Besluit van 23 november 2000 tot uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 (Vreemdelingenbesluit 2000)
- b. in geval van overschrijding van de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.123f, vierde lid, of 3.123g, tweede lid, en de vreemdeling een met redenen omkleed verzoek om verlenging heeft ingediend, tenzij de overschrijding aan de vreemdeling kan worden toegerekend;
- c. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek naar de identiteit of nationaliteit van de vreemdeling noodzakelijk is;
- d. indien de vreemdeling zijn eerder tijdens het onderzoek afgelegde verklaringen essentieel wijzigt of aanvult;
- e. indien naar het oordeel van Onze Minister nader onderzoek noodzakelijk is naar omstandigheden die verband houden met de gronden, bedoeld in de artikelen 3.6a, eerste lid, en 6.1e;
- f. indien Onze Minister een medisch onderzoek heeft aangeboden als bedoeld in artikel 3.109e; of
- g. indien de vreemdeling niet is verschenen bij een gehoor, dan wel is verdwenen of vertrokken zonder toestemming van Onze Minister.
De vreemdeling wordt van de verlenging schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt de reden van de verlenging aangegeven alsmede op welk moment de verlengde termijn eindigt.
Indien Onze Minister de in artikel 3.123e, eerste lid, genoemde termijn heeft verlengd en voornemens is de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen binnen veertien, zestien of tweeëntwintig dagen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe aan de vreemdeling uitgereikt of toegezonden.
De vreemdeling brengt zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de uitreiking of toezending van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd.
Artikel 3.123g, derde tot en met vijfde lid, zijn van toepassing.
Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met e maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de veertiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de zestiende dag bekend door uitreiking of toezending ervan. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, maakt Onze Minister de beschikking uiterlijk op de tweeëntwintigste dag bekend door uitreiking of toezending ervan.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels gesteld worden omtrent de toepassing van het eerste lid alsmede de wijze waarop het onderzoek naar de aanvraag wordt vervolgd indien de in artikel 3.123e, eerste lid, genoemde termijn wordt verlengd.
Artikel 3.123i
Indien de termijnen, bedoeld in de artikelen 3.123f, eerste en derde lid, of 3.123g, eerste en zesde lid, dan wel de op grond van artikel 3.123h, eerste lid, verlengde termijn, zijn overschreden, bedraagt de termijn waarbinnen de vreemdeling zijn zienswijze schriftelijk naar voren brengt vier weken, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. Artikel 3.116, derde tot zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 4. Verplichtingen met het oog op grensbewaking bij binnenkomst door de lucht
Afdeling 3. Verplichtingen in het kader van toezicht
Paragraaf 3. Medewerking aan vastleggen van gegevens met het oog op identificatie
Paragraaf 3. Medewerking aan vastleggen van gegevens met het oog op identificatie
Paragraaf 6. Periodieke aanmelding
Paragraaf 6. Periodieke aanmelding
Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Paragraaf 8. Administratieplichten
Paragraaf 1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting, overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring
Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 8. Algemene en strafbepalingen
Afdeling 4. Ongewenstverklaring
Afdeling 2. Afwijking op grond van verdragen
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.30d
De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming» verleend aan een vreemdeling, niet zijnde een burger van de Unie, ten behoeve van een tijdelijke overplaatsing voor beroepsactiviteiten of opleiding, naar een gastentiteit in Nederland die behoort tot een buiten het grondgebied van de Europese Unie gevestigde onderneming, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
- a. de vreemdeling voldoet aan de definitie van leidinggevende, specialist of trainee-werknemer in de zin van artikel 3, onder e, f of g, van richtlijn 2014/66/EU;
- b. de gastentiteit, bedoeld in artikel 3, onder d, van richtlijn 2014/66/EU, en de in een derde land gevestigde onderneming behoren tot dezelfde onderneming of tot dezelfde groep van ondernemingen, bedoeld in artikel 3, onder l, van die richtlijn;
