Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels ter uitvoering van de Wet op het financieel toezicht met betrekking tot de reikwijdte en toegang tot de financiële markten (Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft)
Wij, Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01703 M;
Gelet op de artikelen 1:102, eerste lid, 2:5, tweede lid, 2:6, tweede lid, 2:7, tweede lid, 2:9, eerste lid, 2:12, derde lid, 2:13, tweede lid, 2:17, tweede lid, 2:21, derde lid, 2:22, tweede lid, 2:31, tweede lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:36, derde lid, 2:37, tweede lid, 2:39, eerste lid, 2:41, tweede lid, 2:42, tweede lid, 2:43, tweede lid, 2:45, tweede lid, 2:46, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:50, tweede lid, 2:51, tweede lid, 2:53, eerste lid, 2:58, tweede lid, 2:63, tweede lid, 2:67, tweede en vierde lid, 2:68, derde lid, 2:69, tweede lid, 2:78, tweede lid, 2:81, vierde lid, 2:83, tweede lid, 2:89, tweede lid, 2:94, tweede lid, 2:99, derde lid, 2:105, vijfde lid, 2:107, tweede lid, 2:108, tweede lid, 2:110, tweede lid2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, 2:122, tweede lid, 2:127, tweede lid en 2:130, eerste lid van de Wet op het financieel toezicht en de richtlijnen nr. 73/239/EEG, 85/611/EEG, 88/357/EEG, 91/674/EEG, 92/49/EEG, 93/6/EEG, 93/22/EEG, 2000/12/EG, 2000/46/EG, 2002/83/EG en 2002/92/EG;
De Raad van State gehoord (advies van 17 augustus 2006, no. W06.06.0335);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006, FM 2006-1822 U;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
§ 1.1. Definitie
Artikel 1
In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:
- nauwe banden: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:
- 1°. een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband houden van ten minste 20 procent van de stemrechten of het kapitaal van een rechtspersoon;
- 2°. een zeggenschapsband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een andere rechtspersoon: een dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van de onderneming staat;
§ 1.2. Procedures
Artikel 2
Een aanvraag als bedoeld in de artikelen 2:3.0d, eerste lid, 2:3.0i, eerste lid, 2:3.0m, eerste lid, 2:3b, eerste lid, 2:3i, eerste lid, 2:5, eerste lid, 2:7, eerste lid, 2:10b, eerste lid, 2:12, eerste lid, 2:13, eerste lid, 2:17, eerste lid, 2:21, eerste lid, 2:22, eerste lid, 2:26b, eerste lid, 2:26e, eerste lid, 2:31, eerste lid, 2:32, eerste lid, 2:33, eerste lid, 2:37, eerste lid, 2:41, eerste lid, 2:42, eerste lid, 2:43, eerste lid, 2:49, eerste lid, 2:51, eerste lid, 2:54b, eerste lid, 2:54e, eerste lid, 2:54h, eerste lid, 2:54j, eerste lid, 2:54m, eerste lid, 2:55, tweede lid, 2:58, eerste lid, 2:60, tweede lid, 2:63, eerste lid, 2:67, eerste lid, 2:67b, eerste en vierde lid, 2:68, eerste lid, 2:69c, eerste tot en met derde lid, 2:75, tweede lid, 2:78, eerste lid, 2:80, tweede lid, 2:83, eerste lid, 2:86, tweede lid, 2:89, eerste lid, 2:92, tweede lid, 2:94, eerste lid, 2:96, tweede lid, 2:99, eerste lid, 2:121a, eerste lid, 4:3, vierde lid, van de wet, wordt gedaan met gebruikmaking van het daartoe door de toezichthouder vast te stellen formulier dat op verzoek aan de aanvrager ter beschikking wordt gesteld.
Het aanvraagformulier en de daarbij ingevolge dit besluit te verstrekken gegevens worden in enkelvoud ingediend.
