b, e, f** of **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is dit artikel van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **d, f** en **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Onze Minister wijzigt deze gegevens ambtshalve wanneer het bevoegd gezag deze niet tijdig of niet volledig verstrekt.
- d. hij de aanvraag, bedoeld in [artikel 6.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), afwijst.
5. Onverminderd het in dit artikel bepaalde ten aanzien van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **b, e, f** of **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is dit artikel van overeenkomstige toepassing bij wijziging van de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **d, f** en **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Onze Minister wijzigt deze gegevens ambtshalve wanneer het bevoegd gezag deze niet tijdig of niet volledig verstrekt.
##### Artikel 6.4.3. Hernieuwde registratie van beroepsopleidingen
Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), gegevens waaruit blijkt dat
Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onder **a** tot en met **g**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), gegevens waaruit blijkt dat
- a. het onderwijs van voldoende kwaliteit is, en
@@ -1246,7 +1246,7 @@
##### Artikel 6.4.4. Beëindiging registratie van beroepsopleidingen
1. Onverminderd de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen.
1. Onverminderd de [artikelen 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) beëindigt Onze Minister de registratie van een opleiding indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat.
@@ -1258,11 +1258,11 @@
1. Het bevoegd gezag van een exameninstelling meldt de externe legitimering die het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde deelkwalificaties voornemens is te verzorgen, voor registratie in het Centraal register aan.
2. [Artikel 6.4.2, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 6.4.2, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.5.2. Hernieuwde registratie van externe legitimering
Indien de aanmelding voor registratie van een exameninstelling betrekking heeft op externe legitimering ten aanzien waarvan Onze Minister toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de krachtens [artikel 6.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) te verstrekken gegevens, gegevens waaruit blijkt dat:
Indien de aanmelding voor registratie van een exameninstelling betrekking heeft op externe legitimering ten aanzien waarvan Onze Minister toepassing heeft gegeven aan [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de krachtens [artikel 6.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) te verstrekken gegevens, gegevens waaruit blijkt dat:
- a. de externe legitimering van voldoende kwaliteit is, en
@@ -1270,49 +1270,49 @@
##### Artikel 6.5.3. Beëindiging registratie van externe legitimering
1. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) beëindigt Onze Minister de registratie van de externe legitimering voor een bepaalde deelkwalificatie met ingang van het tijdstip waarop de externe legitimering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de desbetreffende externe legitimering niet langer zal verzorgen.
2. [Artikel 6.4.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van overeenkomstige toepassing.
1. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) beëindigt Onze Minister de registratie van de externe legitimering voor een bepaalde deelkwalificatie met ingang van het tijdstip waarop de externe legitimering niet meer plaatsvindt, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling de desbetreffende externe legitimering niet langer zal verzorgen.
2. [Artikel 6.4.4, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
- a. de naam van de instelling en van de opleiding die de instelling verzorgt,
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- c. in voorkomende gevallen, de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
2. Als peildatum voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, hanteert Onze Minister 1 juni voorafgaand aan de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is verbonden.
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is verbonden.
##### Artikel 6a.1.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar is verstreken, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging van rechtswege van diploma-erkenning ten aanzien van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), uit te reiken.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging van rechtswege van diploma-erkenning ten aanzien van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), uit te reiken.
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
@@ -1320,7 +1320,7 @@
##### Artikel 7.1.1. Taal
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), kan een andere taal worden gebezigd:
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan een andere taal worden gebezigd:
- a. wanneer het onderwijs met betrekking tot die taal betreft, of
@@ -1332,7 +1332,7 @@
2. Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen dan wel gericht op het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de [artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7), of onderdelen van een dergelijk diploma. Een of meer onderwijseenheden van een beroepsopleiding leiden tot een deelkwalificatie.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen, uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt afgesloten met een toets.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen, uitgezonderd een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6). Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt afgesloten met een toets.
##### Artikel 7.1.3. Eindtermen
@@ -1394,15 +1394,15 @@
##### Artikel 7.2.4. Vaststelling eindtermen beroepsonderwijs in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het gezien de aard van de in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde vereisten mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen, onderverdeeld in deelkwalificaties, voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn. Op voorstel van het landelijk orgaan worden daartoe voor 1 september bij ministeriële regeling per beroepsopleiding vastgesteld de eindtermen, de indeling daarvan in deelkwalificaties, de in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde leerwegen, en voor zover het betreft een assistentopleiding, basisberoepsopleiding, vakopleiding of specialistenopleiding, het beroep of de beroepencategorie op de voorbereiding waarvan de beroepsopleiding is gericht. In geval van een landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven. Van het voorstel maakt mede onderdeel uit een voorstel, ten aanzien van welke deelkwalificaties die verplicht zijn voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding sprake dient te zijn van externe legitimering, met dien verstande dat de externe legitimering de kleinst mogelijke meerderheid omvat van het totale aantal verplichte deelkwalificaties van die opleiding. Het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, doet zijn onderscheidenlijk haar voorstel voor 1 juni. De eindtermen hebben betrekking op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen in het studiejaar na het jaar van de vaststelling een aanvang kunnen maken.
2. Bij het voorstel voor de eindtermen voegt het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), alsmede het voorstel, bedoeld in [artikel 1.5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Uit het voorstel blijkt dat het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het landelijk orgaan in zijn voorstel, onderscheidenlijk maakt de commissie onderwijs-bedrijfsleven in haar voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het gezien de aard van de in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde vereisten mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen, onderverdeeld in deelkwalificaties, voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn. Op voorstel van het landelijk orgaan worden daartoe voor 1 september bij ministeriële regeling per beroepsopleiding vastgesteld de eindtermen, de indeling daarvan in deelkwalificaties, de in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde leerwegen, en voor zover het betreft een assistentopleiding, basisberoepsopleiding, vakopleiding of specialistenopleiding, het beroep of de beroepencategorie op de voorbereiding waarvan de beroepsopleiding is gericht. In geval van een landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven. Van het voorstel maakt mede onderdeel uit een voorstel, ten aanzien van welke deelkwalificaties die verplicht zijn voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding sprake dient te zijn van externe legitimering, met dien verstande dat de externe legitimering de kleinst mogelijke meerderheid omvat van het totale aantal verplichte deelkwalificaties van die opleiding. Het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, doet zijn onderscheidenlijk haar voorstel voor 1 juni. De eindtermen hebben betrekking op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen in het studiejaar na het jaar van de vaststelling een aanvang kunnen maken.
2. Bij het voorstel voor de eindtermen voegt het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), alsmede het voorstel, bedoeld in [artikel 1.5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Uit het voorstel blijkt dat het landelijk orgaan, onderscheidenlijk de commissie onderwijs-bedrijfsleven, voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het landelijk orgaan in zijn voorstel, onderscheidenlijk maakt de commissie onderwijs-bedrijfsleven in haar voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
3. Bij het vaststellen van de eindtermen besluit Onze Minister of de opleiding wordt verzorgd in de beroepsopleidende leerweg of in de beroepsbegeleidende leerweg, dan wel kan worden verzorgd in beide leerwegen. Onze Minister besluit bij die gelegenheid tevens welke deelkwalificaties van de beroepsopleiding zijn onderworpen aan externe legitimering.
4. Het bevoegd gezag stelt de studieduur van de opleiding vast met inachtneming van de studielast. De studieduur kan verschillen voor onderscheiden deelnemers of groepen van deelnemers.
5. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** tot en met **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
5. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **a** tot en met **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
- a. ten minste een half jaar en ten hoogste 1 jaar,
@@ -1420,7 +1420,7 @@
##### Artikel 7.2.5. Beoordeling voorstellen vaststelling en wijziging eindtermen
De in [artikel 6.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de landelijke organen onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
De in [artikel 6.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de landelijke organen onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 7.2.6. Beroepsvereisten
@@ -1434,7 +1434,7 @@
1. Van elke beroepsopleiding maakt onderricht in de praktijk van het beroep deel uit.
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
- a. de duur van de overeenkomst en de omvang van de periode van de beroepspraktijkvorming,
@@ -1448,17 +1448,17 @@
##### Artikel 7.2.9. Totstandkoming praktijkovereenkomst; vervangende praktijkplaats
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende landelijk orgaan, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende landelijk orgaan, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- b. dat de gronden voor deze gunstige beoordeling nog steeds aanwezig zijn.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken landelijk orgaan na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevorderen het bevoegd gezag en het betrokken landelijk orgaan dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken landelijk orgaan na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevorderen het bevoegd gezag en het betrokken landelijk orgaan dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
##### Artikel 7.2.10. Beoordeling van praktijkplaatsen
1. Het landelijk orgaan draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen, aan de hand van daartoe door dat orgaan vastgestelde criteria. In geval van een landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
1. Het landelijk orgaan draagt zorg voor een regelmatige beoordeling van bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen, aan de hand van daartoe door dat orgaan vastgestelde criteria. In geval van een landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
2. Het landelijk orgaan maakt de in het eerste lid bedoelde criteria bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de **Staatscourant**.
@@ -1480,7 +1480,7 @@
- d. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 7.3.2. Nadere omschrijving opleidingssoorten
@@ -1492,9 +1492,9 @@
1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **b** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **b** en **d**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 7.3.4. Inrichting voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -1512,7 +1512,7 @@
##### Artikel 7.4.1. Reikwijdte
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6).
Deze paragraaf is van toepassing op beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, opleidingen Nederlands als tweede taal I en II en in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde opleidingen, voor zover deze deel uitmaken van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6).
##### Artikel 7.4.2. Algemene bepaling inzake examens
@@ -1520,13 +1520,13 @@
2. Het examen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht, de vaardigheden en, in voorkomende gevallen, de beroepshoudingen die de examinandus zich bij voltooiing van de opleiding moet hebben eigen gemaakt, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek aan de hand van de eindtermen.
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
##### Artikel 7.4.3. Examens beroepsopleidingen
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Het examen van beroepsopleidingen bestaat uit onderdelen die overeenkomen met de deelkwalificaties.
@@ -1534,9 +1534,9 @@
##### Artikel 7.4.4. Externe legitimering examens beroepsopleidingen
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de externe legitimering van de daartoe op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) aangewezen deelkwalificaties. Externe legitimering geschiedt door of vanwege exameninstellingen en houdt voorzieningen in die waarborgen dat de inhoud en het niveau van de examens ten minste zijn afgestemd op de eindtermen.
2. Indien in bijzondere gevallen, verband houdend met [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) of [artikel 6.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), niet langer kan worden voorzien in externe legitimering, of ingeval voor een nieuwe in het Centraal register opgenomen opleiding de externe legitimering niet of nog niet volledig vorm heeft gekregen, bevordert Onze Minister dat een andere daarvoor in aanmerking komende exameninstelling, of indien deze ontbreekt, de desbetreffende instelling of instellingen de in verband daarmee noodzakelijke voorzieningen treffen ten behoeve van de deelnemers.
1. Het bevoegd gezag draagt zorg voor de externe legitimering van de daartoe op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) aangewezen deelkwalificaties. Externe legitimering geschiedt door of vanwege exameninstellingen en houdt voorzieningen in die waarborgen dat de inhoud en het niveau van de examens ten minste zijn afgestemd op de eindtermen.
2. Indien in bijzondere gevallen, verband houdend met [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) of [artikel 6.5.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), niet langer kan worden voorzien in externe legitimering, of ingeval voor een nieuwe in het Centraal register opgenomen opleiding de externe legitimering niet of nog niet volledig vorm heeft gekregen, bevordert Onze Minister dat een andere daarvoor in aanmerking komende exameninstelling, of indien deze ontbreekt, de desbetreffende instelling of instellingen de in verband daarmee noodzakelijke voorzieningen treffen ten behoeve van de deelnemers.
##### Artikel 7.4.5. Examencommissie en examinatoren
@@ -1546,7 +1546,7 @@
3. Ten behoeve van het afnemen van het examen wijst de examencommissie examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen leden van het personeel van de instelling of van het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum die met het verzorgen van het desbetreffende onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid zijn belast en wat de beroepspraktijkvorming betreft uit personen die met het verzorgen van het desbetreffende onderricht zijn belast. Het bevoegd gezag kan in afwijking van de tweede volzin bepalen dat een of meer toetsen worden afgenomen door andere examinatoren dan bedoeld in die volzin.
4. Het eerste tot en met derde lid vinden geen toepassing voor zover dat voortvloeit uit de in [artikel 7.4.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde voorzieningen waaruit de externe legitimering bestaat.
4. Het eerste tot en met derde lid vinden geen toepassing voor zover dat voortvloeit uit de in [artikel 7.4.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde voorzieningen waaruit de externe legitimering bestaat.
##### Artikel 7.4.6. Bewijsstukken van afgelegde toetsen, examenonderdelen en examens
@@ -1562,7 +1562,7 @@
- b. de getuigschriften van overeenkomstige Nederlandse beroepsopleidingen.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
3. De vergelijking of waardering wordt slechts verstrekt:
@@ -1570,7 +1570,7 @@
- b. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan een Nederlandse beroepsopleiding, of
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
4. Onze minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon.
@@ -1584,11 +1584,11 @@
- b. de onderwijseenheden die deel uitmaken van de opleiding,
- c. de inhoud en inrichting van de opleiding, daaronder begrepen de onderscheiding van de opleiding in leerwegen als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en de inhoud en inrichting van de beroepspraktijkvorming,
- c. de inhoud en inrichting van de opleiding, daaronder begrepen de onderscheiding van de opleiding in leerwegen als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en de inhoud en inrichting van de beroepspraktijkvorming,
- d. de inhoud en, in voorkomende gevallen, de indeling in onderdelen van het examen,
- e. de studieduur van de opleiding en van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden en deelkwalificaties, voor zover de studieduur op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is vastgesteld voor een groep of voor groepen van deelnemers,
- e. de studieduur van de opleiding en van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden en deelkwalificaties, voor zover de studieduur op grond van [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is vastgesteld voor een groep of voor groepen van deelnemers,
- f. de opleidingstrajecten van een opleiding die voldoen aan de eisen van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) of van de [hoofdstukken 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=3) en [4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438&hoofdstuk=4),
@@ -1598,7 +1598,7 @@
- i. de deelkwalificaties ten aanzien waarvan externe legitimering plaatsvindt, de exameninstelling die de externe legitimering verzorgt en de wijze waarop de externe legitimering plaatsvindt,
- j. op welke andere gronden dan genoemd in [artikel 7.4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), de examencommissie vrijstelling van het afleggen van een of meer toetsen en examenonderdelen kan verlenen,
- j. op welke andere gronden dan genoemd in [artikel 7.4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de examencommissie vrijstelling van het afleggen van een of meer toetsen en examenonderdelen kan verlenen,
- k. waar nodig, dat het met goed gevolg afleggen van een of meer toetsen of examenonderdelen voorwaarde is voor het afleggen van andere toetsen of onderdelen,
@@ -1608,9 +1608,9 @@
- n. de termijn waarbinnen de uitslag van een toets, examenonderdeel en examen bekend wordt gemaakt.
