Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-17
State In force
Source BWB
artikelen 88
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op de artikelen 1.5, 2.2, 2.5, 2.14, 3.10, 3.13, 3.16, 3.17, 3.20, 3.27, 3.48, 3.49, 3.63, 3.83, 3.86, 3.87, 3.104, 3.138, 3.140, 3.141, 3.143, 3.145, 3.152, 3.154, 4.7, 4.14, 4.51, 5.14,5.15, 5.17, 5.18, 6.8, 6.14, 6.15, 6.17, 6.23, 6.26, 6.37 en 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001,

Besluit:

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen (hoofdstuk 1 van de wet)

Artikel 1. Reikwijdte en definitie

2.

Deze regeling verstaat onder:

Artikel 2. In belangrijke mate onderhouden van kinderen

Een kind wordt in belangrijke mate op kosten van de ouder onderhouden indien de op de ouder drukkende bijdrage in de kosten van het onderhoud van het kind ten minste € 547 per kwartaal beloopt. De ouder wordt geacht een kind in belangrijke mate op zijn kosten te onderhouden indien hij voor het kind recht heeft op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming volgens een naar aard en strekking met de Algemene Kinderbijslagwet overeenkomende buitenlandse regeling.

Hoofdstuk 2. Raamwerk (hoofdstuk 2 van de wet)

Artikel 3. Woonplaatsfictie; aanwijzing mogendheid

Voor de toepassing van artikel 2.2, eerste lid, van de wet, worden, voorzover het niet gaat om lidstaten van de Europese Unie, als de in die bepaling bedoelde mogendheden aangewezen alle mogendheden waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen, waarvan de bepalingen van toepassing zijn.

Artikel 4. Tijdsevenredige vermindering heffingskorting

Bij de tijdsevenredige vermindering, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting wordt:

Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning (hoofdstuk 3 van de wet)

Artikel 5. Belastbare winst uit onderneming; verliezen uit de aanloopfase van een onderneming

Bij het bepalen van de winst van het eerste kalenderjaar als ondernemer komt mede in aftrek het totale bedrag van de kosten en lasten die zijn gemaakt in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren en die verband houden met het starten van de onderneming, voorzover:

Artikel 6. Belastbare winst uit onderneming; overige vrijstellingen; gedeeltelijke vrijstelling van bos en natuur

1.

Als regelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur of overeenkomsten die op die regelingen vooruitlopen als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel g, van de wet worden aangewezen:

2.

Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid, onderdelen a, g en h, bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 90% niet tot de winst. Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 100% niet tot de winst.

Artikel 7. Belastbare winst uit onderneming; van aftrek uitgesloten kosten ten behoeve van de belastingplichtige; werkkleding

Voor de toepassing van artikel 3.16, tweede lid, onderdeel c, van de wet wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om bij het behalen van de winst te dragen, slechts als werkkleding aangemerkt indien zij is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 cm2.

Artikel 8. Belastbare winst uit onderneming; in aftrek beperkte kosten ten behoeve van de belastingplichtige; verhuizing in kader van onderneming

1.

Voor de toepassing van artikel 3.17, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet verhuist de ondernemer in ieder geval in het kader van de onderneming ingeval hij binnen twee jaar na de verplaatsing van de onderneming door verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming met ten minste 60% verkleint terwijl tot die verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming ten minste 25 kilometer bedroeg.

2.

Onder afstand als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg.

Artikel 9. Belastbare winst uit onderneming; bijtelling privégebruik auto

De rittenregistratie, bedoeld in artikel 3.20 van de wet, bevat ten minste de volgende gegevens:

Artikel 10. Belastbare winst uit onderneming; loon- en prijswijzigingen na afloop jaar en betaling

Vervallen

Artikel 11. Aangewezen staten bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte

Voor de toepassing van de artikelen 3.55, tweede en vijfde lid, 3.56, tweede lid, 3.57, tweede lid, en 4.41, tweede en derde lid, van de wet en de artikelen 14, derde lid, en 14a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Artikel 12. Belastbare winst uit onderneming; scholingsaftrek; bijdragen aan een scholingsfonds

Vervallen

Artikel 13. Belastbare winst uit onderneming; delegatiebepaling scholingsaftrek; door ondernemer zelf verzorgde scholing

Vervallen

Artikel 13a. Belastbare winst uit onderneming; verkorting driejaarstermijn bij doorschuiving naar ondernemers of werknemers

1.

