Wijzigingsgeschiedenis

Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs

100 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2025-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-09-14
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2024-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — art. 12
2024-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2023-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2022-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 6, 1
2022-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 2 y 3 más
2022-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2021-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2021-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-07-16
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12
2020-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2020-03-05
Wet educatie en beroepsonderwijs
2020-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2019-03-15
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2019-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-07-28
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-05-25
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 3 más
2018-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2018-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2018-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2017-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2017-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2016-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 7 más
2016-02-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2016-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-06-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2015-03-04
Wet educatie en beroepsonderwijs
2015-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 12, 12 y 12 más
2014-07-19
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-06
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2014-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12, 12
2013-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-07-04
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 12, 12, 12 y 2 más
2013-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-06-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2013-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-11-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2012-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2011-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-03-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2010-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más

Wijzigingen op 2009-07-01

@@ -20,47 +20,47 @@
- b. instelling: tenzij anders blijkt;
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- 2º. een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- 3º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of
- 4º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- b1. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- 1º. een regionaal opleidingencentrum als bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- 2º. een regionaal opleidingencentrum in een samenwerkingsverband als bedoeld in [artikel 1.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- 3º. een vakinstelling als bedoeld in [artikel 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of
- 4º. een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- b1. kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven: kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven als bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- c. openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de [Wet gemeenschappelijke regelingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003740), waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;
- d. bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in [artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=1);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- e. exameninstelling: een instelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- f. onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), eindtermen zijn vastgesteld;
- i1. voltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- i2. deeltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd;
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- g. educatie: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- h. beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in [artikel 1.2.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- i. beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), eindtermen zijn vastgesteld;
- i1. voltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- i2. deeltijdse beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.7, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- j. beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in [artikel 7.2.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- k. leerweg: een leerweg als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- l. beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- m. beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- n. opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- o. examinering: het nemen van beslissingen over inhoud en niveau van examens van een beroepsopleiding in relatie tot de eindtermen, procedures en voorwaarden waaronder examens worden afgenomen, alsmede het vaststellen van de uitslag van examens. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op examens van de afzonderlijke leerwegen van een opleiding indien Onze Minister ingevolge [artikel 7.2.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), heeft besloten dat een opleiding zowel in de beroepsopleidende als in de beroepsbegeleidende leerweg kan worden verzorgd;
- p. deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- q. volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder;
@@ -68,11 +68,11 @@
- s. inspectie: de inspectie, bedoeld in de [Wet op het onderwijstoezicht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013800);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- t. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- u. Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in [artikel 6.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- v. commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- v1. college van bestuur van een bijzondere instelling: het orgaan van de instelling dat als zodanig in de statuten is aangewezen;
@@ -80,23 +80,23 @@
- 1. wat een openbare instelling betreft: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het college van bestuur, of indien [artikel 9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is toegepast, het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- 2. wat een bijzondere instelling betreft: het college van bestuur, of indien [artikel 9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is toegepast, het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- 3. wat een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) dan wel [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;
- 4. wat een exameninstelling als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;
- x. waarborgfonds: het fonds, bedoeld in [artikel 2.8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- y. Informatie Beheer Groep: de Informatie Beheer Groep, genoemd in de [Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320);
- z. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in [artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022428&artikel=1), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- z. persoonsgebonden nummer: het burgerservicenummer, bedoeld in [artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022428&artikel=1), dan wel het door de Informatie Beheer Groep uitgegeven onderwijsnummer, bedoeld in [artikel 8.1.1a, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- aa. personeel:
- 1. de benoemde docenten, en overig personeel dat is benoemd aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
- 2. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld aan de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, tenzij het betreft de toepassing van de [artikelen 3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.2 tot en met 4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.3.1 tot en met 4.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen;
- bb. uitkering: uitkering als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, van de Wet participatiebudget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025039&artikel=2);
@@ -108,9 +108,9 @@
##### Artikel 1.1.3. Aard bepalingen
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.6 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en met uitzondering van[titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
1. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [1.3.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.1 tot en met 4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.2.1 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en met uitzondering van [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.4 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [9.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zijn regels voor openbare instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
2. De bepalingen vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [1.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [1.7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=7&artikel=1.7.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [2.8.1 tot en met 2.8.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&artikel=2.8.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.6 tot en met 4.2.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [6.4.1 tot en met 6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), met uitzondering van [artikel 7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en met uitzondering van[titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), de [artikelen 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.3 tot en met 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [9.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [9.1.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [9.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [9.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zijn voorwaarden voor bekostiging voor bijzondere instellingen voor educatie en beroepsonderwijs.
## Titel 2. Doelstellingen onderwijs
@@ -128,11 +128,11 @@
1. Aan regionale opleidingencentra worden opleidingen educatie en beroepsonderwijs verzorgd.
2. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
3. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het college van burgemeester en wethouders.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het tweede en derde lid, is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) dan wel [artikel 7.4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&artikel=7.4.15&z=2009-04-01&g=2009-04-01) verbonden.
2. Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van [artikel 2.1.3, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) voor bekostiging in aanmerking komen.
3. De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het college van burgemeester en wethouders.
4. Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het tweede en derde lid, is een bewijsstuk als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) dan wel [artikel 7.4.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=3&artikel=7.4.15&z=2009-07-01&g=2009-07-01) verbonden.
##### Artikel 1.3.2. Regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband
@@ -142,7 +142,7 @@
1. Agrarische opleidingscentra zijn instellingen waarin beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in [artikel 10c, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10c), worden verzorgd. Voor zover dat bij wet is bepaald, kan aan een agrarisch opleidingscentrum tevens ander voortgezet onderwijs worden verzorgd.
2. [Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 1.3.1, tweede en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 1.3.4. Agrarische innovatie- en praktijkcentra
@@ -194,55 +194,55 @@
##### Artikel 1.4.1. Andere instellingen voor beroepsonderwijs
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde instelling of van een instelling dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een beroepsopleiding, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is verbonden, indien de desbetreffende instelling voor die opleiding in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- b. het onderwijs, met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en de examens,
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- d. de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- e. de vooropleidingseisen, bedoeld in [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- f. de opneming in het Centraal register.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de beroepsopleiding waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister de nodige inlichtingen omtrent de instelling. Het bevoegd gezag doet Onze Minister jaarlijks voor 1 maart een verslag toekomen omtrent de werkzaamheden van de instelling voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen. Het verslag bevat tevens het aantal deelnemers per beroepsopleiding en het aantal uitgereikte certificaten en diploma's, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
4. Voor zover ten aanzien van een instelling toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet aangemerkt als een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling.
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
5a. Het eerste lid is niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
5. [Artikel 1.3.8, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=4&artikel=1.3.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing op instellingen als bedoeld in het eerste lid.
5a. Het eerste lid is niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
## Titel 4a. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
##### Artikel 1.4a.1. Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2009-04-01&g=2009-04-01) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een in het tweede lid bedoelde instelling, dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van een opleiding educatie, verzorgd door die instelling, een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is verbonden, indien die instelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet voor die opleiding is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en ten aanzien van het onderwijs, bedoeld in [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), met uitzondering van [artikel 7.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=1&artikel=7.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [titel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [titel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&z=2009-07-01&g=2009-07-01) voor zover het betreft de [artikelen 7.4.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [7.4.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [titel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en eveneens in acht neemt hetgeen is bepaald in [artikel 8.1.1, zesde lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan voor een andere dan een in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde instelling of voor een instelling. Het bevoegd gezag voegt bij deze aanvraag in elk geval het ontwerp van de in [artikel 7.4.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde onderwijs- en examenregeling voor de opleiding educatie waarop de aanvraag betrekking heeft.
3. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op een opleiding educatie waarvoor de instelling geen bedrag als bedoeld in [artikel 2.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) van de gemeente ontvangt.
4. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op opleidingen educatie als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), alsmede op andere in dat lid bedoelde opleidingen, voor zover daarvoor bij ministeriële regeling eindtermen zijn vastgesteld.
5. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Een begunstigende beschikking is voor het eerst van kracht ten aanzien van een opleiding educatie die aanvangt nadat die beschikking is bekend gemaakt.
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
6. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag verstrekt Onze Minister jaarlijks voor 15 oktober een opgave van de opleidingen educatie, bedoeld in het eerste lid, die de instelling verzorgt in het lopende studiejaar, alsmede van de opleidingen educatie die de instelling heeft verzorgd in het daaraan voorafgaande studiejaar. De opgave bevat per opleiding educatie met betrekking tot het lopende studiejaar het aantal deelnemers op de peildatum 1 oktober, en met betrekking tot het daaraan voorafgaande studiejaar het aantal verstrekte diploma's en certificaten, bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
7. Voor zover ten aanzien van een instelling die een opleiding educatie verzorgt, toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt die instelling voor de toepassing van deze wet wat deze opleiding betreft, aangemerkt als een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
## Titel 5. Landelijke organen
##### Artikel 1.5.1. Aanspraak bekostiging kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
De kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven die daartoe op voet van [artikel 2.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01) door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.
##### Artikel 1.5.2. Taken kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -260,11 +260,11 @@
1. Onze Minister besluit op aanvraag van het bevoegd gezag van een exameninstelling, dat de exameninstelling het recht heeft tot examinering van een beroepsopleiding in opdracht van een instelling, indien die exameninstelling in acht neemt hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald over:
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voorzover het betreft de examinering,
- a. de kwaliteitszorg, bedoeld in [artikel 1.3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voorzover het betreft de examinering,
- b. de examens, en
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
- c. de rechtsbescherming van de deelnemers, bedoeld in [hoofdstuk 7, titel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=5&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Onze Minister besluit binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid. Indien de beschikking niet binnen drie maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
@@ -276,7 +276,7 @@
2. Het bevoegd gezag van een instelling en het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dragen er zorg voor dat [artikel 2 van de Wet privatisering ABP](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007791&artikel=2) van toepassing blijft op het personeel.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
3. De vereisten voor benoembaarheid, bedoeld in [artikel 4.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), zijn niet van toepassing op een docent voor zover deze is belast met het verrichten van contractactiviteiten.
4. Het bevoegd gezag voorziet in een regeling voor het verrichten van contractactiviteiten door het personeel van de instelling en het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven met het oog op het voorkomen van vermenging van belangen.
@@ -286,9 +286,9 @@
##### Artikel 2.1.1. Bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs
1. Onverminderd de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) komt een beroepsopleiding van een instelling voor bekostiging in aanmerking indien Onze Minister voor die opleiding eindtermen heeft vastgesteld en de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), ten aanzien van die opleiding niet zijn ontnomen op grond van [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Onverminderd de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) komt een beroepsopleiding van een instelling voor bekostiging in aanmerking indien Onze Minister voor die opleiding eindtermen heeft vastgesteld en de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), ten aanzien van die opleiding niet zijn ontnomen op grond van [artikel 6.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Het eerste lid is niet van toepassing op opleidingen, bedoeld in [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 2.1.2. Beëindiging bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs
@@ -300,7 +300,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van:
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- a. instellingen die op grond van [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zoals dat luidde door de Wet van 11 april 2001, Stb. 207, of [artikel 12.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zoals dat luidde ingevolge de Wet educatie en beroepsonderwijs (Stb. 1995, 501) door Onze Minister voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, en
- b. instellingen die zijn voortgekomen
@@ -310,11 +310,11 @@
- 3°. uit een omzetting van een bijzondere instelling in een openbare of omgekeerd.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
3. Indien aan een agrarisch opleidingscentrum gedurende twee achtereenvolgende jaren minder dan 1200 deelnemers zijn ingeschreven voor beroepsopleidingen of voor het voorbereidend beroepsonderwijs, bedoeld in [artikel 1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan Onze Minister besluiten dat aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), ontnomen worden, onverminderd het overigens met betrekking tot ontneming van rechten in deze wet bepaalde.
4. Onze Minister besluit binnen tien maanden na ontvangst van een aanvraag op grond van het tweede lid, onder **b**. Indien de beschikking niet binnen tien maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot het tweede lid, onder b.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
5. Bij een beschikking op grond van het derde lid bepaalt Onze Minister het tijdstip waarop aan die instelling de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), ontnomen worden zodanig dat de ingeschreven deelnemers de opleiding waarvoor zij zijn ingeschreven, aan dezelfde instelling of aan een andere instelling binnen een redelijke tijd kunnen voltooien.