2. De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen. Zij kan aan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling, onverminderd [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag.
3. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen.
2. De examencommissie stelt, met inachtneming van de onderwijs- en examenregeling, regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen. Zij kan aan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling, onverminderd [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag.
3. Het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die uitgaat van verschillende godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuigingen, houdt bij de vaststelling van de onderwijs- en examenregeling rekening met die verschillen.
##### Artikel 7.4.9. Bekendmaking onderwijs- en examenregels
@@ -1626,13 +1626,13 @@
1. Aan de deelnemers wordt gelegenheid gegeven een examen af te leggen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder **a** en **c**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
4. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een instelling kan Onze Minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens het tweede en derde lid. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen [6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
@@ -1652,13 +1652,13 @@
##### Artikel 7.4.15. Bewijsstukken van afgelegde toetsen
1. Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in [artikel 7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&artikel=7.4.13&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde resultaten.
1. Ten bewijze dat een toets is afgelegd, reikt het bevoegd gezag aan de deelnemer een verklaring uit. De verklaring vermeldt de in [artikel 7.4.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&artikel=7.4.13&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde resultaten.
2. Het bevoegd gezag zendt een afschrift van de verklaring aan het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=1).
##### Artikel 7.4.16. Toetsregeling educatieve programma's
1. De [artikelen 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
1. De [artikelen 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de educatieve programma's en de toetsen, met dien verstande dat de examencommissie als toetsingscommissie optreedt.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan een toets.
@@ -1670,7 +1670,7 @@
2. De commissie van beroep voor de examens bestaat uit een even aantal gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, een voorzitter, tevens lid, en een plaatsvervangend voorzitter.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde beoordeling.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde beoordeling.
4. Op eigen verzoek wordt aan de leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep voor de examens ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt hun ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van het in de derde volzin bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene van het voornemen tot ontslag in kennis gesteld en wordt hem de gelegenheid geboden zich ter zake te doen horen.
@@ -1700,7 +1700,7 @@
##### Artikel 7.5.5. Toepassing op toetsen educatieve programma's
De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.
De [artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
@@ -1726,17 +1726,17 @@
- d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vierde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vierde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder **f**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
4. De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&paragraaf=2), is geëindigd.
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bepaalde”“bepaalde”” moet zijn “bepaalde,”doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) alsmede voor een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), in acht.
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bepaalde”“bepaalde”” moet zijn “bepaalde,”doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) alsmede voor een educatief programma als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering nieuwkomers](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009544&artikel=6), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), in acht.
7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor het op een bezwaar- of beroepschrift te nemen besluit ter zake van de toelating van deelnemers.
@@ -1784,9 +1784,9 @@
##### Artikel 8.1.5. Bepaling verhouding deelnemersaantallen leerwegen van beroepsopleidingen
1. Indien de omvang van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, daaronder voor de toepassing van dit artikel mede begrepen middelen ten behoeve van studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, overlegt Onze Minister in maart, in het kader van het in [artikel 3.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) geregelde overleg, met de bevoegde gezagsorganen en de landelijke organen over de aantallen deelnemers voor:
- a. de beroepsbegeleidende leerweg van een bepaalde beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
1. Indien de omvang van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, daaronder voor de toepassing van dit artikel mede begrepen middelen ten behoeve van studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten, daartoe naar het oordeel van Onze Minister aanleiding geeft, overlegt Onze Minister in maart, in het kader van het in [artikel 3.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) geregelde overleg, met de bevoegde gezagsorganen en de landelijke organen over de aantallen deelnemers voor:
- a. de beroepsbegeleidende leerweg van een bepaalde beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- b. de beroepsopleidende leerweg van die opleiding.
@@ -1796,7 +1796,7 @@
##### Artikel 8.1.6. Beperking inschrijving assistentopleiding en basisberoepsopleiding wegens opnamecapaciteit instelling
Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.
Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.
##### Artikel 8.1.7. Controle op langdurige afwezigheid
@@ -1826,7 +1826,7 @@
- a. op wie de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- c. die
@@ -1836,89 +1836,1233 @@
2. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de toepassing van het eerste lid.
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
##### Artikel 8.2.1. Vooropleidingseisen
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
- b. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg,
- c. een diploma mavo-vbo, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de gemengde leerweg,
- d. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen, of
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
- b. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg,
- c. een diploma mavo-vbo, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de gemengde leerweg,
- d. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen, of
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
5. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste tot en met derde lid, indien de deelnemer naar verwachting het onderwijs in de desbetreffende beroepsopleiding met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
##### Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van toepassing is en
- a. die het onderwijs of de educatie aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549).
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
##### Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
3. De gemeentebesturen in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervullen coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In dat verband:
- a. maken zij afspraken met de in het tweede lid bedoelde scholen, instellingen en organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten;
- b. dragen zij zorg voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van die scholen, instellingen en organisaties;
- c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, registratie en doorverwijzing.
4. Indien gemeentebesturen in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, dragen burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van dit artikel over aan burgemeester en wethouders van de opvolgende contactgemeente. De wijziging van de aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister.
5. Ter tegemoetkoming in de kosten van uitvoering van het eerste tot en met derde lid kent Onze Minister binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen jaarlijks uiterlijk in september ten behoeve van de activiteiten van de gemeentebesturen in de regio aan de contactgemeente een specifieke uitkering toe. Deze uitkering heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeentebesturen in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van deze uitkering zijn verwezenlijkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en betaling van de uitkering. De berekening geschiedt in elk geval aan de hand van het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en met de etnische achtergrond van die inwoners. Bij de berekening van een deel van de uitkering kunnen de volwassen inwoners van gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten. Onze Minister hanteert het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio dat blijkt uit de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister daarover verstrekt.
6. Het bevoegd gezag geeft aan de door de gemeenteraad aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
7. De gemeentebesturen in een regio stellen streefcijfers vast voor de in die regio te behalen resultaten. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast waarin zowel de streefcijfers als de bereikte resultaten zijn aangegeven en waarin afwijkingen worden toegelicht.
8. Indien burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zevende lid niet nakomen, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke inhouding dan na overleg met burgemeester en wethouders van de contactgemeente. Onze Minister kan de uitkering wederom toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
9. Onze Minister kan de in het vijfde lid bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening van de gemeente, bedoeld in [artikel 197 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=197), het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer, bedoeld in [artikel 197 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=197), het verslag van de accountant, bedoeld in [artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=213), dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393), niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
##### Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
2. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage en inzake de wijze van beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
##### Artikel 9.1.1. Bevoegd gezag bijzondere instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. Bijzondere instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra worden in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1), die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs in de zin van deze wet ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.
2. Het bevoegd gezag zendt elke wijziging van de statuten of reglementen binnen vier weken na vaststelling aan Onze Minister.
##### Artikel 9.1.2. Bestuursoverdracht openbare instelling
1. Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een ander orgaan dat tot de instandhouding van een openbare instelling bevoegd is.
2. De overdracht geschiedt bij notariële akte. Bij deze akte verbindt de overdragende rechtspersoon zich tevens de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken over te dragen. Deze akte geldt tevens als akte van levering als bedoeld in [artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=89). In de akte wordt tevens bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen het personeel in gelijke betrekkingen aan de instelling aanstelt met ingang van de datum van overdracht.
3. Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de instelling, onverminderd hetgeen verder voor de overgang naar burgerlijk recht is vereist.
4. Van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken kan Onze Minister in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
##### Artikel 9.1.3. Bestuursoverdracht bijzondere instelling en agrarisch innovatie- en praktijkcentrum
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling onderscheidenlijk dat centrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling onderscheidenlijk het centrum in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling of het centrum overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
##### Artikel 9.1.4. Centrale directie of college van bestuur
1. Elke instelling heeft hetzij een centrale directie hetzij een college van bestuur. Een centrale directie dan wel een college van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waarvan er een door het bevoegd gezag wordt benoemd tot voorzitter.
2. Een lid van de centrale directie, onderscheidenlijk college van bestuur, kan niet terzelfdertijd lid zijn van een centrale directie of college van bestuur van een tweede instelling.
3. De centrale directie heeft onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag de leiding van de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de instelling alsmede de coördinatie van de dagelijkse gang van zaken en van het beheer van de instelling. Het college van bestuur is belast met de taken en bevoegdheden van de centrale directie alsmede met de door het bevoegd gezag aan het college overgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.1.5. Overdracht taken en bevoegdheden
1. Het bevoegd gezag van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in de plaats van de centrale directie in te stellen college van bestuur.
2. Het college van bestuur van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen of door het bevoegd gezag overgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan het bestuur van een organisatorische eenheid als bedoeld in [artikel 9.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, kan het bevoegd gezag de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen aan het bestuur van een landelijk orgaan.
##### Artikel 9.1.6. Organisatorische eenheden
Het bevoegd gezag kan bij bestuursreglement een of meer organisatorische eenheden instellen.
##### Artikel 9.1.7. Bestuursreglement
1. Het bevoegd gezag stelt een bestuursreglement vast. In het bestuursreglement worden ten minste vastgelegd:
- a. de taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag overdraagt aan het college van bestuur, indien het bevoegd gezag toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- b. de richtlijnen voor de uitoefening van de aan het college van bestuur overgedragen taken en bevoegdheden, en
- c. indien de instelling een of meer organisatorische eenheden omvat:
- 1°. welke bevoegdheden het college van bestuur heeft overgedragen aan het bestuur van de desbetreffende eenheid, indien het college van bestuur toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01),
- 2°. de verhouding van het bestuur van de desbetreffende eenheid tot het bevoegd gezag, het college van bestuur of de centrale directie,
- 3°. welke organisatorische eenheden de desbetreffende instelling omvat, en
- 4°. welke beroepsopleidingen of opleidingen educatie in die organisatorische eenheden zijn ingesteld.
2. Indien de instelling organisatorische eenheden omvat, worden bij of krachtens het bestuursreglement de samenstelling en de werkwijze van het bestuur van de desbetreffende eenheid vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag zendt het bestuursreglement, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
4. Indien de statuten van een bijzondere instelling de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, onder **a** en **b**, regelen, kan het bevoegd gezag beslissen deze regeling niet op te nemen in het bestuursreglement.
## Titel 2. De landelijke organen
##### Artikel 9.2.1. Landelijke organen; samenstelling
1. Een landelijk orgaan wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1).
2. Het bestuur van het landelijk orgaan bestaat:
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01);
- b. ofwel voor de helft uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en voor de helft uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties.
3. Aan het landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het landelijk orgaan werkzaam is.
4. Het bestuur van het landelijk orgaan kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.2.2. Bestuursoverdracht landelijk orgaan
1. De rechtspersoon die een landelijk orgaan in stand houdt, kan de instandhouding van dat orgaan overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
##### Artikel 10.1. Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
1. Tegen een besluit van Onze Minister jegens een bepaalde instelling op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2. Het eerste lid heeft betrekking op de artikelen:
- -. [2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.1.3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.2.3, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.3.1, eerste lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [2.5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=2&artikel=2.5.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [6.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [6.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [6.1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
- -. [12.3.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- -. [12.3.48, derde lid.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.48&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
##### Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekenning van rechten na beroep
1. Indien de uitspraak op een beroep tegen een beschikking als bedoeld in de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [6.4.2, vierde lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [6.5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), juncto [6.4.2, vierde lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), diploma-erkenning als bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), externe legitimering als bedoeld in [artikel 1.6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), of registratie, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
2. Indien tegen de uitspraak hoger beroep openstaat, wordt de werking van de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 11.1. Inhouding bekostiging
1. Indien het bevoegd gezag van een instelling, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een landelijk orgaan in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een instelling in strijd handelt met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
3. Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen.
##### Artikel 11.2. Geldboete niet-gerechtigde aanduiding beroepsopleidingen
1. Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel externe legitimering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding.
2. Degene die in strijd handelt met het eerste lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
3. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.1.1. Intrekking regelingen
Met ingang van 1 januari 1996 worden ingetrokken:
- a. het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994,
- b. het besluit van 21 februari 1994, houdende aanwijzing van Innovatie- en praktijkcentra op grond van artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs (**Stb.** 1994, 191), en
- c. het Besluit bekostiging Innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
1. Indien dat voor een goede uitvoering van deze wet noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van de ingetrokken of vervallen wetten die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven.
2. Van de ingetrokken of vervallen voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling zijn vastgesteld en die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven, kan worden afgeweken bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk ministeriële regeling.
## Titel 2. De landelijke organen
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van landelijke organen met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
##### Artikel 12.2.4. Handhaving voorschriften huisvesting
Vervallen
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een landelijk orgaan en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een landelijk orgaan waaruit de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
- b. degene die in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel **a** heeft gegeven, en
- c. degene die
- 1°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten basiseducatie, dan wel
- 2°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie, en
- 3°. uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994-1995 is gestart met de differentiatie basiseducatie.
##### Artikel 12.2.8. Overgangsbepaling 10-jarig onbevoegden
Voor degenen ten aanzien van wie voor 1 januari 1996 [artikel 114**a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a), dan wel de artikelen F.25 of F.38 van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) in samenhang met [artikel 114 **a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a) is toegepast voor de voortzetting van een betrekking aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs of wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, kan het bevoegd gezag voor onbepaalde tijd afwijken van [artikel 4.2.1, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.2.9. Gevolgen invoering voor personeel
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.
##### Artikel 12.2.10. Aanhangige beroepsprocedures
1. Op geschillen tussen personeel en bevoegd gezag van een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft van een andere school, van een vormingsinstituut voor jeugdigen, van een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool of een landelijk orgaan die ingevolge de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanhangig zijn gemaakt bij een commissie van beroep of bij de burgerlijke rechter, blijven de op die dag geldende regelingen van toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot geschillen tussen het bevoegd gezag en een deelnemer met betrekking tot examens.
##### Artikel 12.2.11. Handhaving aanwijzing v.a.v.o.-scholen op grond van W.V.O. zoals luidend op 31 december 1995
Vervallen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.3.1. Invoeringsproces ROC-vorming
1. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als regionaal opleidingencentrum uitsluitend in aanmerking instellingen, voortgekomen uit een samenvoeging van ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs waarvan tenminste drie sectoren, bedoeld in artikel 15**a**, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 31 december 1995, deel uitmaken,
- b. scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, daaronder mede verstaan opleidingen voor beroepsbegeleidend onderwijs, verzorgd door een onder **a** bedoelde school voor middelbaar beroepsonderwijs,
- c. scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
- d. instellingen voor basiseducatie, en
- e. vormingsinstituten voor jeugdigen.
2. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als instelling die deel uitmaakt van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband uitsluitend in aanmerking instellingen die onder bestuur van één bevoegd gezag staan, in een samenwerkingsverband dat voldoet aan [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voortgekomen uit ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs waarvan tenminste drie sectoren, bedoeld in artikel 15**a**, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 december 1995, deel uitmaken,
- b. scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, daaronder mede verstaan opleidingen voor beroepsbegeleidend onderwijs, verzorgd door een onder **a** bedoelde school voor middelbaar beroepsonderwijs,
- c. scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
- d. instellingen voor basiseducatie, en
- e. vormingsinstituten voor jeugdigen.
3. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als agrarisch opleidingscentrum uitsluitend in aanmerking instellingen voortgekomen uit een samenvoeging van ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving,
- b. scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs met een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, en
- c. opleidingen leerlingwezen, verbonden aan deze scholen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als regionaal opleidingencentrum of als regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband in aanmerking brengen instellingen die
- a. of door het ontbreken van ten hoogste één sector middelbaar beroepsonderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **a** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- b. of door het ontbreken van voortgezet algemeen volwassenenonderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **c** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- c. of door het ontbreken van basiseducatie niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **d** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- d. of door het ontbreken van beroepsbegeleidend onderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **b** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- e. of, al dan niet in combinatie met onderdeel **a**, onderdeel **b**, onderdeel **c**, of onderdeel **d** door het ontbreken van een vormingsinstituut voor jeugdigen niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **e** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid.
5. Onze Minister geeft uitsluitend toepassing aan het vierde lid indien het bevoegd gezag door het ontbreken van het desbetreffende onderwijs in het werkgebied van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening waar de instelling is gevestigd, in de onmogelijkheid verkeert om aan die vereisten te voldoen.
6. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste, tweede of derde lid binnen vier maanden voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, doch voor 1 augustus 1997, aan Onze Minister. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag. Indien het een aanvraag betreft voor de periode met ingang van 1 januari 1996, zendt het bevoegd gezag in afwijking van de eerste volzin de aanvraag voor 15 november 1995 aan Onze Minister en besluit Onze Minister voor 15 december 1995. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing.
7. Indien een aanvraag om toepassing van het eerste, tweede of derde lid, voor zover betrekking hebbend op het jaar 1998, is afgewezen en het bevoegd gezag na de afwijzing ten genoegen van Onze Minister aantoont dat alsnog wordt voldaan aan de voorwaarden van het eerste, tweede onderscheidenlijk derde lid, kan Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen, voor 1 december 1997 een hernieuwde aanvraag aan Onze Minister te zenden. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien, met dien verstande dat op de aanvraag wordt besloten voor 1 april 1998.
8. Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing indien geen aanvraag als bedoeld in het zesde lid, betrekking hebbend op het jaar 1998, was ingediend.
9. In afwijking van het eerste en tweede lid kan daar bedoelde aanvraag er mede toe strekken dat een regionaal opleidingencentrum of een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband ook instituten voor de opleiding tot verpleegkundige of ziekenverzorgende omvat. Indien reeds toepassing is gegeven aan het eerste of tweede lid, kan het bevoegd gezag een afzonderlijke aanvraag indienen met betrekking tot toevoeging aan de instelling van de in de eerste volzin bedoelde instituten. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de eerste en tweede volzin.
10. Een instelling die op grond van dit artikel voor bekostiging in aanmerking is gebracht en voornemens is om voor 1 januari 1998 haar onderwijs op een andere plaats te verzorgen dan die waarop dat onderwijs werd verzorgd op het moment van de indiening van de aanvraag om bekostiging, behoeft daarvoor de toestemming van Onze Minister. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag om toestemming. De toestemming wordt uitsluitend geweigerd indien het verzorgen van het onderwijs op die andere plaats kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het desbetreffende onderwijs.
##### Artikel 12.3.2. Beëindiging bekostiging instellingen
1. De aanspraak op bekostiging van scholen voor middelbaar beroepsonderwijs, scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, instellingen voor basiseducatie en vormingsinstituten voor jeugdigen die geen deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum, van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband of van een agrarisch opleidingscentrum blijft in stand volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften en vervalt van rechtswege op 1 augustus 1998. Het bevoegd gezag treft de nodige voorzieningen om de deelnemers die op die datum hun opleiding nog niet hebben voltooid in staat te stellen hun opleiding binnen een redelijke tijd aan een andere instelling te voltooien.
2. Voor de toepassing van deze wet gelden een school en instelling als bedoeld in het eerste lid, uitgezonderd vormingsinstituten voor jeugdigen, tot 1 augustus 1998 als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor beroepsonderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat de voortzetting vormt van opleidingen leerlingwezen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs of deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan een school.
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in bijzondere gevallen op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten dat de in dat lid bedoelde aanspraak op bekostiging ook na 31 juli 1998 doch uiterlijk tot 1 augustus 2000 in stand blijft. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.3. Omzetting, splitsing, verplaatsing
Onze Minister kan tot 1 augustus 1998 voor bekostiging in aanmerking brengen een school, instelling of instituut als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, wordt opgericht door omzetting, splitsing of verplaatsing.
##### Artikel 12.3.4. Bestuursoverdracht tussen ROC en school, instelling of vormingsinstituut
De [artikelen 9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [9.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01). zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overdracht van de instandhouding van een in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde school, instelling of instituut, aan het bevoegd gezag van een openbare onderscheidenlijk bijzondere instelling.
##### Artikel 12.3.5. Voortzetting bekostiging vakinstellingen
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking brengen instellingen, voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde scholen voor middelbaar beroepsonderwijs of voor beroepsbegeleidend onderwijs indien het bevoegd gezag ten genoegen van Onze Minister aantoont:
- a. dat het onderwijs dat deze instellingen verzorgen, niet doelmatig verzorgd kan worden aan een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en
- b. dat het anders dan met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) voortzetten van de bekostiging van die instellingen niet onverenigbaar is met de vorming van instellingen als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Onze Minister willigt de in het eerste lid bedoelde aanvraag, in afwijking van het in dat lid onder **a** en **b** genoemde, in elk geval in, indien het betreft instellingen:
- a. met een onderwijsaanbod dat ten hoogste twee afdelingen omvat,
- b. waarvan het onderwijs van meer dan regionale betekenis is wat de deelname aan de opleiding of de behoefte aan gediplomeerden van die opleiding betreft,
- c. waarvan het onderwijs landelijk gezien door ten hoogste vijf instellingen wordt verzorgd,
- d. waarvan het bevoegd gezag voor ten minste de helft bestaat uit werkgevers en werknemers van de desbetreffende bedrijfstak, en
- e. waarvan de desbetreffende bedrijfstak in belangrijke mate bijdraagt aan de instandhouding van de opleidingen.
3. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor onderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat een voortzetting is van het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde onderwijs.
4. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste of tweede lid voor 1 juni 1997 aan Onze Minister. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag.
5. Indien een aanvraag om toepassing van het eerste of tweede lid is afgewezen en het bevoegd gezag na de datum van afwijzing aantoont dat alsnog wordt voldaan aan de voorwaarden van het eerste of tweede lid, kan Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen, voor 1 december 1997 een hernieuwde aanvraag aan Onze Minister te zenden. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag.
##### Artikel 12.3.6. Voortzetting bekostiging instellingen van een bepaalde richting
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking ten hoogste één instelling die uitgaat van een bepaalde richting, en voortkomt uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), indien in Nederland geen regionaal opleidingcentrum of regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband aanwezig is dat uitgaat van die richting.
2. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor beroepsonderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat de voortzetting vormt van opleidingen leerlingwezen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs of deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan de in het eerste lid bedoelde school of scholen.
3. [Artikel 12.3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.7. Voortzetting bekostiging instellingen met extra breedtegebrek
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking brengen een instelling, voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), indien deze instelling niet voldoet aan twee van de vereisten, bedoeld in de [onderdelen **a** tot en met **d** van artikel 12.3.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), al dan niet in combinatie met het niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in [onderdeel **e** van artikel 12.3.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag toont ten genoegen van Onze Minister aan dat de noodzakelijke inspanningen zijn verricht om te bereiken dat de in het eerste lid bedoelde scholen, instellingen en instituten met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum of een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband, en dat aan de in het eerste lid bedoelde vereisten niet kan worden voldaan door het ontbreken van het desbetreffende onderwijs in het werkgebied van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening waar de instelling is gevestigd.
3. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
4. [Artikel 12.3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.9. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogescholen Haarlem en Tilburg
1. Ten aanzien van de beroepsopleidingen die een voortzetting vormen van de opleidingen voor deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector dienstverlening en gezondheidszorg, op 31 december 1995 op grond van artikel 3.11 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs verbonden aan de Hogeschool Haarlem en aan de Hogeschool Tilburg, behouden deze hogescholen aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde beroepsopleidingen. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.10. Aanvang bekostiging landelijke organen zoals geregeld in deze wet
1. Met ingang van 1 januari 1996 brengt Onze Minister op aanvraag van het landelijk orgaan voor bekostiging als landelijk orgaan uitsluitend in aanmerking landelijke organen voortgekomen uit een of meer ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde landelijke organen van het leerlingwezen. Onze Minister stelt tegelijk met zijn besluit op de aanvraag om bekostiging ook het werkgebied van de onderscheiden landelijke organen vast, na de ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde landelijke organen van het leerlingwezen in de gelegenheid te hebben gesteld hem daarover te adviseren.
2. Onze Minister betrekt bij de beoordeling van de aanvraag in elk geval de samenhang van de beroepsopleidingen in relatie tot een bepaalde bedrijfstak en de omvang van het werkgebied van het landelijk orgaan.
3. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt voor 15 november 1995 aan Onze Minister gezonden. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 12.3.11. Aanvang bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. Met ingang van 1 januari 1996 brengt Onze Minister op aanvraag van het desbetreffende bevoegd gezag voor bekostiging als agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitsluitend in aanmerking centra voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigde Innovatie- en praktijkcentra.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt voor 15 november 1995 aan Onze Minister gezonden. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 12.3.12. Afbouw regionale ondersteuning
1. Een regionaal opleidingencentrum, een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband, een instelling voor basiseducatie dan wel een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat onderscheidenlijk die in de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 personeel in dienst neemt dat onmiddellijk daaraan voorafgaand ten behoeve van de regionale ondersteuning in dienst was van een rechtspersoon ex artikel 41, tweede lid, van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, zoals dat artikellid op 31 december 1995 luidde, dan wel bedoelde rechtspersoon zelf die nog dergelijk personeel in dienst heeft op 1 januari 1996, ontvangt ten behoeve van dat personeel tot uiterlijk 1 januari 1998 een vergoeding op basis van daartoe bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
2. [Artikel 12.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=2&artikel=12.2.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.13. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke ondersteuningsinstellingen KVE1991
Het met betrekking tot de landelijke ondersteuningsinstellingen bepaalde bij en krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, blijft tot en met 1 augustus 1997 van overeenkomstige toepassing, waarbij met ingang van 1 januari 1997 de rechtspersoon die het Centrum voor Innovatie van Opleidingen in stand houdt in alle uit die wet voortvloeiende rechten en verplichtingen ten aanzien van die instellingen treedt.
##### Artikel 12.3.14. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke organisaties Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994
Het met betrekking tot de landelijke organisaties bepaalde bij en krachtens het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994 zoals luidend op 31 december 1995, blijft tot en met 31 juli 1996 van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.15. Publikatie overzicht van instellingen
Onze Minister maakt voor 1 april 1998 een overzicht bekend van de instellingen, landelijke organen, agrarische innovatie- en praktijkcentra, alsmede de overige instellingen die ingevolge deze titel voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht of waarvan de bekostiging is gehandhaafd.
##### Artikel 12.3.16. Eerste vaststelling eindtermen beroepsopleidingen
1. In afwijking van [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), leggen de landelijke organen onderscheidenlijk de commissies onderwijs-bedrijfsleven voor 1 mei 1996 voor de eerste maal voorstellen voor de eindtermen, met het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), aan Onze Minister voor, ten behoeve van het studiejaar 1997-1998. De landelijke organen, onderscheidenlijk de commissies onderwijs-bedrijfsleven, geven in voorkomend geval aan van welke opleiding leerlingwezen, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), of erkend onderwijs in de zin van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821), de beroepsopleiding de voortzetting vormt.
2. In afwijking van [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), worden de eindtermen van de beroepsopleidingen voor de eerste maal voor 1 augustus 1996 vastgesteld, onder aanduiding van de opleiding waarvan de beroepsopleiding de voortzetting vormt.
##### Artikel 12.3.17. Vaststelling eerste overzicht bekostigde beroepsopleidingen
1. Op het in [artikel 12.3.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.16&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde tijdstip waarop de eindtermen van de beroepsopleidingen voor de eerste maal worden vastgesteld, stelt Onze Minister in afwijking van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), tevens vast het eerste overzicht van beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die voor bekostiging in aanmerking komen. Het overzicht heeft in afwijking van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), betrekking op de studiejaren 1997-1998 en 1998-1999.
2. Voor de landelijke organen bestaat tot 1 mei 1996 gelegenheid om een voorstel voor de vaststelling van het eerste overzicht aan Onze Minister te doen.
##### Artikel 12.3.18. Eerste vaststelling Centraal register
1. Voor 1 december 1996 stelt Onze Minister voor het studiejaar 1997-1998 het Centraal register beroepsopleidingen vast. In afwijking van [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), heeft het register zoals dat voor de eerste maal wordt vastgesteld, in elk geval betrekking op beroepsopleidingen, verzorgd door de instellingen, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Het register omvat voor elke instelling de beroepsopleidingen, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 12.3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.17&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die een voortzetting vormen van de opleidingen leerlingwezen, middelbaar beroepsonderwijs en deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, in het studiejaar 1996-1997 bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan de school of scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvan de instelling de voortzetting vormt.
2. In afwijking van [artikel 6.4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), verstrekt het bevoegd gezag voor 1 oktober 1996 de gegevens voor het Centraal register voor het studiejaar 1997-1998.
3. In afwijking van [artikel 6.5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover het [artikel 6.4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), betreft, verstrekt het bevoegd gezag voor 1 oktober 1996 de gegevens voor het Centraal register voor het studiejaar 1997-1998.
##### Artikel 12.3.19. Eerste vaststelling eindtermen educatie
1. Het bevoegd gezag stelt voor 1 januari 1997 voor de eerste maal eindtermen voor de opleidingen educatie vast.
2. De ministeriële regeling houdende eindtermen voor de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II wordt voor 1 januari 1996 vastgesteld.
