Vaststellingsbesluit selectielijst beleidsterrein Belastingheffing over de periode 1945-2001: neerslag handelingen Minister van Verkeer en Waterstaat
m.b.t. het indienen van aangiften door huurders en gebruikers van plaatsen waarin zich voorwerpen bevinden die belangrijk zijn voor het vaststellen van belastingschuld, dan wel door de rechthebbende op die voorwerpen;
m.b.t. vormen en termijnen van het leggen van conservatoir beslag;
ter uitvoering van het Besluit
Periode: 1945–1950
Grondslag: Besluit van 09-11-1945, Stb. F 254,
art. 3.3;
art. 3.5;
art. 7.3;
art. 18
Waardering: B, 1
Handeling: Het stellen van voorwaarden aan verdachten ter voorkoming van strafvervolging
Periode: 1945–1950
Grondslag: Besluit van 09-11-1945, Stb. F 254, art. 17
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling
Wet houdende instelling van raden van beroep voor de directe belastingen en vaststelling van algemene bepalingen betreffende het beroep op die colleges (b.w. wet 17-05-1956, Stb. 323)
Handeling: Het instellen van beroep in cassatie tegen uitspraken van raden van beroep
Periode: 1945–1956
Grondslag: Wet van 19-12-1914, Stb. 564, art. 18, (19, 21, 22, 23, deze artikelen geven de procedure weer)
Waardering: V, 10 jaar na het beroep
Wet houdende vaststelling nieuwe regeling inzake belastingrechtspraak (Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, b.w. bij wet van 29-10-1998, Stb. 621, iwtr. 01-09-1999)
Handeling: Het instellen van/voeren van verweer bij beroepen in cassatie bij de Hoge Raad tegen uitspraken van de Gerechtshoven in verband met gevoerde procedures tegen opgelegde aanslagen
Periode: 1956–1999
Grondslag: Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, 1956, Stb. 323, art. 5.1 (betaling griffierecht), 20.1.3, 22.2, 23.1, 24.1, (het ontvangen van stukken: art. 22.1.3, 23.2, 24.4 (arrest), 26.2)
Waardering: V, 10 jaar na de uitspraak
Handeling: Het instellen van/voeren van verweer bij beroepen in cassatie bij de Hoge Raad tegen uitspraken van de Gerechtshoven in verband met gevoerde procedures tegen opgelegde aanslagen
Periode: 1999–
Grondslag: Algemene wet inzake rijksbelastingen, 1959, Stb. 301, art. 28, art. 28a en b, art. 29, art. 29 a t/m i en art. 30 bij wijziging van 29-10-1998, Stb. 621, Iwtr. 01-09-1999, Stb. 26
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak of intrekking beroep
Handeling: Het mede opstellen, wijzigen en intrekken van regels:
i.s.m. de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de heffing/invordering van premies AOW van personen die krachtens een AMvB op grond van art. 6 AOW of krachtens een overeenkomst met een andere Mogendheid ingevolge de AOW verzekerd zijn;
i.s.m. de Minister van Sociale Zaken m.b.t. de heffing/invordering van premies werknemersverzekeringen van bedragen welke aannemers hebben overgemaakt op rekeningen van onderaannemers;
i.s.m. de Minister van Binnenlandse Zaken m.b.t. het verlenen van vrijstelling van gemeentelijke belastingen conform de gebruiken van het volkenrecht of het internationaal gebruik
Periode: 1945–
Grondslag: 1. Algemene Ouderdomswet van 31-05-1956, art. 41.7;
Coördinatiewet Sociale Verzekering, Stb. 1953, 577, art. 16b.7;
Wet van 29-07-1851, Stb. 85, de Gemeentewet, art. 290
Waardering: B, 1
Handeling: Het gezamenlijk (ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën) verklaren dat wederkerigheid niet is gewaarborgd t.b.v. het niet verlenen van vrijstelling van gemeentelijke belastingen
Periode: 1978–
Grondslag: Beschikking diplomatieke vrijstellingen gemeentelijke belastingen, bij wet van 13-01-1978, Stcrt. 42 art. 1.5, vanaf wijz.wet van 14-07-1989, Stcrt. 192 art. 1.4
Waardering: B, 1
Opmerking: De Minister van Binnenlandse Zaken is eerste ondertekenaar
Handeling: Het voorbereiden van antwoorden op vragen van leden van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal m.b.t. de toepassing en uitleg van de fiscale wetgeving en het belastingstelsel, niet direct leidende tot wetswijzigingen of opzegging, of wijziging van internationale overeenkomsten en verdragen
Periode: 1945–
Grondslag: 1. Besluit van 17 oktober 1888, houdende vaststelling van het Reglement van Orde voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal, art. 115, 116;
Besluit van 12-07-1966, houdende vaststelling van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, art. 120, 121;
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 22 juni 1993 (Kamerstukken 22590), art. 134, 135, laatstelijk gewijzigd bij Regeling van 27 juni 2002 (Kamerstukken 28452);
Besluit van 3 augustus 1888, houdende vaststelling van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, art. 75;
Besluit van 06-09-1983, houdende vaststelling van het Reglement van Orde van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, art. 151, 159, gewijzigd bij Regeling van 6 juni 1995 (Kamerstukken 50c en 50e), art. 140
Waardering: B, 3
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen i.v.m. ingestelde onderzoeken naar aanleiding van verzoekschriften welke zijn ingediend bij de Commissies voor de Verzoekschriften van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal
Periode: 1971–
Grondslag: 1. Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften van de Eerste Kamer der Staten-Generaal als bedoeld in het Reglement van Orde der Eerste Kamer, vastgesteld bij Besluit van 04-05-1971, art. 8.3: Hst. III. Vaste en bijzondere commissies (art. 32 e.v.) bij wet van 06-06-1995, kamerst. 50e;
Reglement van de Commissie voor de Verzoekschriften van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, laatstelijk gepubliceerd bij kamerstuk 18376 vastgesteld in de vergadering van 07-06-1984, art. 9: Hst. VII De Commissies, Bron 22-06-1993, Kamerstukken 22590
Waardering: V, 6 jaar na afdoening
Handeling: Het aan de Tweede Kamer laten weten dat niet ingegaan wordt op aanbevelingen die de Commissie van de Verzoekschriften heeft gedaan na onderzoek als gevolg van ingediende bezwaarschriften
Periode: 1966–