##### Artikel 2.1.4. Werkgebieden kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
@@ -334,7 +334,7 @@
##### Artikel 2.1.6. Beëindiging bekostigingsaanspraak kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Onze Minister kan besluiten dat een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het kenniscentrum of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), vervalt.
Onze Minister kan besluiten dat een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het kenniscentrum of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), vervalt.
##### Artikel 2.1.7. Vestiging en beëindiging bekostigingsaanspraak agrarische innovatie- en praktijkcentra
@@ -346,7 +346,7 @@
##### Artikel 2.2.1. Rijksbijdrage beroepsonderwijs
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
1. De rijksbijdrage voor het beroepsonderwijs waarop de in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per instelling berekend aan de hand van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde berekeningswijze. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. De rijksbijdrage bestaat uit afzonderlijk berekende bijdragen ten behoeve van exploitatiekosten en huisvestingskosten.
@@ -368,7 +368,7 @@
- h. inkoop van diensten,
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- i. kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid aan gewezen personeel alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888), waaronder mede begrepen gewezen personeel dat was belast met werkzaamheden op het gebied van de educatie, met inbegrip van educatieve programma's als bedoeld in [artikel 2.3.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- j. loopbaanoriëntatie en -begeleiding,
@@ -390,19 +390,19 @@
##### Artikel 2.2.2. Berekeningswijze
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
1. De in [artikel 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde berekeningswijze bevat voor elke instelling en elke opleiding gelijkelijk geldende maatstaven.
2. De maatstaven voorzien in bekostiging aan de hand van:
- a. de instroom van deelnemers, en
- b. het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) heeft behaald.
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
- b. het aantal deelnemers en examendeelnemers dat een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) heeft behaald.
3. Voor voorbereidende en ondersteunende activiteiten als bedoeld in [artikel 7.2.2, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor zover betrekking hebbend op beroepsopleidingen als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), wordt een afzonderlijk bedrag berekend, aan de hand van de instroom van deelnemers.
4. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, geldt inschrijving van een deelnemer voor twee of meer voltijdse dan wel twee of meer deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar als inschrijving voor één voltijdse respectievelijk één deeltijdse beroepsopleiding. Inschrijving van een deelnemer voor zowel voltijdse als deeltijdse beroepsopleidingen in enig studiejaar geldt voor de toepassing van die maatstaf als inschrijving voor een voltijdse opleiding.
5. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat een deelnemer of examendeelnemer in enig jaar slechts eenmaal wordt meegeteld bij het bepalen van het aantal deelnemers onderscheidenlijk examendeelnemers die een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) hebben behaald.
5. Voor de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder b, geldt dat een deelnemer of examendeelnemer in enig jaar slechts eenmaal wordt meegeteld bij het bepalen van het aantal deelnemers onderscheidenlijk examendeelnemers die een diploma als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) hebben behaald.
6. Bij de toepassing van de maatstaf, bedoeld in het tweede lid, onder a, blijven buiten beschouwing deelnemers aan een deeltijdse opleiding waarvoor het bevoegd gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, heeft ingericht dat minder dan 300 uren per volledig studiejaar omvat.
@@ -416,9 +416,9 @@
##### Artikel 2.2.3. Aanvullende middelen
1. Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), een bedrag toevoegen in verband met een onevenredig grote toename van het aantal deelnemers ten opzichte van het voorafgaande jaar.
2. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), een bedrag toevoegen in verband met een onevenredig grote toename van het aantal deelnemers ten opzichte van het voorafgaande jaar.
2. Onze Minister kan, al dan niet onder door hem op te leggen verplichtingen, volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften ten behoeve van de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs een bedrag toevoegen aan de rijksbijdrage, berekend op grond van [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
3. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.
@@ -432,11 +432,11 @@
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften gegeven met betrekking tot de uitvoering van deze paragraaf. Deze voorschriften hebben in elk geval betrekking op aard, inrichting en wijze van verstrekking van gegevens met betrekking tot de deelnemers.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
5. De in het vierde lid bedoelde gegevens die op enigerlei wijze een rol spelen in de berekeningswijze, bedoeld in [artikel 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de raad van toezicht of het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). Deze gegevens en de verklaring worden ingediend voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.
##### Artikel 2.2.4a. Gebruik burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, sociaal-fiscaalnummer door de minister
1. Onze Minister kan het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), gebruiken in het verkeer met:
1. Onze Minister kan het burgerservicenummer of, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaalnummer van een persoon, behorend tot gewezen personeel als bedoeld in [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), uitsluitend in het kader van het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.2.1, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), gebruiken in het verkeer met:
- a. het gewezen personeelslid,
@@ -452,7 +452,7 @@
1. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- a. beroepsopleiding: een beroepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- b. deelnemer: de aan een instelling ingeschreven deelnemer die een beroepsopleiding volgt waarvoor het bevoegd gezag een in instellingstijd verzorgd onderwijsprogramma heeft vastgesteld dat, met inbegrip van de beroepspraktijkvorming, een omvang van tenminste 300 uren per volledig studiejaar heeft.
@@ -462,7 +462,7 @@
- b. onder ouders van een leerling wordt verstaan: een deelnemer of de ouders, voogden of verzorgers van een deelnemer;
- c. onder een school als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) wordt verstaan: een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en een hogeschool als bedoeld in [artikel 12.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- c. onder een school als bedoeld in de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) wordt verstaan: een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en een hogeschool als bedoeld in [artikel 12.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- d. onder schooljaar wordt verstaan: studiejaar.
@@ -470,11 +470,11 @@
1. Het bevoegd gezag van een instelling geeft aan Onze Minister een melding van een inschrijving van een deelnemer dan wel een melding van een deelnemer die reeds staat ingeschreven voor wie op basis van een beoordeling door een commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in [artikel 28c van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c), een leerlinggebonden budget voor een cluster als bedoeld in [artikel 2, vierde lid, onder b, c of d, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=2) beschikbaar is.
2. Onder beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een beoordeling als bedoeld in [artikel 2.2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), juncto [artikel 28c, eerste lid, onder a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c) alsmede een beoordeling als bedoeld in [artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c) ten behoeve van een leerling in de zin van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) waarvan de duur van de indicatiestelling niet is verstreken.
2. Onder beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een beoordeling als bedoeld in [artikel 2.2.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), juncto [artikel 28c, eerste lid, onder a van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c) alsmede een beoordeling als bedoeld in [artikel 28c, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549&artikel=28c) ten behoeve van een leerling in de zin van de [Wet op het primair onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003420) of de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) waarvan de duur van de indicatiestelling niet is verstreken.
3. Indien sprake is van een eerste inschrijving bij een instelling van een deelnemer voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is dan wel indien een dergelijk budget voor het eerst beschikbaar komt voor een deelnemer die al staat ingeschreven bij een instelling, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de in het eerste lid bedoelde melding aan het bevoegd gezag ten behoeve van die deelnemer een leerlinggebonden budget verleend voor de duur of de resterende duur van de indicatiestelling tot een maximum van zeven jaren in het beroepsonderwijs.
4. Indien een deelnemer voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is binnen de instelling verandert van leerweg, opleiding of opleidingsniveau, als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), meldt het bevoegd gezag deze wijziging onverwijld aan Onze Minister. Met ingang van 1 augustus volgend op deze wijziging vervalt het oorspronkelijke leerlinggebonden budget en wordt een nieuw leerlinggebonden budget verleend voor de gewijzigde leerweg, de gewijzigde opleiding of het gewijzigde opleidingsniveau voor de duur of de resterende duur van de indicatiestelling totdat in totaal zeven jaren leerlinggebonden budget in het beroepsonderwijs voor de deelnemer is verstrekt.
4. Indien een deelnemer voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar is binnen de instelling verandert van leerweg, opleiding of opleidingsniveau, als bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), meldt het bevoegd gezag deze wijziging onverwijld aan Onze Minister. Met ingang van 1 augustus volgend op deze wijziging vervalt het oorspronkelijke leerlinggebonden budget en wordt een nieuw leerlinggebonden budget verleend voor de gewijzigde leerweg, de gewijzigde opleiding of het gewijzigde opleidingsniveau voor de duur of de resterende duur van de indicatiestelling totdat in totaal zeven jaren leerlinggebonden budget in het beroepsonderwijs voor de deelnemer is verstrekt.
5. Indien de deelnemer, nadat het derde lid is toegepast, beroepsonderwijs aan een andere instelling gaat volgen, wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de in het eerste lid bedoelde melding aan het bevoegd gezag voor de deelnemer een leerlinggebonden budget verleend voor de duur of de resterende duur van de indicatiestelling totdat in totaal zeven jaren leerlinggebonden budget in het beroepsonderwijs voor de deelnemer is verstrekt. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op een deelnemer die zich na uitschrijving opnieuw bij een instelling inschrijft en voor wie nog niet in totaal zeven jaren leerlinggebonden budget in het beroepsonderwijs is verstrekt.
@@ -484,7 +484,7 @@
##### Artikel 2.2.7. Besteding leerlinggebonden budget
Bij de melding, bedoeld in [artikel 2.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft het bevoegd gezag tevens aan bij welke school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen deel van het leerlinggebonden budget wordt besteed. Op grond van deze melding kent Onze Minister onverminderd [artikel 2.2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), dat deel van het leerlinggebonden budget toe aan laatstbedoelde school.
Bij de melding, bedoeld in [artikel 2.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft het bevoegd gezag tevens aan bij welke school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen deel van het leerlinggebonden budget wordt besteed. Op grond van deze melding kent Onze Minister onverminderd [artikel 2.2.6, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), dat deel van het leerlinggebonden budget toe aan laatstbedoelde school.
##### Artikel 2.2.8. Handelingsplan
@@ -524,7 +524,7 @@
##### Artikel 2.3.3. Gemeentelijk besluit educatiebedragen
De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt op grond van de [Wet participatiebudget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025039) waaruit een bedrag moet worden besteed bij regionale opleidingencentra als bedoeld in [artikel 12 van de Wet participatiebudget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025039&artikel=12), besluit voor 1 november 2009 ten behoeve van het kalenderjaar 2010 welk deel van die uitkering zal worden bestemd voor educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt op grond van de [Wet participatiebudget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025039) waaruit een bedrag moet worden besteed bij regionale opleidingencentra als bedoeld in [artikel 12 van de Wet participatiebudget](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025039&artikel=12), besluit voor 1 november 2009 ten behoeve van het kalenderjaar 2010 welk deel van die uitkering zal worden bestemd voor educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.
##### Artikel 2.3.4. Overeenkomst uitkering educatie
@@ -544,7 +544,7 @@
- f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
3. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
3. Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
##### Artikel 2.3.5. Samenwerkende gemeenten
@@ -564,9 +564,9 @@
##### Artikel 2.4.1. Berekeningswijze
1. De rijksbijdrage voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per kenniscentrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
1. De rijksbijdrage voor de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven waarop de in [artikel 1.5.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde aanspraak betrekking heeft wordt, binnen het raam van de door begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, per kenniscentrum berekend aan de hand van maatstaven, neergelegd in een berekeningswijze, vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. De maatstaven hebben in elk geval betrekking op de aard en de omvang van de werkzaamheden, bedoeld in [artikel 1.5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening. Wat huisvestingskosten betreft wordt de rijksbijdrage berekend hetzij op grond van die berekeningswijze hetzij op grond van een andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze.
2. Op de rijksbijdrage wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels een bedrag in mindering gebracht in verband met werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid anders dan op grond van de [Ziektewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001888) aan gewezen personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven. De [artikelen 2.2.1, vijfde lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [2.2.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.4a&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Een in het eerste lid en in het tweede lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en niet door of namens een van beide Kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
@@ -634,7 +634,7 @@
5. Het bevoegd gezag maakt de jaarrekening, vergezeld van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, openbaar.
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
6. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het ten behoeve van Onze Minister beschikt over een overzichtelijke informatieverzameling van de financiële gegevens die op enigerlei wijze van belang zijn voor de berekeningswijze, bedoeld in de [artikelen 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [2.2.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=3&artikel=2.2.12&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
7. Het bevoegd gezag houdt per begrotingsjaar nauwkeurig boek van baten en lasten en draagt er zorg voor dat de baten en lasten nauwkeurig en herkenbaar zijn verwerkt in de in het zesde lid bedoelde informatieverzameling.
