Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Gewasbescherming vanaf 1945 (Minister van Verkeer en Waterstaat)
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 9 lid 1 en Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de
Bestrijdingsmiddelenwet art. 1M
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Regeling toelating natriumhypochloriet 1989
Regeling toelating formaline en zwavel
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regelen omtrent mededelingen over de eerste verkoopdatum van een bestrijdingsmiddel dat ambtshalve is toegelaten
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1M
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Regeling toelating natriumhypochloriet 1989
Opmerking: art. 1M wordt art. 9 in de Bestrijdingsmiddelenwet
De bij regeling gestelde regelen omtrent mededeling van de eerste verkoopdatum worden vanaf 1962 door Onze Ministers bekend gemaakt in de Staatscourant Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 9 lid 5. Een besluit tot ambtshalve wijziging wordt vanaf 1962 bekend gemaakt in de Staatscourant Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 9 lid 4
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van bestrijdingsmiddelen waarvoor het verboden is een hoeveelheid voor handen of in voorraad te hebben
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 10 lid 2
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regelen waaraan het legitimatiebewijs noodzakelijk bij de koop van bestrijdingsmiddelen dient te voldoen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 12 lid 2
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het aanwijzen van middelen ter bestrijding van schadelijke knaagdieren bestemd voor gebruik door particulieren
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 12 lid 4
Opmerking: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
De regeling wordt vanaf 1975 bekend gemaakt in de Staatscourant art. 12 lid 4
Waardering: B 5
Handeling: Het bij of krachtens AmvB stellen van (nadere) voorschriften omtrent het verkopen, voorhanden of in voorraad hebben, vervoeren, gebruiken, verwijderen en vernietigen van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 13 lid 1
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1R
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Regeling verwijdering resten en gebruikte verpakkingen houtverduurzamingsmiddelen 1990
Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993 gelet op art. 13 lid 1
Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen 1993
Opmerking: De districtshoofden van de Arbeidsinspectie zijn vanaf 1962 bevoegd voorschriften te geven betreffende de uitvoering van bepaalde voorschriften Bestrijdingsmiddelenwet 62 art 13 lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regelen omtrent het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens van door fabrikanten, importeurs en handelaren in voorraad gehouden, ontvangen en verkochte hoeveelheden bestrijdingsmiddelen
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1S
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14 Regeling administratievoorschriften Bestrijdingsmiddelen 1992
Opmerking: Art. 1S wordt art. 13a in de Bestrijdingsmiddelenwet
De regeling wordt vanaf 1975 bekend gemaakt in de Staatscourant art. 13a
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving omtrent een register waarin bepaalde verkopers van bestrijdingsmiddelen geregistreerd staan
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1S
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Opmerking: Handeling art. 1S wordt art. 13b in de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving omtrent waarschuwingstekens in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 14
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Regeling melding methylbromide 1986
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving betreffende het verkopen, voorhanden of in voorraad houden van in proefstadium verkerende bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 15 in 1962 na 1975 art. 15 lid 1 en 2
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het bij beschikking stellen van regelen omtrent de wijze waarop de kosten voortvloeiende uit de aanvraag voor proefnemingen met bestrijdingsmiddelen ten laste van de aanvrager worden gebracht
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 15 lid 3
Waardering: V, 5 jaar na vervallen tarieven
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving inzake de toelaatbare hoeveelheid bestrijdingsmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsproducten in eet- of drinkwaren
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 16 na 1975 art. 16 lid 1
Product: Residubesluit 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1U
Beschikking residuen van bestrijdingsmiddelen 1984
Wet van 21 april 1988, Stb. 358 tot wijziging van de Warenwet
Opmerking: Hieronder begrepen het dompelen van pootaardappelen in een kwikhoudend bestrijdingsmiddel
Waardering: B 5
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden verlenen van ontheffing of vrijstelling van het verbod om een niet toegelaten bestrijdingsmiddel in de handel te brengen en te gebruiken
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1V
art. 1V wordt art. 16a in de Bestrijdingsmiddelenwet
Opmerking: De PD adviseert in deze. Zij heeft een voorbereidende rol.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van de instelling die het onderzoek van een monster van een bepaald bestrijdingsmiddel gaat verrichten
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1W
Handeling art. 1W wordt art. 18 lid 1 in de Bestrijdingsmiddelenwet
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Opmerking: Hiertoe zijn aangewezen de Plantenziektenkundige Dienst en de Keuringsdienst van Waren
Waardering: B 4
Handeling: Het geven van regelen omtrent de wijze van monsterneming, het verpakken en verzegelen van een monster van een bestrijdingsmiddel
Periode: 1947–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 47 art. 11 en Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 19
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Beschikking monsterneming bestrijdingsmiddelen 1986
Opmerking: De regeling wordt vanaf 1962 in de Staatscourant bekend gemaakt art. 19
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van lichamen, organisaties en instellingen die bevoegd zijn leden van de Bestrijdingsmiddelencommissie te benoemen
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 2 in 1962 en art. 20a lid 1 in editie 1995
Product: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Regeling samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1993
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bepalen van het aantal door lichamen, organisaties en instellingen te benoemen leden van de Bestrijdingscommissie
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 2 in 1962 en art. 20a lid 1 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Product: Regeling samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1993
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het toevoegen van een secretaris aan de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 4 in 1962 en art. 20a lid 4 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het benoemen en aanwijzen van adviserende leden en andere personen die de vergaderingen van de Bestrijdingsmiddelencommissie bijwonen en aan de beraadslaging deelnemen
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 5 in 1962 en art. 20a lid 3 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1993–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 3 en art. 20a lid 2 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het bij of krachtens KB stellen van regels aangaande de werkwijze van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Product: Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie van 12 april 1994
Opmerking: Art. 1I wordt art. 20b in de Bestrijdingsmiddelenwet. De Handeling staat in art. 20b
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een lijst van bestrijdingsmiddelen die vervoerd of verkocht mogen worden
Periode: 1948–1964
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 48 art. 2 lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van ontheffingen voor verkoop en vervoer van verboden bestrijdingsmiddelen
Periode: 1948–1964
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 48 art. 3 lid 1
Waardering: V, 10 jaar na einde ontheffingsperiode
Handeling: Het regelen van de voorschriften over de wijze van aanvragen voor ontheffingen voor vervoer en verkoop van verboden bestrijdingsmiddelen
Periode: 1948–1964
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 48 art. 4
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van vrijstellingen om bestrijdingsmiddelen in een andere verpakking voorhanden te hebben, in voorraad te houden, af te leveren of te verkopen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 2 lid 2
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549 artikel B
Besluit van 3 juli 1986, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 444 art. I
Product: Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen 22 februari 1980, Stcrt. 43
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het op verzoek verlenen van ontheffing om op bepaalde plaatsen verboden bestrijdingsmiddelen te gebruiken
Periode: 1986–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit art. 5a lid 2 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit
Opmerking: Bijvoorbeeld in volkstuinen, wegbermen etc.
Waardering: V, 5 jaar Na einde ontheffingsperiode
Handeling: Het kunnen geven van nadere voorschriften inzake het bewaren van met een doodshoofd aangemerkte middelen
Periode: 1970–
Grondslag: Besluit van 22 december 1969, Stb. 528, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit art. A
Opmerking: Artikel A in Besluit 22 december 1969 wordt art. 6 lid 5 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit. Het criterium, dat hierbij wordt gehanteerd, is de mate van giftigheid van het betrokken bestrijdingsmiddel.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij regeling vaststellen van het model van het waarschuwingssignaal op de deur van de bewaarplaats voor bestrijdingsmiddelen
Periode: 1969–
Grondslag: Besluit van 22 december 1969, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 615 artikel C en D
Product: Besluit 7 september 1983, Stb. 549
Beschikking vaststelling modellen waarschuwings- en verbodssignalen als bedoeld in de Bestrijdingsmiddelenwet van 19 oktober 1983/ 140271
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Opmerking: Artikel C en D in Besluit van 22 december 1969 wordt art. 9 lid 1 resp.art.10 lid 6 en art. 14 lid 1 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het uitzonderen van bestrijdingsmiddelen waarvoor een verbod geldt verpakkingen of resten te verwijderen
Periode: 1975–1983
Grondslag: Besluit van 13 juni 1975, Stb. 364 art. 13 lid 3
Opmerking: Handeling is vervallen n.a.v. Besluit van 7 september 1983, Stb. 549
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelen omtrent het verwijderen en vernietigen van bestrijdingsmiddelen of resten daarvan en van gebruikte verpakkingen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 13 lid 4, Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 editie 1995 art. 13 lid 3
Opmerking: Art. 13 lid 4 wordt n.a.v. Besluit 7 september 1983, Stb. 549 art. 13 lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het kunnen voorschrijven dat bepaalde werkzaamheden in een besloten ruimte met bestrijdingsmiddelen slechts door een deskundige verricht mogen worden
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 14 en Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 editie 1995 art. 14a lid 1
Product: Besluit 22 december 1969, Stb. 328
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de inhoud van de kennisgeving aan de directeur van de Keuringsdienst van Waren inzake het gebruik van een bestrijdingsmiddel met als werkzame stof methylbromide, alsmede omtrent de inhoud van de gasvrijverklaring en de omstandigheden waaronder een zodanige verklaring afgegeven kan worden
Periode: 1986–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 1986 art. 14c
Product: Regeling melding Methylbromide
Waardering: B 5
Handeling: Het bij regeling kunnen aanwijzen van vervangingsmiddelen van bepaalde bestrijdingsmiddelen waaronder methylbromide
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 15 lid 2
Product: Besluit 7 september 1983, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: B 5
Handeling: Het kunnen verlenen van tijdelijke ontheffingen ten behoeve van het doen van proeven (zgnde. proefontheffingen)
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 18
Waardering: V, 5 jaar na einde ontheffingsperiode
Handeling: Het instellen van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1953–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 1962, art 4-2
Product: Beschikking van 28 november 1980, nr.J 1383, Stcrt. 243: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen art. 1
Beschikking 1 mei 1985, Stcrt. 88
Beschikking 5 augustus 1986, Stcrt. 150
Beschikking 30 september 1991, Stcrt. 190
Beschikking 26 mei 1992, Stcrt. 106
Regeling van 24 december 1992, Stcrt. 252: Mandaatregeling College toelating bestrijdingsmiddelen.