- c. de vreemdeling is onmiddellijk voorafgaand aan de overplaatsing in dienst bij dezelfde onderneming of groep of ondernemingen voor een ononderbroken periode van drie maanden;
- d. de vreemdeling beschikt over een geldige arbeidsovereenkomst met de buiten de Europese Unie gevestigde onderneming, met daarin onderstaande gegevens, en, indien deze die gegevens niet bevat, een opdrachtbrief van de werkgever, met daarin:
- 1°. nadere bijzonderheden over de duur van de overplaatsing en de vestigingsplaats van de gastentiteit;
- 2°. gegevens die aantonen dat de vreemdeling in de gastentiteit in Nederland een functie zal bekleden als leidinggevende, specialist of trainee-werknemer;
- 3°. de bezoldiging en de overige arbeidsvoorwaarden tijdens de overplaatsing;
- 4°. gegevens die aantonen dat de vreemdeling na het einde van de overplaatsing kan worden overgeplaatst naar een entiteit die tot dezelfde onderneming of groep van ondernemingen behoort en in een derde land is gevestigd;
- e. de vreemdeling bezit de beroepskwalificaties en ervaring die zijn vereist in de gastentiteit waarnaar hij wordt overgeplaatst als leidinggevende of specialist, of, in het geval van een trainee-werknemer, het masterdiploma;
- f. voor zover hij een gereglementeerd beroep in de zin van artikel 1 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties wil uitoefenen, beschikt over een erkenning van de beroepskwalificaties in de zin van artikel 5 van die wet;
- g. van de te vervullen arbeidsplaats liggen de arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen of arbeidsomstandigheden ten minste op het niveau dat wettelijk is vereist en in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is;
- h. indien de vreemdeling een trainee-werknemer is, legt hij een trainee-overeenkomst over die verband houdt met de voorbereiding voor zijn toekomstige functie binnen de onderneming of groep van ondernemingen, met een beschrijving van het traineeprogramma waaruit blijkt dat het doel van het verblijf is de trainee-werknemer op te leiden voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfstechnieken en -methoden, de duur ervan en de wijze waarop tijdens de overplaatsing toezicht zal worden uitgeoefend op de trainee-werknemer;
- i. de gastentiteit is niet opgericht met als belangrijkste doel de binnenkomst van binnen een onderneming overgeplaatste personen te vergemakkelijken;
- j. Nederland is de lidstaat waar over het geheel genomen het langst durende verblijf tijdens de overplaatsing zal plaatsvinden;
- k. de vreemdeling heeft op het tijdstip van de aanvraag zijn hoofdverblijf buiten de Europese Unie;
- l. geen afwijzingsgrond uit artikel 16, eerste lid, onder a tot en met g, van de Wet is van toepassing.
De aanvraag kan worden afgewezen indien:
- a. aan de werkgever of de gastentiteit in de periode van maximaal vijf jaar direct voorafgaande aan de aanvraag een sanctie is opgelegd wegens overtreding van artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen of wegens het niet of onvoldoende afdragen van loonbelasting, premies voor de werknemersverzekeringen of premies voor de volksverzekeringen;
- b. geen economische activiteit plaatsvindt bij de werkgever of gastentiteit;
- c. de vreemdeling in de periode van zes maanden direct voorafgaande aan de aanvraag in Nederland heeft verbleven voor een eerdere overplaatsing binnen een onderneming in de zin van richtlijn 2014/66/EU die de maximumduur heeft bereikt van:
- 1°. drie jaar in geval van een leidinggevende of specialist; of
- 2°. een jaar in geval van een trainee-werknemer, met aftrek van eerder verblijf in andere lidstaten in geval van mobiliteit.
Het eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, d, f, g, i en l, en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een houder van een door een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven verblijfsvergunning met de vermelding «ICT» die in Nederland wil verblijven voor een overplaatsing binnen een onderneming in het kader van langetermijnmobiliteit in de zin van artikel 22 van richtlijn 2014/66/EU, met dien verstande dat de aanvraag niet wordt afgewezen op artikel 16, eerste lid, onder a, van de Wet. De aanvraag wordt slechts ingewilligd indien de vreemdeling zijn hoofdverblijf in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft. De aanvraag wordt afgewezen indien Nederland de lidstaat is waar over het geheel genomen het langst durende verblijf tijdens de overplaatsing zal plaatsvinden. De aanvraag wordt voorts afgewezen indien de gastentiteit gelijktijdig een kennisgeving voor kortetermijnmobiliteit heeft ingediend voor de vreemdeling.
