Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

Type Circulaire
Publication 2026-05-05
State In force
Source BWB
artikelen 5
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

C1. Asielprocedure

1. Algemeen

De beleidsregels in deze paragraaf zijn een nadere uitwerking van de artikelen 9 t/m 35, 36, 39, 42, 43 en 67 t/m 69 Procedureverordening (Verordening (EU) 2024/1348).

De IND behandelt de informatie die de vreemdeling verstrekt op grond van artikel 31, tweede lid Vw strikt vertrouwelijk met inachtneming van de AVG en de privacyreglementen voor de geautomatiseerde informatiesystemen, waarin de vreemdeling is geregistreerd. De IND verstrekt geen informatie over de vreemdeling aan derden, anders dan op grond van wettelijke verplichtingen of met de uitdrukkelijke toestemming van de vreemdeling.

De IND verzoekt de vreemdeling om toestemming om het dossier van de vreemdeling door te zenden naar de Officier van Justitie, in ieder geval als:

Als de vreemdeling te kennen geeft een asielaanvraag in te willen dienen (artikel 26 Procedureverordening) volgt de registratie en indiening van de asielaanvraag (artikel 27 en 28 Procedureverordening). Afhankelijk van waar de vreemdeling zich heeft gemeld en of de Screeningsverordening van toepassing is, volgt een van de hieronder beschreven procedures.

De ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen mag een aantekening maken in het reis- en identiteitspapier van een vreemdeling over de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, als de vreemdeling geen asielprocedure meer doorloopt, en zich ten minste één van de volgende situaties voordoet:

2. Aanvraagprocedures

2.1. De aanmeldfase

In artikel 3.108d Vb is de aanmeldfase beschreven.

Op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en onder a Procedureverordening verschaft de vreemdeling die niet onder de werking van de Screeningsverordening valt, de informatie als bedoeld in artikel 27, eerste lid Procedureverordening. Deze informatie wordt opgehaald tijdens de OVA-fase.

De IND zal in het kader van de registratie en de indiening van de asielaanvraag de volgende handelingen uitvoeren:

De paragraaf A6/4.3 Vc zijn op deze onderdelen van overeenkomstige toepassing.

De vreemdeling ondertekent de asielaanvraag in aanwezigheid van een IND-medewerker.

Na het ondertekenen van de asielaanvraag ontvangt de vreemdeling (een kopie van) de volgende documenten:

2.4. Asielaanvraag overig

In afwijking van de regels over het indienen van een asielaanvraag zoals beschreven in de paragrafen C1/2.2 en 2.3 Vc gelden aparte beleidsregels voor de vreemdeling:

De IND merkt de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel die op een ander dan het door de IND aangewezen moment of locatie of op een andere dan de hierboven beschreven wijze wordt ingediend, aan als een onvolledige aanvraag. Een onvolledige aanvraag doet de termijnen van de asielprocedure niet aanvangen (zie artikel 35 ProcedureVerordening).

De IND maakt aan de hand van het onderzoek van de DISA of KMar en de gegevens op het aanmeldformulier een inschatting van de procedure die voor de behandeling van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd zal worden gevolgd:

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen (de DISA) neemt originele documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten van de vreemdeling in voor onderzoek naar de authenticiteit van de documenten. De vreemdeling ontvangt:

Als de vreemdeling de asielaanvraag heeft ingediend, bepaalt de IND aan de hand van de informatie die is verkregen tijdens de OVA-fase welke procedure vooralsnog wordt gevolgd en welke vervolgstappen er tijdens deze procedure gezet moeten worden.

Tijdens de triage kan de IND eveneens bepalen welke onderzoeken er worden uitgevoerd tijdens de procedure. Het uitgangspunt is dat er alleen onderzoeken worden uitgevoerd die nodig zijn om tot een correct besluit te komen. Er wordt daarom per aanvraag een individuele beoordeling gemaakt welke onderzoeken de IND opstart. Een aantal onderzoeken worden al tijdens OVA uitgevoerd of opgestart (zie paragraaf A6/4.2 en A6/4.3 Vc). De navolgende onderzoeken kunnen in de regel echter pas plaatsvinden na de triage:

Tijdens de triage bepaalt de IND ook of de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben en, als dat het geval is, het type persoonlijk onderhoud.

Als de vreemdeling door het overleggen van een vliegtuigticket aantoont dat hij op het punt staat om te vertrekken uit het Schengengebied via een luchthaven die buiten Nederland is gelegen, of hij vertrekt naar een plaats in het Schengengebied waar zijn verblijf rechtmatig is, worden de ingenomen documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten hem ter beschikking gesteld op het moment dat de vreemdeling Nederland verlaat, tenzij er aanknopingspunten zijn dat de vreemdeling niet te goeder trouw handelt.