@@ -644,7 +644,7 @@
##### Artikel 2.5.4. Jaarverslag
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het jaarverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van de inspectie met betrekking tot de examens. Ook legt het bevoegd gezag in het jaarverslag verantwoording af over de omgang met een branchecode voor goed bestuur. Bij ministeriële regeling kan een branchecode worden aangewezen.
1. Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt het openbaar. Het jaarverslag bevat ten minste het verslag, bedoeld in [artikel 1.3.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&artikel=1.3.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voorzover dat in het desbetreffende jaar is uitgebracht, dan wel de hoofdpunten van laatstgenoemd verslag, alsmede de hoofdpunten van de bevindingen van de inspectie met betrekking tot de examens. Ook legt het bevoegd gezag in het jaarverslag verantwoording af over de omgang met een branchecode voor goed bestuur. Bij ministeriële regeling kan een branchecode worden aangewezen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de inrichting van het jaarverslag.
@@ -658,7 +658,7 @@
##### Artikel 2.5.6. Onderzoek vanwege minister
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.
##### Artikel 2.5.7. Informatieplicht ministeriële accountant
@@ -668,17 +668,19 @@
Vervallen
##### Artikel 2.5.9. Correctie rijksbijdrage en verrekening correcties
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of uitbetaald in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. De correctie wordt verrekend met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of uitbetaald in dat jaar.
##### Artikel 2.5.9. Correctie rijksbijdrage; verrekening vorderingen
1. Indien de vaststelling van de rijksbegroting daartoe noopt, kan Onze Minister tot acht weken na die vaststelling correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen acht weken na de vaststelling van de rijksbegroting een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. Onze Minister verrekent de correctie met de rijksbijdrage voor het desbetreffende jaar of betaalt uit in dat jaar.
2. Indien uit de jaarrekening, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in [artikel 2.5.3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of uit de resultaten van het onderzoek, bedoeld in [artikel 2.5.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) blijkt dat de rijksbijdrage op onjuiste gronden is vastgesteld dan wel de besteding daarvan niet rechtmatig of niet doelmatig was, kan Onze Minister binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening correcties aanbrengen op de rijksbijdrage. Onze Minister maakt het bevoegd gezag binnen een jaar na ontvangst van de jaarrekening een correctie als bedoeld in de eerste volzin bekend. Onze Minister verrekent de correctie met de rijksbijdrage voor het eerstvolgende jaar of betaalt uit in dat jaar.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid is Onze Minister bevoegd tot verrekening van vorderingen krachtens deze wet van of op het bevoegd gezag van een instelling met vorderingen krachtens een andere wet.
#### § 2. Landelijke organen
##### Artikel 2.5.10. Van overeenkomstige toepassing paragraaf 1
De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
De [artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
## TITEL 6. SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC
@@ -690,9 +692,9 @@
- b. een agrarisch opleidingscentrum en een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=9) of een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f).
1a. Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1a. Ten aanzien van een school voor voortgezet onderwijs die deel uitmaakt van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid, bestaat aanspraak op rijksbijdrage ten aanzien van de huisvesting, waarvoor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur een berekeningswijze wordt vastgesteld. [Hoofdstuk 2, titel 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een scholengemeenschap als bedoeld in het eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ten behoeve van scholengemeenschappen als bedoeld in het eerste lid nadere voorschriften worden gegeven, zo nodig in afwijking van [hoofdstuk 1, titel 3, paragraaf 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [hoofdstuk 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 2.6a. Voorschriften t.a.v. vbo in AOC
@@ -702,7 +704,7 @@
##### Artikel 2.7. Bijdrage voor derden
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in [artikel 1.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=2&artikel=1.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde doelstellingen van de educatie en het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de [artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCW-subsidies](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009458&artikel=4) van toepassing.
## TITEL 8. WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN
@@ -856,7 +858,7 @@
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
- b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in [artikel 4.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), blijkend uit het bezit van:
- b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in [artikel 4.2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), blijkend uit het bezit van:
- 1°. een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.11) van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
@@ -870,11 +872,11 @@
- 6°. een gelijkwaardig buitenlands getuigschrift of diploma, behaald in een land dat niet behoort tot de Lid-Staten van de EU, dan wel een gelijkwaardig Nederlands-Antilliaans of Arubaans getuigschrift of diploma, of
- c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- c. in het bezit is van een door het bevoegd gezag afgegeven geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderwijs.
3. In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01) vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming voor zover betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4) plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten studiejaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
3. In geval van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in [artikel 4.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01) vindt de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming voor zover betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4) plaats voor een periode van ten hoogste twee aaneengesloten studiejaren. Het bevoegd gezag kan deze benoemingsperiode, al dan niet onder door dat gezag te stellen voorwaarden, verlengen met ten hoogste twee jaren indien het bevoegd gezag daarvoor redenen aanwezig acht. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
4. Het tweede lid is niet van toepassing voor zover een docent is belast met contractactiviteiten.
@@ -884,13 +886,13 @@
##### Artikel 4.2.2. Belasten met onderwijsondersteunende werkzaamheden
1. Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
1. Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
- a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
- b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
- c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5), of
- b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
- c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5), of
- d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
@@ -898,7 +900,7 @@
2. Het eerste lid is niet van toepassing op een onderwijsondersteunende functionaris voor zover deze is belast met werkzaamheden in verband met contractactiviteiten.
3. Ten aanzien van studenten aan een opleiding als bedoeld in [artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.7) en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b tot en met d.
3. Ten aanzien van studenten aan een opleiding als bedoeld in [artikel 7.7, tweede lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7.7) en deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) die in het kader van die opleiding onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten waarvoor op grond van [artikel 4.2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, kan voor de duur van die werkzaamheden worden afgeweken van het eerste lid, onder b tot en met d.
4. Het bevoegd gezag kan voor een periode van ten hoogste twee jaar afwijken van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met d. Het bevoegd gezag kan deze periode met ten hoogste de helft verlengen indien bijzondere omstandigheden daartoe naar zijn oordeel aanleiding geven. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de tweede volzin.
@@ -906,7 +908,7 @@
##### Artikel 4.2a.1. Vereiste benoembaarheid overig personeel
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in de [artikelen 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [4.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de [Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014194), die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.
## Titel 1. Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs
@@ -916,11 +918,11 @@
##### Artikel 4.3.2. Rechtspositie personeel kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
[Artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en de besturen daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
[Artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van overeenkomstige toepassing op de rechtspositie van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, met dien verstande dat het gaat om kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven en de besturen daarvan in plaats van om instellingen en de bevoegde gezagsorganen daarvan.
##### Artikel 4.3.3. Beroepsmogelijkheid personeel kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven
Op een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven zijn de [artikelen 4.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de desbetreffende commissie van beroep haar werkzaamheden uitstrekt over ten minste drie kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
Op een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven zijn de [artikelen 4.1.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [4.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=4.1.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de desbetreffende commissie van beroep haar werkzaamheden uitstrekt over ten minste drie kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven.
##### Artikel 4.3.4. Commissie van beroep
@@ -972,7 +974,7 @@
##### Artikel 6.1.1. Onderwijsaanbod instellingen
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens [artikel 2.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.
##### Artikel 6.1.2. Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt
@@ -982,23 +984,23 @@
1. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat een beroepsopleiding alleen door de instelling wordt aangeboden als er na beëindiging van de opleiding voldoende arbeidsmarktperspectief is voor de deelnemers.
2. Onverminderd het eerste lid zorgt het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-04-01&g=2009-04-01) of [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) ervoor dat een beroepsopleiding die niet behoort tot het werkgebied van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dat werkzaam is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt, alleen wordt aangeboden als die beroepsopleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt.
2. Onverminderd het eerste lid zorgt het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de [artikelen 1.3.2a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.2a&z=2009-07-01&g=2009-07-01) of [1.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) ervoor dat een beroepsopleiding die niet behoort tot het werkgebied van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven dat werkzaam is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt, alleen wordt aangeboden als die beroepsopleiding aantoonbaar gericht is op en van belang is voor de specifieke bedrijfstak of groep van bedrijfstakken waarvoor de instelling opleidingen verzorgt.
##### Artikel 6.1.4. Ontneming rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod
1. Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), gedurende twee jaar worden ontnomen indien:
1. Onze Minister kan besluiten dat ten aanzien van een beroepsopleiding die de instelling verzorgt, de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), gedurende twee jaar worden ontnomen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van die opleiding langer dan één jaar onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs of de examens, dan wel
- c. niet of niet meer wordt voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
- c. niet of niet meer wordt voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in [artikel 6.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat ten aanzien van het desbetreffende onderwijs:
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) meer is verbonden, en
- a. de aanspraak op bekostiging, bedoeld in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor zover van toepassing, vervalt,
- b. aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) meer is verbonden, en
- c. de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
@@ -1010,13 +1012,13 @@
##### Artikel 6.1.5. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een nader onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.1.4, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Onze Minister maakt de waarschuwingen, bedoeld in dit artikel, openbaar.
@@ -1028,35 +1030,35 @@
##### Artikel 6.2.1. Diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, en zesde lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 6.4.1, vijfde lid, en zesde lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.2.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), ontnemen indien
1. Onze Minister kan ten aanzien van een beroepsopleiding, verzorgd door een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling, het recht, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), ontnemen indien
- a. gebleken is dat de kwaliteit van de opleiding gedurende een reeks van jaren onvoldoende is geweest,
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of
- c. in strijd is gehandeld met [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is verbonden en dat de registratie in het Centraal register wordt beëindigd.
##### Artikel 6.2.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van de opleiding.
Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar verstreken is, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
3. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6.2.2, eerste lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn van ten minste tien dagen waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven.
4. Onze Minister maakt de waarschuwingen, bedoeld in dit artikel, openbaar.
@@ -1064,17 +1066,17 @@
##### Artikel 6.3.1. Examinering exameninstellingen
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
1. De aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Het bevoegd gezag van een exameninstelling verschaft bij de aanmelding de gegevens waaruit blijkt dat de examinering van voldoende kwaliteit is of zal zijn, en dat wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Indien Onze Minister de aanvraag om toepassing van [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) inwilligt, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe, de exameninstelling bij de desbetreffende opleiding in het Centraal register.
##### Artikel 6.3.2. Ontneming recht op examinering exameninstellingen; waarschuwing
[Artikel 6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.
[Artikel 6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van overeenkomstige toepassing op exameninstellingen.
##### Artikel 6.3.3. Maatregelen
1. In het geval, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
1. In het geval, bedoeld in [artikel 6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een externe deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
@@ -1090,7 +1092,7 @@
- a. de naam van de opleiding, de leerweg of leerwegen waarin de opleiding wordt verzorgd, de code waarmee het geheel van de eindtermen van de opleiding wordt aangeduid, de code waarmee de deelkwalificaties van de opleiding worden aangeduid,
- b. of de opleiding is vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- b. of de opleiding is vermeld in het overzicht, bedoeld in [artikel 2.1.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- c. de studielast, en
@@ -1116,7 +1118,7 @@
##### Artikel 6.4.4. Beëindiging registratie beroepsopleidingen niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen; beëindiging registratie examinering
1. Onverminderd [artikel 6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) beëindigt Onze Minister de registratie van een beroepsopleiding van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) beëindigt Onze Minister de registratie van de examinering van een beroepsopleiding, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling die examinering niet langer zal verzorgen.
1. Onverminderd [artikel 6.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) beëindigt Onze Minister de registratie van een beroepsopleiding van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de instelling de opleiding niet langer zal verzorgen. Onverminderd [artikel 6.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) beëindigt Onze Minister de registratie van de examinering van een beroepsopleiding, indien het bevoegd gezag te kennen geeft dat de exameninstelling die examinering niet langer zal verzorgen.
2. De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het eerste studiejaar waarin de inschrijving voor de opleiding niet meer openstaat.
@@ -1142,41 +1144,41 @@
## Titel 1. De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
##### Artikel 6a.1.1. Registratie van andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01)
1. Onze Minister maakt jaarlijks voor de aanvang van het studiejaar bekend welke instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor welke opleidingen rechten hebben als bedoeld in dat lid. Deze bekendmaking vermeldt:
- a. de naam van de instelling en van de opleiding die de instelling verzorgt,
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- b. in voorkomende gevallen, een waarschuwing als bedoeld in [artikel 6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- c. in voorkomende gevallen, de bepaling dat de registratie zal worden beëindigd, alsmede het tijdstip waarop.