Beschikking 24 december 1992, Stcrt. 1992, 252, J 9220047:
Beschikking benoeming leden College toelating bestrijdingsmiddelen 1992
Regeling samenstelling CTB 27 oktober 1993
Waardering: B 4
Handeling: Het bij besluit mandateren van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Wijziging beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252 art. 1 lid 1
Product: Mandaat regeling College toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252
Opmerking: Art. 1 lid 1 hoort bij art. 4 lid 2 van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de (plaatsvervangende) leden van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1986–
Grondslag: Beschikking 5 augustus 1986 wijziging beschikking toelating bestrijdingsmiddelen art. 1 lid 2
Product: Benoeming leden College toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252
Wijziging samenstelling College voor de Toelating van – Bestrijdingsmiddelen 27 augustus 1993, Stcrt. 169
Beëindiging benoeming als lid College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen 29 september 1993, Stcrt. 194
Benoeming tot plaatsvervangend lid College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen 10 januari 1994, Stcrt. 10, idem 10 februari 1994, Stcrt. 37
Waardering: 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het stellen van regels omtrent de werkwijze van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1980–
Grondslag: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1980 art. 1 lid 6
Product: Wijziging beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252 met vermelding leden
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften inzake te verstrekken opgaven voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1980–1992
Bron: Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen art. 6
Opmerking: Indien het CTB niet tot overeenstemming kan komen met de aanvrager inzake het door de aanvraager ingediende bezwaarschrift dan wordt deze ter beslissing voorgelegd aan de minister. Het CTB adviseert de minister.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van onderzoekende instanties waar op verzoek van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen onderzoek overeenkomstig Richtlijn van de Raad van 18 december 1986 87/18/EEG (Pb EG L 15) wordt verricht inzake de aanvraag toelating bestrijdingsmiddelen
Periode: 1980–
Grondslag: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1980 art. 1 lid 11
Opmerking: De onderzoekende instanties zijn: de Plantenziektenkundige Dienst (PD), het Rijksinstituut voor de Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en Milieuhygiene, het Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek en de Afdeling Bestrijding van Dierplagen
De instanties overleggen aan het CTB het resultaat van een onderzoek met een verklaring dat het onderzoek volgens de Richtlijn is verricht.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van aanvraagformulieren tot toelating van een bestrijdingsmiddel
Periode: 1980–
Grondslag: Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen bijlagen art. 2
Beschikking vaststelling aanvraagformulieren tot toelating van een bestrijdingsmiddel, Stcrt. 222/1991
Product: Wijziging Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 31 januari 1994, Stcrt. 24
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het kunnen geven van aanwijzingen aan het college van algemene aard
Periode: 1993–
Grondslag: Mandaatregeling College toelating bestrijdingsmiddelen van 24 december 1992,, Stcrt. 252
Opmerking: Dergelijke aanwijzingen kunnen betreffen de normen en criteria die worden gebruikt bij de beoordeling van aanvragen, het opvullen van lancunes hierin, richtlijnen omtrent de duur van toelatingen en verlengingen en een prioriteitsstelling zoals deze voortvloeit uit het Meerjarenplan Gewasbescherming
Waardering: B 5
Handeling: Het intrekken van de Beschikking samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1962
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1993 art. 3
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van het reglement van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie 1994 art. 6
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van de beschikking filtratie kwikdompelbaden
Periode: 1983–
Grondslag: begroting 1983-4
Product: Beschikking Verwijdering Kwikdompelbaden
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van regels aangaande grondontsmetting
Periode: 1993–
Bron: interview
Product: Besluit regulering grondontsmettingmiddelen, Stb. 225/1993
Waardering: B 1
Handeling: Het bij regeling vaststellen van de wijze waarop een loonontsmettingsbedrijf haar administratie dient bij te houden
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit regulering grondontsmettingmiddelen, Stb. 225/1993
Opmerking: Mits een loonontsmettingsbedrijf administreert volgens de ministeriële regeling dan is het verbod om een grondontsmettingsmiddel voorhanden of in voorraad te hebben zonder of in strijd met een daarbij behorende vergunning niet van toepassing.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van vergunningen en gewaarmerkte kopieën daarvan voor gebruik van grondontsmettingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993 art. 5
Opmerking: Wordt uitgevoerd door de Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving om te kunnen afwijken van het verlenen van vergunning voor gebruik van grondontsmettingsmiddelen en het stellen van voorwaarden inzake het aanvragen van vergunningen
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993 art. 6, 7 en 9
Product: Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen 1993
Waardering: B 5
Handeling: Het bij ministeriële regeling aangeven van de wijze waarop een handelaar melding maakt van zijn voorraad
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993 art. 12
Product: Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen 1993
Opmerking: In de uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen wordt bepaald dat de handelaren deze melding bij de Plantenziektenkundige Dienst (PD) moeten doen
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van modellen betreffende waarschuwingstekens voor objecten
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 2 lid 1
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende het plaatsen van waarschuwingstekens op objecten
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 2 lid 2
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het bepalen van het minimum oppervlakte van een te bestrijden object
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 4 lid 1c
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van de minimumafstand tussen het te bestrijden object en een beschermd natuurgebied
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 4 lid 1e
Product: Uitvoeringsbeschikking art. 4 Besluit luchtvaartuigtoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de wijze waarop en de hulpmiddelen waarmee de toepassing van bestrijdingsmiddelen met behulp van luchtvaartuigen wordt uitgevoerd en de bebakening van het object
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 4 lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regels over de inrichting van een register waarin melding wordt gedaan over de toepassing van bestrijdingsmiddelen met behulp van een luchtvaartuig
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 5 lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen en het treffen van spoedeisende voorzieningen omtrent het gebruik van bestrijdingsmiddelen met behulp van luchtvaartuigen
Periode: 1984–
Grondslag: Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 art. 7
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bij beschikking vaststellen van de aanvaardbare hoeveelheid bestrijdingsmiddel met betrekking tot een of meer aangewezen eet- of drinkwaren
Periode: 1964–
Grondslag: Residubesluit: Besluit van 25 juli 1964, Stb. 319 art. 1
Product: Beschikking residuen van bestrijdingsmiddelen 1984
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van de Residubeschikking, Stcrt. 1965, 66
Periode: 1984–
Grondslag: Beschikking residuen van bestrijdingsmiddelen 31 jan.1984 nr.254588
Waardering: B 1
Handeling: Het bij beschikking vaststellen van de zuiverheidseisen bij de toelating van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1980–