Als de vreemdeling aannemelijk maakt dat hij het document nodig heeft om zijn vertrek voor te bereiden of voor een andere handeling in het Nederlandse rechtsverkeer die zich verhoudt met zijn verblijfsstatus, wordt hij gefaciliteerd door de DTenV. Dit kan betekenen dat een medewerker van de DTenV de vreemdeling vergezelt. Op verzoek wordt de vreemdeling een kopie van de ingenomen documenten voor grensoverschrijding en/of identiteitsdocumenten ter beschikking gesteld.

De IND prioriteert de behandeling van de aanvragen middels onderstaande procedures:

Hieronder wordt ingegaan op de verschillende procedures. De volgorde waarin de procedures hieronder beschreven staan, is ook de volgorde waarin zij getoetst worden.

De IND neemt een kopie van deze bewijsmiddelen op in het dossier van de vreemdeling.

Als eerste bepaalt de IND tijdens de triage of er sprake is van een Asiel- en migratiebeheerverordening procedure. De Asiel- en migratiebeheerverordening procedure is van toepassing als op basis van de gegevens uit de OVA-fase blijkt dat een andere lidstaat mogelijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Dit kan blijken uit onder andere:

Als de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure van toepassing is, wordt tijdens de triage direct beoordeeld welke vervolgonderzoeken nodig zijn en of er een persoonlijk onderhoud moet plaatsvinden. Zie paragraaf C2/3 Vc voor het verloop van de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure. Als de Asiel- en migratiebeheerverordening procedure niet van toepassing is, is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag.

De IND zendt de resultaten van onderzoek zo snel mogelijk na ontvangst aan de vreemdeling of zijn gemachtigde.

Zodra is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag, wordt als eerst beoordeeld of er een concrete aanwijzing is dat een van de gronden van artikel 38, eerste lid Procedureverordening van toepassing is. Als dit het geval is, is er sprake van de ontvankelijkheidsprocedure. Voor volgende aanvragen als bedoeld in artikel 38, tweede lid Procedureverordening gelden specifieke regels, zie paragraaf C2/5 Vc. De ontvankelijkheidsprocedure moet in beginsel binnen twee maanden worden afgerond. Deze termijn kan met twee maanden worden verlengd.

Als uit informatie uit de OVA-fase blijkt dat de aanvrager al internationale bescherming in een andere lidstaat heeft, kan er op basis van artikel 13, elfde lid, Procedureverordening afgezien worden van het persoonlijk onderhoud. De IND informeert in dat geval de vreemdeling of, indien aanwezig, zijn gemachtigde dat er voldoende informatie is om een beslissing te nemen zonder persoonlijk onderhoud. De vreemdeling heeft één week de tijd om hierop te reageren. Vervolgens wordt op de aanvraag beslist.

De IND beoordeelt op verzoek van de vreemdeling of de beschikbaarheid van de vreemdeling tijdens de asielprocedure nog langer nodig is. De beschikbaarheid van de vreemdeling is niet meer nodig als de IND geen processtappen meer voorziet waarvoor de aanwezigheid van de vreemdeling noodzakelijk is.

Als geen sprake is van de ontvankelijkheidsprocedure, beoordeelt de IND de asielaanvraag inhoudelijk. De behandeling van de asielprocedure kan worden versneld als uit informatie uit de OVA-fase of op een later moment concrete aanwijzingen naar voren komen dat mogelijk een van de gronden van artikel 42, eerste of derde lid Procedureverordening van toepassing is. Het is ook mogelijk om de behandeling van de asielaanvraag te versnellen op grond van artikel 42, eerste of derde lid Procedureverordening als er sinds de registratie van de aanvraag drie maanden zijn verstreken.

Als sprake is van feitelijke of juridische elementen die te complex zijn om in het kader van een versnelde procedure te onderzoeken, wordt de versnelde procedure niet (langer) toegepast.

Voor dit onderzoek verricht de IND, de DISA en/of de ambtenaar belast met de grensbewaking onderzoek naar de vingerafdrukken van de vreemdeling in EU VIS en Eurodac.

Tijdens de triage bepaalt de IND tevens of de vreemdeling bijzondere procedurele waarborgen behoeft. Ook worden een aantal planningskaders bepaald: of er gelegenheid wordt gegeven een persoonlijk onderhoud te hebben, of er specifiek opgeleid personeel nodig is voor het persoonlijk onderhoud, de complexiteit van de aanvraag en de prioritering van de asielaanvraag. Als een van de situaties van artikel 13, elfde lid Procedureverordening van toepassing is, kan er af worden gezien van een persoonlijk onderhoud. De IND kan dit tijdens de triage bepalen maar ook op een later moment in de procedure.

Zie voor het verdere verloop van de Dublinprocedure paragraaf C1/2.6 VC.

