Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Handelende na overleg met de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op de artikelen 1.5, 2.2, 2.5, 2.14, 3.10, 3.13, 3.16, 3.17, 3.20, 3.27, 3.48, 3.49, 3.63, 3.83, 3.86, 3.87, 3.104, 3.138, 3.140, 3.141, 3.143, 3.145, 3.152, 3.154, 4.7, 4.14, 4.51, 5.14,5.15, 5.17, 5.18, 6.8, 6.14, 6.15, 6.17, 6.23, 6.26, 6.37 en 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001,
Besluit:
Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen (hoofdstuk 1 van de wet)
Artikel 1. Reikwijdte en definitie
Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1.5, 1.7, 2.2, 2.14a, 3.10, 3.13, 3.16, 3.17, 3.20, 3.22, 3.55, 3.56, 3.57, 3.63, 3.83, 3.87, 3.104, 3.119aa, 3.119c, 3.119e, 3.119g, 3.133, 3.138, 3.152, 4.14, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.41, 4.51, 5.14, 6.17, 6.18, 6.26, 6.38, 6.39, 7.2, 9.2, 9.4, 9.5a, 9.6, 10bis.1, 10bis.5 en 10a.9 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de artikelen 14 en 14a van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001.
Deze regeling verstaat onder:
- a. wet: Wet inkomstenbelasting 2001;
- b. inhoudingsplichtige: de inhoudingsplichtige als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964;
- c. openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling met een auto, bus, trein, tram, metro, veerpont of een via een geleidesysteem voortbewogen voertuig.
Artikel 2. In belangrijke mate onderhouden van kinderen
Een kind wordt in belangrijke mate op kosten van de ouder onderhouden indien de op de ouder drukkende bijdrage in de kosten van het onderhoud van het kind ten minste € 547 per kwartaal beloopt. De ouder wordt geacht een kind in belangrijke mate op zijn kosten te onderhouden indien hij voor het kind recht heeft op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming volgens een naar aard en strekking met de Algemene Kinderbijslagwet overeenkomende buitenlandse regeling.
Hoofdstuk 2. Raamwerk (hoofdstuk 2 van de wet)
Artikel 3. Woonplaatsfictie; aanwijzing mogendheid
Voor de toepassing van artikel 2.2, eerste lid, van de wet, worden, voorzover het niet gaat om lidstaten van de Europese Unie, als de in die bepaling bedoelde mogendheden aangewezen alle mogendheden waarmee Nederland een regeling ter voorkoming van dubbele belasting is overeengekomen, waarvan de bepalingen van toepassing zijn.
Artikel 4. Tijdsevenredige vermindering heffingskorting
Bij de tijdsevenredige vermindering, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, van de wet, van de heffingskorting voor de inkomstenbelasting wordt:
- a. een kalenderjaar op 360 dagen gesteld;
- b. een kalendermaand op 30 dagen gesteld;
- c. de dag waarop het tijdvak aanvangt als een gehele dag in aanmerking genomen;
- d. de dag waarop het tijdvak eindigt niet in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning (hoofdstuk 3 van de wet)
Artikel 5. Belastbare winst uit onderneming; verliezen uit de aanloopfase van een onderneming
Bij het bepalen van de winst van het eerste kalenderjaar als ondernemer komt mede in aftrek het totale bedrag van de kosten en lasten die zijn gemaakt in de vijf daaraan voorafgaande kalenderjaren en die verband houden met het starten van de onderneming, voorzover:
- a. er in die periode geen opbrengsten tegenover hebben gestaan en
- b. zij niet ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning kunnen of konden worden gebracht.
Artikel 6. Belastbare winst uit onderneming; overige vrijstellingen; gedeeltelijke vrijstelling van bos en natuur
Als regelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur of overeenkomsten die op die regelingen vooruitlopen als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel g, van de wet worden aangewezen:
- a. de Tijdelijke regeling particulier natuurbeheer zoals die luidde tot 1 januari 2000;
- b. de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 zoals die luidde tot 1 januari 2007;
- c. de Subsidieregeling natuurbeheer van de onderscheiden provincies;
- d. de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies, voor zover betrekking hebbende op de subsidie natuurbeheer, bedoeld in artikel 3.1 van die verordening, en de subsidie landschapsbeheer, bedoeld in artikel 5.1.1.1 van die verordening;
- e. de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap van de onderscheiden provincies, voor zover betrekking hebbende op de investeringssubsidie, bedoeld in artikel 8, eerste, derde en vierde lid, van die regeling, en de subsidie functieverandering, bedoeld in artikel 15 van die regeling;
- f. de Subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies, voor zover betrekking hebbende op de subsidie natuur- en landschapsbeheer, bedoeld in artikel 2.2 van die regeling;
- g. de overeenkomsten met het Bureau Beheer Landbouwgronden:
- 1°. met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer: 005/9001 van 29 mei 1996;
- 2°. met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer: 008/9001 van 30 mei 1996;
- 3°. met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer: 004/9001 van 27 oktober 1997;
- 4°. met het door de Dienst Landelijk Gebied toegekende nummer: 003/9001 van 15 december 1997;
- h. de beschikkingen van de Minister van Economische Zaken van 18 april 1998 met de beschikkingnummers kaderwet/pnb/01, kaderwet/pnb/02 en kaderwet/pnb/03.
Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid, onderdelen a, g en h, bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 90% niet tot de winst. Van de voordelen die worden genoten op grond van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, bedoelde regelingen en overeenkomsten behoort 100% niet tot de winst.
Artikel 7. Belastbare winst uit onderneming; van aftrek uitgesloten kosten ten behoeve van de belastingplichtige; werkkleding
Voor de toepassing van artikel 3.16, tweede lid, onderdeel c, van de wet wordt kleding die niet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om bij het behalen van de winst te dragen, slechts als werkkleding aangemerkt indien zij is voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de onderneming gebonden beeldmerken met een oppervlakte van tezamen ten minste 70 cm2.
Artikel 8. Belastbare winst uit onderneming; in aftrek beperkte kosten ten behoeve van de belastingplichtige; verhuizing in kader van onderneming
Voor de toepassing van artikel 3.17, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet verhuist de ondernemer in ieder geval in het kader van de onderneming ingeval hij binnen twee jaar na de verplaatsing van de onderneming door verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming met ten minste 60% verkleint terwijl tot die verhuizing de afstand tussen zijn woning en de vestigingsplaats van de onderneming ten minste 25 kilometer bedroeg.
