Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen Onderwijsraad beleidsterrein Wetenschappelijk onderwijs (1945) 1960–1997

Type Archiefselectielijst
Publication 2006-10-21
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 112 lid 2 en 3

Product: amvb

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs en de Minister van Landbouw bij het stellen van regels over persoonlijke omstandigheden bij het studieadvies en bijzondere omstandigheden bij de financiële ondersteuning van studenten en auditoren afstudeerfonds

Periode: 1993–1995

Grondslag: WHW (Stb. 1992, 593), art. 7.9 lid 5, art. 7.51 lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs inzake de inrichtingsvoorschriften ten aanzien van lerarenopleidingen aan aangewezen en bekostigde hogescholen

Periode: 1993–1995

Grondslag: WHW (Stb. 1992, 593), art. 7.16 lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het geven van toestemming aan onderwijsgemeenschappen dat wordt afgeweken van voorschriften betreffende vooropleidingseisen

Periode: 1986–

Grondslag: Invoeringswet WHBO (Stb. 1986, 290), art. E 65 lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de vaststelling van voorwaarden voor toelating en voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering voor scholen voor hoger beroepsonderwijs

Periode: 1968–1986

Grondslag: WVO (Stb. 1967, 387), art. 27 en art. 58 lid 5

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de voorschriften voor de verplichte stageplaatsen voor studenten aan bekostigde hogescholen

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 57 lid 8

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs inzake de regeling van het eindexamen bij scholen voor hoger beroepsonderwijs

Periode: 1968–1986

Grondslag: WVO (Stb. 1967, 387), art. 29 lid 2, 3, 5 en 6 en art. 30

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de afwijking door scholen voor hoger beroepsonderwijs van het wettelijk bepaalde met betrekking tot de eindexamens

Periode: 1968–1986

Grondslag: WVO (Stb. 1967, 387), art. 29 lid 7

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de vaststelling van de rijksbijdrage voor experimenteel onderwijs

Periode: 1970–

Grondslag: Wet van 9 juli 1970, houdende vaststelling van de Experimentenwet onderwijs (Stb. 1970, 370), art. 2 lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de aanwijzing van deeltijdse HBO-studierichtingen waarvan de afgestudeerden de titel ingenieur en baccalaureus kunnen voeren

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 191 lid 1c, 2b en 5a

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de instelling van staatsexamens

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 175 lid 1, 2, 6 en 7

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs inzake de afwijking van de wettelijke bepalingen door een HO-samenwerkingsverband

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 16 lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het beslissen in het geschil tussen de Onderwijsinspectie en een hogeschool inzake het instellingswerkplan

Periode: 1986–1993

Grondslag: Wet HBO (Stb. 1986, 289), art. 20 lid 9

Waardering: B (5)

De Adviescommissie Onderwijsaanbod, 1993–2003

Handeling: het beoordelen van de doelmatigheid van opleidingen die bekostigde hogescholen voornemens zijn te verzorgen

Periode: 1993–2003

Grondslag: WHW (Stb. 1992, 593), art. 6.3 lid 1

Waardering: B (1)

N.B.: zie voor de procedure van de doelmatigheidsbeoordeling: Regeling van de Adviescommissie Onderwijsaanbod van 21 augustus 1995, met betrekking tot de werkwijze van de adviescommissie onderwijsaanbod.

Handeling: het beoordelen of er sprake is van een nieuwe opleiding bij wijziging van de hoofdlijnen van haar onderwijs- en examenregeling door een bekostigde hogeschool

Periode: 1993–2003

Grondslag: WHW (Stb. 1992, 593) art. 6.3 lid 2

Produkt: rapport

Waardering: B (1)

N.B.: zie voor de procedure van deze beoordeling: Regeling van de Adviescommissie Onderwijsaanbod van 21 augustus 1995, met betrekking tot de werkwijze van de adviescommissie onderwijsaanbod.

7. Bronnen

Wet- en regelgeving

Mammoetsporen, deel 1

Periode: 1968–1998

(Pivotnr. 63)

Peter Brand, Digital display BV

In opdracht van de Onderwijsraad

1. Lijst met gebruikte afkortingen

art.: artikel

BSD: Basis Selectie Document

lhno: lager huishoud en nijverheidsonderwijs

lbo: lager beroepsonderwijs

leao: lager economisch en administratief onderwijs

lmo: lager middenstandsonderwijs

OCenW: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

OWVO: OvergangsWet WVO

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

SLOA: Subsidiering Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten

Stb.: Staatsblad

Stcrt: Staatscourant

vbo: voorbereidend beroepsonderwijs

vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

WOV: Wet op de Onderwijsverzorging

WVO: Wet op het voortgezet onderwijs

2. Inleiding

Het PIVOT-rapport ‘Mammoetsporen, deel 1’, een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein voortgezet onderwijs, periode 1968–1998 vormt de basis voor dit basisselectiedocument (BSD).

Het rapport is het resultaat van institutionele onderzoeken welke zijn uitgevoerd binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in overeenstemming met de afspraken die bij convenant van 9 februari 1995 tussen de Secretaris-Generaal van het Ministerie van OCenW en de Algemene Rijksarchivaris zijn gemaakt, inzake de overbrenging en overdracht van na 1945 gevormde archieven.

Het rapport beschrijft de taken en handelingen van de verschillende actoren op het beleidsterrein voortgezet onderwijs.

Na bestudering van de voor het beleidsterrein van toepassing zijnde wetgeving, bleken in het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) één of meer handelingen te ontbreken. Daarom zijn in dit BSD ook nieuwe handelingen opgenomen (1000 series). Om die reden wijkt de nummering af van hetgeen gebruikelijk is.

In dit BSD wordt de neerslag van de handelingen gewaardeerd, op basis waarvan de daadwerkelijke selectie van archiefbescheiden uitgevoerd kan worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren bescheiden als gedigitaliseerde bescheiden verstaan; deze gedigitaliseerde bestanden vallen nl. ook onder de Archiefwet 1995.

Tevens kan dit BSD als leidraad dienen bij de inrichting of herinrichting van de documentaire informatievoorziening.

Het BSD is als volgt samengesteld:

3. Het beleidsterrein

Definitie

Het beleidsterrein voortgezet onderwijs omvat de scholen voor voorbereidend bereidend beroepsonderwijs (vbo), voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) en algemeen voortgezet onderwijs (mavo, havo) en de landelijke verzorgingsinstellingen.

Het voortgezet onderwijs bedoeld in dit onderzoek omvat het onderwijs dat wordt gegeven na de basisscholen en na het speciaal onderwijs. Het omvat noch het voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in deel II van de WVO, Stb. 1998, 512, en in de Wet op de expertisecentra, noch educatie en beroepsonderwijs zoals bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs noch het hoger onderwijs. Dit onderzoek beperkt zich tot het vbo, mavo, havo en vwo. Deze schoolsoorten hebben met elkaar gemeen dat ze bedoeld zijn voor leerlingen vanaf ongeveer 12 jaar, verder verschillen ze sterk van elkaar, bijvoorbeeld qua opleidingsduur en examenprogramma’s.

