Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 15 juli 2003, nr. MJZ2003071600, Centrale Directie Juridische Zaken Afdeling Wetgeving, houdende aanpassing en samenvoeging van ministeriële regelingen als gevolg van de invoering van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimte)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 45
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
punten bedrag punten bedrag punten bedrag punten bedrag punten bedrag
1 6,61 41 266,63 81 527,25 121 812,71 161 1098,14
2 13,12 42 273,12 82 534,37 122 819,87 162 1105,30
3 19,61 43 279,64 83 541,54 123 826,98 163 1112,42
4 26,10 44 286,13 84 548,65 124 834,13 164 1119,52
5 32,64 45 292,60 85 555,80 125 841,26 165 1126,69
6 39,12 46 299,14 86 562,95 126 848,38 166 1133,85
7 45,64 47 305,63 87 570,07 127 855,52 167 1140,97
8 52,12 48 312,17 88 577,21 128 862,71 168 1148,08
9 58,65 49 318,62 89 584,34 129 869,79 169 1155,30
10 65,15 50 325,14 90 591,49 130 876,95 170 1162,39
11 71,66 51 331,59 91 598,62 131 884,07 171 1169,52
12 78,13 52 338,15 92 605,72 132 891,21 172 1176,63
13 84,64 53 344,62 93 612,90 133 898,35 173 1183,81
14 91,14 54 351,15 94 620,03 134 905,48 174 1190,91
15 97,62 55 357,65 95 627,15 135 912,64 175 1198,04
16 104,13 56 364,14 96 634,30 136 919,73 176 1205,22
17 110,60 57 370,58 97 641,44 137 926,89 177 1212,32
18 117,13 58 377,12 98 648,57 138 934,04 178 1219,48
19 123,62 59 383,65 99 655,74 139 941,16 179 1226,60
20 130,15 60 390,16 100 662,84 140 948,31 180 1233,71
21 136,60 61 396,62 101 669,98 141 955,45 181 1240,89
22 143,12 62 403,13 102 677,10 142 962,54 182 1247,99
23 149,63 63 409,65 103 684,25 143 969,69 183 1255,15
24 156,16 64 416,12 104 691,42 144 976,84 184 1262,26
25 162,60 65 422,63 105 698,50 145 983,99 185 1269,43
26 169,15 66 429,12 106 705,67 146 991,08 186 1276,59
27 175,64 67 435,66 107 712,81 147 998,26 187 1283,70
28 182,17 68 442,14 108 719,92 148 1005,39 188 1290,84
29 188,63 69 448,61 109 727,09 149 1012,54 189 1297,97
30 195,13 70 455,12 110 734,20 150 1019,65 190 1305,09
31 201,67 71 461,60 111 741,35 151 1026,78 191 1312,28
32 208,12 72 468,13 112 748,47 152 1033,94 192 1319,36
33 214,61 73 474,62 113 755,59 153 1041,07 193 1326,51
34 221,12 74 481,12 114 762,79 154 1048,17 194 1333,69
35 227,64 75 487,64 115 769,87 155 1055,32 195 1340,79
36 234,15 76 494,13 116 777,03 156 1062,48 196 1347,91
37 240,64 77 500,59 117 784,17 157 1069,63 197 1355,05
38 247,13 78 507,14 118 791,29 158 1076,72 198 1362,20
39 253,64 79 513,63 119 798,44 159 1083,89 199 1369,31
40 260,12 80 520,15 120 805,56 160 1091,01 200 1376,49
punten bedrag punten bedrag
--- --- --- ---
201 1383,60 231 1597,67
202 1390,74 232 1604,83
203 1397,87 233 1611,96
204 1405,01 234 1619,06
205 1412,14 235 1626,24
206 1419,27 236 1633,36
207 1426,46 237 1640,50
208 1433,56 238 1647,65
209 1440,68 239 1654,80
210 1447,85 240 1661,92
211 1454,96 241 1669,02
212 1462,08 242 1676,18
213 1469,23 243 1683,31
214 1476,36 244 1690,45
215 1483,53 245 1697,59
216 1490,66 246 1704,75
217 1497,79 247 1711,84
218 1504,90 248 1719,03
219 1512,05 249 1726,14
220 1519,22 250 1733,26
221 1526,30 > 250 *
222 1533,46
223 1540,57
224 1547,73
225 1554,88
226 1562,01
227 1569,14
228 1576,29
229 1583,42
230 1590,54

De maximale huurprijsgrens behorende bij meer dan 250 punten is het bedrag dat wordt verkregen door € 7,12 (dat bedrag komt overeen met het verschil tussen de bedragen genoemd bij 250 en 249 punten) te vermenigvuldigen met het aantal punten van de woonruimte, verminderd met 250, en bij de verkregen uitkomst € 1.733,26 (dat bedrag komt overeen met het bedrag genoemd bij 250 punten) op te tellen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage V

