Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

Type Circulaire
Publication 2026-08-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-14
State In force
Source BWB
artikelen 31
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Afkortingenlijst

Lijst Richtlijnen, Verordeningen en Verdragen

A1. Toegang

1. Inleiding

4. De verhouding tussen de Minister, de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee

1.1. Definities

2. Bevoegdheid

1.1. Toegang/Schengen

2. Bevoegdheid

1.3. Grensdoorlaatposten

1.3.1. Verdeling uitoefening grensbewakingstaken

De ambtenaren van de KMar zijn belast:

De Beneluxlidstaten zijn overeengekomen om het havengebied Gent-Terneuzen, met inbegrip van het kanaal Gent-Terneuzen, te beschouwen als buitengrens van het grondgebied van de Benelux voor de personencontrole van opvarenden van zeeschepen in de kanaalzone Gent-Terneuzen. De grensdoorlaatpost in het havengebied Gent-Terneuzen wordt als buitengrens van het Schengengebied beschouwd.

2. Bevoegdheden

In Nederland zijn de ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP bevoegd om visa, daaronder begrepen een mvv, nietig te verklaren en in te trekken.

De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot nietigverklaring of intrekking van een visum, anders dan een mvv, en de gronden waarop deze beslissing is gebaseerd aan de vreemdeling kenbaar door middel van een standaardformulier (bijlage VI Visumcode). De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP maken de beslissing tot annulering (nietigverklaring) of intrekking van een mvv bekend door middel van Model M8. De ambtenaren van politie, de KMar en de ZHP stellen de IND in kennis van de intrekking of nietig verklaren van het visum.

3. Voorwaarden

3. Handelingen na aantreffen aan de Nederlandse buitengrens bij inreis van een al dan niet gesignaleerde vreemdeling

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd op grond van de in artikel 50, tweede lid, Vw toegekende bevoegdheid de vreemdeling over te brengen naar een plaats bestemd voor verhoor en de vreemdeling zich op die plaats laten ophouden.

3. Handelingen na aantreffen aan de Nederlandse buitengrens bij inreis van een al dan niet gesignaleerde vreemdeling

3. Informatie en contactgegevens

3. Informatie en contactgegevens

Onder gevaar voor de openbare orde vallen de volgende situaties:

Als een vreemdeling gesignaleerd staat in het SIS of E&S is dat een indicatie dat hij een gevaar vormt voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.

Gevaar voor de openbare orde bestaat in ieder geval in de volgende situaties:

De ambtenaar belast met de grensbewaking die gegronde redenen heeft te veronderstellen dat de vreemdeling (politieke) activiteiten ontplooit die een gevaar opleveren voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen stemt met de IND af of toegang aan de vreemdeling kan worden verleend.

Een vreemdeling die een gevaar oplevert voor de openbare orde of de nationale veiligheid mag niet tijdens de vrije termijn in het Schengengebied verblijven.

De vreemdeling moet voldoen aan de voorwaarden voor toegang tenzij deze in het bezit is van een reisdocument voor vluchtelingen dat is afgegeven op grond van tenminste één van de volgende regelingen:

De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen of de DTenV mag deze vreemdeling niet naar zijn land van herkomst verwijderen.

4. Bewijsmiddelen

De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur voor Nederland of een van de andere Schengenlidstaten, die gesignaleerd is in:

de volgende handelingen:

2.2. Verplichtingen

4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens

De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die door een andere Schengenlidstaat gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer, al dan niet in combinatie met een inreisverbod, of met het oog op weigering van toegang en verblijf de volgende handelingen:

4. Bewijsmiddelen

4.1. Document voor grensoverschrijding

4. Bewijsmiddelen

4.1. Document voor grensoverschrijding

4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens

2.2.3. Verplichtingen voor gezagvoerders van luchtvaartuigen

4.2. Afgifte van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft met het oog op kort verblijf van de vreemdeling een bijzonder doorlaatbewijs (zie Model M6) af aan een vreemdeling die:

Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.