2. Als peildatum voor de gegevens, bedoeld in het eerste lid, hanteert Onze Minister 1 juni voorafgaand aan de bekendmaking, bedoeld in het eerste lid.
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
##### Artikel 6a.1.2. Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01)
1. Onze Minister kan ten aanzien van een opleiding educatie, verzorgd door een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), het recht, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, ontnemen indien:
- a. gebleken is dat de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding onvoldoende is geweest, of
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is verbonden.
- b. niet of niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden, bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of aan de voorwaarde, bedoeld in [artikel 1.4a.1, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Een beschikking op grond van het eerste lid houdt in dat aan de examens of onderdelen daarvan geen diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is verbonden.
##### Artikel 6a.1.3. Waarschuwing
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), nadat
1. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen ten aanzien van de kwaliteit van een of meer examens of een of meer onderdelen van een examen van die opleiding. Onze Minister geeft eerst toepassing aan [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), nadat
- a. na de waarschuwing ten minste een jaar is verstreken, en
- b. Onze Minister aan de hand van een hernieuwd onderzoek tot het oordeel is gekomen dat niet of niet in voldoende mate gevolg is gegeven aan de waarschuwing.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), uit te reiken.
2. Voordat Onze Minister een beschikking neemt op grond van [artikel 6a.1.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geeft hij aan het bevoegd gezag een waarschuwing, onder bepaling van een termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven en desgewenst overleg met hem dienaangaande plaats kan vinden. De termijn waarbinnen aan de waarschuwing gevolg moet zijn gegeven bedraagt ten minste drie maanden.
##### Artikel 6a.1.4. Beëindiging diploma-erkenning van rechtswege van opleidingen educatie van instellingen, bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01)
Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 1.4a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), uit te reiken.
### Hoofdstuk 7. Het onderwijs
@@ -1184,7 +1186,7 @@
##### Artikel 7.1.1. Taal
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan een andere taal worden gebezigd:
Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd [artikel 7.3.4, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan een andere taal worden gebezigd:
- a. wanneer het onderwijs met betrekking tot die taal betreft, of
@@ -1196,7 +1198,7 @@
2. Een opleiding is een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op de verwezenlijking van eindtermen dan wel gericht op het behalen van een diploma, gelijkwaardig aan een diploma van scholen, bedoeld in de [artikelen 7 tot en met 9 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7), of onderdelen van een dergelijk diploma.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen. Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), wordt afgesloten met een toets.
3. Elke opleiding wordt afgesloten met een examen. Elke onderwijseenheid die, onderscheidenlijk elk samenstel van onderwijseenheden dat leidt tot een deelkwalificatie als bedoeld in [artikel 7.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), wordt afgesloten met een toets.
##### Artikel 7.1.3. Eindtermen
@@ -1262,7 +1264,7 @@
##### Artikel 7.2.4. Landelijke kwalificatiestructuur; eindtermen beroepsonderwijs
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het, gezien de aard van de in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde vereisten, mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn.
1. Met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur, gericht op de aansluiting tussen het aanbod van het beroepsonderwijs en de maatschappelijke behoeften daaraan, mede in het licht van de arbeidsmarktperspectieven voor afgestudeerden, draagt Onze Minister, in voorkomende gevallen in overeenstemming met Onze Minister wie het, gezien de aard van de in [artikel 7.2.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde vereisten, mede aangaat, zorg voor het vaststellen en onderhouden van een samenhangend en gedifferentieerd geheel van eindtermen voor beroepsopleidingen die voor de desbetreffende bedrijfstakken of beroepencategorieën van betekenis zijn.
2. Daartoe worden bij ministeriële regeling per beroepsopleiding vóór 1 september vastgesteld:
@@ -1274,9 +1276,9 @@
- d. de hoogte van de studielast, met inachtneming van het negende lid,
- e. welk van de soorten opleidingen, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), het betreft,
- f. in welke leerwegen, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), de opleiding verzorgd wordt, en, voor zover mogelijk
- e. welk van de soorten opleidingen, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), het betreft,
- f. in welke leerwegen, bedoeld in [artikel 7.2.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), de opleiding verzorgd wordt, en, voor zover mogelijk
- g. het beroep of de beroepencategorie op de voorbereiding waarvan de beroepsopleiding is gericht.
@@ -1286,17 +1288,17 @@
4. Bij het voorstel voor de eindtermen voegt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven:
- a. het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- b. het voorstel, bedoeld in [artikel 1.5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Uit het voorstel blijkt dat het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in zijn voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
5. Indien het in het derde en vierde lid een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven betreft waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
- a. het advies van de commissie, bedoeld in [artikel 6.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- b. het voorstel, bedoeld in [artikel 1.5.2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=5&artikel=1.5.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Uit het voorstel blijkt dat het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voldoende acht heeft geslagen op de aansluiting tussen de opleidingen voorbereidend beroepsonderwijs, de opleidingen middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, de beroepsopleidingen en de opleidingen hoger beroepsonderwijs, in elk geval door raadpleging van vertegenwoordigers van die onderwijsvelden. Indien ook andere instanties nauw bij het voorstel voor de eindtermen zijn betrokken, maakt het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in zijn voorstel melding van de wijze waarop het oordeel van die instanties is betrokken in het voorstel.
5. Indien het in het derde en vierde lid een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven betreft waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), wordt het voorstel gedaan door de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
6. De eindtermen hebben betrekking op opleidingen met de verzorging waarvan de instellingen in het studiejaar na het jaar van de vaststelling een aanvang kunnen maken.
7. Het bevoegd gezag stelt de studieduur van de opleiding vast met inachtneming van de studielast. De studieduur kan verschillen voor onderscheiden deelnemers of groepen van deelnemers.
8. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
8. De studielast van elke opleiding wordt uitgedrukt in normatieve studiejaren. Een normatief studiejaar telt veertig weken van elk veertig uren studie, daaronder mede begrepen het onderricht in de praktijk. De studielast bedraagt voor de onderscheiden in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder a tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde opleidingen het volgende aantal normatieve studiejaren of het volgende gedeelte daarvan:
- a. ten minste een half jaar en ten hoogste 1 jaar,
@@ -1320,9 +1322,9 @@
Indien voor een beroep bij of krachtens een wet, verdrag of bindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, vereisten zijn vastgesteld over de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, of over de examinering bij de desbetreffende beroepsopleiding:
- a. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen en bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- b. draagt de instelling er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan die vereisten te voldoen, en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van [titel 4 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), aan die vereisten wordt voldaan.
- a. neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen en bij de vaststelling van de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- b. draagt de instelling er bij het aanbieden van een beroepsopleiding zorg voor dat degenen die deze opleiding volgen, ten minste in de gelegenheid zijn aan die vereisten te voldoen, en dat bij de examinering, zo nodig in afwijking van [titel 4 van dit hoofdstuk](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), aan die vereisten wordt voldaan.
##### Artikel 7.2.7. Inrichting opleidingen
@@ -1340,7 +1342,7 @@
1. Van elke beroepsopleiding maakt onderricht in de praktijk van het beroep deel uit.
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in [artikel 7.2.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01) genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
- a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het aantal te volgen praktijkuren per kalenderjaar,
@@ -1354,17 +1356,17 @@
##### Artikel 7.2.9. Totstandkoming praktijkovereenkomst; vervangende praktijkplaats
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
1. Het bevoegd gezag van de instelling draagt zorg voor de totstandkoming van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde overeenkomst. De overeenkomst wordt gesloten door de instelling, de deelnemer en het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt. De overeenkomst wordt voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, mede ondertekend door het bestuur van het desbetreffende kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat daarmee verklaart:
- a. dat het een bedrijf of organisatie betreft met een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.10&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- b. dat de gronden voor deze gunstige beoordeling nog steeds aanwezig zijn.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
2. Indien het bevoegd gezag en het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven na het sluiten van de in [artikel 7.2.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde overeenkomst vaststellen dat de praktijkplaats niet of niet volledig beschikbaar is, de begeleiding tekortschiet of ontbreekt, het bedrijf of de organisatie niet langer beschikt over een gunstige beoordeling als bedoeld in het eerste lid, of sprake is van andere omstandigheden die maken dat de beroepspraktijkvorming niet naar behoren zal kunnen plaatsvinden, bevordert het bevoegd gezag, na overleg met het bestuur van het betrokken kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven, dat een toereikende vervangende voorziening beschikbaar wordt gesteld.
##### Artikel 7.2.10. Kwaliteitszorgsysteem; beoordeling van praktijkplaatsen
1. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de beroepspraktijkvorming in en zorgt ervoor dat bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen eenmaal per vier jaar worden beoordeeld aan de hand van de in dit stelsel ontwikkelde criteria. Indien daartoe door bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat kan controle frequenter plaatsvinden. In geval van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
1. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven richt een stelsel van kwaliteitszorg voor de beroepspraktijkvorming in en zorgt ervoor dat bedrijven en organisaties die de beroepspraktijkvorming verzorgen eenmaal per vier jaar worden beoordeeld aan de hand van de in dit stelsel ontwikkelde criteria. Indien daartoe door bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat kan controle frequenter plaatsvinden. In geval van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan [artikel 9.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), worden deze criteria vastgesteld op voorstel van de commissie onderwijs-bedrijfsleven.
2. Het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven maakt de in het eerste lid bedoelde criteria bekend. Van deze bekendmaking wordt mededeling gedaan in de **Staatscourant**.
@@ -1390,11 +1392,11 @@
- f. andere opleidingen, gericht op sociale redzaamheid.
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. De opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onder **b**, sluiten aan bij de basisberoepsopleiding, bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 7.3.2. Nadere omschrijving opleidingssoorten
1. De opleiding Nederlands als tweede taal I is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen of de uitoefening van functies op het niveau van een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die ten minste het niveau van het primair onderwijs hebben bereikt.
1. De opleiding Nederlands als tweede taal I is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen of de uitoefening van functies op het niveau van een vakopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die ten minste het niveau van het primair onderwijs hebben bereikt.
2. De opleiding Nederlands als tweede taal II is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal met het oog op het volgen van opleidingen in het hoger onderwijs en de uitoefening van hogere functies door hen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is en die wat betreft vooropleiding of werkervaring functioneren op ten minste het niveau van het middenkader.
@@ -1402,9 +1404,9 @@
1. Bij ministeriële regeling worden eindtermen vastgesteld voor de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald welke opleidingen in elk geval behoren tot de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder b en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en kunnen daarvoor eindtermen worden vastgesteld.
3. Het bevoegd gezag stelt eindtermen vast voor de overige opleidingen educatie, met uitzondering van de opleidingen, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 7.3.4. Inrichting voortgezet algemeen volwassenenonderwijs
@@ -1430,13 +1432,13 @@
2. Het examen omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht, de vaardigheden en, in voorkomende gevallen, de beroepshoudingen die de examinandus zich bij voltooiing van de opleiding moet hebben eigen gemaakt, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek aan de hand van de eindtermen.
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
3. Het examen kan bestaan uit afzonderlijke onderdelen. Het examen van een beroepsopleiding is met gunstig gevolg afgelegd indien alle toetsen van die opleiding met gunstig gevolg zijn afgelegd, onverminderd [artikel 7.4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de [artikelen 6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
##### Artikel 7.4.3. Examens beroepsopleidingen
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Het examen van een beroepsopleiding is niet met gunstig gevolg afgelegd dan na een gunstige beoordeling als bedoeld in [artikel 7.2.8, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Het examen van beroepsopleidingen bestaat uit onderdelen die overeenkomen met de deelkwalificaties.
@@ -1446,7 +1448,7 @@
Bij ministeriële regeling worden landelijke standaarden voor de kwaliteit van de examens van de beroepsopleidingen vastgesteld die betrekking hebben op:
- a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- a. de inhoud en het niveau van de examens, in relatie tot de eindtermen, bedoeld in [artikel 7.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- b. de procedures rond de examens en de voorwaarden waaronder examens worden afgenomen.
@@ -1474,7 +1476,7 @@
- b. de getuigschriften van overeenkomstige Nederlandse beroepsopleidingen.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
2. Bij de vergelijkingen en waarderingen wordt zo mogelijk aangegeven tot welke soort in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde beroepsopleiding de desbetreffende opleiding kan worden gerekend en met welke in het Centraal register vermelde beroepsopleiding die opleiding vergelijkbaar is of kan worden gelijkgesteld.
