Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)

Type AMvB
Publication 2026-07-24
Laatst bijgewerkt 2026-07-29
State In force
Source BWB
artikelen 913
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • b. beloningen of vergoedingen die worden verschaft door of aan een derde of degene die namens de derde optreedt, indien:
  • 1°. de icbe op uitvoerige, accurate en begrijpelijke wijze mededeling wordt gedaan van het bestaan, de aard en het bedrag of, indien het bedrag niet kan worden achterhaald, de wijze van berekening daarvan, van de beloning of vergoeding voordat tot het beheren van beleggingen of administratie ten behoeve van de icbe wordt overgegaan; en
  • 2°. de verschaffing van de beloning of vergoeding de kwaliteit van het beheren van beleggingen of administratie ten behoeve van de icbe ten goede komt en geen afbreuk doet aan de verplichting van de beheerder om zich in te zetten voor de belangen van de icbe.
3.

De beheerder voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onderdeel b, onder 1°, indien hij in samengevatte vorm mededeling doet van de essentiële voorwaarden van de regelingen voor beloningen of vergoedingen en hij de deelnemers informeert over de mogelijkheid om nadere informatie te verkrijgen en deze op verzoek van de deelnemer verstrekt.

Artikel 126i
1.

Een beheerder van een icbe neemt bij het selecteren en continu monitoren van beleggingen de nodige zorgvuldigheid in acht.

2.

Een beheerder van een icbe heeft voldoende kennis en begrip van de activa waarin de door hem beheerde icbe's beleggen.

3.

Een beheerder van een icbe houdt rekening met duurzaamheidsrisico’s bij het voldoen aan het eerste en tweede lid, artikel 23, eerste lid, Besluit prudentiële regels Wft en de artikelen 34, eerste lid, 38a, tweede lid, onderdelen e en f, en derde lid, van dit besluit.

4.

Indien artikel 4, eerste lid, onderdeel a, derde of vierde lid, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317) van toepassing is op de beheerder van een icbe houdt hij bij het voldoen aan de in het derde lid genoemde artikelen tevens rekening met de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren.

Artikel 126j
1.

Een beheerder van een icbe zorgt ervoor dat billijke, correcte en transparante prijsbepalingsmodellen en waarderingssystemen worden aangewend.

2.

Een beheerder van een icbe moet kunnen aantonen dat de deelnemingen in door hem beheerde icbe's correct worden gewaardeerd.

§ 10.3.2.1. Aanvullende regels voor master-instellingen voor collectieve belegging in effecten en feeder-instellingen voor collectieve belegging in effecten en de overeenkomst tussen de betrokken accountants en bewaarders

Artikel 147a
1.

In afwijking van artikel 139, eerste lid, kan het beheerde vermogen van een icbe voor meer dan twintig procent worden belegd in een bepaalde master-icbe indien de Autoriteit Financiële Markten daarmee heeft ingestemd. De Autoriteit Financiële Markten neemt een besluit omtrent instemming binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de aanvraag van instemming.

2.

De Autoriteit Financiële Markten stemt met de aanvraag in, indien de beheerder aantoont dat de feeder-icbe, haar bewaarder, haar accountant en de master-icbe zullen voldoen aan het bepaalde ingevolge de artikelen 4:57c, 4:61a, 4:61b, 4:62v en 4:62w van de wet en het bepaalde in deze paragraaf.

3.

De aanvraag van instemming geschiedt onder opgave van de volgende gegevens:

  • a. het fondsreglement of de statuten van de feeder-icbe en de master-icbe;
  • b. het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie van de feeder-icbe en de master-icbe;
  • c. de overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen de feeder-icbe en de master-icbe, bedoeld in artikel 147b, eerste lid, of de interne regels met betrekking tot de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 147b, vierde lid;
  • e. indien van toepassing, de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 4:57b van de wet tussen de bewaarder van de feeder-icbe en de bewaarder van de master-icbe;
  • f. indien van toepassing, de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 4:57c van de wet tussen de accountant van de feeder-icbe en de accountant van de master-icbe; en
  • g. indien het een master-icbe met zetel in een andere lidstaat betreft: een verklaring van de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de master-icbe dat deze een icbe is en voldoet aan de onderdelen b en c, in de definitie van master-icbe in artikel 1 van de wet.
4.

De gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt in het Nederlands of in een taal die door de Autoriteit Financiële Markten is goedgekeurd.

Artikel 147b
1.

Een feeder-icbe sluit een overeenkomst tot uitwisseling van informatie met de master-icbe.

2.

De overeenkomst voorziet er in dat de master-icbe alle informatie aan de feeder-icbe verstrekt die de feeder-icbe nodig heeft om te voldoen aan de regels die ingevolge de wet aan haar worden gesteld.