Geldende huurprijs (in bedragen per maand) Huuraanpassing
I Hoger dan de maximale huurprijsgrens1 Huurverlaging2 tot de maximale huurprijsgrens1
II Niet hoger dan de maximale huurprijsgrens IIa huurverhoging van: indien het huishoudinkomen, bedoeld in artikel 7:252a, tweede lid, onderdeel b, van het Burgerlijk Wetboek, over het inkomenstoetsjaar, bedoeld in onderdeel d van dat artikellid, van de op het tijdstip van de in het voorstel tot verhoging van de huurprijs genoemde ingangsdatum in de woonruimte, die een zelfstandige woning vormt, wonende huurder en overige bewoners: a. lager is dan of gelijk is aan het voor dat huishouden toepasselijke in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte genoemde bedrag en de geldende huurprijs per maand is: 1°. € 350 of meer: maximaal 5,0 procentpunt, 2°. lager dan € 350: maximaal € 25 op de maandelijks verschuldigde huurprijs; b. hoger is dan het voor dat huishouden toepasselijke in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, genoemde bedrag doch lager is dan of gelijk aan het voor dat huishouden toepasselijke in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, genoemde bedrag: maximaal € 50 op de maandelijks verschuldigde huurprijs, en c. hoger is dan het voor dat huishouden toepasselijke in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte genoemde bedrag: maximaal € 100 op de maandelijks verschuldigde huurprijs, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden.
IIb huurverhoging ten aanzien van overige woonruimte: maximaal 5,0 procentpunt, voor zover de maximale huurprijsgrens1 niet wordt overschreden.

1 De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in de artikelen 8a en 12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.

2 Bij woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, met een puntentotaal van meer dan 250 en een geldende huurprijs hoger dan de maximale huurprijsgrens bij een puntentotaal van 250, kan een huurprijsverlaging plaatsvinden, indien het huurpeil van vergelijkbare woonruimte daartoe aanleiding geeft. De huurprijs van deze woonruimte kan niet worden verlaagd tot minder dan de maximale huurprijsgrens behorende bij woonruimte met een puntentotaal van 250, behoudens toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 7a

Vervallen

Artikel 7b

Vervallen

Artikel 7c

Indien de plaatsvervangend voorzitter de functie van voorzitter waarneemt, kan hem een waarnemingstoelage worden toegekend overeenkomstig artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.

Artikel 7d

Op het ambtsjubileum van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is artikel 79, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenregelement van overeenkomstige toepassing

Artikel 7e

1.

Op eenmalige of periodieke toeslagen van de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters is artikel 22a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 van overeenkomstige toepassing.

2.

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op het Individueel Keuzebudget en op de mogelijkheid om betaald meer uren te werken overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in hoofdstuk 9 van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 7f

1.

De voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen overeenkomstig het Reisbesluit binnenland, het Reisbesluit buitenland en de Reisregeling binnenland.

2.

De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter hebben recht op een vergoeding van verplaatsingskosten overeenkomstig hoofdstuk IV van het Verplaatsingskostenbesluit 1989.

3.

De voorzitter heeft recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig artikel 68a, derde lid, onderdeel b, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement. De plaatsvervangend voorzitter en de zittingsvoorzitters hebben recht op een vergoeding van representatiekosten overeenkomstig artikel 68a, derde lid, onderdeel c, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel 8a

1.

De leden van de Raad van Advies, bedoeld in artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, genieten een vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen en het geven van adviezen uit hoofde van hun functie als bedoeld in dat artikel ten bedrage van € 400 per maand. Het lid van de Raad dat tevens telkenmale die vergaderingen voorzit, geniet een vergoeding van € 520 per maand. De bedragen van de vergoeding worden jaarlijks per 1 april gewijzigd met het onmiddellijk daaraan voorafgaande in januari in de Staatscourant bekendgemaakte percentage, waarmee de consumentenprijzen (alle huishoudens) ten opzichte van het aan die bekendmaking voorafgaande jaar zijn gewijzigd.

2.