3. De vergelijking of waardering wordt slechts verstrekt:
@@ -1482,7 +1484,7 @@
- b. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan een Nederlandse beroepsopleiding, of
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
- c. indien deze noodzakelijk is voor deelneming van personen met een buitenlandse beroepskwalificatie aan de Nederlandse arbeidsmarkt op een niveau dat overeenkomt met een in [artikel 7.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoeld niveau van beroepsuitoefening.
4. Onze minister kan beleidsregels stellen met het oog op een doelmatige vervulling van de in het eerste lid genoemde taken door de rechtspersoon.
@@ -1498,13 +1500,13 @@
2. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat deelnemers volledig en tijdig worden geïnformeerd over het onderwijsprogramma en de examens.
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat voltijdse beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
3. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat voltijdse beroepsopleidingen aantoonbaar voldoen aan de eisen van [artikel 7.2.7, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
4. Het bevoegd gezag zorgt ervoor dat de instelling beschikt over een deelnemersstatuut waarin de rechten en plichten van de deelnemers zijn opgenomen.
5. De examencommissie stelt regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens het afnemen van de toetsen, het examen of de examenonderdelen.
6. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 7.4.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt.
6. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 7.4.4a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), dan treedt de examenregeling van de instelling of exameninstelling die de examinering verzorgt in de plaats van de examenregeling van de instelling die het onderwijs verzorgt.
##### Artikel 7.4.9. Zorgplicht regeling exameninstelling
@@ -1522,13 +1524,13 @@
1. Aan de deelnemers wordt gelegenheid gegeven een examen af te leggen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
2. [Artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld omtrent de examens van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onder a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Bij deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens voorschriften worden gegeven omtrent de examenprogramma’s en de verdeling daarvan in onderdelen.
4. Ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een instelling kan Onze Minister toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde bij of krachtens het tweede en derde lid. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
5. [Artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van toepassing, met dien verstande dat degene die een onderdeel van het examen Nederlands als tweede taal I of II met goed gevolg heeft afgelegd een certificaat ontvangt. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald onder welke voorwaarden het bezit van certificaten aanspraak geeft op een diploma.
6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in afwijking van de artikelen [6:7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=6:7), [7:10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:10) en [7:24 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=7:24), kortere termijnen dan in die artikelen vermeld, worden bepaald voor de indiening van een bezwaar- of beroepschrift en voor de daarop te nemen beslissing ter zake van de deelneming aan de in dit artikel bedoelde examens.
@@ -1562,7 +1564,7 @@
2. De commissie van beroep voor de examens bestaat uit een even aantal gewone leden en evenveel plaatsvervangende leden, een voorzitter, tevens lid, en een plaatsvervangend voorzitter.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde beoordeling.
3. De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden worden door het bevoegd gezag benoemd voor een termijn van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. De leden en de plaatsvervangende leden maken geen deel uit van het bevoegd gezag, van de inspectie of van een in [artikel 7.4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde examencommissie of examinator tegen de beslissing waarvan onderscheidenlijk van wie beroep kan worden ingesteld bij de commissie van beroep, noch zijn zij belast met de in [artikel 7.2.8, tweede lid, onder c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde beoordeling.
4. Op eigen verzoek wordt aan de leden en plaatsvervangende leden van de commissie van beroep voor de examens ontslag verleend. Bij het bereiken van de leeftijd van zeventig jaar wordt hun ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand. Zij worden ontslagen indien zij uit hoofde van ziekte of gebreken ongeschikt zijn hun functie te vervullen alsmede indien zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld. Alvorens het ontslag op grond van het in de derde volzin bepaalde wordt verleend, wordt de betrokkene van het voornemen tot ontslag in kennis gesteld en wordt hem de gelegenheid geboden zich ter zake te doen horen.
@@ -1616,23 +1618,23 @@
- d. vreemdeling is, niet meer voldoet aan een van de voorwaarden genoemd onder b of c, en eerder in overeenstemming met een van die onderdelen is ingeschreven voor een opleiding of het onderdeel van de opleiding van een instelling, welke opleiding of welk onderdeel van de opleiding nog steeds wordt gevolgd en nog niet is voltooid.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
1a. Indien na de inschrijving voor de opleiding of een onderdeel van de opleiding blijkt dat deze op welke grond dan ook niet in overeenstemming met de vijfde volzin van het eerste lid heeft plaatsgevonden, wordt de onderwijsovereenkomst, bedoeld in [artikel 8.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), met onmiddellijke ingang ontbonden.
2. De inschrijving geschiedt voor een opleiding, dan wel een onderdeel daarvan. Indien het verzoek om inschrijving betrekking heeft op een beroepsopleiding, wordt daarbij aangegeven op welke leerweg het verzoek van toepassing is. Tevens wordt bij de inschrijving vastgelegd of sprake is van inschrijving voor een opleidingstraject als bedoeld in [artikel 7.4.8, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
3. De inschrijving staat uitsluitend open voor degenen ten aanzien van wie het bevoegd gezag beslist dat zij tot de instelling worden toegelaten, onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, het vijfde lid en [artikel 8.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Het bevoegd gezag kan het nemen van de beslissing over de toelating opdragen aan een door hem in te stellen toelatingscommissie. Het bevoegd gezag regelt de bevoegdheden en de werkzaamheden van de toelatingscommissie.
4. De toelating tot beroepsopleidingen staat voor zover het de beroepsbegeleidende leerweg betreft, uitsluitend open voor degenen voor wie de volledige leerplicht, bedoeld in [paragraaf 2 van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&paragraaf=2), is geëindigd.
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bepaalde” doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. De toelating tot de opleidingen educatie, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), staat niet open voor volwassenen die:
5. In afwijking van het derde lid en met inachtneming van [artikel 8.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en het krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bepaalde” doch onverminderd de vierde volzin van het eerste lid, staat de inschrijving voor een assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), open voor een ieder, met dien verstande dat het bevoegd gezag van een bijzondere instelling kan aangeven dat degenen die wensen te worden ingeschreven, geacht worden de grondslag en de doelstellingen van de instelling te respecteren. De inschrijving kan worden geweigerd dan wel ingetrokken indien de betrokkene de grondslag en de doelstellingen van de instelling niet respecteert. De inschrijving aan een bijzondere instelling kan eveneens worden geweigerd dan wel ingetrokken indien gegronde vrees bestaat dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten misbruik zal maken door in ernstige mate afbreuk te doen aan de eigen aard van die instelling, dan wel indien is gebleken dat de betrokkene van die inschrijving en de daaraan verbonden rechten een dergelijk misbruik heeft gemaakt. De weigering dan wel intrekking van de inschrijving geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed. De inschrijving kan niet worden ingetrokken op grond van de tweede volzin indien voor betrokkene geen gelegenheid bestaat de opleiding aan een andere instelling te volgen.
6. De toelating tot opleidingen educatie staat uitsluitend open voor volwassenen. De toelating tot de opleidingen educatie, bedoeld in [artikel 7.3.1, eerste lid, onderdelen c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), staat niet open voor volwassenen die:
- a. inburgeringsplichtig zijn in de zin van [artikel 1, aanhef en onder b, van de Wet inburgering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020611&artikel=1), of
- b. behoren tot de categorie personen voor wie bij regeling van Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie per 1 januari 2007 een voorziening in het kader van inburgering is getroffen en die niet in het kader van die regeling het inburgeringsexamen, bedoeld in [artikel 13 van de Wet inburgering](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020611&artikel=13), hebben afgelegd.
Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), in acht.
Het bevoegd gezag neemt bij de toelating tot opleidingen educatie de overeenkomst, bedoeld in [artikel 2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), in acht.
##### Artikel 8.1.2. Nadere voorschriften toelating
@@ -1654,19 +1656,19 @@
- c. de wijze waarop partijen uit de overeenkomst voortkomende prestaties gestalte zullen geven,
- d. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in [artikel 8.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- d. in voorkomend geval, terugbetaling van voorschotten, verstrekt door het bevoegd gezag, ter voldoening van een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage als bedoeld in [artikel 8.1.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- e. de terugbetaling van cursusgeld in andere gevallen dan bedoeld in [artikel 14, tweede lid onder a tot en met d, van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011400&artikel=14).
3a. De overeenkomst met betrekking tot een opleiding als bedoeld in [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bevat tevens de regeling, bedoeld in de laatste volzin van die artikelleden.
3a. De overeenkomst met betrekking tot een opleiding als bedoeld in [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bevat tevens de regeling, bedoeld in de laatste volzin van die artikelleden.
4. Indien tot een bijzondere instelling andere deelnemers worden toegelaten dan voor wie de instelling in verband met de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting wordt in stand gehouden, kunnen deze deelnemers niet worden verplicht tot het volgen van onderwijs dat in verband met die richting door de instelling wordt verzorgd.
5. [Artikel 8.1.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing op de schorsing en verwijdering van deelnemers.
5. [Artikel 8.1.1, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing op de schorsing en verwijdering van deelnemers.
6. Definitieve verwijdering van een deelnemer waarop de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een andere instelling, een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel een instelling als bedoeld in [artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1) bereid is de deelnemer toe te laten. Indien aantoonbaar gedurende 8 weken zonder succes is gezocht naar een zodanige instelling of school waarnaar kan worden verwezen, kan in afwijking van de eerste volzin tot definitieve verwijdering worden overgegaan.
7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
7. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 8.1.4. Onderwijsbijdragen
@@ -1704,9 +1706,9 @@
9. Onder «deelnemer» als bedoeld in het vijfde en zevende lid wordt verstaan de deelnemer die
- a. een assistentopleiding of een basisberoepsopleiding volgt als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- b. een andere opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), volgt waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) wordt aangemerkt als een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of
- a. een assistentopleiding of een basisberoepsopleiding volgt als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- b. een andere opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), volgt waarvan bij ministeriële regeling is aangegeven dat deze voor de toepassing van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) wordt aangemerkt als een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a of b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of
- c. voor 1 augustus 2005 studiefinanciering in de zin van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) ontving.
@@ -1716,7 +1718,7 @@
- a. op wie de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628) niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- b. die niet in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), dan wel een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=7) onderscheidenlijk [artikel 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=8), en
- c. die
@@ -1730,7 +1732,7 @@
##### Artikel 8.2.1. Vooropleidingseisen
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) het bezit van:
1. Vereiste voor inschrijving voor een vakopleiding en een middenkaderopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) het bezit van:
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1742,9 +1744,9 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
2. Vereiste voor inschrijving voor een specialistenopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is het bezit van een diploma vakopleiding voor eenzelfde beroep of beroepencategorie.
3. Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is, met inachtneming van het bepaalde krachtens [artikel 8.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor de inschrijving voor de basisberoepsopleiding vereist het bezit van
- a. een diploma lager beroepsonderwijs, een diploma voorbereidend beroepsonderwijs, of een diploma voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg of de kaderberoepsgerichte leerweg,
@@ -1756,29 +1758,29 @@
- e. een ander bij ministeriële regeling aangewezen diploma of bewijsstuk.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
Indien een assistentopleiding en een basisberoepsopleiding niet voorbereiden op eenzelfde beroep of beroepencategorie, bedoeld in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), geldt, in afwijking van [artikel 8.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=2&artikel=8.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor inschrijving voor een in de eerste volzin bedoelde basisberoepsopleiding geen vooropleidingseis.
4. Voor de inschrijving voor een assistentopleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en voor de inschrijving voor een opleiding educatie, gelden geen vooropleidingseisen.
5. Het bevoegd gezag kan in bijzondere gevallen afwijken van het eerste tot en met derde lid, indien de deelnemer naar verwachting het onderwijs in de desbetreffende beroepsopleiding met voldoende resultaat zal kunnen volgen.
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op examendeelnemers als bedoeld in [artikel 8.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
## Titel 3. Bestrijding voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen
##### Artikel 8.3.1. Voortijdige schoolverlater
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), van toepassing is en
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie [artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), van toepassing is en
- a. die het onderwijs of de educatie aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of
- b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549).
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), dan wel een getuigschrift van het praktijkonderwijs als bedoeld in [artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10f) en werkzaam is op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst.