Grondslag: Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, vastgesteld bij besluit d.d. 12-07-1966, art. 145: art. 132 bij wet van 22-06-1993, kamerstukken 22590
Waardering: B, 5
Handeling: Het wel/niet behandelen, na verklaring hiertoe, van bij de Raad van State ingediende beroepschriften als zijnde een bezwaarschrift tegen eerder afgegeven beschikkingen
Periode: 1975–1994
Grondslag: Wet Administratieve Rechtspraak Overheidsbeschikkingen van 01-05-1975, Stb. 284, art. 11, 14
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling
Handeling: Het geven van toelichtingen aan de Nationale Ombudsman i.v.m. ingestelde onderzoeken naar gedragingen door (ambtenaren van) de Belastingdienst
Periode: 1981–
Grondslag: Wet Nationale Ombudsman van 04-02-1981, Stb. 35, art. 19.1
Waardering: V, 6 jaar na het verstrekken van de toelichtingen
Handeling: Het verrichten van (justitieel/fiscaal) onderzoek naar het American Land Program
Periode: 1976–1991
Activiteiten: Het verzamelen van informatie t.b.v. het onderzoek;
het verstrekken van gegevens op grond van aanschrijving IB’65/688;
het geven van richtlijnen aan directeuren en inspecteurs der belastingdienst;
het afhandelen van schadeclaims van gedupeerden;
het voeren van juridische procedures;
het doen van een uitspraak in een rechtszaak
Waardering: B, 5
Handeling: Het benoemen/aanstellen en opheffen van (interdepartementale/interne) commissies, werkgroepen en adviseurs en in ontvangst nemen en verwerken van rapportages en adviezen
Periode: 1945–
Waardering: B, 4
Handeling: Het voorbereiden en wijzigen van belastingplannen, (meerjaren-)ramingen en bewaking van budgettaire consequenties welke verband houden met de (uitvoering van) fiscale wetgeving
Periode: 1945–
Grondslag: Organisatiebeschrijving van de Directie Algemene Fiscale Politiek
Waardering: B, 1
Handeling: Het verrichten van studies en onderzoeken m.b.t. de betekenis, aanpassing, en vernieuwing van het nationale fiscale beleid en de uitvoering er van, al dan niet ten behoeve van de opstelling van nota's ten behoeve van het parlement en het Kabinet
Periode: 1945–
Grondslag: Organisatiebeschrijvingen van verschillende directies, o.a. Organisatiebeschrijving van de Directie Algemene Fiscale Politiek
Waardering: B, 1
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van ambtelijke voorschriften en aanwijzingen aan de belastingadministratie
Periode: 1945–
Grondslag: AWR, artikel 62
Waardering: B, 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de zogenaamde pseudo-regelgeving
Handeling: Het verlenen/weigeren van machtigingen aan de onderdelen/functionarissen van de Belastingdienst tot het verrichten van specifieke handelingen t.b.v. de belastingheffing op grond van wettelijke bepalingen, het functioneren en de inrichting van de dienst, alsmede het geven van aanwijzingen in bepaalde gevallen zaken voor te leggen aan het ministerie
Periode: 1945–
Grondslag: Intern gerichte aanschrijvingen en leidraden aan de Belastingdienst opgenomen in de Boekwerken Belastingdienst, bijvoorbeeld voortkomende uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 02-07-1959, Stb. 301, art. 62 en gelijkluidende artikelen in de fiscale wetgeving (bijvoorbeeld Invorderingswet 1990, art. 69)
Waardering: V, 6 jaar na het verlenen van de machtiging of 6 jaar na het intrekken van de instructie
B, 1 ingeval de inspecteur bijzondere (pseudo-regelgevende) afspraken maakt
Handeling: Het, al dan niet op verzoek van de Belastingdienst, verlenen van adviezen en aanwijzingen m.b.t. door de Belastingdienst voorgenomen handelingen of standpunten
Periode: 1945–
Grondslag: Intern gerichte aanschrijvingen en leidraden aan de Belastingdienst opgenomen in de Boekwerken Belastingdienst, bijvoorbeeld voortkomende uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 02-07-1959, Stb. 301, art. 62 en gelijkluidende artikelen in de fiscale wetgeving (bijvoorbeeld Invorderingswet 1990, art. 69)
Waardering: B, 1 (indien het beleidsmatige adviezen betreft)
V, 6 jaar (indien het adviezen in individuele gevallen betreft)
Handeling: Het behandelen van door de Belastingdienst doorgezonden verzoeken, vorderingen, beroepen in cassatie van belastingplichtigen die in verband staan met de heffing van belastingen en die niet in overleg tussen de Belastingdienst en belastingschuldige kunnen worden afgedaan vanwege onoverkomelijke verschillen van inzicht dan wel omdat de (interne) regelgeving dit voorschrijft
Periode: 1945–
Grondslag: Intern gerichte aanschrijvingen en leidraden aan de Belastingdienst opgenomen in de Boekwerken Belastingdienst, bijvoorbeeld voortkomende uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 02-07-1959, Stb. 301, art. 62 en gelijkluidende artikelen in de fiscale wetgeving (bijv. Invorderingswet 1990, art. 69)
Waardering: V, 10 jaar na afhandeling
Handeling: Het behandelen en verwerken van door de Belastingdienst ingevolge de intern gerichte aanschrijving ingezonden mededelingen van ondernomen handelingen
Periode: 1945–
Grondslag: Intern gerichte aanschrijvingen en leidraden aan de Belastingdienst opgenomen in de Boekwerken Belastingdienst, bijvoorbeeld voortkomende uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 02-07-1959, Stb. 301, art. 62 en gelijkluidende artikelen in de fiscale wetgeving (bijv. Invorderingswet 1990, art. 69)
Waardering: V, 5 jaar na kennisneming/verwerking
Dit hoofdstuk handelt over de verdragen die betrekking hebben op de belastingen m.u.v. invoerrechten en accijnzen (enkele uitzonderingen daargelaten). Hiertoe zijn ook standaardhandelingen opgenomen m.b.t. handelingen die in de verdragen voorkomen. Mocht er aanleiding zijn om nadere uitwerking van de verdragen die merendeels met de invoerrechten en accijnzen te maken hebben, dan zullen die uitwerkingen geschieden in een volgend PIVOT-onderzoek, dat gewijd is aan dit gebied. Hierbij valt voornamelijk te denken aan afspraken in Benelux verband, een deel van de EEG-verdragen en aan afspraken m.b.t. de GATT.
