Regeling van de Minister van Economische Zaken van 28 februari 2008, nr. WJZ 8024263, tot vaststelling van algemene uitvoeringsregels voor de subsidieverstrekking op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie (Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie)
Gelet op artikel 31, negende lid, onderdeel d, van de Elektriciteitswet 1998 en de artikelen 3, derde lid, onder d, en zesde lid, 56, eerste en derde lid, 62, vierde lid, 63, tweede lid, 66, tweede en vierde lid, 68, vierde lid, en 70, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. basisinfrastructuur voor koolstofdioxide: infrastructuur voor het transport en de permanente opslag van koolstofdioxide of voor het transport en het gebruik van koolstofdioxide die wordt gebruikt door meerdere gebruikers met een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of met een subsidie-ontvanger die koolstofdioxide afvangt en gebruikt;
- –. biomassalevering: hoeveelheid biomassa die is ingezet voor energieproductie en waarvoor de fysieke en duurzaamheidseigenschappen voor de gehele levering gelijk zijn;
- –. bioraffinage: proces waarbij biomassa wordt gescheiden in verschillende stromen waarbij het hoofdproduct, eventueel na verdere verwerking, wordt gebruikt ter verdringing van grondstoffen van fossiele oorsprong en waarbij restproducten zoals lignine kunnen ingezet worden voor energietoepassingen;
- –. bosbeheereenheid: een of meer bospercelen die als één geheel worden beheerd;
- –. ean-code: uniek 18-cijferig nummer dat dient om een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte of hernieuwbaar gas of een aansluiting van een productie-installatie of een productie-eenheid op het net te identificeren;
- –. meetbedrijf: meetbedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong of artikel 24a van de Warmtewet, of meetverantwoordelijke partij als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;
- –. meetprotocol: document waarin de bemetering van een productie-installatie, de wijze van meten en de wijze van kwaliteitsborging van de meetgegevens ten aanzien van de hoeveelheden elektriciteit, gas, warmte, waterstof, koolstofdioxide of mechanische energie die de installatie opwekt, de hoeveelheden brandstof die de installatie verbruikt en de wijze van bepaling van de calorische waarde van de brandstof beschreven zijn;
- –. meetrapport: rapport dat alle meetgegevens van de desbetreffende kalendermaand bevat;
- –. milieu- en energiesteunkader: Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/010);
- –. minister: Minister van Klimaat en Groene Groei;
- –. NTA 8003:2017: de Nederlands Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassingen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 30 november 2017;
- –. nuttig aangewende koolstofdioxide: koolstofdioxide die wordt aangewend voor koolstofdioxidebemesting in tuinbouwkassen, voor zover daarmee uitsluitend het gebruik van fossiele brandstoffen voor koolstofdioxidebemesting wordt voorkomen;
- –. nuttig aangewende koolstofdioxide-arme warmte: warmte, uitgedrukt in GJ of MWh, die vrijkomt uit productie-installaties voor vermindering van broeikasgas en die, voor zover daarmee de uitstoot van broeikasgas wordt voorkomen en die buiten de systeemgrens van de productie-installatie wordt aangewend, wordt aangewend voor:
- a. gebouwklimatisering van de binnenruimten van gebouwen;
- b. tapwaterverwarming en verwarming van water dat wordt ingezet in bedrijfsprocessen, met uitzondering van het gebruik als voedingswater voor een productie-installatie waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- c. verwarming in industriële processen en van tuinbouwkassen, met uitzondering van:
- 1°. de inzet in een turbine of organische rankine cyclus waarmee elektriciteit wordt opgewekt;
- 2°. het drogen en verwarmen van inputstromen van een productie-installatie voor het opwekken van elektriciteit, inclusief het voorverwarmen van verbrandingslucht;
- 3°. de inzet voor rookgasreiniging en waterzuivering van een productie-installatie;
- d. klimaatregeling van koelcellen en industriële koelingstoepasssingen;
- e. levering aan een warmtenet, mits de producent aannemelijk kan maken dat de warmte gebruikt wordt voor een van de toepassingen, bedoeld onder a tot en met d;
- –. oordeel omtrent de geschiktheid: op verzoek van een producent door een meetbedrijf afgegeven oordeel dat:
- a. een productie-installatie geschikt is voor de opwekking van koolstofdioxide-arme warmte, de productie van waterstof, de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide, de afvang en het gebruik van koolstofdioxide of de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof; en
- b. een meetinrichting geschikt is voor de meting van warmte die met een productie-installatie wordt opgewekt en nuttig wordt aangewend, van waterstof die met de productie-installatie wordt geproduceerd, van koolstofdioxide die met de productie-installatie wordt afgevangen en permanent wordt opgeslagen of wordt gebruikt of van geavanceerde hernieuwbare brandstof die met de productie-installatie wordt geproduceerd;
- –. P50-waarde voor de netto elektriciteitsproductie: netto elektriciteitsproductie waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en windturbine dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- –. productie-eenheid: deel van een productie-installatie dat zelfstandig kan worden ingezet voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte of de productie van hernieuwbaar gas;
- –. productie-uren: som van de tijdsperioden waarin een productie-installatie in deellast of op vol vermogen produceert;
- –. register hernieuwbare energie vervoer: register als bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de Wet milieubeheer;
- –. richtlijn (EU) 2018/2001: richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
- –. systeemgrens van de productie-installatie: fictieve gesloten omhulling van één of meer productie-eenheden die dezelfde wijze van vermindering van broeikasgas toepassen;
- –. Verordening verificatie en accreditatie emissiehandel: Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2067 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de verificatie van gegevens en de accreditatie van verificateurs krachtens Richtlijn 2003/87/EG van het Europees parlement en de Raad (PbEU 2018, L 334).
