Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
6. Uitzetting
6. Uitzetting
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
7.1.6. Mantelzorg
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
7.2.4. Bewijsmiddelen
5.2.4. Aanvraag en procedure
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
5.1. Vertrek met behulp van de IOM
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
6. Uitzetting
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
5. Ondersteuning bij vertrek
5.1. Vertrek met behulp van de IOM
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
6.1. De terugkeer van amv’s
De IOM kan in afwijking van het voorgaande (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel en niet-begeleide minderjarigen, of in andere schrijnende gevallen, ongeacht de nationaliteit of land van bestemming van de vreemdeling, assistentie verlenen bij het vertrek.
De IOM moet ten aanzien van het REAN-programma alle volgende handelingen verrichten:
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de AMV
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
5.2. Remigratiebeleid derdelanders uit Oekraïne
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
5.2.1. Doelgroep
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
5.2. Tijdelijk herintegratiebeleid Syrië
5.2.1. Doelgroep
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
5.2.2. Voorwaarden
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
5.2.3. Voorzieningen en remigratiebijdrage
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
5.2.3. Terugvordering
Van personen die met ondersteuning op basis van het tijdelijke herintegratiebeleid Syrië zijn teruggekeerd naar Syrië en die binnen vijf jaar na vertrek weer Nederland of de EU inreizen kan de verstrekte herintegratieondersteuning worden teruggevorderd.
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
DTenV biedt aan de vreemdeling die in aanmerking komt voor dit tijdelijke herintegratiebeleid Syrië de volgende ondersteuning:
Het algemene uitgangspunt is dat binnen twee maanden na aanmelding bij DTenV de uitreis plaatsvindt. Grote aanmeldingsaantallen bij DTenV of het niet voorhanden hebben van reisdocumenten, kunnen leiden tot een langere behandeltermijn.
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
5.3. Tijdelijk herintegratiebeleid Syrië
5.2.5. Aanvraag en procedure
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
5.3.2. Voorwaarden
Het herintegratiebeleid zal worden uitgevoerd door DTenV. DTenV kan besluiten om de IOM, Frontex of een andere partner een rol te geven in de uitvoering van deze beleidsregels.
Ad g)
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
Voor wat betreft de mogelijkheid om een vreemdeling door DTenV te laten begeleiden bij de feitelijke terugkeer, wordt verwezen naar paragraaf A3/2 Vc.
DTenV stelt uiterlijk 36 uur voorafgaand aan een door DTenV georganiseerde uitzetting of gedwongen overdracht de volgende personen in kennis van de reisgegevens:
5.3.3. Terugvordering
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
6.1. De terugkeer van niet-begeleide minderjarige
6.1. De terugkeer van niet-begeleide minderjarige
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
De IND verleent uitstel van vertrek aan de niet-begeleide minderjarige, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
De IND verleent uitstel van vertrek aan de niet-begeleide minderjarige, als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Het uitstel van vertrek vervalt:
De niet-begeleide minderjarige vreemdeling aan wie uitstel van vertrek is verleend, wordt geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder j, Vw 2000.
Gedurende het uitstel van vertrek wordt de niet-begeleide minderjarige vreemdeling geacht medewerking te verlenen aan het onderzoek naar adequate opvang.
Nadat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient de toegang tot adequate opvang te zijn geregeld ten tijde van het vertrek. De DTenV stelt de voogd van de niet-begeleide minderjarige op de hoogte van het besluit dat de niet-begeleide minderjarige wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
Nadat een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, dient de toegang tot adequate opvang te zijn geregeld ten tijde van het vertrek. De DTenV stelt de voogd van de niet-begeleide minderjarige op de hoogte van het besluit dat de niet-begeleide minderjarige wordt uitgezet en de wijze waarop de uitzetting plaatsvindt.
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DTenV.
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.1. De terugkeer van amv’s
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
7.3.2.7. Procedure bij tbc
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
6.8. Hulpmiddelen ten behoeve van uitzetting
9. Verhaal van kosten van uitzetting
6.4. Uitzetting tijdens een (lastminute)verblijfsaanvraag
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.5. Rechtsmiddelen
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
Deze hulpmiddelen zijn onderhevig aan innovatie en kunnen in de loop der tijd aangepast/vervangen worden met het oogpunt op humaan, proportionaliteit en veiligheid.
6.9. Overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening
6.9. Overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als een kennisgeving van terugname wordt bevestigd van een vreemdeling die geen aanvraag heeft ingediend om een verblijfsvergunning asiel. Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling. Daarbij wordt de vreemdeling gewezen op de verplichting mee te werken aan de overdracht en dit overdrachtsbesluit na te komen.
De Commandant KMar beoordeelt of de vreemdeling wordt overgedragen in de vorm van een gecontroleerd vertrek of onder geleide. Bij de beoordeling beziet de Commandant KMar of uit de geaccordeerde claim blijkt dat een begeleide overdracht gewenst is. De DTenV adviseert de Commandant KMar bij de beoordeling voor een gecontroleerd vertrek of onder geleide.