Handeling: Het (mede-) opstellen, wijzigen en intrekken van (belastingtechnische bepalingen van) verdragen met andere Mogendheden, mede in verband met de vorming, organisatie en werkwijze, voorrechten van internationale organisaties en die gesloten worden ter nastreving van de doelstellingen van die organisaties, alsmede van bijkomende protocollen, aanvullende en wijzigende besluiten
Periode: 1945–
Grondslag: Grondwet, art. 91, De in dit artikel bepaalde handeling kan teruggevoerd worden op art. 58 GW 1815, art. 57, GW 1848, art. 59 GW. 1887, art. 58 GW 1922, art. 60 GW 1938, 1948 en 1972
Waardering: B, 1
Handeling: Het (mede-) opstellen, wijzigen en intrekken van belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belastingen met andere Mogendheden en internationale organisaties alsmede van bijbehorende protocollen
Periode: 1945–
Grondslag: Grondwet, art. 91, de in dit artikel bepaalde handeling kan teruggevoerd worden op art. 58 Grondwet 1815, art. 57, GW 1848, art.59 GW. 1887, art. 58 GW 1922, art. 60 GW 1938, 1948 en 1972
Waardering: B, 1
Handeling: Het (mede-) opstellen, wijzigen en intrekken van goedkeuringswetten m.b.t. tot gesloten internationale verdragen en overeenkomsten
Periode: 1945–
Grondslag: Grondwet, art. 91, De in dit artikel bepaalde handeling kan teruggevoerd worden op art. 58 GW 1815, art. 57, GW 1848, art. 59 GW. 1887, art. 58 GW 1922, art. 60 GW 1938, 1948 en 1972
Waardering: B, 1
Handeling: Het (mede-) opstellen, wijzigen en intrekken van besluiten, richtlijnen, reglementen en beleidsvoornemens van internationale organisaties waartoe Nederland is toegetreden, al dan niet in het verband van Comités, werkgroepen, en overlegvormen, alsmede het voeren van overleg en uitwisseling van beleidsvoornemens met andere Lidstaten
Periode: 1945–
Grondslag: 1. Bepalingen van verschillende overeenkomsten en verdragen van organisaties waartoe Nederland is toegetreden;
Organisatiebeschikkingen van directies behorende tot het DGFZ
Waardering: B, 1
Handeling: Het uitwisselen van inlichtingen met andere verdragsluitende partijen alsmede het verlenen van bijstand, op fiscaal gebied, m.b.t. uitvoering van de overeengekomen bepalingen en de invordering van belastingen
Periode: 1945–
Grondslag: Verschillende verdragen
Waardering: V, 10 jaar na het verstrekken/verkrijgen van de inlichtingen
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van uitvoeringsvoorschriften, al dan niet in overleg met de andere verdragsluitende Mogendheden, m.b.t. de bepalingen in overeengekomen verdragen
Periode: 1945–
Grondslag: Verschillende verdragen
Waardering: B, 1
Handeling: Het toewijzen of afwijzen van verzoeken van particulieren en werknemers van volkenrechtelijke organisaties inzake toepassing van de bepalingen van gesloten verdragen of van bezwaren vanwege onbillijkheden van de bepalingen van gesloten verdragen in hun situatie
Periode: 1945–
Grondslag: Verschillende verdragen
Waardering: V, 10 jaar na de afwijzing of toewijzing van het verzoek
Handeling: Het voordragen/benoemen van leden/vertegenwoordigers in organen/instellingen/commissies werkgroepen e.d. welke zijn ingesteld op basis van gesloten verdragen
Periode: 1945–
Grondslag: Verschillende Verdragen
Waardering: V, 5 jaar na zittingstermijn
Handeling: Het verkrijgen en verstrekken van kennisgevingen t.a.v. de andere verdragsluitende Staat m.b.t. wijzigingen in de nationale belastingwetgevingen i.v.m. mogelijke consequenties voor de inhoud en de uitvoering van het verdrag
Periode: 1945–
Grondslag: Belastingverdrag met ..... inzake ..... d.d. ..., Stb./Trb. ..., art.: ....(variabel)...
Waardering: B, 1
Handeling: Het, in onderling overleg, vaststellen, wijzigen en intrekken van uitvoeringsvoorschriften
Periode: 1945–
Grondslag: Belastingverdrag met ..... inzake ..... d.d. ..., Stb./Trb. ..., art.: ....(variabel)...
Waardering: B, 1
Handeling: Het toewijzen of afwijzen van verzoeken van personen/lichamen die menen dat de maatregelen van de overeenkomst voor hem zullen leiden tot belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen, e.e.a. in overleg met de andere Staat
Periode: 1945–
Grondslag: Belastingverdrag met ..... inzake ..... d.d. ..., Stb./Trb. ..., art.: .... (variabel)...
Waardering: V, 10 jaar na afwijzing/toewijzing indien gelijk aan eerder precedent/gelijk geval
Handeling: Het uitwisselen van inlichtingen met de andere Staat i.v.m. het tegengaan van fraude/het ontgaan van belastingen
Periode: 1945–
Grondslag: Belastingverdrag met ..... inzake ..... d.d. ..., Stb./Trb. ..., art.: .... (variabel)...
Waardering: V, 10 jaar na uitwisseling van de gegevens
Er zijn meerdere wetten die dienen ter parlementaire goedkeuring van gesloten verdragen. In onderstaand gedeelte is gekozen voor de uitwerking van één van die wetten namelijk de goedkeuringswet van een gesloten verdrag met Amerika. Andere goedkeuringswetten zijn van gelijke inhoud.
