Besluit van 12 oktober 2006, houdende regels met betrekking tot het gedragstoezicht op financiële ondernemingen (Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft)
2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
3.1. Persoonlijk
2. Hypothecair krediet
3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b
Bijlage D. behorend bij artikel 117
3.1. Persoonlijk
3. Consumptief krediet
1.1. Veroordelingen
2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder
Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid
2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
3. Consumptief krediet
1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b
Onder al dan niet voorwaardelijk sepot, niet verdere vervolging, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging worden ook verstaan soortgelijke uitspraken en maatregelen in het buitenland ter zake van overtreding van een of meer daar geldende strafbepalingen vergelijkbaar met de hiervoor genoemde.
2.4. Andere feiten of omstandigheden
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
Andere feiten of omstandigheden die wijzen op betrokkenheid van betrokkene bij één of meer financiële gedragingen, voor zover die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van diens betrouwbaarheid.
4. Toezichtantecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel c
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
Door de WED strafbaar gestelde gedragingen, met name verbodsbepalingen uit de financiële toezichtswetgeving en overtreding van overtreding van de artikelen 2, 3, eerste lid, 4, eerste lid, 5, eerste tot en met derde lid, 8, 16, 17, tweede lid, 23, eerste en tweede lid, 33 en 34 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.
5. Fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel d
Aan de huidige of één van de voormalige werkgevers of enige vennootschap of rechtspersoon, waarbij betrokkene een functie bekleedt of bekleedde als beleidsbepalende of medebeleidsbepalende persoon, feitelijke zeggenschap in het bestuur uitoefent of uitoefende of anderszins (mede)verantwoordelijk is of was voor het beleid, is op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen een vergrijpboete opgelegd ter zake van één of meer van de hieronder genoemde strafbare feiten:
Bijlage B. Basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor hypothecair krediet als bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1
- I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijkse kostenpercentage geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en betalingen van kosten anderzijds: waarbij: Opmerkingen:
- –. X = het jaarlijkse kostenpercentage;
- –. m = het volgnummer van de laatste kredietopneming;
- –. k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m;
- –. Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k;
- –. tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0;
- –. m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling van kosten;
- –. l = het volgnummer van een aflossing of betaling van kosten;
- –. D1 = het bedrag van een aflossing of betaling van kosten;
- –. s1 = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling van kosten.
- a). De door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tijdsintervallen betaald.
- b). De aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
- c). Tijdsintervallen tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, worden uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (366 dagen voor een schrikkeljaar), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (d.w.z. 365/12), zowel in een gewoon jaar als in een schrikkeljaar. Indien het bij de berekening gebruikte tijdsinterval niet in gehele weken, maanden of jaren kan worden uitgedrukt, dient het te worden uitgedrukt in gehele weken, maanden of jaren in combinatie met een aantal dagen. In het geval van dagen:
- i). wordt elke dag geteld, ook weekend- en feestdagen;
- ii). wordt er teruggeteld in gelijke perioden en vervolgens dagen tot de datum van de eerste opneming;
- iii). wordt de lengte van de periode in dagen verkregen door de eerste dag niet en de laatste dag wel mee te tellen, waarna de periode in jaren wordt uitgedrukt door het verkregen aantal te delen door het aantal dagen (365 of 366 dagen) van het gehele jaar, waarbij wordt teruggeteld van de laatste dag tot dezelfde dag van het voorgaande jaar.
- d). De uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
- e). De vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, d.w.z. wordt gedurende de perioden 1 tot en met n respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: waarbij S het saldo van de geactualiseerde flux is en nul bedraagt indien de flux gelijkwaardig is.
- II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage
- a). Indien de consument op grond van de kredietovereenkomst vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen.
- b). Indien een kredietovereenkomst verschillende mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totaal kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort kredietovereenkomst gebruik wordt gemaakt.
- c). Indien een kredietovereenkomst de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze kredietopnemingsbeperkingen wordt opgenomen.
- d). Indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste debetrentevoet en kosten geacht als de debetrente en kosten te gelden voor de gehele duur van de kredietovereenkomst.
- e). Met betrekking tot kredietovereenkomsten waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld, die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator of interne referentierentevoet, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat aan het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het tijdstip van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, op basis van de waarde van de overeengekomen indicator of interne referentierentevoet op dat tijdstip, doch niet lager dan de vaste debetrentevoet.