Onze Minister besluit niet over de verlening, verlenging of intrekking van de verblijfsvergunning dan nadat hij advies heeft gevraagd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen omtrent de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met i, en de afwijzingsgronden, bedoeld in het tweede lid. Onze Minister is niet verplicht om advies te vragen indien de referent erkend is of indien de verblijfsvergunning wordt geweigerd of ingetrokken op grond van het eerste lid, onder j, k of l.
Afdeling 3. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Paragraaf 1. Verlening
Afdeling 4. Procedurele bepalingen
Subparagraaf 1. Besluit omtrent de toepassing van bijzondere procedurele bepalingen
Subparagraaf 1. Besluit omtrent de toepassing van bijzondere procedurele bepalingen
Subparagraaf 2. De procedure bij voorzienbare inwilliging
Afdeling 6. De status van langdurig ingezetene
Paragraaf 1. Verlening
Paragraaf 2. Intrekking
Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering
Afdeling 2. Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren
Afdeling 3. Verplichtingen in het kader van toezicht
Paragraaf 1. Kennisgeving van verandering van woon- of verblijfplaats en vertrek naar het buitenland
Paragraaf 4. Medisch onderzoek
Paragraaf 4. Medisch onderzoek
Paragraaf 8. Administratieplichten
Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting, overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring
Afdeling 1. Vertrek, uitzetting en overdracht
Afdeling 1. Vertrek, uitzetting en overdracht
Afdeling 3. Inreisverbod
Hoofdstuk 8. Algemene en strafbepalingen
Afdeling 1. Gegevensverstrekkingen
Afdeling 1. Gegevensverstrekkingen
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.6ba
Tot het moment waarop de beslissing op een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd of een eerste in Nederland ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onherroepelijk is geworden, kan ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd worden verleend onder een andere beperking dan voorzien in artikel 3.4, eerste lid, indien sprake is van een schrijnende situatie die gelegen is in een samenstel van bijzondere omstandigheden die de vreemdeling betreffen.
Het eerste lid is niet van toepassing, indien ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt verleend op grond van artikel 3.6, 3.6a of 3.6b.
Subparagraaf 4. Voorschriften
Subparagraaf 5. Verlening onder beperking
Afdeling 3. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Afdeling 5. De verblijfsvergunning asiel
Subparagraaf 1. Besluit omtrent de toepassing van bijzondere procedurele bepalingen
Afdeling 6. De status van langdurig ingezetene
Paragraaf 1. Verlening
Afdeling 2. Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren
Afdeling 3. Verplichtingen in het kader van toezicht
Paragraaf 7. Documenten en het stellen van zekerheid
Paragraaf 2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting, overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring
Afdeling 1. Vertrek, uitzetting en overdracht
Afdeling 3. Inreisverbod
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Afdeling 1. Gegevensverstrekkingen
Afdeling 2. Afwijking op grond van verdragen
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 2. EG/EER
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.108d
Nadat de vreemdeling in overeenstemming met het gestelde in artikel 3.108 te kennen heeft gegeven dat hij de aanvraag bedoeld in artikel 3.108c, eerste lid, wil indienen, neemt de aanmeldfase een aanvang.
Van de vreemdeling worden door Onze Minister een gezichtsopname en vingerafdrukken afgenomen en verwerkt. De vreemdeling verleent hieraan zijn medewerking.
Tijdens de aanmeldfase kan onderzoek plaatsvinden naar de identiteit, vingerafdrukken, nationaliteit en reisroute van de vreemdeling en naar de bij de vreemdeling aangetroffen of door hem overgelegde documenten en bescheiden.
Tijdens de aanmeldfase wordt de vreemdeling gevraagd naar een korte opgave van zijn asielmotieven. Het doel hiervan is een efficiënte behandeling van de aanvraag mogelijk te maken.
Bij de beoordeling van de inwilligbaarheid van de aanvraag zullen de door de vreemdeling tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen omtrent zijn asielmotieven niet worden betrokken, tenzij deze betrekking hebben op daden als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, andere zware strafbare feiten of relevant zijn in het kader van de bescherming van de nationale veiligheid.