Handeling: Het schriftelijk aanwijzen/opdracht geven van een ontvanger die belast is met de invordering die Amerika verzoekt
Periode: 1945–
Grondslag: Wet van 29-10-1948, Stb. I 464, Goedkeuring verdrag met Amerika ter voorkoming van dubbele belasting, art. 2
(gewijzigd: Wet 12-02-1969, Stb. 83 en Wet van 30-05-1990, Stb. 222)
(Wet van 23-10-1957, Stb. 438, tot goedkeuring van de overeenkomst met Denemarken ter vermijding van dubbele belasting)
Waardering: V, 6 jaar na intrekking van de aanwijzing
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van voorschriften ter uitvoering van het verdrag
Periode: 1945–
Grondslag: Wet van 29-10-1948, Stb. I 464, Goedkeuring verdrag met Amerika ter voorkoming van dubbele belasting, art. 3
Waardering: B, 1/5
Handeling: Het wel/niet toelaten van een verdachte tot transactie i.v.m. invordering
Periode: 1945–
Grondslag: Wet van 29-10-1948, Stb. I 464, Goedkeuring verdrag met Amerika ter voorkoming van dubbele belasting, art. 6
Waardering: V, 10 jaar na het wel/niet toelaten
8. De secretaris-generaal van het Ministerie van Financiën
Wet tot voorkoming van dubbele belasting (ingetrokken in 1958, Stb.700 b.w. per. 22-11-1962 bij KB. 29-10-1962, Stb. 448; voorschriften uit deze wet worden vanaf die datum geacht te zijn uitgevaardigd krachtens hoofdstuk VII van de AWR)
Handeling: Het in bijzondere gevallen weigeren binnen het land wonende vreemdelingen vrijstelling te verlenen voor de heffing van dubbele belasting indien de staat waar die vreemdeling onderdaan van is Nederlanders niet op gelijke wijze vrijstelt
Periode: 1945–1953
Grondslag: Beschikking ter voorkoming van dubbele belasting d.d. 10-09-1941, Stcrt. 221 (vervallen 15-02-1953, Stb. 584), art. 4.2
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
9. Belastingdienst
Wet houdende bepalingen betreffende het opleggen van voorlopige aanslagen in de directe belastingen (b.w. 1959, Stb. 301)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van directe belastingen en dividend- en tantièmebelasting
Periode: 1945–1959
Grondslag: Wet van 13-01-1922, Stb. 9, art. 2, 3
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet tot bevordering van de richtige heffing der directe belastingen (b.w. 1959, Stb. 301)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de heffing van belastingen
Periode: 1945–1959
Grondslag: Wet van 29-04-1925, Stb. 171, art. 1, 3, 4
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende een regeling m.b.t. het overschrijden van in belastingwetten gestelde termijnen (b.w. 1959, Stb. 301)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van directe belastingen inclusief dividend- en tantièmebelasting alsmede de jachtrente en ruilverkavelingrente en tiendrente
Periode: 1945–1959
Grondslag: Wet van 28-06-1926, Stb. 227, art. 1
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende tijdelijke voorziening tot versterking van de middelen tot dekking van de uitgaven des Rijks (b.w. 1951, Stb. 25)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van opcenten op belastingen: grondbelasting, vermogensbelasting, dividend- en tantièmebelasting, inkomstenbelasting, zegelrecht, rechten van successie, van overgang en van schenking, rechten van registratie, gedistilleerd accijns, accijns op suiker, accijns op wijn
Periode: 1945–1951
Grondslag: Wet van 27-12-1938, Stb. 413, art. 5, 6, 7, 8, 9 (vervallen 1947, Stb. H 409), 10, 11 (vervallen 1950, Stb. K 625), 12 (vervallen 1951, Stb. 25)
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende bijzondere voorzieningen m.b.t. de in gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden gevestigde naamloze vennootschappen en andere rechtspersonen, alsmede m.b.t. zeeschepen, die gerechtigd zijn tot het voeren van de Nederlandse vlag (b.w. bij wet van 09-03-1967, Stb. 161, iwtr. 01-06-1967, Stb. 257, 1967; art. 19 b.w. 01-01-1965, Stb. 425, 1964)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de heffing van belastingen
Periode: 1945–1967
Grondslag: Wet van 26-04-1940, Stb. 200, art. 19.1.2;
Besluit van 23-12-1943, Stb. D 58, art. 2.2, 10.1.2, 11.2.4, 12.1, 13.1.2.3.6, 14.1.2.3.5
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Besluit buitengewoon navorderingsbesluit (b.w. 1959, Stb. 301)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. tot de heffing en navordering van belastingen
Periode: 1945–1959
Grondslag: Besluit van 03-09-1945, Stb. F 159, art. 1, 2c.d, 3.3, 4.2, 5, 10.1.2, 11.3, 14.2, 18, 19.1
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende bepalingen inzake vervanging van het fiscale noodrecht (b.w. 1959, Stb. 301, 1962, Stb. 319 en 1967, Stb. 377)
Handeling: Het verrichten van activiteiten t.b.v. de heffing van Rijksbelastingen
Periode: 1952–1959
Grondslag: Wet van 23-04-1952, Stb. 191, art. 2, 3, 4, 5, 9, 10.4, 16, 17, 18, 18.1
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
(Is in verschillende fasen in werking getreden) Inclusief handelingen uit het Besluit voorkoming dubbele belasting vanaf 07-04-1965, Stb. 145
Handeling: Het verrichten van activiteiten i.v.m. het heffen van belastingen d.m.v.:
de behandeling van (verzoek om) uitnodiging tot het doen van aangiften;
de behandeling van aangiften en melding;
het bepalen van het tijdvak;
het verlenen van uitstel van betaling;
het verlenen van vrijstellingen;
de heffing van belasting bij wege van aanslag;
de heffing van belasting bij wege van voldoening of afdracht op aangifte;
de heffing van belasting bij wege van uitnodiging tot betaling;
de behandeling van bezwaren en beroepen;
de heffingsrente en revisierente;
bevordering van de richtige heffing;
vertegenwoordiging van belastingplichtige;
verplichtingen ten dienste van de belastingheffing;
herstel van vormverzuimen en overschrijding van termijnen;
toekenning van bevoegdheden;
beboetbare feiten en bestuurlijke boeten;
algemene bepalingen van strafrecht en strafvordering
Periode: 1959–
Grondslag:
Uitvoeringsregeling AWR 1994: art. 2.1.2.3 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114; art. 3 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114; art. 4a vanaf 21-12-1995, Stcrt. 252; art. 20.3.4 vanaf 21-12-1995, Stcrt. 252;
AWR: art. 5 bij wet van 30-05-1990, Stb. 222 (Invoeringswet Invorderingswet 1990, iwtr. 01-06-1990); art. 5a bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, iwtr. 23-12-1993, Stb. 693; art. 6.1.2; art. 8.2: art. 8.3 bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, iwtr. 23-12-1993, Stb. 693; art. 9.2.3.5.6, lid 6 vervalt bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, iwtr. 23-12-1993, Stb. 693 en lid 5 vervalt bij wet van 18-12-1997, Stb. 738, iwtr. 01-01-1998; art. 10.2.3, Uitvoeringsregeling AWR 1994: art. 21.1.3 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114, lid 3 vervalt vanaf 03-04-1995, Stcrt. 69; art. 21b vanaf 19-12-2000, Stcrt. 250; art. 22 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114;
Uitvoeringsregeling AWR 1994: art. 25.1.3, 26.3, 27.4a.5, art. 28.1.2a, art. 29.1.2 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114, art. 27 vervalt vanaf 30-03-1995, Stcrt. 64 iwtr. 01-04-1995;
Uitvoeringsregeling AWR: art. 30.1 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114;
Uitvoeringsregeling AWR: art.35, 36.4.6, 39.2 vanaf 14-06-1994, Stcrt. 114;
AWR: art. 11.1.2.3; art. 12; art. 13; art. 14; art. 15; art. 16.1.3; art. 17.1; art. 18, vervallen bij wet van 18-12-1997, Stb. 738, iwtr. 01-01-1998; art. 18a bij wet van 20-12-1996, Stb. 653, iwtr. 01-01-1997;
AWR: art. 19.1.3.4; art. 20.1.2; art. 21.3.4: lid 4 vervalt, lid 3 wordt lid 4 en lid 2 wordt tussengevoegd bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, iwtr. 23-12-1993, Stb. 693, vervolgens vervalt dit artikel bij wet 18-12-1997, Stb. 738, iwtr. 01-01-1998; art. 22, vervallen bij wet 18-12-1997, Stb. 738, iwtr. 01-01-1998;
AWR: art. 22a.1; art. 22b; art. 22c.1; art 22e bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246;
AWR: art. 23; art. 24; art. 25.1.2.5.6, lid 2, 4 en 6 vervallen bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, de resterende leden worden onder vernummering herschreven, de activiteiten van de inspecteur zijn dan terug te vinden in art. 25.1.2.4.5 en lid 7 bij wet van 29-10-1998, Stb. 621, iwtr. 17-06-1999, Stb. 265; art. 25a bij wet van 29-10-1998, Stb. 621; art. 26.1.3, lid 3 vervalt bij wet van 04-06-1992, Stb. 422; art. 26b.2 bij wet van wet 29-10-1998, Stb. 621, iwtr. 17-06-1999, Stb. 265; art. 27.1, vervallen en iwtr. Bij wet van 23-12-1993, Stb. 690 en 693; art. 30.1, vervallen bij wet van 29-10-1998, Stb. 621 en iwtr. 17-06-1999, Stb. 265; art. 30a.2, bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246 (art. 30a bij wet van 26-03-1987, Stb. 120 vernummerd tot art. 30f); art. 30.d.3 bij wet van 12-12-1991, Stb. 697 vervallen i.v.m. omnummering tot art. 30i, bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246, art. 30e.1.4 bij wet 12-12-1991, Stb. 697; lid 4 vervalt weer bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, bij wet van 02-11-1995, Stb. 554 omgenummerd tot art. 30j vervolgens vervalt dit artikel 30e bij wet van 18-12-1997, Stb. 738;
AWR: art. 30f, (voorheen art. 30a) bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246; art. 30i.3, (voorheen art. 30d.3) bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246; art 30j.1, (voorheen art. 30e.1) bij wet van 02-11-1995, Stb. 554, iwtr. 16-04-1996, Stb. 246;
AWR: art. 31; art. 32.2, vervallen bij wet van 04-06-1992, Stb. 422; art. 33.1; art. 35;
AWR: art. 41; art. 45;
AWR: art. 47; art. 47b, bij wet van 09-12-1993, Stb. 660; art. 48; art. 49, art. 49a bij wet van 26-11-1987, Stb. 536 vervallen bij wet van 29-06-1994, Stb. 499; art. 50; art. 51; art. 55, bij wet van 29-06-1994, Stb. 499; art. 56, vervallen bij wet van 29-06-1994, Stb. 499;
AWR: art. 59; art. 60.2, bij wet van 12-05-1993, Stb. 262, lid 3, bij wet van 04-06-1992, Stb. 422, lid 2, bij wet van 29-10-1998, Stb. 621 wordt verwezen naar art. 6:11 AWB;
AWR: art. 65;
AWR: art. 67a-i; art. 67k-n, alle artikelen bij wet van 18-12-1997, Stb. 738;
AWR: art. 76; art. 80; art. 81; art. 82; art. 83; art. 84; art. 85; art. 87; art. 88a bij wet van 02-11-1995, Stb. 554
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar, met uitzondering van Memories van Successie: B, 5
Handeling: Het vaststellen, bij voor bezwaar vatbare beschikkingen m.b.t. loon-, inkomsten- en vennootschapsbelasting:
van het bedrag van het naar het volgende jaar over te brengen (negatief-) buitenlands inkomen uit werk en woning;
van het naar het volgende jaar over te brengen bedrag aan, vanwege andere Mogendheden, geheven belasting;
van het bedrag van de naar volgend jaar over te brengen (negatieve-) buitenlandse winst per Mogendheid;
van het naar het volgende jaar over te brengen negatieve gezamenlijke bedrag aan buitenlandse winst per Mogendheid;
van het over te brengen bedrag aan belasting
Periode: 2001–
Grondslag: Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 van 21-12-2000, Stb. 642,
art. 26.1, 27.1;
art. 28.1, 44.1;
art. 42.1, 43.1;
art. 43.2;
art. 44.2
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende een belastingregeling voor het koninkrijk. iwtr. bij besluit van 18-12-1964, Stb. 528: Besluit inwerkingtreding van de belastingregeling voor het koninkrijk
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van belastingen: het belasten van ingezetenen op inkomsten, vermogen, loon, commissarissenvergoedingen, dividend, successie en schenking, zegelbelastingen en motorrijtuigen binnen het Koninkrijk op basis van de Rijkswet
Periode: 1964–
Grondslag: Belastingregeling voor het Koninkrijk, art. 4.1, art. 5.1, art. 10.1, art. 11.1, art. 11.3 (vervallen bij Rijkswet 05-12-1985, Stb. 645), art. 12, art. 13.1.2, art. 14.1.3, art. 15.1.2.3.4, art. 16, art. 17.1, art. 18.1, art. 19, art. 20, art. 21, art. 22.1, art. 24, art. 25, art. 27.1, art. 28, art. 29, art. 31, art. 33, art. 36.3, art. 37.2, art. 38