De DTenV maakt de datum van overdracht aan de vreemdeling bekend. De DTenV verstrekt de vreemdeling die vrijwillig reist naar de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, het geldige document voor grensoverschrijding. De DTenV vermeldt op het geldig document voor grensoverschrijding aan welke lidstaat de vreemdeling wordt overgedragen. Als de vreemdeling onder geleide reist, houdt zijn begeleider het geldig document voor grensoverschrijding onder zich. Bij gecontroleerd vertrek per vliegtuig wordt het geldig document voor grensoverschrijding afgegeven aan de gezagvoerder die het geldig document voor grensoverschrijding bij aankomst aan de grensbewakingsautoriteiten overhandigt.
De ambtenaar van de dienst die het geld en andere persoonlijke eigendommen van de vreemdeling in beheer heeft, verstrekt dit na vertrek uit Nederland bij aankomst in de andere lidstaat aan de vreemdeling.
DTenV verstrekt de volgende informatie aan de IND of rechtstreeks aan de verantwoordelijke lidstaat:
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV melden:
7.2. De aanvraagprocedure
7.2. De aanvraagprocedure
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
6.11. Gedragslijn als uitzetting niet mogelijk is
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
7.1. Algemeen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.1.2. Gezinsleden
7.1.2. Gezinsleden
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
1. Inleiding
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.2.4. Bewijsmiddelen
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.4. Beschikbaarheid van de benodigde zorg
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M2-C. Terugkeervisum
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Model M2-C. Terugkeervisum
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M5-D. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen die in Nederland zijn toeglaten voor langer dan drie maanden
Vervallen
Model M5-E. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om een terugkeervisum door vreemdelingen aan wie is toegestaan om in Nederland een (definitieve) beslissing over hun verblijf af te wachten
Vervallen
Model M6
Model M7
Model M8. Standaardformulier voor kennisgeving en motivering van annulering of intrekking van een nationaal visum
Model M9. Gereserveerd
Model M10. Bemanningslijst schip (gezagvoerder)
Vervallen
Model M11
Vervallen
Model M12
Vervallen
Model M13. Modelbeschikking ontheffing artikel 4.11 Vreemdelingenbesluit 2000
Vervallen
Model M14. Passagierslijst luchtvaart
Vervallen
Model M15. Bemanningslijst luchtvaart
Vervallen
Model M16. Garantverklaring zeelieden
Vervallen
Model M17. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens aan onderdanen van derde landen
Model M18. Beschikking weigering toegang personen die vallen onder het EU-recht inzake vrij verkeer (artikel 8.8 of 8.5 Vreemdelingenbesluit 2000)
Het Model M18A. Beschikking uitstellen van de toegangsweigering van asielzoekers
Model M19. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6 eerste lid, of eerste en tweede lid, of derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw)
Model M19A. Beschikking tot aanwijzing van een ruimte of plaats ingevolge artikel 6 derde lid of artikel 6a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) aan Dublinclaimanten
Model M20. Kennisgeving toegang onder voorwaarden
Model M21
Vervallen
Model M22. Bijzonder doorlaatbewijs
Vervallen
Model M23. Standaard fax-bericht t.b.v. regeling transiterende visumplichtige zeelieden
Vervallen
Model M24-A. Opdracht tot verwijdering of overgave
Model M24-B. Rapport van overnemen van personen uit België of Duitsland
Vervallen
Model M25. Fax: Melding incidenten grensbewaking
Vervallen
Model M26. Bewustverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M27. Guiding Letter: attest inzake vreemdelingen zonder reisdocumenten
Vervallen
Model M28. Covering Letter: attest inzake vreemdelingen met valse of vervalste reisdocumenten
Vervallen
Model M29. Aanwijzing terugvoerverplichting luchtvaartmaatschappij
Vervallen
Model M30. Aanwijzing terugvoerverplichting rederij
Model M31. Standaardformulier voor weigering van toegang aan de grens
Vervallen
De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV maakt de verlenging van de ophouding kenbaar zodra duidelijk is dat de termijn van zes uur naar verwachting wordt overschreden. Dit kan meebrengen dat deze ambtenaar de verlenging (ruim) voor het verstrijken van de zes uur kenbaar maakt aan de opgehouden persoon.
12.1. Inleiding
12.5.1. Hit aan de buitengrens bij uitreis
Het SIS is een computersysteem waarmee binnen de lidstaten specifieke informatie wordt uitgewisseld.
Het SIS geeft bevoegde autoriteiten onder andere informatie over personen die geen recht hebben om in het Schengengebied te verblijven, of gezocht worden voor (betrokkenheid bij) criminele activiteiten.