De vreemdeling wordt tijdens de aanmeldfase door Onze Minister aan een aanmeldgehoor onderworpen. Gedurende het aanmeldgehoor kunnen onder meer vragen worden gesteld omtrent de identiteit, nationaliteit, etniciteit, religie, herkomst, reisroute, documenten, eventueel verblijf in lidstaten van de Europese Unie of derde landen, en de personalia en verblijfplaats van familieleden.
Indien de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd wordt behandeld in de grensprocedure, bedoeld in artikel 3.109b, of indien de vreemdeling rechtens zijn vrijheid is of wordt ontnomen op grond van artikel 59b van de Wet of op grond van een niet-vreemdelingrechtelijke titel, is dit artikel niet van toepassing. Wel zijn het vierde en het vijfde lid van overeenkomstige toepassing en wordt de vreemdeling voorafgaand aan het gehoor, bedoeld in artikel 3.113, eerste lid, onderworpen aan een aanmeldgehoor als bedoeld in het zesde lid.
Na afronding van het aanmeldgehoor eindigt de aanmeldfase. Een afschrift van het verslag van het aanmeldgehoor wordt aan de vreemdeling ter kennis gebracht. De vreemdeling wordt in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor.
Subparagraaf 3. Bijzondere vervolgprocedure
Afdeling 6. De status van langdurig ingezetene
Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering
Paragraaf 2. Algemene verplichtingen in het kader van de grensbewaking
Paragraaf 5. Aanmelding na binnenkomst in Nederland
Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Paragraaf 8. Administratieplichten
Hoofdstuk 6. Vertrek, uitzetting, overdracht, inreisverbod en ongewenstverklaring
Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting
Afdeling 2. Verhaal kosten van uitzetting
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 8. Algemene en strafbepalingen
Afdeling 1. Gegevensverstrekkingen
Paragraaf 2. EG/EER
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 5.8
Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opvangrichtlijn worden alleen in uitzonderlijke omstandigheden in bewaring gehouden. Alles wordt in het werk gesteld om de bewaring zo spoedig mogelijk op te heffen.
Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in het eerste lid, worden niet ondergebracht in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
Niet-begeleide minderjarigen als bedoeld in artikel 17 van de Terugkeerrichtlijn worden slechts in laatste instantie en voor een zo kort mogelijke periode in bewaring gesteld.
Niet-begeleide minderjarigen verblijven in aan hen toegewezen ruimten waar zij afgescheiden gehuisvest zijn van volwassenen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.
Afdeling 3. Inreisverbod
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Hoofdstuk 7. Rechtsmiddelen
Afdeling 2. Afwijking op grond van verdragen
Paragraaf 1. Benelux
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.23c
De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, wordt verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, aan de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel de ongehuwde partner van de langdurig ingezetene met de aantekening «voormalig houder van een Europese blauwe kaart», en het minderjarige kind van die echtgenoot, partner of houder van de Europese blauwe kaart, indien:
- a. dat kind, die echtgenoot of die partner in een andere staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegelaten als gezinslid van die houder van de Europese blauwe kaart;
- b. dat kind, die echtgenoot of die partner in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding of een gewaarmerkt afschrift daarvan;
- c. dat kind, die echtgenoot of die partner geen gevaar voor de openbare orde als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78 of de openbare veiligheid vormt; en
- d. de hoofdpersoon ten behoeve van het verblijf van dat kind, die echtgenoot of die partner een verklaring als bedoeld in artikel 2a, tweede lid, van de Wet heeft afgelegd.
De verblijfsvergunning bedoeld in het eerste lid wordt verleend, indien de langdurig ingezetene met de aantekening «voormalig houder van een Europese blauwe kaart»:
- a. zijn verblijfsrecht uitoefent als bedoeld in artikel 14 Richtlijn langdurig ingezetenen; en
- b. duurzaam en zelfstandig beschikt over voldoende middelen van bestaan als bedoeld in de artikelen 3.73 en 3.74, eerste lid, onder a.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder d, wordt de verblijfsvergunning eveneens verleend, indien:
- a. wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in Richtlijn (EU) 2021/1883, in welk geval Onze Minister de hoofdpersoon als referent aanwijst; of
- b. de hoofdpersoon bij wie de vreemdeling als gezinslid wil verblijven een Turkse werknemer is als bedoeld in artikelen 6 en 13 van Besluit 1/80 van de Associatieraad EEG-Turkije betreffende de ontwikkeling van de Associatie, in welk geval deze hoofdpersoon niet als referent wordt aangewezen.