4.4. Reisdoel

4.4. Reisdoel

3.2. Grondige controle

4.3. Visum

4.1. Algemeen

4.3. Visum

4.4. Reisdoel

4.1. Het vereiste van een geldig grensoverschrijdingsdocument met benodigd – geldig – visum

4.4. Reisdoel

4.1. Algemeen

5. Klachten

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan een vreemdeling op grond van het enkele feit dat het aan de grens opgegeven land van hoofdreisdoel niet in overeenstemming is met het land dat vanwege zijn oorspronkelijke reisdoel het visum had afgegeven. De vreemdeling moet op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking het door hem opgegeven doel en de duur van het verblijf alsnog aannemelijk maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de verklaringen van de vreemdeling controleren, tenzij onmiddellijk duidelijk is dat de door de vreemdeling verstrekte informatie niet consistent is of niet overeenkomt met andere (betrouwbare) gegevens die de ambtenaar belast met de grensbewaking langs andere weg heeft verkregen. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert in ieder geval feiten en verklaringen die ten grondslag liggen aan de afgifte van het visum. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt in beginsel daarover contact op met de bevoegde autoriteit die het visum heeft afgegeven en/of raadpleegt EUVIS.

6. Registratie en Identificatie

4.5. Middelen van bestaan

4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen

4.6. Deponeren retourticket en garantiesom

4.6. Deponeren retourticket en garantiesom

4.1. Algemeen

4. Bestuurlijke Informatievoorziening binnen de vreemdelingenketen

4.1. Algemeen

5. Klachten

4.6. Deponeren retourticket en garantiesom

4.2. Rapportage Vreemdelingenketen

De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag aan de vreemdeling verzoeken een in zijn bezit zijnd retourticket te deponeren tot zekerheidstelling. In het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en daarom niet in het bezit is van een retourticket, wijst de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling op de mogelijkheid om alsnog door de luchtvaartmaatschappij een retourticket te laten printen. De ambtenaar belast met de grensbewaking verzoekt de vreemdeling zekerheid te stellen als de betreffende luchtvaartmaatschappij het retourticket niet kan of wil printen. De geldigheidsduur van het retourticket moet langer zijn dan de duur van het voorgenomen verblijf van de vreemdeling.

De vreemdeling mag ook een garantiesom deponeren in plaats van een retourticket. Voor de hoogte van de garantiesom zijn de lijnvluchttarieven van de KLM bepalend. Zie voor de tarieven www.klm.com.

5. Klachten

De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling die bij binnenkomst in Nederland een garantiesom of een retourticket deponeert een folder uit. In deze folder wordt informatie verschaft over ontvangst, beheer en teruggave van aan de grens gedeponeerde garantiesommen en retourtickets.

4.7. Garantstelling door derde

4.7. Garantstelling door derde

6. Registratie en Identificatie

6.2. Het PIL

De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom of het retourticket terug aan de vreemdeling of de derde op vertoon van het ontvangstbewijs als tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap

4.7. Garantstelling door derde

Een vreemdeling die Nederland heeft verlaten zonder te verzoeken om teruggave van de garantiesom of het retourticket, moet zich tot een in zijn land gevestigde Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging wenden met het verzoek om teruggave van de garantiesom of het retourticket. De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert moet een vreemdeling die rechtstreeks vanuit het buitenland een verzoek om teruggave van de garantiesom indient, verwijzen naar de Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in zijn land van herkomst of zijn land van bestendig verblijf.

De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb, artikel 3.75 Vb en artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.

In het geval dat de vreemdeling zelf niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, verleent de ambtenaar belast met de grensbewaking de vreemdeling toegang wanneer een solvabele derde die in Nederland rechtmatig verblijf heeft zich garant stelt door ondertekening van een garantverklaring (zie bijlage 6a VV tot en met bijlage 6c VV/artikel 14, vierde lid, Visumcode).

4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding

4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap

4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland

4.8. Aannemelijk maken Nederlanderschap

5.2.5. Aantekening omtrent het weigeren van toegang

6.3. De BVV

4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding

6.4. Het gegevenswoordenboek voor de vreemdelingenketen

4.9. Procedure vervallen en inhouding document voor grensoverschrijding

6.4. Het gegevenswoordenboek voor de vreemdelingenketen

4.10. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland

6.5. Archivering

6.5. Archivering

6.5. Archivering

1. Algemeen

2. Toegang

1. Algemeen

4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers

4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers

De ambtenaar belast met de grensbewaking moet ook in dat geval aan de hand van het persoonlijke gedrag van de vreemdeling vaststellen dat sprake is van een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving.