De wettelijke regelingen voor de scholen voor vbo, mavo, havo en vwo zijn neergelegd in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) en de daaruit voortkomende uitvoeringsbesluiten.

Afbakening

Handelingen betreffende scholen voor voortgezet speciaal onderwijs zullen niet in het onderzoek worden opgenomen. Eind 1998 zal er een nieuw onderzoek worden gestart naar aanleiding van het van kracht worden van de Wet op het Primair Onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en Deel II van de WVO. De handelingen betreffende de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs die nu onder de werking van de WVO komen te vallen zullen daarin een plaats krijgen.

Het beleidsterrein voortgezet onderwijs omvat ook de onderwijsverzorging. Onderwijsverzorging is wettelijk geregeld in de inmiddels vervallen Wet op de Onderwijsverzorging (WOV) en de Wet Subsidiering Landelijke Onderwijsondersteunende Activiteiten (SLOA).

Onderwijsverzorging beperkt zich echter niet tot het voortgezet onderwijs maar is beleidsterreinoverschrijdend. Er zal daarom ook een apart RIO aan de onderwijsverzorging gewijd worden. Voor handelingen die voortvloeien uit algemene onderwijswetten als de Experimentenwet, de Leerplichtwet en de Grondwet wordt verwezen naar het RIO ‘Klaar…af!’ over het basisonderwijs.

Het aspect arbeidsvoorwaardenbeleid en beroepskwaliteit zal in een apart onderzoek beschreven worden. In het onderzoek zijn wel handelingen opgenomen die te maken hebben met het formatiebeleid binnen het voortgezet onderwijs, maar voor aspecten als rechtspositie van het onderwijspersoneel wordt verwezen naar het RIO over arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit.

Ook voor de inspectie komt er nog een apart onderzoek; de inspectie is actor op alle onderwijsbeleidsterreinen. Voor zover het om algemene of beleidsterreinoverschrijdende onderwerpen (bijvoorbeeld toezicht op ICT, problemen in grote steden, nascholing leerkrachten, internationale samenwerking) gaat, worden deze behandeld in het aparte onderzoek over de inspectie. Voor zover het om specifieke, beleidsterreingebonden taken gaat worden deze wél geanalyseerd in de onderzoeken die over de specifieke beleidsterreinen gaan. In dit onderhavige onderzoek zijn dan ook, naast enkele meer algemene handelingen, handelingen opgenomen die specifiek zijn voor voortgezet onderwijs.

4. Actoren

De Onderwijsraad

De Onderwijsraad is een permanent adviescollege met betrekking tot de uitvoering van het landelijk onderwijsbeleid, ingesteld bij wet (Stb. 1919, 49) 20Deze wet is per 1-1-1997 vervangen door de Wet op de Onderwijsraad (Stb. 1997, 220). .

Op het beleidsterrein hoger beroepsonderwijs had de Onderwijsraad tot 1995 voornamelijk de volgende taken:

De adviesverplichting is voor een groot deel vervallen bij de wet van 10-07-1995, Stb. 355. Op 15 mei 1997 kwam er een nieuwe Wet op de Onderwijsraad (Stb. 1997, 220). Met deze wet veranderde het takenpakket. Vanaf dat jaar heeft de Onderwijsraad de volgende taken op het terrein van hoger beroepsonderwijs:

5. Selectie

Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de Archiefwet 199521Archiefwet 1995, Wet van 28 april 1995 (Stb. 276), houdende vervanging van de Archiefwet 1962 (Stb. 313) en in verband daarmee wijziging van enige andere wetten.. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Stb. 671.

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

In dit BSD worden de handelingen van de verschillende organen geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, en berustend bij welke actor, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze fasen zijn o.a. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen mogelijk te maken, dient dus vooral de neerslag van de eerste vier en de laatste fase bewaard te blijven.

De gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren- als uit digitale documenten bestaan.

Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het BSD een V met een termijn. De termijn gaat in na expiratiedatum of afdoening van de archivistische neerslag .

Selectiecriteria

Teneinde de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de in het Rapport Institutioneel Onderzoek geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van de door PIVOT opgestelde selectiecriteria.

Uitgaande van de selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1993 een lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Bij de vaststelling van deze selectiecriteria is bepaald dat de bruikbaarheid van de criteria binnen afzienbare tijd zou worden geëvalueerd. In april 1996 werd met dat doel een werkgroep samengesteld. Bij de samenstelling van de werkgroep is gezorgd voor inbreng vanuit zowel de Rijksarchiefdienst/PIVOT als vanuit de zorgdragers. Op 26 november 1996 werden de resultaten tijdens een PIVOT-themabijeenkomst gepresenteerd, waarna als gevolg van discussie nog enige aanpassingen volgden. Op 29 april 1997 werden de herziene selectiecriteria door het afdelingswerkoverleg vastgesteld, waarop zij werden aangeboden aan het Convent van rijksarchivarissen en voor advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur en de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening Rijksoverheid (PC Din). Na verwerking van de adviezen zijn de herziene selectiecriteria vastgesteld door het Convent van Rijksarchivarissen. In dit BSD zijn de criteria van 1997 gehanteerd.

De algemene selectiecriteria zijn positief geformuleerd, het zijn bewaarcriteria. De criteria geven de handelingen aan die met een B gewaardeerd worden, en waarvan de neerslag dus overgebracht dient te worden. De neerslag van de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt niet overgebracht en kan op termijn vernietigd worden.

De volgende algemene selectiecriteria worden door het Nationaal Archief gehanteerd om permanent te bewaren handelingen te selecteren:

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van het beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan .

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het koninkrijk der nederlanden bijzondere tijdsomstandig-heden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er ten aanzien van bepaalde handelingen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstellingen, in een BSD beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd, die met behulp van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Vaststelling BSD

Op 7 april 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van OC&W en de regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 24 augustus 2006 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2006.03077/10), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– de waardering van de handelingen 16, 20, 26, 48, 49, 58, 65, 71, 104, 116, 119, 171, 172, 183, 205, 211, 217, 219, 222, 224, 227, 229, 231, 233, 235, 237, 239, 268, 335, 337, 339, 388 wordt gewijzigd van ‘B (1)’ naar ‘V, 5 jaar’.

Daarop werd het BSD op 26 september 2006 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgesteld (C/S/06/2362).

Leeswijzer van de handelingen

In dit BasisSelectiedocument (BSD) worden de handelingen beschreven. Iedere handeling is vastgelegd in een gegevensblok met zes of zeven velden. Op deze wijze:

(..)

Actor: ....

Handeling: ....

Grondslag: ....

Periode: ....

Product: ....

Opmerking: ....

Waardering: ….

Iedere handeling is voorzien van een uniek volgnummer. Dit BSD werd opgesteld terwijl er alreeds een Documentair Structuurplan (DSP) voorhanden was en door de Onderwijsraad in gebruik was genomen. Omdat een aantal handelingen uit het DSP in dit BasisSelectiedocument zijn verwerkt, kan de nummering afwijken van hetgeen gebruikelijk is.