12.5. De terugkeerbevestiging bij uitreis en informatie-uitwisseling bij inreis
Ook paragraaf A2/12.10.4 Vc is van toepassing als de vreemdeling is gesignaleerd door een andere lidstaat dan Nederland en een verblijfsvergunning inclusief asiel heeft in een andere (derde) lidstaat.
12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
De ambtenaar belast met grensbewaking of toezicht informeert de IND over de vreemdeling:
Onderstaande raadplegingsprocedure is dan van toepassing.
4.3. Moment van aanvraag
12.10.2.3. Na invoering signalering door IND: constatering verblijfsvergunning in een andere lidstaat
Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
3. Vertrektermijnen
12.12.2. Verzoek tot inzage, correctie en het wissen van een signalering in het E&S
De IND kan een signalering in het E&S ook wissen als de onderliggende maatregel wordt opgeheven.
De IND wist een signalering in het E&S als de mvv-sticker van de mvv-plichtige vreemdeling die niet (langer) aan de voorwaarden waaronder de mvv is afgegeven voldoet, doorgehaald wordt.
3.6. Proportionaliteit
In het geval de vreemdeling in één van de lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland een geldige reguliere verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft, wordt in de regel geen terugkeerbesluit uitgevaardigd. Ingevolge artikel 62a, derde lid, Vw wordt aan de vreemdeling in beginsel eerst het bevel gegeven zich onmiddellijk naar het grondgebied van de betrokken lidstaat te begeven (model M106-B). Als dit bevel niet wordt nageleefd of als om redenen van openbare orde of nationale veiligheid het onmiddellijke vertrek van de vreemdeling is vereist, wordt tegen de vreemdeling wel een terugkeerbesluit uitgevaardigd door de IND, KMAR, politie of ZHP.
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
4.7. Het inhouden van bewijsmiddelen
Als de uitzetting van een vreemdeling in overeenstemming met artikel 65, eerste lid, Vw, niet zonder geldig document voor grensoverschrijding en de eventueel benodigde visa, transitvisa en ‘re-entry permit’ kan worden geëffectueerd, moet de ambtenaar belast met grensbewaking contact opnemen met de DTenV. De DTenV dient voor de effectuering van de uitzetting van de vreemdeling, een aanvraag in bij de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging voor een geldig document voor grensoverschrijding.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM nemen aan dat er sprake is van een onderduikrisico in de zin van artikel 62, tweede lid, onder a, Vw als tenminste twee van de gronden als genoemd in artikel 5.6, tweede lid, Vb van toepassing zijn.
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
De IND heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM, als de vreemdeling gesignaleerd staat vanwege opsporing.
De IND informeert DTenV over de omstandigheid dat bezwaar is geuit tegen vertrek via de IOM.
6.6. Aanlevering van de vreemdeling voor de uitzetting
5.2.4. Voorzieningen en herintegratiebijdrage
Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan DTenV hiertoe besluiten.
De vreemdeling die na 31 december 2025 een aanvraag indient komt niet meer in aanmerking voor dit beleid.
7.3.2.3. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van definitieve besluitvorming tijdens de algemene asielprocedure
6. Uitzetting
DTenV laat enkel het informeren van de vreemdeling over de aanstaande uitzetting of
gedwongen overdracht achterwege als er een risico aanwezig is dat de veiligheid of de gezondheid van de vreemdeling of diens eventuele gezinsleden door het informeren in gevaar komt. De gemachtigde van de vreemdeling wordt wel tijdig in kennis gesteld van de reisgegevens.
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
Voor het vertrek van het hoofd van een gezin uit Nederland geldt dat de tot het gezin behorende vreemdelingen die Nederland moeten verlaten, zoveel mogelijk met het hoofd van het gezin vertrekken. Als gezamenlijk vertrek van het gezin niet mogelijk is, mag gescheiden vertrek plaatsvinden nadat de situatie van het gezin is beoordeeld en getoetst door de DTenV.
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
7.1.6. Mantelzorg
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als een kennisgeving van terugname wordt bevestigd van een vreemdeling die geen aanvraag heeft ingediend om een verblijfsvergunning asiel. Dit gebeurt door verzending aan de gemachtigde van de vreemdeling en/of door uitreiking of toezending aan de vreemdeling. Daarbij wordt de vreemdeling gewezen op de verplichting mee te werken aan de overdracht en dit overdrachtsbesluit na te komen.
7.2. De aanvraagprocedure
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
De IND en/of DTenV verzendt alle relevante informatie naar de verantwoordelijke lidstaat conform de bepalingen van artikel 48 en, indien van toepassing, artikel 49 en 50, van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
In alle volgende situaties moet de politie het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV melden:
7.2.1. De schriftelijke aanvraag
De KMar maakt in alle volgende situaties melding van het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV:
7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
Model M32-M34. Gereserveerd
Model M35-A. Aanvraag verblijfsvergunning of wijziging beperking zonder Mvv
Vervallen
DTenV heeft bezwaar tegen vertrek via de IOM van een vreemdeling vanwege een geplande uitzetting of overdracht in het kader van de Asiel- en migratiebeheerverordening.