##### Artikel 12.3.20. Eerste vaststelling criteria beoordeling praktijkplaatsen en eerste vaststelling overzicht van gunstig beoordeelde bedrijven en organisaties als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01)
1. De in [artikel 7.2.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde criteria worden voor de eerste maal vastgesteld voor 1 januari 1997.
2. Het in [artikel 7.2.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde overzicht van bedrijven en organisaties wordt voor de eerste maal vastgesteld voor 1 mei 1997.
##### Artikel 12.3.21. Invoering assistentopleidingen
1. In afwijking van het ter zake bepaalde bij en krachtens deze wet:
- a. stelt Onze Minister de eindtermen voor de in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde assistentopleidingen voor de eerste maal vast voor 1 februari 1996, en
- b. komen deze opleidingen met ingang van het studiejaar 1996-1997 voor bekostiging in aanmerking voor zover zij worden verzorgd door een regionaal opleidingencentrum, een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband of een agrarisch opleidingscentrum.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde opleidingen in de periode tot en met 31 juli 1997. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.22. Eerste onderwijs- en examenregeling
1. Het bevoegd gezag stelt voor zover het opleidingen educatie betreft, voor 1 januari 1997 de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), vast, en geeft tijdig voorafgaand aan het jaar 1997 toepassing aan [artikel 7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. Het bevoegd gezag stelt voor zover het beroepsopleidingen betreft, voor 1 april 1997 de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-04-01&g=2004-04-01), vast en geeft tijdig voorafgaand aan het studiejaar 1997-1998 toepassing aan [artikel 7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.3.23. Tijdelijke handhaving onderwijs en examens oude stijl
1. Tot 1 januari 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften met betrekking tot de scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de instellingen voor basiseducatie en de opleidingen specifieke scholing.
2. Tot 1 augustus 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs, de opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en het vormingswerk voor jeugdigen, onderscheidenlijk de bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het leerlingwezen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op het onderwijs, de deelnemers, de inschrijving en de examens.
4. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste en tweede lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.24. Afbouw onderwijs en examens oude stijl
1. Het bevoegd gezag stelt, voor zover van toepassing onverminderd de bevoegdheden van het desbetreffende landelijk orgaan volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften, deelnemers:
- a. die op 31 december 1996 zijn ingeschreven volgens een beschikking op grond van de artikelen 15, derde lid, 21 of 24 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, voor een opleiding basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of specifieke scholing, of
- b. die op 31 juli 1997 zijn ingeschreven voor een opleiding beroepsbegeleidend onderwijs, een opleiding middelbaar beroepsonderwijs, of een programma aan een vormingsinstituut voor jeugdigen, en
- c. die de onder **a** en **b** bedoelde opleiding onderscheidenlijk het onder **b** bedoelde programma nog niet hebben voltooid, in de gelegenheid hun opleiding onderscheidenlijk programma binnen een redelijke tijd te voltooien, overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften.
2. Deelnemers die een in het eerste lid bedoelde opleiding of een in dat lid bedoeld programma of een deel daarvan behorend bij een certificaateenheid dan wel betrekking hebbend op het praktijkgedeelte met goed gevolg voltooien, ontvangen een diploma, certificaat of praktijkgetuigschrift overeenkomstig het op 31 december 1995 geldende model.
3. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.25. Handhaving onderwijs van overgangsrecht SVM-wet en WCBO
1. Een opleiding als bedoeld in [artikel II, onderdeel B, zesde lid, onder a, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de in dat lid bedoelde school onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is opgegaan.
2. Artikel II, onderdeel M, van de Wet van 23 mei 1990 (**Stb.** 266) zoals luidend op 31 december 1995, vindt tot en met 31 juli 1997 overeenkomstige toepassing.
3. Een afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel R, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is opgegaan.
4. Een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel S, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) is opgegaan.
5. De artikelen F.16 tot en met F.19, F.33 tot en met F.36 en F.43 tot en met F.46 van artikel II van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) zoals luidend op 31 december 1995, vinden op overeenkomstige wijze tot en met 31 juli 1997 toepassing.
6. De [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.26. Afbouw MEAO-examens door WEO-instellingen
Instellingen als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) die zijn vermeld in het Centraal register, op 31 juli 1997 zijn erkend op grond van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) en op 31 december 1995 opleidden voor het staatsexamen middelbaar economisch en administratief onderwijs, zijn ten behoeve van deelnemers die op 31 juli 1997 voor de desbetreffende opleiding zijn ingeschreven en die opleiding nog niet hebben voltooid, gerechtigd tot het afnemen van de examens van die opleidingen overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de artikelen 29 en 29**a** van de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften.
##### Artikel 12.3.27. Handhaving aanspraak op studiefinanciering i.v.m. afbouw beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van de deelnemer op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), a[rtikel 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01) of [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van toepassing is en die op 31 juli 1997 aanspraak heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele, zolang hij de opleiding waarop deze aanspraak betrekking heeft zonder onderbreking voortzet.
##### Artikel 12.3.28. Tijdelijke handhaving oude voorschriften
[Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) in verband met afbouw beroepsbegeleidend onderwijs, alsmede tijdelijke handhaving oude voorschriften [WSF](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) i.v.m. beperking reikwijdte [WEO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
- 1. Ten aanzien van deelnemers op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), van toepassing is, blijft met betrekking tot de in dat lid bedoelde opleidingen voor zover daarop de Leerplichtwet 1969 zoals luidend op 31 december 1995 van toepassing is, het bepaalde bij of krachtens die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) genoemde wijzigingen van toepassing.
- 2. Indien een instelling als bedoeld in de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) cursisten die op 31 juli 1997 bij de instelling een cursus volgen waarover met ingang van 1 augustus 1997 de erkenning zich als gevolg van [artikel 12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01) niet langer uitstrekt en ten aanzien van deze cursus evenmin met ingang van 1 augustus 1997 aan deze instelling het in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde recht is toegekend dan wel dit recht wel is toegekend maar ten aanzien van deze cursus met ingang van 1 augustus 1997 niet langer aanspraak op studiefinanciering bestaat,, in de gelegenheid stelt die cursus binnen een redelijke tijd gerekend vanaf die datum te voltooien, en deze cursisten op 31 juli 1997 ten behoeve van die cursus aanspraak hebben op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele van deze cursisten, zolang zij de cursus waarop deze aanspraak betrekking heeft, zonder onderbreking voortzetten. De eerste volzin is van toepassing tot en met 31 juli 2000.
##### Artikel 12.3.29. Tijdelijke handhaving oude voorschriften Wet op de onderwijsverzorging in verband met afbouw middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van middelbaar beroepsonderwijs waarop [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van toepassing is, blijft van toepassing het bepaalde bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) genoemde wijziging.
##### Artikel 12.3.30. Instelling Commissie van beroep voor de examens en Commissie van beroep voor de externe examens
[Hoofdstuk 7, titels 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot de examens in het jaar 1997, onverminderd de [artikelen 12.3.23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [12.3.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01). Het bevoegd gezag geeft met het oog op de eerste volzin tijdig uitvoering aan de [artikelen 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&artikel=7.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.3.31. Invoering aantallen extern te legitimeren deelkwalificaties
1. Het in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde aantal extern te legitimeren deelkwalificaties is voor de eerste maal van toepassing met ingang van 1 augustus 2000. Tot dat tijdstip bedraagt het aantal extern te legitimeren deelkwalificaties ten minste 25% van het aantal deelkwalificaties dat verplicht is voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding.
2. Indien het in het eerste lid genoemd percentage van ten minste 25% resulteert in een gebroken aantal deelkwalificaties, wordt dat aantal rekenkundig afgerond.
##### Artikel 12.3.32. Eerste toepassing inschrijvingsbepalingen
1. De [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01),[8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-04-01&g=2004-04-01) vinden voor het eerst toepassing ten aanzien van:
- a. deelnemers die zich met ingang van 1 januari 1997 voor een opleiding educatie inschrijven;
- b. deelnemers die zich met ingang van het studiejaar 1997-1998 voor een beroepsopleiding inschrijven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving als examendeelnemer.
##### Artikel 12.3.33. Tijdelijke handhaving mogelijkheid verstrekking middelen ten behoeve van studiekeuzevoorlichting
Artikel 62 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, artikel 3.89 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 75**c** van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 december 1995, vinden tot en met 31 december 1997 op overeenkomstige wijze toepassing ten aanzien van deelnemers of potentiële deelnemers van instellingen.
##### Artikel 12.3.34. Tijdelijke handhaving bepalingen Les- en cursusgeldwet voor oude opleidingen
Ten aanzien van deelnemers op wie de [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van toepassing zijn, blijven tot het tijdstip waarop deze deelnemers op grond van [artikel 12.3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01), juncto [artikel 12.3.25, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-04-01&g=2004-04-01), hun opleiding hebben kunnen voltooien, van toepassing de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=1), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=2), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=6) en [9 van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=9) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) opgenomen wijzigingen.
##### Artikel 12.3.35. Invoering rijksbijdrage educatie
1. De [artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot het jaar 1997.
2. Het bepaalde bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, zoals luidend op 31 december 1995, ten aanzien van de bekostiging van activiteiten volwasseneneducatie, blijft van toepassing op de bekostiging van die activiteiten in het jaar 1996.
3. In afwijking van het eerste lid wat [artikel 2.3.1, eerste lid derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), betreft kan de in die volzin bedoelde bijdrage reeds in het jaar 1996 worden toegekend.
##### Artikel 12.3.36. Handhaving bekostiging oude stijl
1. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven.
2. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op deelnemers aan opleidingen en afdelingen als bedoeld in [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
3. Voor zover de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) of [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde algemene berekeningswijze daarin kan voorzien, vindt de berekening in afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid plaats overeenkomstig deze algemene berekeningswijze, met inachtneming van het bedrag waarop het bevoegd gezag aanspraak zou hebben op grond van de berekening volgens de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde voorschriften.
4. Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 heeft een instelling die een opleiding deeltijds middelbaar beroepsonderwijs verzorgt, voor die opleiding aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ter grootte van 7/12 van het bedrag dat de desbetreffende instelling over het kalenderjaar 1996 bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs als bekostiging voor die opleiding heeft ontvangen.
5. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt:
- a. wat opleidingen basiseducatie en opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, jegens de gemeentebesturen, en, voor zover het huisvestingskosten betreft, jegens Onze Minister, en
- b. wat opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en opleidingen specifieke scholing betreft, jegens het Rijk en jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
##### Artikel 12.3.37. Bekostigingsniveau 1997 uitgangspunt tot 1 januari 2000
1. Voor de periode van 1 augustus 1997 tot en met 31 december 1997, voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999 wordt de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs ten behoeve van een instelling, in afwijking van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), telkens vastgesteld op de hoogte of op het overeenkomstige gedeelte van de hoogte van de rijksbijdrage waarop die instelling overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanspraak zou hebben voor het jaar 1997.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde periode en jaren vastgestelde rijksbijdrage kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften worden verhoogd of verlaagd in verband met:
- a. de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen,
- b. wijziging van het aantal deelnemers, en
- c. maatregelen van overgangsrechtelijke of invoeringsrechtelijke aard die zijn getroffen bij of krachtens deze wet of die verband houden met de in [artikel 12.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1&artikel=12.1.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde wetten en voorschriften.
##### Artikel 12.3.38. Tijdelijke handhaving bekostiging Innovatie- en praktijkcentra
In afwijking van [artikel 2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn tot en met 31 december 1996 de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot de bekostiging van Innovatie- en praktijkcentra van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.3.39. Tijdelijke handhaving bekostigingsvoorschriften oude stijl landelijke organen
In afwijking van [artikel 2.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=2.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) zijn tot en met 31 december 1996 de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot de bekostiging van de landelijke organen voor het leerlingwezen van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de landelijke organen voor het beroepsonderwijs.
##### Artikel 12.3.40. Invoering bekostiging nieuwe stijl; afbouw bekostiging oude stijl
Ten aanzien van beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) voorziet de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), gedurende de periode waarin voor de onderscheiden opleidingen nog niet kan worden beschikt over feitelijke gegevens die zijn vereist voor de toepassing van de in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde maatstaven, in overeenkomstige vervangende berekeningsnormen. Tevens kan de in de eerste volzin bedoelde algemene maatregel van bestuur voorschriften bevatten met betrekking tot de afbouw van de bekostiging van de in [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.41. Eerste beschikbaarheid en beschikbaarstelling geordende informatie
1. De in de [artikelen 2.3.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [2.5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde geordende gegevens zijn voor de eerste maal uiterlijk op 31 december 1996 beschikbaar.
2. De in de [artikelen 2.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften worden vastgesteld voor 1 januari 1997. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld die in de desbetreffende onderwerpen voorzien tot het tijdstip waarop de in de eerste volzin bedoelde voorschriften in werking treden.
##### Artikel 12.3.42. Invoering verslaglegging kwaliteitszorg
1. In afwijking van [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt het daar bedoelde verslag voor zover het betreft instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) uiterlijk met ingang van 1 januari 1997 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei 1997 en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling. Het bevoegd gezag maakt het eerste in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde volledige verslag openbaar voor 1 mei 1999.
2. In afwijking van [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wordt het daar bedoelde verslag voor zover het betreft instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) op een later tijdstip dan met ingang van 1 januari 1997 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei 1998 en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling.
3. Het bevoegd gezag van de instellingen waarop het tweede lid van toepassing is, maakt het eerste in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-04-01&g=2004-04-01), bedoelde volledige verslag openbaar voor 1 mei 1999.
4. In afwijking van [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), onderdeel **c**, wordt het in dat onderdeel bedoelde verslag voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei volgend op het tijdstip met ingang waarvan de exameninstelling de externe legitimering met betrekking tot een beroepsopleiding kan verzorgen, en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling.
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.3.43. Nadere voorschriften overgang en invoering bekostiging
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de [artikelen 12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [12.3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [12.3.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.40&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
##### Artikel 12.3.44. Financiële afwikkeling
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 blijven van toepassing ten aanzien van bedragen waarop de instellingen, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de landelijke organen voor 1 januari 1996 ingevolge de bedoelde voorschriften aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald.
##### Artikel 12.3.45. Overeenkomstige toepassing Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Ten aanzien van scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [hoofdstuk 12, titel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&z=2004-04-01&g=2004-04-01), voor zover op 31 december 1995 daarop de [Wet medezeggenschap onderwijs 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005746) van toepassing is, is laatstgenoemde wet zoals luidend met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel 12.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.46. Invoering vaststelling bestuursreglement instellingen
Het bevoegd gezag van een instelling stelt binnen 12 maanden nadat de instelling op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01) voor bekostiging in aanmerking is gebracht, het in [artikel 9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2004-04-01&g=2004-04-01) bedoelde bestuursreglement vast.