Grondslag: Beschikking 22 februari 1980, Stcrt. 43 art. 1
Product: Beschikking van 21 okt.1987, Stcrt. 207 en 218
Beschikking van 21 okt.1988, Stcrt. 208
Beschikking van 12 maart 1992, Stcrt. 14
Waardering: B 5
Handeling: Het kunnen afkeuren van een indeling van bestrijdingsmiddelen welke gedaan is volgens een in de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschap gegeven berekening
Periode: 1980–
Grondslag: Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen van 22 februari 1980, nr. J 3633, Stcrt. nr. 43
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met de opsporing van overtredingen van de Bestrijdingsmiddelenwet
Periode: 1978–
Grondslag: Aanwijzing opsporingsambtenaren 1978 lid 1
Product: Aanwijzing opsporingsambtenaren 1986
Waardering: V, 2 jaar na geldigheid van de aanwijzing (documenten waaruit pensioenaanspraken volgend: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het mede opstellen van richtlijnen, beschikkingen en verordeningen van de Raad van Europese Gemeenschap
Periode: 1966–
Bron: Interview
Product: Richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 76/895 EEG PB.9 december no. L 340/26 in verband met de vaststelling van de maximale hoeveelheden residuen van bestrijdingsmiddelen in en op groenten en fruit
Toetredingsakte Griekenland Pb.1979, L 291/66
Richtlijn 80/428 van de Commissie van 28 maart 1980 Pb.1980, L 102/26
Richtlijn 81/36 van de Raad van 9 februari 1981 Pb.1981, L 46/33
Richtlijn 82/528 van de Raad van 19 juli 1982 Pb.1982, L 234/1
Richtlijn 88/298 van de Raad van 16 mei 1988 Pb.1988 L 156/53
Richtlijn 89/186 van de Raad van 6 maart 1989 Pb.EG L 66/36
Richtlijn 93/58 van de Raad van 29 juni 1993 Pb. EG L 211/6
Richtlijn van de Raad van 21 december 1978 79/117/EEG (Publikatieblad van de EG van 8 februari 1979, nr. L 33/36) houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen
Richtlijn nr.83/131 van de commissie van 14 maart 1983 (Pb. 1983, L 91/35) uitvoering uiterlijk 1 oktober 1984
Richtlijn nr.85/298 van de commissie van 22 mei 1985 (Pb. 1985, L 154/48) uitvoering uiterlijk 1 januari 1986
Richtlijn nr.86/214 van de Raad van 26 mei 1986 (Pb.1986, L 212/45)
Richtlijn nr.86/355 van de Raad van 21 juli 1986 (Pb 1986, L212/33)
Richtlijn nr.87/181 van de Raad van 9 maart 1987 (pb nr.1987, L71/33)
Richtlijn nr.07/477/EEG van de commissie van 9 september 1987 (Pb EG L 273/40)
Richtlijn nr.89/365/EEG van de Raad van 30 mei 1989 (Pb EG L 159/58)
Richtlijn nr.90/335/EEG van de commissie van 7 juni 1990 (Pb EG L 162/37)
Richtlijn nr.90/533/EEG van de Raad van 15 oktober 1990 (Pb EG L 296/63)
Richtlijn nr.91/188/EEG van de commissie van 19 maart 1991 (Pb EG L 92/42)
Richtlijn van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op granen (86/362/EEG) (Pb 1986, EG L 221/37)
Richtlijn nr.88/298 van de Raad van 16 mei 1988 (Pb 1988, nr. L 126/53)
Richtlijn nr.93/57 van de Raad van 29 juni 1993 (Pb 1993, nr. L 211/1)
Richtlijn van de Raad van 24 juli 1986 tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op levensmiddelen van dierlijke oorsprong (86/363/EEG) Pb van de EG van 7 augustus 1986, nr. L 221/43
Richtlijn nr.93/57 van de Raad van 29 juni 1993 (Pb 1993, nr. L 211/1)
Richtlijn van de Raad van 26 juni 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke bepalingen in de Lid-Staten inzake de indeling, de verpakking en de kenmerken van gevaarlijke preparaten (78/631/EEG (Pb nr. 1978, EG L 205/13
Richtlijn nr.79/831 van de Raad van 18 september 1979 (Pb.1979, L 259/10
Richtlijn nr.81/87 van de Raad van 26 maart 1981 (Pb.1981, L 88/29)
Richtlijn nr.84/291 van de Commissie van 18 april 1984 (Pb. 1984, L 144/1)
Richtlijn nr.92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 (Pb.1992, L 154/1)
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 december 1986 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de toepassing van de beginselen van goede laboratoriumpraktijken en het toezicht op de toepassing ervan voor tests op chemische stoffen (87/18/EEG) PB van de EEG van 17 januari 1987, no. L 15/29
Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 juni 1988 inzake de inspectie en de verificatie van de goede laboratoriumpraktijken (GLP)(88/320/EEG) Pb.van de EG van 11 juni 1988, nr. 145/36
Beschikking van 6 maart 1989 PB EG L 66/37, van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de bevoegdheden en de voorwaarden voor de vervulling van de taken van de cummunautaire referentielaboratoria voorzien in Richtlijn 86/469/EEG inzake het onderzoek van dieren en vers vlees op de aanwezigheid van residuen (87/187/EEG)
Richtlijn van 27 november 1990, Pb EG 14 december 1990, nr. L 350/71 van de Raad tot vaststelling van maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen in en op bepaalde producten van plantaardige oorsprong, met inbegrip van groente en fruit (90/642/EEG)
Richtlijn 98/58 van de Raad van 29 juni 1993 (Pb 1993, L 211/6)
Richtlijn van 15 juli 1991, PB EG 19 augustus 1991, nr. L230, van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (91/414/EEG), zoals gerectificeerd in PB EG L 170/40
Richtlijn 93/71/EEG van de commissie van 27 juli 1993 (Pb EG L 221/27)
Verordening (EEG) van 11 december 1992 nr.3600/92 van de Commissie houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2 van de Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van de nota gewasbescherming in Nederland
Periode: 1982–
Bron: begroting 1983-4
Product: Nota
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van de Bestuursovereenkomst Uitvoering Meerjarenplan Gewasbescherming
Periode: 1990–
Bron: MP Gewasbescherming
Product: Bestuursovereenkomst
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van het meerjarenplan gewasbescherming
Periode: 1990–
Bron: begroting 1994-5
Product: Meerjarenplan gewasbescherming 1990
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van lijsten met stoffen waarvoor vermindering van gebruik of emissie verlangd wordt
Periode: 1996–
Bron: MP Gewasbescherming
Product: Meerjarenplan Gewasbescherming
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van regels omtrent een Vergunning Gewasbescherming, licentie genaamd
Periode: 1996–
Bron: Besluit van 8 juli 1994, houdende voorschriften omtrent de vakkennis- en vakbekwaamheidseisen inzake bestrijdingsmiddelen( Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen)
Product: Wijziging: Besluit van 20 juni 1996 nr.96002694 houdende wijziging van het Besluit vakkennis- en vakbekwaamheidseisen bestrijdingsmiddelen m.b.t. verlenging tot 1 juli 1996 van de aanmeldingstermijn bij Agrarische Onderwijs Centra’s
Waardering: B 5
Handeling: Het financieren van onderzoeks- en stimuleringsprogramma’s
Periode: 1990–
Bron: Meerjarenplan Gewasbescherming
Opmerking: De bestemmingsheffing op bestrijdingsmiddelen. Ervan moet worden betaald:
a. het onderzoek, het onderwijs, de voorlichting van stimuleringsmaatregel gericht op:
– substantieel doen afnemen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen
– het verminderen van de structurele afhankelijkheid van deze middelen
– het beperken van de emissies van de gebruikte middelen of hun omzettingsproducten
b. het toezicht op de uitvoering van de heffing
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op dat wat verband houdt met de uitvoering van de heffing
Periode: 1990–
Bron: Meerjarenplan Gewasbescherming
Waardering: B 2
Deel 2. Handelingen van actoren onder de archiefzorg van de Minister van LNV
Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers inzake ontwerpbesluiten houdende uitvoering van de Bestrijdingsmiddelenwet
Periode: 1962–1993
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20
Product: Adviezen met betrekking tot de volgende beschikkingen en besluiten:
Bestrijdingsmiddelenbesluit 1964
Beschikking: Bestrijdingsmiddelenbeschikking van 4 augustus 1964 nr. J 2114, Stcrt. 167
Residubesluit 1964
Beschikking: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976 van 20 juli 1976 nr. J 1732, Stcrt. 157 zoals laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 15 september 1993, nr. J 9311274, Stcrt. 182
Beschikking uitzondering bestrijdingsmiddelen 1978: Beschikking van 19 mei 1978, nr.J1471, Stcrt. 98 ingaand 1 juli 1979 gewijzigd bij beschikking van:.
