Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 september 2005, nr. PG-2.611.880, houdende de regels inzake de verstrekking van subsidies op het terrein van de publieke gezondheid (Subsidieregeling publieke gezondheid)

67 versions · 2026-05-01
2026-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-30
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-29
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-28
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-27
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-26
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-25
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-24
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-23
Subsidieregeling publieke gezondheid
2026-04-22
Subsidieregeling publieke gezondheid
2025-09-03
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 67
2025-06-24
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 67
2025-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2024-09-11
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2024-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2023-09-29
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2023-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2023-01-02
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2023-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2022-11-30
Subsidieregeling publieke gezondheid
2022-10-02
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2022-09-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2022-04-23
Subsidieregeling publieke gezondheid
2022-02-02
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 6 más
2022-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 3 más
2021-12-15
Subsidieregeling publieke gezondheid
2021-06-15
Subsidieregeling publieke gezondheid
2021-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2020-09-15
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 5 más
2020-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2020-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 9 más
2019-09-10
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67
2019-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 5 más
2019-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 5 más
2018-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 31 y 5 más
2018-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67
2017-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67
2016-04-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2016-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67
2015-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50 y 2 más
2013-10-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67

Wijzigingen op 2013-10-01

@@ -22,7 +22,7 @@
##### Artikel 2
Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in [Hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&z=2012-10-16&g=2012-10-16).
Deze regeling is van toepassing op de subsidies, bedoeld in [Hoofdstuk II](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Artikel 3
@@ -266,19 +266,19 @@
##### Artikel 31
Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=28&z=2012-10-16&g=2012-10-16) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.
Indien bij de minister het vermoeden is gerezen dat [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=28&z=2013-10-01&g=2013-10-01) niet is nageleefd, spant de subsidieontvanger zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende organisatie over te leggen.
#### § 9. De aanvraag tot subsidievaststelling
##### Artikel 32
1. Binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
1. Binnen 22 weken na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling gaat vergezeld van:
- a. het verslag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=22&z=2012-10-16&g=2012-10-16);
- b. de subsidiedeclaratie, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=33&z=2012-10-16&g=2012-10-16);
- a. het verslag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=22&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- b. de subsidiedeclaratie, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=33&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- c. de jaarrekening; en
@@ -316,7 +316,7 @@
##### Artikel 36
Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2012-10-16&g=2012-10-16), geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
Binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2013-10-01&g=2013-10-01), geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
### Hoofdstuk II. Specifieke subsidiebepalingen
@@ -324,17 +324,11 @@
##### Artikel 37
1. Voor familieonderzoek naar hypercholesterolemie, met inbegrip van aanvullende DNA-onderzoek van verzamelde bloedmonsters en lipidenprofielmeting, kan de minister tot en met 2013 een instellingssubsidie verstrekken aan de Stichting Opsporing Erfelijke Hypercholesterolemie.
2. De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2012-10-16&g=2012-10-16) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=24&z=2012-10-16&g=2012-10-16) zijn niet van toepassing op de subsidie, bedoeld in het eerste lid.
Vervallen
##### Artikel 38
Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=37&z=2012-10-16&g=2012-10-16), kan de Minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het familieonderzoek naar hypercholesterolemie;
- b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van familieonderzoek naar hypercholesterolemie ten behoeve van de proces- en effectevaluatie.
Vervallen
##### Artikel 39
@@ -342,690 +336,670 @@
##### Artikel 40
In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16) bestaat de subsidie, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=1&artikel=37&z=2012-10-16&g=2012-10-16) voor het jaar 2013 uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(Qdna × P) + U
Vervallen
#### § 2. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker
##### Artikel 41
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699);
- b. onderzoek: het in het kader van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker afnemen van celmateriaal van een vrouw door een huisarts en beoordeling ervan door een patholoog;
- c. herhaalonderzoek: het in het kader van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker afnemen van celmateriaal van een vrouw door een huisarts en beoordeling ervan door een patholoog indien het onderzoek niet tot uitsluitsel heeft geleid.
##### Artikel 42
1. Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt:
- a. voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep 30 tot en met 60 jaar;
- b. voor zover van vrouwen geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 43
Vervallen
##### Artikel 44
Een screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.
##### Artikel 45
Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=42&z=2013-10-01&g=2013-10-01), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker;
- b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie;
##### Artikel 46
In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bestaat de subsidie, bedoeld in [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=42&z=2013-10-01&g=2013-10-01), voor het jaar 2014 uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(Qo × Po) + (Qho × Pho)
waarbij wordt verstaan onder:
Qdna. het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters dat in het jaar 2013 is verricht in het kader van het familieonderzoek naar hypercholesterolemie;
P. een bedrag van:
- a. € 107,95 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 1-5850 is;
- b. € 106,23 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 5851-6000 is;
- c. € 101,65 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 6001-6500 is;
- d. € 100,98 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 6501-7500 is;
- e. € 95,17 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 7501-8400 is;
- f. € 97,48 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 8401-9000 is;
- g. € 88,95 indien het aantal DNA-onderzoeken van bloedmonsters 9001 of meer is;
U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar familiaire hypercholesterolemie, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 1.900.000.
Qo. het aantal onderzoeken dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;
Po. de som van € 56,25 en de verhoging in het jaar 2014 van de door de Nederlandse Zorgautoriteit bepaalde tarieven voor het onderzoek;
Qho. het aantal herhaalonderzoeken dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;
Pho. een bedrag van € 37,53.