##### Artikel 8.3.2. Bestrijding voortijdig schoolverlaten door gemeente
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
1. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor registratie van de gegevens die het bevoegd gezag ingevolge [artikel 8.1.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) heeft gemeld. Burgemeester en wethouders dragen bovendien zorg voor een systeem van doorverwijzing naar onderwijs of arbeidsmarkt van de in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bedoelde voortijdige schoolverlaters en voor het onderhoud van dit systeem. Het systeem heeft mede betrekking op de gegevens waarover de gemeente beschikt in het kader van de uitvoering van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628). Voor de uitvoering van de eerste en tweede volzin kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden vastgesteld.
2. Voor de vervulling van hun in het eerste lid bedoelde taken werken de colleges van burgemeester en wethouders samen binnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde regio's. Zij maken tevens afspraken met instellingen, scholen als bedoeld in de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), scholen en instellingen als bedoeld in de [Wet op de expertisecentra](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003549) en organisaties die zijn betrokken bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten.
@@ -1804,7 +1806,7 @@
##### Artikel 8.3.3. Informatie over voortijdig schoolverlaten
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
1. Burgemeester en wethouders van de contactgemeente zenden de in [artikel 8.3.2, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde effectrapportage aan Onze Minister.
2. Burgemeester en wethouders zijn gehouden aan de door Onze Minister aangewezen personen alle gevraagde bescheiden ter inzage te geven en de gevraagde inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor het door Onze Minister te voeren beleid met betrekking tot het voortijdig schoolverlaten door niet-leerplichtigen.
@@ -1832,11 +1834,11 @@
##### Artikel 9.1.3. Bestuursoverdracht bijzondere instelling
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), van overeenkomstige toepassing.
1. De rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, kan de instandhouding van die instelling overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), van toepassing.
3. Bij een splitsing als bedoeld in [artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=334a) van een rechtspersoon die een bijzondere instelling in stand houdt, wordt in de splitsingsakte bepaald dat de voortbestaande splitsende rechtspersoon de instelling in stand zal houden of op welke verkrijgende rechtspersoon de instandhouding van de instelling overgaat. In het laatste geval is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), van overeenkomstige toepassing.
#### § 2. Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II
@@ -1846,7 +1848,7 @@
2. Een lid van een raad van toezicht heeft geen directe belangen bij de instelling. Een lid van het college van bestuur kan niet tevens lid zijn van het college van bestuur van een andere instelling.
3. De raad van toezicht houdt, met het oog op de taken van de desbetreffende instelling, genoemd in [artikel 1.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=2&artikel=1.3.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), toezicht op de uitvoering van werkzaamheden en de uitoefening van bevoegdheden door het college van bestuur en staat dit college met raad ter zijde. De raad van toezicht is in elk geval belast met:
3. De raad van toezicht houdt, met het oog op de taken van de desbetreffende instelling, genoemd in [artikel 1.3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=2&artikel=1.3.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), toezicht op de uitvoering van werkzaamheden en de uitoefening van bevoegdheden door het college van bestuur en staat dit college met raad ter zijde. De raad van toezicht is in elk geval belast met:
- a. het benoemen, schorsen, ontslaan en vaststellen van de beloning van de leden van het college van bestuur;
@@ -1854,9 +1856,9 @@
- c. het goedkeuren van de begroting, de jaarrekening, het jaarverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de instelling;
- d. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen en de omgang met de branchecode, bedoeld in [artikel 2.5.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), door het college van bestuur;
- e. het toezien op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de instelling verkregen op grond van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [2.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- d. het toezien op de naleving van wettelijke verplichtingen en de omgang met de branchecode, bedoeld in [artikel 2.5.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), door het college van bestuur;
- e. het toezien op de rechtmatige verwerving en op de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de instelling verkregen op grond van de [artikelen 2.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [2.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [2.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- f. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) die verslag uitbrengt aan de raad, en
@@ -1868,7 +1870,7 @@
##### Artikel 9.1.5. Overdracht taken en bevoegdheden
1. Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in te stellen college van bestuur. [Artikel 9.1.4, eerste, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [artikel 9.1.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01), zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.
1. Het bevoegd gezag van een openbare instelling kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan een alsdan in te stellen college van bestuur. [Artikel 9.1.4, eerste, tweede en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [artikel 9.1.7, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01), zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.
2. Indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, kan het bevoegd gezag de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen aan het bestuur van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven.
@@ -1906,19 +1908,19 @@
2. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven bestaat:
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- a. ofwel voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties, voor een derde deel uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties en voor een derde deel uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- b. ofwel voor de helft uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en voor de helft uit vertegenwoordigers van werknemersorganisaties.
3. Aan het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven werkzaam is.
4. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
3. Aan het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waarvan de samenstelling van het bestuur voldoet aan het tweede lid, onder **b**, is een commissie onderwijs-bedrijfsleven verbonden, die voor de helft bestaat uit vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en voor de helft uit vertegenwoordigers van de instellingen en de andere instellingen, bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), die opleidingen verzorgen op het terrein waarop het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven werkzaam is.
4. Het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven kan indien dat dienstig is voor een goede uitvoering van deze wet, aan het bevoegd gezag van een instelling de uitoefening van hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden opdragen, met uitzondering van de in [artikel 7.2.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), bedoelde taak. Indien het bestuur gebruik maakt van deze mogelijkheid, stelt het een reglement vast waarin in elk geval worden vastgelegd de taken en bevoegdheden die het bestuur ter uitoefening opdraagt aan het bevoegd gezag, alsmede richtlijnen voor uitoefening van de aan het bevoegd gezag opgedragen taken en bevoegdheden.
##### Artikel 9.2.2. Bestuursoverdracht kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven
1. De rechtspersoon die een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in stand houdt, kan de instandhouding van dat kenniscentrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), van toepassing.
1. De rechtspersoon die een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven in stand houdt, kan de instandhouding van dat kenniscentrum overdragen aan een andere rechtspersoon die voldoet aan [artikel 9.2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. Op deze overdracht is [artikel 9.1.2, tweede tot en met vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=9.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), van toepassing.
### Hoofdstuk 9. Het bestuur
@@ -1928,45 +1930,45 @@
2. Het eerste lid heeft betrekking op de artikelen:
- a. [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- b. [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- c. [1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- d. [2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- e. [2.1.3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- f. [2.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- g. [2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- h. [2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- i. [2.2.3, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- j. [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- k. [2.5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=2&artikel=2.5.10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor zover het de overeenkomstige toepassing betreft van [artikel 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- l. [6.1.3 tot en met 6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- m. [6.2.1 tot en met 6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- n. [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- o. [6.3.1 tot en met 6.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- p. [6.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- q. [6a.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en
- r. [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&paragraaf=1&artikel=11.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
- a. [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- b. [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- c. [1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- d. [2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- e. [2.1.3, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- f. [2.1.5, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- g. [2.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- h. [2.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- i. [2.2.3, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=1&artikel=2.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- j. [2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- k. [2.5.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=2&artikel=2.5.10&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor zover het de overeenkomstige toepassing betreft van [artikel 2.5.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- l. [6.1.3 tot en met 6.1.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- m. [6.2.1 tot en met 6.2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- n. [6.2.3b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- o. [6.3.1 tot en met 6.3.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- p. [6.4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [6.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- q. [6a.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [6a.1.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6a&titeldeel=1&artikel=6a.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en
- r. [11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&paragraaf=1&artikel=11.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 10.2. Intreden gevolgen van toekennen van rechten na sprongberoep
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=10&artikel=10.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), examinering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
Indien de uitspraak op een beroep als bedoeld in [artikel 10.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=10&artikel=10.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) strekt tot onderscheidenlijk het toekennen van de rechten, genoemd in [artikel 1.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), diploma-erkenning als bedoeld in de [artikelen 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) of [1.4a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4a&artikel=1.4a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), examinering als bedoeld in [artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of registratie in het Centraal register, treden de gevolgen daarvan in met ingang van het studiejaar dat aanvangt in het jaar waarin de uitspraak is gedaan.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
@@ -2004,13 +2006,13 @@
##### Artikel 12.2.1. Diploma’s en certificaten
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Diploma’s en certificaten ingevolge de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399), de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 of het [Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006192), verkregen op grond van een examen verbonden aan opleidingen basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, middelbaar beroepsonderwijs, deeltijds middelbaar beroepsonderwijs of leerlingwezen dan wel op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal, gelden als de overeenkomstige diploma’s en certificaten, verkregen op grond van [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.2.2. Handhaving voorschriften personeel
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de [artikelen 37a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=37a), [38](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=38), [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=39), [40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40) en [40a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=40a), de artikelen 2.42, 2.45, 2.46, 2.51, 2.75 en 2.76 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en artikel 9 van de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, berusten ten aanzien van het personeel aan instellingen in de zin van deze wet met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [3.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=1&artikel=3.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [3.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=2&artikel=3.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. De op 31 december 1995 geldende voorschriften vastgesteld bij of krachtens de artikelen 2.55 en 2.59 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs berusten ten aanzien van het personeel van kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven met ingang van 1 januari 1996 op onderscheidenlijk de [artikelen 4.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [3.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=3&titeldeel=3&artikel=3.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.2.3. Omzetting regelingen participatiefonds
@@ -2022,15 +2024,15 @@
##### Artikel 12.2.5. Handhaving inrichtings- en examenvoorschriften v.a.v.o.
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
De op 31 december 1995 geldende voorschriften met betrekking tot het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs die berusten op de [artikelen 23b, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=23), en [29, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=29), berusten ten aanzien van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in [artikel 7.3.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), met ingang van 1 januari 1996 op [artikel 7.3.4, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=3&artikel=7.3.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), onderscheidenlijk [artikel 7.4.11, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.2.6. Aanspraken gewezen personeel
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waaruit de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Personeelsleden die op 1 januari 1996 niet in dienst zijn van een instelling in de zin van deze wet of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven en die voor die datum ten laste van het Rijk verbonden waren aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, een school voor voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, een vormingsinstituut voor jeugdigen, een instelling voor basiseducatie, een landbouwpraktijkschool, of een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven waaruit de instelling of het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven voortkomt en die op dat tijdstip aan bij of krachtens de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs, de [Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399) of de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991 gegeven voorschriften aanspraken, rechten en verplichtingen ontlenen of kunnen ontlenen, ontlenen of kunnen deze met ingang van 1 januari 1996 ontlenen aan [artikel 4.1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=1&paragraaf=1&artikel=4.1.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) onderscheidenlijk [artikel 4.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=3&artikel=4.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.2.7. Garantieregeling onderwijsbevoegdheden
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
Onverminderd [artikel 4.2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) kan tot docent aan een instelling worden benoemd:
- a. degene die in het studiejaar 1995-1996 bevoegd onderwijs heeft gegeven aan een school voor beroepsbegeleidend onderwijs, een school voor middelbaar beroepsonderwijs, dan wel wat deeltijds middelbaar beroepsonderwijs betreft aan een andere school, aan een vormingsinstituut voor jeugdigen of aan een instelling voor basiseducatie,
@@ -2094,7 +2096,7 @@
##### Artikel 12.3.8. Voortzetting bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
1. Het Christelijk Instituut voor Doven "Effatha" en het Instituut voor Doven "Sint-Michielsgestel" behouden in afwijking van [artikel 12.3.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen die de voortzetting zijn van beroepsbegeleidend onderwijs dat deze instituten op 31 december 1995 verzorgden, aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.
2. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van deze wet ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten. Daarbij kan, voor zover noodzakelijk, worden afgeweken van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
@@ -2272,7 +2274,7 @@
##### Artikel 12.4.2. Geldigheid indicatie leerlinggebonden financiering
Beoordelingen, afgegeven op grond van de [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019181&artikel=12) en [14 van de Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019181&artikel=14), die hebben geleid tot een indicatiestelling waarvan de duur nog niet is verstreken, gelden als een beoordeling die gemeld wordt door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 2.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Beoordelingen, afgegeven op grond van de [artikelen 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019181&artikel=12) en [14 van de Subsidieregeling leerlinggebonden financiering MBO](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019181&artikel=14), die hebben geleid tot een indicatiestelling waarvan de duur nog niet is verstreken, gelden als een beoordeling die gemeld wordt door het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 2.2.6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=2.2.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.4.3. Wet op de studiefinanciering
@@ -2332,13 +2334,13 @@
Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering van:
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2009-04-01&g=2009-04-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2009-04-01&g=2009-04-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2009-04-01&g=2009-04-01), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
- a. [artikel 7.4.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=2&artikel=7.4.11&z=2009-07-01&g=2009-07-01), wat de examens van de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II betreft, welk artikel ten aanzien van die examens in werking treedt met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip;
- b. [artikel 12.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [artikel 12.3.10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.10&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [artikel 12.3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.11&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [artikel 12.3.19, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.19&z=2009-07-01&g=2009-07-01), die in werking treden met ingang van 1 november 1995;
- c. de [artikelen 12.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [12.4.2, onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [12.4.10, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2009-07-01&g=2009-07-01), die in werking treden met ingang van 1 januari 1997;
- d. de [artikelen 12.4.2, met uitzondering van de onderdelen C, onder 7, I en J](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [12.4.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [12.4.10, met uitzondering van onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=4&artikel=12.4.10&z=2009-07-01&g=2009-07-01), die in werking treden met ingang van 1 augustus 1997.
