Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 september 2007, nr. TRCJZ/2007/3100, houdende nadere regels omtrent gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Indien na de melding geen grondontsmetting is toegepast kan de melder door het terugsturen van het ontvangstbewijs de melding intrekken tot vier maanden na de op het ontvangstbewijs vermelde datum.
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
§ 2. Handhaving
Artikel 9.1. Aanwijzing toezichthouders
Belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn de ambtenaren van:
- a. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
- b. de Nederlandse Arbeidsinspectie;
- c. de Inspectie Leefomgeving en Transport;
- d. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
- e. de waterschappen;
- f. het Staatstoezicht op de Mijnen.
§ 2. Handhaving
Artikel 9.2. Bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
Vervallen
Artikel 9.3. Overige mandatering wettelijke bevoegdheden
Vervallen
Artikel 9.4. Bevoegdheid intrekken bewijs van vakbekwaamheid
Vervallen
Artikel 9.5. Informatieplicht
Vervallen
Artikel 9.6. Hoogte van de bestuurlijke boete
De hoogte van de bestuurlijke boete, die de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 90 van de wet kan opleggen bij een overtreding, is gelijk aan het geldbedrag dat in bijlage XIII voor de desbetreffende overtreding is vermeld.
In afwijking van het eerste lid bedraagt de bestuurlijke boete voor een overtreding met betrekking tot professioneel gebruik van biociden de helft van het geldbedrag, genoemd in bijlage XIII, behoudens indien:
- a. de gebruiker beschikt of dient te beschikken over een bewijs van vakbekwaamheid;
- b. het gebruik van de desbetreffende biocide onderdeel uitmaakt van het verrichten van een dienst.
Artikel 9.7. Hoogte van de bestuurlijke boete bij herhaalde overtreding
De natuurlijke persoon of rechtspersoon, die binnen vijf jaren nadat een eerdere overtreding is geconstateerd een soortgelijke overtreding begaat, wordt bestraft met een bestuurlijke boete die gelijk is aan de eerder opgelegde bestuurlijke boete, vermenigvuldigd met de factor 1,5.
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Artikel 10.1. Werkingsgebied
Vervallen
Artikel 10.2. Te overleggen documenten bij een aanvraag als bedoeld in artikel 121 van de wet
Vervallen
Artikel 10.3. Beoordeling van een biocide als bedoeld in artikel 121 van de wet
Vervallen
Artikel 10.4. Het begrip dringend vereist gewasbeschermingsmiddel
Vervallen
Artikel 10.5. Beoordeling dringend vereist gewasbeschermingsmiddel
Vervallen
Artikel 10.6. Het begrip dringend vereist biocide
Vervallen
Artikel 10.7. Beoordeling dringend vereist biocide
Vervallen
Artikel 10.8. Vierde fase werkprogramma gewasbeschermingsmiddelen en middelen voor biologische landbouw
Vervallen
Artikel 10.9. Vereenvoudigde uitbreidingstoelating biociden
Vervallen
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
Artikel 11.1. Intrekken mandaatbesluit
De regeling van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 december 1992, nr. 9218639, houdende het verlenen van mandaat aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Stcrt. 252) wordt ingetrokken.
Artikel 11.2. Intrekken instellingsregeling commissie van toezicht
De regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 19 december 2001, nr. Trcjz/2001/12365, houdende het verlenen van mandaat aan het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen (Stcrt. 248) wordt ingetrokken.
Artikel 11.3. Wijziging Warenwetregeling Babyvoeding
Wijzigt de Warenwetregeling Babyvoeding.
Artikel 11.4. Wijziging Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten
Wijzigt de Nadere regels verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten.
Artikel 11.5. Wijziging van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s
Wijzigt de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.
Artikel 11.6. Wijziging van de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren
Wijzigt de Regeling milieukwaliteitseisen gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren.
Artikel 11.7. Wijziging van de regeling met de citeertitel Besluit organisatie VWA
Wijzigt het Besluit organisatie VWA.
Artikel 11.8. Wijziging van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Wijzigt de Regeling GLB-inkomenssteun 2006.
Artikel 11.9. Overgangsrecht College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen
Vervallen
Artikel 11.10. Overgangsrecht vergunningen en vakbekwaamheidsdiploma’s
Vervallen
Artikel 11.11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip dat de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt.
Artikel 11.12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Bijlage IV. Beleidsregels intrekken bewijs van vakbekwaamheid
Vervallen
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Vervallen
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Vervallen
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Vervallen
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Vervallen
Bijlage II. Richtlijnen die bij de beoordeling van een biocide onverminderd van kracht zijn
Vervallen
A. Gassingsleider
De kandidaat moet blijk geven over de volgende kennis te beschikken:
A. Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:
Bijlage II. Richtlijnen die bij de beoordeling van een biocide onverminderd van kracht zijn
Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1979 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen (PbEG L 33).
Verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1992 betreffende de invoer in en de uitvoer uit de Gemeenschap van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (PbEG L 251).
Richtlijn 84/450/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1984 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake misleidende reclame (PbEG L 250).
B. Voorwaarden voor verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
Een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen wordt door de Stichting Examen- en Certificeringsinstituut Plaagdierpreventie of de Stichting Certificeringsinstituut Plaagdierbeheersing, Milieu en Volksgezondheid verlengd indien:
C. Eindtermen voor het onderwijs inzake de opleiding starterlicentie voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan het voor deze functie af te leggen theorie-examen:
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan het voor deze functie af te leggen theorie-examen:
De houder van een starterlicentie, als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b, voldoet aan de volgende voorwaarden:
De houder van een starterlicentie, als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b, voldoet aan de volgende voorwaarden:
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamen:
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamen:
Een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf wordt door bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen verlengd indien:
Een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf wordt door bureau Erkenningen van de Stichting Groene Erkenningen verlengd indien:
De kandidaat moet blijk geven over de volgende kennis te beschikken:
De kandidaat moet blijk geven over de volgende kennis te beschikken:
De kandidaat moet blijk geven over de volgende kennis te beschikken:
De kandidaat moet blijk geven van de volgende vaardigheden:
Bijlage XI. Kennisgeving gassingen
Verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.
Van dit formulier moet een situatieschets deel uit maken. De situatieschets kan op pagina 2 van dit formulier opgenomen worden.
