Besluit van 28 juni 2005, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 11, 20, 22, 32, 34 en 89, van de Zorgverzekeringswet (Besluit zorgverzekering)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 146
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.16b
1.

De verzekerde betaalt een eigen bijdrage voor een geneesmiddel als bedoeld in artikel 2.8, eerste lid, dat is ingedeeld in een groep van onderling vervangbare geneesmiddelen, indien de inkoopprijs hoger is dan de vergoedingslimiet. Een eigen bijdrage wordt ook betaald voor zover een geneesmiddel is bereid uit een geneesmiddel waarvoor een eigen bijdrage is verschuldigd.

2.

Bij ministeriële regeling wordt geregeld hoe de eigen bijdrage wordt berekend.

Artikel 2.16c

De verzekerde betaalt voor een bij ministeriële regeling aan te wijzen hulpmiddel als bedoeld in artikel 2.9 een eigen bijdrage ter grootte van:

  • a. een daarbij vermeld bedrag wegens besparing van kosten,
  • b. het verschil tussen de aanschaffingskosten en het bij dat hulpmiddel vermelde bedrag, dat kan verschillen naar gelang de groep van verzekerden, waartoe de verzekerde behoort, of
  • c. een bij die regeling te bepalen percentage van de kosten van het hulpmiddel, dat kan verschillen voor verzekerden tot achttien jaar en verzekerden van achttien jaar of ouder.
Artikel 2.16d
1.

De verzekerde betaalt voor kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11 een eigen bijdrage per uur, indien het betreft zorg ten huize van de verzekerde.

2.

De verzekerde en haar kind betalen ieder voor kraamzorg als bedoeld in artikel 2.11, voor zover die verleend wordt in een instelling zonder dat verblijf in de instelling medisch noodzakelijk is, een eigen bijdrage per dag, vermeerderd met een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag waarmee het tarief van de instelling per dag te boven gaat.

Artikel 2.16e
1.

De verzekerde is voor ziekenvervoer, anders dan per motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet ambulancezorgvoorzieningen, een eigen bijdrage per kalenderjaar verschuldigd.

2.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald in welke situaties de eigen bijdrage niet van toepassing is.

Artikel 2.16f

Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de eigen bijdragen, bedoeld in de artikelen 2.16a en 2.16c tot en met 2.16e, vastgesteld.

§ 2. Het eigen risico

Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars

§ 2. Het eigen risico

§ 1.2. De verdeling van de macro-deelbedragen en de berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de toekenning van de verevenings-bijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

§ 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. claudicatio intermittens (vasculair) graad 2 of 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.7a

Vervallen

§ 1.3. De herberekening van het normatieve bedrag ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) aan een zorgverzekeraar

Artikel 2.15a
1.

Met het Zvw-pgb kan worden vergoed verpleging en verzorging als bedoeld in artikel 2.10.

2.

De zorgverzekeraar kan in zijn modelovereenkomst opnemen dat met het Zvw-pgb tevens kan worden vergoed verblijf als bedoeld in artikel 2.12 voor zover gepaard gaande met verpleging en verzorging voor verzekerden tot achttien jaar.

Artikel 2.15b

Tenzij het zorg betreft waarop de artikelen 50 tot en met 56 van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing zijn, kunnen bij ministeriële regeling bedragen worden vastgesteld die ten hoogste met een Zvw-pgb worden vergoed.

Artikel 2.15c
1.

Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt een Zvw-pgb verstrekt indien:

  • a. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten met het Zvw-pgb op doelmatige wijze te voorzien in toereikende zorg of andere diensten van goede kwaliteit,
  • b. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen op verantwoorde wijze uit te voeren,
  • c. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is te achten op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, de door hem verkozen zorgaanbieders op zodanige wijze aan te sturen en hun werkzaamheden op elkaar af te stemmen, dat sprake is of zal zijn van verantwoorde zorg en
  • d. de verzekerde naar het oordeel van de zorgverzekeraar in staat is op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te motiveren dat hij de zorg met een Zvw-pgb geleverd wil en kan krijgen.
2.

