Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Regionaal en Ruimtelijk Economisch Beleid 1945– (Minister van Verkeer & Waterstaat)
Product: Premieregeling Bevordering Industrievestiging Kerngemeenten (Stcrt. 1956, 115); Premie- en Prijsreductieregeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingsgebieden (Stcrt. 1959, 75), (Stcrt. 1962, 147), (Stcrt. 1963, 228); Premie- en Prijsreductieregeling Stimulering Industrievestiging Ontwikkelingskernen (SIO) (Stcrt. 1964, 241) (Stcrt. 1968, 94) (Stcrt. 1986, 332); Premie- en Prijsreductieregeling Stimulering Industriële Omschakeling in Limburg (SIOL) (Stcrt. 1966, 34); Investeringspremieregeling Regionale Vestiging en Uitbreiding van Industriële Bedrijven (Stcrt. 1968, 94), (Stcrt. 1969, 269), (Stcrt. 1975, 175); Investeringspremieregeling z.g. Stuwende Dienstverlenende Bedrijven (Stcrt. 1969, 269), (Stcrt. 1975, 175);Investeringspremieregeling Regionale Vestiging en Uitbreiding van Industriële Bedrijven en Stuwende Dienstverlenende Bedrijven (Stcrt. 1977, 109); Investeringspremieregeling Regionale Projecten (Stcrt. 1984, 253), (Stcrt. 1986, 33), (Stcrt. 1988, 208), (Stcrt. 1990, 44 en 247); Premieregeling stimulering ontwikkeling Lelystad (Stcrt 1975, 90), (Stcrt. 1980, 83).
Opmerking: De regelingen worden aangekondigd in de periodieke nota’s betrekking hebbend op het regionaal-economisch beleid en kunnen op deze manier aan nadere parlementaire controles worden onderworpen.
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van gemeenten of gebieden waarvoor stimuleringsregelingen gelden.
Periode: 1954–1995
Grondslag: Premie- en Prijsreductieregeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingsgebieden (Stcrt. 1959, 75)
Opmerking: Gewoonlijk worden deze gebieden in de regeling zelf aangewezen. In bepaalde regelingen wordt echter in de Staatscourant aangekondigd dat de Minister ten aanzien van bepaalde regio’s nog nadere beslissingen neemt. Deze handeling heeft hierop betrekking.
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van aanwijzingen en richtlijnen voor de uitvoering van stimuleringsregelingen voor bedrijven.
Periode: 1960–1995
Product: Circulaires
Waardering: V 7 jaar na vervallen aanwijzingen
Handeling: Het aanwijzen van gebieden waarvoor aanvragers van een Wet Investeringsrekening-premie een Bijzondere Regionale Toeslag en/of Ruimtelijke Ordeningstoelage kunnen verkrijgen.
Periode: 1978–1985
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368) art. 15 en 16
Product: Koninklijke Besluiten o.a.: (Stb. 1978, 764) (Stb. 1981, 764)
Opmerking: Voor deze aanwijzingen is toestemming van de Europese Commissie vereist.
Bij deze handeling behoort ook de aanvraag aan de Europese Commissie.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van AMvB’s tot regelingen van financiële ondersteuning aan ondernemingen en gemeenten.
Periode: 1992–
Grondslag: Kaderwet Vaststelling Financiële Middelen EZ (Stb. 1991, 767) art. 2 Kaderwet EZ-subsidies (Stb. 1996, 510)
Product: Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten (Stb. 1993, 263);
Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (STIREA) (Stb. 1996,161) (Stb. 1997, 618); Tender Investeringsprogramma Provincies (TIPP); Grotestedenbudget (in samenwerking met VROM).
Opmerking: Besluiten dienen te worden herzien bij: De vaststelling van maximum-bedragen waarvoor subsidie wordt verleend; De vaststelling van subsidievoorwaarden; De vaststelling van bevoegdheden tot het intrekken van een subsidiebeschikking (o.m. onder invloed van EU-regelgeving).
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van specifieke uitkeringen aan daartoe aangewezen regionale gebieden.
Periode: 1993–
Grondslag: Kaderwet vaststelling specifieke uitkeringen EZ (Stb. 1991, 768) art. 2
Product: Besluit Uitkeringen Regioprogramma’s Zuid-Limburg 1993/1994 (Stb. 1993, 172); Besluit Uitkeringen Interreg 1993/94 (Stb. 1993, 173); Besluit Uitkeringen Integraal Structuurplan Noorden des lands 1993/94 (Stb. 1993, 174); Besluit Uitkeringen Europese Programma’s Twente 1993; Besluit Co-financiering EFRO-programma’s. (Stb. 1994, 907)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van Ministeriële regels voor subsidieaanvragen op basis van het Besluit StiREA door steden met uitzondering van Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 7
Product: Regelingen
Opmerking: De Minister stelt in deze regeling vast: Het subsidieplafond; De periode waarin de aanvraag kan worden ingediend; De aanvraagformulieren met de vereiste gegevens.
Het besluit StiREA is in 2005 ingetrokken.
Waardering: V 7 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het benoemen van een secretariaat en waarnemers voor vergaderingen van de adviescommissie inzake STiREA-aanvragen.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 27
Product: Besluiten
Waardering: B 4
7.1.5.5 Uitkeringen aan andere overheden
Handeling: Het toekennen en uitkeren van subsidies van gemeenten voor de bouw van aan particulieren te verhuren fabriekshallen.
Periode: 1945–1958
Grondslag: Subsidieregeling Industriehallenbouw kerngemeenten
Product: Beschikkingen
Opmerking: De subsidie wordt à fonds perdu toegekend op basis van een beredeneerde aanvraag in een daartoe aangewezen gemeente. De uitvoering, met name het bouwrijp maken van de terreinen, geschiedt in het kader van de arbeidsvoorziening door de Dienst Uitvoerende Werken (DUW). Na een interventie van het Ministerie van Financiën werd aan de subsidieregeling een Rentabiliteitsbeoordeling toegevoegd, waarbij een minimumbedrag van te innen huur als criterium werd gesteld. De subsidie was aan kritiek onderhevig, omdat zij te beperkt was in haar opzet en onvoldoende rendabel.
Waardering: V 7 jaar na vervallen subsidie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van subsidies aan gemeenten in vastgestelde ontwikkelingsgebieden voor de aanleg van industrieterreinen.
Periode: 1950–1958
Grondslag: Het desbetreffende ontwikkelingsplan
Product: beschikking, overeenkomst, contract
Opmerking: De subsidie wordt toegekend in overleg met Gedeputeerde Staten, die eveneens een subsidie toezegt. De aanvraag van de gemeente geschiedt door bemiddeling van Gedeputeerde Staten. De subsidie wordt definitief vastgesteld op basis van de in gebruik genomen nuttige oppervlakte na gereedkomen van het project. Hierop kunnen door de Minister voorschotten worden verleend.
Waardering: V 7 jaar na vervallen subsidie
Handeling: Het jaarlijks uitkeren van bedragen voor investeringspremieregelingen door Gedeputeerde Staten van de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg.
Periode: 1984–
Product: Jaarlijkse subsidiebeschikking
Opmerking: Aan de hand van deze uitkeringen verstrekt de provincie een besluit van Gedeputeerde Staten, houdende de Provinciale Investeringspremieregeling. Deze regeling wordt ingevolge de gestelde Subsidievoorwaarde door deMinister getoetst op door Europese regelgeving verboden Cumulatie van subsidie-uitkeringen (via de door de Minister ingestelde Monitorcommissie).
Waardering: V 7 jaar na vaststellen van de rekening
Handeling: Het vaststellen van jaarlijkse maximumbedragen voor investeringen in regionale economische projecten, waarvoor het provinciaal bestuur uitkeringsbevoegdheid heeft.
Periode: 1984–1991
Grondslag: Nota van Toelichting Investeringspremieregeling regionale projecten 1986 (Stcrt. 1986, 33)
Product: beschikking
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van interne richtlijnen inzake de toekenning van subsidies aan aanvragers voor een bedrag boven het vastgestelde maximum (majeure projecten).
Periode: 1984–1991
Grondslag: Rapport Algemene Rekenkamer Investeringspremieregeling, p. 14
Product: Richtlijnen
Opmerking: Deze richtlijnen gaven vooral aanwijzingen van procedurele aard. Zij vormden geen vast stramien met betrekking tot motivatie en de beoordeling van de doelmatigheid van de uitkering.
Waardering: B 5
Handeling: Het toekennen van subsidies aan aanvragers voor een bedrag boven het vastgestelde maximum (majeure projecten).
Periode: 1984-1993
Grondslag: Rapport Algemene Rekenkamer Investeringspremieregeling
Product: Beschikking en daarbij gevoegde verantwoordingen
Waardering: B 5
7.1.6 Regionale ontwikkelingsmaatschappijen
7.1.6.1 Oorspronkelijke participatievoorwaarden
Handeling: Het deelnemen aan stuurgroepen van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1974–
Grondslag: Nota’s Regionaal Sociaal-economisch Beleid
Product: Agenda’s, verslagen
Opmerking: Stuurgroepen hebben als taak de planning en de doelstellingen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen aan te sturen.
Deelname aan het bestuur van ROM’s valt onder handeling 244.
Waardering: B 5
Handeling: Het deelnemen aan het bestuur van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1974–
Grondslag: Nota’s Regionaal Sociaal-economisch Beleid
Product: Agenda’s, verslagen
Opmerking: Deelname aan stuurgroepen van ROM’s valt onder handeling 107.
Waardering: B 5
Handeling: Het bestemmen van kapitaal van de jaarlijkse stortingen in Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1974–1989
Grondslag: Nota Regionaal Eociaal-economisch Beleid 1989–1994 Voorlichtingsmededelingen van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij
Product: besluit
Opmerking: De gelden worden gebruikt voor: kosteloze bemiddeling voor buitenlandse investeerders; risicodragende investeringen in gezonde bedrijven; subsidies aan innovatieve industriële projecten.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van afkoopsommen van de jaarlijkse stortingen in Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1988–1990
Grondslag: Nota Regionaal Sociaal-economisch Beleid 1989-1994
Product: besluit
Waardering: V 7 jaar na vaststellen van de rekening
Handeling: Het vaststellen van tarieven voor door Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen te verrichten diensten.