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin inbrengen gas: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin ontgassen: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Te gebruiken meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring: ....
Aard en hoeveelheid van de te gassen produkten/goederen: ....
Bestemming van de te gassen produkten/goederen: .......
Aard van het object waarin de produkten/goederen worden gegast (gebouw, container, ruim van een schip, etc.): ....
Grootte van het object waarin gegast wordt: .... m
Te bestrijden plaag: ....
Toe te passen gas: methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride
Toe te passen type formulering (fosforwaterstof): pellets/zakjes/plates/strips/....
Toe te passen hoeveelheid gas (fosforwaterstof): .... g
Toe te passen hoeveelheid gas (methylbromide): .... kg
Naam, adres en telefoonnr. opdrachtgever: ....
Naam, adres en telefoonnr. uitvoerend bedrijf of dienst: ....
Afstand object tot woonbebouwing die gedurende de gassing bewoond wordt: .... meter
Afstand object tot werkplek, waar gedurende de gassing gewerkt wordt: .... meter
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider.... (nr), geldig voor .... (toepassingscode) geldig tot ..-..-....
Hierbij verklaart ondergetekende dat het bovenstaande naar waarheid is ingevuld.
plaats: ....
datum: ....
tijdstip: .. uur
naam gassingsleider: ....
handtekening: ....
Situatieschets:
Adres gassing: ....
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Bijlage XII. Gasvrijverklaring
Te verstrekken aan de opdrachtgever.
Afschrift verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.
Adres ontgassing:
Begin ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Einde ontgassen: - – (datum), …..uur (tijd)
Naam en toelatingsnummer gebruikte middel: ….. , N
Naam, adres en telefoonnummer opdrachtgever:…..
Naam, adres en telefoonnummer uitvoerend bedrijf/dienst:…..
Naam, adres en telefoonnummer gassingsleider/gasmeetdeskundige:………
Gebruikte meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring:…..
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider/gasmeetdeskundige:……(nr), geldig voor ….(toepassingscode)
geldig tot .. – .. – ….(datum)
Hierbij verklaart de ondergetekende, dat door middel van metingen aangetoond is dat er binnen het object geen methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride aanwezig is hoger dan de gestelde waarden in het besluit tot toelating van het toegepaste middel en dat derhalve voldaan wordt aan de eisen van de gasvrijverklaring.
Plaats:
Datum;.. – .. – ….
Tijdstip:…..uur
Naam gassingsleider/gasmeetdeskundige:……..
Handtekening gassingsleider/gasmeetdeskundige
Bijlage XIII. Bestuurlijke boetes
| Rij nr. | grondslag | Overtreding | Boete in € voor distributeur ¹ | Boete in € voor professionele gebruiker | Boete in € voor niet-professionele gebruiker |
|---|---|---|---|---|---|
| A | 2a wet ² | Algemene zorgplicht niet nakomen | 1.000 | 500 | 250 |
¹ Omvat ook de houder van de toelating; in rij 40 te lezen als: fabrikant of zijn gemachtigde.
² Het desbetreffende artikel in de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden
| Rij | Grondslag | Overtreding | Boete in € voor distributeur | Boete in € voor professionele gebruiker | Boete in € voor niet-professionele gebruiker |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. | 23 EG ¹ en 19 wet | Een werkzame stof gebruiken die niet is toegelaten als gewasbeschermingsmiddel of niet is goedgekeurd als basisstof. | Nvt | 2.000 | 500 |
| 2. | 28, 1e lid EG en 20, 1e lid wet | Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken | 2.500 | 2.000 | 1.000 |
| 3. | 20, 3e lid wet | Een niet in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddel voorhanden of op voorraad hebben | 1.500 | 500 | 250 |
| 4. | 20, 3e lid wet | Een niet toegelaten toevoegingsstof voorhanden hebben of op voorraad hebben | 500 | 250 | 50 |
| 5. | 20, 1e lid wet en 55 EG | Verkeerd gebruik van een gewasbeschermingsmiddel of toevoegingsstof | Nvt | 1.500 | 500 |
| 6. | 22, 1e lid wet | Een toegelaten gewasbeschermings-middel op de markt brengen terwijl de voorschriften en beperkingen niet op de juiste wijze op of aan of bij de verpakking zijn vermeld. | 1.000 | nvt | nvt |
| 7. | 22, 2e lid, wet | Een toegelaten gewasbeschermings- middel op de markt brengen of gebruiken, terwijl het gehalte aan werkzame stof en de verdere samenstelling, kleur, vorm, afwerking, verpakking, aanduidingen of vermeldingen niet aan de voorschriften voldoen. | 1.500 | 1.000 | 500 |
| 8. | 21 wet | Zaaizaad op de markt brengen of gebruiken dat is behandeld met een niet voor dat doel in een lidstaat van de Europese Unie toegelaten gewasbeschermingsmiddel | 2.500 | 1.000 | 250 |
| 9. | 20, 2e lid, wet en 49, 4e lid, EG | Met een gewasbeschermingsmiddel behandeld zaaizaad op de markt brengen in strijd met de etiketteringsregels | 1.000 | nvt | nvt |
| 10. | 52, 1e lid, EG en 20, 1e lid, wet | Zonder vergunning voor parallelhandel een elders in de EU toegelaten gewasbeschermingsmiddel in Nederland brengen | 500 | 500 | 50 |
| 11. | 52, 5e lid, EG en 20, 1e lid, wet | In strijd handelen met uitvoeringsverordening en de daarin gestelde controle-eisen voor parallelhandel | 250 | 250 | 50 |
| 12. | 56, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet | Nalaten relevante informatie over mogelijke schadelijke of mogelijk onaanvaardbare effecten te delen met het Ctgb | 5.000,- | nvt | nvt |
| 13. | 56, 4e lid EG, en 20, 2e lid, wet | De jaarlijkse kennisgeving achterwege laten | 500 | nvt | nvt |
| 14. | 58, 1e lid EG en 20, 1e lid, wet | Een niet toegelaten toevoegingsstof op de markt brengen of gebruiken | 2.000 | 1.000 | 250 |
| 15. | 64 EG en 20, 1e lid, wet | Verwarrende verpakking van toevoegingsstof of gewasbeschermingsmiddel | 2.000 | nvt | nvt |
| 16. | 65, 1e lid EG en 20, 2e lid, wet | Onjuiste etikettering | 2.000 | nvt | nvt |
| 17. | 66, 1e, 2e en 4e lid, EG en 20, 2e lid, wet | Misleidende informatie geven over de gevaren van gewasbeschermingsmiddel voor mens, dier, plant of milieu of reclame maken voor niet toegelaten middelen | 2.000 | 1.500 | 500 |
| 18. | 66,5e en 6e lid, EG en 20, 2e lid, wet | Reclame maken mbv irrealistische illustraties of zonder te wijzen op de waarschuwingszinnen en -symbolen | |||
| 19. | 67 EG en 20, 2e lid, wet en 7.1, 7.3a, b, en c Rgb | Onjuiste of onvolledige administratie van gewasbeschermingsmiddelen | 1.000 | 500 | nvt |
| 20. | 54 EG en 37, 3e lid, wet | Overtreding van een voorschrift of beperking, gesteld bij een ontheffing of erkenning voor proeven en experimenten | 2.500 | nvt | nvt |