3.

De overeenkomst is op verzoek kosteloos beschikbaar voor de deelnemers van de feeder-icbe.

4.

Indien de feeder-icbe en de master-icbe worden beheerd door dezelfde beheerder, kan in afwijking van het eerste lid, worden volstaan met bedrijfsvoeringsregels van de beheerder die waarborgen dat uitwisseling van informatie plaatsvindt tussen de feeder-icbe en de master-icbe. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de interne bedrijfsvoeringsregels.

5.

Onverminderd het tweede lid voorziet de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, respectievelijk voorzien de bedrijfsvoeringsregels, bedoeld in het vierde lid, in het bepaalde in bijlage J.

Artikel 147c

De overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen accountants, bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet, bevat de gegevens, genoemd in bijlage J.

Artikel 147d
1.

Indien een feeder-icbe en haar master-icbe beide hun zetel in Nederland hebben is uitsluitend het Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid.

2.

Indien de feeder-icbe of de master-icbe haar zetel in een andere lidstaat heeft, dan bepaalt de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid, dat uitsluitend het Nederlands recht of het recht van die andere lidstaat van toepassing is op die overeenkomst.

3.

Het recht van de lidstaat dat op grond van het eerste of tweede lid van toepassing is op een overeenkomst tot uitwisseling van informatie is eveneens van toepassing op een overeenkomst tussen de bewaarders van de feeder-icbe en de master-icbe als bedoeld in artikel 4:57b, eerste lid, van de wet en een overeenkomst tussen de accountants van de feeder-icbe en master-icbe als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet.

4.

Indien de overeenkomst is vervangen door bedrijfsvoeringsregels als, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, voorziet een overeenkomst tussen bewaarders als bedoeld artikel 4:57b, eerste lid, respectievelijk tussen accountants als bedoeld in artikel 4:57c, eerste lid, van de wet erin dat het recht van de lidstaat van de zetel van de feeder-icbe of het recht van de lidstaat van de zetel van de master-icbe bij uitsluiting van toepassing is op de overeenkomst.

5.

De overeenkomsten, bedoeld in de artikelen 4:57b, eerste lid, en 4:57c, eerste lid, van de wet en artikel 147b, eerste lid, bepalen dat de rechter van de lidstaat waarvan het recht van toepassing is op de overeenkomst, wordt aangewezen voor de kennisneming van geschillen welke naar aanleiding van de overeenkomst ontstaan of zullen ontstaan.

Artikel 147e

Vervallen

Artikel 147f
1.

Indien een icbe voornemens is ten minste 85 procent van haar vermogen in rechten van deelneming in een master-icbe te beleggen of een feeder-icbe voornemens is haar rechten van deelneming te beleggen in een andere master-icbe verstrekt zij de volgende informatie aan haar deelnemers:

  • a. een verklaring dat de Autoriteit Financiële Markten met de voorgenomen belegging in de master-icbe heeft ingestemd;
  • b. het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie van de feeder-icbe en de master-icbe;
  • c. de datum waarop de icbe uitvoering zal geven aan haar voornemen; en
  • d. een verklaring dat deelnemers binnen dertig dagen na de informatieverstrekking kunnen eisen dat hun rechten van deelneming worden ingekocht of terugbetaald.
2.

Indien de beheerder van een icbe een kennisgeving heeft gedaan als bedoeld in artikel 2:123, eerste lid, van de wet verstrekt de icbe de informatie, bedoeld in het eerste lid, in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waar zij rechten van deelneming aanbiedt, of in een taal die door de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat is goedgekeurd.

3.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste dertig dagen voor de datum, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verstrekt.

4.

De icbe gaat niet over tot een belegging van meer dan twintig procent van haar beheerd vermogen in rechten van deelneming in de master-icbe voordat de termijn, bedoeld in het derde lid, is verstreken.

5.

De icbe brengt bij inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, geen andere kosten in rekening dan desinvesteringskosten.

6.

De icbe kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, in plaats van schriftelijk op een andere duurzame drager verstrekken na toestemming van de deelnemer en indien dat past in de context waarin zij, of in voorkomend geval de beheerder, met de deelnemer zaken doet.

7.

De verstrekking van informatie door de icbe aan de deelnemer via elektronische mededelingen past in de context waarin de icbe respectievelijk haar beheerder met de deelnemer zaken doet of gaat doen, indien is bewezen dat de deelnemer regelmatig toegang heeft tot internet. Het gegeven dat de deelnemer een e-mailadres opgeeft om zaken te kunnen doen geldt in ieder geval als bewijs hiervan.

Artikel 147g

Een feeder-icbe vermeldt in alle door of namens haar verstrekt of beschikbaar gestelde relevante informatie dat zij ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen belegt in rechten van deelneming in een master-icbe.