##### Artikel 12.3.47. Arbeidsvoorzieningswet
De artikelen 98 en 100 van de Arbeidsvoorzieningswet zoals luidend op 31 december 1995, alsmede het op die datum omtrent scholing bepaalde bij en krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, blijven van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 12.3.48. Tijdelijke regeling; gevolgen invoering wet
1. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld of kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van onderwerpen waarvan deze wet bepaalt dat zij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden onderscheidenlijk kunnen worden geregeld. De in de eerste volzin bedoelde regels vervallen met ingang van het tijdstip waarop de desbetreffende algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip waarop de bepaling waarop de algemene maatregel van bestuur berust, in werking is getreden.
2. Voor zover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij en krachtens deze wet bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet.
3. Onze Minister kan, al dan niet op aanvraag van het bevoegd gezag, volgens bij ministeriële regeling te geven regels, de met inachtneming van hoofdstuk 12 vastgestelde vergoedingen aanvullen met een bedrag ten behoeve van de goede gang van het onderwijs.
##### Artikel 12.3.49. Afschaffing adviesverplichtingen
Bevat wijzigingen in deze regelgeving.
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.4.1. Leerplichtwet 1969
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.2
Wet op de studiefinanciering
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.4
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.5
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.6
Les- en cursusgeldwet
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.7
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.8
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.9. Wet op de erkende onderwijsinstellingen
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.10. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.11
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.12
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.13
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.14
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.5.1. Evaluatie
Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 12.5.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-04-01&g=2004-04-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-04-01&g=2004-04-01) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-04-01&g=2004-04-01), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
##### Artikel 12.5.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. De landelijke organen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.3.6a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 4. Bekostiging van landelijke organen
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.5a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Landelijke organen
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## Titel 7. Bijdrage voor derden t.b.v. bevorderen beroepsonderwijs en afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 2. Overleg instellingen
## Titel 3. Overleg landelijke organen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 1. Reikwijdte
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
3. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats.
4. De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het sociaal-fiscaalnummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
5. Het bevoegd gezag neemt de in het eerste lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
6. Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn sociaal-fiscaalnummer, neemt het bevoegd gezag dit sociaal-fiscaalnummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het sociaal-fiscaalnummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 2. De landelijke organen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de landelijke organen, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-04-01&g=2004-04-01), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-04-01&g=2004-04-01).
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 2. De landelijke organen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.4.1. Samenwerkingsovereenkomst leer-werktrajecten vmbo
1. Leer-werktrajecten als bedoeld in [artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b1) worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en het bevoegd gezag van een instelling.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b7).
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5b. Ontneming recht op examinering instellingen; waarschuwing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 6.2.3b. Ontneming recht op examinering niet uit 's Rijks kas bekostigde instellingen; waarschuwing
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
##### Artikel 7.4.4a. Examinering door andere instellingen of exameninstellingen
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 7.4.8a. Examenregeling exameninstelling
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 1a. Kwaliteitscentrum examinering beroepsopleidingen
#### Paragraaf 1b. De uitvoering van de externe kwaliteitsbewaking
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 6. Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens
##### Artikel 8.2.1. Vooropleidingseisen
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
- b. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg,
- c. een diploma mavo-vbo, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de gemengde leerweg,
- d. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen, of
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
- b. een diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de theoretische leerweg,
- c. een diploma mavo-vbo, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de gemengde leerweg,
- d. een bewijs dat de eerste drie leerjaren van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met gunstig gevolg zijn doorlopen, of
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, onderdeel k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
5. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste tot en met derde lid, indien de deelnemer naar verwachting het onderwijs in de desbetreffende beroepsopleiding met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
##### Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van toepassing is en
- a. die het onderwijs of de educatie aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549).
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
##### Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
3. De gemeentebesturen in een regio wijzen uit hun midden een contactgemeente aan. Deze aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente vervullen coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In dat verband:
- a. maken zij afspraken met de in het tweede lid bedoelde scholen, instellingen en organisaties over de inzet en verantwoordelijkheid bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten;
- b. dragen zij zorg voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van die scholen, instellingen en organisaties;
- c. organiseren en coördineren zij de in het eerste lid bedoelde melding, registratie en doorverwijzing.
4. Indien gemeentebesturen in een regio een andere contactgemeente aanwijzen, dragen burgemeester en wethouders van de vorige contactgemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van dit artikel over aan burgemeester en wethouders van de opvolgende contactgemeente. De wijziging van de aanwijzing wordt onverwijld gemeld aan Onze Minister.
5. Ter tegemoetkoming in de kosten van uitvoering van het eerste tot en met derde lid kent Onze Minister binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen jaarlijks uiterlijk in september ten behoeve van de activiteiten van de gemeentebesturen in de regio aan de contactgemeente een specifieke uitkering toe. Deze uitkering heeft betrekking op het daarop volgende kalenderjaar. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de gemeentebesturen in de regio gebruik kunnen maken van de instrumenten die met behulp van deze uitkering zijn verwezenlijkt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gegeven voor de berekening en betaling van de uitkering. De berekening geschiedt in elk geval aan de hand van het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar van de uitkering, waarbij rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau en met de etnische achtergrond van die inwoners. Bij de berekening van een deel van de uitkering kunnen de volwassen inwoners van gemeenten die op grond van een andere regeling reeds een vergoeding voor de bestrijding van voortijdig schoolverlaten ontvangen, buiten beschouwing worden gelaten. Onze Minister hanteert het aantal volwassen inwoners van de gemeenten in de regio dat blijkt uit de gegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek op verzoek van Onze Minister daarover verstrekt.
6. Het bevoegd gezag geeft aan de door de gemeenteraad aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage en verstrekt de gevraagde inlichtingen die van belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
7. De gemeentebesturen in een regio stellen streefcijfers vast voor de in die regio te behalen resultaten. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijks een effectrapportage vast waarin zowel de streefcijfers als de bereikte resultaten zijn aangegeven en waarin afwijkingen worden toegelicht.
8. Indien burgemeester en wethouders van de contactgemeente het bepaalde bij of krachtens het eerste tot en met zevende lid niet nakomen, kan Onze Minister de uitkering geheel of gedeeltelijk inhouden of opschorten. Onze Minister gaat niet over tot gehele of gedeeltelijke inhouding dan na overleg met burgemeester en wethouders van de contactgemeente. Onze Minister kan de uitkering wederom toekennen indien de reden voor inhouding of opschorting is vervallen.
9. Onze Minister kan de in het vijfde lid bedoelde uitkering geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de rekening van de gemeente, bedoeld in [artikel 197 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=197), het gemeentelijk verslag omtrent het financieel beheer, bedoeld in [artikel 197 van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=197), het verslag van de accountant, bedoeld in [artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005416&artikel=213), dan wel uit een afzonderlijke verantwoording, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393), niet blijkt dat de uitkering is besteed in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel.
##### Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
2. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven omtrent het tijdstip van indiening en de inrichting van de effectrapportage en inzake de wijze van beschikbaarstelling van de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
@@ -1926,1088 +3070,22 @@
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
##### Artikel 9.1.1. Bevoegd gezag bijzondere instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. Bijzondere instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra worden in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1), die zich blijkens de statuten of reglementen het geven van onderwijs in de zin van deze wet ten doel stelt zonder daarbij het maken van winst te beogen.
2. Het bevoegd gezag zendt elke wijziging van de statuten of reglementen binnen vier weken na vaststelling aan Onze Minister.
##### Artikel 9.1.2. Bestuursoverdracht openbare instelling
1. Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een ander orgaan dat tot de instandhouding van een openbare instelling bevoegd is.
2. De overdracht geschiedt bij notariële akte. Bij deze akte verbindt de overdragende rechtspersoon zich tevens de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken over te dragen. Deze akte geldt tevens als akte van levering als bedoeld in [artikel 3:89 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005291&artikel=89). In de akte wordt tevens bepaald dat de rechtspersoon aan wie wordt overgedragen het personeel in gelijke betrekkingen aan de instelling aanstelt met ingang van de datum van overdracht.
3. Door overdracht met inachtneming van het eerste en tweede lid treedt de verkrijgende rechtspersoon in alle uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen van zijn rechtsvoorganger met betrekking tot de instelling, onverminderd hetgeen verder voor de overgang naar burgerlijk recht is vereist.
4. Van de verplichting tot overdracht van de rechten ten aanzien van gebouwen, terreinen en roerende zaken kan Onze Minister in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
##### Artikel 9.1.3. Bestuursoverdracht bijzondere instelling en agrarisch innovatie- en praktijkcentrum
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling onderscheidenlijk dat centrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling of een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling onderscheidenlijk het centrum in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling of het centrum overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
##### Artikel 9.1.4. Centrale directie of college van bestuur
1. Elke instelling heeft hetzij een centrale directie hetzij een college van bestuur. Een centrale directie dan wel een college van bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waarvan er een door het bevoegd gezag wordt benoemd tot voorzitter.
2. Een lid van de centrale directie, onderscheidenlijk college van bestuur, kan niet terzelfdertijd lid zijn van een centrale directie of college van bestuur van een tweede instelling.
3. De centrale directie heeft onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag de leiding van de voorbereiding en de uitvoering van het beleid van de instelling alsmede de coördinatie van de dagelijkse gang van zaken en van het beheer van de instelling. Het college van bestuur is belast met de taken en bevoegdheden van de centrale directie alsmede met de door het bevoegd gezag aan het college overgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.1.5. Overdracht taken en bevoegdheden
1. Het bevoegd gezag van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in de plaats van de centrale directie in te stellen college van bestuur.
2. Het college van bestuur van een instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen of door het bevoegd gezag overgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan het bestuur van een organisatorische eenheid als bedoeld in [artikel 9.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. Indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, kan het bevoegd gezag de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen aan het bestuur van een landelijk orgaan.
##### Artikel 9.1.6. Organisatorische eenheden
Het bevoegd gezag kan bij bestuursreglement een of meer organisatorische eenheden instellen.
##### Artikel 9.1.7. Bestuursreglement
1. Het bevoegd gezag stelt een bestuursreglement vast. In het bestuursreglement worden ten minste vastgelegd:
- a. de taken en bevoegdheden die het bevoegd gezag overdraagt aan het college van bestuur, indien het bevoegd gezag toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- b. de richtlijnen voor de uitoefening van de aan het college van bestuur overgedragen taken en bevoegdheden, en
- c. indien de instelling een of meer organisatorische eenheden omvat:
- 1°. welke bevoegdheden het college van bestuur heeft overgedragen aan het bestuur van de desbetreffende eenheid, indien het college van bestuur toepassing heeft gegeven aan [artikel 9.1.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13),
- 2°. de verhouding van het bestuur van de desbetreffende eenheid tot het bevoegd gezag, het college van bestuur of de centrale directie,
- 3°. welke organisatorische eenheden de desbetreffende instelling omvat, en
- 4°. welke beroepsopleidingen of opleidingen educatie in die organisatorische eenheden zijn ingesteld.
2. Indien de instelling organisatorische eenheden omvat, worden bij of krachtens het bestuursreglement de samenstelling en de werkwijze van het bestuur van de desbetreffende eenheid vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag zendt het bestuursreglement, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
4. Indien de statuten van een bijzondere instelling de onderwerpen, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, onder **a** en **b**, regelen, kan het bevoegd gezag beslissen deze regeling niet op te nemen in het bestuursreglement.
## Titel 2. De landelijke organen
##### Artikel 9.2.1. Landelijke organen; samenstelling
1. Een landelijk orgaan wordt in stand gehouden door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1).
2. Het bestuur van het landelijk orgaan bestaat:
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13);
- b. ofwel voor de helft uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en voor de helft uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties.
3. Aan het landelijk orgaan waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen, bedoeld in de [artikelen 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het landelijk orgaan werkzaam is.
4. Het bestuur van het landelijk orgaan kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.2.2. Bestuursoverdracht landelijk orgaan
1. De rechtspersoon die een landelijk orgaan in stand houdt, kan de instandhouding van dat orgaan overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
##### Artikel 10.1. Beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
1. Tegen een besluit van Onze Minister jegens een bepaalde instelling op grond van de in het tweede lid genoemde artikelen kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
2. Het eerste lid heeft betrekking op de artikelen:
- -. [2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.1.3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.2.3, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.3.1, eerste lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [2.5.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=2&artikel=2.5.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [6.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [6.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [6.1.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&artikel=11.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
- -. [12.3.37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
- -. [12.3.48, derde lid.](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.48&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
##### Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekenning van rechten na beroep
1. Indien de uitspraak op een beroep tegen een beschikking als bedoeld in de [artikelen 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [6.4.2, vierde lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [6.5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), juncto [6.4.2, vierde lid, derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), diploma-erkenning als bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), externe legitimering als bedoeld in [artikel 1.6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), of registratie, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
2. Indien tegen de uitspraak hoger beroep openstaat, wordt de werking van de uitspraak, bedoeld in het eerste lid, opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
##### Artikel 11.1. Inhouding bekostiging
1. Indien het bevoegd gezag van een instelling, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een landelijk orgaan in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, kan Onze Minister bepalen dat de rijksbijdrage, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een instelling in strijd handelt met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
3. Onze Minister kan de rijksbijdrage wederom toekennen, indien blijkt dat de reden voor de toepassing van het eerste of tweede lid is vervallen.
##### Artikel 11.2. Geldboete niet-gerechtigde aanduiding beroepsopleidingen
1. Het is anderen dan de instellingen die daartoe ingevolge deze wet gerechtigd zijn, verboden onderwijs aan te bieden of te verzorgen, dan wel externe legitimering te verzorgen, onder de naam van een in het Centraal register opgenomen beroepsopleiding.
2. Degene die in strijd handelt met het eerste lid, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
3. Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.1.1. Intrekking regelingen
Met ingang van 1 januari 1996 worden ingetrokken:
- a. het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994,
- b. het besluit van 21 februari 1994, houdende aanwijzing van Innovatie- en praktijkcentra op grond van artikel 61 van de Wet op het voortgezet onderwijs (**Stb.** 1994, 191), en
- c. het Besluit bekostiging Innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.1.2. Afwijking van toepassing gebleven voorschriften
1. Indien dat voor een goede uitvoering van deze wet noodzakelijk is, kan bij algemene maatregel van bestuur worden afgeweken van de ingetrokken of vervallen wetten die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven.
2. Van de ingetrokken of vervallen voorschriften die bij algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling zijn vastgesteld en die ingevolge dit hoofdstuk van toepassing blijven, kan worden afgeweken bij algemene maatregel van bestuur respectievelijk ministeriële regeling.