De leden van de Raad van Advies, bedoeld in artikel 3g van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, genieten een vergoeding voor reis- en verblijfkosten ter zake van reizen ten behoeve van de huurcommissie gedaan, overeenkomstig hetgeen is overeengekomen over binnenlandse dienstreizen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

§ 6. Aanwijzing groep chronisch zieken en gehandicapten

§ 7. Leges

§ 8. Gegevensverstrekking door de huurder

§ 8a. Servicekosten

Bijlage VI

Schema van redelijke huuraanpassingen per 1 juli 2025 voor woonruimte bij overgang van reguliere huurprijs naar huurvastprijs, van huurvastprijs naar reguliere huurprijs en van huurvastprijs naar nieuwe huurvastprijs

Geldende huurprijs (in bedragen per maand) Geldende huurprijs (in bedragen per maand) Huuraanpassing Huuraanpassing
I hoger dan de maximale huurprijsgrens ¹ I huurverlaging tot de maximale huurprijsgrens ¹en ²
II niet hoger dan de maximale huurprijsgrens ¹, bij overgang van de overeengekomen reguliere huurprijs 4 of huurvastprijs ³ naar een (nieuwe) huurvastprijs ³ II ieder percentage, voorzover de maximale huurprijsgrens ¹ niet wordt overschreden
III niet hoger dan de maximale huurprijsgrens ¹, bij overgang van de huurvastprijs ³ naar een nieuwe reguliere huurprijs 4, voorzover bij de aanvang van de oude huurvastprijs ³ wèl een alternatieve reguliere huurprijs 4 bekend was III huurverhoging van maximaal de uitkomst van de gecumuleerde vermenigvuldiging van alle in de periode dat de huurvastprijs ³ in rekening is gebracht, per 1 juli verwachte huurprijsontwikkelingen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag, en de alternatieve reguliere huurprijs 4, voorzover de maximale huurprijsgrens ¹ niet wordt overschreden 5
IV niet hoger dan de maximale huurprijsgrens ¹, bij overgang van de huurvastprijs ³ naar een nieuwe reguliere huurprijs 4, voorzover bij de aanvang van de huurvastprijs ³ géén alternatieve reguliere huurprijs 4 bekend was IV huurverhoging van maximaal de uitkomst van de gecumuleerde vermenigvuldiging van alle in de periode dat de huurvastprijs ³ in rekening is gebracht, per 1 juli verwachte huurprijsontwikkelingen als bedoeld in artikel 27, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag, gedeeld door 2, voor zover de maximale huurprijsgrens ¹ niet wordt overschreden 5

¹ De maximale huurprijsgrenzen, bedoeld in de artikelen 8a en 12, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, zoals deze gelden op de dag dat dit schema in werking treedt.

² Bij woonruimte welke een zelfstandige woning vormt, met een puntentotaal van meer dan 250 en een geldende huurprijs hoger dan de maximale huurprijsgrens bij een puntentotaal van 250, kan een huurprijsverlaging plaatsvinden, indien het huurpeil van vergelijkbare woonruimte daartoe aanleiding geeft. De huurprijs van deze woonruimte kan niet worden verlaagd tot minder dan de maximale huurprijsgrens behorende bij woonruimte met een puntentotaal van 250, behoudens toepassing van artikel 6, eerste lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte.

³ Onder huurvastprijs wordt verstaan de voor de gehele huurvastperiode geldende (bevroren) huurprijs.

4 Onder reguliere huurprijs wordt verstaan de huurprijs die jaarlijks kan worden verhoogd.

5 Indien de huurvastperiode eindigde op 30 juni van enig jaar dient, in afwijking van het schema, in de gecumuleerde vermenigvuldiging tevens de huurprijsontwikkeling te worden betrokken die wordt verwacht voor het tijdvak van 1 juli tot en met 30 juni daaropvolgend. Indien de huurvastperiode is begonnen op 1 juli van enig jaar dient, in afwijking van het schema, in de gecumuleerde vermenigvuldiging niet de huurprijsontwikkeling te worden betrokken die werd verwacht voor het tijdvak van die 1 juli-datum tot en met de 30 juni-datum daaropvolgend.

Bijlage VII

Bijlage VIII

Het bedrag van de servicekosten, bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is:

Normbedrag per jaar
Gas Prijs van 400 m3 gas*
Water Prijs van 25 m3 water*
Elektriciteit Prijs van 800 kWh*
Overige servicekosten 12 euro
Normbedrag per jaar
--- ---
Gas Prijs van 250 m3 gas*
Water Prijs van 25 m3 water*
Elektriciteit Prijs van 500 kWh*
Overige servicekosten 12 euro

Bijlage IX

Vervallen

Bijlage X

Vervallen

Bijlage XI

Vervallen

Bijlage XII

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12a

De gegevens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en 8 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, worden uiterlijk binnen vier weken na de kennisgeving van ontvangst van het verzoek bij de voorzitter ingediend. De gegevens bevatten een afschrift van de huurovereenkomst.

§ 8. Gegevensverstrekking door de huurder

Artikel 14a

Het bedrag, bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, is het bedrag, genoemd in bijlage VIII.

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage XIII

Vervallen

Bijlage XIV

Vervallen

Bijlage XVa

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Bijlage XVb

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12b

Het bedrag, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bedraagt € 500.

§ 8. Gegevensverstrekking door de huurder

§ 8a. Servicekosten

§ 9. Slotbepalingen

Bijlage XVc

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)