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen
Handeling: Het verrichten van voorbereidende en uitvoerende activiteiten door, door de minister, aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst t.b.v. de internationale inlichtingenuitwisseling door het ministerie i.v.m. belastingheffing
Periode: 1986–
Grondslag: Wet van 25-04-1986, Stb. 249, art. 8 en art. 12
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Wet betreffende de invordering van belastingen en andere overheidsvorderingen (b.w. 01-06-1990)
Invorderingsbepalingen zijn ook opgenomen in andere fiscale wetten en wetten die heffingen regelen of voorschrijven doch in eerste instantie regarderen onder een andere minister of instantie doch waarvan werkzaamheden zijn opgedragen aan de Belastingdienst
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de praktische invordering van belastinggelden: inkomstenbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting, vennootschapsbelasting, vermogensbelasting, successierecht, omzetbelasting, bijzondere verbruiksbelasting personenauto's en motorrijtuigen, belastingen van rechtsverkeer, motorrijtuigenbelasting, invoerrechten, accijnzen, premies sociale verzekeringen, grond- en personele belasting (niet meer geheven v.a. 1978), schoolgeld, premies algemene volksverzekering, heffingen en boeten ingevorderd door de belasting dienst, belastingen welke in de periode 1940-1990 vervallen/afgeschaft zijn
Periode: 1945–1990
Grondslag: Wet van 22-05-1845, Stb. 22, art. 1, 2.1, 2.2 vervalt bij wijzigingswet 25-10-1989, Stb. 491, art. 3, 5.2. vanaf wijzigingswet 25-10-1989, Stb. 491 vervallen, art. 7, 7bis, 13, 14, 14bis, 14ter, 15, 15bis, 15 quarter: gewijzigd bij wet van 08-12-1971, Stb. 717 en vervallen bij wijzigingswet 25-10-1989, Stb. 491, art. 16, 17, vanaf Wet van 26-03-1987, Stb. 120 ook art. 18 en 18b, 19.1, 20.2 en art. 20.3 vanaf wijzigingswet 12-02-1969, Stb. 83 (Kostenwet invordering rijksbelastingen)
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Wet houdende bepalingen betreffende de betekening en tenuitvoerlegging in de koloniën, van in Nederland uitgevaardigde dwangbevelen en in Nederland alsmede in Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao onderling, van in de koloniën uitgevaardigde dwangbevelen (koloniale invorderingswet 1917, b.w. m.i.v. 01-01-1965, 1964, Stb. 425)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van belastingen
Periode: 1945–1964
Grondslag: Koloniale Invorderingswet 1917, art.1, 4, 5, 6, 7
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Wet wederzijdse bijstand bij de invordering van enkele EEG-heffingen
(Deze wet is van toepassing op de invordering van: restituties, interventies en andere maatregelen die deel uitmaken van financiering door het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw; landbouwheffingen, rechten van in- en uitvoer; omzetbelasting)
Handeling: Het verrichten van uitvoerende activiteiten t.b.v. de invordering van belastingschulden binnen de EEG
Periode: 1979–
Grondslag: Wet van 24-10-1979, Stb. 572, art. 7.3, 11, 17, 18, 18a vanaf wijzigingswet 04-06-1981, Stb. 334, art. 18a vervalt bij wet van 02-11-1995, Stb. 1995, art. 19.1 vanaf wijzigingswet 30-05-1990, Stb. 222, art. 22, 30
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Wet inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen (invorderingswet 1990). iwtr. 01-06-1990 bij invoeringswet invorderingswet 1990
Invorderingsbepalingen zijn ook opgenomen in andere fiscale wetten en wetten die heffingen regelen of voorschrijven doch in eerste instantie regarderen onder een andere minister of instantie doch waarvan werkzaamheden zijn opgedragen aan de Belastingdienst
Voor handelingen op invorderingsgebied als gevolg van Internationale Overeenkomsten wordt verwezen naar de hoofdstukken in dit rapport die dat onderdeel behandelen
Handeling: Het invorderen van belastingen en premies, m.u.v. invoerrechten en accijnzen door middel van het opleggen van aanslagen, dwangbevelen, beslaglegging etc.
Periode: 1990–
Grondslag: Invorderingswet 1990, art. 3, 7.3, 8.1, 10.1b.d, 11, 12, 13, 15, 16, 17.1, 18 (vervalt m.i.v. 01-01-1992, Wet 25-10-1989, Stb. 491, Invoeringswet Boeken 3, 5, en 6 nieuw B.W. (negende gedeelte)), art. 19, art. 22, art. 22a bij wet van 22-12-1999, Stb. 579, art. 24.1-6; lid 6 wordt vernummerd bij wijzigingswet van 12-12-1991, Stb. 697 in lid 7, lid 8 en lid 9 vanaf wet van 13-12-1996, Stb. 655, 25.1.2, 27a bij wet van 13-12-1996, Stb. 655, art. 28, 30, art. 31a bij wet van 13-12-1996, Stb. 655, art 35, art. 36.2.8, 43.2, 44a.3 vanaf wijzigingswet 12-12-1991, Stb. 697: lid 3 wordt lid 4 bij wet van 11-05-2000, Stb. 216, art. 44b.4 en art. 44c.4 vanaf wet 11-05-2000, Stb. 216, art. 49, 50, 51, 52, 54, 58, 59, 60.2 vervalt bij wet van 29-06-1994, Stb. 499, art. 61 vervalt bij wet van 29-06-1994, Stb. 499
Waardering: V, 7 jaar na afloop belastingjaar
Houdende betrekkelijk de kosten van vervolging inzake van directe belastingen (b.w. 1969, Stb. 83)
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de invordering van belastinggelden (Het in rekening brengen/vergoeden van kosten voor invorderingswerkzaamheden)
Periode: 1945–1969
Grondslag: Wet van 01-06-1850, Stb. 26, art. 1
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Houdende een regeling met betrekking tot de kosten van vervolging inzake rijksbelastingen. (Kostenwet invordering Rijksbelastingen) iwtr. 22-03-1969 bij KB, Stb. 119
Handeling: Het verrichten van activiteiten i.v.m. de praktische invordering van belastingschulden m.b.t.: grondbelasting, personele belasting, inkomstenbelasting, vermogensbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting, dividendbelasting, kansspelbelasting, omzetbelasting, motorrijtuigenbelasting, belasting van rechtsverkeer, successierecht, schoolgeld, invoerrechten en accijnzen, premies sociale volksverzekeringen, premies sociale verzekeringswetten, heffingen o.g.v. milieuwetten, e.a.