Onder afstand als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de afstand gemeten langs de meest gebruikelijke weg.
Artikel 9. Belastbare winst uit onderneming; bijtelling privégebruik auto
De rittenregistratie, bedoeld in artikel 3.20 van de wet, bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. merk, type en kenteken van de auto;
- b. periode van terbeschikkingstelling van de auto;
- c. per rit: 1°. datum; 2°. beginstand en eindstand van de kilometerteller; 3°. beginadres en eindadres; 4°. de gereden route indien deze afwijkt van de meest gebruikelijke; 5°. het karakter van de rit.
Artikel 10. Belastbare winst uit onderneming; loon- en prijswijzigingen na afloop jaar en betaling
Vervallen
Artikel 11. Aangewezen staten bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
Voor de toepassing van de artikelen 3.55, tweede en vijfde lid, 3.56, tweede lid, 3.57, tweede lid, en 4.41, tweede en derde lid, van de wet en de artikelen 14, derde lid, en 14a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 worden van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen: IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.
Artikel 12. Belastbare winst uit onderneming; scholingsaftrek; bijdragen aan een scholingsfonds
Vervallen
Artikel 13. Belastbare winst uit onderneming; delegatiebepaling scholingsaftrek; door ondernemer zelf verzorgde scholing
Vervallen
Artikel 13a. Belastbare winst uit onderneming; verkorting driejaarstermijn bij doorschuiving naar ondernemers of werknemers
Aan de in artikel 3.63, vierde lid en vijfde lid, van de wet bedoelde termijn van 36 maanden wordt geacht te zijn voldaan indien zich na het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking een omstandigheid voordoet als bedoeld in het tweede lid.
Het eerste lid is van toepassing indien de belastingplichtige:
- a. door ziekte of gebreken gedurende ten minste één jaar niet in staat is, of vermoedelijk niet in staat zal zijn, om ten minste 55% te verdienen van wat lichamelijk en geestelijk gezonde personen die overigens in gelijke omstandigheden verkeren, kunnen verdienen;
- b. in staat van faillissement wordt verklaard;
- c. surséance van betaling heeft aangevraagd;
- d. onder curatele wordt gesteld;
- e. vóór het aangaan van het samenwerkingsverband respectievelijk de dienstbetrekking met degene die de onderneming gaat voortzetten nog wel, maar vanaf enig moment daarna niet meer kan kiezen voor kwalificatie als partner van de voortzetter, of
- f. overlijdt en de onderneming spoedig daarna aan de in artikel 3.63, vierde lid respectievelijk vijfde lid, van de wet, bedoelde voortzetter wordt overgedragen.
Artikel 14. Belastbaar loon; pensioen in grensoverschrijdende situaties
(GERESERVEERD)
Artikel 15. Belastbaar loon; fietsaftrek
Vervallen
Artikel 16. Belastbaar loon; reisaftrek
De openbaar-vervoerverklaring, bedoeld in artikel 3.87, negende lid van de wet, is gedagtekend en bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de belastingplichtige;
- b. de route waarvoor de plaatsbewijzen geldig zijn;
- c. het tijdvak van geldigheid van de plaatsbewijzen.
De verklaring, bedoeld in artikel 3.87, negende lid, van de wet (de reisverklaring) bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. naam en adres van de inhoudingsplichtige;
- b. naam en adres van de belastingplichtige;
- c. een door de inhoudingsplichtige ondertekende verklaring, die vermeldt het aantal dagen per week dat de belastingplichtige met het openbaar vervoer naar de plaats of plaatsen van werkzaamheden heeft gereisd.
Artikel 17. Belastbare periodieke uitkeringen en verstrekkingen; vrijstellingen publiekrechtelijke uitkeringen
Als uitkeringen welke niet tot de inkomsten in de vorm van bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen behoren, bedoeld in artikel 3.104, onderdeel h, van de wet worden aangewezen:
- a. uitkeringen ingevolge de Wet op de huurtoeslag;
- b. uitkeringen ingevolge de Wet bevordering eigenwoningbezit;
- c. uitkeringen ingevolge de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
- d. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Regeling opvang asielzoekers;
- e. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005;
- f. uitkeringen en verstrekkingen ingevolge de Regeling opvang ontheemden Oekraïne;
- g. inkomensondersteunende uitkeringen ingevolge artikel 108, eerste lid, van de Gemeentewet, die overeenkomen met bijstand ter bestrijding van bepaalde noodzakelijke kosten.
Als uitkeringen tot bestrijding van onderhoudskosten van thuiswonende gehandicapte kinderen, bedoeld in artikel 3.104, onderdeel i, van de wet, worden aangewezen: uitkeringen ingevolge de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen, zoals deze luidde op 31 december 2014.
Als voorzieningen voor militaire oorlogs- of dienstslachtoffers die verband houden met invaliditeit als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel o, van de wet worden aangewezen: voorzieningen in de zin van de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers.
Als publiekrechtelijke uitkeringen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 3.104, onderdeel p, van de wet worden aangewezen:
- a. voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
- b. voorzieningen als bedoeld in artikel 2:22, tweede en derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- c. vergoedingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit alsmede voorzieningen als bedoeld in de artikelen 13, eerste en tweede lid, 14, eerste lid, en 15a, eerste lid, van dat besluit;
- d. voorzieningen als bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, en 8 van het Uitvoeringsbesluit onderwijsvoorzieningen voor jongeren met een handicap;
- e. voorzieningen als bedoeld in artikel 30a, vierde tot en met negende lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, artikel 26, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en artikel 2:18 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
- f. vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 19a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet overige OCW-subsidies.
Artikel 17a. Aanvullende bepalingen met betrekking tot de eigenwoningreserve
Indien in de overeenkomst ter zake van de verwerving van een eigen woning, ten behoeve van de uitvoering van het woonbeleid van de rijksoverheid of een gemeente, een clausule is opgenomen op grond waarvan bij niet-nakoming van die clausule een bedrag verschuldigd is, kan bij de vervreemding van die woning het bedrag dat ter zake van het niet nakomen van de clausule is betaald in mindering worden gebracht op het vervreemdingssaldo eigen woning, bedoeld in artikel 3.119aa, eerste lid, van de wet.