| 21. | 53 EG en 38, 3e lid, wet | Overtreding van een voorschrift of beperking, verbonden aan een vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel voor maximaal 120 dagen | 1.000 | 1.000 | 500 |
| 22. | 71 EG en 39 wet | In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een gewasbeschermingsmiddel op de markt brengen of gebruiken | 5.000 | 2.500 | 500 |
| 23. | 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb | Een gewasbeschermingsmiddel ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid | 1.500 | 500 | 250 |
| 24. | 71, 1e lid, wet en 6.7, Rgb | Een gewasbeschermingsmiddel gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid | nvt | 1.500 | 500 |
| 25. | 73, 1e lid, wet | Een gewasbeschermingsmiddel voor professioneel gebruik op de markt brengen voor een klant die niet over een geldig bewijs van vakbekwaamheid beschikt. | 1.500 | nvt | Nvt |
| 26. | 73, 2e lid, wet | Een gewasbeschermingsmiddel, niet aangemerkt als geschikt voor niet-professioneel gebruik, op de markt brengen ten behoeve van een gebruiker die niet over een geldig bewijs van vakbekwaamheid beschikt. | 1.500 | nvt | Nvt |
| 27. | 73, 3e lid, wet | Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (professioneel) | 500 | nvt | nvt |
| 28. | 73, 4e lid, wet en 7.4 Rgb | Niet in staat zijn juiste voorlichting te geven aan klanten (niet-professioneel) | 500 | nvt | Nvt |
| 29. | 74, 2e lid, wet en artikelen 7.1, 7.3a, b en c Rgb | Geen administratie voeren of een ondeugdelijke administratie voeren in de in artikel 74, tweede lid bedoelde situatie | 500 | 250 | Nvt |
| 30. | 74, 2e lid, wet en 7.3d, 2e lid, Rgb | Zonder papieren niet-toegelaten middelen vervoeren | 500 | nvt | nvt |
| 31. | 75, 1e lid, onderdeel c, wet en 7.3d, 1e lid, Rgb | Niet in Nederland toegelaten middelen niet apart opslaan van toegelaten middelen | 500 | 250 | nvt |
| 32. | 78, 2e lid, wet en 26, 1e lid Bgb | Geen deugdelijk gewasbeschermingsplan hebben | nvt | 500 | nvt |
| 33. | 78, 2e lid, wet, en 27, 1e lid, Bgb | Gewasbeschermingsplan is niet op eerste verzoek te tonen | nvt | 50 | nvt |
| 34. | 79 wet | Overtreding van een bij of krachtens amvb gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van een gewasbeschermingsmiddel | nvt | 500 | nvt |
| 35. | 80,1e lid, wet en 27a Bgb | Nabij oppervlaktewater of beschermingszones prioritair gevaarlijke stoffen gebruiken | nvt | 1.000 | 500 |
| 36. | 80,1e lid, wet en 27b Bgb | Gewasbeschermingsmiddelen niet minimaal gebruiken op of langs verhardingen of nabij oppervlaktewater of grondwater of waar kans op afspoeling bestaat | nvt | 1.000 | 500 |
| 37. | 80, 1e lid wet en 29, 1e lid Bgb | Een gewasbeschermingsmiddel toepassen met een luchtvaartuig | nvt | 1.500 | 1.500 |
| 38. | 80, 1e lid, wet en 30 Bgb | Een gasvormig of gasvormend gewasbeschermingsmiddel in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 Bgb | nvt | 500 | 500 |
| 39. | 80, 1e wet en 32 Bgb | Een gewasbeschermingsmiddel toepassen in strijd met de melding | 2.000 | 2.000 | 500 |
| 40. | 80, 1e lid, wet, en Warenwet besluit machines; artikel 2, 1e lid, juncto 3, 2e lid, dan wel 3a, 1e lid, sub a Artikel 2, 2e lid, juncto 3, 2e lid, 5, 1e lid, sub a, b of c, dan wel 6c Artikel 2, 3e lid, juncto art. 3a, 1e lid, sub b, c of d, dan wel . 3b, 1e lid, sub a, b, c of 2e lid | De machine voor de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voldoet niet aan de veiligheidseisen ter bescherming van het milieu. | 1.000, dan wel 500 indien de natuurlijke persoon of rechtspersoon minder dan 50 werknemers telt op de dag dat de overtreding is begaan. | ||
| 41. | 80, 1e lid wet | Een andere overtreding van een bij of krachtens a.m.v.b. gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken en materialen | Nvt | 500 | 250 |
| 42. | 80, 2e lid, wet en 32b, 1e lid, Bgb | Niet goedgekeurde apparatuur gebruiken | nvt | 1.000 | 500 |
| 43. | 80a, 1e lid, wet, en 27c, 1e en 2e lid, Bgb | Nabij scholen en creches e.d. een gewasbeschermingsmiddel gebruiken hoewel een redelijk alternatief beschikbaar is | nvt | 500 | 500 |
| 44. | 80a, 1e lid, wet, en 27c, 3e en 4e lid, Bgb | Nabij scholen en creches e.d. een vergiftig of zeer vergiftig gewasbeschermingsmiddel gebruiken zonder voorgeschreven melding | nvt | 1.000 | 1.000 |
| 45. | 80a,1e lid, wet, en 27d Bgb | Niet of onvoldoende waarschuwen tegen herbetreding | Nvt | 500 | nvt |
| 46. | 80a, 2e lid, wet en 32a Bgb | Verpakkingen op incorrecte wijze reinigen | nvt | 500 | nvt |
| 47. | 81 wet, en 11, 1e lid, dan wel 31, 1e lid, dan wel 32, 1e lid, Bgb | Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een middel toepassen | 500 | 250 | |
| 48. | 81 wet en 11, 1e lid , 31, 1e lid en 32, 1e lid Bgb | Een verplichte melding als bedoeld in artikel 11, 31 of 32, Bgb op onjuiste wijze of te laat doen | nvt | 250 | 250 |
| 49. | 87, 6e lid, wet | In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten | 2.000 | 1.000 | 500 |
| 50. | 115 wet | Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst | 1.000 | 500 | nvt |
| 51. | 118 wet | Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld (gewijzigd) voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen | 1.000 | 500 | 250 |
¹ Het desbetreffende artikel in Verordening (EG) 1107/2009
| Rij nr. | Grondslag (Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden of Regeling gewasbeschermingsmiddelen en biociden) | Norm | Boete in € voor overtreding | Boete in € voor overtreding door distributeurs en toelatinghouders | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van de vervaardiging van een product, een biocide of van een product waarin een biocide wordt verwerkt of behandeld (industriële gebruikers) | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van het verrichten van een dienst voor derden (professionele gebruikers) en voor agrariërs | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen in het kader van een bedrijf, niet gericht op het het toepassen van een biocide als onderdeel van een dienst voor derden (bedrijfsmatige niet-professionele gebruikers) | Boete in € voor overtreding door gebruikers die biociden toepassen als zijnde particulieren (niet-professionele gebruikers) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 52 | 43, eerste lid van de wet | Een biocide op de markt brengen en gebruiken zonder dat daarvoor een toelating is verleend, als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 53 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden van de toelating en aan de etiketterings- en verpakkingsvoorwaarden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid van de verordening. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 54 | 43, eerste lid van de wet | Niet beperken tot het strikt noodzakelijk gebruik van biociden, als bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van de verordening. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 55 | 43, eerste lid van de wet | Niet binnen 30 dagen op de hoogte stellen van de bevoegde autoriteit van het in de handel brengen van een product die een nationale toelating voor een biocidefamilie heeft, als bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 56 | 43, eerste lid van de wet | Niet voldoen aan de voorwaarden voor het op de markt brengen van biociden volgens de vereenvoudigde toelatingsprocedure, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 57 | 43, eerste lid van de wet | Nalaten relevante informatie over mogelijk gevaarlijke gevolgen van het toegelaten biocide of de daarin aanwezige werkzame stoffen te delen met de bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 58 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor experimenten en proeven, als bedoeld in artikel 56, eerste en tweede lid, de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 59 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor het in de handel brengen van behandelde voorwaarden, als bedoeld in artikel 58, tweede tot en met het zesde lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 60 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden om dierproeven te vermijden, als bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 61 | 43, eerste lid van de wet | Het niet bijhouden van gegevens betreffende de biociden die in de handel gebracht worden, als bedoeld in artikel 68, eerste lid, van de verordening. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 62 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor indeling, verpakking en etikettering van biociden, als bedoeld in artikel 69, eerste en tweede lid, van de verordening. | 2.500 | 2.500 | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 250 |
| 63 | 43, eerste lid van de wet | Misleidend etiket op de toegelaten biocide plaatsen, als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de verordening. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 64 | 43, eerste lid van de wet | Het niet voldoen aan de voorwaarden voor reclame voor biociden. Als bedoeld in artikel 72, eerste en derde lid, van de verordening | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 65 | 43, derde lid van de wet | Een niet in Nederland toegelaten of niet geregistreerde biocide voorhanden of in voorraad hebben. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 66 | 43, vierde lid van de wet | In strijd met een tijdelijke beperking of tijdelijk verbod een biocide op de markt brengen, voorhanden hebben of gebruiken. | 5.000 | 5.000 | 3.000 | 3.000 | 2.000 | 500 |
| 67 | 71, eerste en vierde lid van de wet | Een biocide ontvangen of voorhanden hebben zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 68 | 71, eerste en vierde lid van de wet en 17a, eerste lid van het besluit | Een biocide gebruiken zonder geldig bewijs van vakbekwaamheid, hoewel dat bewijs wel is voorgeschreven. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 69 | 72, eerste lid van de wet | Een niet in Nederland toegelaten biocide aanprijzen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 70 | 72, tweede lid van de wet | Een biocide aanprijzen of aanbevelen in strijd met de voor het gebruik geldende voorschriften. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 71 | 72, derde lid van de wet | Misleidende informatie geven over de gevaren van een biocide voor mens, dier, plant of milieu. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 72 | 74, eerste lid van de wet en 7.1, 7.3a en 7.3c van de regeling | Geen of een ondeugdelijke administratie voeren bij het binnen Nederland brengen, de productie, de opslag of het vervoer van niet in Nederland toegelaten biociden in de in artikel 74, eerste lid, Wgb bedoelde situatie. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 73 | 74, derde lid van de wet en 7.3d, eerste lid van de regeling | Niet in Nederland toegelaten biociden niet apart opslaan. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 74 | 74, derde lid van de wet en 7.3d, tweede lid van de regeling | Zonder papieren niet-toegelaten biociden vervoeren. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 75 | 75 van de wet | Onjuiste of onvolledige administratie van biociden. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 76 | 75 van de wet en 25 van het besluit | Biociden voor een ander toepassen of voorhanden hebben zonder een deugdelijke administratie als bedoeld in artikel 25 van het besluit. | 1.000 | 1.000 | 500 | 500 | 250 | 50 |
| 77 | 78, tweede lid van de wet | Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de administratie van de wijze van gebruik van een biocide. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 78 | 79 van de wet | Overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over de uitvoering van goede praktijken bij het toepassen van biociden. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 79 | 80, eerste lid van de wet en 29, tweede lid van het besluit | Een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig, terwijl dat in het geheel niet is toegestaan | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 80 | 80, eerste lid van de wet en 29, derde lid van het besluit en 8.7 van de regeling | In strijd met een of meer voorschriften een biocide toepassen met behulp van een luchtvaartuig. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 81 | 80, eerste lid van de wet en 30 van het besluit | Een gasvormig of gasvormend biocide in een besloten ruimte toepassen in afwijking van het bepaalde in artikel 30 van het besluit. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 82 | 80, eerste lid van de wet | Een andere overtreding van een bij of krachtens AMvB gesteld voorschrift over het gebruik van voertuigen, vaartuigen, luchtvaarttuigen, apparatuur, technieken of materialen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 83 | 81 van de wet, en 31, eerste lid, dan wel 32, eerste lid van het besluit | Zonder vergunning of melding of in strijd met voorschriften gesteld bij de vergunning of melding een biocide toepassen. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 84 | 81 van de wet en 31, eerste lid, en 32, eerste lid van het besluit | Een verplichte melding op onjuiste wijze of te laat doen. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