- f). Indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht 170.000 EUR te bedragen. In het geval van kredietovereenkomsten die geen voorwaardelijke verplichtingen of garanties zijn, en die niet het verwerven of behouden van een recht op vastgoed of grond tot oogmerk hebben, en voor geoorloofde debetstanden, debetkaarten met uitgestelde betaling of kredietkaarten wordt het plafond geacht 1.500 EUR te bedragen.
- g). In het geval van andere kredietovereenkomsten dan geoorloofde debetstanden, overbruggingsleningen, gedeelde vermogenskredietovereenkomsten (shared equity-overeenkomsten), voorwaardelijke verplichtingen of garanties en kredietovereenkomsten voor onbepaalde tijd als bedoeld in de hypothesen die zijn opgenomen in de punten i), j), k), l) en m):
- i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de kredietovereenkomst voorziet;
- ii). indien het interval tussen de datum van de eerste opneming en de datum van de eerste door de consument te betalen aflossing niet kan worden vastgesteld, wordt het geacht het kortste interval te zijn.
- h). Indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling niet op basis van de kredietovereenkomst of op basis van de in de punten g), i), j), k), l) en m) opgesomde hypothesen kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht in overeenstemming met de door de kredietgever bepaalde data en voorwaarden, en, indien deze onbekend zijn:
- i). wordt de rente samen met de aflossing van het kapitaal betaald;
- ii). worden de in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de kredietovereenkomst wordt gesloten;
- iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten betaald in periodieke afbetalingstermijnen, te beginnen op de datum van de eerste aflossing van kapitaal, en indien het bedrag van die betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn;
- iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten.
- i). In het geval van een geoorloofde debetstand wordt verondersteld dat het totaal kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de kredietovereenkomst wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt.
- j). In het geval van een overbruggingskrediet wordt verondersteld dat het totaal kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de kredietovereenkomst wordt opgenomen. Indien de duur van de kredietovereenkomst onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet twaalf maanden bedraagt.
- k). In het geval van een andere kredietovereenkomst voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand of dan een overbruggingslening, wordt verondersteld dat: In dit punt wordt onder een kredietovereenkomst voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde termijn volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
- i). voor kredietovereenkomsten die het verwerven of behouden van rechten op onroerend goed tot oogmerk hebben, het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van 20 jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en eventuele overige kosten dekt; en dat voor kredietovereenkomsten die niet het verwerven of behouden van rechten op onroerend goed tot oogmerk hebben of die door middel van debetkaarten met uitgestelde betaling of kredietkaarten worden opgenomen, de periode één jaar bedraagt;
- ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de kredietovereenkomst is vastgelegd.
- l). In het geval van voorwaardelijke verplichtingen of garanties, wordt het totale kredietbedrag geacht volledig in één bedrag te worden opgenomen op de vroegste van de volgende data:
- a). de meest recente datum van opneming die is geoorloofd krachtens de kredietovereenkomst welke de mogelijke bron van de voorwaardelijke verplichting of garantie is; of
- b). in het geval van een doorlopende kredietovereenkomst, aan het eind van de eerste periode vóór de hernieuwing van de overeenkomst.
- m). In het geval van gedeelde vermogenskredietovereenkomsten (shared equity-overeenkomsten):
- i). worden de aflossingen door de consumenten geacht op de laatste krachtens de kredietovereenkomst geoorloofde datum of data plaats te vinden;
- ii). stijgt het percentage naargelang van de waarde van het onroerend goed waardoor de gedeelde vermogenskredietovereenkomst (shared equity-kredietovereenkomst) wordt gedekt, en wordt het percentage van de eventuele inflatie-index waarnaar in de overeenkomst wordt verwezen, verondersteld gelijk te zijn aan het hoogste van twee waarden, namelijk het huidige inflatiestreefcijfer van de centrale bank en het inflatiepeil in de lidstaat waar het onroerend goed op het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst is gelegen, dan wel aan 0% indien deze percentages negatief zijn.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 35i
Vervallen
Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden
Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling
§ 7.1. Interne klachtenprocedure
Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening
Afdeling 8.1. Informatieverstrekking
§ 7.1. Interne klachtenprocedure
Artikel 50a
Vervallen
§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie
§ 7.2. Aangewezen geschilleninstantie
§ 7.1. Interne klachtenprocedure
§ 8.1.1. Inleidende bepalingen
Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening
Artikel 86a
Vervallen
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
§ 9.1.1. Beheerders
§ 8.1.5. Precontractuele informatiedocumenten
§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:25, eerste lid, 4:25a, eerste lid, en 4:25b van de wet
§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst
Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant
Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten
§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst
Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening
§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand
§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand
Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten
Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen
Afdeling 11.1. Algemeen
Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant
Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
§ 9.1.1. Beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s
Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
Artikel 168b
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c, eerste lid, van de wet, bepaalt, voor zover van toepassing, in ieder geval:
- a. ten aanzien van de verschuldigde premie:
- 1°. het bedrag van de verschuldigde premie;
- 2°. de wijze waarop en de termijnen waarin de verschuldigde premie wordt voldaan;
- 3°. de procedures die gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen door de bijdragende onderneming;
- b. ten aanzien van de kosten:
- 1°. het bedrag van de totale kosten;
- 2°. de kosten die worden ingehouden op de premie, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval de eerste kosten, de doorlopende kosten en de aan- en verkoopkosten;
- 3°. de kosten die worden ingehouden op de vermogensopbouw of uitkering, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval de eerste kosten, de doorlopende kosten en de aan- en verkoopkosten;
- 4°. de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder 2° en 3°, op het rendement, de vermogensopbouw of uitkering, verbonden aan de overeenkomst; en
- 5°. de wijze waarop de kosten, bedoeld onder 2° en 3°, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst;
- c. de informatie die de bijdragende onderneming verstrekt aan de premiepensioeninstelling en de wijze waarop deze informatie wordt verstrekt;
- d. de informatie die de premiepensioeninstelling verstrekt aan de bijdragende onderneming, pensioendeelnemers en pensioengerechtigden en de wijze waarop deze informatie wordt verstrekt;
- e. de door de premiepensioeninstelling in acht te nemen beleggingsbeginselen en beleggingsvoorschriften;
- f. of, en onder welke voorwaarden pensioendeelnemers wordt toegestaan de verantwoordelijkheid voor beleggingen over te nemen;
- g. de voorwaarden die gelden voor inbreng en overdracht van waarden van opgebouwde pensioenaanspraken;
- h. de wijze waarop sterftewinsten worden toebedeeld;
- i. de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze van een derde voor de inkoop van een pensioenuitkering;
- j. of de premiepensioeninstelling een dekking tegen biometrische risico’s of garanties zal betrekken van een derde en, indien relevant, de criteria die zij zal hanteren bij de keuze van een derde;
- k. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van de overeenkomst; en
- l. het toepasselijke recht en de wijze van beslechting van geschillen.
Artikel 168c
Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c, tweede lid, van de wet, bepaalt in ieder geval dat:
- a. de premiepensioeninstelling en de pensioenbewaarder in het belang van de pensioendeelnemers en pensioengerechtigden optreden en hun taken betrouwbaar, eerlijk, professioneel en, onverminderd het bepaalde in onderdeel b, onafhankelijk uitvoeren;
- b. over het in bewaring gegeven pensioenvermogen slechts kan worden beschikt door de premiepensioeninstelling en de pensioenbewaarder tezamen;
- c. de pensioenbewaarder het in bewaring gegeven pensioenvermogen slechts afgeeft tegen ontvangst van een verklaring van de premiepensioeninstelling waaruit blijkt dat afgifte wordt verlangd in verband met de regelmatige uitoefening van het bedrijf van premiepensioeninstelling;
- d. de pensioenbewaarder volgens het recht van de staat waar de premiepensioeninstelling haar zetel heeft jegens de premiepensioeninstelling, de pensioendeelnemers en de pensioengerechtigden aansprakelijk is voor door hen geleden schade voorzover de schade het gevolg is van verwijtbare niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, ook indien de pensioenbewaarder het bij hem in bewaring gegeven pensioenvermogen geheel of gedeeltelijk aan een derde heeft toevertrouwd; en
- e. de premiepensioeninstelling aan de pensioenbewaarder de informatie verstrekt die hij nodig heeft ter uitvoering van zijn wettelijke taken.
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Bijlage B. behorend bij artikel 5
1. Basismodule vakbekwaamheid
Bijlage C. behorend bij artikel 13
1.1. Veroordelingen
2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
Bijlage D. behorend bij artikel 117
2. Gegevens over de personen die het (dagelijks) beleid van de beheerder en iedere bewaarder (mede) bepalen of onderdeel zijn van een toezichthoudend orgaan van de beheerder en iedere bewaarder
6. Gegevens over vervanging van de beheerder of de bewaarder
Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid
1. Basismodule vakbekwaamheid
1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
2.3. (Voorwaardelijk) sepot, vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b
3.2. Zakelijk
2.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Betrokkene heeft een transactie als bedoeld in artikel 74 van het WvSr, artikel 76 van de AWR of artikel 10:15 van de Algemene Douanewet gedaan ter zake van een of meer van de hiervoor onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder transacties wordt ook verstaan een daarmee vergelijkbare overeenkomst met betrekking tot niet-vervolging ter zake van met de hiervoor bedoelde vergelijkbare strafbare feiten in het buitenland, gesloten met de daartoe bevoegde autoriteit.