##### Artikel 47
Vervallen
#### § 3. Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
##### Artikel 48
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699);
- b. onderzoek: het in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker maken van een borstfoto door een laborant en beoordeling van deze foto door twee radiologen;
- c. screeningseenheid: al dan niet mobiele accommodatie ingericht voor het maken van een borstfoto in het kader van een onderzoek.
##### Artikel 49
Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister aan de
volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
##### Artikel 50
Subsidie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt slechts verstrekt:
- a. voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep 50 tot en met 75 jaar;
- b. voor zover van vrouwen geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 51
In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedraagt de subsidie, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2013-10-01&g=2013-10-01), voor het jaar 2014 ten hoogste € 62,15 voor elk onderzoek dat in het jaar 2014 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker van de desbetreffende screeningsorganisatie.
##### Artikel 52
1. Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2013-10-01&g=2013-10-01), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker;
- b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie;
- c. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening.
2. De screeningsorganisatie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste tien jaren.
##### Artikel 53
In deze paragraaf wordt verstaan onder screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699).
#### § 4. Pre- en postnatale preventie
##### Artikel 54
Voor de implementatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
##### Artikel 55
Subsidie als bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=4&artikel=54&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt slechts verstrekt:
- a. voor onderzoek bij mannen en vrouwen in de leeftijdsgroep 55 tot en met 75 jaar;
- b. voor zover van deelnemers geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 56
1. Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=4&artikel=54&z=2013-10-01&g=2013-10-01), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker;
- b. de verwijzing ten behoeve van nadere diagnostiek;
- c. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker en over de nadere diagnostiek naar darmkanker, een en ander ten behoeve van de proces- en effectevaluatie;
- d. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening.
2. De screeningsorganisatie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste tien jaren.
##### Artikel 57
Vervallen
##### Artikel 58
Vervallen
##### Artikel 59
Vervallen
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
##### Artikel 60
Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.
##### Artikel 61
De subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01), wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:
- a. huisartsen aan:
- 1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
- 2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
- 3°. patiënten met diabetes mellitus;
- 4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
- 5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
- 6°. personen geïnfecteerd met hiv;
- 7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
- 8°. personen van 60 jaar of ouder; of
- 9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
- b. artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018906&artikel=1).
##### Artikel 62
In afwijking van [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=19&z=2013-10-01&g=2013-10-01), loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.
##### Artikel 63
Met ingang van het boekjaar van 1 mei 2013 tot en met 30 april 2014 bestaat de subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01), uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
Qt x Pt + U
waarbij wordt verstaan onder:
Qt. het aantal griepvaccins, bedoeld in [artikel 61, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2013-10-01&g=2013-10-01), dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt in het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie wordt toegediend;
Pt. een bedrag van € 10,62;
U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 700.000.
##### Artikel 64
Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie.
##### Artikel 65
In afwijking van [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2013-10-01&g=2013-10-01) bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering ten hoogste € 275.000.
##### Artikel 66
De stichting, genoemd in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01), draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2013-10-01&g=2013-10-01):
- a. registreren tot welke risicogroepen, bedoeld in [artikel 61, onderdeel a, sub 1° tot en met 9°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2013-10-01&g=2013-10-01), gevaccineerden behoren;
- b. gedurende ten minste vijf jaren de registratie, bedoeld onder a, bewaren.
##### Artikel 67
De stichting, genoemd in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2013-10-01&g=2013-10-01):
- a. verleent medewerking aan de publieksvoorlichting over het Nationaal Programma Grieppreventie en aan de evaluatie van het Nationaal Programma Grieppreventie, die door de minister of door andere organisaties in opdracht van de minister worden uitgevoerd;
- b. draagt er zorg voor dat de huisartsen die deelnemen aan de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, zich verplichten hun medewerking te verlenen aan de evaluatie bedoeld onder a.
#### § 6. Aanvullende curatieve soa-bestrijding
##### Artikel 68
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. verzorgingsgebied:
- 1°. de provincies Noord-Holland en Flevoland,
- 2°. de provincies Overijssel en Gelderland,
- 3°. de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,
- 4°. het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,
- 5°. het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,
- 6°. de provincies Zeeland en Brabant,
- 7°. de provincie Limburg, of
- 8°. de provincie Utrecht;
- b. coördinerende GGD: de instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:
- 1°. de GGD van de gemeente Amsterdam,
- 2°. de GGD Regio Nijmegen,
- 3°. de GGD Groningen,
- 4°. de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag,
- 5°. de GGD Rotterdam-Rijnmond,
- 6°. de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant,
- 7°. de GGD Zuid-Limburg, of
- 8°. de GG&GD van de gemeente Utrecht;
- c. soa:
- 1°. chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv, hepatitis B, trichomonas of herpes genitalis voor zover deze seksueel overdraagbare aandoening niet eerder bij de desbetreffende patiënt is geconstateerd, of
- 2°. chlamydia trachomatis, gonorroe of syfilis voor zover deze seksueel overdraagbare aandoening is geconstateerd nadat de desbetreffende patiënt eerder voor de aandoening succesvol is behandeld;
- d. soa-bestrijding: het in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD anders dan in het kader van de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie verlenen of doen verlenen van de volgende zorg met betrekking tot de daarbij genoemde soa’s:
- 1°. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor de diagnostiek van chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv, hepatitis B, trichomonas of herpes genitalis,
- 2°. behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia trachomatis, gonorroe en syfilis,
- 3°. verwijzing ter behandeling van hiv en hepatitis B, en
- 4°. registratie van gegevens ten behoeve van onderzoekingen die erop zijn gericht inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en onderzoek naar de ontwikkeling van het voorkomen van soa’s;
- e. soa-coördinatie: het ten behoeve van het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD:
- 1°. coördineren van het aanbod van soa-bestrijding, en
- 2°. waarborgen dat de soa-bestrijding voldoet aan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- f. gevonden soa: chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv of hepatitis B waarvan de diagnose is gesteld in het kader van de soa-bestrijding;
- g. seksualiteitshulpverlening: het in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie verlenen of doen verlenen van de volgende individuele zorg met betrekking tot de seksuele gezondheid:
- 1°. signaleren van hulpvragen,
- 2°. verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek,
- 3°. geven van informatie en advies,
- 4°. voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen,
- 5°. verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen, en
- 6°. registreren van gegevens ten behoeve van ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening;
- h. aanvullende seksuele gezondheidszorg: soa-bestrijding en seksualiteitshulpverlening;
- i. coördinatie: het ten behoeve van het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD:
- 1°. coördineren van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg;
- 2°. waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
##### Artikel 69
De minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd, indien in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:
- a. het totaal aantal gevonden soa’s dat in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg werd geconstateerd, ten minste gelijk is aan het getal dat wordt uitgedrukt met letter E in de formule, bedoeld in [artikel 71, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=71&z=2013-10-01&g=2013-10-01);
- b. er in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg in totaal ten minste vier keer zoveel soa-onderzoeken werden verricht dan er gevonden soa’s werden geconstateerd.