| 85 | 87, zesde lid, van de wet | In strijd met een gegeven aanwijzing of bevel handelen of nalaten. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 86 | 115 van de wet | Overtreding van een voorschrift van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst. | 2.000 | 2.000 | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 250 |
| 87 | 118 van de wet | Overtreding van een vanwege communautaire wetgeving of besluiten gesteld voorschrift, voor zover niet reeds voorzien in de hierboven genoemde gevallen. | 1.500 | 1.500 | 1.000 | 1.000 | 500 | 250 |
Bijlage XIV. Beleidsregel voor het criterium landbouwtechnisch doelmatige, geïntegreerde teelt
Het criterium van een landbouwtechnisch doelmatige geïntegreerde teelt is als volgt nader uitgewerkt:
Een gewasbeschermingprobleem wordt als knelpunt gezien als het totale pakket van maatregelen ertoe leidt dat:
- a. de teler op voorhand vanwege het knelpunt de afweging maakt dat het niet meer aantrekkelijk is om met een teelt te starten; Voorbeeld: Een teler durft een contract niet aan te gaan omdat door het ontbreken van een herbicide hij verwacht niet de goede kwaliteit (vrij van bepaalde onkruidzaden) te kunnen oogsten;
- b. er een reële kans is dat een teler tijdens de teelt besluit dat het niet loont om de teelt te oogsten. Voorbeeld; De onkruiddruk in een gewas is zo hoog geworden dat een teler besluit om het gewas maar om te ploegen. De extra kosten van arbeidsinzet worden niet goedgemaakt door de geldopbrengst van het geoogste product; Voorbeeld: Het loont niet meer het product te oogsten omdat het inmiddels is verrot of omdat uitsorteren van het aangetaste product niet lonend is.
- c. het product door kwaliteitsverlies in een heel ander marktsegment met een heel andere prijs valt; Voorbeeld: Pootaardappelen worden als consumptieaardappelen afgezet (bijvoorbeeld door virusaantasting) Voorbeeld 1: Appels zijn door schurft aangetast waardoor de kwaliteit zodanig is dat de appels alleen nog verwerkt kunnen worden tot appelmoes Voorbeeld 2: De conservenerwten worden als droge erwten geoogst door de aanwezigheid van onkruidzaden (zwarte nachtschade) Voorbeeld 3: De productkwaliteit is zodanig aangetast dat het product niet meer in de beoogde kwaliteitsklasse kan worden afgezet (verschuiving van grotendeels klasse I naar grotendeels klasse II). Een verschuiving van bijvoorbeeld 80% in klasse I naar 70% in klasse I wordt niet als knelpunt beschouwd, het gaat dus om een verschuiving van waar het grootste deel van de oogst in valt.
- d. het de vraag is of van een teler redelijkerwijs gevergd kan worden om bepaalde preventieve of niet-chemische maatregelen te nemen als daarmee investeringen zijn gemoeid. Dit wordt als volgt beoordeeld: Als de meerderheid van de bedrijven een bepaald werktuig of installatie heeft, wordt ervan uit gegaan dat dit de normale situatie is. Voorbeeld: als de meerderheid van de bietentelers een schoffelbalk heeft ter bestrijding van onkruiden gaan we er van uit dat dit de normale situatie is. In het geval een teelt op verschillende bedrijfstypen plaatsvindt, wordt dit per bedrijfstype bekeken. Extra kosten voor duurder zaaizaad, monstername, een abonnement op een waarschuwingssysteem, etc. vormen geen reden om een probleem als knelpunt te benoemen.
In bovenstaande omschrijving word met ‘de teler’ niet bedoeld de individuele teler, maar de telers als groep. Bij ‘de teler’ gaat het om een modern, geïntegreerd bedrijf, en niet om een onderneming die er ‘geen zin in heeft’ om bepaalde maatregelen te treffen.
Mocht deze uitwerking van het criterium landbouwkundige doelmatigheid in bepaalde gevallen niet afdoende zijn om te bepalen of een probleem een knelpunt is, dan bespreekt de Minister van Economische Zaken aan de hand van deze gevallen met de partijen in het Convenant Duurzame gewasbescherming hoe hiermee om te gaan.
Bijlage XV. Beoordelingsmethoden biociden
Vervallen
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage IX. Uitgezonderde biociden
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 7.3. Vrijstelling administratieplicht
Vervallen
Hoofdstuk 8. Gebruik
§ 3. Monitoring na toelating
§ 4. Heffingen
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
§ 2. Toepassingsmethoden, – technieken en – materialen
§ 1. Geïntegreerde bestrijding en juist gebruik
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage III. Beschermingsfactoren van persoonlijke beschermingsmiddelen
Vervallen
A. Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:
A. Eindtermen voor het onderwijs inzake het bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat kan na het met goed gevolg deelnemen aan de voor deze functie af te leggen theorie- en praktijkexamens:
Bijlage III. Beschermingsfactoren van persoonlijke beschermingsmiddelen
| Persoonlijke beschermingsmaatregel | Toegekende beschermingsfactor |
|---|---|
| Halfgelaatsmasker en volgelaatsmasker met filtertype 2 | 10 |
| Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 2 | 20 |
| Aangedreven volgelaatsmasker met filtertype 3 | 40 |
| Lichaamsbedekking toepasser materiaaltype CEN 3 of 4 (niet voor handen, hoofd en nek) | 10 |
| Lichaamsbedekking werkenden in / aan gewas / behandelde ruimte (niet voor handen, hoofd en nek) | 5 |
| Handschoenen, niet-vaste middelen | 10 |
| Handschoenen, vaste middelen | 20 |
| Laarzen (chemisch resistent) | 10 |
| Gesloten spuitcabines | 10 |
B. Voorwaarden voor verlenging van een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
Een bewijs van vakbekwaamheid voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen wordt door het Register Plaagdierbeheersing, Milieu en Veiligheid van de Stichting Groene Erkenningen verlengd indien:
C. Eindtermen voor het onderwijs inzake de opleiding starterlicentie voor het beheersen van plaagdieren en houtaantastende organismen
De kandidaat moet blijk geven van de volgende vaardigheden:
Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden
Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:
-
- middelen die ethyleenoxyde bevatten;
-
- middelen die methylbromide bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof kunnen opleveren;
-
- middelen op basis van sulfurylfluoride.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2.7a. Omstander beroepshalve aanwezig
Voor de bepaling van het risico voor een persoon die zich beroepshalve bevindt in de nabijheid van de gebruiker, zijn de artikelen 2.5 en 2.7 van overeenkomstige toepassing.