– 20 febr.1979 nr.J4351, Stcrt. 46
– 23 november 1987 J1021, Stcrt 229
– 23 september 1988 VVP/P-681 679, Stcrt. 192
– 14 maart 1994 J941556, Stcrt. 82
Beschikking ter uitvoering van art. 5a Bestrijdingsmiddelenwet 1978
Beschikking ter uitvoering van art. 5a Bestrijdingsmiddelenwet 1979
Beschikking: Beschikking samenstelling , indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen van 22 februari 1980, Stcrt. 43 ingaand 1 juni 1980
Beschikking: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen, Beschikking van 28 november 1980, Stcrt. 243
Beschikking ter uitvoering van art. 5a Bestrijdingsmiddelenwet 1982
Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen 1982
Beschikking vaststelling modellen waarschuwings- en verbodssignalen als bedoeld in de Bestrijdingsmiddelenbesluit 19 oktober 1983, Stcrt. 210
Beschikking verwijdering kwikdompelbaden 6 september 1983, Stcrt. 175
Uitvoeringsbeschikking art. 4 Besluit luchtvaartuigtoepassingen bestrijdingsmiddelen 30 mei 1984, Stcrt. 109
Besluit 26 april 1984, Stb. 174,
Besluit luchtvaarttoepassing bestrijdingsmiddelen 29 mei 1984, Stb. 233
Beschikking residuen van bestrijdingsmiddelen 1984, Stcrt. 54
Regeling melding methylbromide 1986
Beschikking monsterneming bestrijdingsmiddelen 1986
Regeling toelating natriumhypochloriet 1989
Besluit, houdende uitvoering van art. 1 onderdeel b van de Bestrijdingsmiddelenwet 1989
Regeling verwijdering resten en gebruikte verpakkingen houtverduurzamingsmiddelen 1990
Regeling jaarlijkse vergoeding toegelaten bestrijdingsmiddelen 1991
Regeling administratievoorschriften bestrijdingsmiddelen 1992
Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993
Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen 1993
Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie 1994
Waardering: B 1
Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), van Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en van Sociale Zaken inzake onderwerpen van algemene aard met betrekking tot de bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 1 Wijzigingwet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Handeling is van artikel veranderd n.a.v. wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 1
Handeling: Het op verzoek adviseren van de Tweede kamer van de Staten Generaal over initiatiefvoorstellen van wet
Periode: 1993–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 2
Opmerking: Handeling is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484 art. 1I
Waardering: B 1
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1962–1993
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 3 en art. 20a lid 2 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het uitbrengen van een rapport aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), van Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en van Sociale Zaken over de taakinvulling van de Bestrijdingsmiddelencommissie en voorstellen voor gewenste veranderingen
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Opmerking: Art. 1I wordt art. 20c. De handeling staat in art. 20c van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), de Minister van Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), de Minister van van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) en/of de Minister van Sociale Zaken inzake het beleid inzake bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Opmerking: Art. 1I wordt art. 20d. De handeling staat in art. 20d lid 1 en 2 van de estrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van het reglement ter nadere regeling van de werkwijze van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie 1994 art. 6
Waardering: B 4
Handeling: Het beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven en instellingen inzake het beleid op fytofarmaceutischgebied
Periode: 1945–
Grondslag: o.a. Regeling Toelating Bestrijdingsmiddelen 1980 art. 1 en de Bestrijdingsmiddelenwet, regeling verkrijgbaarstelling CTB-documenten
Waardering: V, 3 jaar
Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de werkwijze van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252
Waardering: B 4
Handeling: Het opstellen van een jaarlijks verslag omtrent werkzaamheden en het gevoerde beleid
Periode: 1993–
Grondslag: Wijziging beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252 art. 1 lid 8
Waardering: B 4
Handeling: Het namens de betrokken ministers toelaten van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Mandaatregeling College toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252 art 1
Opmerking: De beslissingsbevoegheid van het CTB is gebaseerd op mandatering. De betrokken ministers zijn: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), van Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en van Sociale Zaken
Waardering: B 1
Bewaren
– De verslagen van de collegevergaderingen
– (triplicaten) van besluiten
Waardering: V 10 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: wetenschappelijke samenvattingen en evaluatie stofgegevens
V 5 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: ingediende gegevens/onderzoeken geleverd i.h.k.v. aanvragen tot toelating
Overige documenten vernietigen 5 jaar na vervallen van de toelating/intrekking
Handeling: Het adviseren van de betrokken Ministers over aanvragen tot toelating van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1980–1992
Grondslag: Beschikking: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1980 art. 10
Opmerking: De betrokken ministers zijn: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), van Minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), van Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en van Sociale Zaken
Waardering: B 1
Bewaren
– De verslagen van de collegevergaderingen
– (triplicaten) van besluiten
V 10 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: wetenschappelijke samenvattingen en evaluatie stofgegevens
V 5 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: ingediende gegevens/onderzoeken geleverd i.h.k.v. aanvragen tot toelating
Overige documenten vernietigen 5 jaar na vervallen van de toelating/intrekking
Handeling: Het adviseren van de minister in de toelating van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1953–1985
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 1962
Waardering: B 1
Bewaren
– De verslagen van de collegevergaderingen
– (triplicaten) van besluiten
V 10 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: wetenschappelijke samenvattingen en evaluatie stofgegevens
V 5 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: ingediende gegevens/onderzoeken geleverd i.h.k.v. aanvragen tot toelating
Overige documenten vernietigen 5 jaar na vervallen van de toelating/intrekking
Handeling: Het voorbereiden van door de minister te stellen regels omtrent het gebruik van herbiciden in watergangen
Periode: 1972–1992
Grondslag: Begroting 1972-3
Opmerking: Vertegenwoordigd in deze werkgroep zijn de Ministers van LNV, VWS, VROM en V&W
Waardering: B 1
Handeling: Het onderzoeken van bestrijdingsmiddelen als verontreinigers van het milieu
Periode: 1970–1994
Grondslag: begroting 1974
Opmerking: Tevens het bevorderen van een duurzame, concurrerende en veilige land- en tuinbouw, waaronder begrepen vermindering van het gebruik en de afhankelijkheid van chemische bestrijdingsmiddelen, bevordering van een onbelemmerde export en instandhouding van natuur en landschap
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van rapporten met centrale thema’s
Periode: 1945–
Bron: interview
Product: rapporten gemaakt door de werkgroep van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) samen met het bedrijfsleven
Opmerking: Onderwerpen zijn:
– een verzekeringsstelsel om financiële gevolgen van introductie en overheidsingrijpen te verzachten
– een erkennings- en certificaatregeling waardoor importeurs met een betere bedrijfsvoering zich positief kunnen onderscheiden
Waardering: B 1
Handeling: Het verbieden of vaststellen van voorwaarden inzake de in-, door- en uitvoer van planten
Periode: 1951–
Grondslag: Plantenziektenwet 1951 art. 2
Product: San Jose-beschikking 1953, Stcrt. 65 gewijzigd bij 1 april 1954 no. 10765/84, Stcrt. 66 Beschikking 1 april 1954 no. 10764/84, Stcrt. 66
Beschikking 20 juni 1956, Stcrt. 122
Voorwaarden op grond van de Plantenziektenwet voor de invoer van aardappelen 26 september 1955, Stcrt. 187
Wet van 24 februari 1955, Stb. 87
Beschikking van 27 juli 1979, nr. J2554, Stcrt. 155
Wet van 23 februari 1987, Stb. 28
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van platen, Stcrt. 1993, 98
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (kunnen) verplichten op grond van een bevel planten of andere cultuurmedia en schadelijke organismen uit te voeren, dan wel te behandelen of te vernietigen
Periode: 1992–
Grondslag: Wet van 23 februari 1987, Stb. 28 art. 2 lid 4
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van platen, Stcrt. 1993, 98
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen van personen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Plantenziektenwet
Periode: 1992–
Grondslag: Wet van 23 februari 1987, Stb. 28 art 10
Product: Regeling Aanwijzing ambtenaren belast met Toezicht 17 februari 1992, Stcrt. 16
Waardering: V, 2 jaar na geldigheidsduur van de aanwijzing (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het opsporen van in de Plantenziektenwet gestelde overtredingen
Periode: 1951–1955
Grondslag: Plantenziektenwet 1951 art. 12 lid a
Opmerking: Handeling vervallen n.a.v. wet van 20 mei 1955, Stb. 213
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opmaken van proces-verbaal van het binnentreden van personen van de Pathologische Dienst naar aanleiding van overtredingen op de Plantenziektenwet
Periode: 1945–
Grondslag: Plantenziektenwet 1911 art. 7, Plantenziektenwet 1951 art. 13 lid 3
Opmerking: vervallen bij wet van 23 februari 1987
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het uitvoeren van diagnostisch onderzoek met als doel het vaststellen van de aanwezigheid van onkruiden en schadelijke organismen die ziekten en beschadigingen bij planten veroorzaken en het vaststellen van de oorzaak van ziekten en schade aan planten
Periode: 1951–
Grondslag: Beschikking in- en uitvoereisen planten (1979)
Plantenziektenwet 1951
EU-regelgeving en Internationale Verdragen
Opmerking: Het diagnostisch onderzoek heeft tot doel het vaststellen van de aanwezigheid van onkruiden en schadelijke organismen als insecten en mijten, schimmels, bacteriën, virussen en nematoden die ziekten en beschadigingen bij planten veroorzaken en het vaststellen van de oorzaak van ziekten en schade aan planten, waaronder bol- en knolgewassen en onkruiden. Hieronder vallen ook grond en plantaardige producten waaronder verpakkingsmateriaal.
Het diagnostisch onderzoek omvat alle diagnoses van monsters verzameld door inspecteurs van de buitendienst van import en export, monitoring en surveys, fytosanitaire bedrijfscontroles, fytosanitaire acties maar ook de inzendgegevens die op andere wijze zijn aangeleverd zoals die van particulieren, bedrijven, overheden en onderzoeksinstellingen.
De diagnoses zijn vastgelegd in uitslagen op genummerde PD-inzendformulieren al dan niet vergezeld van uitgebreidere inzendgegevens. Het uitgebreide inspectierapport bij de uitslag kan naast de inzendgegevens ook interne correspondentie, correspondentie met buitenlandse specialisten, gegevens van voortgezet taxonomisch onderzoek, experimenten in het kader van onderzoeksprojecten en de correspondentie met tijdschriften over publicatie bevatten.
Bij routine toetsingen zoals verplichte import- en export bemonstering, surveys enz. worden uitslagen en inzendgegevens van monsters die niet ziek zijn bevonden of waarop geen aantasters zijn aangetroffen (= negatieve monsters) niet langer dan drie jaar bewaard.
Van monsters die wel ziek zijn of waarop wel aantasters zijn aangetroffen worden uitslagen en inzendgegevens eeuwigdurend bewaard, d.w.z. voor positieve monsters uit routinetoetsingen gelden de normale regels betreffende archivering.