##### Artikel 70
De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:
- a. er gepaste coördinatie en toereikende aanvullende seksuele gezondheidszorg worden uitgevoerd;
- b. de soa-bestrijding is gericht op:
- 1°. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa,
- 2°. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa,
- 3°. personen met klachten die wijzen op een soa, of
- 4°. personen jonger dan 25 jaar;
- c. de seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar;
- d. van cliënten geen betalingen worden verlangd voor aanvullende seksuele gezondheidszorg;
- e. de aanvullende seksuele gezondheidszorg is afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg;
- f. de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied;
- g. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit is;
- h. uiterlijk 2 maanden na afloop van ieder kwartaal op door de minister te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s, alsmede de doorde minister te bepalen gegevens ten behoeve van onderzoek naar de ontwikkeling van het voorkomen van soa’s;
- i. de gegevens over het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
- j. de gegevens ten behoeve van onderzoekingen als bedoeld in artikel 30, derde lid, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en aanvullende seksuele gezondheidszorg op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
##### Artikel 71
1. In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), bestaat de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie uit het bedrag dat wordt berekend met de formule A + (B × C) + (D – E) × F, waarbij wordt verstaan onder:
- A. een normbedrag per verzorgingsgebied van:
- 1°. € 231.260,– voor de provincies Noord-Holland en Flevoland,
- 2°. € 231.260,– voor de provincies Overijssel en Gelderland,
- 3°. € 209.255,– voor de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,
- 4°. € 200.382,– voor het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,
- 5°. € 209.255,– voor het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,
- 6°. € 231.260,– voor de provincies Zeeland en Brabant,
- 7°. € 200.382,– voor de provincie Limburg,
- 8°. € 200.382,– voor de provincie Utrecht,
- B. het aantal inwoners in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd,
- C. een normbedrag per inwoner van € 0,1922,
- D. het totaal aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, tot ten hoogste 125% van het totaal aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het derde jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
- E. (B × € 0,1066) ⁄ € 1.168,12,
- F. een normbedrag van € 638,81, en waarbij (D–E) gelijk wordt gesteld aan nul indien E groter is dan D.
2. Het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, onder B, wordt ontleend aan de statistiek ‘Bevolking der gemeenten in Nederland op 1 januari’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 72
Vervallen
##### Artikel 73
In afwijking van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=5&artikel=9&z=2013-10-01&g=2013-10-01), wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van:
- a. verklaringen van andere gemeentelijke gezondheidsdiensten uit het verzorgingsgebied waarmee de coördinerende GGD samenwerkt in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg, waaruit blijkt dat zij instemmen met de aanvullende seksuele gezondheidszorg en de coördinatie daarvan,
- b. het verslag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=22&z=2013-10-01&g=2013-10-01), over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, waarin ten minste is opgenomen het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD, en
- c. een bestuursverklaring.
##### Artikel 74
1. In afwijking van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=7&artikel=14&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=10&artikel=36&z=2013-10-01&g=2013-10-01) geeft de minister binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag van de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie een beschikking tot vaststelling.
2. De instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie wordt betaald in de volgende termijnen: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar vastgestelde bedrag.
##### Artikel 75
De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=24&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=33&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=35&z=2013-10-01&g=2013-10-01) zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie.
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
##### Artikel 76
De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
##### Artikel 77
Vervallen
##### Artikel 78
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. [Hoofdstuk II, paragrafen 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=2&z=2013-10-01&g=2013-10-01), [3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), vervallen met ingang van 1 januari 2017.
3. [Hoofdstuk II, paragraaf 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&z=2013-10-01&g=2013-10-01), vervalt met ingang van 1 mei 2017.
##### Artikel 79
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 75a
Vervallen
##### Artikel 75b
1. De Minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor soa-onderzoek in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd.