Een actor is een orgaan dat een rol speelt op een beleidsterrein en de bevoegdheid heeft tot het zelfstandig verrichten van handelingen op grond van attributie of delegatie. De naam die voor een actor wordt gebruikt komt overeen met de naam uit de actorenbeschrijving in het hoofdstuk Actoren. In dit BSD is er slechts één actor, nl. de Onderwijsraad.

Een handeling is een complex van activiteiten gericht op het totstandbrengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. Een actor kan handelingen via mandatering door organisatieonderdelen of -leden laten verrichten. De handelingen zijn in principe positief geformuleerd. Dat wil zeggen dat bij een handeling als ‘het vaststellen van een regeling’ ook ‘het intrekken van een regeling’ inbegrepen wordt geacht.

De grondslag of bron geeft de wet of de regeling krachtens de wet waarop een handeling is gebaseerd. Een groot aantal aangetroffen gelijksoortige grondslagen is soms samengevat of tot een keuze beperkt. Niet alle handelingen zijn gebaseerd op een grondslag. Dan is de beschrijving van de handeling ontleend aan de literatuur of bronnen. Voor enkele (algemene) handelingen is geen grondslag of bron aangetroffen.

De periode geeft aan wanneer een handeling is uitgevoerd. Hoewel het institutioneel onderzoek zich beperkt tot de periode 1980–2003 zijn handelingen waarvan de grondslag een vroegere startdatum doet vermoeden niet voorzien van een eerder gelegen jaartal. Als een handeling nog niet is beëindigd, is achter het eerste jaartal alleen een streepje gezet (bijvoorbeeld: 1997–). Deze handelingen waren bij het afsluiten van het onderzoek nog niet beëindigd. Onderhoud aan de selectielijst zal eventuele eindjaren moeten achterhalen.

Het product vormt het resultaat van de handeling.

Soms was het noodzakelijk bepaalde velden in de gegevensblokken te verduidelijken met een opmerking of toelichting.

De waardering geeft aan welke selectiebeslissing genomen moet worden ten aanzien van de neerslag van de handeling.

6. Selectielijst van de Onderwijsraad (periode 1968–1998)

Beleid

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent de onderwerpen waarover organisaties van ouders, leraren of van gemeente- of schoolbesturen aan de minister hun advies kunnen uitbrengen

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 3, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 3, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 3, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Inrichting van het onderwijs

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de voorschriften omtrent de aanvang van een splitsing van een gymnasium of een atheneum in een afdeling A en een afdeling B

Periode: 1968–1993

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 7, lid 2 en 3

WVO, Stb. 1986, 552, art. 7, lid 2 en 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Landbouw omtrent het aanwijzen van andere vakken, voor het vwo of avo, dan bepaald in de WVO

Periode: 1968–1992

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 12, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 12, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het beslissen in een geschil tussen het schoolbestuur en de inspecteur over de vastgestelde kerndoelen voor de basisvorming

Periode: 1992–

Grondslag: WVO, Stb. 1992, 270, art. 11a lid 6

Product: advies

Waardering: B (5)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het bepalen aan welke groepen leerlingen met een niet-Nederlandse achtergrond onderwijs zal worden gegeven in de taal van het land van oorsprong van de leerlingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 26-11-1986, Stb. 616, art. 12a, lid 2

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs in geval van onduidelijkheid omtrent de soort waartoe een bepaalde school behoort

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 21, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art.21, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 21, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent de inrichting van het voortgezet wetenschappelijk onderwijs en het algemeen voortgezet onderwijs

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 22, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 22, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-05-1992, Stb. 270, in verband met o.a. de invoering van de basisvorming in het voortgezet onderwijs, art.22, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 22, lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de ministers van Onderwijs en Landbouw omtrent de inrichting van het beroepsonderwijs

Periode: 1968–1992

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb.40, art. 23, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 23, lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent de inrichting van het onderwijs voor de cursussen van beroepsonderwijs

Periode: 1968–1992

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 23, lid 5

WVO, Stb. 1986, 552, art. 23, lid 3

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het doen van een uitspraak over de deugdelijkheid van een leerplan, schoolwerkplan of lesrooster

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 24, lid 2

WVO, Stb. 1986, 552, art. 24, lid 2

WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-05-1992, Stb. 270, in verband met o.a. de invoering van de basisvorming, art. 24, lid 5

WVO, Stb. 1993, 666, art. 24, lid 5

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van scholen of afdelingen voor (voorbereidend) beroepsonderwijs waarvan de leer- of schoolwerkplannen goedkeuring behoeven van de minister

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 24, lid 3

WVO, Stb. 1986, 552, art. 24, lid 3

WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-05-1992, Stb. 270, in verband met o.a. de invoering van de basisvorming, art. 24, lid 6

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het afwijken van de voorschriften ten behoeve van de bijzondere inrichting van het onderwijs voor zover het een rijksschool of rijksscholengemeenschap betreft

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 25

WVO, Stb. 1986, 552, art. 25 en 26

WVO, Stb. 1993, 666, art. 25

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het afwijken van de voorschriften omtrent de bijzondere inrichting van het onderwijs aan een school of scholengemeenschap

Periode: 1968–1997

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 25 en 26

WVO, Stb. 1986, 552, art. 25 en 26

WVO, Stb. 1993, 666, art. 25

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent de voorwaarden voor toelating en de voorschriften omtrent verwijdering en voorwaardelijke bevordering voor elke soort van scholen of afdelingen

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 27

WVO, Stb. 1986, 552, art. 27

WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-05-1992, Stb. 270, in verband met o.a. de invoering van de basisvorming, art. 27, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 27, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent het aanwijzen van soorten van diploma’s die toegang kunnen geven tot het vierde leerjaar van een afdeling of school voor havo

Periode: 1969–1993

Grondslag: Besluit dagscholen vwo-havo-mavo, besluit van 26-10-1967, Stb. 526, onder E van art. 46e, zoals gewijzigd bij het besluit van 23-07-1969, Stb. 317

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het vaststellen op welke wijze leerlingen vrijstelling kunnen krijgen van de kerndoelen en voorschriften

Periode: 1993–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 11e, lid 2, zoals gewijzigd bij de wet van 27-05-1992, Stb. 270 in verband met o.a. de invoering van de basisvorming in het voortgezet onderwijs

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Toetsen en eindexamens

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van scholen voor (voorbereidend) beroepsonderwijs, waarvan het bevoegd gezag de regeling van het eindexamen vaststelt

Periode: 1973–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1963, 40, art. 29, lid 2, zoals gewijzigd bij Wet van 18-04-1973, Stb. 228

WVO, Stb. 1986, 552, art. 29, lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent gevallen waarbij het eindexamen afgenomen wordt zonder toezicht van gecommitteerden