Artikel 147h
1.

Een feeder-icbe zendt een afschrift van het prospectus, het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie en alle wijzigingen daarin, het bestuursverslag en de halfjaarcijfers van de master-icbe waarin zij belegt aan de Autoriteit Financiële Markten.

2.

Een feeder-icbe verstrekt haar deelnemers, op verzoek, kosteloos een afschrift van het prospectus, het bestuursverslag en halfjaarcijfers van de master-icbe waarin zij belegt.

Artikel 147i
1.

Het bestuursverslag van een feeder-icbe bevat een verklaring met betrekking tot de totale kosten van de feeder-icbe en de master-icbe.

2.

Het bestuursverslag en de halfjaarcijfers van een feeder-icbe vermelden de plaats waar het bestuursverslag en de halfjaarcijfers van de master-icbe waarin de feeder-icbe belegt, verkregen kunnen worden.

Artikel 147j

Een feeder-icbe en de master-icbe waarin zij belegt, voorkomen dat hun deelnemers op verschillende tijdstippen worden geïnformeerd over de intrinsieke waarde van de deelnemingen door het treffen van maatregelen om het tijdstip van de berekening en de publicatie van de intrinsieke waarde te coördineren.

Artikel 147k

Een feeder-icbe controleert de werkzaamheden van de master-icbe. Zij baseert zich hierbij op de informatie die is verstrekt door de master-icbe of diens beheerder, bewaarder of accountant tenzij de feeder-icbe reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van deze informatie.

Artikel 147l

Een beloning of vergoeding die een feeder-icbe, haar beheerder dan wel een derde die namens de feeder-icbe of haar beheerder optreedt, ontvangt in verband met de belegging in rechten van deelneming van een master-icbe, komt ten gunste van de activa van de feeder-icbe.

Artikel 147m
1.

Een master-icbe verstrekt de Autoriteit Financiële Markten onverwijld de naam van elke feeder-icbe die in haar rechten van deelneming belegt.

2.

Indien de feeder-icbe een zetel heeft in een andere lidstaat, stelt de Autoriteit Financiële Markten de toezichthoudende instantie van de lidstaat van de zetel van de feeder-icbe in kennis van de belegging, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 147n

Een master-icbe houdt alle informatie die zij ingevolge het recht, het fondsreglement of statuten beschikbaar moet houden, beschikbaar voor de feeder-icbe of, indien van toepassing, haar beheerder, en voor de Autoriteit Financiële Markten, de bewaarder en de accountant van de feeder-icbe.

Artikel 147o

Een master-icbe brengt geen inschrijvingskosten of inkoopkosten in rekening voor het deelnemen van een feeder-icbe in haar rechten van deelneming of voor de vervreemding daarvan.

Artikel 147p
1.

Uiterlijk twee maanden na de datum van de bekendmaking van een voornemen tot liquidatie van de master-icbe als bedoeld in artikel 4:61a, eerste lid, van de wet, zendt de feeder-icbe de volgende gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten:

  • a. indien de feeder-icbe voornemens is ten minste 85 procent van haar beheerd vermogen te beleggen in rechten van deelneming in een andere master-icbe:
  • 1°. een aanvraag van instemming voor het beleggen in rechten van deelneming in een andere master-icbe;
  • 2°. een aanvraag van instemming met de voorgestelde wijzigingen van het fondsreglement of statuten;
  • 3°. de wijzigingen van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie; en
  • b. indien de feeder-icbe voornemens is zich om te zetten in een icbe, niet zijnde een feeder-icbe:
  • 1°. een aanvraag van instemming met de voorgestelde wijzigingen van het fondsreglement of de statuten; en
  • 2°. de wijzigingen van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie;
  • c. indien de feeder-icbe voornemens is om tot liquidatie over te gaan, een kennisgeving van dat voornemen.
2.

In afwijking van het eerste lid, zendt de feeder-icbe de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk binnen drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de voorgenomen liquidatie van de master-icbe aan de Autoriteit Financiële Markten, indien de master-icbe de bekendmaking van het voornemen tot liquidatie meer dan vijf maanden voor de datum van de aanvang van de liquidatie aan de feeder-icbe heeft bekendgemaakt.

3.

De feeder-icbe informeert haar deelnemers onverwijld over een voornemen tot liquidatie van de feeder-icbe.

Artikel 147q
1.

De Autoriteit Financiële Markten neemt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van alle gegevens een besluit op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147p, eerste lid, onderdeel a of b.

2.

De feeder-icbe informeert de master-icbe over een besluit van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in het eerste lid.

3.

De feeder-icbe neemt na ontvangst van de instemming, bedoeld in artikel 147p, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, zo spoedig mogelijk maatregelen om aan het bepaalde in artikel 147f te voldoen.