Waardering: B 1,5 Voor negatieve monsters van routine toetsingen geldt V 3 jaar
Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen over de in- en doorvoer van levende houtachtige planten
Periode: 1953–1960
Grondslag: San Jose-beschikking 1953, Stcrt. 65 art. 5
Product: Wijziging van de San Jose-schildluisbeschikking 1 april 1954 no. 10765/84
Wijziging van de San Jose-schildluisbeschikking 20 juni 1956, Stcrt. 122
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de vergunning (ontheffing
Handeling: Het afgeven van verklaringen dat de zending onderzocht is op San Jose-schildluis
Periode: 1954–1960
Grondslag: Wijziging van de San Jose-schildluisbeschikking 1 april 1954 no. 10765/84, Stcrt. art. 1 lid b
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de vergunning (verklaring)
Handeling: Het afgeven van verklaringen dat de zending onderzocht is op schadelijke organismen
Periode: 1954–1960
Grondslag: Voorwaarden op grond van de Plantenziektenwet voor de invoer van aardappelen 1 april 1954 art. 2
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de vergunning (verklaring)
Handeling: Het verstrekken van gezondheidscertificaten en -verklaringen aan zendingen afkomstig uit het buitenland
Periode: 1960–1971
Grondslag: Beschikking invoereisen planten 1960 art. 3
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het (kunnen) verlenen van ontheffingen inzake het invoeren van planten, plantaardige producten en grond
Periode: 1960–1992
Grondslag: Beschikking invoereisen planten 1960 art. 6
Beschikking invoereisen planten 1971 art. 8 lid 2
Beschikking in- en uitvoereisen planten 1979 art. 3 lid 3 en 5 lid 2 en art. 8 lid 3 en art. 12 lid 2
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de vergunning (verklaring)
Handeling: Het invorderen van door andere landen afgegeven certificaten voor planten, plantaardige producten en groeimedium
Periode: 1979–1992
Grondslag: Beschikking in- en uitvoereisen planten 1979 art. 7 lid 3
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het afgeven van fytosanitaire certificaten
Periode: 1979–1992
Grondslag: Beschikking in- en uitvoereisen planten 1979 art. 7, 14, 15 en 16
Product: Wijziging beschikking in- en uitvoereisen 1987, Stcrt. 252
Wijziging beschikking in- en uitvoereisen 1988, Stcrt. 254
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het kunnen verlenen van ontheffingen ten aanzien van de invoer van aardappelen
Periode: 1988–1993
Grondslag: Regeling aanvullende invoereisen aardappelen 1988
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de vergunning (ontheffing)
Handeling: Het afgeven van re-export certificaten in dat geval wanneer het land van herkomst van planten en plantaardige producten een andere is dan Nederland
Periode: 1979–
Grondslag: Beschikking van 27 juli 1979, nr.J2554, Stcrt. 155 art. 15 lid 1
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het kunnen afwijken van bij wet gestelde voorwaarden aan het aanvragen van onderzoek
Periode: 1979–1992
Grondslag: Beschikking in- en uitvoereisen planten 1979 art. 18 lid 3
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het onschadelijk maken van gerooide en geoogste gewassen
Periode: 1949–1952
Grondslag: Wet Bestrijding Aardappelmoeheid 1949 art. 6 lid 2
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het opstellen van een begeleidingsformulier voor het vervoeren van ingevoerde planten
Periode: 1971–1992
Grondslag: Besluit wering schadelijke organismen bij invoer van planten 1971 art. 2
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het keuren van zendingen vruchten op schadelijke organismen
Periode: 1960–1971
Grondslag: Beschikking wering schadelijke organismen bij invoer van planten 1960 art. 3
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het doen van mededeling aan eigenaar of houder van een partij dat er een nader onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen wordt ingesteld.
Periode: 1992–
Grondslag: Besluit bestrijding schadelijke organismen 1992
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verbieden van de teelt op met knolcyperus besmet terrein
Periode: 1985–1993
Grondslag: Beschikking 19 april 1985 no. J 1399, Stcrt. 79 art. 2a
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het opheffen van een teeltverbod op met knolcyperus besmet terrein
Periode: 1985–1993
Grondslag: Beschikking 19 april 1985 no. J 1399, Stcrt. 79
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken verstrekken van de opheffing
Handeling: Het aan de burgemeesters meedelen van maatregelen inzake met kruisbessenmeeldauw aangetaste plantendelen
Periode: 1945–1951
Grondslag: Meeldauwwet 1912 art. 5
Waardering: V, 3 jaar na mededeling
Handeling:: Het afgeven van een schriftelijke verklaring waarop staat dat de kersen niet zijn aangetast door kersenvlieg
Periode: 1945–1951
Grondslag: Wet 6 december 1928 art. 2
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het houden van toezicht op het reinigen en ontsmetten van besmette transportmiddelen
Periode: 1981–
Grondslag: Besluit bestrijding ringrot art. 8
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opleggen van de verplichting tot het vellen, ontschorsen en/of vernietigen van iepen aan de gebruiksgerechtigde van een terrein waarop zich iepen bevinden
Periode: 1971–1992
Grondslag: Besluit bestrijding iepeziekte 1977 art. 2
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het instellen van onderzoek naar de aardappelwratziekte
Periode: 1945–1951
Grondslag: Aardappelwet 1935 art. 8 lid 1
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het op kosten van de gebruiker van het perceel oogsten van de aardappelen
Periode: 1945–1951
Grondslag: Aardappelwet 1935 art. 8 lid 4
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het mededelen aan burgemeesters welke nadere aanwijzingen ter bestrijding van de aardappelziekte genomen dienen te worden
Periode: 1945–1951
Grondslag: Aardappelwet 1935 art. 8 lid 2
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het weren en bestrijden van de Coloradokever op grond van de Coloradokeverwet
Periode: 1947–1953
Bron: interview
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opleggen van maatregelen aan de burgemeester van een gemeente ter wering en verdelging van de Coloradokever
Periode: 1947–1953
Grondslag: CW 1947 art. 2
Waardering: B 5
Handeling: Het jaarlijks aanwijzen van regio’s waarvoor bij de Coloradokeverwet genoemde voorschriften gelden
Periode: 1947–1953
Grondslag: CW 1947 art. 4
Waardering: B 5
Handeling: Het verwittigen van burgemeesters over welke gemeenten bij de Coloradokeverwet genoemde voorschriften gelden
Periode: 1947–1953
Grondslag: CW 1947 art. 5
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het mededelen aan Burgemeesters welke nadere aanwijzingen ter bestrijding van de Coloradokever genomen dienen te worden
Periode: 1947–1953
Grondslag: CW 1947 art. 6 en 27
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen op het invoeren, vervoeren en in bezit hebben van levende Coloradokevers
Periode: 1947–1953
Grondslag: CW 1947 art. 12 lid 2
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken van de ontheffing
Handeling: Het aanwijzen van bestrijdingsmiddelen bestemd voor de Coloradokever
Periode: 1953–1985
Grondslag: Besluit Bestrijding Coloradokever 1953 art. 3
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van in het besluit bestrijding Coloradokever genoemde verboden
Periode: 1953–1985
Grondslag: Besluit Bestrijding Coloradokever 1953 art. 5
Waardering: 3 jaar na verstrijken van de ontheffing
Handeling: Het (kunnen) verlenen van vrijstellingen inzake het verwijderen van aangetaste stengels
Periode: 1948–1958
Grondslag: Aspergevliegwet 1948 art. 6 lid 1
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aangeven van de periode en het bestrijdingsmiddel in het geval de gebruiker van een perceel aangetaste aspergeplanten moet verwijderen
Periode: 1948–1958
Grondslag: Aspergevliegwet 1948 art. 6 lid 3
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor de in het Besluit bestrijding Aspergevlieg genoemde verboden
Periode: 1958–1991
Grondslag: Besluit bestrijding Aspergevlieg 1958 art. 4
Waardering: V, 3 jaar na verstrijken termijn verleende ontheffing
Handeling: Het bevorderen van de totstandkoming van wettelijke voorschriften ter voorkoming van in- en door- of uitvoer van schadelijke organismen en tot wering en bestrijding daarvan
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3a
Waardering:: B 5
Handeling: Het keuren van voor export bedoelde planten op de aanwezigheid van schadelijke organismen
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3c
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het afgeven van een goedkeuringsverklaring
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3c
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het opleggen van besmetverklaringen
Periode: 1951–
Bron: interview
Waardering: V, 10 jaar na vrijgave/opheffen besmetverklaring
Handeling: Het houden van toezicht op de aan een individuele teler opgelegde fytosanitaire maatregelen
Periode: 1951–
Bron: interview
Waardering: B 5
Handeling: Het opleggen van teeltbeperkende maatregelen vanwege het optreden van ziekten
Periode: 1951–
Bron: Jaarverslag Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de oorzaak van ziekten en beschadigingen bij planten en het onderzoek van de middelen tot wering en bestrijding daarvan
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3d
Opmerking: De diagnose wordt vastgelegd in Annual Reports
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het geven van algemene voorlichting betreffende ziekten en beschadigingen van planten door schadelijke organismen
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3e
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden en uitvoeren van of medewerking verlenen bij de uitvoering van maatregelen tot wering en bestrijding van schadelijke organismen of van maatregelen, welke dienen tot bevordering van voor de wering en bestrijding van schadelijke organismen gunstige invloeden
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 3a en 3f
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen en reglementeren van commissies van correspondenten
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 6
Waardering: B 4
Handeling: Het aanwijzen van correspondenten ter ondersteuning van de werkzaamheden van de Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Periode: 1951–
Grondslag: Reglement Plantenziektenkundige Dienst (PD) 1951 art. 5 lid 1
Waardering: V, 2 jaar na geldigheidsduur van de aanwijzing (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het bewerkstelligen van afstemming van regelgeving door het voeren van bilaterale onderhandelingen
Periode: 1970–
Bron: interview
Product: Overeenkomsten, Memorandum of Cooperation, Memorandum of Understanding
Waardering: B 1
Handeling: Het uitvoeren van Fytosanitaire acties