3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling

4.12. Passagierende zeelieden

4.12. Passagierende zeelieden

4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers

4. Overschrijding van de buitengrenzen en toegangsvoorwaarden

4.11. Diplomatieke en consulaire koeriers

4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind

4.12. Passagierende zeelieden

4.2. Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen

4.12. Passagierende zeelieden

4.2.1. Grensoverschrijdingsdocument

4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind

5. Visa

4.13. Adoptiekind, adoptiefkind en pleegkind

5.1. Wijzigen van visa

4.2. Toegangsvoorwaarden voor onderdanen van derde landen

4.2.1. Grensoverschrijdingsdocument

5. Visa

6.2.2. Vrijstelling van visum- en paspoortplicht

5. Visa

4.2.2. Visum

5.1. Wijzigen van visa

4.2.2. Visum

4.2.2. Visum

4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan

4.2.3.1. Reisdoel

4.2.3.1. Reisdoel

4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan

4.2.3.2. Middelen van bestaan

4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan

4.2.3. Reisdoel en middelen van bestaan

4.2.3.1. Reisdoel

De vreemdeling mag door de omzetting van het visum naar een visum voor meer binnenkomsten in ieder geval niet het visum gebruiken voor een ander doel dan het doel waarvoor het visum is afgegeven.

4.2.3.1. Reisdoel

5.2. Kosten van visa

5.2. Kosten van visa

5.2. Kosten van visa

5.3. Terugkeervisa

De Visadienst beperkt bij de aanwezigheid van een wezenlijk Nederlands belang de geldigheid van het visum tot Nederland.

4.3.1. Het visumvereiste

Verlenging van de geldigheidsduur boven de 90 dagen is in die gevallen noodzakelijk om het Erasmus Mundus programma of de voorstelling hier te lande te kunnen volbrengen of te geven. In de overige gevallen moet er sprake te zijn van zeer bijzondere omstandigheden die gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.

Zie hiervoor onder ad a voor het plaatsen van een Schengenvisumsticker.

Aan scholieren van derde landen die rechtmatig in Nederland verblijven, kan ter vereenvoudiging van het organiseren van schoolreizen binnen de EU een reizigerslijst voor scholieren worden afgegeven overeenkomstig het besluit van de Raad van de EU van 30 november 1994 (94/795/JBZ). Model M7 bevat een standaard reizigerslijst.

De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende:

4.3.1. Het visumvereiste

5.3. Terugkeervisa

4.3.2. Plaats van afgifte visa

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

6. Vrije termijn

6. Vrije termijn

6.4.2.1. Voorwaarden voor binnenkomst

4.3.3. Soorten van visa

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

4.3.3. Soorten van visa

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

7. Toezicht aan de buitengrens

6. Vrije termijn

7.1. Controle

5.4. Visum voor verblijf van langere duur (mvv) (type D)

7.2. Toegang onder voorwaarden

7.2. Toegang onder voorwaarden

7. Toezicht aan de buitengrens

7.1. Controle

4.3.1. Algemeen

7. Toezicht aan de buitengrens

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag een grenscontrole uitoefenen, in ieder geval:

Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.

7.2. Toegang onder voorwaarden

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang onder voorwaarden aan:

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan aan de vreemdeling die de toegang onder voorwaarden is verleend niet:

De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:

4.3.3.2. Nationale visa

7.2. Toegang onder voorwaarden

7.3. Weigeren van toegang

7.3. Weigeren van toegang

7.3. Weigeren van toegang

4.3.3. Soorten van visa

7.2.1. Aan de buitengrens aangevraagd visum voor doorreis binnen Schengengebied

4.3.3. Soorten van visa

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan een Schengenvisum verlenen aan visumplichtige vreemdelingen die door omstandigheden buiten hun wil hun reis niet kunnen voortzetten. Conform artikel 35 Visumcode dient de vreemdeling te voldoen aan de voorwaarden van artikel 6 Schengengrenscode met uitzondering van de voorwaarde opgenomen in artikel 6, eerste lid, aanhef en onder b, Schengengrenscode. Een onderbreking van de reis, die plaatsvindt wegens onafhankelijke omstandigheden, zoals weersomstandigheden of technische storingen is een omstandigheid als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder b, Visumcode.

De terugkeer van de aanvrager naar zijn land van herkomst of verblijf, of zijn doorreis door andere landen dan lidstaten die het Schengenacquis volledig toepassen als bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanhef en onder c, Visumcode, wordt zeker geacht als

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor de bepalingen van artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 van de Visumcode bedoeld zijn.

4.3.5. Kosten

Clausuleregeling voor onverwacht verblijf binnen Nederland

Onder de voorwaarden die zijn opgesomd in artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode kan de ambtenaar belast met de grensbewaking de toegang verlenen voor de duur die noodzakelijk is om de door- of terugreis van de vreemdeling per eerstvolgende gelegenheid te kunnen voortzetten. Deze voorwaarden zijn nader uitgewerkt in artikel 2.6 VV.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de toegang weigeren aan vreemdelingen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij toegang vragen voor een ander doel dan waarvoor artikel 6, vijfde lid, onder c, Schengengrenscode bedoeld is.