§ 2. Aanvraag om subsidie
Artikel 2
De aanvraag om subsidieverlening gaat vergezeld van vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie.
Het eerste lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op:
- a. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee;
- b. een productie-installatie voor de afvang en de permanente opslag van koolstofdioxide en het een vergunning betreft die noodzakelijk is voor de realisatie van het ondergrondse opslagvoorkomen voor koolstofdioxide;
- c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-arme warmte, indien er sprake is van een melding als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet, en het gaat om de productie van warmte waarmee een leverancier of een producent als bedoeld in artikel 12b van de Warmtewet opnieuw aan zijn wettelijke verplichtingen als bedoeld in die wet kan voldoen.
Voor de uitvoering van het eerste lid worden omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in de Omgevingswet waaraan een termijn is verbonden als bedoeld in artikel 5.36 van die wet niet in aanmerking genomen.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de afvang, niet zijnde afvang uit omgevingslucht, en het gebruik van koolstofdioxide of voor de afvang en de permanente opslag van koolstofdioxide, en op het moment van indienen van de aanvraag vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van die productie-installatie nog niet zijn verleend, gaat in afwijking van het eerste lid de aanvraag vergezeld van de vergunning die op grond van artikel 5.1, tweede lid, onderdeel b van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de afvanginstallatie en, indien van toepassing, de vervloeiingsinstallatie of de installatie voor zuivering van de afgevangen koolstofdioxide, of indien die vergunning nog niet is verleend, de in behandeling genomen aanvraag voor die vergunning.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-arme warmte en er een melding als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Warmtewet is gedaan en op het moment van indienen van de aanvraag vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van die productie-installatie nog niet zijn verleend, gaat, in afwijking van het eerste lid, de aanvraag vergezeld van de vergunning die op grond van artikel 5.1, tweede lid, van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie, of indien die vergunning nog niet is verleend, de in behandeling genomen aanvraag voor die vergunning.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd:
- a. zijn in de vergunning die op grond van artikel 5.1, eerste lid, onderdeel a, van de Omgevingswet noodzakelijk is voor de realisatie van de productie-installatie de volgende voorwaarden opgenomen:
- 1°. er is van bovenaf gezien minimaal 25% open ruimte tussen de tafels met zonnepanelen aanwezig;
- 2°. er is een inrichtingsplan en beheerplan dat ten doel heeft om verslechtering van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische kwaliteit te voorkomen, waarbij deze voorwaarden in ieder geval betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt verleend;
- 3°. de vergunninghouder monitort de effecten van de productie-installatie op de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en biodiversiteit en neemt, indien nodig, aanvullende maatregelen om verslechtering van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en ecologische kwaliteit te voorkomen, waarbij deze voorwaarden in ieder geval betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt verleend; en
- 4°. de vergunninghouder voert een nulmeting uit om de huidige waarde van de bodemkwaliteit, de waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit vast te stellen; of
- b. beschikt de subsidie-aanvrager over een wetenschappelijk onderbouwd en breed door de sector gedragen keurmerk waaruit blijkt dat:
- 1°. de productie-installatie is ontworpen met als doel nadelige effecten op flora, fauna en biodiversiteit te voorkomen;
- 2°. er minimale eisen worden gesteld aan lichtinval tussen de fotovoltaïsche zonnepanelen om negatieve effecten voor bodem- en waterkwaliteit zoveel mogelijk te voorkomen; en
- 3°. natuurlijke elementen worden geïntegreerd en landschappelijk worden ingepast.
§ 2. Aanvraag om subsidie
Artikel 3
De subsidie-ontvanger verstrekt de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt een afschrift aan de minister.
De subsidie-ontvanger rapporteert na de datum van de beschikking tot subsidieverlening tot het moment van ingebruikname jaarlijks over de voortgang van de realisatie van het op grond van artikel 56, vierde lid, onderdeel f, van het besluit in de aanvraag opgenomen tijdschema.
De subsidie-ontvanger zendt de minister binnen een jaar na de datum van ingebruikname van de productie-installatie of op verzoek van de minister een overzicht van de daadwerkelijke investeringskosten, van de overige kosten en baten gedurende de exploitatie, van de reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun. Het overzicht wordt gezonden met gebruikmaking van een middel dat door de minister beschikbaar wordt gesteld. Indien de verleende subsidie meer bedraagt dan € 125.000, gaat het overzicht vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het accountantsberoep. De verklaring wordt opgesteld met gebruikmaking van een controleprotocol dat door de minister ter beschikking wordt gesteld.
De minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, op verzoek van de subsidie-ontvanger eenmalig verlengen met ten minste zes weken.
De subsidie-ontvanger meldt iedere wijziging van reeds ontvangen subsidies en overige steun en van de nog te ontvangen subsidies en overige steun aan de minister.
Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
Het derde lid is niet van toepassing indien de subsidie-ontvanger geen andere subsidie heeft ontvangen dan die op grond van het besluit en geen andere overige steun, met uitzondering van het financieel voordeel dat is behaald op grond van de Regeling groenprojecten 2016 of de Regeling groenprojecten 2022, tenzij sprake is van:
- a. een productie-installatie voor restwarmte, de productie van koolstofdioxide-arme warmte met een elektroboiler, een procesgeïntegreerde warmtepomp in een verdampingsproces met 3.000 vollasturen of een industriële warmtepomp met 3.000 vollasturen, waterstof, de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of de afvang en het gebruik van koolstofdioxide of de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa waarvoor via verlengde levensduur of voortzetting opnieuw subsidie is gegeven;
- b. een productie-installatie met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 1 MW voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa, de productie van hernieuwbare warmte uit biomassa, de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa of de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstof, indien er indicaties zijn dat de marktprijs voor biomassa waarvan de minister is uitgegaan bij het vaststellen van het basisbedrag meer dan 15% op jaarbasis is gedaald.
De productie-installatie wordt in stand gehouden in Nederland of binnen de Nederlandse exclusieve economische zone, met dien verstande dat in het geval het subsidieverlening betreft voor een productie-installatie voor de afvang en de permanente opslag van koolstofdioxide het ondergrondse opslagvoorkomen voor koolstofdioxide zich ook daarbuiten binnen de Europese Unie mag bevinden of in een land dat lid is van de Europese Economische Ruimte.
In afwijking van het eerste lid verstrekt de subsidie-ontvanger de opdrachten voor de levering van onderdelen voor de bouw van de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte of koolstofdioxide-warmte door middel van geothermie, voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of voor de afvang, niet zijnde uit omgevingslucht, en het gebruik van koolstofdioxide binnen 36 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening en zendt deze een afschrift aan de minister.
Indien sprake is van een productie-installatie voor de afvang en permanente opslag van koolstofdioxide of voor de afvang, niet zijnde uit omgevingslucht, en het gebruik van koolstofdioxide, gaat het afschrift, bedoeld in het negende lid, vergezeld van vergunningen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van de productie-installatie, met uitzondering van de vergunningen die op grond van artikel 5.1, tweede lid, onderdeel b, van de Omgevingswet en artikel 25, eerst lid, van de Mijnbouwwet en de Omgevingswet vereist zijn voor de realisatie van het ondergrondse opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, voor zover de aanvraag om subsidieverlening niet vergezeld ging van deze vergunningen.
In afwijking van het zevende lid, aanhef en onderdeel b, is het derde lid niet van toepassing indien het een productie-installatie als bedoeld in dat onderdeel betreft met een nominaal vermogen kleiner dan 6 MW en de productie-installatie volledig in eigendom is van een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187) of van een hernieuwbare energie-gemeenschap als bedoeld in artikel 2, punt 16, van richtlijn (EU) 2018/2001.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen die natuurinclusief wordt gerealiseerd en waar die natuurinclusiviteit wordt onderbouw door middel van een keurmerk, verstrekt de subsidie-ontvanger het definitieve keurmerk voor de ingebruikname van de productie-installatie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen verstrekt de subsidie-ontvanger een milieuproductverklaring, indien deze op grond van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026 wordt vereist, voor de ingebruikname van de productie-installatie.
Artikel 4
De subsidie-ontvanger meet de productie van elektriciteit, warmte, gas, waterstof of geavanceerde hernieuwbare brandstof, dan wel de vermindering van koolstofdioxide per beschikking tot subsidieverlening.
De minister kan ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, indien de beschikking betrekking heeft op een productie-installatie:
- a. die is zijn aangewezen onder artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit; of
- b. die in capaciteit wordt uitgebreid.
Aan de ontheffing kunnen voorwaarden en voorschriften verbonden worden.
Artikel 5
De subsidie-ontvanger verstrekt de minister op aanvraag gegevens over de verkoopprijs van de met de gesubsidieerde productie samenhangende garanties van oorsprong.
De verklaring, bedoeld in artikel 63b, eerste lid, van het besluit komt overeen met de gegevens die zijn geregistreerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit.
Artikel 6
Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft waarvoor subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger aantoont dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001.
Een subsidieontvanger maakt gebruik van biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen, afgegeven op grond van een certificatieschema waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat deze accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001 of op grond van een nationaal systeem, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de van toepassing zijnde criteria, bedoeld in het eerste lid.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt voor een subsidie-ontvanger met een beschikking tot subsidieverlening die is afgegeven op een aanvraag om subsidieverlening die is ontvangen voor inwerkingtreding van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023, uitgegaan van richtlijn (EU) 2018/2001, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.
In afwijking van het tweede lid kan een subsidieontvanger voor biomassa als bedoeld in de nummers 170 tot en met 179, 300 tot en met 329 en 410 van NTA 8003:2017 gebruik maken van biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba, eerste lid.
De subsidieontvanger zendt binnen vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar waarover een voorschot wordt verstrekt aan de minister een jaarlijkse conformiteitsbeoordelingsverklaring afgegeven op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 7ba, eerste lid.
Artikel 7
Dit artikel is van toepassing op een subsidieontvanger die een daartoe bij een voor 1 januari 2023 in de Staatscourant gepubliceerde openstellingsregeling aangewezen categorie productie-installatie bedrijft:
- a. voor de productie van stoom door middel van verbranding van houtpellets in een ketel;
- b. waarin vaste of gasvormige biomassa wordt omgezet in hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte;
- c. voor de productie van elektriciteit door middel van kolen waarin biomassa mee wordt gestookt, of
- d. voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van verbranding van houtpellets met een brander in een ketel, een oven of een fornuis.