Periode: 1974–1994
Grondslag: Nota Regionaal Sociaal-economisch Beleid 1989–1994
Opmerking: Na 1982 wordt tariefstelling van belang geacht in het kader van het profijtbeginsel.
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Handeling: Het verlenen van goedkeuring aan participaties van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij en het Limburgs Ontwikkelingsfonds.
Periode: 1974–1994
Waardering: V 7 jaar na beëindigen participatie
Handeling: Het samen met de provincies verlenen van goedkeuring aan participaties van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij en de Overijsselse Ontwikkelingsmaatschappij.
Periode: 1974–1994
Waardering: V 7 jaar na beëindigen participatie
7.1.6.2 Herziene participatievoorwaarden
Handeling: Het aanvullen van exploitatietekorten van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Uitkering Exploitatietekorten Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (Stb., 1994, 90) (Stb. 1997, 581)
Opmerking: Deze aanvulling geschiedt totdat het daartoe bestemde afkopingskapitaal van 1989 is volgestort.
Waardering: V 7 jaar na het vaststellen van de rekening
Handeling: Het goedkeuren van tarieven voor diensten van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Uitkering Exploitatietekorten Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (Stb., 1994, 90) (Stb. 1997, 581)
Opmerking: De tariefstellingen voor adviezen verschillen echter per Regionale Ontwikkelingsmaatschappij.
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Handeling: Het deelnemen aan stuurgroepen van door Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen ingestelde onderzoeksprojecten.
Periode: 1994–
Grondslag: Nederlands Economisch Instituut, Internationale benchmarking…, 1998
Product: Agenda’s, verslagen
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het in bijzondere gevallen instellen van een onderzoek naar de gestie van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1994–
Opmerking: Dit is gebeurd bij de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij in 1998. De Minister had een delegatie in de Raad van Commissarissen.
Waardering: B 5
Handeling: Het verspreiden van aanbevelingen en voorlichtingspublicaties van Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen.
Periode: 1994–
Grondslag: Besluit Uitkering Exploitatietekorten Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (Stb., 1994, 90) (Stb. 1997, 581)
Product: Correspondentie over folders en brochures, regelingen inzake links op een website.
Opmerking: Het betreft aanbevelingen van de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen en mededelingen over de economische mogelijkheden en het investeringsklimaat in de desbetreffende regio.
Waardering: V 5 jaar
7.1.7 Voorwaardenscheppend beleid voor bedrijfsterreinen
7.1.7.1 Onderzoek naar bedrijfslocaties
Handeling: Het (mede) geven van opdrachten voor onderzoek naar kwaliteitsnormen voor bedrijfsterreinen.
Periode: 1980–
Grondslag: Rijksbegroting, post 04.10.20; Nota’s regionaal economisch beleid e.d.
Product: Studies inzake de kwaliteit van bedrijfsterreinen
Opmerking: Deze studies worden afzonderlijk gepubliceerd. Eén exemplaar van het eindproduct blijft bewaard.
Waardering: B 5: één exemplaar van het eindproduct
V 10 jaar: overige neerslag
Handeling: Het geven van opdrachten aan het Centraal Bureau van de Statistiek voor periodieke rapportage inzake bedrijfsterreinen.
Periode: 1990–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Indicatoren voor de Bedrijfslocatiemonitor
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verzamelen van gegevens inzake bedrijfsterreinen.
Periode: 1990–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Rapportage in het kader van de Bedrijfslocatiemonitor
Waardering: V 10 jaar na afronden onderzoek
7.1.7.2 Doelgroepenbeleid
Handeling: Het leveren van bijdragen in het overleg met samenwerkingsorganen van andere overheden (Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten).
Periode: 1965–
Product: Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Ruimte voor Economische Activiteit, 1995; Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Samenwerking in de regio, 1999; Bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 1990.
Opmerking: De bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is voorlopig als onderzoeksconvenant opgevoerd ter wille van een concreet inventarisatieonderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het al dan niet in samenwerking met andere Ministeries leveren van bijdragen aan de totstandkoming van regionale economische samenwerkingsverbanden met betrekking tot economische voorzieningen door het rijk.
Periode: 1979–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Regio-convenanten
Opmerking: Voorbeelden van deze resultaten zijn: Kerngroep Meerjarenperspectief Noord-Nederland; De Zuidelijke Alliantie; Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Waardering: B 1
Handeling: Het deelnemen aan overlegorganen in het kader van het Grotestedenbeleid.
Periode: 1979–
Grondslag: Beleidskader stadseconomie
Product: Agenda’s, verslagen
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen aan stuur- en gespreksgroepen in het kader van het IPO-convenant.
Periode: 1995–2000
Grondslag: Convenant Ruimte voor Economische Activiteit
Product: Verslagen, evaluatie-rapporten
Waardering: V 5 jaar
Vervalt.
7.1.7.3 Financiële stimulering: bijdragen aan overheidsinstellingen
Handeling: Het op aanvraag toekennen van een uitkering aan een bestuur van een stedelijk knooppunt.
Periode: 1992–1995
Grondslag: Besluit Uitkering Bedrijfsomgeving (Stb. 1992, 506) art.9
Product: Initiële subsidiebeschikking
Opmerking: In deze beschikking staat vermeld: het vierjarenplan waarop deze uitkering is gebaseerd, het maximumbedrag en het tijdstip waarop een definitieve subsidieaanvraag dient te worden ingediend.
Waardering: V 7 jaar na beëindigen uitkering
Handeling: Het op aanvraag toekennen van voorschotten in afwachting van de vaststellen van de definitieve subsidie aan een bestuur van een stedelijk knooppunt.
Periode: 1992–1996
Grondslag: Besluit Uitkering Bedrijfsomgeving (Stb. 1992, 506) art.12
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het controleren van de bestemming van de uitgaven en de verrekening van de uitgekeerde of voorgeschoten subsidiegelden.
Periode: 1992–1996
Grondslag: Besluit Uitkering Bedrijfsomgeving (Stb. 1992, 506) art.11.5
Product: Inspectierapporten
Waardering: B 2
Handeling: Het op verzoek van de gesubsidieerde gemeente vaststellen van het uit te keren subsidiebedrag.
Periode: 1992–1996
Grondslag: Besluit Uitkering Bedrijfsomgeving (Stb. 1992, 506) art.13
Product: Rekeningen en verantwoordingen op basis van projectposten
Opmerking: Eventueel teveel uitgekeerde gelden kunnen worden teruggevorderd.
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het vaststellen van jaarlijkse maximumbedragen voor ruimtelijke economische projecten met uitzondering van projecten in de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 2
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen en uitkeren van stimuleringsgelden voor ruimtelijke economische projecten met uitzondering van de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 2
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het op aanvraag uitkeren van subsidies voor ruimtelijke economische projecten in de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–2000
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 27
Opmerking: Als criteria gelden actieplannen die volgens procedures van het Convenant Grote Stedenbeleid zijn vastgesteld. Na 1995 vinden ook uitkeringen aan de grote gemeenten plaats op basis van een apart budget voor grote steden.
Waardering: V 15 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het in het kader van het Grote-Stedenbudget mede vaststellen van ontwikkelings- en investeringsprogramma’s van grote steden.
Periode: 1945–1999
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product:
Waardering: B 5
Handeling: Het mede vaststellen van convenanten met grote steden ter uitwerking van hun ontwikkelings- en investeringsprogramma’s.
Periode: 1999–
Grondslag: De desbetreffende convenanten; Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Meerjarenafspraken
Waardering: B 5
7.1.8 Financiële stimulering: uitkeringen aan particulieren
Handeling: Het toekennen en uitkeren van 25% premie van vastgestelde investeringskosten aan ondernemingen voor vestiging en uitbreidingen van een industrieel bedrijf.
Periode: 1956–1959
Grondslag: Premie- en Prijsreductieregeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingsterreinen 1959 (Stcrt. 1959, 75)
Product: beschikking
Opmerking: In 1959 heeft de laatste toekenning plaatsgevonden, omdat nadien de regeling is gewijzigd. Indien de bouw van het bedrijfsterrein door de gemeente wordt verricht, zal de premie aan de gemeente worden uitgekeerd.
Waardering: V 7 jaar na beëindigen premie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van premies per vastgesteld vloeroppervlak aan aanvragende ondernemingen voor vestingen en uitbreidingen van een industrieel bedrijf.
Periode: 1959–1964
Grondslag: Premie- en Prijsreductieregeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingsterreinen (Stcrt. 1959, 75) (Stcrt. 1962, 147) (Stcrt 1963, 228)
Opmerking: Indien de bouw van het bedrijfsterrein door de gemeente wordt verricht, zal de premie aan de gemeente worden uitgekeerd.
Waardering: V 7 jaar na beëindigen premie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van een premie aan ondernemingen voor vestiging van een industrieel bedrijf in het voormalig mijngebied in Limburg.
Periode: 1966–1969
Grondslag: Premieregeling Stimuleringsregeling voor Industriële Omschakeling in Limburg (SIOL) (Stcrt. 1966, 134)
Waardering: V 7 jaar na beëindigen premie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van een premie van vastgestelde investeringskosten aan aanvragende ondernemingen voor vestingen en uitbreidingen van een industrieel bedrijf.
Periode: 1968–1992
Grondslag: Investeringspremieregeling (Stcrt. 1968, 94) Investeringspremieregelingen (Stcrt. 1969-1988)
Opmerking: Gedurende de loop der tijd worden deze premieregelingen aangescherpt. Vanaf 1975 wordt in termijnen uitgekeerd. Voor de toekenning van premies wordt advies aangevraagd aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, die op hun beurt bemiddelend kunnen optreden, bijvoorbeeld door nadere gegevens op te vragen.