4.3.3.2. Nationale visa

4.3.4. Verplichting tot aanmelding

7.3. Weigeren van toegang

7.2.2. Territoriaal beperkt visum

7.3. Weigeren van toegang

4.3.8.3. Praktische handelingen

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

7.2.3. Zieke zeelieden

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

8. Bijzondere categorieën

7.3. Weigeren van toegang

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

8. Bijzondere categorieën

8. Bijzondere categorieën

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

8. Bijzondere categorieën

8. Bijzondere categorieën

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

Indien er door de ambtenaar belast met de grensbewaking wordt vastgesteld dat er risico’s zijn voor het geestelijk of lichamelijk welzijn van het minderjarige kind en/of dat er geen nader onderzoek nodig is naar de volwassen vreemdeling of zijn gestelde relatie tot het minderjarige kind (de relatie wordt niet aangenomen), dan wordt er als volgt gehandeld. De ambtenaar belast met de grensbewaking:

8. Bijzondere categorieën

4.3.4. Verplichting tot aanmelding

7.3.1. Toegangsweigering na de grensprocedure

4.3.4. Verplichting tot aanmelding

8. Bijzondere categorieën

Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:

In paragraaf A5/3.1 Vc onder het kopjeVrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw is toegelicht in welke situaties de grondslag voor vrijheidsontneming in artikel 6, derde lid, Vw wordt toegepast. Wanneer de daar genoemde situaties niet langer van toepassing zijn, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 SGC middels het M17A. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES.

Tevens wordt door de bevoegde ambtenaar van de IND een nieuwe vrijheidsontnemende maategel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van de toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen nadat de in paragraaf A5/3.1 Vc onder “Vrijheidsontneming op grond van artikel 6, derde lid, Vw” onder a tot en met d genoemde situaties niet langer aan de orde zijn.

7.3.2. Toegangsweigering na intrekking van de asielaanvraag in de asielgrensprocedure

8. Bijzondere categorieën

7.3.3. Gevaar voor de volksgezondheid

9. Verplichtingen voor vervoerders

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

7.3.4. Rechtsmiddelen toegangsweigering

De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw of een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 of M19A en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).

De ambtenaar belast met de grensbewaking beoordeelt of aan de vreemdeling alsnog toegang tot het grondgebied kan worden verleend na afloop van:

9. Verplichtingen voor vervoerders

7.3.4. Rechtsmiddelen toegangsweigering

9. Verplichtingen voor vervoerders

De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een bericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.

4.3.6.1. Wijziging

7.3.5. Rechtsmiddelen uitstellen van de toegangsweigering

4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur

7.3.6. Rechtsmiddelen toegangsweigering na afwijzing asielaanvraag in de asielgrensprocedure (model M17A)

7.3.8. Alleenreizende minderjarige vreemdelingen

7.3.7. Onderdanen van de EU, de EER en Zwitserland (en familieleden)

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.

7.3.8. Niet-begeleide minderjarige

4.3.6.2. Verlenging van geldigheidsduur

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

Een schriftelijk verzoek om doorgeleiding van een vreemdeling van een andere lidstaat moet worden ingediend bij de KMar op Schiphol. De lidstaat moet het verzoek op een tijdstip indienen, dat het verzoek ten minste twee dagen vóór de doorgeleiding bij de KMar aankomt. In bijzonder dringende en naar behoren gemotiveerde gevallen is de termijn om het verzoek in te dienen korter.

De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.

Een zeeman die werk wil zoeken aan boord van een zeeschip in een haven in het Schengengebied, zonder dat uit een verklaring van de rederij/scheepsagent de mogelijkheid van aan- of overmonstering blijkt, moet aan alle voorwaarden voor toegang voldoen.

4.4.5. Arbeid verrichten in strijd met de Wav

4.3.6. Wijziging van visa

De werkzoekende zeeman moet bovendien met een zeemansboekje (-paspoort) of andere bewijsmiddelen kunnen aantonen dat hij het beroep van zeeman uitoefent.