1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
– overtreding fiscale wetgeving (artikelen 68 en 69).
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
Andere feiten of omstandigheden die redelijkerwijs voor de Autoriteit Financiële Markten van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van betrokkene, zoals blijkend uit door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren opgemaakte processen-verbaal of rapporten die erop wijzen dat betrokkene betrokken is (geweest) bij een of meer van de onder 2.1 genoemde strafbare feiten. Onder processen-verbaal of rapporten wordt ook verstaan soortgelijke documenten met gelijke bewijskracht, opgemaakt door tot de opsporing van strafbare feiten bevoegde ambtenaren in het buitenland ter zake van daar geldende strafbepalingen, vergelijkbaar met de onder 2.1 genoemde.
Bijlage A. inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor consumptief krediet, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1
- I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
- a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
- b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
- c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
- d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
- e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
- II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
- a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
- b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
- c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
- d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
- e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
- i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
- ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
- f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
- i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
- ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
- g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
- i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
- ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
- iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
- iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
- h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
- i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
- j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 34a
Een beheerder van een icbe stelt procedures en regelingen vast en past die toe zodat hij in staat is om de Autoriteit Financiële Markten op verzoek zo spoedig mogelijk financiële verslagen te verstrekken die een getrouw beeld geven van zijn financiële positie en die aan alle toepasselijke standaarden en regels voor financiële verslaggeving voldoen.
Onverminderd artikel 34 wordt de administratie van een icbe zodanig gevoerd dat de activa en passiva van de icbe te allen tijde rechtstreeks kunnen worden geïdentificeerd.
Een beheerder van een icbe onderwerpt de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, aan een adequate, accurate en onafhankelijke toetsing.
De procedure met betrekking tot de waardevaststelling van financiële derivaten, bedoeld in artikel 34, derde lid, is adequaat en evenredig gelet op de aard en complexiteit van de desbetreffende financiële derivaten.
De procedure, bedoeld in het vierde lid, wordt op adequate wijze vastgelegd.
Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden
Artikel 38k
De artikelen 37, 38g, 38h en 38j zijn slechts van toepassing op het uitbesteden van werkzaamheden door betaalinstellingen of elektronischgeldinstellingen voor zover het belangrijke werkzaamheden betreft.
Een werkzaamheid wordt als belangrijk aangemerkt indien een gebrekkige of tekortschietende uitvoering ervan wezenlijk afbreuk zou doen aan de naleving door de betaalinstelling of de elektronischgeldinstelling van de vergunningsvereisten, als bedoeld in artikel 2:3b van de wet respectievelijk artikel 2:10b van de wet, of van andere verplichtingen ingevolge de wet of Titel 7B van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel aan haar financiële resultaten of de soliditeit of continuïteit van haar betaaldiensten of uitgifte van elektronisch geld.
Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling
Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening
Afdeling 8.1. Informatieverstrekking
§ 7.1. Interne klachtenprocedure
§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie
§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst
§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet
Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening
§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie
§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
§ 8.1.5. Essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en essentiële beleggersinformatie
§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst
Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening
Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten
Afdeling 10.2. Krediet
§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst
Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten
§ 10.3.1. Regels voor alle beheerders, belegginginstellingen en bewaarders
§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand
Afdeling 10.4. Verzekeringen
Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen
Afdeling 9.3. Instemmingsvereiste centrale tegenpartij
Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten
§ 8.2.3. Provisies inzake overeenkomsten betreffende betalingsbeschermers, complexe producten, hypothecair krediet en uitvaartverzekeringen die zijn aangegaan voor de inwerkingtreding van artikel 86c
Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Bijlage A. behorend bij artikel 1, definitie «theoretische looptijd»
-
- Bij de berekening van de theoretische looptijd van doorlopend krediet wordt ervan uitgegaan dat:
- a. de overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de bij het aangaan van de overeenkomst inzake het krediet vastgestelde hoogte en lengte van het termijnbedrag wordt afgewikkeld;
- b. geen wijzigingen optreden in de kredietvergoeding, tenzij het wijzigingen betreft waarvan de omvang bij het aangaan van de overeenkomst inzake krediet is vastgesteld;
- c. het uitstaand saldo op het tijdstip waarop door de aanbieder van krediet een geldsom ter beschikking wordt gesteld onderscheidenlijk met het verschaffen van het genot van een roerende zaak of een effect of het verlenen van een dienst een aanvang wordt gemaakt, gelijk is aan de kredietlimiet; en
- d. het uitstaand saldo niet toeneemt anders dan uit hoofde van het in rekening brengen van kredietvergoeding.