4.

Uitbetaling van liquidatieopbrengsten van de master-icbe aan de feeder-icbe die plaatsvindt voorafgaand aan de datum waarop de feeder-icbe haar beleggingsbeleid overeenkomstig artikel 147p, eerste lid, onderdeel a of b, wijzigt, behoeft instemming van de Autoriteit Financiële Markten. De Autoriteit Financiële Markten stemt in met de uitbetaling indien:

  • a. de feeder-icbe de uitbetaling van de liquidatieopbrengsten ontvangt:
  • 1°. in contanten; of
  • 2°. in de vorm van een gehele of gedeeltelijke overdracht van activa in natura, indien de feeder-icbe dit wenst en voor zover de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid, onderscheidenlijk de bedrijfsvoeringsregels, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, en het besluit tot liquidatie daarin voorzien; en
  • b. de feeder-icbe de contanten uitsluitend herbelegd met het oog op een efficiënt contantenbeheer.
5.

De feeder-icbe heeft het recht de overgedragen activa in natura geheel of gedeeltelijk te verzilveren.

Artikel 147r
1.

Binnen een maand nadat een feeder-icbe informatie met betrekking tot een voorgenomen fusie of splitsing van de master-icbe als bedoeld in artikel 4:61b, derde lid, van de wet heeft ontvangen, zendt de feeder-icbe de volgende gegevens aan de Autoriteit Financiële Markten:

  • a. indien de feeder-icbe voornemens is ten minste 85 procent van haar activa te beleggen in rechten van deelneming van dezelfde master-icbe:
  • 1°. een aanvraag van instemming met het beleggen in rechten van deelneming in dezelfde master-icbe;
  • 2°. indien van toepassing, een aanvraag van instemming met de voorgestelde wijzigingen van het fondsreglement of statuten; en
  • 3°. indien van toepassing, de wijzigingen van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie;
  • b. indien de feeder-icbe voornemens is ten minste 85 procent van haar activa te beleggen in rechten van deelneming van een andere master-icbe:
  • 1°. een aanvraag van instemming met het beleggen in rechten van deelneming in de desbetreffende master-icbe;
  • 2°. een aanvraag van instemming met de voorgestelde wijzigingen van het fondsreglement of statuten;
  • 3°. de wijzigingen van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie; en
  • c. indien de feeder-icbe voornemens is zich om te zetten in een icbe, niet zijnde een feeder-icbe:
  • 1°. een aanvraag van instemming met de voorgestelde wijzigingen van het fondsreglement of de statuten; en
  • 2°. de wijzigingen van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie;
  • d. indien de feeder-icbe voornemens is om tot liquidatie over te gaan een kennisgeving van dat voornemen.
2.

Het eerste lid, aanhef en onderdeel a, is van toepassing indien:

  • a. de master-icbe de verkrijgende master-icbe is bij een voorgenomen fusie; en
  • b. de feeder-icbe een deelnemer wordt van een uit een splitsing voortkomende icbe die materieel niet afwijkt van de master-icbe.
3.

Het onder het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is van toepassing indien:

  • a. de master-icbe de verdwijnende icbe is en de feeder-icbe door de voorgenomen fusie een deelnemer wordt van de verkrijgende icbe; en
  • b. de feeder-icbe een deelnemer wordt van een uit een splitsing voortkomende icbe die materieel afwijkt van de master-icbe.
4.

In afwijking van het eerste lid zendt de feeder-icbe de gegevens, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk drie maanden voor de beoogde ingangsdatum van de fusie of splitsing van de master-icbe aan de Autoriteit Financiële Markten, indien de master-icbe de informatie, bedoeld in artikel 4:61b, derde lid, van de wet, meer dan vier maanden voor de beoogde ingangsdatum van de fusie of splitsing aan de feeder-icbe heeft verstrekt.

5.

De feeder-icbe informeert haar deelnemers en de master-icbe onverwijld over haar voornemen tot liquidatie.

Artikel 147s
1.

De Autoriteit Financiële Markten neemt binnen vijftien werkdagen na ontvangst van alle gegevens, een besluit op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel a, b of c.

2.

De feeder-icbe informeert de master-icbe over een besluit van de Autoriteit Financiële Markten als bedoeld in het eerste lid.

3.

De feeder-icbe neemt na ontvangst van de instemming op een aanvraag, als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b, onder 1° en 2°, zo spoedig mogelijk de maatregelen om aan het bepaalde in artikel 147f te voldoen.

4.