Periode: 1969–
Grondslag: Kostenwet invordering Rijksbelastingen, art. 1, 6
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Besluit houdende vaststelling van het besluit uitbreiding bevoegdheden belastingambtenaren (b.w. 1945, Stb. F 254 m.i.v. 01-01-1951)
Handeling: Het verrichten van activiteiten i.v.m. het heffen van belastingen
Periode: 1945–1950
Grondslag: Besluit van 09-11-1945, Stb. F 254, art. 1, 2, 3.1.2.4, 3.6c, 4, 5, 6, 7.1.2, 8, 9, 16, 17
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende instelling van raden van beroep voor de directe belastingen en vaststelling van algemene bepalingen betreffende het beroep op die colleges (b.w. wet 17-05-1956, Stb. 323)
Handeling: Het verrichten van activiteiten i.v.m. de belastingheffing m.b.t. de behandeling van beroepschriften ingediend bij raden van beroep voor de directe belastingen
Periode: 1945–1956
Grondslag: Wet van 19-12-1914, Stb. 564, art.11, 13, 13bis, 13ter, 13 quater, 14, 15, 15bis, 15ter
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Wet houdende vaststelling van een nieuwe regeling inzake belastingrechtspraak (Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, b.w. bij wet van 29-10-1998, Stb. 621, iwtr. 01-09-1999)
Handeling: Het verrichten van activiteiten in verband met de belastingheffing m.b.t. beroepszaken tegen opgelegde aanslagen bij de belastingkamers
Periode: 1957–1999
Grondslag: Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, 1956, Stb. 323, art. 4.6, 8.3, 9.3, 10, 11a (vanaf wijzigingswet van 13-01-1983, Stb. 60), 14.1.2, 15.5.6, 16, 17b.1.2 (vanaf wijzigingswet van 13-01-1983, Stb. 52), 18b.1.2 (vanaf wijzigingswet van 13-01-1983, Stb. 60), (ontvangst van stukken: art. 8.1.2, 9.2, 11.2.3, 15.6, 16a.3 (vanaf wijzigingswet van 13-01-1983, Stb. 60), 17.3.4 (uitspraak), 17a.3 (vanaf wijzigingswet van 13-01-1983, Stb.52), 18a.3.4 (vanaf Wijzigingswet van 13-01-1983, Stb. 60)
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de heffing en invordering van:
premies AOW;
premies AWW;
premies AKW;
premies AWBZ;
premies AAW;
premies werknemersverzekeringen
Periode: 1953–
Grondslag:
Algemene Ouderdomswet van 31-05-1956;
Algemene Weduwen- en Wezenwet van 09-04-1959, Stb. 139, art. 44;
Algemene Kinderbijslagwet, 1962, Stb. 160 en 1967, Stb. 617, art. 26;
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, 1967, Stb. 617 en 655, art. 21, 22;
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, 1975, Stb. 674, 1980, Stb. 28, 1985, Stb. 180, art. 75;
Coördinatiewet Sociale Verzekering, 1953, Stb. 577, art. 15.6, 15a vanaf wijzigingswet van 21-05-1986, Stb. 276, 17.2.3.4
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. het heffen van belastingen, de organisatie en de werkwijze van de Belastingdienst zoals voorgeschreven in de leidraden, aanschrijvingen en resoluties
Periode: 1945–
Grondslag: Intern gerichte aanschrijvingen en leidraden aan de Belastingdienst opgenomen in de Boekwerken Belastingdienst, bijvoorbeeld voortkomende uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen van 02-07-1959, Stb. 301, art. 62 en gelijkluidende artikelen in de fiscale wetgeving (bijvoorbeeld Invorderingswet 1990, art. 69)
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling/ondernomen actie
Handeling: Het verrichten van activiteiten m.b.t. de uitvoering van fiscale bepalingen in verdragen en de invordering van belastingen
Periode: 1945–
Grondslag: Verschillende Verdragen
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
Handeling: Het verrichten van activiteiten in verband met het belasten van inwoners/lichamen van een van de verdragsluitende Staten
Periode: 1945–
Grondslag: Belastingverdrag met ..... inzake ..... d.d. ..., Stb./Trb. art.: ....(variabel)...
Waardering: V, 7 jaar na afhandeling
10. Commissie van drie deskundigen
Besluit tot vaststelling van het Besluit Voorschotten Belasting van lichamen 1943 Toelichting: dit Besluit is genomen in de periode dat de Nederlandse Regering in Londen verbleef. Het Besluit had ten doel de nodige middelen te verkrijgen ter financiering van de oorlogsvoering. De voorbereiding van het Besluit werd samen met de Minister van Buitenlandse Zaken gedaan
Handeling: Het adviseren van de Minister van Financiën i.v.m. de behandeling van bezwaarschriften van lichamen tegen het vaststellen van de winst door de inspecteur na weigering tot inzage van boeken en bescheiden i.v.m. te betalen voorschotten op belastingen
Periode: 1945–1964
Grondslag: Besluit van 23-12-1943, Stb. D 58, art. 13.6, 14.4, 14.6
Waardering: V, 10 jaar na advisering
11. Commissie van den Berge
Commissie ter vereenvoudiging op korte termijn zowel in de belastingwetgeving zelf als in de uitvoering daarvan en het doen van voorstellen daartoe: ‘commissie van den Berge’
Handeling: Het in opdracht van de Minister van Financiën onderzoeken van en adviseren over fiscale vraagstukken met als uiteindelijk resultaat aanpassing/vereenvoudiging van de wetgeving en uitvoering daarvan
Periode: 1948–1954
Grondslag: Ministeriële Beschikking 17-09-1948 nr. 316, Afd. Personeel
Waardering: B, 1
12. Commissie Hofstra
Advies commissie voor een aantal fiscale vraagstukken, ‘Commissie Hofstra’
Handeling: Het in opdracht van de Minister van Financiën onderzoeken van en adviseren over fiscale vraagstukken met als uiteindelijk resultaat aanpassing van de fiscale wetgeving
Periode: 1966–1971
Grondslag: Beschikking van 10-06-1966 nr. 185. Afd. Personeel
Waardering: B, 1
13. Prof. mr. H.J. Hofstra
Handeling: Het onderzoeken van en adviseren over de wenselijkheid en de praktische mogelijkheden tot een herziening van de belastingheffing in verband met de inflatie
Periode: 1975–1979
Grondslag: Brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal d.d. 05-03-1975
Waardering: B, 1
14. W.J. van Bijsterveld
Handeling: Het onderzoeken en rapporteren inzake omvang en vormen van fiscale fraude
Periode: 1976–1979
Grondslag: Persbericht van het ministerie van Financiën d.d. 11-05-1979, nr. T 88
Waardering: B, 1
15. Interdepartementale commissie inkomensprijzen (icip)