2. De instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt:
- a. indien aan de desbetreffende GGD voor het desbetreffende jaar tevens een instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie is verstrekt;
- b. voor zover het soa-onderzoek wordt uitgevoerd in een specifiek met het oog op het functioneren ten behoeve van de gezondheidszorg geaccrediteerd laboratorium;
- c. voor zover het soa-onderzoek in het kader van de soa-bestrijding wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose met betrekking tot:
- 1°. ten minste chlamydia trachomatis, gonorroe en syfillis bij personen bedoeld in [artikel 70,onder b, onder 1° tot en met 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2013-10-01&g=2013-10-01), of
- 2°. chlamydia trachomatis bij personen bedoeld in [artikel 70, onder b, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2013-10-01&g=2013-10-01),
- 3°. ten minste gonorroe en syfillis bij personen bedoeld in [artikel 70, onder b, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2013-10-01&g=2013-10-01), nadat een infectie met chlamydia trachomatis is gediagnosticeerd door middel van een soa-onderzoek in het kader van de soa-bestrijding.
##### Artikel 75c
In afwijking van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=5&artikel=9&z=2013-10-01&g=2013-10-01), wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van een opgave van het aantal soa-onderzoeken in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 75d
De Minister verleent een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), van ten hoogste het bedrag dat in afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01), wordt berekend met de formule (G × 2) × H + (I × 2) × J, waarbij wordt verstaan onder:
G. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
H. een normbedrag van € 43,31 voor het jaar 2014,
I. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en
J. een normbedrag van € 133,57 voor het jaar 2014.
##### Artikel 75e
De coördinerende GGD waaraan een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), is verleend, draagt er zorg voor dat aan de Minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 20a
Vervallen
#### § 9. De aanvraag tot subsidievaststelling
#### § 10. De vaststelling van de subsidie
### Hoofdstuk II. Specifieke subsidiebepalingen
#### § 1. Opsporing erfelijke hypercholesterolemie
#### § 2. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker
##### Artikel 41
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699);
- b. onderzoek: het in het kader van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker afnemen van celmateriaal van een vrouw door een huisarts en beoordeling ervan door een patholoog;
- c. herhaalonderzoek: het in het kader van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker afnemen van celmateriaal van een vrouw door een huisarts en beoordeling ervan door een patholoog indien het onderzoek niet tot uitsluitsel heeft geleid.
##### Artikel 42
1. Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
2. Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt:
- a. voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep 30 tot en met 60 jaar;
- b. voor zover van vrouwen geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 43
Vervallen
##### Artikel 44
Een screeningsorganisatie draagt er voor zorg dat de verhouding tussen de bij de uitvoering van het bevolkingsonderzoek betrokken partijen is geregeld in een samenwerkingsovereenkomst, waarin ten minste zijn opgenomen de afbakening van het werkgebied, de organisatorische vormgeving en de daarbij behorende financiële afspraken.
##### Artikel 45
Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=42&z=2012-10-16&g=2012-10-16), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker;
- b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie;
##### Artikel 46
In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16) bestaat de subsidie, bedoeld in [artikel 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=2&artikel=42&z=2012-10-16&g=2012-10-16), voor het jaar 2013 uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
(Qo × Po) + (Qho × Pho)
waarbij wordt verstaan onder:
Qo. het aantal onderzoeken dat in het jaar 2013 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;
Po. de som van € 57,19 en de verhoging in het jaar 2013 van de door de Nederlandse Zorgautoriteit bepaalde tarieven voor het onderzoek;
Qho. het aantal herhaalonderzoeken dat in het jaar 2013 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker van de desbetreffende screeningsorganisatie;
Pho. een bedrag van € 39,36.
##### Artikel 47
Vervallen
#### § 3. Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
##### Artikel 48
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699);
- b. onderzoek: het in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker maken van een borstfoto door een laborant en beoordeling van deze foto door twee radiologen;
- c. screeningseenheid: al dan niet mobiele accommodatie ingericht voor het maken van een borstfoto in het kader van een onderzoek.
##### Artikel 49
Voor de uitvoering van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan de minister aan de
volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
##### Artikel 50
Subsidie als bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2012-10-16&g=2012-10-16) wordt slechts verstrekt:
- a. voor bevolkingsonderzoek naar borstkanker bij vrouwen in de leeftijdsgroep 50 tot en met 75 jaar;
- b. voor zover van vrouwen geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 51
In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16) bedraagt de subsidie, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2012-10-16&g=2012-10-16), voor het jaar 2013 ten hoogste € 61,02 voor elk onderzoek dat in het jaar 2013 is verricht in het kader van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker van de desbetreffende screeningsorganisatie.
##### Artikel 52
1. Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=3&artikel=49&z=2012-10-16&g=2012-10-16), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker;
- b. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker ten behoeve van de proces- en effect-evaluatie;
- c. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening.
2. De screeningsorganisatie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste tien jaren.
##### Artikel 53
In deze paragraaf wordt verstaan onder screeningsorganisatie: een rechtspersoon aan wie voor de uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker vergunning is verleend krachtens de [Wet op het bevolkingsonderzoek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005699).
#### § 4. **Bevolkingsonderzoek naar darmkanker**
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
#### § 6. Seksuele gezondheid
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 6.1. Algemeen
##### Artikel 68a
Uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een coördinerende GGD op grond van deze paragraaf een subsidie is verstrekt, zendt de coördinerende GGD de Minister de jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
#### § 6.2. Soa-coördinatie en soa-bestrijding
#### § 6.3
#### § 6.3
##### Artikel 75f
In afwijking van de [artikelen 32 tot en met 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), als volgt vastgesteld:
- a. het college van burgemeester en wethouders vraagt de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in [artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012216&artikel=27);
- b. [artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&artikel=58a) is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsinformatie;
- c. binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
##### Artikel 75g
De Minister stelt een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), vast op het bedrag dat in afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2013-10-01&g=2013-10-01) wordt berekend met de formule K × L + M × N, waarbij wordt verstaan onder:
- K. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), dat is verricht in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
- L. een normbedrag van € 43,31 voor het jaar 2014,
- M. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01), dat is verricht in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en
- N. een normbedrag van € 133,57 voor het jaar 2014.