## Titel 2. De landelijke organen
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van landelijke organen met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
Vervallen
##### Artikel 12.2.4. Handhaving voorschriften huisvesting
Vervallen
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet, een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of een landelijk orgaan en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een landelijk orgaan waaruit de instelling, het agrarisch innovatie- en praktijkcentrum of het landelijk orgaan voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
- b. degene die in de periode van 1 augustus 1990 tot en met 31 juli 1995 gedurende ten minste 40 weken bevoegd onderwijs als bedoeld in onderdeel **a** heeft gegeven, en
- c. degene die
- 1°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen van de opleiding cultureel werk of de opleiding culturele en maatschappelijke vorming behorend tot het onderdeel gedrag en maatschappij van het Centraal register opleidingen hoger onderwijs, met de differentiatie basiseducatie, dat op grond van de artikelen 4 en 5 van het Uitvoeringsbesluit KVE 1991 zoals dat luidde op 31 juli 1995 zou hebben geleid tot een bevoegdheid voor het verzorgen van activiteiten basiseducatie, dan wel
- 2°. voor 1 september 1997 een getuigschrift heeft behaald van een afsluitend examen binnen het hoger pedagogisch onderwijs met de differentiatie basiseducatie, en
- 3°. uiterlijk aan het begin van het studiejaar 1994-1995 is gestart met de differentiatie basiseducatie.
##### Artikel 12.2.8. Overgangsbepaling 10-jarig onbevoegden
Voor degenen ten aanzien van wie voor 1 januari 1996 [artikel 114**a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a), dan wel de artikelen F.25 of F.38 van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) in samenhang met [artikel 114 **a** van de Overgangswet WVO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002595&artikel=114a) is toegepast voor de voortzetting van een betrekking aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs of wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, kan het bevoegd gezag voor onbepaalde tijd afwijken van [artikel 4.2.1, eerste lid, onder **b**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.2.9. Gevolgen invoering voor personeel
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gegeven met betrekking tot de gevolgen voor het personeel van de invoering van deze wet.
##### Artikel 12.2.10. Aanhangige beroepsprocedures
1. Op geschillen tussen personeel en bevoegd gezag van een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft van een andere school, van een vormingsinstituut voor jeugdigen, van een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool of een landelijk orgaan die ingevolge de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanhangig zijn gemaakt bij een commissie van beroep of bij de burgerlijke rechter, blijven de op die dag geldende regelingen van toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot geschillen tussen het bevoegd gezag en een deelnemer met betrekking tot examens.
##### Artikel 12.2.11. Handhaving aanwijzing v.a.v.o.-scholen op grond van W.V.O. zoals luidend op 31 december 1995
Vervallen
## Titel 1. Intrekking regelingen
##### Artikel 12.3.1. Invoeringsproces ROC-vorming
1. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als regionaal opleidingencentrum uitsluitend in aanmerking instellingen, voortgekomen uit een samenvoeging van ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs waarvan tenminste drie sectoren, bedoeld in artikel 15**a**, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 31 december 1995, deel uitmaken,
- b. scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, daaronder mede verstaan opleidingen voor beroepsbegeleidend onderwijs, verzorgd door een onder **a** bedoelde school voor middelbaar beroepsonderwijs,
- c. scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
- d. instellingen voor basiseducatie, en
- e. vormingsinstituten voor jeugdigen.
2. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als instelling die deel uitmaakt van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband uitsluitend in aanmerking instellingen die onder bestuur van één bevoegd gezag staan, in een samenwerkingsverband dat voldoet aan [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voortgekomen uit ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs waarvan tenminste drie sectoren, bedoeld in artikel 15**a**, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 december 1995, deel uitmaken,
- b. scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, daaronder mede verstaan opleidingen voor beroepsbegeleidend onderwijs, verzorgd door een onder **a** bedoelde school voor middelbaar beroepsonderwijs,
- c. scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs,
- d. instellingen voor basiseducatie, en
- e. vormingsinstituten voor jeugdigen.
3. Met ingang van 1 januari 1996 doch uiterlijk met ingang van 1 januari 1998 brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als agrarisch opleidingscentrum uitsluitend in aanmerking instellingen voortgekomen uit een samenvoeging van ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigde:
- a. scholen voor middelbaar beroepsonderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving,
- b. scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs met een afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, en
- c. opleidingen leerlingwezen, verbonden aan deze scholen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging als regionaal opleidingencentrum of als regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband in aanmerking brengen instellingen die
- a. of door het ontbreken van ten hoogste één sector middelbaar beroepsonderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **a** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- b. of door het ontbreken van voortgezet algemeen volwassenenonderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **c** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- c. of door het ontbreken van basiseducatie niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **d** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- d. of door het ontbreken van beroepsbegeleidend onderwijs niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **b** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid,
- e. of, al dan niet in combinatie met onderdeel **a**, onderdeel **b**, onderdeel **c**, of onderdeel **d** door het ontbreken van een vormingsinstituut voor jeugdigen niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in onderdeel **e** van het eerste onderscheidenlijk tweede lid.
5. Onze Minister geeft uitsluitend toepassing aan het vierde lid indien het bevoegd gezag door het ontbreken van het desbetreffende onderwijs in het werkgebied van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening waar de instelling is gevestigd, in de onmogelijkheid verkeert om aan die vereisten te voldoen.
6. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste, tweede of derde lid binnen vier maanden voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, doch voor 1 augustus 1997, aan Onze Minister. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag. Indien het een aanvraag betreft voor de periode met ingang van 1 januari 1996, zendt het bevoegd gezag in afwijking van de eerste volzin de aanvraag voor 15 november 1995 aan Onze Minister en besluit Onze Minister voor 15 december 1995. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing.
7. Indien een aanvraag om toepassing van het eerste, tweede of derde lid, voor zover betrekking hebbend op het jaar 1998, is afgewezen en het bevoegd gezag na de afwijzing ten genoegen van Onze Minister aantoont dat alsnog wordt voldaan aan de voorwaarden van het eerste, tweede onderscheidenlijk derde lid, kan Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen, voor 1 december 1997 een hernieuwde aanvraag aan Onze Minister te zenden. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister het bevoegd gezag daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien, met dien verstande dat op de aanvraag wordt besloten voor 1 april 1998.
8. Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing indien geen aanvraag als bedoeld in het zesde lid, betrekking hebbend op het jaar 1998, was ingediend.
9. In afwijking van het eerste en tweede lid kan daar bedoelde aanvraag er mede toe strekken dat een regionaal opleidingencentrum of een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband ook instituten voor de opleiding tot verpleegkundige of ziekenverzorgende omvat. Indien reeds toepassing is gegeven aan het eerste of tweede lid, kan het bevoegd gezag een afzonderlijke aanvraag indienen met betrekking tot toevoeging aan de instelling van de in de eerste volzin bedoelde instituten. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de eerste en tweede volzin.
10. Een instelling die op grond van dit artikel voor bekostiging in aanmerking is gebracht en voornemens is om voor 1 januari 1998 haar onderwijs op een andere plaats te verzorgen dan die waarop dat onderwijs werd verzorgd op het moment van de indiening van de aanvraag om bekostiging, behoeft daarvoor de toestemming van Onze Minister. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag om toestemming. De toestemming wordt uitsluitend geweigerd indien het verzorgen van het onderwijs op die andere plaats kennelijk niet doelmatig kan worden geacht, gelet op het geheel en de spreiding van het desbetreffende onderwijs.
##### Artikel 12.3.2. Beëindiging bekostiging instellingen
1. De aanspraak op bekostiging van scholen voor middelbaar beroepsonderwijs, scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs, scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, instellingen voor basiseducatie en vormingsinstituten voor jeugdigen die geen deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum, van een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband of van een agrarisch opleidingscentrum blijft in stand volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften en vervalt van rechtswege op 1 augustus 1998. Het bevoegd gezag treft de nodige voorzieningen om de deelnemers die op die datum hun opleiding nog niet hebben voltooid in staat te stellen hun opleiding binnen een redelijke tijd aan een andere instelling te voltooien.
2. Voor de toepassing van deze wet gelden een school en instelling als bedoeld in het eerste lid, uitgezonderd vormingsinstituten voor jeugdigen, tot 1 augustus 1998 als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor beroepsonderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat de voortzetting vormt van opleidingen leerlingwezen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs of deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan een school.
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in bijzondere gevallen op aanvraag van het bevoegd gezag besluiten dat de in dat lid bedoelde aanspraak op bekostiging ook na 31 juli 1998 doch uiterlijk tot 1 augustus 2000 in stand blijft. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.3. Omzetting, splitsing, verplaatsing
Onze Minister kan tot 1 augustus 1998 voor bekostiging in aanmerking brengen een school, instelling of instituut als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die, al dan niet onder door hem te stellen voorwaarden, wordt opgericht door omzetting, splitsing of verplaatsing.
##### Artikel 12.3.4. Bestuursoverdracht tussen ROC en school, instelling of vormingsinstituut
De [artikelen 9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [9.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13). zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de overdracht van de instandhouding van een in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde school, instelling of instituut, aan het bevoegd gezag van een openbare onderscheidenlijk bijzondere instelling.
##### Artikel 12.3.5. Voortzetting bekostiging vakinstellingen
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking brengen instellingen, voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde scholen voor middelbaar beroepsonderwijs of voor beroepsbegeleidend onderwijs indien het bevoegd gezag ten genoegen van Onze Minister aantoont:
- a. dat het onderwijs dat deze instellingen verzorgen, niet doelmatig verzorgd kan worden aan een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en
- b. dat het anders dan met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) voortzetten van de bekostiging van die instellingen niet onverenigbaar is met de vorming van instellingen als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Onze Minister willigt de in het eerste lid bedoelde aanvraag, in afwijking van het in dat lid onder **a** en **b** genoemde, in elk geval in, indien het betreft instellingen:
- a. met een onderwijsaanbod dat ten hoogste twee afdelingen omvat,
- b. waarvan het onderwijs van meer dan regionale betekenis is wat de deelname aan de opleiding of de behoefte aan gediplomeerden van die opleiding betreft,
- c. waarvan het onderwijs landelijk gezien door ten hoogste vijf instellingen wordt verzorgd,
- d. waarvan het bevoegd gezag voor ten minste de helft bestaat uit werkgevers en werknemers van de desbetreffende bedrijfstak, en
- e. waarvan de desbetreffende bedrijfstak in belangrijke mate bijdraagt aan de instandhouding van de opleidingen.
3. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor onderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat een voortzetting is van het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde onderwijs.
4. Het bevoegd gezag zendt een aanvraag om toepassing van het eerste of tweede lid voor 1 juni 1997 aan Onze Minister. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag.
5. Indien een aanvraag om toepassing van het eerste of tweede lid is afgewezen en het bevoegd gezag na de datum van afwijzing aantoont dat alsnog wordt voldaan aan de voorwaarden van het eerste of tweede lid, kan Onze Minister het bevoegd gezag in de gelegenheid stellen, voor 1 december 1997 een hernieuwde aanvraag aan Onze Minister te zenden. Onze Minister besluit binnen drie maanden op de aanvraag.
##### Artikel 12.3.6. Voortzetting bekostiging instellingen van een bepaalde richting
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) brengt Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking ten hoogste één instelling die uitgaat van een bepaalde richting, en voortkomt uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), indien in Nederland geen regionaal opleidingcentrum of regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband aanwezig is dat uitgaat van die richting.
2. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), met dien verstande dat de bekostigingsaanspraak voor beroepsonderwijs uitsluitend betrekking kan hebben op het onderwijs dat de voortzetting vormt van opleidingen leerlingwezen en opleidingen middelbaar beroepsonderwijs of deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan de in het eerste lid bedoelde school of scholen.
3. [Artikel 12.3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.7. Voortzetting bekostiging instellingen met extra breedtegebrek
1. In afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag voor bekostiging na 31 juli 1998 in aanmerking brengen een instelling, voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 bekostigde scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), indien deze instelling niet voldoet aan twee van de vereisten, bedoeld in de [onderdelen **a** tot en met **d** van artikel 12.3.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), al dan niet in combinatie met het niet voldoen aan het vereiste, bedoeld in [onderdeel **e** van artikel 12.3.1, eerste onderscheidenlijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag toont ten genoegen van Onze Minister aan dat de noodzakelijke inspanningen zijn verricht om te bereiken dat de in het eerste lid bedoelde scholen, instellingen en instituten met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) deel uitmaken van een regionaal opleidingencentrum of een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband, en dat aan de in het eerste lid bedoelde vereisten niet kan worden voldaan door het ontbreken van het desbetreffende onderwijs in het werkgebied van het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening waar de instelling is gevestigd.
3. Voor de toepassing van deze wet geldt een in het eerste lid bedoelde instelling als een instelling als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
4. [Artikel 12.3.5, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.9. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogescholen Haarlem en Tilburg
1. Ten aanzien van de beroepsopleidingen die een voortzetting vormen van de opleidingen voor deeltijds middelbaar beroepsonderwijs in de sector dienstverlening en gezondheidszorg, op 31 december 1995 op grond van artikel 3.11 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs verbonden aan de Hogeschool Haarlem en aan de Hogeschool Tilburg, behouden deze hogescholen aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde beroepsopleidingen. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.10. Aanvang bekostiging landelijke organen zoals geregeld in deze wet
1. Met ingang van 1 januari 1996 brengt Onze Minister op aanvraag van het landelijk orgaan voor bekostiging als landelijk orgaan uitsluitend in aanmerking landelijke organen voortgekomen uit een of meer ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde landelijke organen van het leerlingwezen. Onze Minister stelt tegelijk met zijn besluit op de aanvraag om bekostiging ook het werkgebied van de onderscheiden landelijke organen vast, na de ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs bekostigde landelijke organen van het leerlingwezen in de gelegenheid te hebben gesteld hem daarover te adviseren.
2. Onze Minister betrekt bij de beoordeling van de aanvraag in elk geval de samenhang van de beroepsopleidingen in relatie tot een bepaalde bedrijfstak en de omvang van het werkgebied van het landelijk orgaan.
3. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt voor 15 november 1995 aan Onze Minister gezonden. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 12.3.11. Aanvang bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra
1. Met ingang van 1 januari 1996 brengt Onze Minister op aanvraag van het desbetreffende bevoegd gezag voor bekostiging als agrarisch innovatie- en praktijkcentrum uitsluitend in aanmerking centra voortgekomen uit een of meer ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) bekostigde Innovatie- en praktijkcentra.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt voor 15 november 1995 aan Onze Minister gezonden. Onze Minister besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag.
##### Artikel 12.3.12. Afbouw regionale ondersteuning
1. Een regionaal opleidingencentrum, een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband, een instelling voor basiseducatie dan wel een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs dat onderscheidenlijk die in de periode van 1 januari 1996 tot en met 31 december 1997 personeel in dienst neemt dat onmiddellijk daaraan voorafgaand ten behoeve van de regionale ondersteuning in dienst was van een rechtspersoon ex artikel 41, tweede lid, van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, zoals dat artikellid op 31 december 1995 luidde, dan wel bedoelde rechtspersoon zelf die nog dergelijk personeel in dienst heeft op 1 januari 1996, ontvangt ten behoeve van dat personeel tot uiterlijk 1 januari 1998 een vergoeding op basis van daartoe bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels.