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 29, lid 3

WVO, Stb. 1986, 552, art. 29, lid 3

WVO, Stb. 1993, 666, art. 29, lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs over de voorschriften betreffende eindexamens

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-05-1963, Stb. 40, art. 29, lid 5

WVO, Stb. 1986, 552, art. 29, lid 5

WVO, Stb. 1986, 552, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-05-1992, Stb. 270, art. 29, lid 5

WVO, Stb. 1993, 666, art. 29, lid 5

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van vakken waarvoor in het mavo uitsluitend examen kan worden afgelegd volgens het D-programma

Periode: 1987–1990

Grondslag: Eindexamenbesluit dagscholen vwo-havo-mavo, Stb. 1979, 190, art. 2, lid 2, zoals gewijzigd bij het besluit van 07-07-1987, Stb. 371

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent het toevoegen van het vak Latijnse taal- en letterkunde aan de eindexamenvakken op een (rijks)atheneum

Periode: 1970–1998

Grondslag: Besluit eindexamens vwo-havo-mavo,besluit van 08-04-1970, Stb. 151, houdende regeling van de eindexamens vwo-havo-mavo, art. 51, lid 1

Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-(lbo)vbo, Stb. 1989, 327, art. 58, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister over het afwijken van de voorschriften betreffende

de inrichting van de eindexamens ten behoeve van experimenten

Periode: 1969–

Grondslag: Interimbesluit eindexamens havo-mavo, Stb. 1969, 438, art. 36

Besluit eindexamens vwo-havo-mavo,Stb. 1970, 151, art. 51, lid 2

Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-(lbo)vbo, Stb. 1989, art. 58, lid 2, na 01-08-1998 art. 58

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent de vast te stellen eindexamenprogramma’s

Periode: 1969–1995

Grondslag: – Eindexamenbesluit lhno, Stb. 1970, 114, art. 2

– Eindexamenbesluit leao, Stb. 1970, 115, art.2

– Eindexamenbesluit lmo, Stb. 1970, 116, art. 2

– Interimbesluit eindexamens havo-mavo, Stb.1969, 438, art. 33

– Besluit eindexamens vwo-havo-mavo,besluit van 08-04-1970, Stb. 151, houdende regeling van de eindexamens vwo-havo-mavo, art. 11

– Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-(lbo)vbo, Stb. 1989, 327, art. 7, lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het vaststellen van de C- en D-eindexamenprogramma’s voor elk van de examenvakken binnen het lbo

Periode: 1975–1990

Grondslag: Eindexamenbesluit lbo, besluit van 23-01-1976, Stb. 31, art. 3, lid 2

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent de te geven richtlijnen voor een C-programma binnen het lbo

Periode: 1975–1990

Grondslag: Eindexamenbesluit lbo, besluit van 23-01-1976, Stb. 31, art. 3, lid 3

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent de richtlijnen voor B- en A-programma’s binnen het lbo

Periode: 1975–1990

Grondslag: Eindexamenbesluit lbo, besluit van 23-01-1976, Stb. 31, art. 3, lid 4

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het bepalen dat aan een bijzondere school in het vak geschiedenis en staatsinrichting of maatschappijleer geen centraal examen hoeft te worden afgenomen vanwege bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard

Periode: 1990–

Grondslag: Eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-(lbo)vbo, Stb. 1989, 327, art. 46, lid 1

Product: beschikking

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent de voorschriften voor examens die niet vanwege de school worden afgenomen

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 29, lid 6

WVO, Stb. 1986, 552, art. 29, lid 6

WVO, Stb. 1993, 666, art. 29, lid 6

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het afwijken van de voorschriften betreffende de eindexamens op rijksscholen, gemeentelijke scholen of bijzondere scholen

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 29, lid 7

WVO, Stb. 1986, 552, art. 29,lid 7

WVO, Stb. 1993, 666, art. 29, lid 7

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het stellen van voorschriften voor toelating tot het eindexamen van diegenen die niet als leerling zijn ingeschreven (extraneï)

Periode: 1986–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 30, lid 2

WVO, Stb. 1993, 666, art. 30, lid 2

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het vaststellen van voorschriften voor de staatsexamens

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Stb.1963, 40, art. 60, lid 5

WVO, Stb. 1986, 552, art. 60, lid 5

WVO, Stb. 1993, 666, art. 60, lid 5

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister inzake het aanwijzen van vakken die uitsluitend worden afgenomen volgens het D-programma

Periode: 1978–1995

Grondslag: Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 1978, Stb. 1978, 623, art. 2, lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het vast te stellen examenprogramma

Periode: 1969–1995

Grondslag: Interim-besluit staatsexamens havo-mavo, Stb. 1969, 407, art. 8,

Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo, Stb. 1971, 741, art. 11

Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 1978, Stb. 1978, 623, art. 11

Product: advies

Waardering: B (1)

Personeel

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van bewijzen van pedagogische en didactische vaardigheden, het vaststellen van voorschriften en het doen van voorstellen daartoe

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1963, 40, art. 33, lid 1c

WVO, Stb. 1986, 552, art. 33, lid 1c

WVO, Stb. 1993, 666, art. 33, lid 1c

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw over het aanwijzen van bewijzen van bekwaamheid

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Stb.1963, 40, art. 34, lid 2

WVO, Stb. 1986, 552, art. 34, lid 2

WVO, Stb. 1993, 666, art. 34, lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het verbinden van onderwijsbevoegdheid aan andere vakken dan genoemd in de lijst van bewijzen van bekwaamheid , en het aanbrengen van beperkingen

Periode: 1967–1995

Grondslag: OWVO, art. 108

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het verbinden van bevoegdheid tot het geven van voortgezet onderwijs aan bewijzen van bekwaamheid die niet opgenomen zijn in de bijlage van de OWVO

Periode: 1967–1995

Grondslag: OWVO, art. 110, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het regelen in welke gevallen leraren die een bevoegdheid bezitten of achten te bezitten voor bepaalde soorten van onderwijs, tevens onderwijs kunnen geven in een vak of combinatie van vakken in een soort van onderwijs waarvoor zij niet de vereiste bevoegdheid bezitten

Periode: 1985–1995

Grondslag: OWVO, zoals gewijzigd bij wet van 04-07-1985, Stb. 408, art. 110a

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het bepalen voor welke scholen van voortgezet onderwijs de bezitter van een bewijs van bekwaamheid bedoeld onder de nummers 1 t/m 38 van de OWVO, tevens in het bezit dient te zijn van een bewijs van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding

Periode: 1973–1995

Grondslag: OWVO, zoals gewijzigd bij de wet van 18-04-1973, Stb. 229, art. 111, lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het instellen van akten van bekwaamheid van de eerste, tweede en derde graad ten behoeve van andere vakken dan genoemd in de wet

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Stb.1963, 40, art. 35, lid 1 t/m 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent de vereisten voor het geven van onderwijs aan de daarbij aan te geven schoolsoorten en in daarbij aan te geven vakken of combinaties daarvan waarbij wordt afgeweken van het wettelijk bepaalde