##### Artikel 75h
Vervallen
##### Artikel 75i
De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2013-10-01&g=2013-10-01) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=24&z=2013-10-01&g=2013-10-01) zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2013-10-01&g=2013-10-01).
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 75j
Vervallen
##### Artikel 75k
Vervallen
##### Artikel 75l
Vervallen
##### Artikel 75m
Vervallen
##### Artikel 75n
Vervallen
##### Artikel 75o
Vervallen
##### Artikel 75p
Vervallen
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 47a
Vervallen
#### § 3. Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
##### Artikel 53a
Vervallen
##### Artikel 53b
Vervallen
#### § 4. Pre- en postnatale preventie
##### Artikel 54
Voor de implementatie en uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker kan de minister aan de volgende screeningsorganisaties een instellingssubsidie verstrekken:
- a. Stichting bevolkingsonderzoek midden-west;
- b. Stichting bevolkingsonderzoek noord;
- c. Stichting bevolkingsonderzoek oost;
- d. Stichting bevolkingsonderzoek zuid;
- e. Stichting bevolkingsonderzoek zuid-west.
##### Artikel 55
Subsidie als bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=4&artikel=54&z=2012-10-16&g=2012-10-16) wordt slechts verstrekt:
- a. voor onderzoek bij mannen en vrouwen in de leeftijdsgroep 55 tot en met 75 jaar;
- b. voor zover van deelnemers geen betalingen worden verlangd voor deelname aan het onderzoek.
##### Artikel 56
1. Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=4&artikel=54&z=2012-10-16&g=2012-10-16), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot:
- a. de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker;
- b. de verwijzing ten behoeve van nadere diagnostiek;
- c. het vastleggen van gegevens over de uitnodigingen voor deelname aan en de uitslagen van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker en over de nadere diagnostiek naar darmkanker, een en ander ten behoeve van de proces- en effectevaluatie;
- d. een wijze van uitvoering van het bevolkingsonderzoek naar darmkanker die bijdraagt aan de versterking van de infrastructuur van de kankerscreening.
2. De screeningsorganisatie bewaart de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gedurende ten minste tien jaren.
##### Artikel 57
Vervallen
##### Artikel 58
Vervallen
##### Artikel 59
##### Artikel 59a
Vervallen
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
##### Artikel 60
Voor de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie kan de minister een instellingssubsidie verlenen aan de Stichting Nationaal Programma Grieppreventie te Utrecht.
##### Artikel 61
De subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16), wordt verstrekt voor griepvaccinaties die in de periode van 1 september van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar worden toegediend door:
- a. huisartsen aan:
- 1°. patiënten met afwijkingen en functiestoornissen van de luchtwegen en longen;
- 2°. patiënten met een chronische stoornis van de hartfunctie;
- 3°. patiënten met diabetes mellitus;
- 4°. patiënten met chronische nierinsufficiëntie;
- 5°. patiënten die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan;
- 6°. personen geïnfecteerd met hiv;
- 7°. kinderen en adolescenten in de leeftijd van 6 maanden tot 18 jaar die langdurig salicylaten gebruiken;
- 8°. personen van 60 jaar of ouder; of
- 9°. personen met verminderde weerstand tegen infecties;
- b. artsen aan personen als bedoeld onder a die verblijven in een instelling als bedoeld in [artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet toelating zorginstellingen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018906&artikel=1).
##### Artikel 62
In afwijking van [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=19&z=2012-10-16&g=2012-10-16), loopt het boekjaar voor de instellingssubsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16), van 1 mei van enig jaar tot en met 30 april van het daarop volgende jaar.
##### Artikel 63
Met ingang van het boekjaar van 1 mei 2012 tot en met 30 april 2013 bestaat de subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16), uit het bedrag dat wordt berekend overeenkomstig de volgende formule:
Qt x Pt + U
waarbij wordt verstaan onder:
Qt. het aantal griepvaccins, bedoeld in [artikel 61, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2012-10-16&g=2012-10-16), dat in het boekjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt in het kader van het Nationaal Programma Grieppreventie wordt toegediend;
Pt. een bedrag van € 10,43;
U. het verschil tussen de overige baten en lasten van de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, voor zover opgenomen in een door de minister goedgekeurde begroting, tot ten hoogste € 700.000.
##### Artikel 64
Bij de verlening van de subsidie, bedoeld in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16), kan de minister verplichtingen opleggen met betrekking tot de kwaliteit van het Nationaal Programma Grieppreventie.
##### Artikel 65
In afwijking van [artikel 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2012-10-16&g=2012-10-16) bedraagt het totaal van de in artikel 23, eerste lid, bedoelde reservering ten hoogste € 275.000.
##### Artikel 66
De stichting, genoemd in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16), draagt er zorg voor dat artsen, bedoeld in [artikel 61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2012-10-16&g=2012-10-16):
- a. registreren tot welke risicogroepen, bedoeld in [artikel 61, onderdeel a, sub 1° tot en met 9°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=61&z=2012-10-16&g=2012-10-16), gevaccineerden behoren;
- b. gedurende ten minste vijf jaren de registratie, bedoeld onder a, bewaren.