4.3.6. Wijziging van visa

4.3.8.1. Soorten visa

A2. Toezicht

A2. Toezicht

A2. Toezicht

1. Inleiding

4.3.7. Intrekking van visa

A2. Toezicht

A2. Toezicht

1. Inleiding

9. Verplichtingen voor vervoerders

A2. Toezicht

1. Inleiding

A2. Toezicht

9. Verplichtingen voor vervoerders

A2. Toezicht

1. Inleiding

2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

2. Staande houden

2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

A2. Toezicht

1. Inleiding

4.3.8.4. Annulering van visa

3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus

A2. Toezicht

A2. Toezicht

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

2. Staande houden

2.4. Overname uit strafrecht

1. Inleiding

2.5. Overbrengen en ophouden

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

2.5. Overbrengen en ophouden

De ambtenaar belast met de grensbewaking bekijkt opnieuw of de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor toegang als:

2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

2.4. Overname uit strafrecht

2.4. Overname uit strafrecht

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

2.5. Overbrengen en ophouden

A2. Toezicht

1. Inleiding

2.4. Overname uit strafrecht

3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus

De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:

De ophoudingstermijn vangt aan bij de aankomst van de opgehouden persoon op de plaats van de ophouding. Bij het overbrengen van de opgehouden persoon telt de tijd niet mee.

In dit hoofdstuk zijn de beleidsregels opgenomen die toezien op de uitoefening van het vreemdelingentoezicht. Het vreemdelingentoezicht bestaat uit het toezicht ter bestrijding van illegale immigratie, het toezicht in het binnenland en controles voortvloeiende uit de vreemdelingenregistratie.

In de navolgende paragrafen zijn maatregelen van toezicht opgenomen en de mogelijkheden voor het opleggen van bepaalde verplichtingen aan vreemdelingen of aan derden.

5. Verhoor

2. Staande houden

2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

5. Verhoor

5. Verhoor

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

10. Verplichtingen in het kader van toezicht

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het staande houden van personen een proces-verbaal opmaken, met gebruikmaking van het model M105 of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen mag de opgehouden persoon vorderen om in ieder geval gegevens te verstrekken over zijn:

Staandehouding van een vreemdeling met rechtmatig verblijf is mogelijk op grond van artikel 50a, eerste lid, Vw. Dit artikel is van toepassing op vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben in verband met een procedure aangaande:

2.3. Staande houden in verband met uitvoering artikel 55 Vw

Alvorens een vreemdeling die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel indient, aan lichaam, kleding en bagage wordt onderzocht, kan de vreemdeling worden staande gehouden (artikel 55, tweede lid, Vw). Dit geldt ook voor fouillering met het oog op de veiligheid in het aanmeldcentrum (artikel 55, derde lid, Vw). Als zich hierbij bijzonderheden voordoen, wordt model M105-B gebruikt.

De ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet van het ophouden van personen een proces-verbaal opmaken door gebruik te maken van het model M105-A of in geval van Mobiel Toezicht Veiligheid (MTV) van het model M105-D.

In het geval de vreemdeling ter uitvoering van de ketenprocesbeschrijving VRIS wordt overgedragen aan de AVIM of KMar hoeft geen staandehouding als bedoeld in artikel 50, eerste lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw meer plaats te vinden. Er kan gelijk worden overgegaan tot overbrenging en/of de ophouding als bedoeld in artikel 50, tweede of derde lid, dan wel artikel 50a, eerste lid, Vw, mits het tijdstip van ophouding gelijk is aan – dan wel direct aansluit op – het tijdstip van einde detentie of strafrechtelijke heenzending. Dit is het tijdstip waarop de termijn van de vreemdelingenrechtelijke ophouding aanvangt. De overname en de opvolgende ophouding worden verantwoord in het model M105-A (zie ook A5/6.12 Vc).