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO,Stb. 1963, 40, art. 35, lid 3

WVO, Stb. 1986, 552, art. 35, lid 3

WVO, Stb. 1993, 666, art. 35, lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van aanvullende vakken of combinaties van vakken waarvoor een eerste graads bevoegdheid ook geldig is

Periode: 1985–1995

Grondslag: OWVO, Stb. 1967, 386, art. 35, lid 4, zoals gewijzigd bij de Wet van 04-07-1985, Stb. 408, herziene regeling met betrekking tot het gradenstelsel

WVO, Stb. 1986, 552, art. 35, lid 4

WVO, Stb. 1993, 666, art. 35, lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent bijzondere gevallen waarin een leraar met een tweedegraads bevoegdheid tijdelijk les kan geven op eerstegraads niveau

Periode: 1985–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1967, 387, art. 35a, zoals gewijzigd bij de Wet van 04-07-1985, Stb. 408

WVO, Stb. 1986, 552, art. 35a

WVO, Stb. 1993, 666, art. 35a

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van andere vakken dan genoemd in de wet en de bijbehorende bewijzen van bekwaamheid

Periode: 1968–1985

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 36, lid 3, 5, 6, 7 en 8

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het afgeven van een verklaring dat een leraar in het bezit is van een eerste- dan wel tweedegraads bevoegdheid plus een bewijs van pedagogische en didactische bekwaamheid in gevallen van vakken waarin geen bewijzen van bekwaamheid zijn aangewezen

Periode: 1985–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1967, 387, art. 36, lid 1, zoals gewijzigd bij de Wet van 04-07-1985, Stb. 408

WVO, Stb. 1986, 552, art. 36, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 36 lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/Minister van Landbouw omtrent het verkrijgen van de bewijzen van voldoende pedagogische en didactische voorbereiding

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1963, 40, art. 37

WVO, Stb. 1986, 552, art. 37

WVO, Stb. 1993, 666, art. 37

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het geven van nadere voorschriften betreffende de stages van studenten binnen het voortgezet onderwijs

Periode: 1985–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1967, 387, art. 39c, lid 8 en 9, zoals gewijzigd bij de Wet van 19-04-1985, Stb. 256

WVO, Stb. 1986, 552, art. 39c, lid 8 en 9

WVO, Stb. 1993, 666, art. 39c, lid 8 en 9

Product: advies

Waardering: B (1)

Handelingen voorkomend uit de overige regels voor het openbaar onderwijs en de voorwaarden voor bekostiging uit openbare kas van het bijzonder onderwijs

Overige voorwaarden voor rijksbekostiging van het bijzonder voortgezet onderwijs

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het aanwijzen van niet uit openbare kas bekostigde bijzondere scholen die een bevoegdheid krijgen om aan eindexamenkandidaten die met een goed gevolg hun eindexamen hebben behaald een diploma uit te reiken

Periode: 1968–1997

Grondslag: WVO, Stb. 1963, 40, art. 56, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 56, lid 1

WVO, Stb. 1993, art. 56, lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het stellen van regels waarop meerdere oudercommissies binnen een gemeente zich kunnen verenigen tot een ouder- of schoolraad

Periode: 1968–1981

Grondslag: WVO, Stb. 40, art. 45, lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Bekostiging

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het jaarlijks vaststellen van het plan van scholen

Periode: 1968–1997

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 65, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 65, lid 1

WVO, Stb. 1993, 666, art. 65, lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw over de bekostiging van een school die wordt opgericht door middel van omzetting

Periode: 1993–

Grondslag: WVO, Stb. 1993, 666, art. 75

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent een verhoging van het vergoedingsbedrag voor de exploitatiekosten van een gemeentelijke of bijzondere school welke in bijzondere omstandigheden verkeert

Periode: 1968–1995

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 92, lid 1

WVO, Stb. 1986, 552, art. 90, lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het vaststellen van de grondslag voor de formatie van directie, onderwijzend en niet-onderwijzend personeel van een school voor vwo, avo en vbo

Periode: 1992–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 84, lid 1 t/m 3, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-02-1992, Stb. 112, Regeling herziening bekostigingsstelsel voortgezet onderwijs

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het toekennen van meer formatie aan een school voor vwo, avo of vbo dan toegestaan op grond van de wet

Periode: 1992–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 84, lid 4, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-02-1992, Stb. 112, Regeling herziening bekostigingsstelsel voortgezet onderwijs

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw met betrekking tot voorschriften omtrent het verbruik van de formatierekeneenheden

Periode: 1992–1996

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 84a, lid 2, zoals gewijzigd bij de Wet van 27-02-1992, Stb. 113

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw over toekenning van een aanvullende vergoeding voor exploitatiekosten

Periode: 1992–

Grondslag: WVO, Stb. 1992, 112, art. 89

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het vaststellen van de grondslagen voor de omvang van de formatie van directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel van een school voor vwo, avo of vbo

Periode: 1996–

Grondslag: WVO, Stb. 1993, 666, art. 84, lid 1, zoals gewijzigd bij de Wet van 31-05-1995, Stb. 318, Regeling lump-sum en decentralisatie rechtspositieregeling vwo, avo, vbo

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het geven van regels met betrekking tot de ingebruikgeving van gebouwen, terreinen of roerende zaken

Periode: 1985–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1967, 387, art. 100a, lid 7, zoals gewijzigd bij de Wet van 04-07-1985, Stb. 394, Regeling medegebruik

WVO, Stb. 1986, 552, art. 100a, lid 7

WVO, Stb. 1993, 666, art. 100a, lid 7

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent nadere voorschriften met betrekking tot de vaststelling van onderwijsachterstanden

Periode: 1993–1995

Grondslag: WVO, Stb. 1986, 552, art. 102b, lid 8, zoals gewijzigd bij de Wet van 21-04-1993, Stb. 253

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw over het geheel of gedeeltelijk inhouden van een vergoeding indien het schoolbestuur de voorschriften niet nakomt

Periode: 1992–

Grondslag: WVO, Stb. 1992, 112, art. 104

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs/de Minister van Landbouw omtrent het in stand houden dan wel bekostigen van scholen die te weinig leerlingen hebben

Periode: 1968–

Grondslag: WVO, Wet van 14-02-1963, Stb. 40, art. 111, lid 4

WVO, Stb. 1986, 552, art. 108, lid 4

WVO, Stb. 1993, 666, art. 108, lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

7. Bronnen

Wet- en regelgeving

Klaar…af

Periode: 1945–1998

(Pivotnr. 64)

Peter Brand, Digital display BV

In opdracht van de Onderwijsraad

1. Lijst met gebruikte afkortingen

AMvB: Algemene maatregel van bestuur

BSD: Basisselectiedocument

KLO/KOW: Kleuteronderwijswet 1956

LOW: Lager-onderwijswet 1920

OETC: Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur

OCenW: (Ministerie van) Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

OR: Onderwijsraad

PABO: (Wet op de) Pedagogische Academies Basisonderwijs (1984)

PIVOT: Project Invoering Verkorting OverbrengingsTermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

WBO: Wet op het Basisonderwijs 1985

WBO/OWBO: Overgangswet Wet op het Basisonderwijs

WEC: Wet op de Expertisecentra 1998

WPO: Wet op het Primair Onderwijs 1998

2. Inleiding

Het PIVOT-rapport ‘Klaar af’, een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein Basisonderwijs, periode 1945–1998 vormt de basis voor dit basisselectiedocument (BSD).