Indien de Autoriteit Financiële Markten nog geen besluit heeft genomen op een aanvraag van instemming als bedoeld in artikel 147r, eerste lid, onderdeel b of c, biedt de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling aan op grond van de artikelen 4:61b, tweede lid, en 4:62h van de wet, op de werkdag voorafgaand aan de laatste dag waarop de feeder-icbe haar rechten van deelneming in de master-icbe ter inkoop of terugbetaling kan aanbieden.

5.

De feeder-icbe biedt haar rechten van deelneming in de master-icbe op grond van het vierde lid tevens aan om te zorgen dat geen afbreuk wordt gedaan aan het recht van haar deelnemers, bedoeld in artikel 147f, eerste lid, onderdeel d.

6.

Alvorens de feeder-icbe haar rechten van deelneming in een master-icbe op grond van het vierde lid ter inkoop of terugbetaling aanbiedt, onderzoekt zij alternatieve oplossingen die kunnen bijdragen de transactiekosten of andere negatieve effecten voor haar eigen deelnemers te vermijden of te verminderen.

7.

De feeder-icbe ontvangt opbrengsten van de inkoop of terugbetaling van haar rechten van deelneming in de master-icbe:

  • a. in contanten; of
  • b. in de vorm van een gehele of gedeeltelijk overdracht van activa in natura, indien de feeder-icbe dit wenst en de overeenkomst tot uitwisseling van informatie, bedoeld in artikel 147b, eerste lid, onderscheidenlijk de bedrijfsvoeringsregels, bedoeld in artikel 147b, vierde lid, daarin voorzien.
8.

De feeder-icbe heeft het recht de overgedragen activa in natura geheel of gedeeltelijk te verzilveren.

9.

De Autoriteit Financiële Markten stemt in met het herbeleggen van contanten als bedoeld in het zevende lid voorafgaand aan de datum waarop de feeder-icbe in de nieuwe master-icbe of in overeenstemming met haar nieuwe beleggingsdoelstellingen en beleggingsbeleid zal gaan beleggen, indien de feeder-icbe uitsluitend herbelegd met het oog op een efficiënt contantenbeheer.

§ 10.3.2.2. Fusies tussen instellingen voor collectieve belegging in effecten

Artikel 147t
1.

De bij de kennisgeving van de voorgenomen fusie te verstrekken gegevens, bedoeld in artikel 4:62b, derde lid, van de wet zijn:

  • a. het door de betrokken icbe's goedgekeurde gemeenschappelijk fusievoorstel;
  • b. een actuele versie van het prospectus en het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie van de verkrijgende icbe indien deze haar zetel heeft in een andere lidstaat;
  • c. een verklaring van elk van de betrokken bewaarders van de icbe's waarin wordt bevestigd dat de in artikel 147u, onderdelen a, f en g, bedoelde gegevens in overeenstemming zijn met het fondsreglement of de statuten van de desbetreffende icbe; en
  • d. de informatie over de voorgenomen fusie die de betrokken icbe's aan hun deelnemers voornemens zijn te verstrekken.
2.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt in de Nederlandse taal en, indien van toepassing, de officiële taal van de lidstaat van de zetel van de verkrijgende icbe of in een andere taal die door de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de betrokken lidstaat is goedgekeurd.

Artikel 147u

Het gemeenschappelijk fusievoorstel, bedoeld in artikel 4:62e, eerste lid, van de wet, bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • a. het soort fusie en de betrokken icbe's;
  • b. de achtergrond en redenen van de voorgenomen fusie;
  • c. de verwachte gevolgen van de voorgenomen fusie voor de deelnemers van zowel de verdwijnende icbe als de verkrijgende icbe;
  • d. de criteria die zijn vastgesteld voor de waardering van de activa, en indien van toepassing, de passiva;
  • e. de berekeningsmethode voor de ruilverhouding;
  • f. de beoogde ingangsdatum van de fusie;
  • g. de regels die van toepassing zijn op de overdracht van activa, respectievelijk het omruilen van de rechten van deelneming in de verdwijnende icbe tegen rechten van deelneming in de verkrijgende icbe; en
  • h. in geval van een nieuw op te richten icbe het fondsreglement of de statuten van die icbe.
Artikel 147v

Een bewaarder van een verdwijnende icbe en de bewaarder van een verkrijgende icbe gaat na of de in het gemeenschappelijk fusievoorstel opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 147u, onderdelen a, f en g, in overeenstemming zijn met hetgeen ingevolge de wet is bepaald en met het fondsreglement of de statuten van de desbetreffende icbe.

Artikel 147w
1.