Een subsidieontvanger maakt gebruik van vaste biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van een certificatieschema, bedoeld in artikel 10 van het Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, of op grond van het verificatieprotocol, bedoeld in artikel 4 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, afhankelijk van de van toepassing zijnde duurzaamheidseisen, bedoeld in artikel 2 van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, en ten aanzien van elke aard van vaste biomassa.
Van de totale massa houtige biomassa uit bosbeheereenheden die in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt, hoeft ten hoogste 30% te voldoen aan de duurzaamheidscriteria en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/2001, waarbij voor een subsidie-ontvanger met een beschikking tot subsidieverlening die is afgegeven op een aanvraag om subsidieverlening die is ontvangen voor inwerkingtreding van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2023, wordt uitgegaan van richtlijn (EU) 2018/2001, naar de tekst zoals deze bij die richtlijn is vastgesteld.
In afwijking van het tweede lid geldt voor een subsidieontvanger die een productie-installatie bedrijft met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen kleiner dan 7,5 MW, het bepaalde in eis 1.1b, tweede en derde volzin, van bijlage B van de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen, niet.
In afwijking van het tweede lid mag een subsidieontvanger met ingang van 1 januari 2026 gebruikmaken van vaste biomassa die per biomassalevering vergezeld gaat van de benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen afgegeven op grond van een certificatieschema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit accurate gegevens verschaft met het oog op de toepassing van artikel 29 van richtlijn (EU) 2018/2001 of een nationaal schema, waarvan de Europese Commissie op grond van artikel 30, zesde lid, van richtlijn (EU) 2018/2001 heeft besloten dat dit voldoet aan de in die richtlijn bepaalde voorwaarden.
§ 3. Nadere verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 8
De Minister stelt een voorschot binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar bij aan de hand van:
- a. het aantal kWh of kg verminderde broeikasgas dat in het betreffende kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt;
- b. de voor het betreffende kalenderjaar vastgestelde correcties op grond van artikelen 14, vierde lid, 22, vierde lid, 31, vierde lid, 39, vierde lid, 47, vierde lid, 54, vierde lid, 55i, derde lid en 55p, derde lid van het besluit,
- c. indien artikel 11, derde lid, onderdeel a, b of c, 28, derde lid, onderdeel a, b of c, of 44, derde lid, onderdeel a, b, of c, van het besluit van toepassing is, het aantal geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt, het aantal gerealiseerde vollasturen van de productie-installatie of het gerealiseerde rendement van de productie-installatie en
- d. indien artikel 55f, derde lid van het besluit van toepassing is, het aantal verminderde kg broeikasgas in Nederland, het gerealiseerde aantal vollasturen van de productie-installatie of het gerealiseerde rendement van de productie-installatie.
De Minister verrekent een tekort aan verstrekte maandelijkse bedragen of een tekort op het jaarlijkse bedrag, als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het te weinig betaalde bedrag aan het voorschot binnen zes weken na de datum van bijstelling van het voorschot aan de subsidie-ontvanger te verstrekken.
De minister verrekent een in een kalenderjaar teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, door het bedrag van het teveel betaalde voorschot geheel of deels terug te vorderen van de subsidie-ontvanger in het daaropvolgende kalenderjaar of kalenderjaren voor zoveel als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen, of door het teveel betaalde voorschot aan de subsidie-ontvanger in mindering te brengen op het eerst volgende te verstrekken maandelijkse bedrag of op het eerst volgende te verstrekken jaarlijkse bedrag en vervolgens op zoveel maandelijkse of jaarlijkse bedragen als nodig is om het teveel betaalde voorschot volledig te verrekenen.
De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger een teveel aan verstrekte maandelijkse bedragen of een teveel op het verstrekte jaarlijkse bedrag als bedoeld in artikel 68, tweede lid, van het besluit, tot het teveel betaalde bedrag volledig is verrekend, verrekenen door het bedrag van het teveel betaalde voorschot aan de subsidieontvanger in delen in mindering te brengen op de volgende te verstrekken maandelijkse bedragen of op de volgende te verstrekken jaarlijkse bedragen. Indien geen maandelijkse of jaarlijkse bedragen meer verschuldigd zijn, wordt een teveel betaald voorschot teruggevorderd.
Indien toepassing is gegeven aan artikel 12, vierde lid, van het besluit, waarbij de productie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de in de subsidiebeschikking opgenomen maximale productie die voor subsidie in aanmerking komt en de productie die in voorkomend geval bij toepassing van artikel 15, derde lid, van het besluit bij de maximale productie wordt opgeteld, overschrijdt, verdeelt de Minister bij de bijstelling van een voorschot als bedoeld in het eerste lid, de productie die voor subsidie in aanmerking komt evenredig aan de productie die is ingevoed en de productie die niet is ingevoed.