Artikel 3
De gegevens, bedoeld in dit besluit, worden in een zodanige vorm verstrekt dat een goede beoordeling door de toezichthouder mogelijk is.
De opstellers van verklaringen en rapportages ondertekenen of waarmerken deze.
Hoofdstuk 2. Toegang tot de Nederlandse financiële markten
§ 2.0a. Uitoefenen van bedrijf van afwikkelonderneming
Artikel 4
De gegevens, bedoeld in artikel 2:5, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de clearinginstelling;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
- c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet; en
- l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:69, eerste lid, van de wet blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 5
Onze Minister kan op grond van artikel 2:6, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
- a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van clearinginstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
- 1°. geschiktheid en betrouwbaarheid;
- 2°. financiële waarborgen;
- 3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
- 4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
- b. de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
- c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Artikel 6
De gegevens, bedoeld in artikel 2:7, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de clearinginstelling;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de clearinginstelling;
- c. indien de clearinginstelling een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de clearinginstelling is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. het adres van het bijkantoor;
- f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- g. een opgave van activiteiten die de clearinginstelling voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor; en
- l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 7
De gegevens, bedoeld in artikel 2:9, eerste lid, van de wet zijn:
- a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de clearinginstelling voornemens is de diensten te verrichten;
- b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het bedrijf van clearinginstelling uit te oefenen;
- d. de vermelding of sprake is van de daadwerkelijke uitoefening van het bedrijf van clearinginstelling vanuit de staat van de zetel;
- e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de clearinginstelling en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet, van de clearinginstelling blijken;
- f. de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen; en
- g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van het bijkantoor van de clearinginstelling bepalen of mede bepalen.
§ 2.0. Uitoefenen van bedrijf van betaaldienstverlener of elektronischgeldinstelling
Artikel 8
De gegevens, bedoeld in artikel 2:12, vierde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de bank;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
- c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening , bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- l. indien van toepassing, een beschrijving van het geconsolideerde toezicht, bedoeld in artikel 3:31 van de wet;
- m. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet blijken;
- n. indien van toepassing:
- 1°. een opgave van de identiteit van de houders van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet en de omvang van die deelnemingen of, bij gebreke van gekwalificeerde deelnemingen, van de twintig grootste aandeelhouders of vennoten;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- 3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken; en
- o. indien de bank een dochtermaatschappij is van een bank met zetel in een andere staat: een verklaring van de toezichthoudende instantie van de staat waar die bank haar zetel heeft of de Europese Centrale Bank, waaruit blijkt dat deze toezichthoudende instantie of de Europese Centrale Bank goedgekeurd heeft dat laatstbedoelde bank een dochtermaatschappij heeft die voornemens is in Nederland het bedrijf van bank uit te oefenen.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdelen h en n, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 9
De gegevens, bedoeld in artikel 2:13, tweede lid, van de wet, zijn een beschrijving van:
- a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:14 van de wet;
- b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
- c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
Artikel 10
De gegevens, bedoeld in artikel 2:17, tweede lid, en 2:21, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de bank;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de bank;
- c. indien de bank een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de bank is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. het adres van het bijkantoor;
- f. indien aanwezig, een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- g. een opgave van activiteiten die de bank voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet, vanuit het bijkantoor;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- l. indien van toepassing, een beschrijving van het geconsolideerde toezicht; en
- m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, van de bank, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid van de bank, van de wet en liquiditeit, bedoeld in artikel 3:63, eerste lid, van de wet, van de bank blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel i, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel i, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 11
De gegevens, bedoeld in artikel 2:22, tweede lid, van de wet zijn een beschrijving van:
- a. de inrichting van de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4:14 van de wet;
- b. de maatregelen, bedoeld in artikel 4:87 van de wet; en
- c. het voorgenomen beleid, bedoeld in artikel 4:88 van de wet.