Het rapport is het resultaat van institutionele onderzoeken welke zijn uitgevoerd binnen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in overeenstemming met de afspraken die bij convenant van 9 februari 1995 tussen de Secretaris-Generaal van het Ministerie van OCenW en de Algemene Rijksarchivaris zijn gemaakt, inzake de overbrenging en overdracht van na 1945 gevormde archieven.

Het rapport beschrijft de taken en handelingen van de verschillende actoren op het beleidsterrein Basisonderwijs.

Na bestudering van de voor het beleidsterrein van toepassing zijnde wetgeving, bleken in het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) één of meer handelingen te ontbreken. Daarom zijn in dit BSD ook nieuwe handelingen opgenomen (1100 series). Om die reden wijkt de nummering af van hetgeen gebruikelijk is.

In dit BSD wordt de neerslag van de handelingen gewaardeerd, op basis waarvan de daadwerkelijke selectie van archiefbescheiden uitgevoerd kan worden. Onder archiefbescheiden worden zowel de papieren bescheiden als gedigitaliseerde bescheiden verstaan; deze gedigitaliseerde bestanden vallen nl. ook onder deArchiefwet 1995.

Tevens kan dit BSD als leidraad dienen bij de inrichting of herinrichting van de documentaire informatievoorziening.

Het BSD is als volgt samengesteld:

3. Het beleidsterrein

Definitie

Het beleidsterrein basisonderwijs maakt tegenwoordig samen met het beleidsterrein (Voortgezet) Speciaal Onderwijs deel uit van het totale beleidsveld waar de directie Primair Onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen voor verantwoordelijk is.

Het basisonderwijs zoals wij dat nu kennen bestaat vanaf 1985; de Wet op het Basisonderwijs (WBO) ging toen van kracht. Vóór 1985 waren de componenten waaruit het basisonderwijs is ontstaan, het lager onderwijs (voor 6–12 jarigen) en het kleuteronderwijs (voor 4–6 jarigen), respectievelijk geregeld in de Wet Lager Onderwijs van 1920 (LOW) en de Kleuteronderwijswet van 1956 (KLO). De in deze wetten geregelde onderwijsvormen zijn de voorlopers van het basisonderwijs. Zij laten zien hoe in die periode aan het basisonderwijs invulling werd gegeven. Het kleuteronderwijs was vóór 1956 niet afzonderlijk bij wet geregeld. Vóór de totstandkoming van de KLO regelde men enkele aspecten (zoals inspectie en onderwijsbevoegdheid) voor het kleuteronderwijs al in de Lager Onderwijswet. Ten aanzien van de voorloper van het kleuteronderwijs, het Bewaarschoolonderwijs, bestond er geen wetgeving, terwijl het beleid gericht op die vorm van onderwijs zo marginaal was dat amper kan worden gesproken van direct daarop betrekking hebbende handelingen van de overheid.

Afbakening met andere beleidsterreinen

De afbakening van het beleidsterrein basisonderwijs als afzonderlijk onderwerp van onderzoek is gebaseerd op het feit dat het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs bij de uitvoering van dit onderzoek in afzonderlijke wetten waren geregeld. Voor het beleidsterrein (Voortgezet) Speciaal Onderwijs is in het kader van PIVOT ook onderzoek verricht. De resultaten van dat onderzoek zijn opgenomen in het rapport ‘Speciaal Centraal’, over de periode 1950–1996. Vanaf 1 augustus 1998 vervangen echter de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) de bestaande wetgeving voor het basis- en speciaal onderwijs. Er is voor gekozen om de nieuwe wetgeving, voor het gehele primair onderwijs, in een apart RIO te behandelen; de handelingen uit het onderhavige RIO worden dan ook afgesloten per 1 augustus 1998. Handelingen uit dit RIO die doorlopen na 1 augustus 1998 worden wederom opgenomen in het nieuwe RIO Primair onderwijs.

Een ander onderwerp dat niet tot dit beleidsterrein wordt gerekend is de opleiding van onderwijzend personeel. Alhoewel het Kweekschoolonderwijs was opgenomen in de Kweekschoolwet die voortvloeide uit de Lager Onderwijswet van 1920, is dit onderwerp niet in dit onderzoek meegenomen. Ook in dit geval is namelijk uitgegaan van de huidige situatie. De rijksopleidingsscholen voor onderwijzers (de rijkskweekscholen) bleven na 1969 onder de naam pedagogische academie, rijksopleiding voor onderwijzers nog onderwerp van het beleidsterrein Lager Onderwijs. Met ingang van 1 augustus 1984 is de opleiding van leraren geregeld in de Wet op de Pedagogische Academies Basisonderwijs (PABO's). De PABO's vallen tegenwoordig onder het beleidsterrein hoger beroepsonderwijs en zullen ook in het onderzoek voor dat terrein worden behandeld. Hetzelfde geldt voor de Opleidingsscholen voor Kleuterleidsters, die in de huidige situatie tevens onderdeel vormen van de PABO. Nascholing is als onderwerp van het personeelsbeleid in de Wet op het Basisonderwijs wel in dit onderzoek meegenomen.

Onderwerpen zoals de rechtspositie van onderwijsgevenden worden in afzonderlijke onderzoeken behandeld omdat het onderwerpen zijn die op elk terrein van onderwijs voorkomen en waarvan de hoofdlijnen meestal toch in afzonderlijke wetten zijn geregeld, dit geldt eveneens voor het aspect onderwijsverzorging.

Binnen het institutioneel onderzoek op het terrein van het basisonderwijs wordt ook het aspect inspectie geanalyseerd. De beschreven handelingen zijn echter niet gedetailleerd en volledig; in overleg met de Inspectie is overeengekomen dat er een apart onderzoek verricht zal worden naar de taken van de Inspectie, over alle onderwijsterreinen.

4. Actoren

De Onderwijsraad

De Onderwijsraad is een permanent adviescollege met betrekking tot de uitvoering van het landelijk onderwijsbeleid, ingesteld bij wet (Stb. 1919, 49) 22Deze wet is per 1-1-1997 vervangen door de Wet op de Onderwijsraad (Stb. 1997, 220)..

De Onderwijsraad had de volgende taken:

De adviesverplichting is voor een groot deel vervallen bij de wet van 10-07-1995, Stb. 355.

Op 15 mei 1997 kwam er een nieuwe Wet op de Onderwijsraad (Stb. 1997, 220). Met deze wet veranderde het takenpakket.