Aan de in artikel 3.63, vierde lid en vijfde lid, van de wet bedoelde termijn van 36 maanden wordt geacht te zijn voldaan indien zich na het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid.

2.

Het eerste lid is van toepassing indien de belastingplichtige:

Artikel 14. Belastbaar loon; pensioen in grensoverschrijdende situaties

(GERESERVEERD)

Artikel 15. Belastbaar loon; fietsaftrek

Vervallen

Artikel 16. Belastbaar loon; reisaftrek

1.

De openbaar-vervoerverklaring, bedoeld in artikel 3.87, negende lid van de wet, is gedagtekend en bevat ten minste de volgende gegevens:

2.

De verklaring, bedoeld in artikel 3.87, negende lid, van de wet (de reisverklaring) bevat ten minste de volgende gegevens:

Artikel 17. Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen; vrijstellingen publiekrechtelijke uitkeringen

1.

Als uitkeringen welke niet tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen behoren, bedoeld in artikel 3.104, onderdeel h, van de wet worden aangewezen:

2.

Als uitkeringen tot bestrijding van onderhoudskosten van thuiswonende gehandicapte kinderen, bedoeld in artikel 3.104, onderdeel i, van de wet, worden aangewezen: uitkeringen ingevolge de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen, zoals deze luidde op 31 december 2014.

3.

Als voorzieningen voor militaire oorlogs- of dienstslachtoffers die verband houden met invaliditeit als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel o, van de wet worden aangewezen: voorzieningen in de zin van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers.

4.

Als publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel p, van de wet worden aangewezen:

Artikel 17a. Aanvullende bepalingen met betrekking tot de eigenwoningreserve

Indien in de overeenkomst ter zake van de verwerving van een eigen woning, ten behoeve van de uitvoering van het woonbeleid van de rijksoverheid of een gemeente, een clausule is opgenomen op grond waarvan bij niet-nakoming van die clausule een bedrag verschuldigd is, kan bij de vervreemding van die woning het bedrag dat ter zake van het niet nakomen van de clausule is betaald in mindering worden gebracht op het vervreemdingssaldo eigen woning, bedoeld in artikel 3.119aa, eerste lid, van de wet.

Artikel 18. Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen; voorwaarden arbeidsongeschiktheid

Van langdurige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel a, van de wet is sprake indien:

Artikel 19. Uitgaven voor kinderopvang

Vervallen

Artikel 20. Uitgaven voor kinderopvang; voorwaarden

Vervallen

Artikel 21. Uitgaven voor kinderopvang; in aanmerking te nemen uitgaven

Vervallen

Artikel 22. Waardering niet in geld genoten inkomen; privé-gebruik auto

Vervallen

Artikel 23. Verliesverrekening; formalisering achterwaartse verliesverrekening

1.

Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 3.152, vijfde lid, van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden.

2.

Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen.

Artikel 24. Middeling

Vervallen

Artikel 24a. Beperking geldingsduur verklaring arbeidsrelatie

Vervallen

Artikel 24b. Beperking geldingsduur verklaring arbeidsrelatie

Vervallen

Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)

Artikel 25. Aanmerkelijk belang; soortbenadering; aandelen verkregen in het kader van een premiespaarregeling of spaarloonregeling

Vervallen

Artikel 26. Reguliere voordelen; forfaitair voordeel uit buitenlandse beleggingslichamen; aanwijzing effectenbeurzen

De ingevolge artikel 4.14, achtste lid, onderdeel a, van de wet aan te wijzen effectenbeurzen zijn de effectenbeurzen in de lidstaten van de Europese Gemeenschappen, alsmede de effectenbeurzen te Zürich, New York en Tokio.