Artikel 18. Negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen; voorwaarden arbeidsongeschiktheid
Van langdurige arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 3.133, negende lid, onderdeel a, van de wet is sprake indien:
- a. uit een recente verklaring van een arts blijkt dat de belastingplichtige door ziekte of gebreken op het moment waarop de verklaring is afgegeven niet in staat is volledig de werkzaamheden te verrichten waarmee vóór het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid het inkomen hoofdzakelijk werd verdiend en hiertoe vermoedelijk in de twaalf maanden na de afgifte van de verklaring ook niet in staat zal zijn, of
- b. aannemelijk is dat de belastingplichtige periodieke uitkeringen van privaat- of publiekrechtelijke aard wegens arbeidsongeschiktheid ontvangt of gaat ontvangen.
Artikel 19. Uitgaven voor kinderopvang
Vervallen
Artikel 20. Uitgaven voor kinderopvang; voorwaarden
Vervallen
Artikel 21. Uitgaven voor kinderopvang; in aanmerking te nemen uitgaven
Vervallen
Artikel 22. Waardering niet in geld genoten inkomen; privé-gebruik auto
Vervallen
Artikel 23. Verliesverrekening; formalisering achterwaartse verliesverrekening
Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 3.152, vijfde lid, van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden.
Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen.
Artikel 24. Middeling
Vervallen
Artikel 24a. Beperking geldingsduur verklaring arbeidsrelatie
Vervallen
Artikel 24b. Beperking geldingsduur verklaring arbeidsrelatie
Vervallen
Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)
Artikel 25. Aanmerkelijk belang; soortbenadering; aandelen verkregen in het kader van een premiespaarregeling of spaarloonregeling
Vervallen
Artikel 26. Reguliere voordelen; forfaitair voordeel uit buitenlandse beleggingslichamen; aanwijzing effectenbeurzen
De ingevolge artikel 4.14, achtste lid, onderdeel a, van de wet aan te wijzen effectenbeurzen zijn de effectenbeurzen in de lidstaten van de Europese Gemeenschappen, alsmede de effectenbeurzen te Zürich, New York en Tokio.
Artikel 27. Verliesverrekening; formalisering achterwaartse verliesverrekening
Een voorlopige verliesverrekening als bedoeld in artikel 4.51, vijfde lid, van de wet kan worden verleend indien het verlies over een kalenderjaar wordt aangegeven door de in de uitnodiging tot het doen van aangifte gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en te ondertekenen en de gevraagde bescheiden of andere gegevensdragers in te leveren of toe te zenden.
Bij de berekening van de voorlopige verliesverrekening wordt het vermoedelijke verlies voor 80 percent in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)
Artikel 28. Reikwijdte en definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- a. project: groenproject, zijnde een project waarvoor ingevolge de Regeling groenprojecten 2016, de Regeling groenprojecten buitenland 2002 dan wel de Regeling groenprojecten Nederlandse Antillen en Aruba 2002 een verklaring als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, van de wet is afgegeven;
- b. fonds: groenfonds, zijnde een bank, een onderdeel van een bank of een beleggingsinstelling die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.14, tweede lid, van de wet en die door de inspecteur ingevolge artikel 5.14, eerste lid, van de wet is aangewezen;
- c. hoofdzakelijkheidscriterium: de voorwaarde inzake hoofdzakelijk als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de wet;
- d. aanloopperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vierde lid, van de wet;
- e. ingroeiperiode: de periode, bedoeld in artikel 5.14, vijfde lid, van de wet.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, wordt een fonds geacht aan het hoofdzakelijkheidscriterium te voldoen:
- a. indien het fonds een bank of een onderdeel van een bank is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect verstrekken van kredieten ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, of het direct of indirect beleggen van vermogen in dergelijke projecten en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan;
- b. indien het fonds een beleggingsinstelling is: zolang ten minste 70% van de groene beleggingen, bedoeld in artikel 5.14 van de wet, van het fonds is aangewend voor het direct of indirect beleggen van vermogen ten behoeve van projecten in het belang van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos, en de accountant van het fonds jaarlijks een goedkeurende verklaring afgeeft dat aan het hoofzakelijkheidscriterium is voldaan.
Artikel 29. Inhoud verzoek om aanwijzing als groenfonds en afhandeling verzoek
Een verzoek om aanwijzing als fonds wordt schriftelijk gedaan bij de inspecteur onder overlegging van:
- a. de statuten van het fonds, dan wel productvoorwaarden als sprake is van een onderdeel van een bank;
- b. een afschrift van de inschrijving van het fonds, dan wel van de bank als het fonds een onderdeel is van die bank in het register, bedoeld in artikel 1:107 van de Wet op het financieel toezicht, dan wel, ingeval artikel 3:2, eerste lid, onderdeel c, van die wet van toepassing is, een afschrift van de in dat lid bedoelde bankgarantie van het fonds, dan wel van de bank als het fonds een onderdeel is van die bank; en
- c. een opgave van de feitelijke werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden van het fonds.
Bij een verzoek om aanwijzing als fonds met een ingroeiperiode worden tevens overgelegd:
- a. een ingroeiplan op grond waarvan het aannemelijk is dat binnen drie maanden na de aanwijzing ten minste 30 percent van het vermogen van het fonds is belegd in projecten dan wel bestaat uit kredieten ten behoeve van projecten;
- b. een ingroeischema op grond waarvan het aannemelijk is dat uiterlijk twee jaren na de aanwijzing ten minste 70 percent van het vermogen van het fonds is belegd in projecten dan wel bestaat uit kredieten ten behoeve van projecten.
De inspecteur beslist op het verzoek tot aanwijzing bij voor bezwaar vatbare beschikking.
De aanwijzing vindt plaats met ingang van de datum waarop het verzoek is ingediend, dan wel met ingang van een latere datum indien daarom is verzocht.
De inspecteur maakt het aanwijzen als een fonds op een daartoe geschikte wijze publiek bekend. Indien de inspecteur een aanwijzing intrekt, maakt hij die intrekking ook op een daartoe geschikte wijze publiek bekend.