Als een vreemdeling de screeningsfase volledig heeft doorlopen aan de buitengrens, wordt in beginsel de asielgrensprocedure toegepast, indien de aanvraag conform artikel 3, derde lid Vw binnen de asielgrensprocedure kan worden behandeld.

Zo spoedig mogelijk nadat de vreemdeling de asielgrensprocedure is ingestroomd, wordt de triage uitgevoerd. De triage na screening aan de grens is hetzelfde als de triage na de OVA-fase. De IND bepaalt tijdens de triage van de vreemdeling die de asielgrensprocedure doorloopt of de detentiemaatregel proportioneel is en of de aanvraag op basis van artikel 30a of 30b Vw binnen vijf weken niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond kan worden verklaard. Tijdens de triage bepaalt de IND vervolgens de prioritering en welke vervolgonderzoeken nodig zijn.

Zie paragraaf C2/2 Vc voor het verdere verloop van de asielgrensprocedure en op welke wijze wordt bepaald of deze op de vreemdeling van toepassing is.

Als op een bepaald moment besloten wordt de asielgrensprocedure niet langer toe te passen en er is nog geen beslissing genomen op de aanvraag, vindt er opnieuw een triage plaats. Omdat de asielgrensprocedure niet meer van toepassing is, bepaalt de IND tijdens deze aanvullende triage welke procedure van toepassing is en welke vervolgstappen nodig zijn om de aanvraag te kunnen afhandelen.

De IND kan bij alleenstaande minderjarige vreemdelingen jonger dan twaalf jaar een aanmeldgehoor afnemen. De IND vraagt in dat geval uitsluitend naar de volgende gegevens:

Bij aanvragen vanuit vreemdelingenbewaring kunnen zich de volgende situaties voordoen:

Na afronding van het aanmeldgehoor, eindigt de aanmeldfase. De IND verstrekt een afschrift van het rapport van aanmeldgehoor aan de gemachtigde. De vreemdeling mag schriftelijk op het rapport van aanmeldgehoor reageren door het indienen van correcties en aanvullingen.

Vreemdelingen in strafrecht vallen niet binnen de reikwijdte van de Screeningsverordening, zij worden geïdentificeerd en geregistreerd door de KMar of de AVIM zoals beschreven in A6 Vc. Bij aanvragen van vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) kunnen zich de volgende situaties voordoen.

Op grond van artikel 42, eerste lid onder f Procedureverordening bestaat de mogelijkheid om de versnelde procedure toe te passen bij asielaanvragen die worden gedaan vanuit strafrecht of waarin de vreemdeling in de strafrechtketen heeft verbleven. Er kunnen dan namelijk redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Dit hangt onder meer af van de strafbare feiten waarvoor de vreemdeling in strafrecht verblijft of heeft verbleven. De IND maakt hierin een individuele afweging.

Per sessie zien de ambtenaren de vreemdeling apart van de andere sessie en elke sessie trekt een eigen conclusie. Er dient unaniem, dat wil zeggen door beide sessies, geoordeeld te zijn om tot evidente meerder- of minderjarigheid te kunnen concluderen. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen en de medewerker van de IND zorgen ervoor dat de conclusie dat een vreemdeling evident meerderjarig, evident minderjarig is of dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd, wordt opgenomen in het dossier van de vreemdeling.

De IND biedt ondersteuning in de vorm van juridische counseling aan voor vreemdelingen in de asielprocedure tot het moment van koppelen van de asieladvocaat.

De juridisch counselors zijn niet werkzaam voor de Directie Asiel en Bescherming van de IND en worden niet betrokken bij de besluitvorming van de aanvraag. Zij treden niet op als gemachtigde en hebben geen inzage in het dossier van de vreemdeling. Zij hebben geen invloed op de uitkomst van de procedure. Counselors verschaffen geen gegevens over individuele aanvragers aan overige onderdelen van de IND of vreemdelingenketen, tenzij de vreemdeling daar uitdrukkelijk om verzoekt.

2.2. De rust- en voorbereidingstermijn

In artikel 3.109 Vb is de rust- en voorbereidingstermijn beschreven. De rust- en voorbereidingstermijn start op de dag volgend op het einde van de aanmeldfase.

De IND verstrekt tijdens de rust- en voorbereidingstermijn aan de vreemdeling een W-document, als bedoeld in artikel 4.21 Vb.

In artikel 12 Procedureverordening staat dat de vreemdeling voor het nemen van een beslissing op de aanvraag in de gelegenheid moet worden gesteld een persoonlijk onderhoud te hebben over de inhoud van het verzoek. Hiervan kan worden afgezien in de gevallen genoemd in artikel 13, elfde lid Procedureverordening.

Voor de leesbaarheid wordt verder gesproken over ‘gehoor’.

Tijdens dit gehoor stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om de elementen aan te voeren ter staving van zijn verzoek. De vreemdeling wordt verder in de gelegenheid gesteld om uitleg te geven over eventueel ontbrekende elementen of over inconsistenties of tegenstrijdigheden in zijn of haar verklaringen.