§ 2.1. Uitoefenen van bedrijf van clearinginstelling
Artikel 12
De gegevens, bedoeld in artikel 2:31, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- l. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
- m. indien van toepassing:
- 1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- 3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 13
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is te sluiten;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
- c. de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;
- d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- e. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
- f. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- g. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste; en
- i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel wat de directe verzekering en de geaccepteerde herverzekeringen als de cessies uit hoofde van herverzekering betreft.
Artikel 14
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel f, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico's die de schadeverzekeraar voornemens is te dekken;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
- c. de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;
- d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet, bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche hulpverlening, bedoeld in de Bijlage branches bij de wet, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
- e. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
- f. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- g. voor de eerste drie boekjaren een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de in onderdeel e bedoelde te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel d bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
- j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en van de schaden.
Indien de schadeverzekeraar voornemens is risico’s behorende tot de branche Hulpverlening te dekken, bevat het programma van werkzaamheden voorts een opgave van de ter beschikking van de verzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp.
Artikel 15
De gegevens, bedoeld in artikel 2:32, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
- b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, 24a, eerste lid, en 24b, eerste, derde en achtste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
- c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
Artikel 16
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel a, b of c van de wet:
- a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
- b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet; onderscheidenlijk
- c. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
Indien de aanvrager van een vergunning voor de uitoefening van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:33, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a of b, van de wet:
- a. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet; onderscheidenlijk
- b. een opgave van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft.
Artikel 17
De gegevens, bedoeld in artikel 2:36, derde lid, van de wet zijn:
- a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is de diensten te verrichten;
- b. een opgave van de aard van:
- 1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten;
- 2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken; en
- c. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.
Artikel 18
De gegevens, bedoeld in artikel 2:37, tweede lid, en 2:41, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. het adres van het bijkantoor;
- f. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- g. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- j. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- k. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- l. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- m. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van verzekeraar;
- n. een opgave van de vertegenwoordiger van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:47, eerste lid van de wet, alsook, indien de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de statuten van deze rechtspersoon, een opgave van het nummer van inschrijving in het handelsregister en het bewijs van aanstelling van de natuurlijke persoon, bedoeld in het vijfde lid van voornoemd artikel;
- o. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47, achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van de wet;
- p. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:47, achtste lid, van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de vertegenwoordiger van de verzekeraar of de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 3:47, vijfde lid, van de wet; en
- p. bescheiden waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet van het bijkantoor van de verzekeraar, blijkt en op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge dat artikel is bepaald, en waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet van het bijkantoor van de verzekeraar blijkt.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h en n, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen i en o, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel i en o, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 19
De gegevens, bedoeld in artikel 2:39, eerste lid, van de wet zijn:
- a. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel:
- 1°. dat de verzekeraar beschikt over het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- 2°. dat de door haar aan de verzekeraar verleende vergunning hem toestaat vanuit de staat van het bijkantoor diensten te verrichten; en
- 3°. waarin de branches zijn vermeld waarvoor de verzekeraar in de lidstaat van de zetel een vergunning heeft; en
- b. een opgave van de aard van:
- 1°. indien het een levensverzekeraar betreft, de overeenkomsten die hij voornemens is te sluiten; en
- 2°. indien het een schadeverzekeraar betreft, de in Nederland gelegen risico’s die hij voornemens is te dekken.
Artikel 20
De gegevens, bedoeld in artikel 2:42, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager is aangesloten bij het bureau, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
- b. een schriftelijk bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager zich heeft gemeld bij het Waarborgfonds Motorverkeer teneinde te voldoen aan zijn verplichtingen jegens dat fonds uit hoofde van de artikelen 24, eerste lid, 24a, eerste lid, en 24b, tweede, derde en achtste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen; en
- c. een opgave van de naam en het adres van de schaderegelaars, bedoeld in artikel 4:70, tweede lid, van de wet.