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
Uitzetting van een vreemdeling vindt plaats op tenminste een van de volgende wijzen:
6.1. De terugkeer van amv’s
DTenV is niet verplicht om de vreemdeling en/of diens gemachtigde uiterlijk 36 uur voorafgaand aan de uitzetting of gedwongen overdracht in kennis te stellen van de nieuwe reisgegevens als de uitzetting of gedwongen overdracht op het aanvankelijk geplande moment geen doorgang vindt, maar alsnog uiterlijk op de tweede dag na de dag van het geannuleerde vertrek kan plaatsvinden.
5.3.5. Aanvraag en procedure
In de volgende gevallen vindt in ieder geval geen uitzetting van vreemdelingen plaats ondanks het feit dat de vertrekplicht van kracht is:
In de onder c genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM of het CJIB hiertegen binnen drie werkdagen geen bezwaar maakt.
6.7. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitzetting
De KMar meldt het vertrek of de uitzetting van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV door alle volgende handelingen te verrichten:
7. Geen uitzetting om gezondheidsredenen
Model M35-A-1. Aanvraag verblijfsvergunning met Mvv
Vervallen
Model M35-B. Aanvraag verlenging verblijfsvergunning
Vervallen
De IND raadpleegt de signalerende lidstaat op grond van artikel 9, eerste lid, van Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27 Vo (EU) 2018/1861 over de motivering van het besluit van de signalering, als de vreemdeling:
Als de signalerende lidstaat het raadplegingsverzoek niet binnen tien dagen beantwoordt, dan neemt de IND aan op grond van artikel 9, eerste lid, onder c, Vo (EU) 2018/1860 of artikel 27, aanhef en onder c, Vo (EU) 2018/1861 dat de signalerende lidstaat geen bezwaar heeft tegen de verlening of verlenging van de verblijfsvergunning.
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
De Koninklijke Marechaussee meldt iedere toepassing van bovenstaande hulpmiddelen bij de Inspectie van Justitie en Veiligheid. De Inspectie ziet toe op een goede uitvoering van deze taak.
De politie meldt het vertrek van een vreemdeling uit Nederland aan de IND en de DTenV door alle volgende handelingen te verrichten:
De IND voert een signalering inzake terugkeer in SIS in van de vreemdeling, die:
Om te voorkomen dat een vreemdeling zowel in het bezit is van een verblijfsvergunning als gesignaleerd is in het SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf, moet een lidstaat door tussenkomst van het bureau SIRENE van die lidstaat in contact treden met het bureau SIRENE van de andere lidstaat als zich situaties voordoen als beschreven in deze paragraaf. Het in contact treden met een andere lidstaat heet de raadplegingsprocedure.
In de subparagrafen hierna worden o.a. de volgende raadplegingsprocedures beschreven:
De IND verricht bij een vreemdeling:
de volgende handeling:
De IND signaleert de vreemdeling in E&S na het opleggen van een besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861.
12.10.3.1. Aanvraag verblijfsvergunning bij andere lidstaat en signalering door Nederland
4.4. Gedragslijn als geen geldig document voor grensoverschrijding kan worden verkregen
12.12.2. Verzoek tot inzage, correctie en het wissen van een signalering in het E&S
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning inclusief asiel besproken, terwijl er al sprake is van een signalering door Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De IND verricht bij een vreemdeling die door Nederland:
Conform genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
6.5. Verantwoordelijkheid voor maatregelen uitzetting
3.3. Kennelijk ongegrondheid
In hoofdstuk 3 zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde, Vb en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt het Bureau SIRENE op de hoogte als een vreemdeling die gesignaleerd staat de toegang tot Nederland voor een kort verblijf wordt verleend. Het Bureau SIRENE informeert de andere lidstaten over deze toegangsverlening.
Als de vreemdeling wel een terugkeerbesluit heeft gekregen, begeleidt de DTenV niet in het vertrek naar de andere lidstaat van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland die aan de vreemdeling een verblijfsvergunning of andere toestemming tot verblijf heeft verleend. In dat geval zet de DTenV in op vertrek naar het land zoals genoemd in het terugkeerbesluit.
Een vreemdeling die voldoet aan alle volgende kenmerken wordt door DTenV begeleid in de terugkeer naar de lidstaat die hem een verblijfsvergunning heeft verleend:
Er wordt een onderduikrisico aangenomen bij een in Nederland geboren kind, indien het kind een terugkeerbesluit ontvangt nadat de ouder (of ouders) eerder een terugkeerbesluit heeft ontvangen en die ouder zich niet heeft gehouden aan zijn vertrekplicht. Daarmee wordt de grond, genoemd in artikel 5.6, tweede lid, onder b, Vb, aan het kind toegerekend. Vereist is wel dat nog minimaal één van de andere gronden in artikel 5.6, tweede lid, Vb van toepassing is op het kind dan wel zijn ouder om ten aanzien van het gezin als geheel een onderduikrisico aan te nemen. Aan dat kind wordt dan in beginsel een vertrektermijn onthouden.