Artikel 30. Nettopensioen; in aanmerking te nemen dienstjaren en pensioengevend loon
Voor de bepaling van de perioden die voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen in aanmerking komen als dienstjaren is artikel 10a van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 van overeenkomstige toepassing.
Voor de bepaling van de loonbestanddelen die voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen in aanmerking komen als pensioengevend loon is artikel 10b van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 van overeenkomstige toepassing.
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid zijn de artikelen 1a en 11c tot en met 11f van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing voor de toepassing van afdeling 5.3B van de wet en de daarop berustende bepalingen ingeval sprake is van een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, van de wet, waaraan een belastingplichtige deelneemt of heeft deelgenomen anders dan als werknemer als bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964.
Artikel 31. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal; beginnende ondernemer-rechtspersoon
Vervallen
Artikel 32. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling directe beleggingen in durfkapitaal; voorwaarden geldlening
Vervallen
Artikel 33. Participatiemaatschappij; omvang en karakter van het vermogen, alsmede aanwijzing van de participatiemaatschappij en intrekking van de aanwijzing
Vervallen
Artikel 33a. Beleggingen in durfkapitaal; vrijstelling culturele beleggingen
Vervallen
Artikel 33b. Aanwijzing prijscourant
Als prijscourant als bedoeld in artikel 5.21 van de wet wordt aangewezen de Officiële Prijscourant uitgegeven door Euronext Amsterdam N.V.
Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
Artikel 34. Verliezen op geldleningen aan beginnende ondernemers; verliezen op beleggingen in durfkapitaal
Vervallen
Artikel 35. Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; beperkingen
Vervallen
Artikel 36. Uitgaven voor levensonderhoud van kinderen; omvang in aanmerking te nemen uitgaven
Vervallen
Artikel 37. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; dieetkosten
De extra kosten van een op voorschrift van een arts of een diëtist gehouden dieet als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel g, en achtste lid, van de wet, worden bepaald aan de hand van de navolgende tabel:
| Voor het dieet bij het ziektebeeld en de aandoening | Voor het dieet bij het ziektebeeld en de aandoening | op welk dieet de in deze kolom genoemde typering van toepassing is | bedragen de extra uitgaven |
|---|---|---|---|
| Algemene symptomen | groeiachterstand bij kinderen | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| Algemene symptomen | groeiachterstand bij kinderen | energieverrijkt | € 850 |
| Algemene symptomen | ondervoeding | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| Algemene symptomen | ondervoeding | energieverrijkt | € 850 |
| Algemene symptomen | eiwitverrijkt | € 400 | |
| Algemene symptomen | decubitus | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| eiwitverrijkt | € 400 | ||
| Infectieziekten | aids | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| Luchtwegen | chronische obstructieve longziekten (COPD) | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| energieverrijkt | € 850 | ||
| Maag-, darm- en leverziek- ten | dumpingsyndroom | lactosebeperkt/lactosevrij | € 250 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | Chronische pancreatitis | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | cystic fibrosis | energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | cystic fibrosis | energieverrijkt | € 850 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | coeliakie, ziekte van Dühring en glutenintole- rantie | glutenvrij | € 900 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | coeliakie, ziekte van Dühring en glutenintole- rantie | glutenvrij in combinatie met lactosebeperkt/lactosevrij | € 1.100 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | short bowel syndroom | energieverrijkt in combinatie met MCT-vetverrijkt | € 2.900 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | prikkelbaredarm-syndroom | fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen beperkt (FODMAP) | € 1.200 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | lactose-intolerantie | lactosebeperkt/lactosevrij | € 250 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | levercirrose met complica- ties | eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt | € 450 |
| Maag-, darm- en leverziek- ten | overige | energieverrijkt | € 850 |
| energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt | € 1.050 | ||
| energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt en lactosebeperkt/lactosevrij | € 1.100 | ||
| Metabole ziekten | hypercholesterolemie | fyto/plantensterolenverrijkt bij verzadigd vetbeperkt | € 150 |
| Metabole ziekten | vetstofwisselings-stoornis | vetbeperkt in combinatie met MCT-vetverrijkt | € 1.250 |
| Metabole ziekten | galactosemie | galactosebeperkt/galactosevrij | € 250 |
| accharase isomaltase deficiëntie | sucrosebeperkt in combinatie met (iso)maltosebeperkt | € 200 | |
| eiwitstofwisselings- stoornis (zoals PKU en hyperlysinemie) | sterk eiwitbeperkt | € 4.100 | |
| glycogeenstapelings- ziekte | sucrosebeperkt, fructosebeperkt, lactosebeperkt en vetbeperkt | € 350 | |
| insulineresistentie | sterk koolhydraatbeperkt zonder energie- beperking | € 600 | |
| Sitosterolemie | sito-/fytosterolenbeperkt | € 1.600 | |
| Ziekte van Refsum, AMACR deficiëntie, Rhizomele chondrodysplacia punctata (RCDP) | fystaanzuur-/pristaanzuurbeperkt | € 150 | |
| Nierziekten | chronische nierinsufficiën- tie met hemodialyse/ peritoneale dialyse | eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt | € 450 |
| Nierziekten | nefrotisch syndroom | sterk zoutbeperkt | € 50 |
| Oncologie | oncologie | energieverrijkt in combinatie met eiwitver- rijkt | € 1.050 |
| energieverrijkt | € 850 | ||