Artikel 9
Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde maandelijkse bedrag bedraagt één-twaalfde van 80% van het product van:
- a. de in beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende kalenderjaar opgenomen maximum productie, waar de minister op verzoek van de producent, het aantal kWh of het verschil in kg broeikasgas, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, 55, derde of vierde lid, 55j, derde of vierde lid of 55q, derde of vierde lid, van het besluit, bij op kan tellen, en
- b. het voor de subsidie-ontvanger geldende:
- 1°. basisbedrag, of bij toepassing van artikel 11, derde lid, onderdeel c, 28, derde lid, onderdeel c, 44, derde lid, onderdeel c, of 55f, derde lid van het besluit het basisbedrag behorende bij het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen rendement, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit,
- 2°. het tenderbedrag verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, van het besluit, of
- 3°. fasebedrag, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit.
Het in artikel 68, eerste lid, van het besluit bedoelde jaarlijkse bedrag bedraagt 80% van het product van:
- a. de in beschikking tot subsidieverlening voor het betreffende kalenderjaar opgenomen maximum productie, waar de minister op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in artikel 15, derde of vierde lid15a, derde lid, jo. artikel 15, derde lid, 23, derde of vierde lid, 32, derde of vierde lid, 40, derde of vierde lid, 48, derde of vierde lid, of 55, derde of vierde lid, van het besluit, bij op kan tellen, en
- b. het voor de subsidie-ontvanger geldende:
- 1°. basisbedrag, of bij toepassing van artikel 11, derde lid, onderdeel c, 28, derde lid, onderdeel c, 44, derde lid, onderdeel c, of 55f, derde lid van het besluit het basisbedrag behorende bij het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen rendement, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit,
- 2°. het tenderbedrag verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 22, vijfde lid, 39, vijfde lid, 54, vijfde lid, of 55p, vierde lid, van het besluit, of
- 3°. fasebedrag, verminderd met de bij ministeriële regeling vastgestelde correcties op grond van artikel 14, vijfde lid, 31, vijfde lid, 47, vijfde lid, of 55i, vierde lid, van het besluit.
Indien de subsidieperiode start op een andere datum dan 1 januari of eindigt op een andere datum dan 31 december bedraagt voor het eerste jaar respectievelijk het laatste jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt het maandelijkse of jaarlijkse bedrag een evenredig deel van het aantal maanden of van het jaar waarover het voorschot wordt verstrekt.
De minister kan het maandelijkse of jaarlijkse bedrag herberekenen indien:
- a. de subsidie-ontvanger een verzoek tot ontheffing als bedoeld in artikel 62, derde lid, van het besluit, indient;
- b. de maandelijkse productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, hernieuwbaar gas of de maandelijkse vermindering van broeikasgas gedurende ten minste twee maanden ten minste 50 procent zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh;
- c. de minister na het begin van de voorschotverlening meer dan een maand geen productiegegevens heeft ontvangen over de betreffende productie-installatie;
- d. de cumulatieve productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, hernieuwbaar gas of de cumulatieve vermindering van broeikasgas in het betreffende kalenderjaar ten minste 20% zal achterblijven dan wel achter is gebleven ten opzichte van de in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen maximum productie in kWh;
- e. de subsidie-ontvanger een producent van geavanceerde hernieuwbare brandstof is als bedoeld in artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer; of
- f. de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 3, derde lid.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b, ten eerste, kan de Minister van een lager basisbedrag uitgaan indien het rendement van de productie-installatie gedurende ten minste twee jaar structureel is achtergebleven ten opzichte van het in de beschikking tot voorschotverlening opgenomen rendement.
§ 5. Subsidievaststelling
Artikel 10
Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
§ 5. Subsidievaststelling
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Onder renovatiekosten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit wordt verstaan de kosten voor het in nieuwstaat brengen van die voorzieningen van een productie-installatie die zorg dragen voor broeikasgasreductie of voor de omzetting van hernieuwbare energiebronnen in elektriciteit, gas of warmte.
Artikel 13
-
- De Minister deelt de op grond van artikel 2.58, vijfde lid, van de Energiewet, artikel 26 van de Warmtewet of artikel 3, vierde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong gemandateerde per productie-installatie de locatiegegevens, de ean-code en andere voor de subsidieverlening relevante informatie mee.
-
- De op grond van artikel 2.58, vijfde lid, van de Energiewet, artikel 26 van de Warmtewet of artikel 3, vierde lid, van de Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong gemandateerde deelt de Minister per productie-installatie het aantal kWh waarvoor garanties van oorsprong is verstrekt en andere voor de subsidieverlening relevante informatie mee.
Artikel 14
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 42, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008,
- b. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 51, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 of
- c. artikel 29, eerste lid, onderdeel b, of 54, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010,
met ingang van 1 juli 2011 ten hoogste 50 procent van de massa die wordt vergist laten bestaan uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 29, eerste lid, onderdeel c, of 51, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009 of
- b. artikel 29, eerste lid, onderdeel c, of 54, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010,
met ingang van 1 juli 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 430, 512 en 587 gebruiken.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel c, of 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011 met ingang van 1 januari 2011 biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2017: 512 en 587 gebruiken.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidie-ontvangers met een productie-installatie op een landbouwbedrijf aan wie subsidie is verstrekt op grond van artikel 116, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, met ingang van 4 april 2013 tevens uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet vergisten.
