Vreemdelingencirculaire 2000 (C)
13.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat in Eritrea geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat een binnenlands beschermingsalternatief wel voorhanden is.
13.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Eritrea geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
13.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
13.8. Bijzonderheden
Gedwongen terugkeer van vreemdelingen naar Eritrea zal niet plaatsvinden. De IND neemt aan dat bij gedwongen terugkeer, zowel na legale als na illegale uitreis, een reëel risico op ernstige schade aanwezig is.
Uitgangspunt is echter dat een vreemdeling die legaal, met een geldig document voor grensoverschrijding en uitreisvisum, is uitgereisd, zelfstandig kan terugkeren. Bij deze groep neemt de IND niet op voorhand aan dat bij terugkeer naar Eritrea sprake is van ernstige schade.
14. Het asielbeleid ten aanzien van Ethiopië
14.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
14.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
14.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
14.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
14.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Ethiopië uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
14.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
14.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
14.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
14.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
14.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Ethiopië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Amhara en Oromia.
14.5. Bescherming
14.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Verder neemt de IND aan dat de vreemdeling die, voorafgaande aan het vertrek uit Ethiopië, zijn normale woon- of verblijfplaats buiten Addis Abeba had, geen bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen. Dit is mogelijk alleen anders als uit individuele omstandigheden blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten te verkrijgen en de actor van vervolging niet de overheid zelf is.
14.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND toetst conform paragraaf C3/3.4 Vc of gelet op de individuele omstandigheden een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba kan worden tegengeworpen.
14.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Ethiopië is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
14.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
15. Het asielbeleid ten aanzien van Guinee
15.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
15.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
15.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
15.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
15.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Guinee uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
15.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
15.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
15.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
15.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
15.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
15.5. Bescherming
15.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
15.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor de volgende categorieën aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Guinee kan vestigen.
15.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Guinee is adequate opvang beschikbaar in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
15.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
16. Het asielbeleid ten aanzien van Irak
16.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
16.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
De IND neemt in de regel in ieder geval ten aanzien van de volgende categorieën ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C4/3.6.10 Vc aan:
16.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
16.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groepen als groepen die systematisch worden blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
16.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Irak uitsluitend de volgende categorie vreemdelingen voor geheel Irak (inclusief KAR) aan als risicoprofiel:
De IND merkt voor Federaal Irak (exclusief KAR) de volgende groepen aan als risicoprofiel:
16.3.2.1. Toelichting alleenstaande vrouwen
Aan een alleenstaande vrouw uit Irak verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw.
Bij de beoordeling of een vrouw in Irak als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval meegewogen dat:
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of en hoe zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in het land van herkomst.
16.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
16.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
16.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
16.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
16.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Irak aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio’s Diyala, Dohuk, Erbil en Ninewa.
16.5. Bescherming
16.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het voor de vreemdeling afkomstig uit Irak in beginsel niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties in Irak.
16.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
16.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Irak is adequate opvang beschikbaar in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
16.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
16.8. Bijzonderheden
De IND merkt Fayli-Koerden van wie de Iraakse nationaliteit is ontnomen tijdens het regime van Saddam Hoessein, niet aan als staatloos. De IND neemt aan dat zij de Iraakse nationaliteit hebben.
17. Het asielbeleid ten aanzien van Iran
17.1. Besluitmoratorium
Er geldt een besluitmoratorium in de zin van artikel 43 Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Iran. De beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van aanvragen die tijdens het besluitmoratorium worden ontvangen, worden verlengd met 12 maanden. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden.
17.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
17.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
17.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
17.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Iran de volgende groepen aan als risicoprofiel:
17.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
17.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
17.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
17.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
17.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
17.5. Bescherming
17.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt uitsluitend voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
17.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
17.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
In Iran is adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc.
17.7. Vertrekmoratorium
Er geldt een vertrekmoratorium in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Iran.