Het college schat de kwantitatieve blootstelling aan het gewasbeschermingsmiddel, bedoeld in bijlage III, deel A, punt 7.2.1.1 bij richtlijn 91/414/EEG, zonder daarbij rekening te houden met het effect van persoonlijke beschermingsmaatregelen. Het college gebruikt voor de inschatting van de blootstelling het model EUROPOEM II.
Artikel 2.7b. Risico niet-professionele gebruiker
Bij de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen voor niet-professioneel gebruik maakt het college een inschatting van het risico van blootstelling voor mens en dier op basis van zijn deskundigenoordeel.
§ 3. Bepalingen inzake het humaantoxicologisch risico van biociden
Artikel 2.10a. Rioolwaterzuiveringsinstallatie
Het college verleent geen toelating voor een gewasbeschermingsmiddel indien verwacht mag worden dat een zuiveringstechnisch werk als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet zal worden blootgesteld aan dit gewasbeschermingsmiddel en de concentratie van de werkzame stof of het reactie- of afbraakproduct ervan in het influent meer zal zijn dan 0,1 van de EC50 van het zuiveringstechnisch werk, tenzij met een adequate risicobeoordeling is vastgesteld dat geen onaanvaardbare effecten zullen optreden op de doelmatige werking van voormeld werk.
Artikel 2.10b. 90-percentiel
Het college toetst met behulp van een 90-percentiel de blootstelling aan een gewasbeschermingsmiddel van:
- a. de bodem, het grondwater, het oppervlaktewater en het sediment, bedoeld in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10, en
- b. innamepunten van drinkwater uit oppervlaktewater, bedoeld in bijlage VI, deel I, onderdeel C, punt 2.5.1.3, bij richtlijn 91/414/EEG.
Artikel 2.10c. Driftcijfers
Bij de risicobeoordeling voor waterorganismen, vogels, zoogdieren, niet-doelwitarthropoden, niet-doelwitplanten of oppervlaktewater bestemd voor de bereiding van drinkwater, hanteert het college specifieke driftcijfers. Het college stelt deze cijfers vast en maakt ze bekend op zijn website.
§ 5. Bepalingen inzake de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen die micro-organismen bevatten
§ 6. Bepalingen inzake bijzondere vormen van toelating
§ 7. Voorschriften bij de toelating
Hoofdstuk 3. Toelating en registratie van biociden
§ 2. Erkenning proeven en experimenten met niet-toegelaten gewasbeschermingsmiddelen
§ 2. Algemene bepalingen inzake de beoordeling van biociden
§ 3. Bepalingen inzake het humaantoxicologisch risico van biociden
§ 1. Bewijs van vakbekwaamheid
§ 4. Bepalingen inzake de beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten
§ 6. Voorschriften bij de toelating
§ 7. Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen
Hoofdstuk 4. Erkenning van instanties
§ 1. Erkenning van instanties voor onderzoek met gewasbeschermingsmiddelen en biociden
§ 2. Openbaarmaking
Hoofdstuk 6. Bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik
§ 2. Openbaarmaking
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel
Hoofdstuk 8. Gebruik
§ 6. Keuring
§ 1. Geïntegreerde bestrijding en juist gebruik
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
§ 1. Toezicht
§ 1. Toezicht
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage IV. Beleidsregels intrekken bewijs van vakbekwaamheid
Vervallen
Bijlage V. Erkenning instanties die een bewijs van vakbekwaamheid verstrekken
Vervallen
Bijlage VI
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (PbEG L 22).
Richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317).
Richtlijn nr. 90/677/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, en houdende aanvullende bepalingen voor immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 373).
Richtlijn nr. 92/73/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijnen nr. 65/65/EEG en nr. 75/319/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen (PbEG L 297).
Richtlijn nr. 92/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 297).
Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214).
Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189).
Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169).
Richtlijn nr. 89/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PbEG L 40).
Richtlijn nr. 88/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma’s voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma’s (PbEG L 184).
Richtlijn nr. 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61).
Richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40).
Richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (PbEG L 268).
Richtlijn nr. 89/437/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten (PbEG L 212).
Richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268).
Richtlijn nr. 90/167/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG L 92).
Richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PbEG L 270).
Richtlijn nr. 82/471/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 30 juni 1982 betreffende bepaalde in diervoeding gebruikte producten (PbEG L 213).
Richtlijn nr. 77/101/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1976 betreffende de handel in enkelvoudige diervoeders (PbEG L 32).
Richtlijn nr. 76/768/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake cosmetische producten (PbEG L 262).
Richtlijn nr. 95/5/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 februari 1995 tot wijziging van Richtlijn nr. 92/120/EEG houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de algemeen verkrijgbare communautaire gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van bepaalde producten van dierlijke oorsprong (PbEG L 51).
Richtlijn nr. 91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230).
D. Voorwaarden vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid inzake een houder van een starterlicentie als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b
Bijlage IV. Beleidsregels intrekken bewijs van vakbekwaamheid
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan een bewijs als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid inzake gewasbeschermingsmiddelen, intrekken indien:
- a. de houder ernstig tekort schiet in hetgeen op grond van dat bewijs van hem mag worden verwacht, of
- b. de houder herhaaldelijk niet voldoet aan hetgeen van hem verwacht mag worden.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit kan bij de intrekking een termijn vaststellen gedurende welke geen nieuw bewijs van vakbekwaamheid kan worden verkregen.