Onverminderd andere bij wettelijk voorschrift gestelde voorwaarden of beperkingen alsmede in de zorgverzekering opgenomen voorwaarden wordt het Zvw-pgb geweigerd indien:

  • a. de verzekerde bij de eerdere verstrekking van een Zvw-pgb niet in staat is gebleken zich op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger te houden aan de aan het Zvw-pgb verbonden taken en verplichtingen;
  • b. de verzekerde blijkens de basisregistratie personen niet beschikt over een woonadres;
  • c. de verzekerde rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
  • d. de vertegenwoordiger van de verzekerde niet voldoet aan regels inhoudende beperkingen of eisen die bij ministeriële regeling aan de kring van vertegenwoordigers kunnen worden gesteld in het belang van de bescherming van de verzekerde of van het waarborgen van de hulp, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d.
3.

De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst geen andere voorwaarden en weigeringsgronden op ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger dan vermeld in het eerste, tweede en vierde lid.

4.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden en weigeringsgronden ten aanzien van de persoon van de verzekerde of zijn vertegenwoordiger.

§ 2. Het eigen risico

Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars

§ 3. De premie

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. Chronic obstructive pulmonary disease indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor COPD;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.4a
1.

Onverminderd artikel 2.4, tweede lid, kan bij ministeriële regeling de verstrekking van een geneesmiddel in het kader van de behandeling van een of meer nieuwe indicaties worden uitgezonderd van geneeskundige zorg.

2.

De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats uiterlijk binnen vier weken na de dag dat voor het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicaties:

  • a. een handelsvergunning of een parallelhandelsvergunning is verleend krachtens de Geneesmiddelenwet dan wel krachtens de verordening, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder fff, van die wet indien een vergunning is aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie of
  • b. een protocol of standaard als bedoeld in artikel 68 van de Geneesmiddelenwet is vastgesteld door de beroepsgroep indien geen vergunning is verleend of aangevraagd voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor de uit te zonderen indicatie.
3.

De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien in vergelijking met de verstrekking van andere geneesmiddelen in het kader van geneeskundige zorg naar verwachting onevenredig hoge kosten per jaar of per behandeling kunnen ontstaan gelet op:

  • a. de prijs van het geneesmiddel;
  • b. het aantal met het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties te behandelen patiënten;
  • c. het risico op ander gebruik dan gepast gebruik van het geneesmiddel voor de nieuwe en daaropvolgende indicaties.
4.

Onder de kosten, bedoeld in de aanhef van het derde lid, kunnen mede worden begrepen de kosten van andere geneesmiddelen die voor de behandeling met het geneesmiddel in combinatie daarmee worden verstrekt.

5.

Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, geheel dan wel onder daarbij te stellen voorwaarden of voor een daarbij te bepalen periode gedeeltelijk worden opgeheven.

6.

Bij ministeriële regeling kan de uitzondering, bedoeld in het eerste lid, of de gedeeltelijke opheffing, bedoeld in het vijfde lid, worden uitgebreid met daaropvolgende indicaties. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

7.

De uitzondering, bedoeld in het eerste lid, wordt niet opgeheven dan nadat Onze Minister met inachtneming van een daarbij te stellen termijn voor zover noodzakelijk de gelegenheid heeft geboden aan:

  • a. het Zorginstituut om aan Onze Minister advies uit te brengen over het onderbrengen van de behandeling met het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties onder geneeskundige zorg;
  • b. het Zorginstituut om te initiëren dat maatregelen worden getroffen voor gepast gebruik van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen;
  • c. de aanvrager of houder van de handelsvergunning of parallelhandelsvergunning van het geneesmiddel om maatregelen te treffen ter verlaging van de kosten van het geneesmiddel voor de uitgezonderde indicaties en om Onze Minister te informeren over deze maatregelen.

Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars

§ 1. De vereveningsbijdrage

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars

§ 1. De vereveningsbijdrage

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.10a

Het Zorginstituut kan het normatieve bedrag, bedoeld in artikel 3.9, en de toegekende vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 3.10, in het vereveningsjaar herzien op basis van de werkelijke verzekerdenaantallen.

Artikel 3.12a
1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.

2.

De hogekostencompensatie betreft een bij regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde, te boven gaan.

3.

De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.

4.

Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van artikel 3.12 resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze, ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.

5.

Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van artikel 3.12 resulterende deelbedrag voor het cluster «kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg» op een bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalde wijze.