Bij de uitleg van voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 5.6, tweede lid, onder s, Vb wordt aangesloten bij de bestaande invulling van dit begrip in artikel 3.74 Vb en paragraaf B1/4.3.3 Vc.
Het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt overlegt met de politie, ZHP, KMar of DTenV over de te volgen handelwijze.
De vreemdeling moet zorg dragen voor het verkrijgen van een geldig document voor grensoverschrijding. Als DTenV, de (zeehaven)politie, de KMar of de IND in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding van de vreemdeling, wordt dit document gebruikt bij het zelfstandige vertrek van de vreemdeling dat wordt gefaciliteerd door de IOM. De vreemdeling die in het bezit is van een W-document moet het W-document voorafgaand aan zijn vertrek uit Nederland bij de politie inleveren.
De vreemdeling tekent bij vertrek een verklaring voor de IND, waarin staat dat de vreemdeling ermee instemt dat:
6.9. Overdracht in het kader van de Verordening (EU) nr. 604/2013
De vreemdeling dient de aanvraag voor ondersteuning op basis van het herintegratiebeleid schriftelijk in via de website van DTenV. DTenV behandelt de aanvraag en zoekt ten behoeve van de beslissing op de aanvraag afstemming met ketenpartners. DTenV zoekt altijd afstemming met de IND met de vraag of er bezwaren zijn tegen het vertrek van de vreemdeling.
Na het vertrek van een vreemdeling stelt DTenV de IND op de hoogte van het vertrek van de vreemdeling.
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
6.1.1. Uitstel van vertrek gedurende nader onderzoek naar adequate opvang
Bij terugkeer van de niet-begeleide minderjarige naar het land van herkomst of een ander land waar de niet-begeleide minderjarige heen kan gaan, moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn. Zolang niet vaststaat dat adequate opvang beschikbaar is (zie paragraaf B8/6.1 Vc), kan geen terugkeerbesluit worden genomen ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling. Indien nader onderzoek moet worden gedaan in dit kader, kan hangende dat onderzoek uitstel van vertrek worden verleend.
Bij terugkeer van de niet-begeleide minderjarige naar het land van herkomst of een ander land waar de niet-begeleide minderjarige heen kan gaan, moet de toegang tot adequate opvang geregeld zijn. Zolang niet vaststaat dat adequate opvang beschikbaar is (zie paragraaf B8/6.1 Vc), kan geen terugkeerbesluit worden genomen ten aanzien van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling. Indien nader onderzoek moet worden gedaan in dit kader, kan hangende dat onderzoek uitstel van vertrek worden verleend.
6.3. Geen uitzetting ondanks de vertrekplicht
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de niet-begeleide minderjarige
6.1.2. Na het opleggen van een terugkeerbesluit aan de niet-begeleide minderjarige
6.2. Vertrek van gezinsleden uit Nederland
In de situatie gemeld onder d. wordt in het terugkeerbesluit opgenomen dat:
Als in de situatie gemeld onder d. op een later moment wordt vastgesteld dat artikel 3 EVRM zich niet meer verzet tegen uitzetting van de vreemdeling dan wel dat de vreemdeling niet langer te vrezen heeft voor vervolging, neemt de IND een besluit waaruit blijkt dat er niet langer een terugkeerbeletsel is. Dit besluit maakt de IND kenbaar aan de vreemdeling. Hiertegen kan de vreemdeling rechtsmiddelen aanwenden.
Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag regulier te willen indienen, kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, Vb, en bij een herhaalde verblijfsaanvraag asiel op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 56 van de Procedureverordening, besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.
7.1.6. Mantelzorg
Als de vreemdeling in Nederland opvang heeft genoten, melden de KMar en de politie ook de opvangverlenende instantie het vertrek of de uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Het COA moet de beëindiging van de onderdakvoorziening of de opvangvoorziening van een vreemdeling aan de IND en de DTenV melden door toezending van het model M100-A.
Een ambtshalve genomen overdrachtsbesluit wordt aan de vreemdeling kenbaar gemaakt als wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden:
7.1. Algemeen
7.2.6. Raadplegen BMA
7.1.1. Vreemdeling is niet in staat om te reizen
7.2.6. Raadplegen BMA
Model M35-C. Aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-D. Aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Vervallen
Model M35-E. Aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht (bewijs van rechtmatig verblijf)
Vervallen
Model M35-F. Aanvraag van wettelijk vertegenwoordiger tot het verlenen, wijzigen danwel verlengen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-G. Aanvraag om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet tevens geldig te verklaren voor inwonende kinderen beneden 12 jaar
Vervallen
In de niet-versnelde procedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken.