2.5. Overbrengen en ophouden

3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus

6. Verlenging en einde ophouding

7. Kennisgeving aan derden

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

5. Verhoor

3. Onderzoek identiteit en verblijfsstatus en toepassing screeningsverordening

7. Kennisgeving aan derden

6. Verlenging en einde ophouding

6. Verlenging en einde ophouding

9. Binnentreden

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

7. Kennisgeving aan derden

6. Verlenging en einde ophouding

4. Rechtsbijstand

9. Binnentreden

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

9. Binnentreden

7. Kennisgeving aan derden

4. Rechtsbijstand

10. Verplichtingen in het kader van toezicht

10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie

7. Kennisgeving aan derden

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens

5. Verhoor

10. Verplichtingen in het kader van toezicht

6. Verlenging en einde ophouding

11. Toezicht op bewijsmiddelen

9. Binnentreden

9. Binnentreden

10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens

10.3. Meldplicht

6. Verlenging en einde ophouding

6.1. Verlenging

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens

7. Kennisgeving aan derden

10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie

10.3. Meldplicht

10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer

6.2. Procedure verlenging

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

10.3.3. Onttrekking meldplicht

7. Kennisgeving van de verlenging van de ophouding aan derden

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

10.4. Borgsom

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

10.3.3. Onttrekking meldplicht

8. Bevoegdheden ten aanzien van reis- en verblijfsdocumenten

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

11. Toezicht op bewijsmiddelen

10. Verplichtingen in het kader van toezicht

10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie

10.3.3. Onttrekking meldplicht

10.5. Veiligheidsfouillering

9. Binnentreden

10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer

12. Signaleringen

10. Verplichtingen in het kader van toezicht

10.1. Verlenen van medewerking aan identificatie

10.5. Veiligheidsfouillering

12.7. Bezit geldige verblijfstitel en signalering

10.2. Verplichting tot het verstrekken van gegevens

10.3. Meldplicht

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

10.5. Veiligheidsfouillering

12.3. Aanvang termijn signalering

11. Toezicht op bewijsmiddelen

12.2. Opneming van signaleringen

12. Signaleringen

10.3. Meldplicht

10.3.1. Meldplicht in het kader van toelatingsprocedures

12.1. Inleiding

10.3.3. Onttrekking meldplicht

12. Signaleringen

12.1. Inleiding

12.2. Opneming van signaleringen

10.4. Borgsom

10.3.2. Meldplicht in het kader van terugkeer

12.3. Aanvang termijn signalering

10.3.3. Onttrekking meldplicht

12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen

11. Toezicht op bewijsmiddelen

10.4. Borgsom

12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

12.3. Aanvang termijn signalering

10.5. Veiligheidsfouillering

12.3. Aanvang termijn signalering

11. Toezicht op bewijsmiddelen

12. Signaleringen

Als door de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen wordt geconstateerd dat onregelmatigheden zijn gepleegd met een door de Nederlandse overheid afgegeven geldige document voor grensoverschrijding, moet de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen hiervan een bericht zenden aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De vreemdeling moet voor het vervangen of het vernieuwen van verblijfsdocumenten, om redenen als genoemd in artikel 4.22, eerste lid, Vb, een ingevuld aanvraagformulier verzenden naar de IND.

De afgifte van documenten ter vaststelling van zijn identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus als bedoeld in artikel 4.21 Vb (zowel ingeval van vervanging als van vernieuwing), gebeurt door de IND.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet in ieder geval de volgende gedragslijnen in acht nemen bij vreemdelingen zonder bewijsmiddelen:

De Korpschef of de Commandant der KMar zendt de uitkomsten van het identiteits- en nationaliteitsonderzoek naar DTenV, zodra dit bekend is door een overdrachtsdossier naar DTenV te versturen. DTenV heeft voor het vertrek van de vreemdeling informatie uit het overdrachtsdossier nodig voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding voor de vreemdeling.

Bureau SIRENE informeert, naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens wil inreizen.

Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld.

In dit hoofdstuk wordt met lidstaten bedoeld: de landen van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.

In dit hoofdstuk wordt onder meer beschreven hoe te handelen in de volgende situaties:

Ook worden in dit hoofdstuk de verschillende raadplegingsprocedures nader omschreven. De raadplegingsprocedure moet voorkomen dat een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning in een van de lidstaten, in het SIS gesignaleerd staat inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf.

In dit hoofdstuk wordt hierna met 'verblijfsvergunning' een verblijfsvergunning regulier of een visum voor verblijf van langere duur bedoeld. Als 'verblijfsvergunning' ook ziet op de verblijfsvergunning asiel, wordt dit aangegeven met 'verblijfsvergunning inclusief asiel'. In Nederland heet een visum voor verblijf van langere duur een mvv.

De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.

12.7. Opheffing van signaleringen

12.3. Onderdanen van de lidstaten en diens familieleden

12.7. Opheffing van signaleringen

12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS

12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis

12.7.1. Verzoek opheffing van een signalering in het (N)SIS

12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis

12.4. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling

12.3. Onderdanen van de lidstaten en diens familieleden

12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen

12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd

12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het E&S

12.8. Toegang verlenen ondanks signalering

A3. Vertrek en uitzetting

12.4. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling

12.4.1. Handelingen na aantreffen gesignaleerde vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij inreis

12.4.3. Handelingen als een door Nederland gesignaleerde vreemdeling wordt aangetroffen aan de grens op uitreis of in het kader van binnenlands toezicht

12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd

12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen

12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis

1. Inleiding

12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis

12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen

12.4.3. Handelingen als een door Nederland gesignaleerde vreemdeling wordt aangetroffen aan de grens op uitreis of in het kader van binnenlands toezicht

12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis

2. Zelfstandig vertrek

Een andere lidstaat informeert Nederland als signalerende lidstaat, als de vreemdeling via de buitengrens van die lidstaat het grondgebied van de lidstaten wil inreizen.