De te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie aan de deelnemers van de betrokken icbe's, bedoeld in artikel 4:62g, vierde lid, van de wetis beknopt en in niet-technische bewoordingen opgesteld en omvat in ieder geval:

  • a. de achtergrond en redenen van de voorgenomen fusie;
  • b. de verwachte gevolgen van de voorgenomen fusie voor de deelnemers, waaronder in elk geval de wezenlijke verschillen in beleggingsbeleid en beleggingsstrategie, de kosten, de verwachte resultaten, periodieke rapportage en mogelijke verwatering van de resultaten;
  • c. de eventuele fiscale consequenties van de fusie;
  • d. de bijzondere rechten van de deelnemers, waaronder in elk geval het recht op aanvullende informatie, het recht op een afschrift van het verslag van de accountant indien daarom wordt verzocht, het recht op het laten inkopen of laten terugbetalen van rechten van deelneming of zo mogelijk laten omzetten van hun rechten van deelneming in een andere icbe en tot welke datum de bijzondere rechten kunnen worden uitgeoefend;
  • e. de relevante procedurele aspecten en de beoogde ingangsdatum van de fusie; en
  • f. een afschrift van het actuele essentiële-informatiedocument of de actuele essentiële beleggersinformatie van de verkrijgende icbe.
2.

Het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, wordt aan de deelnemers van de verdwijnende icbe verstrekt en wordt tevens aan de deelnemers van de verkrijgende icbe verstrekt indien het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie is gewijzigd met het oog op de voorgenomen fusie.

3.

Indien aan het begin van het document met informatie over de voorgenomen fusie een samenvatting van de hoofdpunten van het fusievoorstel wordt verstrekt, wordt verwezen naar de delen van het document waar nadere informatie over die hoofdpunten is opgenomen.

4.

Artikel 147f, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op het verstrekken van informatie over de voorgenomen fusie, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 147x
1.

De te verstrekken informatie, bedoeldin artikel 147w, eerste lid, onderdeel b, aan de deelnemers van de verdwijnende icbe omvat:

  • a. alle verschillen in de rechten van de deelnemers van de verdwijnende icbe voordat en nadat de voorgenomen fusie van kracht wordt;
  • b. een vergelijking van de verschillen in risico-indicatoren indien in de essentiële beleggersinformatie van de verdwijnende icbe en de verkrijgende icbe risico-indicatoren in verschillende categorieën worden beschreven of in de begeleidende beschrijving op verschillende materiële risico’s wordt gewezen;
  • c. een vergelijking van de kosten voor beide icbe’s op basis van de in de essentiële beleggersinformatie bekendgemaakte bedragen;
  • d. indien de verdwijnende icbe een prestatievergoeding toepast, een toelichting op welke wijze deze zal worden toegepast totdat de fusie ingaat;
  • e. indien de verkrijgende icbe een prestatievergoeding toepast, een beschrijving op welke wijze deze verder zal worden toegepast om de eerlijke behandeling te waarborgen van de deelnemers die voorheen rechten van deelneming in de verdwijnende icbe bezaten;
  • f. indien kosten in verband met de voorbereiding en afronding van de fusie bij de verdwijnende of verkrijgende icbe of bij een van de deelnemers ervan in rekening kunnen worden gebracht, een beschrijving hoe deze kosten worden toegewezen; en
  • g. een toelichting of de beheerder van de verdwijnende icbe voornemens is een herschikking van de portefeuille door te voeren voordat de fusie van kracht wordt.
2.

De aan de deelnemers van de verkrijgende icbe te verstrekken informatie, bedoeld in artikel 147w, eerste lid, onderdeel b, omvat tevens een toelichting of de beheerder van de verkrijgende icbe verwacht dat de fusie enig materieel effect op de portefeuille van de verkrijgende icbe zal hebben en of het voornemen bestaat een herschikking van de portefeuille door te voeren voordat of nadat de fusie ingaat.

Artikel 147y
1.

De te verstrekken informatie aan de deelnemers, bedoeldin artikel 147w, eerste lid, onderdeel d,omvat:

  • a. informatie over hoe zal worden omgegaan met alle nog te ontvangen inkomsten in de icbe's; en
2.

Indien het gemeenschappelijk fusievoorstel een bepaling omvat betreffende een bijbetaling als bedoeld in artikel 4:62a, onderdeel a of b, wordt informatie verstrekt over de bijbetaling en onder meer over wanneer en op welke wijze deelnemers van de verdwijnende icbe de bijbetaling zullen ontvangen.

Artikel 147z
1.

De te verstrekken informatie aan de deelnemers, bedoeld in artikel 147w, eerste lid, onderdeel e, omvat:

  • a. indien van toepassing de procedure op grond waarvan de algemene vergadering zal worden gevraagd een besluit tot fusie te nemen en op welke wijze de deelnemers over het resultaat zullen worden geïnformeerd;
  • b. nadere informatie over een voorgenomen opschorting van de verhandeling van rechten van deelneming; en
  • c. informatie over wanneer de fusie van kracht zal worden.
2.