##### Artikel 67
De stichting, genoemd in [artikel 60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=5&artikel=60&z=2012-10-16&g=2012-10-16):
- a. verleent medewerking aan de publieksvoorlichting over het Nationaal Programma Grieppreventie en aan de evaluatie van het Nationaal Programma Grieppreventie, die door de minister of door andere organisaties in opdracht van de minister worden uitgevoerd;
- b. draagt er zorg voor dat de huisartsen die deelnemen aan de uitvoering van het Nationaal Programma Grieppreventie, zich verplichten hun medewerking te verlenen aan de evaluatie bedoeld onder a.
#### § 6. Aanvullende curatieve soa-bestrijding
##### Artikel 68
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. verzorgingsgebied:
- 1°. de provincies Noord-Holland en Flevoland,
- 2°. de provincies Overijssel en Gelderland,
- 3°. de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,
- 4°. het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,
- 5°. het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,
- 6°. de provincies Zeeland en Brabant,
- 7°. de provincie Limburg, of
- 8°. de provincie Utrecht;
- b. coördinerende GGD: de instelling die in stand houdt of de instellingen die in stand houden:
- 1°. de GGD van de gemeente Amsterdam,
- 2°. de GGD Regio Nijmegen,
- 3°. de GGD Groningen,
- 4°. de afdeling GGD van de Dienst OCW van de gemeente Den Haag,
- 5°. de GGD Rotterdam-Rijnmond,
- 6°. de GGD van het openbaar lichaam Hart voor Brabant,
- 7°. de GGD Zuid-Limburg, of
- 8°. de GG&GD van de gemeente Utrecht;
- c. soa:
- 1°. chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv, hepatitis B, trichomonas of herpes genitalis voor zover deze seksueel overdraagbare aandoening niet eerder bij de desbetreffende patiënt is geconstateerd, of
- 2°. chlamydia trachomatis, gonorroe of syfilis voor zover deze seksueel overdraagbare aandoening is geconstateerd nadat de desbetreffende patiënt eerder voor de aandoening succesvol is behandeld;
- d. soa-bestrijding: het in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD anders dan in het kader van de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie verlenen of doen verlenen van de volgende zorg met betrekking tot de daarbij genoemde soa’s:
- 1°. indicatiestelling, anamnese, lichamelijk onderzoek, counseling, voorlichting en afname van lichaamsmateriaal voor de diagnostiek van chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv, hepatitis B, trichomonas of herpes genitalis,
- 2°. behandeling van en op indicatie verwijzing ter behandeling van chlamydia trachomatis, gonorroe en syfilis,
- 3°. verwijzing ter behandeling van hiv en hepatitis B, en
- 4°. registratie van gegevens ten behoeve van onderzoekingen die erop zijn gericht inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en onderzoek naar de ontwikkeling van het voorkomen van soa’s;
- e. soa-coördinatie: het ten behoeve van het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD:
- 1°. coördineren van het aanbod van soa-bestrijding, en
- 2°. waarborgen dat de soa-bestrijding voldoet aan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2012-10-16&g=2012-10-16);
- f. gevonden soa: chlamydia trachomatis, gonorroe, syfilis, hiv of hepatitis B waarvan de diagnose is gesteld in het kader van de soa-bestrijding;
- g. seksualiteitshulpverlening: het in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in aanvulling op de curatieve gezondheidszorg en collectieve preventie verlenen of doen verlenen van de volgende individuele zorg met betrekking tot de seksuele gezondheid:
- 1°. signaleren van hulpvragen,
- 2°. verrichten van eenvoudige psychosociale en somatische diagnostiek,
- 3°. geven van informatie en advies,
- 4°. voorschrijven van en behandelen met geneesmiddelen,
- 5°. verwijzen ter behandeling van complexe hulpvragen, en
- 6°. registreren van gegevens ten behoeve van ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en seksualiteitshulpverlening;
- h. aanvullende seksuele gezondheidszorg: soa-bestrijding en seksualiteitshulpverlening;
- i. coördinatie: het ten behoeve van het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD:
- 1°. coördineren van het aanbod van aanvullende seksuele gezondheidszorg;
- 2°. waarborgen dat de aanvullende seksuele gezondheidszorg voldoet aan [artikel 70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2012-10-16&g=2012-10-16).
##### Artikel 69
De minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd, indien in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:
- a. het totaal aantal gevonden soa’s dat in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg werd geconstateerd, ten minste gelijk is aan het getal dat wordt uitgedrukt met letter E in de formule, bedoeld in [artikel 71, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=71&z=2012-10-16&g=2012-10-16);
- b. er in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg in totaal ten minste vier keer zoveel soa-onderzoeken werden verricht dan er gevonden soa’s werden geconstateerd.