2. [Artikel 12.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=2&artikel=12.2.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.13. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke ondersteuningsinstellingen KVE1991
Het met betrekking tot de landelijke ondersteuningsinstellingen bepaalde bij en krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, blijft tot en met 1 augustus 1997 van overeenkomstige toepassing, waarbij met ingang van 1 januari 1997 de rechtspersoon die het Centrum voor Innovatie van Opleidingen in stand houdt in alle uit die wet voortvloeiende rechten en verplichtingen ten aanzien van die instellingen treedt.
##### Artikel 12.3.14. Tijdelijke handhaving bekostiging landelijke organisaties Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994
Het met betrekking tot de landelijke organisaties bepaalde bij en krachtens het Besluit vormingswerk voor jeugdigen 1994 zoals luidend op 31 december 1995, blijft tot en met 31 juli 1996 van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.15. Publikatie overzicht van instellingen
Onze Minister maakt voor 1 april 1998 een overzicht bekend van de instellingen, landelijke organen, agrarische innovatie- en praktijkcentra, alsmede de overige instellingen die ingevolge deze titel voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht of waarvan de bekostiging is gehandhaafd.
##### Artikel 12.3.16. Eerste vaststelling eindtermen beroepsopleidingen
1. In afwijking van [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), leggen de landelijke organen onderscheidenlijk de commissies onderwijs-bedrijfsleven voor 1 mei 1996 voor de eerste maal voorstellen voor de eindtermen, met het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), aan Onze Minister voor, ten behoeve van het studiejaar 1997-1998. De landelijke organen, onderscheidenlijk de commissies onderwijs-bedrijfsleven, geven in voorkomend geval aan van welke opleiding leerlingwezen, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), of erkend onderwijs in de zin van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821), de beroepsopleiding de voortzetting vormt.
2. In afwijking van [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), worden de eindtermen van de beroepsopleidingen voor de eerste maal voor 1 augustus 1996 vastgesteld, onder aanduiding van de opleiding waarvan de beroepsopleiding de voortzetting vormt.
##### Artikel 12.3.17. Vaststelling eerste overzicht bekostigde beroepsopleidingen
1. Op het in [artikel 12.3.16, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.16&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde tijdstip waarop de eindtermen van de beroepsopleidingen voor de eerste maal worden vastgesteld, stelt Onze Minister in afwijking van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), tevens vast het eerste overzicht van beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die voor bekostiging in aanmerking komen. Het overzicht heeft in afwijking van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), betrekking op de studiejaren 1997-1998 en 1998-1999.
2. Voor de landelijke organen bestaat tot 1 mei 1996 gelegenheid om een voorstel voor de vaststelling van het eerste overzicht aan Onze Minister te doen.
##### Artikel 12.3.18. Eerste vaststelling Centraal register
1. Voor 1 december 1996 stelt Onze Minister voor het studiejaar 1997-1998 het Centraal register beroepsopleidingen vast. In afwijking van [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), heeft het register zoals dat voor de eerste maal wordt vastgesteld, in elk geval betrekking op beroepsopleidingen, verzorgd door de instellingen, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Het register omvat voor elke instelling de beroepsopleidingen, vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 12.3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.17&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die een voortzetting vormen van de opleidingen leerlingwezen, middelbaar beroepsonderwijs en deeltijds middelbaar beroepsonderwijs, in het studiejaar 1996-1997 bekostigd ingevolge de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), verbonden aan de school of scholen voor beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs waarvan de instelling de voortzetting vormt.
2. In afwijking van [artikel 6.4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), verstrekt het bevoegd gezag voor 1 oktober 1996 de gegevens voor het Centraal register voor het studiejaar 1997-1998.
3. In afwijking van [artikel 6.5.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=5&artikel=6.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover het [artikel 6.4.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), betreft, verstrekt het bevoegd gezag voor 1 oktober 1996 de gegevens voor het Centraal register voor het studiejaar 1997-1998.
##### Artikel 12.3.19. Eerste vaststelling eindtermen educatie
1. Het bevoegd gezag stelt voor 1 januari 1997 voor de eerste maal eindtermen voor de opleidingen educatie vast.
2. De ministeriële regeling houdende eindtermen voor de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II wordt voor 1 januari 1996 vastgesteld.
##### Artikel 12.3.20. Eerste vaststelling criteria beoordeling praktijkplaatsen en eerste vaststelling overzicht van gunstig beoordeelde bedrijven en organisaties als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13)
1. De in [artikel 7.2.10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde criteria worden voor de eerste maal vastgesteld voor 1 januari 1997.
2. Het in [artikel 7.2.10, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde overzicht van bedrijven en organisaties wordt voor de eerste maal vastgesteld voor 1 mei 1997.
##### Artikel 12.3.21. Invoering assistentopleidingen
1. In afwijking van het ter zake bepaalde bij en krachtens deze wet:
- a. stelt Onze Minister de eindtermen voor de in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel **a**](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde assistentopleidingen voor de eerste maal vast voor 1 februari 1996, en
- b. komen deze opleidingen met ingang van het studiejaar 1996-1997 voor bekostiging in aanmerking voor zover zij worden verzorgd door een regionaal opleidingencentrum, een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband of een agrarisch opleidingscentrum.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde opleidingen in de periode tot en met 31 juli 1997. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
##### Artikel 12.3.22. Eerste onderwijs- en examenregeling
1. Het bevoegd gezag stelt voor zover het opleidingen educatie betreft, voor 1 januari 1997 de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), vast, en geeft tijdig voorafgaand aan het jaar 1997 toepassing aan [artikel 7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. Het bevoegd gezag stelt voor zover het beroepsopleidingen betreft, voor 1 april 1997 de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2004-02-13&g=2004-02-13), vast en geeft tijdig voorafgaand aan het studiejaar 1997-1998 toepassing aan [artikel 7.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.3.23. Tijdelijke handhaving onderwijs en examens oude stijl
1. Tot 1 januari 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften met betrekking tot de scholen voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, de instellingen voor basiseducatie en de opleidingen specifieke scholing.
2. Tot 1 augustus 1997 blijven van kracht de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs, de opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en het vormingswerk voor jeugdigen, onderscheidenlijk de bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot het leerlingwezen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde voorschriften hebben betrekking op het onderwijs, de deelnemers, de inschrijving en de examens.
4. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste en tweede lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.24. Afbouw onderwijs en examens oude stijl
1. Het bevoegd gezag stelt, voor zover van toepassing onverminderd de bevoegdheden van het desbetreffende landelijk orgaan volgens de op 31 december 1995 geldende voorschriften, deelnemers:
- a. die op 31 december 1996 zijn ingeschreven volgens een beschikking op grond van de artikelen 15, derde lid, 21 of 24 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 zoals luidend op 31 december 1995, voor een opleiding basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of specifieke scholing, of
- b. die op 31 juli 1997 zijn ingeschreven voor een opleiding beroepsbegeleidend onderwijs, een opleiding middelbaar beroepsonderwijs, of een programma aan een vormingsinstituut voor jeugdigen, en
- c. die de onder **a** en **b** bedoelde opleiding onderscheidenlijk het onder **b** bedoelde programma nog niet hebben voltooid, in de gelegenheid hun opleiding onderscheidenlijk programma binnen een redelijke tijd te voltooien, overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften.
2. Deelnemers die een in het eerste lid bedoelde opleiding of een in dat lid bedoeld programma of een deel daarvan behorend bij een certificaateenheid dan wel betrekking hebbend op het praktijkgedeelte met goed gevolg voltooien, ontvangen een diploma, certificaat of praktijkgetuigschrift overeenkomstig het op 31 december 1995 geldende model.
3. De bevoegdheid van de commissie van beroep voor de examens, bedoeld in [artikel 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), strekt zich mede uit tot de examens, verbonden aan de in het eerste lid bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.25. Handhaving onderwijs van overgangsrecht SVM-wet en WCBO
1. Een opleiding als bedoeld in [artikel II, onderdeel B, zesde lid, onder a, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de in dat lid bedoelde school onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is opgegaan.
2. Artikel II, onderdeel M, van de Wet van 23 mei 1990 (**Stb.** 266) zoals luidend op 31 december 1995, vindt tot en met 31 juli 1997 overeenkomstige toepassing.
3. Een afdeling vooropleiding voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel R, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is opgegaan.
4. Een afdeling voor hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel II, onderdeel S, van de Wet van 23 mei 1990](onbekend) (**Stb.** 266), kan tot en met 31 juli 1997 met overeenkomstige toepassing van de desbetreffende op 31 december 1995 geldende voorschriften verbonden blijven aan de dagschool voor middelbaar beroepsonderwijs onderscheidenlijk aan de instelling waarin deze school met toepassing van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) is opgegaan.
5. De artikelen F.16 tot en met F.19, F.33 tot en met F.36 en F.43 tot en met F.46 van artikel II van de Wet van 27 mei 1992 (**Stb.** 337) zoals luidend op 31 december 1995, vinden op overeenkomstige wijze tot en met 31 juli 1997 toepassing.
6. De [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.26. Afbouw MEAO-examens door WEO-instellingen
Instellingen als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) die zijn vermeld in het Centraal register, op 31 juli 1997 zijn erkend op grond van de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) en op 31 december 1995 opleidden voor het staatsexamen middelbaar economisch en administratief onderwijs, zijn ten behoeve van deelnemers die op 31 juli 1997 voor de desbetreffende opleiding zijn ingeschreven en die opleiding nog niet hebben voltooid, gerechtigd tot het afnemen van de examens van die opleidingen overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de artikelen 29 en 29**a** van de Wet op het voortgezet onderwijs vastgestelde voorschriften.
##### Artikel 12.3.27. Handhaving aanspraak op studiefinanciering i.v.m. afbouw beroepsbegeleidend onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van de deelnemer op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), a[rtikel 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13) of [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-02-13&g=2004-02-13) van toepassing is en die op 31 juli 1997 aanspraak heeft op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele, zolang hij de opleiding waarop deze aanspraak betrekking heeft zonder onderbreking voortzet.
##### Artikel 12.3.28. Tijdelijke handhaving oude voorschriften
[Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) in verband met afbouw beroepsbegeleidend onderwijs, alsmede tijdelijke handhaving oude voorschriften [WSF](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955) i.v.m. beperking reikwijdte [WEO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821)
- 1. Ten aanzien van deelnemers op wie [artikel 12.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), van toepassing is, blijft met betrekking tot de in dat lid bedoelde opleidingen voor zover daarop de Leerplichtwet 1969 zoals luidend op 31 december 1995 van toepassing is, het bepaalde bij of krachtens die [wet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) genoemde wijzigingen van toepassing.
- 2. Indien een instelling als bedoeld in de [Wet op de erkende onderwijsinstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003821) cursisten die op 31 juli 1997 bij de instelling een cursus volgen waarover met ingang van 1 augustus 1997 de erkenning zich als gevolg van [artikel 12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13) niet langer uitstrekt en ten aanzien van deze cursus evenmin met ingang van 1 augustus 1997 aan deze instelling het in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde recht is toegekend dan wel dit recht wel is toegekend maar ten aanzien van deze cursus met ingang van 1 augustus 1997 niet langer aanspraak op studiefinanciering bestaat,, in de gelegenheid stelt die cursus binnen een redelijke tijd gerekend vanaf die datum te voltooien, en deze cursisten op 31 juli 1997 ten behoeve van die cursus aanspraak hebben op studiefinanciering ingevolge de Wet op de studiefinanciering zoals luidend op dat tijdstip, strekken de in [artikel 12.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) opgenomen wijzigingen van de [artikelen 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=9) en [11 van de Wet op de studiefinanciering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003955&artikel=11) niet ten nadele van deze cursisten, zolang zij de cursus waarop deze aanspraak betrekking heeft, zonder onderbreking voortzetten. De eerste volzin is van toepassing tot en met 31 juli 2000.
##### Artikel 12.3.29. Tijdelijke handhaving oude voorschriften Wet op de onderwijsverzorging in verband met afbouw middelbaar beroepsonderwijs
Ten aanzien van middelbaar beroepsonderwijs waarop [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) van toepassing is, blijft van toepassing het bepaalde bij of krachtens de Wet op de onderwijsverzorging zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) genoemde wijziging.
##### Artikel 12.3.30. Instelling Commissie van beroep voor de examens en Commissie van beroep voor de externe examens
[Hoofdstuk 7, titels 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot de examens in het jaar 1997, onverminderd de [artikelen 12.3.23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [12.3.24, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13). Het bevoegd gezag geeft met het oog op de eerste volzin tijdig uitvoering aan de [artikelen 7.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&artikel=7.5.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [7.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&artikel=7.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.3.31. Invoering aantallen extern te legitimeren deelkwalificaties
1. Het in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde aantal extern te legitimeren deelkwalificaties is voor de eerste maal van toepassing met ingang van 1 augustus 2000. Tot dat tijdstip bedraagt het aantal extern te legitimeren deelkwalificaties ten minste 25% van het aantal deelkwalificaties dat verplicht is voor het behalen van het diploma van de desbetreffende beroepsopleiding.
2. Indien het in het eerste lid genoemd percentage van ten minste 25% resulteert in een gebroken aantal deelkwalificaties, wordt dat aantal rekenkundig afgerond.
##### Artikel 12.3.32. Eerste toepassing inschrijvingsbepalingen
1. De [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13),[8.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2004-02-13&g=2004-02-13) vinden voor het eerst toepassing ten aanzien van:
- a. deelnemers die zich met ingang van 1 januari 1997 voor een opleiding educatie inschrijven;
- b. deelnemers die zich met ingang van het studiejaar 1997-1998 voor een beroepsopleiding inschrijven.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving als examendeelnemer.
##### Artikel 12.3.33. Tijdelijke handhaving mogelijkheid verstrekking middelen ten behoeve van studiekeuzevoorlichting
Artikel 62 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, artikel 3.89 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 75**c** van de Wet op het voortgezet onderwijs zoals luidend op 31 december 1995, vinden tot en met 31 december 1997 op overeenkomstige wijze toepassing ten aanzien van deelnemers of potentiële deelnemers van instellingen.
##### Artikel 12.3.34. Tijdelijke handhaving bepalingen Les- en cursusgeldwet voor oude opleidingen
Ten aanzien van deelnemers op wie de [artikelen 12.3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-02-13&g=2004-02-13) van toepassing zijn, blijven tot het tijdstip waarop deze deelnemers op grond van [artikel 12.3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13), juncto [artikel 12.3.25, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-02-13&g=2004-02-13), hun opleiding hebben kunnen voltooien, van toepassing de [artikelen 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=1), [2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=2), [6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=6) en [9 van de Les- en cursusgeldwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004188&artikel=9) zoals luidend zonder de in [artikel 12.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) opgenomen wijzigingen.