Waardering: B 5 besluit
V 7 jaar overige na beëindigen premie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van stimuleringspremies voor investeringen in een dienstverlenend bedrijf in aangewezen ontwikkelingskernen.
Periode: 1969–1992
Grondslag: Investeringspremieregeling (Stcrt. 1969, 30) (Stcrt. 1975, 90, 175)
Product: beschikking
Waardering: B 5 besluit
V 7 jaar overige na beëindigen premie
Handeling: Het toekennen en uitkeren van een premie aan ondernemingen voor vestingen van een industrieel bedrijf in Lelystad.
Periode: 1975–1982
Grondslag: Premieregeling Stimulering Ontwikkeling Lelystad (Stcrt. 1975, 90) (Stcrt. 1980, 83)
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar na beëindigen premie
Handeling: Het jaarlijks vaststellen van beschikbare gelden voor een premieregeling.
Periode: 1986–1992
Grondslag: Investeringspremieregeling (Stcrt. 1986, 33) art. 9.3; Investeringspremieregeling (Stcrt. 1989) art. 3
Product: Mededeling in de Staatscourant
Waardering: B 5 rekening
V 7 jaar overige na vaststellen van de rekening
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met ondernemingen inzake meerjarige investeringsprogramma’s.
Periode: 1988–1992
Grondslag: Investeringspremieregeling (Stcrt.1989) art. 11.5
Product: overeenkomst
Waardering: B 5 overeenkomst
V 7 jaar overige na het beëindigen van het programma
Handeling: Het vaststellen van bedragen die aan de per AMvB geregelde subsidies zullen worden besteed.
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten (Stb. 1993, 263) art. 2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het toekennen en uitkeren van premies aan aanvragende gemeenten voor de bouw van een industrieterrein.
Periode: 1959–
Grondslag: Premie- en Prijsreductieregeling Bevordering Industrialisatie Ontwikkelingsterreinen 1959 (Stcrt. 1959, 75)
Product: beschikking
Waardering: V 7 jaar na beëindigen premie
Handeling: Het bij Ministeriële regeling geven van nadere aanwijzingen voor de aanvraag van per AMvB geregelde subsidie.
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten (Stb. 1993, 263) art. 2
Product: Model voor het aanvraagformulier en andere aanwijzingen in de Staatscourant
Waardering: V 7 jaar na vervallen regeling
Handeling: Het verstrekken van subsidies voor vestigingsprojecten en uitbreidingsprojecten.
Periode: 1993–
Grondslag: Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten (Stb. 1993, 263) art. 2
Product: beschikking
Opmerking: Het proces omvat: toezegging van de subsidie; verstrekking van voorschotten; definitieve vaststelling van het subsidiebedrag na voltooiing van het project.
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
7.1.8.1 Speciale budgettaire voorzieningen
Handeling: Het verlenen van staatsgaranties voor leningen aan investeerders in door de Minister aangewezen gebieden.
Periode: 1945–
Product: Beschikking
Waardering: B 5
Handeling: Het toekennen van vastgestelde gelden van staatsgaranties voor leningen aan investeerders in door de Minister aangewezen gebieden.
Periode: 1945–
Product: Betalingsbewijzen en verantwoordingen
Waardering: V 7 jaar na aflopen garanties
Handeling: Het leveren van bijdragen aan gemeente- en provinciefondsen, inclusief de fondsen van de grote steden Rotterdam, Amsterdam, Den Haag en Utrecht.
Periode: 1981–1992
Grondslag: Nota Regionaal Economisch Beleid 1990–1994; Wet op de Stads en Dorpsvernieuwing, art. 39 en 40
Opmerking: Het betreft ook stadsvernieuwingsfondsen.
Waardering: B 5
7.1.8.2 Het Fonds Economische Structuurversterking
Handeling: Het instellen van een adviescolleges inzake uitgaven van het Fonds Economische Structuurversterking.
Periode: 1993–
Product: Instellingsbeschikking van de Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking
Waardering: B 4
Handeling: Het adviseren van het kabinet over aanvragen van Ministeries aan het fonds voor middelen voor projecten op hun begrotingspost.
Periode: 1993–
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking, art. 3
Product: Toezeggingsbrieven, adviezen
Opmerking: De voorstellen worden door de Ministers van Economische Zaken en Financiën getoetst op de door de wet vastgestelde criteria van economisch belang en de budgettaire inpasbaarheid en door de Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking mede getoetst op samenhang met andere investeringen en additionaliteit.
Waardering: B 5
Handeling: Het in samenwerking met andere Ministeries opstellen van investeringssprogramma’s en adviezen inzake het investeringsbeleid van het kabinet en inzake uitgaven van het Fonds Economische Structuurversterking.
Periode: 1993–
Product: Brieven aan de Staten-Generaal, adviesrapporten, investeringsprogramma’s
Waardering: B 5
7.1.8.3 Advisering en voorlichting
Handeling: Het ontwikkelen van instrumenten voor kennisproducten inzake bedrijfsterreinen.
Periode: 1990–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Geautomatiseerde aanbevelingssystemen. Voorbeelden zijn:
benchmark gemeentelijk ondernemingsklimaat;
participatiemodellen in de internationale benchmark regionaal
vestigingsklimaat.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het organiseren van regionale voorlichtingsbijeenkomsten en speciale advieszittingen.
Periode: 1993–
Opmerking: De vestigingsplaats van een consulentschap is veelal het kantoor van een Kamer van Koophandel.
Waardering: V5 jaar
7.1.8.4 Bijstand bij uitvoering wettelijke voorschriften andere beleidsinstanties
Handeling: Het adviseren van andere overheden, in het belang van het regionaal-economische beleid, bij de uitvoering van milieuwetgwetgeving.
Periode: 1952–
Grondslag: Hinderwet (Stb. 1952, 274); Algemene Bepalingen Wet Milieuhygiene (Stb. 1979, 443); Wet Milieubeheer (Stb. 1992, 414); Wet Ruimtelijke Ordening (Stb. 1964, 222) (Stb. 1985, 626) Milieuconvenanten; Rapporten Projectgroep Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit Interimwet Bodemsanering 1984 (Stb. 1982, 63); Wet Bodembescherming 1992 (WBB+) e.v
Product: Onder andere: Integrale Milieutaakstellingen (IMT), nadere afspraken over opcenten, verwijderingsbijdragen, e.d. Regelingen in samenwerking met de Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen of het kader van de BOSOM-aanpak
Waardering: V 5 jaar
7.1.9 Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling
7.1.9.1 Het vaststellen van projecten
Handeling: Het indienen van Regionale Ontwikkelingsplannen in het kader van doelstellingsbijdragen van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling zoals vastgesteld in het Communautair Bestek of het Enig of Enkelvoudig Programmeringsdocument.
Periode: 1988–
Grondslag: Hervormingsverordening, Coördinatieverordening.
Product: Regionaal Ontwikkelingsplan (ROP)
Opmerking: Het betreft in ieder geval de Regionale Ontwikkelingsplannen Flevoland, Oost-Groningen, Zuid-Oost Drenthe en Gelderland.
Waardering: B 5
Handeling: Het indienen van voorstellen voor projecten in het kader van Europese financieringsprogramma’s.
Periode: 1982–
Grondslag: Nota Ruimte voor Regio 1995, Bijlage 1.
Product: Voorstel tot het Operationele Programma (OP)
Opmerking: Het betreft in ieder geval voorstellen voor de in 1990 vastgestelde projecten:
Interreg, voor Euregioprojecten; RESIDER, voor regio’s die getroffen worden door herstructurering van de staalindustrie (aangewezen: IJmond);
RETEX, voor regio’s die getroffen worden door herstructurering van de textielindustrie (aangewezen: Twente); URBAN, voor binnenstedelijke structuurplannen; KONVER, voor regio’s die getroffen worden door herstructurering van de defensie-industrie (diverse regio’s voorgesteld).
Bij deze voorstellen kunnen motivaties horen waarbij de behoefte aan toedeling voor Nederland nader kan worden gemotiveerd.
Waardering: B 5
7.1.9.2 Subsidietoekenning EFRO-projecten
Handeling: Het bemiddelen bij aanvragen van ondernemers in door de Europese Commissie erkende achterstandsgebieden in Nederland om subsidie voor uitkering uit het Europese Ontwikkelingsfonds.
Periode: 1975–
Opmerking: Deze subsidie werd in de periode 1975 (en daarna) uitgekeerd. Uitkeringen aan individuele bedrijven geschieden na 1990 in ieder geval door Gedeputeerde Staten op basis van vastgestelde budgetten.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het sluiten van bestuursovereenkomsten met andere overheidsorganen inzake de toekenning en uitkering van EFRO-subsidies.
Periode: 1989–
Grondslag: Comijs, 1998
Product: Bestuursovereenkomsten
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van Ministeriele regels inzake subsidies op grond van EFRO- programma’s.
Periode: 1995–
Grondslag: Bijv. het Besluit Co-financiering EFRO-programma’s. (Stb. 1994,907)
Product: Regeling Cofinanciering Interreg II
Opmerking: Deze regels zijn: Het aanwijzen van projecten; Het aanwijzen van de rechtspersonen aan wie de subsidie wordt verstrekt; Het vaststellen van jaarlijkse subsidieplafonds; Het vaststellen van het subsidiebedrag of de wijze van bepaling daarvan; Het bepalen van de beoordelingscriteria voor een aanvraag.
Waardering: B 5
7.1.9.3 Toezicht en controle op doelstellingsubsidie
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie verstrekken van inlichtingen ter toelichting van de regionale verslaglegging inzake de besteding van EFRO-gelden.
Periode: 1982–
Grondslag: Mededelingen Wijnands conform Verordening EC 2064/97.