Periode: 1945–
Grondslag: Plantenziektenwet
Product: Onderzoeksverslagen
Opmerking: – het weren en uitroeien van ziekten en plagen (quarantaine-organismen) die zich (nog) niet in Nederland hebben gevestigd. Meestal betreft dit vondsten bij importinspecties en voortgezette importinspecties
– het beheersen van ziekten en plagen (quarantaine-organismen) die zich wel blijven in Nederland hebben gevestigd. Dit betekent onder meer een jaarlijks terugkerende opsporing
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het uitvoeren van importinspecties als onderdeel van het weringsbeleid
Periode: 1945–
Grondslag: Plantenziektenwet en Internationale Verdragen
Product: Richtlijn Europese Unie, inspectieverslagen
Opmerking: De inspecties worden uitgevoerd voor:
– het voorkomen van insleep van ongewenste (quarantaine) organismen
– het uitoefenen van druk op herkomstlanden om producten vrij van quarantaineorganismen te produceren en te leveren
Waardering: V, 3 jaar
Handeling: Het controleren van de erkenningen verkregen door een betere bedrijfsvoering
Periode: 1994–
Bron: interview
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het uitvoeren van exportinspecties
Periode: 1970–
Grondslag: Plantenziektenwet en Internationale Verdragen
Product: Richtlijn EU, inspectieverslagen
Opmerking: De inspecties worden uitgevoerd door:
– vaststellen of is voldaan aan de eisen van het land van bestemming op basis van inspectie van steekproeven
– coördineren en realiseren van speciale inspectieprogramma’s t.b.v. export naar landen met fytosanitaire eisen t.a.v. levende planten
Waardering: V, 3 jaar
Handeling: Het afgeven van exportcertificaten
Periode: 1970–
Grondslag: Internationale verdragen
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het afgeven van vergunningen voor de teelt van voortkwekingsmateriaal
Periode: 1970–
Grondslag: Plantenziektenwet
Waardering: V, 10 jaar of 3 jaar na afgifte
Handeling: Het controleren van het hebben van een Plantenpaspoort
Periode: 1993–
Grondslag: EEG-richtlijn
Opmerking: De directeur van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) is verantwoordelijk voor de controles die uitbesteed zijn aan keuringsdiensten
Waardering: V, 6 maanden
Handeling: Het nationale beleid vertegenwoordigen in o.a. het Permanent Fytosanitair Comité van de Europese Unie, International Plant Protection Convention (IPPC) en panels van de European and Mediterranean Plant Protection Organization (EPPO)
Periode: 1995–
Bron: interview
Opmerking: Dit is een aan de Plantenziektenkundige Dienst (PD) door het Ministerie van LNV over gedane taak
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van de procedure in de behandeling in de Commissie van Bezwaarschriften voor elk bezwaar afzonderlijk
Periode: 1951–
Bron: Jaarverslag Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Handeling: B 1
Handeling: Het opstellen van de jaarrekening en balans van de Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Periode: 1994–
Grondslag: begroting 1994-5
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) inzake het mede opstellen van fytosanitaire richtlijnen van de Europese Unie
Periode: 1970–
Grondslag: Jaarverslag Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Waardering: B 1
Handeling: Het melden van overtredingen van de fytosanitaire maatregelen aan de Algemene Inspectie Dienst
Periode: 1955–
Grondslag: begrotingen
Waardering: B 5
Handeling: Het opsporen van bij de bisamrat(muskus)wet strafbaar gestelde feiten
Periode: 1945–1951
Grondslag: Wet 29 november 1930, Stb. 443, houdende bepalingen tot wering en bestrijding van de bisamrat art. 4, lid c
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opdracht geven aan de bezitter van bloembolgewassen of bloembollen om maatregelen te nemen tot voorkoming of bestrijding van ziekten
Periode: 1945–1992
Grondslag: Bloembollenziektenwet 1937 art. 7
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het oprichten en bijhouden van een Gewasbeschermingskennisbank
Periode: 1995–
Bron: interview
Opmerking: De kennis is via Agralin op de computer op te vragen. De database is in 1995 gestart
Waardering: B 5
Handeling: Het implementeren van de borgingsregeling in het kader van het uitvoeren van deugdelijkheidsonderzoek door organisaties
Periode: 1995–
Bron: interview
Waardering: V, 25 jaar
Handeling: Het opstellen van normen voor de beoordeling van proefbedrijven die deugdelijkheidsonderzoek uitvoeren
Periode: 1995–
Grondslag: interview
Product: normen en een overgangsregeling
Waardering: B 1
Handeling: Het controleren van de proefbedrijven die deugdelijkheidsonderzoek uitvoeren
Periode: 1995–
Bron: interview
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CBT) inzake de toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Bron: Jaarverslag Plantenziektenkundige Dienst (PD)
Opmerking: – adviezen over de volledigheid van aangeleverde dossiers in de toelatingsprocedure voor bestrijdingsmiddelen
– evaluatie van de landbouwkundige deugdelijkheid van het middel waarvoor toelating wordt gevraagd
– adviezen over de concept-etikettekst van aangevraagde toepassingen
– onderzoek naar de fysisch-chemische samenstelling van bestrijdingsmiddelen
Waardering: B 5
Handeling: Het onderzoeken van door de Algemene Inspectiedienst aangeleverde monsters
Periode: 1945–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het afgeven van licenties
Periode: 1996–
Bron: interview
Opmerking: Agrarische opleidingscentra leveren kennis en expertise aan cursisten die in aanmerking willen komen voor de licentie
Waardering: V, 5 jaar
Deel 3. Handelingen van overige actoren
Handeling: Het opsporen en vastleggen van overtredingen van de Coloradokeverwet
Periode: 1947–1953
Grondslag: Coloradokeverwet, art. 20, 21
Product: Processen-verbaal e.d.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verlenen van opsporingsbevoegdheid aan ambtenaren belast met de opsporing van overtredingen van de Bestrijdingsmiddelenwet
Periode: 1978–
Grondslag: Aanwijzing opsporingsambtenaren 1978 lid 1
Product: Beschikking opsporingsbevoegdheid
Waardering: V, 2 jaar na beëindiging van de opsporingsbevoegdheid
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Bestrijdingsmiddelenwetgeving
Periode: 1947–
Bron: interview
Product: Wet bestrijdingsmiddelen en meststoffen, wet van 19 april 1947, Stb. H 123, betreffende het nemen van maatregelen tot het tegengaan van bedrog in de handel in middelen ter bestrijding van verwekkers van plantenziekten
Bestrijdingsmiddelenwet (Bestrijdingsmiddelenwet) van 12 juli 1962, Stb. 288, houdende vaststelling van nieuwe regelen tot de handel in en het gebruik van bestrijdingsmiddelen
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 In 1975 wordt de Bestrijdingsmiddelenwet getekend door Minister van LNV, Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiene, de Minister van Sociale Zaken
Wet van 21 april 1993, Stb. 484
Waardering: B 1
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving inzake milieu-toelatingseisen
Periode: 1992–
Grondslag: begroting 1994-5
Product: AMVB Milieutoelatingseisen 1994
Waardering: B 1
Handeling: Het bij beschikking aanwijzen van voortbrengselen van dierlijke oorsprong voor gebruik als bestrijdingsmiddel
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art.1 lid 2
Opmerking: Onder bestrijdingsmiddel wordt ook verstaan stof(fen), micro-organismen en virussen die bestemd worden voor de bestrijding of afwering van dierlijke of plantaardige organismen of van virussen welke schade kunnen aanrichten aan de in de beschikking aangewezen voortbrengselen van dierlijke oorsprong
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bij beschikking buiten toepassing kunnen verklaren van bepaalde bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 1 lid 5
Product: Beschikking uitzondering bestrijdingsmiddelen 19 mei 1978, Stcrt. 98
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AmvB gelijkstellen van andere zelfstandigheden met stoffen, mengsels van stoffen, micro-organismen en virussen, die bestemd zijn voor gebruik als bestrijdingsmiddel
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 1
Opmerking: Dit artikel wordt artikel 1 lid 6a in de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AmvB gelijkstellen van andere bestemmingen met de in de Bestrijdingsmiddelenwet genoemde bestemmingen
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 1
Product: Besluit 26 april 1984, Stb 174
Besluit, houdende uitvoering van art. 1 zesde lid onderdeel b van de Bestrijdingsmiddelenwet 1989
Opmerking: Bestemmingen zijn bijvoorbeeld: het bewaren van plantaardige producten of het doden van ongewenste planten
Waardering: B 5
Handeling: Het bij regeling toestaan een niet langer toelaatbaar bestrijdingsmiddel nog enige tijd te gebruiken
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 1E
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Opmerking: Dit wordt art. 2 lid 5 in de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regelen inzake het gehalte aan werkzame stof(fen) en de verdere samenstelling, de kleur, vorm, afwerking, verpakking en aanduidingen en vermeldingen op, aan of bij de verpakking
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 3
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikkingen
Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering van bestrijdingsmiddelen 22 februari 1980, Stcrt. 43
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AmvB stellen van nadere regels inzake de deugdelijkheid van een bestrijdingsmiddel
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1C
Opmerking: Art. 1C wordt art. 3a in de Bestrijdingsmiddelenwet. De handeling staat in art. 3a lid 1a van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AmvB stellen van nadere regels betreffende de schadelijke neveneffecten door het gebruik van een bestrijdingsmiddel, alsmede op het voorkomen van het aantasten van de kwaliteit van bodem, daaronder begrepen grondwater, water of lucht
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1C Art. 1C wordt art. 3a in de Bestrijdingsmiddelenwet. De handeling staat in art. 3a lid 1b
Waardering: B 5
Handeling: Het regelen van onmiddellijke voorzieningen inzake een bepaald bestrijdingsmiddel ter voorkoming van schadelijke neveneffecten of aantasting van de kwaliteit van de bodem incl. grondwater, water of lucht
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1C Art. 1C wordt art. 3a in de Bestrijdingsmiddelenwet. De handeling staat in art. 3a lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het toelaten van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1947–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 4 lid 1
Opmerking: Bij de toelating worden voorschriften gegeven bijvoorbeeld omtrent de doeleinden waarvoor het middel gebruikt mag worden en kunnen nadere voorschriften gegeven worden omtrent bijvoorbeeld de samenstelling en verpakking van het bestrijdingsmiddel.