Artikel 21
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf uitsluitend in de branche Rechtsbijstand uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid, van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, eerste lid, onderdeel a, b of c van de wet:
- a. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tegelijkertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere verzekeraar waarmee hij financiële, commerciële of administratieve banden heeft en die een andere branche uitoefent;
- b. een opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel b van de wet; onderscheidenlijk
- c. een opgave van de bepaling als bedoeld in artikel 4:65, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
Indien de aanvrager van een vergunning voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar voornemens is dat bedrijf naast de branche Rechtsbijstand in een andere branche uit te oefenen, zijn de gegevens, bedoeld in artikel 2:43, tweede lid van de wet, afhankelijk van de keuze die de aanvrager heeft gemaakt met betrekking tot het voldoen aan artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a of b, van de wet:
- a. de opgave van het schaderegelingskantoor, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel a, van de wet; onderscheidenlijk
- b. de vermelding van de bepaling, bedoeld in artikel 4:65, tweede lid, onderdeel b, van de wet in de overeenkomst met betrekking tot rechtsbijstanddekking.
Gegevens met betrekking tot het schaderegelingskantoor bevatten tevens een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering waaruit blijkt dat de personeelsleden en de leden van het leidinggevende orgaan die zich bezighouden met de rechtsbijstandschaderegeling of met het geven van juridische adviezen met betrekking tot deze schaderegeling, niet tezelfdertijd dezelfde of soortgelijke werkzaamheden verrichten ten behoeve van een andere branche van een verzekeraar waarmee het schaderegelingskantoor financiële, commerciële of administratieve banden heeft.
Artikel 22
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40 van de wet aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, bevat voor het bijkantoor het volgende:
- a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de levensverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te sluiten;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
- c. een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- d. een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- e. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
- f. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- g. een uiteenzetting over de structuur van het governancesysteem;
- h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
- i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste; en
- j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel wat de directe verzekering en de geaccepteerde herverzekeringen als de cessies uit hoofde van herverzekering betreft.
De aanvrager voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de aanvrager nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de levensverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 23
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 18, onderdeel g, dat wordt overgelegd door degene die een vergunning als bedoeld in artikel 2:36, eerste lid, of artikel 2:40, eerste lid, van de wet aanvraagt voor het uitoefenen van het bedrijf van schadeverzekeraar, bevat voor het bijkantoor het volgende:
- a. een opgave van de aard van de risico’s die de schadeverzekeraar voornemens is vanuit het bijkantoor te dekken;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering en retrocessie;
- c. een raming van het toekomstige solvabiliteitskapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- d. een raming van het toekomstige minimumkapitaalvereiste, op basis van de te verwachten balanspositie, evenals de voor deze ramingen gehanteerde berekeningsmethode;
- e. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:54, eerste en tweede lid, van de wet, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:59, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
- f. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan, alsmede, indien een van de te dekken risico’s behoort tot de branche Hulpverlening, een opgave van de ter beschikking van de schadeverzekeraar staande middelen voor het verstrekken van de overeengekomen hulp;
- g. een uiteenzetting over de structuur van het governancesysteem;
- h. voor de eerste drie boekjaren een raming van de te verwachten balanspositie;
- i. voor de eerste drie boekjaren een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;
- j. voor de eerste drie boekjaren een raming van de andere dan de in onderdeel f bedoelde kosten van beheer, in het bijzonder van de algemene kosten en de provisies; en
- k. voor de eerste drie boekjaren een raming van de premies en van de schaden.
De schadeverzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de schadeverzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de schadeverzekeraar voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 24
De gegevens, bedoeld in artikel 2:45, derde lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. de opgave van het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen;
- g. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf en het herverzekeringsbedrijf uit te oefenen en in welke branches de verzekeraar bevoegd is zijn directe bedrijf uit te oefenen en in welke activiteit of activiteiten hij bevoegd is zijn herverzekeringsbedrijf uit te oefenen;
- h. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf en het herverzekeringsbedrijf vanuit de staat van de zetel;
- i. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt; en
- j. een opgave van de aard van de risico’s die de verzekeraar voornemens is in herverzekering te dekken.