12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland

12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis

12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S

12.10.2. Raadpleging door Nederland

12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis

12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat

12.9. Aanvang van signalering

3.1. Algemeen

12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen

12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S

3.1. Algemeen

3. Vertrektermijnen

12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland

3.1. Algemeen

12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat

12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen

12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland

12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat

3.3. Kennelijk ongegrondheid

3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht

12.8. Informatievoorziening aan de vreemdeling bij signalering

12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat

12.7. Aanvullende informatie voor het invoeren van signaleringen

12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat

12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen

3.3. Kennelijk ongegrondheid

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

12.8. Informatievoorziening aan de vreemdeling bij signalering

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

12.9. Aanvang van signalering

12.10.3. Raadpleging door andere lidstaat bij Nederland

12.10. Signaleringen en verblijfsvergunningen/verblijfsaanvragen

12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland

12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland

12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland

12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat

12.10.2. Raadpleging door Nederland

12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat

12.10.3.3. Na invoering signalering door andere lidstaat: constatering verblijfsvergunning in Nederland

12.10.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door Nederland

3.6. Proportionaliteit

3.6. Proportionaliteit

12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland

12.10.2. Raadpleging door Nederland

12.10.2.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij IND en signalering door een andere lidstaat

4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen

12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

12.12. Het wissen van signaleringen

12.12. Het wissen van signaleringen

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

12.12.1. Verzoek tot inzage in gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS

12.12.1. Verzoek tot inzage in gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS

12.10.2.2. Invoering signalering door IND als sprake is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat

In deze paragraaf wordt de raadpleging door de IND voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl de vreemdeling in het bezit is van een verblijfsvergunning in een andere lidstaat.

Voor het geven van een bevel zich onmiddellijk te begeven naar de betrokken lidstaat, zie paragraaf A3/2 Vc.

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland

4.3. Moment van aanvraag

De IND start de raadplegingsprocedure op grond van artikel 10 van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 28 van Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:

De vreemdeling die een verzoek wil indienen tot inzage in of aanpassing van een signalering in SIS kan hiervoor ook digitaal een formulier gebruiken via: www.politie.nl/contact/formulier/schengen.html

In deze paragraaf en subparagrafen wordt de raadpleging door de IND besproken als na het invoeren van een signalering blijkt dat de vreemdeling al in het bezit is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat.

De IND wordt op de volgende wijzen geïnformeerd over de geldige verblijfsvergunning inclusief asiel in een andere lidstaat:

Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in het SIS inzake terugkeer al dan niet in combinatie met een inreisverbod. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning inclusief asiel heeft. De IND start de procedure op grond van artikel 11 van Vo (EU) 2018/1860 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:

Een vreemdeling is door Nederland gesignaleerd in SIS met het oog op weigering van toegang en verblijf. Na deze signalering blijkt dat de vreemdeling in een andere lidstaat een geldige verblijfsvergunning bezit.

De IND start de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat. Dit houdt het volgende in:

Als de in SIS gesignaleerde vreemdeling het grondgebied echter nog niet heeft verlaten en het inreisverbod, dat is opgelegd voor 7 maart 2023, dus nog niet in werking is getreden, start de IND alsnog de procedure op grond van artikel 29 Vo (EU) 2018/1861 bij de verblijfgevende lidstaat als een procedurele gebeurtenis daartoe aanleiding geeft. De procedure zoals hierboven omschreven is dan van toepassing. De IND wist de signalering vanwege het niet in werking getreden inreisverbod en voert een signalering inzake terugkeer in, als de verblijfgevende lidstaat de verblijfsvergunning intrekt.

12.10.3. Raadpleging door andere lidstaat bij Nederland

12.10.3.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij andere lidstaat en signalering door Nederland

12.13. Toegang verlenen ondanks signalering

13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten

12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland

4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen

12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland

A3. Vertrek en uitzetting

12.10.3.3. Na invoering signalering door andere lidstaat: constatering verblijfsvergunning in Nederland

13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten

12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

1.1. Terugkeerbesluit

1.1.1. Inleiding

12.10.4. Raadpleging zonder actieve betrokkenheid van Nederland

2. Zelfstandig vertrek

1.1.2. Elementen terugkeerbesluit

12.12.1. Verzoek tot inzage in gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS

12.11. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel

6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting

6. Uitzetting

12.12. Het wissen van signaleringen

6. Uitzetting

6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting

12.12.1. Verzoek tot inzage in gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS

2. Zelfstandig vertrek

3. Vertrektermijnen

3.1. Algemeen

1.1.3. Bevoegdheid nemen terugkeerbesluit

5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne

12.12.2. Verzoek tot inzage, correctie en het wissen van een signalering in het E&S

5.2.1. Doelgroep

3. Vertrektermijnen

3.1. Algemeen

2. Zelfstandig vertrek

12.13. Toegang verlenen ondanks signalering

Binnen acht weken nadat het verzoek van de vreemdeling is ontvangen, wordt door de IND schriftelijk beslist op het verzoek tot het wissen van de signalering.