Opmerking: Hierbij is inbegrepen het houden van steekproeven en risico-analyses, het geven van aanwijzingen inzake de gestie van Gedeputeerde Staten als gevolg van de door de Europese Commissie gestelde vragen en het geven van nadere aanwijzingen met betrekking tot ‘onderuitputting’.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het periodiek aan de Europese Commissie verstrekken van inlichtingen inzake het toezicht op de besteding van EFRO-gelden.
Periode: 1982–
Grondslag: Verordening Raad en EC 1681/94, art. 3 jo. 12.1 en art 5
Product: Rapportages
Opmerking: Het betreft een driemaandelijkse rapportage, waarbij onregelmatigheden inzake bedragen van boven de 4000 gulden dienen te worden aangemeld. Tevens dient in het kwartaalrapport te worden gerapporteerd welke procedures zijn ingesteld en wat daarvan de voortgang en het gevolg is. Als het bedrag niet kan worden teruggevorderd, stelt de lidstaat de commissie daarvan in kennis. Die stelt vervolgens vast aan wie de financiële gevolgen kunnen worden toegerekend.
Waardering: B 3
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie (doen) vergoeden van ten onrechte toegekende EFRO-gelden.
Periode: 1995–
Grondslag: Verordening Raad en EC 1681/94, art. 5.3
Opmerking: Hierbij is inbegrepen het nader aansprakelijk stellen van de door de provincie aangewezen subsidieorganen en de subsidieontvanger en de eventuele gegevens inzake procesvoering bij het Europese hof.
Waardering: B 5
7.1.9.4 Bijdragen voor EFRO-doelstellingsprojecten en communautaire initiatieven
Handeling: Het verlenen en vaststellen van subsidies aan Gedeputeerde Staten in het kader van het co-financieren van regionale ontwikkelingsplannen die door de EU zijn goedgekeurd.
Periode: 1982–1995
Grondslag: Hervormingsverordening EG; Coördinatieverordening EG
Product: Beschikkingen en verantwoordingen
Waardering: V 7 jaar na beëindigen subsidie
Handeling: Het bij Ministeriële regeling vaststellen van Nederlandse bijdragen aan het co-financieren van EFRO-doelstellingsprojecten en communautaire initiatieven.
Periode: 1991–
Grondslag: Hervormingsverordening, jo. Besluit co-financiering EFRO-projecten, art. 13
Product: Regeling co-financiering doelstelling 1-, 2- en 5b-programma’s (Stcrt. 1995, 166), (Stcrt. 1997, 153); Regeling co-financiering RESIDER, RESIDER II (betreft IJmond) (Stcrt 1995, 244).
Waardering: V 7 jaar na beëindigen regeling
Handeling: Het verlenen en vaststellen van subsidies aan Gedeputeerde Staten in het kader van het co-financieren van EFRO-projecten.
Periode: 1990–
Grondslag: Nota Ruimte voor Regio, bijlage 1; Regeling co-financiering doelstelling 1-, 2- en 5b-programma’s. (Stcrt. 1995, 166), (Stcrt. 1997, 153); Regeling co-financiering RESIDER, RESIDER II (Stcrt 1995, 244)
Product: Beschikkingen en verantwoordingen
Opmerking: EFRO-projecten: RETEX-projecten in Twente; RESIDER-projecten in het IJmond-gebied; URBAN-projecten voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht; CONVER-projecten van defensieterreinen; MKB-projecten in regio’s.
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
7.1.9.5 EZ-subsidies in het kader van het initiatief Interreg
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de besluitvorming van de Europese Commissie ten aanzien van Euregioprojecten.
Periode: 1991–
Grondslag: Nota van toelichting Regeling Interreg 1993/1994
Opmerking: Het betreft de verdeling van de door de Europese Commissie toegekende subsidie.
Waardering: B 5
Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een plafond van de Nederlandse financiële bijdrage in het kader van Euregioprojecten.
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling Interreg 1993/1994, art. 3
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het toekennen van subsidies aan Gedeputeerde Staten in het kader van een Euregio-project.
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling Interreg 1993/1994; Interreg II (Stcrt. 1995, 246)
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het deelnemen aan bijeenkomsten van landelijke en internationale overlegorganen op Euregio-gebied.
Periode: 1990–
Product: verslagen, instructies
Opmerking: Het betreft tot op heden het zogenaamde Arnhem-overleg en het Arnhem-Dusseldorf-overleg.
Waardering: B 1
Handeling: Het deelnemen aan bijeenkomsten van stuurgroepen inzake projecten in het kader van Interreg-programma’s.
Periode: 1990–
Grondslag: Goedkeuringsbeschikking van het desbetreffende interreg-programma
Waardering: B 1
Handeling: Het deelnemen aan bijeenkomsten van een raad van toezicht op de uitvoering van projecten in het kader van Interreg-programma’s.
Periode: 1990–
Grondslag: Verdrag van grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland, art. 9.4
Product: Agenda’s, verslagen
Opmerking: Deze bijeenkomsten vinden minstens tweemaal per jaar plaats. Tijdens deze bijeenkomsten worden regels met betrekking tot het toezicht vastgesteld.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op verzoek van de Europese Commissie of het Euregio-orgaan verstrekken van inlichtingen ter toelichting van de regionale verslaglegging inzake de besteding van Interreg-gelden.
Periode: 1982–
Grondslag: Mededelingen Wijnands
Opmerking: Dit geldt in het bijzonder de Euregio Rijn-Waal, (of Benelux Middengebied) waarvan de hoofdzetel in Nederland ligt.
Waardering: V 5 jaar
7.1.10 Kamers van Koophandel
7.1.10.1 Algemene regelingen
Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen coördineren en evalueren van het beleid ten aanzien van Kamers van Koophandel.
Periode: 1945–
Product: Nota’s zoals: De Nederlandse Kamers van Koophandel in de toekomst.
Waardering: B 1
Handeling: Het voeren van periodiek overleg met de Vereniging van Kamers van Koophandel.
Periode: 1945–
Grondslag: Archieflijst Vereniging van Kamers van Koophandel, rubriek 160.02
Product: Notulen
Waardering: B (5)
Handeling: Het voorbereiden van wettelijke regels inzake de organisatie, de bevoegdheden en de financiering van de Kamers van Koophandel.
Periode: 1945–
Product: o.a. Wet op de Kamers van Koophandel 1950 (Stb. 1950, 367), 1963 (Stb. 1963, 286), 1967 (Stb. 1967, 377), 1983 (Stb. 1983, 632), 1994 (Stb. 1994, 506) en 1997 (Stb. 1997, 783)
Waardering: B 4
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van nadere regels inzake Kamers van Koophandel.
Periode: 1950–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367), art. 35.1
Product: Algemene Maatregelen van Bestuur
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB delegeren van Ministeriële bevoegdheden inzake Kamers van Koophandel aan de Sociaal-Economische Raad
Periode: 1950–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367), art. 35.2
Product: Algemene Maatregelen van Bestuur
Opmerking: Het betreft de toetsing van begrotingen, rekeningen en verantwoording en de verlening van toestemming van door de wet vermelde rechtshandelingen van de Kamers van Koophandel.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van algemene regels met betrekking tot de verkiesbaarheid en de benoembaarheid van leden van Kamers van Koophandel.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286)
Product: Algemene Maatregelen van Bestuur
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van algemene regels inzake provinciale samenwerkingsverbanden van Kamers van Koophandel.
Periode: 1983–1997
Grondslag: Wet KvK 1983 (Stb. 1983, 632), art. 9.5-6
Product: Algemene Maatregelen van Bestuur
Opmerking: Deze regels betreffen de geldmiddelen en de samenstelling van de organen en het toezicht op deze organen.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van algemene regels voor Kamers van Koophandel
Periode: 1997–
Grondslag: Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783)
Product: Besluit heffingen Kamers van Koophandel en Fabrieken (Stb. 1997, 786)
Opmerking: Algemene regels worden beschouwd als een vorm van repressief toezicht.
Het betreft: Het stellen van regels met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen door Kamers van Koophandel ten aanzien van ondernemingen en het geven van voorlichting en juridisch advies aan ondernemers en ondernemingen (art. 25); Het stellen van regels aan Kamer van Koophandel of rechtspersonen met een meerderheid van stemrechten in de Kamer van Koophandel ter voorkoming van voor een goede marktwerking ongewenste mededinging of verhindering, beperking of vervalsing van de mededinging (art. 30); Het vaststellen van maxima van tarieven van Kamers van Koophandel voor hun loketfunctie en voorlichting. De aanwijzing van publicatiebladen waarin besluiten inzake tarieven van Kamers van Koophandel worden gepubliceerd.
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van nadere instructies aan Kamers van Koophandel bij de uitoefening van wettelijke bevoegdheden.
Periode: 1945–
Grondslag: Wet KvK 1983 (Stb. 1983, 632), art. 9.5-6
Product: o.a. Beschikking met betrekking van de toepassing van de Woonruimtewet van 2 december 1947
Waardering: B 5
7.1.10.2 Instelling en samenstelling Kamers van Koophandel
Handeling: Het instellen of herindelen van Kamers van Koophandel.
Periode: 1950–
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367), art. 2; Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286), art. 2; Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783), art. 2.1
Product: Koninklijke Besluiten en Algemene Maatregelen van Bestuur
Opmerking: De instellingsbesluiten bevatten de omgrenzing van het gebied dat onder de Kamer van Koophandel ressorteert en de daarbij aangewezen gemeente van vestiging. Indien sprake is van een instelling of herindeling, worden bepalingen vastgesteld ten aanzien van rechten en bezittingen, het vermogen en de archieven. Geschillen met betrekking tot de uitvoering van gebiedsverdeling worden door de Minister van Economische Zaken beslist.
Vanaf 1963 adviseert de SER bij belangrijke wijzigingen als fusies van de Kamers van Koophandel.
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van het ledenaantal en de samenstelling van Kamers van Koophandel.