Verder kan de minister de voorschriften bij een toelating wijzigen en aanvullen.
Van een toelating en een wijziging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant
Waardering: B 1
Bewaren
– De verslagen van de collegevergaderingen
– (triplicaten) van besluiten
V 10 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: wetenschappelijke samenvattingen en evaluatie stofgegevens
V 5 jaar na vervallen relevantie voor bedrijfsvoering/verantwoording: ingediende gegevens/onderzoeken geleverd i.h.k.v. aanvragen tot toelating
Overige documenten vernietigen 5 jaar na vervallen van de toelating/intrekking
Handeling: Het stellen van regelen omtrent indiening en behandeling van aanvragen voor toelating van een bestrijdingsmiddel
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 4 lid 2 en 3
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking
Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van de vergoeding voor (naams)wijzigingen in het register toegelaten bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 6 lid 3
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking
Beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 1980
Beschikking monsterneming bestrijdingsmiddelen 1986
Waardering: V, 5 jaar na vervallen tarieven
Handeling: Het aanwijzen van een instantie waar de aanvrager voor de toelating van een bestrijdingsmiddel wordt verwezen
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 1 G
Periode; Bestrijdingsmiddelenwet art. 4 lid 4
Product: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen 1980
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van een instantie waar inlichtingen ingewonnen dienen te worden door degene die het voornemen heeft een aanvraag in te dienen, indien aan de over te leggen gegevens dierproeven ten grondslag liggen
Periode: 1994–
Grondslag: Wet van 22 december 1993, Stb. 51 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1A Art. 1A wordt art. 4 lid 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet. De handeling staat in art. 4 lid 4 van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regelen voor de wijze waarop de kosten voortvloeiende uit een aanvraag voor toelating van een bestrijdingsmiddel ten laste worden gelegd
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 1995 art. 4 lid 6
Product: Tariefbeschikking onderzoek bestrijdingsmiddelen
Waardering: V, 5 jaar na vervallen tarieven
Handeling: Het vaststellen van regelen voor de wijze waarop de periodieke kosten voor het bijhouden van het register door de toelatingshouder moeten worden voldaan.
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 1995 art. 4 lid 7
Waardering: V, 5 jaar na vervallen tarieven
Handeling: Het stellen van regelen t.a.v. gegevens, procedures en voorwaarden waaraan een inlichtingenverzoek dient te voldoen
Periode: 1994–
Grondslag: Wet van 22 december 1993, Stb. 51 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1A Art. 1A wordt art. 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet. De handeling staat in art. 5 van de Bestrijdingsmiddelenwet
Opmerking: Het gaat hierbij om inlichtingen inzake dierproeven
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het oogsten of bij het in verkeer brengen van met een bestrijdingsmiddel behandelde (delen van) planten
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het in acht nemen van veiligheidstermijnen bij het in verkeer brengen van voortbrengselen van met een bestrijdingsmiddel behandelde dieren of bij het slachten van zodanige dieren
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde planten of delen daarvan
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het telen van gewassen op met een bestrijdingsmiddel behandelde grond
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandeld water
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften omtrent het betreden onderscheidenlijk gebruiken van met een bestrijdingsmiddel behandelde ruimten, oppervlakten en goederen, dan wel van ruimten waarin zich behandelde goederen bevinden of bevonden hebben
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet art. 5a lid 1
Waardering: B 5
Handeling: Het zorgdragen voor het bijhouden van aantekeningen in een register toegelaten bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 6 lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het ambtshalve toe (kunnen) laten van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 9 lid 1 en Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1M
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Regeling toelating natriumhypochloriet 1989
Regeling toelating formaline en zwavel
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regelen omtrent mededelingen over de eerste verkoopdatum van een bestrijdingsmiddel dat ambtshalve is toegelaten
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1M
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Regeling toelating natriumhypochloriet 1989
Opmerking: art. 1M wordt art. 9 in de Bestrijdingsmiddelenwet
De bij regeling gestelde regelen omtrent mededeling van de eerste verkoopdatum worden vanaf 1962 door Onze Ministers bekend gemaakt in de Staatscourant Bestrijdingsmiddelenwet 62 art.9 lid 5. Een besluit tot ambtshalve wijziging wordt vanaf 1962 bekend gemaakt in de Staatscourant Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 9 lid 4
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van bestrijdingsmiddelen waarvoor het verboden is een hoeveelheid voor handen of in voorraad te hebben
Periode: 1975–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 10 lid 2
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regelen waaraan het legitimatiebewijs noodzakelijk bij de koop van bestrijdingsmiddelen dient te voldoen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 12 lid 2
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het aanwijzen van middelen ter bestrijding van schadelijke knaagdieren bestemd voor gebruik door particulieren
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 12 lid 4
Opmerking: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
De regeling wordt vanaf 1975 bekend gemaakt in de Staatscourant art. 12 lid 4
Waardering: B 5
Handeling: Het bij of krachtens AmvB stellen van (nadere) voorschriften omtrent het verkopen, voorhanden of in voorraad hebben, vervoeren, gebruiken, verwijderen en vernietigen van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 13 lid 1
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1R
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Regeling verwijdering resten en gebruikte verpakkingen houtverduurzamingsmiddelen 1990
Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen 1993 gelet op art. 13 lid 1
Uitvoeringsregeling grondontsmettingsmiddelen 1993
Opmerking: De districtshoofden van de Arbeidsinspectie zijn vanaf 1962 bevoegd voorschriften te geven betreffende de uitvoering van bepaalde voorschriften Bestrijdingsmiddelenwet 62 art 13 lid 2
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van regelen omtrent het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens van door fabrikanten, importeurs en handelaren in voorraad gehouden, ontvangen en verkochte hoeveelheden bestrijdingsmiddelen
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1S
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14 Regeling administratievoorschriften Bestrijdingsmiddelen 1992
Opmerking: Art. 1S wordt art. 13a in de Bestrijdingsmiddelenwet
De regeling wordt vanaf 1975 bekend gemaakt in de Staatscourant art. 13a
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving omtrent een register waarin bepaalde verkopers van bestrijdingsmiddelen geregistreerd staan
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1S
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Opmerking: Handeling art. 1S wordt art. 13b in de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving omtrent waarschuwingstekens in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 14
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Besluit luchtvaarttoepassingen bestrijdingsmiddelen 1984 gelet op art. 13 en 14
Regeling melding methylbromide 1986
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving betreffende het verkopen, voorhanden of in voorraad houden van in proefstadium verkerende bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 15 in 1962 na 1975 art. 15 lid 1 en 2
Product: Bestrijdingsmiddelenbesluit van 25 juli 1964, Stb. 328 houdende regelingen ter uitvoering van de artikel 13, 14 en 15
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het bij beschikking stellen van regelen omtrent de wijze waarop de kosten voortvloeiende uit de aanvraag voor proefnemingen met bestrijdingsmiddelen ten laste van de aanvrager worden gebracht
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 15 lid 3
Waardering: V, 5 jaar na vervallen tarieven
Handeling: Het stellen van nadere regelgeving inzake de toelaatbare hoeveelheid bestrijdingsmiddelen, bestanddelen daarvan of omzettingsproducten in eet- of drinkwaren
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 16 na 1975 art. 16 lid 1
Product: Residubesluit 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1U
Beschikking residuen van bestrijdingsmiddelen 1984
Wet van 21 april 1988, Stb. 358 tot wijziging van de Warenwet
Opmerking: Hieronder begrepen het dompelen van pootaardappelen in een kwikhoudend bestrijdingsmiddel
Waardering: B 5
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden verlenen van ontheffing of vrijstelling van het verbod om een niet toegelaten bestrijdingsmiddel in de handel te brengen en te gebruiken
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1V
art.1V wordt art. 16a in de Bestrijdingsmiddelenwet