5. Selectie

Doelstelling van de selectie

De selectie richt zich op de (administratieve) neerslag van het handelen door overheidsorganen, die vallen onder de werking van de Archiefwet 199523Archiefwet 1995, Wet van 28 april 1995 (Stb. 276), houdende vervanging van de Archiefwet 1962 (Stb. 313) en in verband daarmee wijziging van enige andere wetten.. De selectielijst is tot stand gekomen op grond van een wettelijk voorgeschreven procedure. Deze procedure, welke zijn grondslag heeft in art. 5 van de Archiefwet 1995, is neergelegd in de artikelen 2 tot en met 5 van het Archiefbesluit 1995, Stb. 671.

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

In dit BSD worden de handelingen van de verschillende organen geselecteerd op hun bijdrage aan de realisering van de selectiedoelstelling. Bij de selectie gaat het er om welke gegevensbestanden, behorend bij welke handeling, en berustend bij welke actor, bewaard moeten blijven met als doel het handelen van de rijksoverheid met betrekking tot het beleidsterrein op hoofdlijnen te kunnen reconstrueren.

Het handelen van overheidsorganen bestaat uit verschillende fasen in het beleidsproces. Deze fasen zijn o.a. agendavorming, beleidsvoorbereiding, beleidsbepaling, beleidsvaststelling, beleidsuitvoering en beleidsevaluatie. Om de reconstructie van het handelen op hoofdlijnen mogelijk te maken, dient dus vooral de neerslag van de eerste vier en de laatste fase bewaard te blijven.

De gegevensbestanden kunnen zowel uit papieren- als uit digitale documenten bestaan.

Indien de neerslag in aanmerking komt voor vernietiging dan vermeldt het BSD een V met een termijn. De termijn gaat in na expiratiedatum of afdoening van de archivistische neerslag.

Selectiecriteria

Teneinde de selectiedoelstelling te operationaliseren zijn de in het Rapport Institutioneel Onderzoek geformuleerde handelingen gewogen aan de hand van de door PIVOT opgestelde selectiecriteria.

Uitgaande van de selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1993 een lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Bij de vaststelling van deze selectiecriteria is bepaald dat de bruikbaarheid van de criteria binnen afzienbare tijd zou worden geëvalueerd. In april 1996 werd met dat doel een werkgroep samengesteld. Bij de samenstelling van de werkgroep is gezorgd voor inbreng vanuit zowel de Rijksarchiefdienst/PIVOT als vanuit de zorgdragers. Op 26 november 1996 werden de resultaten tijdens een PIVOT-themabijeenkomst gepresenteerd, waarna als gevolg van discussie nog enige aanpassingen volgden. Op 29 april 1997 werden de herziene selectiecriteria door het afdelingswerkoverleg vastgesteld, waarop zij werden aangeboden aan het Convent van rijksarchivarissen en voor advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur en de Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening Rijksoverheid (PC Din). Na verwerking van de adviezen zijn de herziene selectiecriteria vastgesteld door het Convent van Rijksarchivarissen. In dit BSD zijn de criteria van 1997 gehanteerd.

De algemene selectiecriteria zijn positief geformuleerd, het zijn bewaarcriteria. De criteria geven de handelingen aan die met een B gewaardeerd worden, en waarvan de neerslag dus overgebracht dient te worden. De neerslag van de handelingen die met een V gewaardeerd worden, wordt niet overgebracht en kan op termijn vernietigd worden.

De volgende algemene selectiecriteria worden door het Nationaal Archief gehanteerd om permanent te bewaren handelingen te selecteren:

1.

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan: agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten

2.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van het beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij de terugkoppeling van beleid.

3.

Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4.

Handelingen betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandig-heden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er ten aanzien van bepaalde handelingen, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstellingen, in een BSD beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd, die met behulp van de algemene criteria niet kunnen worden gewaardeerd.

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Vaststelling BSD

Op 7 april 2006 is het ontwerp-BSD door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2006 lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van OC&W en de regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 24 augustus 2006 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2006.03077/10), hetwelk [naast enkele tekstuele correcties] aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

– de waardering van de handelingen 51, 58, 66, 88, 90, 108, 1108, 113, 1109, 1110, 352, 354, 445, 476 wordt gewijzigd van ‘B (1)’ naar ‘V, 5 jaar’.

Daarop werd het BSD op 26 september 2006 door de algemene rijksarchivaris, namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vastgesteld (C/S/06/2358).

Leeswijzer van de handelingen

In dit BasisSelectiedocument (BSD) worden de handelingen beschreven. Iedere handeling is vastgelegd in een gegevensblok met zes of zeven velden. Op deze wijze:

(..)

Actor: ....

Handeling: ....

Grondslag: ....

Periode: ....

Product: ....

Opmerking: ....

Waardering: ….

Iedere handeling is voorzien van een uniek volgnummer. Dit BSD werd opgesteld terwijl er alreeds een Documentair Structuurplan (DSP) voorhanden was en door de Onderwijsraad in gebruik was genomen. Omdat een aantal handelingen uit het DSP in dit BasisSelectiedocument zijn verwerkt, kan de nummering afwijken van hetgeen gebruikelijk is.

Een actor is een orgaan dat een rol speelt op een beleidsterrein en de bevoegdheid heeft tot het zelfstandig verrichten van handelingen op grond van attributie of delegatie. De naam die voor een actor wordt gebruikt komt overeen met de naam uit de actorenbeschrijving in het hoofdstuk Actoren. In dit BSD is er slechts één actor, nl. de Onderwijsraad.

Een handeling is een complex van activiteiten gericht op het totstandbrengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. Een actor kan handelingen via mandatering door organisatieonderdelen of -leden laten verrichten. De handelingen zijn in principe positief geformuleerd. Dat wil zeggen dat bij een handeling als ‘het vaststellen van een regeling’ ook ‘het intrekken van een regeling’ inbegrepen wordt geacht.

De grondslag of bron geeft de wet of de regeling krachtens de wet waarop een handeling is gebaseerd. Een groot aantal aangetroffen gelijksoortige grondslagen is soms samengevat of tot een keuze beperkt. Niet alle handelingen zijn gebaseerd op een grondslag. Dan is de beschrijving van de handeling ontleend aan de literatuur of bronnen. Voor enkele (algemene) handelingen is geen grondslag of bron aangetroffen.

De periode geeft aan wanneer een handeling is uitgevoerd. Hoewel het institutioneel onderzoek zich beperkt tot de periode 1980–2003 zijn handelingen waarvan de grondslag een vroegere startdatum doet vermoeden niet voorzien van een eerder gelegen jaartal. Als een handeling nog niet is beëindigd, is achter het eerste jaartal alleen een streepje gezet (bijvoorbeeld: 1997–). Deze handelingen waren bij het afsluiten van het onderzoek nog niet beëindigd. Onderhoud aan de selectielijst zal eventuele eindjaren moeten achterhalen.

Het product vormt het resultaat van de handeling.

Soms was het noodzakelijk bepaalde velden in de gegevensblokken te verduidelijken met een opmerking of toelichting.