-
- Bij overeenkomsten inzake doorlopend krediet waarbij het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn, de betalingstermijn en het termijnbedrag, met uitzondering van het laatste termijnbedrag, gelijk blijven, bedraagt de theoretische looptijd n betalingstermijnen, waarbij n de uitkomst is van de volgende formule: (log T – log (T – im.K)) / log (1 + im) In deze formule is:
- T: het termijnbedrag;
- im: het honderdste deel van het kredietvergoedingspercentage per betalingstermijn;
- m: het aantal betalingstermijnen per jaar;
- K: de kredietlimiet.
-
- Bij overeenkomsten inzake doorlopend krediet die niet voldoen aan de in het tweede lid genoemde kenmerken wordt de theoretische looptijd berekend als de som van de lengten van de betalingstermijnen die verstrijken alvorens het uitstaand saldo tot nihil is teruggebracht.
-
- Bij de bepaling van de theoretische looptijd wordt het aantal betalingstermijnen op een geheel getal naar boven afgerond.
Bijlage B. behorend bij artikel 5
Bijlage C. behorend bij artikel 13
2.1. Veroordelingen
3. Financiële antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel b
Bijlage D. behorend bij artikel 117
2.2. Transacties
Bijlage E. behorend bij artikel 118, eerste lid
3.3. Andere feiten of omstandigheden
6. Overige antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel e
2.2. Transacties
1. Strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
2. Overige strafrechtelijke antecedenten als bedoeld in artikel 13, onderdeel a
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokken van, mislukte uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
1.1. Veroordelingen
Bij vonnis is betrokkene in Nederland of in het buitenland veroordeeld terzake van een poging tot, voorbereiding van, doen plegen van, uitlokking van, medeplegen van, medeplichtigheid aan of plegen van:
Bijlage A. inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor consumptief krediet, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1
- I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
- a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
- b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
- c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
- d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
- e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
- II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
- a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
- b). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet, overeenkomstig deze opnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
- c). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
- d). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de geoorloofde debetstand onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
- e) in geval van een andere overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd dan een geoorloofde debetstand wordt geacht dat: In dit punt wordt onder een overeenkomst inzake krediet voor onbepaalde tijd een doorlopend krediet verstaan, met inbegrip van een krediet dat binnen of na een bepaalde periode volledig moet worden terugbetaald, maar vervolgens, na terugbetaling, weer beschikbaar is om te worden opgenomen.
- i). het krediet vanaf de datum van de eerste kredietopneming voor een periode van één jaar wordt verstrekt en dat de laatste betaling door de consument het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten dekt; en
- ii). het kapitaal vanaf één maand na de datum van de eerste kredietopneming door de consument in gelijke maandelijkse termijnen wordt terugbetaald. In gevallen waarin het kapitaal binnen elke betalingstermijn uitsluitend volledig in één betaling moet worden terugbetaald, worden achtereenvolgende kredietopnemingen en terugbetalingen door de consument van het gehele kapitaal geacht over de periode van één jaar plaats te vinden. Rente en overige kosten worden overeenkomstig deze kredietopnemingen en terugbetalingen van kapitaal toegepast zoals in de overeenkomst inzake krediet vastgelegd.
- f). in geval van andere overeenkomsten inzake krediet dan geoorloofde debetstanden en kredieten voor onbepaalde tijd zoals bedoeld in de hypothesen in de onderdelen d en e:
- i). indien de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten terugbetaling van kapitaal niet kan worden vastgesteld, wordt de terugbetaling geacht te zijn verricht op de vroegste datum en met het laagste bedrag waarin de overeenkomst inzake krediet voorziet;
- ii). indien de datum waarop de overeenkomst inzake krediet is gesloten, niet bekend is, wordt de datum van de eerste kredietopneming geacht de datum te zijn met de kortste tijdspanne tussen deze datum en de datum waarop de consument de eerste betaling moet verrichten.