De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen moet de vreemdeling uitleggen welke gegevens de vreemdeling moet verstrekken om het vertrek van de vreemdeling uit Nederland mogelijk te maken. De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen registreert de vordering tot het verstrekken van gegevens in de vreemdelingenadministratie.

Een vreemdeling die is geregistreerd in het E&S kan een verzoek indienen om inzage, correctie en de signalering te wissen in het E&S. Hiertoe moet de vreemdeling een schriftelijk en gemotiveerd verzoek richten aan de Nationale Politie, genoemd in paragraaf A2/12.12.1 Vc. De Nationale Politie stuurt het verzoek tot wissen door aan de IND. De IND beslist schriftelijk binnen acht weken nadat het verzoek door de IND is ontvangen.

Een signalering wordt door de IND in het E&S gewist als de termijn van de maatregel die ten grondslag ligt aan de signalering is verstreken.

A3. Vertrek en uitzetting

1. Inleiding

12.13. Toegang verlenen ondanks signalering

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

13. Gedragslijn bij ongewenste politieke activiteiten

1.1.1. Inleiding

3.1. Algemeen

A3. Vertrek en uitzetting

1. Inleiding

3.3. Kennelijk ongegrondheid

6. Uitzetting

1.1. Terugkeerbesluit

1.1.1. Inleiding

3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht

6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting

1.1.2. Elementen terugkeerbesluit

6.1. De terugkeer van amv’s

3.7. Verlenging van de vertrektermijn

3.3. Kennelijk ongegrondheid

6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang

1.1.3. Bevoegdheid nemen terugkeerbesluit

4. Reisdocumenten

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

1.1.3. Bevoegdheid nemen terugkeerbesluit

6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

2. Zelfstandig vertrek

3.7. Verlenging van de vertrektermijn

6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht

7.1.6. Mantelzorg

2. Zelfstandig vertrek

3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting

DTenV kan een vreemdeling bij de feitelijke terugkeer begeleiden. DTenV kan dit bijvoorbeeld doen bij:

4.3. Moment van aanvraag

3.7. Verlenging van de vertrektermijn

3. Vertrektermijnen

3.1. Algemeen

6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting

4. Reisdocumenten

3. Vertrektermijnen

3.1. Algemeen

6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

3.2. Risico op onttrekking aan het toezicht

4.5. Gebruik van een Europees reisdocument

7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen

In paragraaf A3/3.6 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de proportionaliteit van het onthouden van een vertrektermijn.

In paragraaf A3/3.7 Vc zijn beleidsregels opgenomen omtrent de verlenging van de vertrektermijn.

3.2. Onderduikrisico

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

7.1.2. Gezinsleden

7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

3.3. Kennelijk ongegrondheid

7.2.4. Bewijsmiddelen

4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen

7.2. De aanvraagprocedure

3.4. Gevaar openbare orde, openbare veiligheid of nationale veiligheid

5. Ondersteuning bij vertrek

5.1. Vertrek met behulp van de IOM

6.10. Bericht van vertrek of ontruiming

3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel

5. Ondersteuning bij vertrek

5.1. Vertrek met behulp van de IOM

3.6. Proportionaliteit

6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is

3.5. Beoordeling bij een eerste aanvraag om een verblijfsvergunning asiel

7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen

7.1. Algemeen

3.6. Proportionaliteit

4. Reisdocumenten

3.7. Verlenging van de vertrektermijn

5.1. Vertrek met behulp van de IOM

7.1.2. Gezinsleden

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

4. Reisdocumenten

5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne

7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen

5.2.1. Doelgroep

4.1. Aanvragen van een geldig document voor grensoverschrijding

5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

5.2.1. Doelgroep

5.2.4. Aanvraag en procedure

4.3. Moment van aanvraag

5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage

4.2. Contact met de diplomatieke vertegenwoordiging

4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen

5.2.4. Aanvraag en procedure

4.3. Moment van aanvraag

5.2.4. Aanvraag en procedure

5.2.1. Doelgroep

4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen

4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling

4.5. Gebruik van een Europees reisdocument

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)