Overwegingen:
Als de IND het BMA advies afwacht dan wordt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen nadat het BMA advies is afgerond.
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
De vreemdeling kan, onder voorwaarden, op grond van de Rva in aanmerking komen voor opvang als de IND uitstel van vertrek heeft verleend in afwachting van definitieve besluitvorming als bedoeld in paragraaf A3/7.3.2 Vc.
Artikel 2 – alternatief
Overwegingen:
Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. De vreemdeling overlegt een verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke bevallingsdatum blijkt. Deze periode van zes weken start vanaf zes weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling zoals deze uit de verklaring van de arts of verloskundige blijkt.
Artikel 2 – alternatief
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden, waarbij overdracht niet per definitie per vliegtuig plaatsvindt. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.
De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken.
De IND schort de uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden op als bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden tbc is geconstateerd. Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens tbc is geen advies van het BMA nodig en is ook geen toestemmingsverklaring vereist. Een gedagtekende verklaring van een GG&GD arts geldt als afdoende bewijs, dat de vreemdeling aan tbc lijdt. Deze verklaring moet vermelden dat de vreemdeling tbc heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring van de GG&GD-arts mag niet ouder zijn dan twee weken.
Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Als de IND aan de vreemdeling uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verleent, dan is paragraaf A3/7.3.2 Vc van toepassing.
De IND beëindigt het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als de vreemdeling bij wie tbc is geconstateerd:
Artikel 2 – alternatief
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.
Hoe vult u dit formulier in?
Als sprake is van verdenking van tbc, zal de vreemdeling in beginsel uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw krijgen tot het onderzoek naar tbc is voltooid.
Artikel 1 – weekindeling
De IND kan uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling overlegt een opnameverklaring van het ziekenhuis, die niet ouder is dan twee weken.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw zonder BMA-advies als:
Hoe verloopt de procedure?
Opname in klinieken of instellingen die geen direct klinisch behandeldoel hebben maar bijvoorbeeld een langdurig verblijfsdoel (bv. begeleid wonen projecten), wordt niet aangemerkt als klinische opname die aan reizen in de weg staat. In dat geval verleent de IND geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw.
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.
Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.
De IND verleent uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw zonder BMA-advies als:
Model M35-H. Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
Model M35-I. Aanvraag Verlenging verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd; of Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd; of EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen
Model M35-J. Verklaring om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tevens geldig te verklaren voor een (de) hier te lande geboren kind(eren)
Model M35-J-1. Aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd of verlenging bepaalde tijd
Vervallen
Model M35-K
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een voornemen voor aan de IND als het voornemen bestaat om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die een onderdaan van de EU, EER of Zwitserland of een familielid van een burger van de Unie op wie Richtlijn 2004/38EG van toepassing is of dit stelt te zijn, en vraagt een bijzondere aanwijzing op grond van artikel 8.8, tweede lid, Vb.
7.3.1. Toegangsweigering na de asielgrensprocedure
Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.
8. Bijzondere categorieën
De ambtenaar belast met de grensbewaking informeert de Korpschef over de in het kader van de grensbewaking getroffen maatregelen.
7.3.6. Rechtsmiddelen toegangsweigering na afwijzing asielaanvraag in de grensprocedure (model M17A)
Indien na de toegangsweigering (vrijwel) gelijktijdig een vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw of artikel 6a, eerste lid, Vw wordt opgelegd, dan omvat het beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17 of M18, in plaats van administratief beroep.
9. Verplichtingen voor vervoerders
De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van artikel 2.2a Vb passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.
4.4.4. Middelen van bestaan
Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.
4.3.7. Intrekking van visa
Een vreemdeling die via Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat wil reizen of die komende van een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat Nederland wil inreizen moet voldoen aan alle normale voorwaarden voor toegang. Het verkeer van en naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat moet plaatsvinden via een grensdoorlaatpost gedurende de tijd dat deze is opengesteld. De vreemdeling moet de normale in- en uitreisformaliteiten vervullen.
2. Staande houden
De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling opnieuw de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voldoet.
A2. Toezicht
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
5. Verhoor
Als de betrokken ambtenaren tot evidente meerderjarigheid concluderen, wordt niet van de door de vreemdeling opgegeven leeftijd uitgegaan en wordt de vreemdeling als meerderjarig geregistreerd, tenzij de vreemdeling de minderjarige leeftijd alsnog met voldoende bewijsmiddelen ondersteunt. Als de ambtenaren tot evidente minderjarigheid concluderen, wordt van de opgegeven leeftijd uitgegaan.
6. Verlenging en einde ophouding
Als de opgehouden persoon minderjarig is, worden degenen die de ouderlijke macht of de voogdij over de minderjarige uitoefenen geïnformeerd over de ophouding. Als daartoe geen gelegenheid bestaat, moet de Korpschef of de Commandant der KMar de kennisgeving doen aan de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in Nederland.