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij | € 250 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | kippenei-eiwitvrij | € 150 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | lactosebeperkt/lactosevrij | € 250 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | tarwevrij | € 900 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | tarwevrij in combinatie met kippenei- eiwitvrij | € 1.000 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij | € 300 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij in combinatie met soja-eiwitvrij | € 550 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij en soja-eiwitvrij | € 700 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij in combinatie met kippenei-eiwitvrij, soja-eiwitvrij en tarwevrij | € 1.500 |
| Overige | voedselovergevoelig- heid | koemelkeiwitvrij in combinatie met glutenvrij en al dan niet tarwevrij | € 1.050 |
| Overige | brandwonden | energieverrijkt in combinatie met eiwitver- rijkt | € 1.050 |
| lymfelekkage | eiwitverrijkt in combinatie met sterk (LCT-)vetbeperkt en MCT-vetverrijkt | € 1.350 | |
| epilepsie | sterk koolhydraatbeperkt in combinatie met eiwitbeperkt en vetverrijkt | € 350 |
Voor overige diëten worden de extra kosten gesteld op nihil.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. referentievoeding: een gezonde voeding conform het advies voor een Nederlands voedingspatroon, gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding;
- b. basaalmetabolisme: het energieverbruik van een persoon in rust;
- c. energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt: een voorgeschreven energiebehoefte van ten minste 150% van het basaalmetabolisme van de gebruiker en een voorgeschreven hoeveelheid eiwit van ten minste 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de gebruiker;
- d. energieverrijkt: een voorgeschreven energiebehoefte van ten minste 150% van het basaalmetabolisme van de gebruiker;
- e. eiwitverrijkt: een voorgeschreven hoeveelheid eiwit van ten minste 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de gebruiker;
- f. lactosebeperkt/lactosevrij: een voorgeschreven lactosebeperking tot 5 gram per etmaal;
- g. glutenvrij in combinatie met lactosebeperkt/lactosevrij: glutenvrij en een voorgeschreven lactosebeperking tot 5 gram per etmaal;
- h. energieverrijkt in combinatie met MCT-vetverrijkt: een voorgeschreven energiebehoefte van ten minste 150% van het basaalmetabolisme van de gebruiker en een voorgeschreven hoeveelheid MCT-vet van ten minste 12% van de hoeveelheid energie per etmaal;
- i. fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen beperkt dieet: een voorgeschreven dieet vrij van voedingsmiddelen die rijk zijn aan fermenteerbare oligosachariden, disachariden, monosachariden en polyolen;
- j. eiwitverrijkt in combinatie met sterk zoutbeperkt: een voorgeschreven hoeveelheid eiwit van ten minste 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de gebruiker en een voorgeschreven beperking tot 5 gram zout per etmaal;
- k. energieverrijkt in combinatie met eiwitverrijkt en lactosebeperkt/lactosevrij: een voorgeschreven energiebehoefte van ten minste 150% van het basaalmetabolisme van de gebruiker, een voorgeschreven hoeveelheid eiwit van ten minste 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de gebruiker en een voorgeschreven lactosebeperking tot 5 gram per etmaal;
- l. fyto/plantensterolenverrijkt bij verzadigd vetbeperkt: een voorgeschreven hoeveelheid plantaardige stanolen of plantaardige sterolen van ten minste 2 gram per etmaal en een voorgeschreven hoeveelheid verzadigd vet tot 10% van de hoeveelheid energie;
- m. vetbeperkt in combinatie met MCT-vetverrijkt: een voeding uitgaande van een zo laag mogelijke hoeveelheid (LCT-)vet en een voorgeschreven hoeveelheid MCT-vet van ten minste 18% van de hoeveelheid energie per etmaal;
- n. galactosebeperkt/galactosevrij: een voorgeschreven lactosebeperking tot 5 gram per etmaal;
- o. sucrosebeperkt in combinatie met (iso)maltosebeperkt: een voorgeschreven sucrosebeperking en een voorgeschreven (iso)maltosebeperking in combinatie met enzymsuppletie afgestemd op de gebruiker;
- p. sterk eiwitbeperkt: een voorgeschreven beperking tot 25 gram eiwit per etmaal;
- q. sucrosebeperkt, fructosebeperkt, lactosebeperkt en vetbeperkt: een voorgeschreven sucrosebeperking, fructosebeperking, lactosebeperking en vetbeperking en een voorgeschreven hoeveelheid koolhydraten berekend aan de hand van de endogene glucoseproductie van de gebruiker;
- r. sterk koolhydraatbeperkt zonder energiebeperking: een voorgeschreven hoeveelheid energie uit koolhydraten tot 30% bij een volwaardige voeding in energie;
- s. sterk zoutbeperkt: een voorgeschreven beperking tot 5 gram zout per etmaal;
- t. eiwitverrijkt in combinatie met sterk (LCT-)vetbeperkt en MCT-vetverrijkt: een voorgeschreven hoeveelheid eiwit van ten minste 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht van de gebruiker, uitgaande van een zo laag mogelijke hoeveelheid (LCT-)vet en een voorgeschreven hoeveelheid MCT-vet van ten minste 18% van de hoeveelheid energie per etmaal;
- u. sterk koolhydraatbeperkt in combinatie met eiwitbeperkt en vetverrijkt: een voorgeschreven hoeveelheid koolhydraten en eiwitten die samen tot 20% van de hoeveelheid energie leveren en een voorgeschreven hoeveelheid vet van ten minste 80% van de hoeveelheid energie per etmaal.
Voor de toepassing van het eerste lid geldt voor:
- a. eenzelfde dieettypering die meerdere keren in aanmerking zou komen éénmaal het bedrag behorende bij die dieettypering;
- b. verschillende dieettyperingen die in aanmerking zouden komen bij eenzelfde ziektebeeld en aandoening elk van de bij die dieettyperingen behorende bedragen;
- c. deels overeenkomende dieettyperingen alleen het hoogste van de voor de van toepassing zijnde ziektebeelden en aandoeningen geldende bedragen bij die dieettypering.
Ingeval extra uitgaven voor een op voorschrift van een arts of diëtist gehouden dieet niet gedurende het gehele kalenderjaar worden gedaan, worden de met toepassing van het eerste lid bepaalde bedragen naar tijdsgelang herrekend.
Een voorschrift als bedoeld in artikel 6.17, negende lid, van de wet bevat ten minste:
- a. gegevens waaruit blijkt dat degene die het voorschrift afgeeft medicus of diëtist is;
- b. naam, praktijkadres, telefoonnummer en handtekening van de medicus of diëtist die het voorschrift afgeeft;
- c. naam, adres en burgerservicenummer van de persoon aan wie het dieet is voorgeschreven;
- d. het ziektebeeld en de aandoening van de persoon, bedoeld in onderdeel c, en de dieettypering van het voorgeschreven dieet;
- e. de dagtekening van het voorschrift, de ingangsdatum van het te volgen dieet en indien van toepassing de einddatum van het te volgen dieet.