Artikel 27. Verliesverrekening; formalisering achterwaartse verliesverrekening

1.

Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 4.51, vijfde lid, van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden.

2.

Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen.

Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)

Artikel 28. Reikwijdte en definities

1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt een fonds geacht aan het hoofdzakelijkheidscriterium te voldoen:

Artikel 29. Inhoud verzoek om aanwijzing als groenfonds en afhandeling verzoek

1.

Een verzoek om aanwijzing als fonds wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur onder overlegging van:

2.

Bij een verzoek om aanwijzing als fonds met een ingroeiperiode worden tevens overgelegd:

3.

De inspecteur beslist op het verzoek tot aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking.

4.

De aanwijzing vindt plaats met ingang van de datum waarop het verzoek is ingediend, dan wel met ingang van een latere datum indien daarom is verzocht.

5.

De inspecteur maakt het aanwijzen als een fonds op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien de inspecteur een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend.

Artikel 30. Nettopensioen; in aanmerking te nemen dienstjaren en pensioengevend loon

1.

Voor de bepaling van de perioden die voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen in aanmerking komen als dienstjaren is artikel 10a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 van overeenkomstige toepassing.

2.

Voor de bepaling van de loonbestanddelen die voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen in aanmerking komen als pensioengevend loon is artikel 10b van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 van overeenkomstige toepassing.

3.

In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid zijn de artikelen 1a en 11c tot en met 11f van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen ingeval sprake is van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, waaraan een belastingplichtige deelneemt of heeft deelgenomen anders dan als werknemer als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel 31. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal; beginnende ondernemer-rechtspersoon

Vervallen

Artikel 32. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal; voorwaarden geldlening

Vervallen

Artikel 33. Participatiemaatschappij; omvang en karakter van het vermogen, alsmede aanwijzing van de participatiemaatschappij en intrekking van de aanwijzing

Vervallen

Artikel 33a. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling culturele beleggingen

Vervallen

Artikel 33b. Aanwijzing prijscourant

Als prijscourant als bedoeld in artikel 5.21 van de wet wordt aangewezen de Officiële Prijscourant uitgegeven door Euronext Amsterdam N.V.

Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek

Artikel 34. Verliezen op geldleningen aan beginnende ondernemers; verliezen op beleggingen in durfkapitaal

Vervallen

Artikel 35. Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; beperkingen

Vervallen

Artikel 36. Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; omvang in aanmerking te nemen uitgaven

Vervallen

Artikel 37. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; dieetkosten

1.

De extra kosten van een op voorschrift van een arts of een diëtist gehouden dieet als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel g, en achtste lid, van de wet, worden bepaald aan de hand van de navolgende tabel:

Voor het dieet bij het ziektebeeld en de aandoening Voor het dieet bij het ziektebeeld en de aandoening op welk dieet de in deze kolom genoemde typering van toepassing is bedragen de extra uitgaven
Algemene symptomen groeiachterstand bij kinderen energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
Algemene symptomen groeiachterstand bij kinderen energieverrijkt € 850
Algemene symptomen ondervoeding energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
Algemene symptomen ondervoeding energieverrijkt € 850
Algemene symptomen eiwitverrijkt € 400
Algemene symptomen decubitus energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
eiwitverrijkt € 400
Infectieziekten aids energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
Luchtwegen chronische obstructieve longziekten (COPD) energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
energieverrijkt € 850
Maag-, darm- en leverziek- ten dumpingsyndroom lactosebeperkt/lactosevrij € 250
Maag-, darm- en leverziek- ten Chronische pancreatitis energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
Maag-, darm- en leverziek- ten cystic fibrosis energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
Maag-, darm- en leverziek- ten cystic fibrosis energieverrijkt € 850
Maag-, darm- en leverziek- ten coeliakie, ziekte van Dühring en glutenintole- rantie glutenvrij € 900
Maag-, darm- en leverziek- ten coeliakie, ziekte van Dühring en glutenintole- rantie glutenvrij in combinatie met lactosebeperkt/lactosevrij € 1.100
Maag-, darm- en leverziek- ten short bowel syndroom energieverrijkt in combinatie met MCT-vetverrijkt € 2.900
Maag-, darm- en leverziek- ten prikkelbaredarm-syndroom fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen beperkt (FODMAP) € 1.200
Maag-, darm- en leverziek- ten lactose-intolerantie lactosebeperkt/lactosevrij € 250
Maag-, darm- en leverziek- ten levercirrose met complica- ties eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt € 450
Maag-, darm- en leverziek- ten overige energieverrijkt € 850
energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt € 1.050
energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt en lactosebeperkt/lactosevrij € 1.100
Metabole ziekten hypercholesterolemie fyto/plantensterolenverrijkt bij verzadigd vetbeperkt € 150
Metabole ziekten vetstofwisselings-stoornis vetbeperkt in combinatie met MCT-vetverrijkt € 1.250
Metabole ziekten galactosemie galactosebeperkt/galactosevrij € 250
accharase isomaltase deficiëntie sucrosebeperkt in combinatie met (iso)maltosebeperkt € 200
eiwitstofwisselings- stoornis (zoals PKU en hyperlysinemie) sterk eiwitbeperkt € 4.100
glycogeenstapelings- ziekte sucrosebeperkt, fructosebeperkt, lactosebeperkt en vetbeperkt € 350
insulineresistentie sterk koolhydraatbeperkt zonder energie- beperking € 600
Sitosterolemie sito-/fytosterolenbeperkt € 1.600
Ziekte van Refsum, AMACR deficiëntie, Rhizomele chondrodysplacia punctata (RCDP) fystaanzuur-/pristaanzuurbeperkt € 150
Nierziekten chronische nierinsufficiën- tie met hemodialyse/ peritoneale dialyse eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt € 450
Nierziekten nefrotisch syndroom sterk zoutbeperkt € 50
Oncologie oncologie energieverrijkt in combinatie met eiwitver- rijkt € 1.050
energieverrijkt € 850
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij € 250
Overige voedselovergevoelig- heid kippenei-eiwitvrij € 150
Overige voedselovergevoelig- heid lactosebeperkt/lactosevrij € 250
Overige voedselovergevoelig- heid tarwevrij € 900
Overige voedselovergevoelig- heid tarwevrij in combinatie met kippenei- eiwitvrij € 1.000
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij € 300
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij in combinatie met soja-eiwitvrij € 550
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij en soja-eiwitvrij € 700
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij, soja-eiwitvrij en tarwevrij € 1.500
Overige voedselovergevoelig- heid koemelkeiwitvrij in combinatie met glutenvrij en al dan niet tarwevrij € 1.050
Overige brandwonden energieverrijkt in combinatie met eiwitver- rijkt € 1.050
lymfelekkage eiwitverrijkt in combinatie met sterk (LCT-)vetbeperkt en MCT-vetverrijkt € 1.350
epilepsie sterk koolhydraatbeperkt in combinatie met eiwitbeperkt en vetverrijkt € 350

Voor overige diëten worden de extra kosten gesteld op nihil.

2.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

3.

Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor:

4.

Ingeval extra uitgaven voor een op voorschrift van een arts of diëtist gehouden dieet niet gedurende het gehele kalenderjaar worden gedaan, worden de met toepassing van het eerste lid bepaalde bedragen naar tijdsgelang herrekend.

5.

Een voorschrift als bedoeld in artikel 6.17, negende lid, van de wet bevat ten minste:

Artikel 38. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; extra kleding en beddengoed alsmede daarmee samenhangende extra uitgaven

1.

Uitgaven voor extra kleding en beddengoed alsmede daarmee samenhangende extra uitgaven als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel h, van de wet worden in aanmerking genomen voor een bedrag van € 330 dan wel, indien blijkt dat die uitgaven € 660 te boven gaan, voor een bedrag van € 825, indien:

2.