De waardering geeft aan welke selectiebeslissing genomen moet worden ten aanzien van de neerslag van de handeling.

6. Selectielijst van de Onderwijsraad (periode 1945–1998)

Regelen voor het openbaar onderwijs en voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het verlenen van vrijstelling aan een schoolbestuur van een vereiste met betrekking tot het schoolrapport, de deelname aan het onderwijs in verschillende de vakken, de vereisten gesteld aan het schoolhoofd en aan de rijksvergoedingen, voor een bepaalde tijd

Periode: 1963–1985

Grondslag: LOW, art. 3 bis

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van Gedeputeerde Staten over beroepszaken betreffende de toekenning van een onkostenvergoeding in verband met schoolbezoek

Periode: 1945–1985

Grondslag: LOW, art. 3 bis

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister met betrekking tot het verlenen van toestemming aan een schoolbestuur tot afwijking van de voorschriften voor de vakken in het lager- en basisonderwijs

Periode: 1985–1995

Grondslag: LOW, art. 90 lid 6

WBO, art. 9 lid 6 en lid 9

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het vaststellen van de kerndoelen binnen het basisonderwijs

Periode: 1992–1995

Grondslag: WBO, art. 9 lid 5

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het verlenen van toestemming aan een schoolbestuur voor het afwijken van de voorschriften met betrekking tot de onderwerpen zoals die in een leerplan (lager onderwijs) of een schoolwerkplan (basisonderwijs) behoren te zijn opgenomen

Periode: 1945– (31 juli 1998)

Grondslag: KLO, art. 16

LOW, art. 25 lid 5 en art. 90 lid 6

WBO, art. 11 lid 7

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het nemen van een beslissing ten aanzien van voorgenomen wijzigingen in een leerplan door een schoolbestuur indien de inspecteur hierom vraagt

Periode: 1945–1985

Grondslag: Koninklijk Besluit van 26 november 1937 Stb. 375 art. 3 lid 4

Product: beschikking

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het nemen van een beslissing m.b.t. de inhoud van een speel- en werkplan of een leerplan indien hierover verschil van mening bestaat tussen een gemeente en de inspecteur

Periode: 1948–1985

Grondslag: KLO, art. 16 ,lid 1

LOW, art. 23 bis, lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het beslissen in een verzoek van de inspecteur om een beslissing bij geschil tussen de inspecteur en het bevoegd gezag over het wel of niet voldoen van een speel- en werkplan (KLO), een leerplan (LOW) of een schoolwerkplan en een activiteitenplan (WBO) aan de wettelijke voorschriften

Periode: 1945–(31 juli 1998)

Grondslag: KLO, art. 66 lid 3

LOW, art. 90 lid 2

WBO, ART. 13 lid 3

Product: beschikking

Waardering: B (5)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het voorbereiden van nadere aanwijzing van de categorieën leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, waarvoor het schoolbestuur onderwijs in taal en cultuur van het land van oorsprong van die leerlingen in het schoolwerkplan mag opnemen

Periode: 1984–1995

Grondslag: LOW, art. 3, lid 2bis

WBO, art. 10 lid 1

Product: advies

Waardering: B (1)

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het verlenen van toestemming aan een schoolbestuur om voor groepen leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, onderwijs in taal en cultuur van het land van oorsprong van die leerlingen in het schoolwerkplan op te nemen

Periode: 1985–1995

Grondslag: Besluit leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond WBO van 29 maart 1985, art. 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het nemen van een beslissing m.b.t. het vrijgeven van uren voor godsdienstonderwijs indien daarover verschil van mening bestaat tussen een gemeente en de inspecteur

Periode: 1945–1985

Grondslag: LOW, art. 26 lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het vrij geven of beschikbaar stellen van schoollokalen voor godsdienstonderwijs ten behoeve van het kleuteronderwijs

Periode: 1955–1985

Grondslag: KLO, art. 17 lid 3

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren over regels waarmee de vereiste aanvullende bewijzen, naast de akte van bekwaamheid, voor de functie van schoolhoofd worden aangegeven

Periode: 1981–1985

Grondslag: LOW, art. 27 lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het verlenen van toestemming dat een schoolhoofd wordt ontheven van de verplichting tevens onderwijs te geven

Periode: 1945–1985

Grondslag: LOW, art. 27 lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het vaststellen van het aantal kleuters dat bepalend is voor het aantal aan te stellen kleuterleidsters dat naast de hoofdleidster aan een kleuterschool is verbonden

Periode: 1976–1985

Grondslag: KLO, art. 20 lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren omtrent de goedkeuring dat zowel kleuterschool als lagere school onder leiding staan van het hoofd van de lagere school

Periode: 1955–1985

Grondslag: KLO, art. 67 lid 1, art. 19 lid 1, Verruimingswet art. 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren omtrent de aanstelling van een leerkracht met een lager-onderwijs-bevoegdheid aan een kleuterschool

Periode: 1955–1985

Grondslag: KLO, art. 67 lid 1, art. 25 lid 1a, Verruimingswet art. 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van Gedeputeerde Staten over beroepszaken betreffende de overplaatsing van een kleuterleidster naar een ander school

Periode: 1976–1985

Grondslag: KLO art. 26 lid 5 en 6, art. 28 lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van Gedeputeerde Staten over beroepszaken betreffende een ongevraagd ontslag van een kleuterleidster

Periode: 1976–1985

Grondslag: KLO art. 29 lid 1, art. 28 lid 2

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het voorbereiden van regels ter vaststelling van het aantal adjunct-directeuren, groepsleraren en ander (niet-) onderwijzend personeel die aan een school zijn verbonden, en van het aantal leerlingen dat bepalend is voor het aantal aan te stellen groepsleraren en adjunct-directeuren

Periode: 1985–1992

Grondslag: WBO, art. 14 lid 2, art. 15 lid 2, art. 16 lid 1

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister over het geven van goedkeuring aan een school dat meer groepsleraren zijn verbonden dan volgens de regels is voorgeschreven

Periode: 1985–1992

Grondslag: WBO, art. 15 lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister over een schoolbegeleidingsdienst

Periode: 1981–

Grondslag: Rijksregeling subsidiering schoolbegeleiding (Stcrt. 1981, 18)

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Onderwijs omtrent het gelijkstellen van getuigschriften aan de akten van bekwaamheid als hoofdleidster

Periode: 1955–1985

Grondslag: KLO, art. 131 lid 4

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het aanwijzen van andere bewijzen die kunnen getuigen van voldoende pedagogisch-didactische voorbereiding op de functie van kleuterleidster

Periode: 1957–1968

Grondslag: Besluit Opleiding Kleuterleidsters, Stb. 1957, 480, art. 12 lid 3, onder f

Product: advies

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het adviseren van de minister omtrent het gelijkstellen van de akten van bekwaamheid uitgereikt buiten Nederland aan akten van bekwaamheid als (hoofd) leidster

Periode: 1955–1985

Grondslag: KLO, art. 81

Product: advies

Waardering: B (1)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)