Artikel 38. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; extra kleding en beddengoed alsmede daarmee samenhangende extra uitgaven
Uitgaven voor extra kleding en beddengoed alsmede daarmee samenhangende extra uitgaven als bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, onderdeel h, van de wet worden in aanmerking genomen voor een bedrag van € 330 dan wel, indien blijkt dat die uitgaven € 660 te boven gaan, voor een bedrag van € 825, indien:
- a. de genoemde uitgaven voortvloeien uit ziekte of invaliditeit van een persoon als bedoeld in artikel 6.16 van de wet die tot het huishouden van de belastingplichtige behoort; en
- b. de ziekte of invaliditeit ten minste een jaar heeft geduurd of vermoedelijk zal duren.
Ingeval aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden niet gedurende het gehele kalenderjaar is voldaan, wordt dat lid naar tijdsgelang toegepast.
Artikel 39. Uitgaven voor specifieke zorgkosten; paramedici met directe toegang
Als paramedicus als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, van de wet wordt aangewezen de persoon die bevoegd is tot het voeren van de titel:
- a. fysiotherapeut;
- b. diëtist;
- c. ergotherapeut;
- d. logopedist;
- e. oefentherapeut;
- f. orthoptist;
- g. podotherapeut;
- h. mondhygiënist; of
- i. huidtherapeut.
Een verklaring als bedoeld in artikel 6.17, tiende lid, onderdeel c, van de wet bevat ten minste:
- a. gegevens waaruit blijkt dat degene die de verklaring afgeeft een paramedicus als bedoeld in het eerste lid is;
- b. naam, praktijkadres, telefoonnummer en handtekening van de paramedicus die de verklaring afgeeft;
- c. naam, adres en burgerservicenummer van de persoon die onder behandeling is van de paramedicus;
- d. de aandoening van de persoon, bedoeld in onderdeel c, die aanleiding is voor de behandeling;
- e. het aantal behandelingen dat voortvloeit uit ziekte of invaliditeit;
- f. de dagtekening van de verklaring.
Artikel 40. Weekenduitgaven voor gehandicapten; het in aanmerking te nemen bedrag
De ingevolge artikel 6.26 van de wet bedoelde weekenduitgaven voor gehandicapten worden gesteld op:
- a. € 13 per dag van verzorging van de gehandicapte door de belastingplichtige, alsmede
- b. € 0,23 per kilometer voor het vervoer per auto van de gehandicapte door de belastingplichtige over de reisafstand tussen de plaats waar de gehandicapte doorgaans verblijft en de plaats waar de belastingplichtige doorgaans verblijft.
Dagen van verzorging van de gehandicapte door de belastingplichtige zijn de dagen waarop de gehandicapte bij de belastingplichtige verblijft, met inbegrip van de dagen waarop de gehandicapte wordt gehaald of gebracht.
Indien zowel de belastingplichtige als zijn partner weekenduitgaven voor een gehandicapte in aanmerking nemen, wordt het voor die gehandicapte in aanmerking te nemen bedrag gesteld op de helft van het volgens het eerste lid, onderdelen a en b, berekende bedrag, zonodig naar boven af te ronden op een geheel getal.
Artikel 41. Aftrekbare giften; voorwaarden akte van schenking
In de akte van schenking, bedoeld in artikel 6.38 van de wet, worden ten minste de volgende gegevens vermeld:
- a. de naam, het adres en het burgerservicenummer van de belastingplichtige;
- b. de naam en het nummer, bedoeld in artikel 1a, zevende lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994, van de begiftigde instelling of vereniging, dan wel, ingeval het een buitenlandse vereniging is, een door de vestigingsstaat aan de begiftigde vereniging toegekend identificatienummer dat vergelijkbaar is met het nummer, bedoeld in artikel 12, onderdeel a, van de Handelsregisterwet 2007;
- c. het startjaar en de looptijd van de uitkeringen of verstrekkingen;
- d. de jaarlijkse hoogte van de uitkeringen of een omschrijving alsmede de waarde in het economische verkeer van de verstrekkingen; en
- e. een door de instelling of vereniging aan de schenking toe te kennen uniek transactienummer van ten hoogste vijftien cijfers.
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Artikel 42. Belastbaar inkomen uit werk en woning
(GERESERVEERD)
Artikel 43. Belastbaar inkomen uit werk en woning
(GERESERVEERD)
Artikel 44. Belastbaar inkomen uit werk en woning
(GERESERVEERD)
Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
Artikel 44a. Bijzondere verhoging heffingskorting voor niet inwoners; aanwijzing mogendheid
Vervallen
Artikel 44b. Inkomensafhankelijke combinatiekorting voor co-ouders
Vervallen
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Artikel 45. Termijn voor het doen van niet-verplichte aangifte
De aangifte, bedoeld in artikel 9.4, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt gedaan binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar.
Indien binnen de in het eerste lid bedoelde termijn een uitnodiging tot het doen van aangifte is uitgereikt of toegezonden, hetzij de inspecteur is verzocht om een uitnodiging tot het doen van aangifte, wordt die termijn verlengd tot het einde van de door de inspecteur ingevolge artikel 9, eerste tot en met derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gestelde of verleende termijn.
Artikel 45a. Voorheffingen; vaststelling hoogte van bedrag aan te verrekenen loonbelasting ingevolge compensatieregeling uit verdragen met België en Duitsland
Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 1, van het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel a, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel 27, paragraaf 1, van dat verdrag bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven.
Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel XII van het protocol bij het in artikel 9.2, negende lid, onderdeel b, van de wet genoemde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien hij de in artikel XII van dat protocol bedoelde beloningen uit Nederland zou hebben verkregen, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting waarop zijn partner recht zou hebben gehad, indien hij bedoelde beloningen daadwerkelijk uit Nederland zou hebben verkregen en Nederland daarover belasting en premie zou hebben geheven.
Indien de belastingplichtige een partner heeft ten aanzien van wie in het kalenderjaar de in artikel 8.8 van de wet bedoelde maximering van de gecombineerde heffingskorting toepassing vindt, wordt bij de berekening van hetgeen ingevolge artikel 27, paragraaf 2, van het in het eerste lid bedoelde verdrag wordt aangemerkt als ingehouden Nederlandse loonbelasting, het bedrag aan Nederlandse inkomstenbelasting dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn geweest indien de in artikel 27, paragraaf 2, van dat verdrag bedoelde beloningen uitsluitend in Nederland zouden zijn belast, verminderd met de verhoging, bedoeld in artikel 8.9 van de wet, van de gecombineerde heffingskorting, waarop zijn partner recht zou hebben gehad indien uitsluitend in Nederland over de bedoelde beloningen belasting zou zijn geheven.