Als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, zesde lid, van het besluit worden aangewezen productie-installaties waarvoor subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikelen 3, eerste lid,15, eerste lid, 22, eerste lid29, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008;
- b. artikel 2, eerste lid, 7a, eerste en tweede lid, 15, eerste lid, 22, eerste lid, 29, eerste lid, 35, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2009;
- c. artikel 2, eerste lid, 15, eerste lid, 22, eerste lid, 29, eerste lid, 35, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010, en
- d. artikel 4, eerste lid, 10, eerste lid, 16, eerste lid, 21, eerste lid, 26, eerste lid, 31, eerste lid, 35, eerste lid, 44, eerste lid, 48, eerste lid, 52, eerste lid, 56, eerste lid, van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2011.
In aanvulling op de voor de subsidieverstrekking toegestane biomassastromen kunnen subsidieontvangers aan wie subsidie is verstrekt op grond van:
- a. artikel 32, eerste lid, of artikel 34, eerste lid, onderdelen a en b, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015;
- b. artikel 30, eerste lid, of artikel 32 eerste lid, onderdelen a of b van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2016, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2016 of van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017;
- c. artikel 30, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2017;
- d. artikel 36, eerste lid, of artikel 38, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2018 of van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie najaar 2018; of
- e. artikel 40, eerste lid, artikel 42, eerste lid, of artikel 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2019,
biomassa uit bioraffinage als bedoeld onder nummer 595 van NTA 8003:2017 die is geproduceerd uit biomassa als bedoeld onder nummers 110 tot en met 138 van NTA 8003:2017 gebruiken tot ten hoogste 25% van het aantal kWh dat in een kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt
Bij de toepassing van het zesde lid is artikel 7 van toepassing op de vaste biomassa die wordt gebruikt voor de productie van de biomassa uit bioraffinage, bedoeld in het zesde lid.
§ 4. Voorschotten
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit stimulering duurzame energieproductie in werking treedt.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 1a
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 1. behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 5
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Bijlage 7
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Zwolle.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Dokter van Deenweg 108, 8025 BK Zwolle.
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Accountantsverklaring
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde
Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:
Agentschap NL
NL Energie en Klimaat
Postbus 10073
8000 GB Zwolle
T. (088) 602 34 50
Toelichting
Agentschap NL
Hanzelaan 310
8017 JK Zwolle
T. (088) 602 30 00 (receptie)
Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)
Toelichting
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Met dit formulier kan de accountant een verklaring afgeven zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie. Dit betreft een overzicht van de investeringskosten en de overige subsidies en steunsituatie. Dit laatste is noodzakelijk in verband met de EU-steunregels ten behoeve van het milieu (EU-Milieu Steun Kader). Deze accountantsverklaring is nodig wanneer aan de subsidie-ontvanger op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een subsidie is verstrekt van meer dan € 125.000,–.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Opdracht
Wij hebben het bijgevoegde overzicht van investeringskosten en de steunsituatie van [.....naam aanvrager.....] te [.....statutaire vestigingsplaats.....] gewaarmerkt en gecontroleerd.
Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister van Economische Zaken een subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van de SDE.
Werkzaamheden
Onze controle is verricht in overeenstemming met de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de aanvraag geen onjuistheden van materieel belang bevat.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
Bijlage 1 behorende bij artikel 3, derde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
De accountantsverklaring moet worden opgestuurd naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland binnen een jaar na ingebruikname van de productie-installatie voor hernieuwbare energie.
MODEL ACCOUNTANTSVERKLARING
ten behoeve van het Ministerie van Economische Zaken
In dit document is ook het controleprotocol opgenomen.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Vaststellingsformulier
Voor de gesubsidieerde activiteiten is met aanvraagnummer [.....nr.....] bij brief van [.....datum.....] met kenmerk [.....kenmerk.....] door de Minister voor Klimaat en Energieeen subsidie verleend. Deze subsidie is verleend in het kader van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie aan het eind van de subsidieperiode.
Vaststellingsformulier
Een controle omvat onder meer een onderzoek (eventueel door middel van deelwaarnemingen) naar de gegevens in de aanvraag met betrekking tot de steunsituatie van het project en het bijgevoegde overzicht van investeringskosten. De controle is uitgevoerd met inachtneming van het bij deze verklaring behorende controleprotocol. Tevens omvat de controle de beoordeling dat de investeringskosten voldoen aan de eisen zoals opgenomen de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (PbEU 2022/C 80/01). Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.
Toelichting
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van het Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie aan het eind van de subsidieperiode.
1. Gegevens aanvrager
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
4. Rekeninggegevens
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
6. Algemene informatie
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Bijlage 7. behorende bij artikel 2, tweede lid, onder d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Vervallen
Bijlage 8. behorende bij artikel 7d van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
Verzoek tot oordeel omtrent geschiktheid
3. Reikwijdte en intensiteit van de accountantscontrole
de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven.
Bij de controle wordt vastgesteld, dat de vermelde investeringskosten juist zijn. Er wordt nagegaan of er ook andere subsidies (steunsituatie) zijn verkregen. Hieronder zijn nadere aanwijzingen voor de controle verstrekt.
Verzoek tot oordeel omtrent de geschiktheid van een productie-installatie voor:
Verzoek tot oordeel omtrent de geschiktheid van een productie-installatie voor:
de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven.
Met dit formulier verklaart u:
Met dit formulier verklaart u:
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
Indien zich meerdere productie-installaties achter één aansluiting bevinden, dient u tevens een systeemgrens van de productie-installaties te bepalen. Deze systeemgrens kan meerdere productie-eenheden omvatten.