Periode: 1951–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367), art. 4 en 31
Waardering: V5 jaar na vervallen
Handeling: Het benoemen van de eerste leden van nieuw ingestelde Kamers van Koophandel en het vaststellen van het tijdstip waarop de eerste begroting moet worden ingediend.
Periode: 1951–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367), art, 34
Product: Besluiten
Waardering: V 5 jaar na aflopen benoeming
Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de overgang van rechten, lasten, verplichtingen en bezittingen van Kamers van Koophandel bij wijziging van de indeling.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286), art. 32,33 en 35
Product: Ministeriele regeling
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het delegeren van bevoegdheden aan de SER ten aanzien van de samenstelling van de vertegenwoordiging in de Kamers van Koophandel.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286)
Opmerking: Aan de SER zijn de bevoegdheden tot de aanwijzing van bedrijfstakken die vertegenwoordigd zijn in de KvK en de vaststelling van het aantal leden gedelegeerd.
Waardering: V 5 jaar na vervallen
Handeling: Het verlenen van ontheffing van de verplichting van het Nederlanderschap aan leden van een Kamer van Koophandel.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286), art. 9, lid 4
Opmerking: De wet schrijft voor dat gekozen leden van een KvK in het bezit moeten zijn van een bewijs van Nederlanderschap of ingezetenschap, minstens 25 jaar oud moeten zijn en niet ontzet mogen zijn uit het kiesrecht of uit het recht bepaalde ambten te bekleden of bepaalde beroepen uit te oefenen. De Minister kan hiervan ontheffing verlenen.
Waardering: V 5 jaar na vervallen ontheffing
Handeling: Het bij AMvB vaststellen en wijzigen van regels met betrekking tot reeds ingestelde Kamers van Koophandel
Periode: 1997–
Grondslag: Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783), passim
Product: Algemene Maatregelen van Bestuur
Opmerking: De Minister heeft de volgende bevoegdheden:
Het stellen van regels ten aanzien van de gevolgen van instelling, opheffing en gebiedsindeling van de Kamers (art. 2, lid 3); Het vaststellen van het aantal leden van het algemeen bestuur (art. 7, lid 2) ; Het stellen van regels met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen door Kamers van Koophandel ten aanzien van ondernemingen en het geven van voorlichting en juridisch advies aan ondernemers en ondernemingen (art. 25).
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van Ministeriële regels ten aanzien van bestuurshandelingen van een Kamer van Koophandel.
Periode: 1997–
Grondslag: Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783), art. 10
Product: Regeling aanwijzing publicatieblad (Stcrt. 1997, 249)
Regeling inrichting en begroting en jaarrekening Kamers van Koophandel (Stcrt. 1998, 35.)
Opmerking: Deze regelingen kunnen zijn: Het aanwijzen van een publicatieblad (art. 40); Het stellen van comptabele voorschriften.
Waardering: V 5 jaar na vervallen regeling
7.1.10.3 Controle op financiering en uitvoeringswerkzaamheden
Handeling: Het verlenen van toestemming aan Kamers van Koophandel voor het instellen en beheren van instellingen ten dienste van (handel) en nijverheid.
Periode: 1951–1997
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb.1950, 367) art. 23.1a; Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 28.1a
Opmerking: Voor de periode 1951-1963 wordt in de wet- en regelgeving gesproken van goedkeuring i.p.v. het verlenen van toestemming.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het vaststellen van de bedragen voor door Kamers van Koophandel te verstrekken financiële ondersteuningen.
Periode: 1951–
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367) art. 23.1c; Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 28.1c; Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783) art. 27.1
Opmerking: In de wet KvK 1950 wordt gesproken van het goedkeuren van door Kamers van Koophandel verleende financiële ondersteuningen boven een bedrag van fl. 1000,-. In de wet KvK 1963 gaat het om het vaststellen van een minimum aan bedragen en in de wet KvK 1997 gaat het om het stellen van maximumbedragen voor jaarlijks te verstrekken financiële ondersteuningen.
Deze steun wordt door de Kamer verstrekt ten behoeve van een onderzoek, overlegvorm of samenwerkingsverband tot stimulering van economische ontwikkelingen. Na 1997 kan dit beginsel bij AmvB worden vastgesteld.
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Handeling: Het goedkeuren van door Kamers van Koophandel vastgestelde tarieven van vergoedingen voor door haar bewezen diensten of werkzaamheden.
Periode: 1951–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367) art, 23.1d
Waardering: V 7 jaar na vervallen
Handeling: Het goedkeuren van het kopen, verkopen en bezwaren van onroerende goederen door Kamers van Koophandel en het doen bouwen, verbouwen of inrichten van gebouwen boven een bedrag van fl. 5000,–.
Periode: 1951–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367) art. 23.1a
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het verlenen van toestemming aan Kamers van Koophandel voor financiële steun boven een door de Minister bepaald bedrag.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 28.1c
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het jaarlijks vaststellen van Ministeriële regels met betrekking tot door Kamers van Koophandel te vorderen retributies en heffingen.
Periode: 1963–
Grondslag Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 11.2
Product: Beschikking vaststelling retributieregels in de Staatscourant
Opmerking: In deze besluiten worden met name maxima vastgesteld. Deze maxima worden gemotiveerd door opvattingen inzake het prijsbeleid van het Ministerie.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van Kamers van Koophandel tot de toekenning van vergoedingen aan leden voor het bijwonen van vergaderingen.
Periode: 1963–1997
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 11.2
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse begrotingen van Kamers van Koophandel.
Periode: 1963-
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 22
Opmerking: In de jaarlijkse begrotingen worden – als bijlagen op de inkomenspost – ook de heffingsverordeningen opgenomen, die de Kamers van Koophandel jaarlijks uitvaardigen, deze verordeningen kunnen worden getoetst aan de jaarlijkse retributieregels. De verordeningen van de Kamers van Koophandel worden gepubliceerd in de Staatscourant.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de rekeningen en verantwoordingen van Kamers van Koophandel.
Periode: 1963–
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 24.4
Opmerking: Vanaf 1984 geldt dat bij de te overhandigen stukken ook een accountantsrapport moet worden toegevoegd van een door de kamer benoemde registeraccountant of een persoon met gelijkaardige bevoegdheden.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van retributies voor door Kamers van Koophandel beheerde instellingen.
Periode: 1963–1983
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 22
Opmerking: Volgens art. 16 van de wet mogen Kamers van Koophandel instellingen ten dienste van de handel en nijverheid in het leven roepen en beheren, voorlichting verstrekken en in de handel brengen. De beschrijving betreft hier mogelijk afzonderlijke retributies, de jaarlijkse heffingsverordening wordt vastgesteld bij de begroting.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren en vaststellen van retributies voor door de Kamers van Koophandel te verlenen diensten en te verrichten werkzaamheden en het goedkeuren van heffingen van Kamers van Koophandel aan ingeschreven ondernemingen.
Periode: 1963–
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 26.1; Wet KvK 1983 (Stb. 1983, 632) art. 26.1; Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783) art. 39
Opmerking: Voor 1984 was sprake van het goedkeuren van retributies, deze handeling werd bij de wetswijziging in 1983 gewijzigd in het vaststellen van retributies. Dit was een toepassing van het profijtbeginsel, waarbij werd gesteld dat verzoeken van diensten aan openbare lichamen door de belanghebbende dienden te worden bekostigd. In 1997 was er weer sprake van het goedkeuren van retributies en werd de handeling uitgebreid met het goedkeuren van heffingen. De (in 1997) bedoelde inkomsten zijn:
Heffingen aan in het handelsregister ingeschreven ondernemingen voor de uitvoering van zijn verplichtingen tot het verstrekken van inlichtingen van algemene aard; Heffingen en retributies in de vorm van vaste tariefbedragen aan belanghebbenden bij de uitoefening van wettelijke taken; Indien niet anders geregeld: tarieven voor het verlenen van advies en economische voorlichting aan ondernemingen. De goedkeuring kan alleen worden onthouden als het besluit in strijd is met het recht of als de Minister (op prijsregelingsgronden) bezwaar heeft tegen de hoogte van het bedrag.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het verlenen van toestemming aan Kamers van Koophandel tot het beheren van reserves of vermogens.
Periode: 1984–1997
Grondslag: Wet KvK 1983 (Stb. 1983, 632) art. 23.2
Opmerking: Vanaf de wetswijziging van 1984 geldt, dat voor het houden van reserves of het beheren van vermogens in de begrotingen voorzieningen moeten worden getroffen, waarvoor aan de Minister toestemming moet worden gevraagd.
Een en ander geldt echter niet voor personele verplichtingen, zoals pensioenen. Dit verzoek om toestemming zal dus in de praktijk samengaan met de indiening van een bijgevoegde begroting.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het stellen van regels voor de toekenning van vergoedingen aan bestuursleden van Kamers van Koophandel voor het bijwonen van vergaderingen.
Periode: 1997–
Grondslag: Wet KvK 1997 (Stb. 1997, 783) art. 13.5
Product: Regels
Waardering: V 7 jaar na vervallen regels
7.1.10.4 Toezicht
Handeling: Het schorsen of nietig verklaren van besluiten van Kamers van Koophandel wegens strijdigheid met de wet of het algemeen belang.
Periode: 1951–1997
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367) art. 24–28; Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 28.1c
Product: Besluit tot schorsing of vernietiging in het Staatsblad
Opmerking: Schorsing van een besluit kan niet langer duren dan een jaar. Indien het besluit binnen een jaar niet nietig is verklaard, wordt ze geacht geldig te zijn.
Waardering: B 5
Handeling: Het treffen van voorzieningen wegens nalatigheid van een Kamer van Koophandel bij de nakoming van zijn wettelijke verplichtingen.