E. Eindtermen voor het onderwijs inzake een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf
F. Voorwaarden inzake de verlenging van een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf
Op de juiste wijze gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmaatregelen
De aanwezige documenten op de juiste wijze interpreteren
De veiligheid van de omgeving waarborgen
Gebruik maken van de juiste persoonlijke beschermingsmaatregelen
Op de juiste wijze gebruik maken van de persoonlijke beschermingsmaatregelen
De benodigde apparatuur op de juiste wijze gebruiken
Bijlage XI. Kennisgeving gassingen
Verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.
Van dit formulier moet een situatieschets deel uit maken. De situatieschets kan op pagina 2 van dit formulier opgenomen worden.
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin inbrengen gas: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin ontgassen: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Te gebruiken meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring: ....
Aard en hoeveelheid van de te gassen produkten/goederen: ....
Bestemming van de te gassen produkten/goederen: .......
Aard van het object waarin de produkten/goederen worden gegast (gebouw, container, ruim van een schip, etc.): ....
Grootte van het object waarin gegast wordt: .... m
Te bestrijden plaag: ....
Toe te passen gas: methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride
Toe te passen type formulering (fosforwaterstof): pellets/zakjes/plates/strips/....
Toe te passen hoeveelheid gas (fosforwaterstof): .... g
Toe te passen hoeveelheid gas (methylbromide): .... kg
Naam, adres en telefoonnr. opdrachtgever: ....
Naam, adres en telefoonnr. uitvoerend bedrijf of dienst: ....
Afstand object tot woonbebouwing die gedurende de gassing bewoond wordt: .... meter
Afstand object tot werkplek, waar gedurende de gassing gewerkt wordt: .... meter
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider.... (nr), geldig voor .... (toepassingscode) geldig tot ..-..-....
Hierbij verklaart ondergetekende dat het bovenstaande naar waarheid is ingevuld.
plaats: ....
datum: ....
tijdstip: .. uur
naam gassingsleider: ....
handtekening: ....
Situatieschets:
Adres gassing: ....
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage VIII. Opgaveformulier hoeveelheid gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
Bijlage IX. Uitgezonderde biociden
Vervallen
Bijlage X. Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden
Gasvormige en gasvormende gewasbeschermingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 8.8 van deze regeling, zijn gewasbeschermingsmiddelen of biociden die één of meer van de volgende stoffen bevatten:
-
- middelen die ethyleenoxyde bevatten;
-
- middelen die waterstofcyanide bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof bevatten;
-
- middelen die fosforwaterstof kunnen opleveren;
-
- middelen op basis van sulfurylfluoride.
Bijlage XI. Kennisgeving gassingen
Verzenden aan het kantoor van de Inspectie Leefomgeving en Transport in de regio waar het middel wordt toegepast.
Van dit formulier moet een situatieschets deel uit maken. De situatieschets kan op pagina 2 van dit formulier opgenomen worden.
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin inbrengen gas: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin ontgassen: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Te gebruiken meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring: ....
Aard en hoeveelheid van de te gassen produkten/goederen: ....
Bestemming van de te gassen produkten/goederen: .......
Aard van het object waarin de produkten/goederen worden gegast (gebouw, container, ruim van een schip, etc.): ....
Grootte van het object waarin gegast wordt: .... m
Te bestrijden plaag: ....
Toe te passen gas: waterstofcyanide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride
Toe te passen type formulering (fosforwaterstof): pellets/zakjes/plates/strips/....
Toe te passen hoeveelheid gas (fosforwaterstof): .... g
Toe te passen hoeveelheid waterstofcyanide: .... liter
Naam, adres en telefoonnr. opdrachtgever: ....
Naam, adres en telefoonnr. uitvoerend bedrijf of dienst: ....
Afstand object tot woonbebouwing die gedurende de gassing bewoond wordt: .... meter
Afstand object tot werkplek, waar gedurende de gassing gewerkt wordt: .... meter
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider.... (nr), geldig voor .... (toepassingscode) geldig tot ..-..-....
Hierbij verklaart ondergetekende dat het bovenstaande naar waarheid is ingevuld.
plaats: ....
datum: ....
tijdstip: .. uur
naam gassingsleider: ....
handtekening: ....
Situatieschets:
Adres gassing: ....
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 3.7a. Werkzaamheid
Vervallen
§ 4. Bepalingen inzake de beoordeling van biociden die micro-organismen bevatten
§ 5. Bepalingen inzake bijzondere vormen van toelating
§ 7. Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen
Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking
§ 2. Toepassingsmethoden, – technieken en – materialen
§ 1. Het register van het college
Hoofdstuk 6. Bewijs van vakbekwaamheid voor handel en gebruik
§ 1. Bewijs van vakbekwaamheid
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel
Hoofdstuk 7. Overige bepalingen inzake handel
§ 6. Keuring
§ 1. Toezicht
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
§ 1. Toezicht
§ 2. Handhaving
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage II. Richtlijnen die bij de beoordeling van een biocide onverminderd van kracht zijn
Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1979 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen (PbEG L 33).
Verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1992 betreffende de invoer in en de uitvoer uit de Gemeenschap van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (PbEG L 251).
Richtlijn 84/450/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 september 1984 betreffende het nader tot elkaar brengen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake misleidende reclame (PbEG L 250).
D. Voorwaarden vrijstelling bewijs van vakbekwaamheid inzake een houder van een starterlicentie als bedoeld in artikel 6.6, onderdeel b
Bijlage V. Erkenning instanties die een bewijs van vakbekwaamheid verstrekken
Een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, wordt in het eerste jaar na inwerkingtreding van deze regeling verstrekt door bureau erkenningen van de AOC-Raad.
Een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, wordt in het eerste jaar na inwerkingtreding van deze regeling verstrekt door:
- –. de Stichting Examen- en Certifceringsinstituut Plaagdierpreventie voor een bewijs van vakbekwaamheid inzake dierplaag- en houtrotverwekkende schimmelbestrijding;
- –. de Stichting Certificeringsinstituut Plaagdierbeheersing, Milieu en Volksgezondheid voor een bewijs van vakbekwaamheid inzake dierplaag- en houtrotverwekkende schimmelbestrijding.
Na het eerste jaar, bedoeld in het eerste en tweede lid, blijven de instanties, genoemd in het eerste en tweede lid, telkens voor een jaar erkend.