18. Het asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust
18.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
18.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
18.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
18.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
18.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
18.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
18.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
18.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
18.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
18.5. Bescherming
18.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
18.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
18.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is. Voor Ivoorkust geldt in ieder geval dat:
18.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
19. Het asielbeleid ten aanzien van Jemen
19.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
19.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
19.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
19.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
19.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Jemen uitsluitend de volgende groepen aan als risicoprofiel:
19.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
19.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
19.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
19.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
19.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa en Taiz.
De IND neemt voor Jemen aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah.
Voor de overige provincies Al Mahra, Hadramaut en Socotra geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst met betrekking tot de laatstgenoemde drie provincies niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
19.5. Bescherming
19.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor vreemdelingen afkomstig uit Jemen aan dat het niet mogelijk is de bescherming te verkrijgen van de autoriteiten of internationale organisaties.
19.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor Jemen in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief aan in de provincies Al Mahra en Hadramaut voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de provincies Abyan, Aden, Al Bayda, Al Dhale, Al Hudayda, Al Jawf, Ibb, Lahj, Marib, Sa’da, Sana’a (stad), Sana’a (provincie), Shabwa, Taiz, Al Mahwit, Amran, Dhamar, Hajjah en Raymah, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C3/3.3.3.3 Vc.
19.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Jemen geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
19.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
20. Het asielbeleid ten aanzien van Kameroen
20.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
20.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
20.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
20.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
20.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
20.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
20.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
20.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
20.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
20.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Kameroen aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de provincies North-West en South-West (tezamen bekend als: NWSW).
20.5. Bescherming
20.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
20.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor Kameroen in ieder geval een binnenlands beschermingsalternatief in Yaoundé, Douala en Bafoussam aan, als de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoet:
Als de vreemdeling, al dan niet afkomstig uit een gebied waarvan in paragraaf C9/20.4.2 Vc is vermeld dat er sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld, op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, zal op individuele basis bezien worden of er een binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is.
20.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
20.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
21. Het asielbeleid ten aanzien van Libanon
21.1. Besluitmoratorium
Er geldt een besluitmoratorium in de zin van artikel 43 Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Libanon. De beslistermijnen van lopende asielaanvragen en van aanvragen die tijdens het besluitmoratorium worden ontvangen, worden verlengd met 12 maanden. De maximale beslistermijn van 21 maanden kan hierbij niet worden overschreden.
21.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
21.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
21.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
21.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
21.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
21.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
21.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
21.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
21.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libanon aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de gouvernementen Zuid, Nabatiye en Baalbek-Hermel.
21.5. Bescherming
21.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties kan verkrijgen.
21.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Het vorenstaande geldt niet als op grond van het individuele asielrelaas aannemelijk is dat de vreemdeling zich elders in Libanon kan vestigen.
21.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
21.7. Vertrekmoratorium
Er geldt een vertrekmoratorium in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw voor vreemdelingen afkomstig uit Libanon.
21.8. Bijzonderheden
De IND neemt voor niet-Libanese Palestijnen, die voorafgaand aan hun komst naar Nederland Libanon als land van gebruikelijke verblijfplaats hadden, aan dat zij bij terugkeer naar Libanon een reëel risico op uitzetting lopen en beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden of een dergelijke uitzetting leidt tot (indirect) refoulement.
De IND verleent aan de volgende categorieën een verblijfsvergunning asiel:
22. Het asielbeleid ten aanzien van Libië
22.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
22.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
22.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
22.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
22.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Libië uitsluitend de volgende risicoprofielen aan:
22.3.2.1. Toelichting Gaddafi-loyalisten
De IND beschouwt in ieder geval vreemdelingen die behoren tot de volgende stammen als Gaddafi-loyalisten:
22.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
22.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
22.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
22.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
22.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Libië aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in het noordwesten van Libië (inclusief Tripoli en Sirte) en Benghazi.
22.5. Bescherming
22.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.
22.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Libië aanwezig is voor vreemdelingen behorend tot de in dit hoofdstuk genoemde risicoprofielen, tenzij uit het individuele dossier blijkt dat de vreemdeling zich elders kan vestigen.
22.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Libië geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
22.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
23. Het asielbeleid ten aanzien van Mali
23.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
23.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
23.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
23.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
23.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
23.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
23.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
23.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
23.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
23.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de regio’s Gao, Kidal, Mopti en Tombouctou.