1. Gegevens producent
Factuurgegevens:
Naast zijn oordeel over de financiële verantwoording vermeldt de accountant in een toelichtende paragraaf eventuele specifieke bevindingen, die naar het oordeel van de accountant van belang (kunnen) zijn voor de Minister van Economische Zaken.
U verklaart door het invullen en ondertekenen van dit formulier:
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
5. Algemene verklaring
6. Ondertekening aanvrager (producent)
6. Ondertekening aanvrager (producent)
Vaststellingsformulier
Datum:..........
Handtekening aanvrager:..........
Let op! Maak een kopie van deze ingevulde verklaring voor eigen gebruik.
Ruimte voor opmerkingen producent:
Plaats:..........
Plaats:..........
Datum:..........
Naam meetbedrijf:..........
Handtekening meetbedrijf:..........
Ruimte voor opmerkingen meetbedrijf:
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlageneen machtiging meesturen indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager.
Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). De IBAN en BIC bij uw bankrekening staan op uw bankafschrift of zijn te vinden op www.ibanbicservice.nl.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
Zijn er ten opzichte van de bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland opgegeven gegevens wijzigingen opgetreden op de volgende punten?:
Verzoek tot oordeel omtrent de geschiktheid van een productie-installatie voor:
de productie van koolstofdioxide-arme warmte door middel van elektriciteit in een hybride glasoven.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Rijksdienst voor Ondernemend Nederland onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking.
Met dit formulier verklaart u:
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
8. Ondertekening
Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.
Factuurgegevens:
Bij dit formulier voor aanvraag om vaststelling moet u de volgende bijlagen meesturen:
3. Gegevens productie-installatie
P6 Relevante internationale, nationale en regionale/lokale wet- en regelgeving dient te worden nageleefd.
Kruis aan om wat voor soort installatie het gaat bij deze aanvraag. Er is slechts één antwoord mogelijk.
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
3. Gegevens productie-installatie
Dit formulier dient te allen tijde volledig, juist en ondertekend door zowel producent als meetbedrijf en – voor zover van toepassing – voorzien van de noodzakelijke bijlage(n) te worden ingediend.
Plaats:..........
Datum:..........
Handtekening aanvrager:..........
Bijlage 3. behorende bij artikel 7, vierde lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
3. Gegevens productie-installatie
7. Ondertekening meetbedrijf
Plaats:..........
Datum:..........
Naam meetbedrijf:..........
Handtekening meetbedrijf:..........
Ruimte voor opmerkingen meetbedrijf:
Datum: ..........
Plaats: ..........
Datum: ..........
Handtekening aanvrager: ..........
3. Systeemgrens
Ruimte voor opmerkingen producent:
Datum: ..........
Plaats: ..........
Datum: ..........
Meetvoorwaarden voor productie-installaties
1. Definities
Meetvoorwaarden voor productie-installaties
1. Definities
P9 De productiecapaciteit van hout en relevante andere bosproducten dan hout moet in stand worden gehouden om de toekomst van de bossen te waarborgen.
1. Definities
Toelichting: Overexploitatie van afzonderlijke commerciële boomsoorten dient voorkomen te worden.
C9.2 De bosbeheereenheid wordt adequaat beschermd tegen illegale exploitatie van hout en niet-hout bosproducten, inclusief de producten van jacht en visserij, illegale vestiging van nederzettingen, illegaal landgebruik, illegaal gestichte branden en overige illegale activiteiten.
P10 Het bosbeheer moet bijdragen aan de lokale economie en werkgelegenheid.
5. Alternatieve meting
Toelichting: De werkgelegenheid voor de plaatselijke bevolking, inclusief inheemse volken, kan gestimuleerd te worden, bijvoorbeeld door middel van opleidingsactiviteiten.
P11 Duurzaam bosbeheer moet worden gerealiseerd op basis van een beheersysteem.
C11.1 Het bosbeheer is gericht op realisatie van de doelstellingen die in een plan voor het bosbeheer zijn vastgelegd en omvat de cyclus van inventarisatie en analyse, planning, uitvoering, monitoring, evaluatie en bijstelling.
Toelichting: Met het toepassen van de management cyclus wordt een continue verbetering van het beheer beoogd teneinde de langdurige instandhouding van de bossen te waarborgen. Onderdeel van de planning is de uitvoering van een Environmental Impact Assessment (EIA).
Bijlage 4. behorend bij artikel 8, eerste lid, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
2. Tabel duurzaamheidscriteria
Jaarlijks voorschotformulier
Een realistische begroting moet de uitvoering van het plan mogelijk maken.
C11.3 Essentiële elementen voor het bosbeheer zijn op kaarten aangegeven.
Toelichting:
Het gaat hier in ieder geval om terreinen met hoge beschermingswaarden en gebieden waar houtoogst plaatsvindt.
C11.4 De uitvoering van het plan voor het bosbeheer en de ecologische en economische effecten daarvan worden periodiek op basis van adequate gegevens gemonitord.
Toelichting:
Ecologische effecten zijn bijvoorbeeld verandering van flora en fauna, samenstelling van het bos; economische effecten betreffen bijvoorbeeld werkgelegenheid, producten en diensten uit het bos.
C11.5 Het bosbeheer wordt uitgevoerd door vakbekwame medewerkers en boswerkers. De vakbekwaamheid en kennis worden op peil gehouden door middel van adequate periodieke scholing.