De termijn van 48 uur voor verlengde ophouding wordt niet volledig gebruikt als de verlengde ophouding niet langer noodzakelijk is. Gedurende de verlengde ophouding dient voortvarend gewerkt te worden. Zo spoedig mogelijk nadat het onderzoek is afgerond beëindigt deze ambtenaar de verlengde ophouding en stelt de opgehouden persoon in vrijheid dan wel in bewaring.
12.8. Opheffing van signaleringen
In dit hoofdstuk gaat het om:
Bureau SIRENE informeert naar aanleiding van een melding door een ambtenaar belast met de grensbewaking, de lidstaat die een vreemdeling in SIS gesignaleerd heeft inzake terugkeer, als de gesignaleerde vreemdeling het grondgebied van de lidstaten via een Nederlandse buitengrens verlaat.
De IND voert een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf in SIS in van:
Bij iedere beoordeling van een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning regulier of asiel in Nederland of een aanvraag om een mvv gaat de IND na of de vreemdeling is gesignaleerd in het E&S of SIS.
De signalerende lidstaat wist onverwijld de signalering inzake terugkeer.
12.10.3.2. Invoering signalering door andere lidstaat als sprake is van een verblijfsvergunning in Nederland
4.6. Het stellen van aantekeningen in geldige documenten voor grensoverschrijding van de vreemdeling
In deze paragraaf wordt de raadpleging door een andere lidstaat voorafgaand aan het invoeren van een signalering besproken, terwijl er al sprake is van een verblijfsvergunning inclusief asiel in Nederland. Het Bureau SIRENE informeert de IND over het raadplegingsverzoek.
De andere lidstaat overweegt de vreemdeling te signaleren in SIS en raadpleegt de IND:
Conform de hierboven genoemde raadplegingsprocedures geldt het volgende.
De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die:
De beleidsregels zijn een aanvulling op of een uitwerking van de volgende artikelen:
Er dient vastgesteld te zijn dat een vreemdeling niet (meer) rechtmatig in Nederland verblijft. Specifiek voor vreemdelingen die een aanvraag om een verblijfsvergunning hebben ingediend geldt het volgende. Bij een afwijzing, een buitenbehandelingstelling, het intrekken of het niet verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning wordt vastgesteld dat er geen sprake (meer) is van rechtmatig verblijf. Dan wordt aan de voorwaarde voor element a voldaan. Tenzij er nog een andere aanvraagprocedure in eerste aanleg loopt waarvan de uitkomst in Nederland mag worden afgewacht. In dat geval wordt (nog) niet aan de voorwaarde voldaan en kan er (nog) geen terugkeerbesluit worden genomen.
Ad b.
Een terugkeerbesluit is een besluit waarin wordt vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf (meer) heeft in Nederland en waaruit de plicht blijkt om de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (hierna: de lidstaten) te verlaten binnen de daarvoor genoemde termijn naar het land van terugkeer.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.
De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling aanmerken als een gevaar voor de openbare orde om één of meer van de redenen zoals opgenomen in paragraaf B1/4.4 Vc. De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM kan de vreemdeling ook aanmerken als een gevaar voor de openbare orde als sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf.
Om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning onder het tijdelijke herintegratiebeleid, moet de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoen:
Deze verklaring op schrift gebeurt door het invullen en ondertekenen van de Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland, te vinden op de website van de IND.
De procedure in geval van een lastminuteaanvraag om een verblijfsvergunning asiel staat beschreven in paragraaf C2/5.4 Vc.
De DTenV is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
DTenV is verantwoordelijk voor de effectuering van de uitzetting van vreemdelingen, met uitzondering van uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
Uitzettingen vinden plaats via één van de justitiële inrichtingen. Hiervan uitgezonderd zijn in ieder geval de volgende vreemdelingen:
De DTenV is bij uitzetting per vliegtuig verantwoordelijk voor het boeken van een vlucht voor de vreemdeling. Minimaal 48 uur voor vertrek controleert de DTenV of de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:
Voor de uitzetting plaatsvindt, wijst de ambtenaar belast met de feitelijke uitzetting de vreemdeling erop dat bewijsmiddelen waaruit blijkt dat de vreemdeling een verblijfsvergunning asiel heeft gevraagd, achtergelaten mogen worden.
De DTenV meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DTenV kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.
6.10. Bericht van vertrek of ontruiming
Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DTenV het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.
De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw als:
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als BMA aangeeft dat voor de vreemdeling of één van zijn gezinsleden vanwege de gezondheidssituatie medisch gezien niet verantwoord is om te reizen.
Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt:
Als gezinsleden in verband met artikel 64 Vw worden aangemerkt:
Het verlenen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw doet zich niet eerder voor dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten. Uitzondering hierop is de ambtshalve toets die de IND uit kan voeren in de parallelle procedure (zie paragraaf A3/7.2.3 Vc).