Periode: 1951–1963
Grondslag: Wet KvK 1950 (Stb. 1950, 367) art. 23.1a
Opmerking: De voorziening geschiedt op kosten van de nalatige kamer. Hierbij kan de Minister ook gebruik maken van het secretariaat en het verdere personeel van de kamer en heeft hij de bevoegdheid om personeel te ontslaan, aan te vullen en uit te breiden.
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van de Sociaal-Economische Raad of van product- en bedrijfsschappen, waarbij aan Kamers van Koophandel uitvoeringswerkzaamheden worden opgelegd.
Periode: 1963–1983
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 16.3
Waardering: B 5
Handeling: Het treffen van voorzieningen bij niet naar behoren verrichte uitvoeringswerkzaamheden van Kamers van Koophandel die door de wet zijn vastgesteld (‘door de wet gevorderde medewerking’).
Periode: 1963–
Grondslag Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 11.4
Waardering: V 10 jaar
7.1.10.5 Samenwerkingsverbanden
Handeling: Het vaststellen van regels voor samenwerkingsverbanden van Kamers van Koophandel.
Periode: 1963–
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 20.4
Product: Regelingen
Opmerking: Als voorbeelden worden in de wet genoemd: Het gemeenschappelijk verlenen van financiële ondersteuningen aan instellingen; Het gezamenlijk advies uitbrengen aan provinciale overheden.
Waardering: V 5 jaar na vervallen regels
Handeling: Het instellen of opnieuw constitueren van regionale verbanden Kamers van Koophandel.
Periode: 1963–1983
Grondslag: Wet KvK 1963 (Stb. 1963, 286) art. 20.2
Product: Besluiten
Waardering: B 4
Handeling: Het goedkeuren van bij wet voorgeschreven provinciale samenwerkingorganen van de Kamers van Koophandel.
Periode: 1983–1993
Grondslag: Wet KvK 1983 (Stb. 1983, 632) art. 20
Opmerking: Wanneer het grondgebied van de provincie tot de gebieden van meer Kamers behoort, vormen zij een samenwerkingsverband, waaraan zij ook bevoegdheden kunnen delegeren.
Waardering: V5 jaar
7.1.11 Regionale crisisbeheersing uit naam van de Minister van Economische Zaken
NB: De onderstaande handelingen worden formeel worden verricht door de Minister van EZ. In crisistijd zijn deze per regio gemandateerd aan een economische commissaris, welke functie qualitate qua door de secretaris van de desbetreffende KvK wordt vervuld.
Handeling: Het voeren van overleg met provinciale en regionale autoriteiten met betrekking tot crisisbeheersingsmaatregelen.
Periode: 1945–
Bron: Ministerie van Economische Zaken, Handboek crisisbeheersing EZ.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen en formuleren van beleid met betrekking tot de uitvoering van economische noodwetgeving.
Periode: 1945–
Bron: Ministerie van Economische Zaken, Handboek crisisbeheersing EZ.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het mandateren of delegeren van bevoegdheden uit economische noodwetgeving.
Periode: 1945–
Bron: Ministerie van Economische Zaken, Handboek crisisbeheersing EZ.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het vorderen van eigendomsrechten op of rechten tot gebruik van zaken.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Vorderingswet 1962 (Stb. 1962, 587) art. 3a.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het beoordelen van vorderingen van eigendomsrechten op of rechten tot gebruik van zaken door betrokken Ministers of andere bevoegde autoriteiten.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1, 2;
Vorderingswet 1962 (Stb. 1962, 587) art. 5, lid 1.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het beëindigen van door vordering ontstane rechten tot gebruik van zaken.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Vorderingswet 1962 (Stb. 1962, 587) art. 20.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het toepassen van bestuursdwang ter handhaving van vorderingen van eigendomsrechten op of rechten tot gebruik van zaken.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Vorderingswet 1962 (Stb. 1962, 587) art. 10.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het toepassen van bestuursdwang ter handhaving van de beëindiging van vorderingen van eigendomsrechten op of rechten tot gebruik van zaken.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Vorderingswet 1962 (Stb. 1962, 587) art. 22.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het aanwijzen van soorten goederen als distributiegoederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 4.
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het gebruik of vervoer van distributiegoederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 6, 7.
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het handelen of in voorraad houden van distributiegoederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 5.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het registreren van voorraden van distributiegoederen naar aard, hoeveelheid en plaats.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 8.
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van burgemeesters met betrekking tot de inrichting van distributiediensten en tot het aanwijzen van personen die namens hen belast zijn met de dagelijkse leiding over distributiediensten.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 12.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het, bij nalatigheid van een burgemeester, stellen van algemeen verbindende voorschriften ter verzekering van een goede distributie.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Distributiewet 1939 (Stb. 1939, 633) art. 15, lid 4.
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het tegengaan van het hamsteren van goederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Hamsterwet (Stb. 1962, 542) art. 3.
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het verlenen of intrekken van ontheffingen van regels met betrekking tot het tegengaan van het hamsteren van goederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Hamsterwet (Stb. 1962, 542) art. 4.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het voordragen tot vaststelling, wijziging of intrekking van amvb’s met betrekking tot de invoer of uitvoer van goederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Hamsterwet (Stb. 1962, 542) art. 2c, lid 1, juncto art. 2, 2b.
Product: Algemene maatregel van bestuur (amvb)
Opmerking: Het gaat hier bijvoorbeeld om invoer- of uitvoerbesluiten, waarbij regels worden gesteld met betrekking tot de invoer of uitvoer van goederen.
Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de in- en uitvoer van goederen.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
In- en uitvoerwet (Stb. 1962, 295) art. 2 lid 4, 4, 5a, 7.
Product: Ministeriële regeling
Opmerking: Door middel van deze regeling kunnen regels, zoals deze vervat zijn in invoer- en uitvoerbesluiten, buiten werking worden gesteld.
Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het verbieden van de uitvoer van goederen die voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden zonder een uitvoervergunning.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
In- en uitvoerwet (Stb. 1962, 295) art. 2a, lid 5.
Product: Beschikking
Opmerking: Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 6
Handeling: Het goedkeuren van door de voedselcommissaris vast te stellen regels en verplichtingen met betrekking tot voedselproducten.
Periode: 1945–
Grondslag: Prijzennoodwet (Stb. 1984, 575) art. 16, lid 1;
Aanwijzingsbesluit economische noodwetgeving (Stb. 1991, 447) art. 1;
Landbouwwet (Stb. 1957, 342) art. 17, 19, 22.
Product: Beschikking
Opmerking: De regels en verplichtingen vereisen goedkeuring wanneer bedrijven op het gebied van industrie, handel en ambacht betrokken zijn.
Deze handeling wordt in crisistijd per regio namens de Minister van EZ uitgevoerd door een economische commissaris.
Waardering: B 5
7.2 Actor: Adviescommissie inzake STiREA-aanvragen
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake STiREA-aanvragen.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996, 161) art. 27
Product: Adviezen
Waardering: B 5
7.3 Actor: Begeleidingscommissie Perspectievennota Zuid-Limburg
Handeling: Het doen verrichten van deelonderzoeken ter voorbereiding van een Perspectievennota Zuid-Limburg.
Periode: 1978–1990
Product: Onderzoeksrapporten
Waardering: B 5
Handeling: Het mede voorbereiden van vijfjaarlijkse ontwikkelingsplannen.
Periode: 1978–1985
Waardering: B 5
Handeling: Het doen van voorstellen aan de (vak-)Minister voor de financiering van projecten uit de gereserveerde gelden in het kader van de Perspectievennota Zuid-Limburg.
Periode: 1978–1990
Product: voorstel
Opmerking: Het voorstel wordt door belanghebbenden ingediend bij het secretariaat van de begeleidingscommissie. De secretaris onderzoekt of het project in aanmerking zou kunnen komen voor ondersteuning door een van de Ministeries.
Waardering: B 5
Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen van zijn werkzaamheden en van de ontwikkeling van Limburg.
Periode: 1978–1990
Product: Voortgangsrapporten
Opmerking: Bij deze rapporten, die aan de Staten-Generaal worden aangeboden horen ook de opmerkingen en kanttekeningen die door belanghebbenden worden gemaakt bij de voorbereiding of naar aanleiding van het rapport.
Waardering: B 3
7.4 Actor: Coördinatiecommissie Perspectievennota Zuid-Limburg
Handeling: Het doen verrichten van deelonderzoeken ter voorbereiding van een Perspectievennota Zuid-Limburg.
Periode: 1971–1978
Product: Onderzoeksrapporten
Waardering: B 5
7.5 Actor: Commissie onderzoek industriële ontwikkelingsmogelijkheden linker Maas- en Waaloever
Handeling: Het adviseren van de Minister van EZ inzake het te voeren beleid ten aanzien van een specifieke regio.
Periode: 1945–
Product: Adviesrapporten
Waardering: B 1
7.6 Actor: Coördinatiecommissie Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands
Handeling: Het mede voorbereiden en vaststellen van beleidsplannen in het kader van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1977–
Product: Meerjarenperspectief: ISP-2, (1981) ISP-3 (1986), ISP-4 (1991), ISP-5 (1995); Herijkingsnota ISP 1987.
Opmerking: De evaluatie van de ISP’s aan de hand van de binnengekomen voortgangsrapporten en de periodieke evaluatierapporten vallen ook hieronder.
Waardering: B 5
Handeling: Het periodiek informeren van de Minister en de Staten-Generaal over de voortgang van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1977–
Product: Voortgangsrapportage
Waardering: B 3
Handeling: Het mede instellen van organisatieverbanden in het kader van een Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1977–
Opmerking: Voorbeelden zijn: De Organisatie voor Energieconsulenten voor de Kwartaire Sector in Noord-Nederland, (SNOECK) werkzaam als proefproject voor 1987-1989; De Klankbordgroep (BCN) werkgevers en werknemers 1988-.