Ingeval aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet gedurende het gehele kalenderjaar is voldaan, wordt dat lid naar tijdsgelang toegepast.

Artikel 39. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; paramedici met directe toegang

1.

Als paramedicus als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, van de wet wordt aangewezen de persoon die bevoegd is tot het voeren van de titel:

2.

Een verklaring als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, van de wet bevat ten minste:

Artikel 40. Weekenduitgaven voor gehandicapten; het in aanmerking te nemen bedrag

1.

De ingevolge artikel 6.26 van de wet bedoelde weekenduitgaven voor gehandicapten worden gesteld op:

Dagen van verzorging van de gehandicapte door de belastingplichtige zijn de dagen waarop de gehandicapte bij de belastingplichtige verblijft, met inbegrip van de dagen waarop de gehandicapte wordt gehaald of gebracht.

2.

Indien zowel de belastingplichtige als zijn partner weekenduitgaven voor een gehandicapte in aanmerking nemen, wordt het voor die gehandicapte in aanmerking te nemen bedrag gesteld op de helft van het volgens het eerste lid, onderdelen a en b, berekende bedrag, zonodig naar boven af te ronden op een geheel getal.

Artikel 41. Aftrekbare giften; voorwaarden akte van schenking

In de akte van schenking, bedoeld in artikel 6.38 van de wet, worden ten minste de volgende gegevens vermeld:

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 42. Belastbaar inkomen uit werk en woning

(GERESERVEERD)

Artikel 43. Belastbaar inkomen uit werk en woning

(GERESERVEERD)

Artikel 44. Belastbaar inkomen uit werk en woning

(GERESERVEERD)

Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek

Artikel 44a. Bijzondere verhoging heffingskorting voor niet inwoners; aanwijzing mogendheid

Vervallen

Artikel 44b. Inkomensafhankelijke combinatiekorting voor co-ouders

Vervallen

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 45. Termijn voor het doen van niet-verplichte aangifte

1.

De aangifte, bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt gedaan binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar.

2.

Indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een uitnodiging tot het doen van aangifte is uitgereikt of toegezonden, hetzij de inspecteur is verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, wordt die termijn verlengd tot het einde van de door de inspecteur ingevolge artikel 9, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gestelde of verleende termijn.

Artikel 45a. Voorheffingen; vaststelling hoogte van bedrag aan te verrekenen loonbelasting ingevolge compensatieregeling uit verdragen met België en Duitsland

1.

Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 1, van het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel a, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel 27, paragraaf 1, van dat verdrag bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven.

2.

Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel XII van het protocol bij het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel b, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel XII van dat protocol bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven.

3.

Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 2, van het in het eerste lid bedoelde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien de in artikel 27, paragraaf 2, van dat verdrag bedoelde beloningen uitsluitend in Nederland zouden zijn belast, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting, waarop zijn partner recht zou hebben gehad indien uitsluitend in Nederland over de bedoelde beloningen belasting zou zijn geheven.

4.

De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde verminderingen zijn niet van toepassing voorzover de partner van de belastingplichtige:

Hoofdstuk 8. Heffingskorting

Artikel 46. Guldensbedragen

Wijzigt deze regeling.

Artikel 47. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 48. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 2a. Ingegane lijfrenten waarvan de termijnen niet in geldeenheden, maar in units zijn vastgesteld

1.

Een aanspraak op periodieke uitkeringen waarvan de uitkeringen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de uitkeringen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld, wordt op grond van artikel 1.7, derde lid, van de wet gelijkgesteld met een aanspraak op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen indien wordt voldaan aan de hierna opgenomen regels.

2.

Met betrekking tot de uitkeringen en de administratieve vormgeving daarvan gelden de volgende regels:

3.

Met betrekking tot de tariefgrondslagen voor het berekenen van de uitkeringen gelden de volgende regels:

4.