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de regio’s Ménaka en Ségou.
De IND neemt voor Mali aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de regio Koulikoro.
23.5. Bescherming
23.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
23.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor Mali geen binnenlands beschermingsalternatief aan, als de IND heeft geconcludeerd dat de vreemdeling op basis van individuele omstandigheden een gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel reëel risico op ernstige schade.
De IND neemt voor Mali in beginsel een binnenlands beschermingsalternatief in het district Bamako aan voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit de regio’s Gao, Kidal, Mopti, Tombouctou, Ménaka, Ségou en Koulikoro, en die enkel een reëel risico lopen op ernstige schade vanwege het willekeurige geweld in deze regio’s in de zin van paragraaf C3/3.3.3.3 Vc.
23.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
23.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
24. Het asielbeleid ten aanzien van Nepal
24.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
24.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
24.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
24.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
24.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
24.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
24.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
24.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
24.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
24.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
24.5. Bescherming
24.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen:
24.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
24.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nepal geldt in ieder geval dat:
24.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
25. Het asielbeleid ten aanzien van Nigeria
25.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
25.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
25.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
25.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
25.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Nigeria uitsluitend de volgende groep aan als risicoprofiel:
25.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
25.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
25.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
25.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
25.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
25.5. Bescherming
25.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het niet mogelijk is bescherming te verkrijgen van de autoriteiten en/of internationale organisaties, tenzij sprake is van evidente, concrete en individualiseerbare aanknopingspunten op basis waarvan kan worden aangenomen dat het verkrijgen van bescherming mogelijk is.
25.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is:
Ook neemt de IND aan dat er voor de volgende groep geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, tenzij op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in Nigeria kan vestigen:
25.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor Nigeria geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
25.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
26. Het asielbeleid ten aanzien van Oekraïne
26.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
26.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
26.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
26.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
26.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
26.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
26.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
26.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
26.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
26.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor Oekraïne aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in de oblasten Kharkiv, Luhansk, Donetsk, Zaporizhzhia, Kherson, Dnipropetrovs en Sumy.
De IND neemt voor Oekraïne aan dat sprake is van een situatie van een relatief hoger niveau van willekeurig geweld in de oblasten Mykolaiv en Chernihiv.
De IND neemt voor Oekraïne aan dat sprake is van een situatie van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de overige delen van Oekraïne.
26.5. Bescherming
26.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
Geen bijzonderheden.
26.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in beginsel voor Oekraïne een binnenlands beschermingsalternatief aan in de delen van Oekraïne waar sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij in een ander deel van Oekraïne een reëel risico lopen op ernstige schade door willekeurig geweld zoals bedoeld in artikel 15, onder c, Kwalificatieverordening. De IND merkt de Krim en Sevastopol niet aan als binnenlands beschermingsalternatief.
Als de vreemdeling op individuele gronden te vrezen heeft voor vervolging of ernstige schade, beoordeelt de IND op individuele gronden of er aanleiding is af te zien van het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief.
26.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Geen bijzonderheden.
26.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
27. Het asielbeleid ten aanzien van Pakistan
27.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
27.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
27.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
27.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
27.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor Pakistan uitsluitend de volgende categorieën als risicoprofielen aan:
27.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
27.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
Geen bijzonderheden.
27.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
27.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
27.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de provincies Balochistan en Khyber-Pakhtunkhwa (KP) aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld.
Voor de verdere beoordeling of de vreemdeling een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc wordt verwezen naar paragraaf C3/3.3.3 Vc. Voor overige provincies in Pakistan geldt dat er geen sprake is van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. De IND toetst in dit geval niet op basis van individuele omstandigheden of de vreemdeling een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld als gevolg van een internationaal of binnenlands gewapend conflict.
27.5. Bescherming
27.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en internationale organisaties te verkrijgen voor:
27.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat geen binnenlands beschermingsalternatief in Pakistan aanwezig is voor de volgende categorieën:
27.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Er is in Pakistan sprake van adequate opvang in de zin van paragraaf B8/6 Vc voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
27.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
28. Het asielbeleid ten aanzien van de Palestijnse gebieden
28.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
28.2. De (staatloze) Palestijn uit de Palestijnse Gebieden die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA
Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C3/3.2.2.1 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing.