##### Artikel 70
De coördinerende GGD draagt er ten behoeve van zijn verzorgingsgebied zorg voor dat in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:
- a. er gepaste coördinatie en toereikende aanvullende seksuele gezondheidszorg worden uitgevoerd;
- b. de soa-bestrijding is gericht op:
- 1°. personen die behoren tot groepen in de samenleving met een verhoogd risico op een soa,
- 2°. personen die in het kader van de bron- en contactopsporing gewaarschuwd zijn voor een soa,
- 3°. personen met klachten die wijzen op een soa, of
- 4°. personen jonger dan 25 jaar;
- c. de seksualiteitshulpverlening is gericht op personen jonger dan 25 jaar;
- d. van cliënten geen betalingen worden verlangd voor aanvullende seksuele gezondheidszorg;
- e. de aanvullende seksuele gezondheidszorg is afgestemd op de collectieve preventie en de curatieve gezondheidszorg;
- f. de aanvullende seksuele gezondheidszorg wordt uitgevoerd in samenwerking met andere gemeentelijke gezondheidsdiensten binnen het verzorgingsgebied;
- g. de aanvullende seksuele gezondheidszorg van verantwoorde kwaliteit is;
- h. uiterlijk 2 maanden na afloop van ieder kwartaal op door de minister te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s, alsmede de doorde minister te bepalen gegevens ten behoeve van onderzoek naar de ontwikkeling van het voorkomen van soa’s;
- i. de gegevens over het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu;
- j. de gegevens ten behoeve van onderzoekingen als bedoeld in artikel 30, derde lid, ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid op het gebied van collectieve preventie en aanvullende seksuele gezondheidszorg op een door de minister vastgestelde wijze worden verstrekt aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
##### Artikel 71
1. In afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16), bestaat de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie uit het bedrag dat wordt berekend met de formule A + (B × C) + (D – E) × F, waarbij wordt verstaan onder:
- A. een normbedrag per verzorgingsgebied van:
- 1°. € 231.260,– voor de provincies Noord-Holland en Flevoland,
- 2°. € 231.260,– voor de provincies Overijssel en Gelderland,
- 3°. € 209.255,– voor de provincies Friesland, Drenthe en Groningen,
- 4°. € 200.382,– voor het deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam/Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer,
- 5°. € 209.255,– voor het overige deel van de provincie Zuid-Holland, bestaande uit de gemeenten die geen deel uitmaken van het deel van de provincie Zuid-Holland genoemd onder 4°,
- 6°. € 231.260,– voor de provincies Zeeland en Brabant,
- 7°. € 200.382,– voor de provincie Limburg,
- 8°. € 200.382,– voor de provincie Utrecht,
- B. het aantal inwoners in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd,
- C. een normbedrag per inwoner van € 0,1922,
- D. het totaal aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, tot ten hoogste 125% van het totaal aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het derde jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
- E. (B × € 0,1066) ⁄ € 1.168,12,
- F. een normbedrag van € 638,81, en waarbij (D–E) gelijk wordt gesteld aan nul indien E groter is dan D.
2. Het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, onder B, wordt ontleend aan de statistiek ‘Bevolking der gemeenten in Nederland op 1 januari’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 72
Vervallen
##### Artikel 73
In afwijking van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=5&artikel=9&z=2012-10-16&g=2012-10-16), wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van:
- a. verklaringen van andere gemeentelijke gezondheidsdiensten uit het verzorgingsgebied waarmee de coördinerende GGD samenwerkt in het kader van de aanvullende seksuele gezondheidszorg, waaruit blijkt dat zij instemmen met de aanvullende seksuele gezondheidszorg en de coördinatie daarvan,
- b. het verslag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=22&z=2012-10-16&g=2012-10-16), over het tweede jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, waarin ten minste is opgenomen het aantal soa-onderzoeken en het aantal gevonden soa’s in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD, en
- c. een bestuursverklaring.
##### Artikel 74
1. In afwijking van de [artikelen 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=7&artikel=14&z=2012-10-16&g=2012-10-16) en [36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=10&artikel=36&z=2012-10-16&g=2012-10-16) geeft de minister binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag van de instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie een beschikking tot vaststelling.
2. De instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie wordt betaald in de volgende termijnen: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende jaar vastgestelde bedrag.
##### Artikel 75
De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2012-10-16&g=2012-10-16), [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=24&z=2012-10-16&g=2012-10-16), [32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2012-10-16&g=2012-10-16), [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=33&z=2012-10-16&g=2012-10-16) en [35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=35&z=2012-10-16&g=2012-10-16) zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie.
#### § 6. Seksuele gezondheid
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie
#### § 6.4. Soa-onderzoek
#### § 6.4. Soa-onderzoek
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
##### Artikel 76
De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
##### Artikel 77
Vervallen
##### Artikel 78
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
##### Artikel 79
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieke gezondheid.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 75a
Vervallen
##### Artikel 75b
1. De Minister kan aan een coördinerende GGD jaarlijks een instellingssubsidie verstrekken voor soa-onderzoek in het verzorgingsgebied waar de coördinerende GGD is gevestigd.
2. De instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verstrekt:
- a. indien aan de desbetreffende GGD voor het desbetreffende jaar tevens een instellingssubsidie voor aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie is verstrekt;
- b. voor zover het soa-onderzoek wordt uitgevoerd in een specifiek met het oog op het functioneren ten behoeve van de gezondheidszorg geaccrediteerd laboratorium;
- c. voor zover het soa-onderzoek in het kader van de soa-bestrijding wordt verricht ten behoeve van het stellen van een diagnose met betrekking tot:
- 1°. ten minste chlamydia trachomatis, gonorroe en syfillis bij personen bedoeld in [artikel 70,onder b, onder 1° tot en met 3°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2012-10-16&g=2012-10-16), of
- 2°. chlamydia trachomatis bij personen bedoeld in [artikel 70, onder b, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2012-10-16&g=2012-10-16),
- 3°. ten minste gonorroe en syfillis bij personen bedoeld in [artikel 70, onder b, onder 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.2&artikel=70&z=2012-10-16&g=2012-10-16), nadat een infectie met chlamydia trachomatis is gediagnosticeerd door middel van een soa-onderzoek in het kader van de soa-bestrijding.