Jaarlijks verwerkt de verzekeraar, overeenkomstig de bij lijfrenteverzekeringen met uitkeringen in euro’s te hanteren handelwijze, de actuariële gevolgen van de op de ingangsdatum veronderstelde tariefgrondslagen in de administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden en in de administratie van de beleggingswaarde zelf.

5.

Met betrekking tot de peildatum en de periode van vaststellen van de uitkeringen in euro’s gelden de volgende regels:

6.

Met betrekking tot meeverzekerde nabestaandenlijfrenten en tot de wijze van rekening houden met het overlijden van verzekerden gelden de volgende regels:

Hoofdstuk 2. Raamwerk (hoofdstuk 2 van de wet)

Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning (hoofdstuk 3 van de wet)

Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)

Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)

Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek

Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 45b

Vóór 1 januari 2005 vastgestelde lijfrenten die niet in geldeenheden luiden:

Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 11 van de wet)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 9a. Constatering van het niet afgenomen zijn van de netto-tonnage van bepaalde schepen

Met betrekking tot het kalenderjaar 2026 wordt voor de toepassing van artikel 3.22, zesde lid, onderdeel c, van de wet in samenhang met artikel 3.22, tiende lid, van de wet vastgesteld dat op landelijk niveau de netto-tonnage van kwalificerende schepen die de vlag voeren van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als percentage van de netto-tonnage van kwalificerende schepen in de periode 2022 tot en met 2024 ten opzichte van de periode 2021 tot en met 2023 niet is afgenomen.

Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)

Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)

Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Artikel 44c. Bedrag ouderschapsverlofkorting

Vervallen

Artikel 44d. Verklaring ouderschapsverlof

Vervallen

Hoofdstuk 10. Overgangsrecht

Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 40a. Scholingsuitgaven; afgifte EVC-verklaringen

De verklaring, bedoeld in artikel 6.27, tweede lid, van de wet, wordt afgegeven door de door de Stichting van de Arbeid in dat kader benoemde uitvoeringsorganisatie.

Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek

Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)

Hoofdstuk 8. Heffingskorting

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 41a. Aftrekbare giften in natura; voorwaarden taxatierapport

1.

Het taxatierapport, bedoeld in de artikelen 6.38, tweede lid, en 6.39, tweede lid, van de wet, bevat de uitkomsten van een taxatie die is uitgevoerd door een onafhankelijke taxateur die is ingeschreven in een register dat tot doel heeft zijn deskundigheid te waarborgen.

2.

De taxatie heeft niet meer dan drie maanden voor het moment van schenking alsmede niet meer dan zes maanden na het moment van schenking plaatsgevonden.

3.

Het taxatierapport bevat ten minste de volgende gegevens:

Artikel 41b. Aftrekbare giften in natura; voorwaarden factuur

1.

De factuur, bedoeld in de artikelen 6.38, tweede lid, en 6.39, tweede lid, van de wet, is niet meer dan drie maanden voorafgaand aan het moment van schenking uitgereikt.

2.

De factuur bevat de waarde in het economische verkeer zoals die door onafhankelijke partijen is of zou zijn overeengekomen.

3.

De factuur bevat voorts een vermelding van ten minste de volgende gegevens:

Artikel 41c. Bij één beschikking meer instellingen aanmerken

Vervallen

Hoofdstuk 10. Overgangsrecht

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 41d. Aangewezen mogendheden buiten de EU, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden

Vervallen

Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)

Hoofdstuk 8. Heffingskorting

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst

Artikel 2b. Ingegane lijfrenterekeningtermijnen of lijfrentebeleggingsrechttermijnen waarvan de omvang niet in geldeenheden, maar in units is vastgesteld

1.

Een aanspraak op termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde en zesde lid, van de wet waarvan de termijnen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de termijnen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld, wordt op grond van artikel 3.126a, zevende lid, in verbinding met artikel 1.7, derde lid, van de wet gelijkgesteld met een aanspraak op vaste en gelijkmatige termijnen indien wordt voldaan aan de hierna opgenomen regels.

2.

Met betrekking tot de termijnen en de administratieve vormgeving daarvan gelden de volgende regels:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)