De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde verminderingen zijn niet van toepassing voorzover de partner van de belastingplichtige:
- a. uit hoofde van hoofdstuk 8 van de wet recht heeft op verhoging van de gecombineerde heffingskorting; of
- b. recht zou hebben gehad op de gecombineerde heffingskorting als bedoeld in hoofdstuk 8 van de wet indien beloningen die hij heeft genoten krachtens regelen als bedoeld in hoofdstuk VII van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet zouden zijn vrijgesteld van de heffing van inkomstenbelasting of premie voor de volksverzekeringen als bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen.
Hoofdstuk 8. Heffingskorting
Artikel 46. Guldensbedragen
Wijzigt deze regeling.
Artikel 47. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.
Artikel 48. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 2a. Ingegane lijfrenten waarvan de termijnen niet in geldeenheden, maar in units zijn vastgesteld
Een aanspraak op periodieke uitkeringen waarvan de uitkeringen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de uitkeringen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld, wordt op grond van artikel 1.7, derde lid, van de wet gelijkgesteld met een aanspraak op vaste en gelijkmatige periodieke uitkeringen indien wordt voldaan aan de hierna opgenomen regels.
Met betrekking tot de uitkeringen en de administratieve vormgeving daarvan gelden de volgende regels:
- a. de termijnen van een oudedagslijfrente of een tijdelijke oudedagslijfrente als bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk onderdeel c, van de wet worden op de ingangsdatum uitgedrukt in een vast aantal beleggingseenheden (units) per jaar;
- b. indien bij een of meer van de onder a genoemde lijfrenten een nabestaandenlijfrente als bedoeld in artikel 3.125, onderdeel b, van de wet is meeverzekerd, dient deze op de ingangsdatum van de lijfrente waarbij deze is meeverzekerd te worden uitgedrukt in een vast aantal beleggingseenheden per jaar; in plaats daarvan kan op die ingangsdatum voor de nabestaandenlijfrente een kapitaal worden bepaald dat dient als rekengrootheid voor de vaststelling van de hoogte van de termijnen van de nabestaandenlijfrente in beleggingseenheden of euro’s; indien de nabestaandenlijfrente niet een lijfrente in beleggingseenheden of een gerichte lijfrente is, maar is verzekerd als een recht op uitkeringen in euro’s, wordt de nabestaandenlijfrente geadministreerd als een zelfstandig recht ten opzichte van de in onderdeel a genoemde lijfrenten;
- c. de hoogte van de uiteindelijk in euro’s uit te keren termijnen van lijfrente dient uitsluitend te worden beïnvloed door het verschil tussen het feitelijk behaalde beleggingsrendement en de rekenrente die ten tijde van het ingaan van de lijfrente als rekenrendement is gehanteerd. Daartoe wordt de contante waarde van de termijnen in beleggingseenheden actuarieel bijgehouden overeenkomstig de wijze waarop dat geschiedt voor termijnen van lijfrenten in euro’s.
Met betrekking tot de tariefgrondslagen voor het berekenen van de uitkeringen gelden de volgende regels:
- a. de verzekeraar van de lijfrente gaat op de ingangsdatum van de lijfrente uit van sterftegrondslagen die passen bij de sterfterisico’s van de verzekerde rechten;
- b. de verzekeraar van de lijfrente gaat ter berekening van het op jaarbasis uit te keren vaste aantal beleggingseenheden uit van ten hoogste het netto rekenrendement dat hij op de ingangsdatum hanteert voor soortgelijke lijfrenten in euro’s of van het op de ingangsdatum van de lijfrente geldende u-rendement zoals dat periodiek wordt gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringstatistiek van het Verbond van Verzekeraars; gedurende de looptijd vindt geen herberekening plaats van het aantal jaarlijks uit te keren beleggingseenheden;
- c. in de hoogte van de termijnen van lijfrente in beleggingseenheden wordt geen inflatie-element verdisconteerd.
Jaarlijks verwerkt de verzekeraar, overeenkomstig de bij lijfrenteverzekeringen met uitkeringen in euro’s te hanteren handelwijze, de actuariële gevolgen van de op de ingangsdatum veronderstelde tariefgrondslagen in de administratie van de contante waarde van de uitkeringen in beleggingseenheden en in de administratie van de beleggingswaarde zelf.
Met betrekking tot de peildatum en de periode van vaststellen van de uitkeringen in euro’s gelden de volgende regels:
- a. bij de berekening van de per vervallen termijn verschuldigde uitkering in euro’s kan worden uitgegaan van de waarde van de beleggingseenheid op een vaste peildatum in de kalendermaand van betaling of in de daaraan voorafgaande kalendermaand;
- b. gedurende een periode van ten hoogste 12 maanden (herrekenperiode) kunnen de in de herrekenperiode uit te keren termijnen bij aanvang daarvan in euro’s worden vastgesteld; de hoogte van de uitkeringen in euro’s dient daarbij te worden bepaald op basis van de werkelijke waarde van de beleggingseenheid per een vaste peildatum gelegen in de kalendermaand waarin de herrekenperiode ingaat of in een van de twee daaraan voorafgaande kalendermaanden; slechts eenmalig kan worden gekozen voor een datum van ingang van de herrekenperiode.
Met betrekking tot meeverzekerde nabestaandenlijfrenten en tot de wijze van rekening houden met het overlijden van verzekerden gelden de volgende regels:
- a. in de in het tweede lid, onderdeel b, genoemde gevallen waarin een of meer nabestaandenlijfrenten zijn meeverzekerd, dient bij de vaststelling van de hoogte van de termijnen van de lijfrenten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, voor iedere meeverzekerde nabestaandenlijfrente op actuarieel verantwoorde wijze rekening te worden gehouden met het feit dat die nabestaandenlijfrente is meeverzekerd;
- b. indien een meeverzekerde nabestaandenlijfrente op de ingangsdatum van een van de in het tweede lid, onderdeel a, genoemde lijfrenten is uitgedrukt in een jaarlijks vast aantal beleggingseenheden, wordt bij overlijden van een verzekerde zowel de contante waarde van de beleggingseenheden als de totale beleggingswaarde herrekend. Het overlijden dient daarbij geen invloed te hebben op de waarde per beleggingseenheid. Een vrijval van de beleggingswaarde bij overlijden komt, overeenkomstig de bij uitkeringen in euro’s te hanteren handelwijze, ten goede aan de verzekeraar in verband met het door deze gelopen langlevenrisico.