P12 Beheer in groep- of regioverband moet voldoende waarborgen bieden voor duurzaam bosbeheer.
Toelichting
Toelichting: de entiteit dient voor de vastlegging van de verantwoordelijkheid voor goed bosbeheer.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
Toelichting: een beschrijving van de status van het bos in de betreffende regio dient te worden gegeven en te worden aangetoond dat op lange termijn de koolstofvoorraden in stand blijven of groeien.
Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)
P13 Er dient een Chain of Custody (CoC) te bestaan voor de biomassa van de eerste schakel in de keten, tot aan de bio-energieproducent, die voorziet in een koppeling tussen de bron en het materiaal in het product of de productlijn, en waarvan de broeikasgasuitstootgegevens van iedere afzonderlijke schakel (operator) bekend zijn.
Toelichting:
Er worden 5 biomassa categorieën onderscheiden (zie SDE+ bijlage 4 tabel 1) Deze hebben elk hun eigen bron (zie tabel hier onder)
1 Voor kleine bosbeheereenheden geldt een tijdelijke uitzondering voor de bron en de eerste schakel. Zie voor een toelichting hoofdstuk 2 met overzicht eisen aan de onderscheiden categorieën biomassa.
5. Wijzigingen
C13.1 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over een Chain-of-Custody-systeem dat voldoet aan de eisen van deze standaard.
C13.2 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody beschikt over de voor haar organisatie relevante broeikasgasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek, gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.
Toelichting: Op dit moment is dat het Staff Working Document, SWD (2014) 259. (Zie voor een nadere toelichting P1)
C13.3 Het managementsysteem van iedere organisatie in de CoC waarborgt dat aan de eisen van deze CoC-standaard wordt voldaan.
Toelichting: Indien een organisatie het certificaat ook op uitbesteding van toepassing wil laten zijn, dient de organisatie erop toe te zien dat de (onder)aannemer labels van het systeem uitsluitend gebruikt voor producten die onder de uitbestedingsovereenkomst vallen.
C13.4 Iedere afzonderlijke organisatie in de Chain of Custody registreert de hoeveelheden en de namen en certificaatnummers van de organisaties waarvan zij biomassa koopt en waaraan zij biomassa verkoopt.
8. Ondertekening
2. Algemene eisen
3. Systeemgrens
1. Gegevens producent
2. Locatiegegevens productie-installatie
Model Geothermisch Onderzoek SDE+
Het percentage materiaal in een product of productlijn dat aan de relevante principes uit tabel 1 en de daaronder liggende criteria voldoet wordt vermeld.
Voor beide methoden geldt:
Toelichting:
De duurzaamheidskenmerken hebben niet alleen betrekking op het duurzaam beheer van de bron maar ook op relevante broeikasuitstootgegevens die verkregen zijn volgens een methodiek gebaseerd op de meest recente publicatie van de Europese Commissie betreffende duurzaamheidseisen voor vaste biomassa en verstrekte referentiewaarden voor fossiele brandstoffen.
De percentage-based methode mag uitsluitend worden gebruikt voor uit de bossen afkomstige biomassa.
P14 Bij een groepsmanagementsysteem voor de chain of custody moet de groep als geheel aan dezelfde eisen voldoen als aan afzonderlijke bedrijven gesteld worden. In dit kader stelt het systeem de volgende eisen.
7. Algemene informatie
Toelichting:
De entiteit beschikt over een effectief managementsysteem, alsmede over technische en menselijke hulpmiddelen.
De entiteit voert jaarlijks een audit uit bij een deel van de aangesloten groepsleden (op basis van een vastgestelde steekproefmethode).
C14.2 De groep werkt volgens P13 en de daartoe behorende criteria; daarnaast voldoet ieder groepslid aan deze eisen voor zover deze op de werkzaamheden van dat lid van toepassing zijn.
C14.3 De groepsleiding beschikt over een registratiesysteem waarin worden opgenomen:
7. Definities
C15.1 De systeemmanager hanteert regels voor het gebruik van logo’s en labels en voor het toezien op de naleving ervan. De regels omvatten tenminste:
omschrijving van logo's en labels;
C15.2 Het logo is auteursrechtelijk beschermd en als handelsmerk geregistreerd.
C15.3 Er is een duidelijk beschreven mechanisme voor de controle van alle claims die gedaan worden over het gecertificeerde kenmerk van producten, dat ervoor zorgt dat claims duidelijk en accuraat zijn en dat actie ondernomen wordt om onjuiste of misleidende claims te voorkomen.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Bijlage 5 behorende bij artikel 10 van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
Dit formulier is bedoeld om een verzoek in te dienen tot vaststelling van de subsidie op grond van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) aan het eind van de subsidieperiode.
Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.
3 Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte wordt gemeten.
1 Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b t/m 1d slaat u dan over.
2 Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.
U dient er hier echter rekening mee te houden dat u in uw aanvraagformulier hebt verklaard, door deze te ondertekenen, dat u Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen: gewijzigde datum van ingebruikname, gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode, uitbedrijfname, renovatie en uitbreiding, langdurige stilstand, indien van toepassing ingrijpende wijzigingen van de brandstofmix, wijzigingen van de technische specificatie van de installatie, et cetera en daarnaast van wijzigingen in de gegevens van de aanvrager en de steunsituatie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)