De verstrekking van een bewijs van vakbekwaamheid inzake gewasbeschermingsmiddelen bedraagt € 5,90 exclusief de kosten van nascholing.
De verstrekking van een bewijs van vakbekwaamheid inzake biociden bedragen voor een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in bijlage VI, onderdeel A, ten hoogste € 45,= exclusief de kosten van scholing en voor een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in bijlage VI, onderdeel B, ten hoogste € 50,- exclusief de kosten van nascholing.
F. Voorwaarden inzake de verlenging van een licentie voor het beheersen van knaagdieren op een agrarisch bedrijf
A. Gassingsleider
De meters en gasbuisjes op de juiste wijze aflezen
Draft –Technical Notes for Guidance on the assessment of technical equivalence of substances regulated under Directive 98/8/EC. Version 4.
Draft –Technical Notes for Guidance on the assessment of technical equivalence of substances regulated under Directive 98/8/EC. Version 4.
Humane toxicology
Humane toxicology
User guidance. Human exposure to biocidal products. version 1 (2004).
Additional Guidance for Exposure during manufacture (2006)
Human exposure to biocidal products : Technical notes for guidance. (2008)
EUSES 2.1. http://ecb.jrc.ec.europa.eu/euses/
Bijlage XI. Kennisgeving gassingen
Verzenden aan het kantoor van de VROM-inspectie in de regio waar het middel wordt toegepast.
Van dit formulier moet een situatieschets deel uit maken. De situatieschets kan op pagina 2 van dit formulier opgenomen worden.
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin inbrengen gas: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Begin ontgassen: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Te gebruiken meetmethode voor afgifte gasvrijverklaring: ....
Aard en hoeveelheid van de te gassen produkten/goederen: ....
Bestemming van de te gassen produkten/goederen: .......
Aard van het object waarin de produkten/goederen worden gegast (gebouw, container, ruim van een schip, etc.): ....
Grootte van het object waarin gegast wordt: .... m
Te bestrijden plaag: ....
Toe te passen gas: methylbromide/fosforwaterstof/sulfurylfluoride
Toe te passen type formulering (fosforwaterstof): pellets/zakjes/plates/strips/....
Toe te passen hoeveelheid gas (fosforwaterstof): .... g
Toe te passen hoeveelheid gas (methylbromide): .... kg
Naam, adres en telefoonnr. opdrachtgever: ....
Naam, adres en telefoonnr. uitvoerend bedrijf of dienst: ....
Afstand object tot woonbebouwing die gedurende de gassing bewoond wordt: .... meter
Afstand object tot werkplek, waar gedurende de gassing gewerkt wordt: .... meter
Bewijs van vakbekwaamheid gassingsleider.... (nr), geldig voor .... (toepassingscode) geldig tot ..-..-....
Hierbij verklaart ondergetekende dat het bovenstaande naar waarheid is ingevuld.
plaats: ....
datum: ....
tijdstip: .. uur
naam gassingsleider: ....
handtekening: ....
Situatieschets:
Adres gassing: ....
Begin voorbereiding: .. – .. – .... (datum), .... uur (tijd)
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2.3a. Niet toe te laten gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
Vervallen
§ 2. Algemene bepalingen inzake de beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen
§ 3. Bepalingen inzake het humaantoxicologisch risico van chemische gewasbeschermingsmiddelen
§ 4. Bepalingen inzake het milieutoxicologische risico van chemische gewasbeschermingsmiddelen
§ 5. Bepalingen inzake bijzondere vormen van toelating
§ 7. Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen
§ 8. Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen
Hoofdstuk 3. Toelating en registratie van biociden
§ 1. De registers voor gewasbeschermingsmiddelen en biociden
§ 6. Voorschriften bij de toelating
§ 7. Handleiding toelating bestrijdingsmiddelen
Hoofdstuk 4. Erkenning van instanties
§ 1. Erkenning van instanties voor toelatingsonderzoek
Hoofdstuk 5. Het register van het college en openbaarmaking
§ 1. Het register van het college
§ 1. Bewijs van vakbekwaamheid
Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving
Hoofdstuk 8. Gebruik
§ 1. Toezicht
Hoofdstuk 10. Overgangsperiode van de richtlijnen 91/414/EEG en 98/08/EG
§ 3. Monitoring na toelating
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Hoofdstuk 11. Intrekkingsbepalingen, wijzigingsbepalingen, overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage I. Communautaire maatregelen die de werking van de biociderichtlijn beperken.
Richtlijn nr. 65/65/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten (PbEG L 22).
Richtlijn nr. 81/851/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 september 1981 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 317).
Richtlijn nr. 90/677/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 december 1990 tot uitbreiding van de werkingssfeer van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik, en houdende aanvullende bepalingen voor immunologische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 373).
Richtlijn nr. 92/73/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de Richtlijnen nr. 65/65/EEG en nr. 75/319/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen (PbEG L 297).
Richtlijn nr. 92/74/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 september 1992 tot uitbreiding van het toepassingsgebied van Richtlijn 81/851/EEG betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake geneesmiddelen en tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PbEG L 297).
Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PbEG L 214).
Richtlijn nr. 90/385/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1990 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake actieve implanteerbare medische hulpmiddelen (PbEG L 189).
Richtlijn nr. 93/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PbEG L 169).
Richtlijn nr. 89/107/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake levensmiddelenadditieven die in voor menselijke voeding bestemde waren mogen worden gebruikt (PbEG L 40).
Richtlijn nr. 88/388/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juni 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake aroma’s voor gebruik in levensmiddelen en de uitgangsmaterialen voor de bereiding van die aroma’s (PbEG L 184).
Richtlijn nr. 95/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 februari 1995 betreffende levensmiddelenadditieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen (PbEG L 61).
Richtlijn nr. 89/109/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PbEG L 40).
Richtlijn nr. 92/46/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en producten op basis van melk (PbEG L 268).
Richtlijn nr. 89/437/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 juni 1989 inzake hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten (PbEG L 212).
Richtlijn nr. 91/493/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten (PbEG L 268).
Richtlijn nr. 90/167/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking (PbEG L 92).
Richtlijn nr. 70/524/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 november 1970 betreffende toevoegingsmiddelen in de diervoeding (PbEG L 270).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)