##### Artikel 75c
In afwijking van [artikel 9, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=5&artikel=9&z=2012-10-16&g=2012-10-16), wordt een aanvraag van de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), onderbouwd met een activiteitenplan en gaat deze aanvraag vergezeld van een opgave van het aantal soa-onderzoeken in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 75d
De Minister verleent een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), van ten hoogste het bedrag dat in afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16), wordt berekend met de formule (G × 2) × H + (I × 2) × J, waarbij wordt verstaan onder:
G. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
H. een normbedrag van € 49,13 voor het jaar 2013,
I. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), in de periode van 1 januari tot en met 30 juni van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en
J. een normbedrag van € 148,60 voor het jaar 2013.
##### Artikel 75e
De coördinerende GGD waaraan een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), is verleend, draagt er zorg voor dat aan de Minister op door hem te bepalen wijze gegevens worden verstrekt over de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
#### § 6. Seksuele gezondheid
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 20a
Vervallen
#### § 9. De aanvraag tot subsidievaststelling
#### § 10. De vaststelling van de subsidie
### Hoofdstuk II. Specifieke subsidiebepalingen
#### § 1. Opsporing erfelijke hypercholesterolemie
#### § 2. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker
#### § 3. Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
#### § 4. **Bevolkingsonderzoek naar darmkanker**
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
#### § 6. Seksuele gezondheid
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 6.1. Algemeen
##### Artikel 68a
Uiterlijk 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor een coördinerende GGD op grond van deze paragraaf een subsidie is verstrekt, zendt de coördinerende GGD de Minister de jaarrekening over het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.
#### § 6.2. Soa-coördinatie en soa-bestrijding
#### § 6.3
#### § 6.3
##### Artikel 75f
In afwijking van de [artikelen 32 tot en met 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=9&artikel=32&z=2012-10-16&g=2012-10-16) wordt de instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), als volgt vastgesteld:
- a. het college van burgemeester en wethouders vraagt de vaststelling van de subsidie aan door verantwoordingsinformatie aan de minister te verstrekken op de wijze bedoeld in [artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012216&artikel=27);
- b. [artikel 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014606&artikel=58a) is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordingsinformatie;
- c. binnen zes maanden na ontvangst van de verantwoordingsinformatie geeft de minister een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
##### Artikel 75g
De Minister stelt een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), vast op het bedrag dat in afwijking van [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=2&artikel=4&z=2012-10-16&g=2012-10-16) wordt berekend met de formule K × L + M × N, waarbij wordt verstaan onder:
- K. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), dat is verricht in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt,
- L. een normbedrag van € 49,13 voor het jaar 2013,
- M. het totaal aantal soa-onderzoeken als bedoeld in [artikel 75b, tweede lid, onder c, sub 1 en 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16), dat is verricht in het verzorgingsgebied van de desbetreffende coördinerende GGD in het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt, en
- N. een normbedrag van € 148,60 voor het jaar 2013.
##### Artikel 75h
Vervallen
##### Artikel 75i
De [artikelen 23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=23&z=2012-10-16&g=2012-10-16) en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=I&paragraaf=8&artikel=24&z=2012-10-16&g=2012-10-16) zijn niet van toepassing op een instellingssubsidie voor soa-onderzoek, bedoeld in [artikel 75b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0018743&hoofdstuk=II&paragraaf=6&sub-paragraaf=6.4&artikel=75b&z=2012-10-16&g=2012-10-16).
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 75j
Vervallen
##### Artikel 75k
Vervallen
##### Artikel 75l
Vervallen
##### Artikel 75m
Vervallen
##### Artikel 75n
Vervallen
##### Artikel 75o
Vervallen
##### Artikel 75p
Vervallen
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 47a
Vervallen
#### § 3. Bevolkingsonderzoek naar borstkanker
##### Artikel 53a
Vervallen
##### Artikel 53b
Vervallen
#### § 4. Pre- en postnatale preventie
##### Artikel 59a
Vervallen
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
#### § 6. Seksuele gezondheid
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie
#### § 6.4. Soa-onderzoek
#### § 6.4. Soa-onderzoek
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
#### § 5. Nationaal programma grieppreventie
#### § 6. Seksuele gezondheid
#### § 6.1. Algemeen
#### § 6.2. Aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie
#### § 6.5. Seksualiteitshulpverlening en coördinatie
### Hoofdstuk III. Slotbepalingen
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2012-10-16
Subsidieregeling publieke gezondheid
2011-09-17
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 50, 67
2011-07-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 31, 36 y 3 más
2010-10-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 7, 31 y 5 más
2009-09-19
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 7, 31 y 5 más
2009-08-14
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 7, 31 y 6 más
2009-07-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 7 y 15 más
2009-05-30
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 7, 31 y 6 más
2008-12-31
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 7 y 15 más
2008-10-24
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 24 más
2008-09-26
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 24 más
2008-09-03
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 33 más
2008-08-07
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 72 más
2008-05-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 72 más
2008-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 57 más
2007-12-26
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 5, 7 y 12 más
2007-12-23
Subsidieregeling publieke gezondheid
2007-10-06
Subsidieregeling publieke gezondheid
2007-10-03
Subsidieregeling publieke gezondheid
2007-06-22
Subsidieregeling publieke gezondheid
2006-11-04
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 5, 7 y 21 más
2006-11-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2006-10-01
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 2, 2, 2 y 105 más
2006-01-01
Subsidieregeling publieke gezondheid
2005-09-21
Subsidieregeling publieke gezondheid — arts. 1, 1, 2 y 92 más
2005-09-21
Subsidieregeling publieke gezondheid
original version Tekst op deze datum