##### Artikel 12.3.35. Invoering rijksbijdrage educatie
1. De [artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) vinden voor het eerst toepassing met betrekking tot het jaar 1997.
2. Het bepaalde bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, zoals luidend op 31 december 1995, ten aanzien van de bekostiging van activiteiten volwasseneneducatie, blijft van toepassing op de bekostiging van die activiteiten in het jaar 1996.
3. In afwijking van het eerste lid wat [artikel 2.3.1, eerste lid derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), betreft kan de in die volzin bedoelde bijdrage reeds in het jaar 1996 worden toegekend.
##### Artikel 12.3.36. Handhaving bekostiging oude stijl
1. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven.
2. Ten aanzien van deelnemers als bedoeld in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), heeft het bevoegd gezag aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas, berekend overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften gedurende de in [artikel 12.3.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.23&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde periode waarin de in dat lid bedoelde voorschriften van toepassing blijven. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op deelnemers aan opleidingen en afdelingen als bedoeld in [artikel 12.3.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.25&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
3. Voor zover de in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) of [artikel 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde algemene berekeningswijze daarin kan voorzien, vindt de berekening in afwijking van het eerste onderscheidenlijk tweede lid plaats overeenkomstig deze algemene berekeningswijze, met inachtneming van het bedrag waarop het bevoegd gezag aanspraak zou hebben op grond van de berekening volgens de in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde voorschriften.
4. Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 heeft een instelling die een opleiding deeltijds middelbaar beroepsonderwijs verzorgt, voor die opleiding aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ter grootte van 7/12 van het bedrag dat de desbetreffende instelling over het kalenderjaar 1996 bij of krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs als bekostiging voor die opleiding heeft ontvangen.
5. De aanspraak, bedoeld in het eerste lid, geldt:
- a. wat opleidingen basiseducatie en opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs betreft, jegens de gemeentebesturen, en, voor zover het huisvestingskosten betreft, jegens Onze Minister, en
- b. wat opleidingen deeltijds middelbaar beroepsonderwijs en opleidingen specifieke scholing betreft, jegens het Rijk en jegens de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
##### Artikel 12.3.37. Bekostigingsniveau 1997 uitgangspunt tot 1 januari 2000
1. Voor de periode van 1 augustus 1997 tot en met 31 december 1997, voor het jaar 1998 en voor het jaar 1999 wordt de rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs ten behoeve van een instelling, in afwijking van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), telkens vastgesteld op de hoogte of op het overeenkomstige gedeelte van de hoogte van de rijksbijdrage waarop die instelling overeenkomstig de op 31 december 1995 geldende voorschriften aanspraak zou hebben voor het jaar 1997.
2. De voor de in het eerste lid bedoelde periode en jaren vastgestelde rijksbijdrage kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften worden verhoogd of verlaagd in verband met:
- a. de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen,
- b. wijziging van het aantal deelnemers, en
- c. maatregelen van overgangsrechtelijke of invoeringsrechtelijke aard die zijn getroffen bij of krachtens deze wet of die verband houden met de in [artikel 12.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1&artikel=12.1.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde wetten en voorschriften.
##### Artikel 12.3.38. Tijdelijke handhaving bekostiging Innovatie- en praktijkcentra
In afwijking van [artikel 2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn tot en met 31 december 1996 de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het voortgezet onderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot de bekostiging van Innovatie- en praktijkcentra van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.3.39. Tijdelijke handhaving bekostigingsvoorschriften oude stijl landelijke organen
In afwijking van [artikel 2.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=2.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) zijn tot en met 31 december 1996 de op 31 december 1995 geldende bij en krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs gegeven voorschriften met betrekking tot de bekostiging van de landelijke organen voor het leerlingwezen van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de landelijke organen voor het beroepsonderwijs.
##### Artikel 12.3.40. Invoering bekostiging nieuwe stijl; afbouw bekostiging oude stijl
Ten aanzien van beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) voorziet de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in [artikel 2.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), gedurende de periode waarin voor de onderscheiden opleidingen nog niet kan worden beschikt over feitelijke gegevens die zijn vereist voor de toepassing van de in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde maatstaven, in overeenkomstige vervangende berekeningsnormen. Tevens kan de in de eerste volzin bedoelde algemene maatregel van bestuur voorschriften bevatten met betrekking tot de afbouw van de bekostiging van de in [artikel 12.3.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.24&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde opleidingen en programma's.
##### Artikel 12.3.41. Eerste beschikbaarheid en beschikbaarstelling geordende informatie
1. De in de [artikelen 2.3.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [2.5.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde geordende gegevens zijn voor de eerste maal uiterlijk op 31 december 1996 beschikbaar.
2. De in de [artikelen 2.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften worden vastgesteld voor 1 januari 1997. Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld die in de desbetreffende onderwerpen voorzien tot het tijdstip waarop de in de eerste volzin bedoelde voorschriften in werking treden.
##### Artikel 12.3.42. Invoering verslaglegging kwaliteitszorg
1. In afwijking van [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt het daar bedoelde verslag voor zover het betreft instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) uiterlijk met ingang van 1 januari 1997 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei 1997 en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling. Het bevoegd gezag maakt het eerste in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde volledige verslag openbaar voor 1 mei 1999.
2. In afwijking van [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wordt het daar bedoelde verslag voor zover het betreft instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) op een later tijdstip dan met ingang van 1 januari 1997 voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei 1998 en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling.
3. Het bevoegd gezag van de instellingen waarop het tweede lid van toepassing is, maakt het eerste in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2004-02-13&g=2004-02-13), bedoelde volledige verslag openbaar voor 1 mei 1999.
4. In afwijking van [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), onderdeel **c**, wordt het in dat onderdeel bedoelde verslag voor de eerste maal openbaar gemaakt voor 1 mei volgend op het tijdstip met ingang waarvan de exameninstelling de externe legitimering met betrekking tot een beroepsopleiding kan verzorgen, en omvat dat eerste verslag een uiteenzetting over de te gebruiken methodes van kwaliteitsbeoordeling, de inrichting van de in het eerste lid bedoelde kwaliteitsbeoordeling met betrokkenheid van onafhankelijke deskundigen, en de voornemens ten aanzien van de kwaliteitsbeoordeling.
5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.
##### Artikel 12.3.43. Nadere voorschriften overgang en invoering bekostiging
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van de [artikelen 12.3.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.36&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [12.3.37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.37&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [12.3.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.40&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
##### Artikel 12.3.44. Financiële afwikkeling
De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 blijven van toepassing ten aanzien van bedragen waarop de instellingen, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de landelijke organen voor 1 januari 1996 ingevolge de bedoelde voorschriften aanspraak hebben, maar die nog niet zijn vastgesteld of uitbetaald.
##### Artikel 12.3.45. Overeenkomstige toepassing Wet medezeggenschap onderwijs 1992
Ten aanzien van scholen, instellingen en instituten als bedoeld in [hoofdstuk 12, titel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&z=2004-02-13&g=2004-02-13), voor zover op 31 december 1995 daarop de [Wet medezeggenschap onderwijs 1992](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005746) van toepassing is, is laatstgenoemde wet zoals luidend met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van [artikel 12.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13) van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 12.3.46. Invoering vaststelling bestuursreglement instellingen
Het bevoegd gezag van een instelling stelt binnen 12 maanden nadat de instelling op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13) voor bekostiging in aanmerking is gebracht, het in [artikel 9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2004-02-13&g=2004-02-13) bedoelde bestuursreglement vast.
##### Artikel 12.3.47. Arbeidsvoorzieningswet
De artikelen 98 en 100 van de Arbeidsvoorzieningswet zoals luidend op 31 december 1995, alsmede het op die datum omtrent scholing bepaalde bij en krachtens de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 en de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, blijven van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 12.3.48. Tijdelijke regeling; gevolgen invoering wet
1. Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld of kunnen regels worden vastgesteld ten aanzien van onderwerpen waarvan deze wet bepaalt dat zij bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden onderscheidenlijk kunnen worden geregeld. De in de eerste volzin bedoelde regels vervallen met ingang van het tijdstip waarop de desbetreffende algemene maatregel van bestuur in werking treedt, doch uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip waarop de bepaling waarop de algemene maatregel van bestuur berust, in werking is getreden.
2. Voor zover deze wet daarin niet voorziet, alsmede indien nodig in afwijking van het bij en krachtens deze wet bepaalde, worden bij ministeriële regeling regels vastgesteld ten behoeve van een goede invoering van deze wet.
3. Onze Minister kan, al dan niet op aanvraag van het bevoegd gezag, volgens bij ministeriële regeling te geven regels, de met inachtneming van hoofdstuk 12 vastgestelde vergoedingen aanvullen met een bedrag ten behoeve van de goede gang van het onderwijs.
##### Artikel 12.3.49. Afschaffing adviesverplichtingen
Bevat wijzigingen in deze regelgeving.
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.4.1. Leerplichtwet 1969
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.2
Wet op de studiefinanciering
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.4
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.5
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.6
Les- en cursusgeldwet
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.7
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.8
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.9. Wet op de erkende onderwijsinstellingen
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.10. Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.11
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.12
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.13
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
##### Artikel 12.4.14
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
##### Artikel 12.5.1. Evaluatie
Onze Minister brengt voor 1 januari 2002 verslag uit over de werking van deze wet aan de beide Kamers der Staten-Generaal.
##### Artikel 12.5.2. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2004-02-13&g=2004-02-13), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2004-02-13&g=2004-02-13) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2004-02-13&g=2004-02-13), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
##### Artikel 12.5.3. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2004-02-13&g=2004-02-13), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 3. De exameninstellingen
##### Artikel 6.3.3a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
3. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de toekenning van en verantwoording voor maatregelen, voorzover deze het verstrekken van financiële middelen betreffen.
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
## Titel 5. Commissie van beroep voor de examens
## Titel 1. Inschrijving
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. De landelijke organen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 2.3.6a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Titel 4. Bekostiging van landelijke organen
#### § 1. Bekostiging
#### § 2
## Titel 5. Begroting en verslaglegging
#### § 1. Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra
##### Artikel 2.5.5a. Gebruik persoonsgebonden nummer door bevoegd gezag
1. Dit lid is nog niet in werking getreden.
2. Dit lid is nog niet in werking getreden.
3. Dit lid is nog niet in werking getreden.
4. Dit lid is nog niet in werking getreden.
5. Dit lid is nog niet in werking getreden.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding ter uitvoering van [artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011823&artikel=107).
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5c. Verstrekking van gegevens door Informatie Beheer Groep aan minister en inspectie
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 2. Landelijke organen
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
## Titel 7. Bijdrage voor derden t.b.v. bevorderen beroepsonderwijs en afstemming onderwijs-arbeidsmarkt
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
### Hoofdstuk 3. Overleg
## Titel 1. Overleg Minister
## Titel 2. Overleg instellingen
## Titel 3. Overleg landelijke organen
### Hoofdstuk 4. Personeel
## Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Formatie; rechtspositie
#### § 2. Commissie van beroep
## Titel 2. Vereisten benoeming of tewerkstelling voor docenten van instellingen
## Titel 2a. Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen
## Titel 3. Personeel van landelijke organen
## Titel 4
### Hoofdstuk 5. Toezicht
### Hoofdstuk 6. Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen
## Titel 1. Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 2. Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
## Titel 3. De exameninstellingen
## Titel 4. Het Centraal register beroepsopleidingen
## Titel 5. De registratie van externe legitimering
### Hoofdstuk 6a. Het onderwijsaanbod educatie
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
## Titel 1. Het onderwijs
## Titel 2. Het beroepsonderwijs
#### § 1. Reikwijdte
#### § 2. Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen
## Titel 3. De educatie
## Titel 4. EXAMENS EN TOETSEN.
#### § 1. Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
#### Paragraaf 3. Toetsen educatieve programma's
### Hoofdstuk 8. Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
3. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de leerling kan worden overgelegd, meldt het bevoegd gezag binnen twee weken na het besluit tot inschrijving aan de Informatie Beheer Groep de beschikbare gegevens van de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, alsmede zijn adres en woonplaats.
4. De Informatie Beheer Groep verstrekt binnen acht weken na ontvangst van de melding, bedoeld in het derde lid, aan het bevoegd gezag het sociaal-fiscaalnummer van de deelnemer, dan wel, indien is gebleken dat hem niet van overheidswege een sociaal-fiscaalnummer is verstrekt, het onderwijsnummer van de deelnemer. Het onderwijsnummer is een door de Informatie Beheer Groep uitgegeven en aan de deelnemer toegekend persoonsgebonden nummer.
5. Het bevoegd gezag neemt de in het eerste lid bedoelde gegevens op in de administratie van de instelling.
6. Indien aan een deelnemer een onderwijsnummer is toegekend en het bevoegd gezag daarna de beschikking krijgt over zijn sociaal-fiscaalnummer, neemt het bevoegd gezag dit sociaal-fiscaalnummer terstond als persoonsgebonden nummer op in de administratie van de instelling in de plaats van het onderwijsnummer. Het bevoegd gezag meldt deze wijziging binnen twee weken aan de Informatie Beheer Groep onder opgave van het sociaal-fiscaalnummer en het onderwijsnummer van de deelnemer.
## Titel 2. Vooropleidingseisen
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
## Titel 4. Samenwerking in verband met leer-werktrajecten vmbo
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 2. De landelijke organen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 1. Intrekking regelingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de landelijke organen, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2004-02-13&g=2004-02-13), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2004-02-13&g=2004-02-13).
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
## Titel 2. De landelijke organen
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
### Hoofdstuk 11. Inhouding bekostiging; strafbepaling
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
##### Artikel 8.4.1. Samenwerkingsovereenkomst leer-werktrajecten vmbo
1. Leer-werktrajecten als bedoeld in [artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b1) worden verzorgd op grondslag van een samenwerkingsovereenkomst tussen het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) en het bevoegd gezag van een instelling.
2. Een samenwerkingsovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, voldoet aan [artikel 10b7 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b7).
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
## Titel 1. De instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
#### § 1. Bevoegd gezag; bestuursoverdracht
#### § 2. Bestuur en inrichting van de instellingen
### Hoofdstuk 12. Overgangs-, invoerings- en slotbepalingen
## Titel 2. Voorzieningen voor onbepaalde tijd
## Titel 3. Invoering van de wet
## Titel 4. Wijzigingen in andere wetten
## Titel 5. Evaluatie, inwerkingtreding en citeertitel
Lasten en bevelen dat deze in het **Staatsblad** zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2004-02-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
2003-08-15
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-01-24
Wet educatie en beroepsonderwijs
2002-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
original version Tekst op deze datum