- g). wanneer de datum of het bedrag van een door de consument te verrichten betaling op basis van de overeenkomst inzake krediet of op basis van de hypothesen in onderdeel d, e of f niet kan worden vastgesteld, wordt de betaling geacht te zijn verricht overeenkomstig de data en voorwaarden van de schuldeiser en, indien deze onbekend zijn:
- i). wordt de rente samen met de terugbetalingen van kapitaal betaald;
- ii). worden in één bedrag uitgedrukte niet-rentekosten betaald op de datum waarop de overeenkomst inzake krediet wordt gesloten;
- iii). worden in verschillende betalingen uitgedrukte niet-rentekosten in periodieke termijnen betaald, te beginnen op de datum van de eerste terugbetaling van kapitaal, en indien het bedrag van dergelijke betalingen onbekend is, worden deze geacht gelijke bedragen te zijn; en
- iv). dekt de laatste betaling het saldo van het kapitaal, de rente en de eventuele overige kosten;
- h). indien het plafond dat op het krediet van toepassing is, nog niet is overeengekomen, wordt het geacht € 1500 te bedragen;
- i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende debetrentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de debetrentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
- j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijks kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijks kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 68a
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet met een variabele debetrentevoet informeert de aanbieder de consument op papier of op een andere duurzame drager voorafgaand aan elke wijziging van de debetrentevoet over deze wijziging, waarbij hij de consument tevens informeert over:
- a. het gewijzigde jaarlijks kostenpercentage;
- b. de component of componenten waardoor de debetrentevoet is gewijzigd;
- c. het termijnbedrag dat moet worden betaald nadat de nieuwe debetrentevoet in werking is getreden; en
- d. indien van toepassing, wijzigingen in het aantal of de frequentie van de termijnbedragen.
De partijen kunnen in de kredietovereenkomst overeenkomen dat de informatie, bedoeld in het eerste lid, periodiek aan de consument wordt verstrekt indien de wijziging in de debetrentevoet rechtstreeks met de wijziging van een referentierentevoet samenhangt, het publiek via passende middelen kennis kan nemen van de nieuwe referentierentevoet en de informatie over de nieuwe referentierentevoet beschikbaar is in de gebouwen van de aanbieder en samen met het nieuwe termijnbedrag persoonlijk aan de consument wordt meegedeeld.
Gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake hypothecair krediet die is aangegaan in vreemde valuta als bedoeld in artikel 4, onderdeel 28, van de richtlijn hypothecair krediet, waarschuwt de aanbieder de consument op papier of een andere duurzame drager in ieder geval wanneer de waarde van het totaal uitstaande bedrag of de waarde van de afbetalingstermijnen meer dan twintig procent afwijkt van de waarde die zou gelden, indien de wisselkoers van de valuta van de kredietovereenkomst en de euro zou worden toegepast, die gold op het tijdstip waarop de overeenkomst werd gesloten.
Bij de waarschuwing, bedoeld in het derde lid verstrekt de aanbieder de consument uitleg over de mogelijkheid om de valuta van de kredietovereenkomst om te zetten in een andere valuta en de ter zake geldende voorwaarden of een beroep te doen op andere maatregelen als bedoeld in artikel 126, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De Autoriteit Financiële Markten kan regels stellen met betrekking tot de inhoud van de waarschuwing en de uitleg die daarbij wordt gegeven.
Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening
§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie
Hoofdstuk 9. Meldingsplichten
Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
§ 9.1.1. Beheerders
§ 8.1.5. Essentiële beleggersinformatie, essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten en informatiedocument voor schadeverzekeringen
§ 8.1.5. Precontractuele informatiedocumenten
§ 8.2.1. Inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners
Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant
Afdeling 10.1a. Elektronisch geld
Artikel 112a
De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument op verzoek of binnen een termijn van één tot drie maanden plaatsvindt, wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager verstrekt.
De informatie bevat de volgende gegevens:
- a. het soort krediet;
- b. de naam en adres en, indien de aanbieder van het krediet of de bemiddelaar in krediet een rechtspersoon is, de statutaire naam en handelsnaam of handelsnamen;
- c. het totale kredietbedrag;
- d. de duur van de kredietovereenkomst;
- e. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen, en indices of referentievoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet;
- f. de vanaf het sluiten van de overeenkomst inzake krediet in rekening te brengen kosten, alsmede in voorkomend geval de voorwaarden waaronder deze gewijzigd kunnen worden;
- g. het jaarlijks kostenpercentage, aan de hand van representatieve voorbeelden en met vermelding van alle voor de berekening van dat percentage gebruikte hypothesen;
- h. de voorwaarden en de procedure voor beëindiging van de overeenkomst inzake krediet;
- i. de geldende rentevoet in geval de consument niet tijdig betaalt alsmede de wijzigingsmodaliteiten ervan en, in voorkomend geval, de kosten van niet-nakoming;
- j. het recht van de consument op grond van artikel 4:32 van de wetonverwijld en kosteloos geïnformeerd te worden over het resultaat van de raadpleging van een gegevensbestand ter beoordeling van zijn kredietwaardigheid;
- k. informatie omtrent de, vanaf het moment waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, in rekening te brengen kosten, alsmede, voor zover van toepassing, de voorwaarden waaronder deze kosten gewijzigd kunnen worden; en
- l. voor zover van toepassing, de periode gedurende welke de aanbieder van het krediet door de precontractuele informatie is gebonden.