Indien van toepassing kan de IND de vreemdeling tijdens het gehoor bevragen over overige onderwerpen die van belang zijn voor de behandeling van de asielaanvraag. Het kan hier onder meer gaan om vragen in het kader van een binnenlands beschermingsalternatief, veilig derde land, openbare orde aspecten, de ambtshalve toetsing en het opleggen van een terugkeerbesluit en/of maatregel en/of signalering.

Het gehoor vindt plaats in omstandigheden die privacy en vertrouwelijkheid garanderen en vreemdelingen de mogelijkheid bieden de redenen voor hun verzoek uitvoerig toe te lichten.

Een vreemdeling kan op grond van artikel 13, negende lid Procedureverordening de IND verzoeken door een vrouwelijke of mannelijke ambtenaar van de IND gehoord te worden.

De IND voldoet aan dit verzoek, als dat mogelijk is. De IND hoeft niet tegemoet te komen aan dit verzoek als de uitzonderingssituatie van artikel 13, negende lid Procedureverordening van toepassing is.

Een vreemdeling komt niet in aanmerking voor de rust- en voorbereidingstermijn ingeval de vreemdeling:

De IND stelt een minderjarige in de gelegenheid een gehoor te hebben, tenzij dit niet in het belang van het kind is. In dat geval motiveert de IND, waarom de minderjarige geen gelegenheid is geboden om gehoord te worden.

Begeleide minderjarigen kunnen, als ze dat wensen, hun mening schriftelijk naar voren brengen.

Het minderjarige kind en/of de ouder(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger wordt door de IND verzocht aan te geven of de minderjarige gehoord wenst te worden. Dit verzoek wordt zo spoedig aan het minderjarige kind en/of de ouders(s) dan wel een eventuele wettelijk vertegenwoordiger gedaan.

De IND houdt bij het horen van minderjarigen rekening met de leeftijd, het ontwikkelingsniveau en de belasting van de minderjarige.

De IND hoort een niet-begeleide minderjarige vreemdeling jonger dan twaalf jaar in beginsel in een speciale daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. De IND hoort een begeleide minderjarige vreemdeling in beginsel niet in een speciaal daarvoor ingerichte, kindvriendelijke ruimte. Als uit een pedagogisch of psychologisch onderzoek blijkt dat een vreemdeling jonger dan twaalf jaar problemen heeft die een gehoor belemmeren, zoekt de IND naar een wijze waarop het nader gehoor kan worden afgenomen, dan wel naar een andere passende oplossing. Gelet op artikel 23, achtste lid, Procedureverordening hebben de vertegenwoordiger en de gemachtigde tijdens het gehoor de gelegenheid vragen te stellen of opmerkingen te maken binnen het kader dat is vastgesteld door de persoon die het onderhoud voert.

Bij het leeftijdsonderzoek worden röntgenopnamen gemaakt van de groeischijven in het hand/polsgebied en van de sleutelbeenderen. Vervolgens wordt door een arts bepaald of de mate van uitrijping van deze groeischijven past bij de door de vreemdeling opgegeven leeftijd. De uitslag van het leeftijdsonderzoek levert een bewijsmiddel op waarmee de vreemdeling zijn gestelde minderjarigheid kan aantonen.

Tijdens het gehoor is een tolk beschikbaar die ervoor kan zorgen dat de communicatie tussen de vreemdeling en de persoon die het gehoor voert, goed verloopt, indien een goede communicatie zonder die diensten niet kan worden gewaarborgd.

De vreemdeling wordt gehoord in een taal waaraan hij de voorkeur geeft. Indien echter binnen een redelijke termijn geen tolk beschikbaar is, kan een andere taal worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren. De IND hanteert hierbij het uitgangspunt dat de vreemdeling wordt gehoord in een taal waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan.

De IND beschouwt als talen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vreemdeling die kan verstaan in ieder geval:

Als een vreemdeling stelt tot een minderheid in het land van herkomst te behoren, veronderstelt de IND dat hij naast ten minste één taal die valt onder de hierboven genoemde soorten talen, ook de lokale taal of het dialect van de gestelde minderheid verstaat.

Voor wat betreft een verzoek van de vreemdeling ten aanzien van het geslacht van de tolk is paragraaf C1/5.1 Vc van overeenkomstige toepassing.

De gemachtigde van de vreemdeling mag op grond van artikel 13, dertiende lid Procedureverordening bij het gehoor aanwezig zijn. Aan het einde van het persoonlijk onderhoud wordt de gemachtigde en eventueel een ander persoon die aanwezig is tijdens het gehoor in gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De gemachtigde en eventueel een ander persoon mag de aanvang en het verloop van het gehoor niet ophouden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.