##### Artikel 12.5.3. Citeertitel
@@ -2348,7 +2350,7 @@
##### Artikel 6.1.5a. Maatregelen
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
1. In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.1.4, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag of uit eigen beweging in overeenstemming met het bevoegd gezag maatregelen treffen.
2. Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoort de mogelijkheid het bestuur van de instelling te laten bijstaan door een extern deskundige. Ook kunnen onder voorwaarden extra financiële middelen aan de instelling ter beschikking worden gesteld.
@@ -2358,7 +2360,7 @@
##### Artikel 6.2.3a. Maatregelen
In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is [artikel 6.1.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5a&z=2009-04-01&g=2009-04-01) van overeenkomstige toepassing.
In de gevallen, bedoeld in [artikel 6.2.2, eerste lid, onder a en b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is [artikel 6.1.5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5a&z=2009-07-01&g=2009-07-01) van overeenkomstige toepassing.
## Titel 3. De exameninstellingen
@@ -2454,7 +2456,7 @@
3. Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en vijfde lid.
4. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
4. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
5. Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
@@ -2466,7 +2468,7 @@
##### Artikel 2.3.6b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
1. De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), op in het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9b), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. De Informatie Beheer Groep kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
1. De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.3.6a, tweede en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=3&artikel=2.3.6a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), op in het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in [artikel 9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9b), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. De Informatie Beheer Groep kan de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
2. Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
@@ -2482,11 +2484,11 @@
##### Artikel 2.3.6d. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een opleiding educatie of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- b. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- c. verwerking van de gegevens, bedoeld in [artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9e) bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
@@ -2540,7 +2542,7 @@
5. Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in [artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628&artikel=1), gebruiken het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding in contacten met een gemeente in het kader van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628), tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
6. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
6. Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in [artikel 8.1.8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
7. Indien de gegevens over de nationaliteit van de deelnemer niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan de Informatie Beheer Groep.
@@ -2552,7 +2554,7 @@
##### Artikel 2.5.5b. Verwerking gegevens door Informatie Beheer Groep
1. De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), op in het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel [9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9b), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van [artikel 2.5.5c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5c&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
1. De Informatie Beheer Groep neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), op in het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. De Informatie Beheer Groep verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel [9b, eerste lid, onderdeel g, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9b), zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd de derde volzin van [artikel 2.5.5c, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5c&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan de Informatie Beheer Groep de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
2. Het bevoegd gezag verstrekt de Informatie Beheer Groep alle inlichtingen die zij nodig acht voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid. Het bevoegd gezag werkt eraan mee dat de in het basisregister onderwijs opgenomen gegevens juist en volledig zijn.
@@ -2566,13 +2568,13 @@
2. De Informatie Beheer Groep verstrekt uit het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), aan de inspectie de gegevens inzake beroepsonderwijs die de inspectie nodig heeft voor het toezicht op het onderwijs.
3. Onverminderd [artikel 2.5.5b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5b&z=2009-04-01&g=2009-04-01), worden de gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op een zodanige wijze verstrekt, dat de deelnemers aan een beroepsopleiding niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
3. Onverminderd [artikel 2.5.5b, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5b&z=2009-07-01&g=2009-07-01), worden de gegevens, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op een zodanige wijze verstrekt, dat de deelnemers aan een beroepsopleiding niet geïdentificeerd of identificeerbaar zijn. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verstrekken van de gegevens. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
##### Artikel 2.5.5d. Toegang minister tot basisregister onderwijs
1. Onze Minister is bevoegd het basisregister onderwijs, bedoeld in [artikel 9a van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9a), te raadplegen ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens als bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5a&z=2009-04-01&g=2009-04-01), Onze Minister kan raadplegen tezamen met het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt voorts bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden Onze Minister het basisregister onderwijs kan raadplegen.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke gegevens als bedoeld in [artikel 2.5.5a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.5a&z=2009-07-01&g=2009-07-01), Onze Minister kan raadplegen tezamen met het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding. Bij deze algemene maatregel van bestuur wordt voorts bepaald op welke wijze en onder welke voorwaarden Onze Minister het basisregister onderwijs kan raadplegen.
3. Onze Minister kan ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een instelling het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding gebruiken in het verkeer met die instelling, al dan niet tezamen met de gegevens, bedoeld in het tweede lid.
@@ -2580,13 +2582,13 @@
##### Artikel 2.5.5e. Gebruik persoonsgebonden nummer door gemeente
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) uitsluitend ten behoeve van:
Onverminderd het overigens bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het gebruik van het burgerservicenummer door de gemeente, gebruikt de gemeente het persoonsgebonden nummer van een deelnemer aan een beroepsopleiding of een voortijdige schoolverlater als bedoeld in [artikel 8.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) uitsluitend ten behoeve van:
- a. een registratie van leerplichtige jongeren in het belang van het toezicht op de naleving van de [Leerplichtwet 1969](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002628);
- b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01);
- b. de registratie van gegevens van voortijdige schoolverlaters, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, eerste volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- c. het systeem van doorverwijzing van voortijdige schoolverlaters naar onderwijs of arbeidsmarkt, bedoeld in [artikel 8.3.2, eerste lid, tweede en derde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=3&artikel=8.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01);
- d. verwerking van de gegevens, bedoeld in [artikel 9e, derde en vierde lid, van de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0006320&artikel=9e) bij de registraties, bedoeld in de onderdelen a en b, en het systeem van doorverwijzing, bedoeld in onderdeel c.
@@ -2664,7 +2666,7 @@
##### Artikel 8.1.1a. Te verstrekken gegevens bij inschrijving
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
1. De inschrijving bij een instelling, bedoeld in [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), vindt slechts plaats nadat door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers de gegevens betreffende de geslachtsnaam, de voorletters, de geboortedatum, het geslacht en het persoonsgebonden nummer van de deelnemer zijn overgelegd. Indien door de deelnemer of, indien deze minderjarig is, door de ouders, voogden of verzorgers aannemelijk wordt gemaakt dat geen persoonsgebonden nummer van de deelnemer kan worden overgelegd, vindt de inschrijving plaats met inachtneming van het derde lid.
2. De in het eerste lid bedoelde gegevens worden overgelegd door middel van een van overheidswege verstrekt document dan wel een door een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs verstrekt bewijs van uitschrijving, waarin de desbetreffende gegevens zijn opgenomen.
@@ -2734,7 +2736,7 @@
##### Artikel 8.2.2. Nadere vooropleidingseisen
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
1. Op voorstel van organisaties in het voortgezet onderwijs, vertegenwoordigers van de instellingen, de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en de commissies onderwijs-bedrijfsleven, bedoeld in [artikel 9.2.1, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=2&artikel=9.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), worden bij ministeriële regeling aangewezen de sectoren, bedoeld in de [artikelen 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10), [10b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10b) en [10d van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=10d), waarop het diploma middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, het diploma voorbereidend beroepsonderwijs, het diploma mavo-vbo en de diploma's voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs betrekking moeten hebben, alsmede vakken en andere programma-onderdelen die deel moeten hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een van deze diploma's, om te kunnen worden ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in [artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
2. In de ministeriële regeling kan onderscheid worden gemaakt naar groepen van deelnemers, dan wel kan worden bepaald dat de regeling niet van toepassing is op groepen van deelnemers.
@@ -2790,19 +2792,19 @@
##### Artikel 6.1.5b. Ontneming recht op examinering instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
1. Onze Minister kan aan een instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. [Artikel 6.1.5, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
##### Artikel 6.2.3b. Ontneming recht op examinering niet uit 's Rijks kas bekostigde instellingen; waarschuwing
1. Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
1. Onze Minister kan aan een niet uit 's Rijks kas bekostigde instelling het recht op examinering van een beroepsopleiding ontnemen, indien de kwaliteit van de examens van die opleiding niet voldoet aan de standaarden, bedoeld in [artikel 7.4.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Bij de ontneming van het recht wordt bepaald met ingang van welk tijdstip dit geschiedt. De ontneming wordt in het Centraal register bekendgemaakt.
2. Voordat Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid neemt, geeft hij het bevoegd gezag een waarschuwing op grond van zijn bevindingen over de kwaliteit van de examinering onder bepaling van de termijn waarbinnen aan die waarschuwing gevolg moet zijn gegeven. Onze Minister maakt de waarschuwing openbaar.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is van overeenkomstige toepassing.
3. Het bevoegd gezag kan niet eerder dan na verloop van drie studiejaren na de ontneming, bedoeld in het eerste lid, het recht opnieuw verkrijgen. [Artikel 1.6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=6&artikel=1.6.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is van overeenkomstige toepassing.
## Titel 3. De exameninstellingen
@@ -2826,9 +2828,9 @@
##### Artikel 7.4.4a. Examinering door andere instellingen of exameninstellingen
1. Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) of [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben.
2. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 6.1.5b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5b&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [6.2.3b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-04-01&g=2009-04-01), dan wel [6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid.
1. Het bevoegd gezag kan de examinering van een beroepsopleiding overdragen aan een andere instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onder b,](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) of [1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) of aan een exameninstelling, voor zover deze het recht op examinering van die beroepsopleiding hebben.
2. Indien ten aanzien van een beroepsopleiding toepassing is gegeven aan [artikel 6.1.5b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=1&artikel=6.1.5b&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [6.2.3b, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=2&artikel=6.2.3b&z=2009-07-01&g=2009-07-01), dan wel [6.3.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=3&artikel=6.3.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is het bevoegd gezag voor die beroepsopleiding gehouden toepassing te geven aan het eerste lid.
##### Artikel 7.4.8a. Examenregeling exameninstelling
@@ -3036,17 +3038,17 @@
##### Artikel 4.2.4. Geschiktheidsverklaring zij-instroom in het beroep van docent
1. Aan degene die niet in het bezit is van een in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), genoemd getuigschrift of diploma respectievelijk genoemde erkenning van beroepskwalificaties wordt door het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen een geschiktheidsverklaring afgegeven, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag:
1. Aan degene die niet in het bezit is van een in [artikel 4.2.1, tweede lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), genoemd getuigschrift of diploma respectievelijk genoemde erkenning van beroepskwalificaties wordt door het bevoegd gezag dat voornemens is betrokkene te benoemen een geschiktheidsverklaring afgegeven, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegd gezag:
- a. vakinhoudelijk bekwaam is en geschikt is voor het beroep van docent, en
- b. voldoet aan de in [artikel 4.2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), onder a genoemde eisen, blijkend uit het bezit van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), of
- c. in staat is verantwoord les te geven en binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot docent te voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), genoemde eisen.
- b. voldoet aan de in [artikel 4.2.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), onder a genoemde eisen, blijkend uit het bezit van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), of
- c. in staat is verantwoord les te geven en binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming tot docent te voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid, onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), genoemde eisen.
2. Het bevoegd gezag geeft de in het eerste lid bedoelde verklaring slechts af, indien:
- a. betrokkene in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, niet zijnde een getuigschrift als bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01),
- a. betrokkene in het bezit is van een getuigschrift van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of in het hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, niet zijnde een getuigschrift als bedoeld in [artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01),
- b. betrokkene in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in [artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0023066&artikel=5),
@@ -3056,7 +3058,7 @@
- e. de gevolgde opleiding en de maatschappelijke of beroepservaring van betrokkene, in onderlinge samenhang bezien, naar het oordeel van het bevoegd gezag van voldoende belang zijn in verhouding tot de beoogde werkzaamheden aan de instelling.