De informatie kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage E van dit besluit. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven.
De aanbieder verstrekt aan de consument op zijn verzoek een kosteloos exemplaar van de ontwerpovereenkomst inzake krediet, tenzij de aanbieder op het tijdstip van het verzoek niet voornemens is de overeenkomst met de consument aan te gaan.
Indien de overeenkomst op verzoek van de consument tot stand is gekomen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in het eerste lid bedoelde informatie niet op de in dat lid voorgeschreven wijze voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst kan worden verstrekt, verstrekt de aanbieder, in afwijking van het eerste lid, de informatie, bedoeld in artikel 7:61 van het Burgerlijk Wetboek, onmiddellijk na de totstandkoming van de overeenkomst aan de consument.
Indien informatie als bedoeld in het eerste lid niet voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst op de in dat lid bedoelde wijze kan worden bepaald, wordt zij bepaald met toepassing van de desbetreffende hypothese, bedoeld in bijlage A, deel II.
Artikel 112b
De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot effectenkrediet kan worden verstrekt door gebruikmaking van het formulier, opgenomen in bijlage F van dit besluit. De informatie bevat de in die bijlage bedoelde gegevens. Alle informatie wordt even opvallend weergegeven.
Artikel 112c
De informatie, bedoeld in artikel 4:33, eerste lid, van de wet, met betrekking tot krediet in de vorm van een geoorloofde debetstand waarbij is overeengekomen dat de ter zake verschuldigde betaling van de consument binnen een termijn van een maand plaatsvindt, bevat de in artikel 112a, tweede lid, onderdelen c, e, f en g, bedoelde gegevens met betrekking tot de kenmerken van het krediet.
Artikel 115a
Een aanbieder van krediet rekent geen hogere kredietvergoeding dan op grond van het Besluit kredietvergoeding ten hoogste toegelaten kredietvergoeding.
§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand
§ 8.2.1. Inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners
Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen
Afdeling 11.3. Verzekeringen
Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden
§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen
Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen
Bijlage A. , inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1
- I. De basisvergelijking die de gelijkwaardigheid van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds weergeeft. De basisvergelijking ter bepaling van het jaarlijks kostenpercentage (JKP) geeft op jaarbasis de gelijkheid weer tussen de som van de geactualiseerde waarden van de kredietopnemingen enerzijds, en de som van de geactualiseerde waarden van de aflossingen en kosten anderzijds: waarin: X = het JKP; m = het volgnummer van de laatste kredietopneming; k = het volgnummer van een kredietopneming, waarbij 1 ≤ k ≤ m; Ck = het bedrag van kredietopneming nummer k; tk = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke latere kredietopneming, waarbij t1 = 0; m’ = het volgnummer van de laatste aflossing of betaling; l = het volgnummer van een aflossing of betaling; Dl = het bedrag van een aflossing of betaling; sl = het tijdsinterval, uitgedrukt in jaren en fracties van jaren, tussen de datum van de eerste kredietopneming en de datum van elke aflossing of betaling. Opmerkingen:
- a). de door beide partijen op diverse tijdstippen betaalde bedragen zijn niet noodzakelijk gelijk en worden niet noodzakelijk met gelijke tussenpozen betaald.
- b). de aanvangsdatum is die van de eerste kredietopneming.
- c). het verschil tussen de data die bij de berekeningsmethoden worden gebruikt, wordt uitgedrukt in jaren of fracties van jaren. Een jaar wordt geacht 365 dagen (voor schrikkeljaren 366 dagen), 52 weken of twaalf gelijke maanden te tellen. Een gelijke maand wordt geacht 30,41666 dagen te tellen (dat wil zeggen 365/12), zowel voor gewone jaren als schrikkeljaren.
- d). de uitkomst van de berekening wordt ten minste tot op de eerste decimaal weergegeven. Als de volgende decimaal groter is dan of gelijk is aan 5, wordt de eerste decimaal met 1 vermeerderd.