Hoofdstuk 2. Raamwerk (hoofdstuk 2 van de wet)
Hoofdstuk 3. Heffingsgrondslag bij werk en woning (hoofdstuk 3 van de wet)
Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)
Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)
Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Artikel 45b
Vóór 1 januari 2005 vastgestelde lijfrenten die niet in geldeenheden luiden:
-
- Op een lijfrente waarvan vóór 1 januari 2005 de hoogte van de termijnen in beleggingseenheden (units) met de verzekeraar is overeengekomen, blijft artikel 2a buiten toepassing en kan de lijfrente-overeenkomst worden tenuitvoergelegd zoals is overeengekomen.
-
- Indien ter zake van een lijfrente als bedoeld in het eerste lid op of na 1 januari 2005 met de verzekeraar een wijziging van methode van berekening van de termijnen in units of in euro’s wordt overeengekomen, is met ingang van de datum van die wijziging art. 2a wel van toepassing.
-
- Indien een lijfrente als bedoeld in het eerste lid op of na 1 januari 2005 wordt omgezet in een andere lijfrente, is artikel 2a van toepassing op de laatstgenoemde lijfrente.
Hoofdstuk 11. Overgangs- en slotbepalingen (hoofdstuk 11 van de wet)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 9a. Constatering van het niet afgenomen zijn van de netto-tonnage van bepaalde schepen
Met betrekking tot het kalenderjaar 2026 wordt voor de toepassing van artikel 3.22, zesde lid, onderdeel c, van de wet in samenhang met artikel 3.22, tiende lid, van de wet vastgesteld dat op landelijk niveau de netto-tonnage van kwalificerende schepen die de vlag voeren van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte als percentage van de netto-tonnage van kwalificerende schepen in de periode 2022 tot en met 2024 ten opzichte van de periode 2021 tot en met 2023 niet is afgenomen.
Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)
Hoofdstuk 4. Heffingsgrondslag bij aanmerkelijk belang (hoofdstuk 4 van de wet)
Hoofdstuk 5. Heffingsgrondslag bij sparen en beleggen (hoofdstuk 5 van de wet)
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Artikel 44c. Bedrag ouderschapsverlofkorting
Vervallen
Artikel 44d. Verklaring ouderschapsverlof
Vervallen
Hoofdstuk 10. Overgangsrecht
Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 40a. Scholingsuitgaven; afgifte EVC-verklaringen
De verklaring, bedoeld in artikel 6.27, tweede lid, van de wet, wordt afgegeven door de door de Stichting van de Arbeid in dat kader benoemde uitvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 6. Persoonsgebonden aftrek
Hoofdstuk 9. Wijze van heffing (hoofdstuk 9 van de wet)
Hoofdstuk 8. Heffingskorting
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 41a. Aftrekbare giften in natura; voorwaarden taxatierapport
Het taxatierapport, bedoeld in de artikelen 6.38, tweede lid, en 6.39, tweede lid, van de wet, bevat de uitkomsten van een taxatie die is uitgevoerd door een onafhankelijke taxateur die is ingeschreven in een register dat tot doel heeft zijn deskundigheid te waarborgen.
De taxatie heeft niet meer dan drie maanden voor het moment van schenking alsmede niet meer dan zes maanden na het moment van schenking plaatsgevonden.
Het taxatierapport bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. de voorletters, de achternaam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van de taxateur die de taxatie heeft verricht;
- b. de inschrijving van de taxateur in het voor de gift relevante taxatieregister;
- c. een verklaring van de taxateur dat de in het taxatierapport opgegeven waarde door hem naar waarheid is vastgesteld aan de hand van een gedegen fysieke opname, ondersteund door visueel materiaal van het getaxeerde object;
- d. de datum van de fysieke opname;
- e. de getaxeerde waarde in het economische verkeer op het moment van schenking;
- f. een omschrijving van het type en de omvang van het object of het belang en de aard van het gebruik;
- g. de waarderelevante gegevens;
- h. indien van toepassing: een motivering van de individuele afwijking ten opzichte van de relevante marktgegevens.
Artikel 41b. Aftrekbare giften in natura; voorwaarden factuur
De factuur, bedoeld in de artikelen 6.38, tweede lid, en 6.39, tweede lid, van de wet, is niet meer dan drie maanden voorafgaand aan het moment van schenking uitgereikt.
De factuur bevat de waarde in het economische verkeer zoals die door onafhankelijke partijen is of zou zijn overeengekomen.
De factuur bevat voorts een vermelding van ten minste de volgende gegevens:
- a. de datum waarop de factuur is uitgereikt;
- b. de volledige naam en adresgegevens van de verkoper en de afnemer;
- c. het type en de omvang van het object of het belang en de aard van het gebruik.
Artikel 41c. Bij één beschikking meer instellingen aanmerken
Vervallen
Hoofdstuk 10. Overgangsrecht
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 41d. Aangewezen mogendheden buiten de EU, Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de BES eilanden
Vervallen
Hoofdstuk 7. Belastingheffing van buitenlandse belastingplichtigen (hoofdstuk 7 van de wet)
Hoofdstuk 8. Heffingskorting
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
Artikel 2b. Ingegane lijfrenterekeningtermijnen of lijfrentebeleggingsrechttermijnen waarvan de omvang niet in geldeenheden, maar in units is vastgesteld
Een aanspraak op termijnen als bedoeld in artikel 3.126a, vierde en zesde lid, van de wet waarvan de termijnen zijn ingegaan en waarvan de hoogte van de termijnen niet voor de gehele uitkeringsperiode in geldeenheden is vastgesteld, wordt op grond van artikel 3.126a, zevende lid, in verbinding met artikel 1.7, derde lid, van de wet gelijkgesteld met een aanspraak op vaste en gelijkmatige termijnen indien wordt voldaan aan de hierna opgenomen regels.
Met betrekking tot de termijnen en de administratieve vormgeving daarvan gelden de volgende regels:
- a. de termijnen worden op de ingangsdatum uitgedrukt in een vast aantal beleggingseenheden (units) per jaar;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)