Handeling: Het toetsen van en adviseren over nieuwe en bestaande regelingen m.b.t. doelstellingen, nevenwerkingen en budgettaire aspecten alsmede het signaleren en adviseren m.b.t. cumulatie van inkomensafhankelijke regelingen
Periode: 1981–
Grondslag: Beschikking van 31-12-1980, nr. 180-5442, Stcrt. 1981 nr. 3, Instelling Interdepartementale Commissie Inkomensprijzen (ICIP)
Waardering: B, 1
Handeling: Het onderzoeken van bij de overheid buiten de rijkssector voorkomende inkomensafhankelijke regelingen en het doen van evt. voorstellen m.b.t. het betrekken van deze regelingen bij de beleidscoördinatie
Periode: 1981–
Grondslag: Beschikking van 31-12-1980, nr. 180-5442, Stcrt. 1981 nr. 3, Instelling Interdepartementale Commissie Inkomensprijzen (ICIP)
Waardering: B, 1
16. Adviescommissie ‘Van Soest’
Handeling: Het onderzoeken, adviseren en het doen van voorstellen tot wijziging van de fiscale wetgeving t.a.v. ongelijkheden bij de verdeling van de belastingdruk, verschillen in inkomensvorming, inkomensbesteding en economische functievervulling m.b.t. zelfstandigen en loontrekkenden
Periode: 1969–1970
Grondslag: Beschikking van 24-01-1969, nr. 135, Stcrt. 19, Instelling ‘Commissie van Soest’
Waardering: B, 1
17. Werkgroep besparingen: ‘de Commissie van Franeker’
Handeling: Het onderzoeken en adviseren m.b.t. de mogelijkheden om d.m.v. wijzigingen in de wetgeving inzake de heffing van belastingen en sociale verzekeringspremies besparingen te bevorderen zowel bij werknemers als bij zelfstandigen (bijvoorbeeld door spaarloon)
Periode: 1969–1971
Grondslag: Brief van de Minister van Financiën aan de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid d.d. 27-05-1969 nr. B69/7005, betreffende gezamenlijke instelling van de Werkgroep Besparingen (Commissie Van Franeker)
Waardering: B, 1
18. Adviescommissie in fiscale aangelegenheden
Handeling: Het adviseren op door de Minister van Financiën voorgelegde aangelegenheden op het gebied der belastingen
Periode: 1945–
Grondslag: Beschikking van 11-08-1945, nr. 14 Afd. Kabinet en Personeel, instelling van de Adviescommissie in fiscale aangelegenheden
Waardering: B, 1
19. Interdepartementale werkgroep inkomensbeleid/kwijtscheldingsbeleid
Handeling: Het onderzoeken en doen van aanbevelingen m.b.t. het al dan niet overeenstemmen van de kwijtscheldingsnormen met het inkomensbeleid, het bedrijven van inkomensbeleid door gemeenten d.m.v. de onroerend-goedbelastingen
Periode: 1986–
Grondslag: Dhr. A. van Vliet, Stafmedewerker Directoraat-generaal der Belastingen
Waardering: B, 1
20. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën inzake het betekenen van dwangbevelen
Opmerking: Dit gebeurt door middel van een tegen ontvangstbewijs af te geven brief
Periode: 1969–1990
Grondslag: Kostenwet invordering Rijksbelastingen, art. 10, vervallen bij wet van 30-05-1990, Stb. 222
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het mede opstellen, wijzigen en intrekken van regels i.s.m. de Minister van Financiën Binnenlandse Zaken m.b.t. het verlenen van vrijstelling van gemeentelijke belastingen conform de gebruiken van het volkenrecht of het internationaal gebruik
Periode: 1945–
Grondslag: Wet van 29-07-1851, Stb. 85, de Gemeentewet, art. 290
Waardering: B, 1
Handeling: Het gezamenlijk (Minister van Binnenlandse Zaken en Financiën) verklaren dat wederkerigheid niet is gewaarborgd t.b.v. het niet verlenen van vrijstelling van gemeentelijke belastingen
Periode: 1978–
Grondslag: Beschikking diplomatieke vrijstellingen gemeentelijke belastingen, bij wet van 13-01-1978, Stcrt. 42 art. 1.5, vanaf wijzigingswet van 14-07-1989, Stcrt. 192 art. 1.4
Waardering: B, 1
Opmerking: De Minister van Binnenlandse Zaken is eerste ondertekenaar
21. De Minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij
Wet inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen (invorderingswet 1990). iwtr. 01-06-1990 bij invoeringswet invorderingswet 1990
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van een ministeriële regeling waarin de gevallen worden aangewezen waarin de invordering van landbouwheffingen geschiedt door een ander dan de ontvanger
Periode: 1996–
Grondslag: Invorderingswet 1990, art. 3.4, bij wet van 02-11-1995, Stb. 554
Waardering: B, 1
22. De Minister van Sociale Zaken
Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën inzake het betekenen van dwangbevelen
Opmerking: Dit gebeurt door middel van een tegen ontvangstbewijs af te geven brief
Periode: 1969–1990
Grondslag: Kostenwet invordering Rijksbelastingen, art. 10, vervallen bij wet van 30-05-1990, Stb. 222
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het mede opstellen, wijzigen en intrekken van regels:
i.s.m. de Minister van Financiën m.b.t. de heffing/invordering van premies; AOW van personen die krachtens een AMvB op grond van art. 6 AOW of krachtens een overeenkomst met een andere Mogendheid ingevolge de AOW verzekerd zijn;
i.s.m. de Minister van Financiën m.b.t. de heffing/invordering van premies werknemersverzekeringen van bedragen welke aannemers hebben overgemaakt op rekeningen van onderaannemers
Periode: 1945–
Grondslag:
Algemene Ouderdomswet van 31-05-1956, art. 41.7;
Coördinatiewet Sociale Verzekering, Stb. 1953, 577, art. 16b.7
Waardering: B, 1
23. De Minister van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het voeren van overleg met de Minister van Financiën inzake het betekenen van dwangbevelen
Opmerking: Dit gebeurt door middel van een tegen ontvangstbewijs af te geven brief
Periode: 1969–1990
Grondslag: Kostenwet invordering Rijksbelastingen, art. 10, vervallen bij wet van 30-05-1990, Stb. 222
Waardering: V, 7 jaar
24. Hoge Raad der Nederlanden
(Is in verschillende fasen in werking getreden) Inclusief handelingen uit het Besluit voorkoming dubbele belasting vanaf 07-04-1965, Stb. 145
Handeling: Het toewijzen of afwijzen van hoger beroep tegen uitspraken van gerechtshoven ter zake van het handelen van de inspecteur
Periode: 1985–
Grondslag: AWR, art. 30.2: art. 29i bij wet van 16-09-1999, Stb. 406, iwtr. Twk. 01-09-1999
Waardering: B, 5
Bijlage A: Overzicht van wet- en regelgeving op het beleidsterrein in hoofdlijnen
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)