3. Indien betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), stelt het bevoegd gezag vast, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk zijn om binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te kunnen voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), genoemde bekwaamheidseisen ten aanzien van pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden.
3. Indien betrokkene niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in [artikel 7a.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005682&artikel=7a.4), stelt het bevoegd gezag vast, welke scholing en begeleiding voor betrokkene noodzakelijk zijn om binnen twee jaar na benoeming of tewerkstelling zonder benoeming te kunnen voldoen aan de in [artikel 4.2.3, derde lid onder a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=4&titeldeel=2&artikel=4.2.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), genoemde bekwaamheidseisen ten aanzien van pedagogisch-didactische kennis, inzicht en vaardigheden.
##### Artikel 4.2.5. Uitvoering pedagogisch-didactische scholing
@@ -3266,7 +3268,7 @@
##### Artikel 12.1a.1. Bekostiging van experimentele opleidingen
1. Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), een instituut als bedoeld in [artikel 12.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01) of een hogeschool als bedoeld in [artikel 12.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01) besluiten dat een beroepsopleiding waarvoor de eindtermen worden voorbereid of met toepassing van [artikel 7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of [artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157&artikel=17) zijn vastgesteld, voor bekostiging overeenkomstig [hoofdstuk 2, titel 2, paragraaf 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) in aanmerking komt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de bekostiging en de aanvullende voorwaarden voor bekostiging, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
1. Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), een instituut als bedoeld in [artikel 12.3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01) of een hogeschool als bedoeld in [artikel 12.3.9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=3&artikel=12.3.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01) besluiten dat een beroepsopleiding waarvoor de eindtermen worden voorbereid of met toepassing van [artikel 7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of [artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157&artikel=17) zijn vastgesteld, voor bekostiging overeenkomstig [hoofdstuk 2, titel 2, paragraaf 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=2&paragraaf=2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) in aanmerking komt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de bekostiging en de aanvullende voorwaarden voor bekostiging, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
2. Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het bevoegd gezag in elk geval
@@ -3282,37 +3284,37 @@
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt en de eindtermen zijn vastgesteld, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe de in het tweede lid, onder 1° tot en met 4°, genoemde gegevens in het Centraal register.
4. De bekostiging op grond van het eerste lid eindigt op het door Onze Minister in de bekostigingsbeschikking bepaalde tijdstip of, indien dat eerder is, zodra de desbetreffende opleiding wordt bekostigd op grond van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01). Bij niet nakoming van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister onverminderd [artikel 11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&paragraaf=1&artikel=11.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) bepalen dat de bekostiging met ingang van een eerder tijdstip dan bedoeld in de eerste volzin eindigt.
5. [Artikel 1.3.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. De bekostiging op grond van het eerste lid eindigt op het door Onze Minister in de bekostigingsbeschikking bepaalde tijdstip of, indien dat eerder is, zodra de desbetreffende opleiding wordt bekostigd op grond van [artikel 2.1.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01). Bij niet nakoming van de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister onverminderd [artikel 11.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=11&paragraaf=1&artikel=11.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) bepalen dat de bekostiging met ingang van een eerder tijdstip dan bedoeld in de eerste volzin eindigt.
5. [Artikel 1.3.1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=3&paragraaf=1&artikel=1.3.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), is van overeenkomstige toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste tot en met vijfde lid.
##### Artikel 12.1a.2. Erkenning van experimentele opleidingen
1. Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of van een instelling besluiten dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen waarvoor de eindtermen zijn vastgesteld met toepassing van [artikel 7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), of [artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157&artikel=17), een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-04-01&g=2009-04-01) is verbonden. Voorwaarde voor de toepassing van de eerste volzin is dat de desbetreffende instelling de voorschriften, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), in acht neemt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de erkenning en de aanvullende voorwaarden voor erkenning, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
2. [Artikel 1.4.1, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [artikel 12.1a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragen, bedoeld in het eerste lid. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 12.1a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanvraag tevens de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01). De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt en de eindtermen zijn vastgesteld, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe de in [artikel 12.1a.1, tweede lid, onder 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), genoemde gegevens in het Centraal register.
1. Met het oog op de ontwikkeling van nieuwe kwalificaties en de daarop gerichte opleidingen kan Onze Minister op aanvraag van het bevoegd gezag van een andere instelling dan bedoeld in [artikel 1.1.1, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=1&artikel=1.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of van een instelling besluiten dat aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen waarvoor de eindtermen zijn vastgesteld met toepassing van [artikel 7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), of [artikel 17 van de Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157&artikel=17), een diploma of certificaat als bedoeld in [artikel 7.4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.6&z=2009-07-01&g=2009-07-01) is verbonden. Voorwaarde voor de toepassing van de eerste volzin is dat de desbetreffende instelling de voorschriften, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), in acht neemt. Onze Minister bepaalt de aanvang en het einde van de erkenning en de aanvullende voorwaarden voor erkenning, die in elk geval betrekking hebben op de regeling die de instelling treft om de belangen van de deelnemers te waarborgen.
2. [Artikel 1.4.1, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [artikel 12.1a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvragen, bedoeld in het eerste lid. In aanvulling op de gegevens, bedoeld in [artikel 12.1a.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), verschaft het bevoegd gezag van een niet uit ’s Rijks kas bekostigde instelling bij de aanvraag tevens de gegevens waaruit blijkt dat het onderwijs van voldoende kwaliteit is of zal zijn en dat wordt voldaan aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 1.4.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01). De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, geldt mede als aanmelding voor registratie in het Centraal register. Indien Onze Minister de aanvraag inwilligt en de eindtermen zijn vastgesteld, registreert hij bij de eerstvolgende gelegenheid daartoe de in [artikel 12.1a.1, tweede lid, onder 1° tot en met 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), genoemde gegevens in het Centraal register.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden vastgesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste en tweede lid.
4. Voor de toepassing van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) en de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438) wordt een opleiding als bedoeld in het eerste lid gelijkgesteld met een opleiding als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
4. Voor de toepassing van de [Wet studiefinanciering 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011453) en de [Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012438) wordt een opleiding als bedoeld in het eerste lid gelijkgesteld met een opleiding als bedoeld in [artikel 1.4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.1a.3. Voortzetting bekostiging proeftuinen voor cohort 2004–2005
De opleidingen die op basis van de [Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157) voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, gelden met ingang van het studiejaar 2005–2006 voor de toepassing van deze wet als opleidingen die op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht voor zover het deelnemers betreft die in het studiejaar 2004–2005 reeds voor de desbetreffende opleiding waren ingeschreven.
De opleidingen die op basis van de [Regeling subsidiëring proeftuinen herontwerp beroepsonderwijs studiejaar 2004–2005](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0017157) voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht, gelden met ingang van het studiejaar 2005–2006 voor de toepassing van deze wet als opleidingen die op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht voor zover het deelnemers betreft die in het studiejaar 2004–2005 reeds voor de desbetreffende opleiding waren ingeschreven.
##### Artikel 12.1a.4. Evaluatiebepaling
Onze Minister zendt voor 1 oktober 2007 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een door een onafhankelijke organisatie op te stellen verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de opleidingen, bedoeld in de [artikelen 12.1a.1 tot en met 12.1a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01).
Onze Minister zendt voor 1 oktober 2007 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal een door een onafhankelijke organisatie op te stellen verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de opleidingen, bedoeld in de [artikelen 12.1a.1 tot en met 12.1a.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01).
##### Artikel 12.1a.5. Vervallen van experimenteerbepalingen
De [artikelen 1.4.1, lid 5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [2.1.1, lid 2, en de aanduiding van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [6.4.2, lid 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [7.4.8, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [7.4.9, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [8.1.3, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-04-01&g=2009-04-01), [12.1a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01) en [12.1a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01) vervallen met ingang van 1 augustus 2010, met dien verstande dat
- a. zij van toepassing blijven op opleidingen die voor die datum op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht of op basis van [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-04-01&g=2009-04-01), zijn erkend en
- b. deelnemers aan een opleiding die op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), voor bekostiging in aanmerking is gebracht, onverminderd de overige eisen kunnen worden meegeteld voor de berekening van de rijksbijdrage als zij op de desbetreffende teldatum waren ingeschreven voor die opleiding.
De [artikelen 1.4.1, lid 5a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=I&titeldeel=4&artikel=1.4.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [2.1.1, lid 2, en de aanduiding van het eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=1&artikel=2.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [6.4.2, lid 6a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=6&titeldeel=4&artikel=6.4.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [7.2.4, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=2&paragraaf=2&artikel=7.2.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [7.4.8, lid 1a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.8&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [7.4.9, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=7&titeldeel=4&paragraaf=1&artikel=7.4.9&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [8.1.3, lid 3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.3&z=2009-07-01&g=2009-07-01), [12.1a.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01) en [12.1a.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01) vervallen met ingang van 1 augustus 2010, met dien verstande dat
- a. zij van toepassing blijven op opleidingen die voor die datum op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor bekostiging in aanmerking zijn gebracht of op basis van [artikel 12.1a.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.2&z=2009-07-01&g=2009-07-01), zijn erkend en
- b. deelnemers aan een opleiding die op basis van [artikel 12.1a.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=12&titeldeel=1a&artikel=12.1a.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), voor bekostiging in aanmerking is gebracht, onverminderd de overige eisen kunnen worden meegeteld voor de berekening van de rijksbijdrage als zij op de desbetreffende teldatum waren ingeschreven voor die opleiding.
## Titel 1a. Bepalingen met betrekking tot experimentele opleidingen
@@ -3416,7 +3418,7 @@
##### Artikel 2.6aa. Samenwerking met VO-scholen ter bevordering van doelmatig en doeltreffend onderwijs
1. Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-04-01&g=2009-04-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 25a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=25a) ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs.
1. Het bevoegd gezag kan in afwijking van [artikel 8.1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=8&titeldeel=1&artikel=8.1.1&z=2009-07-01&g=2009-07-01), in gevallen als geregeld in en met inachtneming van [artikel 25a van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=25a) ook tot onderwijs- en examenvoorzieningen van de instelling toelaten zij die niet als deelnemer of examendeelnemer aan de instelling worden ingeschreven maar zijn ingeschreven als leerling aan een school voor voortgezet onderwijs.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden vastgesteld over de verantwoording van de bedragen die het bevoegd gezag met toepassing van [artikel 99, achtste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002399&artikel=99) heeft ontvangen.
@@ -3576,7 +3578,7 @@
##### Artikel 9.1.8. Functionele scheiding bestuur en toezicht
In afwijking van [artikel 9.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De [artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), en [artikel 9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-04-01&g=2009-04-01) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het jaarverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.4&z=2009-04-01&g=2009-04-01), de redenen voor de afwijking.
In afwijking van [artikel 9.1.4, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), kan een functionele scheiding tussen bestuur en toezicht worden aangebracht binnen het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat. De [artikelen 9.1.4, tweede tot en met vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), en [artikel 9.1.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=9&titeldeel=1&paragraaf=2&artikel=9.1.7&z=2009-07-01&g=2009-07-01) zijn van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag draagt zorg voor een deugdelijke scheiding tussen bestuur en toezicht, vermeldt in de statuten of het bestuursreglement de wijze waarop deze wordt gewaarborgd en vermeldt jaarlijks in het jaarverslag, bedoeld in [artikel 2.5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007625&hoofdstuk=2&titeldeel=5&paragraaf=1&artikel=2.5.4&z=2009-07-01&g=2009-07-01), de redenen voor de afwijking.
### Hoofdstuk 10. Beroep bij de administratieve rechter
2009-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2009-03-25
Wet educatie en beroepsonderwijs
2009-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-22
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-10-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 15 más
2008-06-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-04-30
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2008-02-27
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-12-21
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 2, 2, 6 y 29 más
2007-07-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2007-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-18
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 54 más
2006-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 35 más
2006-03-08
Wet educatie en beroepsonderwijs
2006-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-12-30
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2005-04-27
Wet educatie en beroepsonderwijs
2005-01-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-10-02
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 2 y 41 más
2004-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-02
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-06-23
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-04-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2004-02-13
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
2003-08-15
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-08-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-07-01
Wet educatie en beroepsonderwijs
2003-01-24
Wet educatie en beroepsonderwijs
2002-09-01
Wet educatie en beroepsonderwijs — arts. 1, 1, 1 y 66 más
original version Tekst op deze datum