Opmerking: De PD adviseert in deze. Zij heeft een voorbereidende rol.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van de instelling die het onderzoek van een monster van een bepaald bestrijdingsmiddel gaat verrichten
Periode: 1975–
Grondslag: Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1W
Handeling art. 1W wordt art. 18 lid 1 in de Bestrijdingsmiddelenwet
Product: Uitvoeringsbeschikking bestrijdingsmiddelen 1976
Opmerking: Hiertoe zijn aangewezen de Plantenziektenkundige Dienst en de Keuringsdienst van Waren
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van regelen omtrent de wijze van monsterneming, het verpakken en verzegelen van een monster van een bestrijdingsmiddel
Periode: 1947–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 47 art. 11 en Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 19
Product: Bestrijdingsmiddelenbeschikking 1964
Wet van 5 juni 1975, Stb. 381 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet
Beschikking monsterneming bestrijdingsmiddelen 1986
Opmerking: De regeling wordt vanaf 1962 in de Staatscourant bekend gemaakt art. 19
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het aanwijzen van lichamen, organisaties en instellingen die bevoegd zijn leden van de Bestrijdingsmiddelencommissie te benoemen
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 2 in 1962 en art. 20a lid 1 in editie 1995
Product: Wet van 21 april 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Regeling samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1993
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bepalen van het aantal door lichamen, organisaties en instellingen te benoemen leden van de Bestrijdingscommissie
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 2 in 1962 en art. 20a lid 1 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Product: Regeling samenstelling Bestrijdingsmiddelencommissie 1993
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het toevoegen van een secretaris aan de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 4 in 1962 en art. 20a lid 4 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het benoemen en aanwijzen van adviserende leden en andere personen die de vergaderingen van de Bestrijdingsmiddelencommissie bijwonen en aan de beraadslaging deelnemen
Periode: 1962–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 5 in 1962 en art. 20a lid 3 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het benoemen van de voorzitter van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1993–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 62 art. 20 lid 3 en art. 20a lid 2 – wijzigingswet van 21 april 1993, Stb. 484 art. 1I
Opmerking: Art. 20a is erbij gekomen n.a.v. wet 1993, Stb. 484
Waardering: V, 2 jaar na einde benoeming (documenten waaruit pensioenaanspraken volgen: 75 jaar na geboorte)
Handeling: Het bij of krachtens KB stellen van regels aangaande de werkwijze van de Bestrijdingsmiddelencommissie
Periode: 1993–
Grondslag: Wet van 1993, Stb. 484 tot wijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet art. 1I
Product: Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie van 12 april 1994
Opmerking: Art. 1I wordt art. 20b in de Bestrijdingsmiddelenwet. De Handeling staat in art. 20b
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van vrijstellingen om bestrijdingsmiddelen in een andere verpakking voorhanden te hebben, in voorraad te houden, af te leveren of te verkopen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 2 lid 2
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549 artikel
Besluit van 3 juli 1986, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 444 art. I
Product: Beschikking samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen 22 februari 1980, Stcrt. 43
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het op verzoek verlenen van ontheffing om op bepaalde plaatsen verboden bestrijdingsmiddelen te gebruiken
Periode: 1986–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit art. 5a lid 2 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit
Opmerking: Bijvoorbeeld in volkstuinen, wegbermen etc.
Waardering: V, 5 jaar na einde ontheffingsperiode
Handeling: Het kunnen geven van nadere voorschriften inzake het bewaren van met een doodshoofd aangemerkte middelen
Periode: 1970–
Grondslag: Besluit van 22 december 1969, Stb. 528, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit art. A
Opmerking: Artikel A in Besluit 22 december 1969 wordt art. 6 lid 5 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit. Het criterium, dat hierbij wordt gehanteerd, is de mate van giftigheid van het betrokken bestrijdingsmiddel.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij regeling vaststellen van het model van het waarschuwingssignaal op de deur van de bewaarplaats voor bestrijdingsmiddelen
Periode: 1969–
Grondslag: Besluit van 22 december 1969, houdende wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 615 artikel C en D
Product: Besluit 7 september 1983, Stb. 549
Beschikking vaststelling modellen waarschuwings- en verbodssignalen als bedoeld in de Bestrijdingsmiddelenwet van 19 oktober 1983/ 140271
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Opmerking: Artikel C en D in Besluit van 22 december 1969 wordt art. 9 lid 1 resp.art.10 lid 6 en art. 14 lid 1 in het Bestrijdingsmiddelenbesluit
Waardering: V, 5 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het uitzonderen van bestrijdingsmiddelen waarvoor een verbod geldt verpakkingen of resten te verwijderen
Periode: 1975–1983
Grondslag: Besluit van 13 juni 1975, Stb. 364 art. 13 lid 3
Opmerking: Handeling is vervallen n.a.v. Besluit van 7 september 1983, Stb. 549
Waardering: B 5
Handeling: Het stellen van nadere regelen omtrent het verwijderen en vernietigen van bestrijdingsmiddelen of resten daarvan en van gebruikte verpakkingen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 13 lid 4, Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 editie 1995 art. 13 lid 3
Opmerking: Art. 13 lid 4 wordt n.a.v. Besluit 7 september 1983, Stb. 549 art. 13 lid 3
Waardering: B 5
Handeling: Het kunnen voorschrijven dat bepaalde werkzaamheden in een besloten ruimte met bestrijdingsmiddelen slechts door een deskundige verricht mogen worden
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 14 en Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 editie 1995 art. 14a lid 1
Product: Besluit 22 december 1969, Stb. 328
Besluit van 7 september 1983 tot wijziging van het Bestrijdingsmiddelenbesluit, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: B 5
Handeling: Het afgeven of vervallen verklaren van een deskundigheidsbewijs voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 14a
Waardering: V, 1 jaar na vervallen van het deskundigheidsbewijs
Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de inhoud van de kennisgeving aan de directeur van de Keuringsdienst van Waren inzake het gebruik van een bestrijdingsmiddel met als werkzame stof methylbromide, alsmede omtrent de inhoud van de gasvrijverklaring en de omstandigheden waaronder een zodanige verklaring afgegeven kan worden
Periode: 1986–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 1986 art. 14c
Product: Regeling melding Methylbromide
Waardering: B 5
Handeling: Het afgeven van verklaringen waaruit blijkt dat de koper van een bestrijdingsmiddel een persoon in dienst heeft die in bezit is van een deskundigheidsbewijs voor dat middel
Periode: 1983–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 1983, art. 14b lid b
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bij regeling kunnen aanwijzen van vervangingsmiddelen van bepaalde bestrijdingsmiddelen waaronder methylbromide
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 15 lid 2
Product: Besluit 7 september 1983, Stb. 549
Besluit van 17 december 1993, houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de algemene wet bestuursrecht (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij), Stb. 697
Waardering: B 5
Handeling: Het kunnen verlenen van tijdelijke ontheffingen ten behoeve van het doen van proeven (zgnde. proefontheffingen)
Periode: 1964–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenbesluit 64 art. 18
Waardering: V, 5 jaar na einde ontheffingsperiode
Handeling: Het afgeven van een legitimatiebewijs waaruit blijkt dat iemand een beroep uitoefent dat gebruik van bestrijdingsmiddelen meebrengt
Periode: 1964–
Grondslag: BMB 64 art. 22 lid 4
Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur van de afgifte
Handeling: Het instellen van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1953–
Grondslag: Bestrijdingsmiddelenwet 1962, art 4-2
Product: Beschikking van 28 november 1980, nr. J 1383, Stcrt. 243: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen art. 1
Beschikking 1 mei 1985, Stcrt. 88
Beschikking 5 augustus 1986, Stcrt. 150
Beschikking 30 september 1991, Stcrt. 190
Beschikking 26 mei 1992, Stcrt. 106
Regeling van 24 december 1992, Stcrt. 252: Mandaatregeling College toelating bestrijdingsmiddelen.
Beschikking 24 december 1992, Stcrt. 1992, 252, J 9220047:
Beschikking benoeming leden College toelating bestrijdingsmiddelen 1992
Regeling samenstelling CTB 27 oktober 1993
Waardering: B 4
Handeling: Het bij besluit mandateren van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1993–
Grondslag: Wijziging beschikking toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252 art. 1 lid 1
Product: Mandaat regeling College toelating bestrijdingsmiddelen 24 december 1992, Stcrt. 252
Opmerking: Art. 1 lid 1 hoort bij art. 4 lid 2 van de Bestrijdingsmiddelenwet
Waardering: B 5
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de (plaatsvervangende) leden van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen
Periode: 1986–
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)