Voor Gaza neemt de IND aan dat UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden.
Voor de Westelijke Jordaanoever neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in de Westelijke Jordaanoever niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C3/3.2.2.1 Vc.
28.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op (staatloze) Palestijnen die niet onder het mandaat van de UNRWA vallen en (staatloze) Palestijnen die wel onder het mandaat van de UNRWA vallen maar aan wie artikel 1D niet kan worden tegengeworpen.
28.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
28.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
28.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
Het beleid in deze paragraaf is van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen, ongeacht of zij onder het mandaat van de UNRWA vallen.
28.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
28.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
28.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
28.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
De IND neemt voor de Palestijnse Gebieden aan dat sprake is van een uitzonderlijk niveau van willekeurig geweld in Gaza.
28.5. Bescherming
Het beleid in deze paragraaf is eveneens van toepassing op alle (staatloze) Palestijnen.
28.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat het voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. Dit is alleen anders als uit concrete en individualiseerbare aanknopingspunten blijkt dat het voor de vreemdeling wel mogelijk is om de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen. De bewijslast voor het tegenwerpen van de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties ligt in eerste instantie bij de IND.
28.5.2. (Binnenlands) beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt aan dat er voor (staatloze) Palestijnen uit de Palestijnse Gebieden geen (binnenlands) beschermingsalternatief aanwezig is. Tenzij uit de individuele zaak blijkt dat er concrete aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich wel elders binnen de Palestijnse Gebieden kan vestigen. De bewijslast voor het tegenwerpen van een (binnenlands) beschermingsalternatief ligt in eerste instantie bij de IND.
28.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
In zijn algemeenheid geldt in de Palestijnse Gebieden dat:
In individuele gevallen kan echter uit nader onderzoek blijken dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
28.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
29. Het asielbeleid ten aanzien van de Russische Federatie
29.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
29.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
29.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
29.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
De IND beschouwt de volgende groep als groep die systematisch wordt blootgesteld aan vervolging in de zin van artikel 1A Vluchtelingenverdrag:
29.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt voor de Russische Federatie de volgende groepen aan als risicoprofiel:
29.4. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
29.4.1. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
29.4.1.1. Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc
Geen bijzonderheden.
29.4.1.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
Geen bijzonderheden.
29.4.2. Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc
Geen bijzonderheden.
29.5. Bescherming
29.5.1. Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)
De IND neemt in ieder geval voor de volgende categorieën aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten en/of internationale organisaties te verkrijgen:
29.5.2. Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)
De IND neemt voor de volgende categorieën in het algemeen aan dat er geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is in de Russische Federatie:
Het vorenstaande geldt niet als bij de beoordeling van de asielaanvraag door de IND blijkt dat op grond van individuele omstandigheden geconcludeerd kan worden dat de vreemdeling zich elders in de Russische Federatie kan vestigen.
29.6. Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen
De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.
Voor de Russische Federatie geldt in zijn algemeenheid dat:
Ondanks voornoemd uitgangspunt kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.
29.7. Vertrekmoratorium
Geen bijzonderheden.
30. Het asielbeleid ten aanzien van Somalië
Het onderstaande beleid is van toepassing op geheel Somalië, tenzij anders is vermeld. Voor de verschillende gebiedsaanduidingen wordt verwezen naar het algemeen ambtsbericht Somalië van 4 april 2025 van de Minister van Buitenlandse zaken.
30.1. Besluitmoratorium
Geen bijzonderheden.
30.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Geen bijzonderheden.
30.3. Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag (artikel 13 Kwalificatieverordening)
30.3.1. Groepsvervolging in de zin van paragraaf C3/3.2.3 Vc
Geen bijzonderheden.
30.3.2. Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc
De IND merkt uitsluitend de volgende risicoprofielen aan voor geheel Somalië:
De IND merkt gebieden in Somalië die (deels) onder controle staan van Al-Shabaab de volgende groepen aan als risicoprofiel:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)