7.1.2. Gezinsleden
7.2.6. Raadplegen BMA
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw
7.2.5. Herstel verzuim
7.1.3. Reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen
7.3.2. Toepassing van artikel 64 Vw in afwachting van (definitieve) besluitvorming
7.1.6. Mantelzorg
7.1.6. Mantelzorg
Artikel 4 – zakgeld
Artikel 3 – culturele uitwisseling
De IND kan uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw verlenen zonder hiervoor medisch advies aan het BMA te vragen. De vreemdeling overlegt een opnameverklaring van het ziekenhuis, die niet ouder is dan twee weken.
De IND verleent in deze gevallen uitstel van vertrek voor de duur van de opname tot een maximum van een half jaar. Het verleende uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vervalt van rechtswege twee weken na beëindiging van opname.
Artikel 6 – meldpunt au pairs 2Het meldpunt is tijdelijk ondergebracht bij de IND. Het telefoonnummer van het meldpunt is: (070) 370 3888.
Artikel 5 – geldigheid
De IND wijst een aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:
A. Inwilliging
In deze gevallen wordt het inreisverbod opgeschort.
Artikel 66a, zevende lid, Vw is wel van toepassing als:
C. Nader onderzoek
De IND verleent geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als de vreemdeling op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt overgedragen aan een bij deze verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan deze andere lidstaat.
De IND verleent geen uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw als de vreemdeling op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening wordt overgedragen aan een bij deze verordening aangesloten lidstaat. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen aan deze andere lidstaat.
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet DTenV of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van artikel 59 Vw opgeheven.
Als de aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw vanuit vreemdelingenbewaring wordt ingediend, moet DTenV of de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen bij het doorzenden van de aanvraag naar de IND melding maken van het feit dat de vreemdeling de vrijheid is ontnomen. De IND behandelt deze aanvragen met voorrang. Als de aanvraag op grond van artikel 64 Vw wordt ingewilligd, wordt de bewaring op grond van artikel 59 Vw opgeheven.
Model M3
Vervallen
Model M4
Vervallen
Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum
Model M5-B. Aanvraag om verlening van een terugkeervisum
Vervallen
Model M5-C. Beschikking tot het afwijzen van een aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om wijziging van een visum
Model M1
Vervallen
Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001
Vervallen
Model M2-B. Schengenvisumsticker 2003
Vervallen
Model M2-C. Terugkeervisum
Vervallen
Model M2-D. Visumverklaring kort verblijf
Vervallen
Model M2-E. Visumverklaring lang verblijf (MVV)
Vervallen
4.5. Middelen van bestaan
De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag aan de vreemdeling vragen om zekerheid te stellen als de ambtenaar belast met de grensbewaking dat bij binnenkomst van de vreemdeling niet heeft gedaan.
5. Klachten
De vreemdeling mag in ieder geval in de volgende situaties gebruik maken van de mogelijkheid een garantiesom te deponeren:
6.1. Algemeen
De vreemdeling die een retourticket of een garantiesom heeft gedeponeerd, moet zich voor teruggave daarvan rechtstreeks wenden tot de overheidsinstantie die de garantiesommen beheert. Hetzelfde geldt voor derden die een garantiesom ten behoeve van een vreemdeling hebben gedeponeerd.
6.2. Het PIL
De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, neemt bij teruggave van de garantiesom of het retourticket aan de vreemdeling of de derde het ontvangstbewijs in.
6.3. De BVV
De ambtenaar belast met de grensbewaking baseert de beoordeling uitsluitend op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet het evenredigheidsbeginsel in acht nemen (artikel 3:4 Awb). Strafrechtelijke veroordelingen op zichzelf vormen onvoldoende grond om de vreemdeling toegang te weigeren. Van een bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
3. Ambtenaren belast met grensbewaking, geografische verdeling
De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet:
4.2.3.1. Reisdoel
Daarnaast mag de Visadienst op grond van het wezenlijk Nederlands belang tot een nationale verlenging van de geldigheidsduur van een visum overgaan. Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:
5.3. Terugkeervisa
De Visadienst merkt in dit verband als zeer bijzondere gevallen aan:
5.2. Kosten van visa
Een haven of luchthaven wordt hierbij in zijn geheel beschouwd als grensdoorlaatpost.
4.3.3.1. Schengenvisa
De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een aantekening als blijk van de verleende toegang aan de vreemdeling. Deze aantekeningen zien in ieder geval op:
6.7.2.3. Anderen
In artikel 6, vijfde lid, onder b, Schengengrenscode en artikel 35 Visumcode zijn bepalingen opgenomen op basis waarvan toegang wordt verleend aan vreemdelingen die als passagier van een vliegtuig onvoorzien landen op een vliegveld in het Schengengebied en die niet in het bezit zijn van vereiste reisvisum of doorreisvisum voor toegang in het Schengengebied.
6.10.2.2. Toelichting op standaard faxformulier
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)