Artikel 3.89ba
Indien Onze Minister voornemens is de Europese blauwe kaart in te trekken of de geldigheidsduur ervan niet te verlengen op grond van het niet nakomen door de werkgever van zijn wettelijke verplichtingen inzake sociale zekerheid, belasting, arbeidsrechten of -voorwaarden of op de grond dat de arbeid niet voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgelegd uit hoofde van het toepasselijke recht, in collectieve overeenkomsten of door praktijken in de relevante beroepssectoren voor hooggekwalificeerde banen, wordt het schriftelijk voornemen daartoe zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling toegezonden of uitgereikt.
Na de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van drie maanden een nieuwe baan te zoeken.
In afwijking van het tweede lid geldt een termijn van zes maanden wanneer de houder van de Europese blauwe kaart al ten minste twee jaar als houder van deze Europese blauwe kaart heeft gewerkt.
Paragraaf 2. Afwijzing van de aanvraag
Artikel 3.103ab
Indien Onze Minister besluit tot intrekking van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van een houder van een Europese blauwe kaart met de aantekening dat de vreemdeling internationale bescherming geniet door een andere lidstaat van de Europese Unie of een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur daarvan afwijst, verzoekt Onze Minister die staat te bevestigen of de vreemdeling aldaar nog steeds internationale bescherming geniet. In het bevestigend geval zet Onze Minister de vreemdeling uit naar die staat, onverminderd het toepasselijke Unierecht en het beginsel van de eenheid van het gezin.
In afwijking van het eerste lid en onverminderd de voor Nederland geldende internationale verplichtingen, kan Onze Minister de houder van de Europese blauwe kaart uitzetten naar een andere staat dan de lidstaat die de internationale bescherming heeft verleend, indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 21, tweede lid, van de Kwalificatierichtlijn.
Paragraaf 1a. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
Subparagraaf 1. Besluit omtrent de toepassing van bijzondere procedurele bepalingen
Subparagraaf 2. De procedure bij voorzienbare inwilliging
Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering
Afdeling 2. Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren
Paragraaf 1. Kennisgeving van verandering van woon- of verblijfplaats en vertrek naar het buitenland
Hoofdstuk 5. Vrijheidsbeperkende en vrijheidsontnemende maatregelen
Paragraaf 1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
Paragraaf 1. Vrijheidsbeperkende maatregelen
Afdeling 1. Vertrek, uitzetting en overdracht
Afdeling 4. Ongewenstverklaring
Afdeling 2. Afwijking op grond van verdragen
Paragraaf 2. EG/EER
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1.33
De nationale Etias-eenheid is ondergebracht bij de Koninklijke marechaussee.
Hoofdstuk 2. Toegang
Afdeling 1. Algemeen
Afdeling 2. Document voor grensoverschrijding
Afdeling 4. Middelen voor kosten van verblijf
Hoofdstuk 3. Verblijf
Afdeling 1. Rechtmatig verblijf
Afdeling 2. De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd regulier
Paragraaf 1. Verlening onder beperking en voorschriften
Subparagraaf 4. Voorschriften
Subparagraaf 5. Verlening onder beperking
Afdeling 4. Procedurele bepalingen
Subparagraaf 3. Bijzondere vervolgprocedure
Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering
Paragraaf 1. Voorzieningen in het belang van de grensbewaking
Afdeling 2. Toepassing van bevoegdheden van ambtenaren
Paragraaf 2. Het verstrekken van gegevens
Paragraaf 2. Vrijheidsontnemende maatregelen
Hoofdstuk 8. Algemene en strafbepalingen
Afdeling 2. Afwijking op grond van verdragen
Paragraaf 2. EG/EER
Paragraaf 3. Overige verdragen
Afdeling 3. Biometrische gegevens
Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage. bedoeld in artikel 8.7, eerste lid, onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)