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

Hoofdstuk 3a. De compensatie voor het verplicht eigen risico

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.20

Vervallen

Hoofdstuk 3. Zorgverzekeraars

§ 1. De vereveningsbijdrage

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen

Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 1.4. Nadere bepalingen met betrekking tot §1.3

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

§ 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe

Artikel 3.24

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de berekening van de bijdragen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet, voor zover het de vaststelling betreft van de bijdragen die het Zorginstituut op grond van artikel 33 van de wet heeft toegekend.

Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe

Hoofdstuk 3b. Aanwijzing van vormen van zorg die niet medisch noodzakelijk zijn voor bepaalde groepen vreemdelingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3.17

Vervallen

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 3.12b
1.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het Zorginstituut op de gerealiseerde variabele zorgkosten van een verzekerde hogekostencompensatie toepast.

2.

De hogekostencompensatie betreft een bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld percentage van de gerealiseerde kosten van de verzekerde die de daarvoor op grond van die regeling geldende drempelwaarde te boven gaan.

3.

De gerealiseerde kosten van een verzekerde in verband met een catastrofe als bedoeld in artikel 33, eerste lid, onderdeel a, van de wet in een catastrofejaar als bedoeld in onderdeel b van dat lid en het daaropvolgende kalenderjaar blijven bij de toepassing door het Zorginstituut van hogekostencompensatie buiten aanmerking.

4.

Het Zorginstituut verlaagt het na toepassing van artikel 3.12 resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij ministeriële regeling bepaalde wijze ter bekostiging van de toe te passen hogekostencompensatie.

5.

Het Zorginstituut past vervolgens de hogekostencompensatie toe op het na toepassing van artikel 3.12 resulterende deelbedrag voor het cluster «variabele zorgkosten» op een bij de ministeriële regeling bepaalde wijze.

Artikel 3.17

Vervallen

§ 1.5. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

§ 1.6. Nadere regels voor de vaststelling van de extra bijdrage in verband met een catastrofe

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Bijlage 1. van het Besluit zorgverzekering

Bijlage behorende bij artikel 2.6, tweede lid.

  • a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
  • 1°. cerebrovasculair accident;
  • 2°. ruggemergaandoening;
  • 3°. multipele sclerose;
  • 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
  • 5°. extrapyramidale aandoening;
  • 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en hij jonger is dan 17 jaar;
  • 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
  • 8°. cerebellaire aandoening;
  • 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
  • 10°. radiculair syndroom met motorische uitval;
  • 11°. spierziekte;
  • 12°. myasthenia gravis;
  • b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
  • 1°. aangeboren afwijking;
  • 2°. progressieve scoliose;
  • 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan 22 jaar;
  • 4°. reflexdystrofie;
  • 5°. vervallen;
  • 6°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
  • 7°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva);
  • 8°. vervallen;
  • 9°. vervallen;
  • 10°. vervallen;
  • 11°. vervallen;
  • 12°. vervallen;
  • 13°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
  • 14°. collageenziekten;
  • 15°. status na amputatie;
  • 16°. whiplash;
  • 17°. postpartum bekkeninstabiliteit;
  • 18°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld;
  • c. vervallen;
  • d. of een van de volgende aandoeningen:
  • 1°. vervallen;
  • 2°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
  • 3°. lymfoedeem;
  • 4°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
  • 5°. status na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie en de hulp dient ter bespoediging van het herstel na ontslag naar huis of de beëindiging van de dagbehandeling;
  • 6°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium 3 Fontaine;
  • 7°. weke delen tumoren;
  • 8°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 10, of onderdeel b, subonderdeel 17, is de duur van behandeling maximaal drie maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 18, is de duur van behandeling maximaal zes maanden na conservatieve behandeling.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 7, of onderdeel d, subonderdeel 6, is de duur van behandeling maximaal twaalf maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5, is de duur van de behandeling maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 5.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 16, is de duur van de behandeling maximaal drie maanden. Indien hierna nog sprake is van de trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen, kan deze periode verlengd worden met maximaal zes maanden.
    1. Indien het een aandoening betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, subonderdeel 7, is de duur van behandeling maximaal twee jaren na bestraling.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)