Artikel 25
De gegevens, bedoeld in artikel 2:46, derde lid, van de wet zijn:
- a. het adres van de zetel van de verzekeraar en dat van de vestiging van waaruit hij voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen;
- b. een verklaring, afgegeven door de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is het herverzekeringsbedrijf door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen, waaruit blijkt in welke activiteit of activiteiten hij bevoegd is zijn herverzekeringsbedrijf uit te oefenen;
- c. een opgave van de aard van de risico’s die de verzekeraar voornemens is in herverzekering te dekken; en
- d. gegevens waaruit de te verwachten solvabiliteit met betrekking tot het gehele door de verzekeraar uitgeoefende bedrijf blijkt.
§ 2.4. Uitoefenen van bedrijf van natura-uitvaartverzekeraar
Artikel 26
De gegevens, bedoeld in artikel 2:49, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
- c. indien de verzekeraar een rechtspersoon is, een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet;
- j. een beschrijving van de zeggenschapsstructuur aan de hand waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan artikel 3:16 van de wet;
- k. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening als bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet;
- l. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken; en
- m. indien van toepassing:
- 1°. een opgave van de omvang van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95 van de wet;
- 2°. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of wordt voldaan aan hetgeen ingevolge artikel 3:99 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar die op grond van zijn gekwalificeerde deelneming het beleid van de betrokken onderneming zou kunnen bepalen of mede bepalen of zou bepalen of mede bepalen; en
- 3°. bescheiden waaruit de financiële positie en de juridische groepsstructuur van de aanvrager of houder van een verklaring van geen bezwaar blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdelen h en m, onder 2°, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 27
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
- c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet, alsmede bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- d. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;
- e. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als wat de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
- f. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en
- g. de mededeling of de verzekeraar, indien hij een natura-uitvaartverzekeraar is, ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
Artikel 28
Onze Minister kan, ter uitvoering van artikel 2:50, tweede lid, van de wet, een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
- a. de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van levensverzekeraar, natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar met beperkte risico-omvang en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
- 1°. geschiktheid en betrouwbaarheid;
- 2°. financiële waarborgen;
- 3°. bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
- 4°. waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
- b. de samenwerking tussen de toezichthouder en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
- c. voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Artikel 29
De gegevens, bedoeld in artikel 2:51, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres en het telefoon- en faxnummer van de verzekeraar;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de verzekeraar;
- c. een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de verzekeraar is ingeschreven in het handelsregister, een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- f. een programma van werkzaamheden die de verzekeraar voornemens is te verrichten vanuit het bijkantoor;
- g. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:8 van de wet is bepaald met betrekking tot de geschiktheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- h. gegevens op basis waarvan de Nederlandsche Bank kan beoordelen of voldaan wordt aan hetgeen ingevolge artikel 3:9 van de wet is bepaald met betrekking tot de betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen;
- i. een beschrijving van het voorgenomen beleid met betrekking tot de integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:10, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- j. een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering met betrekking tot de beheerste en integere bedrijfsuitoefening, bedoeld in artikel 3:17, eerste lid, van de wet vanuit het bijkantoor;
- k. de vermelding van de bevoegdheid tot uitoefening van het bedrijf van verzekeraar;
- l. de vertegenwoordiger van de verzekeraar, bedoeld in artikel 3:47 in samenhang met artikel 3:50, tweede lid, van de wet; en
- m. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid van de wet, en de te verwachten solvabiliteit, bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een curriculum vitae;
- c. een opgave van de relevante diploma’s;
- d. een kopie van een geldig identiteitsbewijs; en
- e. een opgave van referenten.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, zijn:
- a. een opgave van de naam, de geboortedatum, de geboorteplaats, nationaliteit, het privé-adres, het telefoon- en faxnummer en de functie;
- b. een kopie van een geldig identiteitsbewijs;
- c. gegevens met betrekking tot de antecedenten, bedoeld in de bijlage bij dit besluit; en
- d. een opgave van referenten.
Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing ten aanzien van personen wier betrouwbaarheid voor de toepassing van de wet door een toezichthouder reeds is vastgesteld.
Artikel 30
Het programma van werkzaamheden, bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel f, bevat het volgende:
- a. een opgave van de aard van de overeenkomsten die de verzekeraar voornemens is te sluiten;
- b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
- c. bewijsstukken waaruit blijkt dat het bijkantoor voldoet aan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:55, eerste lid, in samenhang met artikel 3:53, eerste en tweede lid, van de wet voor de betrokken branche of branches geldt, dan wel aan het solvabiliteitskapitaalvereiste dat ingevolge artikel 3:62, eerste lid, in samenhang met artikel 3:57, eerste tot en met derde lid, van de wet van toepassing is indien dit solvabiliteitskapitaalvereiste hoger is dan de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste;
- d. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet en bewijsstukken waaruit blijkt dat de verzekeraar beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan;
- e. een raming voor de eerste drie boekjaren van de liquiditeitspositie;
- f. een gedetailleerde raming voor de eerste drie boekjaren van de vermoedelijke inkomsten en uitgaven, zowel wat de directe verrichtingen en de geaccepteerde herverzekeringen als de overdrachten uit hoofde van herverzekering betreft;
- g. een raming voor de eerste drie boekjaren van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en tot dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste, bedoeld in artikel 3:57, derde lid, van de wet; en
- h. een mededeling waaruit blijkt of de verzekeraar ten behoeve van zijn verzekerden al dan niet tevens het uitvaartbedrijf uitoefent.
De verzekeraar voegt bij het programma van werkzaamheden de jaarrekening van elk van de laatste drie boekjaren. Indien sedert de oprichting van de onderneming van de verzekeraar nog geen drie boekjaren zijn verstreken, behoeven deze jaarrekeningen slechts voor de afgesloten boekjaren te worden overgelegd.
Het programma van werkzaamheden bevat tevens bewijsstukken waaruit blijkt dat de solvabiliteit van de verzekeraar met beperkte risico-omvang voldoet aan artikel 3:57, eerste en tweede lid, van de wet.
Artikel 31
De gegevens, bedoeld in artikel 2:53, eerste lid, van de wet zijn:
- a. het adres van zijn zetel en dat van de vestiging van waaruit de verzekeraar voornemens is de diensten te verrichten;
- b. een gewaarmerkt afschrift van de statuten;
- c. de vermelding van de bevoegdheid om in de staat van de zetel het directe bedrijf van verzekeraar uit te oefenen;
- d. de vermelding van de daadwerkelijke uitoefening van het directe bedrijf van verzekeraar vanuit de lidstaat van de zetel;
- e. gegevens waaruit het eigen vermogen, bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, en de te verwachten solvabiliteit als bedoeld in artikel 3:57, eerste lid, van de wet blijken;
- f. de naam en het privé-adres van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen; en
- g. de naam en het privé-adres van de personen die het beleid van de verzekeraar bepalen of mede bepalen.
§ 2.5. Aanbieden van beleggingsobjecten
Artikel 32
De gegevens, bedoeld in artikel 2:58, tweede lid, van de wet zijn:
- a. een opgave van de naam, het adres, het telefoon- en faxnummer van de aanbieder;
- b. een opgave van de rechtsvorm van de aanbieder;
- c. indien de aanbieder een rechtspersoon is: een opgave van de statutaire zetel, de statutaire naam en de handelsnaam of handelsnamen;
- d. indien de aanbieder is ingeschreven in het handelsregister: een opgave van het nummer van inschrijving;
- e. indien toepassing is gegeven aan artikel 2:105 van de wet: ten aanzien van iedere bij de aanbieder aangesloten onderneming waarvoor de vergunning mede geldt de gegevens, bedoeld onder a tot en met d;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)