- e). de vergelijking kan met slechts één sommatie worden herschreven aan de hand van het begrip flux (Ak). De flux is positief of negatief, dat wil zeggen wordt gedurende de perioden 1 tot en met k respectievelijk betaald of ontvangen, en wordt uitgedrukt in jaren: S is het saldo van de geactualiseerde flux en bedraagt nul indien de flux gelijkwaardig is.
- II. Aanvullende hypothesen voor de berekening van het jaarlijks kostenpercentage:
- a). indien de consument op grond van de overeenkomst inzake krediet vrij kan kiezen hoeveel krediet hij opneemt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag onmiddellijk volledig wordt opgenomen;
- b). indien een overeenkomst inzake krediet mogelijkheden van kredietopneming met verschillende kosten of debetrentevoeten biedt, wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag tegen de hoogste kosten en debetrentevoet wordt opgenomen, toegepast op het meest gebruikelijke mechanisme voor kredietopneming waarvan in het kader van dat soort overeenkomst inzake krediet wordt gebruikgemaakt;
- c). indien een overeenkomst inzake krediet de consument in het algemeen de vrijheid biedt om te kiezen hoeveel krediet hij opneemt, maar bij de verschillende wijzen van kredietopneming een beperking oplegt met betrekking tot het bedrag en de termijn, wordt verondersteld dat het kredietbedrag op de vroegste datum waarin de overeenkomst voorziet overeenkomstig deze kredietopnemingsbeperkingen wordt opgenomen;
- d). indien er geen aflossingsschema is vastgesteld, wordt ervan uitgegaan:
- i). dat het krediet wordt verleend voor een periode van één jaar, en
- ii). dat het krediet in twaalf gelijke maandelijkse termijnen wordt afgelost;
- e). indien er een aflossingsschema is vastgesteld, maar het bedrag van de aflossingen flexibel is, wordt verondersteld dat het bedrag van elke aflossing het laagste is waarin de overeenkomst voorziet;
- f). indien in de overeenkomst inzake krediet verscheidene aflossingsdata worden vermeld, wordt het krediet, tenzij anders wordt bepaald, ter beschikking gesteld en worden de aflossingen op de eerste van deze data verricht;
- g). indien het plafond dat van toepassing is op het krediet nog niet is overeengekomen, wordt het geacht 1500 EUR te zijn;
- h). in geval van een geoorloofde debetstand op een rekening wordt verondersteld dat het totale kredietbedrag volledig en voor de volledige duur van de overeenkomst inzake krediet wordt opgenomen. Indien de duur van de overeenkomst inzake krediet onbekend is, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat de duur van het krediet drie maanden bedraagt;
- i). indien voor een beperkte termijn of een beperkt bedrag verschillende rentevoeten en kosten worden aangeboden, worden de hoogste rentevoet en de hoogste kosten geacht de rentevoet en de kosten voor de gehele duur van de overeenkomst inzake krediet te zijn;
- j). met betrekking tot overeenkomsten inzake krediet waarvoor een vaste debetrentevoet voor de eerste periode is overeengekomen en waarvoor aan het eind van deze periode een nieuwe debetrentevoet wordt vastgesteld die vervolgens periodiek wordt aangepast volgens een overeengekomen indicator, wordt bij de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage uitgegaan van de hypothese dat vanaf het eind van de periode met vaste debetrentevoet de debetrentevoet dezelfde is als op het ogenblik van de berekening van het jaarlijkse kostenpercentage, gebaseerd op de waarde van de overeengekomen indicator op dat moment.
Bijlage B. behorend bij artikel 5
1. Basismodule vakbekwaamheid
Bijlage C. behorend bij artikel 13
3.2. Zakelijk
Bijlage B. behorend bij artikel 5
Vervallen
Bijlage C. behorend bij artikel 13
Bijlage C. behorend bij artikel 13
Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet
| Aanbieder van krediet Adres Telefoonnummer E-mailadres () Fax () Webadres (*) | [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument] |
|---|---|
| Indien van toepassing: Bemiddelaar in krediet Adres Telefoonnummer () E-mailadres () Fax () Webadres () | [Identiteit] [Geografisch adres voor gebruik door de consument] |
(*) Deze informatie is voor de aanbieder van krediet facultatief
Telkens als «indien van toepassing» is vermeld, moet de aanbieder van krediet het vak invullen indien de informatie relevant is voor het kredietproduct, of de desbetreffende informatie of het hele vak schrappen indien de informatie niet relevant is voor het soort krediet in kwestie.
De aanwijzingen tussen vierkante haken zijn bedoeld voor de aanbieder van krediet en dienen te worden vervangen door de desbetreffende gegevens.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)