Waardering: B 4
7.7 Actor: Commissie voor de Uitkeringen van STiREA-subsidies
Handeling: Het adviseren over aanvragen van subsidies voor ruimtelijke economische projecten met uitzondering van de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996,161) art. 6.6-7
Product: Adviesrapporten
Opmerking: Na 2000 vinden ook uitkeringen aan de grote gemeenten plaats op basis van een apart budget voor grote steden.
Waardering: B 5
7.8 Actor: Hoofdcommissie voor de Industrialisatie
Handeling: Het adviseren van de Minister inzake de effecten van regionale stimuleringsregelingen voor bedrijven.
Periode: 1950–1958
Product: Afzonderlijke verslagen van vergaderingen en rapporten.
Waardering: B 5
7.9 Actor: Inspecteur der Vennootschapsbelastingen
Handeling: Het administreren van gebouwen en installaties en het innen van heffingen daarop in een SIR-gebied.
Periode: 1975–1981
Grondslag: Wet SIR (Stb. 1974, 95) art. 16.1; Aanwijzingsbesluit 1975 (Stb. 1975, 7) art. 2
Opmerking: Vereiste gegevens zijn volgens het Besluit nadere regelen Selectieve Investeringsheffing: stukken, verstrekt door B&W: de bouwvergunning en de daarbij geleverde financiële gegevens (aannemingssom, kostenraming, waarde van de grond); verklaringen die hebben geleid tot een vrijstelling, afkomstig van B&W, de Minister van EZ of de Minister van VRO;vergunningen van de Minister van EZ, voorzover vereist.
Waardering: V 7 jaar
7.10 Actor: Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking
Handeling: Het adviseren van het kabinet over aanvragen van Ministeries aan het fonds voor middelen voor projecten op hun begrotingspost.
Periode: 1993–
Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking, art. 3
Product: Toezeggingsbrieven, adviezen
Opmerking: De voorstellen worden door de Ministers van Economische Zaken en Financiën getoetst op de door de wet vastgestelde criteria van economisch belang en de budgettaire inpasbaarheid en door de Interdepartementale Commissie voor Economische Structuurversterking mede getoetst op samenhang met andere investeringen en additionaliteit.
Waardering: B 5
Handeling: Het in samenwerking met andere Ministeries opstellen van investeringssprogramma’s en adviezen inzake het investeringsbeleid van het kabinet en inzake uitgaven van het Fonds Economische Structuurversterking.
Periode: 1993–
Product: Brieven aan de Staten-Generaal, adviesrapporten, investeringsprogramma’s
Waardering: B 5
7.11 Actor: Ministeriële Contactcommissie Regionaal Beleid
Handeling: Het bewerkstelligen van een besluit ten aanzien van aanvragen om ondersteuning van projecten in het kader van de Perspectievennota Zuid-Limburg.
Periode: 1974–1983
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368) art. 15 en 16
Opmerking: Indien bij de besluitvorming verschillende departementen betrokken zijn en er geen consensus ontstaat, voert de commissie een gesprek met de begeleidingscommissie PNL. Daarna neemt zij contact op met de andere vakMinisters. Mocht dan geen overeenstemming worden bereikt dan treedt de coördinerende Minister op. Indien ook dan geen overeenstemming is bereikt, doet zij zelfstandig een voorstel aan de Ministerraad, die de knoop moet doorhakken.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van commentaar op het voortgangsrapport van de begeleidingscommissie.
Periode: 1974–1983
Product: Voortgangsrapport
Waardering: B 2
Vervalt.
7.12 Actor: Ministeriele Commissie voor regionaal beleid (MCRB)
Handeling: Het bewerkstelligen van een besluit ten aanzien van aanvragen om ondersteuning van projecten in het kader van de Perspectievennota Zuid-Limburg.
Periode: 1983–
Grondslag: Wet Investeringsrekening (Stb. 1978, 368) art. 15 en 16
Opmerking: Indien bij de besluitvorming verschillende departementen betrokken zijn en er geen consensus ontstaat, voert de commissie een gesprek met de begeleidingscommissie PNL. Daarna neemt zij contact op met de andere vakMinisters. Mocht dan geen overeenstemming worden bereikt dan treedt de coördinerende Minister op. Indien ook dan geen overeenstemming is bereikt, doet zij zelfstandig een voorstel aan de Ministerraad, die de knoop moet doorhakken.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van commentaar op het voortgangsrapport van de begeleidingscommissie.
Periode: 1983–
Product: Voortgangsrapport
Waardering: B 2
Vervalt.
Handeling: Het voorbereiden van de besluitvorming van de Ministerraad inzake regionaal economisch beleid
Periode: 1983–
Grondslag: Instellingsbesluit
Waardering: B 5
7.13 Actor: Interdepartementale Commissie Regionaal Beleid (ICRB)
Vervalt.
Handeling: Het voorbereiden van de besluitvorming van de Ministerraad inzake regionaal economisch beleid
Periode: 1983–
Grondslag: Beschikking (nr. 638/840) van 23 juni 1983 van de Minister van Economische Zaken
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken op het terrein van de sociaal-economische problematiek van de grote steden
Periode: 1983–
Grondslag: Beschikking (nr. 638/840) van 23 juni 1983 van de Minister van Economische Zaken
Product: Advies
Waardering B 1
7.14 Actor: Structuurcommissie Midden- en Kleinbedrijf Noorden des Lands
Handeling: Het adviseren van de Minister van EZ inzake het te voeren beleid ten aanzien van een specifieke regio.
Periode: 1945–
Product: Adviesrapporten
Waardering: B 1
7.15 Actor: Stuurgroep Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands
Handeling: Het periodiek informeren van de Minister en de Staten-Generaal over de voortgang van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1978–
Product: Voortgangsrapportage
Waardering: B 3
Handeling: Het administreren van mede door het rijk gefinancierde projecten van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1978–
Product: Register, agenda
Waardering: V 7 jaar na afronden van het project
7.16 Adviescommissies
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken en andere actoren op het gebied van regionaal economisch beleid
Periode: 1945–
Product: adviesaanvraag, advies, correspondentie, (evaluatie-)rapport, onderzoeksgegevens
Grondslag: Bijvoorbeeld Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996,161) art. 27
Opmerking: In sommige gevallen geeft een adviescommissie een advies op verzoek van de Minister en soms doet ze dat op eigen initiatief. Ook de adviesaanvraag door de Minister wordt onder deze handeling begrepen.
Bedoeld worden adviescommissies van dezelfde aard als de Adviescommissie inzake STiREA-aanvragen.
Waardering: Adviesaanvraag, een exemplaar van het advies of evaluatierapport: B 1, 2
Overig: V, 10 jaar na verschijnen rapport
B Selectielijst voor de Minister van Binnenlandse Zaken
Handeling: Het participeren in projectgroepen voor bijzondere voorzieningen van landelijk belang op regionaal economisch terrein.
Periode: 1985–
Grondslag: Nota’s Regionaal Economisch Beleid, werkplannen van het Ministerie
Product: Nota Project Mainport Rotterdam (PMR); Nota Project Ontwikkeling Nationale Luchthaven (ONL).
Waardering: B 5
Handeling: Het voeren van overleg met regionale actoren naar aanleiding van de onverwachte opheffing of staking van werkzaamheden van economisch belangrijke ondernemingen.
Periode: 1945–
Product: Agenda’s, verslagen, nota’s, rapporten (met de eventueel daarbij vast te stellen regelingen)
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen bij de vaststelling van integrale structuurplannen voor daartoe aangewezen economische achterstandsgebieden
Periode: 1965–
Opmerking: Deze bijdragen, door de Ministeries belast met Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Sociale Zaken en Welzijn, gelden in ieder geval: Het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands; De Perspectievennota Zuid-Limburg.
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van commissies voor sociaal-economisch onderzoek naar regiospecifieke problemen.
Periode: 1945–
Product: Instelling commissie onderzoek industriële ontwikkelingsmogelijkheden linker Maas- en Waaloever, ca. 1950; Structuurcommissie Midden- en Kleinbedrijf Noorden des Lands, 12 juli 1968; Werkgroep ontwikkelings- en welvaartspeil Hoge Land provincie Groningen.
Opmerking: Rond 1950 is geprobeerd te komen tot een regionaal welvaartsplan met een daarbij behorend fonds. Het doel was aan de hand van concrete projecten op gebied van industrialisatie maar ook op agrarisch en infrastructureel terrein een regionale ontwikkeling tot stand te brengen. De planning ging echter niet verder dan het stadium van voorstellen. De commissies konden bestaan uit vertegenwoordigers van verschillende Ministeries onder voorzitterschap van ambtenaren van deze Ministeries.
Waardering: B 4
Handeling: Het adviseren van de Minister van EZ inzake het te voeren beleid ten aanzien van een specifieke regio.
Periode: 1945–
Product: Adviesrapporten
Waardering: B 1
Handeling: Het maken van financieringsafspraken inzake de toekenning van gelden voor projecten van het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands.
Periode: 1978–1990
Grondslag: ISP-1, ISP-2, ISP-3.
Product: Convenant, budgetafspraak.
Opmerking: Het gaat bijvoorbeeld over instellingen van (Hoger) Beroepsonderwijs, infrastructuur en werkverschaffing.
Waardering: B 5
Handeling: Het leveren van bijdragen in het overleg met samenwerkingsorganen van andere overheden (Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten).
Periode: 1965–
Product: Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Ruimte voor Economische Activiteit, 1995; Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Samenwerking in de regio, 1999; Bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 1990.
Opmerking: De bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is voorlopig als onderzoeksconvenant opgevoerd ter wille van een concreet inventarisatieonderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het al dan niet in samenwerking met andere Ministeries leveren van bijdragen aan de totstandkoming van regionale economische samenwerkingsverbanden met betrekking tot economische voorzieningen door het rijk.
Periode: 1979–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Regio-convenanten
Opmerking: Voorbeelden van deze resultaten zijn: Kerngroep Meerjarenperspectief Noord-Nederland; De Zuidelijke Alliantie; Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Waardering: B 1
Handeling: Het op aanvraag uitkeren van subsidies voor ruimtelijke economische projecten in de steden Amsterdam, Rotterdam, ’s-Gravenhage en Utrecht.