Indien op grond van artikel 317 of 330 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een besluit tot fusie wordt genomen door de algemene vergadering, bevat de informatie aan de deelnemers een aanbeveling van de beheerder of van degenen die het dagelijks beleid bepalen van de maatschappij voor collectieve belegging in effecten zonder aparte beheerder.

Artikel 147aa

Onverminderd de artikelen 147w, 147x, eerste lid, 147y en 147z omvat de te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie aan de deelnemers van de verdwijnende icbe tevens:

  • a. de termijn waarbinnen het inschrijven op of vragen om terugbetaling van rechten van deelneming in de verdwijnende icbe mogelijk blijft;
  • b. de termijn waarbinnen de deelnemers, die niet binnen de termijn gebruik hebben gemaakt van hun rechten op grond van artikel 4:62h, van de wet, hun rechten als deelnemer van de verkrijgende icbe kunnen uitoefenen; en
  • c. een toelichting dat indien een besluit tot fusie dient te worden genomen door de algemene vergadering van de verdwijnende icbe op grond van artikel 317 of 330van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboeken het fusiebesluit met de vereiste meerderheid is genomen, de deelnemers die niet hebben gestemd, tegen het fusievoorstel hebben gestemd, of niet binnen de termijn gebruik hebben gemaakt van hun rechten op grond van artikel 4:62h, van de wet, deelnemers worden van de verkrijgende icbe.
Artikel 147bb
1.

De aan de deelnemers van de verdwijnende icbe te verstrekken informatie over de voorgenomen fusie voldoet aan de behoeften van de deelnemers die geen voorafgaande kennis over de kenmerken en de bedrijfsvoering van de verkrijgende icbe hebben. De verdwijnende icbe wijst haar deelnemers op het essentiële-informatiedocument respectievelijk de essentiële beleggersinformatie van de verkrijgende icbe en benadrukt de wenselijkheid om die te lezen.

2.

De aan de deelnemers van de verkrijgende icbe te verstrekken informatie spitst zich toe op de voorgenomen fusie en de potentiële gevolgen daarvan voor de verkrijgende icbe.

3.

Bij een voorgenomen grensoverschrijdende fusie licht de icbe met zetel in Nederland in begrijpelijke taal alle termen en procedures betreffende de andere icbe toe die verschillen van die welke in Nederland worden gebruikt.

Artikel 147cc

Indien de informatie over de voorgenomen fusie, bedoeld in artikel 147w, aan de deelnemers van de betrokken icbe's is verstrekt, wordt dezelfde informatie verstrekt tot de dag waarop de fusie van kracht wordt aan een ieder die rechten van deelneming in de verdwijnende of verkrijgende icbe aankoopt of daarop inschrijft of verzoekt om het fondsreglement of de statuten, het prospectus of essentiële-informatiedocument respectievelijk essentiële beleggersinformatie van een van de betrokken icbe's.

Artikel 147dd

Indien de beheerder van een verdwijnende icbe of een verkrijgende icbe op grond van de artikelen 2:123 en 2:124a van de wet rechten van deelneming in een door hem beheerde icbe aanbiedt in een andere lidstaat verstrekt de desbetreffende icbe de informatie, bedoeld in artikel 147w, aan haar deelnemers in de officiële taal van die andere lidstaat of in een door de toezichthoudende instantie van die andere lidstaat goedgekeurde taal.

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 9.3. Instemmingsvereiste centrale tegenpartij en centrale effectenbewaarinstelling

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet overeenkomstig deze kredietopnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • d). indien er geen aflossingsschema is vastgesteld, wordt ervan uitgegaan:
  • i). dat het krediet wordt verleend voor een periode van één jaar, en
  • ii). dat het krediet in twaalf gelijke maandelijkse termijnen wordt afgelost;
  • e). indien er een aflossingsschema is vastgesteld, maar het bedrag van de aflossingen flexibel is, wordt verondersteld dat het bedrag van elke aflossing het laagste is waarin de overeenkomst voorziet;
  • f). indien in de overeenkomst inzake krediet verscheidene aflossingsdata worden vermeld, wordt het krediet, tenzij anders wordt bepaald, ter beschikking gesteld en worden de aflossingen op de eerste van deze data verricht;
  • g). indien het plafond dat van toepassing is op het krediet nog niet is overeengekomen, wordt het geacht 1500 EUR te zijn;
  • h). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de overeenkomst inzake krediet onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende rentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de rentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Bijlage C. behorend bij artikel 13

4.2. Andere feiten of omstandigheden

2. Hypothecair krediet

1.1. Veroordelingen

2.1. Veroordelingen

5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel d

Bijlage B. behorend bij artikel 5

Vervallen

Bijlage C. behorend bij artikel 13

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
  • i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
  • ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
  • f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
  • i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
  • ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
  • g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
  • i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
  • ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
  • iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
  • iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
  • h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

  • I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
  • a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
  • b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
  • c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
  • d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
  • e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
  • II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
  • a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
  • b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
  • c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
  • d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
  • e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
  • i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
  • ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
  • f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
  • i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
  • ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
  • g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
  • i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
  • ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
  • iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
  • iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
  • h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
  • i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
  • j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

1.1. Veroordelingen

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder in krediet facultatief.

Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.

De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.

Het soort krediet [doorlopend krediet]
Aangeven dat het krediet wordt verleend of toegezegd tegen onderpand van financiële instrumenten en dat de kredietlimiet afhankelijk is van een bepaald dekkingspercentage en, indien van toepassing, bepaalde spreidingseisen.
Welk dekkingspercentage en welke spreidingseisen worden gehanteerd ten aanzien van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De dekkingspercentages per soort financieel instrument en indien van toepassing de eisen ten aanzien van de samenstelling van de in onderpand gegeven financiële instrumenten.
De voorwaarden voor kredietopneming Bedoeld worden het tijdstip en de wijze waarop u het geld zal ontvangen.
Termijnen en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de termijnen worden toegerekend Wijze waarop rente en/of kosten in rekening worden gebracht [bijvoorbeeld: rente en/of kosten worden bijgeschreven ten laste van het krediet] [De periodiciteit van de door de consument te verrichten betalingen.]
Gevraagde zekerheden [Soort zekerheden]
De debetrentevoet of, indien van toepassing, de verschillende debetrentevoeten die van toepassing zijn op de kredietovereenkomst [% – vast, of – variabel (met de index of referentievoet die betrekking heeft op de aanvankelijke debetrentevoet) – perioden]
--- ---
Vier representatieve voorbeeldberekeningen van de totale kosten van het effectenkrediet gebaseerd op verschillende kredietlimieten.
Indien van toepassing Met het krediet verband houdende kosten
Indien van toepassing Het aanhouden van een of meer rekeningen is vereist voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen
Kosten in het geval van betalingsachterstand Wanbetaling kan ernstige gevolgen voor u hebben (bijvoorbeeld gedwongen verkoop) en kredietverkrijging bemoeilijken. Voor wanbetaling wordt u [...(toepasselijke rente en regeling voor de aanpassing ervan en, in voorkomend geval, van de kosten van niet-nakoming)] aangerekend.
Beëindiging van de kredietovereenkomst [De voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de kredietovereenkomst]
--- ---
Herroepingsrecht Neen
Vervroegde aflossing U hebt te allen tijde het recht het krediet volledig of gedeeltelijk vervroegd af te betalen.
Raadpleging van een gegevensbank De aanbieder van krediet dient u onverwijld en zonder kosten in kennis te stellen van het resultaat van een raadpleging van een gegevensbestand, indien een kredietaanvraag op basis van een dergelijke raadpleging is verworpen. Het voorgaande is niet van toepassing indien het verstrekken van dergelijke informatie op grond van communautaire wetgeving verboden is of indruist tegen de doelstellingen van de openbare orde of de openbare veiligheid.
Indien van toepassing De periode gedurende welke de aanbieder van krediet door de precontractuele informatie is gebonden. De informatie is gelding van....tot en met....

Indien van toepassing

a) betreffende de aanbieder van krediet
Indien van toepassing Vertegenwoordiger van de aanbieder van krediet in de lidstaat waar de consument woont Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument]
Indien van toepassing Registratie [Het handelsregister waarin de aanbieder van krediet staat ingeschreven en zijn inschrijvingsnummer of een soortgelijke wijze van identificatie in dat register]
Indien van toepassing De toezichthoudende autoriteit
b) betreffende de kredietovereenkomst
Herroepingsrecht Neen
Indien van toepassing De wetgeving die door de aanbieder van krediet wordt gebruikt als grondslag voor de totstandbrenging van betrekkingen met u voorafgaand aan het sluiten van de kredietovereenkomst
Indien van toepassing Clausule inzake het op de kredietovereenkomst van toepassing zijnde recht en/of de bevoegde rechter [Desbetreffende clausule hier op te nemen]
Indien van toepassing Taalregeling Informatie en contractvoorwaarden worden verstrekt in het [bepaalde taal]. Indien u hiermee instemt, zullen wij voor de duur van de kredietovereenkomst communiceren in het [bepaalde taal/talen]
c) betreffende beroepsprocedures
Bestaan van en toegang tot buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures [Of voor de consument die partij is bij de overeenkomst op afstand buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures openstaan en, zo ja, hoe hij die procedures kan inleiden]

(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief.

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

Bijlage C. behorend bij artikel 13

1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)