Periode: 1996–2000
Grondslag: Besluit Stimulering Ruimte voor Economische Activiteiten (Stb. 1996,161) art. 27
Opmerking: Als criteria gelden actieplannen die volgens procedures van het Convenant Grote Stedenbeleid zijn vastgesteld. Na 1995 vinden ook uitkeringen aan de grote gemeenten plaats op basis van een apart budget voor grote steden.
Waardering: V 15 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het verlenen en vaststellen van subsidies aan Gedeputeerde Staten in het kader van het co-financieren van EFRO-projecten.
Periode: 1990–
Grondslag: Nota Ruimte voor Regio, bijlage 1; Regeling co-financiering doelstelling 1-, 2- en 5b-programma’s. (Stcrt. 1995, 166), (Stcrt. 1997, 153); Regeling co-financiering RESIDER, RESIDER II (Stcrt 1995, 244)
Product: Beschikkingen en verantwoordingen
Opmerking: EFRO-projecten: RETEX-projecten in Twente; RESIDER-projecten in het IJmond-gebied; URBAN-projecten voor Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht; CONVER-projecten van defensieterreinen; MKB-projecten in regio’s.
Handeling wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken alleen uitgevoerd in het kader van het Grotestedenbeleid.
Waardering: V 7 jaar na aflopen subsidie
Handeling: Het deelnemen aan bijeenkomsten van landelijke en internationale overlegorganen op Euregio-gebied.
Periode: 1990–
Product: Verslagen, instructies
Opmerking: Het betreft tot op heden het zogenaamde Arnhem-overleg en het Arnhem-Dusseldorf-overleg.
Waardering: B 1
C Selectielijst voor de Minister van Financiën
Handeling: Het bij Ministeriële regeling vaststellen van nadere regels inzake de inning van de SIR-heffing.
Periode: 1974–1985
Grondslag: Wet SIR (Stb. 1974, 95) art. 3a, 10, 13, 14 en 37
Product: Uitvoeringsbeschikking Selectieve Investeringsheffing (Stcrt. 1975, 186) (Stb. 1978, 144.7)
Opmerking: De Minister van Financiën stelt met name voorschriften vast met betrekking tot de aangifte van de verschuldigde heffing aan de Inspecteur van de Vennootschapsbelasting.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het leveren van bijdragen in het overleg met samenwerkingsorganen van andere overheden (Interprovinciaal Overleg, Vereniging van Nederlandse Gemeenten).
Periode: 1965–
Product: Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Ruimte voor Economische Activiteit, 1995; Convenant met het Interprovinciaal Overleg: Samenwerking
in de regio, 1999; Bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 1990.
Opmerking: De bestuursovereenkomst met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is voorlopig als onderzoeksconvenant opgevoerd ter wille van een concreet inventarisatieonderzoek.
Waardering: B 1
Handeling: Het al dan niet in samenwerking met andere Ministeries leveren van bijdragen aan de totstandkoming van regionale economische samenwerkingsverbanden met betrekking tot economische voorzieningen door het rijk.
Periode: 1979–
Grondslag: Nota Ruimtelijk Economisch Beleid 1999
Product: Regio-convenanten
Opmerking: Voorbeelden van deze resultaten zijn: Kerngroep Meerjarenperspectief Noord-Nederland; De Zuidelijke Alliantie; Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN).
Waardering: B 1
Handeling: Het in samenwerking met andere Ministeries opstellen van investeringssprogramma’s en adviezen inzake het investeringsbeleid van het kabinet en inzake uitgaven van het Fonds Economische Structuurversterking.
Periode: 1993–
Product: Brieven aan de Staten-Generaal, adviesrapporten, investeringsprogramma’s
Waardering: B 5
D Selectielijst voor de Minister van VROM
7.17 Actor: Minister belast met Ruimtelijke Ordening
Vervalt.
Handeling: Het adviseren, overeenstemmen met van de Minister van Economische Zaken inzake vrijstelling , ontheffing en andere toepassingen van de Selectieve Investeringsregeling (SIR)
Periode: 1975–1985
Grondslag: Wet SIR art. 3.4 (Stb. 1974, 95); Besluit nadere regelingen SIR 1975 art. 2.41; art. 16.1 (Stb. 1975, 168); Aanwijzingsbesluit 1975, art. 2 (Stb. 1975, 7); Wet SIR art. 27 en 29 (Stb. 1974, 95)
Product: Advies vrijstelling van heffingen inzake aangevraagde investeringen ter beperking van water- bodem of luchtverontreiniging dan wel geluid-, licht of trillingshinder .
Advies ontheffingen van verschuldigde heffingen op de bouw- en andere investeringskosten van bepaalde categorieën vestigingen in een SIR-gebied
Advies inzake vestiging elders; verklaring van vergunningsplichtAdvies inzake vestiging buiten het Rijnmondgebied; verklaring van vergunningsplicht
Opmerking: Deze reactie dient binnen een maand na de aanmelding in het bezit te zijn van aanvrager. Tegen een Ministeriële beschikking kan beroep bij de Kroon worden ingesteld.
Waardering: V 5 jaar
Handeling: Het op aanvraag van belanghebbende verstrekken van een verklaring inzake de aanwezigheid van zijn bedrijf in een vastgesteld saneringsgebied van de Selectieve Investeringsregeling (SIR)
Periode: 1975–1981
Grondslag: Wet SIR (Stb. 1974, 95) art. 3.6 Besluit nadere regelingen Selectieve Investeringsheffing (Stb. 1975, 168) art. 3
Product: Verklaring inzake de aanwezigheid van zijn bedrijf
Waardering: V 5 jaar
Vervalt.
Vervalt.
Vervalt.
Vervalt.
Handeling: Het verlenen van vergunningen in het kader van de Selectieve Investeringsregeling (SIR).
Periode: 1975–1985
Grondslag: Wet SIR (Stb. 1974, 95) art. art. 17-22, 27 en 29; Besluit beoordeling vergunnings-aanvraag SIR 1975 (Stb. 1975, 289)
Product: Vergunningen voor de oprichting van vergunningplichtig verklaarde bedrijfsgebouwen en installaties in SIR-gebieden buiten het Rijnmond-gebied
Vergunningen voor investeringen aan, voor een bouwvergunning in aanmerking komende, industriebedrijven in het Rijnmondgebied.
Opmerking: Het betreft investeringen die niet binnen de bevoegdheid van het Openlaar Lichaam Rijnmond vallen.
Waardering: V 7 jaar na vervallen vergunning
Vervalt.
Vervalt.
Handeling: Het bij AMvB en beschikking vaststellen van regels ter uitvoering van de wet Selectieve Investeringsregeling (SIR)
Periode: 1974–1985
Grondslag: Wet SIR (Stb. 1974, 95) art. 27.2, art. 27.4
Product: Algemene maatregel van bestuur inzake categorieën bedrijfsgebouwen en installaties die van aanmeldingsplicht zijn vrijgesteld.Beschikking, houdende toepassing van art. 27 (Stcrt. 1975, 174)
Waardering: B 5
Vervalt.
Vervalt.
Handeling: Het toekennen en uitkeren van subsidies in het kader van de Selectieve Investeringsregeling (SIR)
Periode: 1945–1958
Grondslag: Subsidieregeling Industriehallenbouw kerngemeenten
Het betreffende provinciaal ontwikkelingsplan
Product: Beschikking toekenning subsidie aan gemeenten voor de bouw van aan particulieren te verhuren fabriekshallen.
Beschikking toekenning subsidie aan gemeenten in vastgestelde ontwikkelingsgebieden voor de aanleg van industrieterreinen
Opmerking: Tijdens deze periode waren de volgende actoren actief: Minister van Openbare Werken en Wederopbouw; Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting; en de Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid
De subsidie voor fabriekshallen wordt à fonds perdu toegekend op basis van een beredeneerde aanvraag in een daartoe aangewezen gemeente. De uitvoering, met name het bouwrijp maken van de terreinen, geschiedt in het kader van de arbeidsvoorziening door de Dienst Uitvoerende Werken (DUW). Na een interventie van het Ministerie van Financiën werd aan de subsidieregeling een rentabiliteitsbeoordeling toegevoegd, waarbij een minimumbedrag van te innen huur als criterium werd gesteld. De subsidie was aan kritiek onderhevig, omdat zij te beperkt was in haar opzet en onvoldoende rendabel.
De subsidie voor industrieterreinen wordt toegekend in overleg met Gedeputeerde Staten, die eveneens een subsidie toezegt. De aanvraag van de gemeente geschiedt door bemiddeling van Gedeputeerde Staten. De subsidie wordt definitief vastgesteld op basis van de in gebruik genomen nuttige oppervlakte na gereedkomen van het project. Hierop kunnen door de Minister voorschotten worden verleend.
Waardering: V 7 jaar
Handeling: Het voeren van periodiek overleg met de Vereniging van Kamers van Koophandel.
Periode: 1945–
Grondslag: Archieflijst Vereniging van Kamers van Koophandel, rubriek 160.02
Product: Notulen
Opmerking In deze periode waren de volgende actoren actief: Minister van Openbare Werken en Wederopbouw; Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting; Minister van Volkshuisvesting en Bouwnijverheid; Minister Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; en de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Waardering: B (5)
E Selectielijst voor de Minister van Verkeer en Waterstaat
Handeling: Het leveren van bijdragen bij de vaststelling van integrale structuurplannen voor daartoe aangewezen economische achterstandsgebieden
Periode: 1965–
Opmerking: Deze bijdragen, door de Ministeries belast met Verkeer en Waterstaat, Landbouw, Sociale Zaken en Welzijn, gelden in ieder geval:
Het Integraal Structuurplan voor het Noorden des Lands;
De Perspectievennota Zuid-Limburg.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)